Besluit van 10 april 2010, houdende nadere regels voor subsidiëring van cultuuruitingen (Besluit op het specifiek cultuurbeleid)
- BWB-id
- BWBR0027600
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2017-04-11
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027600
- ELI
- /eli/nl/amvb/2010/besluit-op-het-specifiek-cultuurbeleid
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2010/besluit-op-het-specifiek-cultuurbeleid/2017-04-11
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027600&g=2017-04-11
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027600&z=2026-06-06&g=2017-04-11
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027600/2017-04-11
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2010/besluit-op-het-specifiek-cultuurbeleid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikel 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid Onze Minister kan ten behoeve van cultuuruitingen als bedoeld inprojectsubsidies verstrekken. 2 Een projectsubsidie is een subsidie die anders dan per boekjaar wordt verstrekt. 2017 84 15-03-2017 06-03-2017 2017 149 10-04-2017 30-03-2017 11-04-2017
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 5 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een subsidie of een specifieke uitkering als bedoeld inten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Onze Minister kan subsidieplafonds vaststellen voor de verschillende categorieën van activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt. 2 Als Onze Minister een subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid vaststelt, wordt tegelijkertijd vermeld op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 1 artikelen 4a 4b 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot subsidieverstrekking als bedoeld invan dit besluit en de,en. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikelen 6 tot en met 14 Specifieke uitkeringen aan provincies en gemeenten ten behoeve van het door het desbetreffende openbaar lichaam te voeren cultuurbeleid worden door Onze Minister verstrekt met inachtneming van de. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De aanvraag voor een specifieke uitkering wordt uiterlijk zes maanden vóór de aanvang van de desbetreffende uitkeringsperiode ingediend. Bij ministeriële regeling kan een andere termijn worden vastgesteld. 2 In de aanvraag voor een specifieke uitkering geeft gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders aan welke: a. doelen worden nagestreefd; b. indicatoren de realisatie van deze doelen uitdrukken; en c. kosten met het realiseren van deze doelen zullen zijn gemoeid. 3 Bij ministeriële regeling kunnen indicatoren worden vastgesteld. 4 Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders geen toepassing behoeft te geven aan het tweede lid, onderdeel b. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Met het oog op de onderlinge afweging van aanvragen kan Onze Minister bepalen dat op een aanvraag niet wordt beslist voor een bepaalde datum in een kalenderjaar, dan wel op of na meerdere data in een kalenderjaar. Op een aanvraag wordt dertien weken voorafgaande aan de betrokken uitkeringsperiode beslist. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht Op de verstrekking van een specifieke uitkering isvan overeenkomstige toepassing. 2 De verstrekking van een specifieke uitkering wordt geweigerd voor zover Onze Minister van oordeel is dat het verstrekken daarvan zijn openbaar gemaakte cultuurbeleid, mede gelet op de beschikbare financiële middelen, niet of onvoldoende ondersteunt. 3 De verstrekking wordt voorts geweigerd voor zover: a. naar het oordeel van Onze Minister mag worden verwacht dat de met verstrekking beoogde doeleinden niet zullen worden bereikt; of b. de aanvrager niet aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen met inbegrip van de specifieke uitkering voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop het bedrag van een specifieke uitkering wordt berekend. 2 De specifieke uitkering bestaat uit een bedrag voor de door Onze Minister in de beslissing tot toekenning van een specifieke uitkering aangeduide doelen. 3 Onze Minister verstrekt geen specifieke uitkering voor apparaatskosten van het betrokken openbaar lichaam. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Nadat een aanvraag voor een specifieke uitkering is ingediend kan Onze Minister betalingen doen. 2 In de beschikking tot toekenning van een specifieke uitkering worden de hoogte en het tempo van de betalingen geregeld. 3 Onze Minister kan met betrekking tot de betalingen nadere regels stellen. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht Gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging of intrekking van een specifieke uitkering. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.is van overeenkomstige toepassing. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders werkt mee aan door of namens Onze Minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht Onze Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 17a, eerste lid, Financiële-verhoudingswet Voor zover niet uit de jaarrekening van de provincie of gemeente, alsmede uit de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen, behorend bij die jaarrekening krachtensblijkt dat een specifieke uitkering rechtmatig is besteed, kan het bedrag waarvan de rechtmatige besteding niet vaststaat, worden teruggevorderd. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Onze Minister kan, gelet op het belang dat dit besluit beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 4 Na inwerkingtreding van dit besluit berusten de volgende regelingen opvan dit besluit: a. Subsidieregeling «Digitaliseren met beleid» ; b. Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2008 ; c. Tijdelijke regeling aanvulling eigen inkomsten cultuurinstellingen ; d. Subsidieregeling innnovatie cultuuruitingen ; en e. Subsidieregeling bibliotheekinnovatie . 2 Regeling uitkeringen cultuurbereik 2005–2008 artikelen 9, eerste lid 10, derde lid Na inwerkingtreding van dit besluit berust deop de, en, van dit besluit. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Bekostigingsbesluit cultuuruitingen Aanvragen ingediend krachtens hetwaar nog niet op is beslist op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, worden beschouwd als aanvragen ingediend krachtens dit besluit. 2 Bekostigingsbesluit cultuuruitingen artikelen 4a 4b 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid De bepalingen krachtens dit besluit die betrekking hebben op de vaststelling van de subsidie en de daarmee verbonden wettelijke verplichtingen zijn van toepassing op de subsidies verleend krachtens het, met dien verstande dat Onze Minister op de aanvragen tot vaststelling van de subsidies die in 2008 zijn verleend op grond van de,en, binnen zes maanden beslist na ontvangst van die aanvragen. 3 Bekostigingsbesluit cultuuruitingen De bevoorschotting van besluiten genomen krachtens het, vindt plaats overeenkomstig dat besluit. 4 Bekostigingsbesluit cultuuruitingen Bezwaar- en beroepsprocedures met betrekking tot besluiten genomen krachtens het, vinden plaats overeenkomstig dat besluit. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Bekostigingsbesluit cultuuruitingen Hetwordt ingetrokken. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2010. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit op het specifiek cultuurbeleid. 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 2010 169 29-04-2010 10-04-2010 01-07-2010