Besluit van 18 december 2006, houdende vaststelling van regels ter uitwerking van de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling)
- BWB-id
- BWBR0020892
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020892
- ELI
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspens
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspens/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020892&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020892&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020892/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2007/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspens
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: – afkoopvoet: verhouding tussen het af te kopen pensioen en de daarvoor in de plaats uit te keren afkoopwaarde; – balanstotaal: het balanstotaal zoals dat blijkt uit de jaarrekening; – De Nederlandsche Bank: De Nederlandsche Bank N.V.; – Wet privatisering FVP artikel IIA van de Verzamelwet pensioenen 2017 FVP-bijdrage: bijdrage, verstrekt op grond van de, zoals deze wet luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van, om te voorzien in aanvullende pensioenvoorzieningen ten behoeve van een werknemer of zijn nagelaten betrekkingen; – fonds: 1°. artikel 1 van de Pensioenwet pensioenfonds als bedoeld in; 2°. artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling beroepspensioenfonds als bedoeld in; – artikel 48c van de Pensioenwet artikel 59c van de Wet verplichte beroepspensioenregeling geschilleninstantie: de geschilleninstantie, bedoeld inen; – artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen loonaanvullingsuitkering: een uitkering als bedoeld in; – opbouwkeuzevoet: verhouding tussen het pensioen waarvan kan worden afgezien en het pensioen dat daarvoor in de plaats kan worden opgebouwd; – overdrachtsdatum: datum waarop de deelnemer een opgave heeft gevraagd van zijn pensioenaanspraken aan de ontvangende uitvoerder; – pensioenregeling: 1°. artikel 1 van de Pensioenwet pensioenregeling als bedoeld in; 2°. artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling beroepspensioenregeling als bedoeld in; – rechthebbende: degene die in aanmerking komt voor waardeoverdracht; – ruilvoet: verhouding tussen het in te ruilen pensioen en het daarvoor in te kopen pensioen; – artikel 23b van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen scenario-analyse: een scenario-analyse waarbij gebruik wordt gemaakt van de uniforme set met 10.000 economische scenario’s, bedoeld in; – uitbesteding door een uitvoerder: het door een uitvoerder verlenen van een opdracht aan een derde tot het ten behoeve van die uitvoerder verrichten van werkzaamheden die deel uitmaken van: 1°. of voortvloeien uit het uitoefenen van het bedrijf; of 2°. de wezenlijke bedrijfsprocessen ter ondersteuning daarvan; – uitvoerder: 1°. artikel 1 van de Pensioenwet pensioenuitvoerder als bedoeld in; 2°. artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling pensioenuitvoerder als bedoeld in. – artikel 60, eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen vervolguitkering: een uitkering als bedoeld in. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 1a — Artikel 1a Nadere regels arbeidsongeschiktheidspensioen#
Artikel 1a Nadere regels arbeidsongeschiktheidspensioen 1 artikel 1 van de Pensioenwet artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Voor zover een aanvulling op een vervolguitkering of een loonaanvullingsuitkering geen arbeidsongeschiktheidspensioen is als bedoeld inof, wordt deze aanvulling als arbeidsongeschiktheidspensioen in de zin van een van die artikelen aangemerkt indien: a. de aanvulling op de vervolguitkering niet varieert met inkomsten uit arbeid, tenzij de aanvulling hoger wordt vastgesteld indien de inkomsten uit arbeid toenemen; b. de aanvulling op de loonaanvullingsuitkering niet varieert met inkomsten uit arbeid, tenzij de aanvulling hoger wordt vastgesteld indien de inkomsten uit arbeid toenemen; of c. het een eenmalige aanvulling is die wordt verstrekt in verband met werkhervatting of werkuitbreiding. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op algemeen verbindend verklaarde bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten die betrekking hebben op aanvullingen op een vervolguitkering of op een loonaanvullingsuitkering, indien het verzoek tot algemeen verbindend verklaring is ingediend voor de datum van inwerkingtreding van de Wet van 15 juli 2008 houdende enige wijzigingen van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en enige andere wetten. 2008 316 31-07-2008 15-07-2008 2008 316 31-07-2008 15-07-2008 01-01-2009
Artikel 1b — Artikel 1b Intrekken samenlevingsverklaring#
Artikel 1b Intrekken samenlevingsverklaring artikel 2a, tweede lid, of derde lid, onderdeel b, van de Pensioenwet artikel 2a, tweede lid, of derde lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Indien een samenlevingsverklaring als bedoeld indan wel, wordt ingetrokken, informeert de uitvoerder de deelnemer, gewezen deelnemer, pensioengerechtigde, partner of gewezen partner die de samenlevingsverklaring heeft ondertekend hierover. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 1c — Artikel 1c Solidaire premieovereenkomst of solidaire premieregeling#
Artikel 1c Solidaire premieovereenkomst of solidaire premieregeling 1 artikel 10a, eerste lid, van de Pensioenwet artikel 28a, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De uitvoerder berekent met een scenario-analyse de kans dat met de premie de beoogde pensioendoelstelling wordt gehaald, bedoeld indan wel. 2 De uitvoerder legt vast of bescherming voor het renterisico in de solidaire premieovereenkomst dan wel solidaire premieregeling gebeurt door middel van beschermingsrendement gekoppeld aan: a. artikel 2, tweede lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen de rentetermijnstructuur, bedoeld in; of b. een directe beschermingsportefeuille voor renterisico. 3 Bij de keuze voor koppeling aan de rentetermijnstructuur: a. onderbouwt de uitvoerder kwantitatief op basis van een stochastische ALM-analyse de maximaal gewenste mate van afwijking tussen het feitelijke beleggingsrisico en renterisico dat alle leeftijdscohorten lopen en de toedelingsregels door: 1°. de situatie met en zonder deling renterisico te vergelijken door middel van een stochastische analyse op basis van het vastgestelde strategische beleggingsbeleid; en 2°. per leeftijdscohort een begrenzing te bepalen voor de toegestane afwijking tussen de feitelijke toedeling van rendementen op basis van de collectieve beleggingsportefeuille en de toedelingsregels; en b. maakt de uitvoerder de daadwerkelijke deling van renterisico per leeftijdscohort inzichtelijk en neemt maatregelen als deze de eigen begrenzing overschrijdt. 4 Bij de keuze voor koppeling aan een directe beschermingsportefeuille: a. onderbouwt de uitvoerder in het kader van de vaststelling van het strategische beleggingsbeleid de mate van de renteafdekking op basis van die portefeuille kwantitatief met een stochastische ALM-analyse; b. legt de uitvoerder ex ante vast wat wordt verstaan onder nominaal renterisico waarbij de gehanteerde rentemaatstaf geen kredietrisico bevat; en c. onderbouwt de uitvoerder per beleggingscategorie kwantitatief in welke mate de categorie bijdraagt aan de bescherming van het nominale renterisico per leeftijdscohort. 5 De uitvoerder kan bij zowel de koppeling aan de rentetermijnstructuur als de koppeling aan een directe beschermingsportefeuille de kosten van vermogensbeheer voor de bescherming tegen renterisico per leeftijdscohort aftrekken van het bijgeschreven beschermingsrendement. Hierbij onderbouwt de uitvoerder op basis van objectieve gegevens hoe de kosten per leeftijdscohort worden berekend. 6 Indien een uitvoerder bij koppeling aan een directe beschermingsportefeuille reële bescherming wil bieden door ook voor inflatie gerelateerde instrumenten te kiezen in de directe portefeuille, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing. 7 De uitvoerder toetst jaarlijks of het derde of vierde lid de gewenste mate van bescherming tegen renterisico per leeftijdscohort biedt en neemt maatregelen als dat niet het geval is. 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 20-12-2025
Artikel 1ca — Artikel 1ca Gelijke aanpassingen met spreiden in uitkeringsfase bij solidaire premieovereenkomst of solidaire premieregeling#
Artikel 1ca Gelijke aanpassingen met spreiden in uitkeringsfase bij solidaire premieovereenkomst of solidaire premieregeling 1 artikel 10a, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 28a, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling 63a, achtste lid, van de Pensioenwet 75a, achtste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Bij pensioeningang verdeelt de uitvoerder het voor pensioenuitkering bestemd vermogen, bedoeld indan wel, in een uitkeringsvermogen en een spreidingsvermogen, indien sprake is van toepassing van de toedelingsregels om gelijke aanpassingen als bedoeld in de artikelen 10a, vijfde lid, endan wel de artikelen 28a, vijfde lid, en, met spreiden te realiseren. 2 De hoogte van de variabele uitkering wordt vastgesteld op basis van het uitkeringsvermogen en het projectierendement. Voor het projectierendement wordt ten hoogste uitgegaan van de risicovrije rente. 3 artikel 10a, vierde lid, van de Pensioenwet artikel 28a, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De pensioenuitvoerder bepaalt het financiële resultaat als gevolg van het behaalde beschermingsrendement en overrendement als bedoeld indan wel, voor alle pensioengerechtigden. Uit dit financiële resultaat van het collectief van pensioengerechtigden wordt het beschermingsrendement, dat volledige bescherming biedt voor het renterisico, ontwikkeling van de levensverwachting en het sterfteresultaat, toebedeeld aan het uitkeringsvermogen van iedere pensioengerechtigde. 4 artikel 1cb, eerste lid Na toedeling van het beschermingsrendement, bedoeld in het derde lid, wordt het resterende financiële resultaat op het moment van vaststelling volledig en onvoorwaardelijk verwerkt in het spreidingsvermogen en op basis van de spreidingsmethodiek, bedoeld in, onvoorwaardelijk vastgesteld en verwerkt in het uitkeringsvermogen, de pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken van pensioengerechtigden. 5 De wijze waarop financiële resultaten, bedoeld in het vierde lid, worden verwerkt in het uitkeringsvermogen en de pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken van pensioengerechtigden, houdt in dat over de vastgestelde duur van de spreidingsperiode de pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken onvoorwaardelijk in gelijke stappen dan wel in afnemende mate worden aangepast. 6 Een uitvoerder kan bij het vaststellen en onvoorwaardelijk verwerken van het financiële resultaat in het uitkeringsvermogen, bedoeld in het vijfde lid, in een betreffend jaar rekening houden met de reeds eerder onvoorwaardelijk vastgestelde en verwerkte aanpassingen als gevolg van financiële resultaten. Hierbij geldt het volgende: a. de eerder vastgestelde en onvoorwaardelijk verwerkte aanpassingen en de onvoorwaardelijke aanpassing in het betreffende jaar bij elkaar opgeteld leiden tot een patroon waarbij de pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken in gelijke stappen dan wel in afnemende mate worden aangepast; en b. de al onvoorwaardelijke vastgestelde en verwerkte aanpassingen worden niet gewijzigd. 7 Indien de uitvoerder heeft gekozen voor toepassing in afnemende mate als bedoeld in het vijfde lid, kan de uitvoerder een afwijkende verwerking doorvoeren om het financiële resultaat binnen de duur van de spreidingsperiode volledig te verwerken in de pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken van pensioengerechtigden, mits: a. de contante waarde van de nog totaal in de uitkering te verwerken financiële resultaten voor meer dan zestig procent in de eerste helft van de spreidingsperiode ligt; en b. de onvoorwaardelijke aanpassing in het betreffende jaar er niet toe leidt dat sprake is van zowel positieve als negatieve onvoorwaardelijke aanpassingen in de hoogte van de pensioenuitkeringen. 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 12-07-2024
Artikel 1cb — Artikel 1cb Spreidingsmethodiek bij gelijke aanpassingen met spreiden#
Artikel 1cb Spreidingsmethodiek bij gelijke aanpassingen met spreiden 1 artikelen 1ca 1cc Voor toepassing van deenstelt de uitvoerder een spreidingsmethodiek vast. Een spreidingsmethodiek is de wijze waarop de uitvoerder de pensioenuitkeringen bij gelijke aanpassingen met spreiden vaststelt, waarbij onder de spreidingsmethodiek wordt begrepen: a. de duur van de spreidingsperiode; b. artikel 1ca, tweede tot en met het zevende lid de wijze waarop het bepaalde in, wordt verwerkt, waarbij een positief en negatief financieel resultaat op gelijke wijze worden verwerkt; c. de grenzen aan de positieve en negatieve omvang van het spreidingsvermogen; en d. artikel 1cc de wijze waaropwordt toegepast. 2 De spreidingsmethodiek is evenwichtig, transparant en consistent. De uitvoerder maakt de uitkomsten van de spreidingsmethodiek inzichtelijk aan de hand van een stochastische ALM-analyse en onderbouwt de gemaakte keuzes en vormgeving aan de hand van deze analyse. 3 De uitvoerder legt de spreidingsmethodiek vast voor minimaal vijf jaar. Onder omstandigheden kan hiervan afgeweken worden. De uitvoerder onderbouwt waarom deze keuze is gemaakt. 4 Een wijziging van de spreidingsmethodiek heeft geen gevolgen voor de al onvoorwaardelijk verwerkte en toebedeelde financiële resultaten in het spreidingsvermogen, het uitkeringsvermogen en de pensioenuitkeringen. 5 De uitvoerder legt de spreidingsmethodiek vast in de opdrachtbevestiging, het pensioenreglement en de uitvoeringsovereenkomst dan wel het uitvoeringsreglement. 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 12-07-2024
Artikel 1cc — Artikel 1cc Gelijke aanpassingen met spreiden bij pensioeningang van een solidaire premieregeling#
Artikel 1cc Gelijke aanpassingen met spreiden bij pensioeningang van een solidaire premieregeling 1 artikel 1ca Indien de toedelingsregels met gelijke aanpassingen met spreiden als bedoeld invan toepassing zijn, geldt bij pensioeningang het volgende: a. artikel 1ca, eerste lid de verdeling, bedoeld in, wordt bepaald op basis van de op dat moment geldende verhouding tussen de uitkeringsvermogens en de spreidingsvermogens voor alle pensioengerechtigden; b. de wijze van verdeling, bedoeld in onderdeel a, kan aangepast worden op basis van een nauwkeurigere methode indien die verdeling beter aansluit bij te verwachten pensioenuitkeringen. 2 artikel 1cb, eerste lid Het op de pensioendatum door verdeling ontstane spreidingsvermogen wordt op basis van de spreidingsmethodiek, genoemd in, verwerkt in het uitkeringsvermogen, de pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken van de pensioengerechtigde. 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 12-07-2024
Artikel 1d — Artikel 1d Herverdelingseffecten#
Artikel 1d Herverdelingseffecten 1 artikelen 10a, vijfde lid 10b, vierde lid 63a, vierde lid, van de Pensioenwet artikelen 28a, vijfde lid 28b, vierde lid 75a, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling In de,, en, dan wel de,, enis bepaald dat er op voorhand geen herverdelingseffecten plaatsvinden. Hieronder wordt verstaan dat het niet is toegestaan om het risico van een belegging toe te delen aan een deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde en de bijbehorende risicobeloning van deze belegging toe te delen aan een andere deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde. De toedeling van het risico en de bijbehorende risicobeloning is consistent met prijzen, zoals geobserveerd op financiële markten. 2 artikelen 10a, vijfde lid 10b, vierde lid, van de Pensioenwet artikelen 28a, vijfde lid 28b, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Indien van toepassing onderbouwt de uitvoerder kwantitatief dat herverdelingseffecten plaatsvinden voor zover dat nodig is om gelijke aanpassingen van ingegane uitkeringen en van de opgebouwde aanspraak op nabestaandenpensioen van pensioengerechtigden te realiseren en daarbij alleen herverdelingseffecten optreden tussen pensioengerechtigden onderling als bedoeld in de, en, dan wel de, en. 3 artikel 1ca Bij gelijke aanpassingen met spreiden als bedoeld inleidt een projectierendement lager dan een risicovrije rente op voorhand niet tot herverdelingseffecten. 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 12-07-2024
Artikel 1e — Artikel 1e Opheffing leenrestrictie#
Artikel 1e Opheffing leenrestrictie 1 Een uitvoerder die voor bepaalde leeftijdscohorten de leenrestrictie opheft en deze daarmee effectief blootstelt aan meer dan 100% beleggingsrisico, voor zover dit passend is bij de risicohouding van deze cohorten, onderbouwt waarom dit in het belang van de deelnemers is. 2 artikel 13, achtste lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen Onder blootstelling aan meer dan 100% beleggingsrisico wordt verstaan: de effectieve blootstelling aan meer dan 100% zakelijke waardenrisico als bedoeld in. Effectieve blootstelling houdt in dat wordt getoetst aan hoeveel beleggingsrisico’s deelnemers worden blootgesteld, inclusief toepassing van toedeelregels. 3 De uitvoerder legt regels vast waarin wordt beschreven op welke wijze negatieve pensioenvermogens of kapitalen worden voorkomen waarbij verdeelregels worden vastgesteld voor de verschillende bronnen. 4 Voor de onderbouwing, bedoeld in het eerste lid, en de regels, bedoeld in het derde lid, maakt de uitvoerder gebruik van een stochastische ALM-analyse. 5 De uitvoerder draagt er zorg voor dat de pensioenvermogens of kapitalen niet negatief zijn op 31 december van ieder jaar en bij beëindiging van de verwerving door de deelnemer op een ander tijdstip dan 31 december. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 1f — Artikel 1f Flexibele premieovereenkomst of flexibele premieregeling#
Artikel 1f Flexibele premieovereenkomst of flexibele premieregeling 1 De uitvoerder legt de toedelingskring vast en informeert de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde hierover voorafgaand aan zijn toetreding tot de toedelingskring. 2 De uitvoerder legt de vormgeving van het toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico vast en onderbouwt dat daarbij op voorhand geen sprake is van herverdelingseffecten tussen leeftijdsgroepen. 3 Bij een fonds gelden voor de omzetting van het kapitaal voortvloeiend uit de premies in een vastgestelde uitkering op de pensioendatum de volgende voorwaarden: a. de omzetting vindt plaats op basis van een dekkingsgraadneutraal tarief; b. voor de vaststelling van het tarief hanteert het fonds de risicovrije rente voor fondsen; en c. er wordt rekening gehouden met tariefgrondslagen passend bij de groep deelnemers of gewezen deelnemers. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 1g — Artikel 1g Premie-uitkeringsovereenkomst of premie-uitkeringsregeling#
Artikel 1g Premie-uitkeringsovereenkomst of premie-uitkeringsregeling De verzekeraar of premiepensioeninstelling informeert de deelnemer of gewezen deelnemer over de mogelijkheid te kiezen voor een vastgestelde uitkering in ieder geval voorafgaand aan het moment dat de deelnemer of gewezen deelnemer voor het eerst deze keuze kan maken. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 1h — Artikel 1h Solidariteitsreserve en risicodelingsreserve#
Artikel 1h Solidariteitsreserve en risicodelingsreserve 1 De uitvoerder heeft een solidariteitsreserve of, indien van toepassing, risicodelingsreserve voor iedere afzonderlijke pensioenregeling of kan, indien kruissubsidiëring tussen de pensioenregelingen niet kan voorkomen, een reserve hebben voor meerdere pensioenregelingen. 2 De uitvoerder berekent voor de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve in het kader van de toetsing van evenwichtigheid de baten en lasten voor alle cohorten die worden onderscheiden voor de risicohouding en onderbouwt dat deze baten en lasten in lijn zijn met de doelstellingen van de reserve. Het inzichtelijk maken van deze kwantitatieve effecten wordt toegelicht, waarbij de baten en lasten voor de cohorten met en zonder de reserve worden vergeleken. Voor de kwantitatieve onderbouwing wordt gebruik gemaakt van een scenario-analyse of een stochastische ALM-analyse. 3 De evenwichtigheid van afspraken rond de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve wordt door de uitvoerder beoordeeld en in de besluitvorming onderbouwd. Onder evenwichtigheid wordt onder meer verstaan dat bij de inrichting van de reserve op voorhand wordt voorkomen dat een bepaalde generatie binnen een pensioenregeling uitsluitend baten of lasten heeft van de reserve. Voor de kwantitatieve onderbouwing wordt gebruik gemaakt van een scenario-analyse of een stochastische ALM-analyse. 4 De uitvoerder legt de regels voor de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve in beginsel vast voor een periode van minimaal vijf jaar. Bij bijzondere omstandigheden kan van deze minimale termijn afgeweken worden. De uitvoerder onderbouwt dat deze afwijking van de minimale termijn in het belang van alle deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden is. 5 De uitvoerder past het tweede en derde lid toe bij vaststelling van de regels voor de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve, bij wijziging van de inrichting van de reserve of bij een wijziging van het beleid of het deelnemersbestand indien de wijziging relevant is voor de doelstellingen of regels voor het vullen van en uitdelen uit de reserve. 6 Indien van toepassing legt de uitvoerder van tevoren vast bij welk inflatieniveau sprake is van afdekking van onverwachte inflatie via de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve. De uitvoerder onderbouwt dit inflatieniveau op basis van objectief te verifiëren informatie. 7 De vaststelling of de omvang van de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve blijft binnen de maximale omvang van 15% van het geheel voor pensioen gereserveerde vermogen inclusief de reserve, vindt plaats op 31 december van enig jaar. 8 Als bij een risicodelingsreserve wordt ingelegd uit vermogen bij toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme voor de collectieve uitkeringsfase, bedraagt de inleg uit vermogen niet meer dan het verschil tussen het percentage dat op grond van het pensioenreglement het voorgaande jaar uit premie is ingelegd en 10%. 9 artikel 134, eerste lid, van de Pensioenwet artikel 129, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 11, eerste lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen Ter voorkoming van het verminderen van verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten, bedoeld inof, kan een fonds het eigen vermogen aanvullen door de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve te verminderen tot het bedrag waarop het fonds beschikt over het minimaal vereist eigen vermogen, bedoeld in. Een fonds kan dit in ieder geval doen voor zover het niet beschikt over het minimaal vereist eigen vermogen als gevolg van de hoogte van de operationele kosten. Het eigen vermogen kan enkel worden aangevuld door de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. artikel 11a, derde lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen het fonds is overeenkomstiggehouden om maatregelen te nemen; of b. artikel 140, eerste lid, eerste zin, van de Pensioenwet artikel 135, eerste lid, eerste zin, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling het fonds is overeenkomstigofgehouden om maatregelen te nemen. 10 De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen over de wijze waarop de berekeningen, bedoeld in het tweede en derde lid, worden gemaakt en toegelicht. 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 20-12-2025
Artikel 2 — Artikel 2 Informatie over de pensioenregeling#
Artikel 2 Informatie over de pensioenregeling artikel 21 van de Pensioenwet artikel 48 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De informatie over de kenmerken van de pensioenregeling en de uitvoering van de pensioenregeling, bedoeld indan wel, bevat in ieder geval het volgende: a. de pensioensoorten waarin de basispensioenregeling voorziet; b. de pensioensoorten waarin de basispensioenregeling niet voorziet; c. de wijze waarop pensioen wordt opgebouwd; d. de keuzemogelijkheden van de deelnemer of gewezen deelnemer waarin de pensioenregeling voorziet; e. de risico’s; f. de soorten uitvoeringskosten; g. de beleidsdekkingsgraad met een omschrijving van de gevolgen ervan; h. op welke wijze in het beleggingsbeleid rekening wordt gehouden met milieu en klimaat, mensenrechten en sociale verhoudingen; en i. indien van toepassing, de beleggingsmogelijkheden van de deelnemer of gewezen deelnemer waarin de pensioenregeling voorziet. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 3 — Artikel 3 Mogelijkheid toezichthouder tot stellen nadere regels met betrekking tot informatieverstrekking bij premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid#
Artikel 3 Mogelijkheid toezichthouder tot stellen nadere regels met betrekking tot informatieverstrekking bij premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid artikel 2, onderdeel e De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen met betrekking tot het informeren van de deelnemer over de risico’s, bedoeld in, voor zover het gaat om premieovereenkomsten dan wel premieregelingen met beleggingsvrijheid voor de deelnemer. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 4 — Artikel 4 Informatie over toeslagverlening#
Artikel 4 Informatie over toeslagverlening 1 artikelen 38, eerste lid, onderdeel c 40, eerste lid, onderdeel b 44, eerste lid, onderdeel c, van de Pensioenwet artikelen 49, eerste lid, onderdeel c 51, eerste lid, onderdeel b 55, eerste lid, onderdeel c, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 2, onderdeel e De informatie over toeslagverlening die op grond van de,, en, de,, enen, wordt verstrekt heeft betrekking op de toeslagverlening over de afgelopen drie jaar waarbij wordt aangegeven in hoeverre de prijsinflatie hiermee is gecompenseerd. 2 artikelen 39, eerste lid, onderdeel b 41, eerste lid, onderdeel b 42, eerste lid, onderdeel b 43, eerste lid, onderdeel c 45, eerste lid, onderdeel c, van de Pensioenwet artikelen 50, eerste lid, onderdeel b 52, eerste lid, onderdeel b 53, eerste lid, onderdeel b 54, eerste lid, onderdeel c 56, eerste lid, onderdeel c, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De informatie over toeslagverlening die op grond van de,,,, enen de,,,, enwordt verstrekt heeft betrekking op de toeslagverlening over de afgelopen vijf jaar waarbij wordt aangegeven in hoeverre de prijsinflatie hiermee is gecompenseerd. 3 artikel 46a, eerste lid, onderdeel b, van de Pensioenwet artikel 57a, eerste lid, onderdeel b van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De informatie over toeslagverlening die op grond vanenwordt verstrekt of beschikbaar gesteld heeft betrekking op de toeslagverlening over de afgelopen tien jaar waarbij wordt aangegeven in hoeverre de prijsinflatie hiermee is gecompenseerd en of dit in overeenstemming met het toeslagenbeleid is geweest. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 5 — Artikel 5 Informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten#
Artikel 5 Informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten 1 artikelen 38, eerste lid, onderdeel d 40, eerste lid, onderdeel c 44, eerste lid, onderdeel d, van de Pensioenwet artikelen 49, eerste lid, onderdeel d 51, eerste lid, onderdeel c 55, eerste lid, onderdeel d, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 2, onderdeel e De informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die op grond van de,, en, de,, enen, wordt verstrekt heeft betrekking op de vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die in de laatste drie jaar is doorgevoerd. 2 artikelen 39, eerste lid, onderdeel e 41, eerste lid, onderdeel d 42, eerste lid, onderdeel c 43, eerste lid, onderdeel d 45, eerste lid, onderdeel d, van de Pensioenwet artikelen 50, eerste lid, onderdeel e 52, eerste lid, onderdeel d 53, eerste lid, onderdeel c 54, eerste lid, onderdeel d 56, eerste lid, onderdeel d, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die op grond van de,,,, enen de,,,, enwordt verstrekt heeft betrekking op de vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die in de laatste vijf jaar is doorgevoerd. 3 artikel 46a, eerste lid, onderdeel b, van de Pensioenwet artikel 57a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die op grond vanen, wordt verstrekt of beschikbaar gesteld heeft betrekking op de vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die in de laatste tien jaar is doorgevoerd. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 5a — Artikel 5a Informatie over pensioenaanspraken op het pensioenoverzicht#
Artikel 5a Informatie over pensioenaanspraken op het pensioenoverzicht 1 artikel 38, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet artikel 49, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De opgave van de verworven pensioenaanspraken die op grond vandan welwordt verstrekt betreft, voor zover het de opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen op grond van een premieovereenkomst dan wel premieregeling betreft, het voor pensioenuitkeringen aan te wenden vermogen of kapitaal. 2 artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet artikel 51, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De opgave van de opgebouwde pensioenaanspraken op grond van een premieovereenkomst dan wel premieregeling die op grond vandan welwordt verstrekt betreft onder meer het voor pensioenuitkeringen aan te wenden vermogen of kapitaal en een indicatie van de hoogte van de periodieke uitkeringen op de pensioendatum. Bij de indicatie worden de op dat moment bij de uitvoerder geldende tarieven gehanteerd. 3 artikel 38, eerste lid, onderdeel g, van de Pensioenwet artikel 49, eerste lid, onderdeel g, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De opgave van de reglementair te bereiken pensioenaanspraken die op grond vandan welwordt verstrekt bevat onder meer een indicatie van het te bereiken voor pensioenuitkeringen aan te wenden vermogen of kapitaal op de pensioendatum en een indicatie van de hoogte van de periodieke uitkeringen op de pensioendatum. Bij de indicatie worden de op dat moment bij de uitvoerder geldende tarieven gehanteerd. 4 Bij de in het derde lid bedoelde informatie wordt ten aanzien van nabestaandenpensioen aangegeven wat de consequenties zijn van de wijze van financieren. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 5b — Artikel 5b Informatie over reserves en premies op pensioenoverzicht#
Artikel 5b Informatie over reserves en premies op pensioenoverzicht 1 artikelen 38, eerste lid, onderdeel e 40, eerste lid, onderdeel d, van de Pensioenwet artikelen 49, eerste lid, onderdeel e 51, eerste lid, onderdeel d, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De informatie over de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve die op grond van de, endan wel de, enwordt verstrekt heeft betrekking op het effect van de reserve op de opgebouwde pensioenaanspraken. 2 artikel 38, eerste lid, onderdeel h, van de Pensioenwet artikel 49, eerste lid, onderdeel h, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De informatie over de werkgeverspremie en werknemerspremie die op grond vanwordt verstrekt en de informatie over de premie in rekening gebracht bij de beroepsgenoot die op grond vanwordt verstrekt heeft betrekking op de premies die over het afgelopen jaar in rekening zijn gebracht. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 5c — Artikel 5c Informatie over gelijke aanpassingen met spreiden#
Artikel 5c Informatie over gelijke aanpassingen met spreiden artikel 1ca Bij gelijke aanpassingen met spreiden als bedoeld ingeldt vanaf vijf jaar voor pensioendatum het volgende: a. artikel 5a, eerste, tweede en derde lid de uitvoerder vermeldt dat het voor pensioenuitkering aan te wenden vermogen, genoemd in, vanaf pensioendatum bestaat uit een spreidingsvermogen en uitkeringsvermogen en geeft daarbij informatie over gelijke aanpassingen met spreiden; en b. artikel 5a de uitvoerder geeft bij de opgave, bedoeld in, een kwalitatieve toelichting over het verloop van de pensioenuitkeringen en geeft daarbij aan of het pensioen waarschijnlijk zal dalen, stijgen of gelijk zal blijven. 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 12-07-2024
Artikel 6 — Artikel 6 Verstrekken informatie aan deelnemers bij beëindiging deelneming#
Artikel 6 Verstrekken informatie aan deelnemers bij beëindiging deelneming De uitvoerder verstrekt de deelnemer bij beëindiging van de deelneming informatie over: a. artikel 55, vijfde lid, van de Pensioenwet artikel 66, vijfde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling het vervallen van een pensioenaanspraak als bedoeld indan wel, voor zover sprake is van een pensioenaanspraak onder de vervalgrens;. b. artikel 70a van de Pensioenwet artikel 81a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling het gebruik van het recht van de uitvoerder tot waardeoverdracht, bedoeld indan wel, voor zover er sprake is van een pensioenaanspraak onder de overdrachtgrens en de daarbij gevolgde procedure; c. artikel 71 van de Pensioenwet artikel 82 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 75 van de Pensioenwet artikel 86 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling het recht op waardeoverdracht, bedoeld indan wel, of de mogelijkheid tot waardeoverdracht, bedoeld indan wel; d. artikelen 66, tweede lid, onderdeel c, en derde lid 69, tweede lid, van de Pensioenwet artikelen 78, tweede lid, onderdeel c, en derde lid 80a, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 70a van de Pensioenwet artikel 81a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling toepast het recht tot afkoop, bedoeld in de, endan wel de, en, voor zover er sprake is van een pensioenaanspraak onder de afkoopgrens en de uitvoerderdan wel; e. de consequenties van arbeidsongeschiktheid; f. het actueel zijn van een herstelplan of geactualiseerd herstelplan; g. artikel 55, vierde lid, van de Pensioenwet artikel 66, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 61a van de Pensioenwet artikel 73a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling het voortzetten van de dekking voor het nabestaandenpensioen, bedoeld indan welen het recht op uitruil van ouderdomspensioen in partnerpensioen op risicobasis, bedoeld indan wel; h. het vervallen van de dekking tegen het risico op overlijden indien nabestaandenpensioen werd verworven op basis van risicofinanciering; en i. de website waarop het pensioenregister te raadplegen is. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 7 — Artikel 7 Verstrekken informatie aan gewezen partner bij scheiding#
Artikel 7 Verstrekken informatie aan gewezen partner bij scheiding artikel 68 van de Pensioenwet artikel 80 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De uitvoerder verstrekt de gewezen partner bij scheiding informatie over de mogelijkheid van afkoop, bedoeld indan wel, voor zover sprake is van een pensioenaanspraak onder de afkoopgrens. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2008
Artikel 7a — Artikel 7a Verstrekken informatie voorafgaand aan of bij pensioeningang#
Artikel 7a Verstrekken informatie voorafgaand aan of bij pensioeningang 1 De uitvoerder verstrekt degene die pensioengerechtigde wordt voorafgaand aan of bij de pensioeningang in ieder geval informatie over: a. artikel 60 van de Pensioenwet artikel 72 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling het recht te kiezen voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen, bedoeld indan wel, voor zover sprake is van opbouw van ouderdomspensioen en partnerpensioen; b. artikel 66 tot en met 69 van de Pensioenwet artikel 78 tot en met 80a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling de mogelijkheid van afkoop, bedoeld indan wel, voor zover sprake is van een pensioenaanspraak onder de afkoopgrens of een fiscaal bovenmatige pensioenaanspraak; c. artikelen 80 81 81a, tweede lid 81b, van de Pensioenwet artikelen 88 89 89a, tweede lid 89b van de Wet verplichte beroepspensioenregeling de mogelijkheid tot of het recht op waardeoverdracht, bedoeld in de,,, endan wel de,,, en, voor zover sprake is van een aan te wenden kapitaal op de pensioendatum; d. andere keuzemogelijkheden die de pensioenregeling biedt; en e. artikel 1ca de gehanteerde spreidingsperiode bij de uitkering waarbij de uitvoerder die een spreidingperiode hanteert van meer dan vijf jaar dan wel gelijke aanpassingen met spreiden als bedoeld intoepast, de volgende tekst opneemt: De ontwikkeling van uw pensioen hangt onder meer af van economische omstandigheden. Uw pensioen kan hierdoor omhoog of omlaag gaan. Wij spreiden financiële meevallers en tegenvallers over <x> jaar om grote schokken in de hoogte van uw pensioen te voorkomen. Bij langdurige tegenvallers en bij een spreidingsperiode van meer dan vijf jaar kan uw pensioen na verloop van tijd flink lager uitvallen. 2 artikel 1ca Bij gelijke aanpassingen met spreiden als bedoeld inverstrekt de uitvoerder degene die pensioengerechtigde wordt voorafgaand aan of bij de pensioeningang informatie. Hierbij geldt het volgende: a. de uitvoerder vermeldt dat het voor pensioenuitkering bestemd vermogen vanaf pensioendatum bestaat uit een uitkeringsvermogen en een spreidingsvermogen en geeft daarbij informatie over gelijke aanpassingen met spreiden; b. de uitvoerder vermeldt de gevolgen voor de hoogte van de pensioenuitkering op moment van ingang, waarbij deze informatie persoonlijk en concreet is; c. de uitvoerder geeft concrete en persoonlijke informatie over het verloop van de pensioenuitkeringen en geeft daarbij aan of het pensioen waarschijnlijk zal dalen, stijgen of gelijk zal blijven; en d. artikel 9, zevende lid de uitvoerder verstrekt informatie over de mogelijkheid om informatie, bedoeld in, bij de uitvoerder op te vragen. 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 12-07-2024
Artikel 7b — Artikel 7b Jaarlijkse informatieverstrekking aan pensioengerechtigden#
Artikel 7b Jaarlijkse informatieverstrekking aan pensioengerechtigden 1 artikel 44, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet artikel 55, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De opgave van zijn pensioenrecht, bedoeld indan welheeft bij een variabele uitkering betrekking op: a. de uitkering over het afgelopen jaar; en b. de uitkering voor het komende jaar. 2 artikel 1ca Bij gelijke aanpassingen met spreiden als bedoeld ingeldt het volgende: a. de uitvoerder geeft informatie over gelijke aanpassingen met spreiden; b. de uitvoerder geeft concrete en persoonlijke informatie over het verloop van de pensioenuitkeringen en geeft daarbij aan of het pensioen waarschijnlijk zal dalen, stijgen of gelijk zal blijven; en c. artikel 9, zevende lid de uitvoerder verstrekt informatie over de mogelijkheid om informatie, bedoeld in, bij de uitvoerder op te vragen. 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 12-07-2024
Artikel 7c — Artikel 7c Informatieverstrekking over uitkeringen#
Artikel 7c Informatieverstrekking over uitkeringen 1 artikelen 44a, eerste lid 63b, tweede lid, van de Pensioenwet artikelen 55a, eerste lid 75b, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Bij de informatie die wordt verstrekt over een variabele uitkering, bedoeld in de, ofdan wel de, of, geldt het volgende: a. een uitvoerder die één uniform beleggingsprofiel hanteert, vermeldt dit; b. een uitvoerder die meerdere beleggingsprofielen hanteert of die een uitkering aanbiedt bestaande uit een vastgesteld en een variabel gedeelte, baseert de opgave van de hoogte van de variabele uitkering of de verhouding tussen het vastgestelde en variabele gedeelte op het beleggingsprofiel dat passend is gezien het risicoprofiel van de deelnemer of gewezen deelnemer. 2 artikel 44a, eerste lid artikel 63b, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 55a, eerste lid artikel 75b, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De uitvoerder die een spreidingsperiode hanteert van meer dan vijf jaar neemt in de informatie die wordt verstrekt over een variabele uitkering, bedoeld in, ofdan wel, of, de volgende tekst op: De ontwikkeling van uw pensioen hangt onder meer af van economische omstandigheden. Uw pensioen kan hierdoor omhoog of omlaag gaan. Wij spreiden financiële meevallers en tegenvallers over <x> jaar om grote schokken in de hoogte van uw pensioen te voorkomen. Bij langdurige tegenvallers en bij een spreidingsperiode van meer dan vijf jaar kan uw pensioen na verloop van tijd flink lager uitvallen. 3 artikel 44a, eerste lid, van de Pensioenwet artikel 55a, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De uitvoerder die geen vastgestelde uitkeringen uitvoert, geeft bij de opgave van de hoogte van de vastgestelde uitkeringen, bedoeld indan wel, aan dat een vastgestelde uitkering naar verwachting lager is dan een variabele uitkering maar met minder of geen kans op afwijking. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 7d — Artikel 7d Standaardmodellen#
Artikel 7d Standaardmodellen 1 artikelen 44a 63b van de Pensioenwet artikelen 55a 75b van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Bij de informatieverstrekking, bedoeld in deendan wel deen, wordt gebruikt gemaakt van standaardmodellen. 2 Op voordracht van de uitvoerders en na advies van de Autoriteit Financiële Markten stelt Onze Minister de standaardmodellen vast. De modellen worden beschikbaar gesteld op de website van de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars. 2016 278 14-07-2016 07-07-2016 2016 279 14-07-2016 07-07-2016 01-09-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet verbeterde
premieregeling in werking treedt.
Artikel 7e — Artikel 7e Rekenregels#
Artikel 7e Rekenregels 1 artikelen 10c, vierde lid 38, eerste lid, onderdeel g 40, eerste lid, onderdeel a 44a, eerste lid 45, tweede lid 46, derde en vijfde lid 51, eerste lid, onderdeel a 63b, tweede lid 150j, tweede lid, onderdelen a en b, van de Pensioenwet artikelen 28c, vierde lid 49, eerste lid, onderdeel g 51, eerste lid, onderdeel b 55a, eerste lid 56, tweede lid 57, derde en vijfde lid 62, eerste lid, onderdeel a 75b, tweede lid 145i, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 23b van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen Voor de weergave op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario, bedoeld in de,,,,,,,, en, de,,,,,,,, enwordt gebruik gemaakt van de scenariosets, bedoeld inen een voorgeschreven rekenmethodiek. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de rekenmethodiek. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 8 — Artikel 8 Verstrekken informatie aan deelnemers vrijwillige pensioenregeling#
Artikel 8 Verstrekken informatie aan deelnemers vrijwillige pensioenregeling 1 artikelen 2 3 De uitvoerder informeert een deelnemer voorafgaand aan de deelneming in de vrijwillige pensioenregeling over de inhoud van de vrijwillige pensioenregeling, waarbij deenvan overeenkomstige toepassing zijn. 2 artikelen 5a 9, eerste en tweede lid De informatie over de reglementair te bereiken pensioenaanspraken wordt overeenkomstig deen, vastgesteld. 3 De informatie over de beleggingsresultaten wordt verstrekt indien sprake is van een premieovereenkomst of premieregeling en heeft betrekking op de resultaten van de afgelopen vijf jaar of, indien de pensioenregeling minder dan vijf jaar is uitgevoerd, alle jaren gedurende welke de pensioenregeling is uitgevoerd door de pensioenuitvoerder. 4 artikel 10a, eerste lid De informatie over de structuur van de kosten die door deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden worden gedragen wordt verstrekt indien sprake is van een premieovereenkomst of premieregeling en heeft betrekking op de administratieve uitvoeringskosten, bedoeld in, de kosten van vermogensbeheer, bedoeld in artikel 10a, tweede lid, en de transactiekosten, bedoeld in artikel 10a, derde lid, indien deze kosten van invloed zijn op de pensioenaanspraak of het pensioenrecht. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 9 — Artikel 9 Informatie op verzoek#
Artikel 9 Informatie op verzoek 1 De uitvoerder verstrekt de deelnemer, gewezen deelnemer of gewezen partner op verzoek in geval van een flexibele premieovereenkomst of premie-uitkeringsovereenkomst dan wel een flexibele premieregeling of premie-uitkeringsregeling een indicatie van het te bereiken voor periodieke uitkeringen aan te wenden kapitaal op de pensioendatum met de daarbij gehanteerde veronderstellingen. 2 Bij de in het eerste lid bedoelde opgave wordt ten aanzien van nabestaandenpensioen aangegeven wat de consequenties zijn van de gekozen wijze van financieren. 3 Indien sprake is van een premieovereenkomst dan wel premieregeling waarbij de deelnemer of gewezen deelnemer tijdens de opbouwperiode de verantwoordelijkheid voor de beleggingen heeft overgenomen verstrekt de uitvoerder op verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer informatie over alle beleggingsmogelijkheden, de feitelijke beleggingsportefeuille, de risicopositie en de kosten in verband met de beleggingen. 4 De uitvoerder verstrekt de deelnemer, de gewezen deelnemer, de gewezen partner of de pensioengerechtigde op verzoek: a. artikel 171 van de Pensioenwet artikel 166 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling informatie over het van toepassing zijn van een aanwijzing als bedoeld indan wel; en b. artikel 173 van de Pensioenwet artikel 168 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling informatie over de aanstelling van een bewindvoerder als bedoeld indan wel. 5 artikel 60 61 61a 62 van de Pensioenwet artikelen 72 73 73a 74 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De uitvoerder verstrekt de deelnemer of gewezen deelnemer op verzoek informatie over de consequenties van uitruil als bedoeld in,,ofdan wel de,,, ofvoor de deelnemer of gewezen deelnemer. 6 De uitvoerder verstrekt op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde informatie over de resultaten die de beleggingen van de pensioenregeling ten minste de afgelopen vijf jaar hebben behaald of, indien de pensioenregeling minder dan vijf jaar is uitgevoerd, alle jaren gedurende welke de pensioenregeling is uitgevoerd door de pensioenuitvoerder. 7 artikel 1ca Voor zover sprake is van gelijke aanpassingen met spreiden als bedoeld inverstrekt de uitvoerder op verzoek van de pensioengerechtigde in ieder geval informatie over: a. de reeds verwerkte en toebedeelde financiële resultaten in het voor pensioenuitkering bestemd vermogen in de afgelopen vijf jaar tenzij de spreidingsperiode langer is dan geldt die periode; b. hoe de pensioenuitkeringen als gevolg van het verwerkte en toebedeelde financiële resultaten zijn aangepast in de afgelopen vijf jaar tenzij de spreidingsperiode langer is, dan geldt die periode; c. de hoogte van het uitkeringsvermogen en spreidingsvermogen in het jaar van het verzoek; en d. het verloop van de toekomstige pensioenuitkeringen gedurende de spreidingsperiode. 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 12-07-2024
Artikel 9a — Artikel 9a Algemene eisen uniform pensioenoverzicht#
Artikel 9a Algemene eisen uniform pensioenoverzicht 1 De titel van het uniform pensioenoverzicht bevat het woord «pensioenoverzicht». 2 artikelen 38, eerste lid 40, eerste lid 42, eerste lid 44, eerste lid 48, vijfde lid, tweede zin, van de Pensioenwet artikelen 49, eerste lid 51, eerste lid 53, eerste lid 55, eerste lid 59, vijfde lid, tweede zin, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Het uniform pensioenoverzicht bevat naast de informatie, bedoeld in de,,,, endan wel de,,,, enin ieder geval het volgende: a. de persoonsgegevens van de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde; b. de naam en het contactadres van de pensioenuitvoerder; c. het soort pensioenregeling; en d. de datum waarop de informatie betrekking heeft. 3 Op het uniform pensioenoverzicht wordt elke wezenlijke wijziging ten opzichte van het uniform pensioenoverzicht van het voorgaande jaar duidelijk aangegeven. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 9b — Artikel 9b Beschikbare informatie#
Artikel 9b Beschikbare informatie 1 artikel 46a, eerste lid, onderdeel b, van de Pensioenwet artikel 57a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De verdere informatie over de pensioenregeling, bedoeld indan wel, betreft in ieder geval informatie over: a. artikel 55, vijfde lid, van de Pensioenwet artikel 66, vijfde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling het vervallen van een pensioenaanspraak als bedoeld indan wel; b. artikel 70a van de Pensioenwet artikel 81a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling het beleid van de uitvoerder ten aanzien van waardeoverdracht als bedoeld indan wel, en de daarbij toe te passen procedure; en c. artikel 1cb artikel 1ca de geldende spreidingsmethodiek, bedoeld in, indien sprake is van gelijke aanpassingen met spreiden als bedoeld in. 2 artikel 46a, eerste lid, onderdeel c, van de Pensioenwet artikel 57a, eerste lid, onderdeel c, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De informatie over uitvoeringskosten, bedoeld indan wel, betreft: a. artikel 10a, eerste lid de administratieve uitvoeringskosten, bedoeld in; b. artikel 10a, tweede lid de kosten van vermogensbeheer, bedoeld in; en c. artikel 10a, derde lid de transactiekosten, bedoeld in. 3 De informatie over uitvoeringskosten die op de website wordt geplaatst betreft: a. voor fondsen en premiepensioeninstellingen: de administratieve uitvoeringskosten als bedrag per deelnemer of pensioengerechtigde en de kosten van vermogensbeheer en de transactiekosten als percentage van het gemiddeld belegd vermogen; b. voor verzekeraars: de administratieve uitvoeringskosten als bedrag per deelnemer of pensioengerechtigde en de kosten van vermogensbeheer en de transactiekosten: 1°. indien de kosten van invloed zijn op de pensioenaanspraak of het pensioenrecht als percentage van het gemiddeld belegd vermogen; en 2°. indien de kosten niet van invloed zijn op de pensioenaanspraak of het pensioenrecht met vermelding dat deze kosten niet zijn opgenomen omdat zij niet van invloed zijn op de pensioenaanspraak of het pensioenrecht. 4 artikel 46a, tweede lid, onderdeel d, van de Pensioenwet artikel 57a, tweede lid, onderdeel d, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De informatie over de beleggingen en het beleggingsbeleid, bedoeld indan wel, betreft: a. beleggingsresultaten van het collectieve vermogen, met onderscheid tussen de verschillende beleggingscategorieën; en b. de verhouding van deze resultaten tot het strategisch beleggingsbeleid. 5 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel. 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 12-07-2024
Artikel 9c — Artikel 9c Het uniform pensioenoverzicht#
Artikel 9c Het uniform pensioenoverzicht 1 Op voordracht van de uitvoerders en na advies van de Autoriteit Financiële Markten stelt Onze Minister de modellen voor het uniform pensioenoverzicht vast. 2 De modellen voor het uniform pensioenoverzicht worden beschikbaar gesteld op de website van de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars. 3 Een uitvoerder verstrekt een uniform pensioenoverzicht voor deelnemers aan een ieder die in de gehele of in een deel van de voor het uniform pensioenoverzicht relevante periode deelnemer bij die pensioenuitvoerder was. 4 In afwijking van het derde lid kan de pensioenuitvoerder afzien van verstrekking van een uniform pensioenoverzicht voor deelnemers aan degene die op het eind van de, voor dit pensioenoverzicht, relevante periode geen deelnemer bij de pensioenuitvoerder meer is, indien: a. artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in de informatie die wordt verstrekt bij beëindiging van de deelneming of bij de pensioeningang een opgave van de aan het lopende kalenderjaar toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstigen de daarop berustende bepalingen is opgenomen, alsmede informatie over de werkgeverspremie en werknemerspremie die in het lopende kalenderjaar in rekening is gebracht dan wel de premie die in het lopende kalenderjaar in rekening is gebracht bij de beroepsgenoot; of b. artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in het uniform pensioenoverzicht voor gewezen deelnemers verstrekt in het kalenderjaar na het jaar waarin de deelneming is beëindigd een opgave van de aan het voorafgaande kalenderjaar toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstigen de daarop berustende bepalingen is opgenomen, alsmede informatie over de werkgeverspremie en werknemerspremie die in het voorgaande kalenderjaar in rekening is gebracht dan wel de premie die in het voorgaande kalenderjaar in rekening is gebracht bij de beroepsgenoot. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 9d — Artikel 9d Elektronische informatieverstrekking#
Artikel 9d Elektronische informatieverstrekking 1 Voor de elektronische verstrekking van informatie door middel van een externe berichtenbox wordt MijnOverheid.nl gebruikt. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de elektronische informatieverstrekking. 2015 259 30-06-2015 24-06-2015 2015 260 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2015
Artikel 9e — Artikel 9e Pensioenregister#
Artikel 9e Pensioenregister 1 Een vermindering van de pensioenaanspraken en pensioenrechten wordt door de uitvoerders binnen vier maanden verwerkt in de gegevens die door middel van het pensioenregister worden verstrekt. 2 Een andere wijziging van de pensioenaanspraken en pensioenrechten dan bedoeld in het eerste lid wordt door de uitvoerders binnen vier maanden nadat de wijziging in de administratie van de uitvoerders is doorgevoerd verwerkt in de gegevens die door middel van het pensioenregister worden verstrekt. 3 Het pensioenregister geeft in ieder geval inzicht in de hoogte van het te bereiken pensioen door: a. weergave in netto bedragen per maand en in bruto bedragen per jaar; b. de mogelijkheid om ter vergelijking het huidige netto inkomen per maand in te voeren. 4 Met betrekking tot de keuzes ten aanzien van ouderdomspensioen worden in ieder geval de indicatieve gevolgen op het pensioeninkomen getoond van het vervroegen of uitstellen van de pensioeningangsdatum. 5 Met betrekking tot belangrijke gebeurtenissen worden in ieder geval bij nabestaandenpensioen de gevolgen getoond van overlijden op het moment van de uitvraag, na beëindiging van de deelneming en na pensionering. 6 Voor weergave van ouderdomspensioen in scenario’s wordt gebruik gemaakt van een navigatiemetafoor die op een herkenbare plek in het pensioenregister is weergegeven. Een navigatiemetafoor bevat ten minste drie pijlen en de volgende bedragen en teksten: a. de op te bouwen pensioenaanspraken en de pensioenrechten bij een pessimistisch scenario, met gebruik van de tekst «Als het tegenzit, ontvangt u minder: € <bedrag>»; b. de op te bouwen pensioenaanspraken en de pensioenrechten bij een verwacht scenario, met gebruik van de tekst «Verwacht eindresultaat: € <bedrag>»; en c. de op te bouwen pensioenaanspraken en de pensioenrechten bij een optimistisch scenario, met gebruik van de tekst «Als het meezit, ontvangt u meer <bedrag>». 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 20-12-2025
Artikel 9f — Artikel 9f Gegevensverstrekking voor keuzebegeleiding#
Artikel 9f Gegevensverstrekking voor keuzebegeleiding 1 artikel 51, tweede lid, onderdeel b, van de Pensioenwet artikel 62, tweede lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Bij toepassing vandan welverstrekt het pensioenregister ten behoeve van de keuzebegeleiding aan de aangewezen uitvoerder: a. gegevens over pensioenaanspraken en pensioenrechten, inclusief de verwachte hoogte van het te bereiken pensioen; b. voor zover het ouderdomspensioen betreft, de gegevens over een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario; c. gegevens over uitvoerders waarbij pensioen wordt opgebouwd of is opgebouwd; d. Algemene Ouderdomswet gegevens over aanspraken op ouderdomspensioen en rechten op ouderdomspensioen op grond van de. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, kunnen tevens gegevens over een derde zijn, indien dat voor een adequate keuzebegeleiding nodig is en indien die derde daar toestemming voor heeft verleend. 2024 182 24-06-2024 19-06-2024 2024 182 24-06-2024 19-06-2024 01-07-2024
Artikel 9g — Artikel 9g Verwerkingsverantwoordelijken bij keuzebegeleiding#
Artikel 9g Verwerkingsverantwoordelijken bij keuzebegeleiding Voor de gegevensverwerking in het kader van keuzebegeleiding: a. zijn de Sociale verzekeringsbank en de uitvoerders die via het pensioenregister gegevens verstrekken, gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken voor de verwerking van de door hen verstrekte gegevens via het pensioenregister; b. artikel 51, tweede lid, van de Pensioenwet is de aangewezen uitvoerder, bedoeld in, verwerkingsverantwoordelijke voor: 1°. de verwerking van gegevens die plaatsvindt na verstrekking van de gegevens uit het pensioenregister; 2°. de verwerking van gegevens voor zover het gegevens betreft over pensioenaanspraken en pensioenrechten bij die uitvoerder. 2024 182 24-06-2024 19-06-2024 2024 182 24-06-2024 19-06-2024 01-07-2024
Artikel 9h — Artikel 9h Taakverdeling bij gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijkheid keuzebegeleiding#
Artikel 9h Taakverdeling bij gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijkheid keuzebegeleiding artikel 9g, onderdeel a Bij de toepassing van, dragen de volgende organisaties zorg voor de toepassing van de artikelen 12 tot en met 22, 33 en 34 van de Algemene verordening gegevensbescherming: a. Algemene Ouderdomswet de Sociale verzekeringsbank voor zover het gegevens betreft over aanspraken op ouderdomspensioen en rechten op ouderdomspensioen op grond van de; b. de uitvoerder voor zover het gegevens betreft met betrekking tot pensioenaanspraken en pensioenrechten die zijn opgebouwd bij die uitvoerder. 2024 182 24-06-2024 19-06-2024 2024 182 24-06-2024 19-06-2024 01-07-2024
Artikel 10 — Artikel 10 Kosten informatieverstrekking#
Artikel 10 Kosten informatieverstrekking artikelen 10c, vierde lid 21 38 tot en met 44 45 46, eerste en tweede lid 46a, eerste en tweede lid 52 52a 61a, derde lid 63b 134, tweede lid 220e, tweede lid hoofdstuk 6b, van de Pensioenwet artikelen 28c, vierde lid 48 tot en met 55 56 57, eerste en tweede lid 57a, eerste en tweede lid 63 63a 73a, derde lid 75b 129, tweede lid 214d, tweede lid hoofdstuk 5a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De informatie op grond van de,,,,,,,,,,, en, endan wel de,,,,,,,,,en, enwordt kosteloos verstrekt. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 10.0a — Artikel 10.0a Taal informatie#
Artikel 10.0a Taal informatie De informatie die de pensioenuitvoerder verstrekt of beschikbaar stelt is beschikbaar in de Nederlandse taal. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 10a — Artikel 10a Informatie over uitvoeringskosten in bestuursverslag#
Artikel 10a Informatie over uitvoeringskosten in bestuursverslag 1 artikel 45a, eerste lid, van de Pensioenwet artikel 56a, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De administratieve uitvoeringskosten, bedoeld indan wel, zijn de kosten voor het pensioenbeheer. Hieronder wordt onder meer begrepen de kosten voor: a. het vaststellen en innen van de premie; b. registratie van pensioenaanspraken en pensioenrechten; c. informatieverstrekking aan en communicatie met deelnemers, andere aanspraakgerechtigden, pensioengerechtigden en de werkgever; d. het bestuur; en e. het toezicht door de toezichthouders. 2 artikel 45a, eerste lid, van de Pensioenwet artikel 56a, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De kosten van vermogensbeheer, bedoeld indan wel, zijn de kosten voor het beheer van het belegde vermogen, met uitzondering van de transactiekosten. Onder de kosten van vermogensbeheer wordt onder meer begrepen de kosten voor: a. fiduciair vermogensbeheer; b. bewaarloon; en c. advieskosten. 3 artikel 45a, eerste lid, van de Pensioenwet artikel 56a, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De transactiekosten, bedoeld indan wel, zijn de kosten voor de transacties in vermogenstitels. Hieronder wordt onder meer begrepen de kosten voor: a. aankoop en verkoop van vermogensbestanddelen; b. acquisitie van beleggingen; en c. deelname aan beleggingsfondsen. 4 Kosten die niet kunnen worden toebedeeld aan een van de drie categorieën, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, worden over de categorieën, bedoeld in het eerste en tweede lid, verdeeld. 2016 537 27-12-2016 20-12-2016 2016 537 27-12-2016 20-12-2016 01-01-2017
Artikel 10b — Artikel 10b Weergave uitvoeringskosten in bestuursverslag#
Artikel 10b Weergave uitvoeringskosten in bestuursverslag 1 artikel 10a, eerste lid De administratieve uitvoeringskosten, bedoeld in, worden in het bestuursverslag opgenomen als totaalbedrag en als bedrag per deelnemer of pensioengerechtigde. 2 artikel 10a, tweede lid De kosten van vermogensbeheer, bedoeld in, en de transactiekosten, bedoeld in artikel 10a, derde lid, worden in het bestuursverslag opgenomen als totaal bedrag en als percentage van het in het verslagjaar gemiddeld belegde vermogen. 2015 350 19-10-2015 13-10-2015 2015 351 19-10-2015 13-10-2015 01-11-2015 Is van toepassing op jaarrekeningen en bestuursverslagen die
betrekking hebben op een boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari
2016. De voorschriften kunnen worden toegepast op jaarrekeningen en
bestuursverslagen die worden opgesteld over boekjaren die zijn
aangevangen voor 1 januari 2016 indien ook de voorschriften van de
Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening vanaf dat eerdere boekjaar
worden toegepast.
Artikel 10ba — Artikel 10ba Informatieverstrekking voorafgaand aan waardeoverdracht pensioendatum#
Artikel 10ba Informatieverstrekking voorafgaand aan waardeoverdracht pensioendatum 1 De verzekeraar die bereid is op te treden als ontvangend uitvoerder verstrekt een betrokkene die het uit een flexibele premieovereenkomst dan wel flexibele premieregeling of een premie-uitkeringsovereenkomst dan wel premie-uitkeringsregeling voortvloeiende kapitaal op de pensioendatum wenst aan te wenden voor een pensioenuitkering, voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een pensioenuitkering ten minste de volgende informatie: a. haar statutaire naam, handelsnaam en adres; b. het feit dat zij een verzekeraar is; c. of zij advies verstrekt over pensioenuitkeringen; d. haar interne klachtenprocedure en de erkende geschilleninstantie waarbij zij is aangesloten; en e. de aard van de vergoeding die haar werknemers ontvangen voor het sluiten van de overeenkomst. 2 De verzekeraar verstrekt de informatie in de Nederlandse taal of in elke andere taal die door partijen is overeengekomen. 3 De verzekeraar verstrekt de informatie schriftelijk en kosteloos. De verzekeraar kan na toestemming van de betrokkene, de informatie elektronisch verstrekken, indien dat past in de context waarin zij met de betrokkene zaken doet. De elektronische verstrekking van informatie door de verzekeraar past in de context waarin de verzekeraar met de betrokkene zaken doet, indien is bewezen dat de betrokkene regelmatig toegang heeft tot internet. Het gegeven dat de betrokkene een e-mailadres opgeeft geldt in ieder geval als bewijs hiervan. 4 Indien de informatie elektronisch wordt verstrekt, krijgt de betrokkene op zijn verzoek kosteloos een papieren afschrift. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 10bb — Artikel 10bb Informatieverstrekking over voortzetting dekking partnerpensioen#
Artikel 10bb Informatieverstrekking over voortzetting dekking partnerpensioen 1 artikel 55, vierde lid, van de Pensioenwet artikel 66, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 61a, eerste lid, van de Pensioenwet artikel 73a, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De uitvoerder verstrekt de gewezen deelnemer van wie de dekking voor nabestaandenpensioen is voortgezet op grond vandan welinformatie over het keuzerecht om in plaats van ouderdomspensioen te kiezen voor het voortzetten van het partnerpensioen op risicobasis als bedoeld indan wel. 2 De informatie, bedoeld in het eerste lid, betreft in ieder geval: a. artikel 66 van de Pensioenwet artikel 78 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling indien van toepassing: dat de gewezen deelnemer geen gebruik kan maken van het keuzerecht omdat zijn aanspraak op ouderdomspensioen na de uitruil voor het eerste jaar minder zou bedragen dan het op basis vandan welbepaalde bedrag; of b. hoeveel pensioenvermogen of kapitaal wordt uitgeruild bij voortzetting in het eerste jaar en hoeveel pensioenvermogen of kapitaal resteert; c. in voorkomend geval, dat de dekking van het wezenpensioen niet kan worden voortgezet; d. wat de gevolgen zijn als de gewezen deelnemer wel of niet kiest voor voortzetting; en e. artikel 61a, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 73a, tweede lid, Wet verplichte beroepspensioenregeling de gronden voor beëindiging van de voortzetting, bedoeld indan wel. 3 De uitvoerder verstrekt de gewezen deelnemer die gebruik maakt van de mogelijkheid tot voortzetting jaarlijks de volgende informatie: a. artikel 61a, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 73a, tweede lid, Wet verplichte beroepspensioenregeling indien van toepassing: dat sprake is van beëindiging van de voortzetting op grond vandan wel; of b. hoeveel pensioenvermogen of kapitaal wordt uitgeruild bij voortzetting in het volgende jaar en hoeveel pensioenvermogen of kapitaal resteert; c. dat de voortzetting wordt gecontinueerd tenzij de gewezen deelnemer meldt de voortzetting te willen beëindigen; en d. wat de gevolgen zijn van voortzetten respectievelijk beëindigen van de voortzetting. 4 Bij de informatie die wordt verstrekt wordt uitgegaan van de situatie op de dag van aanvang van de voortzetting van de dekking dan wel de dag waarop de voortzetting zou worden gecontinueerd. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 10c — Artikel 10c Kostenregeling in uitvoeringsovereenkomst of uitvoeringsreglement#
Artikel 10c Kostenregeling in uitvoeringsovereenkomst of uitvoeringsreglement 1 Bij de regeling over de kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenregeling die volgens de uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement in mindering kunnen worden gebracht of kunnen worden verhaald op een afgescheiden vermogen van een algemeen pensioenfonds of ten laste kunnen worden gebracht van de premie, wordt onderscheid gemaakt tussen: a. artikel 10a, eerste lid administratieve uitvoeringskosten als bedoeld in; b. artikel 10a, tweede lid vermogensbeheerskosten als bedoeld in; c. artikel 10a, derde lid transactiekosten als bedoeld in; en d. kosten, met inbegrip van schulden aan derden, die voortvloeien uit het beheer van het vermogen van de desbetreffende collectiviteitkring. 2 Overige kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenregeling en niet als kosten in de zin van een van de categorieën, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden toebedeeld worden volgens een vaste verdeelsleutel over de categorieën, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b verdeeld. Daarbij worden deze kosten nader gespecificeerd. 3 De wijze waarop de kosten, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden bepaald is volledig en duidelijk gespecificeerd. 2017 451 28-11-2017 16-11-2017 2017 451 28-11-2017 16-11-2017 29-11-2017
Artikel 10d — Artikel 10d Kwaliteit van de dienstverlening#
Artikel 10d Kwaliteit van de dienstverlening In de uitvoeringsovereenkomst met een algemeen pensioenfonds wordt een regeling opgenomen waaruit blijkt welke diensten worden uitgevoerd, onder welke voorwaarden dat gebeurt en waarbij in ieder geval afspraken worden opgenomen over indicatoren met betrekking tot de kwaliteit van dienstverlening. 2015 552 30-12-2015 23-12-2015 2015 551 30-12-2015 23-12-2015 01-01-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet algemeen
pensioenfonds in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11 Waarborging goed bestuur#
Artikel 11 Waarborging goed bestuur 1 artikel 33, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 42, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Als principes voor goed pensioenfondsbestuur als bedoeld indan welworden aangewezen voor fondsen de Code Pensioenfondsen, zoals geformuleerd door de Stichting van de Arbeid en de Pensioenfederatie en voor verzekeraars de Code Rechtstreeks verzekerde regelingen, zoals geformuleerd door de Stichting van de Arbeid en het Verbond van Verzekeraars. Deze laatste code is van overeenkomstige toepassing op premiepensioeninstellingen. De codes, en iedere wijziging daarvan, behoeven de goedkeuring van Onze Minister 2 Een uitvoerder doet in het bestuursverslag mededeling over de naleving van de principes, bedoeld in het eerste lid. Indien een uitvoerder de principes niet heeft nageleefd of niet voornemens is deze in het lopende en daarop volgende boekjaar na te leven, doet hij daarvan in het bestuursverslag gemotiveerd opgave. 2016 537 27-12-2016 20-12-2016 2016 537 27-12-2016 20-12-2016 01-01-2017
Artikel 12 — Artikel 12 Werkzaamheden die niet mogen worden uitbesteed#
Artikel 12 Werkzaamheden die niet mogen worden uitbesteed artikel 34, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 43, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling In aanvulling openbesteedt een uitvoerder niet uit, indien: a. door de uitbesteding het operationele risico onnodig toeneemt; b. door de uitbesteding de continuïteit en de toereikendheid van de dienstverlening aan deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden wordt ondermijnd. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 13 — Artikel 13 Overeenkomst tot uitbesteding#
Artikel 13 Overeenkomst tot uitbesteding 1 Een fonds legt de overeenkomst met de derde waaraan de werkzaamheden worden uitbesteed schriftelijk vast. 2 In de overeenkomst wordt in ieder geval het volgende geregeld: a. welke werkzaamheden worden uitbesteed onder verwijzing, indien mogelijk, naar de administratieve organisatiebeschrijving van het fonds, alsmede de voorwaarden waaronder de uitbesteding plaatsvindt; b. sluitende afspraken in beleggingsmandaten bij uitbesteding van vermogensbeheer; c. de informatie-uitwisseling tussen het fonds en de derde; d. de verplichting voor de derde om informatie waar de toezichthouder ter uitvoering van zijn wettelijke taak om vraagt rechtstreeks aan de toezichthouder ter beschikking te stellen; e. de mogelijkheid voor het fonds om te allen tijde wijzigingen aan te brengen in de wijze waarop de uitvoering van de werkzaamheden door de derde geschiedt; f. Pensioenwet Wet verplichte beroepspensioenregeling de verplichting voor de derde om het fonds in staat te stellen blijvend te voldoen aan het bij of krachtens dedan wel debepaalde; g. de mogelijkheid voor de toezichthouder om onderzoek ter plaatse te doen of te laten doen bij de derde; h. de wijze waarop de overeenkomst wordt beëindigd, en de wijze waarop wordt gewaarborgd dat het fonds de werkzaamheden na beëindiging van de overeenkomst weer zelf kan uitvoeren of door een andere derde kan laten uitvoeren; en i. de toepasselijkheid van de algemene beginselen van het beloningsbeleid van het fonds op de derde. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 14 — Artikel 14 Beheersing van de risico’s#
Artikel 14 Beheersing van de risico’s 1 Een fonds draagt zorg voor een systematische analyse van de risico’s die samenhangen met de uitbesteding van werkzaamheden en legt deze vast. Het fonds maakt de analyse op het niveau van zijn eigen organisatie in zijn geheel en op het niveau van de onderscheiden bedrijfsonderdelen. 2 artikel 143 van de Pensioenwet artikel 138 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Een fonds voert een adequaat beleid en beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de uitbesteding van werkzaamheden, als onderdeel van een beheerste en integere bedrijfsvoering als bedoeld indan wel. 3 Een fonds legt het beleid met betrekking tot de uitbesteding van werkzaamheden schriftelijk vast en draagt zorg voor de uitvoering van dat beleid. Het fonds evalueert het beleid ten minste driejaarlijks en past het beleid na een belangrijke wijziging zo spoedig mogelijk aan. 4 Een fonds hanteert een adequate selectieprocedure voor derden aan wie werkzaamheden worden uitbesteed. Het fonds legt vast op grond van welke afwegingen zij tot de keuze voor een bepaalde derde is gekomen. 5 Een fonds beschikt over toereikende procedures, maatregelen, deskundigheid en informatie om de uitvoering van de uitbestede werkzaamheden te kunnen beoordelen. 6 richtlijn 2016/2341 richtlijn 2016/2341 Een fonds draagt er zorg voor dat de algemene beginselen van het beloningsbeleid van het fonds worden toegepast bij derden waaraan werkzaamheden van het fonds zijn uitbesteed, tenzij de derde valt onder een richtlijn, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van/EU. Indien de derde valt onder een richtlijn, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van/EU heeft het fonds zicht op het beloningsbeleid van de derde aan wie werkzaamheden worden besteed, betrekt het fonds het beloningsbeleid bij de keuze voor de derde waaraan de werkzaamheden worden uitbesteed en maakt zijn beleid dienaangaande openbaar. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 14.0a — Artikel 14.0a Kennisgeving uitbesteding#
Artikel 14.0a Kennisgeving uitbesteding 1 Een fonds stelt De Nederlandsche Bank tijdig in kennis van het uitbesteden van werkzaamheden aan een derde. Indien de uitbesteding de risicobeheerfunctie, interne auditfunctie, actuariële functie of het beheer van het pensioenfonds betreft, wordt De Nederlandsche Bank daarvan in kennis gesteld voordat de overeenkomst met de derde waaraan de werkzaamheden worden uitbesteed in werking treedt. 2 Een fonds stelt de Nederlandsche Bank in kennis van belangrijke ontwikkelingen met betrekking tot de uitbestede werkzaamheden. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 14a — Artikel 14a Eisen ten aanzien van beleggingen#
Artikel 14a Eisen ten aanzien van beleggingen 1 artikel 13, eerste lid, en derde tot en met achtste lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen Bij uitvoering van een premieovereenkomst of premieregeling in de opbouwfase of een variabele uitkering isvan overeenkomstige toepassing voor verzekeraars en premiepensioeninstellingen. 2 De waarden worden door de uitvoerder belegd op een wijze die past bij de aard en duur van de verwachte toekomstige pensioenuitkeringen. 3 artikel 52, derde lid, van de Pensioenwet artikel 63, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Indien de deelnemer of gewezen deelnemer de verantwoordelijkheid voor de beleggingen heeft overgenomen, neemt de uitvoerder het eerste en tweede lid in acht bij het advies, bedoeld indan wel. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14b — Artikel 14b Beleggingsbeleid#
Artikel 14b Beleggingsbeleid 1 Fondsen stellen voor de langere termijn een strategisch beleggingsbeleid vast dat aansluit op de doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, van het fonds. Verzekeraars en premiepensioeninstellingen stellen voor de langere termijn een strategisch beleggingsbeleid vast dat past bij de doelstellingen van de pensioenregeling of beroepspensioenregeling en de voor de toedelingskring vastgelegde risicohouding. Het strategisch beleggingsbeleid is gebaseerd op gedegen onderzoek. 2 Artikel 13a, tweede tot en met vijfde lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen is van overeenkomstige toepassing voor verzekeraars en premiepensioeninstellingen. 3 De uitvoerder die werkt met beleggingsprofielen geeft binnen het strategisch beleggingsbeleid en het beleggingsplan invulling aan die beleggingsprofielen en onderbouwt voor ieder profiel dat het past binnen de prudent person regel. 2016 278 14-07-2016 07-07-2016 2016 279 14-07-2016 07-07-2016 01-09-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet verbeterde
premieregeling in werking treedt.
Artikel 14ba — Artikel 14ba Keuze overnemen verantwoordelijkheid beleggingen deelnemer#
Artikel 14ba Keuze overnemen verantwoordelijkheid beleggingen deelnemer artikel 52, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 63, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 135 van de Pensioenwet artikel 130 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Bij het op grond vandan welaan een deelnemer of gewezen deelnemer bieden van de mogelijkheid om de verantwoordelijkheid voor de beleggingen over te nemen informeert de pensioenuitvoerder de deelnemer of gewezen deelnemer dat, indien de deelnemer of gewezen deelnemer hier niet voor kiest of geen keuze kenbaar maakt, de pensioenuitvoerder verantwoordelijk blijft voor de beleggingen en daarbij handelt overeenkomstigdan wel. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 14c — Artikel 14c Verantwoordelijkheid beleggingen deelnemer#
Artikel 14c Verantwoordelijkheid beleggingen deelnemer 1 artikel 52, zesde lid, van de Pensioenwet artikel 63, zesde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Indien de deelnemer of gewezen deelnemer de verantwoordelijkheid voor de beleggingen heeft overgenomen stelt de uitvoerder op basis van de informatie, bedoeld indan wel, het risicoprofiel van de deelnemer of gewezen deelnemer vast en baseert het advies, bedoeld in artikel 52, derde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 63, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, op dit risicoprofiel. 2 Het risicoprofiel van de deelnemer of gewezen deelnemer geeft de mate weer waarin hij beleggingsrisico kan en wil nemen. De uitvoerder toetst het risicoprofiel tenminste iedere vijf jaar, indien een belangrijke gebeurtenis daartoe aanleiding geeft en als de deelnemer of gewezen deelnemer om toetsing vraagt. Indien het nieuwe risicoprofiel daartoe aanleiding geeft adviseert de uitvoerder de deelnemer of gewezen deelnemer over een ander passend beleggingsprofiel. 3 De pensioenuitvoerder informeert de deelnemer of gewezen deelnemer over de voorwaarden die aan de beschikbare beleggingsmogelijkheden zijn verbonden. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 14d — Artikel 14d Verantwoordelijkheid beleggingen uitvoerder#
Artikel 14d Verantwoordelijkheid beleggingen uitvoerder 1 De uitvoerder die verantwoordelijk is voor de beleggingen baseert het strategisch beleggingsbeleid op de risicohouding en toetst jaarlijks op basis van een scenarioanalyse of het beleggingsbeleid of de toedelingsregels passend zijn bij de vastgestelde risicohouding en past het beleggingsbeleid aan indien dat niet het geval is. 2 Het beleggingsbeleid in de opbouwfase van een flexibele premieovereenkomst of premie-uitkeringsovereenkomst dan wel een flexibele premieregeling of premie-uitkeringsregeling wordt door de uitvoerder gebaseerd op een vastgestelde of een variabele uitkering, naar gelang welke uitkeringsvorm in de pensioenovereenkomst of beroepspensioenregeling als standaard is opgenomen. Indien geen standaard uitkeringsvorm is opgenomen wordt het beleggingsbeleid gebaseerd op een vastgestelde uitkering. 3 Zo nodig in afwijking van het tweede lid wordt de uitvoering van het beleggingsbeleid afgestemd op de uitkeringsvorm waarvan is gebleken dat de deelnemer of gewezen deelnemer daarvoor een voorkeur heeft. De uitvoerder vraagt de deelnemer of gewezen deelnemer naar diens voorkeur voor een vastgestelde of variabele uitkering, zodra dit voor de beleggingen relevant is. De uitvoerder verstrekt daarbij de voor de deelnemer of gewezen deelnemer relevante informatie over de gevolgen en risico’s. 4 Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid in de uitkeringsfase vergroot de uitvoerder het beleggingsrisico niet tenzij sprake is van een wijziging van de risicohouding of een gewijzigd risicoprofiel dat aanleiding is voor een wijziging van het beleggingsprofiel. 5 Het risicoprofiel van de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde geeft de mate weer waarin hij beleggingsrisico kan en wil nemen. De uitvoerder toetst het risicoprofiel tenminste iedere vijf jaar en indien een belangrijke gebeurtenis daartoe aanleiding geeft. 6 artikel 150m van de Pensioenwet artikel 145l van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 14b, eerste lid Indien een fonds overgaat tot een collectieve waardeoverdracht als bedoeld indan welis het, in afwijking van het eerste lid en, toegestaan dat het fonds het beleggingsbeleid in de periode van 12 maanden na het moment van deze collectieve waardeoverdracht geleidelijk passend maakt bij de vastgestelde risicohouding per leeftijdscohort, mits het fonds vooraf onderbouwt dat deze tijdelijke afwijking in het belang is van de aanspraak- en pensioengerechtigden en noodzakelijk is om het beleggingsbeleid in overeenstemming te brengen met het strategisch beleggingsbeleid. Deze afwijking duurt niet langer dan noodzakelijk. 7 artikel 10a, vijfde lid, eerste zin, van de Pensioenwet artikel 28a, vijfde lid, eerste zin, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Bij toepassing van het zesde lid kan een fonds gedurende deze periode de vastgestelde toedelingsregels voor het beschermingsrendement voor het renterisico als bedoeld indan welzodanig aanpassen dat deze niet op voorhand leiden tot herverdelingseffecten. Het fonds onderbouwt dat de wijze waarop het beschermingsrendement voor het renterisico wordt toebedeeld gedurende deze periode in het belang is van de aanspraak- en pensioengerechtigden en niet op voorhand leidt tot herverdelingseffecten. 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 20-12-2025
Artikel 14da — Artikel 14da Uitzondering op verplichting tot uitvraag voorkeur#
Artikel 14da Uitzondering op verplichting tot uitvraag voorkeur 1 artikel 14d, derde lid artikel 66 van de Pensioenwet artikel 78 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De verplichting om de voorkeur van een gewezen deelnemer voor een vaste of variabele uitkering uit te vragen, bedoeld in, geldt niet indien op basis van de opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum minder zal bedragen dan het op basis vandan welbepaalde bedrag, en voldaan is aan het tweede, derde, vierde of vijfde lid. 2 artikel 70a van de Pensioenwet artikel 81a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Indien de deelneming is geëindigd vanaf 1 januari 2018 geldt de verplichting niet, indien de uitvoerder op grond vandan welprobeert over te gaan tot waardeoverdracht van de aanspraken van de gewezen deelnemer of dit tenminste vijf maal jaarlijks tevergeefs heeft geprobeerd. 3 artikel 17f, tweede lid Indien de deelneming is geëindigd voor 1 januari 2018 geldt de verplichting niet tot de start van de uitvoering van het plan, bedoeld in, indien de uitvoerder voornemens is voor de aanspraken van de gewezen deelnemer een opgave te vragen als bedoeld in artikel 17f, eerste lid, onderdeel a. 4 Indien de deelneming is geëindigd voor 1 januari 2018 geldt de verplichting niet vanaf de start van de uitvoering van het plan, indien waardeoverdracht van de aanspraken van de gewezen deelnemer is opgenomen in het plan. 5 Het tweede, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de verwerving van pensioen is geëindigd om andere redenen dan beëindiging van de deelneming. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14e — Artikel 14e Inwinnen van informatie door pensioenuitvoerder#
Artikel 14e Inwinnen van informatie door pensioenuitvoerder 1 artikelen 52, zesde lid 52a, vijfde lid, van de Pensioenwet artikelen 63, zesde lid 63a, vijfde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De informatie, bedoeld in de, endan wel de, enstelt de uitvoerder in staat om vast te kunnen stellen dat het advies of het beleggingsprofiel: a. voldoet aan de doelstellingen van de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde ten aanzien van het pensioen; en b. inhoudt dat de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde de met deze doelstellingen samenhangende beleggingsrisico’s financieel kan en wil dragen. 2 De uitvoerder legt vast op welke wijze wordt vastgesteld of het advies of het beleggingsprofiel past bij het risicoprofiel van de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde. 2016 278 14-07-2016 07-07-2016 2016 279 14-07-2016 07-07-2016 01-09-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet verbeterde
premieregeling in werking treedt.
Artikel 14f — Artikel 14f Definitie klacht en geschil#
Artikel 14f Definitie klacht en geschil In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: – geschil: artikel 14j, derde lid een geschil ontstaan na de gehele of gedeeltelijke afwijzing van een klacht over de uitvoering van het pensioenreglement door de uitvoerder of een klacht als bedoeld in; – klacht: iedere uiting van ontevredenheid die door een deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde wordt gericht aan een uitvoerder. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14g — Artikel 14g Beschrijving klachtenprocedure#
Artikel 14g Beschrijving klachtenprocedure 1 De uitvoerder stelt een algemene beschrijving van de klachtenprocedure beschikbaar aan de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden. 2 De uitvoerder stelt aan alle personen die binnen de organisatie betrokken zijn bij de afhandeling van klachten een beschrijving beschikbaar van de te volgen procedure voor de afhandeling van die klachten. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14h — Artikel 14h Klachtenadministratie#
Artikel 14h Klachtenadministratie 1 De uitvoerder beschikt met het oog op een adequate behandeling van klachten over een behoorlijke administratie van klachten, waarin ten minste wordt vastgelegd: a. de naam en het adres van de klager; b. de klacht, met daarbij behorende dagtekening van ontvangst; c. een omschrijving van de klacht; d. een beschrijving van de wijze waarop zij de klacht heeft behandeld; en e. de datum waarop de klacht is afgesloten. 2 De uitvoerder bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gedurende een periode van ten minste zeven jaren na het boekjaar waarin de klacht door haar is afgehandeld. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14i — Artikel 14i Doorverwijzing geschilleninstantie#
Artikel 14i Doorverwijzing geschilleninstantie artikel 48c van de Pensioenwet artikel 59c van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De uitvoerder informeert de klager bij een gehele of een gedeeltelijke afwijzing van diens klacht over de uitvoering van het pensioenreglement over de mogelijkheid om dit geschil voor te leggen aan de op grond vandan welaangewezen geschilleninstantie waarbij zij is aangesloten, onder vermelding van de adresgegevens en de geldende termijnen. Daarbij wordt tevens vermeld dat een geschil ook direct bij een burgerlijke rechter aanhangig kan worden gemaakt. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14j — Artikel 14j Redelijke termijn#
Artikel 14j Redelijke termijn 1 De uitvoerder draagt er zorg voor dat klachten binnen een redelijke termijn worden afgehandeld. 2 De uitvoerder bevestigt de ontvangst van de klacht en bericht de klager binnen twee weken na ontvangst van de klacht binnen welke termijn de klacht zal worden afgehandeld. 3 De klager kan vanaf tien weken na ontvangst van de ontvangstbevestiging, bedoeld in het tweede lid, of twaalf weken na het indienen van de klacht, de klacht die betrekking heeft op de uitvoering van het pensioenreglement rechtstreeks voorleggen aan de geschilleninstantie waarbij de uitvoerder is aangesloten. 4 Indien de uitvoerder voor de afwikkeling van de klacht nadere informatie nodig heeft van de klager, verzoekt zij deze informatie van de klager en geeft een termijn voor de beantwoording. De termijnen, bedoeld in het derde lid, worden verlengd met de termijn voor beantwoording, of met de termijn waarin de verzochte informatie is ontvangen door de uitvoerder. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14k — Artikel 14k Waarborg#
Artikel 14k Waarborg De uitvoerder voorziet in procedures en maatregelen die waarborgen dat klachten zorgvuldig, verifieerbaar, consistent en binnen de gestelde termijnen worden afgehandeld. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14l — Artikel 14l Vereisten geschillenbeslechting#
Artikel 14l Vereisten geschillenbeslechting 1 Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten De geschilleninstantie voldoet, in aanvulling op de uit devoortvloeiende vereisten, aan de volgende vereisten: a. de bij die geschilleninstantie aangesloten uitvoerders vormen een groep van voldoende betekenis en veelsoortigheid of er kan aannemelijk gemaakt worden dat dit op korte termijn na erkenning het geval zal zijn; b. de geschilleninstantie draagt in voldoende mate bij tot het oplossen van geschillen die hun oorsprong vinden in klachten over uitvoering van pensioenregelingen; en c. de geschilleninstantie beschikt over een adequate financieringssystematiek en realiseert een adequate bezettingsgraad. 2 Aan de aanwijzing van een geschilleninstantie kunnen door Onze Minister voorschriften worden verbonden. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14m — Artikel 14m Onafhankelijkheid bestuursleden#
Artikel 14m Onafhankelijkheid bestuursleden 1 De geschilleninstantie heeft een onafhankelijk en naar behoren samengesteld bestuur. 2 De onafhankelijkheid van het bestuur vereist ten minste dat de leden vanaf de aanvaarding van hun functie en gedurende een jaar voorafgaande aan de aanvaarding van hun functie niet werkzaam zijn of zijn geweest voor of enige functie bekleden of bekleed hebben bij een uitvoerder of een belangenvereniging voor uitvoerders. 3 De bij de benoeming van bestuursleden te volgen procedure is schriftelijk vastgelegd. De procedure wordt ter goedkeuring aan Onze Minister voorgelegd. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14n — Artikel 14n Onafhankelijkheid geschilbeslechters#
Artikel 14n Onafhankelijkheid geschilbeslechters 1 De geschilleninstantie draagt er zorg voor dat de met buitengerechtelijke geschillenbeslechting belaste personen vanaf de aanvaarding van hun functie en gedurende een jaar voorafgaande aan de aanvaarding van hun functie niet werkzaam zijn of zijn geweest voor of enige functie bekleden of bekleed hebben bij een uitvoerder of belangenvereniging voor uitvoerders. 2 De bij de benoeming van een persoon, bedoeld in het eerste lid, te volgen procedure is schriftelijk vastgelegd. De procedure behoeft de goedkeuring van Onze Minister. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14o — Artikel 14o Reglement#
Artikel 14o Reglement 1 De geschilleninstantie beschikt over en handelt in overeenstemming met een reglement voor de behandeling van geschillen dat ten minste omvat: a. een duidelijke omschrijving van de geschillen die ter behandeling aan de geschilleninstantie kunnen worden voorgelegd; b. regels met betrekking tot het aanhangig maken van een geschil en een duidelijke omschrijving van de partijen die een geschil aanhangig kunnen maken; c. regels met betrekking tot wraking van een met buitengerechtelijke geschillenbeslechting belaste persoon, op grond van feiten of omstandigheden die een onpartijdig of onafhankelijk oordeel van die persoon zouden bemoeilijken; d. regels met betrekking tot de behandeling van een geschil door de geschilleninstantie waaronder de toepasselijke behandeltermijnen; e. regels met betrekking tot het op voet van gelijkheid bieden van gelegenheid aan partijen om mondeling en schriftelijk, desgewenst met bijstand van derden, hun mening aan de geschilleninstantie kenbaar te maken; f. regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder een deskundige kan worden verzocht een advies uit te brengen; g. regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder getuigen en deskundigen kunnen worden gehoord, dan wel inlichtingen van hen kunnen worden ingewonnen; h. regels met betrekking tot de mogelijkheid voor partijen om van alle door hen naar voren gebrachte feiten en stellingen, alsmede van verklaringen van getuigen en deskundigen, over en weer kennis te nemen en daarop te reageren; i. regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder een geschil door middel van een verkorte schriftelijke procedure of een voorlopig oordeel kan worden afgedaan; j. regels op grond waarvan de geschilleninstantie haar beslissingen baseert; k. regels met betrekking tot de mogelijkheid dat de beslechting van een geschil resulteert in een niet-bindend advies; l. regels met betrekking tot een bindend advies, waarbij een uitvoerder bij de aansluiting bij de geschilleninstantie instemt met bindend advies en waarbij de beslechting van een geschil resulteert in een bindend advies, tenzij de deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde bij het aanhangig maken van het geschil daar uitdrukkelijk niet mee instemt; m. regels met betrekking tot de vaststelling van de hoogte van het bedrag dat, zo dit verschuldigd is, bij het aanhangig maken van het geschil dient te worden voldaan; n. regels met betrekking tot de mogelijkheid om partijen in de kosten van de behandeling van een geschil te veroordelen en vaststelling van een hierbij geldend maximumbedrag; o. regels met betrekking tot de vorm, inhoud en bekendmaking van de uitkomst van het advies, bedoeld in de onderdelen k en l, waarbij in ieder geval is bepaald dat deze uitkomst, met redenen omkleed, ondertekend en schriftelijk of elektronisch aan partijen wordt medegedeeld; en p. indien beroep tegen een uitspraak mogelijk is: regels met betrekking tot het mededelen van de mogelijkheid van beroep, de wijze en termijn van het instellen, alsmede de behandeling van dit beroep. 2 De geschilleninstantie houdt het reglement, bedoeld in het eerste lid, beschikbaar en verstrekt het kosteloos op verzoek aan iedere belanghebbende. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14p — Artikel 14p Instemming Minister#
Artikel 14p Instemming Minister artikel 14o Het reglement, de samenstelling van het bestuur en de voorzitters van organen belast met buitengerechtelijke geschillenbeslechting behoeven de goedkeuring van Onze Minister. Een geschilleninstantie kan voorgenomen wijzigingen in de samenstelling van het bestuur, de voorzitters van organen belast met buitengerechtelijke geschillenbeslechting of het reglement, bedoeld in, niet doorvoeren dan na instemming van Onze Minister. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14q — Artikel 14q Aansluiting uitvoerders#
Artikel 14q Aansluiting uitvoerders Een erkende geschilleninstantie stelt aan een uitvoerder die zich bij haar wil aansluiten niet als voorwaarde voor aansluiting dat de uitvoerder andere regels naleeft dan die welke betrekking hebben op het aanhangig maken van een geschil bij de geschilleninstantie of de verdere behandeling van een geschil door de geschilleninstantie. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14r — Artikel 14r Publicatie bindende adviezen#
Artikel 14r Publicatie bindende adviezen artikel 14o, eerste lid, onderdeel l Een geschilleninstantie publiceert de bindende adviezen, bedoeld in, en houdt deze elektronisch beschikbaar en algemeen toegankelijk. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14s — Artikel 14s Rapportage#
Artikel 14s Rapportage 1 Een geschilleninstantie verstrekt aan Onze Minister jaarlijks voor 1 juli een opgave van de in het afgelopen kalenderjaar bij de geschilleninstantie aangesloten uitvoerders. 2 Een geschilleninstantie verstrekt aan Onze Minister op diens verzoek de gegevens en inlichtingen die Onze Minister nodig heeft voor de uitoefening van diens in dit hoofdstuk omschreven taken. 3 Een geschilleninstantie verstrekt de toezichthouders de gegevens en inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 4 Een geschilleninstantie stelt jaarlijks een begroting op en zendt deze voor 1 december van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar ter instemming aan Onze Minister. 5 Een geschilleninstantie stelt jaarlijks een bestuursverslag en een jaarrekening op. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de geschilleninstantie aangewezen accountant. 6 Een geschilleninstantie zendt de jaarrekening voor 1 mei van het op het boekjaar volgende jaar ter instemming aan Onze Minister. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14t — Artikel 14t Risicohouding#
Artikel 14t Risicohouding 1 De uitvoerder die verantwoordelijk is voor de beleggingen legt de risicohouding vast waarop het beleggingsbeleid of de toedelingsregels zijn gebaseerd. De risicohouding wordt per leeftijdscohort vastgelegd. 2 Een fonds stelt de risicohouding vast na overleg met de organen van het fonds. Een verzekeraar of premiepensioeninstelling streeft ernaar van de deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden of hun vertegenwoordigers zo veel mogelijk duidelijkheid te krijgen over hun doelstellingen en risicohouding. 3 Het vaststellen van de risicohouding wordt gebaseerd op in ieder geval de uitkomsten van het risicopreferentie-onderzoek, deelnemerskenmerken en wetenschappelijke inzichten. De uitvoerder onderbouwt hoe en in welke mate deze elementen hebben bijgedragen aan de risicohouding. 4 Bij het vaststellen van de risicohouding en het beleggingsbeleid voor deelnemers of gewezen deelnemers wordt voor ieder leeftijdscohort rekening gehouden met de duur van de periode tot aan de pensioendatum, waarbij het beleggingsrisico kleiner wordt naarmate de pensioendatum nadert. 5 Een leeftijdscohort heeft een maximale omvang van vijf geboortejaren. In afwijking hiervan kan een leeftijdscohort betrekking hebben op een groter aantal geboortejaren indien de uitvoerder op basis van het risicopreferentie-onderzoek, de deelnemerskenmerken en wetenschappelijke inzichten onderbouwt dat dit in het belang is van de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden of pensioengerechtigden. 6 De vaststelling en toetsing van de risicohouding vindt plaats in vier fasen: a. het risicopreferentie-onderzoek; b. de weging van de informatie uit de bronnen risicopreferentie-onderzoek, deelnemerskenmerken en wetenschappelijke inzichten om tot vaststelling van de risicohouding te komen; c. de vormgeving van het beleggingsbeleid of toedelingsregels op basis van de vastgestelde risicohouding door een ALM analyse; en d. jaarlijkse toetsing op basis van een scenario-analyse of het beleggingsbeleid of de toedelingsregels passend zijn bij de vastgestelde risicohouding en aanpassing van het beleggingsbeleid of de toedelingsregels indien dat niet het geval is. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14u — Artikel 14u Maatstaven risicohouding#
Artikel 14u Maatstaven risicohouding 1 De vastgestelde risicohouding per leeftijdscohort wordt vertaald naar de volgende maatstaven waarvoor gebruik wordt gemaakt van een scenario-analyse: a. de risicomaatstaf: de maximaal aanvaardbare afwijking van de, naar overlevingskans gewogen, gemiddelde over de uitkeringsjaren reële pensioenuitkeringen in een pessimistisch scenario ten opzichte van de, naar overlevingskans gewogen, gemiddelde reële pensioenuitkeringen in een mediaan scenario waarbij het in de opbouwfase gaat om een gewogen gemiddelde van alle ouderdomspensioenuitkeringen in de uitkeringsfase en in de uitkeringsfase om de afwijking van ouderdomspensioenuitkeringen van jaar op jaar; b. artikel 23b van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen de verwachtingsmaatstaf: de minimale verwachting voor de, naar overlevingskans gewogen, gemiddelde over de uitkeringsjaren reële pensioenuitkeringen in een mediaan scenario ten opzichte van de, naar overlevingskans gewogen, gemiddelde reële pensioenuitkeringen in een mediaan scenario op basis van een hypothetisch geheel risicomijdend beleggingsbeleid waarbij de verwachte uitkeringsstroom het inflatierisico door middel van reële obligaties afdekt binnen de uniforme scenariosets, bedoeld in; en c. de lange termijn risicomaatstaf in de uitkeringsfase: bij mechanismen die risico naar de toekomst verplaatsen, zoals een aangepast projectierendement of spreiding van schokken, de maximaal aanvaardbare afwijking van de, naar overlevingskans gewogen, gemiddelde over de uitkeringsjaren reële pensioenuitkeringen in een pessimistisch scenario ten opzichte van de, naar overlevingskans gewogen, gemiddelde reële pensioenuitkeringen in een mediaan scenario, waarbij het in de teller en de noemer van de maatstaf gaat om een gewogen gemiddelde van alle resterende reële ouderdomspensioenuitkeringen in de uitkeringsfase. 2 artikel 1 van de Pensioenwet artikel 1, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Wet toekomst pensioenen Voor zover fondsen een beëindigde uitkeringsovereenkomst, zoals gedefinieerd indan wel een beëindigde uitkeringsregeling, zoals gedefinieerd in, zoals die artikelen luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de, of vastgestelde uitkeringen uitvoeren voldoet de risicohouding aan de prudent person regel en komt deze voor de lange termijn tot uitdrukking in de door het fonds gekozen ondergrenzen in het kader van de haalbaarheidstoets en voor de korte termijn in de hoogte van het vereist eigen vermogen of een bandbreedte hiervoor. 3 Onze Minister stelt regels voor de vaststelling van de maatstaven. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14v — Artikel 14v Risicopreferentie-onderzoek#
Artikel 14v Risicopreferentie-onderzoek 1 Het risicopreferentie-onderzoek onderzoekt de mate waarin een groep deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden bereid is beleggingsrisico’s te lopen met het oog op hun doelstellingen. Hierbij zal tenminste de mate van relatieve risicoaversie van deze groep worden afgeleid uit het onderzoek. Bij de vaststelling van de uitvraag voor het risicopreferentie-onderzoek wordt rekening gehouden met de mate waarin deze groep beleggingsrisico’s kan dragen gegeven de kenmerken van de groep, op basis van onder meer deelnemerskenmerken en wetenschappelijke inzichten. De uitkomsten van het onderzoek zijn bruikbaar voor het vaststellen van de risicohouding op cohortniveau. 2 Het risicopreferentie-onderzoek sluit aan bij de pensioencontext en de persoonlijke situatie van deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden en geeft in de uitvraag een realistisch beeld van de hoogte van de te verwachte pensioenuitkering en de te verwachten zekerheid van de pensioenuitkering. Hiervoor wordt een realistische inschatting van de hoogte van de pensioenpremie gebruikt. 3 De inrichting van het risicopreferentie-onderzoek is zodanig dat naar verwachting voor ieder cohort voldoende representatieve individuele uitkomsten opgehaald worden. De grootte van ieder cohort moet onderbouwd worden op grond van de uitkomsten van het onderzoek. 4 De uitvoerder streeft ernaar dat de respons per cohort een adequate weerspiegeling is van de cohortpopulatie. De cohortpopulaties samen zijn een weerspiegeling van de deelnemerspopulatie. De uitvoerder onderbouwt dat sprake is van een adequate weerspiegeling en dat de vertaling van individuele uitkomsten naar cohortniveau zo representatief als mogelijk zijn. 5 Het risicopreferentie-onderzoek levert een zo objectief mogelijk, controleerbaar, systematisch, reproduceerbaar en kwantitatief interpreteerbare uitkomst op. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 15 — Artikel 15 Ruilvoet en opbouwkeuzevoet#
Artikel 15 Ruilvoet en opbouwkeuzevoet 1 artikel 60 61 61a 62 van de Pensioenwet artikel 72 73 73a 74 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Per geboden keuzemogelijkheid als bedoeld in,,ofdan wel,,, of, wordt door de pensioenuitvoerder voor een door hem te bepalen periode voor alle deelnemers en gewezen deelnemers dezelfde ruilvoet of opbouwkeuzevoet vastgesteld. 2 artikelen 60, vijfde lid 61, vierde lid 62, eerste lid, van de Pensioenwet artikel 72, vijfde lid 73, vierde lid 74, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De ruilvoet en opbouwkeuzevoet worden zodanig vastgesteld dat sprake is van collectieve actuariële gelijkwaardigheid als bedoeld in de,, endan wel,en. 3 In afwijking van het eerste lid kan aan een gewezen deelnemer de ruilvoet worden toegekend, die geldt op de dag van beëindiging van de deelneming. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 16 — Artikel 16 Afkoop kleine pensioenen en afkoop bovenmatig pensioen#
Artikel 16 Afkoop kleine pensioenen en afkoop bovenmatig pensioen 1 artikelen 66 69 van de Pensioenwet artikelen 78 80a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De afkoopwaarde, bedoeld in deendan wel bedoeld in deen, wordt door de pensioenuitvoerder vastgesteld door middel van een afkoopvoet. 2 Er wordt dezelfde afkoopvoet vastgesteld voor een door de pensioenuitvoerder vast te stellen periode voor alle deelnemers en gewezen deelnemers. 3 De afkoopvoet wordt zodanig vastgesteld dat er sprake is van collectieve actuariële gelijkwaardigheid. 2014 530 19-12-2014 12-12-2014 2014 530 19-12-2014 12-12-2014 01-01-2015
Artikel 17 — Artikel 17 Gelijke behandeling bij pensioenovereenkomsten met onbepaalde verhouding tussen pensioensoorten#
Artikel 17 Gelijke behandeling bij pensioenovereenkomsten met onbepaalde verhouding tussen pensioensoorten artikel 12c, tweede lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen Indien met de werkgever niet uitdrukkelijk een bepaalde verhouding tussen verschillende pensioensoorten is overeengekomen wordt de beschikbaar gestelde premie of de aanspraak op kapitaal, bedoeld inzodanig vastgesteld dat, ervan uitgaande dat slechts ouderdomspensioen is toegezegd, het in te kopen pensioen naar het inzicht op het tijdstip van vaststelling van die bijdrage voor mannen en vrouwen gelijk is. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 17a — Artikel 17a Vaste daling of toepassing projectierendement#
Artikel 17a Vaste daling of toepassing projectierendement 1 artikel 63a, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 75a, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Bij toepassing van een periodieke vaste daling van de uitkering als bedoeld indan welwordt de uitkeringshoogte vastgesteld door te rekenen met een periodieke vaste daling van de uitkering die niet meer bedraagt dan 35% van het verschil tussen de risicovrije rente en de parameter voor aandelenrendement en niet meer dan consistent is met de risicohouding en het beleggingsbeleid. De waarde van de met de risicovrije rente contant gemaakte kasstromen is gelijk aan het pensioenkapitaal op pensioendatum. 2 Voor het vaststellen van de maximale hoogte van de periodieke vaste daling als bedoeld in het eerste lid kan de risicovrije rentecurve worden omgerekend tot één rentepercentage door middel van een duratie benadering. 3 De uitvoerder legt vast of en zo ja op welke wijze een periodieke vaste daling wordt toegepast. 4 artikel 63a, derde lid, van de Pensioenwet artikel 75a, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Het projectierendement, bedoeld indan welkan na de ingangsdatum van het pensioen wijzigen indien dit het gevolg is van wijziging van de parameter voor aandelenrendement, de risicovrije rente, de prijsinflatie of de risicohouding. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 17b — Artikel 17b Risicovrije rente, parameter aandelenrendement en prijsinflatie#
Artikel 17b Risicovrije rente, parameter aandelenrendement en prijsinflatie 1 artikel 63a, tweede, derde, zesde en zevende lid, van de Pensioenwet artikel 75a, tweede, derde, zesde en zevende lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikelen 1ca 1d 17a, eerste en vierde lid De risicovrije rente, bedoeld in,, en de,en, is de risicovrije rente voor fondsen. 2 artikel 63a, tweede en derde lid, van de Pensioenwet artikel 75a, tweede en derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 23a, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen artikel 17a, eerste en vierde lid De parameter voor aandelenrendement, bedoeld in,, en, is gelijk aan de parameter, bedoeld in. 3 artikel 17a, vierde lid De prijsinflatie, bedoeld in, is gebaseerd op zoveel mogelijk objectieve marktinformatie. 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 12-07-2024
Artikel 17c — Artikel 17c Collectief toedelingsmechanisme#
Artikel 17c Collectief toedelingsmechanisme Vervallen 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 17d — Artikel 17d Parameter aandelenrendement#
Artikel 17d Parameter aandelenrendement Vervallen 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 17e — Artikel 17e Waardeoverdracht nieuw klein pensioen#
Artikel 17e Waardeoverdracht nieuw klein pensioen 1 artikel 70a van de Pensioenwet artikel 81a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De overdragende uitvoerder die gebruikmaakt van het recht op waardeoverdracht van een kleine pensioenaanspraak, bedoeld indan wel, vraagt binnen een jaar nadat de deelneming van de deelnemer is beëindigd bij het pensioenregister een opgave van de uitvoerder bij wie de aanspraakgerechtigde pensioenaanspraken verwerft, tenzij de uitvoerder aantoont dat aan uitvraag binnen deze termijn redelijkerwijs niet kan worden voldaan. 2 De overdragende uitvoerder herhaalt het verzoek om een opgave ten minste jaarlijks zolang de waardeoverdracht van de kleine pensioenaanspraak niet heeft plaatsgevonden. De uitvoerder registreert de verzoeken en registreert of deze tot een waardeoverdracht hebben geleid. 3 Het pensioenregister meldt de overdragende uitvoerder zo spoedig mogelijk of, en zo ja bij welke uitvoerder, de aanspraakgerechtigde pensioenaanspraken verwerft en wat zijn klantherkenningsnummer bij deze uitvoerder is. 4 De overdragende uitvoerder betaalt binnen tien werkdagen na de melding dat de aanspraakgerechtigde bij een uitvoerder pensioenaanspraken verwerft, de overdrachtswaarde aan de ontvangende uitvoerder. De overdragende uitvoerder verstrekt daarbij het klantherkenningsnummer en de geboortedatum van de aanspraakgerechtigde en andere relevante gegevens aan de ontvangende uitvoerder. 5 De ontvangende uitvoerder wendt de overdrachtswaarde binnen een maand aan voor pensioenaanspraken en informeert de deelnemer daarna binnen tien werkdagen over de waardeoverdracht en de verworven pensioenaanspraken. 6 artikelen 25 tot en met 28 Dezijn van overeenkomstige toepassing op de waardeoverdracht van een kleine pensioenaanspraak met dien verstande dat als overdrachtsdatum wordt aangemerkt de datum waarop de overdragende uitvoerder de overdrachtswaarde aan de ontvangende uitvoerder betaalt. 7 De overdragende uitvoerder verstrekt de aanspraakgerechtigde op verzoek binnen twee weken een opgave van de berekening van de overdrachtswaarde. 2022 468 24-11-2022 21-11-2022 2022 468 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023
Artikel 17f — Artikel 17f Waardeoverdracht bestaand klein pensioen#
Artikel 17f Waardeoverdracht bestaand klein pensioen 1 artikel 220b, vierde lid, onderdeel a, van de Pensioenwet artikel 214a, vierde lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De voorwaarden, bedoeld indan welzijn als volgt: a. de uitvoerder die gebruik wil maken van het recht op waardeoverdracht vraagt binnen zes maanden na 1 januari 2020 bij het pensioenregister een opgave van de uitvoerders bij wie de aanspraakgerechtigden, waarvoor de uitvoerder gebruik wil maken van het recht op waardeoverdracht, pensioenaanspraken verwerven; b. de uitvoerder handelt bij de waardeoverdracht conform het plan, bedoeld in het tweede lid; en c. de uitvoerder informeert de betreffende aanspraakgerechtigden over de voorgenomen waardeoverdracht. 2 De uitvoerders maken, in overleg met de Stichting Pensioenregister, een plan voor een gefaseerde uitvoering van de waardeoverdracht voor de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde gevallen, waarbij rekening wordt gehouden met de capaciteit van het pensioenregister en de belangen van de overdragende en ontvangende uitvoerders. Op voordracht van de uitvoerders en de Stichting Pensioenregister, en na advies van de toezichthouders, stelt Onze Minister het plan vast. Het plan wordt bekend gemaakt in de Staatscourant. 3 Artikel 17e, derde tot en met zevende lid De overdragende uitvoerder die de opgave, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, heeft gevraagd, vraagt op het moment dat dit is opgenomen in het plan, bedoeld in het tweede lid, bij het pensioenregister een opgave van de uitvoerder bij wie de aanspraakgerechtigde pensioenaanspraken verwerft., is van toepassing. 2022 468 24-11-2022 21-11-2022 2022 468 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023
Artikel 17g — Artikel 17g Overgangsrecht termijn verzoek opgave pensioenaanspraken#
Artikel 17g Overgangsrecht termijn verzoek opgave pensioenaanspraken 1 artikel 71, derde lid, van de Pensioenwet artikel 82, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De deelnemer wiens verwerving van pensioenaanspraken in de door de ontvangende uitvoerder uitgevoerde pensioenregeling voor 1 januari 2015 een aanvang heeft genomen, vraagt een opgave als bedoeld indan welbinnen zes maanden na aanvang van de verwerving. 2 artikel 74, eerste lid, van de Pensioenwet artikel 85, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 71 van de Pensioenwet artikel 82 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Indien op grond vandan wel, de plichten van de overdragende en de ontvangende uitvoerder, bedoeld indan wel, herleven, wordt de in het eerste lid omschreven verplichting van de deelnemer om binnen zes maanden een opgave te vragen verlengd tot zes maanden na die herleving. 2018 220 17-07-2018 04-07-2018 2018 220 17-07-2018 04-07-2018 01-01-2019 Voorheen art. 17e.
Artikel 18 — Artikel 18 Verzoek opgave informatie aan overdragende uitvoerder#
Artikel 18 Verzoek opgave informatie aan overdragende uitvoerder 1 artikel 71, derde lid, van de Pensioenwet artikel 82, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De ontvangende uitvoerder vraagt binnen één maand nadat de deelnemer een opgave heeft gevraagd als bedoeld indan welvan zijn pensioenaanspraken, aan de overdragende uitvoerder een opgave per de overdrachtsdatum van de overdrachtswaarde en de daaraan ten grondslag liggende gegevens, waaronder: artikel 4, tweede lid Bij de informatie over toeslagverlening isvan overeenkomstige toepassing. a. de pensioenaanspraken waarop de overdrachtswaarde is gebaseerd; b. de toeslagverlening; c. geslacht, geboortedatum en pensioendatum; en d. alle overige informatie die van belang is voor de uitvoering van de waardeoverdracht. 2 Indien de overdragende uitvoerder een premieovereenkomst of premieregeling uitvoert waarbij de premie wordt belegd, geldt de opgave als een voorlopige opgave en is het eerste lid, onderdelen a en b, niet van toepassing. 2018 220 17-07-2018 04-07-2018 2018 220 17-07-2018 04-07-2018 01-01-2019
Artikel 19 — Artikel 19 Opgave informatie aan de uitvoerder#
Artikel 19 Opgave informatie aan de uitvoerder artikel 18 artikel 19a artikel 19b De overdragende uitvoerder verstrekt de opgave of de voorlopige opgave, bedoeld in, binnen twee maanden na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek aan de ontvangende uitvoerder. Indien toepassing is gegeven aanofwordt de termijn, bedoeld in dit artikel, met twee maanden verlengd. 2015 469 10-12-2015 02-12-2015 2015 469 10-12-2015 02-12-2015 11-12-2015 01-01-2015
Artikel 19a — Artikel 19a Tijdelijke regeling aanvullende bijdragen bij aanvang verwerving voor 2015#
Artikel 19a Tijdelijke regeling aanvullende bijdragen bij aanvang verwerving voor 2015 1 artikel 71 van de Pensioenwet artikel 82 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De indan welgenoemde plicht tot waardeoverdracht geldt niet indien een aanvullende bijdrage van de oude of nieuwe werkgever noodzakelijk is en voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. de aanvullende bijdrage bedraagt meer dan € 15.000,– en meer dan 10% van de overdrachtswaarde; en b. de betreffende werkgever is een kleine werkgever. 2 artikel 2.5, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit Wfsv Een kleine werkgever als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is een werkgever te wiens laste, in het tweede kalenderjaar dat aan het kalenderjaar waarin de in het derde lid bedoelde situatie wordt vastgesteld vooraf is gegaan, een premieplichtig loon als bedoeld in, is gekomen dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 25 maal het door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vastgestelde gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar. 3 artikel 18 Indien de overdragende pensioenuitvoerder bij vaststelling van de opgave of voorlopige opgave, bedoeld inof de ontvangende pensioenuitvoerder na ontvangst van de opgave of voorlopige opgave, bedoeld in artikel 18, vaststelt dat een aanvullende bijdrage van de oude of nieuwe werkgever noodzakelijk is die meer bedraagt dan € 15.000,– en meer dan 10% van de overdrachtswaarde, stelt hij de betreffende werkgever in de gelegenheid om binnen een maand na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek aan te tonen dat de werkgever een kleine werkgever is als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. Tevens wordt de betreffende werkgever gevraagd of hij, indien hij een kleine werkgever is, bereid is de aanvullende bijdrage te betalen. De overdragende pensioenuitvoerder informeert de ontvangende pensioenuitvoerder terstond na afloop van de gegeven termijn over hetgeen van de oude werkgever is vernomen. 4 Indien de werkgever niet binnen de gegeven termijn aantoont een kleine werkgever te zijn als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt aangenomen dat hij geen kleine werkgever is. 5 Indien op grond van de voorgaande leden de plicht tot waardeoverdracht niet geldt en de werkgever niet bereid is de aanvullende bijdragen te betalen, informeert de ontvangende pensioenuitvoerder de deelnemer hierover schriftelijk. 6 Dit artikel is uitsluitend van toepassing indien de verwerving van pensioenaanspraken door de deelnemer in de door de ontvangende uitvoerder uitgevoerde pensioenregeling voor 1 januari 2015 een aanvang heeft genomen. 2015 469 10-12-2015 02-12-2015 2015 469 10-12-2015 02-12-2015 11-12-2015 01-01-2015
Artikel 19b — Artikel 19b Tijdelijke regeling aanvullende bijdragen bij aanvang verwerving vanaf 2015#
Artikel 19b Tijdelijke regeling aanvullende bijdragen bij aanvang verwerving vanaf 2015 1 artikel 71 van de Pensioenwet artikel 82 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De indan welgenoemde plicht tot waardeoverdracht geldt niet indien een aanvullende bijdrage van de oude of nieuwe werkgever noodzakelijk is en de aanvullende bijdrage meer bedraagt dan € 15.000,– en meer dan 10% van de overdrachtswaarde. 2 artikel 18 Indien de overdragende uitvoerder bij vaststelling van de opgave of voorlopige opgave, bedoeld in, of de ontvangende uitvoerder na ontvangst van de opgave of voorlopige opgave, bedoeld in artikel 18, vaststelt dat een aanvullende bijdrage van de oude of nieuwe werkgever noodzakelijk is die meer bedraagt dan € 15.000,– en meer dan 10% van de overdrachtswaarde, wordt de betreffende werkgever gevraagd binnen een maand na ontvangst van het verzoek aan te geven of hij bereid is de aanvullende bijdrage te betalen. De overdragende uitvoerder informeert de ontvangende uitvoerder terstond na afloop van de gegeven termijn over hetgeen van de oude werkgever is vernomen. 3 Indien de werkgever niet binnen de gegeven termijn aangeeft bereid te zijn de aanvullende bijdragen te betalen, wordt aangenomen dat hij hiertoe niet bereid is. 4 Indien op grond van de voorgaande leden de plicht tot waardeoverdracht niet geldt en de werkgever niet bereid is de aanvullende bijdragen te betalen, informeert de ontvangende uitvoerder de deelnemer hierover schriftelijk. 5 Dit artikel is uitsluitend van toepassing indien de verwerving van pensioenaanspraken door de deelnemer in de door de ontvangende uitvoerder uitgevoerde pensioenregeling vanaf 1 januari 2015 een aanvang heeft genomen. 2015 469 10-12-2015 02-12-2015 2015 469 10-12-2015 02-12-2015 11-12-2015 01-01-2015
Artikel 20 — Artikel 20 Opgave informatie aan de rechthebbende#
Artikel 20 Opgave informatie aan de rechthebbende artikel 18 artikel 4, tweede lid artikel 19a artikel 19b De ontvangende uitvoerder verstrekt de opgave of voorlopige opgave, bedoeld in, binnen twee maanden na ontvangst aan de deelnemer onder vermelding van de aanspraken die zullen voortvloeien uit de waardeoverdracht en de wijze waarop de aanspraken in de pensioenregeling, ondergebracht bij de ontvangende uitvoerder, zullen worden behandeld. Bij de informatie over toeslagverlening isvan overeenkomstige toepassing. Indien toepassing is gegeven aanofwordt de termijn, bedoeld in dit artikel, met twee maanden verlengd. 2015 259 30-06-2015 24-06-2015 2015 260 30-06-2015 24-06-2015 01-01-2016
Artikel 21 — Artikel 21 Verzoek tot waardeoverdracht#
Artikel 21 Verzoek tot waardeoverdracht 1 artikel 18 artikel 22 Indien de deelnemer gebruik wil maken van zijn recht op waardeoverdracht, dient hij binnen twee maanden na ontvangst van de opgave of voorlopige opgave, bedoeld in, en, indien van toepassing,, een verzoek tot waardeoverdracht in bij de ontvangende uitvoerder. 2 Pensioenaanspraken die door de rechthebbende zijn verkregen op grond van de FVP-bijdrage worden geacht inbegrepen te zijn in het verzoek, bedoeld in het eerste lid. 3 artikel 58 van de Pensioenwet artikel 69 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Indien de partner die begunstigde is voor het partnerpensioen niet instemt met het verzoek tot waardeoverdracht met betrekking tot het partnerpensioen, isdan welvan overeenkomstige toepassing. 2017 451 28-11-2017 16-11-2017 2018 96 10-04-2018 28-03-2018 11-04-2018
Artikel 22 — Artikel 22 Verzoek opgave informatie aan ontvangende uitvoerder#
Artikel 22 Verzoek opgave informatie aan ontvangende uitvoerder artikel 21, eerste lid artikelen 18 tot en met 21, eerste lid De deelnemer kan voor het einde van de termijn genoemd in, verzoeken om een aanvullende opgave voor het geval de waarde van het partnerpensioen niet wordt overgedragen. De termijnen, genoemd in de, zijn van overeenkomstige toepassing. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 23 — Artikel 23 Afhandeling waardeoverdracht#
Artikel 23 Afhandeling waardeoverdracht 1 De ontvangende uitvoerder stelt de overdragende uitvoerder terstond in kennis van de ontvangst van het verzoek tot waardeoverdracht. 2 artikel 21, eerste lid Het risico dat betrekking heeft op de over te dragen aanspraken, komt met ingang van de datum van het verzoek van de rechthebbende, bedoeld in, voor rekening van de ontvangende uitvoerder. 3 De overdrachtswaarde wordt binnen vijftien werkdagen na ontvangst van het verzoek tot waardeoverdracht door de overdragende uitvoerder aan de ontvangende uitvoerder betaald. 4 De overdragende uitvoerder is rente verschuldigd aan de ontvangende uitvoerder over de overdrachtswaarde over de periode tussen de overdrachtsdatum en de datum waarop de overdrachtswaarde wordt betaald, tenzij het de waardeoverdracht betreft van een premieovereenkomst of premieregeling waarbij de premie wordt belegd naar een andere premieovereenkomst of premieregeling waarbij de premie wordt belegd. Bij overdracht van een premieovereenkomst of premieregeling waarbij de premie wordt belegd naar een kapitaal- of uitkeringsovereenkomst of een kapitaal- of uitkeringsregeling wordt de rente geacht in de overdrachtswaarde begrepen te zijn. Onze Minister stelt regels over de berekening van de rente. 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 20-12-2025
Artikel 23a — Artikel 23a Opschorting plicht tot waardeoverdracht#
Artikel 23a Opschorting plicht tot waardeoverdracht 1 artikelen 71 76 van de Pensioenwet artikel 82 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 72, onderdeel a, van de Pensioenwet artikel 83, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De vaststelling door fondsen of de plicht tot waardeoverdracht, bedoeld in deenof, wordt opgeschort vanwege de inofomschreven situatie, vindt plaats per de eerste dag van iedere kalendermaand aan de hand van de beleidsdekkingsgraad op de laatste dag van de voorafgaande kalendermaand. 2 artikel 72 van de Pensioenwet artikel 83 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 20 Indien de plicht tot waardeoverdracht is opgeschort vanwege de inofomschreven situatie na de datum waarop de ontvangende uitvoerder de gegevens, bedoeld in, aan de deelnemer heeft verstrekt, verhindert de opschorting de verdere afhandeling van deze waardeoverdracht niet. 3 artikel 72 van de Pensioenwet artikel 83 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 18 Indien de plicht tot waardeoverdracht is opgeschort vanwege de inofomschreven situatie informeert de ontvangende uitvoerder de deelnemer die een opgave heeft gevraagd van zijn pensioenaanspraken als bedoeld inschriftelijk over de opschorting van de plicht tot waardeoverdracht en de gevolgen daarvan. 4 artikel 72 van de Pensioenwet artikel 83 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De plicht tot waardeoverdracht herleeft zodra de ontvangende en de overdragende uitvoerder niet langer in de inofomschreven situatie verkeren. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing. 5 artikel 72 van de Pensioenwet artikel 83 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Als de plicht tot waardeoverdracht na een periode van opschorting vanwege de inofomschreven situatie herleeft, geldt het volgende: a. artikel 20 artikel 1 indien de datum waarop de deelnemer een opgave heeft gevraagd van zijn pensioenaanspraken als bedoeld in artikel 18, ligt voor de datum waarop de plicht tot waardeoverdracht herleeft en de gegevens, bedoeld in, niet aan de deelnemer zijn verstrekt voor de datum waarop de plicht tot waardeoverdracht is opgeschort, is, in afwijking van de definitie, bedoeld in, de overdrachtsdatum de datum waarop de plicht tot waardeoverdracht is herleefd; b. artikel 18 artikel 72 van de Pensioenwet artikel 83 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling indien de deelnemer een opgave heeft gevraagd van zijn pensioenaanspraken als bedoeld invoor de herleving van de plicht tot waardeoverdracht, vraagt de ontvangende uitvoerder binnen drie maanden na herleving van de plicht tot waardeoverdracht aan de overdragende uitvoerder een opgave als bedoeld in artikel 18, tenzij de plicht tot waardeoverdracht weer is opgeschort vanwege de inofbeschreven situatie. 6 artikel 21 artikel 72 van de Pensioenwet artikel 83 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Indien in de in het tweede lid beschreven situatie de deelnemer voor de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 12 november 2009 tot wijziging van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling in verband met aanpassing van de regeling voor waardeoverdracht en de kostenregeling (Stb. 2009, 598), een verzoek tot waardeoverdracht als bedoeld inheeft gedaan dat niet is afgehandeld vanwege de inofomschreven situatie, stelt de ontvangende uitvoerder de deelnemer in de gelegenheid zijn verzoek in te trekken. 2015 469 10-12-2015 02-12-2015 2015 469 10-12-2015 02-12-2015 11-12-2015 01-01-2015
Artikel 24 — Artikel 24 Overschrijding termijnen#
Artikel 24 Overschrijding termijnen Overschrijding van de in dit hoofdstuk gestelde termijnen door de overdragende of ontvangende uitvoerder wordt de deelnemer niet tegengeworpen. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 25 — Artikel 25 Berekening overdrachtswaarde#
Artikel 25 Berekening overdrachtswaarde 1 artikel 55, eerste of tweede lid, van de Pensioenwet artikel 66, eerste of tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De overdrachtswaarde van pensioenaanspraken die voortvloeien uit een premieovereenkomst of premieregeling, voor zover de premie wordt belegd, is het op de overdrachtsdatum voor pensioenuitkering bestemd vermogen of kapitaal, met inachtneming van het bepaalde indan wel. 2 In afwijking van het eerste lid wordt de overdrachtswaarde van pensioenaanspraken berekend op basis van het standaardtarief indien sprake is van: a. artikel 1 van de Pensioenwet artikel 1, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Wet toekomst pensioenen aanspraken voortvloeiend uit een uitkeringsovereenkomst, zoals gedefinieerd indan wel een uitkeringsregeling, zoals gedefinieerd in, zoals deze artikelen luidden op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de; en b. aanspraken op een vastgestelde uitkering in een premie-uitkeringsovereenkomst dan wel premie-uitkeringsregeling. 3 De overdrachtswaarde van pensioenaanspraken als bedoeld in het tweede lid is ten minste gelijk aan de contante waarde van de over te dragen pensioenaanspraken op de overdrachtsdatum. Het standaardtarief wordt berekend op basis van marktwaardering. 4 Indien de overdrachtswaarde niet op basis van het standaardtarief berekend kan worden, worden de pensioenaanspraken met behoud van de actuariële gelijkwaardigheid eerst omgezet in pensioenaanspraken waarop het standaardtarief wel toegepast kan worden. 5 artikel 1 van de Pensioenwet artikel 1, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Wet toekomst pensioenen In afwijking van het eerste lid wordt de overdrachtswaarde van pensioenaanspraken die voortvloeien uit een kapitaalovereenkomst, zoals gedefinieerd indan wel een kapitaalregeling, zoals gedefinieerd in, zoals deze artikelen luidden op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van deof uit een premieovereenkomst dan wel premieregeling waarbij de premie is aangewend voor de aankoop van een verzekerd kapitaal berekend op basis van de actuariële grondslagen van de overdragende uitvoerder. Onder actuariële grondslagen worden de grondslagen verstaan die de uitvoerder hanteert voor de vaststelling van de technische voorziening bij waardeoverdracht. 6 Bij de berekening van de overdrachtswaarde mogen buiten beschouwing blijven: a. partnerpensioen dat is verzekerd op risicobasis, wezenpensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen; en b. aanspraken op partnerpensioen of nettopensioen die achterblijven bij de overdragende uitvoerder. 7 Onze Minister stelt regels voor de berekening van de overdrachtswaarde, bedoeld in het eerste lid en voor het standaardtarief. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 26 — Artikel 26 Overdrachtswaarde niet gelijk aan waarde gefinancierde deel van de aanspraken#
Artikel 26 Overdrachtswaarde niet gelijk aan waarde gefinancierde deel van de aanspraken 1 artikel 1 van de Pensioenwet artikel 1, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Wet toekomst pensioenen Indien bij een premieovereenkomst of een premieregeling, waarbij de premie onmiddellijk na het beschikbaar stellen is omgezet in een aanspraak op een uitkering, een uitkeringsovereenkomst, zoals gedefinieerd indan wel een uitkeringsregeling, zoals gedefinieerd in, zoals deze artikelen luidden op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de, de overdrachtswaarde niet gelijk is aan de waarde van het gefinancierde deel van de aanspraken, komt het verschil ten gunste, respectievelijk ten laste, van de oude werkgever of van het fonds waar de regeling was ondergebracht. 2 Indien bij een premie-uitkeringsovereenkomst, waarbij de premie geheel of gedeeltelijk is aangewend voor een vastgestelde uitkering, de overdrachtswaarde niet gelijk is aan de waarde van het gefinancierde deel van de aanspraken, komt het verschil ten gunste, respectievelijk ten laste, van de oude werkgever. 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 20-12-2025
Artikel 27 — Artikel 27 Aanwenden van overdrachtswaarde#
Artikel 27 Aanwenden van overdrachtswaarde 1 Onze Minister stelt regels voor de berekening van de inkoop van pensioenaanspraken op grond van de overdrachtswaarde in de pensioenregeling van de ontvangende uitvoerder. 2 In geval van waardeoverdracht naar een premieovereenkomst of premieregeling waarbij de premie wordt belegd wordt de overdrachtswaarde binnen een week na ontvangst van de overdrachtswaarde aangewend voor de aankoop van beleggingseenheden. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 28 — Artikel 28 Behandeling aanspraken na waardeoverdracht#
Artikel 28 Behandeling aanspraken na waardeoverdracht 1 De na waardeoverdracht verkregen aanspraken in de pensioenregeling, ondergebracht bij de ontvangende uitvoerder, worden behandeld alsof zij in die regeling zelf zijn opgebouwd, waarbij zij ook ten aanzien van de toeslagverlening op dezelfde manier behandeld worden. 2 Indien de ontvangende uitvoerder een beroepspensioenregeling uitvoert, kan worden afgeweken van het eerste lid ten aanzien van de toeslagverlening indien toepassing van het eerste lid op dat punt zou leiden tot een kennelijk onredelijk resultaat. 3 Indien in de pensioenregeling, ondergebracht bij de ontvangende uitvoerder, pensioenopbouw plaatsvindt op basis van dienstjaren, wordt de overdrachtswaarde omgezet in voor de pensioenopbouw meetellende dienstjaren. 4 In een pensioenregeling die voor de pensioenopbouw rekent met een maximaal te bereiken aantal dienstjaren, geldt dat, indien toepassing van het derde lid leidt tot meer dan het maximale aantal dienstjaren, het meerdere wordt behandeld als een bij ontslag verkregen pensioenaanspraak in die regeling. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 28a — Artikel 28a Voorzitter omgekeerd gemengd bestuur#
Artikel 28a Voorzitter omgekeerd gemengd bestuur 1 artikel 99 van de Pensioenwet De voorzitter van een omgekeerd gemengd bestuur als bedoeld inbepaalt de agenda van de overleggen van het bestuur en het niet uitvoerend deel van het bestuur. 2 De voorzitter van een omgekeerd gemengd bestuur ziet toe op een goede samenstelling en het functioneren van het bestuur en is namens het bestuur eerste aanspreekpunt voor het verantwoordingsorgaan over het functioneren van het bestuur. 2013 581 24-12-2013 18-12-2013 2013 582 24-12-2013 18-12-2013 01-07-2014
Artikel 28b — Artikel 28b Auditcommissie omgekeerd gemengd bestuur#
Artikel 28b Auditcommissie omgekeerd gemengd bestuur 1 artikel 99 van de Pensioenwet De niet uitvoerende bestuurders bij een omgekeerd gemengd bestuur als bedoeld instellen een auditcommissie bedrijfseconomische aspecten en risicobeheer in. Deze auditcommissie is in ieder geval belast met toezicht op: a. de risicobeheersing; b. het beleggingsbeleid; c. de financiële informatieverschaffing door het fonds. 2 De Nederlandsche Bank kan ontheffing verlenen van het eerste lid indien op andere wijze wordt voorzien in adequaat toezicht op het in het vorige lid genoemde. 2013 581 24-12-2013 18-12-2013 2013 582 24-12-2013 18-12-2013 01-07-2014
Artikel 28c — Artikel 28c Raad van toezicht#
Artikel 28c Raad van toezicht 1 De raad van toezicht van een fonds kan de bestuurders van het fonds schorsen of ontslaan wegens disfunctioneren. 2 artikel 104, derde lid, van de Pensioenwet artikel 110a, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Van disfunctioneren als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval sprake indien het bestuur een besluit heeft genomen zonder de op grond vanofbenodigde goedkeuring van de raad van toezicht en het bestuur niet aannemelijk maakt dat dit nodig was in het belang van de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden dan wel voortvloeit uit een aanwijzing van de toezichthouder, een last onder dwangsom of rechtstreeks voortvloeit uit een wettelijk voorschrift. 3 Het bestuur van een fonds legt de benoeming van een kandidaat bestuurder voor aan de raad van toezicht. De raad van toezicht kan de benoeming van deze kandidaat bestuurder beletten indien deze niet voldoet aan de profielschets. 2013 581 24-12-2013 18-12-2013 2013 582 24-12-2013 18-12-2013 01-07-2014
Artikel 28d — Artikel 28d Opdrachtbevestiging#
Artikel 28d Opdrachtbevestiging 1 artikel 102a, derde lid, van de Pensioenwet artikel 109a, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Uiterlijk bij de opdrachtaanvaarding, bedoeld indan wel, en bij elke ingrijpende wijziging, informeert het fonds de vertegenwoordigers van werkgevers of werkgeversverenigingen, werknemers of werknemersverenigingen of beroepspensioenverenigingen die de pensioenregeling zijn overeengekomen ten minste en voor zover van toepassing over: a. de risicohouding; b. de regels ten aanzien van de solidariteitsreserve of de risicodelingsreserve; c. de toedelingsregels; d. het projectierendement of de vaste daling; en e. artikel 1cb de spreidingssystematiek dan wel de spreidingsmethodiek, genoemd in. 2 Het fonds licht toe welke overwegingen aan de vormgeving van de pensioenregeling, waaronder de in het eerste lid genoemde onderdelen ten grondslag liggen. Gezien de samenhang tussen de verschillende onderdelen, beoordeelt het fonds de afwegingen bij de verschillende onderdelen ook in samenhang met elkaar. Hierbij wordt ten minste toegelicht: a. hoe de vormgeving van de pensioenregeling aansluit op de opdracht en doelstellingen; b. wat de effecten van de vormgeving van de pensioenregeling zijn op de verwachte pensioenen voor de verschillende leeftijdscohorten; c. hoe het fonds de resultaten van het risicopreferentie-onderzoek, de wetenschappelijke inzichten en de deelnemerskenmerken heeft gewogen en op basis daarvan de risicohouding heeft vastgesteld per leeftijdscohort; d. hoe de vormgeving van de pensioenregeling verband houdt met de vastgestelde risicohouding per leeftijdscohort; en e. de onderbouwing in welke mate de gevolgen van de voorgenomen pensioenregeling, zowel op de onderdelen als de gezamenlijke werking van de verschillende onderdelen, passen bij deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden, gegeven de samenstelling van de populatie van het fonds. 3 Het fonds informeert de vertegenwoordigers, bedoeld in het eerste lid, aanhef, bij de opdrachtbevestiging over de consequenties van arbeidsvoorwaardelijke keuzes, waaronder ten minste de gevolgen voor: a. de uitvoerbaarheid en uitvoeringskosten; en b. in geval van een solidaire premieovereenkomst dan wel solidaire premieregeling de kans dat de beoogde pensioendoelstelling, gegeven de premie wordt behaald aan de hand van een uniforme scenario-analyse 4 De toezichthouder kan regels stellen ten aanzien van de wijze waarop de informatie wordt gegeven. 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 12-07-2024
Artikel 29 — Artikel 29 Toets geschiktheid en betrouwbaarheid#
Artikel 29 Toets geschiktheid en betrouwbaarheid 1 artikel 106 van de Pensioenwet artikel 110c van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De Nederlandsche Bank toetst de geschiktheid en de betrouwbaarheid van een persoon die het beleid van een fonds bepaalt of mede bepaalt, bedoeld indan wel, voorafgaand aan de benoeming van deze persoon en op ieder ander moment, indien daar, naar het oordeel van de Nederlandsche Bank, aanleiding toe bestaat. 2 De Nederlandsche Bank toetst de betrouwbaarheid van een persoon die houder is van de risicobeheerfunctie, interne auditfunctie of actuariële functie voorafgaand aan de benoeming van deze persoon en op ieder ander moment, indien daar, naar het oordeel van de Nederlandsche Bank, aanleiding toe bestaat. De Nederlandsche Bank toetst de geschiktheid van de houders van deze functies, indien daar, naar het oordeel van de Nederlandsche Bank, aanleiding toe bestaat. 3 De Nederlandsche Bank toetst de geschiktheid en betrouwbaarheid van een persoon die het intern toezicht van een fonds door een visitatiecommissie, de risicobeheerfunctie, interne auditfunctie of actuariële functie, niet zijnde het houderschap van deze functie, uitoefent, indien daar, naar het oordeel van de Nederlandsche Bank, aanleiding toe bestaat. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 30 — Artikel 30 Geschiktheid#
Artikel 30 Geschiktheid 1 De personen die het beleid van het fonds bepalen of mede bepalen voldoen aan de vereiste geschiktheid indien hun kwalificaties, kennis en ervaring, waaronder vaardigheden en professioneel gedrag, volstaan om een gezond en prudent bestuur van het fonds mogelijk te maken, met inachtneming van de samenstelling en het functioneren van het collectief. 2 De personen die de interne auditfunctie of actuariële functie vervullen voldoen aan de vereiste geschiktheid indien hun beroepskwalificaties, beroepskennis en beroepservaring volstaan om de functie naar behoren te vervullen. 3 De personen die de risicobeheerfunctie vervullen voldoen aan de vereiste geschiktheid, indien hun kwalificaties, kennis en ervaring volstaan om de functie naar behoren te vervullen. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 31 — Artikel 31 Betrouwbaarheid#
Artikel 31 Betrouwbaarheid artikel 106, vierde lid, van de Pensioenwet artikel 110c, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De Nederlandsche Bank stelt vast of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld indan welbuiten twijfel staat op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 32 — Artikel 32 Antecedenten#
Artikel 32 Antecedenten artikel 31 bijlage De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in, in ieder geval in aanmerking de in debij dit besluit genoemde antecedenten. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 33 — Artikel 33 Bronnen#
Artikel 33 Bronnen 1 artikel 31 De Nederlandsche Bank verkrijgt inzicht in de inbedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond van: a. door betrokkene verstrekte gegevens en inlichtingen; b. van de Landelijke Officier van Justitie verkregen gegevens uit de politieregisters; c. artikel 1, onderdeel b, van de Wet controle op rechtspersonen gegevens uit de registratie, bedoeld in; d. gegevens en inlichtingen, verkregen van de Belastingdienst; e. gegevens en inlichtingen, verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen die op die markten werkzaam zijn; f. ambtsberichten van het Openbaar Ministerie; g. inlichtingen, verkregen van door betrokkene opgegeven referenties; h. gegevens uit openbare bronnen; i. artikel 31 inlichtingen, verkregen van curatoren of bewindvoerders met betrekking tot faillissementen, surseances, schuldsaneringen, bewindvoeringen of noodregelingen waarbij de inbedoelde persoon betrokken is geweest; j. inlichtingen, verkregen van organisaties van huidige of voormalige beroepsgenoten van betrokkene; of k. gegevens en inlichtingen, verkregen uit andere bij ministeriële regeling aan te wijzen bronnen. 2 Indien de gegevens of inlichtingen, verkregen overeenkomstig het eerste lid, de Nederlandsche Bank aanleiding geven tot nader onderzoek, kan de Nederlandsche Bank ook inlichtingen inwinnen en gegevens opvragen bij andere personen of instanties dan genoemd in dat lid. De Nederlandsche Bank stelt de betrokkene in dat geval vooraf schriftelijk in kennis van: a. de reden van het nadere onderzoek; b. de personen of instanties bij wie nadere gegevens of inlichtingen zullen worden ingewonnen; en c. de aard van de nadere gegevens of inlichtingen. 2011 180 15-04-2011 08-04-2011 2011 194 29-04-2011 21-04-2011 01-07-2011
Artikel 34 — Artikel 34 Specifieke antecedenten#
Artikel 34 Specifieke antecedenten 1 artikel 31 De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld instaat niet buiten twijfel indien: a. bijlage deze onherroepelijk veroordeeld is ter zake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van debij dit besluit, waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak minder dan acht jaren zijn verstreken; b. bijlage deze veroordeeld is ter zake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van debij dit besluit, waarbij de uitspraak nog niet onherroepelijk is of waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak acht of meer jaren zijn verstreken; c. artikel 69 van de Algemene wet inzake de rijksbelastingen artikel 65 van de Invorderingswet 1990 deze veroordeeld is ter zake van een overtreding vanof, waarbij betrokkene veroordeeld is tot een gevangenisstraf of boete; of d. bijlage deze een vergrijpboete van meer dan € 62.500 opgelegd heeft gekregen ter zake van een feit, genoemd in onderdeel 5 van debij dit besluit, en het besluit waarbij de vergrijpboete is opgelegd onherroepelijk is geworden of waarbij ten minste de rechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan. 2 artikel 35 De Nederlandsche Bank kan op grond van de omstandigheden of belangen, genoemd in, afwijken van het eerste lid, ten aanzien van de onderdelen b, c en d. 2015 259 30-06-2015 24-06-2015 2015 260 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2015
Artikel 35 — Artikel 35 Vaststelling betrouwbaarheid#
Artikel 35 Vaststelling betrouwbaarheid artikel 31 De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in, in aanmerking: a. het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval; b. Pensioenwet Wet verplichte beroepspensioenregeling de belangen die deen debeogen te beschermen; en c. de overige belangen van het fonds en de betrokkene. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 35a — Artikel 35a Tijdsbeslag bestuurders en toezichthouders#
Artikel 35a Tijdsbeslag bestuurders en toezichthouders 1 Tot bestuurder of lid van de raad van toezicht van een fonds kunnen in ieder geval niet worden benoemd personen die door deze benoeming meer dan 1 voltijd equivalent aan werkzaamheden als bestuurder of in een toezichthoudend orgaan zouden verrichten. 2 Voor de toepassing van het eerste lid telt als voltijd equivalent bij rechtspersonen een functie als: a. bestuursvoorzitter of bestuurder ten minste als 0,6; b. voorzitter van een toezichthoudend orgaan ten minste als 0,4; en c. lid van een toezichthoudend orgaan ten minste als 0,2. 3 Voor de toepassing van het eerste lid telt als voltijd equivalent bij grote fondsen een functie als: a. bestuursvoorzitter ten minste als 0,6; b. bestuurder ten minste als 0,4; c. voorzitter van een raad van toezicht ten minste als 0,2; en d. lid van een raad van toezicht ten minste als 0,1. 4 Voor de toepassing van het eerste lid telt als voltijd equivalent bij kleine fondsen een functie als: a. bestuursvoorzitter ten minste als 0,3; b. bestuurder ten minste als 0,2; c. voorzitter van een raad van toezicht ten minste als 0,2; en d. lid van een raad van toezicht ten minste als 0,1. 5 Voor de toepassing van dit artikel: a. wordt verstaan onder een klein fonds: een fonds met een beheerd vermogen van niet meer dan € 10 miljard; b. wordt verstaan onder een groot fonds: een fonds met meer dan € 10 miljard beheerd vermogen; c. artikel 397, eerste en tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 297a, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek betreft de verwijzing naar rechtspersonen de rechtsvorm van de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, niet heeft voldaan aan ten minste twee van de vereisten, bedoeld in, onderscheidenlijk de stichting, bedoeld in, niet zijnde een fonds; d. telt de benoeming bij verschillende rechtspersonen die met elkaar in een groep zijn verbonden, als één benoeming; e. wordt verstaan onder toezichthoudend orgaan: een raad van toezicht, een raad van commissarissen of indien bij een rechtspersoon de bestuurstaken zijn verdeeld over uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders, niet uitvoerende bestuurders; f. artikel 349a, tweede lid artikel 356, onder c, van Boek 2 van het Burgerlijk wetboek geldt een tijdelijke aanstelling overeenkomstig, of, niet als benoeming. 6 De nietigheid van de benoeming op grond van de vorige leden heeft geen gevolgen voor de rechtsgeldigheid van de besluitvorming waaraan is deelgenomen. 2013 329 06-08-2013 30-07-2013 2013 330 06-08-2013 30-07-2013 07-08-2013
Artikel 35b — Artikel 35b Verklaring geen bezwaar bij omzetting fonds#
Artikel 35b Verklaring geen bezwaar bij omzetting fonds 1 artikel 114 van de Pensioenwet artikel 113a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De Nederlandsche Bank verleent de verklaring van geen bezwaar, bedoeld inen. 2 Bij de aanvraag van de verklaring van geen bezwaar, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval verstrekt: a. een door een accountant gecontroleerde en gewaarmerkte balans van het fonds met als peildatum de datum van omzetting van het fonds in een andere rechtsvorm; en b. de schriftelijk vastgelegde afspraken over de besteding van het vermogen van het fonds en de vruchten daarvan na de omzetting. 2013 581 24-12-2013 18-12-2013 2013 582 24-12-2013 18-12-2013 01-07-2014
Artikel 36 — Artikel 36 Toedeling van taken#
Artikel 36 Toedeling van taken 1 De Stichting Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen van de: Pensioenwet Wet verplichte beroepspensioenregeling 10c, derde lid 28c, derde lid 21, eerste lid, tweede lid, tweede zin, vierde lid 38 29, eerste lid 39, eerste lid 29, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 29, eerste lid 39, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 39, eerste lid 33 , voor zover het betreft communicatie en de klachtenregeling van verzekeraars en premiepensioeninstellingen 42 , voor zover het betreft communicatie en de klachtenregeling van verzekeraars en premiepensioeninstellingen 36 44 38 tot en met 48b , met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s tenzij het gaat om de juistheid van deze weergave 48 tot en met 59b , met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s tenzij het gaat om de juistheid van deze weergave 48c, eerste lid, eerste zin 59c, eerste lid, eerste zin 49 tot en met 51a 60 tot en met 62a 52, tweede tot en met vierde lid 63, tweede tot en met vierde lid 52, vijfde lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid 63, vijfde lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid 52, zesde lid 63, zesde lid 52, zevende lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid 63, zevende lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid 52a, tweede lid , met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid 63a, tweede lid , met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid 63a, derde tot en met vijfde lid 63a, zesde lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid 52b , voor zover het betreft het risicopreferentie-onderzoek 63b , voor zover het betreft het risicopreferentie-onderzoek 61a, derde lid 73a, derde lid 63b , met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s tenzij het gaat om de juistheid van deze weergave 75b , met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s tenzij het gaat om de juistheid van deze weergave 66, vierde en vijfde lid 78, vierde en vijfde lid 67, tweede lid 79, tweede lid 68, tweede lid 80, tweede lid 69, tweede lid 80a, tweede lid 71, derde lid , voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft 82, derde lid , voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft 74, tweede en derde lid 85, tweede en derde lid 76, derde en negende lid , voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft 83, tweede lid, onderdeel a , voor zover het betrekking heeft op het informeren van de daarin genoemde personen 91, tweede, lid, onderdeel a , voor zover het betrekking heeft op het informeren van de daarin genoemde personen 102a artikel 28d, tweede lid, aanhef en onderdelen b en e , voor zover het betreft de regels, bedoeld in 109a artikel 28d, tweede lid, aanhef en onderdelen b en e , voor zover het betreft de regels, bedoeld in 134, tweede lid 129, tweede lid 150a, eerste en vijfde lid , voor zover het betreft de communicatie 150c, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b , voor zover het betreft het communicatieplan 145b, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b , voor zover het betreft het communicatieplan 150e, vijfde lid artikel 46e, tiende lid 150e, zesde lid, voor zover het betreft de regels, bedoeld in, van dit besluit 145d, vijfde lid artikel 46e, tiende lid 145d, zesde lid, voor zover het betreft de regels, bedoeld in, van dit besluit 150f, tweede lid 145e, tweede lid 150i, vijfde lid, tweede zin 145h, vijfde lid , voor zover het betreft het beschikbaar stellen van het implementatieplan op de website 150j 145i 150l, zesde lid 150l, achtste lid, voor zover het betreft de regels, bedoeld in artikel 46g van dit besluit 145k, zesde lid 145k, achtste lid, voor zover het betreft de regels, bedoeld in artikel 46g van dit besluit 150p, vierde lid, onderdeel b 145o, vierde lid, onderdeel b 220e, tweede lid 214d, tweede lid 220i, tweede lid , voor zover het betreft het vermelden van informatie op de website 214g, tweede lid , voor zover het betreft het vermelden van informatie op de website 2 Pensioenwet Wet verplichte beroepspensioenregeling artikelen 48c van de Pensioenwet 59c van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De Nederlandsche Bank houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens deen de, met uitzondering van de regels genoemd in het eerste lid en de regels gesteld bij of krachtens deen. 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 20-12-2025
Artikel 37 — Artikel 37 Uitzondering bevoegdheden#
Artikel 37 Uitzondering bevoegdheden artikelen 172 173 174 van de Pensioenwet artikelen 167 168 169 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De Stichting Autoriteit Financiële Markten beschikt niet over de bevoegdheden, bedoeld in de,enen de,en. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 38 — Artikel 38 Wijze van samenwerking#
Artikel 38 Wijze van samenwerking 1 De Stichting Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank maken afspraken over: a. artikel 205 van de Pensioenwet artikel 199 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling de uitwisseling van gegevens en inlichtingen, bedoeld inen; b. de afstemming van beleidsregels, met name over de inzet van handhavinginstrumenten; c. de wijze waarop en het moment wanneer informatie over de toepassing van een handhavinginstrument wordt uitgewisseld; d. het overnemen van elkaars oordeel. 2 De afspraken, bedoeld in het eerste lid, worden schriftelijk vastgelegd en zijn openbaar. De afspraken worden ter kennisneming gezonden aan Onze Minister. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 39 — Artikel 39 Contacten toezichthouder met Onze Minister#
Artikel 39 Contacten toezichthouder met Onze Minister 1 De toezichthouder deelt Onze Minister schriftelijk mee welk bestuurslid dan wel directielid fungeert als aanspreekpunt voor Onze Minister. 2 De toezichthouder stelt Onze Minister schriftelijk in kennis van wijzigingen in de samenstelling en taakverdeling binnen het bestuur of de directie. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 40 — Artikel 40 Eisen aan de toezichthouder#
Artikel 40 Eisen aan de toezichthouder 1 De toezichthouder richt zijn organisatie zodanig in dat de uitvoering van het toezicht onafhankelijk kan plaatsvinden. 2 De toezichthouder beschikt over een beleid met betrekking tot het vervullen van nevenbetrekkingen. Dit beleid richt zich op het voorkomen van nevenbetrekkingen die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van de functie of de handhaving van de onafhankelijkheid. 3 De toezichthouder besteedt de oordeelsvorming en de toepassing van handhavinginstrumenten niet uit. 4 De toezichthouder beschikt over een beschrijving van de administratieve organisatie en over een systeem van periodieke interne controle. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 40a — Artikel 40a Publicatie gegevens#
Artikel 40a Publicatie gegevens 1 artikel 204, derde lid, van de Pensioenwet artikel 198, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De gegevens van fondsen die door de Nederlandsche Bank op grond vandan wel, kunnen worden gepubliceerd, hebben betrekking op a. de beleidsdekkingsgraad; b. de reële dekkingsgraad; c. het vereist eigen vermogen; d. het belegd vermogen; e. kwartaalrendementen, waarbij is aangegeven wat het aandeel daarin is van de renteafdekking; f. de premie; g. het aantal deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden; h. de toeslagverlening; i. de vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten; j. artikel 9b, eerste lid, onderdeel a de uitvoeringskosten, bedoeld in; k. de technische voorzieningen; l. het percentage renteafdekking; en m. het percentage zakelijke waarden. 2 De publicatie van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, geschiedt niet eerder dan nadat tien werkdagen zijn verstreken na de dag waarop aan het fonds het besluit tot publicatie bekend is gemaakt. 3 Bij periodieke publicatie van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks aan het fonds, voorafgaand aan de eerste publicatie in dat jaar, het besluit tot publicatie bekend gemaakt, waarbij vermeld wordt op welke data de gegevens in dat jaar gepubliceerd zullen worden. 4 artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in, wordt de publicatie opgeschort totdat de voorzieningenrechter een uitspraak heeft gedaan. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 40b — Artikel 40b Procedure vergunning#
Artikel 40b Procedure vergunning 1 artikel 112a, tweede lid, van de Pensioenwet De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in. Deze aanvraag wordt gedaan met gebruikmaking van een daartoe door De Nederlandsche Bank beschikbaar gesteld formulier. 2 De Nederlandsche Bank bericht de aanvrager onverwijld van de ontvangst van de aanvraag. 3 De Nederlandsche Bank beslist binnen dertien weken na ontvangst op de aanvraag. 4 De Nederlandsche Bank stelt de Autoriteit Financiële Markten in de gelegenheid te adviseren over gedragstoezichtaspecten van de vergunningaanvraag. 5 artikel 40c De gegevens, bedoeld in, worden in zodanige vorm verstrekt dat een goede beoordeling door De Nederlandsche Bank mogelijk is. 2015 552 30-12-2015 23-12-2015 2015 551 30-12-2015 23-12-2015 01-01-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet algemeen
pensioenfonds in werking treedt.
Artikel 40c — Artikel 40c Gegevens bij aanvraag vergunning#
Artikel 40c Gegevens bij aanvraag vergunning 1 artikel 112a, derde lid, van de Pensioenwet De gegevens, bedoeld inzijn: a. een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de internetpagina van het algemeen pensioenfonds; b. een opgave van de statutaire zetel en de statutaire naam; c. een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister; d. een gewaarmerkt afschrift van de statuten; e. artikel 106 van de Pensioenwet gegevens op basis waarvan De Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolgeis bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen; f. artikel 106 van de Pensioenwet gegevens op basis waarvan De Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolgeis bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen; g. artikel 106a van de Pensioenwet gegevens op basis waarvan De Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolgemet betrekking tot bestuurders en leden van de raad van toezicht is bepaald over het tijdsbeslag; h. een beschrijving van besturing en toezicht in de organisatie, mede in relatie tot de voorziene collectiviteitkringen; i. artikel 123 van de Pensioenwet een beschrijving van de wijze waarop, in overeenstemming met de rangregeling, de scheiding wordt gewaarborgd tussen de afgescheiden vermogens die per collectiviteitkring worden aangehouden, overeenkomstig; j. een programma van werkzaamheden die het algemeen pensioenfonds voornemens is te verrichten; k. artikel 112a, achtste lid, van de Pensioenwet bescheiden waaruit het weerstandsvermogen, bedoeld inblijkt, inclusief bescheiden waaruit blijkt dat het algemeen pensioenfonds gedurende de eerste drie jaren doorlopend kan beschikken over het wettelijk vereiste weerstandsvermogen; l. een beschrijving van de werkzaamheden die worden uitbesteed, voorzien van een op een risicoanalyse gebaseerde onderbouwing; m. artikel 143 van de Pensioenwet een beschrijving van de inrichting van de organisatie met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsvoering, bedoeld in, inclusief een eigen risicobeoordeling; n. de uitvoeringsovereenkomst of uitvoeringsovereenkomsten die het algemeen pensioenfonds voornemens is te sluiten, of indien hiervan nog geen sprake is, een modeluitvoeringsovereenkomst; o. artikel 35 van de Pensioenwet het pensioenreglement of de pensioenreglementen die het algemeen pensioenfonds op grond vanheeft opgesteld ten behoeve van de collectiviteitkring of collectiviteitkringen of indien hiervan nog geen sprake is een modelpensioenreglement; en p. artikel 102a, eerste lid, van de Pensioenwet een beschrijving van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten als bedoeld in. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, zijn: a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de functie; b. een curriculum vitae; c. een opgave van de relevante diploma’s; d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en e. een opgave van referenten. 3 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, zijn: a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de functie; b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; c. bijlage gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in debij dit besluit; en d. een opgave van referenten. 4 Het programma van werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, bevat ten minste: a. een beschrijving van het bedrijfsmodel en verdienmodel; b. een raming voor de eerste drie boekjaren van de kosten; en c. een raming voor de eerste drie kalenderjaren van de liquiditeitspositie. 2015 552 30-12-2015 23-12-2015 2015 551 30-12-2015 23-12-2015 01-01-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet algemeen
pensioenfonds in werking treedt.
Artikel 40d — Artikel 40d Intrekken of wijzigen vergunning#
Artikel 40d Intrekken of wijzigen vergunning 1 De Nederlandsche Bank kan een verleende vergunning wijzigen, geheel of gedeeltelijk intrekken of beperken, dan wel daaraan nadere voorschriften verbinden, indien: a. de vergunninghouder daartoe een aanvraag heeft ingediend; b. de vergunninghouder, naar later blijkt, bij de aanvraag van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, en kennis omtrent de juiste en volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; c. de vergunninghouder omstandigheden of feiten heeft verzwegen op grond waarvan, zo zij voor het tijdstip waarop de vergunning werd verleend zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest, de vergunning zou zijn geweigerd; d. de vergunninghouder niet meer voldoet aan de bij of krachtens de Pensioenwet gestelde regels dan wel niet meer voldoet aan de aan de vergunning verbonden voorschriften of gestelde beperkingen; e. de vergunninghouder geen gebruik van de vergunning heeft gemaakt binnen een termijn van twaalf maanden na vergunningverlening; f. de vergunninghouder de vergunningplichtige activiteit gedurende meer dan zes maanden heeft beëindigd; g. de vergunninghouder het bedrijf ten behoeve waarvan de vergunning is verleend, geheel of gedeeltelijk overdraagt; h. de vergunninghouder wordt ontbonden; i. niet blijkt dat de jaarrekening of de staten een getrouw beeld geeft of geven van de grootte en de samenstelling van het vermogen van het algemeen pensioenfonds en van het resultaat over het desbetreffende boekjaar; j. de vergunninghouder in staat van faillissement is komen te verkeren. 2 De Nederlandsche Bank kan bij het besluit tot intrekking van een vergunning tevens bepalen dat het algemeen pensioenfonds binnen een door De Nederlandsche Bank te stellen termijn het bedrijf geheel of gedeeltelijk afwikkelt. Bij een afwikkeling, al dan niet bepaald door De Nederlandsche Bank, wordt het algemeen pensioenfonds of de curator in faillissement van het algemeen pensioenfonds aangemerkt als vergunninghoudende onderneming. 2015 552 30-12-2015 23-12-2015 2015 551 30-12-2015 23-12-2015 01-01-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet algemeen
pensioenfonds in werking treedt.
Artikel 40e — Artikel 40e Weerstandsvermogen#
Artikel 40e Weerstandsvermogen 1 artikel 112a, achtste lid, van de Pensioenwet Het weerstandsvermogen, bedoeld inbedraagt ten minste 0,2% van de waarde van het beheerd pensioenvermogen met een minimum van € 500.000 en een maximum van € 20 miljoen. 2 Voor de dekking van aansprakelijkheidsrisico’s wordt het weerstandsvermogen, bedoeld in het eerste lid, verhoogd met 0,1% van de waarde van het beheerd pensioenvermogen, tenzij het algemeen pensioenfonds een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening heeft die zijn aansprakelijkheid dekt wegens fouten, verzuimen of nalatigheden begaan in de uitoefening van zijn bedrijf en voor gevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, voor een bedrag van ten minste 0,75% van de waarde van het beheerde pensioenvermogen, met een minimum van € 2 miljoen en een maximum van € 20 miljoen per schadegeval, en ten minste een procent van de waarde van het beheerde pensioenvermogen, met een minimum van € 2,5 miljoen en een maximum van € 25 miljoen per jaar, voor alle schadegevallen gezamenlijk. 3 In afwijking van het eerste en tweede lid bedraagt het weerstandsvermogen meer dan het resultaat van de berekeningswijze overeenkomstig dit artikel, indien de risicoanalyse van het algemeen pensioenfonds daartoe aanleiding geeft. 4 artikelen 5 tot en met 8 van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen Het weerstandsvermogen van het algemeen pensioenfonds wordt gevormd door de vermogensbestanddelen, bedoeld in de. 5 Het algemeen pensioenfonds toetst ten minste een keer per jaar of de beroepsaansprakelijkheidsverzekering nog in overeenstemming is met de eisen, bedoeld in het tweede lid, dan wel vaker wanneer sprake is van een wijziging van omstandigheden die hierop van invloed zijn. 2015 552 30-12-2015 23-12-2015 2015 551 30-12-2015 23-12-2015 01-01-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet algemeen
pensioenfonds in werking treedt.
Artikel 41 — Artikel 41 Voorwaarden uitvoering nettopensioen#
Artikel 41 Voorwaarden uitvoering nettopensioen 1 De uitvoering van het nettopensioen door een fonds voldoet aan de volgende voorwaarden: a. het beleggingsbeleid en de verwerking van financiële mee- of tegenvallers in de netto pensioenregeling is administratief gescheiden van de bruto basispensioenregeling, waarbij geen vermenging van geldstromen optreedt; b. in de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve is geen vermenging van middelen voor het nettopensioen met de andere middelen in de reserve; c. indien bij ouderdomspensioen of nabestaandenpensioen op opbouwbasis het kapitaal voortvloeiend uit de premies vanaf de pensioendatum wordt gebruikt voor financiering van een variabele uitkering varieert deze door verwerking van de ontwikkeling van het sterfteresultaat en de ontwikkeling van de levensverwachting waarvoor uitsluitend rekening wordt gehouden met het sterfteresultaat en de levensverwachting van de groep deelnemers aan het nettopensioen; d. indien bij ouderdomspensioen of nabestaandenpensioen op opbouwbasis het kapitaal voortvloeiend uit de premies vanaf de pensioendatum wordt gebruikt voor financiering van een vaste uitkering: 1°. wordt een tarief gehanteerd dat tenminste dekkingsgraad neutraal is; 2°. wordt uitsluitend rekening gehouden met de levensverwachting van de groep deelnemers aan het nettopensioen; en 3°. is voor het nettopensioen sprake van voorwaardelijke toeslagverlening; e. indien sprake is van voorwaardelijke toeslagverlening bij nettopensioen en: 1°. de verplichtingen van het fonds ten aanzien van het nettopensioen toenemen als gevolg van een verschil in de stijging van de levensverwachting tussen de deelnemers aan het nettopensioen en de deelnemers aan de basispensioenregeling, vermindert het fonds de voorwaardelijke toeslagverlening bij het nettopensioen totdat deze toename van de verplichtingen bij het nettopensioen is gecompenseerd; of 2°. het fonds een incidentele bijstorting ontvangt van de werkgever vermindert het fonds de voorwaardelijke toeslagverlening bij het nettopensioen, voor zover deze storting ten goede is gekomen aan het nettopensioen; f. in geval van een nabestaandenpensioen op risicobasis of een premievrijstelling in verband met arbeidsongeschiktheid stelt het fonds de hierop betrekking hebbende premie vast rekening houdend met de kenmerken van de groep deelnemers aan het nettopensioen; g. het fonds rekent de kosten behorend bij het nettopensioen apart toe; h. het fonds houdt voor het nettopensioen een gescheiden administratie bij, waaruit ten minste blijken: 1°. de voor het nettopensioen ingelegde premies; 2°. de met de beschikbaar gestelde premies behaalde rendementen; 3°. de waarde van de pensioenverplichtingen; 4°. de middelen voor nettopensioen in de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve; 5°. de actuariële gegevens over de groep deelnemers aan het nettopensioen die ten grondslag liggen aan de premie en aan de waardering van de pensioenverplichtingen, waaronder de geschatte levensverwachting en risico’s op arbeidsongeschiktheid en vooroverlijden; en 6°. de toeslagverlening en de toepassing van onderdeel e. 2 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, onder 1° wordt het dekkingsgraadneutraal tarief gebaseerd op de dekkingsgraad van het fonds, wordt de risicovrije rente gehanteerd en wordt rekening gehouden met tariefgrondslagen passend bij de groep deelnemers aan het nettopensioen. 3 Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen of premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid is verzekerd bij een verzekeraar. 2023 220 30-06-2023 22-06-2023 2023 220 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 42 — Artikel 42 Overeenkomst met pensioenbewaarder#
Artikel 42 Overeenkomst met pensioenbewaarder artikel 124a, eerste lid, van de Pensioenwet artikel 120a, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling In een overeenkomst als bedoeld indan welwordt in ieder geval geregeld dat: a. de pensioenbewaarder in het belang van de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden optreedt; b. over het in bewaring gegeven pensioenvermogen slechts kan worden beschikt door het fonds en de pensioenbewaarder tezamen; c. de pensioenbewaarder het in bewaring gegeven pensioenvermogen slechts afgeeft tegen ontvangst van een verklaring van het fonds waaruit blijkt dat afgifte wordt verlangd in verband met de regelmatige uitoefening van het bedrijf van pensioenfonds; d. de pensioenbewaarder jegens het fonds, de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden aansprakelijk is voor door hen geleden schade voor zover de schade het gevolg is van verwijtbare niet-nakoming of gebrekkige nakoming van zijn verplichtingen, ook indien de pensioenbewaarder het bij hem in bewaring gegeven pensioenvermogen geheel of gedeeltelijk aan een derde heeft toevertrouwd; en e. de pensioenbewaarder van het fonds de informatie ontvangt die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn taak. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 43 — Artikel 43 Risico-neutrale scenario’s#
Artikel 43 Risico-neutrale scenario’s artikelen 150e, eerste lid, onderdeel a 150p, vierde lid, onderdeel a, sub 5° 220e, vierde lid, onderdeel a, van de Pensioenwet artikelen 145d, eerste lid, onderdeel a 145o, vierde lid, onderdeel a, sub 5° 214d, vierde lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 150n, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 145m, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De risico-neutrale scenario’s die door uitvoerders worden gebruikt bij berekening van het netto profijt, bedoeld in de,endan wel de,enen bij de collectieve waardeoverdracht indien gebruik wordt gemaakt van de vba-methode, bedoeld indan welworden door De Nederlandsche Bank beschikbaar gesteld. 2023 219 30-06-2023 22-06-2023 2023 219 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 43a — Artikel 43a Mijlpalen#
Artikel 43a Mijlpalen Vervallen 2025 423 10-12-2025 04-12-2025 2025 423 10-12-2025 04-12-2025 01-01-2026
Artikel 44 — Artikel 44 Transitieplan#
Artikel 44 Transitieplan 1 artikel 150d, eerste lid, van de Pensioenwet artikel 145c, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Bij de uitwerking van het transitieplan, bedoeld indan welwordt, naast de informatie, bedoeld in artikel 150d, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145c, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, in ieder geval opgenomen: a. de doelstellingen van de transitie; b. de kwantitatieve maatstaven voor de beoordeling van de doelstellingen, waartoe in ieder geval netto en bruto profijt en de pensioenverwachting horen, en de uitkomsten daarvan die aanvaardbaar zijn; c. welke voorrangsregels gelden voor de doelstellingen bij de uitvoering van de opdracht; d. bij uitvoering door fondsen: in hoeverre verschillende, positieve en negatieve, financiële en economische omstandigheden zijn verkend en in welke situaties de afgesproken doelstellingen, voorrangsregels en maatstaven zonder meer gelden en geen nadere besluitvorming nodig is; en e. bij uitvoering door fondsen: het niveau van de dekkingsgraad vanaf wanneer de financiële positie van een fonds dusdanig is dat de gemaakte afspraken uit het transitieplan niet meer toereikend zijn, een onderbouwing van de berekening van deze dekkingsgraad, de alternatieve afspraken die van toepassing zijn indien het fonds een dergelijke dekkingsgraad heeft en, indien van toepassing, de procedure die voor deze situatie is afgesproken. 2 Indien de financiële positie van een fonds dusdanig is dat de gemaakte afspraken uit het transitieplan niet meer toereikend zijn als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, en nieuwe afspraken zijn gemaakt, zendt de werkgever het gewijzigde transitieplan binnen twee weken na afronding aan het fonds. Het fonds stelt het gewijzigde transitieplan op zijn website beschikbaar voor de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner en pensioengerechtigde. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 44a — Artikel 44a Hoorrecht#
Artikel 44a Hoorrecht artikel 150g van de Pensioenwet artikel 145f van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Een vereniging van gewezen deelnemers respectievelijk van pensioengerechtigden, vertegenwoordigt een substantieel gedeelte van de gewezen deelnemers respectievelijk van de pensioengerechtigden als bedoeld indan wel, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de vereniging bezit volledige rechtsbevoegdheid als bedoeld in; b. haar statutaire doel omvat in elk geval de belangenbehartiging van gewezen deelnemers respectievelijk van pensioengerechtigden bij het fonds; c. de vereniging vertegenwoordigt ten minste: 1°. duizend gewezen deelnemers of 10% van alle gewezen deelnemers bij het fonds; of 2°. duizend pensioengerechtigden of 10% van alle pensioengerechtigden bij het fonds; en d. de vereniging maakt haar bestaan tijdig kenbaar aan de partijen die betrokken zijn bij de vaststelling, wijziging of intrekking van de pensioenovereenkomst dan wel de beroepspensioenregeling waarbij de vereniging de melding rechtstreeks kan doen of via het fonds. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 45 — Artikel 45 Samenstelling transitiecommissie#
Artikel 45 Samenstelling transitiecommissie 1 De transitiecommissie bestaat uit vijf onafhankelijke leden waaronder een voorzitter. 2 Onze Minister benoemt de leden van de transitiecommissie. Alvorens een kandidaat-lid te benoemen vraagt Onze Minister het oordeel van de Stichting van de Arbeid over de kandidaat. 3 De leden van de transitiecommissie zijn deskundig ten aanzien van pensioen en hebben ruime werkervaring op pensioenterrein als bestuurder, wetenschapper of bestuursadviseur. 4 In de transitiecommissie als geheel is deskundigheid op het gebied van pensioen en arbeidsvoorwaarden, actuariële deskundigheid, kennis van en ervaring met mediation-trajecten en kennis van en ervaring met onderhandelingsprocessen vertegenwoordigd. 5 De leden van de transitiecommissie: a. functioneren onafhankelijk en bevestigen dit voorafgaand aan hun aanstelling schriftelijk; b. leggen vast welke andere werkzaamheden zij verrichten; en c. zijn niet betrokken bij bemiddeling of bindend advies voor partijen of sectoren waarbij zij uit hoofde van hun andere werkzaamheden betrokken zijn. 6 De transitiecommissie voorkomt belangenverstrengeling of de schijn van belangenverstrengeling en stelt hiervoor nadere regels in het reglement. 7 De voorzitter en commissieleden kunnen op eigen verzoek door Onze Minister worden ontslagen. Zij kunnen verder door Onze Minister worden geschorst of ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. 8 Wet vergoedingen adviescolleges en commissies De transitiecommissie wordt bekostigd door Onze Minister. De leden van de transitiecommissie kunnen een vergoeding ontvangen volgens de regels van de. 9 artikel 45b De transitiecommissie wordt uiterlijk vier weken nadat het jaarverslag over 2027, bedoeld in, is uitgebracht opgeheven, tenzij naar het oordeel van Onze Minister onvoorziene omstandigheden het opheffen van de transitiecommissie in de weg staan. 2025 423 10-12-2025 04-12-2025 2025 423 10-12-2025 04-12-2025 01-01-2026
Artikel 45a — Artikel 45a Ondersteuning transitiecommissie#
Artikel 45a Ondersteuning transitiecommissie 1 Wet op de Sociaal-Economische Raad De transitiecommissie wordt ondersteund door een secretariaat. Het secretariaat is ondergebracht bij de Sociaal-Economische Raad, bedoeld in de. 2 De werkzaamheden en huisvesting van het secretariaat van de transitiecommissie worden, voor zover goedgekeurd, gefinancierd door Onze Minister. Hieronder worden in ieder geval verstaan: a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning; b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid; en c. de kosten voor publicaties van jaarverslagen. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 45b — Artikel 45b Jaarverslag transitiecommissie#
Artikel 45b Jaarverslag transitiecommissie 1 De transitiecommissie maakt een jaarverslag van haar werkzaamheden dat bestaat uit een financieel jaarverslag en een verslag van de werkzaamheden. 2 De transitiecommissie maakt het jaarverslag over het afgelopen jaar steeds openbaar voor 1 april. Het jaarverslag over 2027 dient uiterlijk voor 1 juli 2027 openbaar gemaakt te worden. 2025 423 10-12-2025 04-12-2025 2025 423 10-12-2025 04-12-2025 01-01-2026
Artikel 45c — Artikel 45c Reglement transitiecommissie#
Artikel 45c Reglement transitiecommissie 1 De transitiecommissie stelt een reglement vast waarin in ieder geval is vastgelegd: a. de procedure voor het aanvragen van bemiddeling dan wel bindend advies; b. de termijnen die gelden voor het in behandeling nemen van een aanvraag; c. in welke gevallen een aanvraag niet dan wel niet langer in behandeling wordt genomen en hoe de aanvragers daarover worden geïnformeerd; d. de procedure voor het openbaar maken van een bindend advies; en e. de wijze waarop besluitvorming plaatsvindt. 2 artikel 45d, eerste lid De transitiecommissie kan in het reglement nadere regels opnemen met betrekking tot de informatie en opgaven, bedoeld in. 3 Het reglement wordt door de transitiecommissie vastgesteld na overleg met Onze Minister. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 45d — Artikel 45d Bindend advies#
Artikel 45d Bindend advies 1 Indien de aanvraag een verzoek tot bindend advies betreft overleggen de aanvragers bij de aanvraag: a. informatie over de onderwerpen waarover overeenstemming is bereikt; b. informatie over de onderwerpen waarover geen overeenstemming is bereikt; c. informatie over de onderhandelingsinzet van de beide aanvragers bij de onderwerpen waarover geen overeenstemming is bereikt; d. de berekeningen van de effecten voor de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde van de verschillende opties; en e. een oordeel over de uitvoerbaarheid van de beoogde uitvoerder. 2 De transitiecommissie maakt een bindend advies openbaar binnen vier weken na bekendmaking aan de aanvragers. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 45e — Artikel 45e Tijdstip verzoeken aan transitiecommissie#
Artikel 45e Tijdstip verzoeken aan transitiecommissie 1 Een verzoek tot bemiddeling door de transitiecommissie dient voor 1 januari 2024 te worden ingediend bij de transitiecommissie als partijen de pensioenovereenkomst dan wel de beroepspensioenregeling willen laten uitvoeren door een pensioenfonds en voor 1 januari 2026 als partijen deze willen laten uitvoeren door een verzekeraar of premiepensioeninstelling. 2 Een verzoek tot het bindend adviseren door de transitiecommissie dient voor 1 juli 2024 dan wel in de periode van 1 juli 2025 tot en met 31 maart 2026 te worden ingediend bij de transitiecommissie als partijen de pensioenovereenkomst dan wel de beroepspensioenregeling willen laten uitvoeren door een pensioenfonds en voor 1 januari 2027 als partijen deze willen laten uitvoeren door een verzekeraar of premiepensioeninstelling. 2025 423 10-12-2025 04-12-2025 2025 423 10-12-2025 04-12-2025 01-01-2026 01-01-2025
Artikel 46 — Artikel 46 Implementatieplan#
Artikel 46 Implementatieplan 1 artikelen 150m 150n van de Pensioenwet artikelen 145l 145m van de Wet verplichte beroepspensioenregeling In het kader van de wijze waarop voorbereidingen worden getroffen voor de uitvoering van de gewijzigde pensioenovereenkomst dan wel de gewijzigde beroepspensioenregeling en de besluiten op grond van deendan wel deenwordt in het implementatieplan van fondsen ten minste opgenomen: a. informatie over het doorlopen en te doorlopen besluitvormingsproces; b. de genomen en te nemen stappen in de implementatiefase en uitvoeringsfase en het beoogde tijdpad hiervoor en welke stappen gezet moeten worden ingeval financiële, economische en andere schokken optreden tijdens de transitieperiode; en c. artikel 44, onderdelen d en e de onderwerpen, bedoeld in. 2 artikel 150m van de Pensioenwet artikel 145l van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Een fonds onderbouwt hoe zal worden omgegaan met de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, alsmede de berekeningen daarbij en de overwegingen daartoe. Indien een fonds zal overgaan tot een collectieve waardeoverdracht als bedoeld indan welbetreft dit in ieder geval: a. welk gedeelte van het vermogen wordt gebruikt om te voldoen aan de vereisten ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen; b. indien van toepassing, de onderbouwing van het toepassen van de vba-methode voor de waardering van de pensioenaanspraken en pensioenrechten en het aanwenden van het vermogen; c. artikel 150n van de Pensioenwet artikel 145m van de Wet verplichte beroepspensioenregeling hoe invulling wordt gegeven aan de keuzes die een fonds op grond vandan welkan maken; d. indien van toepassing, de hoogte van de initiële vulling van het compensatiedepot; e. indien van toepassing, de hoogte van de initiële vulling van de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve; f. artikel 150p van de Pensioenwet artikel 145o van de Wet verplichte beroepspensioenregeling hoe het rekening heeft gehouden met de gevolgen voor deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden van gebruikmaking van overbruggingsplannen als bedoeld indan wel; g. hoe het rekening heeft gehouden of zal houden met de gevolgen voor deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of pensioengerechtigden wanneer gebruik is of zal worden gemaakt van de mogelijkheid toeslag te verlenen bij een beleidsdekkingsgraad vanaf 105%; h. hoe zal worden omgegaan met arbeidsongeschiktheidspensioen, premievrije voortzetting en nabestaandenpensioen; en i. artikel 150n van de Pensioenwet artikel 145m van de Wet verplichte beroepspensioenregeling indien van toepassing, de onderbouwing van het toepassen van een andere spreidingstermijn dan tien jaar bij de standaardregel, bedoeld indan wel. 3 Een fonds neemt een analyse op ten aanzien van: a. operationele en IT-risico’s waaronder de continuïteit en betrouwbaarheid van de dienstverlening voor, tijdens en na de transitie en de beheersing van deze risico’s; b. de beschikbaarheid van data voor, tijdens en na de transitie en de beheersing van de risico’s hierbij; c. de datakwaliteit voor, tijdens en na de transitie en de beheersing van de risico’s hierbij; d. Wet toekomst pensioenen de procesbeheersing en de beheersing van de risico’s hierbij waarbij tevens de onderbouwing van de risicoanalyse die na de inwerkingtreding van deis uitgevoerd wordt opgenomen; e. de risico’s die samenhangen met de uitbesteding van werkzaamheden en de beheersing van deze risico’s; en f. de financiële risico’s en de beheersing van deze risico’s. 4 Een fonds moet kunnen aantonen dat de datakwaliteit voor, tijdens en na de transitie geborgd is. Dit doet zij door het uitvoeren van een risicoanalyse als bedoeld in het derde lid, onderdeel c. Een fonds dat besluit tot een collectieve waardeoverdracht van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten geeft tevens aan hoe zij de kwaliteit van de data zekerstelt voor, tijdens en na de transitie. Dat doet zij door: a. voorafgaand aan het indienen van het implementatieplan een externe accountant of een externe IT-auditor opdracht te geven werkzaamheden te verrichten waarmee het fondsbestuur in staat wordt gesteld een oordeel te vormen over de juistheid en volledigheid van de relevante pensioendata benodigd voor de transitie waarbij de resultaten van de bevindingen van de accountant of de IT-auditor, de wijze waarop de eventuele bevindingen zijn opgevolgd en de oordeelsvorming van het fonds dienen opgenomen te worden in het implementatieplan of meegestuurd te worden bij indiening van het implementatieplan bij De Nederlandsche Bank; en b. na de transitie een externe accountant opdracht te geven een oordeel te vellen over de juistheid en volledigheid van de transitie, waaronder tenminste de berekeningen die ten grondslag liggen aan de verdeling van vermogens en, indien van toepassing, het compensatiedepot, de solidariteitsreserve of de risicodelingsreserve bij invaren. 5 Op verzekeraars en premiepensioeninstellingen is het eerste lid, onderdelen a en b, het tweede lid, eerste zin, en het derde lid, aanhef en onderdelen a, b, c en d, van overeenkomstige toepassing. Daar waar de onderdelen in het implementatieplan overeenkomen met het reeds doorlopen productontwikkelingsproces kan daarnaar verwezen worden. 6 artikel 150i, vierde lid, onderdeel b, van de Pensioenwet artikel 145h, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De uitvoerder dient het implementatieplan, zonder het communicatieplan, in bij De Nederlandsche Bank en informeert de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of pensioengerechtigden over de indiening en over de inhoud van het implementatieplan waaronder de voorgenomen wijzigingen in de pensioenregeling, de gemaakte keuzes en het verdere proces. De verzekeraar of premiepensioeninstelling die gebruikt maakt van, of, informeert de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of pensioengerechtigden tijdig maar uiterlijk wanneer de gewijzigde pensioenovereenkomst of gewijzigde beroepspensioenregeling bekend is. 2025 154 11-06-2025 05-06-2025 2025 154 11-06-2025 05-06-2025 12-06-2025
Artikel 46a — Artikel 46a Communicatieplan#
Artikel 46a Communicatieplan 1 artikel 150j, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 145i, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De uitvoerder neemt in het communicatieplan op dat bij het informeren van de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden, naast de informatie, bedoeld indan wel, in ieder geval ook het volgende wordt opgenomen: a. de persoonsgegevens van de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde; b. de naam en het contactadres van de uitvoerder; c. de peildatum waarop de informatie betrekking heeft; d. het karakter van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling voor en na de peildatum; e. de pensioensoorten voor en na de peildatum, waarbij bij partnerpensioen onderscheid wordt gemaakt tussen partnerpensioen op opbouwbasis en partnerpensioen op risicobasis; f. de hoogte van de dekking van het nabestaandenpensioen voor en na de peildatum; g. uitleg over verschillen in bedragen voor en na de peildatum; en h. de doelgroepen, doelstellingen en de planning van de informatieverstrekking, waarbij in ieder geval de belangrijkste communicatiemomenten zijn opgenomen. 2 De uitvoerder geeft verder informatie over het stellen van vragen aan de uitvoerder, over de interne klachtenprocedure van de uitvoerder en neemt een verwijzing op naar het pensioenregister. 3 De uitvoerder legt de wijze waarop de pensioenuitvoerder omgaat met inkomende waarden in het kader van de collectieve waardeoverdracht, waaronder begrepen de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, vast in het pensioenreglement. 4 In geval de gewijzigde pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling is ondergebracht bij een nieuwe uitvoerder, is de oude uitvoerder verplicht op verzoek van de nieuwe uitvoerder de relevante informatie tijdig te verstrekken. 5 artikel 150i, vierde lid, onderdeel b, van de Pensioenwet artikel 145h, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De uitvoerder dient het communicatieplan in bij de Stichting Autoriteit Financiële Markten en informeert de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of pensioengerechtigden over de indiening en de inhoud van het communicatieplan en over het verdere proces. De verzekeraar of premiepensioeninstelling die gebruikt maakt van, of, informeert de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of pensioengerechtigden tijdig maar uiterlijk wanneer de gewijzigde pensioenovereenkomst of gewijzigde beroepspensioenregeling bekend is. 6 artikel 150j, derde lid, van de Pensioenwet artikel 145i, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 220i, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 214g, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Het door de uitvoerder verstrekken van informatie aan deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden, bedoeld inof, vindt uiterlijk plaats één maand voor het tijdstip van overgang op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst of beroepspensioenregeling, bedoeld inof. 7 De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen over de vormgeving en wijze van leveren van het communicatieplan. 2025 154 11-06-2025 05-06-2025 2025 154 11-06-2025 05-06-2025 12-06-2025
Artikel 46b — Artikel 46b Interne collectieve waardeoverdracht fondsen#
Artikel 46b Interne collectieve waardeoverdracht fondsen 1 artikel 150m, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 145l, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De toezichthouder beoordeelt het voornemen tot waardeoverdracht, bedoeld indan welop de volgende aspecten: a. het besluitvormingsproces; b. financiële en andere risico’s; c. de financiële effecten; d. de collectieve actuariële gelijkwaardigheid; en e. de evenwichtige belangenafweging door het fonds. 2 artikel 150m, vierde en zesde lid, van de Pensioenwet artikel 145l, vierde en zesde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Het fonds verstrekt het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan ten behoeve van de advisering, dan wel goedkeuring, bedoeld indan wel, in ieder geval de volgende gegevens: a. het voorgenomen besluit tot collectieve waardeoverdracht, waarbij ten minste wordt ingegaan op de volgende onderwerpen: 1°. indien van toepassing, de onderbouwing van het toepassen van de vba-methode voor de waardering van de pensioenaanspraken en pensioenrechten en het aanwenden van het vermogen; 2°. artikel 150n van de Pensioenwet artikel 145m van de Wet verplichte beroepspensioenregeling hoe invulling wordt gegeven aan de keuzes die een fonds op grond vandan welkan maken; 3°. indien van toepassing: de hoogte van de initiële vulling van het compensatiedepot; en 4°. indien van toepassing: de hoogte van de initiële vulling van de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve; b. hoe zal worden omgegaan met arbeidsongeschiktheidspensioen, premievrije voortzetting en nabestaandenpensioen; c. informatie over het besluitvormingsproces; d. de kwantitatieve effecten van de collectieve waardeoverdracht; e. de overwegingen en afwegingen van het fonds bij het voorgenomen besluit en een motivering waarom de effecten evenwichtig worden geacht; f. de gewijzigde pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling; g. de afspraken met betrekking tot compensatie; en h. de transitie-effecten van de totale transitie in termen van netto profijt per leeftijdscohort in hele geboortejaren en in termen van de pensioenverwachting per leeftijdscohort in hele geboortejaren die, voor zover het ouderdomspensioen betreft, wordt weergegeven op basis van een pessimistisch, verwacht en optimistisch scenario, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. 3 Indien van toepassing verstrekt het fonds aan de raad van toezicht of de visitatiecommissie de gegevens, bedoeld in het tweede lid, alsmede het advies van het verantwoordingsorgaan of de reactie op het verzoek tot goedkeuring van het belanghebbendenorgaan. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 46c — Artikel 46c vba-rekenmethodiek#
Artikel 46c vba-rekenmethodiek 1 artikelen 150n van de Pensioenwet 145m van de Wet verplichte beroepspensioenregeling 150e, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet 145d, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Bij de vba-methode, bedoeld in dedan welen bij het berekenen van transitie-effecten als bedoeld indan wel, wordt gebruik gemaakt van de value based ALM-rekenmethodiek. 2 Bij de vba-rekenmethodiek geldt voor de berekeningen het volgende: a. artikel 43 bij de analyse wordt gebruik gemaakt van minimaal 20.000 risico-neutrale scenario’s als bedoeld in; b. artikel 43 de duur van de gehele prognosehorizon is zoals vastgesteld in de risico-neutrale scenario’s, bedoeld in; en c. voor de demografische ontwikkeling binnen de uitvoerder wordt over de gehele prognosehorizon een realistische aanname gehanteerd. 3 Bij de vba-rekenmethodiek geldt voor de berekeningen door een fonds het vastgestelde fondsbeleid. Bij de vaststelling van het fondsbeleid geldt het volgende: a. artikel 145 van de Pensioenwet artikel 140 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling bij de waardering van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten sluit het fonds aan bij het op 30 juni 2022 in de actuariële en bedrijfstechnische nota, bedoeld indan wel, vastgelegde beleidskader en vastgelegde financiële toezichtskaderbeleid; b. artikel 28d bij de waardering van de pensioenaanspraken en pensioenrechten voor de solidaire premieovereenkomst dan wel solidaire premieregeling, of flexibele premieovereenkomst dan wel flexibele premieregeling sluit het fonds aan bij de onderdelen zoals in de opdrachtbevestiging, bedoeld in, is vastgelegd of het fonds van plan is vast te leggen; c. voor zover sprake is van incomplete beleidsonderdelen voor de uitvoering van de volledige prognosehorizon worden realistische aannames gehanteerd; d. een fonds kan voor de uitvoering van de volledige prognosehorizon afwijken van het fondsbeleid, zoals vastgelegd in de actuariële en bedrijfstechnische nota of in de opdrachtbevestiging, waarbij dit uitsluitend mogelijk is indien dit leidt tot een realistischere invulling op langere termijn; e. bij de volledige prognosehorizon wordt verondersteld dat de status van deelnemer of gewezen deelnemer niet wijzigt tot aan de pensioendatum voor zover de toeslagverlening voor deelnemers en gewezen deelnemers verschillend is; en f. te allen tijde wordt voldaan aan de huidige wet- en regelgeving. 4 Voor zover een uitvoerder bij de berekening gebruik maakt van maatmensen leidt deze vereenvoudiging niet tot materiële afwijkingen in de berekening van de marktwaarden van de te verwachte pensioenuitkeringen van deelnemers, gewezen deelnemers en andere aanspraakgerechtigden. 5 De uitvoerder onderbouwt de aannames, vereenvoudigingen en, voor zover van toepassing, de afwijking van het fondsbeleid op adequate wijze en neemt dit op in het implementatieplan. 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 20-12-2025
Artikel 46d — Artikel 46d Omrekenmethoden en aanwenden vermogen#
Artikel 46d Omrekenmethoden en aanwenden vermogen 1 artikel 150n van de Pensioenwet artikel 145m van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Bij de standaardmethode, bedoeld indan wel, wordt gebruik gemaakt van een standaardregel. 2 artikel 150n van de Pensioenwet artikel 145m van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 46c Bij de vba-methode, bedoeld inen, wordt gebruik gemaakt van de rekenmethodiek in. 3 artikel 150n, zesde lid, van de Pensioenwet artikel 145m, zesde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Bij dekkingsgraden, na de initiële vulling van een solidariteitsreserve, een risicodelingsreserve of een compensatiedepot, tussen 105% en 110% als bedoeld indan welkan 5% van het vermogen verschoven worden om evenwichtiger uitkomsten te bereiken. 4 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de voorgeschreven standaardregel. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 46e — Artikel 46e Transitie-effecten#
Artikel 46e Transitie-effecten 1 artikelen 150e 150p, vierde lid 220e, vierde lid, van de Pensioenwet artikelen 145d 145o, vierde lid 214d, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 46c artikel 43 Bij de netto profijt berekening, bedoeld in de,, endan wel de,, en, wordt de vba- rekenmethodiek, bedoeld ingehanteerd met dien verstande dat de berekening wordt uitgevoerd met minimaal 10.000 risico-neutrale scenario’s als bedoeld in. 2 artikel 150p, vierde lid, van de Pensioenwet artikel 145o, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Het netto profijt effect van het financieel toetsingskader tijdens de transitie, bedoeld indan wel in, wordt berekend door het netto profijt van het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling af te zetten tegen het netto profijt dat ontstaat door het indienen van een overbruggingsplan. 3 Het netto profijt effect wanneer gebruik is gemaakt van de mogelijkheid in het jaar 2022 en 2023 toeslag te verlenen bij een beleidsdekkingsgraad vanaf 105% wordt berekend door het netto profijt van het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling af te zetten tegen het netto profijt dat ontstaat door het gebruik maken van deze mogelijkheid. 4 artikelen 150e 150p, vierde lid 220e, vierde lid, van de Pensioenwet artikelen 145d 145o, vierde lid 214d, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Het resultaat van de netto profijt berekening in de,, enen de,enwordt uitgedrukt als percentage van de marktwaarde van te verwachte pensioenuitkeringen bij het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling. 5 artikelen 150e, eerste lid, onderdeel b 220e, vierde lid, onderdeel b, en vijfde lid, onderdeel b, van de Pensioenwet artikelen 145d, eerste lid, onderdeel b 214d, vierde lid, onderdeel b, en vijfde lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 46c, derde lid De pensioenverwachting, bedoeld in de, endan wel de, en, wordt berekend aan de hand van het vastgestelde fondsbeleid, bedoeld in, en een scenario-analyse, waarbij: a. het pessimistisch scenario het 5e percentiel is; b. het verwacht scenario het 50e percentiel is; en c. het optimistisch scenario het 95e percentiel is. 6 artikelen 150e, derde lid 220e, vijfde lid, van de Pensioenwet artikelen 145d, derde lid 214d, vijfde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Bij de bruto profijt berekening, bedoeld in de, enen de, en, wordt op moment van berekening het volgende gehanteerd: a. artikel 2, tweede lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen de meest recente door De Nederlandsche Bank gepubliceerde nominale rentetermijnstructuur, bedoeld in; b. artikel 23a, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen voor de prijs- en loonontwikkeling wordt aangesloten bij de prijs- en looninflatie, bedoeld in; en c. voor de individuele loonontwikkeling van deelnemers en gewezen deelnemers wordt aangesloten bij voor de uitvoerder specifieke uitgangspunten. 7 artikelen 150e, derde lid 220e, vijfde lid, van de Pensioenwet artikelen 145d, derde lid 214d, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Het resultaat van de bruto profijt berekening in de, enen de, enwordt uitgedrukt als percentage van de marktwaarde van te verwachte pensioenuitkeringen bij het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling. 8 De uitvoerder onderbouwt de voor de uitvoerder specifieke uitgangspunten, bedoeld in het zesde lid, onderdeel c, op adequate wijze en neemt dit op in het implementatieplan. 9 De transitie-effecten netto profijt, pensioenverwachting en bruto profijt worden berekend in ieder geval per leeftijdscohort in hele geboortejaren waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. 10 artikel 7e, eerste lid De uitvoerder verstrekt deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden een uitleg over en redenen voor verschillen in bedragen voor en na de peildatum, waaronder indien van toepassing het effect van het vervallen van de maximering van de toeslagverlening op de scenario’s, bedoeld in, voor en na de peildatum. 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 20-12-2025
Artikel 46f — Artikel 46f Ontheffing bij interne collectieve waardeoverdracht fonds#
Artikel 46f Ontheffing bij interne collectieve waardeoverdracht fonds 1 artikel 150oa, eerste lid, van de Pensioenwet artikel 145na, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 150m, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 145l, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Een fonds dient een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld indan wel, tegelijk in met het doen van de melding aan de toezichthouder van het voornemen tot waardeoverdracht, bedoeld indan wel. 2 De toezichthouder neemt een besluit over de aanvraag tot ontheffing tegelijk met het besluit of het een verbod tot waardeoverdracht zal opleggen. De toezichthouder verleent geen ontheffing indien een verbod tot waardeoverdracht wordt opgelegd. 3 artikel 150oa, eerste lid, van de Pensioenwet artikel 145na, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Van redelijkerwijs niet kunnen voldoen als bedoeld indan welis sprake indien het fonds aan de toezichthouder aantoont dat: a. sprake is van specifiek voor het fonds geldende bijzondere omstandigheden of fondskarakteristieken; b. artikel 150n, achtste lid artikel 150o van de Pensioenwet artikel 145m, achtste lid artikel 145n van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 150l, vierde lid, onderdeel b, van de Pensioenwet artikel 145k, vierde lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling uitsluitend deze bijzondere omstandigheden of fondskarakteristieken ertoe leiden dat toepassing van een of meer van de in, ofdan wel, ofgenoemde voorwaarden leidt tot onevenwichtig nadeel als bedoeld inof; en c. het fonds redelijkerwijs op geen andere wijze kan voldoen aan de betreffende voorwaarden zonder dat toepassing daarvan leidt tot onevenwichtig nadeel. 4 Bij de aanvraag voor ontheffing toont het fonds aan dat: a. artikelen 150n, achtste lid 150o Pensioenwet artikelen 145m, achtste lid 145n Wet verplichte beroepspensioenregeling de werkgever dan wel de beroepspensioenvereniging in het transitieplan het fonds heeft verzocht af te wijken van de, ofdan wel deof; b. artikel 150m, vierde, zesde en zevende lid, van de Pensioenwet artikel 145l, vierde en zesde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling het fonds het verantwoordingsorgaan, het belanghebbendenorgaan of de raad van toezicht, ten behoeve van de advisering, dan wel goedkeuring, als bedoeld indan weluitdrukkelijk heeft verzocht om te adviseren of goedkeuring te verlenen aan het doen van een aanvraag van een in het eerste lid bedoelde ontheffing bij de toezichthouder; c. artikel 46b artikel 150e van de Pensioenwet artikel 145d van de Wet verplichte beroepspensioenregeling het fonds aan het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan, in aanvulling op, de transitie-effecten van de totale transitie inzichtelijk heeft gemaakt, waarbij ten minste het netto profijt en de pensioenverwachting als bedoeld indan wel, per leeftijdscohort in hele geboortejaren zijn opgenomen en waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden en het verschil inzichtelijk wordt gemaakt voor de situatie dat de toezichthouder wel of geen ontheffing geeft; d. het fonds indien van toepassing aan de raad van toezicht of de visitatiecommissie de gegevens, bedoeld in onderdeel c, alsmede het advies van het verantwoordingsorgaan of de reactie op het verzoek tot goedkeuring van het belanghebbendenorgaan heeft verstrekt; e. het fonds aan de hand van de in onderdeel c opgenomen berekeningen de transitie-effecten van het aanvragen van een ontheffing nadrukkelijk heeft meegewogen en deze weging inzichtelijk maakt in de onderbouwing van de aanvraag voor de ontheffing en in het implementatieplan; en f. artikel 105, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 110b, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling het fonds onderbouwt dat door de gevraagde ontheffing het fonds met het besluit tot collectieve waardeoverdracht in overeenstemming metdan welhandelt. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 46g — Artikel 46g Informatie over beoordeling verzoek tot collectieve waardeoverdracht#
Artikel 46g Informatie over beoordeling verzoek tot collectieve waardeoverdracht 1 artikel 150l, vierde lid, van de Pensioenwet artikel 145k, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Het fonds maakt uiterlijk voorafgaand aan de collectieve waardeoverdracht, bedoeld indan wel, inzichtelijk waarom het fonds het verzoek tot collectieve waardeoverdracht van de werkgever of de beroepspensioenvereniging niet afwijst door middel van een kwalitatieve duiding van het niet overgaan op een dergelijke collectieve waardeoverdracht. 2 Het fonds stelt de informatie, bedoeld in het eerste lid, op zijn website voor een ieder beschikbaar. 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 20-12-2025 Is van toepassing met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 47 — Artikel 47 Financieel overbruggingsplan#
Artikel 47 Financieel overbruggingsplan 1 artikel 150p van de Pensioenwet artikel 145o van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Het overbruggingsplan, bedoeld indan wel, bevat in ieder geval: a. artikel 150p, derde en vierde lid, onderdeel a, van de Pensioenwet artikel 145o, derde en vierde lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling de indan welgenoemde onderwerpen; b. een beschrijving van de voorziene ontwikkeling van de technische voorzieningen en de waarden; en c. een beschrijving van de concrete maatregelen waardoor het eigen vermogen binnen de looptijd van het overbruggingsplan op de invaardekkingsgraad komt, waarbij rekening wordt gehouden met de toeslagverlening en de overige verplichtingen van het fonds. 2 artikel 150m, eerste lid, van de Pensioenwet artikel 145l, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Een fonds dat een overbruggingsplan indient en nog geen implementatieplan heeft ingediend, onderbouwt in het overbruggingsplan de verwachting dat het zal overgaan tot een collectieve waardeoverdracht als bedoeld indan wel. 3 Het overbruggingsplan is ten aanzien van het eerste lid, onderdelen b en c, gebaseerd op een deterministische analyse op basis van een dekkingsgraadsjabloon. 4 Voor toeslagverlening in de looptijd van het overbruggingsplan geldt dat geen toeslag wordt verleend: a. bij een beleidsdekkingsgraad onder 105%; b. bij een dekkingsgraad onder 105% of, nadat het fonds het implementatieplan heeft ingediend, onder de invaardekkingsgraad; en c. voor zover de dekkingsgraad van het fonds door de toeslagverlening lager zou worden dan 105% of lager dan de invaardekkingsgraad. 5 De in het eerste lid, onderdeel c, genoemde maatregelen mogen er niet toe leiden dat het risico dat niet wordt voldaan aan de vereisten ten aanzien van het eigen vermogen doelbewust worden vergroot. In afwijking hiervan kan een fonds eenmalig, na dit in het implementatieplan te hebben onderbouwd, het strategisch beleggingsbeleid aanpassen mits dit past bij de risicohoudingen per cohort die voor het implementatieplan zijn vastgesteld. Als het fonds besluit niet over te gaan tot collectieve waardeoverdracht, dan brengt het fonds het risico van het strategische beleggingsbeleid zo snel mogelijk terug naar het eerdere niveau. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 47a — Artikel 47a Opschorting individuele waardeoverdracht#
Artikel 47a Opschorting individuele waardeoverdracht 1 artikelen 71 76 van de Pensioenwet artikel 82 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 150r van de Pensioenwet artikel 145q van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De vaststelling door fondsen of de plicht tot waardeoverdracht, bedoeld in deenof, wordt opgeschort vanwege een van de omschreven situaties van opschorting inof, vindt plaats per de eerste dag van iedere kalendermaand aan de hand van de situatie op de laatste dag van de voorafgaande kalendermaand. 2 artikel 150r van de Pensioenwet artikel 145q van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 20 artikel 18 Het ontvangende fonds informeert de deelnemer over de opschorting van de plicht tot waardeoverdracht en de gevolgen daarvan als de plicht tot waardeoverdracht is opgeschort vanwege een van de omschreven situaties van opschorting inof, na de datum dat het ontvangende fonds de gegevens, bedoeld in, aan de deelnemer heeft verstrekt of zodra de deelnemer een opgave heeft gevraagd van zijn pensioenaanspraken als bedoeld in. 3 artikel 150r van de Pensioenwet artikel 145q van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De plicht tot waardeoverdracht herleeft zodra niet langer sprake is van een van de inofomschreven situaties van opschorting. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing. 4 Als de plicht tot waardeoverdracht na een periode van opschorting herleeft, geldt het volgende: a. artikel 18 artikel 1 indien de opschorting plaatsvond na de datum waarop de deelnemer een opgave heeft gevraagd van zijn pensioenaanspraken als bedoeld inis, in afwijking van de definitie, bedoeld in, de overdrachtsdatum de datum waarop de plicht tot waardeoverdracht is herleefd; en b. artikel 18 artikel 20 artikel 18 indien de deelnemer een opgave heeft gevraagd van zijn pensioenaanspraken als bedoeld inof de ontvangende uitvoerder de gegevens, bedoeld in, aan de deelnemer heeft verstrekt voor de herleving van de plicht tot waardeoverdracht, vraagt het ontvangende fonds binnen drie maanden na herleving van de plicht tot waardeoverdracht aan het overdragende fonds een opgave als bedoeld in. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 47aa — Artikel 47aa Eenmalige individuele waardeoverdracht van pensioenrechten na invaren#
Artikel 47aa Eenmalige individuele waardeoverdracht van pensioenrechten na invaren 1 artikelen 23, eerste en derde lid 24 25 27 28 artikel 150l, zesde lid artikel 80, van de Pensioenwet artikel 145k, zesde lid artikel 88, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing op de individuele waardeoverdracht bij het shoprecht, bedoeld in, en, dan wel, en, met dien verstande dat: a. artikel 25 als overdrachtsdatum wordt aangemerkt de datum waarop de overdragende uitvoerder de overdrachtswaarde, bedoeld in, aan de ontvangende uitvoerder betaalt; en b. artikel 10e, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 28e, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling de overdragende uitvoerder de overdrachtswaarde kan vermeerderen met de vulling van de risicodelingsreserve uit het kapitaal van de gepensioneerde bij toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme, bedoeld in, dan wel, aangepast aan de procentuele waardeverandering van de risicodelingsreserve in de periode tussen de toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme en de overdrachtsdatum, voor zover deze waardeverandering is opgetreden als gevolg van deling van de financiële mee- of tegenvallers. 2 De overdragende uitvoerder keert de pensioenuitkeringen voortvloeiend uit de pensioenregeling van de overdragende uitvoerder tot de overdrachtsdatum aan de gepensioneerde uit. Het risico dat betrekking heeft op de over te dragen pensioenrechten, komt met ingang van de overdrachtsdatum, bedoeld in het eerste lid, voor rekening van de ontvangende uitvoerder. 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 20-12-2025
Artikel 47b — Artikel 47b Gelijke aanpassingen met spreiden pensioengerechtigden#
Artikel 47b Gelijke aanpassingen met spreiden pensioengerechtigden 1 artikelen 1ca 1cb 1cc artikelen 10a, vijfde lid 63a, achtste lid, van de Pensioenwet artikelen 28a, vijfde lid 75a, achtste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 150m van de Pensioenwet artikel 145l van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De,enzijn van overeenkomstige toepassing voor personen die pensioengerechtigden zijn op het tijdstip dat de uitvoerder overgaat op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst dat een solidaire premieovereenkomst dan wel solidaire premieregeling inhoudt waarbij de toedelingsregels om gelijke aanpassingen als bedoeld in de, endan wel de, en, met spreiden te realiseren van toepassing zijn en waarbij sprake is van een collectieve waardeoverdracht als bedoeld indan wel. 2 Het tijdstip van het verdelen van het voor pensioenuitkering bestemd vermogen van pensioengerechtigden is het moment van de gewijzigde uitvoering. 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 2024 211 11-07-2024 05-07-2024 12-07-2024
Artikel 48 — Artikel 48 Vaststelling hoogte boete#
Artikel 48 Vaststelling hoogte boete 1 artikel 179, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 174, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling De toezichthouder stelt een bestuurlijke boete in de tweede of derde categorie vast op het basisbedrag, bedoeld inen. 2 De toezichthouder verlaagt of verhoogt het basisbedrag met ten hoogste 50 procent indien de ernst of duur van de overtreding een dergelijke verlaging of verhoging rechtvaardigt. 3 De toezichthouder verlaagt of verhoogt het basisbedrag met ten hoogste 50 procent indien de mate van verwijtbaarheid van de overtreder een dergelijke verlaging of verhoging rechtvaardigt. 2009 329 31-07-2009 11-06-2009 2009 328 31-07-2009 18-07-2009 01-08-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet wijziging
boetestelsel financiële wetgeving in werking treedt.
Artikel 49 — Artikel 49 Recidive#
Artikel 49 Recidive artikel 48 De door de toezichthouder met toepassing vanvast te stellen bestuurlijke boete wordt verdubbeld indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding. 2009 329 31-07-2009 11-06-2009 2009 328 31-07-2009 18-07-2009 01-08-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet wijziging
boetestelsel financiële wetgeving in werking treedt.
Artikel 50 — Artikel 50 Draagkracht#
Artikel 50 Draagkracht 1 De toezichthouder houdt bij het vaststellen van een bestuurlijke boete rekening met de draagkracht van de overtreder. 2 De toezichthouder kan op basis van het eerste lid de op te leggen bestuurlijke boete verlagen met maximaal 100 procent. 2009 329 31-07-2009 11-06-2009 2009 328 31-07-2009 18-07-2009 01-08-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet wijziging
boetestelsel financiële wetgeving in werking treedt.
Artikel 51 — Artikel 51 Schade voor derden bij pensioenuitvoerders#
Artikel 51 Schade voor derden bij pensioenuitvoerders 1 De toezichthouder houdt bij het vaststellen van een bestuurlijke boete voor pensioenuitvoerders rekening met schade voor derden. 2 artikelen 48 49 50 De toezichthouder kan de op te leggen bestuurlijke boete, na inachtneming van de bepalingen, bedoeld in de,enverlagen met maximaal 75 procent. 2009 329 31-07-2009 11-06-2009 2009 328 31-07-2009 18-07-2009 01-08-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet wijziging
boetestelsel financiële wetgeving in werking treedt.
Artikel 51a — Artikel 51a Indeling naar categorie#
Artikel 51a Indeling naar categorie 1 Pensioenwet Overtreding van een voorschrift, gesteld in een hierna genoemd artikel van deis als volgt beboetbaar: Pensioenwet Boetecategorie 10a 2 10b 2 10c 2 10d 2 10e 2 17 2 21, eerste lid 2 21, tweede lid, tweede volzin 2 23 2 25 1 26 1 28 1 29, eerste lid 2 29, zevende lid , voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 29, eerste lid 2 34, eerste lid 2 35 2 36, eerste lid 2 38 tot en met 48 2 48a 2 48b 2 48c 2 49 2 50, tweede en vierde lid 1 51, eerste, tweede, vierde en vijfde lid 2 51a 2 52 2 52a 2 52b 2 58 2 60 2 61 2 61a 2 62 2 63 1 63b 2 66, vierde tot en met zesde, achtste en tiende lid 2 67, tweede lid 2 68, tweede lid 2 69, vierde, vijfde en zevende lid 2 70a, derde, vierde, vijfde en zevende lid 2 71, eerste tot en met vijfde en zevende lid 2 74, tweede en derde lid 2 76, eerste tot en met vierde en zevende lid 2 83, tweede en vierde lid 2 84, tweede en vierde lid 2 85, eerste lid 2 86, eerste en tweede lid 2 87 2 91 1 94, tweede lid 1 96 1 99 1 100 1 101 1 101a 1 102 1 102a 1 103 1 104 1 105 2 106 1 106a 1 107 1 111 1 112 1 112a 1 112b 2 113 1 115 1 115a 2 115b 1 115c 2 115e 1 115f 1 115g 1 115h 1 116 2 117 2 120, eerste en tweede lid 2 125 2 129 1 134 1 135, eerste lid 2 135, vierde lid 1 136 1 137 1 138 2 139 2 140 2 143 2 145 2 146 1 147, eerste tot en met derde, vijfde en zesde lid 2 150 1 150a, eerste en vijfde lid 2 150g, tweede lid 2 150i 2 150j 2 150k 2 150l, derde en vierde lid 2 150m, tweede tot en met achtste en tiende lid 2 150p, derde tot en met zesde lid 2 150q, tweede en vierde lid 2 167 1 169 1 170, eerste tot en met vierde lid 1 171, eerste lid 2 172, vijfde lid 1 194 1 197 1 199 1 203, derde en vierde lid 2 204 2 2 Wet verplichte beroepspensioenregeling Overtreding van een voorschrift, gesteld in een hierna genoemd artikel van deis als volgt beboetbaar: Wet verplichte beroepspensioenregeling Boetecategorie 8 2 21 2 22 1 23 2 25 2 26 1 28a 2 28b 2 28c 2 28d 2 28e 2 35 1 36 1 38 1 39, eerste lid 2 39, zevende lid , voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 39, eerste lid 2 43 2 44 2 46 2 47 2 48, eerste en tweede lid 2 49 tot en met 59 2 59a 2 59b 2 59c 2 60 2 61, tweede en vierde lid 1 62, eerste, tweede, vierde en vijfde lid 2 62a 2 63 2 63a 2 63b 2 69 2 72 2 73 2 74 2 75 1 75b 2 78, vierde tot en met zesde, achtste en tiende lid 2 79, tweede lid 2 80, tweede lid 2 80a, vierde, vijfde en achtste lid 2 81a, derde, vierde, vijfde en zevende lid 2 82, eerste tot en met vijfde lid 2 85, tweede en derde lid 2 91, tweede lid 2 92, tweede lid 2 93, eerste lid 2 94, eerste en tweede lid 2 95 2 99 1 102, tweede lid 1 104 1 105 1 106 1 107 1 107a 2 108 1 109a 1 110 1 110a 1 110b 2 110c 1 110d 1 110e 2 110f 1 110g 1 110h 1 113 1 114 2 115 2 118 2 124 1 129 1 130, eerste lid 2 130, vierde lid 1 131 1 132 1 133 2 134 2 135, eerste tot en met derde lid 2 138 2 140 2 141 1 142, eerste, tweede, derde en vijfde lid 2 145 1 145f, tweede lid 2 145h 2 145i 2 145j 2 145k, derde en vierde lid 2 145l, tweede tot en met zevende en tiende lid 2 145o, derde tot en met zesde lid 2 145p, tweede en vierde lid 2 162 1 164 1 165, eerste tot en met vierde lid 1 166, eerste lid 2 167, vijfde lid 1 191 1 193 1 197, derde lid 2 198 2 3 Algemene wet bestuursrecht Overtreding van een voorschrift gesteld in een hierna genoemd artikel van deis als volgt beboetbaar: Algemene wet bestuursrecht Boetecategorie 5:20, eerste lid 2 4 Overtreding van een voorschrift gesteld in een hierna genoemd artikel van dit besluit is als volgt beboetbaar: Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling Boetecategorie 1c 2 1e 2 1d 2 1f 2 1g 1 1h 2 2 2 5a 2 5c 2 6 2 7 2 7a 2 8 2 9 2 9a 2 9b 2 9c, derde lid 2 9e 2 9f 2 10 2 10ba 2 10bb 2 14a 1 14b 1 14c 1 14d 1 14g 2 14h 2 14i 2 14j 2 14t 2 14u 2 14v 2 15 2 16 2 25 2 26 2 27 2 28 2 28d 1 46 2 46a 2 46c 2 46d 2 46e 2 5 Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen Overtreding van een voorschrift gesteld in een hierna genoemd artikel van hetis als volgt beboetbaar: Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen Boetecategorie 12 1 13 2 13a 1 14 1 15 2 16 2 29 2 31 2 33 2 6 Besluit experiment pensioenregeling zelfstandigen Overtreding van een voorschrift gesteld in een hierna genoemd artikel van hetis als volgt beboetbaar: Besluit experiment pensioenregeling zelfstandigen Boetecategorie 3 2 9, vijfde en zesde lid 2 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 2025 439 19-12-2025 16-12-2025 20-12-2025
Artikel 51b — Artikel 51b Transitiedata Wet toekomst pensioenen#
Artikel 51b Transitiedata Wet toekomst pensioenen 1 Pensioenwet De tijdstippen, bedoeld in de hierna genoemde artikelen uit de, luiden als volgt: Artikel van de Pensioenwet Onderwerp Transitiedatum a. 150c Mijlpalen in transitieperiode artikel 150c van de Pensioenwet Aan de mijlpalen, bedoeld in, wordt uiterlijk voldaan op de volgende tijdstippen: artikel 150c, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet 1 januari 2025 a. voor de mijlpaal, bedoeld in:; artikel 150c, eerste lid, onderdeel b, van de Pensioenwet artikel 220i, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 220i, tweede lid, van de Pensioenwet 1 juli 2025 uiterlijk 12 maanden voor de beoogde overgang op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst b. voor de mijlpaal, bedoeld in:voor pensioenfondsen die uiterlijk op 1 juli 2026 overgaan op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst als bedoeld inenals bedoeld in, indien deze beoogde overgang na 1 juli 2026 plaatsvindt; en artikel 150c, tweede lid, onderdelen a en b, van de Pensioenwet 1 oktober 2027 c. voor de mijlpalen, bedoeld in:. b. 150f, eerste lid, onderdeel b Compensatieperiode artikel 150f, eerste lid, onderdeel b, van de Pensioenwet 31 december 2036 De compensatieperiode, bedoeld in, eindigt uiterlijk op. c. 150n, negende lid Maximale omvang solidariteitsreserve of risicodelingsreserve na afwijking van de artikelen 10d of 10e van de Pensioenwet artikelen 10d 10e, van de Pensioenwet 1 januari 2037 De eis van de maximale omvang van de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve van 15%, bedoeld in artikel 150n, negende lid, van de Pensioenwet, geldt, na afwijking van deof, opof zoveel eerder als de omvang van de reserve maximaal 15% is gaan bedragen. d. 150p, tweede lid Indienen overbruggingsplan artikel 150p, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 220i, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 150p, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 220i, tweede lid, van de Pensioenwet 1 juli 2025 uiterlijk 12 maanden voor deze beoogde overgang Een pensioenfonds als bedoeld in, dat uiterlijk op 1 juli 2026 overgaat op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst als bedoeld inen dat opgeen implementatieplan heeft ingediend bij de toezichthouder, kan voor dat jaar en de daaropvolgende jaren gedurende de transitieperiode geen overbruggingsplan indienen. Een pensioenfonds als bedoeld in, dat na 1 juli 2026 overgaat op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst als bedoeld inen datgeen implementatieplan heeft ingediend bij de toezichthouder, kan voor dat jaar en de daaropvolgende jaren gedurende de transitieperiode geen overbruggingsplan indienen. e. 150p, derde lid Beschrijving financiële situatie pensioenfonds artikel 150p, derde lid, van de Pensioenwet 1 januari 2028 In het overbruggingsplan beschrijft het pensioenfonds, als bedoeld in, de financiële situatie van het pensioenfonds in de periode tot het pensioenfonds overgaat tot collectieve waardeoverdracht maar uiterlijk op. f. 150q, eerste lid Indienen herstelplan artikel 150q, eerste lid, van de Pensioenwet Een pensioenfonds dient het herstelplan, bedoeld in, in binnen drie maanden na de in onderdeel g genoemde tijdstippen. g. 150q, tweede lid Indienen overbruggingsplan artikel 150q, tweede lid, van de Pensioenwet Het pensioenfonds dient het overbruggingsplan, bedoeld in, in: 1 september 2023 1°. in het jaar 2023: uiterlijk; 1 juli 2024 2°. in het jaar 2024: uiterlijk; 1 juli 2025 3°. in het jaar 2025: uiterlijk; 1 april 2026 4°. in het jaar 2026: uiterlijk; 1 april 2027 5°. in het jaar 2027: uiterlijk. h. 150q, derde lid Looptijd overbruggingsplan artikel 150q, derde lid, van de Pensioenwet 1 januari 2028 Het overbruggingsplan, als bedoeld in, heeft steeds een looptijd tot het tijdstip waarop het pensioenfonds verwacht over te gaan tot collectieve waardeoverdracht maar eindigt niet later dan op. i. 220e, eerste lid Start deelneming deelnemer (overgangsrecht progressieve premie) artikel 220e, eerste lid, onderdeel b, van de Pensioenwet 31 december 2027 De deelneming van de deelnemer, als bedoeld in, vangt uiterlijk aan op. j. 220e, derde lid Wijziging pensioenovereenkomst (overgangsrecht progressieve premie) Artikel 220e, derde lid, van de Pensioenwet 1 januari 2028 , is van toepassing indien op of nade pensioenovereenkomst zodanig wordt gewijzigd dat de door of voor een deelnemer verschuldigde premie niet langer een met de leeftijd oplopend premiepercentage bedraagt, maar een voor alle deelnemers gelijk premiepercentage. k. 220g, eerste lid Uiterste overgangstijdstip nabestaandenpensioen artikel 220g, eerste lid, van de Pensioenwet 1 januari 2028 Het uiterste overgangstijdstip voor het nabestaandenpensioen, als bedoeld in, is. l. 220ha, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Recht op premievrije voortzetting vanwege arbeidsongeschiktheid artikel 220ha, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van de Pensioenwet 31 december 2029 Het recht op premievrije voorzetting vanwege arbeidsongeschiktheid, als bedoeld in, is uiterlijk opontstaan. m. 220i, eerste lid, aanhef, eerste zin Overgangsrecht gewijzigde pensioenovereenkomst Pensioenwet Wet toekomst pensioenen artikel 220i, eerste lid, aanhef, eerste zin, van de Pensioenwet 31 december 2027 De uiterste datum waarop de, zoals die luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de, nog van toepassing is op pensioenuitvoerders die nog niet zijn overgegaan op een gewijzigde pensioenovereenkomst, zoals bedoeld in, is. 2 Wet verplichte beroepspensioenregeling De tijdstippen, bedoeld in de hierna genoemde artikelen uit de, luiden als volgt: Artikel van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Onderwerp Transitiedatum a. 145b Mijlpalen in transitieperiode artikel 145b van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Aan de mijlpalen, bedoeld in, wordt uiterlijk voldaan op de volgende tijdstippen: artikel 145b, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling 1 januari 2025 a. voor de mijlpaal, bedoeld in:; artikel 145b, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 214g, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 214g, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling 1 juli 2025 uiterlijk 12 maanden voor de beoogde overgang op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling b. voor de mijlpaal, bedoeld in:voor beroepspensioenfondsen die uiterlijk op 1 juli 2026 overgaan op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling als bedoeld inenals bedoeld in, indien deze beoogde overgang na 1 juli 2026 plaatsvindt; en artikel 145b, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling 1 oktober 2027 c. voor de mijlpalen, bedoeld in:. b. 145e, eerste lid, onderdeel b Compensatieperiode artikel 145e, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling 31 december 2036. De compensatieperiode, bedoeld in, eindigt uiterlijk op c. 145m, negende lid artikelen 28d 28e van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Maximale omvang solidariteitsreserve of risicodelingsreserve na afwijking van deof artikel 145m, negende lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikelen 28d 28e, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling 1 januari 2037 De eis van de maximale omvang van de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve van 15%, bedoeld in, geldt, na afwijking van deof, opof zoveel eerder als de omvang van de reserve maximaal 15% is gaan bedragen. d. 145o, tweede lid Indienen overbruggingsplan artikel 145o, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 214g, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 145o, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 214g, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling 1 juli 2025 uiterlijk 12 maanden voor deze beoogde overgang Een beroepspensioenfonds als bedoeld in, dat uiterlijk op 1 juli 2026 overgaat op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling als bedoeld inen dat opgeen implementatieplan heeft ingediend bij de toezichthouder, kan voor dat jaar en de daaropvolgende jaren gedurende de transitieperiode geen overbruggingsplan indienen. Een beroepspensioenfonds als bedoeld in, dat na 1 juli 2026 overgaat op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling als bedoeld inen datgeen implementatieplan heeft ingediend bij de toezichthouder, kan voor dat jaar en de daaropvolgende jaren gedurende de transitieperiode geen overbruggingsplan indienen. e. 145o, derde lid Beschrijving financiële situatie beroepspensioenfonds artikel 145o, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling 1 januari 2028. In het overbruggingsplan beschrijft het beroepspensioenfonds, als bedoeld in, de financiële situatie van het beroepspensioenfonds in de periode tot het beroepspensioenfonds overgaat tot collectieve waardeoverdracht maar uiterlijk op f. 145p, eerste lid Indienen herstelplan artikel 145p, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Een beroepspensioenfonds dient het herstelplan, bedoeld in, in binnen drie maanden na de in onderdeel g genoemde tijdstippen. g. 145p, tweede lid Indienen overbruggingsplan artikel 145p, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Het beroepspensioenfonds dient het overbruggingsplan, als bedoeld in, in: 1 september 2023 1°. in het jaar 2023: uiterlijk; 1 juli 2024 2°. in het jaar 2024: uiterlijk; 1 juli 2025 3°. in het jaar 2025: uiterlijk; 1 april 2026 4°. in het jaar 2026: uiterlijk; 1 april 2027 5°. in het jaar 2027: uiterlijk. h. 145p, derde lid Looptijd overbruggingsplan artikel 145p, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling 1 januari 2028 Het overbruggingsplan, als bedoeld in, heeft steeds een looptijd tot het tijdstip waarop het beroepspensioenfonds verwacht over te gaan tot collectieve waardeoverdracht maar eindigt niet later dan op. i. 214d, eerste lid Start deelneming deelnemer (overgangsrecht progressieve premie) artikel 214d, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling 31 december 2027 De deelneming van de deelnemer, als bedoeld in, vangt uiterlijk aan op. j. 214d, derde lid Wijziging beroepspensioenregeling (overgangsrecht progressieve premie) Artikel 214d, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling 1 januari 2028 , is van toepassing indien op of nade beroepspensioenregeling zodanig wordt gewijzigd dat de door of voor een deelnemer verschuldigde premie niet langer een met de leeftijd oplopend premiepercentage bedraagt, maar een voor alle deelnemers gelijk premiepercentage. k. 214e, eerste lid Uiterste overgangstijdstip nabestaandenpensioen artikel 214e, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling 1 januari 2028 Het uiterste overgangstijdstip voor het nabestaandenpensioen, als bedoeld in, is. l. 214fa, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Recht op premievrije voortzetting vanwege arbeidsongeschiktheid artikel 214fa, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling 31 december 2029 Het recht op premievrije voorzetting vanwege arbeidsongeschiktheid, als bedoeld in, is uiterlijk opontstaan. m. 214g, eerste lid, aanhef, eerste zin Overgangsrecht gewijzigde beroepspensioenregeling Wet verplichte beroepspensioenregeling Wet toekomst pensioenen artikel 214g, eerste lid, aanhef, eerste zin, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling 31 december 2027 De uiterste datum waarop de, zoals die luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de, nog van toepassing is op pensioenuitvoerders die nog niet zijn overgegaan op een gewijzigde beroepspensioenregeling, zoals bedoeld in, is. 2025 423 10-12-2025 04-12-2025 2025 423 10-12-2025 04-12-2025 01-01-2026
Artikel 52 — Artikel 52 artikel 18 artikel 22 Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet Overgangsrecht in verband meten#
Artikel 52 artikel 18 artikel 22 Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet Overgangsrecht in verband meten 1 artikel 18, derde lid, van de Invoerings- en aanpassingwet Pensioenwet artikel 2, eerste lid, onderdeel c en vierde lid, onderdeel c, van de Pensioen- en spaarfondsenwet artikel 1 van de Pensioenwet Pensioen- en spaarfondsenwet hoofdstuk I III van de Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet Ten aanzien van de inbedoelde pensioentoezeggingen, welke op grond vanal zijn ondergebracht bij een verzekeraar en waarbij na de datum van inwerkingtreding vangeen verwerving van pensioen meer plaats vindt, blijft deenenvan toepassing. 2 artikel 22, eerste lid, van de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet artikelen 38 tot en met 45 van de Pensioenwet artikel 8a, vierde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet In aanvulling opblijft, tot de datum van inwerkingtreding van de,van toepassing. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 52a — Artikel 52a artikel 35a Overgangsrecht in verband met#
Artikel 52a artikel 35a Overgangsrecht in verband met Artikel 35a is niet van toepassing op benoemingen tot bestuurder of lid van de raad van toezicht van een fonds voor 1 juli 2014. 2013 329 06-08-2013 30-07-2013 2013 330 06-08-2013 30-07-2013 07-08-2013
Artikel 52b — Artikel 52b artikel 5a, tweede lid Overgangsrecht#
Artikel 52b artikel 5a, tweede lid Overgangsrecht Wijzigt dit besluit. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 52c — Artikel 52c artikel 4 Overgangsrecht#
Artikel 52c artikel 4 Overgangsrecht Vervallen 2015 259 30-06-2015 24-06-2015 2015 259 30-06-2015 24-06-2015 01-01-2017
Artikel 52d — Artikel 52d Overgangsrecht reglementair te bereiken pensioenaanspraken#
Artikel 52d Overgangsrecht reglementair te bereiken pensioenaanspraken Vervallen 2015 259 30-06-2015 24-06-2015 2015 259 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2016
Artikel 53 — Artikel 53 Overgangsrecht overdrachtsdatum#
Artikel 53 Overgangsrecht overdrachtsdatum artikel 1 artikel 20 De definitie van overdrachtsdatum, bedoeld in, zoals deze luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit van 2 december 2015 tot wijziging van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling in verband met aanpassing van de regels bij waardeoverdracht (Stb. 469) blijft van toepassing indien de ontvangende uitvoerder de gegevens, bedoeld in, voor dat tijdstip aan de deelnemer heeft verstrekt. 2015 469 10-12-2015 02-12-2015 2015 469 10-12-2015 02-12-2015 11-12-2015
Artikel 54 — Artikel 54 Overgangsrecht opdrachtaanvaarding#
Artikel 54 Overgangsrecht opdrachtaanvaarding Artikel 28d artikel 220i van de Pensioenwet artikel 214g, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Artikel 1a van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen Wet toekomst pensioenen is van toepassing vanaf de opdrachtaanvaarding die betrekking heeft op de overgang op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst als bedoeld indan wel een gewijzigde beroepspensioenregeling als bedoeld in., zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de, blijft van toepassing op een eerdere opdrachtaanvaarding. 2023 217 30-06-2023 22-06-2023 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 55 — Artikel 55 Overgangsrecht nettopensioen#
Artikel 55 Overgangsrecht nettopensioen Artikel 41 Stb. artikel 220i van de Pensioenwet artikel 214g, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling , zoals dat luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit van 22 juni 2023 tot wijziging van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling vanwege aanpassing van de regeling voor nettopensioen (2023, 220), blijft van toepassing tot het tijdstip dat het fonds overgaat op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst dan wel gewijzigde beroepspensioenregeling, bedoeld indan wel, maar uiterlijk tot en met 31 december 2027. 2025 423 10-12-2025 04-12-2025 2025 423 10-12-2025 04-12-2025 01-01-2026
Artikel 56 — Artikel 56 Wet waardeoverdracht klein pensioen Overgangsrecht#
Artikel 56 Wet waardeoverdracht klein pensioen Overgangsrecht artikel 70a, tweede lid, van de Pensioenwet artikel 81a, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 17e, eerste lid De overdragende uitvoerder die gebruikmaakt van het recht op waardeoverdracht van een kleine pensioenaanspraak, bedoeld indan wel, voor de aanspraken van aanspraakgerechtigden van wie de verwerving is beëindigd, anders dan door individuele beëindiging van de dienstbetrekking dan wel individuele beëindiging van de deelneming, tussen 1 januari 2018 tot en met 31 december 2022, doet in afwijking van, binnen een jaar vanaf 1 januari 2023, bij het pensioenregister een opgave van de uitvoerder bij wie de aanspraakgerechtigde pensioenaanspraken verwerft, tenzij de uitvoerder aantoont dat aan uitvraag binnen deze termijn redelijkerwijs niet kan worden voldaan. 2022 468 24-11-2022 21-11-2022 2022 468 24-11-2022 21-11-2022 01-01-2023
Artikel 57 — Artikel 57 Wet toekomst pensioenen Overgangsrecht in verband met de#
Artikel 57 Wet toekomst pensioenen Overgangsrecht in verband met de Besluit toekomst pensioenen artikel I, onderdelen A, D, E, F, G, L, M, O, P, Q, X, HH, II, JJ, KK, LL, MM en NN van het Besluit toekomst pensioenen Het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals dat luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van hetblijft van toepassing tot het tijdstip dat de uitvoerder overgaat op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst of beroepspensioenregeling, maar uiterlijk tot en met 31 december 2027. In afwijking van de vorige zin zijn vanaf het tijdstip van inwerkingtreding vanvan toepassing: a. artikelen 1 2 3 4 5 7c 7e 9a 9b 9f 28d 54 artikel 150j van de Pensioenwet artikel 145i van de Wet verplichte beroepspensioenregeling de gewijzigde,,,,,,, voor zover het betreft toevoeging vandan wel,,, voor zover het betreft het vervallen van het eerste lid,,,en 57; b. artikelen 36 40a 51a de,en, voor het toezicht op de pensioenuitvoerder die is overgegaan op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst of beroepspensioenregeling; c. hoofdstukken 4b 4c 9b de,en. 2025 423 10-12-2025 04-12-2025 2025 423 10-12-2025 04-12-2025 01-01-2026
Artikel 58 — Artikel 58 Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004 Wijziging#
Artikel 58 Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004 Wijziging Wijzigt het Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 59 — Artikel 59 Besluit bestuursorganen WNo en Wob Wijziging#
Artikel 59 Besluit bestuursorganen WNo en Wob Wijziging Wijzigt het Besluit bestuursorganen WNo en Wob. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 60 — Artikel 60 Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens Wijziging#
Artikel 60 Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens Wijziging Wijzigt het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 61 — Artikel 61 bijlage Wet toezicht accountantsorganisaties Wijziging#
Artikel 61 bijlage Wet toezicht accountantsorganisaties Wijziging Wijzigt de Wet toezicht accountantsorganisaties. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 62 — Artikel 62 Besluit op de huurtoeslag Wijziging#
Artikel 62 Besluit op de huurtoeslag Wijziging Wijzigt het Besluit op de huurtoeslag. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 63 — Artikel 63 Inwerkingtreding#
Artikel 63 Inwerkingtreding 1 artikelen 2 tot en met 10 artikel 15 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007, met uitzondering van deen. 2 artikelen 2 tot en met 10 Detreden in werking met ingang van 1 januari 2008. 3 Artikel 15 artikel 61, eerste, derde, vierde en zesde lid, van de Pensioenwet artikel 73, eerste, derde, vierde en zesde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling geldt ten aanzien van de keuzemogelijkheid, bedoeld inenmet ingang van 1 januari 2008. 4 Artikel 15 artikel 61, tweede, zevende, achtste en negende lid, van de Pensioenwet artikel 73, tweede, zevende, achtste en negende lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling geldt ten aanzien van de keuzemogelijkheid, bedoeld inenmet ingang van 1 januari 2009. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 64 — Artikel 64 Citeertitel#
Artikel 64 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling. 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 2006 709 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 32#
artikel 32