Besluit van 10 juni 2010, houdende vaststelling van een aantal rechtspositionele voorzieningen van sociaal flankerend beleid voor de sector Rijk voor de periode 1 januari 2008 tot 1 januari 2012 (Besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2008–2012)
- BWB-id
- BWBR0027815
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2011-01-01 t/m 2011-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027815
- ELI
- /eli/nl/amvb/2010/besluit-sociaal-flankerend-beleid-sector-rijk-2008-2012
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2010/besluit-sociaal-flankerend-beleid-sector-rijk-2008-2012/2011-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027815&g=2011-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027815&z=2026-06-06&g=2011-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027815/2011-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2010/besluit-sociaal-flankerend-beleid-sector-rijk-2008-2012
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. ARAR: Algemeen Rijksambtenarenreglement het; b. ARSG: Ambtenarenreglement Staten-Generaal het; c. RDBZ: Reglement Dienst Buitenlandse Zaken het; d. BBRA 1984: Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 het; e. VKB 1989: Verplaatsingskostenbesluit 1989 het; f. ambtenaar: ARAR ARSG RDBZ de ambtenaar in de zin van het,ofmet een aanstelling in vaste dienst of een aanstelling in tijdelijke dienst voor een proeftijd; g. aangewezen ambtenaar: de ambtenaar die schriftelijk in kennis is gesteld dat hij een functie bekleedt die door het bevoegd gezag is aangewezen omdat zonder maatregelen in die functie of groep van functies waartoe de ambtenaar behoort op termijn sprake zal zijn van overtolligheid dan wel gedwongen standplaatswijziging; h. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; i. herplaatsingskandidaat: artikel 49d artikel 49e, tweede lid, van het ARAR artikel 84d 84e, tweede lid, van het ARSG artikel 58c artikel 58d, tweede lid, van het RDBZ een herplaatsingskandidaat als bedoeld inof,of, dan welof; j. bevoegd gezag: het tot aanstelling bevoegd gezag, of, indien deze bevoegdheid bij Ons berust, het tot voordracht voor die aanstelling bevoegde gezag. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 2 — Artikel 2 Loopbaangesprek#
Artikel 2 Loopbaangesprek artikel 71, eerste lid, van het ARAR artikel 106, eerste lid, van het ARSG artikel 78, eerste lid, van het RDBZ In het in,enbedoelde gesprek wordt tevens jaarlijks aandacht besteed aan de ontwikkeling van de loopbaan en aan de onderwerpen mobiliteit, flexibiliteit en loopbaanperspectief in de toekomst. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 3 — Artikel 3 Trajectbegeleiding en mobiliteitsgegevens#
Artikel 3 Trajectbegeleiding en mobiliteitsgegevens 1 Aan de aangewezen ambtenaar en aan de herplaatsingskandidaat wordt door een mobiliteitsadviseur ondersteuning geboden bij de invulling en uitvoering van een begeleidingstraject van werk naar werk. Aan andere ambtenaren kan het bevoegd gezag besluiten de in de vorige zin bedoelde ondersteuning te bieden. 2 Met de aangewezen ambtenaar wordt door een mobiliteitsadviseur een mobiliteitsplan opgesteld, waarin onder meer de eigen kwaliteiten, ontwikkelpunten, reële loopbaanwensen en het volgen van relevante scholing kunnen worden opgenomen. 3 Voor de herplaatsingskandidaat wordt door de mobiliteitsadviseur, in samenspraak met het bevoegd gezag en de ambtenaar een herplaatsingsplan opgesteld, waarin in ieder geval het loopbaanplan en eventueel bestaande loopbaanafspraken en, indien de ambtenaar daarmee instemt, de uitkomst van de eventuele loopbaanscan worden betrokken. Het bevoegd gezag en de ambtenaar stellen het herplaatsingsplan gezamenlijk vast. Indien binnen een redelijke termijn geen overeenstemming over het plan kan worden bereikt, stelt het bevoegd gezag het plan eenzijdig vast, waarbij de ambtenaar in de gelegenheid wordt gesteld zijn visie apart te vermelden. 4 Gedurende de herplaatsingstermijn wordt de uitvoering van het herplaatsingsplan iedere zes maanden geëvalueerd en wordt het plan zo nodig bijgesteld. 5 De ambtenaar wordt in de gelegenheid gesteld om loopbaangegevens en loopbaanwensen rijksbreed kenbaar te maken door opname van die gegevens in een rijksbrede mobiliteitsadministratie. De herplaatsingskandidaat is verplicht de benodigde informatie ten behoeve van de bedoelde administratie aan te leveren. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 4 — Artikel 4 Loopbaanscan#
Artikel 4 Loopbaanscan 1 artikel 71b, eerste lid, van het ARAR artikel 107a, eerste lid, van het ARSG artikel 25a, eerste lid, van het RDBZ De ambtenaar heeft onverlet de termijnen, genoemd in,en, het recht om één vertrouwelijke loopbaanscan te doen, met behulp van een professionele externe loopbaandeskundige, bestaande uit ten minste één gesprek en een schriftelijk advies van deze deskundige. 2 De ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van het in het eerste lid genoemde recht, heeft na zijn aanwijzing als aangewezen ambtenaar of als herplaatsingskandidaat het recht om voor beide aanwijzingen samen één extra loopbaanscan te doen. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 5 — Artikel 5 Opleidingskosten en studietijd#
Artikel 5 Opleidingskosten en studietijd Artikel 59, tweede lid, van het ARAR artikel 94, tweede lid, van het ARSG artikel 67, tweede lid, van het RDBZ ,enzijn van overeenkomstige toepassing op de aangewezen ambtenaar. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 6 — Artikel 6 Aanbieden functie#
Artikel 6 Aanbieden functie 1 artikel 49h van het ARAR artikel 84h van het ARSG artikel 58g van het RDBZ In afwijking van,engeldt gedurende de eerste zes maanden van de herplaatsingstermijn de beperking dat uitsluitend sprake kan zijn van een passende functie indien: a. de voor de functie geldende salarisschaal niet meer dan één salarisschaal lager is gewaardeerd dan de laatstelijk vervulde functie en niet meer dan twee schalen lager is dan de salarisschaal die voor de ambtenaar geldt, en b. de reistijd voor woon-werkverkeer enkele reis niet met meer dan 15 minuten toeneemt. 2 Voor de bepaling van de reistijd, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt uitgegaan van de route met de minste reistijd berekend met de ANWB-routeplanner. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 7 — Artikel 7 Voorrangsrecht#
Artikel 7 Voorrangsrecht 1 De aangewezen ambtenaar, de herplaatsingskandidaat en de ambtenaar die wegens arbeidsongeschiktheid in verband met ziekte of gebrek geplaatst moet worden op een andere functie, heeft bij de vervulling van vacatures binnen de sector Rijk een voorrangspositie op andere kandidaten. 2 ARSG ARAR RDBZ Het eerste lid is niet van toepassing indien een ambtenaar als bedoeld in hetsolliciteert naar een functie buiten de Staten-Generaal, of indien een ambtenaar als bedoeld in hetof hetsolliciteert naar een functie bij de Staten-Generaal. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 8 — Artikel 8 Behoud salarisschaal bij vrijwillige plaatsing in lagere functie#
Artikel 8 Behoud salarisschaal bij vrijwillige plaatsing in lagere functie Artikel 5, vijfde lid, aanhef en onderdeel d, van het BBRA 1984 artikel 57b van het ARAR artikel 92b van het ARSG artikel 35 van het RDBZ en, dan welofzijn niet van toepassing op de aangewezen ambtenaar en de herplaatsingskandidaat. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 9 — Artikel 9 Plaatsing eigen schaal#
Artikel 9 Plaatsing eigen schaal 1 artikel 7 Bij gedwongen plaatsing van de aangewezen ambtenaar of de herplaatsingskandidaat op een functie waarvan de salarisschaal lager is dan de salarisschaal die geldt voor de laatstelijk door de ambtenaar vervulde functie, spant het bevoegd gezag zich gedurende twee jaar na plaatsing in om, zodra een passende functie beschikbaar is op het schaalniveau van de laatstelijk door de ambtenaar vervulde functie, en waarvoor geen geschikte kandidaat of geschikte dan wel geschikt te maken herplaatsingskandidaat met een voorrangsrecht als bedoeld inbeschikbaar is, hem in aanmerking te laten komen voor plaatsing in deze functie. 2 De ambtenaar die als herplaatsingskandidaat is geplaatst in een lager gewaardeerde functie dan de functie die hij daarvoor vervulde, heeft gedurende twee jaar na plaatsing recht op toepassing van de voorzieningen in dit besluit voor herplaatsingskandidaten, voor zover die toepassing kan leiden tot plaatsing in een passende functie die gewaardeerd is met de eigen salarisschaal. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 10 — Artikel 10 Compensatie beëindiging of vermindering toelagen#
Artikel 10 Compensatie beëindiging of vermindering toelagen artikel 18b, derde lid, van het BBRA 1984 In afwijking vanbedraagt de aflopende toelage, bedoeld in het eerste lid van genoemd artikel, voor aangewezen ambtenaren en herplaatsingskandidaten gedurende het eerste en tweede jaar 100%, het derde jaar 75%, het vierde jaar 50% en het vijfde jaar 25% van de bedoelde berekeningsbasis. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 11 — Artikel 11 Functieverplaatsingstoelage en verhuiskostenvergoeding#
Artikel 11 Functieverplaatsingstoelage en verhuiskostenvergoeding 1 artikel 8, tweede lid, van het VKB 1989 In afwijking van het gestelde bij of krachtensbedraagt voor de aangewezen ambtenaar of de herplaatsingskandidaat het maximum van het bedrag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder c, van het VKB 1989 € 5818,46 indien binnen twee jaar na verplaatsing als gevolg van een reorganisatie aan een verhuisplicht wordt voldaan, dan wel zonder verhuisplicht wordt verhuisd van buiten 50 kilometer van de plaats van tewerkstelling naar binnen 25 kilometer van de standplaats. 2 artikel 49n, eerste lid, van het ARAR artikel 84n, eerste lid, van het ARSG artikel 58m, eerste lid, van het RDBZ In afwijking van,respectievelijkbedraagt voor de aangewezen ambtenaar of de herplaatsingskandidaat het in die artikelen genoemde bedrag € 11.637,69. 3 De bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, worden jaarlijks per 1 januari bij ministeriële regeling van Onze Minister gewijzigd overeenkomstig de Consumentenprijsindex van het CBS die geldt voor de voorafgaande periode van november tot en met oktober. 4 Het bevoegd gezag kan het eerste tot en met het derde lid van overeenkomstige toepassing verklaren op andere ambtenaren dan aangewezen ambtenaren of herplaatsingskandidaten. 2010 20751 23-12-2010 14-12-2010 2010-0000809601,DCB/CZW/WVOB 2010 20751 23-12-2010 14-12-2010 2010-0000809601,DCB/CZW/WVOB 01-01-2011
Artikel 12 — Artikel 12 Vergoeding pensionkosten#
Artikel 12 Vergoeding pensionkosten 1 artikel 12ba, tweede lid artikel 12bb van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 In afwijking van het bepaalde bij of krachtens, enheeft de betrokkene, bedoeld in eerstgenoemd artikellid, die aangewezen ambtenaar of herplaatsingskandidaat is, en als gevolg van reorganisatie wordt verplaatst, gedurende twee jaar na verplaatsing recht op volledige vergoeding van de door het bevoegd gezag redelijk geachte pensionkosten. 2 Het bevoegd gezag kan het eerste lid van overeenkomstige toepassing verklaren op andere ambtenaren. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 13 — Artikel 13 Reistijd-werktijd#
Artikel 13 Reistijd-werktijd 1 artikel 49m van het ARAR artikel 84m van het ARSG artikel 58l van het RDBZ In afwijking van,enwordt de in genoemde artikelen geregelde aanspraak volledig toegekend gedurende twee jaren en wordt gedurende het derde, vierde en vijfde jaar respectievelijk 75%, 50% en 25% van de bedoelde extra reistijd als werktijd aangemerkt. 2 Artikel 49m van het ARAR artikel 84m van het ARSG artikel 58l van het RDBZ ,enen het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing op de aangewezen ambtenaar en kunnen door het bevoegd gezag van overeenkomstige toepassing worden verklaard op andere dan in het eerste lid bedoelde ambtenaren. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 14 — Artikel 14 Tegemoetkoming extra reiskosten#
Artikel 14 Tegemoetkoming extra reiskosten 1 artikel 12b1, derde lid, van het VKB 1989 In afwijking vanbedraagt de in het eerste en tweede lid van genoemd artikel bedoelde tegemoetkoming voor aangewezen ambtenaren en herplaatsingskandidaten na plaatsing of herplaatsing het eerste en tweede jaar 100%, het derde jaar 75%, het vierde jaar 50% en het vijfde jaar 25% van de tegemoetkoming. 2 Het eerste lid kan door het bevoegd gezag van overeenkomstige toepassing worden verklaard op andere dan in het eerste lid bedoelde ambtenaren. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 15 — Artikel 15 Proportionele diensttijdgratificatie#
Artikel 15 Proportionele diensttijdgratificatie artikel 79, tweede lid, van het ARAR artikel 114, tweede lid, van het ARSG artikel 85, tweede lid, van het RDBZ artikel 94 94a van het ARAR artikel 124 124a van het ARSG artikel 96 97 van het RDBZ De aanspraak, bedoeld in,engeldt tevens bij ontslag op eigen aanvraag als bedoeld inof,ofenof. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 16 — Artikel 16 Bovenwettelijke uitkering#
Artikel 16 Bovenwettelijke uitkering Artikel 100a van het ARAR artikel 132a van het ARSG artikel 107 van het RDBZ ,ofkan door het bevoegd gezag van overeenkomstige toepassing worden verklaard op andere ambtenaren dan herplaatsingskandidaten. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 17 — Artikel 17 Tijdelijk werk#
Artikel 17 Tijdelijk werk 1 Ten behoeve van de (her)plaatsingsmogelijkheden of het realiseren van gemaakte loopbaanafspraken, en indien de organisatie van het werk het toelaat en er een geschikte plek beschikbaar is, heeft een aangewezen ambtenaar of een herplaatsingskandidaat het recht om op eigen verzoek voor een periode van ten hoogste drie maanden te worden gedetacheerd of een stage te lopen. 2 Het eerste lid kan door het bevoegd gezag van overeenkomstige toepassing worden verklaard op andere dan in het eerste lid bedoelde ambtenaren. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 18 — Artikel 18 Vrijstelling terugbetalingen#
Artikel 18 Vrijstelling terugbetalingen 1 artikel 33g, achtste lid artikel 59, zesde lid, van het ARAR artikel 62a, achtste lid artikel 94, zesde lid, van het ARSG artikel 45b, achtste lid artikel 67, zesde lid, van het RDBZ Het bevoegd gezag legt de aangewezen ambtenaar en de herplaatsingskandidaat niet de terugbetalingsverplichting op, bedoeld in, en,, en,, en. 2 Het eerste lid is niet van toepassing in geval van disciplinair ontslag of indien de betrokkene een passende functie heeft geweigerd. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 19 — Artikel 19 Aanvulling inkomen en afkoop#
Artikel 19 Aanvulling inkomen en afkoop 1 Aan een herplaatsingskandidaat die op zijn aanvraag wordt ontslagen wegens het aanvaarden van een dienstbetrekking op een lager inkomensniveau buiten de sector Rijk kent het bevoegd gezag op zijn aanvraag gedurende vijf jaar een aanvulling op het inkomen toe. 2 De berekeningsbasis voor de aanvulling is het verschil tussen enerzijds de som van het salaris, de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering en de toelagen en toeslagen en anderzijds het volledige inkomen uit de dienstbetrekking buiten de sector Rijk, met een maximum van 30% van de som van het oude salaris, de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering en de toelagen en toeslagen. Het inkomen uit de dienstbetrekking bij de sector Rijk wordt eenmalig vastgesteld. Indien de arbeidsduurfactor uit bedoelde dienstbetrekking een andere is dan die als ambtenaar, wordt de som van het salaris, de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering en de toelagen en toeslagen als ambtenaar omgerekend naar de arbeidsduurfactor in de dienstbetrekking buiten de sector Rijk. De aanvulling wordt jaarlijks vastgesteld en bedraagt het eerste jaar 100% het tweede jaar 80%, het derde jaar 60%, het vierde jaar 40% en het vijfde jaar 20% van de berekeningsbasis. De betrokkene legt hiertoe een inkomensverklaring over de voorgaande twaalf maanden over. 3 Geen recht op de in het eerste lid bedoelde aanvulling bestaat: a. artikel 20, eerste of derde lid indien bij vertrek een stimuleringspremie is toegekend als bedoeld in, of een premie als bedoeld in artikel 20, vierde lid, onder c; b. artikel 49p van het ARAR artikel 84p van het ARSG artikel 58o van het RDBZ indien gebruik wordt gemaakt van een salarissuppletie als bedoeld in,en. 4 Het bevoegd gezag kan de in het eerste lid bedoelde aanvulling toekennen aan aangewezen ambtenaren. 5 Onder door het bevoegd gezag te stellen voorwaarden wordt de in dit artikel bedoelde aanvulling op aanvraag van de ambtenaar afgekocht tegen 40% van de gekapitaliseerde waarde op het moment van afkoop. Het bevoegd gezag kan besluiten het in de vorige volzin bedoelde percentage te verhogen in bijzondere gevallen. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 20 — Artikel 20 Stimuleringspremie#
Artikel 20 Stimuleringspremie 1 Aan de herplaatsingskandidaat die binnen de herplaatsingstermijn op zijn aanvraag ontslag wordt verleend wordt een stimuleringspremie toegekend. 2 De stimuleringspremie, bedoeld in het eerste lid, is afhankelijk van het aantal jaren dat de ambtenaar in overheidsdienst is geweest op het moment dat het ontslag ingaat en het aantal maanden dat na de aanwijzing als herplaatsingskandidaat is verstreken, en bedraagt uitgedrukt in aantallen maandsalarissen: Aantal maanden, verstreken na de aanwijzing/ Aantal jaren in overheidsdienst Maand 1 t/m 6 Maand 7 t/m 9 Maand 10 t/m 12 Maand 13 t/m 15 Maand 16 t/m 18 Maand 19 t/m 30 Tot 5 jaar 6 5 5 4 4 3 5 t/m 9 jaar 9 7 6 5 4 3 10 jaar en hoger 12 10 9 7 5 3 3 Aan de aangewezen ambtenaar die op zijn aanvraag ontslag wordt verleend kan een stimuleringspremie ter grootte van ten hoogste twaalf maandsalarissen worden toegekend 4 Geen stimuleringspremie als bedoeld in het eerste en derde lid wordt toegekend indien: a. artikel 19, eerste of vierde lid artikel 22 de in, bedoelde aanvulling op het inkomen, de in artikel 19, derde lid onder b bedoelde salarissuppletie of de inbedoelde terugkeergarantie is toegekend; b. artikel 94a van het ARAR artikel 124a van het ARSG artikel 97 van het RDBZ het ontslag is verleend op grond van,of; c. artikel 49o van het ARAR artikel 84o van het ARSG artikel 58n van het RDBZ een premie op grond van,ofis toegekend. 5 Het bevoegd gezag kan in het belang van de dienst afwijken van het vierde lid, onderdeel b. 6 artikel 100a van het ARAR artikel 132a van het ARSG artikel 107 van het RDBZ De stimuleringspremie wordt op de in,respectievelijkgenoemde uitkering in mindering gebracht. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 21 — Artikel 21 Bijdrage pensioenopbouw#
Artikel 21 Bijdrage pensioenopbouw 1 Aan de herplaatsingskandidaat aan wie eervol ontslag op zijn aanvraag wordt verleend in verband met de aanvaarding van een functie bij een werkgever die niet is aangesloten bij de Stichting Pensioenfonds Abp, kan het bevoegd gezag op zijn verzoek een bijdrage toekennen voor aanvulling van het in de toekomst op te bouwen pensioen. 2 artikel 100a, tweede lid, van het ARAR artikel 132a van het ARSG artikel 107 van het RDBZ artikel 22, eerste lid De in het eerste lid bedoelde aanspraak wordt betaald aan een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij nadat de termijnen, genoemd in,respectievelijken, zijn verstreken. De aanspraak vervalt indien gebruik wordt gemaakt van de aanspraak op hernieuwde aanstelling op grond van artikel 22. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 22 — Artikel 22 Terugkeergarantie#
Artikel 22 Terugkeergarantie 1 Aan de herplaatsingskandidaat aan wie op zijn aanvraag eervol ontslag wordt verleend om buiten de sector Rijk een functie te aanvaarden, wordt op zijn aanvraag bij de ontslagverlening het recht op hernieuwde aanstelling toegekend overeenkomstig de aanstelling voor het ontslag met een salaris dat overeenkomt met het laatstelijk genoten salaris voor het ontslag. Het recht op hernieuwde aanstelling geldt tijdens de eerste zes maanden van uitoefening van de functie buiten de sector Rijk bij ontslag in die periode aantoonbaar buiten eigen schuld of toedoen. 2 Het in het eerste lid bedoelde recht kan worden toegekend aan aangewezen ambtenaren. 3 artikel 20, eerste of derde lid artikel 19 Het in het eerste en tweede lid bedoelde recht wordt niet toegekend indien een stimuleringspremie als bedoeld in, of een premie als bedoeld in artikel 20, vierde lid, onder c, is toegekend of wanneer een aanvulling op het inkomen als bedoeld inis afgekocht. 4 Indien gebruik wordt gemaakt van het in het eerste of tweede lid bedoelde recht, wordt aan de betrokkene de status van herplaatsingskandidaat verleend waarbij de eerdere periode waarin betrokkene herplaatsingskandidaat is geweest, in mindering wordt gebracht op de herplaatsingstermijn, met dien verstande dat de nieuwe herplaatsingstermijn ten minste drie maanden bedraagt. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 23 — Artikel 23 Verlof eigen bedrijf#
Artikel 23 Verlof eigen bedrijf 1 Aan de herplaatsingskandidaat aan wie op zijn aanvraag eervol ontslag is verleend voor het aanvangen van eigen bedrijfsactiviteiten, wordt op zijn verzoek onmiddellijk voorafgaand aan de ingangsdatum van zijn ontslag buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend gedurende drie maanden. 2 In plaats van het in het eerste lid bedoelde verlof kan op aanvraag van de ambtenaar een bedrag worden toegekend ter grootte van driemaal zijn maandelijkse bezoldiging op de dag voorafgaande aan zijn ontslag, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering daarover. 3 Voor de toepassing van dit artikel geldt als voorwaarde de indiening van een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel. 4 Het bevoegd gezag kan de voorziening, bedoeld in het eerste of tweede lid, toekennen aan een aangewezen ambtenaar. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 24 — Artikel 24 Extra mogelijkheid aanwijzing herplaatsingskandidaat#
Artikel 24 Extra mogelijkheid aanwijzing herplaatsingskandidaat artikel 96, tweede lid, van het ARAR artikel 126, tweede lid, van het ARSG artikel 99, tweede lid, van het RDBZ Indien binnen een jaar na plaatsing het bevoegd gezag van oordeel is dat een herplaatsingskandidaat is geplaatst in een functie die niet passend is, wijst het bevoegd gezag de betrokkene opnieuw aan als herplaatsingskandidaat waarbij de eerdere periode waarin betrokkene herplaatsingskandidaat is geweest, in mindering wordt gebracht op de herplaatsingstermijn. In dat geval is de redelijke termijn, bedoeld in,respectievelijk, gelijk aan de resterende herplaatsingstermijn met een minimum van drie maanden. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 25 — Artikel 25 Toepassing voorzieningen bij niet passendheid functie#
Artikel 25 Toepassing voorzieningen bij niet passendheid functie Indien binnen een jaar na plaatsing het bevoegd gezag van oordeel is dat een aangewezen ambtenaar is geplaatst in een functie die niet passend is, heeft de ambtenaar, vanaf de dag dat hem dit oordeel schriftelijk ter kennis is gebracht, gedurende een jaar het recht op toepassing van de voorzieningen die op grond van dit besluit gelden voor de aangewezen ambtenaar. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 26 — Artikel 26 Aanbieden faciliteiten in verband met mobiliteit#
Artikel 26 Aanbieden faciliteiten in verband met mobiliteit Het bevoegd gezag kan besluiten andere dan geldelijke faciliteiten aan te bieden in verband met mobiliteit. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 27 — Artikel 27 Verlenging herplaatsingstermijn#
Artikel 27 Verlenging herplaatsingstermijn 1 artikel 49g, eerste lid, van het ARAR artikel 84g, eerste lid, van het ARSG artikel 58f, eerste lid, van het RDBZ De termijn, genoemd in,en, wordt verlengd, indien: a. een herplaatsingskandidaat gedurende deze termijn op tijdelijke basis werkzaamheden verricht, dan wel b. aan het eind van de termijn nog geen passende functie is aangeboden aan de herplaatsingskandidaat. 2 De termijn wordt in het geval, bedoeld in het eerste lid, onder a, verlengd met de periode waarin de werkzaamheden op tijdelijke basis zijn verricht, waarbij het aantal gewerkte uren per week voor deze werkzaamheden in verhouding tot de arbeidsduur wordt meegewogen. De termijn wordt in het geval, genoemd in het eerste lid, onder b, verlengd met de periode die nodig is om alsnog een passende functie aan te bieden. 3 De totale verlenging van de termijn, in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste twaalf maanden. 4 Indien de betrokken ambtenaar voor 1 januari 2008 als herplaatsingskandidaat is aangewezen en het bevoegd gezag voor die datum heeft besloten tot verlenging van de herplaatsingstermijn, wordt de totale maximale verlenging, bedoeld in het derde lid, verminderd met de periode van de eerdere verlenging. 5 In afwijking van het eerste tot en met vierde lid kan de verlenging van de herplaatsingstermijn in bijzondere gevallen worden geweigerd indien de betrokken ambtenaar voor 1 januari 2008 als herplaatsingskandidaat is aangewezen. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 28 — Artikel 28 Remplacantenregeling#
Artikel 28 Remplacantenregeling De voorzieningen op grond van dit besluit ten behoeve van aangewezen ambtenaren en herplaatsingskandidaten kunnen tevens door het bevoegd gezag van toepassing worden verklaard op andere ambtenaren voor zover daarmee de plaatsing van een aangewezen ambtenaar of herplaatsing van een herplaatsingskandidaat wordt gerealiseerd. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 29 — Artikel 29 artikel 1 van het RDBZ Bijzondere bepalingen betreffende ambtenaren als bedoeld in#
Artikel 29 artikel 1 van het RDBZ Bijzondere bepalingen betreffende ambtenaren als bedoeld in 1 RDBZ In dit artikel wordt verstaan onder RDBZ-ambtenaar: de ambtenaar in de zin van hetmet een aanstelling in vaste dienst of een aanstelling in tijdelijke dienst voor een proeftijd. 2 artikel 7 De voorzieningen op grond van deze paragraaf ten behoeve van aangewezen ambtenaren zijn, met uitzondering van de inbedoelde voorziening, van overeenkomstige toepassing op de RDBZ-ambtenaar die geen aangewezen ambtenaar is. 3 artikel 9 De RDBZ-ambtenaar die is geplaatst in het buitenland kan aangeen recht ontlenen op plaatsing in een andere standplaats voordat de voor hem vastgestelde plaatsingsduur is afgelopen. 4 artikelen 19 21 23 artikel 27, vierde lid, van het RDBZ Voor de toepassing van de,enwordt met een herplaatsingskandidaat gelijkgesteld de RDBZ-ambtenaar die anders dan uitsluitend om in zijn persoon gelegen redenen krachtenster beschikking wordt gehouden. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 30 — Artikel 30 Hardheidsclausule#
Artikel 30 Hardheidsclausule Het bevoegd gezag kan van deze paragraaf afwijken voor zover toepassing zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor de ambtenaar. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 31 — Artikel 31 Algemeen Rijksambtenarenreglement Wijziging#
Artikel 31 Algemeen Rijksambtenarenreglement Wijziging Wijzigt het Algemeen Rijksambtenarenreglement. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 32 — Artikel 32 Ambtenarenreglement Staten-Generaal Wijziging#
Artikel 32 Ambtenarenreglement Staten-Generaal Wijziging Wijzigt het Ambtenarenreglement Staten-Generaal. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 33 — Artikel 33 Reglement Dienst Buitenlandse Zaken Wijziging#
Artikel 33 Reglement Dienst Buitenlandse Zaken Wijziging Wijzigt het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 34 — Artikel 34 Verplaatsingskostenbesluit 1989 Wijziging#
Artikel 34 Verplaatsingskostenbesluit 1989 Wijziging Wijzigt het Verplaatsingskostenbesluit 1989. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 35 — Artikel 35 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Wijziging#
Artikel 35 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Wijziging Wijzigt het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 36 — Artikel 36 Regeling bij samenloop#
Artikel 36 Regeling bij samenloop artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement artikel 139 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal artikel 142 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken Indien vóór 1 januari 2008 op grond van,ofin het overleg met de centrales van verenigingen van ambtenaren ten aanzien van een reorganisatie een voorziening is overeengekomen die voor een ambtenaar die is betrokken bij die reorganisatie, gunstiger is dan een soortgelijke voorziening in dit besluit, dan treedt eerstgenoemde voorziening op aanvraag van de ambtenaar in de plaats van die in dit besluit. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 37 — Artikel 37 Overgangsrecht 2009#
Artikel 37 Overgangsrecht 2009 Wijzigt dit besluit. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2009
Artikel 38 — Artikel 38 Overgangsrecht 2010#
Artikel 38 Overgangsrecht 2010 Wijzigt dit besluit. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2010
Artikel 39 — Artikel 39 Werkingsduur#
Artikel 39 Werkingsduur 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 januari 2008 en vervalt met ingang van 1 januari 2012. 2 artikel 37 In afwijking van het eerste lid werktterug tot en met 1 januari 2009. 3 artikel 38 In afwijking van het eerste lid werktterug tot en met 1 januari 2010. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008
Artikel 40 — Artikel 40 Citeertitel#
Artikel 40 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2008–2012. 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 2010 233 24-06-2010 10-06-2010 25-06-2010 01-01-2008