Besluit van 21 maart 2007 tot het stellen van veiligheidsvoorschriften bij het tatoeëren en piercen (Warenwetbesluit tatoeëren en piercen)
- BWB-id
- BWBR0021605
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0021605
- ELI
- /eli/nl/amvb/2007/warenwetbesluit-tatoe-ren-en-piercen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2007/warenwetbesluit-tatoe-ren-en-piercen/2022-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0021605&g=2022-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0021605&z=2026-06-06&g=2022-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0021605/2022-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2007/warenwetbesluit-tatoe-ren-en-piercen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. tatoeëren: huidpenetrerende handeling waarmee een kleurstof of pigment intradermaal wordt geïnjecteerd; b. tatoeagemateriaal: waren die bestemd zijn of gebruikt worden voor het tatoeëren; c. piercing: de waar die bestemd is of gebruikt wordt om als sieraad in een doorboring van de huid, slijmvliezen, kraakbeen of spierweefsel te worden achtergelaten; d. piercen: het doorboren van de huid, slijmvliezen, kraakbeen of spierweefsel waardoor het mogelijk wordt in de doorboring een piercing achter te laten; e. piercingmateriaal: waren die bestemd zijn of gebruikt worden voor het piercen; f. veiligheidscode: een richtlijn voor het veilig gebruik van tatoeage- of piercingmateriaal; g. ondernemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een onderneming in stand houdt waarin tatoeage- of piercingmateriaal wordt gebruikt. 2 artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen Dit besluit is niet van toepassing indien tatoeagemateriaal door een arts wordt gebruikt in een instelling als bedoeld in. 2021 158 31-03-2021 17-03-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 3 6 9 Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften gesteld bij of krachtens,en. 2007 114 29-03-2007 21-03-2007 2007 114 29-03-2007 21-03-2007 01-06-2007
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Een ondernemer beschikt over een vergunning van Onze Minister voor het gebruik van tatoeage- of piercingmateriaal in de ruimte waar de materialen gebruikt worden of zullen worden of die voor het gebruik van de materialen is ingericht. 2 Het eerste lid is niet van toepassing: a. op de ondernemer, die een onderneming in stand houdt waarin uitsluitend piercingmateriaal wordt gebruikt om een oorlel te piercen; b. op de ondernemer, die ter gelegenheid van een onderzoek dat plaatsvindt in het kader van een vergunningaanvraag ten overstaan van de met het toezicht op de naleving van dit besluit belaste ambtenaar, tatoeage- of piercingmateriaal gebruikt. 2021 317 30-06-2021 23-06-2021 2021 317 30-06-2021 23-06-2021 01-07-2021
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3, eerste lid De vergunning, bedoeld in, wordt op aanvraag verleend. 2 De aanvrager van de vergunning is voor het in behandeling nemen van de aanvraag een retributie verschuldigd aan Onze Minister. 3 artikel 24 van de Warenwet Een besluit tot verlening van een vergunning wordt niet genomen voordat is onderzocht of er een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat die ondernemer voor de ruimte waarvoor de vergunning wordt gevraagd, niet zal voldoen aan de voorschriften gesteld bij of krachtens dit besluit, dan wel aan de voorschriften gesteld bij of krachtens. 4 Onze Minister weigert de vergunning indien: a. de ondernemer zijn medewerking weigert aan het onderzoek, bedoeld in het derde lid, of b. artikel 24 van de Warenwet er een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de ondernemer voor de ruimte waarvoor de vergunning wordt gevraagd, niet zal voldoen aan de voorschriften gesteld bij of krachtens dit besluit, dan wel aan de voorschriften gesteld bij of krachtens. 5 Onze Minister stelt ter uitvoering van het eerste tot en met derde lid nadere regels. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op: a. de geldigheidsduur van de vergunning; b. de hoogte van de retributies; c. de wijze en de termijn waarop de vergunning wordt aangevraagd; d. de inhoud van de aanvraag; e. de intrekking van de vergunning; f. de registratie van de vergunning; g. de activiteiten waarvoor de vergunning wordt verleend. 2012 193 08-05-2012 17-04-2012 2012 193 08-05-2012 17-04-2012 09-05-2012
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3, eerste lid artikel 24, eerste lid, van de Warenwet Onze Minister kan de vergunning, bedoeld in, intrekken indien een voorschrift, gesteld bij of krachtens dit besluit, een voorschrift verbonden aan de vergunning, dan welis overtreden. 2012 193 08-05-2012 17-04-2012 2012 193 08-05-2012 17-04-2012 09-05-2012
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een ondernemer draagt er zorg voor dat: a. het gebruik van tatoeage- of piercingmateriaal op zodanige wijze geschiedt, dat daardoor geen gevaar kan ontstaan voor de veiligheid of de gezondheid van de mens; b. het gebruik van tatoeage- of piercingmateriaal geschiedt in een ruimte die in zodanige staat is en zodanig is ingericht, dat daardoor geen gevaar kan ontstaan voor de veiligheid of de gezondheid van de mens; c. de personen die werkzaam zijn in de ruimte, bedoeld in onderdeel b, een zeer goede persoonlijke hygiëne betrachten en waar nodig met het oog op de veiligheid en gezondheid van de mens, beschermende kleding dragen; d. personen, als bedoeld in onderdeel c, tatoeage- of piercingmateriaal niet gebruiken, indien daarbij ten gevolge van verwondingen of huidziekten gezondheidsrisico’s kunnen ontstaan; e. artikel 24, derde lid, onderdeel b en c, van de Warenwet de voorschriften worden nageleefd, die zijn gesteld bij of krachtens. 2 Onze Minister kan met betrekking tot het eerste lid nadere regels stellen. 2012 193 08-05-2012 17-04-2012 2012 193 08-05-2012 17-04-2012 09-05-2012
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Een veiligheidscode kan slechts als zodanig worden gebruikt, indien die veiligheidscode door Onze Minister is aangewezen. 2 artikel 6 Onze Minister kan een veiligheidscode aanwijzen indien die code als leidraad kan dienen voor de naleving van. 2012 193 08-05-2012 17-04-2012 2012 193 08-05-2012 17-04-2012 09-05-2012
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7 Een ondernemer wordt bij controle, dan wel ter gelegenheid van het onderzoek dat plaatsvindt in het kader van de vergunningaanvraag door een met het toezicht op de naleving van dit besluit belaste ambtenaar, vóóraf door die ambtenaar in de gelegenheid gesteld te kennen te geven of voor die ruimte gewerkt wordt volgens een aangewezen veiligheidscode als bedoeld in. 2 Een ondernemer die te kennen heeft gegeven te werken volgens een aangewezen veiligheidscode: a. artikel 6 voldoet aan de bij of krachtensgestelde voorschriften indien hij heeft gehandeld volgens de voorschriften in die veiligheidscode die daarop betrekking hebben; b. artikel 6 dient, indien hij niet volgens de voorschriften in die veiligheidscode blijkt te hebben gehandeld, alsnog ten overstaan van de in het eerste lid bedoelde ambtenaar, aannemelijk te maken dat zijn bedrijfsvoering en de door hem gehanteerde werkwijze voldoen aan de bij of krachtensgestelde voorschriften. 3 artikel 6 Een ondernemer die te kennen heeft gegeven niet te werken volgens een aangewezen veiligheidscode, dient ten overstaan van de in het eerste lid bedoelde ambtenaar, aannemelijk te maken dat zijn bedrijfsvoering en de door hem gehanteerde werkwijze voldoen aan de bij of krachtensgestelde voorschriften. 2007 114 29-03-2007 21-03-2007 2007 114 29-03-2007 21-03-2007 01-06-2007
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent: a. de schriftelijke informatie over de mogelijke gevolgen verbonden aan het aanbrengen van een tatoeage of piercing; b. artikel 24 van de Warenwet het voorhanden zijn en bijhouden van documenten, die de voorlichting over gevolgen, bedoeld in onderdeel a, en het toezicht op de naleving van de regels gesteld bij of krachtens, kunnen bevorderen. 2012 193 08-05-2012 17-04-2012 2012 193 08-05-2012 17-04-2012 09-05-2012
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Artikel 24, tweede lid, van de Warenwet is niet van toepassing: a. bij het aanbrengen van een tepelpiercing bij meisjes; b. bij het aanbrengen van een genitale piercing; c. bij het aanbrengen van een tatoeage op hoofd, hals, polsen of handen. 2007 114 29-03-2007 21-03-2007 2007 114 29-03-2007 21-03-2007 01-06-2007
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Wijzigt het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten. 2007 114 29-03-2007 21-03-2007 2007 114 29-03-2007 21-03-2007 01-06-2007
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2012 193 08-05-2012 17-04-2012 2012 193 08-05-2012 17-04-2012 09-05-2012
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. 2007 114 29-03-2007 21-03-2007 2007 114 29-03-2007 21-03-2007 01-06-2007
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit tatoeëren en piercen. 2007 114 29-03-2007 21-03-2007 2007 114 29-03-2007 21-03-2007 01-06-2007