Besluit van 25 november 2009 tot vaststelling van wat in artikel 10, vierde en vijfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen onder inkomen uit arbeid en overig inkomen wordt verstaan (Inkomensbesluit Wet inkomensvoorziening oudere werklozen)
- BWB-id
- BWBR0026773
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2011-01-01 t/m 2012-02-29
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0026773
- ELI
- /eli/nl/amvb/2009/inkomensbesluit-wet-inkomensvoorziening-oudere-werklozen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2009/inkomensbesluit-wet-inkomensvoorziening-oudere-werklozen/2011-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0026773&g=2011-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0026773&z=2026-06-06&g=2011-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0026773/2011-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2009/inkomensbesluit-wet-inkomensvoorziening-oudere-werklozen
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: a. aangiftetijdvak: het tijdvak van vier weken dan wel een maand waarop de aangifte waarop de ingehouden loonbelasting wordt afgedragen, betrekking heeft; b. verlof: een tussen werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen tijdvak, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht; c. werknemersverzekering: artikel 2, onderdeel c, van de Wet financiering sociale verzekeringen werknemersverzekering, bedoeld in; d. stamrecht: een recht op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon. 2009 507 08-12-2009 25-11-2009 2008 341 28-08-2008 18-08-2008 01-12-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 10, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2 Omschrijving inkomen uit arbeid#
Artikel 2 Omschrijving inkomen uit arbeid 1 artikel 10, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Onder inkomen uit arbeid als bedoeld in, wordt verstaan: a. artikel 16, eerste en tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen artikel 1, onderdeel o, van die wet Toeslagenwet hetgeen onder loon wordt verstaan in, voor de werknemer, bedoeld in, met dien verstande dat niet tot het inkomen worden gerekend uitkeringen op grond van een werknemersverzekering, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van deen de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat; b. artikelen 9 tot en met 13 van de Wet op de loonbelasting 1964 het loon, bedoeld in de, voor zover de werknemer niet als werknemer als bedoeld in onderdeel a inkomen verdient, met dien verstande dat niet tot het inkomen worden gerekend: 1°. hetgeen uit een vroegere dienstbetrekking als bedoeld in die wet wordt genoten; 2°. artikel 46 van de Zorgverzekeringswet een vergoeding voor de inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in; 3°. artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964 de eindheffingsbestanddelen, bedoeld in; c. paragraaf 3.3.1 paragraaf 3.4.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a en b artikel 3.92 van die wet het belastbaar loon of het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld inonderscheidenlijk, behoudens voor zover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de, en, voor zover de uitkeringsgerechtigde geen werknemer is als bedoeld in de onderdelen a en b; d. paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikelen 3.74 3.79a van die wet artikel 3.78, derde lid, van die wet de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in, vermeerderd met de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling, bedoeld in deen, met dien verstande dat de bestanddelen van de winst, bedoeld in, niet geacht worden te behoren tot de winst; e. hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2 van de Wet arbeid en zorg artikel 3:17, eerste lid, onder a en b, van die wet een uitkering op grond vanaan de zelfstandige of de beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst, bedoeld in; f. artikel 29, tweede lid, onderdelen e tot en met g, van de Ziektewet boek 7 van het Burgerlijk Wetboek een uitkering op grond van, indien tevens sprake is van een arbeidsovereenkomst in de zin van. 2 Indien de vaststelling van het inkomen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, leidt tot een negatief bedrag, dan wordt dat inkomen op nihil gesteld. 3 artikel 629 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 76a van de Ziektewet artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 76b, eerste tot en met derde lid 76c van de Ziektewet Indien de doorbetaling van loon als bedoeld inof de doorbetaling van bezoldiging op grond vangeheel of gedeeltelijk is geweigerd, dan wel de betaling daarvan geheel of gedeeltelijk is opgeschort door toepassing vanonderscheidenlijk, of, wordt voor de toepassing van dit besluit het loon of de bezoldiging in aanmerking genomen als ware de doorbetaling niet geheel of gedeeltelijk geweigerd of de betaling niet geheel of gedeeltelijk opgeschort. 2009 507 08-12-2009 25-11-2009 2008 341 28-08-2008 18-08-2008 01-12-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 10, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3 Uitbreiding omschrijving inkomen uit arbeid#
Artikel 3 Uitbreiding omschrijving inkomen uit arbeid 1 Gedurende de periode dat de werknemer recht heeft op: a. hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet een uitkering als bedoeld in; b. artikel 18, eerste lid, van de Werkloosheidswet een uitkering als bedoeld in; c. artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 een uitkering in verband met werkloosheid die uitsluitend het gevolg is van verkorting van de werktijd, waarvoor op grond vanontheffing is verleend, of met verlof is, wordt tevens als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen dat werd genoten in het aangiftetijdvak voor het aangiftetijdvak waarin: 1°. het recht ontstond op een uitkering als bedoeld in de onderdelen a tot en met c. 2°. het verlof aanving. 2 Niet als inkomen wordt beschouwd het loon dat door de werknemer wordt genoten indien hij tegelijkertijd uit hoofde van dezelfde arbeidsrelatie inkomen als bedoeld in het eerste lid geniet. 2009 507 08-12-2009 25-11-2009 2008 341 28-08-2008 18-08-2008 01-12-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 10, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4 Omschrijving overig inkomen#
Artikel 4 Omschrijving overig inkomen 1 artikel 10, vijfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Onder overig inkomen als bedoeld in, wordt verstaan: a. artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met c een uitkering op grond van de Werkloosheidswet met uitzondering van de uitkeringen, bedoeld in; b. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering een uitkering op grond van de; c. Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen een uitkering op grond van de; d. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen een uitkering op grond van de; e. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten een uitkering op grond van de; f. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen een uitkering op grond van de; g. Ziektewet artikel 29, tweede lid, van die wet artikel 2, onderdeel f een uitkering op grond van deals bedoeld in, tenzij, van toepassing is; h. een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in de onderdelen a tot en met g; i. artikel 32ba van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 18, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 38a van de Wet op de loonbelasting 1964 een uitkering op grond van een regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in, op grond van een pensioenregeling als bedoeld in, op grond van een levensloopregeling als bedoeld in, op grond van een prepensioenregeling als bedoeld in, zoals dat artikel luidde op 31 december 2004 of op grond van een regeling die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; j. een uitkering als bedoeld in onderdeel h, waarop recht bestaat, maar die niet wordt uitbetaald, omdat onder de toepasselijke wetgeving gebruik is gemaakt van het daarin voorziene recht af te zien van het recht op die uitkering of de uitbetaling daarvan; k. loon dat uit een vroegere dienstbetrekking wordt genoten. 2 In afwijking van het eerste lid wordt niet als overig inkomen beschouwd: a. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten artikel 22 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikelen 53 63 van de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 10 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen artikel 9 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten het bedrag waarmee de uitkering op grond van de, de, deen deis verhoogd wegens hulpbehoevendheid op grond van, deof,,of een combinatie van deze artikelen; b. een eenmalige uitkering welke na beëindiging van de dienstbetrekking aan een werknemer in verband met die beëindiging wordt betaald en c. periodieke uitkeringen uit hoofde van een stamrecht, dat is verkregen uit een eenmalige uitkering welke na beëindiging van de dienstbetrekking aan de werknemer in verband met die beëindiging is toegekend, mits de werknemer aantoont dat de eenmalige uitkering door de werkgever betaalbaar is gesteld om naar eigen inzicht van de werknemer te besteden. 3 Indien een uitkering als bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd in verband met enig handelen of nalaten van betrokkene dat hem redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit besluit de uitkering in aanmerking genomen als ware deze niet geheel of gedeeltelijk geweigerd. 2009 507 08-12-2009 25-11-2009 2008 341 28-08-2008 18-08-2008 01-12-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 10, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5 Vakantiebijslag#
Artikel 5 Vakantiebijslag 1 artikelen 2 3 4 In afwijking van de,enwordt vakantiebijslag niet als inkomen uit arbeid of als overig inkomen beschouwd. 2 artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Indien over het inkomen uit arbeid of overig inkomen geen aanspraak op vakantiebijslag bestaat, wordt van dit inkomen slechts een deel in aanmerking genomen. Dit deel is gelijk aan het quotiënt van 100 en de som van 100 en het percentage van de vakantiebijslag, bedoeld in. 2009 507 08-12-2009 25-11-2009 2008 341 28-08-2008 18-08-2008 01-12-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 10, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6 Vaststelling inkomen per kalendermaand van de uitkeringsgerechtigde#
Artikel 6 Vaststelling inkomen per kalendermaand van de uitkeringsgerechtigde 1 artikelen 2 3 4 Het inkomen, bedoeld in de,enwordt herleid tot een bedrag per kalendermaand. 2 Bij de toepassing van het eerste lid wordt het loon door de uitkeringsgerechtigde geacht te zijn genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever of de inhoudingsplichtige van dat loon opgave heeft gedaan. 3 Bij de toepassing van het eerste lid worden betalingen van het overig inkomen toegerekend aan de perioden waarin hierop recht bestaat. 4 artikel 2, eerste lid, onderdelen c, d en e Bij de toepassing van het eerste lid worden het belastbaar loon, het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, de belastbare winst uit onderneming en de uitkering, bedoeld in, evenredig toegerekend aan de betreffende kalendermaanden in het boek- of kalenderjaar. 5 Bij een per kalendermaand wisselend inkomen kan op basis van een geschat inkomen een gemiddeld inkomen per kalendermaand worden bepaald, waarna per periode van ten hoogste twaalf maanden een herberekening plaatsvindt. 6 Het UWV kan bij de vaststelling van het inkomen het loon dat door de uitkeringsgerechtigde is genoten in een aangiftetijdvak, toerekenen aan de dag waarop dat loon betrekking heeft. 7 artikel 3, eerste lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen Het UWV kan bij de vaststelling van het inkomenovereenkomstig toepassen ten aanzien van loon dat het karakter heeft van een extra periodiek salaris, waarbij in plaats van een refertejaar, kalendermaand wordt gelezen. 2009 507 08-12-2009 25-11-2009 2008 341 28-08-2008 18-08-2008 01-12-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 10, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7 Omrekening#
Artikel 7 Omrekening 1 artikel 6 Indien het bij de toepassing vannoodzakelijk is om niet in euro’s uitgedrukt inkomen om te rekenen in euro’s, geschiedt dat met behulp van de door de Europese Centrale Bank geadviseerde wisselkoersen. 2 Een wijziging van een wisselkoers als bedoeld in het eerste lid beïnvloedt het vastgestelde inkomen niet, met dien verstande dat: a. bij wijziging van het inkomen, anders dan ten gevolge van de koersmutaties, een omrekening plaatsvindt; en b. ten minste eens per jaar een omrekening plaatsvindt. 2009 507 08-12-2009 25-11-2009 2008 341 28-08-2008 18-08-2008 01-12-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 10, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen in werking treedt.
Artikel 7a — Artikel 7a artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964 Overgangsrecht in verband met keuzeregime#
Artikel 7a artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964 Overgangsrecht in verband met keuzeregime 1 artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 2, eerste lid, onderdeel b, onder 3° Ingeval ter zake van het belastbare loonwordt toegepast, wordt voor de toepassing van, onder eindheffingsbestanddelen als bedoeld inverstaan eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van die wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2010. 2 artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964 Dit artikel vervalt met ingang van de dag waaropvervalt. 2010 869 29-12-2010 23-12-2010 2010 869 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 8 — Artikel 8 Inwerkingtreding#
Artikel 8 Inwerkingtreding artikel 10, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waaropin werking treedt. 2009 507 08-12-2009 25-11-2009 2008 341 28-08-2008 18-08-2008 01-12-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 10, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9 Citeertitel#
Artikel 9 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Inkomensbesluit Wet inkomensvoorziening oudere werklozen. 2009 507 08-12-2009 25-11-2009 2008 341 28-08-2008 18-08-2008 01-12-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 10, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen in werking treedt.