Besluit van 29 december 2008, houdende regels inzake de tegemoetkomingen voor chronisch zieken en gehandicapten (Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten)
- BWB-id
- BWBR0025007
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2015-01-01 t/m 2015-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025007
- ELI
- /eli/nl/amvb/2009/besluit-tegemoetkoming-chronisch-zieken-en-gehandicapten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2009/besluit-tegemoetkoming-chronisch-zieken-en-gehandicapten/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025007&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025007&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025007/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2009/besluit-tegemoetkoming-chronisch-zieken-en-gehandicapten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikelen 2 tot en met 5 Voor de toepassing van deen de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. de wet: Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten de; b. chronische groep: een voor de verzekerde vergoede ATC of DBC, of een combinatie van een vergoede ATC en DBC die gebruikt wordt bij de behandeling van een specifieke chronische aandoening; c. ATC: artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Regeling zorgverzekering farmaceutische zorg die wordt geregistreerd met een ATC (Anatomical Therapeutic Chemical Classification) als bedoeld in; d. DBC: artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van de Regeling zorgverzekering diagnose behandeling combinatie als bedoeld in; e. indicatiebesluit: artikel 1, onderdeel d, van het Zorgindicatiebesluit een besluit als bedoeld in; f. zorgverzekeraar: artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet een zorgverzekeraar als bedoeld in; g. militair: artikel 1, eerste lid, onderdeel a, juncto onderdeel b, van de Militaire ambtenarenwet 1931 een militair ambtenaar in werkelijke dienst als bedoeld in, dan wel een militair aan wie buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015 Artikel 10.5 van Stb. 2014/441 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Vervallen 2010 764 16-11-2010 02-11-2010 2010 764 16-11-2010 02-11-2010 17-11-2010 01-01-2010 2010 764 16-11-2010 02-11-2010 2010 764 16-11-2010 02-11-2010 17-11-2010 01-01-2009
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 2, eerste lid, van de wet artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet De tegemoetkoming, bedoeld in, bedraagt € 290 indien de rechthebbende in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, nog niet heeft bereikt of pensioengerechtigd is geworden, onderscheidenlijk € 145 indien de rechthebbende in het gehele jaar pensioengerechtigde was, de rechthebbende niet is overleden in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, en: a. één of meer tot een bij ministeriële regeling aangewezen chronische groep, die recht geeft op een lage tegemoetkoming, behorende 1° ATC’s anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel in dat jaar vergoed kreeg, of 2° ATC’s als add-on duur of weesgeneesmiddel in het jaar voorafgaande aan dat jaar vergoed kreeg, of 3° DBC’s in het jaar voorafgaande aan dat jaar vergoed kreeg; b. één of meer tot twee of meer bij ministeriële regeling aangewezen chronische groepen, die afzonderlijk geen recht geven op een tegemoetkoming, behorende 1° ATC’s anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel in dat jaar vergoed kreeg, of 2° ATC’s als add-on duur of weesgeneesmiddel in het jaar voorafgaande aan dat jaar vergoed kreeg, of 3° DBC’s in het jaar voorafgaande aan dat jaar vergoed kreeg; c. voor rekening van zijn zorgverzekeraar een bij ministeriële regeling aangewezen hulpmiddel in een bij die regeling te bepalen periode heeft verkregen of heeft laten repareren en een tot een bij ministeriële regeling aangewezen chronische groep, die geen recht geeft op een tegemoetkoming, behorende 1° ATC anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel in dat jaar vergoed kreeg, of 2° ATC als add-on duur of weesgeneesmiddel in het jaar voorafgaande aan dat jaar vergoed kreeg, of 3° DBC in het jaar voorafgaande aan dat jaar vergoed kreeg; d. artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet maatschappelijke ondersteuning op 31 december van dat jaar heeft beschikt over een indicatie voor het gedurende dat jaar gebruiken van een rolstoel op grond van; e. in het jaar voorafgaande aan dat jaar van zijn zorgverzekeraar geneeskundige zorg gericht op revalidatie in een bij ministeriële regeling aangewezen instelling, vergoed heeft gekregen; f. in dat jaar: 1°. artikel 2.6, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering van zijn zorgverzekeraar ten minste een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag, gelijk aan het gemiddelde bedrag aan kosten voor 96 behandelingen fysiotherapie of oefentherapie als bedoeld in, vergoed heeft gekregen; 2°. jonger was dan 18 jaar en in dat jaar en het daaraan voorafgaande jaar van zijn zorgverzekeraar ten minste een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag, gelijk aan het gemiddelde bedrag van de kosten voor een bij die regeling te bepalen aantal behandelingen fysiotherapie of oefentherapie vergoed heeft gekregen, of 3°. artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement militair was en in dat jaar en het daaraan voorafgaande jaar van de rechtspersoon, bedoeld in, ten minste een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag, gelijk aan het gemiddelde bedrag aan kosten voor een bij die regeling te bepalen aantal behandelingen fysiotherapie of oefentherapie, vergoed heeft gekregen; g. in dat jaar of een daaraan voorafgaand kalenderjaar doch na 31 december 2011 van zijn zorgverzekeraar een bij ministeriële regeling aangewezen hulpmiddel bij een blijvende aandoening vergoed heeft gekregen; h. artikelen 4 5 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op één tot tien uren per week zorg als bedoeld in,en, met dien verstande dat: 1°. een indicatie voor een functie voor één dagdeel geldt als een indicatie voor 2,5 uren zorg per week; 2°. het gemiddelde aantal uren waarvoor een functie is geïndiceerd, geldt als het aantal uren zorg per week voor die functie, en 3°. in geval van een indicatie voor twee of meer functies het totaalaantal uren zorg per week wordt berekend door het aantal uren zorg per functie per week op te tellen; i. artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Wet maatschappelijke ondersteuning artikel 4.1, derde lid, van het Besluit maatschappelijke ondersteuning in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer gedurende één tot tien uren per week in natura huishoudelijke verzorging als bedoeld inheeft ontvangen of daartoe op grond van een indicatiebesluit was aangewezen en een persoonsgebonden budget heeft ontvangen, met dien verstande dat voor het vaststellen van de periode van 26 weken wordt aangesloten bij de indeling in weken als bedoeld in, of j. artikelen 9, eerste lid 9a, eerste lid 13, eerste en tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op één of meer etmalen per week zorg als bedoeld in de,, of. 2 artikel 2, eerste lid, van de wet artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet De tegemoetkoming, bedoeld inbedraagt € 484 indien de rechthebbende in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, nog niet heeft bereikt of pensioengerechtigd is geworden, onderscheidenlijk € 339 indien de rechthebbende in het gehele jaar pensioengerechtigde was, de rechthebbende niet is overleden in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, en de rechthebbende in dat jaar: a. één of meer tot één of meer bij ministeriële regeling aangewezen chronische groepen die recht geven op een hoge tegemoetkoming of tot twee of meer bij ministeriële regeling aangewezen chronische groepen, die recht geven op een lage tegemoetkoming, behorende 1° ATC’s anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel in dat jaar vergoed kreeg, of 2° ATC’s als add-on duur of weesgeneesmiddel in het jaar voorafgaande aan dat jaar vergoed kreeg, of 3° DBC’s in het jaar voorafgaande aan dat jaar vergoed kreeg; b. artikelen 4 5 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op tien of meer uren per week zorg als bedoeld in,en, met dien verstande dat: 1°. een indicatie voor een functie voor één dagdeel geldt als een indicatie voor 2,5 uren zorg per week; 2°. het gemiddelde aantal uren waarvoor een functie is geïndiceerd, geldt als het aantal uren zorg per week voor die functie, en 3°. in geval van een indicatie voor twee of meer functies het totaalaantal uren zorg per week wordt berekend door het aantal uren zorg per functie per week op te tellen; c. artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Wet maatschappelijke ondersteuning artikel 4.1, derde lid, van het Besluit maatschappelijke ondersteuning al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer gedurende tien of meer uren per week in natura huishoudelijke verzorging als bedoeld inheeft ontvangen of daartoe op grond van een indicatiebesluit was aangewezen en een persoonsgebonden budget heeft ontvangen, met dien verstande dat voor het vaststellen van de periode van 26 weken wordt aangesloten bij de indeling in weken als bedoeld in, of d. viel onder twee of meer van de categorieën, genoemd in het eerste lid, met uitzondering van een combinatie van: 1°. de categorieën, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b; 2°. de categorieën, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en c; 3°. de categorieën, genoemd in het eerste lid, onderdelen a, b en c; 4°. de categorieën, genoemd in het eerste lid, onderdelen b en c; 5°. de categorieën, genoemd in het eerste lid, onderdelen b en g; 6°. de categorieën, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en g; 7°. de categorieën, genoemd in het eerste lid, onderdelen b, c en g; 8°. de categorieën, genoemd in de onderdelen h en i. 3 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 2, eerste lid, van de wet Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen h en j, en het tweede lid, onderdelen b en c, is voor militairen het aantal uren, dagdelen of etmalen waarvoor zorg als bedoeld in deis gebruikt, bepalend voor het toekennen van de tegemoetkoming, bedoeld in. 4 Het gemiddelde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, en het tweede lid, onderdeel b, wordt bepaald door op een decimaal achter de komma naar boven af te ronden. 5 Een rechthebbende op wie het tweede lid, onderdeel a of onderdeel d, van toepassing is, heeft slechts recht op een tegemoetkoming als bedoeld in de aanhef van dat lid. 6 Een rechthebbende op wie het eerste lid, onderdeel j, van toepassing is, heeft in afwijking van het tweede lid, slechts recht op een tegemoetkoming als bedoeld in de aanhef van het eerste lid. 7 Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld: a. met een bij ministeriële regeling krachtens het eerste lid, onderdeel e, aangewezen instelling, een buiten Nederland gevestigde, door een daartoe bevoegde autoriteit in een andere lidstaat van de Europese Unie voor revalidatiezorg aangewezen instelling; b. artikel 1, onderdeel j, van de Wet marktordening gezondheidszorg met een DBC een daarmee naar aard en strekking overeenkomende combinatie van prestaties als bedoeld in, verricht in een andere lidstaat van de Europese Unie, en c. met een lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015 Artikel 10.5 van Stb. 2014/441 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a Vervallen 2012 212 18-05-2012 03-05-2012 2012 212 18-05-2012 03-05-2012 19-05-2012 01-01-2012 2012 212 18-05-2012 03-05-2012 2012 212 18-05-2012 03-05-2012 19-05-2012 01-01-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c en e tot en met g Zorgverzekeraars en de rechtspersoon, bedoeld in, verstrekken van rechthebbenden die vallen onder de categorieën, genoemd in, aan het CAK: a. het burgerservicenummer, b. het rekeningnummer, c. de geboortedatum, d. indien de rechthebbende is overleden, de datum van het overlijden, e. de naam en het adres van de rechthebbende, en f. artikel 2, tweede lid, onderdelen a en d indien dat het geval is: dat een rechthebbende op grond van, recht heeft op de daar bedoelde tegemoetkoming. 2 artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet Zorgverzekeraars verstrekken aan het CAK een overzicht van verzekerden als bedoeld indie verzekerd waren op 31 december van het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft. 3 artikel 9a, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement artikel 2, eerste lid, onderdelen h of j Indicatieorganen als bedoeld inen de rechtspersoon, bedoeld in, verstrekken aan het CAK van personen die vallen onder, of artikel 2, tweede lid, onderdeel b: a. het burgerservicenummer, b. de naam en het adres van de rechthebbende, c. de geboortedatum, en d. artikel 2, eerste lid, onderdeel j, of het tweede lid indien dat het geval is: de mededeling dat de persoon valt in de categorieën, genoemd in. 4 artikel 2, eerste lid, onderdeel d Gemeenten verstrekken aan het CAK van personen die vallen onder: a. het burgerservicenummer, b. naam en adres van de rechthebbende, en c. de geboortedatum. 5 artikel 2, eerste lid, onderdeel i Gemeenten verstrekken aan het CAK van personen die in de zin van, of artikel 2, tweede lid, onderdeel c, een persoonsgebondenbudget voor huishoudelijke verzorging ontvangen: a. het burgerservicenummer, b. de naam en het adres van de rechthebbende, c. de geboortedatum, d. de datum waarop en de duur waarvoor de indicatie is gegeven, en e. het gemiddelde aantal etmalen, dagdelen en uren waarvoor de indicatie is gegeven. 6 artikel 1, onderdelen c en d, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 2, eerste lid, onderdeel j Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank, bedoeld in, verstrekken aan het CAK de rekeningnummers van rechthebbenden die vallen onder, met uitzondering van die van militairen. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015 Artikel 10.5 van Stb. 2014/441 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 10 van de wet Recht op de tegemoetkoming, bedoeld in, heeft: a. artikel 10, eerste lid, van de wet de persoon, bedoeld indie op 1 juli van het kalenderjaar recht heeft op: 1°. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van debij een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer, 2° hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen .een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van, 3°. hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen een werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten op grond van, of 4°. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen een uitkering op grond van debij een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer; b. Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten de persoon die op 1 juli van het kalenderjaar recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer of op arbeidsondersteuning op grond van de. 2 De persoon, bedoeld in het eerste lid, ontvangt per kalenderjaar een tegemoetkoming van € 252,00. 3 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt de tegemoetkoming ambtshalve in het derde kwartaal van het kalenderjaar. 2014 226 27-06-2014 23-06-2014 2014 226 27-06-2014 23-06-2014 01-07-2014
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikelen 2 4 artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 De bedragen, genoemd in deen, worden bij het begin van het kalenderjaar bij ministeriële regeling vervangen door andere bedragen. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in, en de uitkomst vervolgens naar boven af te ronden op hele getallen. 2012 212 18-05-2012 03-05-2012 2012 212 18-05-2012 03-05-2012 01-01-2015
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Wijzigt het Bijdragebesluit zorg. 2008 607 30-12-2008 29-12-2008 2008 608 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Wijzigt het Besluit maatschappelijke ondersteuning. 2008 607 30-12-2008 29-12-2008 2008 608 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Wijzigt het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001. 2008 607 30-12-2008 29-12-2008 2008 608 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Wijzigt het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. 2008 607 30-12-2008 29-12-2008 2008 608 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 5 artikel 16d, vijfde lid, van het Bijdragebesluit zorg artikel 4.1, vierde lid, van het Besluit maatschappelijke ondersteuning Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarbij voor artikelen of onderdelen daarvan terugwerkende kracht mogelijk is tot en met 1 januari 2009 met dien verstande dateerst toepassing vindt in het jaar 2010 en dat de korting die wordt verleend op grond vanenzoals deze komen te luiden na inwerkingtreding van dit besluit voor het jaar 2009 in een keer wordt uitgekeerd in het tweede kwartaal van het jaar 2010. 2008 607 30-12-2008 29-12-2008 2008 608 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. 2008 607 30-12-2008 29-12-2008 2008 608 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009