Besluit van 4 mei 2009, houdende vaststelling van regels met betrekking tot het geven van rijonderricht in het besturen van motorvoertuigen (Besluit rijonderricht motorrijtuigen 2009)
- BWB-id
- BWBR0025866
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-08-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025866
- ELI
- /eli/nl/amvb/2009/besluit-rijonderricht-motorrijtuigen-2009
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2009/besluit-rijonderricht-motorrijtuigen-2009/2022-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025866&g=2022-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025866&z=2026-06-06&g=2022-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025866/2022-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2009/besluit-rijonderricht-motorrijtuigen-2009
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder wet: Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 . 2009 216 26-05-2009 04-05-2009 2009 217 26-05-2009 06-05-2009 01-06-2009
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Certificaten worden afgegeven voor het geven van rijonderricht voor de motorrijtuigcategorieën A, B, C, D, E bij B, E bij C, E bij D, of T. 2 Een certificaat voor: a. motorrijtuigcategorie A geeft tevens de bevoegdheid tot het geven van rijonderricht voor de motorrijtuigcategorieën AM, voor zover het tweewielige bromfietsen betreft, A1 en A2; b. motorrijtuigcategorie B geeft tevens de bevoegdheid tot het geven van rijonderricht voor motorrijtuigcategorie AM, voor zover het drie- of vierwielige bromfietsen betreft; c. motorrijtuigcategorie C geeft tevens de bevoegdheid tot het geven van rijonderricht voor motorrijtuigcategorie C1; d. motorrijtuigcategorie D geeft tevens de bevoegdheid tot het geven van rijonderricht voor motorrijtuigcategorie D1; e. motorrijtuigcategorie E bij B geeft tevens de bevoegdheid tot het geven van rijonderricht voor het besturen van een samenstel van een motorrijtuig van de motorrijtuigcategorie B en een aanhangwagen of oplegger waarvan de toegestane maximummassa meer bedraagt dan 750 kg, waarbij de toegestane maximummassa van het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen of oplegger meer bedraagt dan 3.500 kg, maar niet meer dan 4.250 kg; f. motorrijtuigcategorie E bij C of E bij D geeft tevens de bevoegdheid tot het geven van rijonderricht voor motorrijtuigcategorie E bij C1 respectievelijk E bij D1. 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 5, eerste lid, van de wet artikelen 14 19 van de wet De inbedoelde ambtenaren doen aan het instituut ten behoeve van het bijhouden van het register mededeling omtrent onbevoegd in certificaten aangebrachte wijzigingen als bedoeld in deen. 2009 216 26-05-2009 04-05-2009 2009 217 26-05-2009 06-05-2009 01-06-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Bij de aanvraag voor het afleggen van het examen rijinstructeur overlegt de aanvrager een bewijsstuk aan het instituut waaruit blijkt dat deze met goed gevolg: a. artikel 2.22, eerste lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel d, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 een opleiding heeft gevolgd op het niveau van ten minste voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in de theoretische of gemengde leerweg, bedoeld in, of op een gelijkwaardig niveau, of b. artikel 9, vierde lid, van de wet de geschiktheidstest, bedoeld in, heeft afgelegd. 2 Het bepaalde in het eerste lid geldt niet ten aanzien van de aanvrager die reeds beschikt over een geldig certificaat voor het geven van rijonderricht. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot: a. de inrichting en de inhoud van de geschiktheidstest, en b. de beoordeling van de competenties van de betrokkene en de wijze waarop die beoordeling plaatsvindt. 2021 522 05-11-2021 14-10-2021 2022 13 11-01-2022 17-12-2021 01-08-2022
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de wet De eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, bedoeld in, zijn voor motorrijtuigcategorie B: a. Fase 1. Bekwaam in verkeersdeelname: 1°. de rijinstructeur kan met een motorrijtuig veilig, vlot en milieubewust aan het verkeer deelnemen volgens de rijprocedure; en 2°. de rijinstructeur is zich bewust van de taakprocessen die hij doorloopt tijdens uitvoering van de rijtaken en kan deze processen verwoorden in verschillende lessituaties; en b. Fase 2. Didactische voorwaarden: 1°. de rijinstructeur kan aan de hand van de leergang en het lesplan een individueel lesprogramma voor de leerling vaststellen en verantwoorden; 2°. de rijinstructeur kan de lessen inhoudelijk en didactisch voorbereiden zodanig dat voor de leerlingen een krachtige leeromgeving wordt gerealiseerd; 3°. de rijinstructeur kan lessituaties zodanig organisatorisch plannen en inrichten dat de lesactiviteiten een vloeiend verloop kennen, verstoringen kunnen worden voorkomen of opgelost en de beschikbare les- en leertijd taakgericht wordt besteed; 4°. de rijinstructeur kan zodanig instructie geven dat de leerling in aansluiting op zijn actuele beheersingsniveau de verschillende deeltaken stapsgewijs steeds zelfstandiger leert uitvoeren; 5°. de rijinstructeur kan ontwikkelingen in het leerproces van de leerling signaleren en hem ondersteunen en begeleiden in het zelfstandig en met vertrouwen leren aanpakken van de rijtaken en oplossen van problemen; en 6°. de rijinstructeur kan de ontwikkeling in de rijvaardigheid van de leerling beoordelen door zelf het beoordelingsniveau van de leerling te toetsen of door gebruik te maken van het oordeel van andere rijinstructeurs of van rijexaminatoren. 2 artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de wet De eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, bedoeld in, zijn voor de motorrijtuigcategorieën A, C, D, E bij B, E bij C en E bij D, de eisen, genoemd in het eerste lid, onderdeel a. 3 Voor de motorrijtuigcategorie T zijn: a. artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de wet de eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, bedoeld in, indien de aanvrager niet beschikt over een certificaat voor motorrijtuigcategorie B, de eisen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b; b. artikel 9a, eerste lid, van de wet de eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, bedoeld in, indien de aanvrager beschikt over een certificaat voor motorrijtuigcategorie B en niet over een certificaat voor de motorrijtuigcategorie E bij C, de eisen, genoemd in het eerste lid, onderdeel a; c. artikel 7, vijfde lid, van de wet de eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, bedoeld in, indien de aanvrager mede beschikt over een certificaat voor motorrijtuigcategorie E bij C, de eisen, genoemd in het eerste lid, onderdeel a. 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Vervallen 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 6b — Artikel 6b#
Artikel 6b artikel 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de eisen, genoemd in. 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de wet artikel 9a, tweede lid, van de wet De eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, bedoeld in, voor de motorrijtuigcategorieën A, B, C, D en T, alsmede de eisen, bedoeld in, zijn: Fase 3. Bekwaam handelen als rijinstructeur in authentieke lessituaties: a. de rijinstructeur heeft als tweede bestuurder beheersing over het lesvoertuig; b. de rijinstructeur kan zodanig instructie geven dat de leerling in aansluiting op zijn actuele beheersingsniveau de verschillende deeltaken stapsgewijs steeds zelfstandiger leert uitvoeren; c. de rijinstructeur kan ontwikkelingen in het leerproces van de leerling signaleren en hem ondersteunen en begeleiden in het zelfstandig en met vertrouwen leren aanpakken van de rijtaken, en oplossen van problemen; d. de rijinstructeur kan de ontwikkeling in de rijvaardigheid van de leerling beoordelen door zelf het beoordelingsniveau van de leerling te toetsen of door gebruik te maken van het oordeel van andere rijinstructeurs of rijexaminatoren; en e. de rijinstructeur kan reflecteren op zijn handelen als opleider en zodanig evalueren dat de resultaten daarvan aanwijzingen geven voor bijstelling van dat handelen. 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a Vervallen 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot: a. de inhoud, de duur en de mogelijke verlenging van de stage in verband met bijzondere omstandigheden, en de wijze waarop die wordt doorlopen, b. de beoordeling van de stagiair en de wijze waarop de beoordeling plaatsvindt, en c. de aanwijzing van stagebegeleiders. 2 artikel 12a, derde lid, van de wet Het instituut kan, indien de stagiair niet handelt overeenkomstig de inbedoelde eisen, het deel van de stage dat tot het constateren van dat handelen is gevolgd ongeldig verklaren. 2009 216 26-05-2009 04-05-2009 2009 217 26-05-2009 06-05-2009 01-06-2009
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 12b van de wet artikel 13, aanhef en onderdeel b, eerste en tweede zin, van de wet Degene die bijscholing volgt als bedoeld in, neemt in de periode dat zijn certificaat als bedoeld in, geldig is, deel aan zes dagdelen theoretische bijscholing in een van de motorrijtuigcategorieën waarvoor hij het certificaat heeft. 2 artikel 13, aanhef en onderdeel b, van de wet Theoretische bijscholing die gevolgd is in de in het eerste lid bedoelde periode is alleen geldig voor de periode, bedoeld in. 3 Het instituut registreert de gevolgde theoretische bijscholing als de daarbij behorende omvang in dagdelen volledig is gevolgd. 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de theoretische bijscholing. 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 12b van de wet artikel 13, aanhef en onderdeel b, eerste en tweede zin, van de wet Degene die bijscholing volgt als bedoeld in, neemt in de periode dat zijn certificaat als bedoeld in, geldig is, deel aan een praktijkbegeleiding. 2 Degene wiens praktijkbegeleiding niet als voldoende is beoordeeld, volgt in de in het eerste lid bedoelde periode een tweede praktijkbegeleiding. Degene wiens tweede praktijkbegeleiding niet als voldoende is beoordeeld, volgt in de in het eerste lid bedoelde periode een derde praktijkbegeleiding. 3 De praktijkbegeleiding wordt door het instituut beoordeeld. Indien de praktijkbeoordeling niet als voldoende wordt beoordeeld, geeft het instituut aan welke competenties onvoldoende zijn aangetoond. 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 artikel 12b van de wet artikel 13, aanhef en onderdeel b, derde en vierde zin, van de wet Degene die bijscholing volgt als bedoeld in, neemt in de periode dat de geldigheid van zijn certificaat met zes maanden verlengd is, bedoeld in, telkens deel aan zes dagdelen bijlessen en vervolgens aan een praktijkbegeleiding. 2 Bijlessen die gevolgd zijn in de in het eerste lid bedoelde periode zijn alleen geldig voor diezelfde periode. 3 Het instituut registreert de gevolgde bijlessen als de daarbij behorende omvang in dagdelen volledig is gevolgd. 4 Artikel 10, derde lid , is van toepassing op de praktijkbegeleiding, bedoeld in het eerste lid. 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 12b, eerste lid, tweede zin, van de wet artikelen 9 10 10a Onverminderd, voldoet de aanvrager voor de afgifte van een certificaat in verband met het verstrijken van de geldigheidsduur van een eerder aan de aanvrager afgegeven certificaat aan de eisen, bedoeld in de,en. 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot: a. de omvang en de inhoud van de gecertificeerde cursussen en de verplichtingen van degene die de gecertificeerde cursussen verzorgen, b. artikel 10a de omvang, de inhoud, de duur en de mogelijke verlenging van de praktische bijscholing in verband met bijzondere omstandigheden, waarbij verschillende regels worden gesteld indien er sprake is van een verlenging als bedoeld in, en c. de beoordeling van de competenties van degene die rijonderricht geeft en de wijze waarop die beoordeling plaatsvindt. 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 12c, eerste lid, van de wet artikel 13, aanhef en onderdeel b, van de wet: Het herintrederstraject, bedoeld in, bestaat voor het verkrijgen van een certificaat als bedoeld in a. artikel 4 van de wet voor motorrijtuigcategorie B en voor de motorrijtuigcategorieën A en T indien de herintreder blijkens het register, bedoeld in, minder dan vijf jaar geleden beschikte over uitsluitend een geldig certificaat voor motorrijtuigcategorie A respectievelijk T, uit: 1°. artikel 5, eerste lid, onderdeel a fase 1 als bedoeld in, voor de desbetreffende motorrijtuigcategorie; 2°. artikel 5, eerste lid, onderdeel b fase 2 als bedoeld in, voor de motorrijtuigcategorie B, dan wel voor motorrijtuigcategorie T voor het herintrederstraject voor die motorrijtuigcategorie; en 3°. artikel 7 artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a fase 3 als bedoeld invoor de desbetreffende motorrijtuigcategorie, met dien verstande dat de omvang ervan minder is dan op grond van; b. voor de overige motorrijtuigcategorieën uit het bezit van een geldig certificaat voor de motorrijtuigcategorie B. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot: a. de omvang en de inhoud van het herintrederstraject, en b. de beoordeling van de competenties van de herintreder en de wijze waarop die beoordeling plaatsvindt. 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van de wet De hoofdopleiding, bedoeld in, is een opleiding op het niveau van het wetenschappelijk onderwijs of het hoger beroepsonderwijs, waarbij is geëxamineerd in psychologie, pedagogiek, andragogiek, voorlichtingskunde, onderwijskunde of een gelijksoortig vak. 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van de wet Het aantal jaren beroepservaring, bedoeld in, is ten minste twee. 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 17, tweede lid, onderdeel c, van de wet De aanvullende eisen van bekwaamheid voor het geven van scholing educatieve maatregel, bedoeld inzijn indien de scholing de geestelijke of lichamelijke geschiktheid van de houder van een rijbewijs betreft: 1. kennis van de hoofdlijnen van de verkeerswetgeving en van het oplossen van verkeersopgaven; 2. kennis van probleemgedrag en verkeersongevallen in relatie tot psychologische, sociale en medische factoren; 3. kennis van probleemgedrag en verkeersongevallen in relatie tot de factoren voertuig en omgeving; 4. kennis van en vaardigheid in het organiseren, geven en evalueren van scholing educatieve maatregel. 2009 216 26-05-2009 04-05-2009 2009 217 26-05-2009 06-05-2009 01-06-2009
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a Vervallen 2019 168 01-05-2019 15-04-2019 2019 168 01-05-2019 15-04-2019 02-05-2019
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 21, tweede lid, van de wet Het tijdstip en de plaats van het onderzoek, bedoeld in, worden vastgesteld door de aangewezen deskundige of deskundigen en aan betrokkene bij aangetekende brief medegedeeld. 2 Indien betrokkene wegens een geldige reden van verhindering niet op het vastgestelde tijdstip op de vastgestelde plaats aanwezig is, worden door de deskundige of deskundigen opnieuw een tijdstip en plaats vastgesteld, die bij aangetekende brief aan betrokkene worden medegedeeld. 3 Indien betrokkene zonder geldige reden van verhindering niet op het vastgestelde tijdstip op de vastgestelde plaats aanwezig is, wordt dat door de deskundige of deskundigen vastgesteld en bij aangetekende brief aan betrokkene medegedeeld. 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 4, aanhef en onderdeel a In afwijking van, kan de aanvrager bij de aanvraag voor het afleggen van het examen rijinstructeur een bewijsstuk aan het instituut overleggen waaruit blijkt dat deze met goed gevolg een opleiding heeft gevolgd op het niveau van ten minste lager dan wel voorbereidend beroepsonderwijs of individueel beroepsonderwijs, indien de aanvrager vóór de inwerkingtreding van het Besluit van 29 januari 2020 tot wijziging van het Besluit rijonderricht motorrijtuigen 2009 in verband met wijzigingen ten aanzien van de vooropleiding, de bijscholing en het herintrederstraject en enige andere wijzigingen (Stb. 2020, 37) een examen rijinstructeur heeft afgelegd. 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 12c, eerste lid, van de wet artikel 13 Voor degenen die aan het herintrederstraject, bedoeld inzijn begonnen vóór de inwerkingtreding van het Besluit van 29 januari 2020 tot wijziging van het Besluit rijonderricht motorrijtuigen 2009 in verband met wijzigingen ten aanzien van de vooropleiding, de bijscholing en het herintrederstraject en enige andere wijzigingen (Stb. 2020, 37), blijftvan dit besluit zoals dat luidde voor inwerkingtreding van het voornoemde besluit van kracht tot zes maanden na de datum van inwerkingtreding. 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rijonderricht motorrijtuigen 2009. 2009 216 26-05-2009 04-05-2009 2009 217 26-05-2009 06-05-2009 01-06-2009
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2020 37 07-02-2020 29-01-2020 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2009 216 26-05-2009 04-05-2009 2009 217 26-05-2009 06-05-2009 01-06-2009