Besluit van 11 december 2006, houdende regels ter voorkoming van verontreiniging door schepen (Besluit voorkoming verontreiniging door schepen)
- BWB-id
- BWBR0020762
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-06-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020762
- ELI
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-voorkoming-verontreiniging-door-schepen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-voorkoming-verontreiniging-door-schepen/2022-06-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020762&g=2022-06-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020762&z=2026-06-06&g=2022-06-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020762/2022-06-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2007/besluit-voorkoming-verontreiniging-door-schepen
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Wet voorkoming verontreiniging door schepen wet:; b. olietankschip: een olietankschip als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage I van het Verdrag; c. passagiersschip: schip als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage IV van het Verdrag. d. schadelijke vloeistof: een schadelijke vloeistof als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage II van het Verdrag; e. schadelijke stoffen in verpakte vorm: schadelijke stoffen als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage III van het Verdrag, in verpakte vorm als bedoeld in dat voorschrift, met uitzondering van schadelijke stoffen in verpakte vorm, bestemd voor eigen scheepsgebruik of behorend tot de eigen scheepsuitrusting; f. sanitair afval: sanitair afval als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage IV van het Verdrag met uitzondering van spoelwater afkomstig uit ruimten waar zich huisdieren bevinden; g. Antarctisch gebied: gebied ten zuiden van 60° zuiderbreedte; h. uitstoot: emissie als bedoeld in voorschrift 2 van Bijlage VI van het Verdrag; i. GT: de maateenheid bruto-tonnage waarin de totale inhoud van een schip, vastgesteld overeenkomstig het op 23 juni 1969 te Londen totstandgekomen Verdrag betreffende de meting van schepen (Trb. 1970, 122), wordt uitgedrukt; j. lengte: de overeenkomstig het verdrag, genoemd in onderdeel h, vastgestelde lengte van een schip; k. internationale reis: een reis tussen twee verschillende landen, waarbij een gebied voor welks buitenlandse betrekkingen een buiten dat gebied zetelende regering verantwoordelijk is of waarvan de Verenigde Naties het besturend lichaam zijn, mede als een afzonderlijk land wordt aangemerkt; l. AFS-verdrag: het op 5 oktober 2001 te Londen totstandgekomen Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijke aangroeiwerende verfsystemen op schepen (Trb. 2004, 44); m. IMO: de Internationale Maritieme Organisatie van de Verenigde Naties; n. Mariene Milieucommissie: de gelijknamige commissie van de IMO; o. Bulk Chemical Code BCH-Code: de bij resolutie MEPC.20(22) van de Mariene Milieucommissie aangenomen Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (); p. International Bulk Chemical Code IBC-Code: de bij resolutie MEPC.19(22) van de Mariene Milieucommissie aangenomen Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (); q. x Technical Code on Control of Emission of Nitrogen Oxides from Marine Diesel Engines NO-Code: de Technische Code inzake de beheersing van de emissie van stikstofoxiden door scheepsdieselmotoren (, Trb. 2005, 30), aangenomen als bijlage bij resolutie 2 bij het Protocol van 1997 tot wijziging van het Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd bij het Protocol van 1978, met Bijlage (Trb. 1999, 169); q. Ballastwaterverdrag: het op 13 februari 2004 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag voor de controle en het beheer van ballastwater en sedimenten van schepen (Trb. 2005, 44); r. ballastwater: water dat aan boord genomen wordt teneinde de trim, helling, diepgang, stabiliteit van of krachten op het schip te beheersen; s. Scheepsrecyclingsverdrag: het op 15 mei 2009 te Hongkong tot stand gekomen Internationaal verdrag voor het veilig en milieuvriendelijk recyclen van schepen (Trb. 2010, 227 en 2017, 29). 2 Voor de toepassing van de op grond van dit besluit toepasselijke verdragen en Codes wordt in dit besluit en de daarop berustende bepalingen, tenzij bij of krachtens dit besluit anders is bepaald, verstaan onder Administratie: Onze Minister. 3 Voor de toepassing van dit besluit wordt met een internationale reis gelijkgesteld een trans-Atlantische reis tussen landen van het Koninkrijk of delen daarvan. 4 Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor de toepassing van dit besluit ook reizen tussen landen van het Koninkrijk of delen daarvan binnen Caribisch Nederland met een internationale reis gelijk worden gesteld. 2018 135 17-05-2018 26-04-2018 2018 135 17-05-2018 26-04-2018 01-07-2018
Artikel 1a — Artikel 1a Toepassing Bonaire, Sint Eustatius en Saba#
Artikel 1a Toepassing Bonaire, Sint Eustatius en Saba 1 artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES Dit besluit is tevens van toepassing op schepen als bedoeld in. 2 artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES Bij ministeriële regeling kunnen de krachtens dit besluit gestelde regels ook van toepassing worden verklaard op schepen als bedoeld in. 2010 366 01-10-2010 27-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 2 — Artikel 2 Aanwijzing schadelijke stoffen#
Artikel 2 Aanwijzing schadelijke stoffen Vervallen 2022 199 31-05-2022 03-05-2022 2022 200 31-05-2022 18-05-2022 01-06-2022
Artikel 3 — Artikel 3 Aanwijzing verdragen#
Artikel 3 Aanwijzing verdragen artikelen 8, eerste en derde lid 8a 21 23 van de wet Als een ander verdrag als bedoeld in de,,enwordt aangewezen het AFS-verdrag, het Ballastwaterverdrag en het Scheepsrecyclingsverdrag. 2018 135 17-05-2018 26-04-2018 2018 135 17-05-2018 26-04-2018 01-07-2018
Artikel 4 — Artikel 4 Bouwdatum van een schip#
Artikel 4 Bouwdatum van een schip 1 Als bouwdatum van een schip wordt aangemerkt de dag waarop de kiel van het schip is gelegd, dan wel de dag waarop met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de op grond van dit besluit toepasselijke verdragen of Codes is bepaald, een met de kiellegging vergelijkbaar constructiestadium is bereikt. 2 In afwijking van het eerste lid wordt als bouwdatum van een schip dat een verbouwing tot een ander op grond van dit besluit onderscheiden scheepstype heeft ondergaan, aangemerkt de dag waarop met de verbouwing van het schip een aanvang is gemaakt, tenzij dienaangaande in de op grond van dit besluit toepasselijke verdragen of Codes anders is bepaald. 3 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de bij nieuwbouw of verbouwing van schepen als bouwdatum aan te merken datum. Deze regels kunnen mede betrekking hebben op de bij overschrijding van een bij die regeling te bepalen termijn voor de afbouw van een schip of de voltooiing van een bepaalde constructiefase als bouwdatum van een schip aan te merken datum. 2006 693 21-12-2006 11-12-2006 2006 694 21-12-2006 14-12-2006 01-01-2007
Artikel 5 — Artikel 5 Eisen aan schepen op grond van het MARPOL-verdrag#
Artikel 5 Eisen aan schepen op grond van het MARPOL-verdrag 1 Elk schip voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van Bijlage I van het Verdrag. 2 Een schip bestemd of gebruikt voor het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk, voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van Bijlage II van het Verdrag. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de in dat lid bedoelde schepen: a. artikel 12, tweede lid waarvoor een certificaat als bedoeld in, benodigd is, of b. die geen reizen maken naar havens buitengaats binnen de rechtsmacht van andere partijen bij het Verdrag. 4 artikel 29, vierde lid Elk schip van 400 GT of meer dat internationale reizen maakt en elk schip van minder dan 400 GT dat internationale reizen maakt en gerechtigd is meer dan 15 personen te vervoeren, voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van Bijlage IV van het Verdrag, met dien verstande dat met betrekking tot een passagiersschip in de bijzondere gebieden, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, voorschrift 9.1. van die Bijlage van toepassing is en voorschrift 9.2 van die Bijlage van toepassing is met ingang van het tijdstip, bedoeld in. 5 Elk schip voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van hoofdstuk 3 van Bijlage VI van het Verdrag. 6 x x x Een schip met een of meer dieselmotoren waarop voorschrift 13 van Bijlage VI van het Verdrag van toepassing is, voldoet met betrekking tot die motoren tevens aan de in de NO-Code opgenomen eisen. Het voldoen aan die eisen blijkt voor motoren ten aanzien waarvan op grond van de No-Code een pre-certificeringsonderzoek verplicht is, uit een overeenkomstig de NO-Code voor de motor afgegeven Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren, behorende bij die Code. 7 Elk schip van 400 GT of meer voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van hoofdstuk 4 van Bijlage VI van het Verdrag. 2013 18 18-01-2013 03-01-2013 2013 18 18-01-2013 03-01-2013 19-01-2013
Artikel 6 — Artikel 6 Eisen aan schepen op grond van het Antarctica-verdrag#
Artikel 6 Eisen aan schepen op grond van het Antarctica-verdrag Aan boord van elk schip dat zich in het Antarctisch gebied bevindt zijn één of meer verzameltanks aanwezig met voldoende capaciteit voor het opslaan van sanitair afval. 2006 693 21-12-2006 11-12-2006 2006 694 21-12-2006 14-12-2006 01-01-2007
Artikel 7 — Artikel 7 Eisen aan schepen op grond van het AFS-verdrag#
Artikel 7 Eisen aan schepen op grond van het AFS-verdrag 1 Elk schip voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van Bijlage 1 van het AFS-verdrag. 2 Elk schip met een lengte van 24 meter of meer, maar van minder dan 400 GT, dat internationale reizen maakt, is voorzien van een door de eigenaar of diens bevoegde agent ondertekende verklaring als bedoeld in voorschrift 5 van Bijlage 4 van het AFS-verdrag, die voldoet aan de daaraan in dat voorschrift gestelde eisen. 3 Het tweede lid is niet van toepassing op drijvende platforms, drijvende opslageenheden en drijvende productie-, opslag-, en overslageenheden. 2006 693 21-12-2006 11-12-2006 2008 249 03-07-2008 16-06-2008 17-09-2008
Artikel 7a — Artikel 7a Eisen aan schepen op grond van het Ballastwaterverdrag#
Artikel 7a Eisen aan schepen op grond van het Ballastwaterverdrag 1 Elk schip dat internationale reizen maakt, voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van voorschrift B-3 en voorschrift B-5, lid 2, van de bijlage van het Ballastwaterverdrag, tenzij er sprake is van een uitzondering als bedoeld in voorschrift A-3 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag. 2 Elk schip dat internationale reizen maakt, voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van voorschrift B-1 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag voor het hebben van een ballastwaterbeheerplan. 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde eisen gelden niet voor schepen die niet ontworpen of gebouwd zijn voor het vervoer van ballastwater en voor schepen die ballastwater vervoeren in permanent verzegelde tanks en dit ballastwater niet lozen. 4 In afwijking van het eerste lid is voor een schip waarop een ballastwaterbeheersysteem in gebruik is dat voldoet aan een bij ministeriële regeling vastgesteld programma voor het testen en beoordelen van technieken voor ballastwaterbehandeling, de norm van voorschrift D-2 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag niet van toepassing gedurende een in de bij die ministeriële regeling vastgestelde periode. 2010 91 09-03-2010 09-02-2010 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017 2013 18 18-01-2013 03-01-2013 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017
Artikel 8 — Artikel 8 Nadere eisen#
Artikel 8 Nadere eisen 1 artikel 15 Bij regeling van Onze Minister kunnen eisen worden vastgesteld waaraan schepen in verband met een krachtensvereist certificaat moeten voldoen. 2 artikelen 5 tot en met 7a Bij regeling van Onze Minister kunnen voor schepen aanvullende eisen worden vastgesteld, alsmede nadere regels met betrekking tot de in de, waarbij kan worden bepaald dat de eisen en regels alleen gelden in daarbij aangewezen gebieden bedoelde eisen. 2010 91 09-03-2010 09-02-2010 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017
Artikel 9 — Artikel 9 Gelijkwaardige voorzieningen#
Artikel 9 Gelijkwaardige voorzieningen 1 artikel 5 artikel 31, eerste en tweede lid Onze Minister kan, met inachtneming van hetgeen dienaangaande in het desbetreffende verdrag of de desbetreffende Code is bepaald, afwijking toestaan van de inbedoelde eisen en de in, bedoelde eisen en voorschriften waaronder de in deze artikelleden bedoelde handelingen mogen worden verricht, indien aan boord van het schip een voorziening wordt getroffen die naar zijn oordeel ten minste gelijkwaardig is aan de in het voorschrift waarvan wordt afgeweken, geëiste voorziening. 2 Onze Minister kan, met inachtneming van hetgeen dienaangaande is bepaald in voorschrift A-5 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag, afwijkingen toestaan van de voorschriften van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag, indien aan boord van het schip een voorziening wordt getroffen of een maatregel wordt genomen die naar zijn oordeel tenminste gelijkwaardig is aan het voorschrift waarvan wordt afgeweken. 2010 91 09-03-2010 09-02-2010 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017 2010 746 09-11-2010 07-10-2010 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017 De wijziging is in werking getreden op 31-12-2010 (Stb. 2010/866).
Artikel 10 — Artikel 10 Ontheffingen#
Artikel 10 Ontheffingen 1 artikel 35, tweede lid, van de wet artikelen 5 6 artikel 12 Van een ontheffing als bedoeld invan de in deenbedoelde eisen wordt, indien deze wordt verleend voor een schip waaraan een certificaat wordt afgegeven als bedoeld in, aantekening gemaakt op het certificaat. 2 artikel 35, tweede lid, van de wet artikel 7a Van een ontheffing als bedoeld in, van de inbedoelde eisen wordt aantekening gemaakt in het ballastwaterjournaal van het desbetreffende schip. 2010 91 09-03-2010 09-02-2010 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017
Artikel 11 — Artikel 11 Toelating van uitrusting#
Artikel 11 Toelating van uitrusting Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld betreffende de voorwaarden voor toelating van uitrusting aan boord van schepen, het gebruik van die uitrusting en de documenten waarvan zij in bij die regeling bepaalde gevallen vergezeld gaat. 2006 693 21-12-2006 11-12-2006 2006 694 21-12-2006 14-12-2006 01-01-2007
Artikel 12 — Artikel 12 Certificaten op grond van het MARPOL-verdrag#
Artikel 12 Certificaten op grond van het MARPOL-verdrag 1 artikel 5, eerste lid artikel 8, tweede lid Voor een olietankschip van 150 GT of meer of een schip geen olietankschip zijnde, van 400 GT of meer, waarvan na onderzoek is gebleken dat het voldoet aan de eisen, bedoeld in, en de met dat artikellid samenhangende eisen, bedoeld in, wordt een Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door olie als bedoeld in voorschrift 7 van Bijlage I van het Verdrag afgegeven. 2 artikel 5, tweede lid artikel 8, tweede lid Voor een schip bestemd of gebruikt voor het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk, waarvan na onderzoek is gebleken dat het voldoet aan de eisen, bedoeld in, en de met dat artikellid samenhangende eisen, bedoeld in, wordt, al naar gelang de categorie waartoe het schip behoort, een van de volgende certificaten afgegeven: a. voor chemicaliëntankschepen gebouwd op of na 1 juli 1986: een certificaat van geschiktheid voor het vervoer van gevaarlijke chemicaliën in bulk, behorende bij de IBC-Code; b. voor chemicaliëntankschepen gebouwd voor 1 juli 1986: een certificaat van geschiktheid voor het vervoer van gevaarlijke chemicaliën in bulk, behorende bij de BCH-Code; c. voor schepen die schadelijke vloeistoffen in bulk vervoeren en niet behoren tot de in de onderdelen a en b genoemde categorieën: een Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging voor het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk als bedoeld in voorschrift 9 van Bijlage II van het Verdrag. 3 artikel 5, vierde lid artikel 5, vierde lid artikel 8, tweede lid Voor schepen als bedoeld in, waarvan na onderzoek is gebleken dat ze voldoen aan de eisen, bedoeld in, en de met dat artikellid samenhangende eisen, bedoeld in, wordt een Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door sanitair afval als bedoeld in voorschrift 5 van Bijlage IV van het Verdrag afgegeven. 4 artikel 5, vijfde en zesde lid artikel 8, tweede lid Voor een schip van 400 GT of meer, waarvan na onderzoek is gebleken dat het voldoet aan de eisen, bedoeld in, en de met dat artikellid samenhangende eisen, bedoeld in, wordt een Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging als bedoeld in voorschrift 6.1 van Bijlage VI van het Verdrag afgegeven. 5 x Voor schepen met een of meer dieselmotoren waarop voorschrift 13 van Bijlage VI van het Verdrag van toepassing is, wordt overeenkomstig de NO-Code voor elk van die motoren een Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren, behorende bij die Code, afgegeven. 6 artikel 5, zevende lid artikel 8, tweede lid Voor een schip van 400 GT of meer, waarvan na onderzoek is gebleken dat het voldoet aan de eisen, bedoeld in, en de met dat artikellid samenhangende eisen, bedoeld in, wordt een Internationaal certificaat betreffende energie efficiëntie als bedoeld in voorschrift 6.4 van Bijlage VI van het Verdrag afgegeven. 2013 18 18-01-2013 03-01-2013 2013 18 18-01-2013 03-01-2013 19-01-2013
Artikel 13 — Artikel 13 Certificaten op grond van het AFS-verdrag#
Artikel 13 Certificaten op grond van het AFS-verdrag 1 artikel 7 artikel 8, tweede lid Voor een schip van 400 GT of meer, waarvan na onderzoek is gebleken dat het voldoet aan de eisen, bedoeld inen de met dat artikellid samenhangende eisen, bedoeld in, wordt een Internationaal certificaat betreffende het aangroeiwerende verfsysteem als bedoeld in voorschrift 1.1. van Bijlage 4 van het AFS-verdrag afgegeven. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op drijvende platforms, drijvende opslageenheden en drijvende productie-, opslag-, en overslageenheden. 2006 693 21-12-2006 11-12-2006 2008 249 03-07-2008 16-06-2008 17-09-2008
Artikel 13a — Artikel 13a Certificaten op grond van het Ballastwaterverdrag#
Artikel 13a Certificaten op grond van het Ballastwaterverdrag 1 artikel 7a Voor een schip van 400 GT of meer dat internationale reizen maakt, waarvan na onderzoek is gebleken dat het voldoet aan de eisen, bedoeld inen de met dat artikel samenhangende eisen, bedoeld in artikel 8, tweede en derde lid, wordt een Internationaal ballastwaterbeheercertificaat als bedoeld in voorschrift E-4 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag afgegeven. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op drijvende platforms, drijvende opslageenheden en drijvende productie-, opslag-, en overslageenheden. 2010 91 09-03-2010 09-02-2010 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017 2013 18 18-01-2013 03-01-2013 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017
Artikel 14 — Artikel 14 Bij certificaten behorende rapporten, aanhangsels e.d.#
Artikel 14 Bij certificaten behorende rapporten, aanhangsels e.d. artikelen 12 13 13a 15, derde lid De in de,,en, bedoelde certificaten gaan vergezeld van de bij die certificaten behorende rapporten, aanhangsels en overzichten, alsmede van de in de desbetreffende verdragen of Codes voorgeschreven gegevens met betrekking tot schip of lading. 2018 135 17-05-2018 26-04-2018 2018 135 17-05-2018 26-04-2018 01-07-2018
Artikel 15 — Artikel 15 Overige certificaten en verklaringen#
Artikel 15 Overige certificaten en verklaringen 1 artikel 8, eerste lid Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor bepaalde schepen, waarvan na onderzoek is gebleken dat ze voldoen aan de op die schepen van toepassing zijnde eisen, bedoeld in, een bijzonder certificaat wordt afgegeven. 2 artikelen 12 13 13a artikelen 5 tot en met 7a artikel 8 Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor bepaalde schepen waarop de,enniet van toepassing zijn, waarvan na onderzoek is gebleken dat ze voldoen aan de op die schepen van toepassing zijnde eisen, bedoeld in deen de met die artikelen samenhangende eisen, bedoeld in, op verzoek van de reder een verklaring kan worden afgegeven. 3 Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor de afgifte van een certificaat of het plaatsen van aantekeningen hierop, onderscheidenlijk voor de afgifte van een document op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, de inspectie onderscheidenlijk beoordeling op basis van een rechtstreeks in al zijn onderdelen verbindend besluit van één of meer van de instellingen van de Europese Unie alleen of gezamenlijk volstaat, indien: a. die betrekking hebben op de voorkoming van verontreiniging door schepen, en b. daarin gelijkluidende regels worden gesteld ten aanzien van de eisen aan het schip, het onderzoek en het certificaat. 2018 135 17-05-2018 26-04-2018 2018 135 17-05-2018 26-04-2018 01-07-2018
Artikel 16 — Artikel 16 Onderzoeken in verband met MARPOL-certificaten#
Artikel 16 Onderzoeken in verband met MARPOL-certificaten 1 artikel 12, eerste tot en met vierde en zesde lid Schepen worden ter verkrijging van een in, genoemd certificaat en tijdens de geldigheidsduur van dat certificaat onderworpen aan de volgende in het Verdrag voorgeschreven onderzoeken: a. in verband met het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door olie: de in Bijlage I van het Verdrag voorgeschreven onderzoeken; b. artikel 12, tweede lid in verband met een certificaat als bedoeld in: de in Bijlage II van het Verdrag voorgeschreven onderzoeken; c. in verband met het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door sanitair afval: de in Bijlage IV van het Verdrag voorgeschreven onderzoeken; d. in verband met het Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging: de in voorschrift 5.1 van Bijlage VI van het Verdrag voorgeschreven onderzoeken; e. in verband met het Internationaal certificaat betreffende energie efficiëntie: de in voorschrift 5.4 van Bijlage VI van het Verdrag voorgeschreven onderzoeken. 2 x Ter verkrijging van een Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren en tijdens de geldigheidsduur van dat certificaat wordt de motor waarop het certificaat betrekking heeft, onderworpen aan de in de NO-Code voorgeschreven onderzoeken. 2015 229 19-06-2015 09-06-2015 2015 229 19-06-2015 09-06-2015 20-06-2015
Artikel 17 — Artikel 17 Onderzoeken in verband met het AFS-certificaat#
Artikel 17 Onderzoeken in verband met het AFS-certificaat Ter verkrijging van een Internationaal certificaat betreffende het aangroeiwerende verfsysteem en tijdens de geldigheidsduur van dat certificaat wordt een schip onderworpen aan de in Bijlage 4 van het AFS-verdrag voorgeschreven onderzoeken. 2006 693 21-12-2006 11-12-2006 2008 249 03-07-2008 16-06-2008 17-09-2008
Artikel 17a — Artikel 17a Onderzoeken in verband met het Ballastwaterbeheercertificaat#
Artikel 17a Onderzoeken in verband met het Ballastwaterbeheercertificaat Ter verkrijging van een Internationaal ballastwaterbeheercertificaat en tijdens de geldigheidsduur van dat certificaat wordt een schip onderworpen aan de in voorschrift E-1 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag voorgeschreven onderzoeken. 2010 91 09-03-2010 09-02-2010 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017
Artikel 18 — Artikel 18 Tijdstippen van onderzoek#
Artikel 18 Tijdstippen van onderzoek artikelen 16 17 17a De in de,enbedoelde onderzoeken vinden plaats op de in de desbetreffende verdragen en Codes voorgeschreven tijdstippen, met dien verstande dat het hernieuwde onderzoek waaraan een schip in verband met de vernieuwing van een certificaat wordt onderworpen, steeds plaatsvindt in de laatste drie maanden van de geldigheidsduur van het desbetreffende certificaat. 2010 91 09-03-2010 09-02-2010 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017
Artikel 19 — Artikel 19 Aantekening van onderzoeken#
Artikel 19 Aantekening van onderzoeken artikelen 16 17 17a Van de onderzoeken waaraan een schip ingevolge de,entijdens de geldigheidsduur van een certificaat wordt onderworpen, wordt door degene die het onderzoek heeft verricht, aantekening geplaatst op het certificaat. 2010 91 09-03-2010 09-02-2010 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017
Artikel 20 — Artikel 20 Overige onderzoeken#
Artikel 20 Overige onderzoeken 1 Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot: a. artikel 15, eerste of derde lid de onderzoeken waaraan schepen in verband met een certificaat als bedoeld in, worden onderworpen; b. artikelen 12 13 13a de onderzoeken waaraan schepen worden onderworpen waarop de,enniet van toepassing zijn. 2 artikelen 16 17 17a Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de onderzoeken waaraan schepen ter verkrijging van de certificaten, bedoeld in de,en, en tijdens de geldigheidsduur daarvan worden onderworpen. 2018 135 17-05-2018 26-04-2018 2018 135 17-05-2018 26-04-2018 01-07-2018
Artikel 21 — Artikel 21 Bevoegdheid aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen#
Artikel 21 Bevoegdheid aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen artikel 8, derde lid, van de wet artikelen 16 17 17a Een ingevolge, aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon is, indien bij een onderzoek als bedoeld in de,engebreken aan het schip of zijn uitrusting worden geconstateerd, bevoegd om herstel van deze gebreken te vorderen. 2010 91 09-03-2010 09-02-2010 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017
Artikel 22 — Artikel 22 Handhaving toestand na onderzoek#
Artikel 22 Handhaving toestand na onderzoek artikel 17 artikel 8, derde lid, van de wet Nadat een bij of krachtens dit besluit voorgeschreven onderzoek, met uitzondering van het onderzoek, bedoeld in, is voltooid, wordt de toestand van het schip en zijn uitrusting gehandhaafd in overeenstemming met de bij of krachtens dit besluit gestelde regels. In deze toestand wordt geen verandering aangebracht zonder voorafgaande toestemming van Onze Minister of van de ingevolge, aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon die het onderzoek heeft uitgevoerd. 2010 746 09-11-2010 07-10-2010 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 23 — Artikel 23 Geldigheidsduur van certificaten#
Artikel 23 Geldigheidsduur van certificaten 1 artikel 12 De ingenoemde certificaten hebben een geldigheidsduur van vijf jaren, met uitzondering van het Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren, dat geldig is gedurende de volledige levensduur van de motor. 2 artikel 9 van de wet Het Internationaal certificaat betreffende energie efficiëntie en het Internationaal certificaat betreffende het aangroeiwerende verfsysteem zijn, behoudens het bepaalde in, onbeperkt geldig. 3 Het ballastwaterbeheercertificaat heeft een geldigheidsduur van vijf jaren. 4 Onze Minister kan certificaten afgeven met een kortere geldigheidsduur dan in het eerste en het derde lid bepaald, indien nog niet alle onderzoeken naar zijn genoegen zijn voltooid, of indien hij nog niet over alle door hem gevraagde gegevens over het schip beschikt. 2010 91 09-03-2010 09-02-2010 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017
Artikel 24 — Artikel 24 Vernieuwing van certificaten#
Artikel 24 Vernieuwing van certificaten artikel 23 Na voltooiing van een hernieuwd onderzoek in verband met de vernieuwing van een certificaat is het nieuwe certificaat, in afwijking van, geldig vanaf de datum van voltooiing van het desbetreffende onderzoek tot een datum niet later dan vijf jaren na de vervaldatum van het bestaande certificaat. 2006 693 21-12-2006 11-12-2006 2006 694 21-12-2006 14-12-2006 01-01-2007
Artikel 25 — Artikel 25 Bijzondere verlengingen van de geldigheidsduur#
Artikel 25 Bijzondere verlengingen van de geldigheidsduur 1 Indien een schip zich op het tijdstip waarop een certificaat zijn geldigheid verliest, niet in een haven bevindt waar een hernieuwd onderzoek kan plaatsvinden, kan Onze Minister de geldigheidsduur van het certificaat met ten hoogste drie maanden verlengen teneinde het schip in staat te stellen zijn reis naar de haven waar het zal worden onderzocht, te voltooien. Het schip verlaat die haven vervolgens niet zonder nieuw certificaat. 2 Onze Minister kan de geldigheidsduur van een certificaat dat is afgegeven ten behoeve van een schip dat korte reizen maakt, met ten hoogste een maand verlengen. 3 In een geval als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek de geldigheidsduur van het nieuwe certificaat bepaald aan de hand van de oorspronkelijke vervaldatum van het bestaande certificaat. 4 Indien na de voltooiing van een hernieuwd onderzoek het nieuwe certificaat niet voor de vervaldatum van het bestaande certificaat kan worden afgegeven of aan het schip kan worden verstrekt, kan degene die het onderzoek heeft uitgevoerd daarvan een aantekening plaatsen op het bestaande certificaat. In dat geval wordt het bestaande certificaat nog als geldig aangemerkt voor een tijdvak van ten hoogste vijf maanden na zijn vervaldatum. 5 artikel 23, vierde lid Onze Minister kan de geldigheidsduur van een certificaat, bedoeld in, verlengen tot een datum die is gelegen vijf jaren na de afgiftedatum van het certificaat, met dien verstande dat: a. artikel 12, eerste, tweede en vierde lid de geldigheidsduur van een certificaat als bedoeld in, alleen kan worden verlengd na voltooiing van een tussentijds of jaarlijks onderzoek als bedoeld in Bijlage I, II en VI van het Verdrag; en b. artikel 13a de geldigheidsduur van een certificaat als bedoeld inalleen kan worden verlengd na voltooiing van een tussentijds onderzoek als bedoeld in de Bijlage bij het Ballastwaterverdrag. 2011 435 11-10-2011 23-08-2011 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017
Artikel 26 — Artikel 26 Nadere regels#
Artikel 26 Nadere regels artikel 15 artikelen 12 13 13a Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de geldigheidsduur van de certificaten en de verklaring, bedoeld in, en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de geldigheidsduur van het in de,enbedoelde certificaat. 2018 135 17-05-2018 26-04-2018 2018 135 17-05-2018 26-04-2018 01-07-2018
Artikel 27 — Artikel 27 Verval en intrekking van certificaten#
Artikel 27 Verval en intrekking van certificaten 1 Indien een schip door zijn eigenaar wordt onttrokken aan zijn algemene bestemming als schip, vervallen de voor dat schip afgegeven certificaten. 2 Indien een schip door zijn eigenaar wordt onttrokken aan een bijzondere bestemming die het had ten tijde van de afgifte van de voor dat schip benodigde certificaten, doch zijn algemene bestemming als schip behoudt, vervallen de in verband met die bijzondere bestemming afgegeven certificaten. 3 Onze Minister kan een certificaat intrekken: 1°. wanneer het schip schade van betekenis heeft opgelopen en de herstelling daarvan niet naar behoren is geschied, of 2°. wanneer uit een onderzoek van de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat is gebleken dat het schip niet zonder gevaar voor verontreiniging van het mariene milieu de haven kan verlaten. 4 Een vervallen of ingetrokken certificaat wordt door de eigenaar zo spoedig mogelijk aan Onze Minister ingezonden door tussenkomst van ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, de ambtenaren met de in- of uitklaring belast, dan wel de Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaren. 5 Voor een ingezonden certificaat wordt desverlangd een bewijs van ontvangst afgegeven. 2010 746 09-11-2010 07-10-2010 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 28 — Artikel 28 Herstel van vervallen certificaten#
Artikel 28 Herstel van vervallen certificaten artikel 9, eerste lid, onderdeel e, van de wet Onze Minister kan de geldigheid van een certificaat dat ingevolgeis vervallen, herstellen, indien naar zijn mening bij een inspectie voldoende is gebleken dat het schip voldoet aan de desbetreffende eisen. 2010 746 09-11-2010 07-10-2010 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 29 — Artikel 29 Verboden lozingen onder het MARPOL-verdrag#
Artikel 29 Verboden lozingen onder het MARPOL-verdrag 1 Het is verboden vanaf een schip olie of oliehoudende mengsels als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage I van het Verdrag in zee te lozen, anders dan met inachtneming van de in die Bijlage gegeven voorschriften, met dien verstande dat: a. in het gebied van de Middellandse Zee, het gebied van de Oostzee, het gebied van de Zwarte Zee, het Golfgebied, de Noordwest-Europese wateren en de Zuidelijke Zuid-Afrikaanse wateren, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, en het Antarctisch gebied de voorschriften 15 en 34 van die Bijlage wat betreft lozingen in bijzondere gebieden van toepassing zijn; b. in de overige bijzondere gebieden, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, de voorschriften 15 en 34 van die Bijlage wat betreft lozingen buiten bijzondere gebieden van toepassing zijn, en in deze gebieden de voorschriften 15 en 34 wat betreft lozingen in bijzondere gebieden van toepassing worden op een nader bij besluit van Onze Minister vast te stellen tijdstip, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant; c. in afwijking van de onderdelen a en b, voor zover het de toepasselijkheid van voorschrift 15 van die Bijlage betreft, ten aanzien van schepen van minder dan 400 GT in alle gebieden met uitzondering van het Antarctisch gebied voorschrift 15, onderdeel C, van die Bijlage van toepassing is. 2 Het is verboden vanaf een schip bestemd of gebruikt voor het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk de volgende vloeistoffen in zee te lozen, anders dan met inachtneming van de in Bijlage II van het Verdrag gegeven voorschriften: Het lozen van lens- of ballastwater of andere restanten of mengsels die alleen stoffen bevatten aangeduid met OS in de kolom verontreinigingscategorie in Hoofdstuk 18 van de IBC-code is niet verboden. a. schadelijke vloeistoffen, inclusief restanten daarvan, of ballastwater, waswater van tanks of andere mengsels die dergelijke stoffen bevatten; b. vloeistoffen die op grond van Bijlage II niet zijn gecategoriseerd, noch voorlopig ingedeeld of geëvalueerd, of ballastwater, waswater van tanks of andere mengsels die dergelijke restanten bevatten. 3 Het is verboden vanaf een schip schadelijke stoffen in verpakte vorm te lozen, anders dan met inachtneming van de Bijlage III van het Verdrag gegeven voorschriften. Dit verbod is ook van toepassing op lege, niet gereinigde verpakkingen die eerder zijn gebruikt voor het vervoer van schadelijke stoffen in verpakte vorm, tenzij toereikende maatregelen zijn getroffen die verzekeren dat geen restanten zijn achtergebleven die schade kunnen toebrengen aan het mariene milieu. 4 artikel 5, vierde lid Het is verboden vanaf schepen als bedoeld in, sanitair afval in zee te lozen anders dan met inachtneming van de in Bijlage IV van het Verdrag gegeven voorschriften, met dien verstande dat: a. met betrekking tot een passagiersschip in de bijzondere gebieden, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, voorschrift 11 van die Bijlage wat betreft lozingen buiten bijzondere gebieden van toepassing is en b. met betrekking tot een passagiersschip in de onder a bedoelde gebieden voorschrift 11 van die Bijlage wat betreft lozingen in bijzondere gebieden van toepassing is met ingang van een nader bij besluit van Onze Minister vast te stellen tijdstip, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. 5 Het is verboden vanaf een schip vuilnis als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage V van het Verdrag in zee te lozen, anders dan met inachtneming van de in die Bijlage gegeven voorschriften, met dien verstande dat: a. in het gebied van de Middellandse Zee, het gebied van de Oostzee, het Golfgebied, het gebied van de Noordzee en het Caribisch gebied, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, en in het Antarctisch gebied voorschrift 6 van die Bijlage van toepassing is; b. in de overige bijzondere gebieden, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, voorschrift 4 van die Bijlage van toepassing is, en in deze gebieden voorschrift 6 van die Bijlage van toepassing wordt op een nader bij besluit van Onze Minister vast te stellen tijdstip, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant; c. in afwijking van de onderdelen a en b, ten aanzien van drijvende platforms en alle andere schepen langszij en binnen 500 meter van deze platforms voorschrift 5 van toepassing is. 6 Voor de toepassing van de op grond van dit artikel toepasselijke voorschriften van het Verdrag wordt verstaan onder Administratie: Onze Minister. 2013 18 18-01-2013 03-01-2013 2013 18 18-01-2013 03-01-2013 01-01-2018
Artikel 30 — Artikel 30 Verboden lozingen onder het Antarctica-verdrag#
Artikel 30 Verboden lozingen onder het Antarctica-verdrag 1 Het is verboden vanaf een schip dat zich in het Antarctisch gebied bevindt, sanitair afval te lozen anders dan met inachtneming van de in Bijlage IV van het op 4 oktober 1991 te Madrid tot stand gekomen Protocol betreffende milieubescherming bij het Verdrag inzake Antarctica, met Bijlagen (Trb. 1992, 110) gegeven voorschriften, met dien verstande dat voor de toepassing van die voorschriften onder «lozingen in zee van onbehandeld sanitair afval» wordt verstaan «lozingen van sanitair afval die niet voldoen aan voorschrift 11.1.2 van Bijlage IV van het MARPOL-verdrag» en onder «personen» wordt verstaan «passagiers». 2 Het is verboden vanaf een schip dat zich in het Antarctisch gebied bevindt, vuilnis als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage V van het Verdrag te lozen anders dan met inachtneming van de in het eerste lid bedoelde Bijlage IV gegeven voorschriften. 2006 693 21-12-2006 11-12-2006 2006 694 21-12-2006 14-12-2006 01-01-2007
Artikel 31 — Artikel 31 Overige verboden gedragingen onder het MARPOL-verdrag#
Artikel 31 Overige verboden gedragingen onder het MARPOL-verdrag 1 Het is verboden opzettelijk stoffen die de ozonlaag aantasten als bedoeld in voorschrift 2 van Bijlage VI van het Verdrag uit te stoten anders dan met inachtneming van de in die Bijlage gegeven voorschriften. 2 Het is verboden om: a. aan boord van schepen brandstofolie te hebben of te gebruiken die niet voldoet aan de eisen die daaraan in Bijlage VI van het Verdrag in het algemeen of ten aanzien van het gebruik in bepaalde zeegebieden worden gesteld; b. afval en andere stoffen als bedoeld in voorschrift 16 van Bijlage VI van het Verdrag aan boord van een schip te verbranden anders dan met inachtneming van de in die Bijlage gegeven voorschriften. 3 Het eerste lid en het tweede lid, onderdeel b, zijn ook van toepassing op buitenlandse schepen gedurende de tijd dat deze zich bevinden op de Nederlandse binnenwateren. 2022 199 31-05-2022 03-05-2022 2022 200 31-05-2022 18-05-2022 01-06-2022
Artikel 31a — Artikel 31a#
Artikel 31a 1 Het is verboden met een schip ballastwater of sediment uit ballastwater in te nemen of te lozen, tenzij: a. artikel 8, tweede lid artikel 9, tweede lid deze inname of lozing in overeenstemming is met het bepaalde in de bijlage bij het Ballastwaterverdrag, de krachtens, gestelde voorschriften, of op grond vantoegestane afwijkingen van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag; b. artikel 38, tweede lid deze inname of lozing in overeenstemming is met de krachtens, gestelde voorschriften; c. artikel 33a, tweede lid deze inname of lozing plaatsvindt om ballastwater te wisselen in een krachtens, aangewezen gebied, in overeenstemming met de krachtens dat artikel gestelde voorschriften; of d. artikel 35 van de wet voor het desbetreffende schip in overeenstemming met het Ballastwaterverdrag een vrijstellig of ontheffing is verleend als bedoeld in. 2011 435 11-10-2011 23-08-2011 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017
Artikel 32 — Artikel 32 Nadere regels#
Artikel 32 Nadere regels 1 artikelen 29 30 31 31a Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in de,,enbedoelde verboden, voorschriften en eisen. 2 De krachtens het eerste lid gestelde regels kunnen ook van toepassing worden verklaard op buitenlandse schepen gedurende de tijd dat deze zich bevinden op de Nederlandse binnenwateren. 2010 91 09-03-2010 09-02-2010 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017
Artikel 33 — Artikel 33 Vervoer#
Artikel 33 Vervoer 1 Het vervoer van olie als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage I van het Verdrag en ballastwater geschiedt met inachtneming van de in die Bijlage gegeven voorschriften. 2 Het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk geschiedt met inachtneming van de in Bijlage II van het Verdrag gegeven voorschriften. 3 Het vervoer van schadelijke stoffen in verpakte vorm geschiedt met inachtneming van de in Bijlage III van het Verdrag gegeven voorschriften. 4 Het derde lid is ook van toepassing op het vervoer van lege, niet gereinigde verpakkingen die eerder zijn gebruikt voor het vervoer van schadelijke stoffen in verpakte vorm, tenzij toereikende maatregelen zijn getroffen die verzekeren dat geen restanten zijn achtergebleven die schade kunnen toebrengen aan het mariene milieu. 2006 693 21-12-2006 11-12-2006 2006 694 21-12-2006 14-12-2006 01-01-2007
Artikel 33a — Artikel 33a#
Artikel 33a 1 Een schip waarvoor op grond van voorschrift B-3 van de bijlage van het Ballastwaterverdrag de normen van voorschrift D-1 van de bijlage van het Ballastwaterverdrag van toepassing zijn, wisselt ballastwater in overeenstemming met het bepaalde in voorschrift B-4 van de bijlage van het Ballastwaterverdrag. 2 Bij ministeriële regeling kunnen gebieden worden aangewezen als bedoeld in voorschrift B-4, lid 2, van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag, waar ballastwater wordt gewisseld overeenkomstig de daarbij gestelde regels. 2010 91 09-03-2010 09-02-2010 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017
Artikel 34 — Artikel 34 Verplichtingen van de kapitein#
Artikel 34 Verplichtingen van de kapitein 1 De kapitein draagt er zorg voor dat aan boord van een schip de in Bijlage I, V en VI van het Verdrag opgenomen voorschriften en verplichtingen worden nageleefd. 2 De kapitein draagt er zorg voor dat aan boord van een schip in het Antarctisch gebied geen stoffen als bedoeld in voorschrift 43 van Bijlage I van het Verdrag als brandstof worden gebruikt anders dan met inachtneming van dit voorschrift. 3 De kapitein draagt er zorg voor dat aan boord van een schip de in de bijlage van het Ballastwaterverdrag opgenomen voorschriften en verplichtingen worden nageleefd. 2010 91 09-03-2010 09-02-2010 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd. 2013 18 18-01-2013 03-01-2013 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017
Artikel 34a — Artikel 34a Voorwassen van ladingtanks#
Artikel 34a Voorwassen van ladingtanks 1 artikel 6, eerste lid, van de wet De kapitein van een schip dat een haven aandoet die is aangewezen krachtensvoert een voorwas uit van zijn tank voor zover deze voorwas verplicht is ingevolge de in Bijlage II van het Verdrag gegeven voorschriften. 2 Het voorwassen van ladingtanks geschiedt uitsluitend met inachtneming van de in Bijlage II van het Verdrag gegeven voorschriften. 2011 435 11-10-2011 23-08-2011 2011 508 08-11-2011 25-10-2011 09-11-2011
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 6b, tweede lid, van de wet Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld over de inopgenomen verplichting tot melding van de gegevens van het afvalontvangstbewijs aan SafeSeaNet. 2022 199 31-05-2022 03-05-2022 2022 200 31-05-2022 18-05-2022 01-06-2022
Artikel 36 — Artikel 36 Bijhouden journaals#
Artikel 36 Bijhouden journaals 1 De kapitein van een olietankschip van 150 GT of meer of van een schip geen olietankschip zijnde, van 400 GT of meer draagt er zorg voor dat aan boord het oliejournaal deel I, bedoeld in voorschrift 17 van Bijlage I van het Verdrag, wordt bijgehouden met inachtneming van hetgeen dienaangaande in die Bijlage is bepaald. 2 De kapitein van een olietankschip van 150 GT of meer draagt er tevens zorg voor dat aan boord het oliejournaal deel II, bedoeld in voorschrift 36 van Bijlage I van het Verdrag, wordt bijgehouden met inachtneming van hetgeen dienaangaande in die Bijlage is bepaald. 3 artikel 5, derde lid, onderdeel b De kapitein van een schip bestemd of gebruikt voor het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk of van een schip als bedoeld in, draagt er zorg voor dat aan boord het ladingjournaal, bedoeld in voorschrift 15 van Bijlage II van het Verdrag, wordt bijgehouden met inachtneming van hetgeen dienaangaande in die Bijlage is bepaald. 4 De kapitein van een schip dat zich in het Antarctisch gebied bevindt draagt er zorg voor dat elke lozing van sanitair afval in een sanitair-afvaljournaal dan wel in het vuilnisjournaal, bedoeld in voorschrift 9 van Bijlage V van het Verdrag, wordt bijgehouden met inachtneming van hetgeen dienaangaande met betrekking tot vuilnis in die Bijlage is bepaald. 5 De kapitein: draagt er zorg voor dat aan boord het vuilnisjournaal, bedoeld in voorschrift 9 van Bijlage V van het Verdrag, wordt bijgehouden met inachtneming van hetgeen dienaangaande in die Bijlage is bepaald. a. van elk schip dat zich in het Antarctisch gebied bevindt, en b. van elk schip dat zich buiten het Antarctisch gebied bevindt en een tonnage van 400 of meer heeft of waarmee 15 of meer personen mogen worden vervoerd, 6 De kapitein van een schip dat verschillende soorten brandstofolie gebruikt teneinde te voldoen aan voorschrift 14 van Bijlage VI van het Verdrag draagt er zorg voor dat aan boord een journaal wordt bijgehouden met inachtneming van hetgeen dienaangaande in dat voorschrift is bepaald. 7 De kapitein van een schip waarop voorschrift 6.1 van Bijlage VI van het Verdrag van toepassing is en dat navulbare systemen heeft die ozonlaagaantastende stoffen bevatten, draagt er zorg voor dat aan boord het journaal met betrekking tot ozonlaagaantastende stoffen, bedoeld in voorschrift 12 van bijlage VI van het Verdrag, wordt bijgehouden met inachtneming van hetgeen dienaangaande in dat voorschrift is bepaald. 8 Onze Minister maakt aantekeningen in het ladingjournaal overeenkomstig de in Bijlage II van het Verdrag gegeven voorschriften. 2010 91 09-03-2010 09-02-2010 2011 435 11-10-2011 23-08-2011 12-10-2011
Artikel 36a — Artikel 36a Bijhouden ballastwaterjournaal#
Artikel 36a Bijhouden ballastwaterjournaal artikel 7a De kapitein van een schip waarop de inbedoelde eisen van toepassing zijn, houdt een ballastwaterjournaal bij overeenkomstig het bepaalde in voorschrift B-2 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag. 2011 435 11-10-2011 23-08-2011 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017
Artikel 37 — Artikel 37 Wijze van handelen bij schade#
Artikel 37 Wijze van handelen bij schade 1 Indien een schip schade heeft opgelopen of zich een gebeurtenis heeft voorgedaan waardoor het vermoeden rijst dat schade of een gebrek is ontstaan waardoor het schip een gevaar kan vormen voor het milieu, licht de kapitein zo spoedig mogelijk Onze Minister in. Voorts licht hij, indien het schip zich in een haven buiten Nederland bevindt, de ter plaatse bevoegde autoriteiten in. 2 Indien het schip zich in een haven bevindt, mag de reis niet worden voortgezet, voordat de kapitein van Onze Minister een verklaring heeft ontvangen, inhoudende dat eventuele herstellingen naar behoren zijn geschied of dat de reis zonder gevaar voor het milieu kan worden voortgezet, voorzover de ter plaatse bevoegde autoriteiten zich niet tegen voortzetting van de reis verzetten. 2010 746 09-11-2010 07-10-2010 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 38 — Artikel 38 Nadere regels#
Artikel 38 Nadere regels 1 artikel 33 artikelen 33 tot en met 36 Bij regeling van onze minister kunnen voor het vervoer van schadelijke stoffen, bedoeld in, aanvullende voorschriften worden vastgesteld, alsmede nadere regels met betrekking tot de in debedoelde voorschriften en verplichtingen. 2 Bij regeling van Onze Minister kunnen aanvullende voorschriften worden gegeven over het beheer van ballastwater die gelden in bij deze regeling aangewezen gebieden. 3 De krachtens het eerste en tweede lid gestelde regels kunnen ook van toepassing worden verklaard op buitenlandse schepen gedurende de tijd dat deze zich bevinden op de Nederlandse binnenwateren. 2010 91 09-03-2010 09-02-2010 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017
Artikel 39 — Artikel 39 Losplaatsvoorzieningen#
Artikel 39 Losplaatsvoorzieningen 1 artikel 6, eerste lid, van de wet artikel 38 De beheerders van losplaatsen gelegen in havens, die krachtenszijn aangewezen, waar schepen schadelijke vloeistoffen in bulk lossen, treffen zodanige voorzieningen dat dergelijke schepen hun ladingtanks geheel kunnen leeglossen met inachtneming van de in Bijlage II van het Verdrag gegeven voorschriften en de krachtensgegeven nadere regels met betrekking tot die voorschriften. 2 Bij losplaatsen als bedoeld in het eerste lid worden voorzieningen getroffen om te voorkomen dat de inhoud van slangen of leidingen van de walinstallatie, welke gebruikt zijn voor het lossen van schadelijke vloeistoffen in bulk, terugstroomt in het schip. 3 artikel 8, eerste tot en met vierde lid, van het Besluit havenontvangstvoorzieningen Indien naar het oordeel van de kapitein van een schip als bedoeld in het eerste lid, of zijn vertegenwoordiger, bij losplaatsen de voorzieningen, bedoeld in dit artikel, ontoereikend zijn, kan hij zulks melden aan de havenbeheerder.is van overeenkomstige toepassing op de melding en de afwikkeling ervan. 2022 199 31-05-2022 03-05-2022 2022 200 31-05-2022 18-05-2022 01-06-2022
Artikel 40 — Artikel 40 Nadere regels#
Artikel 40 Nadere regels artikel 39 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inbedoelde voorschriften en verplichtingen. 2006 693 21-12-2006 11-12-2006 2006 694 21-12-2006 14-12-2006 01-01-2007
Artikel 41 — Artikel 41 Bekendmaking van Codes#
Artikel 41 Bekendmaking van Codes 1 Onze Minister draagt zorg voor de bekendmaking van de op grond van dit besluit toepasselijke Codes. 2 Van de wijze van bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 2006 693 21-12-2006 11-12-2006 2006 694 21-12-2006 14-12-2006 01-01-2007
Artikel 42 — Artikel 42 Wijzigingen van verdragen en Codes#
Artikel 42 Wijzigingen van verdragen en Codes 1 Een wijziging van de op grond van dit besluit toepasselijke verdragen en Codes gaat, tenzij bij besluit van Onze Minister anders is bepaald, voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop die wijziging internationaal in werking treedt. 2 Voorzover een wijziging als bedoeld in het eerste lid slechts geldt ten aanzien van schepen gebouwd op of na een bepaalde datum, blijft, tenzij bij besluit van Onze Minister anders is bepaald, op schepen gebouwd voor die datum, het verdrag of de Code zoals dat, onderscheidenlijk die, voor de desbetreffende wijziging luidde, van toepassing, met inachtneming van hetgeen bij die wijziging, in het gewijzigde verdrag of in de gewijzigde Code is bepaald omtrent de bij herstellingen, verbouwingen en andere veranderingen in de toestand of uitrusting van een schip toe te passen voorschriften. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de reeds voor de inwerkingtreding van dit besluit in werking getreden wijzigingen van de in het eerste lid bedoelde verdragen en Codes. 4 Een besluit van Onze Minister als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. 2006 693 21-12-2006 11-12-2006 2006 694 21-12-2006 14-12-2006 01-01-2007
Artikel 43 — Artikel 43 Overgangsbepalingen#
Artikel 43 Overgangsbepalingen 1 Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen artikel 12, tweede lid Voor een schip, waarvoor op grond van heteen certificaat is afgegeven waarvan de geldigheid eindigt op 1 januari 2007 of later, geeft Onze Minister een certificaat als bedoeld in, af met een vervaldatum die gelijk is aan de vervaldatum van het op grond van voornoemd Besluit afgegeven certificaat. 2 artikel 5, vierde lid, onderdelen c en d artikel 12, derde lid Voor schepen als bedoeld in, worden de certificaten, bedoeld in, afgegeven met ingang van 28 september 2008. 3 artikel 12, vierde lid Voor schepen van 400 GT of meer, gebouwd voor 19 mei 2005, worden de certificaten, bedoeld in, afgegeven uiterlijk bij de eerstvolgende, geplande droogzetting na inwerkingtreding van dit besluit, maar in geen geval later dan 19 mei 2008. 4 artikel 13 Voor schepen die voldoen aan de eisen van Bijlage 1 van het AFS-verdrag voor de datum waarop die eisen in werking treden, worden de certificaten, bedoeld in, afgegeven uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van die eisen. 5 artikel 29, vierde lid artikel 5, vierde lid, onderdelen c en d Het verbod, bedoeld in, geldt voor schepen als bedoeld in, met ingang van 28 september 2008. 6 Voor schepen, gebouwd voor 18 juli 1982, waarvan de bruto-inhoud is vastgesteld overeenkomstig het op 10 juni 1947 te Oslo totstandgekomen Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen (Stb. 1949, J 370; Trb. 1955, 52), wordt voor de toepassing van dit besluit de eenheid bruto-registerton gelijkgesteld met de eenheid GT. 7 Voor een schip dat voorafgaand aan de datum waarop de norm van voorschrift D-2 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag voor het desbetreffende schip van toepassing wordt, een ballastwaterbeheersysteem in gebruik heeft genomen dat voldoet aan een bij ministeriële regeling vastgesteld programma voor het testen en beoordelen van technieken voor ballastwaterbehandeling, is de norm van voorschrift D-2 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag niet van toepassing gedurende een in de bij die ministeriële regeling vastgestelde periode. 2010 91 09-03-2010 09-02-2010 2017 333 08-09-2017 06-09-2017 08-09-2017
Artikel 44 — Artikel 44 Besluit havenontvangstvoorzieningen Wijziging#
Artikel 44 Besluit havenontvangstvoorzieningen Wijziging Wijzigt het Besluit havenontvangstvoorzieningen. 2006 693 21-12-2006 11-12-2006 2006 694 21-12-2006 14-12-2006 02-01-2007
Artikel 45 — Artikel 45 Intrekking regelgeving#
Artikel 45 Intrekking regelgeving De navolgende besluiten worden ingetrokken op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen van die besluiten en voor verschillende categorieën van schepen verschillend kan worden vastgesteld; a. Besluit aangroeiwerende verfsystemen zeeschepen het; b. Besluit melding voorvallen van verontreiniging door schepen het; c. Besluit sanitair afval zeeschepen het; d. Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen het; e. Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen het; f. Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen vervoerde schadelijke stoffen in verpakte vorm het; g. Besluit voorkoming verontreiniging door vuilnis van schepen het. 2006 693 21-12-2006 11-12-2006 2006 694 21-12-2006 14-12-2006 01-01-2007
Artikel 46 — Artikel 46 Inwerkingtreding#
Artikel 46 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan en voor verschillende categorieën van schepen verschillend kan worden vastgesteld. 2006 693 21-12-2006 11-12-2006 2006 694 21-12-2006 14-12-2006 01-01-2007
Artikel 47 — Artikel 47 Citeertitel#
Artikel 47 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit voorkoming verontreiniging door schepen. 2006 693 21-12-2006 11-12-2006 2006 694 21-12-2006 14-12-2006 01-01-2007