Besluit van 31 mei 2010, houdende regels inzake een financiële tegemoetkoming ter zake van uitgaven voor specifieke zorgkosten die in de inkomstenbelasting als gevolg van heffingskortingen niet of niet geheel zijn verzilverd alsmede wijziging van enige andere regelingen (Besluit tegemoetkoming specifieke zorgkosten)
- BWB-id
- BWBR0027859
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2018-07-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027859
- ELI
- /eli/nl/amvb/2010/besluit-tegemoetkoming-specifieke-zorgkosten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2010/besluit-tegemoetkoming-specifieke-zorgkosten/2018-07-28
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027859&g=2018-07-28
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027859&z=2026-06-06&g=2018-07-28
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027859/2018-07-28
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2010/besluit-tegemoetkoming-specifieke-zorgkosten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. belastingplichtige: artikel 2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 een belastingplichtige als bedoeld in; b. aanslag: artikel 11 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een aanslag als bedoeld in; c. uitgaven voor specifieke zorgkosten: afdeling 6.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 uitgaven voor specifieke zorgkosten als bedoeld in; d. gecombineerde inkomensheffing: artikel 8.1, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 het bedrag van de gecombineerde inkomensheffing, bedoeld in; e. gecombineerde heffingskorting: artikel 8.1, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 8.8 van die wet het bedrag van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in, dat in aanmerking zou zijn genomen indienbuiten toepassing zou zijn gebleven; f. persoonsgebonden aftrek: artikel 6.1, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 de persoongebonden aftrek, bedoeld in; g. partner: artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.17 van die wet een partner als bedoeld indie het gehele kalenderjaar als zodanig is aan te merken dan wel voor de toepassing vangeacht wordt het gehele kalenderjaar partner te zijn geweest; h. inspecteur: de functionaris van de rijksbelastingdienst die als zodanig bij regeling van Onze Minister van Financiën is aangewezen; i. ontvanger: de functionaris van de rijksbelastingdienst die als zodanig bij regeling van Onze Minister van Financiën is aangewezen; j. verzamelinkomen: artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001 het verzamelinkomen, bedoeld in; k. navorderingsaanslag: artikel 16 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een navorderingsaanslag als bedoeld in; l. ambtshalve vermindering: artikel 9.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 een ambtshalve vermindering als bedoeld invan een aanslag of navorderingsaanslag inkomstenbelasting. 2010 764 16-11-2010 02-11-2010 2010 764 16-11-2010 02-11-2010 17-11-2010 01-01-2010 Vindt voor het eerst
toepassing met betrekking tot belastingaanslagen inkomstenbelasting ter
zake van tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari
2010.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De belastingplichtige bij wie bij de vaststelling van de aanslag inkomstenbelasting over een kalenderjaar uitgaven voor specifieke zorgkosten in aanmerking zijn genomen, heeft aanspraak op een tegemoetkoming indien de gecombineerde inkomensheffing over dat kalenderjaar lager is dan de gecombineerde heffingskorting over dat kalenderjaar. 2 Voor de berekening van de tegemoetkoming wordt verstaan onder: a. factor A: de gecombineerde inkomensheffing over het kalenderjaar; b. factor B: de gecombineerde heffingskorting over het kalenderjaar; c. factor C: de gecombineerde inkomensheffing over het kalenderjaar, indien bij de berekening daarvan de uitgaven voor specifieke zorgkosten niet in aanmerking zouden zijn genomen, met dien verstande dat de overige onderdelen van de persoonsgebonden aftrek hierbij op een gelijk bedrag worden gesteld als in aanmerking genomen bij de factor A. 3 Indien factor C kleiner is dan factor B, is de tegemoetkoming gelijk aan het verschil tussen factor C en factor A. In andere gevallen is de tegemoetkoming gelijk aan het verschil tussen factor B en factor A. 4 Indien de belastingplichtige in het kalenderjaar een partner heeft, hebben de belastingplichtige en zijn partner in afwijking in zoverre van het eerste lid een gezamenlijke aanspraak op een tegemoetkoming die wordt berekend met toepassing van het vijfde lid. 5 De berekening van de tegemoetkoming, bedoeld in het vierde lid, vindt plaats overeenkomstig het tweede en derde lid, waarbij in afwijking in zoverre van het tweede lid het gezamenlijke bedrag van de gecombineerde inkomensheffing, het gezamenlijke bedrag van de gecombineerde heffingskorting en het gezamenlijke bedrag van de uitgaven voor specifieke zorgkosten van de belastingplichtige en zijn partner in aanmerking worden genomen. 6 Indien het eerste lid niet van toepassing is, ontstaat eveneens een aanspraak op een tegemoetkoming indien als gevolg van een navorderingsaanslag inkomstenbelasting of een ambtshalve vermindering over een kalenderjaar uitgaven voor specifieke zorgkosten in aanmerking zijn genomen en de gecombineerde inkomensheffing over dat kalenderjaar lager is dan de gecombineerde heffingskorting over dat kalenderjaar. Het tweede tot en met vijfde lid zijn daarbij van overeenkomstige toepassing. 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 07-07-2010 01-01-2009
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De tegemoetkoming wordt door de inspecteur vastgesteld bij beschikking. De beschikking wordt afgegeven aan degene bij wie uitgaven voor specifieke zorgkosten in aanmerking zijn genomen. Indien de tegemoetkoming niet meer bedraagt dan € 15, wordt geen tegemoetkoming vastgesteld. 2 Indien zowel bij de belastingplichtige als bij zijn partner uitgaven voor specifieke zorgkosten in aanmerking zijn genomen, wordt de beschikking in afwijking van het eerste lid, tweede volzin, afgegeven aan degene met het hoogste verzamelinkomen. Indien het verzamelinkomen van de belastingplichtige en het verzamelinkomen van zijn partner aan elkaar gelijk zijn, wordt de beschikking afgegeven aan degene met de hoogste leeftijd. 3 artikel 2, vierde lid artikel 9.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 De inspecteur stelt de tegemoetkoming vast binnen zes maanden na het tijdstip waarop de aanslag inkomstenbelasting van de belastingplichtige onherroepelijk is geworden. Bij een gezamenlijke aanspraak als bedoeld in, stelt de inspecteur de tegemoetkoming vast binnen zes maanden na het tijdstip waarop zowel de aanslag inkomstenbelasting van de belastingplichtige als de aanslag inkomstenbelasting van zijn partner onherroepelijk zijn geworden. Indien ingevolgegeen aanslag inkomstenbelasting over het kalenderjaar aan de partner wordt opgelegd, stelt de inspecteur de tegemoetkoming bij een gezamenlijke aanspraak vast binnen zes maanden na het tijdstip waarop de aanslag inkomstenbelasting van de belastingplichtige onherroepelijk is geworden. 4 Ingeval de aanspraak op de tegemoetkoming eerst ontstaat als gevolg van een navorderingsaanslag of een ambtshalve vermindering, stelt de inspecteur de tegemoetkoming vast binnen zes maanden na het tijdstip waarop de navorderingsaanslag van de belastingplichtige onherroepelijk is geworden, onderscheidenlijk binnen zes maanden na de dagtekening van de beschikking inzake ambtshalve vermindering. Het derde lid, tweede en derde volzin, zijn hierbij van overeenkomstige toepassing. 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 07-07-2010 01-01-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3 Indien als gevolg van een navorderingsaanslag inkomstenbelasting of een ambtshalve vermindering blijkt dat de beschikking, bedoeld in, ten onrechte of tot een onjuist bedrag is vastgesteld, stelt de inspecteur de tegemoetkoming, onder verrekening van de eerder vastgestelde tegemoetkoming, opnieuw bij beschikking vast binnen zes maanden na het tijdstip waarop de navorderingsaanslag onherroepelijk is geworden, onderscheidenlijk binnen zes maanden na de dagtekening van de beschikking inzake ambtshalve vermindering. Artikel 3, derde lid, tweede volzin, is hierbij van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 3 Indien uit anderen hoofde dan bedoeld in het eerste lid blijkt dat de beschikking, bedoeld in, ten onrechte of tot een onjuist bedrag is vastgesteld, stelt de inspecteur de tegemoetkoming opnieuw bij beschikking vast binnen een jaar na de dagtekening van de beschikking, bedoeld in artikel 3. De eerste volzin is niet van toepassing wanneer de inspecteur ten tijde van de vaststelling van de beschikking, bedoeld in artikel 3, bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn met de feiten die aanleiding geven tot het opnieuw vaststellen van de tegemoetkoming, tenzij blijkt dat de belastingplichtige of zijn partner ter zake van deze feiten te kwader trouw is. 3 artikel 3 Indien blijkt dat de beschikking, bedoeld in, ten onrechte achterwege is gebleven, stelt de inspecteur de beschikking alsnog vast binnen acht weken nadat hij met dit feit bekend is geworden. 4 Toepassing van het eerste, tweede en derde lid blijft achterwege indien: a. het bij toepassing van het eerste of tweede lid terug te vorderen bedrag niet meer zou bedragen dan € 50; b. het bij toepassing van het eerste, tweede of derde lid uit te betalen bedrag niet meer zou bedragen dan € 15. 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 07-07-2010 01-01-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De ontvanger is belast met de uitbetaling van een door de inspecteur vastgestelde tegemoetkoming en is belast met de invordering van een door de inspecteur vastgesteld bedrag aan terugvordering van tegemoetkoming. 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 07-07-2010 01-01-2009
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 3 Indien een belastingplichtige bij wie over een kalenderjaar uitgaven voor specifieke zorgkosten in aanmerking zijn genomen zeven maanden na het tijdstip waarop de aanslag inkomstenbelasting over dat jaar onherroepelijk is geworden geen beschikking tegemoetkoming specifieke zorgkosten over dat jaar heeft ontvangen, en hij van mening is dat hij daar wel recht op heeft, kan hij binnen een jaar na het verstrijken van de genoemde termijn van zeven maanden een verzoek om toekenning van een tegemoetkoming indienen bij de inspecteur. Binnen acht weken na de ontvangst van het verzoek stelt de inspecteur met toepassing vaneen tegemoetkoming vast of wijst hij het verzoek bij beschikking af. 2 artikel 9.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt bij een gezamenlijke aanspraak een termijn van zeven maanden na het tijdstip waarop zowel de aanslag inkomstenbelasting van de belastingplichtige als de aanslag inkomstenbelasting van zijn partner onherroepelijk zijn geworden. Indien ingevolgegeen aanslag inkomstenbelasting over het kalenderjaar aan de partner wordt opgelegd, geldt bij een gezamenlijke aanspraak een termijn van zeven maanden na het tijdstip waarop de aanslag van de belastingplichtige onherroepelijk is geworden. 3 Ingeval de aanspraak op de tegemoetkoming eerst ontstaat als gevolg van een navorderingsaanslag of een ambtshalve vermindering, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn voor het indienen van het verzoek om toekenning van een tegemoetkoming in dat geval aanvangt zeven maanden na het tijdstip waarop de navorderingsaanslag inkomstenbelasting over dat jaar onherroepelijk is geworden onderscheidenlijk zeven maanden na de dagtekening van de beschikking inzake de ambtshalve vermindering. 4 artikel 4 Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het niet toepassen van. 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 07-07-2010 01-01-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De tegemoetkomingen komen ten laste van de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 07-07-2010 01-01-2009
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Wijzigt het Besluit gebruik sofi-nummer Wbp. 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 07-07-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Wijzigt het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001. 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 07-07-2010 01-01-2009
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Wijzigt het Bijdragebesluit zorg. 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 07-07-2010 01-01-2009
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Wijzigt het Besluit op de huurtoeslag. 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 07-07-2010 01-01-2009
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 8 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt met uitzondering vanterug tot en met 1 januari 2009. 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 07-07-2010 01-01-2009
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a artikel 46, tweede lid, van de Uitvoeringswet Algemene Verordening gegevensbescherming Dit besluit berust mede op. 2018 249 27-07-2018 11-07-2018 2018 250 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tegemoetkoming specifieke zorgkosten. 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 2010 261 06-07-2010 31-05-2010 07-07-2010 01-01-2009