Besluit van 30 november 2009, houdende regels ter uitvoering van de milieudoelstellingen van de kaderrichtlijn water (Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009)
- BWB-id
- BWBR0027061
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2022-12-21 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027061
- ELI
- /eli/nl/amvb/2010/besluit-kwaliteitseisen-en-monitoring-water-2009
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2010/besluit-kwaliteitseisen-en-monitoring-water-2009/2022-12-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027061&g=2022-12-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027061&z=2026-06-06&g=2022-12-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027061/2022-12-21
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2010/besluit-kwaliteitseisen-en-monitoring-water-2009
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: beheerplan voor de rijkswateren: artikel 4.6, eerste lid, van de Waterwet plan als bedoeld indat op rijkswateren betrekking heeft; beheerplan voor de regionale wateren: artikel 4.6, eerste lid, van de Waterwet plan als bedoeld indat op regionale wateren betrekking heeft; drinkwaterrichtlijn: Richtlijn (EU) 2020/2184 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020, betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (herschikking) (PbEU L 435/1); Europese milieukwaliteitseis voor water: artikel 5.1, eerste lid, juncto derde lid, onder c, van de wet milieukwaliteitseis als bedoeld in, ter uitvoering van de kaderrichtlijn water, de grondwaterrichtlijn, de richtlijn prioritaire stoffen of een andere EU-richtlijn of EU-verordening uit hoofde van artikel 16 of 17 van de kaderrichtlijn water of een andere bindende EU-rechtshandeling waarbij milieukwaliteitseisen zijn gesteld ter bescherming van grondwater of oppervlaktewater en waarnaar in de kaderrichtlijn water wordt verwezen; grondwaterlichaam: artikel 4.10 van het Waterbesluit grondwaterlichaam als bedoeld in artikel 2 van de kaderrichtlijn water, dat krachtensis aangewezen in het regionale waterplan; grondwaterrichtlijn: richtlijn nr. 2006/118/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 december 2006 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand (PbEU L 372); kunstmatig oppervlaktewaterlichaam: artikel 4.5 4.10 van het Waterbesluit krachtensofin het nationale waterplan of het regionale waterplan als kunstmatig oppervlaktewaterlichaam aangewezen oppervlaktewaterlichaam; milieukwaliteitseis: artikel 5.1, eerste lid, van de wet milieudoelstelling, vastgesteld als eis als bedoeld in; monitoringsprogramma: artikel 5.3, derde lid, van de wet monitoringsprogramma als bedoeld in; nationaal waterplan: artikel 4.1, eerste lid, van de Waterwet plan als bedoeld in; oppervlaktewaterlichaam: artikel 4.5 4.10 van het Waterbesluit oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 2 van de kaderrichtlijn water, dat krachtensofis aangewezen in het nationale waterplan of het regionale waterplan; Onze Ministers: Onze Minister en, voor zover het aangelegenheden betreft, die mede tot zijn verantwoordelijkheid behoren, Onze Minister van Economische Zaken; regionale wateren: artikel 1.1 van de Waterwet regionale wateren als bedoeld in; regionaal waterplan: artikel 4.4, eerste lid, van de Waterwet plan als bedoeld in; richtlijn prioritaire stoffen: Richtlijn 2008/105/EG Richtlijnen 82/176/EEG 83/513/EEG 84/156/EEG 84/491/EEG 86/280/EEG Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid tot wijziging en vervolgens intrekking van de,,,envan de Raad, en tot wijziging van; rijkswateren: artikel 1.1 van de Waterwet rijkswateren als bedoeld in; sterk veranderd oppervlaktewaterlichaam: artikel 4.5 4.10 van het Waterbesluit oppervlaktewaterlichaam dat als zodanig krachtensofis aangewezen in het nationale waterplan of het regionale waterplan; stroomgebieddistrict: artikel 1.1 van de Waterwet stroomgebieddistrict als bedoeld in, gevormd door een of meer stroomgebieden en daarvan deel uitmakende deelstroomgebieden; typen natuurlijk oppervlaktewaterlichaam: rivieren, meren, overgangswateren of kustwateren als omschreven in bijlage II, punt 1.2 bij de kaderrichtlijn water, waarvoor de typespecifieke referentieomstandigheden voor Nederland zijn uitgewerkt in de ministeriële regeling op grond van artikel 15 en in het monitoringsprogramma overeenkomstig bijlage II, punt 1.3, bij de kaderrichtlijn water; verontreinigende stof: verontreinigende stof als bedoeld in artikel 1, onder 31, van de kaderrichtlijn water, met name de stoffen, bedoeld in bijlage VIII bij die richtlijn; waterlichaam: oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; waterwinlocatie: onttrekkingspunt van oppervlaktewater of grondwater dat wordt gebruikt voor de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water, of een samenstel van dergelijke onttrekkingspunten; wet: Wet milieubeheer . 2 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder de volgende begrippen verstaan wat daaronder in artikel 2 van de kaderrichtlijn water wordt verstaan: beschikbare grondwatervoorraad, binnenwateren, deelstroomgebied, ecologische toestand, gevaarlijke stoffen, goede ecologische toestand, goed ecologisch potentieel, goede chemische toestand van oppervlaktewater, goede chemische toestand van grondwater, goede grondwatertoestand, goede kwantitatieve grondwatertoestand, goede oppervlaktewatertoestand, grondwater, grondwatertoestand, kustwateren, kwantitatieve grondwatertoestand, meer, milieudoelstelling, milieukwaliteitsnorm, oppervlaktewater, oppervlaktewatertoestand, overgangswater, prioritaire stoffen, rivier, stroomgebied, verontreiniging, voor menselijke consumptie bestemd water. 3 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder de volgende begrippen verstaan wat daaronder in artikel 2 van de grondwaterrichtlijn wordt verstaan: drempelwaarde, significante en aanhoudend stijgende trend. 4 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder «matrix» en «biotataxon» verstaan hetgeen daaronder in artikel 2 van de richtlijn prioritaire stoffen wordt verstaan. 2022 450 16-11-2022 08-11-2022 2022 524 20-12-2022 07-12-2022 21-12-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Van een ingevolge dit besluit te verwezenlijken Europese milieukwaliteitseis voor water kan uitsluitend worden afgeweken in de gevallen waarin en volgens de voorwaarden waaronder dit is toegestaan volgens de bepalingen van de kaderrichtlijn water, waarnaar in dit besluit wordt verwezen. 2 Indien voor een waterlichaam ingevolge dit besluit of andere regelgeving meer dan een milieudoelstelling geldt, is de strengste van toepassing. 3 Van een ingevolge dit besluit te verwezenlijken Europese milieukwaliteitseis voor water kan met betrekking tot de daarbij behorende termijn worden afgeweken indien: a. artikel 16 de toestand van het waterlichaam niet achteruitgaat overeenkomstig, b. is voldaan aan alle voorwaarden van artikel 4, vierde en achtste lid, van de kaderrichtlijn water, en c. de reden van de afwijking voor dat waterlichaam is vermeld in het beheerplan voor de rijkswateren, indien het rijkswateren betreft, dan wel het regionale waterplan, indien het regionale wateren of grondwater betreft. 4 Van een ingevolge dit besluit te verwezenlijken Europese milieukwaliteitseis voor water kan worden afgeweken indien: a. artikel 16 de toestand van het waterlichaam niet achteruitgaat overeenkomstig, b. het desbetreffende waterlichaam in een zodanige mate door menselijke activiteiten is aangetast of zijn natuurlijke gesteldheid van dien aard is dat het bereiken van de richtwaarde niet haalbaar of onevenredig kostbaar is, c. is voldaan aan alle voorwaarden van artikel 4, vijfde en achtste lid, van de kaderrichtlijn water, en d. de reden van de afwijking voor dat waterlichaam is vermeld in het beheerplan voor de rijkswateren, indien het rijkswateren betreft, dan wel het regionale waterplan, indien het regionale wateren of grondwater betreft. 5 Van een ingevolge dit besluit te verwezenlijken Europese milieukwaliteitseis voor water kan met betrekking tot een goede ecologische toestand of een goede grondwatertoestand voorts worden afgeweken indien: a. het niet bereiken daarvan het gevolg is van nieuwe veranderingen van de fysische kenmerken van een oppervlakterwaterlichaam of wijzigingen in de stand van een grondwaterlichaam, b. is voldaan aan alle voorwaarden van artikel 4, zevende en achtste lid, van de kaderrichtlijn water, en c. de reden van de afwijking voor dat waterlichaam is vermeld in het beheerplan voor de rijkswateren, indien het rijkswateren betreft, dan wel het regionale waterplan, indien het regionale wateren betreft. 6 artikel 6, tweede lid Voor een kunstmatig of sterk veranderd oppervlaktewaterlichaam zijn het tweede, derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het goede ecologische potentieel dat voor een oppervlaktewaterlichaam is vastgesteld overeenkomstig. 7 Van een ingevolge dit besluit te verwezenlijken Europese milieukwaliteitseis voor water kan worden afgeweken indien: a. de afwijking te wijten is aan een buiten Nederland gelegen verontreinigingsbron, b. naleving van de richtwaarde ten gevolge van de grensoverschrijdende verontreiniging niet mogelijk is, en c. is voldaan aan alle voorwaarden van artikel 6, eerste lid, onder c, en tweede lid, van de richtlijn prioritaire stoffen. 2015 394 04-11-2015 15-10-2015 2015 523 21-12-2015 14-12-2015 01-01-2016
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 5.2b, vierde lid, van de wet Voor de toepassing vangeldt dat een tijdelijke achteruitgang van de toestand van een waterlichaam is toegelaten indien: a. deze het resultaat is van omstandigheden die zich door een natuurlijke oorzaak of overmacht voordoen en die uitzonderlijk zijn of niet redelijkerwijze waren te voorzien, met name extreme overstromingen en lange droogteperioden, of het gevolg zijn van omstandigheden die zijn veroorzaakt door redelijkerwijs niet te voorziene ongevallen, b. aan alle voorwaarden van artikel 4, zesde en achtste lid, van de kaderrichtlijn water is voldaan, en c. de reden van de afwijking voor dat waterlichaam wordt vermeld in het eerstvolgende beheerplan voor de rijkswateren, indien het rijkswateren betreft, dan wel het eerstvolgende regionale waterplan, indien het regionale wateren of grondwater betreft. 2 artikel 5.2b, vierde lid, van de wet Voor de toepassing vangeldt dat een achteruitgang van de toestand van een waterlichaam is toegelaten indien: a. het niet voorkomen van die achteruitgang het gevolg is van nieuwe veranderingen van de fysische kenmerken van een oppervlaktewaterlichaam of wijzigingen in de stand van grondwaterlichamen, dan wel het niet voorkomen van achteruitgang van een zeer goede toestand van een oppervlaktewaterlichaam naar een goede toestand het gevolg is van nieuwe duurzame activiteiten van menselijke ontwikkeling, b. aan alle voorwaarden van artikel 4, zevende en achtste lid, van de kaderrichtlijn water is voldaan, en c. de reden van de afwijking voor dat waterlichaam is vermeld in het beheerplan voor de rijkswateren, indien het rijkswateren betreft, dan wel het regionale waterplan, indien het regionale wateren of grondwater betreft. 2010 15 19-01-2010 30-11-2009 2010 117 16-03-2010 20-02-2010 17-03-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikelen 2, derde tot en met zevende lid 3 6, tweede lid Tenzij toepassing wordt gegeven aan een mogelijkheid tot afwijken als bedoeld in de,of, geldt bij de vaststelling van het nationale waterplan, het beheerplan voor de rijkswateren, een regionaal waterplan of een beheerplan voor de regionale wateren dat het plan voor elk daarin opgenomen oppervlaktewaterlichaam de volgende Europese milieukwaliteitseis voor water verwezenlijkt: met ingang van 22 december 2015 is een goede oppervlaktewatertoestand bereikt. 2 bijlage I In afwijking van het eerste lid geldt bij de vaststelling van een plan als bedoeld in dat lid dat betrekking heeft op een periode die na 21 december 2015 begint, dat een goede chemische toestand van een oppervlaktewaterlichaam, voor zover het de stoffen betreft waarvoor dit inbij dit besluit is bepaald, is bereikt met ingang van 22 december 2021. 3 artikel 5a In afwijking van het eerste lid geldt bij de vaststelling van een plan als bedoeld in dat lid dat betrekking heeft op een periode die na 21 december 2015 begint, dat een goede chemische toestand van een oppervlaktewaterlichaam, voor zover het de ingestelde milieukwaliteitseis betreft, is bereikt met ingang van 22 december 2021. 4 artikel 3, lid 8 ter In een geval als bedoeld in, van de richtlijn prioritaire stoffen geldt in afwijking van het tweede lid in plaats van de datum 21 december 2015 de datum 21 december 2018 en in plaats van de datum 22 december 2021 de datum 22 december 2027. 5 bijlage I In afwijking van het eerste lid geldt bij de vaststelling van een plan als bedoeld in dat lid dat betrekking heeft op een periode die na 21 december 2021 begint, dat een goede chemische toestand van een oppervlaktewaterlichaam, voor zover het de stoffen betreft waarvoor dit inbij dit besluit is bepaald, is bereikt met ingang van 22 december 2027. 6 Voor de oppervlaktewaterlichamen die in het nationale waterplan als schelpdierwater zijn aangewezen, houdt een goede oppervlaktewatertoestand tevens in dat in schelpdieren geen bacteriële besmetting aanwezig is in een mate die schadelijk kan zijn voor de volksgezondheid. 7 artikelen 5 5a artikel 6 Een goede oppervlaktewatertoestand als bedoeld in het eerste lid houdt in dat zowel de chemische toestand, bedoeld in deen, als de ecologische toestand, bedoeld in, vastgesteld overeenkomstig die artikelen goed zijn. 2015 394 04-11-2015 15-10-2015 2015 523 21-12-2015 14-12-2015 01-01-2016
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 bijlage I Een oppervlaktewaterlichaam verkeert in een goede chemische toestand indien overeenkomstig het monitoringsprogramma is vastgesteld dat is voldaan aan de Europese milieukwaliteitseisen voor water, genoemd inbij dit besluit. 2015 394 04-11-2015 15-10-2015 2015 523 21-12-2015 14-12-2015 01-01-2016
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Bij de vaststelling van het nationale waterplan, het beheerplan voor de rijkswateren, een regionaal waterplan of een beheerplan voor de regionale wateren geldt dat het plan voor elk daarin opgenomen waterlichaam de volgende Europese milieukwaliteitseis voor water verwezenlijkt: de concentratie van een prioritaire stof die de neiging heeft te accumuleren in sediment of in biota is, bepaald overeenkomstig het monitoringsprogramma, aan het eind van de planperiode in sediment en biota niet significant toegenomen. 2015 394 04-11-2015 15-10-2015 2015 523 21-12-2015 14-12-2015 01-01-2016
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een oppervlaktewaterlichaam verkeert in een goede ecologische toestand indien overeenkomstig het monitoringsprogramma is vastgesteld dat voor de kwaliteitselementen die voor het type natuurlijk oppervlaktewaterlichaam waartoe het oppervlaktewaterlichaam behoort, zijn genoemd in bijlage V, paragraaf 1.1, bij de kaderrichtlijn water, is voldaan aan de volgende Europese milieukwaliteitseisen voor water: de algemene definities van de goede ecologische toestand die voor het desbetreffende type zijn opgenomen in bijlage V, paragraaf 1.2, de tabellen 1.2.1 tot en met 1.2.4, bij de kaderrichtlijn water. 2 Van de in het eerste lid bedoelde Europese milieukwaliteitseisen voor water kan worden afgeweken indien: a. het een kunstmatig waterlichaam of sterk veranderd waterlichaam betreft, en b. voor dat waterlichaam, onder vermelding van de reden van de afwijking, een goed ecologisch potentieel is vastgesteld in het beheerplan voor de rijkswateren, indien het rijkswateren betreft, dan wel het regionale waterplan, indien het regionale wateren betreft. 3 Een goed ecologisch potentieel als bedoeld in het tweede lid komt, gegeven de fysische omstandigheden die voortvloeien uit de kunstmatige of sterk veranderde kenmerken van het oppervlaktewaterlichaam, zoveel mogelijk overeen met de Europese milieukwaliteitseisen voor water voor de biologische, hydromorfologische en fysisch-chemische kwaliteitselementen van de goede ecologische toestand van de meest vergelijkbare typen natuurlijk oppervlaktewaterlichaam. Het wordt vastgesteld met inachtneming van de algemene definities van een goed ecologisch potentieel die zijn opgenomen in bijlage V, paragraaf 1.2, tabel 1.2.5, bij de kaderrichtlijn water. 2015 394 04-11-2015 15-10-2015 2015 523 21-12-2015 14-12-2015 01-01-2016
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikelen 2, derde tot en met zevende lid 3 6, tweede lid Tenzij toepassing wordt gegeven aan een mogelijkheid tot afwijken als bedoeld in de,of, geldt bij de vaststelling van een regionaal waterplan dat het plan voor elk daarin opgenomen grondwaterlichaam de volgende Europese milieukwaliteitseis voor water verwezenlijkt: met ingang van 22 december 2015 is een goede grondwatertoestand bereikt. 2 artikel 8 artikel 9 Een goede toestand als bedoeld in het eerste lid houdt in dat zowel de kwantitatieve toestand, bedoeld in, als de chemische toestand, bedoeld in, vastgesteld overeenkomstig die artikelen goed zijn. 2015 394 04-11-2015 15-10-2015 2015 523 21-12-2015 14-12-2015 01-01-2016
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Een grondwaterlichaam verkeert in een goede kwantitatieve toestand indien is voldaan aan alle voorwaarden van bijlage V, punt 2.1.2, bij de kaderrichtlijn water. 2010 15 19-01-2010 30-11-2009 2010 117 16-03-2010 20-02-2010 17-03-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Een grondwaterlichaam verkeert in een goede chemische toestand indien overeenkomstig het monitoringsprogramma is vastgesteld dat: a. bijlage II is voldaan aan alle voorwaarden van bijlage V, punt 2.3.2, bij de kaderrichtlijn water en de Europese milieukwaliteitseisen voor water, genoemd in, tabellen 1 en 2, bij dit besluit; b. in een of meer monitoringspunten niet is voldaan aan een Europese milieukwaliteitseis voor water als bedoeld in onderdeel a, maar gedeputeerde staten door een passend onderzoek overeenkomstig bijlage III bij de grondwaterrichtlijn hebben bevestigd dat is voldaan aan alle voorwaarden van artikel 4, tweede lid, onderdeel c, en vijfde lid, van die richtlijn. 2015 394 04-11-2015 15-10-2015 2015 523 21-12-2015 14-12-2015 01-01-2016
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Tenzij een afwijkingsgrond als bedoeld in dit besluit van toepassing is, is de vaststelling van een regionaal waterplan voor elk daarin opgenomen grondwaterlichaam gericht op de verwezenlijking van de volgende Europese milieukwaliteitseis voor water: in een grondwaterlichaam vinden met ingang van 22 december 2009 geen significante en aanhoudend stijgende trends plaats in de concentraties van verontreinigende stoffen, groepen verontreinigende stoffen of indicatoren van verontreiniging, die een significant schaderisico opleveren voor de kwaliteit van een aquatisch of terrestrisch ecosysteem, de menselijke gezondheid of voor het rechtmatig gebruik, feitelijk of potentieel, van het watermilieu. 2 Een significante en aanhoudend stijgende trend levert een significant schaderisico als bedoeld in het eerste lid, op, indien het beginpunt voor een trendomkering wordt of dreigt te worden overschreden, en niet de overeenkomstig artikel 5, tweede lid, van de grondwaterrichtlijn vereiste maatregelen worden genomen. 3 bijlage II Het beginpunt voor een trendomkering, bedoeld in het tweede lid, bedraagt 75 procent van de Europese milieukwaliteitseisen voor water die in, tabellen 1 en 2, bij dit besluit zijn opgenomen. 4 Van de ingevolge het eerste lid te verwezenlijken Europese milieukwaliteitseis voor water kan met betrekking tot het in het derde lid vermelde percentage worden afgeweken indien: a. sprake is van een situatie als bedoeld in bijlage IV, deel B, punt 1, onder c, van de grondwaterrichtlijn, b. in het regionale waterplan voor een grondwaterlichaam een hoger percentage is vermeld, c. is voldaan aan alle voorwaarden van de in onderdeel a genoemde bepaling, en d. de reden van de afwijking is vermeld in het in onderdeel b bedoelde plan. 2015 394 04-11-2015 15-10-2015 2015 523 21-12-2015 14-12-2015 01-01-2016
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 12 Voor de toepassing vanwordt onder een waterwinlocatie verstaan een locatie die als zodanig is opgenomen in het beheerplan voor de rijkswateren, indien het rijkswateren betreft, dan wel het regionale waterplan, indien het regionale wateren of grondwater betreft. 2010 15 19-01-2010 30-11-2009 2010 117 16-03-2010 20-02-2010 17-03-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 bijlage III Tenzij een afwijkingsgrond als bedoeld in dit besluit van toepassing is, wordt de vaststelling van het nationale waterplan, het beheerplan voor de rijkswateren, een regionaal waterplan of een beheerplan voor de regionale wateren voor elke waterwinlocatie waar oppervlaktewater wordt onttrokken, gericht op de verwezenlijking van de Europese milieukwaliteitseisen voor water die voor het onttrokken water zijn opgenomen inbij dit besluit. 2 Aan de in het eerste lid bedoelde Europese milieukwaliteitseisen voor water wordt met ingang van 22 december 2009 voldaan. 3 Bij de vaststelling van een plan als bedoeld in het eerste lid wordt gestreefd naar de volgende Europese milieukwaliteitseis voor water: een verbetering van de kwaliteit, bepaald overeenkomstig het monitoringsprogramma, van elk daarin opgenomen oppervlaktewaterlichaam dan wel grondwaterlichaam waarin een waterwinlocatie is gelegen, en van elk daarin opgenomen oppervlaktewaterlichaam waaruit na oeverinfiltratie op een waterwinlocatie water wordt onttrokken, teneinde het niveau van zuivering van het onttrokken water dat is vereist voor de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water te verlagen. 4 artikel 2 Op de in het derde lid bedoelde Europese milieukwaliteitseis voor water isniet van toepassing. 2015 394 04-11-2015 15-10-2015 2015 523 21-12-2015 14-12-2015 01-01-2016
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a Bij de vaststelling van het nationale waterplan, het beheerplan voor de rijkswateren, een regionaal waterplan of een beheerplan voor de regionale wateren geldt dat het plan voor elk daarin opgenomen waterlichaam waarin een waterwinlocatie is gelegen, de volgende Europese milieukwaliteitseis voor water verwezenlijkt: er is geen sprake van een zodanige achteruitgang van de kwaliteit van het waterlichaam, bepaald overeenkomstig het monitoringsprogramma, dat het risico bestaat dat het niveau van zuivering dat bij de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water wordt toegepast, moet worden verhoogd. 2015 394 04-11-2015 15-10-2015 2015 523 21-12-2015 14-12-2015 01-01-2016
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Onze Ministers stellen met inachtneming van het daaromtrent bepaalde in de kaderrichtlijn water, de grondwaterrichtlijn, de drinkwaterrichtlijn en de richtlijn prioritaire stoffen voor elk stroomgebieddistrict een monitoringsprogramma vast. Het programma omvat een aanduiding van de monitoringspunten, en een beschrijving van de wijze van: teneinde representatieve monitoringsgegevens te verkrijgen, die een samenhangend totaalbeeld van de toestand van de waterlichamen en van de onttrekkingsgebieden voor waterwinlocaties van voor menselijke consumptie bestemd oppervlaktewater binnen het stroomgebieddistrict geven. a. monitoring van de toestand van een waterlichaam, voor zover het stoffen en kwaliteitselementen betreft, die relevant zijn voor de toestand van het waterlichaam, b. monitoring van de opkomende stoffen die zijn opgenomen in de aandachtstoffenlijst Rps, bedoeld in artikel 8 ter, eerste lid, van de richtlijn prioritaire stoffen; c. monitoring van de stoffen die daarbij zijn aangewezen als indicatoren voor een mogelijke bedreiging voor de kwaliteit van oppervlaktewater of grondwater dat wordt onttrokken voor de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water en monitoring als vereist door artikel 8, tweede en vierde lid, en artikel 13, achtste lid, van de drinkwaterrichtlijn, op de daar bedoelde wijze; d. monitoring van tendensen met betrekking tot de concentraties van stoffen, e. monitoring van de kwantitatieve toestand van een grondwaterlichaam, met inbegrip van een beoordeling van de beschikbare grondwatervoorraad, f. interpretatie en presentatie van de monitoringsresultaten, g. indeling van een waterlichaam in een toestandsklasse, h. verslaglegging over de monitoringsresultaten en de conclusies die daaraan zijn verbonden, en i. artikel 16 vaststelling van de toestandsklasse waarin een waterlichaam zich bevindt, per stof en kwaliteitselement, ten behoeve van de toepassing van, 2 In het monitoringsprogramma kan overeenkomstig punt 1.3.4 van bijlage V bij de kaderrichtlijn water worden bepaald dat statistische methoden worden toegepast, waaronder een percentielberekening, zodat een aanvaardbaar niveau van betrouwbaarheid en nauwkeurigheid wordt gewaarborgd wanneer wordt bepaald of is voldaan aan een Europese milieukwaliteitseis voor water die in dit besluit is vastgesteld. De statistische methoden voldoen aan overeenkomstig de procedure van artikel 9, tweede lid, van de richtlijn prioritaire stoffen vastgestelde regels. 3 bijlage I Ingeval de overeenkomstig het monitoringsprogramma voor een waterlichaam bepaalde gemiddelde waarde van een stof die is opgenomen in bijlage I bij dit besluit, lager is dan de bepalingsgrens en de bepalingsgrens de ingevolgebij dit besluit voor die stof geldende Europese milieukwaliteitseis voor water overschrijdt, wordt de voor die stof bepaalde gemiddelde waarde aangemerkt als «lager dan de bepalingsgrens» en niet in aanmerking genomen bij de beoordeling van de chemische toestand van het waterlichaam. 4 Het monitoringsprogramma wordt getoetst en bijgesteld in gevallen waarin dat vereist wordt door de kaderrichtlijn water of de drinkwaterrichtlijn. 5 artikel 14 In afwijking van het eerste lid wordt een onderdeel van het monitoringsprogramma dat betrekking heeft op monitoring voor nader onderzoek, in gevallen als bedoeld in bijlage V, onder 1.3.3, bij de kaderrichtlijn water, of op monitoring voor aanvullende trendbeoordeling, in gevallen als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de grondwaterrichtlijn, met inachtneming van het daaromtrent bepaalde in die richtlijnen, vastgesteld door het bestuursorgaan dat krachtensverantwoordelijk is voor de monitoring van het desbetreffende waterlichaam. 6 Van een monitoringsprogramma of een onderdeel daarvan als bedoeld in het vierde lid en een bijstelling van dat programma of onderdeel geeft Onze Minister openbaar kennis. 2022 450 16-11-2022 08-11-2022 2022 524 20-12-2022 07-12-2022 21-12-2022
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Voor de uitvoering van het monitoringsprogramma zijn, ieder voor zover hun bevoegdheid strekt, verantwoordelijk: a. artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet voor oppervlaktewaterlichamen: de bestuursorganen die bevoegd zijn een vergunning krachtenste verlenen; b. voor grondwaterlichamen: gedeputeerde staten. 2010 15 19-01-2010 30-11-2009 2010 117 16-03-2010 20-02-2010 17-03-2010
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 13, eerste lid Bij ministeriële regeling kunnen met inachtneming van het daaromtrent bepaalde in de kaderrichtlijn water, in het bijzonder bijlage V, paragraaf 1.2.6, bij die richtlijn, de grondwaterrichtlijn, de drinkwaterrichtlijn en de richtlijn prioritaire stoffen regels worden gesteld met betrekking tot de onderdelen van het monitoringsprogramma die zijn vermeld in. 2022 450 16-11-2022 08-11-2022 2022 524 20-12-2022 07-12-2022 21-12-2022
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 5.2b, vierde lid, van de wet In het monitoringsprogramma wordt, met inachtneming van het tweede lid, aangegeven op welke wijze aan het eind van de planperiode voor elk waterlichaam wordt vastgesteld of gedurende de planperiode is voldaan aan. 2 artikel 5.2b, vierde lid, van de wet Er is niet voldaan aan de verplichting tot voorkoming van achteruitgang van de toestand van een waterlichaam als bedoeld inindien voor een stof of kwaliteitselement waarvoor ingevolge dit besluit een Europese milieukwaliteitseis voor water geldt: a. de toestand van een waterlichaam in een lagere toestandklasse terecht is gekomen, of b. de kwaliteit van het waterlichaam in de laagste toestandklasse, bepaald overeenkomstig het monitoringsprogramma, is verslechterd. 3 bijlage I Het tweede lid geldt, voor zover het de stoffen betreft waarvoor dit inbij dit besluit is aangegeven, met ingang van 22 december 2021. 4 De indeling van een oppervlaktewaterlichaam in een toestandklasse komt overeen met de laagste toestandklasse waarin de chemische toestand, de ecologische toestand, onderscheidenlijk het ecologische potentieel, verkeert. 5 De indeling van een grondwaterlichaam in een toestandklasse komt overeen met de laagste toestand waarin de kwantitatieve toestand, onderscheidenlijk de chemische toestand, verkeert. 6 Voor de toepassing van het tweede lid worden de volgende toestandklassen onderscheiden: a. voor oppervlaktewaterlichamen: 1°. artikel 5 wat betreft de chemische toestand: de toestandklasse goed als bedoeld in, of niet goed; 2°. artikel 6, eerste lid wat betreft de ecologische toestand: de toestandklasse zeer goed, goed als bedoeld in, matig, ontoereikend of slecht, bepaald voor het type natuurlijk oppervlaktewater waartoe het oppervlaktewaterlichaam behoort, zoals omschreven in bijlage V, paragraaf 1.2, de tabellen 1.2.1 tot en met 1.2.4, bij de kaderrichtlijn water; 3°. artikel 6, derde lid wat betreft het ecologisch potentieel, indien van toepassing: de toestandklasse goed als bedoeld in, matig, ontoereikend of slecht, zoals omschreven in paragraaf 1.2, tabel 1.2.5, bij de kaderrichtlijn water, overeenkomstig hetgeen daaromtrent is aangegeven in het plan, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder b; b. voor grondwaterlichamen: 1°. artikel 8 wat betreft de kwantitatieve toestand: goed als bedoeld in, en ontoereikend; 2°. artikel 9 wat betreft de chemische toestand: goed als bedoeld in, en ontoereikend. 7 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van dit artikel. 2015 394 04-11-2015 15-10-2015 2015 523 21-12-2015 14-12-2015 01-01-2016
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 5.1, vijfde lid, van de wet De termijn, bedoeld in, bedraagt zes jaar, tenzij een bij dit besluit gestelde Europese milieukwaliteitseis voor water eerder herziening behoeft ter implementatie van artikel 11, vijfde lid, vierde streepje van de kaderrichtlijn water. 2 artikel 5.2, derde lid, van de wet De eerste volzin vanis niet van toepassing ten aanzien van de bij dit besluit gestelde Europese milieukwaliteitseisen voor water. 2015 394 04-11-2015 15-10-2015 2015 523 21-12-2015 14-12-2015 01-01-2016
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Een wijziging van de kaderrichtlijn water krachtens artikel 20 van de richtlijn, een wijziging van de grondwaterrichtlijn krachtens artikel 8 van de richtlijn of een wijziging van de richtlijn prioritaire stoffen krachtens artikel 3 van de richtlijn gaat voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. 2015 394 04-11-2015 15-10-2015 2015 523 21-12-2015 14-12-2015 01-01-2016
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Besluit kwaliteitseisen en monitoring water De paragrafen van hetvervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende paragrafen verschillend kan worden vastgesteld. 2 Besluit kwaliteitseisen en monitoring water Hetwordt ingetrokken. 2010 15 19-01-2010 30-11-2009 2010 117 16-03-2010 20-02-2010 17-03-2010
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2010 15 19-01-2010 30-11-2009 2010 117 16-03-2010 20-02-2010 17-03-2010
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009. 2010 15 19-01-2010 30-11-2009 2010 117 16-03-2010 20-02-2010 17-03-2010