Besluit van 29 december 2008 houdende vaststelling van een nieuw Mediabesluit (Mediabesluit 2008)
- BWB-id
- BWBR0025036
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025036
- ELI
- /eli/nl/amvb/2009/mediabesluit-2008
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2009/mediabesluit-2008/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025036&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025036&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025036/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2009/mediabesluit-2008
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: visual radio: televisieprogramma dat bestaat uit een radioprogramma dat is voorzien van beelden; wet: Mediawet 2008 . 2016 488 12-12-2016 01-12-2016 2016 488 12-12-2016 01-12-2016 01-01-2017
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 artikel 2.21a van de wet De NPO maakt voorafgaand aan de start van een experiment betreffende een aanbodkanaal als bedoeld inde uitvoering van dat experiment bekend. 2 De bekendmaking gaat vergezeld van een beschrijving van het experiment die in elk geval bevat: a. artikel 2.1 van de wet de positie van het experiment binnen de publieke mediaopdracht, bedoeld in, en de relatie met het andere media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst; b. de doelstellingen van het experiment waaronder het beoogde publieksbereik, de doelgroepen en de behoeften van het publiek, mede in het licht van bestaand marktaanbod; en c. de duur en wijze van financiering van het experiment en de manier waarop het experiment wordt geëvalueerd. 2009 574 24-12-2009 14-12-2009 2009 574 24-12-2009 14-12-2009 01-01-2010
Artikel 1b — Artikel 1b#
Artikel 1b 1 artikel 2.147 van de wet In de begroting, bedoeld in, wordt een beschrijving gegeven van: a. de experimenten die worden uitgevoerd; en b. de voorgenomen experimenten in het komende kalenderjaar. 2 Artikel 1a, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing. 2009 574 24-12-2009 14-12-2009 2009 574 24-12-2009 14-12-2009 01-01-2010
Artikel 1c — Artikel 1c#
Artikel 1c 1 Een experiment is in duur beperkt tot een looptijd van maximaal een jaar, gerekend vanaf het tijdstip waarop het desbetreffende aanbodkanaal voor het publiek beschikbaar is. 2 artikel 2.20 van de wet artikel 2.147 van de wet artikel 2.21, derde lid onderscheidenlijk vierde lid, van de wet Als binnen de maximale looptijd van een experiment het desbetreffende aanbodkanaal in het concessiebeleidsplan, bedoeld in, of in de begroting, bedoeld in, met het oog op de instemming als bedoeld inis opgenomen, kan het experiment worden voortgezet, totdat over de instemming is beslist. 3 Een experiment heeft een beperkt publieksbereik, tenzij dit niet mogelijk is vanwege technische omstandigheden of tot onevenredig hoge kosten leidt. 2009 574 24-12-2009 14-12-2009 2009 574 24-12-2009 14-12-2009 01-01-2010
Artikel 1d — Artikel 1d#
Artikel 1d 1 artikel 2.149, eerste lid, onderdelen a tot en met d en f, van de wet De totale kosten voor de landelijke publieke mediadienst van experimenten in enig kalenderjaar bedragen niet meer dan 2 procent van het totaal van de budgetten, bedoeld in. 2 artikel 2.58 van de wet De NPO vermeldt in het verslag, bedoeld in, de uitgevoerde experimenten en de kosten per experiment in het afgelopen kalenderjaar. 2013 572 23-12-2013 18-12-2013 2013 572 23-12-2013 18-12-2013 01-01-2014
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De NOS verzorgt in ieder geval het volgende media-aanbod: a. de dagelijkse nieuwsvoorziening; b. de verslaggeving over Nederlandse en Europese parlementaire aangelegenheden; c. de verslaggeving van nationale feest- en gedenkdagen; d. de actuele sportverslaggeving, waaronder in ieder geval de competitie- en bekerwedstrijden en internationale evenementen; e. de verslaglegging van andere nationale en internationale gebeurtenissen van bijzondere aard, waaronder staatsbezoeken; f. de nieuwsvoorziening ten behoeve van de regio; g. de nieuwsvoorziening ten behoeve van de jeugd; h. de nieuwsvoorziening ten behoeve van personen met een auditieve beperking; en i. aanbod van dienstverlenende aard, waaronder informatie ten behoeve van scheepvaart, verkeer, visserij, en land- en tuinbouw. 2021 297 25-06-2021 01-06-2021 2021 298 25-06-2021 15-06-2021 01-01-2022
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De NTR verzorgt in ieder geval het volgende media-aanbod: a. achtergrondinformatie en beschouwingen over politieke en maatschappelijke ontwikkelingen, onder meer op het gebied van economie, wetenschap en techniek; b. aanbod ten behoeve van maatschappelijke doelgroepen die elders niet of niet voldoende tot hun recht komen; c. aanbod dat betrekking heeft op etnische en culturele minderheden; d. aanbod van culturele aard, waaronder kunst, dat elders niet of niet voldoende tot zijn recht komt; en e. aanbod van educatieve aard ten behoeve van de jeugd. 2021 297 25-06-2021 01-06-2021 2021 298 25-06-2021 15-06-2021 01-01-2022
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a artikel 2.184 van de wet artikel 2.185 van de wet In deze paragraaf worden onder evaluatie en evaluatiecommissie verstaan de evaluatie onderscheidenlijk de evaluatie, bedoeld in, en de evaluatiecommissie, bedoeld in. 2013 572 23-12-2013 18-12-2013 2013 572 23-12-2013 18-12-2013 01-01-2014
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b 1 Bij de evaluatie van elke afzonderlijke landelijke publieke media-instelling betrekt de evaluatiecommissie de wijze waarop deze instelling heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht door het aanbieden van media-aanbod dat: a. evenwichtig, pluriform, gevarieerd en kwalitatief hoogstaand is en zich tevens kenmerkt door een grote verscheidenheid naar vorm en inhoud; b. op evenwichtige wijze een beeld van de samenleving geeft en de pluriformiteit van onder de bevolking levende overtuigingen, opvattingen en interesses op maatschappelijk, cultureel en levensbeschouwelijk gebied weerspiegelt; c. gericht is op en een relevant bereik heeft onder zowel een breed en algemeen publiek als bevolkings- en leeftijdgroepen van verschillende omvang en samenstelling met in het bijzonder aandacht voor kleine doelgroepen; d. onafhankelijk is van commerciële invloeden en, behoudens het bepaalde bij of krachtens de wet, van overheidsinvloeden; e. voldoet aan hoge journalistieke en professionele kwaliteitseisen; en f. voor iedereen toegankelijk is. 2 Bij de evaluatie van elke afzonderlijke landelijke publieke media-instelling betrekt de evaluatiecommissie voorts de wijze waarop deze instelling heeft bijgedragen aan het volgen en stimuleren van technologische ontwikkelingen en het benutten van de mogelijkheden om media-aanbod aan het publiek aan te bieden via nieuwe media- en verspreidingstechnieken. 3 artikel 2.20 van de wet artikel 2.22 van de wet Bij de evaluatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, betrekt de evaluatiecommissie de wijze waarop deze instelling heeft bijgedragen aan realisering van doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik van het concessiebeleidsplan, bedoeld in, en van de prestatieovereenkomst, bedoeld in. 2010 742 03-11-2010 14-10-2010 2010 742 03-11-2010 14-10-2010 04-11-2010 01-09-2010
Artikel 3c — Artikel 3c#
Artikel 3c 1 artikel 2.23, eerste lid, van de wet Bij de evaluatie van een afzonderlijke omroeporganisatie die een erkenning als bedoeld inheeft verkregen, betrekt de evaluatiecommissie voorts: a. de wijze waarop de missie en de identiteit van de omroeporganisatie zijn geformuleerd en uitgewerkt in doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik; en b. de mate waarin de omroeporganisatie in onderdeel a bedoelde doelstellingen heeft gerealiseerd. 2 artikel 2.23, tweede lid, van de wet Bij de evaluatie van een omroepvereniging die een voorlopige erkenning als bedoeld inheeft verkregen, betrekt de evaluatiecommissie voorts: a. de criteria, bedoeld in het eerste lid; en b. de mate waarin deze instelling heeft voldaan aan de eis om zich naar stroming en naar voorgenomen media-aanbod wat betreft genre, inhoud en doelgroepen zodanig te onderscheiden van de erkende omroeporganisaties dat de verscheidenheid van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst is vergroot en een vernieuwende bijdrage is geleverd aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau. 3 Bij de evaluatie van de NOS en de NTR betrekt de evaluatiecommissie voorts: a. artikel 2.34a, eerste en tweede lid, van de wet artikel 2.35, eerste lid, van de wet artikel 2 artikel 3 de wijze waarop deze instellingen de taken, bedoeld inonderscheidenlijk, en in het bijzonder de taken, bedoeld inonderscheidenlijk, hebben uitgevoerd; b. de mate waarin deze instellingen eigen doelstellingen voor media-aanbod en publieksbereik hebben gerealiseerd; en c. artikel 2.34e van de wet artikel 2.37a van de wet de wijze waarop deze instellingen zorg dragen voor interne pluriformiteit van hun media-aanbod als bedoeld inonderscheidenlijk. 2013 572 23-12-2013 18-12-2013 2013 572 23-12-2013 18-12-2013 01-01-2014
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2.70, aanhef en onderdeel b, van de wet Het programma-aanbod van de regionale en de lokale publieke mediadienst bedoeld in, bestaat voor ten minste vijftig procent uit aanbod dat door de media-instelling zelf of uitsluitend in haar opdracht is geproduceerd. 2 artikel 2.71, derde lid, van de wet artikel 2.71, vierde lid, onderdelen a en b, van de wet Alsop een lokale publieke media-instelling van toepassing is, zijn de gedeelten, bedoeld in, ten minste de helft. 2013 572 23-12-2013 18-12-2013 2013 572 23-12-2013 18-12-2013 01-01-2014
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a artikel 2.170, eerste lid, van de wet Het totaalbudget, bedoeld in, wordt zodanig over de regionale publieke media-instellingen verdeeld dat aan de hieronder genoemde regionale publieke media-instellingen een bijdrage in de kosten wordt verstrekt waarvan de hoogte maximaal het achter de desbetreffende media-instelling vermelde percentage van het totaalbudget bedraagt: Regionale publieke media-instelling Percentage Stichting RTV Noord 6,350 Stichting Omrop Fryslân 7,000 Stichting RTV Drenthe 6,363 Stichting RTV Oost 7,360 Stichting Omroep Gelderland 11,239 Stichting Regionale Omroep Flevoland 5,510 Stichting Samenwerkende Publieke Omroepen Midden Nederland 6,580 Stichting RTV NH 9,739 Stichting Regionale Omroep West 7,040 Stichting Regionale Omroep Rotterdam-Rijnmond en Omgeving 7,190 Stichting Omroep Zeeland 6,000 Stichting Regionale Omroep Brabant 11,739 Stichting Omroep Limburg 7,890 2017 443 28-11-2017 17-11-2017 2017 443 28-11-2017 17-11-2017 01-01-2018 01-12-2017
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b artikel 2.170, tweede lid, van de wet Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de inhoud, de inrichting en het tijdstip van indiening van een aanvraag voor een bijdrage als bedoeld inen over de inhoud en inrichting van de begroting van een regionale publieke media-instelling. 2013 572 23-12-2013 18-12-2013 2013 572 23-12-2013 18-12-2013 01-01-2014
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen, inclusief omlijsting, in het programma-aanbod van de regionale en lokale publieke mediadiensten bedraagt per programmakanaal niet meer dan tien procent van de totale duur van het programma-aanbod op het programmakanaal per jaar. 2021 297 25-06-2021 01-06-2021 2021 298 25-06-2021 15-06-2021 01-01-2022
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen in het programma-aanbod van de landelijke publieke mediadienst bedraagt: a. per televisieprogrammakanaal niet meer dan acht procent van de totale duur van het programma-aanbod op dat kanaal per jaar; b. per radioprogrammakanaal niet meer dan tien procent van het programma-aanbod op dat kanaal per jaar. 2024 386 06-12-2024 20-11-2024 2024 386 06-12-2024 20-11-2024 01-01-2025
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop inzicht wordt gegeven in de financiën die betrekking hebben op de verzorging van reclame- en telewinkelboodschappen in het media-aanbod van de regionale en lokale publieke mediadiensten. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 In deze paragraaf wordt onder «vermijdbare uitingen» verstaan vermijdbare uitingen anders dan reclame- of telewinkelboodschappen die onmiskenbaar tot gevolg hebben dat de afname van producten of diensten wordt bevorderd. 2010 742 03-11-2010 14-10-2010 2010 742 03-11-2010 14-10-2010 01-01-2011
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Uitingen anders dan reclame- of telewinkelboodschappen zijn onvermijdbaar, als het uitingen betreft die behoren tot het normale straatbeeld en die zonder opzet en zonder nadruk gedurende enkele seconden in het media-aanbod voorkomen. 2010 742 03-11-2010 14-10-2010 2010 742 03-11-2010 14-10-2010 01-01-2011
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 In media-aanbod van informatieve of educatieve aard zijn vermijdbare uitingen in de vorm van het tonen of vermelden van een product of dienst toegestaan, mits: a. de vertoning of vermelding past binnen de context van het media-aanbod; b. de vertoning of vermelding geen afbreuk doet aan de formule of de integriteit van het media-aanbod; c. de vertoning of vermelding niet op een overdreven of overdadige wijze plaatsvindt; en d. er geen sprake is van specifieke aanprijzingen van deze producten of diensten. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op ander media-aanbod, met uitzondering van media-aanbod dat in het bijzonder bestemd is voor kinderen jonger dan twaalf jaar. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9 artikel 9, eerste lid Onverminderdmag media-aanbod van informatieve of educatieve aard vermijdbare uitingen in de vorm van het tonen of vermelden van namen of (beeld)merken van bepaalde producten of diensten of van namen van bedrijven of instellingen bevatten. Op deze uitingen is, van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 9, eerste lid, aanhef en onderdeel d In afwijking van, mag media-aanbod van informatieve of educatieve aard vermijdbare uitingen bevatten die bestaan uit het aankondigen en recenseren van boeken, video’s, compact discs en soortgelijke culturele uitingen, alsmede van toneel-, muziek- en filmuitvoeringen, tentoonstellingen en soortgelijke evenementen van kunstzinnige aard. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 In media-aanbod zijn vermijdbare uitingen in de vorm van het tonen of vermelden van de naam van een bedrijf of instelling toegestaan, mits: a. de naam uitsluitend betrekking heeft op de benaming van een sportvereniging of sportwedstrijd; b. de naam niet met nadruk wordt getoond of vermeld; en c. de naamgeving, voor zover het de benaming van een Nederlandse sportvereniging betreft, is erkend door de desbetreffende bij het NOC*NSF aangesloten sportorganisatie. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Media-aanbod dat bestaat uit het verslag of de weergave van een evenement dat in Nederland plaatsvindt of is geproduceerd door of in opdracht van een publieke media-instelling, mag vermijdbare uitingen bevatten als: a. het evenement niet voornamelijk bestemd is om als media-aanbod verspreid te worden; en b. de uitingen niet overheersend zijn. 2 Media-aanbod dat bestaat uit het verslag of de weergave van een evenement dat in het buitenland plaatsvindt en niet is geproduceerd door of in opdracht van een publieke media-instelling, mag vermijdbare uitingen bevatten als: a. het evenement niet voornamelijk bestemd is om als media-aanbod te worden verspreid; en b. de uitingen niet langer of met meer nadruk in het media-aanbod voorkomen dan nodig is voor een evenwichtige registratie en presentatie. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Media-aanbod dat bestaat uit het verslag of de weergave van een evenement dat niet voornamelijk bestemd is om als media-aanbod te worden verspreid, mag vermijdbare uitingen bevatten die bestaan uit vertoning of vermelding van de namen of (beeld)merken van personen, bedrijven of instellingen, die een belangrijke, schriftelijk overeengekomen bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van het evenement. 2 De uitingen: a. vinden plaats aan het begin of het einde van het verslag of de weergave; b. duren ten hoogste vijf seconden; c. bestaan uitsluitend uit stilstaande beelden als het een evenement betreft waarvan het verslag of de weergave is geproduceerd door of in opdracht van een publieke media-instelling; en d. hebben niet de aard van een reclameboodschap. 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien van personen, bedrijven of instellingen, die: a. zich voornamelijk bezighouden met de productie of verkoop van sigaretten of andere tabaksproducten; of b. gebruik maken van namen of (beeld)merken die tevens worden gebruikt door personen, bedrijven of instellingen als bedoeld onder a, of daarmee een zo sterke gelijkenis vertonen dat het publiek redelijkerwijs de indruk krijgt dat het mede de naam of het (beeld)merk van een persoon, bedrijf of instelling als bedoeld onder a betreft. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Media-aanbod dat bestaat uit een film die voor een zaal publiek is of wordt vertoond, of een bewerking daarvan, mag vermijdbare uitingen bevatten die bestaan uit het tonen of vermelden van namen, (beeld-)merken, producten of diensten van personen, bedrijven of instellingen, als die uitingen in het media-aanbod voorkomen in dezelfde vorm en in ten hoogste dezelfde hoeveelheid als in de voor een zaal publiek bestemde versie van de film. 2 Uit het buitenland aangekocht media-aanbod dat ten behoeve van het buitenlandse publiek als zodanig is verspreid, mag vermijdbare uitingen bevatten die bestaan uit het tonen of vermelden van namen, (beeld-)merken, producten of diensten van personen, bedrijven of instellingen, als die uitingen in het media-aanbod voorkomen in dezelfde vorm en in ten hoogste dezelfde hoeveelheid als in de ten behoeve van het buitenlandse publiek verspreide inhoud van het media-aanbod. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a artikelen 9 tot en met 14 Bij regeling van het Commissariaat kan worden bepaald dat in andere gevallen dan die bedoeld in devermijdbare uitingen in het media-aanbod zijn toegestaan, voor zover het betreft uitingen in het kader van: De in de eerste volzin bedoelde regeling wordt door Onze Minister goedgekeurd. a. zelfpromotie; b. de vertoning of vermelding van sponsors van evenementen; c. liefdadigheidsacties; d. artikel 2.108, tweede en derde lid, van de wet de vertoning of vermelding van boek- en filmtitels en culturele evenementen in de titel van een programma in andere gevallen dan bedoeld in; en e. de vertoning of vermelding van (co)producenten, derden die bijdragen hebben verstrekt die niet als sponsoring worden aangemerkt, facilitaire bedrijven, auteursrechthebbenden, vacaturebanken, loterijen en opname- en uitzendlocaties. 2017 443 28-11-2017 17-11-2017 2017 443 28-11-2017 17-11-2017 01-01-2018
Artikel 14b — Artikel 14b#
Artikel 14b artikel 2.116, eerste lid, van de wet Het percentage, bedoeld inis 25. 2021 297 25-06-2021 01-06-2021 2021 298 25-06-2021 15-06-2021 01-01-2022
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Het totale televisieprogramma-aanbod van de landelijke publieke mediadienst dat bestaat uit oorspronkelijk Nederlandstalige producties is voor ten minste 95% voorzien van ondertiteling ten behoeve van personen met een auditieve beperking. 2 Voor de toepassing van het eerste lid worden buiten beschouwing gelaten: a. reclame- en telewinkelboodschappen inclusief omlijsting; b. televisieprogramma-aanbod dat wordt verspreid voor Nederlandstaligen in het buitenland; en c. visual radio-aanbod. 2016 488 12-12-2016 01-12-2016 2016 488 12-12-2016 01-12-2016 01-01-2017
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 2.136 van de wet Inkomsten uit programmabladen van een omroeporganisatie kunnen jaarlijks tot ten hoogste het bedrag dat nodig is om een eventueel verlies van de desbetreffende omroeporganisatie te dekken, worden besteed aan verenigingsactiviteiten als bedoeld in. Bij de bepaling van het resultaat blijven veranderingen in de waarde van materiële vaste activa als gevolg van herwaarderingen buiten beschouwing. De gebruikelijke jaarlijkse afschrijvingen van de materiële vaste activa worden niet als herwaarderingen aangemerkt. 2013 572 23-12-2013 18-12-2013 2013 572 23-12-2013 18-12-2013 01-01-2014
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a artikel 2.23 van de wet artikel 2.136 van de wet Omroeporganisaties die een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld inhebben verkregen, kunnen netto inkomsten uit contributies en verenigingsactiviteiten als bedoeld intot een bedrag van € 1.500.000 reserveren voor die verenigingsactiviteiten. 2024 386 06-12-2024 20-11-2024 2024 386 06-12-2024 20-11-2024 01-01-2025
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Het totale programma-aanbod op een televisieprogrammakanaal van een commerciële media-instelling met een bereik van ten minste 75 procent van alle huishoudens in Nederland dat bestaat uit oorspronkelijk Nederlandstalige producties, is voor ten minste 50% voorzien van ondertiteling ten behoeve van personen met een auditieve beperking. 2 Voor de toepassing van het eerste lid worden buiten beschouwing gelaten: a. reclame- en telewinkelboodschappen inclusief omlijsting; en b. visual radio-aanbod. 2016 488 12-12-2016 01-12-2016 2016 488 12-12-2016 01-12-2016 01-01-2017
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a 1 artikel 3.29g, zesde lid, van de wet artikel 3.29f Wanneer een reeds uitgevoerde investering als bedoeld ingeen doorgang vindt, dient het geïnvesteerde of te investeren bedrag opnieuw te worden geïnvesteerd in Nederlands cultureel audiovisueel product als bedoeld in, voor zover dit bedrag terugvalt aan de betreffende media-instelling. 2 Het opnieuw te investeren bedrag wordt opgeteld bij de investeringsverplichting over het boekjaar dat loopt of aanvangt op het moment dat vaststaat dat het bedrag terugvalt aan de media-instelling. 3 Een media-instelling informeert het Commissariaat onverwijld over situaties als bedoeld in het eerste lid. 2025 263 09-10-2025 29-09-2025 2025 263 09-10-2025 29-09-2025 01-01-2026
Artikel 17b — Artikel 17b#
Artikel 17b Uit de volgende indicatoren kan worden opgemaakt of een commerciële mediadienst op aanvraag zich geheel of gedeeltelijk richt op publiek in Nederland: a. De dienst wordt aangeboden in de Nederlandse of Friese taal; b. Het media-aanbod van de aanbieder omvat Nederlands- of Friestalig aanbod; c. Het media-aanbod van de aanbieder bevat productplaatsing of sponsoring gericht op publiek in Nederland; d. Reclameboodschappen of andere promotieactiviteiten van de aanbieder zijn gericht op publiek in Nederland. 2025 263 09-10-2025 29-09-2025 2025 263 09-10-2025 29-09-2025 01-01-2026
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: lijst: evenementenlijst die is opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De evenementen, genoemd in onderdeel A van de lijst, die als televisieprogramma worden verspreid, worden in ieder geval verspreid op een open televisieprogrammakanaal door middel van volledige rechtstreekse verslaggeving. 2 In afwijking van het eerste lid behoeven de in dat lid bedoelde evenementen, die geheel of gedeeltelijk plaatsvinden tussen 00.00 uur en 07.00 uur, niet door middel van volledige rechtstreekse verslaggeving te worden verspreid. 3 In afwijking van het eerste lid behoeven wedstrijden die deel uitmaken van de in dat lid bedoelde evenementen en die gelijktijdig plaatsvinden niet alle door middel van volledige rechtstreekse verslaggeving te worden verspreid, als ten minste een van deze wedstrijden wordt verspreid door middel van volledige rechtstreekse verslaggeving op een open televisiekanaal. 2015 375 22-10-2015 30-09-2015 2015 375 22-10-2015 30-09-2015 01-01-2016
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 onderdeel B van de lijst De evenementen, genoemd in, die als televisieprogramma worden verspreid, worden in ieder geval verspreid op een open televisieprogrammakanaal door middel van gedeeltelijke rechtstreekse verslaggeving. 2 onderdeel B van de lijst De verslaggeving van evenementen, bedoeld in het eerste lid, heeft de invermelde minimumduur. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 onderdeel C van de lijst De evenementen, genoemd in, die als televisieprogramma worden verspreid, worden in ieder geval verspreid op een open televisieprogrammakanaal door middel van gedeeltelijke uitgestelde verslaggeving. 2 In afwijking van het eerste lid behoeven de in dat lid bedoelde evenementen niet door middel van gedeeltelijke uitgestelde verslaggeving te worden verspreid, als deze evenementen worden verspreid op een open televisieprogrammakanaal door middel van volledige rechtstreekse verslaggeving. 3 onderdeel C van de lijst De verslaggeving van de evenementen, bedoeld in het eerste lid, heeft de invermelde minimumduur. 4 onderdeel C van de lijst De verslaggeving van de evenementen, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats op de dag van het evenement of een onderdeel daarvan, met dien verstande dat de verslaggeving van de wedstrijden van de hoogste divisie van het nationaal betaald voetbal uiterlijk aanvangt op de invermelde tijdstippen. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 6.24 van de wet Voor de toepassing vanworden twee of meer instellingen als één instelling aangemerkt, als: a. een instelling direct of indirect zodanige zeggenschap of feitelijke invloed heeft in één of meer instellingen dat deze in belangrijke mate het beleid van die instelling of instellingen kan bepalen of aanmerkelijke invloed heeft op de inhoud van dat beleid; of b. een natuurlijk persoon of groep van natuurlijke personen direct of indirect een zodanige zeggenschap of feitelijke invloed heeft in twee of meer instellingen dat deze in belangrijke mate het beleid van die instellingen kan bepalen of aanmerkelijke invloed heeft op de inhoud van dat beleid. 2 artikel 6.24, eerste lid, van de wet Bij ministeriële regeling kan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken worden bepaald dat in afwijking vanvoor de verspreiding van radioprogramma-aanbod van eenzelfde instelling meer frequentieruimte mag worden gebruikt dan één FM-frequentie of samenstel van FM frequenties. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Het Commissariaat verleent toestemming voor het verzorgen van een omroepdienst via een omroepzender binnen een gebied van beperkte omvang, welke omroepdienst uitsluitend bestemd is voor in Nederland gelegerde militairen van buitenlandse strijdkrachten en hun gezinnen. 2 De toestemming wordt verleend aan de bevoegde militaire autoriteiten van een bij de Noord-atlantische verdragsorganisatie (Navo) aangesloten land waarvan strijdkrachten in Nederland zijn gelegerd, voor het gebruik door instellingen of personen van de buitenlandse strijdkrachten die daartoe door hen worden aangewezen. 3 artikelen 2.89 2.90 2.106 tot en met 2.109 2.114 artikelen 2.107 2.108 2.124 2.141, eerste lid 2.142 4.1 tot en met 4.6 7.11 7.18 7.19, eerste lid, onderdeel a, van de wet Ten aanzien van het gebruik van de toestemming zijn de,,,voor zover het betreft deen,,,,,,envan overeenkomstige toepassing. 2013 572 23-12-2013 18-12-2013 2013 572 23-12-2013 18-12-2013 01-01-2014
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 23 Het Commissariaat kan zonodig de omroepzender of omroepzenders aanwijzen die voor de omroepdienst bedoeld in, wordt gebruikt. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 23 Een aanvraag voor de toestemming bedoeld inwordt ingediend bij Onze Minister van Defensie, die deze voorzien van zijn opmerkingen binnen vier weken doorzendt aan het Commissariaat. Het Commissariaat zendt een afschrift van de aanvraag aan Onze Minister van Economische Zaken. 2 De aanvraag gaat vergezeld van: a. een omschrijving van het doel van de aanvraag; b. een aanduiding van het gebied waarbinnen de omroepdienst zal worden verspreid; c. artikel 23 een verklaring van de auteursrechthebbenden aan de autoriteiten van de desbetreffende Navo-lidstaat waaruit blijkt dat geen auteursrechtelijke toestemming zal worden verleend voor de verspreiding van de mediadienst buiten de inomschreven doelgroep en het aangeduide gebied; en d. een omschrijving van de te gebruiken omroepzender. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Het Commissariaat trekt de toestemming in: a. artikel 23, eerste en tweede lid als niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van; of b. op gronden ontleend aan de veiligheid van de staat. 2 artikel 23, derde lid Het Commissariaat kan de toestemming intrekken als niet wordt voldaan aan. 3 Het Commissariaat maakt zijn voornemen tot intrekking van de toestemming kenbaar aan Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Economische Zaken. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 26, eerste lid Een beschikking tot intrekking van een verleende toestemming op grond van, gaat onmiddellijk in. 2 artikel 26, tweede lid Een beschikking tot intrekking van een verleende toestemming op grond van, gaat niet eerder in dan nadat de bevoegde militaire autoriteit van het voornemen daartoe en de gronden waarop de beschikking berust in kennis is gesteld en deze in de gelegenheid is gesteld binnen een redelijke termijn schriftelijke en desgewenst mondelinge opmerkingen te maken. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 23 De bevoegde militaire autoriteit gebruikt de aan hem verleende toestemming geheel voor de omroepdienst, bedoeld in. 2 Aan het begin en aan het eind van het dagelijks verzorgde programma-aanbod wordt vermeld dat het verzorgde programma-aanbod uitsluitend bestemd is voor de in Nederland gelegerde militairen van de strijdkrachten van de desbetreffende Navo-lidstaat en hun gezinnen. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over: a. de nadere voorwaarden voor het verkrijgen van subsidie; b. de verplichtingen die het Stimuleringsfonds aan een subsidieontvanger kan opleggen; c. de indiening en wijze van behandeling van aanvragen; d. de hoogte van subsidies en de wijze van berekening daarvan; e. de wijze waarop de beschikbare financiële middelen voor de verschillende subsidies worden verdeeld als een subsidieplafond is vastgesteld; f. de verlening van voorschotten; en g. de intrekking, wijziging en terugvordering van subsidies. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a 1 artikel 78 van de Mediawet artikel 2.74 van de wet De voorzitter en de andere leden van het bestuur van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep, bedoeld in artikel in, zoals dat artikel op 31 december 2008 luidde, zijn met ingang van 1 januari 2009 voorzitter onderscheidenlijk lid van de eerste raad van toezicht van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep, bedoeld in, voor het resterende gedeelte van hun benoemingstermijn. 2 artikel 81 van de Mediawet artikel 2.80 van de wet De leden van de programmaraad van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep, bedoeld in, zoals dat artikel op 31 december 2008 luidde, zijn met ingang van 1 januari 2009 lid van de adviesraad van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep, bedoeld in, voor het resterende gedeelte van hun benoemingstermijn. 2010 742 03-11-2010 14-10-2010 2010 742 03-11-2010 14-10-2010 01-01-2011
Artikel 29b — Artikel 29b#
Artikel 29b artikel 2.34c van de wet De eerste benoeming van de leden van de raad van toezicht van de NOS op grond van, zoals dat artikel luidt met ingang van het tijdstip waarop artikel Ia van de wet van 2 juli 2009 tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de erkenning en de financiering van de publieke omroep in werking is getreden, geschiedt niet op voordracht van de raad van toezicht van de NOS. 2009 574 24-12-2009 14-12-2009 2009 574 24-12-2009 14-12-2009 01-01-2010
Artikel 29c — Artikel 29c#
Artikel 29c Vervallen 2024 386 06-12-2024 20-11-2024 2024 386 06-12-2024 20-11-2024 01-01-2025
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 In afwijking van artikel 15, eerste lid, bedraagt het daarin genoemde percentage voor een algemeen televisieprogrammakanaal of een televisieprogrammakanaal, niet zijnde een algemeen televisieprogrammakanaal: a. in 2017 ten minste 95% respectievelijk ten minste 50%; b. in 2018 ten minste 95% respectievelijk ten minste 85%. 2016 488 12-12-2016 01-12-2016 2016 488 12-12-2016 01-12-2016 01-01-2017
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 besluit van 31 oktober 1989, houdende regels over de rechtspositie en de bezoldiging van de voorzitter en de leden van het Commissariaat voor de Media en van zijn personeel alsmede van de voorzitter en de leden van het bestuur van het Bedrijfsfonds voor de Pers en zijn personeel Het(Stb. 1989, 499) wordt ingetrokken. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, van 20 juni 2001, nr. MLB/JZ/2001/25.459 De(Stcrt. 2001, nr. 119) wordt ingetrokken. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 regeling van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 17 februari 1988, houdende overdracht bevoegdheid tot ontheffing verbod reclame-uitingen binnenlandse omroep aan het Commissariaat voor de Media De(Stcrt. 1988, nr. 49) wordt ingetrokken. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 artikel 8 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 artikel 22, tweede lid Na inwerkingtreding van dit besluit berustop, van dit besluit. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikelen 31 32 artikelen 31 32 Voor zover ter zake van het besluit en de regeling, bedoeld in deen, nog sprake is van bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze overeenkomstig het besluit en de regeling, bedoeld in deen, plaats. 2 artikelen 31 32 Bestaande aanspraken en verplichtingen op grond van het besluit en de regeling, bedoeld in deen, blijven in stand. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Dit besluit wordt aangehaald als: Mediabesluit 2008. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, en de verschillende artikelen of onderdelen daarvan kunnen terugwerken tot en met een bij het koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2008 584 30-12-2008 29-12-2008 2008 585 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009