Besluit van 20 oktober 2006 tot vaststelling van het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering
- BWB-id
- BWBR0020444
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2019-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020444
- ELI
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-technische-hulpmiddelen-strafvordering
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-technische-hulpmiddelen-strafvordering/2019-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020444&g=2019-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020444&z=2026-06-06&g=2019-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020444/2019-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2007/besluit-technische-hulpmiddelen-strafvordering
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In dit besluit wordt verstaan onder: a. artikel 126ee, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering technisch hulpmiddel: een technisch hulpmiddel als bedoeld in; b. artikel 126g, derde lid artikel 126o, derde lid artikel 126zd, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering observatie: observatie met een technisch hulpmiddel ter uitvoering van een bevel als bedoeld in,of; c. artikel 126l, eerste lid artikel 126s, eerste lid artikel 126zf, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering opnemen van vertrouwelijke communicatie: het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel, ter uitvoering van een bevel als bedoeld in,of; d. artikel 126m, eerste lid 126t, eerste lid 126zg, eerste lid artikel 126m, derde of vierde lid artikel 126t, derde of vierde lid artikel 126zg, derde of vierde lid opnemen van telecommunicatie: het opnemen van communicatie met een technisch hulpmiddel, ter uitvoering van een bevel als bedoeld in,, en, voor zover het bevel, bedoeld in, onderscheidenlijk, en, ten uitvoer wordt gelegd zonder medewerking van de betrokken aanbieder; e. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie; f. artikel 27 van de Politiewet 2012 de korpschef: de korpschef, bedoeld in; g. artikel 8, eerste lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 AIVD: de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, bedoeld in. 2018 117 26-04-2018 18-04-2018 2018 119 26-04-2018 18-04-2018 01-05-2018
Artikel 2 — Artikel 2 Overeenkomstige toepassing werkgever#
Artikel 2 Overeenkomstige toepassing werkgever artikel 141, onderdelen b, c en d, van het Wetboek van Strafvordering Hetgeen in dit besluit wordt bepaald over de korpschef is van overeenkomstige toepassing op de werkgever van de ambtenaren bedoeld in. 2018 246 31-07-2018 11-07-2018 2018 502 27-12-2018 12-12-2018 01-01-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en D, van de Wijzigingswet Wetboek van Strafvordering, enz.
(aanpassing bepalingen betreffende de uitvoering van bijzondere
opsporingsbevoegdheden) (Stb. 2017/489) in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3 Reikwijdte#
Artikel 3 Reikwijdte 1 artikelen 141, onderdelen b tot en met d 142 van het Wetboek van Strafvordering Opsporingsambtenaren als bedoeld in de, enkunnen worden belast met de plaatsing, verwijdering en inzet van een technisch hulpmiddel voor observatie. 2 artikel 141, onderdelen b, c en d, van het Wetboek van Strafvordering Opsporingsambtenaren als bedoeld inkunnen worden belast met de plaatsing, verwijdering en inzet van een technisch hulpmiddel voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie en het opnemen van telecommunicatie. 2018 246 31-07-2018 11-07-2018 2018 502 27-12-2018 12-12-2018 01-01-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en D, van de Wijzigingswet Wetboek van Strafvordering, enz.
(aanpassing bepalingen betreffende de uitvoering van bijzondere
opsporingsbevoegdheden) (Stb. 2017/489) in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4 Wederzijdse erkenningsclausules#
Artikel 4 Wederzijdse erkenningsclausules 1 Met technische hulpmiddelen in dit besluit worden gelijkgesteld technische hulpmiddelen die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel rechtmatig zijn vervaardigd in een staat, niet zijnde een lid van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 2 Met een keuringsrapport als bedoeld in dit besluit wordt gelijkgesteld een verklaring van goedkeuring, afgegeven door een onafhankelijke keuringsinstelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lid van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, welke verklaring is afgegeven op basis van onderzoekingen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen wordt nagestreefd. 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 01-01-2007
Artikel 5 — Artikel 5 Opslag technische hulpmiddelen#
Artikel 5 Opslag technische hulpmiddelen 1 Door of namens de korpschef, Onze Minister van Defensie of Onze Minister van Financiën wordt een plaats aangewezen voor de opslag van technische hulpmiddelen en wordt ervoor zorggedragen dat deze plaats beveiligd is en uitsluitend toegankelijk is voor of onder begeleiding van daartoe geautoriseerd personeel. 2 Door of namens de korpschef, Onze Minister van Defensie of Onze Minister van Financiën worden één of meer terzake deskundige ambtenaren aangewezen, die belast zijn met de opslag van technische hulpmiddelen. 2018 246 31-07-2018 11-07-2018 2018 502 27-12-2018 12-12-2018 01-01-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en D, van de Wijzigingswet Wetboek van Strafvordering, enz.
(aanpassing bepalingen betreffende de uitvoering van bijzondere
opsporingsbevoegdheden) (Stb. 2017/489) in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6 Verstrekking technische hulpmiddelen#
Artikel 6 Verstrekking technische hulpmiddelen 1 artikel 5, tweede lid De ambtenaar, bedoeld in, verstrekt, na ontvangst van een kopie van het daarop betrekking hebbende bevel, het voor de uitvoering daarvan benodigde technische hulpmiddel aan de met de uitvoering belaste ambtenaar. Indien het bevel mondeling is gegeven wordt, in afwijking van de eerste volzin, binnen drie dagen een kopie van het schriftelijke bevel overgelegd. 2 artikel 5, tweede lid De ambtenaar, bedoeld in, verstrekt, na ontvangst van een verzoek door of namens de korpschef voor verstrekking van technische hulpmiddelen voor oefendoeleinden het benodigde technische hulpmiddel aan de met de uitvoering belaste ambtenaar. 3 artikel 5, tweede lid De ambtenaar, bedoeld in, registreert de verstrekking van het technische hulpmiddel. De registratie bevat ten minste de aanduiding van het technische hulpmiddel, het tijdstip van de verstrekking en de verwachte duur van de inzet van het hulpmiddel en de naam van de officier van justitie die het bevel heeft gegeven onderscheidenlijk de korpschef die het verzoek heeft ingediend. 4 Het technische hulpmiddel wordt verstrekt voor de periode die nodig is voor de uitvoering van het bevel onderscheidenlijk de duur van de oefening. 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 01-01-2013
Artikel 7 — Artikel 7 Plaatsing technische hulpmiddelen#
Artikel 7 Plaatsing technische hulpmiddelen 1 De plaatsing van het technische hulpmiddel geschiedt door een daartoe door of namens de korpschef aangewezen en terzake deskundige opsporingsambtenaar. 2 Opsporingsambtenaren belast met het plaatsen van een technisch hulpmiddel voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie in een woning of andere besloten plaats zijn in het bezit van een door Onze Minister aangewezen document. 3 Opsporingsambtenaren belast met het plaatsen van een technisch hulpmiddel voor het opnemen van telecommunicatie zijn in het bezit van een door Onze Minister aangewezen document. 4 De opsporingsambtenaar maakt van het plaatsen van het technische hulpmiddel proces-verbaal op. 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 01-01-2013
Artikel 8 — Artikel 8 Controle technische hulpmiddelen#
Artikel 8 Controle technische hulpmiddelen artikelen 10 tot en met 14 artikel 7, vierde lid Voorafgaand aan en na afloop van de daadwerkelijke inzet van een technisch hulpmiddel controleert de met de uitvoering belaste opsporingsambtenaar of wordt voldaan aan de eisen, gesteld in deen legt daarvan verantwoording af in het proces-verbaal als bedoeld in. Indien bij de controle een technische afwijking, defect, verwijdering of verandering van de oorspronkelijke beveiliging of enige andere onregelmatigheid wordt geconstateerd, maakt de opsporingsambtenaar daarvan proces-verbaal op dat aan de officier van justitie wordt gezonden. 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 01-01-2007
Artikel 9 — Artikel 9 Verwijdering technische hulpmiddelen#
Artikel 9 Verwijdering technische hulpmiddelen 1 De verwijdering van het technische hulpmiddel geschiedt door een daartoe door of namens de korpschef aangewezen en terzake deskundige opsporingsambtenaar. 2 artikel 5, tweede lid Na verwijdering van het technische hulpmiddel stelt de in het eerste lid bedoelde ambtenaar het technische hulpmiddel weer in handen van de ambtenaar, bedoeld in het. Deze registreert de ontvangst van de technische hulpmiddelen. De registratie bevat ten minste de aanduiding van het technische hulpmiddel, van de staat waarin het verkeert en van het tijdstip van ontvangst. 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 01-01-2013
Artikel 10 — Artikel 10 Datum en tijdregistratie#
Artikel 10 Datum en tijdregistratie Het technische hulpmiddel legt de datum en tijd waarop de signalen worden gedetecteerd, automatisch en doorlopend op de gegevensdrager vast. 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 01-01-2007
Artikel 11 — Artikel 11 Gericht opnemen telecommunicatie#
Artikel 11 Gericht opnemen telecommunicatie Het technische hulpmiddel voor het opnemen van telecommunicatie neemt slechts de communicatie op die plaatsvindt met gebruikmaking van één of meer nummers van de individuele gebruiker of gebruikers, op wie het bevel tot het opnemen van de communicatie is gericht. 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 01-01-2007
Artikel 12 — Artikel 12 Beveiliging technisch hulpmiddel#
Artikel 12 Beveiliging technisch hulpmiddel Indien de opsporingsambtenaar niet voortdurend aanwezig is gedurende de inzet van het technische hulpmiddel wordt het technische hulpmiddel zodanig beveiligd dat technische veranderingen achteraf zo veel mogelijk zijn vast te stellen. 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 01-01-2007
Artikel 13 — Artikel 13 Beveiliging transport signalen#
Artikel 13 Beveiliging transport signalen Het transport van het signaal wordt dusdanig beveiligd dat manipulatie van de signalen wordt voorkomen of achteraf is vast te stellen. 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 01-01-2007
Artikel 14 — Artikel 14 Opslag signalen#
Artikel 14 Opslag signalen 1 De inhoud van de gedetecteerde signalen is identiek aan de op de gegevensdrager opgeslagen signalen. 2 De op een gegevensdrager opgeslagen signalen worden niet bewerkt. 3 Bij de opslag van signalen worden maatregelen genomen om manipulatie van de opgeslagen signalen te voorkomen en om achteraf te kunnen vaststellen of niettemin manipulatie heeft plaatsgevonden. 4 Indien het technische hulpmiddel mede bestaat uit een component die selecteert welke signalen worden opgeslagen, legt de opsporingsambtenaar vast welk selectiecriterium is gehanteerd. 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 01-01-2007
Artikel 15 — Artikel 15 Bewerking opgeslagen signalen#
Artikel 15 Bewerking opgeslagen signalen 1 Indien dat voor de waarneming van de opgeslagen signalen noodzakelijk is, kan een kopie van de opgeslagen signalen technisch worden bewerkt. 2 De in het eerste lid bedoelde bewerking wordt uitgevoerd door een daartoe door of namens de korpschef aangewezen en terzake deskundige ambtenaar. De officier van justitie kan bepalen dat een technische bewerking wordt uitgevoerd door een deskundige, niet zijnde een ambtenaar. 3 Van de bewerking wordt een schriftelijk verslag opgemaakt, waarin het proces van bewerking wordt beschreven. 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 01-01-2013
Artikel 16 — Artikel 16 Inzet technische hulpmiddelen bij afwijkend gebruik frequentieruimte#
Artikel 16 Inzet technische hulpmiddelen bij afwijkend gebruik frequentieruimte artikel 3.22 van de Telecommunicatiewet hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet Bevoegd tot het gebruik van de technische hulpmiddelen, waarmee overeenkomstigeen gebruik van frequentieruimte wordt gemaakt dat afwijkt van het bepaalde bij of krachtens, is de door de korpschef, Onze Minister van Defensie of Onze Minister van Financiën aangewezen opsporingsambtenaar die voldoet aan de door Onze Minister vastgestelde eisen betreffende kennis van de juridische, operationele en technische aspecten van het gebruik van de technische hulpmiddelen. 2018 246 31-07-2018 11-07-2018 2018 502 27-12-2018 12-12-2018 01-01-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en D, van de Wijzigingswet Wetboek van Strafvordering, enz.
(aanpassing bepalingen betreffende de uitvoering van bijzondere
opsporingsbevoegdheden) (Stb. 2017/489) in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17 Technische hulpmiddelen bij afwijkend gebruik frequentieruimte#
Artikel 17 Technische hulpmiddelen bij afwijkend gebruik frequentieruimte 1 artikel 3.22, eerste lid, van de Telecommunicatiewet hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet Een technisch hulpmiddel voor observatie of het opnemen van telecommunicatie, waarmee overeenkomstigeen gebruik van frequentieruimte wordt gemaakt dat afwijkt van het bepaalde bij of krachtens, voldoet aan de volgende eisen: a. het technische hulpmiddel veroorzaakt niet meer dan een plaatselijke, zeer geringe verandering van de functionaliteiten van het desbetreffende netwerk; b. de apparatuur is voorzien van een inrichting waarmee het uitgezonden vermogen kan worden geregeld; c. het technische hulpmiddel is geregistreerd bij Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. 2 De opsporingsambtenaar registreert de data en de tijdstippen waarop en de plaatsen waar het technische hulpmiddel is gebruikt en de tijdens het gebruik van het technische hulpmiddel gehanteerde instellingen en vermogens van het technische hulpmiddel en doet mededeling van deze gegevens aan Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 18 — Artikel 18 Inzet gekeurd technisch hulpmiddel#
Artikel 18 Inzet gekeurd technisch hulpmiddel 1 artikelen 10 12 13 14 Uit een keuringsrapport van het technische hulpmiddel als zodanig of van de componenten waaruit het is samengesteld blijkt dat een technisch hulpmiddel voor observatie of voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie voldoet aan de in,,engestelde eisen. 2 artikelen 10 tot en met 14 Uit een keuringsrapport van het technische hulpmiddel als zodanig blijkt dat een technisch hulpmiddel voor het opnemen van telecommunicatie voldoet aan de ingestelde eisen. 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 01-01-2007
Artikel 19 — Artikel 19 Inzet zonder keuringsrapport#
Artikel 19 Inzet zonder keuringsrapport 1 artikel 18, eerste lid Indien het onderzoeksbelang dit dringend vordert, kan de officier van justitie bepalen dat een technisch hulpmiddel voor observatie of voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie wordt ingezet, hoewel niet of niet geheel wordt voldaan aan. 2 Het bevel van de officier van justitie vermeldt dat toepassing is gegeven aan het eerste lid en bevat een omschrijving van de aard en technische mogelijkheden van het technische hulpmiddel. 3 Na afloop van de inzet wordt voor het technische hulpmiddel of de componenten waarvoor geen keuringsrapport is vastgesteld alsnog een keuringsrapport vastgesteld, tenzij de aard van het technische hulpmiddel of de betrokken componenten zich daartegen naar het oordeel van de officier van justitie verzet. 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 01-01-2007
Artikel 20 — Artikel 20 Inzet AIVD middelen#
Artikel 20 Inzet AIVD middelen 1 artikel 18, eerste lid Indien het onderzoeksbelang dit dringend vordert, kan de officier van justitie bepalen dat een technisch hulpmiddel voor observatie of voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie, dat bij de AIVD in gebruik is, wordt ingezet hoewel niet of niet geheel wordt voldaan aan. 2 De officier van justitie doet een schriftelijk verzoek aan het hoofd van de AIVD voor de inzet van het technische hulpmiddel. 3 Het bevel van de officier van justitie vermeldt dat toepassing is gegeven aan het eerste lid. 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 01-01-2007
Artikel 21 — Artikel 21 Inzet internationale samenwerking#
Artikel 21 Inzet internationale samenwerking 1 artikel 552qa van het Wetboek van Strafvordering artikel 18, eerste lid Indien het technische hulpmiddel wordt ingezet ter uitvoering van een rechtshulpverzoek of ten behoeve van een gemeenschappelijk onderzoeksteam als bedoeld inen het technische hulpmiddel in het buitenland door buitenlandse autoriteiten is geplaatst en op Nederlands grondgebied wordt ingezet, kan de officier van justitie bepalen dat een technisch hulpmiddel wordt ingezet hoewel niet of niet geheel wordt voldaan aan. 2 Het bevel van de officier van justitie vermeldt dat toepassing is gegeven aan het eerste lid. 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 01-01-2007
Artikel 22 — Artikel 22 Keuringsdienst#
Artikel 22 Keuringsdienst 1 artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 Onze Minister wijst een onderdeel van een landelijke eenheid als bedoeld inaan als keuringsdienst. 2 Onze Minister kan één of meer andere organisaties aanwijzen als keuringsdienst. 3 Onze Minister kan regels stellen bij de aanwijzing van een keuringsdienst. 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 01-01-2013
Artikel 23 — Artikel 23 Keuringsprotocol#
Artikel 23 Keuringsprotocol 1 De keuringsdienst legt de wijze van keuring vast in een keuringsprotocol. 2 Het keuringsprotocol behoeft voorafgaande goedkeuring door Onze Minister. 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 01-01-2007
Artikel 24 — Artikel 24 Keuring#
Artikel 24 Keuring 1 Door of namens de korpschef kunnen technische hulpmiddelen en componenten voor de detectie, het transport en de opslag van signalen ter keuring worden aangeboden aan de keuringsdienst. 2 artikelen 10 tot en met 14 De keuringsdienst maakt van de keuring een rapport op, waaruit blijkt in hoeverre de technische hulpmiddelen onderscheidenlijk de componenten voldoen aan de in degestelde eisen. 3 Het keuringsrapport vermeldt: a. het keuringsnummer; b. een categoriale aanduiding; c. de periode waarvoor de keuring geldt; d. relevante informatie met betrekking tot de inzet als technisch hulpmiddel. 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 01-01-2013
Artikel 25 — Artikel 25 Registratie van de keuringsrapporten#
Artikel 25 Registratie van de keuringsrapporten artikel 22, eerste lid De keuringsdienst van de landelijke eenheid, bedoeld in, houdt een centrale registratie bij van de keuringsrapporten. 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 01-01-2013
Artikel 26 — Artikel 26 Overgangsbepalingen#
Artikel 26 Overgangsbepalingen Besluit technische hulpmiddelen bijzondere opsporingsbevoegdheden artikel 24 Een geldige verklaring van goedkeuring verleend op grond van hetwordt gelijkgesteld aan een keuringsrapport als bedoeld in. 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 01-01-2007
Artikel 27 — Artikel 27 Intrekking besluit#
Artikel 27 Intrekking besluit Besluit technische hulpmiddelen bijzondere opsporingsbevoegdheden Hetwordt ingetrokken. 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 01-01-2007
Artikel 28 — Artikel 28 Inwerkingtreding#
Artikel 28 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2007. 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 01-01-2007
Artikel 29 — Artikel 29 Citeertitel#
Artikel 29 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit technische hulpmiddelen strafvordering. 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 2006 524 07-11-2006 20-10-2006 01-01-2007