Besluit van 18 december 2000, houdende regels ter uitvoering van het op 9 september 1996 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (Trb. 1996, 293) (Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart)
- BWB-id
- BWBR0012019
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-12-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012019
- ELI
- /eli/nl/amvb/2009/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2009/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/2025-12-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012019&g=2025-12-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012019&z=2026-06-06&g=2025-12-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012019/2025-12-30
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2009/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. scheepsafvalstoffen: de in de onderdelen b tot en met d nader bepaalde afvalstoffen; b. olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen: afgewerkte olie, bilgewater en overige olie- of vethoudende afvalstoffen die bij het in bedrijf zijn of het onderhoud van een schip aan boord ontstaan; c. afval van de lading: afval en afvalwater, dat in verband met de lading aan boord van het schip ontstaat. Hiertoe behoren niet de restlading, dampen en overslagresten, bedoeld in Deel B van de Uitvoeringsregeling; d. overige scheepsafvalstoffen: afvalwater, huisvuil, zuiveringsslib, slops en gevaarlijke afvalstoffen, voorzover die afvalstoffen bij het in bedrijf zijn of het onderhoud van een schip aan boord ontstaan en niet vallen onder olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen of afval van de lading; e. afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of voorwerpen waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; f. afvalwater: alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; g. schip: een vaartuig dat feitelijk wordt gebruikt dan wel geschikt is om te worden gebruikt als middel voor verplaatsing te water, alsmede een drijvend werktuig; h. schipper: de gezagvoerder van een schip of degene, die deze vervangt; i. zeeschip: een schip dat is toegelaten voor de zee- of kustvaart en overwegend daartoe is bestemd; j. exploitant van een schip: de eigenaar, de rompbevrachter of ieder ander die de zeggenschap heeft over het gebruik van het schip; k. gemotoriseerd schip: een schip waarvan de hoofd- of hulpmotoren, met uitzondering van ankerliermotoren, verbrandingsmotoren zijn; l. ontvangstvoorziening: een vaste of mobiele inrichting, door de bevoegde autoriteiten toegelaten voor het in ontvangst nemen van scheepsafval of dampen; m. exploitant van de ontvangstvoorziening: degene die beroepsmatig een ontvangstvoorziening exploiteert; n. artikel 1.15, tweede lid, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995 artikel 1.15, tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglement artikel 1.15 van het Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas artikel 43 van het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 Scheepvaartreglement Eemsmonding artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Scheepvaartreglement Eemsmonding bevoegde autoriteit: de autoriteit of autoriteiten die ten aanzien van een vaarweg voor de toepassing van,,of, is of zijn aangewezen bij of krachtens het desbetreffende reglement dan wel, binnen het toepassingsgebied van hetof het: de Rijkshavenmeester Westerschelde, onderscheidenlijk de bevoegde autoriteit, aangewezen ingevolge; o. verdrag: het op 9 september 1996 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (Trb. 1996, 293): p. Uitvoeringsregeling: bijlage 2, behorende bij het verdrag; q. conferentie: de Conferentie der Verdragsluitende Partijen, bedoeld in artikel 14 van het verdrag; r. internationaal orgaan: het Internationale Verevenings- en Coördinatieorgaan, bedoeld in artikel 10 van het verdrag; s. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; t. artikel 1, eerste lid, van het Besluit inzamelen afvalstoffen afgewerkte olie: afgewerkte olie als bedoeld in; u. dampen: gasvormige uit vloeibare lading vervluchtigende verbindingen (gasvormige restanten van vloeibare lading). 2 Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. bilgewater: oliehoudend afvalwater uit de bilge van de machinekamer, de voor- en achterpiek, de kofferdammen en de ruimten tussen zijwand en beunwand; b. artikel 14 olie-afgifteboekje: een olie-afgifteboekje, afgegeven overeenkomstig het bepaalde in, dan wel een buiten Nederland afgegeven olie-afgifteboekje als bedoeld in artikel 2.03 van de Uitvoeringsregeling; c. tegoed: geldelijk tegoed van de eigenaar van het schip op de rekening van een nationaal instituut als bedoeld in artikel 9 van het verdrag; d. ED-kaart: elektronische informatiedrager, bedoeld in artikel 3.01, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling (ECO-kaart);. e. betaalterminal: apparaat waarmee in combinatie met de ED-kaart de verschuldigde afvalbeheerbijdrage digitaal wordt betaald; f. bunkerverklaring: een bunkerverklaring als bedoeld in artikel 22 dan wel een buiten Nederland opgemaakte bunkerverklaring als bedoeld in artikel 3.04 van de Uitvoeringsregeling. 3 Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving overslaginstallatie: voor het laden en lossen van schepen bedoelde locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen inwordt verricht; b. artikel 929a van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek afzender, ontvanger, onderscheidenlijk vervoerder: de afzender, de ontvanger, onderscheidenlijk de vervoerder, bedoeld in; c. vloeibare lading: vloeibare in bulk vervoerde lading; d. droge lading: andere lading dan bedoeld in onderdeel c; e. eenheidstransporten: transporten waarbij tijdens opeenvolgende reizen in het laadruim of de ladingtank van een schip aantoonbaar dezelfde lading of een andere lading, waarvan het transport geen reiniging van het laadruim of de ladingtank vereist, wordt vervoerd; f. verenigbare transporten: transporten waarbij tijdens opeenvolgende reizen in het laadruim of de ladingtank van een schip aantoonbaar een lading, waarvan het transport geen wassen van het laadruim of de ladingtank vereist, wordt vervoerd; g. overslagresten: lading die bij de overslag buiten de laadruimen of de ladingtanks op het schip terechtkomt; h. leidingsysteem: alle leidingen waarin zich vloeibare of gasvormige lading kan bevinden, met inbegrip van de bijbehorende pompen, filters en afsluitinrichtingen; i. restlading: lading die na het lossen doch zonder nalossen in de ladingtank, het leidingsysteem of het laadruim van een schip is achtergebleven; j. uitstoten van dampen: elk afblazen van dampen uit een gesloten ladingtank met uitzondering van het ontspannen van de tank om de luiken te openen en om de dampconcentratie te meten alsmede bij het inschakelen van de veiligheidsventielen; k. nalossen: het uit de laadruimen, ladingtanks en het leidingsysteem van een schip verwijderen van restlading en het van een schip verwijderen van verpakkings- en stuwmateriaal; l. nalenssysteem: een systeem voor het nalossen van de ladingtanks en het leidingsysteem van een schip; m. nagelensde ladingtank: een ladingtank van een schip waaruit de restlading is verwijderd met behulp van een nalenssysteem en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; n. ladingrestanten: vloeibare lading die zich in een ladingtank of het leidingsysteem van een schip bevindt en daaruit niet met behulp van het nalenssysteem kan worden verwijderd, dan wel droge lading die zich in een laadruim van een schip bevindt en daaruit niet kan worden verwijderd met behulp van bezems of veegmachines, dan wel, indien de losstandaard vacuümschoon van toepassing is, met behulp van vacuümreinigers; o. bezemschoon laadruim: een laadruim waaruit de restlading is verwijderd met behulp van bezems of veegmachines en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; p. vacuümschoon laadruim: een laadruim waaruit de restlading is verwijderd met behulp van vacuümreinigers en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; q. wassen: het verwijderen van ladingrestanten met behulp van stoom of water; r. gewassen laadruim of ladingtank: een laadruim of ladingtank met aansluitend leidingsysteem, dat onderscheidenlijk die na het wassen in beginsel voor elke soort lading geschikt is; s. waswater: afvalwater dat afkomstig is van het wassen van een laadruim dan wel een ladingtank of het leidingsysteem, dan wel een gangboord of andere licht vervuilde oppervlakte van een schip; s. artikel 53, derde lid losverklaring: een verklaring als bedoeld in, dan wel een buiten Nederland opgestelde verklaring als bedoeld in artikel 6.03 van de Uitvoeringsregeling; t. ontgassen: verwijderen van dampen, overeenkomstig aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling, uit een nagelensde ladingtank bij een ontvangstvoorziening door gebruik te maken van hiervoor geschikte procedures en technieken; u. ventileren: rechtstreekse afgifte van dampen uit de ladingtank aan de atmosfeer; v. ontgaste of geventileerde tank: ladingtank waaruit de dampen, overeenkomstig de ontgassingsstandaarden van aanhangsel IIIa, behorende bij de Uitvoeringsregeling, zijn verwijderd. 4 Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. huisvuil: met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare organische en anorganische afvalstoffen, afkomstig uit het huishouden en van restaurants aan boord van een schip, met uitzondering van huishoudelijk afvalwater en zuiveringsslib; b. huishoudelijk afvalwater: afvalwater afkomstig uit particuliere huishoudens; c. bedrijfsafvalwater: afvalwater, niet zijnde huishoudelijk afvalwater; d. zuiveringsslib: afvalstoffen die bij gebruik van een zuiveringsinstallatie aan boord van een schip ontstaan; e. slops: verpompbare of niet verpompbaar mengsel van afvalstoffen die bij het in bedrijf zijn of het onderhoud van een schip aan boord ontstaan, bestaande uit roest, slib of afvalwater dat ladingrestanten bevat; f. klein gevaarlijk afval: gevaarlijke afvalstoffen die bij het in bedrijf zijn of het onderhoud van een schip aan boord ontstaan, met uitzondering van olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen, en de in de onderdelen a tot en met c genoemde afvalstoffen; g. hotelschip: een passagiersschip met hutten voor de overnachting van passagiers; h. ISO-norm: een door de Internationale Organisatie voor Standaardisatie uitgegeven norm. 5 Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. verevening: de internationale financiële verevening, bedoeld in artikel 10 van het verdrag; b. artikel 39h, eerste lid, van de Binnenvaartwet subsidie: de subsidie, bedoeld in; c. artikel 39g van de Binnenvaartwet subsidie-ontvanger: de rechtspersoon die ingevolgeis aangewezen als nationaal instituut. 2020 170 17-06-2020 28-05-2020 2023 200 16-06-2023 15-05-2023 01-07-2024 Abusievelijk voegt het Staatsblad in het derde lid een tweede
onderdeel s toe. Treedt in werking met ingang van de dag zes maanden nadat de
laatste akte van aanvaarding van de wijzigingen van het CDNI-verdrag
door een verdragsstaat bij de depositaris is gedeponeerd, doch niet
later dan met ingang van 1 juli 2024.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Dit besluit is van toepassing met betrekking tot schepen die zich bevinden op de voor het openbare scheepvaartverkeer openstaande binnenwateren, daaronder begrepen de daarin aanwezige waterstaatswerken. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 In afwijking vanis dit besluit niet van toepassing op bij regeling van Onze Minister aangewezen vaartuigen, voor zover in die regeling bepaald. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a artikelen 62 76 77 100 artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet Het in het oppervlaktewaterlichaam brengen van stoffen bedoeld in de,,enis vrijgesteld van het inbedoelde verbod. 2019 72 22-02-2019 11-02-2019 2019 72 22-02-2019 11-02-2019 01-07-2019
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het is verboden scheepsafvalstoffen dan wel delen van de lading vanaf een schip in een oppervlaktewaterlichaam te brengen of dampen in de atmosfeer uit te stoten, behoudens voorzover elders in dit besluit anders is bepaald. 2020 170 17-06-2020 28-05-2020 2023 200 16-06-2023 15-05-2023 01-07-2024 Treedt in werking met ingang van de dag zes maanden nadat de
laatste akte van aanvaarding van de wijzigingen van het CDNI-verdrag
door een verdragsstaat bij de depositaris is gedeponeerd, doch niet
later dan met ingang van 1 juli 2024.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 4 Het verbod, bedoeld in, is niet van toepassing ten aanzien van het in een oppervlaktewaterlichaam brengen van overslagresten, restlading, ladingrestanten dan wel afvalwater dat ladingrestanten bevat vanaf schepen die bestemd zijn voor andere diensten dan goederenvervoer. 2009 535 15-12-2009 02-12-2009 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 4 artikel 5 Indien vanaf een schip scheepsafvalstoffen dan wel delen van de lading in een oppervlaktewaterlichaam geraken of dreigen te geraken of dampen ten aanzien waarvan in aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling ontgassing voorgeschreven is, vrijkomen of dreigen vrij te komen, waarschuwt de schipper onverwijld de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit, tenzij het een geval betreft als bedoeld in, laatste zinsnede, of. 2 Bij de toepassing van het eerste lid geeft de schipper de plaats van het voorval alsmede de hoeveelheid en de aard van de afvalstoffen of de lading zo nauwkeurig mogelijk aan. 2020 170 17-06-2020 28-05-2020 2023 200 16-06-2023 15-05-2023 01-07-2024 Treedt in werking met ingang van de dag zes maanden nadat de
laatste akte van aanvaarding van de wijzigingen van het CDNI-verdrag
door een verdragsstaat bij de depositaris is gedeponeerd, doch niet
later dan met ingang van 1 juli 2024.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het is verboden scheepsafvalstoffen aan boord van een schip te verbranden. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De exploitant van een schip dat niet onder het gezag van een schipper staat, neemt met betrekking tot dat schip de tot de schipper gerichte voorschriften van dit besluit in acht. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit hoofdstuk is van toepassing met betrekking tot gemotoriseerde schepen, indien in een of meer van de motoren gasolie wordt verbruikt. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 paragraaf 2.6 Dit hoofdstuk, met uitzondering van, is niet van toepassing met betrekking tot zeeschepen. 2019 72 22-02-2019 11-02-2019 2019 72 22-02-2019 11-02-2019 01-07-2019
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De schipper draagt er zorg voor dat bilgewater en overige olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen aan boord in de bilge van de machinekamer, onderscheidenlijk gescheiden in de daarvoor bestemde verzamelreservoirs, worden verzameld en bewaard. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11 De inbedoelde verzamelreservoirs worden aan boord zo aangebracht dat lekkage gemakkelijk en tijdig opgemerkt en gestopt kan worden. 2 Voor de opslag van afgewerkte olie worden geen los aan dek staande verzamelreservoirs gebruikt. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Het is verboden reinigingsmiddelen die olie of vet oplossen dan wel emulgerend zijn in de bilge van de machinekamer dan wel in het bilgewater te doen geraken. 2 Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, zijn uitgezonderd reinigingsmiddelen die de verwerking van het bilgewater niet bemoeilijken. 3 Bij regeling van Onze Minister kunnen reinigingsmiddelen als bedoeld in het eerste of tweede lid worden aangewezen. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De schipper draagt er zorg voor dat een geldig olie-afgifteboekje aan boord aanwezig is. 2 Een olie-afgifteboekje wordt op aanvraag verstrekt door een dienst of instelling, aangewezen door Onze Minister. 3 Het model van het olie-afgifteboekje wordt vastgesteld bij regeling van Onze Minister. 4 Na verkrijging van een nieuw olie-afgifteboekje wordt het voorgaande olie-afgifteboekje ten minste zes maanden na de datum van de laatste daarin opgenomen vermelding van een afgifte aan boord bewaard. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De schipper biedt olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen tijdig aan bij een ontvangstvoorziening. 2 De schipper legt bij een afgifte als bedoeld in het eerste lid het olie-afgifteboekje voor aan degene die de ontvangstvoorziening exploiteert of een door deze aangewezen persoon. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 15 Degene die een ontvangstvoorziening exploiteert, draagt er zorg voor dat de ingevolgeaangeboden olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen worden ingenomen op de ontvangstvoorziening. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 15 Het in ontvangst nemen van olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen wordt bevestigd door invulling en ondertekening van de eerste niet ingevulde bladzijde van het door de schipper ingevolgeovergelegde olie-afgifteboekje. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 17 Nadat gevolg is gegeven aan, ondertekent de schipper de desbetreffende bladzijde van het olie-afgifteboekje. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 20, eerste lid Met het oog op de toepassing van, is de eigenaar van een schip verplicht: a. een rekening bij een nationaal instituut als bedoeld in artikel 9 van het verdrag te openen, en b. zorg te dragen dat de schipper de beschikking heeft over de ED-kaart. 2 Onze Minister kan nadere regels met betrekking tot de vormgeving en andere kenmerken van de ED-kaart stellen. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Ter gelegenheid van het betrekken van gasolie ten behoeve van een schip wordt de door de eigenaar van een schip verschuldigde afvalbeheerbijdrage over het betrokken aantal liters gasolie betaald met behulp van de ED-kaart op een bij regeling van Onze Minister te bepalen wijze. 2 De ED-kaart wordt gebruikt in het geval dat: a. het tegoed voldoende is om de verschuldigde afvalbeheerbijdrage te betalen, b. het tegoed niet negatief maar ontoereikend is om de verschuldigde verwijderingsbijdrage te betalen, of c. het tegoed negatief is en het nationaal instituut die de ED-kaart heeft verstrekt toestaat dat de ED-kaart wordt gebruikt bij een negatief saldo. 3 Indien het tweede lid, onderdeel b of c van toepassing is, heft de eigenaar van het schip het tekort op de rekening binnen een periode van twee weken na de dag van de bunkering op. 4 De leverancier draagt er zorg voor dat in tweevoud een betalingsbewijs wordt opgemaakt waarop het nummer waaronder het tegoed is geregistreerd, het betrokken aantal liters gasolie, het bedrag van de betaalde afvalbeheerbijdrage, de datum en het tijdstip van de bunkering worden vermeld. 2020 197 24-06-2020 18-06-2020 2020 158 05-06-2020 27-05-2020 35267 01-07-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Implementatiewet
wijziging EU-kaderrichtlijn afvalstoffen in werking treedt.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De leverancier biedt aan de eigenaar van het schip namens het nationaal instituut de mogelijkheid de verschuldigde afvalbeheerbijdrage te betalen overeenkomstig de in het tweede en derde lid bepaalde procedure in het geval dat: a. de schipper niet over de ED-kaart beschikt; b. het tegoed negatief is en het nationaal instituut die de ED-kaart heeft verstrekt gebruik bij negatief saldo niet toestaat, of c. het gebruik van de ED-kaart als gevolg van een storing niet mogelijk is. 2 De schipper vult in drievoud in namens de eigenaar van het schip: a. een schuldbekentenis tot betaling van de verschuldigde afvalbeheerbijdrage in het geval van het eerste lid, onderdeel a, of b. een machtiging tot incasso van de verschuldigde afvalbeheerbijdrage in het geval van het eerste lid, onderdeel b of c. 3 Na vermelding van het verstrekte aantal liters gasolie door de leverancier in de schuldbekentenis respectievelijk de machtiging, ondertekent de schipper namens de eigenaar van het schip dit document. 4 De eigenaar van het schip stort binnen een periode van twee weken na de dag van bunkering een bedrag op de rekening bij het nationaal instituut teneinde de schuld respectievelijk het eventuele tekort op te heffen. 5 De leverancier zendt de ondertekende schuldbekentenis of machtiging onverwijld aan het nationaal instituut. 2020 197 24-06-2020 18-06-2020 2020 158 05-06-2020 27-05-2020 35267 01-07-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Implementatiewet
wijziging EU-kaderrichtlijn afvalstoffen in werking treedt.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Ter gelegenheid van een levering van gasolie ten behoeve van een schip wordt door de leverancier een schriftelijke bunkerverklaring opgemaakt. Deze verklaring moet ten minste de volgende gegevens bevatten: a. de naam en het adres van de eigenaar van het schip; b. de naam en het adres van de leverancier; c. het geleverde aantal liters, onder vermelding dat het gasolie betreft; d. de naam en het nummer van teboekstelling en het land van registratie van het schip; e. de naam van de schipper; f. de hoogte van de afvalbeheerbijdrage; en g. de plaats en datum van handeling. 2 De leverancier hecht aan de bunkerverklaring: a. artikel 20, vierde lid het betalingsbewijs, bedoeld in, b. artikel 21, tweede lid, onderdeel a de schuldbekentenis, bedoeld in, of c. artikel 21, tweede lid, onderdeel b de machtiging, bedoeld in. 3 De verklaring wordt door de leverancier ondertekend en ter mede-ondertekening voorgelegd aan de schipper. 4 artikel 19, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit accijns artikel 23 Indien een leverancier ter gelegenheid van een levering als bedoeld in het eerste lid ten behoeve van de eigenaar van het schip een verklaring als bedoeld inopmaakt, neemt hij de bunkerverklaring op in het formulier van die verklaring. In een zodanig geval kan de leverancier de bunkerverklaring, in afwijking van het tweede lid, ondertekenen nadat de schipper ingevolgede verklaring heeft ondertekend. 2020 197 24-06-2020 18-06-2020 2020 158 05-06-2020 27-05-2020 35267 01-07-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Implementatiewet
wijziging EU-kaderrichtlijn afvalstoffen in werking treedt.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 22 De schipper ondertekent een overeenkomstigopgestelde en aan hem voorgelegde bunkerverklaring en stelt deze ter hand aan de leverancier. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2010 823 22-12-2010 03-12-2010 01-01-2011
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 De leverancier stelt aan de schipper een afschrift van de bunkerverklaring ter hand. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2010 823 22-12-2010 03-12-2010 01-01-2011 2009 399 06-10-2009 23-09-2009 2010 823 22-12-2010 03-12-2010 01-01-2011
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 22 De leverancier bewaart een overeenkomstigopgemaakte en ondertekende bunkerverklaring in zijn bedrijfsadministratie. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2010 823 22-12-2010 03-12-2010 01-01-2011
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 24 De schipper hecht aan het ingevolgeontvangen afschrift van de bunkerverklaring: a. artikel 20, vierde lid het betalingsbewijs, bedoeld in, b. artikel 21, tweede lid, onderdeel a de schuldbekentenis, bedoeld in, of c. artikel 21, tweede lid, onderdeel b de machtiging, bedoeld in. 2 De schipper bewaart het afschrift, alsmede een door hem ontvangen afschrift van een buiten Nederland opgemaakte bunkerverklaring inzake het betrekken van gasolie ten behoeve van het schip, gedurende ten minste twaalf maanden aan boord. 2019 72 22-02-2019 11-02-2019 2019 72 22-02-2019 11-02-2019 01-07-2019
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Een leverancier verstrekt, uiterlijk op de laatste dag van elke kalendermaand op de bij regeling van Onze Minister aangegeven wijze aan de daarbij aangewezen dienst schriftelijk de volgende gegevens betreffende elke levering van gasolie ten behoeve van een schip, die heeft plaatsgevonden in de voorafgaande kalendermaand: a. de naam van de eigenaar van het schip; b. het geleverde aantal liters gasolie; c. de naam en het nummer van teboekstelling van het schip; d. de wijze van betaling van de afvalbeheerbijdrage; en e. het bedrag van de betaalde afvalbeheerbijdrage. 2020 197 24-06-2020 18-06-2020 2020 158 05-06-2020 27-05-2020 35267 01-07-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Implementatiewet
wijziging EU-kaderrichtlijn afvalstoffen in werking treedt.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 27 Bij regeling van Onze Minister kan aan leveranciers, behorende tot een bij de regeling aan te wijzen categorie, vrijstelling worden verleend van de inbedoelde verplichtingen, voor zover het belang van een goede uitvoering van het verdrag zich daartegen niet verzet. 2 artikel 27 Onze Minister kan aan een leverancier op aanvraag ontheffing verlenen van de inbedoelde verplichtingen. 3 Aan een vrijstelling of ontheffing worden de voorschriften verbonden die nodig zijn voor een goede uitvoering van het verdrag. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 28a — Artikel 28a#
Artikel 28a De leverancier stelt het nationaal instituut onverwijld op de hoogte zodra als gevolg van een storing gebruik van de ED-kaart niet mogelijk is. 2009 399 06-10-2009 23-09-2009 2010 823 22-12-2010 03-12-2010 01-01-2011
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld ter uitvoering van besluiten van de conferentie krachtens artikel 14, derde lid, onderdeel d, van het verdrag. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Dit hoofdstuk is van toepassing met betrekking tot het laden of lossen van een schip in het kader van goederenvervoer. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 30 In afwijking vanis dit hoofdstuk niet van toepassing op het laden of het lossen van een schip, indien het lading betreft waarvan het vervoer aan boord van het schip geheel of gedeeltelijk over zee zalplaatsvinden, onderscheidenlijk heeft plaatsgevonden, tenzij het varen van dit schip over zee kennelijk ondergeschikt is aan het varen over binnenwateren. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikelen 40 41, eerste lid 61 Het is verboden een stof, preparaat of ander product, behorende tot een goederensoort die is vermeld in aanhangsel III of aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling in of op een schip te laden, tenzij degene die laadt het bepaalde in de,, enin acht neemt. 2 artikelen 41, tweede lid 42 43 45 47 53 57 60 Het is verboden een stof, preparaat of ander produkt, behorende tot een goederensoort die is vermeld in aanhangsel III of aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling uit of van een schip te lossen, tenzij degene die lost het bepaalde in de,,,,,,enin acht neemt. 3 Het eerste lid, dan wel het tweede lid is niet van toepassing indien het laden, onderscheidenlijk het lossen, plaatsvindt in een overslaginstallatie. 4 Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven met betrekking tot aanhangsel III of aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling. 2020 170 17-06-2020 28-05-2020 2023 200 16-06-2023 15-05-2023 01-07-2024 Treedt in werking met ingang van de dag zes maanden nadat de
laatste akte van aanvaarding van de wijzigingen van het CDNI-verdrag
door een verdragsstaat bij de depositaris is gedeponeerd, doch niet
later dan met ingang van 1 juli 2024.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 artikelen 40 tot en met 43 45 47 53 57 60 61 Degene die een overslaginstallatie exploiteert neemt met betrekking tot het laden of het lossen van een schip op die overslaginstallatie het bepaalde ten aanzien van laden, onderscheidenlijk lossen, in de,,,,,enin acht. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Een schip wordt door de exploitant voor vervoer van lading ter beschikking gesteld met bezemschone laadruimen dan wel nagelensde ladingtanks en vrij van overslagresten. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikel 38 Een schip wordt door de exploitant slechts voor vervoer van vloeibare lading ter beschikking gesteld indien het is uitgerust met een nalenssysteem dat voldoet aan het bepaalde in. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 Het nalenssysteem is vast op het schip geïnstalleerd. 2 Het nalenssysteem is voor de ingebruikname met water als beproevingsmiddel beproefd, overeenkomstig bij regeling van Onze Minister gegeven voorschriften, door een onderzoeksbureau dat is toegelaten door de bevoegde autoriteiten van een lidstaat van de Europese Unie of van een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte dan wel van Zwitserland. Indien het systeem later is omgebouwd dan is voor de hernieuwde ingebruikname dezelfde beproeving uitgevoerd. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Bij het laden wordt in het vervoersdocument de bij regeling van Onze Minister te bepalen informatie opgenomen. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 Bij het laden wordt het schip vrij van overslagresten gehouden. Zijn er toch overslagresten ontstaan, dan worden deze na het laden van het schip verwijderd en zo veel mogelijk toegevoegd aan de lading. 2 Tot het laden en lossen van een schip behoren ook de maatregelen tot nalossen alsmede: die ingevolge Deel B van de Uitvoeringsregeling zijn vereist. De restlading behoort zo veel mogelijk aan de lading te worden toegevoegd. a. bij wassen, voor het wassen en b. bij ontgassen, voor het ontgassen, 3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het lossen. 2020 170 17-06-2020 28-05-2020 2023 200 16-06-2023 15-05-2023 01-07-2024 Treedt in werking met ingang van de dag zes maanden nadat de
laatste akte van aanvaarding van de wijzigingen van het CDNI-verdrag
door een verdragsstaat bij de depositaris is gedeponeerd, doch niet
later dan met ingang van 1 juli 2024.
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 Aansluitend aan het lossen van droge lading van of uit een laadruim van een schip wordt de in het laadruim achtergebleven restlading verwijderd, zodanig dat de losstandaard bezemschoon wordt bereikt, en wordt het verpakkings- en stuwmateriaal verwijderd. 2 In bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen wordt in afwijking van het eerste lid de restlading in verdergaande mate verwijderd. 3 De restlading wordt ingenomen en zo veel mogelijk toegevoegd aan de geloste lading. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 Aansluitend aan het lossen van vloeibare lading uit een ladingtank van een schip wordt met behulp van een leiding die wordt aangesloten op het nalenssysteem van het schip de in de ladingtank achtergebleven restlading verwijderd, zodanig dat de losstandaard overeenkomstig aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling in de nagelensde ladingtank wordt bereikt. 2 Aansluitend aan de toepassing van het eerste lid ten aanzien van alle ladingtanks van het schip wordt dat lid overeenkomstig toegepast ten aanzien van het leidingsysteem van het schip. 3 Bij de toepassing van het eerste en tweede lid is de tegendruk van de walkant in de in het eerste lid bedoelde leiding niet hoger dan 3 bar. 4 De restlading wordt ingenomen en zo veel mogelijk toegevoegd aan de geloste lading. 2020 170 17-06-2020 28-05-2020 2023 200 16-06-2023 15-05-2023 01-07-2024 Treedt in werking met ingang van de dag zes maanden nadat de
laatste akte van aanvaarding van de wijzigingen van het CDNI-verdrag
door een verdragsstaat bij de depositaris is gedeponeerd, doch niet
later dan met ingang van 1 juli 2024.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 artikelen 41 tot en met 43 De schipper verleent medewerking aan de toepassing van de. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 In bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen wordt na lossing de laadruimte of de ladingtank gewassen overeenkomstig de losstandaarden en de afgifte- en innamevoorschriften van aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling en wordt afvalwater dat ladingrestanten bevat ingenomen en behandeld en daarna op de bedrijfsriolering geloosd onderscheidenlijk in de laadruimte of de ladingtank achtergelaten. 2 In bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen wordt na lossing de ladingtank ontgast overeenkomstig de ontgassingsstandaarden in Aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling. 3 Tot het moment dat de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 11.01, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling, is verstreken, is het verboden om de dampen van de goederen met de UN-nummers vermeld in Tabel II van aanhangsel IIIa bij het verdrag in de atmosfeer uit te stoten, tenzij aan de voorwaarden, bedoeld in dat aanhangsel, wordt voldaan. De dampen van deze goederen worden ontgast overeenkomstig het tweede lid, tenzij anders is bepaald in artikel 7.04 van de Uitvoeringsregeling. 4 De kosten voor de ontgassing, bedoeld in het derde lid, worden verdeeld overeenkomstig artikel 7.06 van de Uitvoeringsregeling. 2024 243 02-09-2024 24-08-2024 2024 243 02-09-2024 24-08-2024 01-10-2024
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Vervallen 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikel 45 Voor het wassen, bedoeld in, kan de schipper een voorziening buiten de losplaats worden toegewezen, mits hem daarbij tevens, in afwijking van artikel 45, in overleg met de exploitant van het schip een ontvangstvoorziening wordt toegewezen voor het afgeven van het afvalwater dat zich na het wassen in het laadruim of de ladingtank en het leidingsysteem bevindt. 2 artikel 70, tweede lid, onderdeel c Bij vloeibare lading, waarbij dampen ontstaan die een ontgassing vereisen zoals bedoeld in, is de afzender verplicht de vervoerder in de vervoersovereenkomst een ontvangstvoorziening toe te wijzen, waar het schip na het lossen, met inbegrip van het nalossen en de verwijdering van de overslagresten, ontgast moet worden. 3 De aangewezen ontvangstvoorziening is gelegen in de nabijheid van de losplaats of op de route van het schip. 2020 170 17-06-2020 28-05-2020 2023 200 16-06-2023 15-05-2023 01-07-2024 Treedt in werking met ingang van de dag zes maanden nadat de
laatste akte van aanvaarding van de wijzigingen van het CDNI-verdrag
door een verdragsstaat bij de depositaris is gedeponeerd, doch niet
later dan met ingang van 1 juli 2024.
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Vervallen 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Vervallen 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 artikelen 45 47 De schipper verleent medewerking aan de toepassing van deen. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 artikelen 54 56 57 60 66 68 In dit artikel en in de,,,,enwordt onder de losverklaring mede begrepen de aanvullende verklaring, bedoeld in het tweede lid. 2 Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen Indien bij de losverklaring een aanvullende verklaring wordt gevoegd overeenkomstig het bij regeling van Onze Minister vastgestelde model, is hetop de desbetreffende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing. 3 paragrafen 3.4 3.5 Aansluitend aan de toepassing van het bepaalde in deenworden de toepasselijke rubrieken van een losverklaring, overeenkomstig het bij regeling van Onze Minister vastgestelde model, in drievoud ingevuld en ondertekend. 4 De losverklaring wordt na de toepassing van het eerste lid in drievoud voorgelegd aan de schipper dan wel, indien het schip niet onder gezag van een schipper staat, aan de exploitant van het schip. 5 artikelen 54 56 57 66 68 paragraaf 3.9 Aan het eerste en het tweede lid alsmede de,,,enkan in overeenstemming tussen degene die de losverklaring opstelt en de schipper dan wel, indien het schip niet onder gezag van een schipper staat, de exploitant van het schip en, indien toepassing moet worden gegeven aan, degene die de ontvangstvoorziening exploiteert, langs elektronische weg uitvoering worden gegeven, mits voldaan wordt aan de bij regeling van Onze Minister aangegeven waarborgen voor de echtheid van de losverklaring, met inbegrip van de ondertekening, en de controleerbaarheid van de losverklaring aan boord dan wel in de bedrijfsadministratie van de exploitant van het schip, alsmede in de bedrijfsadministratie van degene die de losverklaring heeft opgesteld. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 artikel 53, vierde lid De schipper vult de toepasselijke rubrieken van de hem overeenkomstig, voorgelegde losverklaring in drievoud in en ondertekent deze. 2 De schipper bezorgt na de ondertekening een exemplaar van de losverklaring terug aan degene die de losverklaring heeft opgesteld. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009 2009 399 06-10-2009 23-09-2009 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009 De wijziging is in werking getreden op 2 december 2009 (Stb. 2009/491).
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 De schipper verlaat met het schip de laadplaats na het laden niet eerder dan nadat hij zich er van vergewist heeft, dat de overslagresten zijn verwijderd. 2 De schipper verlaat met het schip de losplaats na het lossen niet eerder dan nadat: a. hij zich er van vergewist heeft, dat 1°. de overslagresten zijn verwijderd; 2°. alle geloste laadruimen zijn nagelost of ladingtanks nagelensd; 3°. artikel 47 voldaan is aan de wasverplichting overeenkomstig de losstandaarden en de afgifte- en innamevoorschriften van aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling, indien die van toepassing is, dan wel hem daartoe overeenkomstigeen voorziening is toegewezen; 4°. artikel 45 indienvan toepassing of van overeenkomstige toepassing is, het afvalwater dat ladingrestanten bevat is ingenomen dan wel hem daartoe een ontvangstvoorziening is toegewezen, en 5°. artikel 47 voldaan is aan de ontgassingsverplichting en de toepasselijke ontgassingsstandaarden van aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling, dan wel hem daartoe overeenkomstigeen voorziening is toegewezen. b. artikel 54 hij voldaan heeft aan het bepaalde in. 2020 170 17-06-2020 28-05-2020 2023 200 16-06-2023 15-05-2023 01-07-2024 Treedt in werking met ingang van de dag zes maanden nadat de
laatste akte van aanvaarding van de wijzigingen van het CDNI-verdrag
door een verdragsstaat bij de depositaris is gedeponeerd, doch niet
later dan met ingang van 1 juli 2024.
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 artikel 53 De schipper draagt er zorg voor dat de overeenkomstigontvangen verklaringen het transport begeleiden. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009 2009 399 06-10-2009 23-09-2009 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009 De wijziging is in werking getreden op 2 december 2009 (Stb. 2009/491).
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 artikel 54, tweede lid Het ingevolge, terug ontvangen exemplaar van de losverklaring wordt gedurende ten minste zes maanden na afgifte in de bedrijfsadministratie bewaard. 2019 72 22-02-2019 11-02-2019 2019 72 22-02-2019 11-02-2019 01-07-2019
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 Indien de laadruimten en ladingtanks van schepen worden ingezet voor verenigbare transporten wordt dit schriftelijk aangetoond door de schipper. De ladingontvanger dan wel de overslaginstallatie vult in dat geval de toepasselijke rubriek van de losverklaring in. 2 Een ladingtank van schepen die verenigbare transporten uitvoeren hoeft niet ontgast te worden voor zover bij een volgende belading de dampen overeenkomstig Aanhangsel IIIa door de overslaginstallatie worden opgevangen en niet in de atmosfeer terechtkomen. De vervoerder dient dit schriftelijk in de losverklaring te kunnen aantonen. 3 De schipper zorgt ervoor dat het in de eerste regel van het eerste lid bedoelde schriftelijke bewijs tot na de beëindiging van het lossen van de verenigbare vervolglading aan boord aanwezig is. 4 artikelen 45 47 Indien op het moment van het lossen de vervolglading nog niet bekend is, maar verwacht wordt dat die verenigbaar zal zijn, kan de toepassing van deenbedoelde maatregelen worden uitgesteld. 5 artikel 70 artikel 71 artikel 47 De inbedoelde afzender en de inbedoelde ontvanger wijzen voorlopig een ontvangstvoorziening als bedoeld inaan en vullen dit in de toepasselijke rubrieken op de losverklaring in. 6 Een ladingruim en ladingtank behoeven niet gewassen te worden wanneer, voordat de in het vierde lid bedoelde ontvangstvoorziening wordt aangelopen, aantoonbaar vaststaat dat de vervolglading verenigbaar is. De schipper vult dit in bij de toepasselijke rubriek op de losverklaring en zorgt ervoor dat deze tot en met het lossen van de verenigbare vervolglading aan boord aanwezig is. 2020 170 17-06-2020 28-05-2020 2023 200 16-06-2023 15-05-2023 01-07-2024 Treedt in werking met ingang van de dag zes maanden nadat de
laatste akte van aanvaarding van de wijzigingen van het CDNI-verdrag
door een verdragsstaat bij de depositaris is gedeponeerd, doch niet
later dan met ingang van 1 juli 2024.
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Indien een lading wordt gelost van een schip dat, blijkens de door de ladingontvanger dan wel de overslaginstallatie ingevulde toepasselijke rubriek op de losverklaring, wordt ingezet ten behoeve van eenheidstransporten zijn met betrekking tot dat lossen niet van toepassing: a. artikelen 36 42 43 artikel 55, tweede lid, onderdeel a, onder 2° de,,en, en; b. artikelen 45 47 artikel 55, tweede lid, onderdeel a, onder 3° en 4° de,en. 2019 72 22-02-2019 11-02-2019 72 22-02-2019 2019 72 22-02-2019 11-02-2019 01-07-2019
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Vervallen 2019 72 22-02-2019 11-02-2019 2019 72 22-02-2019 11-02-2019 01-07-2019
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 artikelen 45 47 Ingeval van eenheidstransporten wordt voor de aanvang van het laden overeenkomstige toepassing gegeven aan deenten aanzien van het regenwater en het buiswater dat na beëindiging van de voorafgaande lossing in het laadruim terecht is gekomen. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 artikel 4 In afwijking van het verbod vankan afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor in bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen een losstandaard is aangegeven, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht indien: a. artikel 45 zodanig afvalwater ingevolgeop of in het schip is achtergelaten; b. paragraaf 3.4 de restlading overeenkomstig het bepaalde inis verwijderd uit het laadruim of de ladingtank en het leidingsysteem en c. paragraaf 3.6 een en ander blijkt uit een losverklaring die voldoet aan het bepaalde in. 2 artikel 4 In afwijking van het verbod vankan voorts in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht: a. paragraaf 3.6 ballastwater uit ballasttanks, ballastwater dat blijkens een losverklaring welke voldoet aan het bepaalde inafkomstig is uit een gewassen laadruim of ladingtank, regenwater of buiswater; b. waswater dat afkomstig is van een bezemschone gangboord of van een andere licht verontreinigde oppervlakte van het schip of c. paragraaf 3.6 paragraaf 3.4 afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor in bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen een losstandaard is aangegeven en dat, blijkens een losverklaring die voldoet aan het bepaalde in, afkomstig is uit een laadruim of ladingtank waaruit de restlading is verwijderd overeenkomstig het bepaalde in. 3 artikel 4 In afwijking van het verbod vankunnen dampen, ten aanzien waarvan de afgifte aan de atmosfeer door middel van ventileren overeenkomstig Aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling uitdrukkelijk is toegestaan, in de atmosfeer worden gebracht. 4 artikel 4 In afwijking van het verbod vankunnen dampen, met inachtneming van de bepalingen van aanhangsel IIIa, behorende bij de Uitvoeringsregeling en onderdeel 7.2.3.7 van het ADN, worden uitgestoten indien dit wordt vereist door een onvoorzien verblijf op de scheepswerf of door een onvoorziene reparatie ter plaatse door een scheepswerf of een andere gespecialiseerde onderneming en de dampen niet naar een ontvangstvoorziening kunnen worden afgevoerd. Daarbij moet de plaats waar de dampen worden uitgestoten alsmede de hoeveelheid en de aard van de stof of de dampen zo nauwkeurig mogelijk worden aangeven. 2020 170 17-06-2020 28-05-2020 2023 200 16-06-2023 15-05-2023 01-07-2024 Treedt in werking met ingang van de dag zes maanden nadat de
laatste akte van aanvaarding van de wijzigingen van het CDNI-verdrag
door een verdragsstaat bij de depositaris is gedeponeerd, doch niet
later dan met ingang van 1 juli 2024.
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 artikel 6 In afwijking vanbehoeft de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit niet te worden gewaarschuwd indien afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor in kolom 3 of 4 van de tabel een losstandaard is aangegeven, in een oppervlaktewaterlichaam geraakt of dreigt te geraken. 2009 535 15-12-2009 02-12-2009 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 artikel 47 61 Indien afvalwater ingevolge het bepaalde inofmoet worden afgegeven, brengt de schipper het afvalwater over naar de hem toegewezen ontvangstvoorziening en biedt het aldaar aan. 2 artikel 47 Indien dampen ingevolge het bepaalde inmoeten worden afgegeven, brengt de schipper deze over naar de hem toegewezen ontvangstvoorziening en biedt deze aldaar aan. 2020 170 17-06-2020 28-05-2020 2023 200 16-06-2023 15-05-2023 01-07-2024 Treedt in werking met ingang van de dag zes maanden nadat de
laatste akte van aanvaarding van de wijzigingen van het CDNI-verdrag
door een verdragsstaat bij de depositaris is gedeponeerd, doch niet
later dan met ingang van 1 juli 2024.
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 De schipper draagt er zorg voor dat afvalwater dat ladingrestanten van een goederensoort bevat aan boord zo veel mogelijk gescheiden wordt gehouden van afvalwater dat ladingrestanten bevat van een andere goederensoort. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Bij het afgeven van afvalwater dat ladingrestanten bevat aan een ontvangstvoorziening legt de schipper in tweevoud de door hem ondertekende losverklaring voor aan degene die de ontvangstvoorziening exploiteert of een door deze aangewezen persoon. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 artikel 64 Degene die een ontvangstvoorziening exploiteert, draagt er zorg voor dat afvalwater dat ingevolgewordt aangeboden, wordt ingenomen op de ontvangstvoorziening. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 artikel 66 Het in ontvangst nemen van afvalwater dat ladingrestanten bevat wordt bevestigd door invulling en ondertekening van de daartoe bestemde rubrieken van de ingevolgevoorgelegde losverklaring in tweevoud voorgelegde verklaringen. De ontvangstvoorziening bezorgt na ondertekening een exemplaar van de ondertekende losverklaring terug aan de schipper. 2 artikel 47, tweede lid Indien het schip, overeenkomstig, naar een ontvangstvoorziening voor het ontgassen is doorverwezen bevestigt de exploitant van deze voorziening de ontgassing van het schip in de losverklaring. 3 De exploitant van de ontvangstvoorziening voor het ontgassen dient een kopie van de door hem en de schipper ingevulde en ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden na afgifte in zijn bedrijfsadministratie te bewaren. 4 artikel 67 Degene die de ontvangstvoorziening exploiteert als bedoeld inbewaart een exemplaar van de door hem, de ladingontvanger of de overslaginstallatie, en de schipper ingevulde en ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden na afgifte in zijn administratie. 5 De schipper bewaart de van de ontvangstvoorziening terugontvangen ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden aan boord. 6 De exploitant van het schip bewaart de van de ontvangstvoorziening terugontvangen ondertekende losverklaring in zijn bedrijfsadministratie. 2020 170 17-06-2020 28-05-2020 2023 200 16-06-2023 15-05-2023 01-07-2024 Treedt in werking met ingang van de dag zes maanden nadat de
laatste akte van aanvaarding van de wijzigingen van het CDNI-verdrag
door een verdragsstaat bij de depositaris is gedeponeerd, doch niet
later dan met ingang van 1 juli 2024.
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 De vervoerder stelt een schip voor vervoer van lading aan de afzender ter beschikking met bezemschone laadruimen dan wel nagelensde of ontgaste ladingtanks en vrij van overslagresten. 2 Indien het schip voor het laden niet overeenstemt met de voorgeschreven losstandaard en indien de ladingontvanger of afzender van het vorige transport zijn verplichtingen niet is nagekomen, draagt de vervoerder de kosten voor het nalossen en: van het schip, alsook voor de inname en verwijdering van het afval van de lading. a. bij het wassen, de kosten voor het wassen; b. bij het ontgassen, de kosten voor het ontgassen, 2020 170 17-06-2020 28-05-2020 2023 200 16-06-2023 15-05-2023 01-07-2024 Treedt in werking met ingang van de dag zes maanden nadat de
laatste akte van aanvaarding van de wijzigingen van het CDNI-verdrag
door een verdragsstaat bij de depositaris is gedeponeerd, doch niet
later dan met ingang van 1 juli 2024.
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 artikelen 41, eerste lid 61 De afzender is jegens de ontvanger en de vervoerder verplicht ter zake van het laden van een schip de in de, enbedoelde maatregelen te treffen. 2 De afzender is jegens de ontvanger en de vervoerder verplicht ter zake van het lossen van vloeibare lading van of uit een schip a. artikelen 41, tweede lid 43 de in de, enbedoelde maatregelen te treffen; b. artikelen 45 47 de in deenbedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien het schip goederen heeft vervoerd waarvan de ladingrestanten overeenkomstig de losstandaarden en afgifte- en innamevoorschriften van aanhangsel III bij de Uitvoeringsregeling niet met het waswater in het water geloosd mogen worden; c. artikelen 45 47 de in deenbedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de ontgassingsverplichting en de daarbij ontstane dampen, indien uit de laatst afgegeven losverklaring blijkt dat het laadruim, onderscheidenlijk de ladingtank, na de vorige lossing ontgast is, en d. de kosten te dragen van inname van het onder b bedoelde waswater of de onder c bedoelde dampen door een ontvangstvoorziening, alsmede voor wachttijden en omwegen die zijn ontstaan als gevolg van de toepassing van de onder a en b bedoelde maatregelen. 2020 170 17-06-2020 28-05-2020 2023 200 16-06-2023 15-05-2023 01-07-2024 Treedt in werking met ingang van de dag zes maanden nadat de
laatste akte van aanvaarding van de wijzigingen van het CDNI-verdrag
door een verdragsstaat bij de depositaris is gedeponeerd, doch niet
later dan met ingang van 1 juli 2024.
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 De ontvanger is jegens de afzender en de vervoerder verplicht ter zake van het lossen van droge lading van of uit een schip: a. artikelen 41, tweede lid 42 de in de, enbedoelde maatregelen te treffen; b. artikelen 45 47 de in deenbedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien het schip goederen heeft vervoerd waarvan de ladingrestanten overeenkomstig de losstandaarden en afgifte- en innamevoorschriften van aanhangsel III bij de Uitvoeringsregeling niet met het waswater in het water geloosd mogen worden en c. paragraaf 3.4 artikel 45 ten aanzien van regenwater of buiswater dat in het laadruim is geraakt na aanvang van het laden en voordat het lossen overeenkomstig het bepaalde inis beëindigd, de inbedoelde maatregelen te treffen, tenzij overeengekomen was dat het vervoer afgedekt zou plaatsvinden, en d. de kosten te dragen van inname van het onder b bedoelde waswater en het onder c bedoelde regenwater of buiswater door een ontvangstvoorziening, alsmede voor wachttijden en omwegen die zijn ontstaan als gevolg van de toepassing van de onder a, b en c bedoelde maatregelen; e. artikel 53 de inbedoelde maatregel te treffen. 2019 72 22-02-2019 11-02-2019 2019 72 22-02-2019 11-02-2019 01-07-2019 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 artikel 70, eerste lid, en tweede lid, onder a en b artikel 71, onder a, b, c en e artikel 41 Indien de afzender dan wel de ontvanger gebruik maakt van een overslaginstallatie, treedt de exploitant van die installatie voor de toepassing van, onderscheidenlijk, in de plaats van de afzender, onderscheidenlijk de ontvanger, met dien verstande dat hij slechts verplicht is de kosten van de in die bepalingen bedoelde maatregelen te dragen voorzover het betreft de kosten van de toepassing van. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 De schipper draagt er zorg voor dat huisvuil, slops, zuiveringsslib en klein gevaarlijk afval aan boord naar categorie gescheiden worden gehouden en gescheiden worden aangeboden bij een ontvangstvoorziening. 2 Huisvuil wordt, indien mogelijk, gescheiden naar de categorieën papier, glas, overige te hergebruiken stoffen en overig huisvuil afgegeven. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 artikel 73 In afwijking van het bepaalde inrust met betrekking tot een passagiersschip dat is uitgerust met een boordzuiveringsinstallatie voor afvalwater de verplichting tot aanbieden van het zuiveringsslib van die installatie bij een ontvangstvoorziening op de exploitant van dat schip. 2 artikel 76 De schipper van een passagiersschip dient zeker te stellen dat het bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, op een passende wijze aan boord van het schip wordt verzameld en bij een ontvangstvoorziening wordt afgegeven, voor zover het passagiersschip niet over een zuiveringsinstallatie als bedoeld in, beschikt. 2019 72 22-02-2019 11-02-2019 2019 72 22-02-2019 11-02-2019 01-07-2019
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 artikel 73 74 Degene die een ontvangstvoorziening exploiteert, draagt er zorg voor dat de ingevolgeofaangeboden afvalstoffen worden ingenomen op de ontvangstvoorziening en aldaar gescheiden worden gehouden. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 artikel 4 In afwijking van het verbod, bedoeld in, kan bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, vanaf hotelschepen met meer dan 50 slaapplaatsen of vanaf andere passagiersschepen die toegelaten zijn voor het vervoer van meer dan 50 passagiers in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht, voorzover het afvalwater is behandeld in een zuiveringsinstallatie die voldoet aan bij regeling van Onze Minister gegeven voorschriften. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 1 artikel 4 artikel 76 In afwijking van het verbod, bedoeld in, kan huishoudelijk afvalwater dan wel bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht vanaf andere dan de inbedoelde schepen. 2 artikel 4 In afwijking van het verbod, bedoeld in, kan toiletwater, afkomstig van zeeschepen: die zich bevinden in zeehavens of op daarheen leidende zeetoegangswegen, die moeten voldoen aan de bepalingen van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht voor zover het afvalwater is behandeld in een zuiveringsinstallatie die is gecertificeerd volgens hoofdstuk 4.1 van MEPC.159(55). a. met minder dan 50 slaapplaatsen, of; b. die bestemd zijn voor het vervoer van minder dan 50 passagiers, of; c. waar minder dan 50 personen aan boord zijn, 3 artikel 4 In afwijking van het verbod, bedoeld in, kan bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten, bijkeukens en toiletwater afkomstig van zeeschepen: die zich bevinden in zeehavens of op daarheen leidende zeetoegangswegen, die moeten voldoen aan de bepalingen van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht voor zover het afvalwater is behandeld in een zuiveringsinstallatie zoals bedoeld in het tweede lid en het effluent voldoet aan bij regeling van Onze Minister gegeven voorschriften. a. met meer dan 50 slaapplaatsen, of; b. die bestemd zijn voor het vervoer van meer dan 50 passagiers, of; c. waar meer dan 50 personen aan boord zijn, 2020 127 30-04-2020 23-04-2020 2020 127 30-04-2020 23-04-2020 01-07-2020
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Het nationaal instituut organiseert een doelmatig en doeltreffend beheer van olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen, overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dit besluit. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009 2002 189 16-04-2002 09-04-2002 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009 De wijziging is in werking getreden op 8 mei 2002 (Stb. 2002/189).
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 artikel 78 Het nationaal instituut geeft op zodanige wijze uitvoering aan het bepaalde indat: a. een voldoende dicht net van ontvangstvoorzieningen, met voldoende capaciteit voor de inzameling van olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen op de voet van onderdeel b, beschikbaar is langs de Nederlandse vaarwegen, alsmede voorzieningen met voldoende capaciteit voor het beheer van op die voet ingezamelde afvalstoffen beschikbaar zijn; b. artikel 15 indien olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen overeenkomstigworden aangeboden bij een ontvangstvoorziening als bedoeld onder a, die afvalstoffen aldaar in ontvangst worden genomen zonder dat daarbij kosten of vergoedingen in rekening worden gebracht aan de eigenaar of de exploitant van het schip, dan wel de schipper. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009 2002 189 16-04-2002 09-04-2002 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009 De wijziging is in werking getreden op 8 mei 2002 (Stb. 2002/189).
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 artikel 79 Het nationaal instituut houdt een overzicht bij van adressen en verdere bereikbaarheidsgegevens van de inbedoelde ontvangstvoorzieningen. 2 artikel 14 Het nationaal instituut verstrekt ter gelegenheid van de verstrekking van een olie-afgifteboekje als bedoeld ineen exemplaar van het overzicht aan de betrokkene. 3 Het nationaal instituut geeft aan belanghebbenden in de bedrijfstak van de scheepvaart kennis van wijzigingen van het overzicht in daartoe geschikte dag- of nieuwsbladen. 4 Het nationaal instituut zendt een exemplaar van het overzicht en elke wijziging daarvan toe aan het internationaal orgaan. 5 Het nationaal instituut geeft op andere daartoe geschikte wijzen voorlichting over het beheer van olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen aan belanghebbenden in de bedrijfstak van de scheepvaart. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009 2002 189 16-04-2002 09-04-2002 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009 De wijziging is in werking getreden op 8 mei 2002 (Stb. 2002/189).
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 artikel 78 Het nationaal instituut draagt zorg voor de financiering van het inbedoelde beheer uit de opbrengst van de afvalbeheerbijdrage en de verevening. 2020 197 24-06-2020 18-06-2020 2020 158 05-06-2020 27-05-2020 35267 01-07-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Implementatiewet
wijziging EU-kaderrichtlijn afvalstoffen in werking treedt.
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 1 artikel 81 Ter uitvoering vandraagt het nationaal instituut zorg voor: a. het invoeren en het in stand houden van het door Onze Minister nader te omschrijven digitale systeem voor het betalen van de afvalbeheerbijdrage; b. het Nederlandse aandeel in de verevening; c. het na het openen van een rekening aan de eigenaar van een gemotoriseerd schip, kosteloos namens Onze Minister verstrekken van maximaal twee ED-kaarten per schip; d. het op verzoek van de leverancier kosteloos verstrekken van een betaalterminal per bunkerfaciliteit; en e. artikel 29 de uitvoering van een ministeriële regeling ingevolge, voor zover het in die regeling is bepaald, alsmede voorlichting over die regeling aan belanghebbenden in de bedrijfstak van de scheepvaart. 2 Het nationaal instituut draagt zorg voor de geheimhouding van de gegevens, die het met betrekking tot de ED-kaart onder zich heeft. 3 Op verzoek van Onze Minister verstrekt het nationaal instituut inzage in het digitale systeem aan een door deze minister aangewezen dienst teneinde te onderzoeken of de verschuldigde afvalbeheerbijdrage is betaald. 4 Bij regeling van Onze Minister kunnen administratieve verplichtingen van het nationaal instituut jegens de houder van de ED-kaart in verband met het digitaal betalen van de afvalbeheerbijdrage worden geregeld. 2020 197 24-06-2020 18-06-2020 2020 158 05-06-2020 27-05-2020 35267 01-07-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Implementatiewet
wijziging EU-kaderrichtlijn afvalstoffen in werking treedt.
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Vervallen 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2010 823 22-12-2010 03-12-2010 01-01-2011 2009 399 06-10-2009 23-09-2009 2010 823 22-12-2010 03-12-2010 01-01-2011
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 1 Het nationaal instituut neemt deel aan de verevening overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 4.02, eerste en derde lid, en 4.03 van de Uitvoeringsregeling en hetgeen krachtens artikel 10, derde lid, van het verdrag ter zake is bepaald in het Huishoudelijk Reglement van het internationaal orgaan. 2 artikel 39h, eerste lid, onderdeel b, van de Binnenvaartwet Door het nationaal instituut ontvangen subsidiebedragen uit hoofde vanworden in het kader van de verevening aangemerkt als opbrengst van de afvalbeheerbijdrage. 2020 197 24-06-2020 18-06-2020 2020 158 05-06-2020 27-05-2020 35267 01-07-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Implementatiewet
wijziging EU-kaderrichtlijn afvalstoffen in werking treedt.
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 Het nationaal instituut wijst twee vertegenwoordigers in het internationaal orgaan aan, waarvan één afkomstig is uit de bedrijfstak van de binnenvaart. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 artikel 85 Het nationaal instituut draagt er zorg voor dat de ingevolgeaangewezen vertegenwoordigers deelnemen aan de werkzaamheden van het internationaal orgaan in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 10 van het verdrag en artikel 4.01 van de Uitvoeringsregeling. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 Het nationaal instituut houdt een administratie bij ten aanzien van hetgeen door dat instituut wordt verricht ter uitvoering van dit besluit. 2 artikel 78 Het nationaal instituut draagt er zorg voor dat een sluitende registratie van het inbedoelde beheer beschikbaar is, welke het nationaal instituut in staat stelt te voldoen aan zijn verplichtingen ingevolge dit besluit. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009 2002 189 16-04-2002 09-04-2002 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009 De wijziging is in werking getreden op 8 mei 2002 (Stb. 2002/189).
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 Het nationaal instituut stelt jaarlijks voor 1 juli een rapport op over de uitvoering van zijn taken in het afgelopen kalenderjaar en de vooruitzichten ter zake voor de eerstkomende 5 kalenderjaren. 2 Het nationaal instituut brengt het rapport ter kennis van Onze Minister en het internationaal orgaan. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 artikel 10.3 van de Wet milieubeheer Het nationaal instituut neemt bij de uitvoering van zijn taken het gestelde in het circulair materialenplan, bedoeld in, in acht. 2025 373 20-11-2025 11-11-2025 2025 442 22-12-2025 17-12-2025 30-12-2025
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 1 Het nationaal instituut neemt bij de uitvoering van zijn taken een door Onze Minister gegeven aanwijzing in acht. 2 Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan worden vastgesteld ten behoeve van een doelmatige en doeltreffende uitvoering van het verdrag. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 Vervallen 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009 2009 399 06-10-2009 23-09-2009 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009 De wijziging is in werking getreden op 2 december 2009 (Stb. 2009/491).
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister verschaft, onverminderd het bepaalde in, aan het nationaal instituut de nodige gegevens en inlichtingen ten behoeve van de uitvoering van de taken door dat instituut. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 De subsidie-ontvanger is verplicht de taken van het nationaal instituut uit te voeren overeenkomstig het bepaalde in dit besluit. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op het financieel verslag van de subsidie-ontvanger. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 1 artikel 4:78 van de Algemene wet bestuursrecht Bij het onderzoek, bedoeld in, onderzoekt de accountant tevens de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 2 artikel 4:79, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister stelt een aanwijzing vast over de reikwijdte en de intensiteit van de controle, bedoeld in. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wet verontreiniging oppervlaktewateren. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 artikel 4 artikel 45 artikel 101, eerste lid In afwijking van het verbod, bedoeld in, en vankan tot het tijdstip liggende vijf jaar na het in, bedoelde tijdstip, dan wel een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, afvalwater dat ingevolge artikel 45 in de bedrijfsriolering gebracht zou moeten worden, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht, indien ten minste de losstandaard bezemschoon is bewerkstelligd voor het desbetreffende laadruim. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 artikel 42 artikel 101, eerste lid artikel 42 In afwijking van het bepaalde inis tot het tijdstip liggende vijf jaar na het in, bedoelde tijdstip, dan wel een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, toegelaten dat in gevallen waarin ingevolgebij het nalossen de losstandaard vacuümschoon zou moeten worden bereikt, de losstandaard bezemschoon wordt bereikt. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 1 artikel 37 artikel 101, eerste lid artikel 37 In afwijking van het bepaalde inis het tot het tijdstip liggende vijf jaar na het in, bedoelde tijdstip, dan wel een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, toegelaten een schip voor vervoer van vloeibare lading ter beschikking te stellen dat niet beschikt over een nalenssysteem als bedoeld in. 2 artikel 43 artikel 101, eerste lid In afwijking van het bepaalde inis het tot het tijdstip liggende vijf jaar na het in, bedoelde tijdstip, dan wel een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, verplicht de in de ladingtank en het leidingsysteem aanwezige restlading zo veel mogelijk te verwijderen met behulp van de daarvoor beschikbare voorzieningen. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 artikel 4 In afwijking van het verbod, bedoeld in, kan tot een door Onze Minister te bepalen tijdstip bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, vanaf hotelschepen met meer dan 50 slaapplaatsen, onderscheidenlijk vanaf andere passagiersschepen die toegelaten zijn voor het vervoer van meer dan 50 passagiers, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht. 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 2012 101 16-03-2012 22-02-2012 17-03-2012
Artikel 100a — Artikel 100a#
Artikel 100a artikelen 4.3 4.5 van de Omgevingswet artikelen 9.5.2. 10.40a, tweede lid, van de Wet milieubeheer Dit besluit berust mede op deenen deen. 2020 170 17-06-2020 28-05-2020 2023 200 16-06-2023 15-05-2023 01-07-2024 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd. Treedt in werking met ingang van de dag zes maanden nadat de
laatste akte van aanvaarding van de wijzigingen van het CDNI-verdrag
door een verdragsstaat bij de depositaris is gedeponeerd, doch niet
later dan met ingang van 1 juli 2024.
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 399 06-10-2009 23-09-2009 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 Dit besluit wordt aangehaald als: Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart. 2001 48 08-02-2001 18-12-2000 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009