Besluit van 27 maart 2009, houdende implementatie van richtlijn nr. 2006/117/Euratom van de Raad van de Europese Unie van 20 november 2006 betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstof (PbEU L 337) en intrekking van het Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen (Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstoffen)
- BWB-id
- BWBR0025680
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025680
- ELI
- /eli/nl/amvb/2009/besluit-in-uit-en-doorvoer-van-radioactieve-afvalstoffen-en-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2009/besluit-in-uit-en-doorvoer-van-radioactieve-afvalstoffen-en-/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025680&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025680&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025680/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2009/besluit-in-uit-en-doorvoer-van-radioactieve-afvalstoffen-en-
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: beheerder: degene die verantwoordelijk is voor het beheer van de overbrenging binnen de eerste lidstaat van doorvoer; bestraalde splijtstoffen: bestraalde splijtstoffen die permanent verwijderd zijn uit een reactorkern en voor opwerking bedoeld zijn; derde staat: staat buiten de Europese Unie; derde staat van bestemming: derde staat waarnaar een overbrenging of een voorgenomen overbrenging van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen plaatsvindt; derde staat van doorvoer: derde staat, anders dan de derde staat van herkomst en de derde staat van bestemming, over het grondgebied waarvan een overbrenging of een voorgenomen overbrenging van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen plaatsvindt; derde staat van herkomst: derde staat van waaruit een overbrenging of een voorgenomen overbrenging van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen plaatsvindt; eerste lidstaat van doorvoer: lidstaat van doorvoer waarin het douanekantoor is gelegen waarlangs de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen voor de eerste keer de Europese Unie binnenkomen; eindberging: de plaatsing van radioactieve afvalstoffen of verbruikte splijtstoffen in een inrichting zonder de bedoeling die afvalstoffen of splijtstoffen terug te halen; houder: degene die vóór de overbrenging verantwoordelijk is voor de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen en die voornemens is die stoffen over te brengen of te doen overbrengen; ingekapselde bron: radioactieve stoffen of splijtstoffen die zijn ingebed in of gehecht aan vast dragermateriaal of zijn omgeven door een omhulling van materiaal met dien verstande dat hetzij het dragermateriaal hetzij de omhulling voldoende weerstand biedt om onder normale gebruiksomstandigheden elke verspreiding van radioactieve stoffen of splijtstoffen te voorkomen; lidstaat: lidstaat van de Europese Unie; lidstaat van bestemming: lidstaat waarnaar een overbrenging of een voorgenomen overbrenging van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen plaatsvindt; lidstaat van doorvoer: lidstaat, anders dan de lidstaat van herkomst en de lidstaat van bestemming, over het grondgebied waarvan een overbrenging of een voorgenomen overbrenging van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen plaatsvindt; lidstaat van herkomst: lidstaat van waaruit een overbrenging of een voorgenomen overbrenging van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen plaatsvindt; ontvanger: degene naar wie radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen worden overgebracht; radioactieve afvalstof: a. artikel 1.2 bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming radioactieve afvalstof als bedoeld injuncto; b. splijtstof of erts, waarvoor geen gebruik of product- of materiaalhergebruik is voorzien door het bevoegd gezag van de lidstaat of derde staat van herkomst of van bestemming of door een natuurlijke of rechtspersoon wiens beslissing door deze bevoegde gezagsorganen wordt aanvaard, of die door een regelgevende instantie als radioactieve afvalstof wordt aangemerkt overeenkomstig het wet- en regelgevingskader van de lidstaten of derde staten van herkomst en van bestemming; richtlijn: richtlijn nr. 2006/117 /Euratom van de Raad van de Europese Unie van 20 november 2006 betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstof (PbEU L 337); toestemming: ingevolge dit besluit of de richtlijn vereiste toestemming met betrekking tot de aanvraag om een vergunning voor een overbrenging van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen; uniform document: door de Commissie van de Europese Gemeenschappen bij beschikking van 5 maart 2008 ter uitvoering van de richtlijn vastgesteld document (PbEU L 107); verbruikte splijtstof: kernsplijtstof die bestraald is en permanent uit een reactorkern is verwijderd. 2 Voor de toepassing van dit besluit wordt als overbrengen aangemerkt alle verrichtingen voor het verplaatsen van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen van de lidstaat of derde staat van herkomst naar de lidstaat of derde staat van bestemming. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2 Uitzonderingen op reikwijdte#
Artikel 2 Uitzonderingen op reikwijdte Dit besluit is niet van toepassing op de overbrenging van: a. ingekapselde bronnen die niet langer worden gebruikt, noch bestemd zijn om te worden gebruikt voor de handeling waarvoor een vergunning is verleend, voor zover die bronnen worden overgebracht naar: 1°. bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming een leverancier als bedoeld in; 2°. een fabrikant van dergelijke bronnen, of 3°. een voor de ontvangst van radioactieve afvalstoffen bestemde instelling; b. artikel 1.2 bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming bijlage 3 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming radioactieve afvalstoffen als bedoeld injuncto, bestaande uit natuurlijke bronnen waarvan de totale activiteit of de activiteitsconcentratie van de radionucliden gelijk of lager is dan de van toepassing zijnde vrijstellings- of vrijgavewaarde in; c. bij de opwerking van bestraalde splijtstoffen vrijgekomen voor verder gebruik geschikte restproducten. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 3 — Artikel 3 Vergunning#
Artikel 3 Vergunning 1 Het is verboden zonder vergunning van de Autoriteit: a. uit Nederland afkomstige radioactieve afvalstoffen, bestraalde splijtstoffen of verbruikte splijtstoffen met een bestemming in een andere lidstaat, van Nederland naar de lidstaat van bestemming over te brengen; b. uit Nederland afkomstige radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen met een bestemming in Nederland, van Nederland via een of meer lidstaten of derde staten van doorvoer naar Nederland over te brengen; c. uit een derde staat afkomstige radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen met een bestemming in Nederland, van de derde staat van herkomst naar Nederland over te brengen; d. uit Nederland afkomstige radioactieve afvalstoffen, bestraalde splijtstoffen of verbruikte splijtstoffen met een bestemming in een derde staat, van Nederland naar de derde staat van bestemming over te brengen; e. uit een derde staat afkomstige radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen met een bestemming in een andere derde staat, van de derde staat van herkomst via Nederland naar de derde staat van bestemming over te brengen, indien Nederland eerste lidstaat van doorvoer is. 2 Indien ingevolge artikel 10 van de richtlijn voor het overbrengen van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen naar of via Nederland een vergunning van het bevoegd gezag van een andere lidstaat is vereist, is het verboden zonder bedoelde vergunning die stoffen naar of via Nederland over te brengen. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4 — Artikel 4 Vergunningaanvraag#
Artikel 4 Vergunningaanvraag artikel 3, eerste lid Een aanvraag om een vergunning krachtens, wordt ingediend door: a. artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, b en d in het geval van: de houder; b. artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c in het geval van: de ontvanger; c. artikel 3, eerste lid, aanhef en onder e in het geval van: de beheerder. 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 15-04-2009
Artikel 5 — Artikel 5 Gebruik uniform document#
Artikel 5 Gebruik uniform document Het uniforme document wordt gebruikt: a. artikel 3, eerste lid door de aanvrager bij het indienen van een aanvraag om een vergunning krachtens, en b. door de Autoriteit: 1°. bij het indienen van een verzoek om toestemming bij het bevoegd gezag van een andere lidstaat of een derde staat van bestemming, 2°. bij het verzenden van een ontvangstbevestiging op grond van dit besluit en 3°. artikel 3, eerste lid bij het nemen van een beslissing op de aanvraag om een vergunning krachtens, en op een verzoek om toestemming als bedoeld in de richtlijn. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6 Taal#
Artikel 6 Taal 1 artikel 3, eerste lid Een aanvraag om een vergunning krachtens, en een verzoek om toestemming en de daarbij behorende verklaringen en overige bijlagen worden ingevuld onderscheidenlijk verstrekt in een taal die voor de Autoriteit aanvaardbaar is. 2 Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag van de derde staat of lidstaat van bestemming of een lidstaat van doorvoer een authentieke vertaling van de in het eerste lid bedoelde documenten noodzakelijk is, draagt de houder zorg voor een authentieke vertaling in een voor dat bevoegd gezag aanvaardbare taal. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7 — Artikel 7 Beslistermijn#
Artikel 7 Beslistermijn artikel 3, eerste lid De beslissing op de aanvraag om een vergunning krachtens, wordt genomen binnen zes maanden nadat de Autoriteit overeenkomstig dit besluit de datum van ontvangst op het uniforme document heeft aangetekend. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8 — Artikel 8 Uniform document vergezelt overbrenging#
Artikel 8 Uniform document vergezelt overbrenging Het ingevulde en van de vereiste bijlagen voorziene uniforme document vergezelt elke overbrenging van de betrokken radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstoffen. 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 15-04-2009
Artikel 9 — Artikel 9 Vergunning voor meerdere overbrengingen#
Artikel 9 Vergunning voor meerdere overbrengingen artikel 3, eerste lid Indien een aanvraag om een vergunning krachtens, betrekking heeft op het meer dan één keer naar, van of via Nederland overbrengen van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen, kan de vergunning worden verleend voor meerdere keren indien: a. de betrokken stoffen in wezen dezelfde fysische, chemische en radioactieve kenmerken vertonen, b. de overbrenging plaatsvindt van dezelfde houder naar dezelfde ontvanger en dezelfde bevoegde gezagsorganen bij de overbrenging betrokken zijn en c. indien de overbrenging via een of meer derde staten van doorvoer plaatsvindt: de doorvoer plaatsvindt via dezelfde grenspost van binnenkomst of uitreis van de Europese Unie en via dezelfde grenspost van de derde staat of staten van doorvoer, tenzij de betrokken bevoegde gezagsorganen anders zijn overeengekomen. 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 15-04-2009
Artikel 10 — Artikel 10 Geldigheidsduur vergunning#
Artikel 10 Geldigheidsduur vergunning 1 artikel 3, eerste lid Een vergunning krachtens, wordt verleend voor een bij de vergunning te stellen termijn van ten hoogste drie jaar. 2 Bij het stellen van de termijn wordt rekening gehouden met de eventuele voorwaarden die de bevoegde gezagsorganen van de andere bij de overbrenging betrokken lidstaten of de derde staat van bestemming aan hun toestemming hebben verbonden. 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 15-04-2009
Artikel 11 — Artikel 11 Dagtekening#
Artikel 11 Dagtekening artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a Indien het uniforme document dat bij de aanvraag om een vergunning krachtens, is gebruikt, volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen, tekent de Autoriteit op dat document de datum van ontvangst aan. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 12 — Artikel 12 Beoordeling op volledigheid#
Artikel 12 Beoordeling op volledigheid 1 artikel 11 Na de inbedoelde dagtekening verzoekt de Autoriteit onder toezending van het uniforme document onverwijld het bevoegd gezag van de lidstaat van bestemming alsmede het bevoegd gezag van eventuele lidstaten van doorvoer: a. te beoordelen of de aanvraag om een vergunning volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen en b. toestemming te verlenen met betrekking tot de aanvraag om een vergunning nadat de ontvangstbevestiging van het bevoegd gezag van de lidstaat van bestemming als bedoeld in artikel 8 van de richtlijn is ontvangen. 2 De Autoriteit doet de toezending van het uniforme document vergezeld gaan van informatie omtrent de vergunning en de daarbij te volgen procedure. 3 Indien het bevoegd gezag van een lidstaat waaraan een verzoek op grond van het eerste lid is gericht, binnen de termijn van 20 dagen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de richtlijn, een verzoek indient om ontbrekende informatie te verstrekken, verstrekt de Autoriteit zo spoedig mogelijk de betreffende informatie. De Autoriteit zendt een afschrift van deze informatie aan het bevoegd gezag van de andere betrokken lidstaten. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 13 — Artikel 13 Beslissing op vergunningaanvraag#
Artikel 13 Beslissing op vergunningaanvraag 1 De Autoriteit beschikt afwijzend op de aanvraag om een vergunning indien: a. het bevoegd gezag van een lidstaat waaraan om toestemming is verzocht, toestemming heeft geweigerd; b. wettelijke voorschriften inzake het beheer of vervoer van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen zich tegen de overbrenging verzetten; c. het beheer of vervoer van de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen onnodige risico’s voor de openbare veiligheid of het milieu met zich meebrengt; d. de radioactieve afvalstoffen of de verbruikte splijtstoffen bestemd zijn voor eindberging in een andere lidstaat en met deze lidstaat geen overeenkomst over het gebruik van een inrichting voor eindberging is gesloten. 2 Indien de Autoriteit van het bevoegd gezag van een lidstaat waaraan om toestemming is verzocht, niet binnen de in artikel 9, eerste lid, van de richtlijn bedoelde termijn een beslissing op dat verzoek heeft ontvangen, mag de Autoriteit ervan uitgaan dat toestemming is verleend. 3 Aan de vergunning kunnen met het oog op het beheer en vervoer van de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen voorschriften worden verbonden. Indien toestemming onder voorwaarden is verleend, worden aan de vergunning in elk geval de voorschriften verbonden die gelet op die voorwaarden noodzakelijk zijn. 4 De Autoriteit zendt de beslissing op de aanvraag onverwijld toe aan de aanvrager. De Autoriteit deelt de beslissing tevens onverwijld mede aan het bevoegd gezag van de lidstaten waaraan om toestemming is verzocht. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14 — Artikel 14 Bericht van ontvangst#
Artikel 14 Bericht van ontvangst De Autoriteit zendt de houder onverwijld een afschrift van het bericht van ontvangst van de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen, dat de Autoriteit van het bevoegd gezag van de lidstaat van bestemming heeft ontvangen. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 15 — Artikel 15 Niet-uitgevoerde overbrenging#
Artikel 15 Niet-uitgevoerde overbrenging 1 De Autoriteit kan bepalen dat de overbrenging niet kan worden uitgevoerd indien: a. artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a niet langer wordt voldaan aan de in dit besluit opgenomen eisen, de krachtens, verleende vergunning of een krachtens de richtlijn verleende toestemming of b. de overbrenging feitelijk niet kan worden uitgevoerd. 2 De Autoriteit stelt het bevoegd gezag van de betrokken andere lidstaten en de houder onverwijld in kennis van een door haar op grond van het eerste lid genomen besluit. 3 Indien het bevoegd gezag van een betrokken andere lidstaat op grond van artikel 12, eerste lid, van de richtlijn heeft besloten dat de overbrenging niet kan worden uitgevoerd, stelt de Autoriteit de houder van dat besluit in kennis. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 16 — Artikel 16 Terugnameplicht#
Artikel 16 Terugnameplicht 1 artikel 15, eerste lid artikel 15, derde lid Indien de Autoriteit overeenkomstig, heeft bepaald dat een overbrenging niet kan worden uitgevoerd, of indien de Autoriteit de houder een kennisgeving als bedoeld in, heeft gezonden, bepaalt zij dat de houder de betrokken radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen terugneemt. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien ten genoegen van de Autoriteit een andere veilige regeling kan worden getroffen. 3 Degene die verantwoordelijk is voor de overbrenging, neemt indien nodig corrigerende veiligheidsmaatregelen. 4 De houder is aansprakelijk voor alle kosten die verband houden met het niet kunnen uitvoeren van de overbrenging. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17 — Artikel 17 Beoordeling op volledigheid; ontvangstbevestiging#
Artikel 17 Beoordeling op volledigheid; ontvangstbevestiging 1 De Autoriteit beoordeelt op verzoek van het bevoegd gezag van de lidstaat van herkomst of een aanvraag om een vergunning voor het naar Nederland overbrengen van uit eerstgenoemde lidstaat afkomstige radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen met een bestemming in Nederland, volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen. De beoordeling geschiedt binnen 20 dagen na ontvangst van het verzoek. 2 Indien de aanvraag naar het oordeel van de Autoriteit volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen en het bevoegd gezag van eventuele lidstaten van doorvoer bij het bevoegd gezag van de lidstaat van herkomst geen verzoek heeft ingediend om ontbrekende informatie te verstrekken, zendt de Autoriteit uiterlijk 10 dagen na afloop van de termijn van 20 dagen, bedoeld in het eerste lid, een ontvangstbevestiging aan het bevoegd gezag van de lidstaat van herkomst. De Autoriteit zendt een afschrift van de ontvangstbevestiging aan het bevoegd gezag van eventuele lidstaten van doorvoer. 3 Indien de aanvraag naar het oordeel van de Autoriteit niet volledig en juist is ingevuld of niet is voorzien van de vereiste bijlagen, dient de Autoriteit bij het bevoegd gezag van de lidstaat van herkomst een verzoek in om de ontbrekende informatie te verstrekken. De Autoriteit zendt een afschrift van het verzoek aan het bevoegd gezag van eventuele lidstaten van doorvoer. 4 Indien het derde lid van toepassing is, of indien de Autoriteit een afschrift heeft ontvangen van een verzoek dat het bevoegd gezag van een lidstaat van doorvoer heeft ingediend bij het bevoegd gezag van de lidstaat van herkomst om ontbrekende informatie te verstrekken, zendt de Autoriteit aan het bevoegd gezag van de lidstaat van herkomst niet eerder een ontvangstbevestiging dan nadat 10 dagen zijn verstreken na ontvangst van de betreffende informatie, en in elk geval niet eerder dan na afloop van de termijn van 20 dagen, bedoeld in het eerste lid. De Autoriteit zendt een afschrift van de ontvangstbevestiging aan het bevoegd gezag van eventuele lidstaten van doorvoer. 5 De in dit artikel opgenomen termijnen voor het verzenden van een ontvangstbevestiging kunnen worden ingekort indien de Autoriteit en het bevoegd gezag van eventuele lidstaten van doorvoer zich ervan hebben vergewist dat de aanvraag volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 18 — Artikel 18 Beslistermijn; toestemming van rechtswege#
Artikel 18 Beslistermijn; toestemming van rechtswege 1 artikel 17 De Autoriteit beslist binnen twee maanden na de datum van de ontvangstbevestiging, bedoeld in, en met inachtneming van het tweede lid, omtrent toestemming met betrekking tot de aanvraag om een vergunning. Zij zendt het besluit op een zodanig tijdstip aan het bevoegd gezag van de lidstaat van herkomst dat dit besluit voor het einde van de termijn van twee maanden door dat bevoegd gezag is ontvangen. 2 De Autoriteit kan de in het eerste lid bedoelde termijn met ten hoogste een maand verlengen. Zij doet hiervan mededeling aan het bevoegd gezag van de andere betrokken lidstaten. 3 De toestemming wordt geacht te zijn verleend indien het besluit omtrent toestemming door het bevoegd gezag van de lidstaat van herkomst nog niet is ontvangen op de laatste dag van de termijn van twee maanden, dan wel, indien het tweede lid van toepassing is, op de laatste dag van de verlengde termijn. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19 — Artikel 19 Weigeringsgronden#
Artikel 19 Weigeringsgronden Toestemming wordt geweigerd indien: a. de ontvanger niet bevoegd is de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen voorhanden te hebben, b. geen schriftelijke verklaring kan worden overgelegd, waarbij de ontvanger zich bereid toont die stoffen in ontvangst te nemen, c. wettelijke voorschriften inzake het beheer of vervoer van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen zich tegen de overbrenging verzetten of d. het beheer of vervoer van de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen onnodige risico’s voor de openbare veiligheid of het milieu met zich meebrengt. 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 15-04-2009
Artikel 20 — Artikel 20 Voorwaarden#
Artikel 20 Voorwaarden 1 Toestemming kan onder voorwaarden worden verleend. 2 De voorwaarden kunnen slechts verband houden met: a. wettelijke voorschriften inzake het beheer van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen; b. artikel 19, onder d de grond, genoemd in; c. nationale, communautaire of internationale wettelijke voorschriften inzake het vervoer van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen. 3 De voorwaarden mogen niet strenger zijn dan de voorwaarden die voor soortgelijke overbrengingen binnen Nederland zijn of kunnen worden gesteld. 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 15-04-2009
Artikel 21 — Artikel 21 Bericht van ontvangst#
Artikel 21 Bericht van ontvangst 1 Degene die de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen heeft ontvangen, zendt binnen 15 dagen na de ontvangst een bericht van ontvangst aan de Autoriteit. 2 De Autoriteit stuurt onverwijld een afschrift van het bericht van ontvangst aan het bevoegd gezag van de lidstaat van herkomst en het bevoegd gezag van eventuele lidstaten en derde staten van doorvoer. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 22 — Artikel 22 Niet-uitgevoerde overbrenging#
Artikel 22 Niet-uitgevoerde overbrenging 1 De Autoriteit kan bepalen dat de overbrenging niet kan worden uitgevoerd indien: a. niet langer wordt voldaan aan de in dit besluit opgenomen eisen, de door het bevoegd gezag van de lidstaat van herkomst verleende vergunning of een krachtens de richtlijn verleende toestemming of b. de overbrenging feitelijk niet kan worden uitgevoerd. 2 De Autoriteit stelt het bevoegd gezag van de lidstaat van herkomst en het bevoegd gezag van eventuele lidstaten van doorvoer onverwijld in kennis van een door haar op grond van het eerste lid genomen besluit. 3 De houder is aansprakelijk voor alle kosten die verband houden met het niet kunnen uitvoeren van de overbrenging. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 23 — Artikel 23 titel 3.2 Van overeenkomstige toepassing verklaring#
Artikel 23 titel 3.2 Van overeenkomstige toepassing verklaring titel 3.2 artikelen 17, tweede, vierde en vijfde lid 19, aanhef en onder a en b 20, tweede lid, onder a 21 Op het overbrengen van uit een andere lidstaat afkomstige radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen met een bestemming in een andere lidstaat, van de lidstaat van herkomst via Nederland naar de lidstaat van bestemming isvan overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de,,, en, en met dien verstande dat: a. artikel 17, eerste lid in, in plaats van «naar Nederland overbrengen» wordt gelezen «via Nederland overbrengen» en in plaats van «in Nederland» wordt gelezen: in de lidstaat van bestemming; b. artikel 17, derde lid in, in plaats van «eventuele lidstaten van doorvoer» wordt gelezen: eventuele andere lidstaten van doorvoer; c. artikel 19, aanhef en onder c en d , uitsluitend van toepassing is voor zover het betreft vervoer; d. artikel 20, tweede lid, aanhef en onder b , uitsluitend van toepassing is voor zover het betreft vervoer; e. artikel 22, tweede lid in, in plaats van «en het bevoegd gezag van eventuele lidstaten van doorvoer» wordt gelezen: , het bevoegd gezag van eventuele andere lidstaten van doorvoer en het bevoegd gezag van de lidstaat van bestemming. 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 15-04-2009
Artikel 24 — Artikel 24 Toestemming voor terugzending#
Artikel 24 Toestemming voor terugzending artikel 23 Indien zij toestemming heeft verleend met betrekking tot een aanvraag om een vergunning, verleent de Autoriteit, in afwijking van, in de navolgende situaties toestemming met betrekking tot een aanvraag om een vergunning voor terugzending: a. de oorspronkelijke toestemming had betrekking op materiaal dat werd overgebracht voor bewerkings-, verwerkings- of opwerkingsdoeleinden indien de terugzending betrekking heeft op radioactieve afvalstoffen of andere producten die gelijkwaardig zijn aan het oorspronkelijke materiaal na bewerking, verwerking of opwerking, en alle relevante voorschriften zijn nageleefd; b. artikel 22, eerste lid er is sprake van een niet-uitgevoerde overbrenging als bedoeld in, of het bevoegd gezag van een andere betrokken lidstaat beslist op grond van artikel 12, eerste lid, van de richtlijn dat de overbrenging niet kan worden uitgevoerd, indien de terugzending op dezelfde voorwaarden en met dezelfde specificaties wordt verricht. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25 — Artikel 25 titel 3.1 Van overeenkomstige toepassing verklaring#
Artikel 25 titel 3.1 Van overeenkomstige toepassing verklaring titel 3.1 artikelen 12 14 artikelen 11 15, eerste lid artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b Op het overbrengen van uit Nederland afkomstige radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen met een bestemming in Nederland, van Nederland via een of meer lidstaten of derde staten van doorvoer naar Nederland isvan overeenkomstige toepassing, met uitzondering van deen, en met dien verstande dat in deen, in plaats van «artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a» wordt gelezen:. 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 15-04-2009
Artikel 26 — Artikel 26 Beoordeling op volledigheid; ontvangstbevestiging#
Artikel 26 Beoordeling op volledigheid; ontvangstbevestiging 1 artikel 11 Na de inbedoelde dagtekening verzoekt de Autoriteit onder toezending van het uniforme document onverwijld het bevoegd gezag van de lidstaat of lidstaten van doorvoer: a. te beoordelen of de aanvraag om een vergunning volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen; b. toestemming te verlenen met betrekking tot de aanvraag om een vergunning nadat een afschrift van de ontvangstbevestiging van de Autoriteit op grond van dit artikel is ontvangen. 2 De Autoriteit doet de toezending van het uniforme document vergezeld gaan van informatie omtrent de vergunning en de daarbij te volgen procedure. 3 Indien het bevoegd gezag van de lidstaat of lidstaten waaraan een verzoek op grond van het eerste lid is gericht, binnen de termijn van 20 dagen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de richtlijn, geen verzoek heeft ingediend om ontbrekende informatie te verstrekken, stelt de Autoriteit uiterlijk 10 dagen na afloop van genoemde termijn van 20 dagen de datum van ontvangstbevestiging vast. De Autoriteit deelt deze datum mede aan het bevoegd gezag van de lidstaat of lidstaten van doorvoer. 4 Indien het bevoegd gezag van een lidstaat waaraan een verzoek op grond van het eerste lid is gericht, binnen de termijn van 20 dagen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de richtlijn, een verzoek indient om ontbrekende informatie te verstrekken, verstrekt de Autoriteit zo spoedig mogelijk de betreffende informatie. De Autoriteit zendt een afschrift van deze informatie aan het bevoegd gezag van eventuele andere lidstaten van doorvoer. 5 Indien het vierde lid van toepassing is, stelt de Autoriteit de datum van ontvangstbevestiging niet eerder vast dan nadat 10 dagen zijn verstreken na ontvangst van de betreffende informatie, en in elk geval niet eerder dan na afloop van de termijn van 20 dagen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de richtlijn. De Autoriteit deelt deze datum mede aan het bevoegd gezag van eventuele andere lidstaten van doorvoer. 6 De in dit artikel opgenomen termijnen voor het vaststellen van de datum van ontvangstbevestiging kunnen worden ingekort indien de Autoriteit en het bevoegd gezag van de lidstaat of lidstaten van doorvoer zich ervan hebben vergewist dat de aanvraag volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27 — Artikel 27 Bericht van ontvangst#
Artikel 27 Bericht van ontvangst 1 Degene die de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen heeft ontvangen, zendt binnen 15 dagen na de ontvangst een bericht van ontvangst aan de Autoriteit. 2 De Autoriteit stuurt onverwijld een afschrift van het bericht van ontvangst aan het bevoegd gezag van de lidstaat of lidstaten van doorvoer, het bevoegd gezag van eventuele derde staten van doorvoer en de houder. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 28 — Artikel 28 Vergunningaanvraag; terugnameplicht#
Artikel 28 Vergunningaanvraag; terugnameplicht artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c artikel 33 De ontvanger doet zijn aanvraag om een vergunning krachtens, vergezeld gaan van een door hem ondertekende verklaring waaruit blijkt dat hij een door het bevoegd gezag van de derde staat van herkomst aanvaarde regeling heeft getroffen met de in die staat gevestigde houder, inhoudende dat laatstgenoemde die stoffen zal terugnemen indien de overbrenging niet kan worden uitgevoerd als bedoeld in. 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 15-04-2009
Artikel 29 — Artikel 29 Dagtekening#
Artikel 29 Dagtekening Indien het uniforme document dat bij de aanvraag om een vergunning is gebruikt, volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen, tekent de Autoriteit op dat document de datum van ontvangst aan. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30 — Artikel 30 Beoordeling op volledigheid; ontvangstbevestiging#
Artikel 30 Beoordeling op volledigheid; ontvangstbevestiging 1 Dit artikel is uitsluitend van toepassing indien de overbrenging via een of meer lidstaten van doorvoer plaatsvindt. 2 artikel 29 Na de inbedoelde dagtekening verzoekt de Autoriteit onder toezending van het uniforme document onverwijld het bevoegd gezag van de lidstaat of lidstaten van doorvoer: a. te beoordelen of de aanvraag om een vergunning volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen; b. toestemming te verlenen met betrekking tot de aanvraag om een vergunning nadat een afschrift van de ontvangstbevestiging van de Autoriteit op grond van dit artikel is ontvangen. 3 De Autoriteit doet de toezending van het uniforme document vergezeld gaan van informatie omtrent de vergunning en de daarbij te volgen procedure. 4 Indien het bevoegd gezag van de lidstaat of lidstaten van doorvoer binnen de termijn van 20 dagen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de richtlijn, geen verzoek indient om ontbrekende informatie te verstrekken, stelt de Autoriteit uiterlijk 10 dagen na afloop van genoemde termijn van 20 dagen de datum van ontvangstbevestiging vast. De Autoriteit deelt deze datum mede aan het bevoegd gezag van de lidstaat of lidstaten van doorvoer. 5 Indien het bevoegd gezag van een lidstaat van doorvoer binnen de termijn van 20 dagen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de richtlijn, verzoekt om ontbrekende informatie te verstrekken, verstrekt de Autoriteit zo spoedig mogelijk de betreffende informatie. De Autoriteit zendt een afschrift van deze informatie aan het bevoegd gezag van eventuele andere lidstaten van doorvoer. 6 Indien het vijfde lid van toepassing is, stelt de Autoriteit de datum van ontvangstbevestiging niet eerder vast dan nadat 10 dagen zijn verstreken na ontvangst van de betreffende informatie, en in elk geval niet eerder dan na afloop van de termijn van 20 dagen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de richtlijn. De Autoriteit deelt deze datum mede aan het bevoegd gezag van de lidstaat of lidstaten van doorvoer. 7 De in dit artikel opgenomen termijnen voor het vaststellen van de datum van ontvangstbevestiging kunnen worden ingekort indien de Autoriteit en het bevoegd gezag van de lidstaat of lidstaten van doorvoer zich ervan hebben vergewist dat de aanvraag volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 31 — Artikel 31 Beslissing op vergunningaanvraag#
Artikel 31 Beslissing op vergunningaanvraag 1 De Autoriteit beschikt afwijzend op de aanvraag indien: a. het bevoegd gezag van een lidstaat waaraan om toestemming is verzocht, toestemming heeft geweigerd, b. de ontvanger niet bevoegd is de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen voorhanden te hebben, c. geen schriftelijke verklaring kan worden overgelegd, waarbij de ontvanger zich bereid toont die stoffen in ontvangst te nemen, d. wettelijke voorschriften inzake het beheer of vervoer van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen zich tegen de overbrenging verzetten of e. het beheer of vervoer van de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen onnodige risico’s voor de openbare veiligheid of het milieu met zich meebrengt. 2 Indien de Autoriteit van het bevoegd gezag van een lidstaat waaraan om toestemming is verzocht, niet binnen de in artikel 9, eerste lid, van de richtlijn bedoelde termijn een beslissing op dat verzoek heeft ontvangen, mag de Autoriteit ervan uitgaan dat toestemming is verleend. 3 Aan de vergunning kunnen met het oog op het beheer en vervoer van de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen voorschriften worden verbonden. Indien toestemming onder voorwaarden is verleend, worden aan de vergunning in elk geval de voorschriften verbonden die gelet op die voorwaarden noodzakelijk zijn. 4 De Autoriteit zendt de beslissing op de aanvraag onverwijld toe aan de aanvrager. De Autoriteit deelt de beslissing tevens onverwijld mede aan het bevoegd gezag van: a. de derde staat van herkomst; b. eventuele lidstaten of derde staten van doorvoer. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 32 — Artikel 32 Bericht van ontvangst#
Artikel 32 Bericht van ontvangst 1 De ontvanger zendt de Autoriteit binnen 15 dagen nadat hij de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen heeft ontvangen, een bericht van ontvangst. 2 artikel 31, vierde lid De Autoriteit stuurt onverwijld een afschrift van het bericht van ontvangst aan de in, genoemde bevoegde gezagsorganen. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 33 — Artikel 33 Niet-uitgevoerde overbrenging#
Artikel 33 Niet-uitgevoerde overbrenging 1 De Autoriteit kan bepalen dat de overbrenging niet kan worden uitgevoerd indien: a. artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c niet langer wordt voldaan aan de in dit besluit opgenomen eisen, de krachtens, verleende vergunning of een krachtens de richtlijn verleende toestemming of b. de overbrenging feitelijk niet kan worden uitgevoerd. 2 De Autoriteit stelt het bevoegd gezag van de derde staat van herkomst en de ontvanger onverwijld in kennis van een door haar op grond van het eerste lid genomen besluit. 3 De ontvanger is aansprakelijk voor alle kosten die verband houden met het niet kunnen uitvoeren van de overbrenging. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 34 — Artikel 34 Beoordeling op volledigheid#
Artikel 34 Beoordeling op volledigheid Indien het bevoegd gezag van de lidstaat van bestemming verzoekt om een aanvraag om een vergunning voor het via Nederland overbrengen van uit een derde staat afkomstige radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen met een bestemming in eerstgenoemde lidstaat, op volledigheid te beoordelen, beoordeelt de Autoriteit of de aanvraag volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen. De beoordeling geschiedt binnen 20 dagen na ontvangst van het verzoek. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 35 — Artikel 35 titel 3.2 Van overeenkomstige toepassing verklaring#
Artikel 35 titel 3.2 Van overeenkomstige toepassing verklaring 1 Titel 3.2 artikelen 17, eerste, tweede, vierde en vijfde lid 19, aanhef en onder a en b 20, tweede lid, onder a 21 van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de,,, en, en met dien verstande dat: a. artikelen 17, derde lid 18, eerste en derde lid 22, eerste lid, onder a in de,, en, in plaats van «de lidstaat van herkomst» wordt gelezen: de lidstaat van bestemming; b. artikel 17, derde lid in, in plaats van «eventuele lidstaten van doorvoer» wordt gelezen: eventuele andere lidstaten van doorvoer; c. artikel 19, aanhef en onder c en d , uitsluitend van toepassing is voor zover het betreft vervoer; d. artikel 20, tweede lid, aanhef en onder b , uitsluitend van toepassing is voor zover het betreft vervoer; e. artikel 22, tweede lid een kennisgeving als bedoeld in, uitsluitend wordt gezonden aan het bevoegd gezag van de derde staat van herkomst; f. artikel 22, derde lid in, in plaats van «houder» wordt gelezen: ontvanger. 2 Artikel 24 is van overeenkomstige toepassing. 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 15-04-2009
Artikel 36 — Artikel 36 Dagtekening#
Artikel 36 Dagtekening artikel 3, eerste lid, aanhef en onder d Indien het document dat bij de aanvraag om een vergunning krachtens, is gebruikt, volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen, tekent de Autoriteit op dat document de datum van ontvangst aan. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 37 — Artikel 37 Beoordeling op volledigheid; ontvangstbevestiging#
Artikel 37 Beoordeling op volledigheid; ontvangstbevestiging 1 Dit artikel is uitsluitend van toepassing indien de overbrenging via een of meer lidstaten van doorvoer plaatsvindt. 2 artikel 36 Na de inbedoelde dagtekening verzoekt de Autoriteit onder toezending van het uniforme document onverwijld het bevoegd gezag van de lidstaat of lidstaten van doorvoer: a. te beoordelen of de aanvraag om een vergunning volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen; b. toestemming te verlenen met betrekking tot de aanvraag om een vergunning nadat een afschrift van de ontvangstbevestiging van de Autoriteit op grond van dit artikel is ontvangen. 3 De Autoriteit doet de toezending van het uniforme document vergezeld gaan van informatie omtrent de vergunning en de daarbij te volgen procedure. 4 Indien het bevoegd gezag van de lidstaat of lidstaten van doorvoer binnen de termijn van 20 dagen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de richtlijn, geen verzoek indient om ontbrekende informatie te verstrekken, stelt de Autoriteit uiterlijk 10 dagen na afloop van genoemde termijn van 20 dagen de datum van ontvangstbevestiging vast. De Autoriteit zendt een afschrift van de ontvangstbevestiging aan het bevoegd gezag van de lidstaat of lidstaten van doorvoer. 5 Indien het bevoegd gezag van een lidstaat van doorvoer binnen de termijn van 20 dagen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de richtlijn, een verzoek indient om ontbrekende informatie te verstrekken, verstrekt de Autoriteit zo spoedig mogelijk de betreffende informatie. De Autoriteit zendt een afschrift van deze informatie aan het bevoegd gezag van eventuele andere lidstaten van doorvoer. 6 Indien het vijfde lid van toepassing is, stelt de Autoriteit de datum van ontvangstbevestiging niet eerder vast dan nadat 10 dagen zijn verstreken na ontvangst van de betreffende informatie, en in elk geval niet eerder dan na afloop van de termijn van 20 dagen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de richtlijn. De Autoriteit zendt een afschrift van de ontvangstbevestiging aan het bevoegd gezag van de lidstaat of lidstaten van doorvoer. 7 De in dit artikel opgenomen termijnen voor het vaststellen van de datum van ontvangstbevestiging kunnen worden ingekort indien de Autoriteit en het bevoegd gezag van de lidstaat of lidstaten van doorvoer zich ervan hebben vergewist dat de aanvraag volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 38 — Artikel 38 Verzoek om toestemming aan derde staat van bestemming#
Artikel 38 Verzoek om toestemming aan derde staat van bestemming artikel 36 Na de inbedoelde dagtekening verzoekt de Autoriteit onverwijld het bevoegd gezag van de derde staat van bestemming onder toezending van het uniforme document toestemming te verlenen met betrekking tot de aanvraag om een vergunning. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 39 — Artikel 39 Beslissing op vergunningaanvraag#
Artikel 39 Beslissing op vergunningaanvraag 1 De Autoriteit beschikt afwijzend op de aanvraag om een vergunning indien: a. het bevoegd gezag van de derde staat van bestemming of het bevoegd gezag van een lidstaat waaraan om toestemming is verzocht, toestemming heeft geweigerd, b. de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen een bestemming hebben in een gebied ten zuiden van 60° zuiderbreedte, c. de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen een bestemming hebben binnen een derde staat die partij is bij de op 23 juni 2000 in Cotonou (Benin) ondertekende Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds (ACS-EG-Overeenkomst van Cotonou; PbEU L 317), tenzij de overbrenging radioactieve afvalstoffen betreft die na bewerking naar de derde staat van herkomst worden teruggezonden, d. de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen een bestemming hebben binnen een derde staat die naar het oordeel van de Autoriteit volgens de door de Commissie van de Europese Gemeenschappen vastgestelde criteria niet beschikt over de technische, wettelijke of bestuurlijke middelen om die stoffen veilig te beheren, zoals in het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval (Wenen, 5 september 1997; Trb. 2001, 111) is vastgesteld, bij welke beoordeling de Autoriteit rekening houdt met alle relevante informatie van andere lidstaten, e. wettelijke voorschriften inzake het beheer of vervoer van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen zich tegen de overbrenging verzetten of f. het beheer of vervoer van de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen onnodige risico’s voor de openbare veiligheid of het milieu met zich meebrengt; g. indien de radioactieve afvalstoffen of de verbruikte splijtstoffen bestemd zijn voor eindberging in een derde staat en met deze derde staat geen overeenkomst over het gebruik van een inrichting voor eindberging is gesloten. 2 Indien de Autoriteit van het bevoegd gezag van een lidstaat waaraan om toestemming is verzocht, niet binnen de in artikel 9, eerste lid, van de richtlijn bedoelde termijn een beslissing op dat verzoek heeft ontvangen, mag de Autoriteit ervan uitgaan dat toestemming is verleend. 3 Aan de vergunning kunnen met het oog op het beheer en vervoer van de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen voorschriften worden verbonden. Indien toestemming onder voorwaarden is verleend, worden aan de vergunning in elk geval de voorschriften verbonden die gelet op die voorwaarden noodzakelijk zijn. 4 De Autoriteit zendt de beslissing op de aanvraag onverwijld toe aan de aanvrager. De Autoriteit deelt de beslissing tevens onverwijld mede aan het bevoegd gezag van: a. de derde staat van bestemming; b. eventuele lidstaten of derde staten van doorvoer. 5 Bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b tot en met d, houdt de Autoriteit rekening met de criteria die de Commissie van de Europese Gemeenschappen daaromtrent ingevolge artikel 16, tweede lid, van de richtlijn heeft vastgesteld. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 40 — Artikel 40 Bericht van ontvangst#
Artikel 40 Bericht van ontvangst 1 De houder stelt de Autoriteit binnen 15 dagen nadat de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen in de derde staat van bestemming zijn aangekomen, in kennis van het feit dat die stoffen hun bestemming hebben bereikt. Daarbij wordt vermeld via welk laatste douanekantoor in de Europese Unie de overbrenging heeft plaatsgevonden. 2 Het bericht van ontvangst gaat vergezeld van een verklaring of een bevestiging van de ontvanger, dat die stoffen de juiste bestemming hebben bereikt, onder vermelding van het douanekantoor van binnenkomst in de derde staat van bestemming. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 41 — Artikel 41 Niet-uitgevoerde overbrenging#
Artikel 41 Niet-uitgevoerde overbrenging 1 De Autoriteit kan bepalen dat de overbrenging niet kan worden uitgevoerd indien: a. artikel 3, eerste lid, aanhef en onder d niet langer wordt voldaan aan de in dit besluit opgenomen eisen, de krachtens, verleende vergunning of een krachtens de richtlijn verleende toestemming of b. de overbrenging feitelijk niet kan worden uitgevoerd. 2 De Autoriteit stelt de houder onverwijld in kennis van een door haar op grond van het eerste lid genomen besluit. 3 Indien het bevoegd gezag van een betrokken andere lidstaat op grond van artikel 12, eerste lid, van de richtlijn heeft besloten dat de overbrenging niet kan worden uitgevoerd, stelt de Autoriteit de houder van dat besluit in kennis. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 42 — Artikel 42 Terugnameplicht#
Artikel 42 Terugnameplicht 1 artikel 41, eerste lid artikel 41, derde lid Indien de Autoriteit overeenkomstig, heeft bepaald dat een overbrenging niet kan worden uitgevoerd, of indien de Autoriteit de houder een kennisgeving als bedoeld in, heeft gezonden, bepaalt zij dat de houder de betrokken radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen terugneemt. 2 Artikel 16, tweede tot en met vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 43 — Artikel 43 Beoordeling op volledigheid#
Artikel 43 Beoordeling op volledigheid Indien het bevoegd gezag van de lidstaat van herkomst verzoekt om een aanvraag om een vergunning voor het via Nederland overbrengen van uit eerstgenoemde lidstaat afkomstige radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen met een bestemming in een derde staat, op volledigheid te beoordelen, beoordeelt de Autoriteit of de aanvraag volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen. De beoordeling geschiedt binnen 20 dagen na ontvangst van het verzoek. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 44 — Artikel 44 titel 3.2 Van overeenkomstige toepassing verklaring#
Artikel 44 titel 3.2 Van overeenkomstige toepassing verklaring 1 Titel 3.2 artikelen 17, eerste, tweede, vierde en vijfde lid 19, aanhef en onder a en b 20, tweede lid, onder a 21 is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de,,, en, en met dien verstande dat: a. artikel 17, derde lid in, in plaats van «eventuele lidstaten van doorvoer» wordt gelezen: eventuele andere lidstaten van doorvoer; b. artikel 19, aanhef en onder c en d , uitsluitend van toepassing is voor zover het betreft vervoer; c. artikel 20, tweede lid, aanhef en onder b , uitsluitend van toepassing is voor zover het betreft vervoer; d. artikel 22, tweede lid een kennisgeving als bedoeld in, uitsluitend wordt gezonden aan het bevoegd gezag van de lidstaat van herkomst. 2 Artikel 24 is van overeenkomstige toepassing. 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 15-04-2009
Artikel 45 — Artikel 45 Vergunningaanvraag; terugnameplicht#
Artikel 45 Vergunningaanvraag; terugnameplicht artikel 3, eerste lid,aanhef en onder e artikel 50 De beheerder doet zijn aanvraag om een vergunning krachtens, vergezeld gaan van een door hem ondertekende verklaring waaruit blijkt dat de in de derde staat van bestemming gevestigde ontvanger een door het bevoegd gezag van de derde staat van herkomst aanvaarde regeling heeft getroffen met de in die staat gevestigde houder, inhoudende dat laatstgenoemde die stoffen zal terugnemen indien de overbrenging niet kan worden uitgevoerd als bedoeld in. 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 15-04-2009
Artikel 46 — Artikel 46 Dagtekening#
Artikel 46 Dagtekening Indien het document dat bij de aanvraag om een vergunning is gebruikt, volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen, tekent de Autoriteit op dat document de datum van ontvangst aan. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 47 — Artikel 47 Beoordeling op volledigheid; ontvangstbevestiging#
Artikel 47 Beoordeling op volledigheid; ontvangstbevestiging 1 Dit artikel is uitsluitend van toepassing indien de overbrenging via een of meer andere lidstaten van doorvoer plaatsvindt. 2 artikel 46 Na de inbedoelde dagtekening verzoekt de Autoriteit onder toezending van het uniforme document onverwijld het bevoegd gezag van de andere lidstaat of lidstaten van doorvoer: a. te beoordelen of de aanvraag om een vergunning volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen; b. toestemming te verlenen met betrekking tot de aanvraag om een vergunning nadat een afschrift van de ontvangstbevestiging van de Autoriteit op grond van dit artikel is ontvangen. 3 De Autoriteit doet de toezending van het uniforme document vergezeld gaan van informatie omtrent de vergunning en de daarbij te volgen procedure. 4 Indien het bevoegd gezag van de andere lidstaat of lidstaten van doorvoer binnen de termijn van 20 dagen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de richtlijn, geen verzoek indient om ontbrekende informatie te verstrekken, stelt de Autoriteit uiterlijk 10 dagen na afloop van genoemde termijn van 20 dagen de datum van ontvangstbevestiging vast. De Autoriteit deelt deze datum mede aan het bevoegd gezag van de andere lidstaat of lidstaten van doorvoer. 5 Indien het bevoegd gezag van een andere lidstaat van doorvoer binnen de termijn van 20 dagen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de richtlijn, een verzoek indient om ontbrekende informatie te verstrekken, verstrekt de Autoriteit zo spoedig mogelijk de betreffende informatie. De Autoriteit zendt een afschrift van deze informatie aan het bevoegd gezag van eventuele andere lidstaten van doorvoer. 6 Indien het vijfde lid van toepassing is, stelt de Autoriteit de datum van ontvangstbevestiging niet eerder vast dan nadat 10 dagen zijn verstreken na ontvangst van de betreffende informatie, en in elk geval niet eerder dan na afloop van de termijn van 20 dagen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de richtlijn. De Autoriteit zendt een afschrift van de ontvangstbevestiging aan het bevoegd gezag van de andere lidstaat of lidstaten van doorvoer. 7 De in dit artikel opgenomen termijnen voor het vaststellen van de datum van ontvangstbevestiging kunnen worden ingekort indien de Autoriteit en het bevoegd gezag van de andere lidstaat of lidstaten van doorvoer zich ervan hebben vergewist dat de aanvraag volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 48 — Artikel 48 Beslissing op vergunningaanvraag#
Artikel 48 Beslissing op vergunningaanvraag 1 artikel 39, eerste, tweede en vijfde lid Op de beslissing op de aanvraag om een vergunning is, van overeenkomstige toepassing. 2 Aan de vergunning kunnen met het oog op het vervoer van de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen voorschriften worden verbonden. Indien toestemming onder voorwaarden is verleend, worden aan de vergunning in elk geval de voorschriften verbonden die gelet op die voorwaarden noodzakelijk zijn. 3 De Autoriteit zendt de beslissing op de aanvraag onverwijld toe aan de aanvrager. De Autoriteit deelt de beslissing tevens onverwijld mede aan het bevoegd gezag van de derde staat van herkomst en het bevoegd gezag van eventuele lidstaten of derde staten van doorvoer. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 49 — Artikel 49 Bericht van ontvangst#
Artikel 49 Bericht van ontvangst 1 De beheerder stelt de Autoriteit binnen 15 dagen nadat de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen in de derde staat van bestemming zijn aangekomen, in kennis van de ontvangst. Daarbij wordt vermeld via welk laatste douanekantoor in de Europese Unie de overbrenging heeft plaatsgevonden. 2 Het bericht van ontvangst gaat vergezeld van een verklaring of een bevestiging van de ontvanger, dat die stoffen de juiste bestemming hebben bereikt, onder vermelding van het douanekantoor van binnenkomst in de derde staat van bestemming. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 50 — Artikel 50 Niet-uitgevoerde overbrenging#
Artikel 50 Niet-uitgevoerde overbrenging 1 De Autoriteit kan bepalen dat de overbrenging niet kan worden uitgevoerd indien: a. artikel 3, eerste lid, aanhef en onder e niet langer wordt voldaan aan de in dit besluit opgenomen eisen, de krachtens, verleende vergunning of een krachtens de richtlijn verleende toestemming of b. de overbrenging feitelijk niet kan worden uitgevoerd. 2 De Autoriteit stelt het bevoegd gezag van de derde staat van herkomst en de beheerder onverwijld in kennis van een door haar op grond van het eerste lid genomen besluit. 3 De beheerder is aansprakelijk voor alle kosten die verband houden met het niet kunnen uitvoeren van de overbrenging. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 51 — Artikel 51 Beoordeling op volledigheid#
Artikel 51 Beoordeling op volledigheid Indien het bevoegd gezag van de eerste lidstaat van doorvoer verzoekt om een aanvraag om een vergunning voor het via Nederland overbrengen van uit eerstgenoemde lidstaat afkomstige radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen met een bestemming in een derde staat, op volledigheid te beoordelen, beoordeelt de Autoriteit of de aanvraag volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen. De beoordeling geschiedt binnen 20 dagen na ontvangst van het verzoek. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 52 — Artikel 52 titel 3.2 Van overeenkomstige toepassing verklaring#
Artikel 52 titel 3.2 Van overeenkomstige toepassing verklaring 1 Titel 3.2 artikelen 17, eerste, tweede, vierde en vijfde lid 19, aanhef en onder a en b 20, tweede lid, onder a 21 is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de,,, en, en met dien verstande dat: a. artikelen 17, derde lid 18, eerste en derde lid 22, eerste lid in de,, en, in plaats van «lidstaat van herkomst» wordt gelezen: eerste lidstaat van doorvoer; b. artikel 17, derde lid in, in plaats van «eventuele lidstaten van doorvoer» wordt gelezen: eventuele andere lidstaten van doorvoer; c. artikel 19, aanhef en onder c en d , uitsluitend van toepassing is voor zover het betreft vervoer; d. artikel 20, tweede lid, aanhef en onder b , uitsluitend van toepassing is voor zover het betreft vervoer; e. artikel 22, tweede lid een kennisgeving als bedoeld in, uitsluitend wordt gezonden aan het bevoegd gezag van de derde staat van herkomst; f. artikel 22, derde lid in, in plaats van «houder» wordt gelezen: beheerder. 2 artikelen 24 39, eerste lid, aanhef en onder b tot en met d, en vijfde lid Deen, zijn van overeenkomstige toepassing. 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 15-04-2009
Artikel 53 — Artikel 53 Intrekking Biudras#
Artikel 53 Intrekking Biudras Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen Hetwordt ingetrokken. 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 15-04-2009
Artikel 54 — Artikel 54 Overgangsrecht vergunningen#
Artikel 54 Overgangsrecht vergunningen Vervallen 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 55 — Artikel 55 Citeertitel#
Artikel 55 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstoffen. 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 15-04-2009
Artikel 56 — Artikel 56 Inwerkingtreding#
Artikel 56 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 2009 168 14-04-2009 27-03-2009 15-04-2009