Besluit van 15 december 2009, houdende een regeling voor het melden van een vermoeden van een misstand bij de sectoren Rijk en Politie (Besluit melden vermoeden van misstand bij Rijk en Politie)
- BWB-id
- BWBR0026951
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2014-04-09 t/m 2016-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0026951
- ELI
- /eli/nl/amvb/2010/besluit-melden-vermoeden-van-misstand-bij-rijk-en-politie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2010/besluit-melden-vermoeden-van-misstand-bij-rijk-en-politie/2014-04-09
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0026951&g=2014-04-09
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0026951&z=2026-06-06&g=2014-04-09
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0026951/2014-04-09
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2010/besluit-melden-vermoeden-van-misstand-bij-rijk-en-politie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. ambtenaar: Algemeen Rijksambtenarenreglement Ambtenarenreglement Staten-Generaal Reglement Dienst Buitenlandse Zaken Besluit algemene rechtspositie politie Besluit rechtspositie vrijwillige politie de ambtenaar in de zin van het, het, het, het, het; b. organisatie: artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 een ministerie met inbegrip van de daaronder ressorterende diensten en instellingen, de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, het bureau van de Nationale ombudsman, de Hoge Raad van Adel, de Kanselarij der Nederlandse Orden, het Kabinet van de Koning, de commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de politie, bedoeld in, de rijksrecherche of het LSOP, de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven, de Raad voor de rechtspraak en de daaronder ressorterende diensten, alsmede de diensten die door een gerechtelijk college of de Raad voor de rechtspraak gezamenlijk of in samenwerking met een ander orgaan van de rijksoverheid in stand worden gehouden; c. bevoegd gezag: het tot aanstellen bevoegde gezag van de organisatie, niet zijnde de Minister van Defensie; d. hoogste ambtelijke leidinggevende: de ambtenaar die de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid in de organisatie anders dan het Ministerie van Defensie, niet zijnde het bevoegd gezag; e. vermoeden van een misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van: bij de organisatie waarin de melder werkt of heeft gewerkt of bij een andere organisatie indien hij uit hoofde van zijn ambtenaarschap met die organisatie in aanraking is gekomen en kennis heeft gekregen van de misstand; 1° een schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels; 2° een gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu; 3° een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten, die een gevaar vormt voor het goed functioneren van de openbare dienst; f. melder: hoofdstuk 3 de ambtenaar die een vermoeden van een misstand meldt overeenkomstigvan dit besluit; g. melding: de melding van een vermoeden van een misstand door een melder; h. commissie: de Commissie integriteit overheid; i. vertrouwenspersoon: artikel 8 de vertrouwenspersoon, bedoeld in. 2 Tenzij het tegendeel blijkt, worden in dit besluit onder ambtenaren mede begrepen: a. gewezen ambtenaren; b. artikelen 114 115 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst genomen werknemers als bedoeld in deen; c. gewezen werknemers als bedoeld in onderdeel b. 3 hoofdstuk 3 Burgerlijk ambtenarenreglement Defensie Algemeen militair ambtenarenreglement Voor de toepassing vanvan dit besluit wordt onder ambtenaar ook verstaan een ambtenaar in de zin van hetof het. 2014 145 08-04-2014 21-03-2014 2014 145 08-04-2014 21-03-2014 09-04-2014
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Ten aanzien van een melder wordt als gevolg van het te goeder trouw melden van een vermoeden van een misstand geen besluit met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie genomen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een melder, niet op andere wijze bij de uitoefening van zijn functie nadelige gevolgen ondervindt ten gevolge van die melding. 2 Ten aanzien van een vertrouwenspersoon of een gewezen vertrouwenspersoon, wordt vanwege de uitoefening van zijn taken op basis van dit besluit geen besluit met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie genomen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat hij niet op andere wijze bij de uitoefening van zijn functie nadelige gevolgen ondervindt in de uitoefening van zijn taken. 3 Onder een besluit met nadelige gevolgen voor de rechtspositie wordt in ieder geval verstaan een besluit dat strekt tot: a. het verlenen van ontslag anders dan op eigen verzoek; b. het tussentijds beëindigen of het niet verlengen van diens aanstelling in tijdelijke dienst; c. het niet omzetten van diens aanstelling in tijdelijke dienst voor een proeftijd in een aanstelling in vaste dienst; d. het verplaatsen of overplaatsen of het weigeren van een verzoek daartoe; e. het treffen van een ordemaatregel; f. het treffen van een disciplinaire maatregel; g. het onthouden van salarisverhoging; h. het onthouden van promotiekansen; i. het afwijzen van verlof. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Er is een Commissie integriteit overheid. 2 De commissie heeft tot taak een melding te onderzoeken en het bevoegd gezag naar aanleiding van dat onderzoek te adviseren. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De commissie bestaat uit drie leden, onder wie de voorzitter. Voorts kunnen een plaatsvervangend voorzitter en plaatsvervangende leden worden benoemd. De plaatsvervangend voorzitter wordt uit de leden benoemd. 2 De leden en de plaatsvervangende leden worden door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemd en ontslagen. Zij worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt de centrales van verenigingen van ambtenaren die zijn toegelaten tot het arbeidsvoorwaardenoverleg van de sectoren Rijk, Politie en Defensie in de gelegenheid ter zake voorstellen te doen. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De commissie wordt bijgestaan door een secretaris en een plaatsvervangend secretaris, die door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden benoemd en ontslagen. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De commissie besluit bij meerderheid van stemmen. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De commissie zendt jaarlijks een verslag van haar werkzaamheden aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze zendt dit verslag naar de Tweede Kamer der Staten-Generaal. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het bevoegd gezag wijst een of meer vertrouwenspersonen aan bij de organisatie. 2 De vertrouwenspersoon heeft tot taak: a. een ambtenaar op diens verzoek te adviseren over een melding; b. de hoogste ambtelijke leidinggevende te informeren over een melding; en c. het bevoegd gezag en de hoogste ambtelijke leidinggevende te adviseren over vermoedens van misstanden. 3 artikel 2, onderdelen a,c en d, van de Politiewet 2012 Als vertrouwenspersoon wordt niet een ambtenaar van politie, bedoeld inaangewezen. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Een ambtenaar doet een melding bij zijn leidinggevende, bij een vertrouwenspersoon, of, indien daartoe aanleiding bestaat, rechtstreeks bij de commissie. 2 Een ambtenaar doet een melding over een organisatie waar hij niet werkzaam is, bij een leidinggevende of bij een vertrouwenspersoon van die organisatie of indien daartoe aanleiding bestaat, rechtstreeks bij de commissie. 3 Een melding laat wettelijke verplichtingen tot het doen van aangifte van strafbare feiten onverlet. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Indien een melder niet meer werkzaam is bij de organisatie waarop de melding betrekking heeft, doet hij de melding binnen twee jaar na zijn vertrek bij die organisatie. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De vertrouwenspersoon maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder instemming van de melder. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Diegenen die betrokken zijn bij de behandeling van een melding gaan op behoorlijke en zorgvuldige wijze met de identiteit van de melder om. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Degene bij wie een melding is gedaan stelt de hoogste ambtelijke leidinggevende onverwijld schriftelijk in kennis van de melding en de datum waarop deze is ontvangen. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De hoogste ambtelijke leidinggevende: a. bevestigt de ontvangst van de melding schriftelijk aan de melder of de vertrouwenspersoon; en b. informeert de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor een onderzoeksbelang kan worden geschaad. 2 Indien de hoogste ambtelijke leidinggevende de ontvangst van de melding aan de vertrouwenspersoon heeft gemeld, stuurt deze de ontvangstbevestiging door aan de melder. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Het bevoegd gezag stelt een onderzoek in naar het vermoeden van een misstand. 2 Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is of is geweest bij de vermoede misstand. 3 Het onderzoek en de verdere behandeling van de melding kan in ieder geval achterwege worden gelaten als: a. artikel 1, eerste lid, onder e geen sprake is van een vermoeden van een misstand als bedoeld in; b. artikel 10 de melding niet is gedaan binnen de ingenoemde termijn, wanneer de melder niet meer werkzaam is bij de organisatie waarop de melding betrekking heeft; c. de melding kennelijk onredelijk laat is gedaan. 4 Het bevoegd gezag meldt het achterwege laten van een onderzoek en van de verdere behandeling van de melding zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de melder of de vertrouwenspersoon, alsmede aan de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, tenzij daardoor een ander onderzoeksbelang kan worden geschaad. De vertrouwenspersoon stuurt de kennisgeving door aan de melder. 5 Bij de kennisgeving, bedoeld in het vierde lid, wordt mededeling gedaan van de mogelijkheid het vermoeden van een misstand te melden bij de commissie. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Het bevoegd gezag stelt de melder of de vertrouwenspersoon binnen twaalf weken na de melding schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek, het oordeel daarover en de eventuele consequenties die daaraan worden verbonden. 2 Als niet binnen twaalf weken toepassing kan worden gegeven aan het eerste lid, wordt de melder of de vertrouwenspersoon voordat deze termijn verlopen is daarvan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte gesteld. Daarbij wordt de termijn aangegeven waarbinnen de melder of de betrokken vertrouwenspersoon een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid ontvangt. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, tenzij daardoor een onderzoeksbelang kan worden geschaad. 4 Indien het bevoegd gezag de kennisgeving, bedoeld in het eerste of tweede lid, zendt aan de vertrouwenspersoon, stuurt deze de kennisgeving door aan de melder. 5 Bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan van de mogelijkheid het vermoeden van een misstand te melden bij de commissie. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 9, eerste en tweede lid Behoudens de rechtstreekse melding bij de commissie, bedoeld in, kan een ambtenaar een vermoeden van een misstand melden bij de commissie, indien hij: a. artikel 15, vierde lid zich niet kan vinden in de inhoud van de kennisgeving, bedoeld in; b. artikel 16, eerste lid zich niet kan vinden in de inhoud van de kennisgeving, bedoeld in; c. artikel 16, eerste lid artikel 16, tweede lid niet binnen de termijn, genoemd in, of de door het bevoegd gezag aangegeven termijn, bedoeld in, een kennisgeving heeft ontvangen; d. artikel 16, tweede lid de door het bevoegd gezag aangegeven termijn, bedoeld in, onredelijk lang is. 2 De melding bevat ten minste: a. naam en adres van de melder; b. de organisatie waar de betrokkene werkzaam is of is geweest; c. de organisatie waarop de melding betrekking heeft; d. een omschrijving van de misstand die wordt vermoed; e. de reden van de melding aan de commissie. 3 De melder verschaft voorts de gegevens die voor het advies van de commissie nodig zijn en waarover de melder redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De commissie maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder instemming van de melder. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 De commissie bevestigt de ontvangst van een melding aan de melder en stelt het bevoegd gezag op de hoogte van de melding. De commissie informeert voorts de persoon of de personen op wie de vermoede misstand betrekking heeft, dat een melding is gedaan, tenzij dit een onderzoeksbelang kan schaden. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De commissie stelt een onderzoek in. 2 Het onderzoek en de verdere behandeling van de melding kan achterwege worden gelaten indien: a. artikel 17, eerste lid, onder c en d de termijnen, genoemd in, nog niet verstreken zijn; b. artikel 9, eerste of tweede lid niet is voldaan aan; c. artikel 17, tweede lid niet is voldaan aan, met dien verstande dat de melder eerst de gelegenheid moet hebben gehad binnen een door de commissie gestelde termijn de melding aan te vullen; d. artikel 10 de melding niet is gedaan binnen de ingenoemde termijn, wanneer de melder niet meer werkzaam is bij de organisatie waarop de melding betrekking heeft. 3 Het achterwege laten van een onderzoek en de verdere behandeling van de melding wordt onder vermelding van redenen zo spoedig mogelijk schriftelijk medegedeeld aan de melder, het bevoegd gezag, alsmede aan de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, tenzij daardoor een ander onderzoeksbelang kan worden geschaad. 4 Ten behoeve van het onderzoek kan de commissie bij het bevoegd gezag alle inlichtingen inwinnen die zij voor de vorming van haar advies nodig acht. Het bevoegd gezag verschaft aan de commissie de gevraagde inlichtingen. 5 Wanneer de inhoud van bepaalde door het bevoegd gezag verstrekte inlichtingen vanwege het vertrouwelijke karakter uitsluitend ter kennisneming van de commissie dient te blijven, wordt dit aan de commissie medegedeeld. De commissie draagt er zorg voor in dergelijke gevallen vertrouwelijk met deze informatie om te gaan en deze waar nodig te beveiligen tegen kennisneming door onbevoegden. 6 De kosten van het onderzoek komen voor rekening van de organisatie waarop de melding betrekking heeft. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De commissie legt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk twaalf weken na ontvangst van de melding, haar bevindingen omtrent de melding neer in een advies, gericht aan het bevoegd gezag. 2 Als niet binnen twaalf weken kan worden geadviseerd, kan de commissie het uitbrengen van een advies verdagen. Het bevoegd gezag en de melder worden daarover tijdig schriftelijk en met vermelding van redenen geïnformeerd. Daarbij wordt de termijn aangegeven waarbinnen zij het advies ontvangen. 3 De commissie zendt aan de melder een afschrift van het advies. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 21 Na ontvangst van het advies, bedoeld in, stelt het bevoegd gezag de melder, de commissie en, tenzij daardoor een onderzoeksbelang kan worden geschaad, de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen twaalf weken schriftelijk in kennis van zijn standpunt dienaangaande en de eventuele consequenties die het daaraan verbindt. 2 Als het standpunt en de consequenties afwijken van het advies, vermeldt het bevoegd gezag de reden voor de afwijking. 3 Als de commissie de identiteit van de melder niet bekend heeft gemaakt, stuurt de commissie de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, door aan de melder. 4 Nadat de commissie het standpunt van het bevoegd gezag heeft ontvangen maakt deze haar advies in geanonimiseerde vorm openbaar. Indien de commissie het standpunt na twaalf weken na verzending van het advies aan het bevoegd gezag nog niet heeft ontvangen, maakt de commissie haar advies openbaar. Indien zwaarwegende redenen hieraan in de weg staan, blijft openbaarmaking van het advies achterwege. 5 Het bevoegd gezag maakt zijn standpunt in geanonimiseerde vorm openbaar tenzij zwaarwegende redenen hieraan in de weg staan. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De melder, de vertrouwenspersoon of de gewezen vertrouwenspersoon die bezwaar maakt, beroep of hoger beroep instelt of een verzoek om voorlopige voorziening bij de bestuursrechter doet, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van die procedures, op voorwaarde dat: a. artikel 2, eerste of tweede lid de rechtsprocedure is gericht tegen een besluit als bedoeld in; b. artikel 16, eerste lid artikel 22, eerste lid bedoeld besluit is genomen binnen vijf jaar nadat het bevoegd gezag kennis heeft gegeven van de bevindingen en het oordeel bedoeld in, of nadat het bevoegd gezag kennis heeft gegeven van het standpunt, bedoeld in; en c. bedoeld besluit wordt aangevochten op de grond dat het is genomen vanwege een melding. 2 artikel 4:8 Algemene wet bestuursrecht De melder, de vertrouwenspersoon of de gewezen vertrouwenspersoon die op grond vanzijn zienswijze naar voren brengt met betrekking tot een voorgenomen besluit, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten op voorwaarde dat: a. artikel 2, eerste of tweede lid het voorgenomen besluit betreft een besluit als bedoeld in; b. het voorgenomen besluit is kenbaar gemaakt binnen de in het eerste lid, onder b, genoemde termijn; en c. in de zienswijze naar voren wordt gebracht dat het voorgenomen besluit verband houdt met de melding. 3 De melder, de vertrouwenspersoon of de gewezen vertrouwenspersoon richt een verzoek om een tegemoetkoming aan het bevoegd gezag. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Aanspraak op een tegemoetkoming bestaat alleen voor zover: a. artikel 23 door de melder in verband met de inbedoelde procedures daadwerkelijk kosten worden of zijn gemaakt met betrekking tot door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; en b. het verzoek door het bevoegd gezag is ontvangen voordat op het bezwaar is beslist of uitspraak is gedaan in de procedure waarop het verzoek betrekking heeft. 2 artikel 15, derde lid 20, tweede lid Het bevoegd gezag kan het verzoek in ieder geval afwijzen indien het onderzoek en de verdere behandeling van de melding op grond van, en, achterwege zijn gelaten. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 23, eerste en tweede lid bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht De tegemoetkoming voor iedere afzonderlijke procedure, genoemd in, is gelijk aan tweemaal het bedrag, genoemd in onderdeel B1 van de. 2 Artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken op het verzoek. 2 Het bevoegd gezag kan de beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Degene aan wie een tegemoetkoming is toegekend, kan worden verplicht tot terugbetaling, indien hij de procedure waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, staakt voordat op het bezwaar is beslist of uitspraak is gedaan. Deze verplichting geldt niet, indien het staken van de procedure direct voortvloeit uit de intrekking door het bevoegd gezag van het besluit, waartegen de procedure is gericht. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 23, eerste of tweede lid artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht Als een besluit of een voorgenomen besluit waarvoor op grond van, aanspraak bestaat op een tegemoetkoming in de kosten van de procedures, in de bezwaarprocedure of zienswijzeprocedure wordt herroepen wegens een aan het bevoegd gezag te wijten onrechtmatigheid of het bestreden besluit als gevolg van een uitspraak van de rechter die onherroepelijk is geworden wordt vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen niet in stand worden gelaten, vergoedt het bevoegd gezag voor iedere afzonderlijke procedure aan de melder, de vertrouwenspersoon of de gewezen vertrouwenspersoon alle daadwerkelijk en in redelijkheid door hem gemaakte kosten als bedoeld in, met dien verstande dat: a. de vergoeding wordt toegekend zonder toepassing van het tariefsysteem in voornoemd besluit; b. de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden vergoed voor een bedrag van ten hoogste € 200 per uur tot een bedrag van ten hoogste € 5000, beide bedragen exclusief BTW en kantoorkosten; c. aan de melder toegekende bedragen waarop de melder op grond van een ander wettelijk voorschrift of een uitspraak van een gerechtelijke instantie aanspraak heeft in verband met de vergoeding van kosten als bedoeld in dit artikel, in aftrek worden gebracht op de vergoeding. 2 De in het eerste lid genoemde bedragen worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande jaar. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Besluit van 3 februari 2006 tot instelling van de Commissie integriteit overheid Het(Stb. 130) wordt ingetrokken. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Hoofdstuk VIIb van het Algemeen Rijksambtenarenreglement vervalt. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Hoofdstuk VIIa, paragraaf 2, van het Besluit algemene rechtspositie politie vervalt. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Hoofdstuk II, paragraaf 3b, van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie vervalt. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Hoofdstuk VIIb van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal vervalt. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Hoofdstuk XIIa van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken vervalt. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 3, tweede lid, van het Besluit tot instelling van de Commissie integriteit overheid De benoemingsbesluiten van de leden van de Commissie integriteit overheid, zoals die op grond vanzijn vastgesteld en die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit gelden, blijven na de inwerkingtreding van dit besluit ongewijzigd van kracht. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 35a — Artikel 35a#
Artikel 35a artikelen 125, eerste lid, onder j 125quinquies, eerste lid, onder f 134, eerste lid, van de Ambtenarenwet artikel 47, eerste lid, Politiewet 2012 Dit besluit berust op de,enen. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van dit besluit aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2010. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2009, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2010. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit melden vermoeden van misstand bij Rijk en Politie. 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010