Besluit van 14 december 2007, houdende bepalingen ter uitvoering van de Wet politiegegevens (Besluit politiegegevens)
- BWB-id
- BWBR0023086
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-02-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0023086
- ELI
- /eli/nl/amvb/2008/besluit-politiegegevens
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2008/besluit-politiegegevens/2026-02-28
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0023086&g=2026-02-28
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0023086&z=2026-06-06&g=2026-02-28
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0023086/2026-02-28
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2008/besluit-politiegegevens
Artikel 1:1 — Artikel 1:1 Definitie#
Artikel 1:1 Definitie Wet politiegegevens In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder wet: de. 2007 550 21-12-2007 14-12-2007 2007 549 21-12-2007 14-12-2007 01-01-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet politiegegevens in werking treedt.
Artikel 2:1 — Artikel 2:1 artikel 8, derde lid artikel 6, zesde lid In combinatie verwerken o.g.v.()#
Artikel 2:1 artikel 8, derde lid artikel 6, zesde lid In combinatie verwerken o.g.v.() artikel 8, derde lid, van de wet Voor het in combinatie met elkaar verwerken van politiegegevens, bedoeld inkunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met taken of werkzaamheden op het gebied van de coördinatie van het informatieproces ter ondersteuning van een goede uitvoering van de politietaak. 2007 550 21-12-2007 14-12-2007 2007 549 21-12-2007 14-12-2007 01-01-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet politiegegevens in werking treedt.
Artikel 2:2 — Artikel 2:2 artikel 11, eerste, tweede en vierde lid artikel 6, zesde lid Geautomatiseerd vergelijken en in combinatie zoeken o.g.v.()#
Artikel 2:2 artikel 11, eerste, tweede en vierde lid artikel 6, zesde lid Geautomatiseerd vergelijken en in combinatie zoeken o.g.v.() 1 artikel 11, eerste lid, van de wet artikel 10, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de wet artikel 2:1 Voor het geautomatiseerd vergelijken van politiegegevens, bedoeld in, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met de taken of werkzaamheden, bedoeld in. In voorkomende gevallen kunnen daarvoor tevens worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een team dat is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in. 2 artikel 11, tweede onderscheidenlijk vierde lid, van de wet artikel 10, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de wet artikel 2:1 Voor het geautomatiseerd vergelijken alsmede het in combinatie met elkaar verwerken van politiegegevens, bedoeld in, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een team dat is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in. In voorkomende gevallen kunnen daarvoor tevens worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met de taken of werkzaamheden als bedoeld in. 3 De ambtenaren van politie, bedoeld in de laatste zin van het tweede lid, worden slechts geautoriseerd voor de verwerking van politiegegevens, voor zover dat dringend noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de politietaak en in overeenstemming met het hoofd van het in het tweede lid bedoelde team. 2016 504 16-12-2016 09-12-2016 2016 504 16-12-2016 09-12-2016 01-01-2017
Artikel 2:3 — Artikel 2:3 artikel 6, zesde lid Informanten ()#
Artikel 2:3 artikel 6, zesde lid Informanten () 1 artikel 12, eerste lid, van de wet artikel 10, eerste lid, onderdeel a of c, van de wet Voor het verwerken van politiegegevens met het oog op de controle en het beheer van een informant alsmede de beoordeling en verantwoording van het gebruik van informantgegevens, bedoeld in, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een team dat is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in. 2 artikel 6:1, eerste lid, onderdeel a Voor het verwerken van politiegegevens als bedoeld in, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een team dat is belast met infiltratie, pseudo-koop of -dienstverlening en stelselmatige inwinning van informatie. 3 artikel 6:1, eerste lid, onderdeel b artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 Voor het verwerken van politiegegevens als bedoeld in, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een dienst van een landelijke eenheid als bedoeld indie is belast met werkzaamheden op het terrein van getuigenbescherming. 4 artikel 12, vierde lid, van de wet artikel 10, eerste lid, onderdeel a of c, van de wet Voor het geautomatiseerd vergelijken van politiegegevens, bedoeld in, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een team dat is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in. 5 De ambtenaren van politie, bedoeld in de vorige leden van dit artikel, worden slechts geautoriseerd voor de verwerking van politiegegevens, voor zover dat dringend noodzakelijk is voor een goede uitvoering van hun taak. 6 artikel 2.10, tweede lid Voor het verwerken van identificerende gegevens van een informant kunnen uitsluitend worden geautoriseerd het hoofd van het team, bedoeld in, of diens plaatsvervanger. 2016 504 16-12-2016 09-12-2016 2016 504 16-12-2016 09-12-2016 01-01-2017
Artikel 2:4 — Artikel 2:4 artikel 6, zesde lid Themaverwerking ernstige misdrijven ()#
Artikel 2:4 artikel 6, zesde lid Themaverwerking ernstige misdrijven () 1 artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet Voor het verwerken van gegevens met het oog op het verkrijgen van inzicht in de betrokkenheid van personen bij handelingen die kunnen wijzen op het beramen of plegen van de misdrijven bedoeld inkunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een daartoe ingericht team dat specifiek is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in. 2 artikel 3:2, onderdeel d artikel 2, onderdeel d, van de Politiewet 2012 Indien bij de toepassing van het eerste lid de te verwerken gegevens betrekking hebben op de categorie misdrijven van ambtelijke omkoping, bedoeld in, kunnen uitsluitend worden geautoriseerd de bij een daartoe ingericht team werkzame ambtenaren van de rijksrecherche, bedoeld in, dat specifiek is belast met de verwerking van die gegevens. 3 In bijzondere gevallen kan de verwerkingsverantwoordelijke andere ambtenaren van politie autoriseren voor de verwerking, bedoeld in het eerste en tweede lid. 2019 475 13-12-2019 28-11-2019 2019 475 13-12-2019 28-11-2019 01-01-2020
Artikel 2:5 — Artikel 2:5 artikel 6, zesde lid CIE- en RID-verwerking ()#
Artikel 2:5 artikel 6, zesde lid CIE- en RID-verwerking () 1 artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet Voor het verwerken van gegevens met het oog op het verkrijgen van inzicht in de betrokkenheid van personen bij het beramen of plegen van de misdrijven, bedoeld inkunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in. In voorkomende gevallen kunnen daarvoor tevens worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met taken of werkzaamheden op het gebied van de coördinatie van het informatieproces ter ondersteuning van een goede uitvoering van de politietaak. 2 artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de wet Voor het verwerken van gegevens met het oog op het verkrijgen van inzicht in de betrokkenheid van personen bij handelingen die, gezien hun aard of frequentie of het georganiseerde verband waarin zij worden gepleegd, een ernstige schending van de openbare orde vormen, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in. In voorkomende gevallen kunnen daarvoor tevens worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met taken en werkzaamheden op het gebied van de coördinatie van het informatieproces ter ondersteuning van de goede uitvoering van de politietaak. 3 De ambtenaren van politie, bedoeld in de laatste zin van het tweede lid, worden slechts geautoriseerd voor de verwerking van politiegegevens, voor zover dat dringend noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de politietaak en in overeenstemming met het hoofd van het betreffende team. 2016 504 16-12-2016 09-12-2016 2016 504 16-12-2016 09-12-2016 01-01-2017
Artikel 2:6 — Artikel 2:6 Instemming officier van justitie#
Artikel 2:6 Instemming officier van justitie artikelen 2:3 2:4 2:5, eerste lid De categorieën van ambtenaren die in aanmerking kunnen komen voor de autorisaties, bedoeld in de,en, worden aangewezen in overeenstemming met de officier van justitie. 2007 550 21-12-2007 14-12-2007 2007 549 21-12-2007 14-12-2007 01-01-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet politiegegevens in werking treedt.
Artikel 2:7 — Artikel 2:7 Gegevensverwerking door de Financiële inlichtingen eenheid#
Artikel 2:7 Gegevensverwerking door de Financiële inlichtingen eenheid 1 artikel 14, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme Voor het verwerken van gegevens met het oog op het doel, bedoeld in, kunnen worden geautoriseerd de personen die betrokken zijn bij het bewerken en analyseren van gegevens over ongebruikelijke transacties. 2 De autorisaties kunnen, namens de verwerkingsverantwoordelijke, worden verstrekt door het hoofd van de Financiële inlichtingen eenheid. 2021 446 30-09-2021 14-09-2021 2021 446 30-09-2021 14-09-2021 01-10-2021
Artikel 2:8 — Artikel 2:8 artikel 6, zesde lid Ondersteunende taken ()#
Artikel 2:8 artikel 6, zesde lid Ondersteunende taken () Voor het verwerken van gegevens met het oog op het uitvoeren van: kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een team dat met de uitvoering van deze taak is belast. a. artikel 13, eerste lid, onderdeel e, van de wet een taak ten dienste van de justitie, bedoeld in, b. artikel 13, tweede lid, van de wet een taak ten behoeve van het verkrijgen van landelijk inzicht in een specialistisch onderwerp als bedoeld inof c. artikel 13, derde lid van de wet de geautomatiseerde vergelijking met het oog op de melding van verschillende verwerkingen jegens eenzelfde persoon, bedoeld in, 2016 504 16-12-2016 09-12-2016 2016 504 16-12-2016 09-12-2016 01-01-2017
Artikel 2:9 — Artikel 2:9 artikel 6, zesde lid Opleidingen ()#
Artikel 2:9 artikel 6, zesde lid Opleidingen () artikelen 2:1 tot en met 2:5 De verwerkingsverantwoordelijke draagt er zorg voor dat de ambtenaren van politie, bedoeld in de, beschikken over voldoende kennis en vaardigheden op het gebied van: De eisen inzake kennis en vaardigheden verschillen naar gelang van de aard van de verwerking waartoe de ambtenaar wordt geautoriseerd. Indien noodzakelijk kunnen deze eisen bij ministeriële regeling worden vastgesteld. a. het informatieproces binnen de politie, meer in het bijzonder de verschillende vormen van verwerking van politiegegevens, b. de wet- en regelgeving die relevant is voor de verwerking van politiegegevens, en c. methoden en technieken van informatieanalyse. 2018 496 24-12-2018 06-12-2018 2018 497 24-12-2018 06-12-2018 01-01-2019
Artikel 2:10 — Artikel 2:10 artikel 6, zevende lid Instemming ()#
Artikel 2:10 artikel 6, zevende lid Instemming () 1 artikelen 9, derde lid 11, eerste, tweede en vierde lid 13, derde lid, van de wet Als functionaris, bedoeld in de,en, kunnen worden aangewezen de leider van het betreffende onderzoek of zijn plaatsvervanger. 2 artikelen 10, vijfde lid 11, tweede en vierde lid 13, derde lid, van de wet artikel 10, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de wet Als functionaris, bedoeld in de,en, kunnen worden aangewezen het hoofd van het betreffende team dat is belast met de verwerking van politiegegevens, bedoeld in, dan wel het hoofd van een team met een vergelijkbare taak of hun plaatsvervangers. 2016 504 16-12-2016 09-12-2016 2016 504 16-12-2016 09-12-2016 01-01-2017
Artikel 2:11 — Artikel 2:11 artikel 11, derde lid Gegevensvergelijking ()#
Artikel 2:11 artikel 11, derde lid Gegevensvergelijking () artikel 11 van de wet Indien bij de gegevensvergelijking, bedoeld in, gegevens overeenkomen, worden de verbanden op de volgende wijze zichtbaar gemaakt: a. artikel 2:12, onderdeel a artikel 8 van de wet bij gegevens, voorzien van een codering als bedoeld in, en bij gegevens als bedoeld in, zijn de gerelateerde gegevens zichtbaar; b. artikelen 9 10, eerste lid, onderdelen a en c van de wet bij gegevens, als bedoeld in deen, zijn de overeenkomende gegevens zichtbaar en zijn de andere gerelateerde gegevens na instemming van de daartoe bevoegde functionaris zichtbaar; c. artikel 2:12, onderdeel b bij gegevens, voorzien van een code als bedoeld in het, zijn de overeenkomende gegevens gedeeltelijk zichtbaar en de andere gerelateerde gegevens na instemming van de daartoe bevoegde functionaris zichtbaar; d. artikel 2:12, onderdeel c artikel 10, eerste lid, onderdeel b van de wet bij gegevens, voorzien van een code als bedoeld in het, en bij gegevens als bedoeld in, zijn de overeenkomende gegevens niet zichtbaar. 2007 550 21-12-2007 14-12-2007 2007 549 21-12-2007 14-12-2007 01-01-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet politiegegevens in werking treedt.
Artikel 2:12 — Artikel 2:12 artikel 11, derde lid Codering ()#
Artikel 2:12 artikel 11, derde lid Codering () artikel 2:10 artikel 11 van de wet De functionaris, bedoeld in, kan, indien noodzakelijk voor de goede uitvoering van de gegevensvergelijking, bedoeld in, politiegegevens voorzien van één van de navolgende codes: a. instemming met verdere verwerking van politiegegevens; b. artikel 2:13, eerste lid, onderdelen a en b vertrouwelijke verwerking als bedoeld in; c. artikel 2:13, eerste lid, onderdelen c, d, e en f vertrouwelijke verwerking als bedoeld in. 2007 550 21-12-2007 14-12-2007 2007 549 21-12-2007 14-12-2007 01-01-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet politiegegevens in werking treedt.
Artikel 2:13 — Artikel 2:13 artikel 15, tweede lid Weigeringsgronden ()#
Artikel 2:13 artikel 15, tweede lid Weigeringsgronden () 1 Het ter beschikking stellen van politiegegevens kan alleen worden geweigerd of aan beperkende voorwaarden worden onderworpen in het geval: a. artikel 12, vijfde lid van de wet het gegevens betreft omtrent informanten of andere personen als bedoeld in; b. gevaar voor leven of gezondheid van betrokkene of derden is te duchten; c. van een verwerking voor een intern integriteitonderzoek onder verantwoordelijkheid van de korpschef; d. van een verwerking door de rijksrecherche onder verantwoordelijkheid van het College van procureurs-generaal; e. artikel 10, eerste lid, onderdeel b van de wet het gegevens betreft die worden verwerkt op grond van; f. van een verwerking voor een door het College van procureurs-generaal als embargo-onderzoek aangemerkt onderzoek met een zeer groot belang van afscherming vanwege afbreukrisico’s, levensbedreigende risico’s, politieke gevoeligheid of publiciteitsgevoeligheid van het onderzoek. 2 De terbeschikkingstelling van persoonsgegevens, die worden verwerkt door de Financiële inlichtingen eenheid, kan gemotiveerd worden geweigerd tenzij: a. artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet de terbeschikkingstelling van de gegevens plaatsvindt ten behoeve van verdere verwerking met het oog op het doel, bedoeld in; b. uit de gegevens zelf een redelijk vermoeden voortvloeit dat een bepaalde persoon een misdrijf heeft begaan; c. artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van de wet artikel 3:1 de terbeschikkingstelling van de gegevens plaatsvindt op grond van, en deze gegevens redelijkerwijs van belang kunnen zijn ter voorkoming of opsporing van misdrijven als bedoeld in. 3 artikelen 8 9 10 13 van de wet Op een daartoe strekkend verzoek door de Financiële inlichtingen eenheid ter beschikking gestelde persoonsgegevens worden slechts verwerkt voor een ander doel dan bedoeld in de,,ofnadat daartoe toestemming is verleend door het hoofd van de Financiële inlichtingen eenheid. 2022 240 20-06-2022 14-06-2022 2022 240 20-06-2022 14-06-2022 01-07-2022
Artikel 3:1 — Artikel 3:1 artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 3° Ernstige inbreuk rechtsorde misdrijven ()#
Artikel 3:1 artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 3° Ernstige inbreuk rechtsorde misdrijven () artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, van de wet De misdrijven, bedoeld indie gezien hun aard of samenhang met andere door de betrokkene begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren, zijn: a. artikelen 311, eerste lid, onder 3° tot en met 5° 416 van het Wetboek van Strafrecht artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, van de wet de misdrijven, bedoeld in de, en, voor zover de feiten een schade van ten minste € 25 000 veroorzaakt hebben en betrokkene tevens een misdrijf als bedoeld inheeft begaan; b. 241 245, eerste lid 252 273f van het Wetboek van Strafrecht de misdrijven, bedoeld in,, enen; c. artikelen 177 178 361 363 van het Wetboek van Strafrecht artikelen 179 180 van het Wetboek van Strafrecht artikelen 181 182 van dat wetboek de misdrijven, bedoeld in de,,enen deenin verband met deen; d. artikelen 225 226 227 231 232 van het Wetboek van Strafrecht de misdrijven, bedoeld in de,,,en, voor zover de feiten een schade van ten minste € 50 000 veroorzaakt hebben; e. artikelen 191 197a van het Wetboek van Strafrecht de misdrijven, bedoeld in deen; f. artikel 3, eerste lid, onderdeel A, van de Opiumwet het misdrijf, bedoeld in; g. artikelen 26 31 van de Wet wapens en munitie de misdrijven, bedoeld in deen, voor zover de feiten betrekking hebben op het voorhanden hebben van vuurwapens en explosieven. 2024 60 27-03-2024 25-03-2024 2024 61 27-03-2024 25-03-2024 01-07-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet seksuele
misdrijven in werking treedt.
Artikel 3:2 — Artikel 3:2 artikel 10, eerste lid, onderdeel b Ernstig gevaar rechtsorde misdrijven ()#
Artikel 3:2 artikel 10, eerste lid, onderdeel b Ernstig gevaar rechtsorde misdrijven () artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet De categorieën van misdrijven, bedoeld in, die door hun omvang of ernst of hun samenhang met andere misdrijven een ernstig gevaar voor de rechtsorde opleveren, zijn: a. artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht terroristische misdrijven als bedoeld in; b. artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht mensenhandel als bedoeld in; c. artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht mensensmokkel als bedoeld in; d. artikelen 177, eerste lid 363, eerste lid artikelen 178a, tweede lid 364a, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht de omkoping van een ambtenaar als bedoeld in deen, van een toekomstig ambtenaar als bedoeld in de artikelen 177, tweede lid en 363, tweede lid, of van een voormalig ambtenaar als bedoeld in deen. 2019 475 13-12-2019 28-11-2019 2019 475 13-12-2019 28-11-2019 01-01-2020
Artikel 4:1 — Artikel 4:1 artikel 13, eerste lid, onder a en d artikel 18, eerste lid Verstrekking politiegegevens()#
Artikel 4:1 artikel 13, eerste lid, onder a en d artikel 18, eerste lid Verstrekking politiegegevens() 1 artikel 13, eerste lid, onderdeel a en onderdeel d, van de wet Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig, kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan: a. de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ten behoeve van: 1°. het vaststellen van de identiteit van personen; 2°. Vreemdelingenwet 2000 Rijkswet op het Nederlanderschap artikel 112 van de Vreemdelingenwet 2000 het nemen van beslissingen omtrent de erkenning als referent en de toelating, het verblijf en de ongewenstverklaring als bedoeld in de, en van beslissingen op grond van deof een verdrag dan wel een voor Nederland bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, als bedoeld in; 3°. artikelen 47 47a van de Vreemdelingenwet 2000 het opstellen van profielen voor de geautomatiseerde behandeling van aanvragen en voor de uitoefening van het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot vreemdelingen en tot referenten als bedoeld in deen; b. artikel 1, onderdeel h, van de Luchtvaartwet Opiumwet luchtvaartmaatschappijen, als bedoeld in, voor zover het gaat om personalia en gegevens betreffende de datum van retourvervoer ten behoeve van het voorkomen van overtredingen van deen de bescherming van de gezondheid van personen door het weigeren van het vervoer van personen van en naar bepaald aangewezen buitenlandse bestemmingen en er met de betreffende luchtvaartmaatschappijen schriftelijke afspraken zijn gemaakt over de waarborgen rond de gegevensverstrekking. c. Onze Minister van Buitenlandse Zaken, ten behoeve van de uitvoering van opdrachten tot signalering van personen in het buitenland en het nemen van een beslissing omtrent de afgifte van een paspoort of omtrent de verlening of verlenging van een visum; d. Onze Minister van Asiel en Migratie, ten behoeve van het nemen van een beslissing omtrent de verlening of wijziging van een machtiging tot voorlopig verblijf. 2 De op grond van het eerste lid, onder b verstrekte gegevens met betrekking tot individuele personen worden door de luchtvaartmaatschappijen niet langer verwerkt dan gedurende een termijn van ten hoogste zesendertig maanden na de datum van de aanhouding van de betrokkene, die aanleiding geeft tot opneming van de gegevens op de lijst. 2024 372 03-12-2024 14-11-2024 2024 372 03-12-2024 14-11-2024 01-01-2025
Artikel 4:2 — Artikel 4:2 artikelen 8 13, eerste lid artikel 18, eerste lid Verstrekking politiegegevensen()#
Artikel 4:2 artikelen 8 13, eerste lid artikel 18, eerste lid Verstrekking politiegegevensen() 1 artikelen 8 13, eerste lid, van de wet Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig deen, kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan: a. artikel 8 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven de commissie, bedoeld in, ten behoeve van het nemen van een beslissing op een verzoek tot uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven; b. de navolgende instanties die hulp aan slachtoffers verlenen: 1°. de stichting slachtofferhulp Nederland, ten behoeve van het behartigen van belangen van slachtoffers van strafbare feiten of verkeersongevallen; 2°. de stichting Perspectief Herstelbemiddeling, voor wat betreft gegevens over slachtoffers van strafbare feiten en verkeersongevallen en, in bijzondere of ernstige gevallen, gegevens uit het proces-verbaal, ten behoeve van de bemiddeling tussen die slachtoffers en verdachten of veroordeelden, en; 3°. de stichting Comensha, voor wat betreft gegevens over slachtoffers van mensenhandel en de aanmeldende autoriteit, ten behoeve van de coördinatie van de opvang en verzorging van slachtoffers van mensenhandel en de registratie van gegevens over mensenhandel; c. de Stichting Processen Verbaal, voor zover het gegevens betreft inzake aanrijdingen of aanvaringen, ten behoeve van een goede uitvoering van haar taak; d. artikel 23, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen artikelen 25, eerste lid 26a, eerste en tweede lid, van die wet het Waarborgfonds Motorverkeer, als bedoeld in, voor zover het betreft gegevens omtrent de personalia en de verblijfplaats van benadeelden en zij deze gegevens behoeven voor de hulp aan benadeelden ten behoeve van het geldend maken van een recht op schadevergoeding, als bedoeld in de, en; e. de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, ten behoeve van: – artikelen 101 142 van het Reglement rijbewijzen artikel 6 artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 het onderzoek, bedoeld in deen, en het betreft overtreding vanof, of – artikelen 130 tot en met 134a van de Wegenverkeerswet 1994 de vervulling van de in deaan de Divisie Vorderingen van het bureau opgedragen taak; f. Halt-bureaus, voor zover zij zijn aangewezen door Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van de alternatieve afdoening van de strafbare feiten, gepleegd door minderjarigen; g. artikel 6 van de Reclasseringsregeling 1995 hoofdstuk 3 van die Regeling reclasseringswerkers als bedoeld in, ten behoeve van het uitvoeren van de werkzaamheden, bedoeld inen de indicatiestelling ten behoeve van de forensische zorg; h. artikel 2 van de Regeling taken Dienst Wegverkeer de Dienst Wegverkeer, ten behoeve van het uitvoeren van de taken van de dienst op grond van; i. artikelen 2.3, eerste en zesde lid 2.4, eerste lid, van de Jeugdwet artikel 1.1 van de Jeugdwet artikel 1.1.1. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 rtikel 4.1.1, tweede lid, van die wet het college van burgemeesters en wethouders, ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in de, en, de gecertificeerde instelling, bedoeld in, ten behoeve van de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en Veilig Thuis, bedoeld in, ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in a; j. de raad voor de kinderbescherming, ten behoeve van de uitvoering van één van de bij wet aan de raad opgedragen taken; k. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van: 1°. het verwerken van gegevens over jeugdigen in het Cliënt Volgsysteem jeugdcriminaliteit, ter ondersteuning van de voorkoming en bestrijding van jeugdcriminaliteit; 2°. het verwerken van gegevens omtrent de identiteit van verdachten en veroordeelden in de strafrechtsketendatabank en de verdere verstrekking van die gegevens aan de functionarissen en organen die met de toepassing van het strafrecht zijn belast, ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van verdachten en veroordeelden; 3°. artikel 14, vierde lid, onder d tot en met f, van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken het vergelijken van deze gegevens, voor zover deze DNA-profielen van overleden personen betreffen wier identiteit onbekend is, met de DNA-profielen van de personen, bedoeld in, ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van deze overleden personen; 4°. artikel 23 van de Paspoortwet het verzoek tot weigering of vervallenverklaring van een reisdocument, op grond van; l. artikel 2 van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid die wet de Onderzoeksraad voor veiligheid, bedoeld in, ten behoeve van de uitvoering van de inopgedragen taken; m. artikel 1, onderdeel b, van het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen Besluit inbeslaggenomen voorwerpen de door Onze Minister van Economische Zaken aangewezen dienst, bedoeld in, voor zover het betreft gegevens met betrekking tot het proces-verbaal en de kennisgeving van inbeslagneming, ten behoeve van een goede toepassing van het; n. benadeelden van strafbare feiten, waaronder begrepen de personen die in verband met die feiten in hun rechten zijn getreden of ingevolge enige wettelijke bepaling terzake van die rechten een recht van verhaal hebben gekregen, voor zover zij deze gegevens behoeven om in rechte voor hun belangen op te kunnen komen; o. vervallen; p. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van de verzending van beschikkingen en transacties; q. artikelen 46 47 van de Vreemdelingenwet 2000 de Dienst Terugkeer en Vertrek, voor zover het betreft gegevens over vreemdelingen die zijn verkregen in het kader van de uitoefening van het toezicht, bedoeld in deen, of de opsporing van strafbare feiten, ten behoeve van de begeleiding van de terugkeer of het vertrek uit Nederland van vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijven. r. artikel 3.1, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van Onze Minister van Economische Zaken, ten behoeve van het uitvoeren van de taak, bedoeld in; s. een verzekeringsmaatschappij, de korpschef of de Minister van Defensie, ten behoeve van de beoordeling van de wettelijke aansprakelijkheid van de politie of van de Minister van Defensie en de vaststelling van een verplichting tot schadeloosstelling van derden; t. het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, ten behoeve van het opstellen van de rapportages pro justitia en de indicatieadvisering; u. vervallen; v. artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, ten behoeve van het uitvoeren van de taken, bedoeld in; w. artikel 2, derde lid, van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, voor wat betreft gegevens over de verblijfplaats van een persoon, ten behoeve van de inning van bijdragen of uitkeringen, bedoeld in; x. de Minister van Defensie, ten behoeve van het nemen van een beslissing over de ongeldigverklaring van een door die minister afgegeven militair rijbewijs of rijmachtiging; y. Vreemdelingenwet 2000 Onze Minister van Asiel en Migratie, ten behoeve van het verwerken van gegevens omtrent de identiteit van vreemdelingen in de Basisvoorziening Vreemdelingen en de verdere verstrekking van die gegevens aan instanties die zijn betrokken bij de uitvoering van de, ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van vreemdelingen, en aan andere instanties met een publieke taak belast, ten behoeve van registratie, identificatie en verificatie van vreemdelingen, hun documenten of hun verblijfsrechtelijke positie; z. artikel 24, onder b, van de Paspoortwet het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met het oog op de weigering of vervallenverklaring van reisdocumenten zoals bedoeld in; aa. artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet de inspecteur, bedoeld in, voor zover hij deze gegevens behoeft voor een goede uitvoering van de in die wet aan hem opgedragen taken; ab. artikel 151d, tweede lid, van de Gemeentewet de burgemeester ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in, en de bestuursrechtelijke handhaving van die bevoegdheid, voor zover het gegevens betreft met betrekking tot gedragingen die in of vanuit de woning of het erf behorend bij die woning of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf ernstige hinder voor omwonenden veroorzaken; ac. artikel 2, eerste lid, van de Uitvoeringswet verordening terroristische online-inhoud Uitvoeringswet verordening terroristische online-inhoud Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal de Autoriteit Online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal, bedoeld in, ten behoeve van de uitvoering van deen de. 2 artikelen 8 13, eerste lid, van de wet wet Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig deenkunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan ambtenaren die bij of krachtens dezijn belast met het houden van toezicht op de naleving van de bij ministeriële regeling aangewezen wetgeving, voor zover het betreft gegevens over de naleving van die wetgeving, en er tussen de verwerkingsverantwoordelijke en de betreffende ambtenaren afspraken zijn gemaakt over welke gegevens verstrekt worden, in welke gevallen en onder welke voorwaarden. De verwerkingsverantwoordelijke legt deze afspraken vast. 3 artikelen 8 13, eerste lid, van de wet Wet arbeid vreemdelingen Invorderingswet 1990 Algemene wet inzake rijksbelastingen Algemene douanewet Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig deenkunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid respectievelijk Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren, die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens derespectievelijk de, deen deten behoeve van de inschatting van de veiligheidsrisico’s met betrekking tot de uitoefening van vorenbedoeld toezicht. 4 artikelen 8 13, eerste lid, van de wet Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig deen, kunnen worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met het oog op signalering van veranderingen in de gegevens die in de basisregistratie personen zijn opgenomen. 2025 216 04-09-2025 30-08-2025 2025 216 04-09-2025 30-08-2025 05-09-2025
Artikel 4:3 — Artikel 4:3 artikelen 8 9 10 13 artikel 18, eerste lid Verstrekking politiegegevens,,en()#
Artikel 4:3 artikelen 8 9 10 13 artikel 18, eerste lid Verstrekking politiegegevens,,en() 1 artikelen 8 9 10, eerste lid, onderdelen a en c 13 van de wet Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de,,enkunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan: a. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van: 1°. artikel 2, eerste lid, van de Wet controle op rechtspersonen de controle van rechtspersonen met het oog op de voorkoming en bestrijding van misbruik van rechtspersonen, waaronder het plegen van misdrijven en overtredingen van financieel-economische aard door of door middel van deze rechtspersonen, bedoeld in; 2°. artikel 5, eerste lid, van de Gratiewet de uitvoering van; 3°. artikel 50, eerste lid, van het Besluit beheer politie de beoordeling van de benoeming, de herbenoeming of het ontslag van de leden van de commissies van toezicht bij de inrichtingen, bedoeld in onderdeel c, alsmede van de leden van de commissies van toezicht op de arrestantenzorg, bedoeld in; 4°. artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens artikel 35a, vierde lid, van die wet artikel 44a van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, bedoeld inen de verdere verstrekking van die gegevens aan de Adviescommissie VOG-politiegegevens, bedoeld in, ten behoeve van de toepassing van; 5°. artikel 13 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme artikel 3.2 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES de taakuitvoering van de Financiële inlichtingen eenheid, bedoeld inen; 6°. artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht artikel 34 van het Wetboek van Strafrecht artikelen 36b, eerste lid 36e, eerste lid 36f, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht; de tenuitvoerlegging van een geldboete als bedoeld in, van de verbeurdverklaring van niet in beslaggenomen voorwerpen, bedoeld inof van een maatregel als bedoeld in de,, of 7°. artikel 57, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s artikel 65, eerste lid, van de Politiewet 2012 artikelen 126nba, eerste lid 126uba, eerste lid 126zpa, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering artikel 141, onderdeel d artikel 142, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering de inspectie, bedoeld in, met het oog op de uitvoering van de taken, bedoeld inen op de uitvoering van een bevel, als bedoeld in de,en, door de ambtenaren, bedoeld in, en de personen, bedoeld in; 8°. artikel 5, eerste lid, van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven artikelen 6, eerste lid, onder a en b 14, tweede lid, van die wet de Passagiersinformatie-eenheid, bedoeld in, met het oog op de uitvoering van haar taken, bedoeld in de, en; 9°. het doen en uitvoeren van verzoeken om internationale rechtshulp in stafzaken; 10°. artikel 3, eerste lid, onderdelen d en e, en tweede lid, van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen de uitvoering van de taken, bedoeld in, door het Nationaal Cyber Security Centrum; 11°. artikel 2 van de Wet coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid de uitvoering van; 12°. artikelen 40b 40c 40d 40e, van de Penitentiaire beginselenwet de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in de,,en. b. de burgemeester ten behoeve van: 1°. Rijkswet op het Nederlanderschap de beoordeling van een verzoek tot het verkrijgen van het Nederlanderschap op grond van de; 2°. artikel 10b, vierde lid, van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek de afgifte van de woonverklaring, bedoeld in. c. artikel 1, onderdeel b, van de Penitentiaire beginselenwet artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en van de inrichtingen artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen de directeuren van inrichtingen, bedoeld in, van de inrichtingen, bedoeld in, bedoeld in, en functionarissen van de Dienst Justitiële inrichtingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van: 1. het nemen van beslissingen over hetzij de indienstneming of het ontslag van personeel, hetzij de toelating tot de inrichting van personen die niet worden ingesloten in de inrichting, voor zover dat noodzakelijk is voor de orde of veiligheid in de inrichting respectievelijk de voorziening; 2. het nemen van beslissingen over het verlaten van de inrichting bij wijze van verlof; 3. artikel 4, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet artikel 3, eerste lid, van de Beginselenwet justitiële inrichtingen het nemen van beslissingen over de erkenning van een penitentiair programma, bedoeld in, of een scholing- en trainingprogramma, bedoeld in; 4. het treffen van maatregelen met betrekking tot de voorkoming van strafbare feiten door of met betrekking tot gedetineerden, de handhaving van de orde en veiligheid in de justitiële inrichting, of de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming. d. artikel 37q van de Luchtvaartwet Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in, en de commandant van de Koninklijke marechaussee, voor zover de uitoefening van die bevoegdheid aan hem is gemandateerd; e. de korpschef, ten behoeve van zijn adviserende taak in het kader van: 1°. artikel 3B.1 van het Vuurwerkbesluit de uitvoering van; 2°. artikel 50, eerste lid, van het Besluit beheer politie de benoeming en de herbenoeming van de leden van de commissies van toezicht op de arrestantenzorg, bedoeld in; f. artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie artikel 48q, eerste lid 48s, tweede lid 48x, eerste en tweede lid, van de Politiewet 2012 het bevoegd gezag, bedoeld in, ten behoeve van het verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid als bedoeld in,,; g. artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur die wet het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in, ten behoeve van de uitoefening van de inaan het bureau opgedragen taak; h. artikel 4:1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3° de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ten behoeve van de taken, bedoeld in; i. Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau de burgemeester en de commissaris van de Koning, ten behoeve van hun adviserende taak, bedoeld in heten Onze Minister van Defensie met het oog op de toekenning van bij koninklijk besluit te verlenen onderscheidingen; j. gedragsdeskundigen, voor zover het betreft auditieve of audiovisuele registraties van het verhoor van een persoon naar aanleiding van een ernstig strafbaar feit, voor het beoordelen van het verhoor en het opstellen van een deskundigenrapportage ten behoeve van het strafrechtelijk onderzoek, het gerechtelijk vooronderzoek of het onderzoek ter terechtzitting; k. Onze Minister van Defensie en de onder hem ressorterende bevelvoerende militairen van een oorlogsschip, inrichting van de zeemacht, compagnie, eskadron, batterij of squadron of een hogere eenheid, voor zover het betreft gegevens omtrent: 1°. de toepassing van vrijheidsbenemende dwangmiddelen jegens een militair, ten behoeve van het nemen van maatregelen met betrekking tot de operationele gereedheid van de eenheid; of 2°. Opiumwet artikel 12 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 de betrokkenheid van een militair bij de verdenking van een overtreding van deof een misdrijf, ten behoeve van het nemen van besluiten inzake schorsing of ontslag van militaire ambtenaren, als bedoeld in; l. artikel 1, eerste lid, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur wet artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak, bedoeld in, voor zover dat noodzakelijk is in de gevallen waarin zij bevoegd zijn tot toepassing van die, uitsluitend voor zover het betreft gegevens omtrent de betrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van die wet. Indien de betrokkene een rechtspersoon is betreffen de gegevens zowel de rechtspersoon als de bestuurders, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraanten grondslag heeft gelegen. Indien een bestuurder een rechtspersoon is betreffen de gegevens eveneens deze rechtspersoon, alsmede de bestuurders daarvan. Indien de betrokkene een maatschap of vennootschap onder firma is betreffen de gegevens de maten, dan wel de vennoten, uitgezonderd de gegevens betreffende de vennoot en commandite, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien de vennoten of maten rechtspersoonlijkheid bezitten betreffen de gegevens deze rechtspersonen, alsmede de bestuurders daarvan; m. artikel 10b, vijfde lid, van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek het college van burgemeester en wethouders voor zover het gegevens behoeft voor de handhaving van de voorschriften, bedoeld in; n. artikel 6 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht bestuursorganen, ten behoeve van het nemen van een beslissing omtrent de toepassing van, uitsluitend voor zover het betreft gegevens omtrent de aanvrager, subsidieontvanger of houder van een vergunning, ontheffing of erkenning als bedoeld in artikel 6, onderdeel a, van die wet. Indien deze aanvrager, subsidieontvanger of houder een rechtspersoon is, betreffen de gegevens zowel de rechtspersoon als de bestuurders, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraanten grondslag heeft gelegen. Indien een bestuurder een rechtspersoon is betreffen de gegevens eveneens deze rechtspersoon, alsmede de bestuurders daarvan. Indien de aanvrager, subsidieontvanger of houder een maatschap of vennootschap onder firma is betreffen de gegevens de maten, dan wel de vennoten, uitgezonderd de gegevens betreffende de vennoot en commandite, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien de vennoten of maten rechtspersoonlijkheid bezitten betreffen de gegevens deze rechtspersonen, alsmede de bestuurders daarvan; o. artikelen 17, vierde lid, van de Ambtsinstructie van de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren artikel 1 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar de hulpofficier van justitie, de functionarissen, bedoeld in de, het hoofd van de bijzondere opsporingsdienst en de direct toezichthouder, bedoeld in, ten behoeve van: 1°. artikel 1, vierde lid, onder m, van de Ambtsinstructie van de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren de geweldsregistratie, bedoeld in; 2°. artikel 18a van de Ambtsinstructie van de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren de behandeling en beoordeling van de geweldsregistratie, bedoeld in; p. artikel 33a van de Wet op de kansspelen artikel 31i van de Wet op de kansspelen artikel 3.4, eerste lid, van het Besluit kansspelen op afstand artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht de raad van bestuur van de kansspelautoriteit, bedoeld inten behoeve van het betrouwbaarheidsonderzoek, bedoeld in. De te verstrekken gegevens betreffen uitsluitend de ingenoemde personen. Indien het daarbij gaat om een rechtspersoon, betreffen de gegevens zowel de rechtspersoon zelf als de bestuurders, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraanten grondslag heeft gelegen. Indien een bestuurder een rechtspersoon is betreffen de gegevens eveneens deze rechtspersoon, alsmede de bestuurders daarvan. Indien de betrokkene een maatschap of vennootschap onder firma is betreffen de gegevens de maten, dan wel de vennoten, uitgezonderd de gegevens betreffende de vennoot en commandite, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien de vennoten of maten rechtspersoonlijkheid bezitten betreffen de gegevens deze rechtspersonen, alsmede de bestuurders daarvan; q. artikel 51i van het Wetboek van Strafvordering deskundigen als bedoeld inten behoeve van de uitvoering van hen opgedragen onderzoeken in strafzaken; r. het Nederlands Forensisch Instituut ten behoeve van de uitvoering van zijn taken met het oog op de waarheidsvinding in strafzaken, het leveren van een bijdrage aan de handhaving van de internationale en nationale rechtsorde of veiligheid, de ondersteuning bij de hulpverleningstaak van de politie en het leveren van een dienst of product, na goedkeuring van de Minister van Justitie en Veiligheid, indien sprake is van een zaak van groot maatschappelijk belang; s. de Autoriteit Consument en Markt ten behoeve van haar toezichthoudende taak op de naleving van: 1°. artikelen 6 24 van de Mededingingswet artikel 2 van die wet deen, gelet op; 2°. Artikel 3.42 van het Energiebesluit verordening 1227/2011 artikel 1.1 van de Energiewet artikel 5.1, eerste lid, van die wet enals bedoeld in, gelet op; 3°. bijlage bij de Wet handhaving consumentenbescherming artikel 2.2 van die wet onderdeel a van de, gelet op; of 4°. artikelen 4.3 4.7 van de Telecommunicatiewet artikel 15.1 van die wet Deen, gelet op; t. artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen artikel 35, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s artikel 25b, eerste lid, van de Politiewet 2012 de Regionale Ambulancevoorzieningen, bedoeld in, en de besturen van de veiligheidsregio’s, bedoeld in, ten behoeve van de uitoefening van de meldkamerfunctie, bedoeld in; u. artikel 1.1 van de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg artikel 2.4, van die wet het Informatieknooppunt zorgfraude, genoemd in, ten behoeve van de taak, bedoeld in; v. artikel 1 van de Wet Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen artikel 5 van de Wet Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen, bedoeld in, ten behoeve van de onderzoeks-, advies- en rapportagetaken, bedoeld in; w. artikel 68, tweede lid, onderdeel a 69 van de Politiewet 2012 artikel 50, eerste lid, van het Besluit beheer politie artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de leden van een commissie ingesteld op grond van, of, ten behoeve van de behandeling van en advisering over klachten over gedragingen van ambtenaren van politie of militairen van de Koninklijke Marechaussee dan wel van enig ander onderdeel van de krijgsmacht, de leden van een commissie van toezicht op de arrestantenzorg als bedoeld in, ten behoeve van het toezicht op de arrestantenzorg, en de leden van een commissie als bedoeld inten behoeve van de behandeling van en advisering over klachten over gedragingen van ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten, alsmede de personen die zijn belast met de ondersteuning van de leden van die commissies; x. artikel 1d, eerste lid, onderdeel c, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme artikel 1a, vierde lid, onderdeel a, b, d en e, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme het Bureau Financieel Toezicht ten behoeve van zijn toezichthoudende taak genoemd in, voor zover het instellingen betreft als bedoeld in, Onze Minister van Financiën ten behoeve van zijn toezichthoudende taak genoemd in artikel 1d, eerste lid, onderdeel e, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, voor zover het instellingen betreft als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel g, h, i, j, k, o en p, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, en de Kansspelautoriteit ten behoeve van zijn toezichthoudende taak genoemd in artikel 1d, eerste lid, onderdeel f, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, voor zover het instellingen betreft als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel n, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; y. artikel 9:17, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 1a, eerste lid, onderdeel c, van de Wet Nationale ombudsman De Nationale ombudsman, bedoeld in, ten behoeve van het verrichten van een onderzoek naar gedragingen van bestuursorganen als bedoeld in; z. Hoofdstuk 2 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 artikel 55 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 62, derde lid, van de Invorderingswet 1990 Onze Minister van Financiën, wanneer de door Onze Minister van Financiën aangewezen inspecteur of een andere aangewezen ambtenaar, bedoeld in, een verzoek doet om deze gegevens in verband met de bevoegdheid op grond van, en wanneer de door Onze Minister van Financiën aangewezen ontvanger of een andere aangewezen ambtenaar, bedoeld in Hoofdstuk 2 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, een verzoek doet om deze gegevens in verband met de bevoegdheid op grond van; aa. artikel 73 van de Politiewet 2012 artikel 74, eerste lid, van de Politiewet 2012 de Politieacademie, bedoeld in, ten behoeve van de uitvoering van de taak, bedoeld in; ab. artikel 5, eerste lid van het Besluit tot een Eremedaille voor verdienste politie de korpschef, ten behoeve van de voordracht voor toekenning van de Eremedaille voor verdienste politie aan een ambtenaar van politie als bedoeld in. 2 Politiegegevens, als bedoeld in het eerste lid kunnen, door tussenkomst van het openbaar ministerie, worden verstrekt aan de hierna te noemen personen of instanties: a. De Nederlandsche Bank N.V., ten behoeve van: 1°. artikel 5 van het Besluit prudentiële regels Wft artikelen 3:9, eerste lid 3:99, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht artikel 1:24, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht artikelen 3:10, eerste lid 3:17, eerste lid, van die wet het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in, ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in de, enof ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon op grond van een verordening als bedoeld in, en ter beoordeling van de integere bedrijfsuitoefening onderscheidenlijk de integere bedrijfsvoering, bedoeld in de, en; 2°. artikel 10, tweede of derde lid, van de Wet toezicht trustkantoren 2018 artikel 14, eerste lid, van die wet het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Beleidsregel inzake de betrouwbaarheid van (kandidaat)(mede)beleidsbepalers van en houders van gekwalificeerde deelnemingen in onder toezicht staande instellingen (Stcrt. 2005, 20), ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld inen ter beoordeling van een integere uitoefening van het bedrijf als bedoeld in; 3°. artikel 31 van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 105, vijfde lid, van de Pensioenwet artikel 110, vijfde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 143, eerste lid, van de Pensioenwet artikel 138, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in, ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld inenen ter beoordeling van de beheerste en integere bedrijfsvoering, bedoeld inen; b. artikelen 2, tweede lid, onderdelen a, b, c of d, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren 4, tweede lid 5, tweede lid 9, eerste lid, van die wet Onze Minister van Financiën, ten behoeve van het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in artikel 2 van de Beleidsregel inzake de betrouwbaarheid van (kandidaat)(mede)beleidsbepalers van en houders van gekwalificeerde deelnemingen in onder toezicht staande instellingen (Stcrt. 2005, 20), ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld inen ter beoordeling van de integere bedrijfsvoering, bedoeld in de artikelen 2, eerste en tweede lid,,, en; c. de Stichting Autoriteit Financiële Markten, te behoeve van: 1°. artikel 12 van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft artikel 4:10, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht artikel 1:25, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht artikelen 4:11, eerste lid 4:14, eerste lid 4:15, eerste lid, van die wet het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in, ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld inof ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon op grond van een verordening als bedoeld in, en ter beoordeling van de integere bedrijfsuitoefening onderscheidenlijk de integere bedrijfsvoering, bedoeld in de,, en; 2°. artikel 2, eerste lid, van de Beleidsregel 06-01 betrouwbaarheid personen ex Wet toezicht accountantsorganisaties en Besluit toezicht accountantsorganisaties artikel 15, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties artikelen 5 van het Besluit toezicht accountantsorganisaties artikel 21, eerste lid, van die wet het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in(Stcrt. 2006, 190), ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld inenen ter beoordeling van de integere bedrijfsvoering, bedoeld in. 3 De politiegegevens, bedoeld in het tweede lid, worden door leden van het openbaar ministerie beoordeeld in het kader van de adviserende taak voor de uitvoering van de bovenbedoelde wetten en kunnen, in het kader van vorenbedoelde taak, worden verstrekt aan de personen en instanties, genoemd in het tweede lid. Aan de verstrekking van de politiegegevens kunnen door de leden van het openbaar ministerie nadere voorwaarden worden gesteld. Die voorwaarden kunnen onder meer betreffen het ter beschikking stellen of doorgeven van die gegevens of inlichtingen aan derden. 4 De politiegegevens, bedoeld in het tweede en derde lid, die zijn verstrekt aan de personen en instanties, bedoeld in het tweede lid, worden niet langer dan gedurende een termijn van twaalf maanden na de datum van verkrijgen bewaard. De gegevens kunnen langer worden bewaard met bijzondere toestemming van het openbaar ministerie. Daarbij kunnen nadere voorwaarden worden gesteld. 5 artikelen 8 9 10, eerste lid, onderdelen a en c 13, eerste lid, van de wet Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de,,, en, kunnen worden verstrekt aan de volgende personen en instanties, voor zover zij deze behoeven voor het nemen van de besluiten waarmee zij zijn belast op grond van de hiernavolgende wetten: – Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van: a. Wet wapens en munitie het nemen van een beslissing op grond van de; b. Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus het nemen van een beslissing op grond van de; c. artikelen 17 35 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar een onderzoek naar de betrouwbaarheid van een buitengewoon opsporingsambtenaar en het nemen van een beslissing hieromtrent op grond van deen; d. Wet kwaliteit incassodienstverlening het nemen van beslissingen omtrent het register van verrichters en aanbieders van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden op grond van de. – Onze Minister van Defensie, ten behoeve van: a. Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus het houden van toezicht op de; b. Wet wapens en munitie het houden van toezicht op de naleving van de; c. Wet explosieven voor civiel gebruik het houden van toezicht op de naleving van de; d. Vreemdelingenwet 2000 de bij of krachtens deopgedragen taken. – de korpschef, ten behoeve van: a. Omgevingswet het nemen van beschikkingen omtrent het verlenen of intrekken van een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit op grond van de; b. Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus het nemen van een beslissing op grond van de; c. Wet explosieven voor civiel gebruik het nemen van beschikkingen omtrent het verlenen of intrekken van een erkenning op grond van de; d. Wet wapens en munitie het nemen van een beslissing omtrent de; e. Vreemdelingenwet 2000 de hem bij of krachtens deopgedragen taken. – de burgemeester, ten behoeve van het nemen van een beslissing omtrent: a. Alcoholwet de verlening, weigering of intrekking van een vergunning of ontheffing op grond van de; b. Wet op de kansspelen het nemen van een beslissing omtrent een vergunning op grond van de. – artikel 1, onderdeel k, van de wet hoofdstuk 2 Arbeidsomstandighedenwet de werkgever van een ambtenaar van politie, bedoeld in, ten behoeve van het vaststellen en behandelen van bedrijfsziekten, bedrijfsongevallen of PTSS als uitvoering van de aan die werkgever opgelegde taak in de zin van. 6 Politiegegevens die worden verstrekt in de gevallen, bedoeld in het vijfde lid, kunnen tevens worden verstrekt aan een bestuursorgaan dat beslist naar aanleiding van een ingesteld bezwaar of administratief beroep. 7 Vervallen. 8 artikelen 8 9 10, eerste lid, onderdelen a en c 13 van de wet Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de,,, enkunnen, door tussenkomst van het openbaar ministerie, worden verstrekt aan bestuursorganen indien deze verstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van de aan hen opgelegde taak of taken, bedoeld in: a. artikel 7d van de Algemene Kinderbijslagwet ; b. artikelen 32g, eerste lid 32h, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet de, en; c. artikel 8d, eerste, tweede en derde lid, van de Algemene Ouderdomswet ; d. artikel 2, eerste lid, onder q, van de Algemene Wet Inkomensafhankelijke regelingen ; e. artikel 13, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Participatiewet ; f. artikelen 2b, eerste lid, aanhef en onderdeel k 6aa, eerste lid, van de Remigratiewet de, en; g. artikel 2, elfde lid, van de Toeslagenwet ; h. artikel 19, eerste lid, aanhef en onderdeel n, van de Werkloosheidswet ; i. de artikelen 7d, eerste lid 19, achtste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen , en; j. artikelen 1a:6, eerste lid, aanhef en onderdeel f 2:11, eerste lid, aanhef en onderdeel f 3:5b 3:19, elfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten de,,en; k. artikel 6, tweede lid, aanhef en onderdeel h , en artikel 6, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; l. artikel 6, eerste lid, aanhef en onderdeel g, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers ; m. artikel 6, eerste lid, aanhef en onderdeel g, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen ; n. artikel 43, negende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ; o. artikel 2.17a, tweede lid, van de Wet Studiefinanciering 2000 ; p. artikel 2.22b, tweede lid, van de Wet Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten ; q. artikelen 43, aanhef en onderdeel i 49, eerste lid, aanhef en onderdeel b 56, eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen de,, en; r. artikel 19e, eerste lid, van de Ziektewet . 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 4:3a — Artikel 4:3a (verstrekking aan BES)#
Artikel 4:3a (verstrekking aan BES) 1 artikelen 8 9 10, eerste lid, onderdelen a en c 13 van de wet artikel 6a:6, tweede lid, onderdelen a en b Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de,,enkunnen worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie met het oog op het verder verstrekken aan het openbaar ministerie in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba ten behoeve van de adviserende taak van laatstbedoeld openbaar ministerie in het kader van de uitvoering van de wetten, genoemd in, en, door tussenkomst van dat openbaar ministerie in het kader van vorenbedoelde taak, verder worden verstrekt aan: a. artikel 6a:6, tweede lid, onderdeel a. de Nederlandsche Bank ten behoeve van de uitoefening van de taken, genoemd in b. artikel 6a:6, tweede lid, onderdeel b de Autoriteit Financiële Markten ten behoeve van de uitoefening van de taken, genoemd in. 2 Artikel 4:3, derde en vierde lid , is van toepassing. 2010 383 08-10-2010 06-10-2010 2010 767 17-11-2010 09-11-2010 19-11-2010
Artikel 4:4 — Artikel 4:4 artikelen 8 9 10 13 artikel 18, eerste lid Verstrekking politiegegevens,,en()#
Artikel 4:4 artikelen 8 9 10 13 artikel 18, eerste lid Verstrekking politiegegevens,,en() artikelen 8 9 10 13 van de wet Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de,,enkunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan: a. Onze Minister van Justitie en Veiligheid en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, ten behoeve van het verrichten van dreiging- en risico-evaluaties en het vaststellen van bewakings- en beveiligingsopdrachten en adviezen door de evaluatiedriehoek, met het oog op het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten; b. artikelen 2 tot en met 4 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van het nemen van een beslissing omtrent de toepassing van de. 2018 496 24-12-2018 06-12-2018 2018 497 24-12-2018 06-12-2018 01-01-2019
Artikel 4:5 — Artikel 4:5 artikel 21 Verstrekking artikel 9- of 10-gegevens op incidentele basis of ten behoeve van een samenwerkingsverband ()#
Artikel 4:5 artikel 21 Verstrekking artikel 9- of 10-gegevens op incidentele basis of ten behoeve van een samenwerkingsverband () 1 artikel 19 artikel 20, eerste lid, van de wet artikel 9 artikel 10 van de wet In de gevallen waarin de verwerkingsverantwoordelijke beslist tot verstrekking van politiegegevens op grond vanof, worden geen politiegegevens verstrekt die worden verwerkt overeenkomstigof. 2 artikel 9 10, eerste lid, onderdelen a en c van de wet artikel 2:10 In afwijking van het eerste lid kan de verwerkingsverantwoordelijke beslissen tot verstrekking van politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstigof, indien dit strikt noodzakelijk is voor het doel van de verstrekking, na overleg met een functionaris die is aangewezen op grond van. 2018 496 24-12-2018 06-12-2018 2018 497 24-12-2018 06-12-2018 01-01-2019
Artikel 4:6 — Artikel 4:6 artikel 23, tweede en derde lid Rechtstreekse verstrekking politiegegevens ()#
Artikel 4:6 artikel 23, tweede en derde lid Rechtstreekse verstrekking politiegegevens () 1 artikel 23, tweede lid, van de wet artikelen 8 9 10, eerste lid, onderdelen a en c 13 van de wet Aan de volgende daartoe bepaald aangewezen personen kunnen op grond van, rechtstreeks politiegegevens, die worden verwerkt op grond van de,of, enworden verstrekt, voor zover zij deze behoeven voor de volgende doeleinden: a. artikel 4:1, eerste lid, onderdeel a de ambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ten behoeve van het doel, bedoeld in; b. artikel 4:1, eerste lid, onderdeel c de ambtenaren van Onze Minister van Buitenlandse Zaken, ten behoeve van het doel, bedoeld in; c. artikel 13 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme artikel 3.2 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES de personen, werkzaam bij de Financiële inlichtingen eenheid, ten behoeve van de taak van het meldpunt, bedoeld inen; d. artikel 5:3, vierde lid de ambtenaren die werkzaam zijn bij de nationale politiële contactpunten, bedoeld in; e. artikel 5, eerste lid, van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven de ambtenaren, werkzaam bij de Passagiersinformatie-eenheid, bedoeld in, ten behoeve van de in dat artikel bedoelde taken; f. artikel 4:3, eerste lid, onderdeel a, onder 4° artikel 35a, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens de ambtenaren van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van het doel, bedoeld in, voor functies aangewezen op grond van; g. artikel 4:3, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4 de functionarissen van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van het doel, bedoeld in; h. artikel 4:2, derde lid de door Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren van de Douane, voor zover zij werkzaam zijn in de landelijke meldkamer van de Douane, ten behoeve van het doel, bedoeld in. 2 artikel 4:3, vijfde lid artikel 23, derde lid, van de wet De op grond van, te verstrekken politiegegevens aan de korpschef of Onze Minister van Defensie kunnen op grond vanrechtstreeks worden verstrekt. 2024 372 03-12-2024 14-11-2024 2024 372 03-12-2024 14-11-2024 01-01-2025
Artikel 4:7 — Artikel 4:7 artikel 22, tweede lid Verstrekking politiegegevens ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek ()#
Artikel 4:7 artikel 22, tweede lid Verstrekking politiegegevens ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek () 1 artikelen 8 13, eerste lid, van de wet Politiegegevens, die worden verwerkt op grond van deen, kunnen slechts worden verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie en wetenschappelijk onderzoek en statistiek nadat aan de betrokken onderzoeker daartoe schriftelijk toestemming is verleend door: a. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, indien het gegevens betreft die worden verwerkt met het oog op de uitvoering van een taak onder het gezag van de officier van justitie, of b. de burgemeester, indien het gegevens betreft die worden verwerkt met het oog op de uitvoering van een taak onder het gezag van de burgemeester. 2 De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts gegeven indien a. het onderzoek het algemeen belang dient; b. de organisatie van de politie niet onnodig wordt belast; c. het onderzoek zonder de betrokken gegevens niet kan worden uitgevoerd, en d. de persoonlijke levenssfeer van de betreffende personen niet onevenredig wordt geschaad. 3 Aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden worden verbonden. 4 De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt ter kennis gebracht van de betreffende verwerkingsverantwoordelijke en geldt als machtiging tot het verstrekken van de omschreven gegevens. 5 Rechtstreekse benadering van personen, over wie politiegegevens worden verwerkt, door de onderzoeker vindt niet plaats, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan bij de toestemming ingevolge het eerste lid. Deze toestemming kan slechts worden verleend indien rechtstreekse benadering voor het doel van het onderzoek onvermijdelijk is. 6 artikelen 8 9 10 13 van de wet artikel 18, tweede lid, van de wet Indien politiegegevens, als bedoeld in de,,of,.op grond vanworden verstrekt ten behoeve van het in het eerste lid omschreven doel, is het bepaalde in het tweede, derde, vierde en vijfde lid van toepassing. 2018 496 24-12-2018 06-12-2018 2018 497 24-12-2018 06-12-2018 01-01-2019
Artikel 4:8 — Artikel 4:8 Geheimhoudingsplicht#
Artikel 4:8 Geheimhoudingsplicht artikelen 19 20 van de wet artikel 7, tweede lid, van de wet Bij de verstrekking van politiegegevens aan derden, op grond van deen, wijst de verwerkingsverantwoordelijke de betrokken personen en instanties op de geheimhoudingsplicht, bedoeld in. 2018 496 24-12-2018 06-12-2018 2018 497 24-12-2018 06-12-2018 01-01-2019
Artikel 5:1 — Artikel 5:1 artikel 17a Doorgiften aan derde landen ()#
Artikel 5:1 artikel 17a Doorgiften aan derde landen () 1 Aan de bevoegde autoriteiten in een derde land of aan internationale organisaties kunnen politiegegevens worden doorgegeven onder de algemene voorwaarde dat deze slechts kunnen worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn doorgegeven. In bijzondere gevallen kunnen de doorgegeven gegevens verder worden verwerkt ten behoeve van de voorkoming van een onmiddellijke en ernstige bedreiging van de openbare veiligheid. Op verzoek van de ontvangende persoon of instantie kan de verwerkingsverantwoordelijke instemmen met de verdere verwerking van doorgegeven gegevens voor een ander doel voor zover dit noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de politietaak in dat land. 2 artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 De doorgifte van politiegegevens, die worden verwerkt in verband met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of de handhaving van de openbare orde, vindt plaats door tussenkomst van een landelijke eenheid als bedoeld in. De doorgifte kan zonder tussenkomst van deze landelijke eenheid plaatsvinden overeenkomstig afspraken met politieautoriteiten in het derde land of met de betrokken internationale organisatie, voor zover deze afspraken zijn goedgekeurd door Onze Minister van Justitie en Veiligheid. 3 artikel 5 van de wet Politiegegevens die betrekking hebben op de ingenoemde kenmerken worden slechts doorgegeven indien dit met het oog op een juiste beantwoording van een door een buitenlandse politieautoriteit gestelde vraag onvermijdelijk is. 4 artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet Politiegegevens die worden verwerkt op grond vanworden niet doorgegeven. Doorgifte van gegevens die worden verwerkt op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel a of onderdeel c, van de wet vindt slechts plaats na instemming van de betrokken officier van justitie, respectievelijk de betrokken burgemeester. 5 De gegevens worden verstrekt onder de voorwaarde dat deze door de ontvangende autoriteit worden vernietigd zodra de doeleinden zijn verwezenlijkt. Indien dit uit de wet voortvloeit, kunnen bij de verstrekking termijnen worden gesteld, na afloop waarvan de verstrekte gegevens door de ontvangende autoriteit moeten worden vernietigd, behoudens wanneer verdere verwerking noodzakelijk is voor een lopend onderzoek, de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen. 6 Politiegegevens die worden verwerkt door de Financiële inlichtingen eenheid kunnen worden doorgegeven aan van overheidswege aangewezen administratieve of politiële meldpunten in derde landen die een vergelijkbare taak hebben als het meldpunt. Het bepaalde in het tweede lid vindt geen toepassing. 7 Als blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt deelt de verstrekkende autoriteit dit onverwijld mee aan de personen of instanties van de lidstaat aan wie de gegevens zijn verstrekt, met het verzoek de gegevens onmiddellijk te corrigeren, te wissen of af te schermen. 2021 446 30-09-2021 14-09-2021 2021 446 30-09-2021 14-09-2021 01-10-2021
Artikel 5:2 — Artikel 5:2 Ontvangst politiegegevens derde landen#
Artikel 5:2 Ontvangst politiegegevens derde landen 1 Indien politiegegevens zonder voorafgaand verzoek tot doorgifte worden ontvangen van een derde land of van een internationale organisatie, beoordeelt de ontvangende autoriteit in Nederland onmiddellijk of deze gegevens noodzakelijk zijn voor het doel waarvoor zij zijn doorgegeven. 2 Indien krachtens het recht van het derde land specifieke beperkingen op de verwerking van politiegegevens gelden, ziet de ontvangende autoriteit in Nederland toe op inachtneming van de beperkingen indien deze door de doorgevende autoriteit zijn gemeld. 3 Indien politiegegevens worden ontvangen van een derde land of van een internationale organisatie, wordt de doorgevende instantie desgevraagd geïnformeerd over de verwerking van de doorgegeven gegevens en het daardoor behaalde resultaat. 2018 496 24-12-2018 06-12-2018 2018 497 24-12-2018 06-12-2018 01-01-2019
Artikel 5:3 — Artikel 5:3 artikel 15a, tweede lid Doorzending politiegegevens aan andere lidstaten van de EU ten behoeve van strafrechtelijke handhaving rechtsorde ()#
Artikel 5:3 artikel 15a, tweede lid Doorzending politiegegevens aan andere lidstaten van de EU ten behoeve van strafrechtelijke handhaving rechtsorde () 1 Aan personen of instanties in een andere lidstaat van de Europese Unie, die zijn belast met de voorkoming en opsporing van strafbare feiten in de betreffende lidstaat, worden politiegegevens doorgezonden onder gelijke voorwaarden als aan politieambtenaren in Nederland, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van die taak en behoudens de toepassing van de gronden, bedoeld in het tweede lid. 2 De doorzending kan worden geweigerd of aan beperkende voorwaarden worden onderworpen indien dit: a. artikel 2:13 een geval betreft als bedoeld in; b. strijdig zou zijn met of schade zou toebrengen aan essentiële nationale veiligheidsbelangen; c. het welslagen van een lopend onderzoek naar een strafbaar feit of de veiligheid van een persoon in gevaar zou brengen; d. de beschermde essentiële belangen van een rechtspersoon disproportioneel zou schaden; e. betrekking heeft op een strafbaar feit dat in Nederland strafbaar is gesteld met een gevangenisstraf van een jaar of minder; f. betrekking heeft op een aangelegenheid die naar Nederlands recht geen strafbaar feit is; g. betrekking heeft op politiegegevens die uitsluitend kunnen worden doorgezonden na instemming van de officier van justitie en deze geen toestemming geeft voor de doorzending; h. betrekking heeft op politiegegevens die zijn verkregen van een andere lidstaat of van een derde land en deze geen toestemming geeft voor de doorzending; i. Verordening (EU) 2016/794 betrekking heeft op politiegegevens die niet behoren tot de in deel B van bijlage II bijopgesomde categorieën persoonsgegevens en niet nodig is voor, en niet in verhouding staat tot, het bereiken van het doel waarvoor om doorzending van de gegevens is verzocht. 3 Aan personen of instanties in een andere lidstaat, als bedoeld in het eerste lid, worden politiegegevens doorgezonden, voor zover zij deze behoeven ter voorkoming van strafbare feiten en ter handhaving van de openbare orde in verband met grootschalige evenementen. De politiegegevens kunnen uitsluitend worden doorgezonden indien definitieve veroordelingen of andere feiten het vermoeden rechtvaardigen dat de desbetreffende personen tijdens de evenementen strafbare feiten zullen plegen of dat zij een gevaar voor de openbare orde en veiligheid vormen. De politiegegevens worden doorgezonden onder de voorwaarde dat deze worden vernietigd zodra de doeleinden zijn verwezenlijkt, in elk geval uiterlijk na één jaar. 4 De gegevens worden doorgezonden onder de voorwaarde dat deze slechts kunnen worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn doorgezonden. 5 De gegevens worden doorgezonden onder de voorwaarde dat deze door de ontvangende autoriteit worden vernietigd zodra de doeleinden zijn verwezenlijkt. 6 Indien dit uit de wet voortvloeit kunnen bij de doorzending termijnen worden gesteld, na afloop waarvan de doorgezonden gegevens door de ontvangende autoriteit moeten worden vernietigd, behoudens wanneer verdere verwerking noodzakelijk is voor een lopend onderzoek, de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen. 7 In afwijking van het vierde lid kunnen in specifieke omstandigheden door de doorzendende autoriteit specifieke beperkingen worden gesteld aan de verdere verwerking van de doorgezonden politiegegevens, voor zover deze beperkingen ook van toepassing zijn op de beschikbaarstelling van de gegevens aan andere politieambtenaren in Nederland. 8 Artikel 5:1, tweede, derde en vierde lid artikel 5:2 , enzijn van overeenkomstige toepassing. 9 artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 In de grensgebieden kan de doorzending in verband met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of de handhaving van de openbare orde zonder tussenkomst van een landelijke eenheid, bedoeld in, plaatsvinden voor zover dit voortvloeit uit een verdrag waarbij ook België of Duitsland als verdragsluitende partij betrokken zijn of uit een besluit, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Op doorzending in de grensgebieden waarvoor geen tussenkomst van een landelijke eenheid, bedoeld in de vorige volzin, vereist is, is het tweede lid niet van toepassing. 10 artikelen 8 9 10 13 van de wet Op een daartoe strekkend verzoek van de personen of instanties, bedoeld in het eerste lid, vindt doorzending van door de Financiële inlichtingen eenheid ter beschikking gestelde persoonsgegevens voor het gebruik van die gegevens voor een ander doel dan bedoeld in de,,ofslechts plaats nadat daartoe toestemming is verleend door het hoofd van de Financiële inlichtingen eenheid. 11 artikelen 83 83b van het Wetboek van Strafrecht Verordening (EU) 2016/794 De doorzending van politiegegevens met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven als bedoeld in deen, blijft voor zover het de personen betreft, bedoeld in bijlage II, deel B, punt 1, onder a en b, bijvan 11 mei 2016, beperkt tot de categorieën persoonsgegevens die zijn vermeld in bijlage II, deel B, punt 2, bij die verordening. De vorige zin is niet van toepassing voor zover het doorzenden van de gegevens voortvloeit uit een rechtsinstrument betreffende de wederzijdse erkenning van beslissingen in strafzaken op grond van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of om het doorzenden van de gegevens is verzocht op grond van een toepasselijk verdrag. 2026 46 27-02-2026 18-02-2026 2026 46 27-02-2026 18-02-2026 28-02-2026
Artikel 5:4 — Artikel 5:4 Ontvangst politiegegevens binnen de EU ten behoeve van strafrechtelijke handhaving rechtsorde#
Artikel 5:4 Ontvangst politiegegevens binnen de EU ten behoeve van strafrechtelijke handhaving rechtsorde Indien politiegegevens worden ontvangen van een andere lidstaat van de Europese Unie ten aanzien van de verwerking waarvan door de bevoegde autoriteit van de doorzendende lidstaat op grond van het nationale recht specifieke voorwaarden zijn gesteld en de ontvangende autoriteit daarvan in kennis is gesteld, ziet de ontvangende bevoegde autoriteit in Nederland toe op de naleving van die voorwaarden. 2018 496 24-12-2018 06-12-2018 2018 497 24-12-2018 06-12-2018 01-01-2019
Artikel 5:5 — Artikel 5:5 artikel 15a, tweede lid Rechtstreeks geautomatiseerde doorzending politiegegevens binnen de EU ()#
Artikel 5:5 artikel 15a, tweede lid Rechtstreeks geautomatiseerde doorzending politiegegevens binnen de EU () 1 Doorzending van politiegegevens betreffende de voorkoming en opsporing van strafbare feiten, aan politieautoriteiten in een andere lidstaat van de Europese Unie kan rechtstreeks plaatsvinden door middel van de geautomatiseerde vergelijking van de categorieën van politiegegevens, bedoeld in het tweede lid. 2 De vergelijking van gegevens, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats in afzonderlijke gevallen en betreft dactyloscopische gegevens. 3 artikel 5.1.1 van het Wetboek van Strafvordering Indien bij de gegevensvergelijking wordt vastgesteld dat gegevens overeenkomen dan worden uitsluitend de overeenkomende gegevens doorgezonden. Voor doorzending van nadere, met betrekking tot de overeenkomende gegevens beschikbare persoon- of zaaksgegevens is een verzoek, als bedoeld in, vereist. De verdere verwerking van de doorgezonden politiegegevens is uitsluitend toegestaan met het oog op: Na afloop van de gegevensvergelijking worden de doorgezonden gegevens onverwijld gewist, tenzij verdere verwerking noodzakelijk is ten behoeve van de doelen, als bedoeld in onderdeel b of c. a. de vaststelling of de vergeleken profielen overeenstemmen; b. de voorbereiding en indiening van een verzoek om rechtshulp; c. de protocollering van de gegevens. 4 De doorzending vindt uitsluitend plaats aan ambtenaren die werkzaam zijn bij daartoe aangewezen nationale politiële contactpunten en die zijn geautoriseerd voor de geautomatiseerde vergelijking van de politiegegevens. De lijst van ambtenaren, die zijn geautoriseerd tot de geautomatiseerde bevraging of vergelijking als bedoeld in het eerste lid, wordt desgevraagd ter beschikking gesteld aan de andere lidstaten en aan de Autoriteit persoonsgegevens. 5 Artikel 23, vierde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing. 2021 446 30-09-2021 14-09-2021 2021 446 30-09-2021 14-09-2021 01-10-2021
Artikel 5:6 — Artikel 5:6 artikel 15a, tweede lid Doorzending politiegegevens aan gemeenschappelijke teams binnen de EU ()#
Artikel 5:6 artikel 15a, tweede lid Doorzending politiegegevens aan gemeenschappelijke teams binnen de EU () 1 artikel 5.2.1 van het Wetboek van Strafvordering Aan de politieambtenaar uit een andere lidstaat van de Europese Unie, die is toegevoegd aan een gemeenschappelijk onderzoeksteam als bedoeld indat is gevestigd in Nederland, kunnen politiegegevens worden doorgezonden op gelijke voet als aan Nederlandse politieambtenaren, voor zover zij deze behoeven voor de doeleinden waarvoor het gemeenschappelijke onderzoeksteam is ingesteld. 2 artikel 5.2.1 van het Wetboek van Strafvordering Aan de Nederlandse politieambtenaar die is toegevoegd aan een gemeenschappelijk onderzoeksteam als bedoeld indat is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, kunnen politiegegevens worden doorgezonden met het oog op de gebruikmaking daarvan voor de doeleinden waarvoor het gemeenschappelijke onderzoeksteam is ingesteld. 2021 446 30-09-2021 14-09-2021 2021 446 30-09-2021 14-09-2021 01-10-2021
Artikel 5:7 — Artikel 5:7 Doorzending politiegegevens aan Europol#
Artikel 5:7 Doorzending politiegegevens aan Europol 1 artikel 5:1, tweede lid De doorzending van politiegegevens aan Europol vindt plaats door tussenkomst van een landelijke eenheid, bedoeld in. 2 De doorzending van politiegegevens aan Europol kan worden geweigerd indien: a. wezenlijke nationale veiligheidsbelangen worden geschaad, b. het welslagen van lopende onderzoeken of de veiligheid van personen in gevaar wordt gebracht, of c. informatie wordt bekend gemaakt die betrekking heeft op specifieke inlichtingendiensten of -activiteiten op het gebied van de staatsveiligheid. 3 artikel 83 83b van het wetboek van Strafrecht Verordening (EU) 2016/794 De doorzending van politiegegevens aan Europol met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven als bedoeld inenen andere strafbare feiten die vallen onder de bevoegdheid van Europol, zoals vermeld in bijlage I bijvan 11 mei 2016, blijft voor zover het de personen betreft, bedoeld in bijlage II, deel B, punt 1, onder a en b, bij die verordening, beperkt tot de categorieën persoonsgegevens die zijn vermeld in bijlage II, deel B, punt 2, bij die verordening. 4 Artikel 2:13, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing. 2026 46 27-02-2026 18-02-2026 2026 46 27-02-2026 18-02-2026 28-02-2026
Artikel 5:7a — Artikel 5:7a Ontvangst van politiegegevens van andere lidstaten via Europol#
Artikel 5:7a Ontvangst van politiegegevens van andere lidstaten via Europol artikelen 83 83b van het Wetboek van Strafrecht Verordening (EU) 2016/794 Politiegegevens betreffende terroristische misdrijven als bedoeld in deendie via Europol van andere lidstaten worden ontvangen en twee of meer lidstaten treffen of kunnen treffen, worden uitsluitend verwerkt met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van die misdrijven en andere strafbare feiten die vallen onder de bevoegdheid van Europol, zoals vermeld in bijlage I bijvan 11 mei 2016. 2026 46 27-02-2026 18-02-2026 2026 46 27-02-2026 18-02-2026 28-02-2026
Artikel 5:8 — Artikel 5:8 Doorzending politiegegevens aan Eurojust#
Artikel 5:8 Doorzending politiegegevens aan Eurojust 1 De doorzending van politiegegevens aan Eurojust vindt plaats door tussenkomst van het nationale lid van Eurojust. 2 De doorzending van politiegegevens aan Eurojust kan worden geweigerd indien wezenlijke nationale veiligheidsbelangen worden geschaad of de veiligheid van personen in gevaar wordt gebracht. 3 Politiegegevens worden doorgezonden aan het nationale lid van Eurojust, voor zover hij deze behoeft in verband met de uit een rechtsinstrument op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voortkomende doelstelling en taken van deze organisatie. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 2018 496 24-12-2018 06-12-2018 2018 497 24-12-2018 06-12-2018 01-01-2019
Artikel 5:9 — Artikel 5:9 Doorgifte politiegegevens aan derde landen#
Artikel 5:9 Doorgifte politiegegevens aan derde landen Vervallen 2018 496 24-12-2018 06-12-2018 2018 497 24-12-2018 06-12-2018 01-01-2019
Artikel 5:10 — Artikel 5:10 Doorgifte politiegegevens aan personen of instanties met een particuliere taak#
Artikel 5:10 Doorgifte politiegegevens aan personen of instanties met een particuliere taak Vervallen 2018 496 24-12-2018 06-12-2018 2018 497 24-12-2018 06-12-2018 01-01-2019
Artikel 6:1 — Artikel 6:1 artikel 12, vijfde lid Overeenkomstige toepassing informanten ()#
Artikel 6:1 artikel 12, vijfde lid Overeenkomstige toepassing informanten () 1 artikel 12, eerste lid, van de wet Het bepaalde inis van overeenkomstige toepassing op de volgende categorieën van personen: a. infiltranten; b. Besluit getuigenbescherming personen die in aanmerking zijn gebracht voor beschermingsmaatregelen, als bedoeld in het. 2 De verwerking, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vindt slechts plaats omtrent: a. verdachten; b. personen in de omgeving van de verdachte wier handelen van invloed kan zijn op het doel van de verwerking, als bedoeld in het eerste lid, en de bescherming van de infiltrant; c. infiltranten; d. begeleiders; e. opsporingsambtenaren; f. leden van het openbaar ministerie. 3 De verwerking, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, vindt slechts plaats omtrent: a. getuigen ten aanzien van wie een dreiging bestaat; b. personen in de omgeving van de getuigen; c. verdachten; d. personen in de omgeving van de verdachte wier handelen van invloed kan zijn op het doel van de verwerking, als bedoeld in het eerste lid, en de bescherming van de getuige; e. begeleiders; f. opdrachtgevers. 2007 550 21-12-2007 14-12-2007 2007 549 21-12-2007 14-12-2007 01-01-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet politiegegevens in werking treedt.
Artikel 6:1a — Artikel 6:1a artikel 4a, zesde lid Beveiliging van politiegegevens ()#
Artikel 6:1a artikel 4a, zesde lid Beveiliging van politiegegevens () 1 artikel 4a, eerste lid, onderdeel a, van de wet De verwerkingsverantwoordelijke evalueert en actualiseert de maatregelen, bedoeld in. 2 Wanneer zulks in verhouding staat tot de verwerkingsactiviteiten omvatten de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, de uitvoering van een passend gegevensbeschermingsbeleid door de verwerkingsverantwoordelijke. 3 De verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker treft, na beoordeling van de risico’s, maatregelen om: a. te verhinderen dat onbevoegden toegang krijgen tot apparatuur voor de verwerking van persoonsgegevens; b. te verhinderen dat onbevoegden gegevensdragers lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen; c. te verhinderen dat onbevoegden gegevens invoeren of opgeslagen persoonsgegevens inzien, wijzigen of verwijderen; d. te verhinderen dat onbevoegden systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking gebruiken met behulp van datatransmissieapparatuur; e. ervoor te zorgen dat personen die geautoriseerd zijn om een systeem voor geautomatiseerde gegevensverwerking te gebruiken, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarop hun autorisatie betrekking heeft; f. ervoor te zorgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld aan welke organen persoonsgegevens zijn of kunnen worden verstrekt of beschikbaar gesteld met behulp van datatransmissieapparatuur; g. ervoor te zorgen dat later kan worden nagegaan en vastgesteld welke persoonsgegevens wanneer en door wie in een systeem voor geautomatiseerde gegevensverwerking zijn ingevoerd; h. te verhinderen dat onbevoegden persoonsgegevens lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen tijdens de doorgifte van persoonsgegevens of het vervoer van gegevensdragers; i. ervoor te zorgen dat de geïnstalleerde systemen in geval van storing opnieuw kunnen worden ingezet; j. ervoor te zorgen dat de functies van het systeem werken, dat eventuele functionele storingen worden gesignaleerd en dat opgeslagen persoonsgegevens niet kunnen worden beschadigd door het verkeerd functioneren van het systeem. 2018 496 24-12-2018 06-12-2018 2018 497 24-12-2018 06-12-2018 01-01-2019
Artikel 6:1b — Artikel 6:1b artikel 6c, tweede lid Inhoud overeenkomst met verwerker ()#
Artikel 6:1b artikel 6c, tweede lid Inhoud overeenkomst met verwerker () artikel 6c, tweede lid, van de wet De inhoud van de overeenkomst of rechtshandeling, bedoeld inbevat het onderwerp en de duur van de verwerking, de aard en het doel van de verwerking, het soort gegevens waarop de wet van toepassing is, de categorieën van betrokkenen en de verplichtingen en de rechten van de verwerkingsverantwoordelijke, en met name wordt daarin bepaald dat de verwerker: a. uitsluitend volgens de instructies van de verwerkingsverantwoordelijke handelt; b. er zorg voor draagt dat de tot het verwerken van politiegegevens gemachtigde personen zich ertoe hebben verplicht vertrouwelijkheid in acht te nemen of door een passende wettelijke verplichting daaraan gebonden zijn; c. de verwerkingsverantwoordelijke met passende middelen bijstaat om naleving van de bepalingen betreffende de rechten van de betrokkene te verzekeren; d. na afloop van de gegevensverwerkingsdiensten, naargelang de keuze van de verwerkingsverantwoordelijke, alle gegevens wist of hem deze ter beschikking stelt, en bestaande kopieën verwijdert, tenzij opslag van die gegevens verplicht is; e. de verwerkingsverantwoordelijke alle informatie ter beschikking stelt die nodig is om nakoming van in dit artikel gestelde voorschriften aan te tonen; f. artikel 6c, vierde lid, van de wet aan de in dit artikel gestelde voorschriften voldoet bij de inschakeling van een andere verwerker en bij die inschakeling overeenkomstig, handelt. 2018 496 24-12-2018 06-12-2018 2018 497 24-12-2018 06-12-2018 01-01-2019
Artikel 6:2 — Artikel 6:2 artikel 13, vierde lid Ondersteunende taken ()#
Artikel 6:2 artikel 13, vierde lid Ondersteunende taken () artikel 13, eerste, tweede en derde lid, van de wet Over de verwerkingen bedoeld in, wordt tevoren schriftelijk vastgelegd: a. ten behoeve van welk specifiek doel ter ondersteuning van de politietaak de gegevens verder worden verwerkt; b. de categorieën van personen over wie gegevens ten behoeve van het betreffende doel verder worden verwerkt en de soorten van de over hen op te nemen gegevens; c. de termijn waarbinnen dan wel de gevallen waarin het verder verwerken van de betreffende gegevens wordt beëindigd; d. de frequentie waarmee de gegevens ter voldoening aan de onder c bedoelde verplichting tot beëindiging van de verwerking worden gecontroleerd; e. de verantwoordelijke of verantwoordelijken die de gegevens verder verwerken; f. indien sprake is van een bewerker, degene die als bewerker optreedt. 2021 446 30-09-2021 14-09-2021 2021 446 30-09-2021 14-09-2021 01-10-2021
Artikel 6:3 — Artikel 6:3 artikel 31, eerste lid Vergoeding van kosten ()#
Artikel 6:3 artikel 31, eerste lid Vergoeding van kosten () Vervallen 2018 496 24-12-2018 06-12-2018 2018 497 24-12-2018 06-12-2018 01-01-2019
Artikel 6:4 — Artikel 6:4 artikel 32, vijfde lid Documentatieplicht ()#
Artikel 6:4 artikel 32, vijfde lid Documentatieplicht () 1 artikel 9, tweede lid, van de wet De schriftelijke vastlegging van het doel van het onderzoek, bedoeld in, omvat een omschrijving van het onderwerp waar het onderzoek op is gericht en op welk deel van de uitoefening van de politietaak het onderzoek betrekking heeft. 2 paragraaf 3 van de wet Indien politiegegevens op grond vanworden verstrekt, worden van die verstrekking de volgende gegevens vastgelegd: a. de identiteit van de verzoeker; b. de datum van de verstrekking; c. een omschrijving van de verstrekte gegevens; d. het doel van de verstrekking. 3 paragraaf 3 van de wet artikel 23, tweede lid, van de wet Indien politiegegevens op grond vanrechtstreeks langs geautomatiseerde weg, als bedoeld inworden verstrekt, worden van die verstrekking de volgende gegevens vastgelegd: a. een uniek kenmerk van de verzoeker; b. de gegevens die ten behoeve van de gegevensvergelijking door de verzoeker zijn ingebracht; c. de gegevens op grond waarvan kan worden nagegaan welke gegevens naar aanleiding van de gegevensvergelijking zijn verstrekt inclusief de mededeling van het niet voorhanden zijn van een gegeven; d. de datum en het tijdstip van de verstrekking. 4 artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van de wet De verplichtingen van het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op de verstrekking van gegevens op grond van. 2024 372 03-12-2024 14-11-2024 2024 372 03-12-2024 14-11-2024 01-01-2025
Artikel 6:5 — Artikel 6:5 artikel 33, vijfde lid Audits ()#
Artikel 6:5 artikel 33, vijfde lid Audits () 1 wet wet Twee jaren na inwerkingtreding van de, en vervolgens eenmaal in de vier jaren, laat de verwerkingsverantwoordelijke de uitvoering van de bij of krachtens degegeven regels door een privacy audit controleren, op bij ministeriële regeling te bepalen wijze. 2 De controle heeft betrekking op de wijze waarop het verwerken van politiegegevens is georganiseerd, de maatregelen en procedures die daarop van toepassing zijn en de werking van deze maatregelen en procedures. 3 Een onafhankelijke auditor die voldoet aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen van werkwijze, deskundigheid en betrouwbaarheid voert de controle uit. 4 artikel 33, derde lid, van de wet De hercontrole, bedoeld in, vindt plaats op bij ministeriële regeling te bepalen wijze. 5 Bij ministeriële regeling kan bepaald worden dat ter voorbereiding op de controle, bedoeld in het eerste lid, interne audits plaatsvinden en kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop deze audits worden verricht. 2018 496 24-12-2018 06-12-2018 2018 497 24-12-2018 06-12-2018 01-01-2019
Artikel 6:6 — Artikel 6:6 Gegevensverwerking door de Financiële inlichtingen eenheid#
Artikel 6:6 Gegevensverwerking door de Financiële inlichtingen eenheid 1 Bij de Financiële inlichtingen eenheid worden persoonsgegevens verwerkt over de volgende categorieën van personen: a. personen ten aanzien van wie een melding heeft plaatsgevonden van een verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie; b. personen die als opdrachtgever, begeleider, tussenpersoon, begunstigde of lastgever betrokken zijn bij een verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie; c. personen, ten aanzien van wie een redelijk vermoeden bestaat van het plegen van een misdrijf en personen die zijn veroordeeld terzake van het plegen van een misdrijf, indien noodzakelijk voor het doel van de Financiële inlichtingen eenheid; d. Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES personen, die betrokken zijn bij een verrichte of voorgenomen financiële transactie, ten aanzien waarvan een melding heeft plaatsgevonden op grond van deof bij een meldpunt in een land binnen het Koninkrijk of in een ander land; e. personen, die betrokken zijn bij een verdachte transactie; f. personen, die werkzaam zijn bij de Financiële inlichtingen eenheid, bij de politie, bij justitie, bij een instantie belast met het toezicht op de personen en instellingen die onder de wettelijke meldplicht vallen dan wel met enige publiekrechtelijke taak, bij een instelling of bij een buitenlands meldpunt, die als contactpersoon optreden voor wat betreft de verstrekking van gegevens door of aan het meldpunt; g. personen, ten aanzien van wie een voor het doel van het meldpunt relevante relatie met een gemelde ongebruikelijke transactie bekend is geworden of vermoedelijk bekend zal worden, en deze relatie een andere is dan die bedoeld in de voorgaande onderdelen. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verwijderd zodra zij niet langer noodzakelijk zijn voor het doel van de verwerking. De gegevens worden vernietigd uiterlijk vijf jaar na de datum van laatste opneming. 2018 496 24-12-2018 06-12-2018 2018 497 24-12-2018 06-12-2018 01-01-2019
Artikel 6a:1 — Artikel 6a:1 (toepasselijkheid op Bonaire, Sint Eustatius en Saba)#
Artikel 6a:1 (toepasselijkheid op Bonaire, Sint Eustatius en Saba) artikel 36b artikel 36c, eerste lid, van de wet Dit besluit is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met inachtneming van het in deze paragraaf bepaalde met dien verstande dat voor de toepassing of lezing van een aantal bepalingen in dit besluitonderscheidenlijkin acht moet worden genomen. 2010 383 08-10-2010 06-10-2010 2010 767 17-11-2010 09-11-2010 19-11-2010
Artikel 6a:2 — Artikel 6a:2 (omzetting bepalingen naar toepasselijkheid Bonaire, Sint Eustatius en Saba)#
Artikel 6a:2 (omzetting bepalingen naar toepasselijkheid Bonaire, Sint Eustatius en Saba) 1 Voor de toepassing van: a. artikel 2:4, eerste lid artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet , wordt in plaats van «de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een daartoe ingericht team dat specifiek is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in» gelezen: de daartoe door de verwerkingsverantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie; b. artikel 2:5, eerste lid artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet , wordt in plaats van «de ambtenaren van politie die zijn belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in» gelezen: de daartoe door de verwerkingsverantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie; c. artikel 2:5, tweede lid artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de wet , wordt in plaats van «de ambtenaren van politie die zijn belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in» gelezen: de daartoe door de verwerkingsverantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie; d. artikel 2:7, eerste lid artikel 14, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme artikel 3:3, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES , wordt in plaats van «» gelezen:; e. artikel 2:8 wordt in plaats van «kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een team dat met de uitvoering van deze taak is belast» gelezen: kunnen daartoe door de verwerkingsverantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie worden belast; f. artikel 2:10, tweede lid artikel 10, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de wet , wordt in plaats van «het hoofd van het betreffende team dat is belast met de verwerking van politiegegevens, bedoeld in, dan wel het hoofd van een team met een vergelijkbare taak of hun plaatsvervanger» gelezen: de ambtenaren van politie die daartoe door de verwerkingsverantwoordelijke zijn aangewezen; g. artikel 2:13, eerste lid, onderdeel c , wordt in plaats van «de korpschef» gelezen: de korpsbeheerder; h. artikel 2:13, eerste lid, onder d , wordt in plaats van «rijksrecherche» gelezen «recherche» en in plaats van «het College van procureurs-generaal» gelezen: de procureur-generaal; i. artikel 2:13, eerste lid, onder f , wordt in plaats van «het College van procureurs-generaal» gelezen: de procureur-generaal; j. vervallen; k. artikel 2:13, tweede lid, onderdeel c artikel 3:1 artikel 6a:3 artikel 16, eerste lid, onderdeel a artikel 36d, eerste lid, onderdeel a , wordt in plaats van «» gelezen «» en in plaats van «» gelezen:; l. artikel 4:1, eerste lid, onderdeel b artikel 1, onderdeel h, van de Luchtvaartwet artikel 1, eerste lid, onderdeel i van de Luchtvaartwet BES Opiumwet Opiumwet 1960 BES , wordt in plaats van «» gelezen «» en wordt in plaats van «» gelezen:; m. artikel 4:2, eerste lid, onderdeel aa artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet artikel 1.1, onderdeel h, van de Douane- en Accijnswet BES , wordt in plaats van «bedoeld in» gelezen: bedoeld in; n. artikel 4:7, eerste lid, onder b , wordt in plaats van «de burgemeester» telkens gelezen: de gezaghebber; o. artikel 5:1, eerste lid, onder c artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Politiewet 2012 artikel 1, eerste lid, onderdeel n, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , wordt in plaats van «» gelezen:; p. artikel 5:1, tweede lid artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 , wordt in plaats van «een landelijke eenheid als bedoeld in» gelezen «de officier van justitie» en vervalt de tweede zin; q. artikel 5:1, vierde lid , wordt in plaats van «burgemeester» gelezen: gezaghebber; r. artikel 6:4, vierde en vijfde lid paragraaf 3 artikel 36d , wordt telkens na «» ingevoegd: en; s. artikel 6:4, zesde lid artikel 16, eerste lid, onderdeel c artikel 36d, eerste lid, onderdeel a, , wordt in plaats van «,» gelezen:; t. artikel 6:6, eerste lid, onderdeel d Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme , wordt in plaats van «op grond van de» gelezen: op grond van de. 2 artikelen 2:3, derde lid 2:4, tweede lid 4:2, derde en vierde lid 4:3, derde tot en met zesde lid 4:3a 4:4, tweede gedachtestreepje 4:6, eerste lid, onderdeel d 4:7, eerste lid, onderdeel b 5:1, vierde lid 5:2 5:3 5:4 5:5 6:1, eerste lid, onder b, en derde lid De,,,,,,,,,,,,enzijn niet van toepassing 2018 496 24-12-2018 06-12-2018 2018 497 24-12-2018 06-12-2018 01-01-2019
Artikel 6a:3 — Artikel 6a:3 artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 3° Ernstige inbreuk rechtsorde misdrijven ()#
Artikel 6a:3 artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 3° Ernstige inbreuk rechtsorde misdrijven () artikel 3:1 artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 3° artikel 36c, eerste lid, onderdeel c, van de wet In afwijking vanzijn de misdrijven, bedoeld injunctodie gezien hun aard of samenhang met andere door de betrokkene begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren: a. 324, onderdelen 4° en 5° artikel 431 van het Wetboek van Strafrecht BES artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2° artikel 36c, eerste lid, onderdeel c, van de wet de misdrijven bedoeld in de artikelen, en, voor zover de feiten een schade van ten minste USD 14 000 veroorzaakt hebben en betrokkene tevens een misdrijf als bedoeld in, junctoheeft begaan; b. artikelen 246 253 256 256a 257 258 286f van het Wetboek van Strafrecht BES de misdrijven, bedoeld in de,,,,,en; c. artikelen 183 184 377 379 van het Wetboek van Strafrecht BES artikelen 185 186 van het Wetboek van Strafrecht BES artikelen 187 188 van dat wetboek de misdrijven, bedoeld in de,,enen deenin verband met deen; d. artikelen 230 231 232 236 237 van het Wetboek van Strafrecht BES de misdrijven, bedoeld in de,,,en, voor zover de feiten een schade van ten minste USD 28 000 veroorzaakt hebben; e. artikelen 196a 203a van het Wetboek van Strafrecht BES de misdrijven, bedoeld in deen; f. artikelen 3a, eerste lid 4, eerste lid, onderdelen b, c en d, telkens onder A van de Opiumwet 1960 BES de misdrijven, bedoeld in deen; g. artikelen 3 5 van de Vuurwapenwet BES de misdrijven, bedoeld in deen, voor zover de feiten betrekking hebben op het voorhanden hebben van vuurwapens en explosieven. 2010 383 08-10-2010 06-10-2010 2010 767 17-11-2010 09-11-2010 19-11-2010
Artikel 6a:4 — Artikel 6a:4 artikel 10, eerste lid, onderdeel b Ernstig gevaar rechtsorde misdrijven ()#
Artikel 6a:4 artikel 10, eerste lid, onderdeel b Ernstig gevaar rechtsorde misdrijven () artikel 3:2 artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet In afwijking vanzijn de categorieën van misdrijven, bedoeld in, die door hun omvang of ernst of hun samenhang met andere misdrijven een ernstig gevaar voor de rechtsorde opleveren: a. artikel 84a van het Wetboek van Strafrecht BES terroristische misdrijven als bedoeld in; b. artikel 286f van het Wetboek van Strafrecht BES mensenhandel als bedoeld in; c. artikel 203a van het Wetboek van Strafrecht BES mensensmokkel als bedoeld in; d. artikelen 183, eerste lid 183a eerste lid 378, eerste lid 379, eerste lid artikelen 183, tweede lid 183a, tweede lid 378, tweede lid 379, tweede lid artikelen 184a, tweede lid 380a, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht BES de omkoping van een ambtenaar als bedoeld in de,,, en, van een toekomstig ambtenaar als bedoeld in de,,, en, of van een voormalig ambtenaar als bedoeld in de, en. 2024 372 03-12-2024 14-11-2024 2024 372 03-12-2024 14-11-2024 01-01-2025
Artikel 6a:5 — Artikel 6a:5 artikelen 8 13, eerste lid artikel 18, eerste lid Verstrekking politiegegevensen()#
Artikel 6a:5 artikelen 8 13, eerste lid artikel 18, eerste lid Verstrekking politiegegevensen() 1 artikel 4:2, eerste lid artikelen 8 13, eerste lid, van de wet In afwijking van, kunnen politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig deenen voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan: a. artikel 15, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES artikel 17 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES het Waarborgfonds Motorverkeer, als bedoeld in, voor zover het betreft gegevens omtrent de personalia en de verblijfplaats van benadeelden en zij deze gegevens behoeven voor de hulp aan benadeelden ten behoeve van het geldend maken van een recht op schadevergoeding, als bedoeld in; b. degene die namens een reclasseringsinstelling reclasseringswerkzaamheden verricht ten behoeve van die werkzaamheden; c. de voogdijraad ten behoeve van de uitvoering van één van de bij wet aan de voogdijraad opgedragen taken; d. Wet toelating en uitzetting BES Onze Minister van Asiel en Migratie ten behoeve van het verwerken van gegevens omtrent de identiteit van vreemdelingen en de verdere verstrekking van die gegevens aan instanties die zijn betrokken bij de uitvoering van de, ten behoeve van de vaststelling van de identiteit vreemdelingen, en aan andere instanties met een publieke taak belast, ten behoeve van registratie, identificatie en verificatie van vreemdelingen, hun documenten of hun verblijfsrechtelijke positie; e. artikel 2, van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid de Onderzoeksraad voor veiligheid, bedoeld in, ten behoeve van de uitvoering van de in die wet opgedragen taken; f. benadeelden van strafbare feiten, waaronder begrepen de personen die in verband met die feiten in hun rechten zijn getreden of ingevolge enige wettelijke bepaling terzake van die rechten een recht van verhaal hebben gekregen, voor zover zij deze gegevens behoeven om in rechte voor hun belangen op te kunnen komen; g. de door Onze Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen organisatie, ten behoeve van de verzending van beschikkingen en transacties en de tenuitvoerlegging van ontnemings- en schadevergoedingsmaatregelen; h. artikel 22a van de Wet toelating en uitzetting BES de Dienst Terugkeer en Vertrek, voor zover het betreft gegevens over vreemdelingen die zijn verkregen in het kader van de uitoefening van het toezicht, bedoeld in, of de opsporing van strafbare feiten, ten behoeve van de begeleiding van de terugkeer of het vertrek uit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba van vreemdelingen die geen toelating tot verblijf hebben; 2 Artikel 4:2, tweede lid , is van toepassing. 3 artikelen 8 13, eerste lid, van de wet Wet arbeid vreemdelingen BES hoofdstukken I VIII van de Belastingwet BES Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig deenkunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid respectievelijk Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren, die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens derespectievelijk deenten behoeve van de inschatting van de veiligheidsrisico’s met betrekking tot de uitoefening van vorenbedoeld toezicht. 4 artikelen 8 13, eerste lid, van de wet artikel 2 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig deen, kunnen worden verstrekt aan de basisadministratie persoonsgegevens van een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, bedoeld in, met het oog op de signalering van veranderingen in de gegevens die in de basisadministraties zijn opgenomen. 2024 372 03-12-2024 14-11-2024 2024 372 03-12-2024 14-11-2024 01-01-2025
Artikel 6a:6 — Artikel 6a:6 artikelen 8 9 10 13 artikel 18, eerste lid Verstrekking politiegegevens,,en()#
Artikel 6a:6 artikelen 8 9 10 13 artikel 18, eerste lid Verstrekking politiegegevens,,en() 1 artikel 4:3, eerste lid artikelen 8 9 10, eerste lid, onderdelen a en c artikel 36c, eerste lid, onder c 13 van de wet In afwijking van, kunnen politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de,,juncto, enen voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan: a. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van: – artikel 5, eerste lid, van de Gratiewet de uitvoering van; – artikel 41 van de Wet beginselen gevangeniswezen BES de beoordeling van de benoeming, de herbenoeming of het ontslag van de leden van de commissies van toezicht bij de gestichten, bedoeld in; – Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de; – de taakuitvoering van de Financiële inlichtingen eenheid; b. artikel 2 van de Wet beginselen gevangeniswezen BES de directeuren van de gestichten, bedoeld inen de functionarissen van de Dienst Justitiële inrichtingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van: 1. het nemen van beslissingen over hetzij de aanstelling of het ontslag van personeel, hetzij de toelating tot het gesticht van personen die niet worden ingesloten in het gesticht, voor zover dat noodzakelijk is voor de orde of veiligheid in het gesticht respectievelijk de voorziening; 2. het nemen van beslissingen over het verlaten van het gesticht bij wijze van verlof; 3. het treffen van maatregelen met betrekking tot de voorkoming van strafbare feiten door of met betrekking tot gedetineerden, de handhaving van de orde en veiligheid in het justitiële gesticht, of de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming; c. artikel 22va van de Luchtvaartwet BES Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van de erkenning, bedoeld in, en de commandant van de Koninklijke marechaussee, voor zover de uitoefening van die bevoegdheid aan hem is gemandateerd; d. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van het verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid ten aanzien van ambtenaren van politie van het politiekorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba; e. Wet toelating en uitzetting BES Rijkswet op het Nederlanderschap artikel 25 van de Wet toelating en uitzetting BES de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ten behoeve van het nemen van beslissingen omtrent de toelating, het verblijf of de ongewenstverklaring, als bedoeld in de, deof een verdrag dan wel een voor Nederland bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, als bedoeld in; f. Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau de Rijksvertegenwoordiger en de gezaghebber van Bonaire, Sint Eustatius of Saba, ten behoeve van hun adviserende taak, bedoeld in het; g. gedragsdeskundigen, voor zover het betreft auditieve of audiovisuele registraties van het verhoor van een persoon naar aanleiding van een ernstig strafbaar feit, voor het beoordelen van het verhoor en het opstellen van een deskundigenrapportage ten behoeve van het strafrechtelijk onderzoek, het gerechtelijk vooronderzoek of het onderzoek ter terechtzitting; h. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van het verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid ten aanzien van personen die anders dan als ambtenaar van politie werkzaamheden verrichten voor het politiekorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba alsmede buitengewone agenten van politie; i. de Rijksdienst Caribisch Nederland door tussenkomst van het openbaar ministerie indien deze verstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van de aan die dienst opgelegde taak of taken, bedoeld in: – artikel 7, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit onderstand BES ; – artikel 7a, derde lid, onderdeel f, van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES ; – artikel 8, eerste lid, onderdeel d artikel 10a, eerste lid, van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES , en; – artikel 5, vijfde lid artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES , en; – artikel 7, eerste en tweede lid, van de Wet ongevallenverzekering BES ; – artikel 2.10a, tweede lid, van de Wet studiefinanciering BES ; – artikel 7, onderdeel i, van de Wet ziekteverzekering BES . 2 artikel 4:3, tweede lid In afwijking van, kunnen politiegegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie ten behoeve van de adviserende taak in het kader van de uitvoering van de hierna te noemen wetten en door tussenkomst van dat openbaar ministerie in het kader van vorenbedoelde taak, verder worden verstrekt aan: a. de Nederlandsche Bank, ten behoeve van: – artikel 3:1 van het Besluit financiële markten BES artikel 3:4, eerste lid, van de Wet financiële markten BES het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in, ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon, als bedoeld in; – artikel 4, eerste lid, van het Besluit Pensioenwet BES artikel 5a, vijfde lid, Pensioenwet BES het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in, ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon, als bedoeld in; b. artikel 3:1 van het Besluit financiële markten BES artikel 3:4, eerste lid, van de Wet financiële markten BES de Autoriteit Financiële Markten, ten behoeve van het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in, ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon, als bedoeld in. 3 Aan de verdere verstrekking van de op grond van het tweede lid verstrekte politiegegevens kunnen door het openbaar ministerie nadere voorwaarden worden gesteld. Die voorwaarden kunnen onder meer betreffen het ter beschikking stellen of doorgeven van die gegevens of inlichtingen daarover aan derden. 4 De op grond van het tweede lid verstrekte gegevens worden door de in dat lid genoemde personen en instanties niet langer dan gedurende een termijn van twaalf maanden na datum van verkrijgen bewaard. Gegevens die door de leden van het openbaar ministerie verder zijn verstrekt, kunnen langer worden bewaard met bijzondere toestemming van het openbaar ministerie. Daarbij kunnen nadere voorwaarden worden gesteld. 5 artikelen 8 9 10, eerste lid, onderdelen a en c 13, eerste lid, van de wet Wapenwet BES Vuurwapenwet BES Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de,,, en, kunnen worden verstrekt aan Onze Minister van Justitie en Veiligheid en de gezaghebber, ten behoeve van het nemen van een beslissing op grond van deen de. Deze gegevens kunnen tevens worden verstrekt aan een bestuursorgaan dat beslist naar aanleiding van een ingesteld administratief beroep. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 446 30-09-2021 14-09-2021 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 6a:7 — Artikel 6a:7 (verstrekking aan Europese deel van Nederland)#
Artikel 6a:7 (verstrekking aan Europese deel van Nederland) 1 artikelen 8 9 10, eerste lid, onderdelen a en c artikel 36c, eerste lid, onder c 13 van de wet artikel 4:3, tweede lid Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de,,juncto, enkunnen worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie met het oog op het verder verstrekken aan het openbaar ministerie in het Europese deel van Nederland ten behoeve van de adviserende taak van laatstbedoeld openbaar ministerie in het kader van de uitvoering van de wetten, genoemd in, en, door tussenkomst van dat openbaar ministerie in het kader van vorenbedoelde taak, verder worden verstrekt aan: a. artikel 4:3, tweede lid, onderdeel a de Nederlandsche Bank, ten behoeve van de uitoefening van de taken, genoemd in; b. artikel 4:3, tweede lid, onderdeel b Onze Minister van Financiën ten behoeve van de uitoefening van de taken, genoemd in; c. artikel 4:3, tweede lid, onderdeel c de Autoriteit Financiële Markten, ten behoeve van de taken, genoemd in. 2 Artikel 6a:6, derde en vierde lid , is van toepassing. 2010 383 08-10-2010 06-10-2010 2010 767 17-11-2010 09-11-2010 19-11-2010
Artikel 7:1 — Artikel 7:1 Inwerkingtreding#
Artikel 7:1 Inwerkingtreding Wet politiegegevens Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2007 550 21-12-2007 14-12-2007 2007 549 21-12-2007 14-12-2007 01-01-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet politiegegevens in werking treedt.
Artikel 7:2 — Artikel 7:2 Citeertitel#
Artikel 7:2 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit politiegegevens. 2007 550 21-12-2007 14-12-2007 2007 549 21-12-2007 14-12-2007 01-01-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet politiegegevens in werking treedt.