Besluit van 8 maart 2010, houdende regels over het strafvorderlijk onderzoek naar besmetting met een ernstige besmettelijke ziekte en fylogenetisch onderzoek (Besluit bloedtest in strafzaken in geval van een ernstige besmettelijke ziekte)
- BWB-id
- BWBR0027394
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-04-24
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027394
- ELI
- /eli/nl/amvb/2010/besluit-onderzoek-in-strafzaken-naar-een-ernstige-besmetteli
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2010/besluit-onderzoek-in-strafzaken-naar-een-ernstige-besmetteli/2020-04-24
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027394&g=2020-04-24
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027394&z=2026-06-06&g=2020-04-24
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027394/2020-04-24
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2010/besluit-onderzoek-in-strafzaken-naar-een-ernstige-besmetteli
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de wet: Wetboek van Strafvordering het; b. een onderzoek als bedoeld in artikel 151e, eerste lid, of artikel 151h, eerste lid, van de wet: artikel 2 een onderzoek dat tot doel heeft om met behulp van celmateriaal dat van de verdachte of een derde is afgenomen, vast te stellen of de verdachte of de derde drager is van een ziekte als bedoeld in; c. een onderzoek als bedoeld in artikel 151e, vijfde lid, van de wet: artikel 151e, eerste lid, van de wet een onderzoek als bedoeld indat wegens zwaarwegende redenen wordt verricht met behulp van celmateriaal dat niet van de verdachte is afgenomen; d. een onderzoek als bedoeld in artikel 151i, eerste lid, van de wet: artikel 2 een onderzoek dat tot doel heeft om met behulp van celmateriaal dat van de verdachte of een derde is afgenomen, vast te stellen of de verdachte of de derde degene is die de besmetting met een ziekte als bedoeld inheeft overgedragen op het slachtoffer van dat misdrijf; e. een gemeentelijke gezondheidsdienst: artikel 14, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid een gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in; 2020 125 24-04-2020 22-04-2020 2020 126 24-04-2020 22-04-2020 24-04-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 33 van de
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 151e, eerste lid artikel 151h, eerste lid artikel 151i, eerste lid, van de wet Als ernstige besmettelijke ziekten in het kader waarvan een onderzoek als bedoeld in, 151e, vijfde lid,, of, kan worden verricht, worden aangewezen: a. Aids, b. hepatitis B, c. hepatitis C, en d. COVID-19. 2020 125 24-04-2020 22-04-2020 2020 126 24-04-2020 22-04-2020 24-04-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 33 van de
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 151e, eerste lid artikel 151h, eerste lid artikel 151i, eerste lid, van de wet Als celmateriaal waaraan een onderzoek als bedoeld in, 151e, vijfde lid,, of, kan worden verricht, wordt aangewezen: a. artikel 2, onderdelen a tot en met c bloed, indien het een onderzoek naar een ernstige besmettelijke ziekte als bedoeld in, betreft, en b. artikel 2, onderdeel d neus- en keelslijmvlies en sputum, indien het een onderzoek naar een ernstige besmettelijke ziekte als bedoeld in, betreft. 2020 125 24-04-2020 22-04-2020 2020 126 24-04-2020 22-04-2020 24-04-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 33 van de
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 151e, eerste lid artikel 151h, eerste lid, van de wet Degene die gevraagd wordt schriftelijk toe te stemmen in het afnemen van celmateriaal ten behoeve van het uitvoeren van een onderzoek als bedoeld in, of, kan zich bij het nemen van zijn beslissing door een raadsman doen bijstaan. De officier van justitie of de rechter-commissaris wijst hem op deze mogelijkheid. 2 artikel 3, onder a artikel 151e, eerste lid artikel 151h, eerste lid, van de wet artikel 151i, eerste lid, van de wet In geval van, worden twee buisjes die geen heparinebuisjes zijn, met 4 milliliter bloed afgenomen waarvan één buisje bloed is bestemd voor een onderzoek als bedoeld in, ofen één buisje bloed voor een onderzoek als bedoeld in. 3 artikel 3, onder b artikel 151e, eerste lid artikel 151h, eerste lid, van de wet artikel 151i, eerste lid, van de wet In geval van, worden aan de binnenkant van de neus- of keelholte zoveel slijmvlies afgenomen als voor het uitvoeren een onderzoek als bedoeld in, ofen voor een onderzoek als bedoeld innodig is of wordt betrokkene gevraagd voldoende sputum op te hoesten. 4 Het celmateriaal wordt afgenomen door een arts of een verpleegkundige. Indien de arts of de verpleegkundige bij de behandeling van de desbetreffende persoon betrokken is of is geweest, neemt hij bij hem geen celmateriaal af, tenzij de persoon daarin schriftelijk toestemt. 2020 125 24-04-2020 22-04-2020 2020 126 24-04-2020 22-04-2020 24-04-2020 Voorheen art. 3. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 33 van de
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 151e, eerste lid artikel 151h, eerste lid, van de wet artikel 4, tweede lid Het afnemen van celmateriaal ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in, ofbij degene aan wie een bevel als bedoeld in artikel 151e, tweede lid, of artikel 151h, derde lid, van de wet is gegeven, geschiedt op de wijze als omschreven in. Artikel 4, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in geval van het afnemen van celmateriaal ten behoeve van een tegenonderzoek. 2020 125 24-04-2020 22-04-2020 2020 126 24-04-2020 22-04-2020 24-04-2020 Voorheen art. 4. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 33 van de
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 4 5 Bij het afnemen van celmateriaal als bedoeld inofis een opsporingsambtenaar aanwezig die: a. daarvan proces-verbaal opmaakt dat of een verklaring die hij voorziet van een identiteitszegel en de naam, de geboortedatum en -plaats en het geboorteland van degene van wie het celmateriaal is afgenomen, alsmede het parketnummer van de strafzaak waarin het celmateriaal is afgenomen, of, indien de identificerende persoonsgegevens van betrokkene onbekend zijn, het parketnummer van de strafzaak, b. de verpakking van het celmateriaal van een identiteitszegel en een sluitzegel voorziet dat gelijk is aan het identiteitszegel, bedoeld onder a, c. ervoor zorgt dat het celmateriaal zo spoedig mogelijk wordt bezorgd bij een gemeentelijke gezondheidsdienst. 2 Het identiteitszegel, bedoeld in het eerste lid, is een zelfklevend zegel dat bedrukt is met een eenmalig te gebruiken combinatie van letters en cijfers. Deze combinatie is aangebracht in schrift en barcode. 3 Het sluitzegel, bedoeld in het eerste lid, is een zelfklevend, elastisch en fraudebestendig zegel met de opdruk «onderzoek justitie». 2020 125 24-04-2020 22-04-2020 2020 126 24-04-2020 22-04-2020 24-04-2020 Voorheen art. 5. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 33 van de
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 151e, vijfde lid, van de wet artikel 4 artikel 5 In geval van een onderzoek als bedoeld invoorziet de opsporingsambtenaar de verpakking van een in beslag genomen voorwerp waarop mogelijkerwijs celmateriaal van de verdachte aanwezig is, dan wel van celmateriaal dat niet is afgenomen op de wijze als voorzien inof, van een identiteitszegel zo spoedig mogelijk nadat het voorwerp of celmateriaal in beslag is genomen. 2 De opsporingsambtenaar voorziet het proces-verbaal van de inbeslagneming van het voorwerp of het celmateriaal, bedoeld in het eerste lid, van een identiteitszegel dat gelijk is aan het identiteitszegel, bedoeld in het eerste lid. Hij vermeldt in het proces-verbaal de naam, de geboortedatum en -plaats en het geboorteland van de verdachte alsmede het parketnummer van de strafzaak waarin het voorwerp of celmateriaal in beslag is genomen, of, indien de identificerende persoonsgegevens van betrokkene onbekend zijn, het parketnummer van de strafzaak. 3 artikel 151e, vijfde lid, van de wet artikel 6, derde lid De opsporingsambtenaar zorgt ervoor dat het voorwerp of het celmateriaal, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk nadat de officier van justitie of de rechter-commissaris opdracht heeft gegeven tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in, in een verpakking die hij heeft voorzien van een of meer sluitzegels als bedoeld in, wordt bezorgd bij een gemeentelijke gezondheidsdienst. 2020 125 24-04-2020 22-04-2020 2020 126 24-04-2020 22-04-2020 24-04-2020 Voorheen art. 6. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 33 van de
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 151e, eerste of vijfde lid artikel 151h, eerste lid, van de wet artikel 151f, derde lid artikel 6, eerste lid, onder c artikel 7, derde lid Een onderzoek als bedoeld in, ofof een tegenonderzoek als bedoeld in, of artikel 151h, derde lid, van de wet wordt verricht in het laboratorium van de gemeentelijke gezondheidsdienst waarbij het celmateriaal, bedoeld in, of, of het voorwerp, bedoeld in artikel 7, derde lid, is bezorgd, of het laboratorium van een ziekenhuis dat binnen het grondgebied van die gemeentelijke gezondheidsdienst valt. 2 artikel 151e, eerste of vijfde lid artikel 151h, eerste lid, van de wet artikel 6, eerste lid, onder c artikel 7, derde lid Indien het onderzoek, bedoeld in, ofwordt verricht in het laboratorium van een ziekenhuis, zorgt de gemeentelijke gezondheidsdienst dat het celmateriaal of het voorwerp, dat voor het verrichten van het onderzoek nodig is, zo spoedig mogelijk in de verpakking, bedoeld in, of, bij dat laboratorium wordt bezorgd. 2020 125 24-04-2020 22-04-2020 2020 126 24-04-2020 22-04-2020 24-04-2020 Voorheen art. 7. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 33 van de
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8 artikel 151e, eerste of vijfde lid artikel 151h, eerste lid, van de wet artikel 151f, derde lid De deskundige die is verbonden aan het laboratorium van de gemeentelijke gezondheidsdienst of het ziekenhuis, bedoeld in, en is aangewezen voor het verrichten van het onderzoek, bedoeld in, of, of een tegenonderzoek als bedoeld in, of artikel 151h, derde lid, van de wet, verricht het onderzoek binnen de termijn die de officier van justitie of de rechter-commissaris die de opdracht tot het verrichten van het onderzoek heeft gegeven, heeft gesteld. De termijn wordt na overleg met de deskundige die het onderzoek verricht, vastgesteld. 2 De deskundige verricht het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, volgens de daarvoor geldende methoden. 3 De deskundige stelt een verslag op van de resultaten van het onderzoek en ondertekent het verslag. 4 Het verslag bevat in ieder geval: a. de naam, de geboortedatum en -plaats en het geboorteland van de verdachte of de derde met behulp van wiens celmateriaal het onderzoek is uitgevoerd, of, indien deze gegevens onbekend zijn, andere gegevens waarmee zijn identiteit kan worden vastgesteld, b. het nummer van het identiteitszegel dat op de verpakking was vermeld waarmee de deskundige het celmateriaal heeft ontvangen, c. de methode met behulp waarvan onderzoek is verricht, en d. de resultaten en de conclusies van het onderzoek. 5 De deskundige doet terstond na dagtekening van het verslag het verslag toekomen aan de officier van justitie of de rechter-commissaris. 6 artikel 151h, eerste lid, van de wet artikel 151e, eerste of vijfde lid, van de wet artikel 151f, derde lid De deskundige die een onderzoek als bedoeld inverricht, is een andere deskundige dan de deskundige die een onderzoek als bedoeld inheeft verricht. De deskundige die een tegenonderzoek als bedoeld in, of artikel 151h, derde lid, van de wet verricht, is verbonden aan een andere gemeentelijke gezondheidsdienst of een ander ziekenhuis dan de gemeentelijke gezondheidsdienst of het ziekenhuis die het onderzoek, bedoeld in artikel 151e, eerste of vijfde lid, of artikel 151h, eerste lid, van de wet heeft verricht. 2020 125 24-04-2020 22-04-2020 2020 126 24-04-2020 22-04-2020 24-04-2020 Voorheen art. 8. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 33 van de
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 151e, eerste of vijfde lid artikel 151h, eerste lid, van de wet artikel 151i, eerste lid, van de wet artikel 8 artikel 6, eerste lid, onder c artikel 7, derde lid Indien de uitslag van het onderzoek, bedoeld in, ofnegatief is, vernietigt de gemeentelijke gezondheidsdienst, bedoeld in, het resterende celmateriaal waarmee dat onderzoek is verricht, en het celmateriaal, bedoeld in, of, dat bestemd is voor een onderzoek als bedoeld in. 2 artikel 151e, eerste of vijfde lid artikel 151h, eerste lid, van de wet artikel 8 artikel 6, eerste lid, onder c artikel 7, derde lid Indien de uitslag van het onderzoek, bedoeld in, ofpositief is, vernietigt de gemeentelijke gezondheidsdienst, bedoeld in, het resterende celmateriaal waarmee dat onderzoek is verricht, en zorgt ervoor dat het celmateriaal, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk in de verpakking, bedoeld in, of, bij het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam wordt bezorgd. 3 artikel 151e, eerste of vijfde lid artikel 151h, eerste lid, van de wet artikel 8 Indien het onderzoek, bedoeld in, of, is verricht in het laboratorium van een ziekenhuis, bedoeld in, vernietigt het ziekenhuis het resterende celmateriaal waarmee dat onderzoek is verricht, en verstrekt het de gemeentelijke gezondheidsdienst, bedoeld in artikel 8, de informatie die nodig is om te kunnen voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste of tweede lid. 4 artikel 151e, eerste of vijfde lid artikel 151h, eerste lid, van de wet artikel 9, derde lid De gemeentelijke gezondheidsdienst of het ziekenhuis in wiens laboratorium het onderzoek, bedoeld in, of, is verricht, vernietigt na een half jaar het verslag van het onderzoek, bedoeld in, en de bij dat verslag behorende identificerende persoonsgegevens. 2020 125 24-04-2020 22-04-2020 2020 126 24-04-2020 22-04-2020 24-04-2020 Voorheen art. 9. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 33 van de
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 151i, eerste lid, van de wet Een onderzoek als bedoeld inof een tegenonderzoek als bedoeld in artikel 151i, tweede lid, van de wet wordt verricht in a. artikel 2 een laboratorium dat door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd, deskundig is op het terrein van de ernstige besmettelijke ziekten, die inzijn aangewezen, en het onderzoek, bedoeld in de aanhef, en beschikt over voldoende forensische kennis om dat onderzoek te kunnen verrichten, dan wel b. artikel 2 een laboratorium dat gevestigd is in het buitenland, door een met de Raad voor Accreditatie vergelijkbare instantie is geaccrediteerd, deskundig is op het terrein van de ernstige besmettelijke ziekten, die inzijn aangewezen, en het onderzoek, bedoeld in de aanhef, en beschikt over voldoende forensische kennis om dat onderzoek te kunnen verrichten. 2 artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht Met toepassing vanisniet van toepassing op de aanvraag om accreditatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b. 3 artikel 151i, eerste lid, van de wet Indien de accreditatie van een laboratorium als bedoeld in het eerste lid is ingetrokken, is geschorst of na haar vervaldatum niet is verlengd, kan in dit laboratorium niet langer onderzoek als bedoeld inworden verricht. 2020 125 24-04-2020 22-04-2020 2020 126 24-04-2020 22-04-2020 24-04-2020 Voorheen art. 10. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 33 van de
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Artikel 9 artikel 11 artikel 151i, eerste lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op de deskundige die is verbonden aan een laboratorium als bedoeld inen is aangewezen voor het verrichten van een onderzoek als bedoeld inof een tegenonderzoek als bedoeld in artikel 151i, tweede lid, van de wet. 2 artikel 10, tweede lid artikel 6, eerste lid, onder c artikel 7, derde lid Indien het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, in een ander laboratorium dan het betrokken laboratorium van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam wordt verricht, zorgt dit laboratorium ervoor dat het celmateriaal, bedoeld in, zo spoedig mogelijk in de verpakking, bedoeld in, of, bij dat andere laboratorium wordt bezorgd, en informeert het Academisch Medisch Centrum het openbaar ministerie daarover. 2020 125 24-04-2020 22-04-2020 2020 126 24-04-2020 22-04-2020 24-04-2020 Voorheen art. 11. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 33 van de
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 151i, eerste lid, van de wet artikelen 351 352 van de wet artikel 10, tweede lid artikel 9, derde lid Het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam of een ander laboratorium dan het betrokken laboratorium van het Academisch Medisch Centrum, indien het onderzoek, bedoeld in, of het tegenonderzoek, bedoeld in artikel 151i, tweede lid, van de wet, wordt verricht in dat andere laboratorium, vernietigt het celmateriaal, bedoeld in, het verslag van het onderzoek, bedoeld in, en de bij dat verslag behorende identificerende persoonsgegevens, nadat een beslissing tot niet-vervolging, een kennisgeving van niet verdere vervolging, een onherroepelijke buitenvervolgingstelling, een rechterlijke verklaring dat de zaak geëindigd is, een strafbeschikking volledig ten uitvoer is gelegd of een einduitspraak als bedoeld in deenonherroepelijk is geworden in verband met het misdrijf in het kader waarvan het celmateriaal is verkregen. 2 Het openbaar ministerie verstrekt de informatie, die nodig is om te kunnen voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, aan het Academisch Medisch Centrum of, indien het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, is verricht in een ander laboratorium dan het betrokken laboratorium van het Academisch Medisch Centrum aan dat laboratorium. 2020 125 24-04-2020 22-04-2020 2020 126 24-04-2020 22-04-2020 24-04-2020 Voorheen art. 12. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 33 van de
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikelen 151f, vierde lid 151h, derde lid, van de wet Het aan de verdachte in rekening te brengen deel van de kosten, bedoeld in de, en, voor het verrichten van een tegenonderzoek als bedoeld in artikel 151f, derde lid, of artikel 151h, derde lid, van de wet bedraagt € 50. 2 artikel 151i, tweede lid, van de wet Het aan de verdachte in rekening te brengen deel van de kosten, bedoeld in, voor het verrichten van een tegenonderzoek als bedoeld in dat artikellid bedraagt eenderde deel van de kosten die aan het onderzoek zijn verbonden. 3 artikel 10 Een tegenonderzoek wordt niet verricht dan nadat de verdachte het bedrag, bedoeld in het eerste of tweede lid, aan de gemeentelijke gezondsheidsdienst of het laboratorium, bedoeld in, die het onderzoek verricht, heeft betaald. 2020 125 24-04-2020 22-04-2020 2020 126 24-04-2020 22-04-2020 24-04-2020 Voorheen art. 13. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 33 van de
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Wijzigt het Tijdelijk besluit Lex silencio positivo Dienstenrichtlijn. 2020 125 24-04-2020 22-04-2020 2020 126 24-04-2020 22-04-2020 24-04-2020 Voorheen art. 14. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 33 van de
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 12 november 2009 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering inzake de regeling van onderzoek naar de mogelijkheid van overbrenging van een ernstige besmettelijke ziekte bij gelegenheid van een strafbaar feit (verplichte medewerking aan een bloedtest in strafzaken) (Stb. 2009, 475) in werking treedt. 2020 125 24-04-2020 22-04-2020 2020 126 24-04-2020 22-04-2020 24-04-2020 Voorheen art. 15. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 33 van de
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit onderzoek in strafzaken naar een ernstige besmettelijke ziekte. 2020 125 24-04-2020 22-04-2020 2020 126 24-04-2020 22-04-2020 24-04-2020 Voorheen art. 16. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 33 van de
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking treedt.