Besluit van 16 oktober 2007, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies ten behoeve van de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling (Besluit stimulering duurzame energieproductie)
- BWB-id
- BWBR0022735
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0022735
- ELI
- /eli/nl/amvb/2008/besluit-stimulering-duurzame-energieproductie-en-klimaattran
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2008/besluit-stimulering-duurzame-energieproductie-en-klimaattran/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0022735&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0022735&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0022735/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2008/besluit-stimulering-duurzame-energieproductie-en-klimaattran
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. hernieuwbare energiebronnen: wind, zonne-energie, aardwarmte, omgevingswarmte, osmose, golfenergie, getijdenenergie, waterkracht, biomassa, stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas; b. biomassa: de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw – met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen –, de bosbouw, de visserij- en aquacultuursector en aanverwante bedrijfstakken, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval; c. hernieuwbare elektriciteit: elektriciteit, opgewekt in een productie-installatie die uitsluitend gebruik maakt van hernieuwbare energiebronnen, alsmede elektriciteit die is opgewekt met hernieuwbare energiebronnen in een hybride productie-installatie die ook met conventionele energiebronnen werkt, met inbegrip van elektriciteit die is opgewekt met hernieuwbare energiebronnen en die wordt gebruikt voor accumulatiesystemen, en met uitzondering van elektriciteit die afkomstig is van accumulatiesystemen; d. artikel 1.1 van de Energiewet gas: gas als bedoeld in; e. hernieuwbaar gas: gas, opgewekt in een productie-installatie die uitsluitend gebruik maakt van hernieuwbare energiebronnen, alsmede gas, opgewekt met hernieuwbare energiebronnen in een hybride productie-installatie die ook fossiele energiebronnen gebruikt; f. 3 3 één Nmaardgasequivalent: de hoeveelheid gas met een verbrandingswaarde die overeenkomt met één Nmaardgas van standaard Groningen kwaliteit onder normaalcondities; g. hernieuwbare warmte: warmte, opgewekt in een productie-installatie die uitsluitend gebruik maakt van hernieuwbare energiebronnen, alsmede warmte, opgewekt met hernieuwbare energiebronnen in een hybride productie-installatie waarin ook andere energiebronnen worden gebruikt, met uitzondering van warmte die afkomstig is van accumulatiesystemen; h. productie-installatie: een samenstel van voorzieningen waarmee hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, dan wel broeikasgas wordt verminderd, waarbij onder een samenstel van voorzieningen wordt verstaan alle aanwezige middelen die onderling met elkaar zijn verbonden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte dan wel vermindering van broeikasgas; i. producent: een ieder die een productie-installatie in stand houdt; j. transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit: artikel 1.1 van de Energiewet transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit als bedoeld in; k. transmissie- of distributiesysteem voor gas: artikel 1.1 van de Energiewet transmissie- of distributiesysteem voor gas als bedoeld in; l. artikel 1.1 van de Energiewet artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet garantie van oorsprong: een garantie van oorsprong als bedoeld in, een garantie van oorsprong voor ander gas uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 1 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong of een garantie van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in; m. gebundelde aanvraag: de bundeling van maximaal 250 aanvragen om subsidieverlening vallend binnen één subsidieplafond in één aanvraag om subsidieverlening; n. artikelen 1, tweede lid 2, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee: een productie-installatie die is opgericht op een afstand van meer dan één kilometer zeewaarts van de laagwaterlijn, bedoeld in de, enen die niet is gelegen binnen een gemeentelijke grens, waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd met behulp van windenergie; o. fase: de bij ministeriële regeling vastgestelde periode waarbinnen de aanvragen ontvangen moeten zijn. Voor iedere fase geldt een andere openstellingsdatum; p. vervallen; q. vervallen; r. richtlijn (EU) 2018/2001 richtlijn (EU) 2018/2001:van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328); s. samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten, niet zijnde een vennootschap; t. artikel 1 van de Wet windenergie op zee innovatiekavel: kavel als bedoeld in, dat bestemd is voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee met de bijzondere en risicovolle inzet van een innovatieve productie-installatie; u. broeikasgas: koolstofdioxide en andere gascomponenten van zowel menselijke als natuurlijke oorsprong die warmtestraling van de aarde en de wolken naar de atmosfeer absorberen of terugkaatsen en daarmee bijdragen aan opwarming van de aarde gecorrigeerd naar koolstofdioxide-equivalenten; v. primair product: meetbare eenheid die de productie-installatie ter vermindering van broeikasgas produceert die daarbij een bron van opbrengsten is voor de producent; w. subsidiabele productie: de meetbare prestatie waarvoor aan de subsidie-ontvanger subsidie wordt verstrekt; x. vermindering van broeikasgas: vermindering van broeikasgas in de atmosfeer door middel van de afvang en opslag, afvang en hergebruik dan wel vermindering of vermijding van de uitstoot van broeikasgas; y. conformiteitsbeoordelingsverklaring: verklaring dat een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de daarin gespecificeerde biomassa is geproduceerd op een wijze die voldoet aan de daarop van toepassing zijnde eisen die in de verklaring zijn gespecificeerd; z. erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie: rechtspersoon die door Onze Minister is erkend voor het uitvoeren van een werkzaamheid en op basis daarvan is gerechtigd tot het afgeven van een conformiteitsbeoordelingsverklaring; aa. verificatieprotocol: normdocument met eisen voor de wijze waarop en op grond waarvan een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie de conformiteitsbeoordeling verricht; bb. artikel 1.1 van de Energiewet garantie van oorsprong voor niet-netlevering: garantie van oorsprong voor duurzame elektriciteit die op een productie-installatie of op een directe lijn, als bedoeld in, wordt ingevoed. 2 Bij ministeriële regeling kunnen andere hernieuwbare energiebronnen dan genoemd in het eerste lid, onderdeel a, worden aangewezen. 3 Bij ministeriële regeling wordt bepaald wat onder nuttige aanwending van hernieuwbare warmte of koolstofdioxide-arme warmte wordt verstaan. 4 3 Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met één kWh de hoeveelheid elektrische energie die overeenkomt met 0,102359965 Nmaardgasequivalent of 0,0036 GJ. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikel 5.10, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 11a.2, eerste lid jo. derde lid, onderdelen a en c, van de Wet milieubeheer Dit besluit berust mede open. 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 26-03-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 24a Onze Minister kan onverminderdop aanvraag subsidie verstrekken voor: a. de productie van hernieuwbare elektriciteit aan een producent van hernieuwbare elektriciteit om gedurende een bepaalde periode het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van deze hernieuwbare elektriciteit en de relevante gemiddelde marktprijs van elektriciteit geheel of gedeeltelijk te compenseren; b. de productie van hernieuwbaar gas aan een producent van hernieuwbaar gas om gedurende een bepaalde periode het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van dit hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas geheel of gedeeltelijk te compenseren; c. de productie van hernieuwbare warmte aan een producent van hernieuwbare warmte om gedurende een bepaalde periode het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van deze hernieuwbare warmte en de relevante gemiddelde marktprijs van warmte geheel of gedeeltelijk te compenseren; d. de vermindering van broeikasgas aan een producent die een productie-installatie voor de vermindering van broeikasgas in stand houdt, om gedurende een bepaalde periode het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van deze vermindering van broeikasgas en de gemiddelde kostprijs van uitstoot van broeikasgas geheel of gedeeltelijk te compenseren. 2 Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte, dan wel de vermindering van broeikasgas. 3 Bij ministeriële regeling wordt de wijze van verdeling van een subsidieplafond bepaald. 4 Bij ministeriële regeling kunnen perioden worden vastgesteld waarbinnen de aanvragen ontvangen moeten zijn. 5 Bij ministeriële regeling kan per categorie productie-installaties een afzonderlijke maximale productie in kWh dan wel maximale vermindering van broeikasgas in kg, of voor meerdere categorieën tezamen, één maximale productie in kWh dan wel maximale vermindering van broeikasgas in kg worden vastgesteld die jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt. 6 Bij ministeriële regeling kan voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee per locatie een afzonderlijke maximale productie in kWh, of voor meerdere locaties tezamen, één maximale productie in kWh worden vastgesteld die jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt. 7 Bij ministeriële regeling kunnen onder meer voor de wijze van rangschikking van aanvragen, de wijze van vergelijking van verschillende productie-installaties ten behoeve van de rangschikking of de berekening van de subsidiabele productie omrekenfactoren worden vastgesteld: a. voor andere broeikasgassen dan koolstofdioxide naar koolstofdioxide-equivalenten; b. van kWh naar kg broeikasgas; c. naar de productie van duurzame energie of vermindering van broeikasgas in Nederland; d. voor andere eenheden die van invloed zijn op de berekening van de vermindering van broeikasgas. 8 De vaststelling van de omrekenfactoren, bedoeld in het zevende lid, kan verschillen per categorie productie-installaties. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, eerste lid Geen subsidie als bedoeld in, wordt verstrekt indien: a. het een op het tijdstip van indiening van de subsidieaanvraag bestaande productie-installatie betreft; of b. op het tijdstip van indiening van de subsidieaanvraag onomkeerbare investeringsverplichtingen zijn aangegaan voor de op dat tijdstip nog niet-bestaande productie-installatie. 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan subsidie worden verstrekt indien: a. aan de productie-installatie een extra faciliteit voor de productie van additionele hernieuwbare elektriciteit, additionele hernieuwbare warmte of additioneel hernieuwbaar gas of voor de additionele vermindering van broeikasgas wordt toegevoegd, voor die toevoeging op het tijdstip van indiening van de subsidieaanvraag geen onomkeerbare investeringsverplichtingen zijn aangegaan en de productie-installatie behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties; b. de productie-installatie wordt voortgezet, de renovatie- en exploitatiekosten van de productie-installatie ertoe leiden dat die voortzetting onrendabel is en de productie-installatie behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties. 3 artikel 2, eerste lid Geen subsidie als bedoeld in, wordt verstrekt indien eerder op grond dit besluit of het Besluit stimulering duurzame energieproductie subsidie is verstrekt: a. voor de aangevraagde productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte of de aangevraagde vermindering van broeikasgas door de productie-installatie; b. voor de aangevraagde productie van additionele hernieuwbare elektriciteit, additioneel hernieuwbaar gas of additionele hernieuwbare warmte of de aangevraagde additionele vermindering van broeikasgas door de extra faciliteit, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a; c. voor de aangevraagde productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte of de aangevraagde vermindering van broeikasgas door de voorzetting, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b. 4 In afwijking van het derde lid kan subsidie worden verstrekt indien de eerdere beschikking tot subsidieverlening is ingetrokken, daarbij is bepaald dat de intrekking terugwerkt tot het tijdstip waarop de subsidie is verleend en ten minste drie jaar is verstreken sinds dat tijdstip. 5 artikel 2, eerste lid Geen subsidie als bedoeld in, wordt verstrekt indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, tenzij het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties. 6 artikel 2, eerste lid Geen subsidie als bedoeld in, wordt verstrekt indien de productie-installatie hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare warmte opwekt uit een hernieuwbare energiebron die geheel of gedeeltelijk bestaat uit hernieuwbaar gas dat afkomstig is uit een of meerdere productie-installaties waaraan op grond van dit besluit subsidie is verstrekt. 7 Een productie-installatie die, zonder dat daarvoor een technische aanpassing nodig is, tegelijkertijd ingezet wordt voor permanente opslag van broeikasgas en gebruik van broeikasgas wordt aangemerkt als twee afzonderlijke productie-installaties. 8 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het eerste tot en met zevende lid. 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2, eerste lid Onze Minister kan reeds ontvangen of genoten overheidssteun dan wel in de toekomst te ontvangen of te genieten overheidssteun die er toe leidt dat de totale aan de producent verleende overheidssteun meer bedraagt dan is toegestaan ingevolge voor de Staat geldende verplichtingen krachtens een verdrag, in mindering brengen op de subsidie bedoeld in. 2 Indien sprake is van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte of voor de vermindering van broeikasgas door een productie-installatie en de productie-installatie behoort tot een categorie productie-installaties waarvoor geen eindbeslissing van de Europese Commissie voorhanden is die aangeeft dat de voorgenomen steun volgens artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie verenigbaar is met de interne markt, kan de beschikking tot subsidieverlening: a. worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat goedkeuring wordt verkregen van de Europese Commissie in het kader van staatssteun; b. worden gewijzigd ter verkrijging van de goedkeuring van de Europese Commissie in het kader van staatssteun. 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3, tweede lid, onderdeel a Indien sprake is van een situatie als bedoeld in, komt uitsluitend hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte, dan wel de vermindering van broeikasgas die als gevolg van deze uitbreiding extra is geproduceerd respectievelijk is gerealiseerd voor subsidie in aanmerking. 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a artikel 3, tweede lid, onderdeel a of b Indien sprake is van een situatie als bedoeld in, en er daardoor voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, twee of meer beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie of dezelfde vorm van vermindering van broeikasgas, wordt in een kalenderjaar de hernieuwbare elektriciteit, het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte dan wel de vermindering van broeikasgas die onder een later afgegeven beschikking extra wordt geproduceerd respectievelijk is verminderd, subsidiabel indien de subsidiabele productie van de eerder afgegeven beschikking of beschikkingen volledig is benut. 2025 436 19-12-2025 09-12-2025 2025 436 19-12-2025 09-12-2025 01-01-2026
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 61, eerste lid artikel 3, tweede lid, onderdeel b De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt aan op de datum van ingebruikname van de productie-installatie, met dien verstande dat de periode waarover subsidie wordt verstrekt niet later aanvangt dan binnen de op grond van, vastgestelde termijn waarbinnen de productie-installatie, in voorkomend geval na voortzetting, bedoeld in, of de extra faciliteit, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, in gebruik moet worden genomen. 2 artikel 61, eerste lid artikel 3, tweede lid, onderdeel b In afwijking van het eerste lid vangt de periode waarover subsidie wordt verstrekt voor een project voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met een nominaal vermogen gelijk aan of groter dan 100 MW en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties aan op de door de subsidie-ontvanger in de aanvraag aangegeven datum, met dien verstande dat de periode waarover subsidie wordt verstrekt niet later aanvangt dan binnen de op grond van, vastgestelde termijn waarbinnen de productie-installatie, in voorkomend geval na voortzetting, bedoeld in, of de extra faciliteit, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, in gebruik moet worden genomen. Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger bepalen dat het tijdstip van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt voor maximaal vijf gedeelten van de beschikking tot subsidieverlening verschilt. Tussen de startdatums zit een periode van tenminste twee maanden. 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Bij ministeriële regeling wordt bepaald over welke periode voor een categorie productie-installaties subsidie wordt verstrekt. Deze periode kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties of verschillende wijzen van verdeling van het beschikbare bedrag. 2 artikel 15, derde lid artikel 15a, derde lid artikel 23, derde lid artikel 32, derde lid artikel 32a, derde lid artikel 40, derde lid artikel 48, derde lid artikel 48a, derde lid artikel 55, derde lid artikel 55j, derde lid artikel 55 ja, derde lid artikel 55j, derde lid artikel 55q, derde lid Indien een categorie productie-installaties bij ministeriële regeling is aangewezen als een categorie productie-installaties als bedoeld in,, jo. artikel 15, derde lid,,,, jo. artikel 32, derde lid,,,, jo. artikel 48, derde lid,,,, jo., of, kan Onze Minister de periode waarover subsidie wordt verstrekt met ten hoogste een jaar verlengen om het ongebruikte aantal kWh of kg broeikasgas dat voor subsidie in aanmerking komt, te produceren onderscheidenlijk te verminderen. 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Aan de producent van hernieuwbare elektriciteit die is geproduceerd door een bij regeling van Onze Minister aan te wijzen categorie productie-installaties voor hernieuwbare elektriciteit, kan subsidie worden verleend. 2 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de subsidieverstrekking voor een categorie productie-installaties wordt beperkt tot producenten die zijn aangesloten op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 2, derde lid De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst. 2011 548 28-11-2011 18-11-2011 2012 91 09-03-2012 22-02-2002 13-03-2012
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, kan per fase een fasebedrag per kWh worden vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit. 2 artikel 11 Voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit geldt het fasebedrag per kWh dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties, bedoeld in, in welk geval dit basisbedrag geldt. 3 Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties een fasebedrag worden vastgesteld dat afwijkt van het fasebedrag vastgesteld op grond van het eerste lid. 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een basisbedrag per kWh vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit. 2 Het basisbedrag bedraagt ten hoogste de gemiddelde kosten per kWh voor het produceren van hernieuwbare elektriciteit per categorie productie-installaties. 3 Voor de kWh die voor subsidie in aanmerking komen kunnen verschillende basisbedragen gelden die zijn gerelateerd aan: a. de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt; b. het aantal vollasturen van de productie-installatie; c. het rendement van de productie-installatie. 2007 410 30-10-2007 16-10-2007 2008 81 25-03-2008 06-03-2008 01-04-2008
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 14 artikel 16 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het fasebedrag of basisbedrag, bedoeld inen de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in, een basiselektriciteitsprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties. Bij regeling van Onze Minister kan een aparte basiselektriciteitsprijs per kWh worden vastgesteld voor elektriciteit die niet op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit wordt ingevoed. 2 Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basiselektriciteitsprijzen gelden die gerelateerd zijn aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt. 3 De hoogte van de basiselektriciteitsprijs bedraagt tweederde van de lange termijn elektriciteitsprijs. 4 artikelen 13 14, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid 16 Indien op grond van het eerste lid een aparte basiselektriciteitsprijs per kWh wordt vastgesteld voor elektriciteit die niet op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit wordt ingevoed dan geldt voor het aantal kWh dat niet op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit is ingevoed bij de toepassing van het derde lid en de,, ende basiselektriciteitsprijs of elektriciteitsprijs voor niet op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit ingevoede elektriciteit. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties waarvoor een gerede kans bestaat dat de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare elektriciteit op enig moment gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt lager zal zijn dan de gemiddelde marktprijs van hernieuwbare elektriciteit, een opbrengstgrensbedrag per kWh voor het bepalen van de subsidie worden vastgesteld, dat kan verschillen per categorie productie-installaties. 2 Het opbrengstgrensbedrag is hoger dan het basisbedrag dat is vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties. 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 10 artikel 11 artikel 12 artikel 12a Het fasebedrag, bedoeld in, of het basisbedrag, bedoeld in, de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in, en het opbrengstgrensbedrag, bedoeld in, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt. 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het fasebedrag of basisbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met: a. artikel 12 artikel 12 de elektriciteitsprijs of, indien de elektriciteitsprijs lager is dan de inbedoelde basiselektriciteitsprijs, de inbedoelde basiselektriciteitsprijs; b. de waarde van garanties van oorsprong; c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare elektriciteit en de relevante gemiddelde marktprijs van elektriciteit en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid. 2 De elektriciteitsprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor elektriciteit, die kan worden gecorrigeerd voor een bepaalde periode waarin de waarde voor elektriciteit negatief is, verminderd met de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en de onbalanskosten. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop de correctie of de vermindering plaatsvindt. 3 titel 16.2 van de Wet milieubeheer In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het fasebedrag of basisbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh in verband met de opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in. 4 artikel 12 Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties en de in het tweede lid bedoelde profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond vanverschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld. 5 artikel 12 Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond vanverschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriele regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd en voor de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten de waarden die op grond van het vierde lid zijn vastgesteld. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld. 6 Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende bedrag vaststellen. 7 Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende bedrag vaststellen. 8 Indien het ingevolge het eerste, vierde, zevende of achtste lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul. 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 26-03-2022
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door: a. met elkaar te vermenigvuldigen: 1°. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit heeft ingevoed, met 2°. artikel 14 het voor het betreffende kalenderjaar op basis vangeldende gecorrigeerde fasebedrag of basisbedrag, en b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen. 2 Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de waarde voor elektriciteit gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt. 3 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat, indien in een jaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kWh bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kWh dat opgeteld wordt bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 4 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar meer kWh is geproduceerd of uit vorige jaren is overgebracht dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, waarbij het verschil in kWh dat in een vorig jaar minder is geproduceerd ingevolge het derde lid reeds is opgeteld, het verschil in kWh bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal geproduceerde kWh dat opgeteld wordt bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar. 5 Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid, voor een categorie van productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald. 6 Indien een subsidie-ontvanger hernieuwbare elektriciteit opwekt met een bij ministeriële regeling aangewezen productie-installatie, wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een installatie heeft ingevoed. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a 1 artikel 15 artikel 12a In afwijking vanwordt de subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt die hernieuwbare elektriciteit produceert met een productie-installatie die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarvoor op grond vaneen opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, bepaald door: a. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit heeft ingevoed, te vermenigvuldigen met: 1°. artikel 14, vierde lid het fasebedrag of basisbedrag, verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van, indien deze som lager is dan het fasebedrag of basisbedrag; 2°. artikel 14, vierde lid nul, indien de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van, gelijk is aan of hoger is dan het fasebedrag of basisbedrag en lager is dan of gelijk is aan het opbrengstgrensbedrag; of 3°. artikel 14, vierde lid het opbrengstgrensbedrag verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van, indien deze som hoger is dan het opbrengstgrensbedrag; en b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen. 2 Indien het volgens het eerste lid, onderdeel b, berekende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul. 3 Artikel 15, tweede, derde, vijfde en zesde lid , zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening, bedoeld in het eerste lid. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 10 artikel 11 artikel 12 De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het fasebedrag, bedoeld in, of het basisbedrag, bedoeld in, en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh. 2015 47 06-02-2015 27-01-2015 2015 113 17-03-2015 09-03-2015 18-03-2015
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 2, derde lid De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking. 2011 548 28-11-2011 18-11-2011 2012 91 09-03-2012 22-02-2002 13-03-2012
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2011 548 28-11-2011 18-11-2011 2012 91 09-03-2012 22-02-2002 13-03-2012
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een tenderbedrag per kWh opgegeven. Bij een gebundelde aanvraag is het door de producent opgegeven tenderbedrag van toepassing op alle aanvragen die deel uitmaken van de gebundelde aanvraag. 2 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een maximum tenderbedrag per kWh voor hernieuwbare elektriciteit bepaald. 3 Het maximum tenderbedrag bedraagt maximaal de gemiddelde kosten per kWh voor het produceren van hernieuwbare elektriciteit per categorie van productie-installaties. 4 Indien de subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee per locatie wordt verstrekt, wordt bij de aanvraag tot subsidieverlening door de producent voor elke locatie afzonderlijk een tenderbedrag als bedoeld in het eerste lid opgegeven. De gecombineerde aanvraag voor twee of meerdere locaties wordt behandeld als één aanvraag. 2015 47 06-02-2015 27-01-2015 2015 113 17-03-2015 09-03-2015 18-03-2015
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 22 artikel 24 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in, en de vaststelling van bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in, een basiselektriciteitsprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties. Bij regeling van Onze Minister kan een aparte basiselektriciteitsprijs per kWh worden vastgesteld voor elektriciteit die niet op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit wordt ingevoed. 2 Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basiselektriciteitsprijzen gelden die gerelateerd zijn aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt. 3 De hoogte van de basiselektriciteitsprijs bedraagt tweederde van de lange termijn elektriciteitsprijs. 4 artikelen 21, tweede lid 22, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid 24 Indien op grond van het eerste lid een aparte basiselektriciteitsprijs per kWh worden vastgesteld voor elektriciteit die niet op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit wordt ingevoed dan geldt voor het aantal kWh dat niet op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit is ingevoed bij de toepassing van het derde lid en de,, ende basiselektriciteitsprijs of elektriciteitsprijs voor niet op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit ingevoede elektriciteit. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a 1 Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties waarvoor een gerede kans bestaat dat de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare elektriciteit op enig moment gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt lager zal zijn dan de gemiddelde marktprijs van hernieuwbare elektriciteit, een opbrengstgrensbedrag per kWh voor het bepalen van de subsidie worden vastgesteld, dat kan verschillen per categorie productie-installaties. 2 artikel 19, tweede lid Het opbrengstgrensbedrag is hoger dan het maximum tenderbedrag per kWh, bedoeld in, dat is vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties. 3 Onze minister kan het opbrengstgrensbedrag in afwijking van het eerste lid uitdrukken in het product van het tenderbedrag en een bij ministeriële regeling vast te stellen factor. 2025 436 19-12-2025 09-12-2025 2025 436 19-12-2025 09-12-2025 01-01-2026
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 19, eerste lid Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt. 2 artikel 20 artikel 20a De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in, en het opbrengstgrensbedrag, bedoeld in, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt. 2025 436 19-12-2025 09-12-2025 2025 436 19-12-2025 09-12-2025 01-01-2026
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het tenderbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met: a. artikel 20 artikel 20 de elektriciteitsprijs of, indien de elektriciteitsprijs lager is dan de inbedoelde basiselektriciteitsprijs, de inbedoelde basiselektriciteitsprijs; b. de waarde van de garanties van oorsprong; c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare elektriciteit en de relevante gemiddelde marktprijs van elektriciteit en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid. 2 De elektriciteitsprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor elektriciteit, die kan worden gecorrigeerd voor een bepaalde periode waarin de waarde voor elektriciteit negatief is, verminderd met de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en de onbalanskosten. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop de correctie of de vermindering plaatsvindt. 3 16.2 van de Wet milieubeheer In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het tenderbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel. 4 artikel 20 Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties en de in het tweede lid bedoelde profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond vanverschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld. 5 artikel 20 Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond vanverschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriele regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd en voor de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten de waarden die op grond van het derde lid zijn vastgesteld. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld. 6 Indien het ingevolge het eerste of derde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul. 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 26-03-2022
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door: a. met elkaar te vermenigvuldigen: 1°. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit heeft ingevoed, met 2°. artikel 22 het voor het betreffende kalenderjaar op basis vangeldende gecorrigeerde tenderbedrag, en b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen. 2 Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de waarde voor elektriciteit gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt. 3 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kWh bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kWh dat opgeteld wordt bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 4 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar meer kWh is geproduceerd of uit vorige jaren is overgebracht dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, waarbij het verschil in kWh dat in een vorig jaar minder is geproduceerd ingevolge het derde lid reeds is opgeteld, het verschil in kWh bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal geproduceerde kWh dat opgeteld wordt bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar. 5 Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid voor een categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald. 6 Indien een subsidie-ontvanger hernieuwbare elektriciteit opwekt met een bij ministeriële regeling aangewezen productie-installatie, wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een installatie heeft ingevoed. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a 1 artikel 23 artikel 20a In afwijking van, wordt de subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt die hernieuwbare elektriciteit produceert met een productie-installatie die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarvoor op grond vaneen opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, bepaald door: a. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een elektriciteitsnet heeft ingevoed, te vermenigvuldigen met: 1°. artikel 22, vierde lid het tenderbedrag, verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van, indien deze som lager is dan het tenderbedrag; 2°. artikel 22, vierde lid nul, indien de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van, gelijk is aan of hoger is dan het tenderbedrag en lager is dan of gelijk is aan het opbrengstgrensbedrag; of 3°. artikel 22, vierde lid het opbrengstgrensbedrag, verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van, indien deze som hoger is dan het opbrengstgrensbedrag; en b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen. 2 Indien het volgens het eerste lid, onderdeel b, berekende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul. 3 Artikel 23, tweede, derde, vijfde en zesde lid , zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening, bedoeld in het eerste lid. 2025 436 19-12-2025 09-12-2025 2025 436 19-12-2025 09-12-2025 01-01-2026
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 19 artikel 20 De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in, en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh. 2007 410 30-10-2007 16-10-2007 2008 81 25-03-2008 06-03-2008 01-04-2008
Artikel 24a — Artikel 24a#
Artikel 24a 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel a Onze Minister kan op aanvraag aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee op een innovatiekavel subsidie verstrekken voor de kosten van de bijzondere en risicovolle inzet van een innovatieve productie-installatie. Dit laat de mogelijkheid om subsidie te verstrekken als bedoeld in, onverlet. 2 paragraaf 1 6 7 9 artikel 69 Op subsidie als bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, zijn,,, enenvan toepassing en is artikel 4 van overeenkomstige toepassing. De overige bepalingen van dit besluit zijn niet van toepassing. 2017 384 20-10-2017 07-10-2017 2017 383 20-10-2017 07-10-2017 21-10-2017
Artikel 24b — Artikel 24b#
Artikel 24b 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel a artikel 24a, eerste lid Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per innovatiekavel een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidie als bedoeld in, en. 2 Bij ministeriële regeling kan een periode worden vastgesteld waarbinnen de aanvragen om subsidie voor een innovatiekavel ontvangen moeten zijn. 3 artikel 24a, tweede lid artikelen 6, derde lid 23 24 70 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de verstrekking van subsidie als bedoeld in het eerste lid, die kunnen afwijken van de artikelen, bedoeld inen van de,,en, eerste lid. In ieder geval kunnen regels worden gesteld over de productie-installaties waarvoor deze subsidie wordt verstrekt, de vorm van de subsidie, de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover en het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald. 4 Een ministeriële regeling die op grond van het derde lid afwijkt van dit besluit, wordt vastgesteld voor een periode van ten hoogste 5 jaar. 2017 384 20-10-2017 07-10-2017 2017 383 20-10-2017 07-10-2017 21-10-2017
Artikel 24c — Artikel 24c#
Artikel 24c 1 artikel 24b, eerste lid Onze Minister verdeelt het subsidieplafond, bedoeld in, op basis van rangschikking. 2 Bij ministeriële regeling worden criteria voor rangschikking van de aanvragen vastgesteld. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot wegingsfactoren voor de criteria, bedoeld in het tweede lid. 2017 384 20-10-2017 07-10-2017 2017 383 20-10-2017 07-10-2017 21-10-2017
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Aan de producent van hernieuwbaar gas dat is geproduceerd door een bij regeling van Onze Minister aan te wijzen categorie productie-installaties voor hernieuwbaar gas, kan subsidie worden verleend. 2011 548 28-11-2011 18-11-2011 2012 91 09-03-2012 22-02-2002 13-03-2012
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 2, derde lid De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst. 2011 548 28-11-2011 18-11-2011 2012 91 09-03-2012 22-02-2002 13-03-2012
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, kan per fase een fasebedrag per kWh worden vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbaar gas. 2 artikel 28 Voor de subsidie voor de productie van hernieuwbaar gas geldt het fasebedrag per kWh dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties, bedoeld in, in welk geval dit basisbedrag geldt. 3 Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties een fasebedrag worden vastgesteld dat afwijkt van het fasebedrag vastgesteld op grond van het eerste lid. 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een basisbedrag per kWh vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbaar gas. 2 Het basisbedrag bedraagt ten hoogste de gemiddelde kosten per kWh voor het produceren van hernieuwbaar gas per categorie van productie-installaties. 3 Voor de kWh die voor subsidie in aanmerking komen kunnen verschillende basisbedragen gelden die zijn gerelateerd aan: a. de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt; b. het aantal vollasturen van de productie-installatie; c. het rendement van de productie-installatie. 2015 47 06-02-2015 27-01-2015 2015 113 17-03-2015 09-03-2015 18-03-2015
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 31 artikel 33 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het fasebedrag of basisbedrag, bedoeld inen de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in, een basisenergieprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties. 2 De hoogte van de basisenergieprijs bedraagt tweederde van de lange termijn gasprijs voor de betreffende toepassing van het gas. 2015 47 06-02-2015 27-01-2015 2015 113 17-03-2015 09-03-2015 18-03-2015
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a 1 Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties waarvoor een gerede kans bestaat dat de gemiddelde kostprijs van hernieuwbaar gas op enig moment gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt lager zal zijn dan de gemiddelde marktprijs van hernieuwbaar gas, een opbrengstgrensbedrag per kWh voor het bepalen van de subsidie worden vastgesteld, dat kan verschillen per categorie productie-installaties. 2 Het opbrengstgrensbedrag is hoger dan het basisbedrag dat is vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties. 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 27 artikel 28 artikel 29 artikel 29a Het fasebedrag, bedoeld in, of het basisbedrag, bedoeld in, de basisenergieprijs, bedoeld in, en het opbrengstgrensbedrag, bedoeld in, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt. 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het fasebedrag of basisbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met: a. artikel 29 de energieprijs of, indien de energieprijs lager is dan de inbedoelde basisenergieprijs, de in artikel 29 bedoelde basisenergieprijs; b. de waarde van de garanties van oorsprong; c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van de hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid. 2 De energieprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor gas voor de betreffende toepassing van het gas. 3 titel 16.2 van de Wet milieubeheer In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het fasebedrag of basisbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh in verband met opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in. 4 Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties. 5 Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties, en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriele regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld. 6 Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen. 7 Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen. 8 Indien het ingevolge het eerste, derde, zesde of zevende lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul. 2017 108 24-03-2017 14-03-2017 2017 109 24-03-2017 14-03-2017 01-04-2017 Artikel II van Stb. 2017/108 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door: a. met elkaar te vermenigvuldigen: 1°. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbaar gas in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbaar gas heeft geproduceerd en op een transmissie- of distributiesysteem voor gas heeft ingevoed, met 2°. artikel 31 het voor het betreffende kalenderjaar op basis vangeldende gecorrigeerde fasebedrag of basisbedrag, en b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen. 2 Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. 3 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kWh bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kWh dat opgeteld wordt bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 4 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar meer kWh is geproduceerd of uit vorige jaren is overgebracht dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, waarbij het verschil in kWh dat in een vorig jaar minder is geproduceerd ingevolge het derde lid reeds is opgeteld, het verschil in kWh bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal geproduceerde kWh dat opgeteld wordt bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar. 5 Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald. 6 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, wordt opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt die een producent van hernieuwbaar gas in dat kalenderjaar heeft geproduceerd en op een transmissie- of distributiesysteem voor gas heeft laten invoeden. 7 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat voor de berekening van de subsidie in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, wordt genomen het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor de producent kan aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbaar gas in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbaar gas heeft geproduceerd: a. waarmee hernieuwbare warmte is geproduceerd die nuttig is gebruikt of b. waarmee hernieuwbare warmte die nuttig is gebruikt en hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd, waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd en op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit is ingevoed of een hoeveelheid hernieuwbare warmte is geproduceerd en nuttig is gebruikt, of waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt die aantonen dat in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd en op een installatie is ingevoed. 8 artikel 9.7.3.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer Bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, wordt het aantal kWh waarvoor de verstrekte garanties van oorsprong zijn ingezet in het systeem van eenheden, bedoeld in, niet meegerekend. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a 1 artikel 32 artikel 29a In afwijking vanwordt de subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt die hernieuwbaar gas produceert met een productie-installatie die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarvoor op grond vaneen opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, bepaald door: a. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbaar gas in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbaar gas heeft geproduceerd en op een transmissie- of distributiesysteem voor gas heeft ingevoed, te vermenigvuldigen met: 1°. artikel 31, vierde lid het fasebedrag of basisbedrag, verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van, indien deze som lager is dan het fasebedrag of basisbedrag 2°. artikel 31, vierde lid nul, indien de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van, gelijk is aan of hoger is dan het fasebedrag of basisbedrag en lager is dan of gelijk is aan het opbrengstgrensbedrag; of 3°. artikel 31, vierde lid het opbrengstgrensbedrag verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van, indien deze som hoger is dan het opbrengstgrensbedrag; en b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt, bij elkaar op te tellen. 2 Indien het volgens het eerste lid, onderdeel b, berekende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul. 3 Artikel 32, tweede, derde, vijfde, zesde, zevende en achtste lid , zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening, bedoeld in het eerste lid. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 artikel 27 artikel 28 artikel 29 De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het fasebedrag, bedoeld in, of het basisbedrag, bedoeld in, en de basisenergieprijs, bedoeld in, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh. 2015 47 06-02-2015 27-01-2015 2015 113 17-03-2015 09-03-2015 18-03-2015
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 artikel 2, derde lid De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking. 2011 548 28-11-2011 18-11-2011 2012 91 09-03-2012 22-02-2002 13-03-2012
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2011 548 28-11-2011 18-11-2011 2012 91 09-03-2012 22-02-2002 13-03-2012
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een tenderbedrag per kWh opgegeven. Bij een gebundelde aanvraag is het door de producent opgegeven tenderbedrag van toepassing op alle aanvragen die deel uitmaken van de gebundelde aanvraag. 2 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een maximum tenderbedrag per kWh voor hernieuwbaar gas bepaald. 3 Het maximum tenderbedrag bedraagt maximaal de gemiddelde kosten per kWh voor het produceren van hernieuwbaar gas per categorie productie-installaties voor hernieuwbaar gas. 2015 47 06-02-2015 27-01-2015 2015 113 17-03-2015 09-03-2015 18-03-2015
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 39 artikel 41 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in, en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in, een basisenergieprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties. 2 De hoogte van de basisenergieprijs bedraagt tweederde van de lange termijn gasprijs. 2015 47 06-02-2015 27-01-2015 2015 113 17-03-2015 09-03-2015 18-03-2015
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 36 Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt. 2 artikel 37 De basisenergieprijs, bedoeld in, die geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt. 2011 548 28-11-2011 18-11-2011 2012 91 09-03-2012 22-02-2002 13-03-2012
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het tenderbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met: a. artikel 37 de energieprijs of, indien de energieprijs lager is dan de inbedoelde basisenergieprijs is, de in artikel 37 bedoelde basisenergieprijs; b. de waarde van garanties van oorsprong; c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van het hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid. 2 De energieprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor gas voor de betreffende toepassing van het gas. 3 titel 16.2 van de Wet milieubeheer In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het tenderbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh in verband met opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in. 4 Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties. 5 Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties, en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriele regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld. 6 Indien het ingevolge het eerste of derde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul. 2017 108 24-03-2017 14-03-2017 2017 109 24-03-2017 14-03-2017 01-04-2017 Artikel II van Stb. 2017/108 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door: a. met elkaar te vermenigvuldigen: 1°. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbaar gas in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbaar gas heeft geproduceerd en op een transmissie- of distributiesysteem voor gas heeft ingevoed, met 2°. artikel 39 het voor het betreffende kalenderjaar op basis vangeldende gecorrigeerde tenderbedrag, en b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen. 2 Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. 3 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kWh bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kWh dat opgeteld wordt bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 4 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar meer kWh is geproduceerd of uit vorige jaren is overgebracht dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, waarbij het verschil in kWh dat in een vorig jaar minder is geproduceerd ingevolge het derde lid reeds is opgeteld, het verschil in kWh bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal geproduceerde kWh dat opgeteld wordt bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar. 5 Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald. 6 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, wordt opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt die een producent van hernieuwbaar gas in dat kalenderjaar heeft geproduceerd en op een transmissie- of distributiesysteem voor gas heeft laten invoeden. 7 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat voor de berekening van de subsidie in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, wordt genomen het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor de producent kan aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbaar gas in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbaar gas heeft geproduceerd: a. waarmee hernieuwbare warmte is geproduceerd die nuttig is gebruikt of b. waarmee hernieuwbare warmte die nuttig is gebruikt en hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd, waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd en op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit is ingevoed of een hoeveelheid hernieuwbare warmte is geproduceerd en nuttig is gebruikt, of waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt die aantonen dat in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd en op een installatie is ingevoed. 8 artikel 9.7.3.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer Bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, wordt het aantal kWh waarvoor de verstrekte garanties van oorsprong zijn ingezet in het systeem van eenheden, bedoeld in, niet meegerekend. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 artikel 36 artikel 37 De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in, en de basisenergieprijs, bedoeld in, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh. 2015 47 06-02-2015 27-01-2015 2015 113 17-03-2015 09-03-2015 18-03-2015
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Bij regeling van Onze Minister kunnen categorieën productie-installaties die hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte produceren worden aangewezen waarvoor subsidie kan worden verleend. 2011 548 28-11-2011 18-11-2011 2012 91 09-03-2012 22-02-2002 13-03-2012
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 artikel 2, derde lid De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst. 2011 548 28-11-2011 18-11-2011 2012 91 09-03-2012 22-02-2002 13-03-2012
Artikel 43a — Artikel 43a#
Artikel 43a 1 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, kan per fase een fasebedrag per kWh worden vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit. 2 artikel 44 Voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit geldt het fasebedrag per kWh dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn al dan niet volledige aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties, bedoeld in, in welk geval dit basisbedrag geldt. 3 Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties een fasebedrag worden vastgesteld dat afwijkt van het fasebedrag vastgesteld op grond van het eerste lid. 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een basisbedrag per kWh vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit. 2 Het basisbedrag bedraagt ten hoogste de gemiddelde kosten per kWh voor het produceren van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit per categorie productie-installaties. 3 Voor de kWh die voor subsidie in aanmerking komen kunnen verschillende basisbedragen gelden die zijn gerelateerd aan: a. de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt; b. het aantal vollasturen van de productie-installatie; c. het rendement van de productie-installatie. 2015 47 06-02-2015 27-01-2015 2015 113 17-03-2015 09-03-2015 18-03-2015
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 44 artikel 49 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het fasebedrag of basisbedrag, bedoeld inen de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in, een basisenergieprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties of per soort toepassing van de energie. 2 Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basisenergieprijzen gelden die gerelateerd zijn aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt. 3 artikelen 46 47, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid 49 Indien op grond van het eerste lid aparte basisprijzen per kWh worden vastgesteld per soort toepassing van energie geldt voor het aantal kWh met een soort toepassing bij de toepassing van de,, ende basisenergieprijs of energieprijs voor de betreffende soort toepassing. 2015 47 06-02-2015 27-01-2015 2015 113 17-03-2015 09-03-2015 18-03-2015
Artikel 45a — Artikel 45a#
Artikel 45a 1 Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties waarvoor een gerede kans bestaat dat de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit op enig moment gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt lager zal zijn dan de gemiddelde marktprijs van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit, een opbrengstgrensbedrag per kWh voor het bepalen van de subsidie worden vastgesteld, dat kan verschillen per categorie productie-installaties. 2 Het opbrengstgrensbedrag is hoger dan het basisbedrag dat is vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties. 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 artikel 43a artikel 44 artikel 45 Het fasebedrag, bedoeld in, of het basisbedrag, bedoeld in, en de basisenergieprijs, bedoeld in, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt. 2015 47 06-02-2015 27-01-2015 2015 113 17-03-2015 09-03-2015 18-03-2015
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het fasebedrag of basisbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met: a. artikel 45 de energieprijs of, indien de energieprijs lager is dan de inbedoelde basisenergieprijs, de in artikel 45 bedoelde basisenergieprijs; b. de waarde van garanties van oorsprong; c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit en de relevante gemiddelde marktprijs van warmte of warmte en elektriciteit en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid. 2 De energieprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor de betreffende soort energie, die kan worden gecorrigeerd voor een bepaalde periode waarin de waarde voor de betreffende soort energie negatief is. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt. 3 titel 16.2 van de Wet milieubeheer In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het fasebedrag of basisbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh in verband met de opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in. 4 artikel 45 Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond vanverschillende basisenergieprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld. 5 artikel 45 Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond vanverschillende basisenergieprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriele regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld. 6 Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende bedrag vaststellen. 7 Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende bedrag vaststellen. 8 Indien het ingevolge het eerste, derde, zesde of zevende lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul. 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 26-03-2022
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door: a. met elkaar te vermenigvuldigen: 1°. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare warmte heeft geproduceerd die nuttig is gebruikt en hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit heeft ingevoed, met 2°. artikel 47 het voor het betreffende kalenderjaar op basis vangeldende gecorrigeerde fasebedrag of basisbedrag, en b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen. 2 Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de waarde voor elektriciteit gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt. 3 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kWh bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kWh dat opgeteld wordt bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 4 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar meer kWh is geproduceerd of uit vorige jaren is overgebracht dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, waarbij het verschil in kWh dat in een vorig jaar minder is geproduceerd ingevolge het derde lid reeds is opgeteld, het verschil in kWh bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal geproduceerde kWh dat opgeteld wordt bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar. 5 Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid, voor een categorie van productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald. 6 Indien een subsidie-ontvanger uitsluitend hernieuwbare warmte produceert wordt voor de berekening van de subsidie in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, genomen het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor de producent kan aantonen dat hij met zijn productie-installatie voor hernieuwbare warmte in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare warmte heeft geproduceerd die nuttig is gebruikt. 7 Indien een subsidie-ontvanger hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit produceert met een bij ministeriële regeling aangewezen productie-installatie, wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op de eigen installatie heeft ingevoed. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 48a — Artikel 48a#
Artikel 48a 1 artikel 48 artikel 45a In afwijking vanwordt de subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt die hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit produceert met een productie-installatie die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarvoor op grond vaneen opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, bepaald door: a. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare warmte heeft geproduceerd die nuttig is gebruikt en hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit heeft ingevoed, te vermenigvuldigen met: 1°. artikel 47, vierde lid het fasebedrag of basisbedrag, verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van, indien deze som lager is dan het fasebedrag of basisbedrag; 2°. artikel 47, vierde lid nul, indien de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van, gelijk is aan of hoger is dan het fasebedrag of basisbedrag en lager is dan of gelijk is aan het opbrengstgrensbedrag; of 3°. artikel 47, vierde lid het opbrengstgrensbedrag verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van, indien deze som hoger is dan het opbrengstgrensbedrag; en b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt, bij elkaar op te tellen. 2 Indien het volgens het eerste lid, onderdeel b, berekende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul. 3 Artikel 48, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid , zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening, bedoeld in het eerste lid. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 artikel 43a artikel 44 artikel 45 De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het fasebedrag, bedoeld in, of het basisbedrag, bedoeld, en de basisenergieprijs, bedoeld in, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh. 2015 47 06-02-2015 27-01-2015 2015 113 17-03-2015 09-03-2015 18-03-2015
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 artikel 2, derde lid De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking. 2011 548 28-11-2011 18-11-2011 2012 91 09-03-2012 22-02-2002 13-03-2012
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een tenderbedrag per kWh opgegeven. Bij een gebundelde aanvraag is het door de producent opgegeven tenderbedrag van toepassing op alle aanvragen die deel uitmaken van de gebundelde aanvraag. 2 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een maximum tenderbedrag per kWh voor hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit bepaald. 3 Het maximum tenderbedrag bedraagt maximaal de gemiddelde kosten per kWh voor het produceren van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit per categorie van productie-installaties. 2015 47 06-02-2015 27-01-2015 2015 113 17-03-2015 09-03-2015 18-03-2015
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikel 54 artikel 55a Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in, en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in, een basisenergieprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties of per soort toepassing van de warmte. 2 Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basisenergieprijzen gelden die gerelateerd zijn aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt. 3 artikelen 53 54, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid 55a Indien op grond van het eerste lid aparte basisprijzen per kWh worden vastgesteld per soort toepassing van warmte geldt voor het aantal kWh met een soort toepassing bij de toepassing van de,, ende basisenergieprijs of energieprijs voor de betreffende soort toepassing. 2015 47 06-02-2015 27-01-2015 2015 113 17-03-2015 09-03-2015 18-03-2015
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 artikel 51, eerste lid Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt. 2 artikel 52 De basisenergieprijs of basisenergieprijzen, bedoeld in, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt. 2011 548 28-11-2011 18-11-2011 2012 91 09-03-2012 22-02-2002 13-03-2012
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het tenderbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met: a. artikel 52 de energieprijs of, indien de energieprijs lager is dan de inbedoelde basisenergieprijs, de in artikel 52 bedoelde basisenergieprijs; b. de waarde van de garanties van oorsprong; c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare warmte en de relevante gemiddelde marktprijs van warmte en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid. 2 De energieprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor de betreffende soort energie, die kan worden gecorrigeerd voor een bepaalde periode waarin de waarde voor de betreffende soort energie negatief is. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt. 3 titel 16.2 van de Wet milieubeheer In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het tenderbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in. 4 artikel 52 Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond vanverschillende basisenergieprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld. 5 artikel 52 Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond vanverschillende basisenergieprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriele regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld. 6 Indien het ingevolge het eerste of derde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul. 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 26-03-2022
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door: a. met elkaar te vermenigvuldigen: 1°. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare warmte heeft geproduceerd die nuttig is gebruikt en hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit heeft ingevoed, met 2°. artikel 54 het voor het betreffende kalenderjaar op basis vangeldende gecorrigeerde tenderbedrag, en b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen. 2 Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de waarde voor elektriciteit gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt. 3 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kWh bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kWh dat opgeteld wordt bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 4 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar meer kWh is geproduceerd of uit vorige jaren is overgebracht dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, waarbij het verschil in kWh dat in een vorig jaar minder is geproduceerd ingevolge het derde lid reeds is opgeteld, het verschil in kWh bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal geproduceerde kWh dat opgeteld wordt bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar. 5 Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid voor een categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald. 6 Indien een subsidie-ontvanger uitsluitend hernieuwbare warmte produceert wordt voor de berekening van de subsidie in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, genomen het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor de producent kan aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare warmte in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare warmte heeft geproduceerd die nuttig is gebruikt. 7 Indien een subsidie-ontvanger hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit produceert met een bij ministeriële regeling aangewezen productie-installatie, wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op de eigen installatie heeft ingevoed. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 55a — Artikel 55a#
Artikel 55a artikel 51 artikel 52 De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in, en de basisenergieprijs, bedoeld in, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh. 2015 47 06-02-2015 27-01-2015 2015 113 17-03-2015 09-03-2015 18-03-2015
Artikel 55b — Artikel 55b#
Artikel 55b 1 richtlijn (EU) 2018/2001 Aan de producent van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bij regeling van Onze Minister aan te wijzen categorie productie-installaties die zich bevinden in een lidstaat waarmee een samenwerking is overeengekomen als bedoeld in artikel 9 van de, kan subsidie worden verleend. 2 paragrafen 1 tot en met 5 Het bepaalde bij of krachtens devan dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op de subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat: a. het elektriciteits-, gas- of warmtenet waarop wordt ingevoed niet in Nederland, maar in de betreffende lidstaat ligt; b. met de elektriciteit-, gas-, of energieprijs, de prijs wordt bedoeld in de betreffende lidstaat of in het relevante gebied; c. richtlijn (EU) 2018/2001 met «garanties van oorsprong» wordt bedoeld: de garanties van oorsprong afgegeven in de betreffende lidstaat overeenkomstig het bepaalde in artikel 19 van de; d. met «productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee» wordt bedoeld: een productie-installatie die is opgericht op zee, waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd met behulp van windenergie. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel, waarbij in ieder geval regels kunnen worden gesteld over de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover, de verplichtingen van de subsidie-ontvanger, de vaststelling van de subsidie en het verlenen van voorschotten. 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 26-03-2022
Artikel 55c — Artikel 55c#
Artikel 55c Aan de producent die broeikasgas vermindert door een bij regeling van Onze Minister aan te wijzen categorie productie-installaties, kan subsidie worden verleend. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 55d — Artikel 55d#
Artikel 55d artikel 2, derde lid De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 55e — Artikel 55e#
Artikel 55e 1 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, kan per fase een fasebedrag per 1.000 kg broeikasgasvermindering worden vastgesteld voor de subsidie voor de vermindering van broeikasgas. 2 artikel 55f Voor de subsidie voor de vermindering van broeikasgas geldt het fasebedrag per 1000 kg broeikasgasvermindering dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de desbetreffende categorie productie-installaties, bedoeld in, in welk geval dit basisbedrag geldt. 3 Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties een fasebedrag worden vastgesteld dat afwijkt van het fasebedrag vastgesteld op grond van het eerste lid. 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 55f — Artikel 55f#
Artikel 55f 1 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een basisbedrag per 1000 kg broeikasgas vastgesteld voor de subsidie voor de vermindering van broeikasgas. 2 Het basisbedrag bedraagt ten hoogste de gemiddelde kosten per 1000 kg verminderde broeikasgas per categorie van productie-installaties. 3 Voor de subsidiabele productie kunnen verschillende basisbedragen gelden die zijn gerelateerd aan: a. de hoeveelheid verminderde kg broeikasgas in Nederland; b. het aantal vollasturen van de productie-installatie; c. het rendement van de productie-installatie. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 55g — Artikel 55g#
Artikel 55g 1 artikel 55i artikel 55k Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het fasebedrag of basisbedrag, bedoeld inen de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in, een basisbroeikasgasbedrag per 1000kg broeikasgas vastgesteld dat kan verschillen per categorie productie-installaties. 2 Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basisbroeikasgasbedragen gelden die: a. gerelateerd zijn aan de hoeveelheid verminderde broeikasgas die voor subsidie in aanmerking komt; b. titel 16.2 van de Wet milieubeheer verschillen tussen productie-installaties die wel en productie-installaties die geen broeikasgasinstallatie zijn als bedoeld in; c. verschillen per soort toepassing van het primaire product of per soort vermindering van broeikasgas. 3 titel 16.2 van de Wet milieubeheer Voor het basisbroeikasgasbedrag kunnen de marktprijs van het primaire product dat de productie-installatie produceert of de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld inafzonderlijk vastgesteld worden. 4 De hoogte van het basisbroeikasgasbedrag bedraagt tweederde van het langetermijnbroeikasgasbedrag. 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 26-03-2022
Artikel 55ga — Artikel 55ga#
Artikel 55ga 1 Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties waarvoor een gerede kans bestaat dat de gemiddelde kostprijs van de vermindering van broeikasgas op enig moment gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt lager zal zijn dan de som van de gemiddelde kostprijs van de uitstoot van broeikasgas en de gemiddelde marktprijs van het primaire product, een opbrengstgrensbedrag per 1.000 kg broeikasgas voor het bepalen van de subsidie worden vastgesteld, dat kan verschillen per categorie productie-installaties. 2 Het opbrengstgrensbedrag is hoger dan het basisbedrag dat is vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties. 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 55h — Artikel 55h#
Artikel 55h artikel 55e artikel 55f artikel 55g Het fasebedrag, bedoeld in, of het basisbedrag, bedoeld in, en het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 55i — Artikel 55i#
Artikel 55i 1 Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het fasebedrag of basisbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met: a. de prijs van het primaire product dat door de productie-installatie wordt geproduceerd; b. titel 16.2 van de Wet milieubeheer de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in; c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van de vermindering broeikasgas en de relevante gemiddelde marktprijs van de vermindering van broeikasgas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid. 2 artikel 55g, eerste of tweede lid Indien de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde correctie lager is dan het in, bedoelde basisbroeikasgasbedrag, dan geldt het in dat desbetreffende artikellid bedoelde basisbroeikasgasbedrag, tenzij de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde correctie gelijk is aan nul, dan geldt dat basisbroeikasgasbedrag indien de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde correctie lager is dan dat basisbroeikasgasbedrag. 3 artikel 55g Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste lid bedoelde correcties vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond vanverschillende basisbroeikasgasbedragen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld. 4 artikel 55g Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond vanverschillende basisbroeikasgasbedragen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld, en waarbij voor de kostprijs van de vermindering van broeikasgas de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriële regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld. 5 Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen. 6 Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen. 7 Indien het ingevolge het eerste, vijfde of zesde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul. 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 26-03-2022
Artikel 55j — Artikel 55j#
Artikel 55j 1 De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door: a. met elkaar te vermenigvuldigen: 1°. het aantal kg verminderde broeikasgas dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, met 2°. artikel 55i het voor het desbetreffende kalenderjaar op basis vangeldende gecorrigeerde fasebedrag of basisbedrag; en b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen. 2 Het aantal kg verminderde broeikasgas dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kg broeikasgas dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op de capaciteit, het rendement en het aantal vollasturen van de installatie. 3 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kg broeikasgas is verminderd dan het aantal kg dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kg bij het aantal kg dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kg broeikasgas dat opgeteld wordt bij het aantal kg broeikasgas dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 4 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar meer kg broeikasgas is verminderd of uit vorige jaren is overgebracht dan het aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, waarbij het verschil in kg broeikasgas dat in een vorig jaar minder is verminderd ingevolge het derde lid reeds is opgeteld, het verschil in kg bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal verminderde kg broeikasgas dat opgeteld wordt bij het aantal kg broeikasgas dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 5 Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kg broeikasgas, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald. 6 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het aantal kg verminderde broeikasgas moet worden vastgesteld of berekend. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 55ja — Artikel 55ja#
Artikel 55ja 1 artikel 55j artikel 55ga In afwijking vanwordt de subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt die broeikasgas vermindert met een productie-installatie die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarvoor op grond vaneen opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, bepaald door: a. het aantal kg verminderde broeikasgas dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, te vermenigvuldigen met: 1°. artikel 55i, derde lid het fasebedrag of basisbedrag, verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van, indien deze som lager is dan het fasebedrag of basisbedrag; 2°. artikel 55i, derde lid nul, indien de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van, gelijk is aan of hoger is dan het fasebedrag of basisbedrag en lager is dan of gelijk is aan het opbrengstgrensbedrag; of 3°. artikel 55i, derde lid het opbrengstgrensbedrag verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van, indien deze som hoger is dan het opbrengstgrensbedrag; en b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt, bij elkaar op te tellen. 2 Indien het volgens het eerste lid, onderdeel b, berekende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul. 3 Artikel 55j, tweede, derde, vijfde en zesde lid , zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening, bedoeld in het eerste lid. 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 55k — Artikel 55k#
Artikel 55k artikel 55e artikel 55f artikel 55g De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het fasebedrag, bedoeld in, of het basisbedrag, bedoeld in, en het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kg verminderde broeikasgas. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 55l — Artikel 55l#
Artikel 55l artikel 2, derde lid De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 55m — Artikel 55m#
Artikel 55m 1 Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een tenderbedrag per 1000 kg vermindering van broeikasgas opgegeven. Bij een gebundelde aanvraag is het door de producent opgegeven tenderbedrag van toepassing op alle aanvragen die deel uitmaken van de gebundelde aanvraag. 2 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een maximum tenderbedrag per verminderde kg broeikasgas bepaald. 3 Het tenderbedrag bedraagt ten hoogste de gemiddelde kosten per 1000 kg vermindering van broeikasgas per categorie van productie-installaties. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 55n — Artikel 55n#
Artikel 55n 1 artikel 55p artikel 55r Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in, en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in, een basisbroeikasgasbedrag per 1000 kg broeikasgas vastgesteld dat kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties. 2 Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basisbroeikasgasbedragen gelden die: a. gerelateerd zijn aan de hoeveelheid verminderde broeikasgas die voor subsidie in aanmerking komt; b. titel 16.2 van de Wet milieubeheer verschillen tussen productie-installaties die wel en productie-installaties die geen broeikasgasinstallatie zijn als bedoeld in; c. verschillen per soort toepassing van het primaire product of per soort vermindering van broeikasgas. 3 titel 16.2 van de Wet milieubeheer Voor het basisbroeikasgasbedrag kunnen de marktprijs van het primaire product dat de productie-installatie produceert of de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld inafzonderlijk vastgesteld worden. 4 De hoogte van het basisbroeikasgasbedrag bedraagt tweederde van het langetermijnbroeikasgasbedrag. 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 26-03-2022
Artikel 55o — Artikel 55o#
Artikel 55o 1 artikel 55m Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt. 2 artikel 55n Het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in, dat geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 55p — Artikel 55p#
Artikel 55p 1 Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het tenderbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met: a. de prijs van het primaire product dat door de productie-installatie wordt geproduceerd; b. titel 16.2 van de Wet milieubeheer de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in; c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van de vermindering broeikasgas en de relevante gemiddelde marktprijs van de vermindering van broeikasgas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid. 2 artikel 55n, eerste of tweede lid Indien de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde correctie lager is dan het in, bedoelde basisbroeikasgasbedrag, dan geldt het in dat desbetreffende artikellid bedoelde basisbroeikasgasbedrag, tenzij de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde correctie gelijk is aan nul, dan geldt dat basisbroeikasgasbedrag indien de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde correctie lager is dan dat basisbroeikasgasbedrag. 3 artikel 55n Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond vanverschillende basisbroeikasgasbedragen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld. 4 artikel 55n Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond vanverschillende basisbroeikasgasbedragen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld, en waarbij voor de kostprijs broeikasgas de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriële regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld. 5 Indien het ingevolge het eerste lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul. 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 26-03-2022
Artikel 55q — Artikel 55q#
Artikel 55q 1 De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door: a. met elkaar te vermenigvuldigen: 1°. het aantal kg verminderde broeikasgas dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, met 2°. artikel 55p het voor het betreffende kalenderjaar op basis vangeldende gecorrigeerde tenderbedrag, en b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen. 2 Het aantal kg verminderde broeikasgas dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kg broeikasgas dat per jaar wordt verminderd en dat gebaseerd is op de capaciteit, het rendement en het aantal vollasturen van de installatie. 3 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kg broeikasgas is verminderd dan het aantal kg dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kg bij het aantal kg dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kg broeikasgas dat opgeteld wordt bij het aantal kg broeikasgas dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt 4 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar meer kg broeikasgas is verminderd of uit vorige jaren is overgebracht dan het aantal kg broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, waarbij het verschil in kg broeikasgas dat in een vorig jaar minder is verminderd ingevolge het derde lid reeds is opgeteld, het verschil in kg bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal verminderde kg broeikasgas dat opgeteld wordt bij het aantal kg broeikasgas dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 5 Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kg broeikasgas, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald. 6 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het aantal kg verminderde broeikasgas moet worden vastgesteld of berekend. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 55r — Artikel 55r#
Artikel 55r artikel 55m artikel 55n De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in, en het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kg verminderde broeikasgas. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 Een aanvraag om subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een middel, dat door Onze Minister beschikbaar wordt gesteld. 2 Bij ministeriële regeling kunnen een of meer categorieën productie-installaties worden aangewezen waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend. 3 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat per openstellingsperiode of per kalenderjaar per adres waarop een productie-installatie is of wordt geplaatst maximaal één aanvraag kan worden ingediend. 4 Een aanvraag tot subsidieverlening bevat gegevens over: a. de subsidie-aanvrager, waaronder naam, adres en rekeningnummer; b. voor zover de subsidie-aanvrager een samenwerkingsverband is, een overzicht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband; c. de categorie productie-installatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd; d. de locatie waar de productie-installatie wordt geplaatst; e. de hoeveelheid op te wekken en in te voeden kWh, dan wel in Nederland te verminderen kg broeikasgas, van iedere productie-installatie per kalenderjaar gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt; f. het tijdschema betreffende de ingebruikname van de productie-installatie. 5 Bij ministeriële regeling kan voor categorieën productie-installaties worden bepaald dat aan het vierde lid, onderdeel d, niet behoeft te zijn voldaan, in welk geval bij die regeling aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld aan de documenten die krachtens het vierde lid bij een subsidieaanvraag moeten worden gevoegd. 6 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een haalbaarheidsstudie of de vergunningen die vereist zijn voor de realisatie van de productie-installatie bij een aanvraag worden gevoegd. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar categorie productie-installatie, op te wekken vermogen of aan te vragen subsidiebedrag en kunnen eisen worden gesteld waaraan de haalbaarheidsstudie moet voldoen. 7 Bij ministeriële regeling kunnen indien dit noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag andere gegevens die een aanvraag bevat of andere bescheiden die bij een aanvraag moeten worden gevoegd, worden vastgesteld. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar categorie productie-installatie, op te wekken vermogen of aan te vragen subsidiebedrag. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 Onze Minister beslist op een aanvraag: a. om een subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte dan wel de vermindering van broeikasgas die wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst, binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag; b. om een subsidie voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte dan wel de vermindering van broeikasgas die wordt verdeeld op volgorde van rangschikking, binnen dertien weken na de laatste dag van de bij ministeriële regeling vastgestelde periode. 2 De in het eerste lid genoemde perioden kunnen éénmaal met ten hoogste dertien weken worden verlengd. 3 Indien een gebundelde aanvraag niet leidt tot subsidieverlening door Onze Minister, kan een gebundelde aanvraag worden behandeld als één aanvraag. 4 Indien Onze Minister aan de aanvrager van een gebundelde aanvraag subsidie verstrekt, verstrekt Onze Minister per productie-installatie die onderdeel is van de gebundelde aanvraag een beschikking tot subsidieverlening. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht Ingeval van verdeling op volgorde van binnenkomst, verdeelt Onze Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing vande gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, voor de toepassing van dit artikel, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst geldt. 2 Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh, of de maximale vermindering van broeikasgas in kg zou worden overschreden, worden steeds de aanvragen om subsidie met het laagste rangschikkingsbedrag, uitgedrukt in euro per 1000 kg vermindering van broeikasgas geacht eerder te zijn ontvangen. Indien honorering van alle aanvragen om subsidie met het laagste rangschikkingsbedrag, uitgedrukt in euro per 1000 kg vermindering van broeikasgas die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh of de maximale vermindering van broeikasgas in kg zou worden overschreden, stelt Onze Minister de volgorde van ontvangst van deze aanvragen vast door middel van loting. 3 Het rangschikkingsbedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door: a. afhankelijk van de aanvraag, het fasebedrag of basisbedrag te verminderen met de som van: 1°. artikel 12 de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in, of de langetermijnelektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, derde lid, en de bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare elektriciteit en de relevante gemiddelde marktprijs van elektriciteit; 2°. artikel 29 de basisenergieprijs, bedoeld in, of de langetermijngasprijs, bedoeld in artikel 29, tweede lid, en de bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas; 3°. artikel 45 de basisenergieprijs, bedoeld in, of de bij ministeriële regeling vast te stellen langetermijnenergieprijs, en de bij ministeriële regeling vastgestelde correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit en de relevante gemiddelde marktprijs van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit; of 4°. artikel 55g het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in, of het langetermijnbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55g, vierde lid, en de bij ministeriële regeling vastgestelde correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van de vermindering van broeikasgas en de som van de relevante gemiddelde marktprijs van de uitstoot van broeikasgas en de relevante gemiddelde marktprijs van het primaire product; en b. de uitkomst van de berekening onder a te delen door de omrekenfactor. 4 De omrekenfactor, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld en kan verschillen per categorie productie-installaties. 5 Bij ministeriële regeling wordt bepaald of bij toepassing van het derde lid, onderdeel a, de basiselektriciteitsprijs, de basisenergieprijs of het basisbroeikasgasbedrag respectievelijk de langetermijnelektriciteitsprijs, de langetermijngasprijs, de langetermijnenergieprijs of het langetermijnbroeikasgasbedrag worden gehanteerd. 6 Aanvragen die worden ontvangen op werkdagen na 17.00 uur of andere dagen, worden aangemerkt als ontvangen op de eerstvolgende werkdag. 7 Bij de toepassing van het tweede lid: a. wordt een gebundelde aanvraag behandeld als één aanvraag, waarbij als rangschikkingsbedrag geldt het rangschikkingsbedrag van de aanvraag met het hoogste rangschikkingsbedrag van de bundel; b. worden bij de loting alle op de desbetreffende dag ontvangen aanvragen met hetzelfde rangschikkingsbedrag betrokken. 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 2024 163 17-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 Onze Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien: a. de aanvraag niet voldoet aan dit besluit en de daarop berustende bepalingen; b. artikel 61, eerste lid hij het onaannemelijk acht dat de productie-installatie binnen vier jaar of binnen de bij of krachtens, vastgestelde termijn in gebruik wordt genomen; c. hij het onaannemelijk acht dat de realisatie van de productie-installatie: 1°. uitvoerbaar is; 2°. technisch haalbaar is; 3°. financieel haalbaar is; 4°. economisch haalbaar is; d. artikel 56, zesde lid indien van toepassing één of meer vergunningen als bedoeld in, niet zijn verleend; e. de subsidie is bestemd voor een onderneming in moeilijkheden in de zin van de Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU C 249/1). 2 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat Onze Minister afwijzend beslist op een aanvraag indien geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de afwijzingsgronden, bedoeld in het eerste lid. 4 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat Onze Minister in ieder geval afwijzend beslist op een aanvraag waarbij het tenderbedrag dusdanig hoog is dat de toekenning ervan bij de rangschikking op tenderbedrag leidt tot een overschrijding van het subsidieplafond. 5 artikel 14a, eerste lid, van de Wet windenergie op zee Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat Onze Minister afwijzend beslist op een aanvraag indien bij de gelijktijdige toepassing van verschillende procedures als bedoeld inaan de aanvrager vergunning is verleend op grond van een procedure zonder subsidieverlening. 2025 436 19-12-2025 09-12-2025 2025 436 19-12-2025 09-12-2025 01-01-2026
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 artikel 59 Onze Minister rangschikt de aanvragen waarop niet met toepassing vanafwijzend wordt beslist zodanig dat een aanvraag hoger wordt gerangschikt indien: a. voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte het tenderbedrag per kWh lager is; b. voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of vermindering van broeikasgas het tenderbedrag per kg vermindering broeikasgas lager is; c. voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of vermindering van broeikasgas het verschil tussen tenderbedrag en langetermijnenergieprijs of langetermijnbroeikasgasbedrag lager is. 2 Voor de rangschikking kunnen bij ministeriële regeling regels worden vastgesteld met betrekking tot: a. de uitwerking van de criteria, bedoeld in het eerste lid; b. wegingsfactoren voor de criteria, bedoeld in het eerste lid; c. de toepassing van de criteria, bedoeld in het eerste lid. 3 Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen. 4 Indien honorering van alle aanvragen die gelijk zijn gerangschikt ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond of het aantal producenten, bedoeld in het zevende lid, zou worden overschreden, stelt Onze Minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast door middel van loting. 5 Een gebundelde aanvraag wordt voor de toepassing van dit artikel behandeld als één aanvraag. 6 Ten behoeve van de rangschikking van aanvragen om subsidie voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee kan Onze Minister het door de producent opgegeven tenderbedrag met een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag verminderen, dat gerelateerd is aan de afstand van een productie-installatie tot de kust. 7 Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties het aantal producenten waaraan subsidie wordt verleend, worden beperkt. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie zo spoedig mogelijk na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. Bij ministeriële regeling wordt de periode vastgesteld waarbinnen de subsidie-ontvanger de productie-installatie in gebruik moet nemen. Deze periode kan per categorie productie-installaties verschillen. 2 Een subsidie-ontvanger mag, behoudens ontheffing van Onze Minister, tot de datum van ingebruikname van een productie-installatie een beschikking tot subsidieverlening niet overdragen aan een derde. 3 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de beschikking tot subsidieverlening wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat: Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels over de uitvoeringsovereenkomst worden gesteld. a. artikel 4:36, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht de subsidie-ontvanger verplicht is mee te werken aan het sluiten van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in, of b. een bankgarantie wordt afgegeven tot zekerheid voor de nakoming van de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen verplichtingen. 2017 108 24-03-2017 14-03-2017 2017 109 24-03-2017 14-03-2017 01-04-2017 Artikel II van Stb. 2017/108 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 De subsidie-ontvanger realiseert en exploiteert de productie-installatie overeenkomstig de gegevens zoals ingediend bij de aanvraag om subsidie. 2 De verplichting bedoeld in het eerste lid, geldt tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld. 3 artikel 61, eerste lid Onze Minister kan voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van de realisatie of exploitatie van de productie-installatie in afwijking van de gegevens zoals ingediend bij de aanvraag om subsidie op voorafgaand verzoek van de subsidie-ontvanger schriftelijk ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. Een ontheffing wordt niet verleend voor zover dit zou inhouden dat de subsidie-ontvanger de productie-installatie later in gebruik neemt dan twee jaar na de dag waarop krachtens, de productie-installatie in gebruik dient te zijn genomen. 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere verplichtingen voor de subsidie-ontvanger worden opgelegd, die kunnen verschillen per categorie of vermogen van productie-installaties. 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere verplichtingen voor de subsidie-ontvanger worden opgelegd in het geval dat: a. de subsidie-aanvrager een samenwerkingsverband is; b. artikel 56, vijfde lid een subsidie-aanvrager, krachtens, niet hoeft te voldoen aan artikel 56, vierde lid, onderdeel d. 6 artikel 12a artikel 20a artikel 29a artikel 45a artikel 15, derde lid artikel 23, derde lid artikel 32, derde lid artikel 48, derde lid In het geval voor een categorie productie-installaties een opbrengstgrensbedrag als bedoeld in,,ofis vastgesteld, zijn voor het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en dat binnen dat aantal kWh daadwerkelijk door de subsidie-ontvanger is geproduceerd, met inachtneming van de toepassing van,,of, garanties van oorsprong verstrekt. 2025 436 19-12-2025 09-12-2025 2025 436 19-12-2025 09-12-2025 01-01-2026
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 In de beschikking tot subsidieverlening kan aan de subsidie-ontvanger de verplichting tot het indienen van ten hoogste één maal per kalenderjaar van een tussentijds voortgangsverslag worden opgelegd dat betrekking heeft op: a. de duurzaamheid van biomassa waarmee hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte wordt opgewekt of broeikasgas wordt verminderd; b. monitorgegevens over de bouw, productie, uitval en onderhoud van de productie-installatie. 2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het tussentijds voortgangsverslag. 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 26-03-2022
Artikel 63a — Artikel 63a#
Artikel 63a 1 artikel 11a.2 van de Wet milieubeheer In de beschikking tot subsidieverlening kan aan de subsidie-ontvanger de verplichting worden opgelegd een jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaring te overleggen in verband met de duurzaamheid van biomassa en de reductie van broeikasgassen door het gebruik van biomassa bij energietoepassingen en de volledigheid van de vereiste, krachtensafgegeven conformiteitsbeoordelingsverklaringen per levering. 2 Jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaringen worden afgegeven op grond van een overeenkomstig het vijfde lid aangewezen verificatieprotocol. 3 Bij ministeriële regeling wordt bepaald of de conformiteitsbeoordelingsverklaringen per levering worden afgegeven op grond van: a. richtlijn (EU) 2018/2001 richtlijn (EU) 2018/2001 richtlijn (EU) 2018/2001 een certificatieschema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, vierde lid, van deheeft besloten dat dit accurate gegevens verschaft met het oog op de toepassing van artikel 29 van deof een nationaal schema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, zesde lid, van deheeft besloten dat dit voldoet aan de in die richtlijn bepaalde voorwaarden; b. artikel 10 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen een certificatieschema, bedoeld in, of c. een overeenkomstig het vijfde lid aangewezen verificatieprotocol. 4 artikel 2 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen artikelen 3 tot en met 9 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen artikelen 17 18 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen Conformiteitsbeoordelingsverklaringen die worden afgegeven op grond van het tweede lid of krachtens het derde lid, aanhef en onderdelen b en c, worden slechts afgegeven door een conformiteitsbeoordelingsinstantie die is erkend overeenkomstig. Op de erkenning, bedoeld in de vorige zin, zijn devan overeenkomstige toepassing, en op de erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie, bedoeld in de vorige zin, zijn deenvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar wordt gesproken over categorie vaste biomassa moet worden gelezen biomassa. 5 Bij ministeriële regeling worden de verificatieprotocollen, bedoeld in het tweede en derde lid, onderdeel c, aangewezen. Onze Minister maakt de verificatieprotocollen op een door hem aan te wijzen website bekend. 6 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de conformiteitsbeoordelingsverklaring. 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 26-03-2022
Artikel 63b — Artikel 63b#
Artikel 63b 1 titel 16.2 van de Wet milieubeheer In de beschikking tot subsidieverlening kan aan de subsidieontvanger de verplichting worden opgelegd een verklaring te overleggen over de opbrengsten en vermeden kosten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de verklaring, bedoeld in het eerste lid. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan Onze Minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surséance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem. 2007 410 30-10-2007 16-10-2007 2008 81 25-03-2008 06-03-2008 01-04-2008
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 De subsidie-ontvanger verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle bescheiden, gegevens of inlichtingen die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie. 2007 410 30-10-2007 16-10-2007 2008 81 25-03-2008 06-03-2008 01-04-2008
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 Voor een subsidie waarvoor een beschikking tot subsidieverlening geldt, verstrekt Onze Minister ambtshalve maximaal één maal per jaar een voorschot. 2 artikel 73, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 artikel 66i, tweede lid, van de Gaswet artikel 25, tweede lid, van de Warmtewet Onze Minister verstrekt het eerste voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte produceert niet eerder dan nadat de subsidie-ontvanger op aanvraag bij Onze Minister een rekening heeft geopend overeenkomstig,, artikel 3 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong of. 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 26-03-2022
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare elektriciteit produceert bedraagt het product van: artikel 14, vierde lid artikel 22, vierde lid met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kWh en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in, dan wel. a. artikel 15, derde of vierde lid 23, derde of vierde lid het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waar op verzoek van de producent het aantal kWh, bedoeld in, of, bij opgeteld kan worden, en b. artikel 14, vijfde lid artikel 22, vijfde lid het fasebedrag of basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van, dan wel, vastgestelde correcties, 2 Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbaar gas produceert bedraagt het product van: artikel 31, vierde lid artikel 39, vierde lid met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kWh en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in, dan wel. a. artikel 32, derde of vierde lid 40, derde of vierde lid het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waar op verzoek van de producent het aantal kWh, bedoeld in, of, bij opgeteld kan worden, en b. artikel 31, vijfde lid artikel 39, vijfde lid het fasebedrag of basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van, dan wel, vastgestelde correcties, 3 Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit produceert bedraagt het product van: artikel 47, vierde lid artikel 54, vierde lid met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kWh en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in, dan wel. a. artikel 48, derde of vierde lid 55, derde of vierde lid het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waar op verzoek van de producent het aantal kWh, bedoeld in, of, bij opgeteld kan worden, en b. artikel 47, vijfde lid artikel 54, vijfde lid het fasebedrag of basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van, dan wel, vastgestelde correcties, 4 Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die broeikasgas vermindert bedraagt het product van: artikel 55i, derde lid artikel 55p, derde lid met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kg broeikasgas en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in, dan wel. a. artikel 55j, derde of vierde lid 55q, derde of vierde lid het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kg broeikasgas, waar op verzoek van de producent het aantal kg broeikasgas, bedoeld in, of, bij opgeteld kan worden; en b. artikel 55i, vierde lid artikel 55p, vierde lid het fasebedrag of basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van, dan wel, vastgestelde correcties, 5 artikel 15, derde of vierde lid 23, derde of vierde lid 32, derde of vierde lid 40, derde of vierde lid 48, derde of vierde lid 55, derde of vierde lid artikel 55j, derde of vierde lid artikel 55q, derde of vierde lid Onze Minister verstrekt per jaar slechts een voorschot tot ten hoogste in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh dan wel kg broeikasgas waar op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in,,,,, of, dan wel kg broeikasgas als bedoeld inof, bij opgeteld kan worden. 6 Indien de meetgegevens niet beschikbaar zijn in het kalenderjaar, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt in afwijking van het eerste en derde lid het voorschot uiterlijk vastgesteld in het eerstvolgende kalenderjaar nadat de meetgegevens beschikbaar zijn. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 67a — Artikel 67a#
Artikel 67a 1 artikel 67, eerste lid artikel 12a artikel 20a In afwijking van, bedraagt een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare elektriciteit produceert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond vanofeen opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, het product van: a. artikel 15a, derde lid artikel 15, derde lid artikel 23a, derde lid Artikel 23, derde lid het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waarbij op verzoek van de producent het aantal kWh, bedoeld in, jo., onderscheidenlijkjo., opgeteld kan worden; en b. artikel 14, vijfde lid artikel 22, vijfde lid het fasebedrag, basisbedrag of tenderbedrag verminderd met de op grond van, onderscheidenlijk, vastgestelde correcties, tenzij de uitkomst van deze vermindering negatief is, in dat geval bedraagt het nul, artikel 15a, eerste lid, onderdeel a artikel 23a, eerste lid, onderdeel a met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld met toepassing van, onderscheidenlijk, waarbij voor het aantal kWh wordt gehanteerd het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komende aantal kWh. 2 artikel 67, tweede lid artikel 29a In afwijking van, bedraagt een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbaar gas produceert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond vaneen opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, het product van: a. artikel 32a, derde lid artikel 32, derde lid het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waarbij op verzoek van de producent het aantal kWh, bedoeld in, jo., opgeteld kan worden; en b. artikel 31, vijfde lid het fasebedrag of basisbedrag verminderd met de op grond van, vastgestelde correcties, tenzij de uitkomst van deze vermindering negatief is, in dat geval bedraagt het nul, artikel 32a, eerste lid, onderdeel a met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld met toepassing van, waarbij voor het aantal kWh wordt gehanteerd het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komende aantal kWh. 3 artikel 67, derde lid artikel 45a In afwijking van, bedraagt een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit produceert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond vaneen opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, het product van: a. artikel 48a, derde lid artikel 48, derde lid het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waarbij op verzoek van de producent het aantal kWh, bedoeld in, jo., opgeteld kan worden; en b. artikel 47, vijfde lid het fasebedrag of basisbedrag verminderd met de op grond van, vastgestelde correcties, tenzij de uitkomst van deze vermindering negatief is, in dat geval bedraagt het nul, artikel 48a, eerste lid, onderdeel a met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld met toepassing van, waarbij voor het aantal kWh wordt gehanteerd het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komende aantal kWh. 4 artikel 67, vierde lid artikel 55ga In afwijking van, bedraagt een voorschot aan een subsidie-ontvanger die broeikasgas vermindert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond vaneen opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, het product van: a. artikel 55ja, derde lid artikel 55j, derde lid het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waarbij op verzoek van de producent het aantal kWh, bedoeld in, jo., opgeteld kan worden; en b. artikel 55i, vierde lid het fasebedrag of basisbedrag verminderd met de op grond van, vastgestelde correcties, tenzij de uitkomst van deze vermindering negatief is, in dat geval bedraagt het nul, artikel 55ja, eerste lid, onderdeel a met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld met toepassing van, waarbij voor het aantal kWh wordt gehanteerd het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komende aantal kWh. 5 artikel 15a, derde lid artikel 15, derde lid artikel 32a, derde lid artikel 32, derde lid artikel 55ja, derde lid artikel 55j, derde lid Onze Minister verstrekt per jaar slechts een voorschot tot ten hoogste in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh dan wel kg broeikasgas waarbij op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in, jo.,, jo., dan wel kg broeikasgas als bedoeld in, jo., opgeteld kan worden. 6 Indien de meetgegevens niet beschikbaar zijn in het kalenderjaar, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt in afwijking van het eerste en derde lid het voorschot uiterlijk vastgesteld in het eerstvolgende kalenderjaar nadat de meetgegevens beschikbaar zijn. 2025 436 19-12-2025 09-12-2025 2025 436 19-12-2025 09-12-2025 01-01-2026
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 artikelen 67, eerste, tweede, derde en vierde lid 67a, eerste, tweede, derde en vierde lid Onze Minister verstrekt de in de, en, bedoelde voorschotten in maandelijkse bedragen, tenzij bij ministeriële regeling is bepaald dat voor een bepaalde categorie productie-installaties het voorschot in een jaarlijks bedrag wordt verstrekt. De som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag bedraagt niet meer dan 80% van het product van: a. artikel 15, derde of vierde lid artikel 15a, derde lid artikel 23, derde of vierde lid artikel 23a, derde lid artikel 32, derde of vierde lid artikel 32a, derde lid artikel 40, derde of vierde lid artikel 48, derde of vierde lid artikel 48a, derde lid artikel 55, derde of vierde lid artikel 55j, derde of vierde lid artikel 55ja, derde artikel 55q, derde of vierde lid het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh dan wel maximum aantal kg broeikasgas, waar op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in,, jo. artikel 15, derde lid,,, jo. artikel 23, derde lid,,, jo. artikel 32, derde lid,,,, jo. artikel 48, derde lid, of, respectievelijk het aantal kg broeikasgas, bedoeld in,lid, jo. artikel 55j, derde lid, of, bij opgeteld kan worden; en b. artikelen 14, vijfde lid 31, vijfde lid 47, vijfde lid artikel 55i, vierde lid artikelen 22, vijfde lid 39, vijfde lid 54, vijfde lid 55p, vierde lid het basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van de,, of, of, dan wel de,, of, of, vastgestelde correcties. 2 Indien de som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag die in een kalenderjaar zijn verstrekt minder dan wel meer bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het kalenderjaar wordt vastgesteld, kan Onze Minister na afloop van het kalenderjaar of bij het vaststellen van de subsidie terugvorderen of dit verrekenen met de nog te verstrekken maandelijkse of jaarlijkse bedragen. 3 artikel 12a artikel 20a artikel 29a artikel 45a artikel 55ga In afwijking van het tweede lid kan Onze Minister, indien het een subsidie-ontvanger betreft die hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte produceert of broeikasgas vermindert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond van,,,ofeen opbrengstgrensbedrag is vastgesteld en het jaarlijkse bedrag dat in een kalenderjaar is verstrekt of de som van de maandelijkse bedragen die in een kalenderjaar zijn verstrekt meer bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het betreffende kalenderjaar is vastgesteld, het te veel verstrekte bedrag terugvorderen tot ten hoogste de som van: a. de som van de in de voorgaande kalenderjaren vastgestelde voorschotten; en b. het in het betreffende kalenderjaar verstrekte jaarlijkse bedrag of de som van de in het betreffende kalenderjaar verstrekte maandelijkse bedragen. 4 Het teveel verstrekte bedrag, bedoeld in het derde lid, bedraagt het verschil tussen het jaarlijkse bedrag dat in het betreffende kalenderjaar is verstrekt of de som van de maandelijkse bedragen dat in het betreffende kalenderjaar is verstrekt en het voorschot dat na afloop van het betreffende kalenderjaar is vastgesteld. 5 artikel 15a, tweede lid artikel 23a, tweede lid artikel 32a, tweede lid artikel 48a, tweede lid artikel 55ja, tweede lid Indien na toepassing van het derde lid nog vastgesteld voorschot verschuldigd is door de subsidieontvanger, verrekent Onze Minister het verschuldigde voorschot met de nog te verstrekken maandelijkse of jaarlijkse bedragen, tenzij het op grond van,,,, of, vastgestelde bedrag nul bedraagt. 6 artikel 12a artikel 20a artikel 29a artikel 45a artikel 55ga In afwijking van het tweede lid verrekent Onze Minister, indien het een subsidie-ontvanger betreft die hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte produceert of broeikasgas vermindert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond van,,,ofeen opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, en het jaarlijkse bedrag dat in een kalenderjaar is verstrekt of de som van de maandelijkse bedragen die in een kalenderjaar zijn verstrekt minder bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het betreffende kalenderjaar is vastgesteld, het te weinig verstrekte voorschot met de nog te verstrekken maandelijkse of jaarlijkse bedragen. 7 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de berekening van de maandelijkse bedragen en van het jaarlijkse bedrag, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de voorschotten worden teruggevorderd of verrekend als bedoeld in het tweede, derde, vijfde en zesde lid. 2025 436 19-12-2025 09-12-2025 2025 436 19-12-2025 09-12-2025 01-01-2026
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Onze Minister verstrekt geen voorschot, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen, indien hij failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend. 2011 132 17-03-2011 26-02-2011 2011 132 17-03-2011 26-02-2011 01-07-2011
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag om subsidievaststelling in binnen zes maanden na het tijdstip waarop periode waarover subsidie wordt verstrekt, bepaald in de beschikking tot subsidieverlening, is verstreken. 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door Onze Minister beschikbaar wordt gesteld. 3 De aanvraag gaat vergezeld van de door Onze Minister aangegeven bescheiden. 2015 47 06-02-2015 27-01-2015 2015 113 17-03-2015 09-03-2015 18-03-2015
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken. 2 artikel 14, vierde lid artikel 22, vierde lid artikel 31, vierde lid artikel 39, vierde lid artikel 47, vierde lid artikel 54, vierde lid artikel 55i, derde lid artikel 55p, derde lid artikel 70, eerste lid Indien de correcties bedoeld in,,,,,,, of, voor het laatste jaar waarin de subsidiabele productie heeft plaatsgevonden nog niet zijn vastgesteld op het moment dat de aanvraag bedoeld in, is ingediend, wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, opgeschort tot de dag nadat de desbetreffende correcties zijn vastgesteld. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 71a — Artikel 71a#
Artikel 71a artikel 63a, tweede tot en met vierde lid Bij ministeriële regeling worden de ambtenaren aangewezen die worden belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens. 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 2022 120 25-03-2022 21-02-2022 26-03-2022
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Onze Minister publiceert zo snel mogelijk na 1 januari 2016, en vervolgens telkens na vijf jaar, een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk. 2015 47 06-02-2015 27-01-2015 2015 113 17-03-2015 09-03-2015 18-03-2015
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 artikel 32, eerste lid, onderdeel a artikel 40, eerste lid, onderdeel a Voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas waarvoor subsidie is verstrekt op basis van een aanvraag om subsidie die is ingediend in 2011 wordt bij de toepassing van het, ten eerste, of, ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt die een producent van hernieuwbaar gas in dat kalenderjaar heeft geproduceerd en op een transmissie- of distributiesysteem voor gas heeft laten invoeden. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 artikelen 1, vierde lid 6, tweede lid 7 14, vijfde lid 15, tweede, derde en vierde lid 22, vijfde lid 23, tweede, derde en vierde lid 28, eerste, tweede lid en derde lid, aanhef en onderdeel a 29, eerste lid 31, derde en vijfde lid 32, eerste, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid 33 36, eerste, tweede en derde lid 37, eerste lid 39, derde en vijfde lid 40, eerste, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid 41 44, eerste en tweede lid en derde lid aanhef en onderdeel a 47, derde en vijfde lid 48, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid 49 51, eerste, tweede en derde lid 52, eerste, tweede en derde lid 54, derde en vijfde lid 55, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid 55a 56, tweede lid, onderdeel b 58, tweede lid 60, eerste lid, onderdeel a 67, eerste lid, tweede lid, onderdeel a en laatste zin, derde lid, onderdeel a en laatste zin en vierde lid 68, eerste en derde lid 73 Op aanvragen om subsidie die vóór 1 januari 2015 zijn ingediend, op subsidies die vóór 1 januari 2015 zijn verleend en op subsidies die vóór 1 januari 2015 zijn vastgesteld blijft het recht van toepassing zoals dat luidde onmiddellijk vóór dat tijdstip, met uitzondering het bepaalde in de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en. 2 artikelen 12, eerste lid 20, eerste lid artikelen 14, eerste lid 22, eerste lid artikel 15, derde en vierde lid Bij subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, kunnen de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in de, en, en het bedrag, bedoeld in de, en, worden vermenigvuldigd met de factor 1,25, indien dit voor een categorie productie-installaties bij ministeriële regeling is bepaald. Deze categorie productie-installaties wordt in dat geval niet aangewezen als productie-installatie als bedoeld in. 3 Op aanvragen om subsidie die in de periode tussen 1 januari 2015 en 1 november 2020 zijn ingediend, op subsidies die in de periode tussen 1 januari 2015 en 1 juli 2020 zijn verleend en op subsidies die in de periode tussen 1 januari 2015 en 1 november 2020 zijn vastgesteld blijft het recht van toepassing zoals dat luidde onmiddellijk vóór 1 november 2020. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2007 410 30-10-2007 16-10-2007 2008 81 25-03-2008 06-03-2008 01-04-2008
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie. 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 2020 340 22-09-2020 31-08-2020 01-11-2020 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.