Besluit van 4 februari 2009, houdende regels met betrekking tot de eigen bijdrage voor de rechtzoekende in geval van verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand alsmede enige nadere regels omtrent de vaststelling van de financiële draagkracht van de rechtzoekende (Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand)
- BWB-id
- BWBR0025277
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025277
- ELI
- /eli/nl/amvb/2009/besluit-eigen-bijdrage-rechtsbijstand
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2009/besluit-eigen-bijdrage-rechtsbijstand/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025277&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025277&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025277/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2009/besluit-eigen-bijdrage-rechtsbijstand
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: diagnosedocument: artikel 7, tweede lid artikel 8, tweede lid, van de wet een schriftelijk document, opgesteld in het kader van de verlening van rechtshulp door een voorziening als bedoeld in, of, waarin is opgenomen een analyse van het juridisch probleem en een advies over dat probleem, met zo nodig een verwijzing naar ter zake doende instanties en rechtsbijstandverleners; draagkracht: wet draagkracht zoals die overeenkomstig dewordt berekend; eigen bijdrage: artikel 35, eerste lid, van de wet eigen bijdrage, bedoeld in; opvolgend deskundigenoordeel: artikelen 9 20 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 het oordeel van een opvolgend rechtsbijstandverlener als bedoeld in deenover een zaak waarvoor een toevoeging is verleend aan een andere rechtsbijstandverlener die niet werkzaam is in hetzelfde samenwerkingsverband, met als doel de twijfel die de rechtzoekende heeft over het oordeel van die andere rechtsbijstandverlener weg te nemen; wet: Wet op de rechtsbijstand . 2013 345 19-09-2013 10-09-2013 2013 345 19-09-2013 10-09-2013 01-10-2013 Artikel IV, eerste lid van Stb. 2013/345 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 2a Onverminderd het bepaalde in, bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging in gevallen waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen: a. per 1 januari 2026: € 257 per 1 januari 2026: € 25.200 € 196,–, indien het inkomen niet hoger is dan € 17.700,–; b. per 1 januari 2026: € 475 per 1 januari 2026: € 25.200 per 1 januari 2026: € 25.900 € 360,–, indien het inkomen meer dan € 17.700,–en ten hoogste € 18.400,–bedraagt; c. per 1 januari 2026: € 678 per 1 januari 2026: € 25.900 per 1 januari 2026: € 27.500 € 514,–, indien het inkomen meer dan € 18.400,–en ten hoogste € 19.400,–bedraagt; d. per 1 januari 2026: € 882 per 1 januari 2026: € 27.500 per 1 januari 2026: € 29.800 € 669,–, indien het inkomen meer dan € 19.400,–en ten hoogste € 21.300,–bedraagt; en e. per 1 januari 2026: € 1.084 per 1 januari 2026: € 29.800 per 1 januari 2026: € 35.400 € 823,–, indien het inkomen meer dan € 21.300,–en ten hoogste € 25.200,–bedraagt. 2 artikel 2a Onverminderd het bepaalde in, bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging in andere gevallen: a. per 1 januari 2026: € 257 per 1 januari 2026: € 35.000 € 196,–, indien het inkomen niet hoger is dan € 24.800,–; b. per 1 januari 2026: € 475 per 1 januari 2026: € 35.000 per 1 januari 2026: € 36.200 € 360,–, indien het inkomen meer dan € 24.800,–en ten hoogste € 25.700,–bedraagt; c. per 1 januari 2026: € 678 per 1 januari 2026: € 36.200 per 1 januari 2026: € 37.900 € 514,–, indien het inkomen meer dan € 25.700,–en ten hoogste € 27.000,–bedraagt; d. per 1 januari 2026: € 882 per 1 januari 2026: € 37.900 per 1 januari 2026: € 42.400 € 669,–, indien het inkomen meer dan € 27.000,–en ten hoogste € 30.100,–bedraagt; en e. per 1 januari 2026: € 1.084 per 1 januari 2026: € 42.400 per 1 januari 2026: € 50.000 € 823,–, indien het inkomen meer dan € 30.100,–en ten hoogste € 35.600,–bedraagt. 3 artikel 2a In afwijking van het eerste onderscheidenlijk tweede lid enbedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand bestaande uit het geven van eenvoudig rechtskundig advies, in gevallen waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen onderscheidenlijk in andere gevallen: a. per 1 januari 2026: € 101 per 1 januari 2026: € 25.900 per 1 januari 2026: € 36.200 € 77,–, indien het inkomen ten hoogste € 18 400,–onderscheidenlijk ten hoogste € 25 700,–bedraagt; en b. per 1 januari 2026: € 170 per 1 januari 2026: € 25.900 per 1 januari 2026: € 35.400 per 1 januari 2026: € 36.200 per 1 januari 2026: € 50.000 € 129,–, indien het inkomen meer dan € 18 400,–en ten hoogste € 25 200,–onderscheidenlijk meer dan € 25 700,–en ten hoogste € 35 600,–bedraagt. 4 artikel 24a, tweede lid, van de wet Indien een natuurlijk persoon blijkens een betalingsbewijs de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, heeft voldaan, wordt deze in mindering gebracht op de eigen bijdrage die hij in geval van een wijziging van de toevoeging als bedoeld inovereenkomstig het eerste of tweede lid voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging is verschuldigd. 5 per 1 januari 2026: € 1.084 De eigen bijdrage, die een rechtspersoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, bedraagt € 823,–. 6 artikel 7, tweede lid artikel 8, tweede lid per 1 januari 2026: € 69 Indien aan een rechtzoekende, alvorens deze een toevoeging aanvraagt, in persoon rechtshulp is verleend met betrekking tot zijn individuele rechtsbelang door een voorziening als bedoeld in, of, van de wet, en in het kader daarvan een diagnosedocument is opgesteld en aan de rechtzoekende ter beschikking is gesteld, wordt de op grond van het eerste, tweede onderscheidenlijk vijfde lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,–verlaagd. 7 per 1 januari 2026: € 69 In afwijking van het zesde lid wordt de eigen bijdrage, die een natuurlijke persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, verlaagd met € 53,–indien de rechtsbijstand wordt verleend: a. artikel 1, onderdeel d, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 in een strafzaak in eerste aanleg jegens een verdachte als bedoeld in; b. artikel 28, eerste lid, onderdeel a, van de Vreemdelingenwet 2000 bij de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in; c. artikel 33 van de Vreemdelingenwet 2000 bij het inbrengen van een zienswijze tegen het voornemen tot afwijzen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in; d. artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 bij het inbrengen van een zienswijze tegen het voornemen tot afwijzen van de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning als bedoeld in; e. artikelen 28 33 van de Vreemdelingenwet 2000 bij het inbrengen van een zienswijze tegen het voornemen om een verblijfsvergunning als bedoeld in deenin te trekken; f. artikel 5:2 van de Algemene wet bestuursrecht in een zaak omtrent het opleggen van een sanctie als bedoeld in; g. in een zaak in hoger beroep of cassatie. 8 per 1 januari 2026: € 69 Het bestuur kan beslissen om de op grond van het eerste, tweede onderscheidenlijk vijfde lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,–te verlagen indien van de rechtzoekende, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de rechtzoekende, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat is voldaan aan het bepaalde in het zesde lid alvorens een toevoeging aan te vragen. 9 artikelen 2b 2c In de gevallen bedoeld in deen, vindt de verlaging van de eigen bijdrage, genoemd in het zesde, zevende en achtste lid, geen toepassing. 2025 39858 24-11-2025 14-11-2025 6825974 2025 39858 24-11-2025 14-11-2025 6825974 01-01-2026
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 2, eerste tot en met derde lid Titel 5A tot en met 10 14, afdelingen 1 tot en met 3a 5 6 15 17, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek In afwijking van, is een natuurlijk persoon een hogere eigen bijdrage verschuldigd indien de toevoeging ziet op de verlening van rechtsbijstand bij verzoeken die voortkomen uit de verbreking van een huwelijkse of niet-huwelijkse relatie en gegrond zijn op,,en,en. 2 In de gevallen genoemd in het eerste lid, bedraagt de eigen bijdrage die een natuurlijk persoon, verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen: a. per 1 januari 2026: € 448 per 1 januari 2026: € 25.200 € 340,–, indien het inkomen niet hoger is dan € 17.700,–; b. per 1 januari 2026: € 543 per 1 januari 2026: € 25.200 per 1 januari 2026: € 25.900 € 412,–, indien het inkomen meer dan € 17.700,–en ten hoogste € 18.400,–bedraagt; c. per 1 januari 2026: € 747 per 1 januari 2026: € 25.900 per 1 januari 2026: € 27.500 € 566,–, indien het inkomen meer dan € 18.400,–en ten hoogste € 19.400,–bedraagt; d. per 1 januari 2026: € 950 per 1 januari 2026: € 27.500 per 1 januari 2026: € 29.800 € 720,–, indien het inkomen meer dan € 19.400,–en ten hoogste € 21.300,–bedraagt; en e. per 1 januari 2026: € 1.120 per 1 januari 2026: € 29.800 per 1 januari 2026: € 35.400 € 849,–, indien het inkomen meer dan € 21.300,–en ten hoogste € 25.200,–bedraagt. 3 In de gevallen genoemd in het eerste lid, bedraagt de eigen bijdrage die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging in andere gevallen: a. per 1 januari 2026: € 448 per 1 januari 2026: € 35.000 € 340,–, indien het inkomen niet hoger is dan € 24.800,–; b. per 1 januari 2026: € 543 per 1 januari 2026: € 35.000 per 1 januari 2026: € 36.200 € 412,–, indien het inkomen meer dan € 24.800,–en ten hoogste € 25.700,–bedraagt; c. per 1 januari 2026: € 747 per 1 januari 2026: € 36.200 per 1 januari 2026: € 37.900 € 566,–, indien het inkomen meer dan € 25.700,–en ten hoogste € 27.000,–bedraagt; d. per 1 januari 2026: € 950 per 1 januari 2026: € 37.900 per 1 januari 2026: € 42.400 € 720,–, indien het inkomen meer dan € 27.000,–en ten hoogste € 30.100,–bedraagt; en e. per 1 januari 2026: € 1.120 per 1 januari 2026: € 42.400 per 1 januari 2026: € 50.000 € 849,–, indien het inkomen meer dan € 30.100,–en ten hoogste € 35.600,–bedraagt. 4 In afwijking van het tweede onderscheidenlijk derde lid bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand bestaande uit het geven van eenvoudig rechtskundig advies, in gevallen waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen onderscheidenlijk in andere gevallen: a. per 1 januari 2026: € 141 per 1 januari 2026: € 25.900 per 1 januari 2026: € 36.200 € 108,–, indien het inkomen ten hoogste € 18.400,–onderscheidenlijk ten hoogste € 25.700,–bedraagt; en b. per 1 januari 2026: € 187 per 1 januari 2026: € 25.900 per 1 januari 2026: € 35.400 per 1 januari 2026: € 36.200 per 1 januari 2026: € 50.000 € 142,–, indien het inkomen meer dan € 18.400,–en ten hoogste € 25.200,–onderscheidenlijk meer dan € 25.700,–,–en ten hoogste € 35.600,–bedraagt. 5 artikel 2, eerste of tweede lid Het bestuur kan beslissen om de op grond van het tweede of derde lid verschuldigde eigen bijdrage te verlagen naar de eigen bijdrage die verschuldigd is op grond van, indien van de rechtzoekende, gelet op diens financiële situatie, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat de rechtzoekende de hogere eigen bijdrage betaalt voor een toevoeging op grond van het eerste lid. 2025 39858 24-11-2025 14-11-2025 6825974 2025 39858 24-11-2025 14-11-2025 6825974 01-01-2026
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b artikel 2, negende lid artikel 6, eerste of tweede lid Met inachtneming van, is de rechtzoekende ingeval van een opvolgend deskundigenoordeel opnieuw een eigen bijdrage verschuldigd die gelijk is aan de eigen bijdrage die de rechtzoekende verschuldigd is ten behoeve van de toevoeging, tenzij het bestuur op grond van, geen eigen bijdrage heeft opgelegd. In laatstgenoemde gevallen is artikel 6, derde lid van toepassing. 2013 345 19-09-2013 10-09-2013 2013 345 19-09-2013 10-09-2013 01-10-2013 Artikel IV, eerste lid van Stb. 2013/345 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2c — Artikel 2c#
Artikel 2c artikel 13 22 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 artikel 2, negende lid artikel 6, eerste of tweede lid Indienofvan toepassing is, is de rechtzoekende, met inachtneming van, opnieuw een eigen bijdrage verschuldigd waarvan de hoogte gelijk is aan de eigen bijdrage die de rechtzoekende verschuldigd is voor de toevoeging, tenzij het bestuur op grond van, geen eigen bijdrage heeft opgelegd. 2013 345 19-09-2013 10-09-2013 2013 345 19-09-2013 10-09-2013 01-10-2013 Artikel IV, eerste lid van Stb. 2013/345 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, eerste tot en met derde lid artikel 2a, tweede tot en met vierde lid 4 Artikel 1 van het Besluit omschrijving indexcijfer De inkomensgrenzen, bedoeld in, en, de hoogten van de eigen bijdragen, bedoeld in de artikelen 2, 2a, tweede tot en met vierde lid, en, alsmede het bedrag waarmee de eigen bijdrage wordt verlaagd, bedoeld in artikel 2, zesde, zevende en achtste lid, en artikel 4, tweede en derde lid, worden jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast met het percentage waarmee het indexcijfer van de lonen op 31 oktober van het voorafgaande jaar afwijkt van het overeenkomstige indexcijfer op 31 oktober in het daaraan voorafgaande jaar, met dien verstande dat de aan te passen inkomensgrenzen worden afgerond op het naastliggende veelvoud van € 100,– en de aan te passen hoogten van de eigen bijdragen en het bedrag waarmee de eigen bijdrage wordt verlaagd, bedoeld in artikel 2, zesde, zevende en achtste lid, en artikel 4, tweede en derde lid, worden afgerond op het naastliggende veelvoud van € 1,–.is van overeenkomstige toepassing. 2 Onze Minister maakt jaarlijks de geïndexeerde bedragen, bedoeld in het eerste lid, bekend door publicatie in de Staatscourant. 2015 35 30-01-2015 29-01-2015 2015 35 30-01-2015 29-01-2015 01-01-2019
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2, eerste en tweede lid artikel 2a, tweede en derde lid per 1 januari 2026: € 257 In afwijking van, en, bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, € 196, indien het gaat om de verlening van rechtsbijstand: a. artikel 292 van de Faillissementswet in hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling, bedoeld in; b. in de periode waarin de rechtzoekende in staat van faillissement verkeert; c. titel III van de Faillissementswet in de periode waarin de schuldsaneringsregeling, bedoeld in, van toepassing is; of d. in de periode gedurende welke een schriftelijk vastgelegd akkoord met betrekking tot een buitengerechtelijke schuldsanering, ondertekend door alle schuldeisers en de schuldenaar, overeenkomstig de daarin opgenomen verplichtingen wordt uitgevoerd en daarin in elk geval zijn opgenomen: 1°. alle vorderingen van de schuldeisers alsmede een opgave van de inkomsten en het vermogen van de schuldenaar; 2°. een beschrijving van het saneringsplan; 3°. artikel 295 van de Faillissementswet het bedrag dat buiten de boedel wordt gelaten en berekend is overeenkomstig het rekenmodel dat door de rechter-commissaris in het faillissement wordt gebruikt voor de berekening van het inkomen, bedoeld in; 4°. de verplichting voor de schuldenaar om de schulden, opgenomen in het saneringsplan, binnen een zo kort mogelijke termijn te betalen; 5°. de termijn gedurende welke het saneringsplan van kracht is, met een maximum van drie jaar; en 6°. dat, indien een organisatie de sanering begeleidt, deze organisatie telkens na verloop van zes maanden ten behoeve van de schuldeisers een verslag uitbrengt over de uitvoering van het saneringsplan alsmede een voorstel doet voor de aanpassing van het bedrag dat buiten de boedel wordt gelaten. 2 artikel 7, tweede lid artikel 8, tweede lid, van de wet per 1 januari 2026: € 69 Indien aan een rechtzoekende, alvorens deze een toevoeging aanvraagt, in persoon rechtshulp is verleend met betrekking tot zijn individuele rechtsbelang door een voorziening als bedoeld in, of, en in het kader daarvan een diagnosedocument is opgesteld en aan de rechtzoekende ter beschikking is gesteld, wordt de op grond van het eerste lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,–verlaagd. 3 per 1 januari 2026: € 69 Het bestuur kan beslissen om de op grond van het eerste lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,–te verlagen indien van de rechtzoekende, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de rechtzoekende, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat is voldaan aan het bepaalde in het tweede lid alvorens een toevoeging aan te vragen. 4 artikelen 2b 2c In de gevallen bedoeld in deen, vindt de verlaging bedoeld in het tweede lid geen toepassing. 2025 39858 24-11-2025 14-11-2025 6825974 2025 39858 24-11-2025 14-11-2025 6825974 01-01-2026
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2013 345 19-09-2013 10-09-2013 2013 345 19-09-2013 10-09-2013 01-10-2013 Artikel IV, eerste lid van Stb. 2013/345 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Indien een toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand wordt verleend in een zaak waarin reeds een toevoeging ten behoeve van mediation is verleend, wordt op de eigen bijdrage, die de rechtzoekende voor de verlening van rechtsbijstand verschuldigd is, het bedrag dat de rechtzoekende als eigen bijdrage voor de verlening van mediation verschuldigd was in mindering gebracht. 2009 205 14-05-2009 04-05-2009 2009 225 04-06-2009 20-05-2009 01-07-2009
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Het bestuur legt geen eigen bijdrage op in geval van een toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand aan: a. Regeling opvang asielzoekers Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 personen die uitsluitend zijn aangewezen op verstrekkingen, weergegeven in zowel deals de; b. personen wier vrijheid rechtens is ontnomen en die geen inkomsten meer hebben uit een dienstbetrekking, beroep of bedrijf, sociale verzekering of sociale voorziening; c. artikel 250 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek minderjarigen ten behoeve van wie een bijzonder curator als bedoeld inis benoemd; en d. artikel 817, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering echtgenoten als bedoeld in. 2 Het bestuur kan beslissen om geen eigen bijdrage op te leggen in geval van een toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand, indien de rechtzoekende geen inkomen of vermogen heeft. 3 artikel 2, negende lid 2a, tweede en derde lid Met inachtneming van, legt in afwijking van het eerste en tweede lid, het bestuur de laagste eigen bijdrage bedoeld in de artikelen 2, eerste en tweede lid, en, op indien een opvolgend deskundigenoordeel wordt gevraagd. 2019 198 05-06-2019 16-05-2019 2019 437 29-11-2019 21-11-2019 01-01-2020
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De rechtzoekende is geen eigen bijdrage verschuldigd voor de verlening van rechtshulp. 2009 46 12-02-2009 04-02-2009 2009 225 04-06-2009 20-05-2009 01-07-2009
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Indien de rechtzoekende minderjarig is, wordt voor de vaststelling van de financiële draagkracht het inkomen en vermogen van zijn ouder of ouders in aanmerking genomen, tenzij: a. de minderjarige 16 jaar of ouder en uitwonend is; b. de minderjarige thuiswonend is en de ouder of ouders geen kinderbijslag voor hem ontvangen; of c. de rechtsbijstand waarvoor de toevoeging wordt aangevraagd betrekking heeft op een geschil van de minderjarige met de ouder of ouders dan wel voogd of voogden. 2015 35 30-01-2015 29-01-2015 2015 35 30-01-2015 29-01-2015 01-02-2015
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Indien de rechtzoekende een rechtspersoon is, kan hij bij de indiening van de aanvraag om een toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand volstaan met het overleggen van de meest recente jaarrekening. Het bestuur kan verlangen dat de rechtspersoon in aanvulling hierop andere bescheiden overlegt. 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 34c, eerste lid, van de wet artikel 34, eerste en tweede lid, van de wet artikel 34c, eerste lid, van de wet Indien het inkomen of vermogen van de rechtzoekende in het jaar waarin de aanvraag om een toevoeging is gedaan, bedoeld in, binnen de grenzen, genoemd in, valt, maar de terugval in het inkomen of vermogen, bedoeld in, minder dan 15% bedraagt, wordt hem door het bestuur desondanks een toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand verleend. 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand Hetwordt ingetrokken. 2009 46 12-02-2009 04-02-2009 2009 225 04-06-2009 20-05-2009 01-07-2009
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2009 46 12-02-2009 04-02-2009 2009 225 04-06-2009 20-05-2009 01-07-2009
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand. 2009 46 12-02-2009 04-02-2009 2009 225 04-06-2009 20-05-2009 01-07-2009