Besluit van 5 juli 2008 houdende regels ter uitvoering van de Algemene douanewet (Algemeen douanebesluit)
- BWB-id
- BWBR0024235
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-05-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024235
- ELI
- /eli/nl/amvb/2008/algemeen-douanebesluit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2008/algemeen-douanebesluit/2025-05-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024235&g=2025-05-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024235&z=2026-06-06&g=2025-05-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024235/2025-05-10
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2008/algemeen-douanebesluit
Artikel 1:1 — Artikel 1:1#
Artikel 1:1 artikelen 1:4 1:19 1:23h 1:25 1:28 1:30 3:1 3:4 4:1 9:5 10:10 12:1 van de Algemene douanewet Dit besluit geeft uitvoering aan de,,,,,,,,,,en. 2025 122 09-05-2025 06-05-2025 2025 122 09-05-2025 06-05-2025 10-05-2025
Artikel 1:2 — Artikel 1:2#
Artikel 1:2 De inspecteur neemt van het op 10 december 1982 te Montego Bay tot stand gekomen Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (Trb. 1983, 83) bij de douanecontrole in acht: a. de artikelen 21, 24, 25, 26 en 32, voor zover het de territoriale zee betreft; b. de artikelen 33 en 303, voor zover het de aansluitende zone betreft; en c. artikel 56, voor zover het de exclusieve economische zone betreft. 2008 288 22-07-2008 05-07-2008 2008 286 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet
in werking treedt.
Artikel 1:3 — Artikel 1:3#
Artikel 1:3 Onze minister van Financiën kan aan organisaties de bevoegdheid verlenen, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van soortgelijke organisaties, carnets TIR (TIR-Overeenkomst) af te geven of in dat kader borg te staan. Hij kan daarbij voorwaarden en eisen stellen waaraan deze organisaties moeten voldoen. 2008 288 22-07-2008 05-07-2008 2008 286 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet
in werking treedt.
Artikel 1:4 — Artikel 1:4#
Artikel 1:4 Kosten zijn verschuldigd: a. voor werkzaamheden verricht op verzoek van de belanghebbende: 1°. buiten de normale openingstijden; 2°. op andere plaatsen dan die aangewezen zijn voor het onderzoek van goederen; of 3°. voor analyses of deskundigenverslagen van goederen en portokosten voor het retourneren van de goederen aan de aanvrager bij het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie; b. voor het doen vernietigen van goederen, bedoeld in artikel 197 van het Douanewetboek van de Unie; c. voor het ambtshalve onderzoek van de goederen, bedoeld in de artikelen 239, tweede lid, en 240, tweede lid, van de Uitvoeringsverordening Douanewetboek van de Unie; d. artikel 1:35 van de Algemene douanewet inzake het aanvullend onderzoek van goederen, ingeval de verschillen tussen de uitkomst van het gedeeltelijk onderzoek en de uitkomst van het aanvullend onderzoek, blijven binnen de spelingen, bedoeld in. 2016 184 23-05-2016 04-05-2016 2016 184 23-05-2016 04-05-2016 24-05-2016 01-05-2016
Artikel 1:4a — Artikel 1:4a#
Artikel 1:4a artikel 1:23a, zesde lid, van de Algemene douanewet Verordening (EU) 2016/679 Richtlijn 95/46/EG De overeenkomst, bedoeld in, niet zijnde een overeenkomst als bedoeld in artikel 28, derde lid, van devan het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van(algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119), regelt in ieder geval: a. de wijze waarop en de mate waarin de inspecteur over de camera waarbij persoonsgegevens worden verwerkt kan beschikken; b. artikel 1:23g, eerste lid, van de Algemene douanewet welke passende algemeen aanvaarde beveiligingsmaatregelen als bedoeld inworden getroffen met betrekking tot: 1°. de fysieke toegang van de gemandateerden, bedoeld in dat lid, tot de ruimte waarin de camerabeelden kunnen worden bekeken; of 2°. de overdracht van de camerabeelden aan de inspecteur; c. de procedures bij wijzigingen in apparatuur, software of procedures die betrekking hebben op het verlenen van toegang dan wel overdracht van de camerabeelden aan de inspecteur; d. artikel 1:23g, tweede lid, van de Algemene douanewet op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan; e. artikel 1:23g, vierde lid, van de Algemene douanewet de medewerking aan de audit, bedoeld in. 2025 122 09-05-2025 06-05-2025 2025 122 09-05-2025 06-05-2025 10-05-2025
Artikel 1:4b — Artikel 1:4b#
Artikel 1:4b De inspecteur legt vast: a. artikelen 1:23a tot en met 1:23f van de Algemene douanewet de tijdvakken waarin de camera’s waarbij persoonsgegevens kunnen worden verwerkt worden gebruikt voor de taken en de doelen, bedoeld in de; b. de namen van de ambtenaren die de camerabeelden waarbij persoonsgegevens kunnen worden verwerkt inzien en het tijdvak, bedoeld in onderdeel a, waarin; c. artikel 1:23a, derde lid, van de Algemene douanewet het aantal gevallen en de aanleiding waarbij de persoonsgegevens zijn gebruikt voor het identificeren van natuurlijke personen voor de persoonlijke veiligheid van een ambtenaar of zijn directe omgeving, bedoeld in, en wat met die persoonsgegevens is gedaan; d. artikel 1:23a, vierde lid, onderdeel d, van de Algemene douanewet de dringende gevallen waarvoor toestemming is gevraagd, bedoeld in, onder vermelding van de reden, waar de camera’s op werden gericht dan wel in of op welke locaties deze werden ingezet en de resultaten van het gebruik van die camera’s; e. artikel 1:23g, eerste lid, van de Algemene douanewet welke beveiligingsmaatregelen als bedoeld inzijn genomen; f. artikel 1:23g, eerste lid, van de Algemene douanewet welke ambtenaren zijn gemandateerd als bedoeld in; g. artikel 1:23g, derde lid, van de Algemene douanewet het tijdstip en de wijze van vernietiging van de persoonsgegevens die zijn verkregen met camera’s, bedoeld in; h. indien de persoonsgegevens die zijn verkregen met camera’s niet binnen vier weken nadat ze zijn verkregen zijn vernietigd, de reden waarom en een verwijzing naar het daarbij behorende dossier; i. indien ingevolge een bij of krachtens de wet bestaande verplichting de persoonsgegevens die zijn verkregen met camera’s zijn verstrekt, aan wie deze zijn verstrekt onder vermelding van de grondslag daarvan; j. de eventuele inbreuken op de wet- en regelgeving, die zich hebben voorgedaan ten aanzien van het gebruik van camera’s waarbij persoonsgegevens worden verwerkt. 2025 122 09-05-2025 06-05-2025 2025 122 09-05-2025 06-05-2025 10-05-2025
Artikel 1:4c — Artikel 1:4c#
Artikel 1:4c 1 artikel 1:23g, vijfde lid, van de Algemene douanewet Het cameraplan, bedoeld in, geeft inzicht in de camera’s die de inspecteur gebruikt waarbij persoonsgegevens kunnen worden verwerkt en beschrijft: a. artikel 1:23a, vierde lid, onderdelen a en b, van de Algemene douanewet de locaties, bedoeld in, waar gebruik kan worden gemaakt van vaste camera’s; b. het voorgenomen aantal te gebruiken vaste camera’s per locatie of gebied; c. artikel 1:23a, vierde lid, onderdelen a en b, van de Algemene douanewet de locaties, bedoeld in, waar en de situaties waarin mobiele camera’s kunnen worden ingezet; en d. een onderbouwing voor de voorgenomen inzet van camera’s, tenzij de melding de effectiviteit van het beperken van risico’s ernstig kan benadelen. 2 Het cameraplan ziet op zowel eigen camera’s als die van personen of instellingen die geen inspecteur of ontvanger zijn. 2025 122 09-05-2025 06-05-2025 2025 122 09-05-2025 06-05-2025 10-05-2025
Artikel 1:5 — Artikel 1:5#
Artikel 1:5 1 artikel 1:28, zesde lid, van de Algemene douanewet De ambtenaar, bedoeld in, vermeldt in een schriftelijk verslag de redenen voor het geven van de toestemming over te gaan tot gehele ontkleding dan wel het onderzoek van het onderlichaam. 2 Na afloop van de lijfsvisitatie waarbij overgegaan is tot gehele ontkleding dan wel onderzoek van het onderlichaam vult degene die de lijfsvisitatie uitvoert, binnen 48 uur het schriftelijke verslag aan met vermelding van de wijze waarop de lijfsvisitatie is verricht en de resultaten van de lijfsvisitatie. Hij doet dit verslag toekomen aan de inspecteur, en in het geval dat een verpleegkundige het onderzoek van het onderlichaam verricht, doet hij een afschrift toekomen aan de arts die daartoe opdracht heeft gegeven. 3 artikel 1:28, zesde lid, van de Algemene douanewet Op de besloten plaats waar de lijfsvisitatie plaatsvindt waarbij wordt overgegaan tot gehele ontkleding dan wel het onderzoek van het onderlichaam, wordt degene die de lijfsvisitatie uitvoert slechts vergezeld door de ambtenaar, bedoeld in. Hiervan kan worden afgeweken indien deze ambtenaar een redelijk vermoeden heeft dat de persoon die aan lijfsvisitatie wordt onderworpen een gevaar oplevert voor de veiligheid van zichzelf of van anderen. 4 Apparatuur waarmee door kleding van personen wordt gekeken, mag op een niet besloten plaats worden gebruikt, mits de beelden op een besloten plaats worden geanalyseerd. De persoon die de beelden analyseert, hoeft niet van hetzelfde geslacht te zijn als dat van de persoon die aan lijfsvisitatie wordt onderworpen. 5 Bij regeling van Onze minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de apparatuur waarmee door kleding van personen wordt gekeken en het gebruik daarvan. 2008 288 22-07-2008 05-07-2008 2008 286 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet
in werking treedt.
Artikel 1:6 — Artikel 1:6#
Artikel 1:6 Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: a. ambtenaar : degene die namens de inspecteur een douanecontrole uitoefent; b. meerdere : de ambtenaar die uit hoofde van zijn functie of krachtens beschikking of aanwijzing met de leiding is belast of het bevel heeft over de taakuitvoering; c. geweld : elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen of goederen; d. geweldsmiddel artikel 3a, derde lid, van de Wet wapens en munitie : de wapens en uitrusting waarmee met overeenkomstige toepassing vangeweld kan worden uitgeoefend; e. aanwenden van een geweldsmiddel : het gebruiken van een geweldsmiddel, daaronder begrepen het dreigen met een geweldsmiddel, waaronder niet wordt begrepen het uit voorzorg ter hand nemen van een vuurwapen. 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 01-01-2009
Artikel 1:7 — Artikel 1:7#
Artikel 1:7 1 Indien een ambtenaar onder leiding van een ter plaatse aanwezige meerdere optreedt, oefent hij geen geweld uit dan na uitdrukkelijke last van deze meerdere. De meerdere geeft daarbij aan welk middel mag worden aangewend. 2 Het eerste lid is niet van toepassing in het geval de meerdere, bedoeld in het eerste lid, vooraf anders heeft bepaald. 2008 288 22-07-2008 05-07-2008 2008 286 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet
in werking treedt.
Artikel 1:8 — Artikel 1:8#
Artikel 1:8 1 De ambtenaar wendt bij de uitoefening van zijn dienst uitsluitend het geweldsmiddel aan dat door of vanwege Onze minister wie het aangaat is verstrekt. 2 Het aanwenden van een geweldsmiddel is uitsluitend toegestaan aan een ambtenaar die in het gebruik van dat geweldsmiddel is geoefend en is uitgerust met een geweldsmiddel in het kader van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar. 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 01-01-2009
Artikel 1:9 — Artikel 1:9#
Artikel 1:9 Het aanwenden van een geweldsmiddel door de ambtenaar is slechts geoorloofd om een persoon aan de kleding te onderzoeken ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een wapen bij zich heeft. Het onderzoek aan de kleding moet noodzakelijk zijn om te voorkomen dat bedoelde persoon gebruik gaat maken van het wapen. 2008 288 22-07-2008 05-07-2008 2008 286 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet
in werking treedt.
Artikel 1:10 — Artikel 1:10#
Artikel 1:10 De ambtenaar mag in verband met zijn eigen veiligheid of die van anderen slechts een geweldsmiddel ter hand nemen indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een situatie ontstaat waarin hij bevoegd is het geweldsmiddel aan te wenden. Zodra blijkt dat een dergelijke situatie zich niet voordoet, wordt het geweldsmiddel terstond opgeborgen. 2008 288 22-07-2008 05-07-2008 2008 286 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet
in werking treedt.
Artikel 1:11 — Artikel 1:11#
Artikel 1:11 1 De ambtenaar waarschuwt onmiddellijk voordat hij gericht een geweldsmiddel zal gebruiken, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat het desbetreffende geweldsmiddel gebruikt zal worden indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. 2 De waarschuwing, bedoeld in het eerste lid, die in het geval van een vuurwapen zonodig vervangen kan worden door een waarschuwingsschot, blijft slechts achterwege, wanneer de omstandigheden de waarschuwing niet toelaten. 3 Een waarschuwingsschot wordt op zodanige wijze gegeven dat gevaar voor personen of zaken zoveel mogelijk wordt vermeden. 2008 288 22-07-2008 05-07-2008 2008 286 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet
in werking treedt.
Artikel 1:12 — Artikel 1:12#
Artikel 1:12 1 Pepperspray wordt tegen een persoon per geval ten hoogste twee maal voor de duur van niet langer dan ongeveer een seconde gebruikt en op een afstand van ten minste een meter. 2 Pepperspray wordt niet gebruikt tegen: a. personen die zichtbaar jonger dan 12 jaar of ouder dan 65 jaar zijn; b. vrouwen die zichtbaar zwanger zijn; c. personen voor wie dit gebruik als gevolg van een voor de ambtenaar zichtbare ademhalings- of andere gezondheidsstoornis onevenredig schadelijk kan zijn; en d. groepen personen. 2008 288 22-07-2008 05-07-2008 2008 286 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet
in werking treedt.
Artikel 1:13 — Artikel 1:13#
Artikel 1:13 1 De ambtenaar die geweld heeft aangewend, meldt dit aanwenden van het geweld, de redenen die daartoe hebben geleid en de daaruit voortvloeiende gevolgen onverwijld aan de hulpofficier van justitie die krachtens aanwijzing is belast met de registratie van aangewend geweld. 2 De melding, bedoeld in het eerste lid, geschiedt binnen 48 uur in de vorm van een schriftelijk rapport indien: a. de gevolgen van het geweld daartoe, naar het oordeel van de in het eerste lid bedoelde hulpofficier van justitie, aanleiding geven; b. van een vuurwapen gebruik is gemaakt; of c. enig geweldsmiddel is aangewend en lichamelijk letsel van meer dan geringe betekenis dan wel de dood veroorzaakt is. 3 Het rapport, bedoeld in het tweede lid, wordt ter kennis gebracht van de officier van justitie van het arrondissement waarbinnen het geweld dan wel in voorkomend geval het geweldsmiddel is aangewend. 4 Indien het aanwenden van geweld dan wel een geweldsmiddel op uitdrukkelijke last van een meerdere heeft plaatsgevonden, wordt het rapport, bedoeld in tweede lid, door die meerdere opgemaakt. 5 De hulpofficier van justitie licht de ambtenaar zo spoedig mogelijk in over de afhandeling van het rapport, bedoeld in het tweede lid. Desgevraagd worden aan bedoelde ambtenaar tussentijds inlichtingen verstrekt. 2021 657 27-12-2021 17-12-2021 2021 657 27-12-2021 17-12-2021 01-01-2022
Artikel 1:14 — Artikel 1:14#
Artikel 1:14 1 artikel 1:30, derde lid, van de Algemene douanewet Het onderzoek, bedoeld in, geschiedt door het aan de oppervlakte aftasten van de kleding. 2 artikel 1:30, derde lid, van de Algemene douanewet De ambtenaar die een onderzoek als bedoeld in, heeft uitgevoerd, meldt dit schriftelijk binnen 48 uur aan zijn meerdere, onder vermelding van de redenen die tot dat onderzoek hebben geleid en de uit het onderzoek voortvloeiende gevolgen en resultaten. 2008 288 22-07-2008 05-07-2008 2008 286 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet
in werking treedt.
Artikel 2:1 — Artikel 2:1#
Artikel 2:1 1 Bij regeling van Onze Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking kunnen ter uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen non-tarifaire handelspolitieke maatregelen worden gesteld inzake goederen met betrekking tot: a. het binnenbrengen in het douanegebied; b. het aanbrengen bij de douane; c. het plaatsen onder een douaneregeling; of d. het verlaten van het douanegebied. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op producten als bedoeld in bijlage 1 bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. 3 Het eerste lid geldt niet voor Verordening (EG) nr. 1334/2000 van de Raad van 22 juni 2000 tot instelling van communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik (PbEG 2000, L 159). 2016 184 23-05-2016 04-05-2016 2016 184 23-05-2016 04-05-2016 24-05-2016 01-05-2016
Artikel 2:2 — Artikel 2:2#
Artikel 2:2 1 Bij regeling van Onze Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking kunnen regels worden gesteld met betrekking tot van in het internationale verkeer te bezigen verklaringen inzake de oorsprong van goederen. 2 Onze Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking kan bij regeling bestuursorganen aanwijzen die met het verstrekken van deze verklaringen zijn belast. 2013 224 25-06-2013 14-06-2013 2013 224 25-06-2013 14-06-2013 01-07-2013
Artikel 3:1 — Artikel 3:1#
Artikel 3:1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk en voor de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze minister : Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. landbouwproducten : de volgende goederen: 1°. alle voortbrengselen welke, al dan niet na be- of verwerking, kunnen dienen als voedsel voor mens of dier, alsmede de bij be- of verwerking van die voortbrengselen verkregen derivaten en afvallen; 2°. de niet reeds onder 1° begrepen voortbrengselen van akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij en tuinbouw, daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen, alsmede van de teelt van griendhout en van elke andere vorm van bodemcultuur, zoals die hier te lande wordt uitgeoefend, met uitzondering van bosbouw; c. EU-verplichting : een EU-verordening of EU-besluit, houdende maatregelen voor het handelsverkeer van landbouwgoederen tussen de Europese Unie en derde landen of tussen de lidstaten van de Europese Unie onderling; d. invoercertificaat : een document dat ingevolge een EU-verplichting bij de invoer van een in die verplichting omschreven of aangeduid landbouwproduct wordt overgelegd en dat het recht en de plicht meebrengt tot het invoeren van het in het document omschreven of aangeduide landbouwproduct tijdens de geldigheidsduur van dat document; e. uitvoercertificaat : een document dat ingevolge een EU-verplichting bij de uitvoer van een in die verplichting omschreven of aangeduid landbouwproduct wordt overgelegd en dat het recht en de plicht meebrengt tot het uitvoeren van het in het document omschreven of aangeduide landbouwproduct tijdens de geldigheidsduur van dat document; f. restitutie : elk bedrag dat ingevolge een EU-verplichting als compenserend bedrag, als subsidie of onder welke benaming ook, ter zake van de uitvoer van een landbouwproduct wordt verstrekt; g. subsidie : elk bedrag dat ingevolge een EU-verplichting als compenserend bedrag, als restitutie of onder welke benaming ook, ter zake van de invoer van een landbouwproduct wordt verstrekt. 2018 514 28-12-2018 19-12-2018 2018 514 28-12-2018 19-12-2018 01-01-2019
Artikel 3:2 — Artikel 3:2#
Artikel 3:2 1 Het is verboden landbouwproducten in te voeren of uit te voeren zonder invoercertificaat onderscheidenlijk uitvoercertificaat, voor zover een EU-verplichting de overlegging van een invoercertificaat of uitvoercertificaat bij de invoer onderscheidenlijk de uitvoer van landbouwproducten vereist. 2 Onze minister is bevoegd tot verlening van een invoercertificaat en een uitvoercertificaat. 3 Bij regeling van Onze minister kunnen, voor zover het voor een goede uitvoering van een EU-verplichting nodig is, regels worden gesteld met betrekking tot het afgeven van een invoercertificaat en een uitvoercertificaat. 2013 224 25-06-2013 14-06-2013 2013 224 25-06-2013 14-06-2013 01-07-2013
Artikel 3:3 — Artikel 3:3#
Artikel 3:3 Onze minister is bevoegd: a. op aanvraag restitutie te verstrekken ter zake van de uitvoer van landbouwproducten dan wel ter zake van de uitvoer van daaruit of met behulp daarvan verkregen landbouwproducten; b. op aanvraag ter zake van de invoer van een landbouwproduct een subsidie te verstrekken; c. regelen te stellen met betrekking tot de aanspraak op restitutie of subsidie, de bij het aanvragen daarvan te verstrekken gegevens of over te leggen bewijsstukken, de vaststelling van de grondslagen waarnaar de berekening van de uit te keren bedragen plaatsvindt en de wijze van verstrekking van de restituties; d. sancties op te leggen als bedoeld in de artikelen 48 en 49 van Verordening (EG) nr. 612/2009 van de Commissie van 7 juli 2009 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (PbEU 2009, L 186). 2013 224 25-06-2013 14-06-2013 2013 224 25-06-2013 14-06-2013 01-07-2013
Artikel 3:4 — Artikel 3:4#
Artikel 3:4 Vervallen 2014 579 29-12-2014 17-12-2014 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet opheffing
bedrijfslichamen in werking treedt.
Artikel 3:5 — Artikel 3:5#
Artikel 3:5 Vervallen 2017 502 22-12-2017 04-12-2017 2017 502 22-12-2017 04-12-2017 01-01-2018
Artikel 4:1 — Artikel 4:1#
Artikel 4:1 De vergunninghouder aan wie een vergunning is verleend ingevolge de douanewetgeving, die zodanige wijziging wenst aan te brengen in de door hem gevoerde administratie dan wel de administratieve organisatie of de maatregelen van interne beheersing of controle, dat daardoor de wijze waarop de douanecontrole op het gebruik van de vergunning wordt uitgeoefend, wordt beïnvloed, onderwerpt de wijziging vooraf aan de goedkeuring van de inspecteur. De wijziging wordt niet aangebracht dan na de verkregen goedkeuring. 2008 288 22-07-2008 05-07-2008 2008 286 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet
in werking treedt.
Artikel 5:1 — Artikel 5:1#
Artikel 5:1 artikel 3:4, eerste lid, van de Algemene douanewet Als waardevolle goederen als bedoeld inworden aangemerkt: a. voer- en vaartuigen; b. edele metalen; c. edelstenen (bewerkt en onbewerkt); d. sieraden; e. horloges; f. bijouterieën; g. beleggings- en herdenkingsmunten; h. kunstvoorwerpen en antiquiteiten. 2020 551 23-12-2020 16-12-2020 2020 551 23-12-2020 16-12-2020 03-06-2021
Artikel 6:1 — Artikel 6:1#
Artikel 6:1 Vervallen 2016 184 23-05-2016 04-05-2016 2016 184 23-05-2016 04-05-2016 24-05-2016 01-05-2016
Artikel 6:2 — Artikel 6:2#
Artikel 6:2 artikel 4:1 Indien niet aan de bijopgelegde verplichting is voldaan, vormt dit een verzuim ter zake waarvan door de inspecteur een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van ten hoogste € 408. 2024 38305 24-12-2024 19-12-2024 2024 38305 24-12-2024 19-12-2024 01-01-2025
Artikel 6:3 — Artikel 6:3#
Artikel 6:3 artikel 3:2, eerste lid Overtreding van het verbod, bedoeld in, vormt een verzuim ter zake waarvan door de inspecteur een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van ten hoogste € 408. 2024 38305 24-12-2024 19-12-2024 2024 38305 24-12-2024 19-12-2024 01-01-2025
Artikel 6:4 — Artikel 6:4#
Artikel 6:4 artikelen 6:2 6:3 artikel 9:6a van de Algemene douanewet De in deengenoemde bedragen worden elke vijf jaar, met ingang van 1 januari 2015, overeenkomstig, bij ministeriële regeling gewijzigd. 2016 184 23-05-2016 04-05-2016 2016 184 23-05-2016 04-05-2016 24-05-2016 01-05-2016
Artikel 7:1 — Artikel 7:1#
Artikel 7:1 Vervallen 2016 184 23-05-2016 04-05-2016 2016 184 23-05-2016 04-05-2016 24-05-2016 01-05-2016
Artikel 7:2 — Artikel 7:2#
Artikel 7:2 artikel 4:1 Degene die de bijopgelegde verplichting schendt, maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit. 2008 288 22-07-2008 05-07-2008 2008 286 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet
in werking treedt.
Artikel 7:3 — Artikel 7:3#
Artikel 7:3 artikel 3:2, eerste lid Degene die het verbod, bedoeld in, overtreedt, maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit. 2017 502 22-12-2017 04-12-2017 2017 502 22-12-2017 04-12-2017 01-01-2018
Artikel 8:1 — Artikel 8:1#
Artikel 8:1 Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt. 2008 288 22-07-2008 05-07-2008 2008 286 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet
in werking treedt.
Artikel 8:2 — Artikel 8:2#
Artikel 8:2 Dit besluit wordt aangehaald als: Algemeen douanebesluit. 2008 288 22-07-2008 05-07-2008 2008 286 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet
in werking treedt.