Besluit van 27 oktober 2008, houdende nieuwe eisen inzake de publieke gezondheid (Besluit publieke gezondheid)
- BWB-id
- BWBR0024708
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-04-23
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024708
- ELI
- /eli/nl/amvb/2008/besluit-publieke-gezondheid
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2008/besluit-publieke-gezondheid/2026-04-23
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024708&g=2026-04-23
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024708&z=2026-06-06&g=2026-04-23
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024708/2026-04-23
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2008/besluit-publieke-gezondheid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de wet: Wet publieke gezondheid de; b. basistakenpakket jeugdgezondheidszorg: artikel 5, tweede lid, van de wet de ingenoemde werkzaamheden; c. de KNMG: de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst. 2008 461 18-11-2008 27-10-2008 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a in samenhang met onder g, van de wet De ingenoemde werkzaamheden omvatten in ieder geval het via onderzoek verwerven van inzicht in de gezondheidstoestand van degenen die door een ramp worden getroffen. 2 artikel 2, tweede lid, aanhef en onder d, van de wet De ingenoemde werkzaamheid omvat in ieder geval het in stand houden van een structuur voor de samenwerking tussen instellingen die taken vervullen op het gebied van gezondheidsbevordering. 3 artikel 2, tweede lid, aanhef en onder e, van de wet De ingenoemde werkzaamheid omvat in ieder geval de volgende aspecten: a. het signaleren van ongewenste situaties, b. het adviseren van de bevolking over risico’s, inclusief gezondheidskundig advies over gevaarlijke stoffen, in het bijzonder bij rampen of dreiging van rampen, c. het beantwoorden van vragen uit de bevolking en het geven van voorlichting, d. het verrichten van onderzoek. 4 artikel 2, tweede lid, aanhef en onder f, van de wet De ingenoemde werkzaamheid omvat in ieder geval de volgende aspecten: a. het bijhouden van een lijst met instellingen waar, gezien de aard van de doelgroep en de omstandigheden waaronder de activiteiten worden verricht, een verhoogd risico bestaat op de verspreiding van pathogene micro-organismen, b. het adviseren van de onder a bedoelde instellingen over de mogelijkheden op het gebied van bouw, inrichting en organisatie van de activiteiten om de risico’s op verspreiding van pathogene micro-organismen te verkleinen, c. het signaleren van ongewenste situaties, d. het beantwoorden van vragen uit de bevolking en het geven van voorlichting. 2008 461 18-11-2008 27-10-2008 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De werkzaamheden inzake het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van jeugdigen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren omvatten de volgende aspecten: a. het afnemen van een algemene anamnese van de jeugdige, b. het beoordelen van de lichamelijke verschijning van de jeugdige, c. het meten en beoordelen van de groei van de jeugdige, d. het beoordelen van de ontwikkeling van de jeugdige, e. het beoordelen van het functioneren van de jeugdige, f. het beoordelen van medisch-biologische parameters van de jeugdige, g. het beoordelen van het gedrag van de jeugdige, h. het beoordelen van het sociale, pedagogische en fysieke milieu van de jeugdige, i. het in kaart brengen van het zorgsysteem rondom de jeugdige. 2014 449 27-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 11.8 van de
Jeugdwet in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De werkzaamheden inzake de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen omvatten de volgende aspecten: a. het nagaan of bij de jeugdige sprake is van stoornissen in het visuele systeem, b. het nagaan of bij de jeugdige sprake is van niet-scrotale testis, c. het nagaan of bij de jeugdige sprake is van congenitale hartafwijkingen, d. het nagaan of bij de jeugdige sprake is spraak- of taalstoornissen, e. het nagaan of bij de jeugdige sprake is van perceptief gehoorverlies, f. het nagaan of bij de jeugdige sprake is van dysplastische heupontwikkeling, g. het zo nodig aanbieden van vaccinatie tegen tuberculose. 2014 449 27-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 11.8 van de
Jeugdwet in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De werkzaamheden inzake het ramen van de behoeften aan zorg omvatten de volgende aspecten: a. het schatten van de verhouding tussen de draaglast en draagkracht van de jeugdige en van het gezin waartoe hij behoort, b. het in afstemming met de jeugdige en zijn ouders of verzorgers bepalen van de behoefte aan advies en voorlichting, c. het inventariseren van de zorg die de jeugdige al ontvangt, d. het nagaan of de jeugdige tot een of meer risicogroepen behoort, e. het in afstemming met de jeugdige en zijn ouders of verzorgers ramen welke zorgverlening nodig is en het formuleren van maatregelen. 2014 449 27-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 11.8 van de
Jeugdwet in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De werkzaamheden inzake het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding aan jeugdigen tot 14 jaar, omvatten individueel of groepsgerichte voorlichting, advies, instructie en begeleiding, gericht op het ondersteunen van ouders en jeugdigen, en betreffen in ieder geval de onderwerpen: • gezonde (borst-)voeding • overgewicht / ondergewicht • voedselovergevoeligheid • vitamine D en K • veilig slapen • veiligheid • voorkeurshouding • meeroken • gebit en gebitsverzorging • middelengebruik (alcohol, roken, cannabis en andere drugs) • leefstijl – sport en bewegen – seksueel gedrag (waaronder seksueel overdraagbare aandoeningen en anticonceptie) – internetgebruik en gameverslaving • psychosociale problemen • opvoedvragen, -problemen en kindermishandeling (waaronder vrouwelijke genitale verminking en shaken baby syndroom) • weerbaarheid jeugdigen, waaronder pesten, discriminatie, geweld (waaronder seksuele dwang) • depressie • disbalans draagkracht/draaglast en ontvangen zorg/zorgbehoefte bij kind en gezin • gezondheidsbedreigingen gezin en omgeving (sociaal, fysiek, psychisch, pedagogisch milieu) • school-/ziekteverzuim/schooluitval. 2 De werkzaamheden inzake het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding aan jeugdigen vanaf 14 jaar, omvatten individueel of groepsgerichte voorlichting, advies, instructie en begeleiding, en betreffen in ieder geval de onderwerpen: • overgewicht / ondergewicht • middelengebruik (alcohol, roken, cannabis en andere drugs) • leefstijl – sport en bewegen – seksueel gedrag (waaronder seksueel overdraagbare aandoeningen en anticonceptie) – internetgebruik en gameverslaving • weerbaarheid jeugdigen, waaronder pesten, discriminatie, geweld (waaronder seksuele dwang) • depressie • school-/ziekteverzuim/schooluitval. 2014 449 27-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 11.8 van de
Jeugdwet in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikelen 3 4 5 6 Jeugdwet Bij de werkzaamheden, bedoeld in de,,enwordt zo nodig doorverwezen en -geleid naar curatieve gezondheidszorg, alsmede naar jeugdhulp als bedoeld in de. 2 artikelen 3, onderdelen d, e, g, h en i 4, onderdeel d 5 6 Bij de werkzaamheden, bedoeld in,,en, wordt waar nodig samengewerkt met onderwijs, voorschoolse voorzieningen, jeugdhulp, verloskundigen, kraamzorg, huisartsen en overige curatieve gezondheidszorg, buurtteams en andere relevante zorg- of hulpverleners. 2014 449 27-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 11.8 van de
Jeugdwet in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikelen 3 4 6 De op grond van de,enverkregen gegevens en de op grond van artikel 5 geraamde behoeften aan zorg worden systematisch geanalyseerd ten behoeve van het formuleren van collectieve maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen. 2014 449 27-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 11.8 van de
Jeugdwet in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2014 449 27-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 11.8 van de
Jeugdwet in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 14, vierde lid van de wet artikel 17, tweede lid Indien het college van burgemeester en wethouders toepassing geeft aan, hanteert het college voor de uitvoering dezelfde eisen als in, van dit besluit, aan de gemeentelijke gezondheidsdienst zijn gesteld. 2014 449 27-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 11.8 van de
Jeugdwet in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 6, eerste lid, van de wet Ter uitvoering van de taak, bedoeld inzorgt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval voor: a. wet het, ter uitvoering van de meldingstaken, bedoeld in de, te allen tijde bereikbaar zijn van de gemeentelijke gezondheidsdienst, b. het doorlopend verzamelen, analyseren en toepassen van epidemiologische gegevens over infectieziekten, c. het op grond van de gegevens, bedoeld onder b, inventariseren van relevante trends en risico’s onder de bevolking of specifieke groepen, alsmede het anticiperen daarop, d. het geven van voorlichting en begeleiding, alsmede het beantwoorden van vragen uit de bevolking, e. het zorg dragen voor preventieve bronbehandeling bij de bestrijding van tuberculose, f. het bevorderen van de samenwerking van de gemeentelijke gezondheidsdienst met huisartsen, medisch specialisten, ziekenhuizen, laboratoria en overige organisaties die een rol spelen bij de bestrijding van infectieziekten, g. de algemene voorbereiding op maatregelen ter bestrijding van een epidemie van een infectieziekte, h. het aanbieden van vaccinaties aan risicogroepen, i. de deelname aan toegepast wetenschappelijk onderzoek. 2 artikel 6b, eerste lid, van de wet Het vaccinatieprogramma, bedoeld in, bestaat uit de volgende voor de desbetreffende groepen opgenomen vaccinaties: a. voor alle personen tot 18 jaar: difterie (D), kinkhoest (K), tetanus (T), polio (P), infectie veroorzaakt door haemophilus influenzae type B (Hib), hepatitis B (HepB), infectie veroorzaakt door pneumokokken (Pneu), Bof (B), mazelen (M), rodehond (R) en infectie veroorzaakt door meningokokken groep C (MenC) en groep W (MenW) en infectie veroorzaakt door humaan papillomavirus (HPV) dat kanker kan veroorzaken; b. bij een pasgeborene van een draagster van hepatitis B-virus behoort tevens tot het vaccinatieprogramma het na afloop van de vaccinatieserie in gang zetten van een serologische evaluatie (bloedonderzoek); c. voor zwangeren: kinkhoest (K); d. in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: 1°. voor alle personen tot 18 jaar: infectie veroorzaakt door het respiratoir syncytieel virus (RSV) en infectie veroorzaakt door het rotavirus; 2°. voor zwangeren: infectie veroorzaakt door het griepvirus. 3 artikel 6b, derde lid, van de wet Ter uitvoering vandraagt het college van burgemeester en wethouders mede zorg voor het deel van het vaccinatieprogramma, bedoeld in het tweede lid, en zorgt het college van burgemeester en wethouders ervoor dat: a. tijdig volgens het vaccinatieprogramma uitnodigingen worden verzonden voor vaccinatie en het daartoe bepalen van tijd en locatie van de vaccinatie; b. objectieve, volledige en passende voorlichting aan en begeleiding van ouders of verzorgers wordt geboden over deelname aan het programma, alsmede het beantwoorden van vragen omtrent de vaccinaties; c. op het tijdstip en de locatie, bedoeld in onderdeel a, de vaccinaties worden gegeven; d. het beheer van de vaccins en de uitvoering van de vaccinaties geschiedt volgens de daarvoor geldende professionele richtlijn en door voldoende en deskundig personeel; e. tijdig met het RIVM overleg wordt gevoerd inzake frequentie, planning en organisatie van groepsvaccinaties; f. jaarlijks overleg plaatsvindt tussen de afdeling infectieziektebestrijding van de gemeentelijke gezondheidsdienst en de uitvoerders van de jeugdgezondheidszorg over de door het RIVM opgestelde rapportage over de vaccinatiegraad. 4 artikel 6b, eerste lid, van de wet Onverminderd het tweede lid bestaat het vaccinatieprogramma, bedoeld in, tevens uit vaccinaties voor alle personen tegen een infectie veroorzaakt door SARS-CoV-2 en in het Europese deel van Nederland voor alle personen tot 18 jaar tegen een infectie veroorzaakt door het respiratoir syncytieel virus (RSV) en een infectie veroorzaakt door het rotavirus en voor zwangeren tegen een infectie veroorzaakt door het griepvirus. 2026 90 22-04-2026 16-04-2026 2026 90 22-04-2026 16-04-2026 23-04-2026
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De infectieziekten behorende tot groep C zijn: anthrax, bof, botulisme, brucellose, Carbapenemaseproducerende Enterobacteriaceae, chikungunya, dengue, gele koorts, hantavirusinfectie, heamophilus influenza infectie, pneumokokkenziekte, legionellose, leptospirose, listeriose, malaria, meningokokkenziekte, mrsa-infectie, psittacose, q-koorts, tekenencefalitis, tetanus, trichinose, tularemie west-nile virusinfectie, ziekte van creutzfeldt-jakob, zikavirusinfectie. 2025 7 17-01-2025 13-01-2025 2025 7 17-01-2025 13-01-2025 01-03-2025
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a artikel 6a, eerste lid, van de wet De vectoren, bedoeld inzijn de: a. Aedes aegypti; b. Aedes albopictus; c. Aedes atropalpus; d. Aedes japonicus; e. Aedes koreicus; f. Aedes triseriatus. 2017 457 01-12-2017 20-11-2017 2017 472 13-12-2017 04-12-2017 31-12-2017
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 48 van de wet Een krachtensals behorende tot categorie B aangewezen haven of luchthaven beschikt over een plan voor noodsituaties op het gebied van de infectieziektebestrijding, met inbegrip van de benoeming van een coördinator. 2 In het plan, bedoeld in het eerste lid, wordt ten minste aangegeven: a. hoe toegang wordt verleend aan medisch-diagnostische faciliteiten op een zodanige wijze dat zieke reizigers onverwijld en adequaat kunnen worden onderzocht, alsmede hoe personeel hiertoe wordt ingezet, b. hoe in de bescherming tegen infectie van verzorgend en begeleidend personeel wordt voorzien, c. hoe in de quarantaine van mogelijk geïnfecteerde reizigers wordt voorzien, d. hoe apparatuur en personeel worden ingezet voor het vervoer van zieke reizigers naar een passende medische faciliteit, e. hoe de voorlichting aan personeel, reizigers en overig publiek plaatsvindt, f. hoe wordt voorzien in de bestrijding van een besmetting, waaronder vectorbestrijding, in de haven of luchthaven en van schepen en luchtvaartuigen, g. hoe over het onder a tot en met f gestelde wordt samengewerkt met betrokken diensten en organisaties. 2008 461 18-11-2008 27-10-2008 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 48 van de wet artikel 13 Een krachtensals behorende tot categorie A aangewezen haven of luchthaven beschikt, naast de voorzieningen, bedoeld invan dit besluit, tevens over de volgende voorzieningen: a. artikel 13 een te allen tijde bereikbare crisisdienst die kan worden ingezet ter uitvoering van het plan voor noodsituaties, bedoeld invan dit besluit, b. een van sanitaire voorzieningen voorziene ruimte waar aankomende reizigers, afgezonderd van andere reizigers, aan quarantaine of medische controle kunnen worden onderworpen. 2008 461 18-11-2008 27-10-2008 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 62, eerste lid, van de wet Onze Minister verleent op aanvraag van het college van burgemeester en wethouders een bijdrage in de kosten die voor de gemeente voortvloeien uit het door de voorzitter van de veiligheidsregio dan wel de burgemeester uitvoeren van de door Onze Minister opgedragen maatregelen, bedoeld in. 2 artikel 62, eerste lid, van de wet Onze Minister verleent op aanvraag van het bestuur van een rechtspersoon anders dan een gemeente, een bijdrage in de kosten die voor die rechtspersoon voortvloeien uit het door de voorzitter van de veiligheidsregio uitvoeren van de door Onze Minister opgedragen maatregelen, bedoeld in. 3 De bijdrage wordt vastgesteld op grond van de kosten die voortvloeien uit het daadwerkelijk treffen van de maatregelen en de gevolgen daarvan, verminderd met: a. de kosten waarvoor de gemeente respectievelijk de andere rechtspersoon uit andere hoofde een bijdrage heeft verkregen of kan verkrijgen, b. de kosten die de gemeente respectievelijk de andere rechtspersoon in rekening brengt of kan brengen. 4 Geen bijdrage wordt toegekend, indien de kosten, bedoeld in het derde lid, € 45.000 of minder bedragen. 2022 456 21-11-2022 15-11-2022 2022 456 21-11-2022 15-11-2022 22-11-2022 27-02-2020
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 15, eerste of tweede lid De aanvraag, bedoeld in, wordt uiterlijk twaalf maanden na het einde van het treffen van de maatregelen ingediend. 2 In afwijking van het eerste lid wordt, indien de maatregelen onafgebroken gedurende één jaar worden getroffen, de aanvraag uiterlijk twaalf maanden na het verstrijken van dat jaar ingediend. 3 De aanvraag gaat vergezeld van een opgave van de kosten, welke is voorzien van bewijsstukken. Kosten waarvan de hoogte nog niet kan worden vastgesteld, worden geraamd. 4 Onze Minister beslist binnen zes maanden na indiening van de aanvraag. 5 artikel 15, eerste of tweede lid Op verzoek van de aanvrager kan Onze Minister een voorschot verlenen op de bijdrage, bedoeld in. Een verzoek daartoe gaat vergezeld van een voorlopige opgave van de kosten. 6 Onze Minister kan de vaststelling van een bijdrage intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen: a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan Onze Minister bij de vaststelling van de bijdrage redelijkerwijze niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de bijdrage lager zou zijn vastgesteld, of b. indien de vaststelling van de bijdrage onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten. 2022 456 21-11-2022 15-11-2022 2022 456 21-11-2022 15-11-2022 22-11-2022 27-02-2020
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a artikel 12a, eerste lid, van de wet Het bevolkingsonderzoek, bedoeld inbestaat uit: a. de neonatale hielprikscreening, waarbij onderzoek wordt uitgevoerd bij pasgeborenen naar ernstige aangeboren aandoeningen in het Europese deel van Nederland en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; b. de prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (PSIE) in het Europese deel van Nederland en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; c. het bevolkingsonderzoek naar borstkanker in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; d. het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; e. het bevolkingsonderzoek naar darmkanker in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2023 24 30-01-2023 24-01-2023 2023 56 21-02-2023 14-02-2023 01-04-2023
Artikel 16b — Artikel 16b#
Artikel 16b 1 artikel 12b, eerste lid, van de wet Het integraal beleid, bedoeld inis gericht op het bevorderen van een duurzame en brede aandacht en inzet voor suïcidepreventie, binnen de beschikbare middelen, en kan daartoe de volgende instrumenten omvatten: a. een landelijke agenda suïcidepreventie gericht op een integrale aanpak van preventieve maatregelen, die gebaseerd zijn op de actuele stand van de wetenschap en de praktijk, vertaald naar acties en doelstellingen die, waar mogelijk, ook te vertalen zijn naar gemeentelijke doelstellingen; b. een nationale communicatiestrategie suïcidepreventie om gedachten aan suïcide bespreekbaar te maken en suïcidepreventie algemene bekendheid te geven; c. een onderzoeksprogramma suïcidepreventie voor het ontwikkelen en verspreiden van kennis op het gebied van suïcide en suïcidepreventie. 2 Het integraal beleid wordt door Onze Minister en Onze Ministers die het mede aangaat opgesteld, waar nodig in samenspraak met vertegenwoordigers van de wetenschap en uit de praktijk en met ervaringsdeskundigen. 2025 301 24-10-2025 15-10-2025 2025 334 10-11-2025 30-10-2025 01-01-2026
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 2 van de wet artikel 15 van de wet Met het oog op de uitvoering van de inomschreven taak voldoen de deskundigen, bedoeld in, aan de volgende eisen: a. artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg de sociaal geneeskundige is op grond vangeregistreerd als arts Maatschappij & Gezondheid, en voor zover werkzaam op het terrein van de medische milieukunde, in het door het College Geneeskundig Specialismen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst ingestelde profielregister geregistreerd als arts medische milieukunde KNMG, b. artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg de deskundige op het terrein van de sociale verpleegkunde is op grond vangeregistreerd als verpleegkundige en in het bezit van het diploma HBO-V, c. de epidemioloog is geregistreerd als epidemioloog A in het register van de Vereniging voor Epidemiologie of geregistreerd als epidemioloog B door de Stichting voor opleiding tot Medisch Biologisch Wetenschappelijk Onderzoeker. 2 artikel 5 van de wet artikel 15 van de wet Met het oog op de uitvoering van de inomschreven taak ter zake van gezondheidsrisico’s voor jeugdigen voldoen de deskundigen, bedoeld in, aan de volgende eisen: a. artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg de sociaal geneeskundige is op grond vangeregistreerd als arts Maatschappij & Gezondheid, en in het door het College Geneeskundig Specialismen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst ingestelde profielregister geregistreerd als jeugdarts KNMG, b. artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg de deskundige op het terrein van de sociale verpleegkunde is op grond vangeregistreerd als verpleegkundige en in het bezit van het diploma HBO-V, c. de deskundige op het terrein van de gedragswetenschappen is universitair opgeleid als psycholoog of pedagoog, dan wel in het bezit van de akte M.O.-B pedagogiek. 3 artikel 6 van de wet artikel 15 van de wet Met het oog op de uitvoering van de inomschreven taak voldoen de deskundigen, bedoeld in, aan de volgende eisen: a. artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg de sociaal geneeskundige, belast met de infectieziektebestrijding, is op grond vangeregistreerd als arts Maatschappij & Gezondheid, en in het door het College Geneeskundig Specialismen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst ingestelde profielregister geregistreerd als arts infectieziektebestrijding KNMG, b. de sociaal geneeskundige, belast met de bestrijding van tuberculose, is: – artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg op grond vangeregistreerd als arts Maatschappij & Gezondheid, en in het door het College Geneeskundig Specialismen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst ingestelde profielregister geregistreerd als arts tuberculosebestrijding KNMG, of – artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg op grond vangeregistreerd als longarts, c. artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg de deskundige op het terrein van de sociale verpleegkunde is op grond vangeregistreerd als verpleegkundige en in het bezit van het diploma HBO-V. 2014 449 27-11-2014 05-11-2014 2014 449 27-11-2014 05-11-2014 01-01-2015
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a 1 artikel 12b, eerste lid, van de wet De vergunningplicht, bedoeld in, is van toepassing op: a. wild poliovirus type 1, 2 of 3; b. vaccine-derived poliovirus type 1, 2 of 3; c. Sabin type 1, 2 of 3; d. oral polio vaccine 1, 2 of 3; e. door de Wereld Gezondheidsorganisatie goedgekeurde novel poliovirus strains, met inbegrip van novel oral polio vaccine strains. 2 De geldigheidsduur van de vergunning bedraagt: a. de op het moment van verlening van de vergunning resterende duur van een in verband met de uitvoering van Resolutie WHA71.16 van de Wereld Gezondheidsorganisatie aan de aanvrager verstrekt certificaat; b. bij gebreke van zodanig certificaat, drie jaar. 3 artikel 12f, eerste lid, onderdeel a, van de wet artikel 12b, vijfde lid, van de wet Degene aan wie eerder een vergunning is verleend en die voorafgaand aan het verstrijken van de geldigheidsduur daarvan of voordat zich de situatie, bedoeld invoordoet, een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die vergunning heeft ingediend, mag de handelingen met het betreffende poliovirus blijven voortzetten totdat op die aanvraag is beslist, behoudens de inneergelegde bevoegdheid van Onze Minister. 2025 19 31-01-2025 27-01-2025 2025 31 07-02-2025 27-01-2025 01-03-2025 Artikel III van Stb. 2025/19 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17b — Artikel 17b#
Artikel 17b artikel 17a, eerste lid Ter zake van het bewaren, bewerken, gebruiken of anderszins verwerken van de in, aangewezen typen poliovirus geldt dat degene die de handelingen daarmee verricht of beoogt te verrichten: a. een essentiële faciliteit is; en b. voldoet aan de bij regeling van Onze Minister gestelde eisen die verband houden met de uitvoering van Resolutie WHA71.16 van de Wereld Gezondheidsorganisatie. 2025 19 31-01-2025 27-01-2025 2025 31 07-02-2025 27-01-2025 01-03-2025 Artikel III van Stb. 2025/19 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17c — Artikel 17c#
Artikel 17c 1 artikel 12i, eerste lid, van de wet De meldplicht, bedoeld in, is van toepassing op het bewaren, bewerken, gebruiken of anderszins verwerken van: a. potentieel infectieus materiaal met wild poliovirus type 1, 2 of 3; b. potentieel infectieus materiaal met vaccine-derived poliovirus type 1, 2 of 3; c. potentieel infectieus materiaal met Sabin type 1, 2 of 3; d. potentieel infectieus materiaal met oral polio vaccine 1, 2 of 3; e. potentieel infectieus materiaal met novel poliovirus strains. 2 Een melding wordt gedaan bij de inspectie langs elektronische weg, voorafgaand aan de aanvang van de in het eerste lid genoemde handelingen, onder verstrekking van in ieder geval de volgende gegevens: a. het type materiaal en de hoeveelheid daarvan; b. het land van herkomst en de datum waarop het materiaal is verzameld; c. de aard van de handelingen en de beoogde duur daarvan. 3 De meldplicht is niet van toepassing op handelingen door een zorgverlener en daarmee samenhangende handelingen voor zover deze noodzakelijk zijn ten behoeve van diagnostiek. 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de meldplicht. 2025 19 31-01-2025 27-01-2025 2025 31 07-02-2025 27-01-2025 01-03-2025 Artikel III van Stb. 2025/19 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Wijzigt het Uitvoeringsbesluit artikel 1, tweede lid, Kwaliteitswet zorginstellingen, enz. 2008 461 18-11-2008 27-10-2008 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Wijzigt het Algemeen Rijksambtenarenreglement. 2008 461 18-11-2008 27-10-2008 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Wijzigt het Ambtenarenreglement Staten-Generaal. 2008 461 18-11-2008 27-10-2008 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Wijzigt het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie. 2008 461 18-11-2008 27-10-2008 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2008 461 18-11-2008 27-10-2008 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit publieke gezondheid. 2008 461 18-11-2008 27-10-2008 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008