Besluit van 1 oktober 2007, houdende uitvoering van titel 7.5 (Pacht) van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet grondkamers en de Wet op de rechterlijke organisatie (Uitvoeringsbesluit pacht)
- BWB-id
- BWBR0022717
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0022717
- ELI
- /eli/nl/amvb/2007/uitvoeringsbesluit-pacht
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2007/uitvoeringsbesluit-pacht/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0022717&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0022717&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0022717/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2007/uitvoeringsbesluit-pacht
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. artikel 389, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek verplichting: verplichting als bedoeld in; b. artikel 393, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek hoogst toelaatbare vergoeding: hoogst toelaatbare vergoeding als bedoeld in. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De hoogst toelaatbare vergoeding is die welke de grondkamer voor elk geval afzonderlijk vaststelt met inachtneming van dit hoofdstuk. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikelen 4 5 6 Pachtprijzenbesluit 2007 De hoogst toelaatbare vergoeding voor een verplichting als bedoeld in de,enis de uitkomst van de vermenigvuldiging van de in de onderscheiden artikelen bij die verplichting aangegeven factor, met de voor elk geval afzonderlijk van toepassing zijnde hoogst toelaatbare pachtprijs van het land zonder woningen of andere opstallen, vastgesteld volgens het. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3 De factor, bedoeld in, bedraagt voor de navolgende in een pachtovereenkomst op te nemen verplichtingen ter zake van een beperking van de mestgift: (Mestgift) Bemestingsniveau (per ha/jaar) Factor maximaal 200 kg N (stikstof) 0,26 maximaal 100 kg N (stikstof) 0,42 maximaal 50 kg N (stikstof) 0,51 0 kg N (stikstof) 0,62 0 kg NPK (stikstof, fosfor, kalium) 0,73 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3 De factor, bedoeld in, bedraagt voor de navolgende in een pachtovereenkomst op te nemen verplichtingen ter zake van het uitstellen van de eerste maai- en weidedatum: Eerste maai- en weidedatum Factor Niet eerder dan 15 juni 0,23 Niet eerder dan 30 juni 0,30 Niet eerder dan 15 juli 0,40 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 4 5 artikel 3 Voor één of meer overige in een pachtovereenkomst op te nemen verplichtingen waarin niet is voorzien inofbedraagt de factor, bedoeld in, in totaal 0,23. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikelen 4 5 6 artikel 3 In geval van opname in een pachtovereenkomst van meerdere verplichtingen als bedoeld in de,en, geldt de hoogste van de in die artikelen bij deze verplichtingen aangegeven factoren als de factor, bedoeld in. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Er is een grondkamer Noord, een grondkamer Oost, een grondkamer Zuid, een grondkamer Zuidwest en een grondkamer Noordwest. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Het rechtsgebied van de grondkamer Noord strekt zich uit over het grondgebied van de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. 2 Het rechtsgebied van de grondkamer Oost strekt zich uit over het grondgebied van de provincies Overijssel en Gelderland. 3 Het rechtsgebied van de grondkamer Zuid strekt zich uit over het grondgebied van de provincies Noord-Brabant en Limburg. 4 Het rechtsgebied van de grondkamer Zuidwest strekt zich uit over het grondgebied van de provincies Zuid-Holland en Zeeland. 5 Het rechtsgebied van de grondkamer Noordwest strekt zich uit over het grondgebied van de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De grondkamers hebben als standplaats Deventer. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 3, derde lid, van de Uitvoeringswet grondkamers Voor de benoeming van een lid of plaatsvervangend lid van de grondkamers maken gedeputeerde staten van de binnen het rechtsgebied van de grondkamer gelegen provincies gezamenlijk de aanbeveling, bedoeld in, op. 2 Indien gedeputeerde staten van de binnen het rechtsgebied van de grondkamer gelegen provincies niet tot een gezamenlijke aanbeveling kunnen komen, maken zij elk een afzonderlijke aanbeveling op. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Voor de behandeling van een verzoek tot: per 1 januari 2025: € 319,– per 1 januari 2025: € 764,– wordt een recht geheven van 5% van de jaarlijkse door de grondkamer goedgekeurde, gewijzigde of herziene tegenprestatie, met een minimum van € 250,–en een maximum van € 600,–. a. goedkeuring van een pachtovereenkomst of ontwerp-pachtovereenkomst, b. goedkeuring van een overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst, waarbij de tegenprestatie wordt gewijzigd, of een ontwerp van zodanige overeenkomst, of c. herziening van de tegenprestatie, 2 artikel 333 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Onder «tegenprestatie» wordt in het eerste lid verstaan de tegenprestatie, bedoeld in. 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 01-01-2025
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 per 1 januari 2025: € 161,– Indien binnen twee maanden nadat een ontwerp-pachtovereenkomst of een ontwerp-overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst is goedgekeurd een overeenkomst wordt ingezonden, die gelijk is aan de reeds goedgekeurde ontwerp-overeenkomst, wordt voor de behandeling van een verzoek tot goedkeuring daarvan een recht geheven van € 126,–. 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 01-01-2025
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 321, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 317, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 12 In geval van toetsing van een pachtovereenkomst of van een overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst op grond van, isvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat het recht verschuldigd is door degene, die de schriftelijke vastlegging, bedoeld in, heeft gevorderd. 2008 440 13-11-2008 20-10-2008 2008 501 09-12-2008 20-11-2008 01-01-2009
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Voor de behandeling van: a. artikel 379, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek een verzoek als bedoeld in, of b. artikel 16.134, eerste lid, van de Omgevingswet per 1 januari 2025: € 764,– een verzoek tot goedkeuring van de overeenkomst als bedoeld inwordt een recht geheven van € 600,–. 2 artikel 16.132, eerste en tweede lid artikel 16.134, derde lid, van de Omgevingswet per 1 januari 2025: € 764,– Voor een verrichting van de grondkamers als bedoeld in, ofwordt een recht geheven van € 600,–. 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 01-01-2025
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikelen 348, tweede lid 354, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 380, tweede lid 381, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 399e van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek per 1 januari 2025: € 319,– Voor de behandeling van een aanvraag voor een machtiging als bedoeld in de, en, van verzoeken als bedoeld in de, en, alsmede van een verzoek tot goedkeuring als bedoeld inwordt een recht geheven van € 250,–. 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 01-01-2025
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 323 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek per 1 januari 2025: € 161,– Voor de behandeling van een verzoek tot goedkeuring van een overeenkomst tot beëindiging van een pachtovereenkomst als bedoeld inwordt een recht geheven van € 126,–. 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 01-01-2025
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a artikel 397, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Indien een verzoek tot goedkeuring van een overeenkomst als bedoeld in, langs elektronische weg op de door de grondkamers aangegeven wijze wordt ingediend, wordt een recht geheven van € 100,–. 2014 415 04-11-2014 23-09-2014 2014 415 04-11-2014 23-09-2014 01-01-2015
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 per 1 januari 2025: € 161,– Voor de behandeling van niet in deze paragraaf genoemde verzoeken wordt een recht geheven van € 126,–. 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 01-01-2025
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Worden met betrekking tot dezelfde pachtovereenkomst verscheidene verzoeken gelijktijdig bij de grondkamer ingediend, dan wordt van de rechten, die bij afzonderlijke behandeling voor elk van deze verzoeken zouden worden geheven, slechts het hoogste geheven. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 per 1 januari 2025: € 144,– Voor het instellen van beroep bij de Centrale Grondkamer wordt een recht geheven van € 100,–. 2 artikel 40 van de Uitvoeringswet grondkamers Voor het instellen van beroep bij de Centrale Grondkamer op grond vanwordt geen recht geheven. 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 01-01-2025
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Afschriften van ter goedkeuring ingediende overeenkomsten en van beschikkingen die niet reeds ambtshalve aan partijen zijn toegezonden, worden door de grondkamer of de Centrale Grondkamer verstrekt tegen betaling van € 0,91 per bladzijde en van portokosten. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a 1 artikelen 12, eerste lid 13 14 15 16 17 18 20, eerste lid De rechten, bedoeld in de,,,,,,en, worden jaarlijks per 1 januari aangepast aan de mate waarin het prijspeil in de periode van 1 juli in het voorafgaande jaar tot en met 1 juli van het daaraan voorafgaande jaar gemiddeld is gestegen volgens de Consumentenprijsindex voor alle huishoudens zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden afgerond op hele euro’s. 2 Onze Minister van Economische Zaken maakt de aanpassing, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 1 oktober van het voorgaande jaar bekend in de Staatscourant. 2012 612 06-12-2012 30-11-2012 2012 612 06-12-2012 30-11-2012 07-12-2012
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 De voorzitters, de plaatsvervangende voorzitters, de leden, de plaatsvervangende leden, de secretarissen en de plaatsvervangende secretarissen van de grondkamers alsmede de griffier en de plaatsvervangende griffiers van de Centrale Grondkamer zullen, elk naar de wijze van zijn godsdienstige gezindheid, alvorens in dienst te treden de eed of belofte afleggen: Grondwet «Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning en dat ik deen alle overige wetten van ons land zal eerbiedigen; Ik zweer/verklaar dat ik noch direct, noch indirect in welke vorm dan ook valse informatie heb verstrekt in verband met het verkrijgen van mijn aanstelling/dienstverband; Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling/dienstverband aan niemand iets heb geschonken of beloofd en dat ik dit ook niet zal gaan doen; Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling/dienstverband van niemand giften heb aanvaard en aan niemand beloften heb gedaan en dat ik dit ook niet zal gaan doen; Ik zweer/beloof dat ik plichtsgetrouw en nauwgezet de mij opgedragen taken zal vervullen en zaken die mij uit hoofde van mijn functie vertrouwelijk ter kennis komen of waarvan ik het vertrouwelijke karakter moet inzien, geheim zal houden voor anderen dan die personen aan wie ik ambtshalve tot mededeling verplicht ben; Ik zweer/beloof dat ik mij zal gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt, dat ik zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar zal zijn en dat ik niets zal doen dat het aanzien van het ambt zal schaden. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik!». 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020 Abusievelijk geeft het Staatsblad een wijzigingsopdracht voor het
eerste lid in plaats van het hele artikel.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De eed of belofte zal worden afgelegd door: a. 1°. de voorzitters, de plaatsvervangende voorzitters, de secretarissen en de plaatsvervangende secretarissen van de grondkamers ten overstaan van de president van de rechtbank Overijssel; 2°. de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamers in handen van de voorzitter van de grondkamer in een zitting van de grondkamer; b. de griffier en de plaatsvervangende griffiers van de Centrale Grondkamer ten overstaan van de president van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. 2 Van het afleggen van de eed of belofte in de genoemde colleges wordt een akte opgemaakt. 2012 650 20-12-2012 13-12-2012 2012 667 21-12-2012 20-12-2012 01-04-2013
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 22 Bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en bij iedere rechtbank onderscheidenlijk bij iedere grondkamer houdt de griffier onderscheidenlijk de secretaris van de grondkamer een register bij, waarin deze de koninklijke besluiten inschrijft, die de benoeming van de inbedoelde ambtenaren bevatten, die voor zijn college tot het afleggen van de eed of belofte zijn toegelaten, met daarbij de akten van de door hen afgelegde eden en beloften. 2 Iedere ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, ontvangt kosteloos een uittreksel uit het register, die de akte van de door hem afgelegde eed of belofte bevat. 2012 650 20-12-2012 13-12-2012 2012 650 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De rang van benoeming van de leden, onderscheidenlijk van de plaatsvervangende leden van dezelfde grondkamer of van de Centrale Grondkamer wordt geregeld naar de dag, waarop het besluit van hun eerste benoeming door Ons is getekend. 2 De rang van benoeming van verschillende op eenzelfde dag benoemde leden of plaatsvervangende leden wordt, indien hun benoeming bij hetzelfde besluit plaatsvindt, bepaald door de volgorde van hun namen in het besluit, en, indien zij bij verschillende besluiten benoemd zijn, door de volgorde van deze besluiten. 3 Bij iedere grondkamer wordt door de secretaris een lijst gehouden, waarop de namen van de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamer worden geplaatst met vermelding van ieders rang van benoeming. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De secretaris van de grondkamer staat de voorzitter en de leden van de grondkamers en hun plaatsvervangers bij in de gevallen, waarin dat is vereist. 2 De griffier van de Centrale Grondkamer staat de leden en de plaatsvervangende leden van dat college bij in de gevallen, waarin dat is vereist. 3 Buiten de werkzaamheden van de secretaris van de grondkamer en de griffier van de Centrale Grondkamer bij de wet opgedragen, zijn zij belast met het beheer van het secretariaat onderscheidenlijk van de griffie en met het bewaren van de minuten, registers, stukken, wetten, besluiten en boekwerken van het college, waarbij zij zijn aangesteld. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 De voorzitter en de leden van de grondkamer en hun plaatsvervangers alsmede de leden en de plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer ontvangen van de secretaris onderscheidenlijk de griffier de nodige kennisgeving van de zittingen en andere bijeenkomsten, waarbij zij tegenwoordig moeten zijn. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Elke kennisgeving en elke toezending van stukken geschiedt door de secretaris van de grondkamer en door de griffier van de Centrale Grondkamer bij gewone brief. 2 artikel 36, eerste lid, van de Uitvoeringswet grondkamers In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, geschiedt de verzending van beschikkingen van de grondkamer aan degenen die daarvan op grond vanberoep kunnen instellen bij aangetekende brief. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Het secretariaat van de grondkamer en de griffie van de Centrale Grondkamer zijn alle werkdagen gedurende ten minste zes uren per dag geopend. 2012 650 20-12-2012 13-12-2012 2012 650 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 De secretaris van de grondkamer en de griffier van de Centrale Grondkamer houden een nauwkeurige administratie bij van hetgeen door hen is ontvangen en uitgegeven. 2 Onze Minister van Economische Zaken is bevoegd de zorg voor deze administratie en het geldelijk beheer over te dragen aan een ambtenaar werkzaam bij het secretariaat of de griffie, die in dat geval tot comptabele wordt benoemd. 2012 612 06-12-2012 30-11-2012 2012 612 06-12-2012 30-11-2012 07-12-2012
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 De dagen waarop de zittingen worden gehouden en de tijdstippen waarop de zittingen aanvangen worden door de grondkamer vastgesteld bij een reglement. Dit reglement wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. 2 De Centrale Grondkamer houdt zitting op door haar te bepalen plaats en uur op de eerste en derde maandag van elke maand en verder zo dikwijls daaraan behoefte bestaat. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De voorzitter van de grondkamer en de voorzitter van de Centrale Grondkamer stellen vast welke zaken op de zitting zullen worden behandeld alsmede haar volgorde. Zij doen de oproepingen ter zitting ten minste vijf dagen tevoren uitgaan. 2 De secretaris van de grondkamer en de griffier van de Centrale Grondkamer brengen de zaken op een rol. 2023 311 27-09-2023 15-09-2023 2023 311 27-09-2023 15-09-2023 01-10-2023
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 Bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad mogen niet als voorzitter, lid of secretaris van een grondkamer deelnemen aan de behandeling van dezelfde zaak. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van voorzitter, leden en griffier van de Centrale Grondkamer. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Ieder lid of plaatsvervangend lid van een grondkamer of van de Centrale Grondkamer, die weet, dat er enige reden van wraking tegen hem bestaat, is gehouden deze aan het college waarin hij zitting heeft op te geven. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 8 van de Uitvoeringswet grondkamers De twee leden, bedoeld in, worden door de voorzitter van de grondkamer aangewezen. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 8 van de Uitvoeringswet grondkamers Aan de tafel van de grondkamer nemen slechts plaats de voorzitter, de twee leden, bedoeld in, en de secretaris. 2 Aan de tafel van de Centrale Grondkamer nemen slechts plaats de voorzitter, de overige twee tot de rechterlijke macht behorende leden, de twee deskundige leden en de griffier. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 De zittingen van de grondkamers en van de Centrale Grondkamer zijn openbaar. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 De voorzitter van de grondkamer en de voorzitter van de Centrale Grondkamer hebben de leiding ter zitting en geven de nodige bevelen ter handhaving van de orde. 2 Zij verlenen het woord, geven partijen gelegenheid hun standpunt toe te lichten en vragen de nodige inlichtingen. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 De grondkamers en de Centrale Grondkamer kunnen de persoonlijke verschijning van partijen gelasten. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 De leden van de grondkamer en van de Centrale Grondkamer hebben het recht, met verlof van de voorzitter, vragen te stellen. 2 Partijen kunnen de voorzitter verzoeken de door hen opgegeven vragen te stellen. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 De voorzitter, de leden en de secretaris van de grondkamer alsmede de voorzitter, de leden en de griffier van de Centrale Grondkamer zullen zich ter zitting onthouden van uitingen, waarin zij van hun persoonlijke gevoelen ten opzichte van de aanhangige zaak of van het standpunt van één der partijen doen blijken. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 De grondkamer en de Centrale Grondkamer zullen tijdens de zitting geen beslissing nemen. 2 De voorzitter is bevoegd de zitting te schorsen, indien dit ter beraadslaging of om enige andere reden nodig is. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 In alle zaken doen de voorzitter van de grondkamer en de voorzitter van de Centrale Grondkamer hoofdelijk omvraag. Zij vragen hierbij het advies van een jonger benoemd lid voor dat van een ouder. Zijzelf brengen het laatst hun advies uit. 2 Een afwezig lid kan zijn advies noch door een van zijn medeleden doen voordragen, noch zijn advies schriftelijk indienen. 3 Wanneer er meer dan twee verschillende gevoelens zijn uitgebracht, zal het besluit worden opgemaakt op de wijze, die het meest overeenkomt met het gevoelen der meerderheid. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 per 1 januari 2025: € 101,– Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de grondkamer wordt aan de plaatsvervangende voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de plaatsvervangende secretaris een vergoeding toegekend van € 67,–per uur. 2 De in het vorige lid bedoelde vergoedingen worden evenwel niet toegekend, indien de daar genoemde personen bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden of betaalde functie uitoefenen, voor zover Onze Minister van Economische Zaken niet anders bepaalt. 3 Aan een plaatsvervangende voorzitter die wegens afwezigheid, belet of ontstentenis van de voorzitter diens werkzaamheden volledig waarneemt, kan, indien hij niet bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleedt of betaalde functie uitoefent, door Onze Minister van Economische Zaken tot wederopzegging een bezoldiging worden toegekend overeenkomstig de voor de voorzitter vastgestelde bezoldiging. 4 Aan een plaatsvervangend secretaris die wegens afwezigheid, belet of ontstentenis van de secretaris diens werkzaamheden volledig waarneemt, kan, indien hij niet bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleedt of betaalde functie uitoefent, door de in het vorige lid bedoelde Minister tot wederopzegging een vergoeding worden toegekend overeenkomstig de aan de secretaris toegekende vergoeding. 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 01-01-2025
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 per 1 januari 2025: 118,– Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de Centrale Grondkamer wordt aan de leden en de plaatsvervangende leden een vergoeding toegekend van € 79,–per uur. 2 per 1 januari 2025: 101,– Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de Centrale Grondkamer wordt aan de plaatsvervangende griffier een vergoeding toegekend van € 67,–per uur. 3 De in de vorige leden bedoelde vergoedingen worden evenwel niet toegekend indien de aldaar genoemde personen bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden of betaalde functie uitoefenen, voor zover Onze Minister van Economische Zaken niet anders bepaalt. 4 Aan een plaatsvervangende griffier die wegens afwezigheid, belet of ontstentenis van de griffier diens werkzaamheden volledig waarneemt, kan, indien hij niet bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleedt of betaalde functie uitoefent, door Onze Minister van Economische Zaken tot wederopzegging toe een vergoeding worden toegekend overeenkomstig de voor de griffier vastgestelde vergoeding. 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 01-01-2025
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 per 1 januari 2025: € 101,– Voor het deelnemen aan een bezichtiging ter plaatse wordt aan de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamer een vergoeding van € 67,–per uur toegekend. 2 per 1 januari 2025: € 118,– Voor het deelnemen aan een bezichtiging ter plaatse wordt een vergoeding van € 79,–per uur toegekend aan de leden en de plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer, behalve als zij als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden. 3 Bij de berekening van het totale aantal uren waarover een vergoeding volgens de voorgaande leden wordt toegekend, vindt afronding naar boven plaats tot een half uur. 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 2024 31557 26-09-2024 24-09-2024 WJZ/86999326 01-01-2025
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 artikel 46, eerste en tweede lid Indien geen bezichtiging als bedoeld in, plaatsvindt, wordt een vergoeding toegekend van € 2,27 per afgehandeld dossier aan de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamer en de leden en de plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer, behalve als zij als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 De leden en plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer die als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden genieten in verband met de in de vorige artikelen genoemde werkzaamheden een vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig hetgeen daarover in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn is overeengekomen. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 artikelen 44 45 46 47 48 De declaraties van de vergoedingen, bedoeld in de,,,en, worden maandelijks ingediend bij de grondkamer of de Centrale Grondkamer. 2 artikelen 44 45 46 47 De declaraties van de vergoedingen, bedoeld in de,,en, vermelden de dagen, waarop de in deze artikelen genoemde werkzaamheden zijn verricht en bevatten een verklaring van de voorzitter, dat de declarant de opgegeven werkzaamheden heeft verricht gedurende de daarbij opgegeven tijdsduur. 3 artikel 48 artikelen 44 45 46 47 De declaraties van de vergoedingen, bedoeld in, worden voorzien van een verklaring van de voorzitter, dat de gemaakte reizen noodzakelijk waren voor de in de,,engenoemde werkzaamheden. 4 De in de vorige leden bedoelde verklaringen kunnen ook worden afgegeven door de secretaris of de griffier, indien deze daartoe door de grondkamer onderscheidenlijk de Centrale Grondkamer zijn gemachtigd. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 49a — Artikel 49a#
Artikel 49a 1 artikelen 44, eerste lid 45, eerste en tweede lid 46, eerste en tweede lid De vergoedingen, bedoeld in de artikelen de,, en, worden jaarlijks per 1 januari aangepast aan de mate waarin het prijspeil in de periode van 1 juli in het voorafgaande jaar tot en met 1 juli van het daaraan voorafgaande jaar gemiddeld is gestegen volgens de Consumentenprijsindex voor alle huishoudens zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden afgerond op hele euro’s. 2 Onze Minister van Economische Zaken maakt de aanpassing, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 1 oktober van het voorgaande jaar bekend in de Staatscourant. 2012 612 06-12-2012 30-11-2012 2012 612 06-12-2012 30-11-2012 07-12-2012
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 48, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie artikel 69, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie De deskundige leden van de pachtkamers van de rechtbanken, bedoeld in, en hun plaatsvervangers en de deskundige leden van de pachtkamer van het gerechtshof, bedoeld in, en hun plaatsvervangers leggen de eed of belofte af ten overstaan van een enkelvoudige of meervoudige kamer van het gerecht waarbij zij zijn benoemd. 2 De eed of belofte wordt afgenomen op requisitoir van het openbaar ministerie. 3 artikel 48a, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie Het formulier, bedoeld in, wordt ondertekend door degene die de eed of belofte aflegt en door de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die zitting heeft in de in het eerste lid bedoelde enkelvoudige kamer dan wel voorzitter is van de in het eerste lid bedoelde meervoudige kamer. 2012 650 20-12-2012 13-12-2012 2012 650 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 artikel 50, eerste lid artikel 50, derde lid Het bestuur van het gerecht waarbij de personen, bedoeld in, zijn benoemd, houdt een register bij waarin de koninklijke besluiten betreffende de benoeming van deze personen en de ondertekende formulieren, bedoeld in, worden bewaard. 2 artikel 50, derde lid artikel 50, eerste lid Een uittreksel uit dat register, inclusief het ondertekende formulier, bedoeld in, wordt aan de personen, bedoeld in, uitgereikt. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 artikel 50, eerste lid artikel 48a, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie De installatie van de personen, bedoeld in, geschiedt door middel van het op de terechtzitting voorlezen van het formulier, bedoeld in. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 artikel 48, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie Aan de deskundige leden van de pachtkamers van de rechtbanken, bedoeld in, en hun plaatsvervangers wordt een vergoeding toegekend overeenkomstig de regels die gelden voor de rechters-plaatsvervangers. 2012 650 20-12-2012 13-12-2012 2012 650 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 artikel 69, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie Aan de deskundige leden van de pachtkamer van het gerechtshof, bedoeld in, en hun plaatsvervangers wordt een vergoeding toegekend overeenkomstig de regels die gelden voor de raadsheren-plaatsvervangers. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 artikel 48, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie artikel 69, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie Voor een plaatselijke bezichtiging, waaraan wordt deelgenomen krachtens opdracht van de pachtkamer, wordt aan de deskundige leden van de pachtkamers van de rechtbanken, bedoeld in, en hun plaatsvervangers, een vergoeding toegekend van € 20,45 per uur en aan de deskundige leden van de pachtkamer van het gerechtshof, bedoeld in, en hun plaatsvervangers een vergoeding van € 22,73 per uur. 2 Bij de berekening van deze vergoeding wordt de tijdsduur van de reis mede in aanmerking genomen. 3 Bij de berekening van het totale aantal uren waarover een vergoeding volgens de voorgaande leden wordt toegekend, vindt afronding naar boven plaats tot een half uur. 2012 650 20-12-2012 13-12-2012 2012 650 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 artikel 48, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie artikel 69, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie De deskundige leden van de pachtkamers van de rechtbanken, bedoeld in, en hun plaatsvervangers en de deskundige leden van de pachtkamer van het gerechtshof, bedoeld in, en hun plaatsvervangers genieten, zowel voor het bijwonen van de bijeenkomsten van de pachtkamer, als voor het volbrengen van verrichtingen, welke hen, ook buiten eigenlijk rechtsgeding door de pachtkamer worden opgedragen, reis- en verblijfkosten overeenkomstig hetgeen daarover in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn is overeengekomen. 2 Reis- en verblijfkosten als bedoeld in het vorige lid worden ook genoten in de gevallen, dat een titularis wordt beëdigd of geïnstalleerd. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Wijzigt het Besluit herverkaveling. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Wijzigt het Besluit grondbankstelsel. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Wijzigt Besluit uitvoering artikel 15, tweede lid, Vorderingswet 1962. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Wijzigt de Schadeloosstellingsregeling Luchtvaartwet. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Wijzigt het Pachtprijzenbesluit 2007. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007 01-09-2007
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Ingetrokken worden: a. Besluit aanwijzing rechtsgebied grondkamers het; b. Besluit van 19 mei 1962, houdende vaststelling van de vergoedingen voor de leden enz. van de Grondkamers en de Centrale Grondkamer het; c. Besluit van 14 februari 1963, tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de artikelen 124 en 125, vijfde lid, van de Pachtwet het; d. Besluit van 21 oktober 1985, tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van artikel 112 van de Pachtwet het; e. Besluit van 16 december 1992, houdende nadere regelen ten aanzien van de hoogst toelaatbare vergoeding als bedoeld in artikel 4a, derde lid, en de aanwijzing van een instantie als bedoeld in artikel 5, tiende lid, van de Pachtwet het; f. Reglement voor de grondkamers en de Centrale Grondkamer het; g. Reglement voor de pachtkamers het; h. Tariefbesluit Pachtwet 1995 het. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 artikel 61 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met dien verstande datterugwerkt tot en met 1 september 2007. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit pacht. 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 2007 394 30-10-2007 01-10-2007 31-10-2007