Besluit van 4 december 2008, houdende regels met betrekking tot onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap en de uitvoering daarvan door UWV (Uitvoeringsbesluit onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap)
- BWB-id
- BWBR0024869
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-10-04
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024869
- ELI
- /eli/nl/amvb/2009/uitvoeringsbesluit-onderwijsvoorzieningen-voor-jongeren-met-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2009/uitvoeringsbesluit-onderwijsvoorzieningen-voor-jongeren-met-/2025-10-04
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024869&g=2025-10-04
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024869&z=2026-06-06&g=2025-10-04
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024869/2025-10-04
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2009/uitvoeringsbesluit-onderwijsvoorzieningen-voor-jongeren-met-
Artikel 1 — Artikel 1 Algemene bepalingen#
Artikel 1 Algemene bepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: a. wet: Wet overige OCW-subsidies de; b. UWV: hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; c. intermediaire activiteit: persoonlijke dienstverlening die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende lichaamsfunctie; d. cluster 1, 2, 3 onderscheidenlijk 4: artikel 2, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra de clusters, bedoeld in. 2025 256 03-10-2025 25-09-2025 2025 256 03-10-2025 25-09-2025 04-10-2025 01-08-2025
Artikel 2 — Artikel 2 Uitgangspunten verlening voorzieningen#
Artikel 2 Uitgangspunten verlening voorzieningen 1 artikel 19a van de wet Een voorziening als bedoeld inwordt niet verstrekt respectievelijk verleend indien het kosten van een voorziening of een voorziening betreft a. die algemeen gebruikelijk is; of b. waarvoor vergoeding op grond van een andere wettelijke regeling mogelijk is. 2 Bij de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt bij de beoordeling en berekening van de kosten en de verlening van een voorziening als bedoeld in het eerste lid uitgegaan van de goedkoopste adequate voorziening. 2008 540 18-12-2008 04-12-2008 2008 539 18-12-2008 01-12-2008 01-01-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19a van de Wet overige OCW-subsidies in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3 Geen voorzieningen bij geringe kosten#
Artikel 3 Geen voorzieningen bij geringe kosten 1 artikel 19a van de wet dat artikel artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag laatstgenoemd artikel Een voorziening als bedoeld inwordt niet verstrekt indien de kosten, bedoeld in, minder bedragen dan 1,85 maal het minimumloon, bedoeld in, gedeeld door 21,75, zoalsluidde op 1 januari van het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt. 2 artikel 19a van de wet artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Indien de gezamenlijke waarde van voorzieningen als bedoeld indie in een kalenderjaar zijn aangevraagd, een bedrag ter hoogte van 1,85 maal het minimumloon, bedoeld in, gedeeld door 21,75, overtreft, kan het UWV voorzieningen verstrekken ter hoogte van die gezamenlijke waarde. 2023 240 30-06-2023 27-06-2023 2023 247 07-07-2023 27-06-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet invoering
minimumuurloon in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4 Op het individu gerichte voorzieningen#
Artikel 4 Op het individu gerichte voorzieningen artikel 19a van de wet Een voorziening als bedoeld inwordt slechts verleend indien deze in overwegende mate op het individu is gericht. 2008 540 18-12-2008 04-12-2008 2008 539 18-12-2008 01-12-2008 01-01-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19a van de Wet overige OCW-subsidies in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5 Onderwijsvoorzieningen#
Artikel 5 Onderwijsvoorzieningen 1 artikel 19a, tweede lid, van de wet Onder voorzieningen als bedoeld inworden uitsluitend verstaan: a. artikel 19a, eerste lid, van de wet vervoersvoorzieningen die er toe strekken dat de persoon, bedoeld in, zijn opleidingslocatie kan bereiken; b. intermediaire activiteiten; c. artikel 19a, eerste lid, van de wet meeneembare voorzieningen ten behoeve van de inrichting van de opleidingslocatie en de bij de opleiding te gebruiken hulpmiddelen, die in overwegende mate op het individu van de persoon, bedoeld in, zijn afgestemd. 2 artikel 19a, tweede en derde lid, van de wet Onder voorzieningen als bedoeld inworden niet verstaan: a. voorzieningen waarvoor een regeling is getroffen bij of krachtens: 1°. Wet op het primair onderwijs Wet voortgezet onderwijs 2020 Wet educatie en beroepsonderwijs Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de, de, deof de; of 2°. Wet op de expertisecentra artikel 9 artikel 12 van het Onderwijskundig besluit WEC de, tenzij het gaat om intermediaire activiteiten voor leerlingen die ingeschreven zijn op een school behorend tot cluster 2, ten behoeve van het volgen van een stage of symbiose-onderwijs als bedoeld in, respectievelijk, of om intermediaire activiteiten voor leerlingen die ingeschreven staan op een school behorend tot cluster 1, 3 of 4; b. Regeling zorgverzekering voorzieningen waarvoor een regeling is getroffen onder verantwoordelijkheid van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport of aanvullingen op die voorzieningen waarvoor een eigen bijdrage wordt betaald, met uitzondering van bij ministeriële regeling aangewezen hulpmiddelen, genoemd in de, voor zover die hulpmiddelen vrijwel uitsluitend worden gebruikt in de onderwijssituatie; c. personele onderwijsfaciliteiten, waaronder in elk geval wordt verstaan activiteiten als remedial teaching, ambulante begeleiding of het geven van begeleidingslessen; d. Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel V van de Wet van 17 januari 2002 houdende wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met het vervoer van leerlingen voorzieningen voor het vervoer van leerlingen naar en van school als bedoeld in de, deen de, tenzij(Stb. 59) van toepassing is; e. voorzieningen die verband houden met dyslexie. 2025 256 03-10-2025 25-09-2025 2025 256 03-10-2025 25-09-2025 04-10-2025 01-08-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Inkomenstoets leefvervoersvoorzieningen#
Artikel 6 Inkomenstoets leefvervoersvoorzieningen 1 artikel 19a, derde lid, van de wet artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Vervoersvoorzieningen als bedoeld in, worden niet verleend of worden beëindigd, indien het inkomen van de persoon die de voorziening aanvraagt of aan wie de voorziening is verleend, in het kalenderjaar waarin de voorziening is aangevraagd of voortzetting van een verleende voorziening wordt overwogen, meer bedraagt dan 261 maal 70% van het bedrag, bedoeld inmet betrekking tot een loontijdvak van een dag. 2 Indien het inkomen van de persoon, bedoeld in het eerste lid, in betekenende mate aan fluctuaties onderhevig is, wordt voor de toepassing van het eerste lid de som van het inkomen over het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar en het inkomen over de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren gedeeld door drie. 3 Onder vervoersvoorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden in elk geval verstaan een bruikleenauto, een taxikostenvergoeding en een kilometervergoeding voor het gebruik van een eigen auto of van een bruikleenauto. 4 Bij ministeriële regeling: a. worden regels gesteld over de wijze van vaststelling van het inkomen, bedoeld in het eerste lid, waarbij kan worden bepaald dat bij de vaststelling van het inkomen mede in aanmerking wordt genomen het inkomen van de ouders, de echtgenoot, de partner of een ander gezinslid van de in het eerste lid bedoelde persoon; b. kan het in het eerste lid bedoelde percentage voor categorieën van personen worden verhoogd; en c. kan worden bepaald dat het eerste lid geen toepassing vindt bij de verlening van nader te bepalen vervoersvoorzieningen. 5 Beëindiging van de vervoersvoorzieningen wegens overschrijding van de inkomensgrens, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats met ingang van de datum die is gelegen zes maanden nadat de persoon aan wie de voorziening is verleend van de voorgenomen beëindiging in kennis is gesteld. 2008 540 18-12-2008 04-12-2008 2008 539 18-12-2008 01-12-2008 01-01-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19a van de Wet overige OCW-subsidies in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7 Leefvervoersvoorziening#
Artikel 7 Leefvervoersvoorziening 1 artikel 19a, derde lid, van de wet Een leefvervoersvoorziening als bedoeld inwordt slechts verleend indien daarmee de uit ziekte of gebrek voortvloeiende beperkingen worden opgeheven of verminderd. 2 artikel 19a, derde lid, van de wet artikel 19a, tweede lid, van de wet Een leefvervoersvoorziening als bedoeld inwordt slechts verleend indien op grond vaneen vervoersvoorziening is verleend. 3 artikel 19a, tweede lid, van de wet Na beëindiging van de vervoersvoorziening, verleend op grond van, wordt de leefvervoersvoorziening voortgezet gedurende de termijn die is voorzien in de beschikking van UWV waarbij de voorziening is toegekend, doch ten hoogste voor de duur van twaalf maanden. 2008 540 18-12-2008 04-12-2008 2008 539 18-12-2008 01-12-2008 01-01-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19a van de Wet overige OCW-subsidies in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8 Intermediaire activiteiten#
Artikel 8 Intermediaire activiteiten 1 De verlening van een intermediaire activiteit vindt plaats door vergoeding van de kosten voor bemiddeling bij het vinden van en voor het gebruik van een intermediaire activiteit. 2 artikel 73a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen jonggehandicapten Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Participatiewet Een intermediaire activiteit, bedoeld in het eerste lid, worden verleend indien er een verklaring is van de huisarts of de behandelend medisch specialist, waaruit blijkt dat deze persoon op het gebruik van een intermediaire activiteit is aangewezen. Deze verklaring wordt eenmalig gevraagd, tenzij het UWV op grond vandeze al heeft verkregen voor de uitvoering van aan het UWV opgedragen taken. Bij de uitvoering van dit artikel is het UWV bevoegd de verklaring te gebruiken, die het UWV heeft verkregen voor de uitvoering van aanspraken op intermediaire activiteiten op grond van de, de, deen de. 2025 256 03-10-2025 25-09-2025 2025 256 03-10-2025 25-09-2025 04-10-2025 01-08-2025
Artikel 9 — Artikel 9 Overname van voorzieningen#
Artikel 9 Overname van voorzieningen 1 artikel 19a, tweede lid, van de wet Het UWV kan, indien een of meer feiten op grond waarvan een voorziening als bedoeld inis verleend, zodanig wijzigen dat de verlening niet langer is aangewezen, of indien een met betrekking tot een voorziening afgesloten bruikleencontract afloopt, de desbetreffende persoon de niet in de vorm van een financiële tegemoetkoming verleende voorziening doen behouden of doen kopen, voor een prijs die de op dat moment in het maatschappelijk verkeer geldende waarde van een dergelijke voorziening niet te boven gaat. 2 Indien de voorziening, bedoeld in het eerste lid, een vervoermiddel betreft, wordt bij het bepalen van de waarde, bedoeld in het eerste lid, uitgegaan van de voorziening zonder specifieke aanpassingen. 2008 540 18-12-2008 04-12-2008 2008 539 18-12-2008 01-12-2008 01-01-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19a van de Wet overige OCW-subsidies in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10 Vergoeding kosten UWV#
Artikel 10 Vergoeding kosten UWV 1 artikel 19a van de wet Onze Minister vergoedt aan het UWV de kosten van de voorzieningen die op grond vandoor het UWV zijn betaald. 2 artikel 19a van de wet Onze Minister vergoedt aan het UWV de kosten die door het UWV bij de uitvoering van zijn taak, bedoeld in, worden gemaakt. 3 artikel 19a van de wet Onze Minister vergoedt aan het UWV de kosten die verband houden met het beëindigen door het UWV van de werkzaamheden ter uitvoering van zijn taak bedoeld in. 4 Op de kosten komen in mindering de voorzieningen die zijn terugbetaald en de baten die voortvloeien uit de uitvoering van deze regeling. 2008 540 18-12-2008 04-12-2008 2008 539 18-12-2008 01-12-2008 01-01-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19a van de Wet overige OCW-subsidies in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11 Nadere regels bestuursverslag, jaarrekening, tussentijdse rapportages en accountantscontrole#
Artikel 11 Nadere regels bestuursverslag, jaarrekening, tussentijdse rapportages en accountantscontrole 1 artikel 35 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Het UWV biedt jaarlijks vóór 15 maart het gedeelte van het bestuursverslag dat betrekking heeft op de uitvoering van dit besluit met het gedeelte van de jaarrekening dat daarop betrekking heeft aan Onze Minister aan. De verklaring omtrent de getrouwheid, bedoeld in, bevat een afzonderlijke verklaring over het gedeelte dat betrekking heeft op de uitvoering van dit besluit. 2 artikel 49, achtste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie De tussentijdse verslagen die het UWV opstelt op grond vanbevatten tevens een gedeelte over de uitvoering van dit besluit, welk gedeelte door het UWV wordt aangeboden aan Onze Minister. 3 UWV biedt het gedeelte van de verslagen, bedoeld in het tweede lid, vóór 15 juni en 15 oktober aan. 4 artikel 19a van de wet Het UWV neemt in het gedeelte van het bestuursverslag met jaarrekening, bedoeld in het eerste lid, ten minste een verslag van de werkzaamheden en het gevoerde beleid met betrekking tot de voorzieningen, bedoeld in, op en tevens een toelichting op het gedeelte van de jaarrekening en de balans dat betrekking heeft op de uitvoering van dit besluit. 5 artikel 5, eerste lid artikel 19a van de wet De gedeelten van de tussentijdse verslagen, bedoeld in het tweede lid, geven, uitgesplitst naar de voorzieningen, bedoeld in, ten minste inzicht in de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten, op grond van, ten opzichte van de voor deze doeleinden verstrekte voorschotten. 2015 350 19-10-2015 13-10-2015 2015 351 19-10-2015 13-10-2015 01-11-2015 Is van toepassing op jaarrekeningen en bestuursverslagen die
betrekking hebben op een boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari
2016. De voorschriften kunnen worden toegepast op jaarrekeningen en
bestuursverslagen die worden opgesteld over boekjaren die zijn
aangevangen voor 1 januari 2016 indien ook de voorschriften van de
Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening vanaf dat eerdere boekjaar
worden toegepast.
Artikel 12 — Artikel 12 Tijdstip, inhoud en inrichting aanvraag voorschot, vaststelling kosten#
Artikel 12 Tijdstip, inhoud en inrichting aanvraag voorschot, vaststelling kosten 1 Het UWV dient jaarlijks vóór 1 december van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarin de kosten zullen worden gemaakt de aanvraag om een voorschot aan Onze Minister in. 2 artikel 10 artikel 5, eerste lid artikel 19a van de wet De aanvraag om een voorschot heeft betrekking op de kosten, bedoeld in, en de ontvangsten op grond vanen is ten minste uitgesplitst naar de voorzieningen, bedoeld in. 3 e Onze Minister stelt de hoogte van het voorschot vast en verstrekt met ingang van het begrotingsjaar waarop het voorschot betrekking heeft maandelijks voor de 11van de maand een twaalfde deel van het vastgestelde voorschot. 4 Onze Minister kan, op verzoek van het UWV, de bevoorschotting aanpassen in de loop van een kalenderjaar. 5 Onze Minister stelt binnen acht weken na ontvangst van het gedeelte van het bestuursverslag en de jaarrekening dat betrekking heeft op de uitvoering van dit besluit de eindafrekening vast. 2015 350 19-10-2015 13-10-2015 2015 351 19-10-2015 13-10-2015 01-11-2015 Is van toepassing op jaarrekeningen en bestuursverslagen die
betrekking hebben op een boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari
2016. De voorschriften kunnen worden toegepast op jaarrekeningen en
bestuursverslagen die worden opgesteld over boekjaren die zijn
aangevangen voor 1 januari 2016 indien ook de voorschriften van de
Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening vanaf dat eerdere boekjaar
worden toegepast.
Artikel 13 — Artikel 13 Nadere regels#
Artikel 13 Nadere regels artikel 12 Bij ministeriële regeling kan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nadere regels stellen over de wijze waarop het bestuursverslag, de jaarrekening en de tussentijdse verslagen, bedoeld in, worden ingericht en aangeboden. 2015 350 19-10-2015 13-10-2015 2015 351 19-10-2015 13-10-2015 01-11-2015 Is van toepassing op jaarrekeningen en bestuursverslagen die
betrekking hebben op een boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari
2016. De voorschriften kunnen worden toegepast op jaarrekeningen en
bestuursverslagen die worden opgesteld over boekjaren die zijn
aangevangen voor 1 januari 2016 indien ook de voorschriften van de
Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening vanaf dat eerdere boekjaar
worden toegepast.
Artikel 14 — Artikel 14 Inwerkingtreding#
Artikel 14 Inwerkingtreding artikel 19a van de wet Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waaropin werking treedt. 2008 540 18-12-2008 04-12-2008 2008 539 18-12-2008 01-12-2008 01-01-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19a van de Wet overige OCW-subsidies in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15 Citeertitel#
Artikel 15 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit onderwijsvoorzieningen. 2025 256 03-10-2025 25-09-2025 2025 256 03-10-2025 25-09-2025 04-10-2025 01-08-2025