Besluit van 26 januari 2009, houdende nadere regeling van de rechtspositie van de vice-president van de Raad van State, de staatsraden, de president en overige leden van de Algemene Rekenkamer, alsmede van de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen (Besluit rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman)
- BWB-id
- BWBR0025278
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025278
- ELI
- /eli/nl/amvb/2009/besluit-rechtspositie-raad-van-state-algemene-rekenkamer-en-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2009/besluit-rechtspositie-raad-van-state-algemene-rekenkamer-en-/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025278&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025278&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025278/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2009/besluit-rechtspositie-raad-van-state-algemene-rekenkamer-en-
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 De vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de leden van de Raad van State en de staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen die in verband met de vervulling van hun ambt zijn verhuisd, ontvangen een verhuiskostenvergoeding, indien zij zich met de verhuizing binnen een afstand van 25 kilometer van de Raad van State, de Algemene Rekenkamer onderscheidenlijk de Nationale ombudsman hebben gevestigd en de afstand tussen de oude woning en de Raad van State, de Algemene Rekenkamer onderscheidenlijk de Nationale ombudsman ten minste 50 kilometer bedroeg. 2 De verhuiskostenvergoeding bestaat uit: a. een bedrag voor de kosten verbonden aan het vervoer van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, welk bedrag zo nodig wordt vermeerderd met een bedrag voor reis- en verblijfkosten, welke de betrokkene en eventueel een of meer van diens gezinsleden vooraf hebben gemaakt ter bezichtiging van woonruimte; b. een bedrag voor de kosten van vervoer van de bagage en van de inboedel van de betrokkene naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken; c. een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten. 3 Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman Het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onder c, wordt vastgesteld op tien procent van de jaarlijkse bezoldiging op de dag waarop de nieuwe woning wordt betrokken. Onder jaarlijkse bezoldiging wordt verstaan het twaalfvoud van de bezoldiging in de zin van de, vermeerderd met de aanspraak op de vakantie-uitkering. 2010 235 24-06-2010 26-05-2010 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010 13-02-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op de Raad van State (herstructurering Raad van State) in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Aan de vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de leden van de Raad van State en de staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen worden informatie- en communicatievoorzieningen en lectuur, daarbij inbegrepen de hiervoor benodigde aansluitingen en abonnementen, ter beschikking gesteld voor de duur van de vervulling van hun ambt. 2010 235 24-06-2010 26-05-2010 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op de Raad van State (herstructurering Raad van State) in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 In het geval van binnenlandse en buitenlandse dienstreizen worden de noodzakelijke faciliteiten ter beschikking gesteld ten behoeve van vervoer en verblijf voor de vice-president van de Raad van State en de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen en voor degenen die hen vergezellen. 2 De leden van de Raad van State en de staatsraden ontvangen op de voet van hetgeen hieromtrent voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen een vergoeding van reis- en verblijfkosten. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a De vice-president van de Raad van State en de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de leden van de Raad van State en de staatsraden, de president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen hebben recht op de vergoeding van gemaakte kosten voor verlies, diefstal of beschadiging van voor de dienstreis meegenomen noodzakelijke bagage tot ten hoogste het bedrag dat voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De vice-president van de Raad van State heeft voor de duur van vervulling van zijn ambt een dienstauto met chauffeur ter beschikking. 2 Ten behoeve van het woon-werkverkeer van de president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen worden de noodzakelijke faciliteiten ter beschikking gesteld. Indien aan deze functionarissen voor dienstreizen en woon-werkverkeer een dienstauto ter beschikking wordt gesteld, zijn het derde tot en met zesde lid van toepassing. 3 De prijs per kilometer van de dienstauto, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 0,82 exclusief BTW, berekend op de grondslag van een gebruiksduur van twee jaar en 60.000 gereden kilometers per jaar. 4 Het bedrag, genoemd in het derde lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het prijsindexcijfer jaargemiddelde operationele autolease inclusief brandstof, zoals door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerd, over het tweede kalenderjaar voorafgaand aan genoemde datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer over het jaar daaraan voorafgaand. 5 De prijs per kilometer wordt berekend aan de hand van de formule (((n / (l/12)) + o + f + g + h + p) / m) + i waarin: n = (((a–c)/1,19) + (b/1,19) + c) – (d/1,19) afschrijving over looptijd (inclusief belasting van personenauto's en motorrijwielen en exclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting)); o = ((d/1,19) x e) + ((n/2) x e) rente per jaar; p = ((k/1,19) x (m/100) x j) brandstofkosten per jaar; en: a = consumentenprijs inclusief accessoires af fabriek (inclusief belasting van personenauto's en motorrijwielen en belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting)); b = consumentenprijs van accessoires achteraf en/of door derden (inclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting)); c = totale belasting van personenauto's en motorrijwielen; d = totale marktconforme restwaarde inclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting) en belasting van personenauto's en motorrijwielen; e = rentetarief in procenten; f = administratiekosten inclusief management fee per jaar doch exclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting) (of interne kosten ingeval niet wordt uitbesteed); g = houderschapsbelasting per jaar; h = het in het kader van het omslagstelsel door het Bureau Schade Afwikkeling vastgestelde bedrag; i = prijs van reparatie, onderhoud en banden exclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting); j = brandstofverbruik in liters per 100 kilometer; k = tarief bij brandstofsoort inclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting); l = looptijd in maanden; m = jaarkilometrage. 6 artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet Artikel 14, tweede lid, onderdelen b en c, van de Arbeidsomstandighedenwet De dienstauto, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts in gebruik genomen nadat is vastgesteld dat aan de voorschriften van het derde tot en met vijfde lid is voldaan, tenzij afwijking van deze voorschriften noodzakelijk is om redenen van veiligheid of wegens een individuele werkplekanalyse, verricht of getoetst door een deskundige persoon als bedoeld in.is in het tweede geval van overeenkomstige toepassing. 7 De vice-president van de Raad van State ontvangt een maandelijkse vergoeding voor de door hem verschuldigde loonbelasting over het gebruik van de dienstauto, bedoeld in het eerste lid. De vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule CAT x P/100 x T/100 M = –––––––––––––––––––––––––––––––– 12 waarin: M = het bedrag van de vergoeding; CAT = de catalogusprijs van de dienstauto, met inbegrip van belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting) en belasting van personenauto's en motorrijwielen, verminderd met het deel van de catalogusprijs, met inbegrip van belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting) en belasting van personenauto's en motorrijwielen, dat toerekenbaar is aan buitengewone beveiligingsmaatregelen; artikel 13bis, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 P = het toepasselijke percentage, genoemd in. artikel 20a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 T = het hoogste van de in de tarieftabel vanopgenomen percentages. 8 artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 Aangewezen als een eindheffingsbestanddeel als bedoeld inwordt: a. de maandelijkse vergoeding, bedoeld in het eerste lid; b. Wet op de loonbelasting 1964 het tot het belastbare loon in de zin van devan de vice-president van de Raad van State behorend voordeel ter zake van de dienstauto toerekenbaar aan buitengewone beveiligingsmaatregelen. 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 01-01-2026
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Aan de vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de leden van de Raad van State en de staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen worden de overige voorzieningen ter beschikking gesteld die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun ambt. 2010 235 24-06-2010 26-05-2010 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op de Raad van State (herstructurering Raad van State) in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de leden van de Raad van State en de staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen ontvangen een maandelijkse vergoeding voor de kosten van voorzieningen die voor hun eigen rekening komen en door hen mede worden aangewend ten behoeve van de vervulling van hun ambt. 2 De maandelijkse vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt a. voor de vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman € 470,01; b. voor de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de leden van de Raad van State, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen € 391,14. 3 De staatsraden ontvangen voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden en die voor eigen rekening komen een zodanig deel van het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, als overeenkomt met de vastgestelde omvang van de te vervullen taak. 4 artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 De maandelijkse vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt aangewezen als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in. 5 De in het tweede lid genoemde bedragen worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 01-01-2026
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de leden van de Raad van State en de staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen ontvangen een vergoeding voor de door hen gemaakte kosten van voorzieningen die niet voor hun eigen rekening komen en die aantoonbaar door hen zijn aangewend voor de vervulling van hun ambt. 2010 235 24-06-2010 26-05-2010 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op de Raad van State (herstructurering Raad van State) in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 5a, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De vergoeding die de staatsraden in buitengewone dienst en de leden in buitengewone dienst van de Algemene Rekenkamer per gehele of gedeeltelijke werkdag ontvangen voor het deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad van State onderscheidenlijk de Algemene Rekenkamer, is gelijk aan de vergoeding die raadsheren in buitengewone dienst bij de Hoge Raad als bedoeld in, per zitting ontvangen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op staatsraden in buitengewone dienst in de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die reeds uit anderen hoofde in een rechterlijke functie salaris genieten. 2021 281 18-06-2021 10-06-2021 2021 281 18-06-2021 10-06-2021 01-07-2021
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties treft voor de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen een voorziening voor bedrijfsgeneeskundige zorg. 2022 178 13-05-2022 26-04-2022 2022 178 13-05-2022 26-04-2022 14-05-2022 10-07-2021
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Wijzigt het Reisbesluit buitenland. 2009 52 12-02-2009 26-01-2009 2009 53 12-02-2009 26-01-2009 13-02-2009
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De volgende besluiten worden ingetrokken: a. besluit van 31 maart 1993, houdende regeling van een vergoeding voor de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede de president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden Het(Stb. 219); b. besluit van 19 november 1990, houdende nadere regeling van de rechtspositie van de Nationale ombudsman Het(Stb. 581); c. besluit van 9 juni 1972, houdende regeling van de vergoeding voor staatsraden in buitengewone dienst Het(Stb. 314); d. besluit van 21 september 1992, houdende regeling van de vergoeding voor leden in buitengewone dienst van de Algemene Rekenkamer Het(Stb. 538) en e. besluit van 28 april 1982, houdende vaststelling van de regeling betreffende de uitkering die na het overlijden van Ministers, Commissarissen des Konings, krachtens Grondwet of wet voor hun leven aangestelde ambtenaren, de Nationale ombudsman en substituut-ombudsmannen zal worden uitgekeerd Het(Stb. 308). 2009 52 12-02-2009 26-01-2009 2009 53 12-02-2009 26-01-2009 13-02-2009
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a Vervallen 2010 795 03-12-2010 22-11-2010 2009 611 29-12-2009 23-12-2009 32130 01-01-2015 2013 566 23-12-2013 18-12-2013 33753 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 39c van de Wet op
de loonbelasting 1964 vervalt. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2009/611 gesteld op 1 januari 2014.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat: a. artikel 4, zevende lid , terugwerkt tot en met 1 januari 2005; b. artikel 4, zesde lid , terugwerkt tot en met 1 oktober 2007. 2009 52 12-02-2009 26-01-2009 2009 53 12-02-2009 26-01-2009 13-02-2009
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman. 2009 52 12-02-2009 26-01-2009 2009 53 12-02-2009 26-01-2009 13-02-2009