Besluit van 13 juli 2010, houdende regels ter uitvoering van de Crisis- en herstelwet, eerste tranche (Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet)
- BWB-id
- BWBR0027929
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- 2022-09-16 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027929
- ELI
- /eli/nl/amvb/2010/besluit-uitvoering-crisis-en-herstelwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2010/besluit-uitvoering-crisis-en-herstelwet/2022-09-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027929&g=2022-09-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027929&z=2026-06-06&g=2022-09-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027929/2022-09-16
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2010/besluit-uitvoering-crisis-en-herstelwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: bestemmingsplan met verbrede reikwijdte: artikel 7c 7g bestemmingsplan als bedoeld inof; bijlage: bij dit besluit behorende bijlage; eco iglo: 2 gebouw bestaande uit een drijfelement van ten hoogste 400 mwaarop een staal-glas of koolstof-glas constructie in de vorm van een halve bol is geplaatst, waarbij in de binnen het bouwwerk benodigde energie wordt voorzien door middel van aardwarmte, zonnecellen of miniwindturbines en in het binnen het bouwwerk benodigde water wordt voorzien door middel van een hemelwateropvanginstallatie, gecombineerd met nanofiltratie ten behoeve van de water- of drinkwatervoorziening; miniwindturbine: 2 windturbine met een rotordiameter van ten hoogste 5 meter en een rotoroppervlak van ten hoogste 20 m, met een horizontale of verticale rotoras, ten behoeve van levering van elektriciteit achter de meter of aan een accu ten behoeve van eigen gebruik, welke windturbine gecertificeerd is volgens IEC 61400-12 (2006), dan wel gecertificeerd is volgens de standaarden van de American Wind Energy Association of de British Wind Energy Association of het Kleinwind keur heeft op basis van de Nederlandse beoordelingsrichtlijn Kleine Windturbines, en met een tiphoogte van niet meer dan tien meter, gemeten vanaf de nokhoogte van het gebouw waaraan die miniwindturbine elektriciteit levert; Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; wet: Crisis- en herstelwet ; zuigercompressor-windturbinecombinatie: 2 windturbine met een rotordiameter van ten hoogste vijf meter en een rotoroppervlak van ten hoogste 20 m, met een horizontale of verticale rotoras met een hoogte van niet meer dan 25 meter, gemeten vanaf de voet van de windturbine tot de tip van de rotor, waarbij het mechanisch vermogen van de rotor direct wordt gebruikt voor de aandrijving van een zuigercompressor of een ozongenerator en die klimaatbeheersing en ammoniakreductie in melkrundveehouderijen als functie heeft, of ten doel heeft water of drinkwater te winnen uit de lucht. 2021 600 09-12-2021 01-12-2021 2021 600 09-12-2021 01-12-2021 10-12-2021
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 2.2, eerste lid, van de wet Als ontwikkelingsgebied als bedoeld inworden voor de duur van tien jaar aangewezen: a. bijlage 1 Stadshavens Rotterdam, omvattende het Waal-Eemhavengebied, de Rijn- en Maashaven, het Merwehaven-Vierhavensgebied en het RDM-terrein (Heijplaat) zoals aangegeven op de kaart in; b. bijlage 2 Spoorzone Deventer zoals aangegeven op de kaart in; c. bijlage 3 Spoorzone Zwolle zoals aangegeven op de kaart in; d. bijlage 4 Zaanstad Midden, omvattende de stadsdelen Wormerveer-Zuid, Oud Zaandijk, Oud Koog, ’t Kalf, Zaandam West, Kogerveld en Rosmolenwijk zoals aangegeven op de kaart in; e. bijlage 8 Almere Centrum Weerwater zoals aangegeven op de kaart in; f. bijlage 9 Amsterdam Buiksloterham zoals aangegeven op de kaart in; g. bijlage 10 Doetinchem Hamburgerbroek zoals aangegeven op de kaart in; h. bijlage 11 Maasdonk Nuland-Oost zoals aangegeven op de kaart in; i. bijlage 12 Vliegbasis Soest en Zeist en Soesterberg-Noord zoals aangegeven op de kaart in; j. bijlage 16 Amersfoort Kop van Isselt zoals aangegeven op de kaart in; k. bijlage 17 Apeldoorn Kanaalzone zoals aangegeven op de kaart in; l. bijlage 18 Stichtse Vecht Gebiedsontwikkeling Vreeland Oost zoals aangegeven op de kaart in; m. bijlage 19 Veghel Gebiedsontwikkeling Heilig Hartplein en Noordkade zoals aangegeven op de kaart in; n. bijlage 20 Deelgebied de Eilanden van Waterfront Harderwijk zoals aangegeven op de kaart in; o. bijlage 21 Centrumplan Eerbeek Brummen zoals aangegeven op de kaart in; p. bijlage 13 Spoorzone Tilburg zoals aangegeven op de kaart in; q. bijlage 22 Oostelijk Centrumgebied Arnhem zoals aangegeven op de kaart in; r. bijlage 24 Havengebied Rotterdam inclusief de Tweede Maasvlakte zoals aangegeven op de kaart in; s. bijlage 25 Dijklaan Bergambacht zoals aangegeven op de kaart in; t. bijlage 26 Blokhoeve Nieuwegein zoals aangegeven op de kaart in; u. bijlage 27 Haarlemmermeer Masterplan Badhoevedorp-Centrum zoals aangegeven op de kaart in; v. A en B bijlage 36 Haven- en industriegebied Oosterhorn Delfzijl en Haven- en industriegebied Eemshaven Eemsmond, zoals aangegeven op de kaarten in; w. bijlage 49 Transformatiegebied Noordelijke Stadsentree Meppel, zoals aangegeven op de kaart in; x. bijlage 53 Zuidas Flanken Amsterdam, zoals aangegeven op de kaart in; y. bijlage 54 Havengebied Moerdijk, zoals aangegeven op de kaart in; z. bijlage 55 Rijnhaven-Costerweg Wageningen, zoals aangegeven op de kaart in; aa. bijlage 56 Kanaalzone Terneuzen, zoals aangegeven op de kaart in; bb. bijlage 57 Sloegebied Borsele-Vlissingen, zoals aangegeven op de kaart in; cc. bijlage 58 Havenstraatterrein Amsterdam, zoals aangegeven op de kaart in; dd. bijlage 77 Havenkom Nijkerk, zoals aangegeven op de kaart in; ee. bijlage 78 Het Kwadrant Stichtse Vecht, zoals aangegeven op de kaart in; ff. bijlage 93 Haven-Stad, gemeente Amsterdam, zoals aangegeven op de kaart in; gg. bijlage 94 Dorp Wijk aan Zee, gemeente Beverwijk, zoals aangegeven op de kaart in; hh. bijlage 95 Transformatie ENCI-terrein, gemeente Maastricht, zoals aangegeven op de kaart in; ii. bijlage 96 Schokkerhoek en bedrijventerrein, gemeente Urk, zoals aangegeven op de kaart in; jj. bijlage 111 Luchthaven Twente, gemeente Enschede, zoals aangegeven op de kaart in; kk. bijlage 128 Schieoevers Noord, gemeente Delft, zoals aangegeven op de kaart in; ll. bijlage 129 Broekgraaf, gemeente Leerdam, zoals aangegeven op de kaart in; mm. bijlage 167 Rooseveltstraat, gemeente Leiden, zoals aangegeven op de kaart in. 2 artikel 2.3, negende lid, van de wet Als categorieën van gevallen als bedoeld inworden aangegeven alle gevallen waarin een ander bestuursorgaan dan burgemeester en wethouders bevoegd zou zijn te beslissen als bedoeld in artikel 2.3, negende lid, van de wet. 3 Een ander bestuursorgaan als bedoeld in het tweede lid kan categorieën van gevallen aangeven waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist. 2019 121 22-03-2019 08-03-2019 2019 121 22-03-2019 08-03-2019 23-03-2019
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 2.3, zevende lid, van de wet De bepalingen, bedoeld in, zijn: a. artikel 2.14, eerste lid, aanhef en onder c, onder 2°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet geluidhinder , voor zover het de geldende grenswaarden betreft die voortvloeien uit de in dat onderdeel genoemde artikelen van de; b. Wet bodembescherming onderstaande bepalingen van devoor zover de afwijking van die bepalingen geen gevaar voor de gezondheid van mens of dier oplevert: 1°. artikel 1 , 2°. artikelen 13 27 deenvoor zover de bodem is of wordt verontreinigd of aangetast door één of meerdere bemalingen die ten behoeve van bouw-, sloop- of onderzoekswerkzaamheden worden uitgevoerd of die het gevolg zijn van de onttrekking of infiltratie van grondwater door één of meerdere warmte koude opslagsystemen, en 3°. artikelen 28 29 37 38 39, tweede lid 39b 40 42 de,,,,,,, en; c. hoofdstukken V VI van de Wet geluidhinder deenvoor zover de betrokken bepalingen een ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting inhouden; d. artikelen 4.9 tot en met 4.16 van het Besluit geluidhinder devoor zover die bepalingen een ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting inhouden, en e. artikel 20.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer ten aanzien van besluiten met betrekking tot de bodem. 2 Artikel 2.19 van het Activiteitenbesluit milieubeheer is op het bestemmingsplan van overeenkomstige toepassing. 2017 275 26-06-2017 13-06-2017 2017 275 26-06-2017 13-06-2017 27-06-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Dit artikel is van toepassing op door burgemeester en wethouders aangewezen bedrijventerreinen binnen het grondgebied van de gemeenten: a. Amersfoort; b. Houten; c. Leusden; d. Nieuwegein; e. Nijmegen; f. Utrecht, en g. Woerden. 2 De aanwijzing van de bedrijventerreinen vindt plaats uiterlijk op 25 oktober 2012. 3 artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.6, tweede lid, van de wet Het verbod, gesteld ingeldt tot 25 oktober 2022 niet voor het bouwen van een miniwindturbine. Bij het bouwen van een miniwindturbine wordt het bepaalde krachtensin acht genomen. 4 artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer paragraaf 3.2.3 van het Activiteitenbesluit milieubeheer Behoudens in gevallen waarin sprake is van een inrichting type B als bedoeld in, kan tot 25 oktober 2022 worden afgeweken vanvoor het in werking hebben van een miniwindturbine op de inrichting of op het terrein behorende bij de inrichting. 5 den De geluidbelasting door miniwindturbines op de dichtstbijzijnde gevel van een geluidgevoelige bestemming is niet groter dan 47 db L, te bepalen overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels. 2017 275 26-06-2017 13-06-2017 2017 275 26-06-2017 13-06-2017 27-06-2017
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikelen 2.129 2.130 3.22 3.23 3.41, eerste lid 6.11, eerste lid 6.13 6.14 5.2, eerste en tweede lid, van het Bouwbesluit 2012 Ten behoeve van het bouwen van een eco iglo in de gemeente Leeuwarden kan tot 17 juli 2020 worden afgeweken van de,,,,,,,en. 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 05-07-2016
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 Dit artikel is van toepassing op: a. bijlage 50 het project Ecodorp in de gemeente Boekel, zoals aangegeven op de kaart in, tot 18 maart 2025; b. bijlage 97 het project Ecodorp in de gemeente Vlagtwedde, zoals aangegeven op de kaart in, tot 28 oktober 2026. 2 artikelen 2.33, eerste lid 3.74 3.75, eerste, tweede en derde lid 4.3 4.22, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 Bij het bouwen van woningen kan worden afgeweken van de,,,en. 3 artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Het verbod, gesteld ingeldt niet voor het bouwen van een miniwindturbine. 4 artikel 2.6.9, derde lid, van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Bij het bouwen van een miniwindturbine wordt het bepaalde krachtensin acht genomen. 2017 275 26-06-2017 13-06-2017 2017 275 26-06-2017 13-06-2017 27-06-2017
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Dit artikel is van toepassing binnen het grondgebied van de gemeente Leeuwarden. 2 artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Het verbod, gesteld ingeldt tot 17 juli 2020 niet voor het bouwen van een zuigercompressor-windturbinecombinatie met ten hoogste 400 kg ammoniak als koudemiddel: a. artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer op of in directe nabijheid van een inrichting die tot een krachtensaangewezen categorie behoort en die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor het houden van melkrundvee, of b. met als doel (drink)water te winnen uit de lucht. 3 artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer paragraaf 3.2.3 van het Activiteitenbesluit milieubeheer Behoudens in gevallen waarin sprake is van een inrichting type B als bedoeld in, blijfttot 17 juli 2020 buiten toepassing voor het in werking hebben van een zuigercompressor-windturbinecombinatie op de inrichting of in de directe nabijheid daarvan. 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 05-07-2016
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a, van die wet In het plangebied Spoorzone in de gemeente Eindhoven en het project Dijckerwaal in de gemeente Westland is op de aanvraag om een omgevingsvergunning waarbij ten behoeve van het bevorderen van duurzame en innovatieve toepassingen voor een activiteit voor een bepaalde termijn toepassing wordt gegeven aan,niet van toepassing. 2 artikel 6.19 van het Besluit omgevingsrecht artikel 3.9, derde lid, tweede volzin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In aanvulling opwordt als categorie van gevallen als bedoeld inaangewezen de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in het eerste lid. 3 Omgevingswet Dit artikel is van toepassing op aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van de. 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 16-09-2022
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Ten behoeve van: kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van gebiedsgericht bodembeheer of grondwaterbeheer vóór 6 maart 2018 voor de duur van ten hoogste vijftien jaar besluiten tot afwijking van de artikelen: Artikel 20.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer voor zover die afwijking geen gevaar voor de gezondheid van mens of dier oplevert.is niet van toepassing op de besluiten met betrekking tot de bodem ten aanzien van deze gebieden. a. bijlage 7 Stationsgebied Utrecht zoals aangegeven op de kaart in, b. bijlage 23 Gebiedsgericht grondwaterbeheer Tilburg zoals aangegeven op de kaart in, c. bijlage 14 het plangebied Spoorzone in de gemeente Eindhoven zoals aangegeven op de kaart in, d. bijlage 15 de uitvoering van de «Visie op de ondergrond» van de gemeente Zwolle zoals aangegeven op de kaart in, 1°. 1 van de Wet bodembescherming , 2°. 13 27 van de Wet bodembescherming envoor zover de bodem is of wordt verontreinigd of aangetast door één of meerdere bemalingen die ten behoeve van bouw-, sloop- of onderzoekswerkzaamheden worden uitgevoerd of die het gevolg zijn van de onttrekking of infiltratie van grondwater door één of meerdere warmte koude opslagsystemen, 3°. 28 29 37 38 39, tweede lid 39b 40 42 88 van de Wet bodembescherming ,,,,,,,en, 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 05-07-2016 13-04-2011
Artikel 6b — Artikel 6b#
Artikel 6b 1 artikel 5.2 van het Bouwbesluit 2012 Voor woningen die vóór 1 januari 2021 worden gebouwd in het project De Mars in Zutphen geldt, in afwijking van tabel 5.1 bij, als grenswaarde voor de energieprestatiecoëfficiënt, 75 procent van de op grond van die tabel geldende grenswaarde. 2 Ten behoeve van artikel 5.2 van het Bouwbesluit 2012 geldt dat voor woningen die vóór 1 januari 2021 worden gebouwd, in afwijking van tabel 5.1 bij, als grenswaarde voor de energieprestatiecoëfficiënt 0,2 geldt. a. bijlage 92 Giel Peetershof in Peel en Maas, zoals aangegeven op de kaart in, b. bijlage 41 Binckhorst in Den Haag, zoals aangegeven op de kaart in, 2019 53 15-02-2019 25-01-2019 2019 53 15-02-2019 25-01-2019 16-02-2019
Artikel 6c — Artikel 6c#
Artikel 6c 1 Dit artikel is tot 25 juli 2027 van toepassing op de bouw van gebouwen in het nieuwbouwproject Nieuwveense landen in de gemeente Meppel. 2 artikel 5.3, tweede en derde lid, van het Bouwbesluit 2012 2 In afwijking vangeldt voor een constructie als bedoeld in die leden een weerstand van ten minste 4,5 m• K/W, voor zover die waarde hoger is dan de waarde bedoeld in die leden. 3 artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning, bedoeld inkan de aanvrager verplichten om een ventilatieprestatiekeuring over te leggen. De ventilatieprestatiekeuring wordt opgesteld overeenkomstig BRL8010. 4 artikel 5.3, zesde lid, van het Bouwbesluit 2012 2 In afwijking vangeldt voor ramen, deuren, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen als bedoeld in dat lid een warmtecoëfficiënt van ten hoogste 2,0 W/m• K, voor zover die waarde lager is dan de waarde genoemd in dat lid. Voor vensterglas geldt een U-waarde van ten hoogste 0,9. 5 Artikel 5.6 van het Bouwbesluit 2012 artikel 5.2 wordt als volgt gelezen: «Bij het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de voorschriften vanniet van toepassing.» 2016 381 27-10-2016 12-10-2016 2016 381 27-10-2016 12-10-2016 28-10-2016
Artikel 6d — Artikel 6d#
Artikel 6d artikelen 5.2 6.10, eerste lid 6.11 tot en met 6.14 6.16 van het Bouwbesluit 2012 De,,engelden: a. tot 25 juli 2017 niet voor de bouw van een drijvende autarkische recreatiebungalow naast de camping «De Kleine Wielen», De Groene Ster 14 te Leeuwarden; b. tot 18 maart 2025 niet voor de bouw van een drijvende autarkische trekkershut of een drijvend autarkisch theehuis op door de raad van de gemeente Zwolle aan te wijzen locaties. 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 05-07-2016
Artikel 6e — Artikel 6e#
Artikel 6e artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening artikelen 2.129 2.130 3.20 3.21 3.23 3.28 3.29 3.30 3.31 3.32 3.33 3.34 3.41 3.42 3.43 3.62 3.63 3.68 3.69 3.70 3.74 3.75 4.8 4.9 4.10 4.11 4.17 4.18 4.19 4.21 4.22 4.23 4.24 4.25 4.26 4.27 4.28 4.37 4.38 4.39 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11 6.12 6.13 6.14 6.15 6.16 6.17 6.18 van het Bouwbesluit 2012 In de gemeenten Almere, Castricum en Den Haag zijn tot 25 oktober 2017 voor te bouwen grondgebonden woonfuncties in particulier opdrachtgeverschap als bedoeld inde,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,enniet van toepassing. 2013 77 05-03-2013 05-02-2013 2013 77 05-03-2013 05-02-2013 06-03-2013
Artikel 6f — Artikel 6f#
Artikel 6f 1 Dit artikel is tot 15 oktober 2022 van toepassing op de op het Bedrijventerrein Newtonpark IV in de gemeente Leeuwarden gelegen experimenteerinrichting, gesitueerd op het perceel met de kavelaanduidingen 11, 12 en 13 binnen de percelen, kadastraal bekend: Leeuwarden HzmE 2008, Leeuwarden HzmE 1714 en Leeuwarden HzmE 1692. 2 artikel 1.1, vierde lid, tweede volzin, van de Wet milieubeheer artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht De experimenteerinrichting wordt in afwijking vanaangemerkt als een inrichting als bedoeld in. 3 artikelen 2.4, tweede lid 2.14, eerste lid, onderdeel c, onder 1°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht De, enzijn niet van toepassing. 4 artikel 2.8 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Het bepaalde krachtensis niet van toepassing voor zover dat een omschrijving van de activiteiten of mogelijke maatregelen vereist. 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 05-07-2016
Artikel 6g — Artikel 6g#
Artikel 6g 1 Omgevingswet Dit artikel is tot de inwerkingtreding van devan toepassing op de gemeenten Almere, Delft, Eindhoven, Haarlem, Haarlemmermeer, Hoogeveen, Hulst, Schijndel en Zoetermeer. 2 Artikel 2.10, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, onder a, van die wet is niet van toepassing, indien een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld inbetrekking heeft op: a. artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht een op de grond staand bijbehorend bouwwerk als bedoeld in, mits niet hoger dan 5 meter; b. een dakkapel; c. een dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke daglichtvoorziening in een dak; d. een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking; e. een kozijn, kozijninvulling of gevelpaneel; f. een zonwering, rolhek, luik of rolluik aan of in een gebouw; g. tuinmeubilair; h. een sport- of speeltoestel voor uitsluitend particulier gebruik, mits uitsluitend functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; i. een erf- of perceelafscheiding; j. een vlaggenmast. 3 artikel 2.2 van de Regeling omgevingsrecht Op een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid isniet van toepassing. 4 artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In de gemeente Haarlemmermeer geldt het verbod, gesteld in, niet voor aanvragen om een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder a tot en met j. 5 Het vierde lid is niet van toepassing op het bouwen van een bouwwerk in, aan, op of bij: a. artikel 1.1 van de Erfgoedwet een rijksmonument als bedoeld in; b. artikel 9.1, eerste lid, onder b, van de Erfgoedwet een monument of archeologisch monument waaropvan toepassing is; c. een krachtens een provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen monument dan wel een monument waarop, voordat het is aangewezen, een zodanige verordening van overeenkomstige toepassing is; of d. artikel 35 van de Monumentenwet 1988 beschermde stads- en dorpsgezichten als bedoeld in. 2021 345 16-07-2021 08-07-2021 2021 345 16-07-2021 08-07-2021 17-07-2021
Artikel 6h — Artikel 6h#
Artikel 6h artikel 3.5, eerste volzin, van de Wet ruimtelijke ordening In afwijking vankunnen binnen de provincie Flevoland vóór 15 mei 2019 bij een bestemmingsplan gebieden worden aangewezen waarbinnen de daar aanwezige windturbines, die economisch of technisch zijn afgeschreven, dienen te worden gemoderniseerd of vervangen door windturbines met meer bouwmassa. 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 05-07-2016 15-05-2014
Artikel 6i — Artikel 6i#
Artikel 6i 1 Artikel 2.10, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is niet van toepassing, indien de aanvraag betrekking heeft op een nieuw te bouwen grondgebonden woning waarvoor een waarborgcertificaat op basis van het keurmerk van de Stichting Garantiewoning is verstrekt. 2 Dit artikel is tot 20 september 2019 van toepassing op de gemeenten Delft, Den Haag, Eindhoven, Rotterdam en Sint Anthonis. 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 05-07-2016 20-09-2014
Artikel 6j — Artikel 6j#
Artikel 6j 1 artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.10, eerste lid, onder b, c of d, van die wet artikel 1 van de Wet op de architectentitel Het verbod uitgeldt, voor zover het gaat om de gronden, bedoeld in, tot 1 september 2025 niet voor een bouwactiviteit als bedoeld in het derde lid die wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een architect of een dienstverrichter als bedoeld in. 2 artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Omgevingswet artikel 1 van de Wet op de architectentitel In afwijking van het eerste lid geldt het verbod uittot de inwerkingtreding van deniet voor een bouwactiviteit als bedoeld in het derde lid die wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een architect of een dienstverrichter als bedoeld indie voldoet aan de in het vierde lid genoemde eisen. 3 De bouwactiviteit bestaat uit de realisatie van: a. een of twee eengezinswoningen; b. artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht een op de grond staand bijbehorend bouwwerk als bedoeld in, mits niet hoger dan tien meter; c. een dakopbouw waarbij geen extra woningen worden gerealiseerd; d. een dakterras; e. een dakkapel, of f. de splitsing of samenvoeging van woningen, mits geen verandering van de bouwconstructie plaatsvindt. 4 artikel 1 van de Wet op de architectentitel Eisen als bedoeld in het tweede lid houden in dat de architect of de dienstverrichter als bedoeld involdoet aan de door de raad gestelde eisen met betrekking tot: a. de benodigde beroepservaring, vakkennis, vaardigheden en inzicht op het gebied van toetsing van en toezicht houden op de uitvoering van de bouwregelgeving, en b. de wijze waarop de toetsing en het toezicht op de bouwactiviteiten plaatsvindt. 5 artikel 1 van de Wet op de architectentitel Onder het in het eerste en tweede lid bedoelde uitvoeren van een bouwactiviteit onder verantwoordelijkheid van een architect of dienstverrichter zoals bedoeld inworden tenminste de volgende verplichtingen voor die architect of dienstverrichter begrepen: a. indien het tweede lid van toepassing is, heeft de architect vanaf de opdrachtverlening tot en met de oplevering van het bouwwerk opdracht voor het ontwerp en het toezicht op het bouwwerk en draagt er zorg voor dat de werkzaamheden in het kader van kwaliteitsborging zo worden uitgevoerd zodat het gerechtvaardigd vertrouwen ontstaat dat het eindresultaat van de bouwwerkzaamheden voldoet aan de daarvoor geldende regelgeving; b. de architect meldt binnen drie weken voor de start van de uitvoering van de bouwactiviteit aan burgemeester en wethouders dat voor die activiteit toepassing wordt gegeven aan dit artikel en aan de daarvoor door de raad gestelde eisen; c. binnen drie weken na de oplevering van de bouwactiviteiten door de bouwer overlegt de architect een opleverdossier aan burgemeester en wethouders dat voldoet aan de daaraan door de raad gestelde eisen. 6 Dit artikel is van toepassing op de door burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam aangewezen locaties. 2021 600 09-12-2021 01-12-2021 2021 600 09-12-2021 01-12-2021 10-12-2021
Artikel 6k — Artikel 6k#
Artikel 6k artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 1 van de Woningwet 3 Het inbedoelde verbod geldt in de gemeente Peel en Maas tot 24 september 2021 niet voor een bouwactiviteit bestaande uit de realisatie van een bouwwerk voor de ondergrondse opslag van uit energiewinning verkregen ijs bij woningen, met een maximale inhoud van 30 m, mits dit bouwwerk niet onder een gebouw als bedoeld inwordt aangelegd. 2016 381 27-10-2016 12-10-2016 2016 381 27-10-2016 12-10-2016 28-10-2016
Artikel 6l — Artikel 6l#
Artikel 6l 1 Artikel 6.10 van het Bouwbesluit 2012 bijlage 92 is tot 24 september 2021 niet van toepassing op nieuw te bouwen woningen in Giel Peetershof in Peel en Maas, zoals aangegeven op de kaart in. 2 Artikel 6.10, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012 bijlage 93 is vanaf het moment van inwerkingtreding van dit besluit (Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet vijftiende tranche) voor de duur van vijf jaar niet van toepassing op nieuwe woningen in Haven-Stad in Amsterdam, zoals aangegeven op de kaart in. 2017 275 26-06-2017 13-06-2017 2017 275 26-06-2017 13-06-2017 27-06-2017
Artikel 6m — Artikel 6m#
Artikel 6m bijlage 89 Voor het project The Green Village in de gemeente Delft, zoals aangegeven op de kaart in, geldt tot 24 september 2026 dat: a. Bouwbesluit 2012 hoofdstukken 1 2 afdelingen 6.5 tot en met 6.8 kan worden afgeweken van het, met uitzondering van deenen de; b. artikelen 2.4, tweede lid 2.14, eerste lid, onderdeel c, onder 1°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de, enniet van toepassing zijn; c. artikel 2.8 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 4.1 van de Regeling omgevingsrecht het bepaalde krachtensjunctoniet van toepassing is voor zover die artikelen een omschrijving van de activiteiten of mogelijke maatregelen vereisen; d. artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht het verbod uitvoor een bouwactiviteit niet geldt. 2017 275 26-06-2017 13-06-2017 2017 275 26-06-2017 13-06-2017 27-06-2017
Artikel 6n — Artikel 6n#
Artikel 6n bijlage 98 Voor het project Binnenstad in de gemeente Hulst, zoals aangegeven op de kaart in, geldt tot 28 oktober 2021 dat: a. artikelen 3.74 3.75, eerste, tweede en derde lid van het Bouwbesluit 2012 deenzijn niet van toepassing op een bouwactiviteit voor woningen; b. artikel 4.31, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012 in afwijking vangeldt geen maximum voor de in dat artikel bedoelde gebruiksoppervlakte; c. afdeling 4.6 van het Bouwbesluit 2012 is niet van toepassing. 2017 275 26-06-2017 13-06-2017 2017 275 26-06-2017 13-06-2017 27-06-2017
Artikel 6o — Artikel 6o#
Artikel 6o 1 bijlage 130 Dit artikel is tot 29 november 2023 van toepassing op de gronden van het attractiepark De Efteling in Loon op Zand, zoals aangegeven op de kaart in. 2 bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In aanvulling op artikel 3 vanis een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld inniet vereist, indien deze activiteit betrekking heeft op een project dat geheel bestaat uit het bouwen van een bouwwerk of wijziging of uitbreiding daarvan, en aan de volgende voorwaarden voldoet: a. het bouwwerk is niet hoger dan 5 meter; b. het bouwwerk ligt of komt te liggen op een afstand van meer dan 10 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied; c. 2 2 bijlage 131 de oppervlakte van het bouwwerk bedraagt niet meer dan 150 m, met uitzondering van overkappingen die onlosmakelijk verbonden zijn met attracties, gelegen binnen het gebied het Sprookjesbos, zoals aangegeven op de kaart in, waarvoor een maximale oppervlakte van 50 mper overkapping geldt; d. het bouwwerk is incidenteel toegankelijk voor onderhoud; e. het bouwwerk is niet toegankelijk voor het publiek, met uitzondering van de ruimte onder overkappingen, zoals bedoeld onder c. 3 2 De in onderdeel c van het tweede lid genoemde maximale oppervlakte van 150 mvoor bouwwerken, niet zijnde overkappingen mag alleen worden overschreden indien dit niet in strijd is met het op die gronden geldende bestemmingsplan. 4 bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, onder a of c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In aanvulling op artikel 2 vanis een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld inniet vereist, indien deze activiteiten betrekking hebben op een bouwwerk ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening, voor zover het betreft: a. een bouwwerk ten behoeve van een nutsvoorziening of het telecommunicatieverkeer, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: 1° niet hoger dan 3 meter, en 2° 2 de oppervlakte niet meer dan 15 m, b. straatmeubilair. 2019 53 15-02-2019 25-01-2019 2019 53 15-02-2019 25-01-2019 16-02-2019
Artikel 6p — Artikel 6p#
Artikel 6p 1 Dit artikel is van toepassing op de volgende gemeenten of gebieden: a. bijlage 168 Bloemendaal, Blekersveld, zoals aangegeven op de kaart in; b. Enschede; c. bijlage 80 Giessenlanden, Bedrijventerrein Betonson, zoals aangegeven op de kaart in; d. bijlage 169 Gooise Meren, Laren en Hilversum, Crailo, zoals aangegeven op de kaart in; e. Harderwijk; f. Leusden; g. Zaanstad; h. bijlage 165 Zuidhorn, Woongebied Tussen de Gasten, zoals aangegeven op de kaart in. 2 artikel 5.2 van het Bouwbesluit 2012 artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In afwijking vangeldt voor te bouwen woningen een energieprestatiecoëfficiënt van 0,2, mits de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld inna inwerkingtreding van dit besluit en uiterlijk 31 december 2020 is ingediend. 3 artikel 8 van de Woningwet artikel 5.2 van het Bouwbesluit 2012 artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In aanvulling opkunnen tot en met 31 december 2020 in de bouwverordening, in afwijking van, voor te bouwen gebruiksfuncties waarvoor een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld invereist is, voorschriften worden opgenomen die voorzien in een lagere energieprestatiecoëfficiënt. 4 artikel 8 van de Woningwet Omgevingswet artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 5.2, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 In aanvulling opkunnen in de periode tot de inwerkingtreding van devoor te bouwen gebruiksfuncties waarvoor een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld invereist is, in de bouwverordening voorschriften worden opgenomen die voorzien in lagere maximumwaarden voor energiebehoefte en primair fossiel energiegebruik en een hogere minimumwaarde voor het aandeel hernieuwbare energie dan bedoeld in. 2021 600 09-12-2021 01-12-2021 2021 600 09-12-2021 01-12-2021 10-12-2021
Artikel 6q — Artikel 6q#
Artikel 6q artikel 5.9, eerste en tweede lid, van het Bouwbesluit 2012 Omgevingswet artikel 8 van de Woningwet artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken. In afwijking vankunnen de raden van de gemeenten Harderwijk en Amsterdam tot de inwerkingtreding van dein aanvulling opin de bouwverordening bepalen dat voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld invoor een te bouwen woonfunctie, geen woonwagen zijnde, en een te bouwen kantoorgebouw, een milieuprestatie geldt van ten hoogste 0,9 bepaald volgens de 2020 75 27-02-2020 13-02-2020 2020 75 27-02-2020 13-02-2020 28-02-2020
Artikel 6r — Artikel 6r#
Artikel 6r 1 Omgevingswet Dit artikel is tot de inwerkingtreding van devan toepassing op de volgende gemeenten: a. Haarlemmermeer; b. Waalwijk. 2 Artikel 2.10, eerste lid, onder c en d, en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, onder a, van die wet is niet van toepassing, indien een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld inbetrekking heeft op door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen bouwwerken en locaties. 3 artikel 2.7, eerste lid, eerste volzin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Op een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid isniet van toepassing. 2021 345 16-07-2021 08-07-2021 2021 345 16-07-2021 08-07-2021 17-07-2021
Artikel 6s — Artikel 6s#
Artikel 6s 1 Dit artikel is tot 1 januari 2025 van toepassing op de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland en Zaanstad. 2 artikel 1, eerste lid, aanhef en onder i, van de Huisvestingswet 2014 In afwijking vanvormen de gemeenten, genoemd in het eerste lid, voor de toepassing van dit artikel gezamenlijk de woningmarktregio. 3 artikel 14, tweede lid, tweede volzin, van de Huisvestingswet 2014 In afwijking vankunnen de gemeenteraden, indien overeenstemming is bereikt met de andere gemeenten, bepalen dat voor ten hoogste zestig procent van het percentage, bedoeld in de eerste volzin van dat lid, bij de verlening van huisvestingsvergunningen voorrang mag worden gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan een van die gemeenten binnen de woningmarktregio. 4 artikel 14, tweede lid, tweede volzin, van de Huisvestingswet 2014 In afwijking vankan de gemeenteraad, indien overeenstemming is bereikt met de andere gemeenten, in de huisvestingsverordening bepalen bij hoeveel huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan die gemeente, met dien verstande dat het aantal huisvestingsvergunningen waarbij voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan een van die gemeenten voor de woningmarktregio in zijn geheel niet hoger is dan het percentage, bedoeld in het derde lid. 2021 193 22-04-2021 08-04-2021 2021 193 22-04-2021 08-04-2021 23-04-2021
Artikel 6t — Artikel 6t#
Artikel 6t 1 artikel 1 van de Leegstandwet Voor de toepassing van dit artikel wordt, in afwijking van, verstaan onder: a. gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt en geen woonruimte is; b. leegstaan: 1°. voor zover het een gebouw betreft: het niet of niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht in gebruik zijn overeenkomstig de bestemming van het gebouw; 2°. artikel 1.1, onder o, onder 1°, van de Wet basisregistratie personen voor zover het een woonruimte betreft: waar niemand zijn woonadres heeft als bedoeld in; c. woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden. 2 artikel 3, eerste lid, van de Leegstandwet artikel 4 van de Huisvestingswet 2014 In afwijking vankan de gemeenteraad, indien hij een verordening als bedoeld inheeft vastgesteld, in de leegstandverordening bepalen dat de leegstand van daarbij aangewezen categorieën woonruimten, gelegen in de gemeente of daarbij aangegeven delen van de gemeente, door de eigenaar wordt gemeld aan burgemeester en wethouders, zodra die leegstand langer duurt dan een in die verordening aangegeven termijn van ten minste drie maanden. 3 In de leegstandverordening worden nadere regels gegeven over het melden, bedoeld in het tweede lid. 4 Burgemeester en wethouders voeren binnen twee maanden na ontvangst van de melding, bedoeld in het tweede lid, overleg met de eigenaar van de woonruimte over het gebruik ervan. 5 Burgemeester en wethouders stellen na het overleg, bedoeld in het vierde lid, of zonder overleg indien de eigenaar aan dat overleg geen medewerking verleent, een leegstandbeschikking vast. 6 Burgemeester en wethouders kunnen in de leegstandbeschikking, bedoeld in het vijfde lid: a. indien de woonruimte niet geschikt is voor gebruik als woonruimte en de woonruimte niet is bestemd voor afbraak of vernieuwbouw, bepalen welke voorzieningen door de eigenaar binnen de in de beschikking bepaalde termijn moeten zijn getroffen om de woonruimte geschikt te maken voor gebruik als woonruimte; b. indien de woonruimte is bestemd voor verhuur, de maximale marktconforme huurprijs bepalen waartegen de woonruimte te huur wordt aangeboden; c. artikel 15, eerste lid, onder b of d, van de Leegstandwet indien het een woonruimte betreft die is bestemd voor verkoop en als woonruimte kan worden verhuurd op grond van, de eigenaar verplichten de woonruimte te verhuren, met een vergunning als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet; d. artikel 15, eerste lid, onder c, van de Leegstandwet indien het een woonruimte betreft die is bestemd voor afbraak of vernieuwbouw en als woonruimte kan worden verhuurd op grond van, de eigenaar verplichten de woonruimte te verhuren, met een vergunning als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet; e. een termijn opnemen van ten minste één maand waarbinnen de woonruimte op het moment dat deze geschikt is voor bewoning in gebruik wordt genomen als woonruimte; f. andere voorwaarden opnemen die noodzakelijk zijn voor het zo spoedig mogelijk in gebruik nemen van de woonruimte. 7 De eigenaar kan gemotiveerd verzoeken om de termijn, bedoeld in het zesde lid, onder e, eenmaal te verlengen met een periode van ten minste één maand. 8 Indien een eigenaar een verzoek als bedoeld in het zevende lid doet, kunnen burgemeester en wethouders de voorwaarden, bedoeld in het zesde lid, onder b tot en met e, in de oorspronkelijke leegstandbeschikking wijzigen. 9 artikel 4 van de Leegstandwet In aanvulling opkunnen burgemeester en wethouders, indien ze vaststellen dat het gebouw of een gedeelte daarvan niet geschikt is voor gebruik, in een leegstandbeschikking voorschrijven welke voorzieningen door de eigenaar binnen de in de beschikking bepaalde termijn moeten worden getroffen om het gebouw of een gedeelte ervan geschikt te maken voor gebruik, tenzij het gebouw is bestemd voor afbraak of vernieuwbouw. 10 Dit artikel is tot 1 januari 2025 van toepassing op de gemeente Amsterdam. 2021 193 22-04-2021 08-04-2021 2021 193 22-04-2021 08-04-2021 23-04-2021
Artikel 6u — Artikel 6u#
Artikel 6u 1 bijlage 187 Dit artikel is tot 1 januari 2035 van toepassing op de gebieden Carnisse, Oud Charlois en Tarwewijk in de gemeente Rotterdam, zoals aangegeven op de kaart in. 2 artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet In aanvulling opkunnen burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in dat lid ook verlenen voor de verhuur van een woning welke ten tijde van het aanvragen van de vergunning bestemd is om te worden samengevoegd met een of meerdere andere woningen. 3 artikel 15, tweede lid, van de Leegstandwet In afwijking vanstellen burgemeester en wethouders een formulier beschikbaar via welke de eigenaar een vergunning als bedoeld in het tweede lid kan aanvragen. 4 artikel 15, derde lid, van de Leegstandwet In afwijking vanwordt de vergunning, bedoeld in het tweede lid, slechts verleend indien: a. de woning, voor de verhuring waarvan de vergunning wordt aangevraagd, leegstaat; b. de eigenaar aantoont dat de te verhuren woonruimte, gelet op de omstandigheden en mogelijkheden, in voldoende mate zal worden bewoond; en c. artikel 19, eerste lid, van de Woningwet de eigenaar, bedoeld onder b, de gemeente Rotterdam of een op grond vantoegelaten woningcorporatie is. 5 artikel 15, zesde lid, tweede volzin, van de Leegstandwet Onverminderdkunnen burgemeester en wethouders de vergunning, bedoeld in het tweede lid, op verzoek van de eigenaar telkens met ten hoogste drie jaren verlengen, met dien verstande dat de vergunning tot uiterlijk 1 januari 2035 kan worden verlengd. 6 Artikel 15, vijfde lid en zesde lid, laatste volzin, van de Leegstandwet is niet van toepassing. 7 artikel 15, negende lid, laatste volzin, van de Leegstandwet In afwijking vanis het bepaalde in het derde lid van overeenkomstige toepassing. 8 Artikel 16 van de Leegstandwet artikel 15, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Leegstandwet is van overeenkomstige toepassing, behoudens het tweede lid, met dien verstande dat in het vierde en zesde lid van dat artikel een vergunning als bedoeld inwordt gelezen als een vergunning als bedoeld in het tweede lid. 2021 600 09-12-2021 01-12-2021 2021 600 09-12-2021 01-12-2021 10-12-2021
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 2.4, eerste lid, van de wet In de jaarlijkse voortgangsrapportage over de uitvoering van de wet geeft Onze Minister, indien daartoe aanleiding bestaat, aan in hoeverre afwijkingen bij wege van experiment van het bepaalde bij of krachtens de betrokken ingenoemde wetten aan haar doel beantwoorden en of de overeenkomstig artikel 2.4, derde lid, van de wet vastgestelde ten hoogste toegestane tijdsduur van die afwijkingen aanpassing behoeft. 2 artikel 17b, eerste lid, van het Stortbesluit bodembescherming Het eerste lid is niet van toepassing op het experiment duurzaam stortbeheer, bedoeld in. 2013 77 05-03-2013 05-02-2013 2013 77 05-03-2013 05-02-2013 06-03-2013
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 In het kader van een Platform 31-experiment «Flexibele bestemmingsplannen» kan bij de voorbereiding, vormgeving, inrichting en beschikbaarstelling van een bestemmingsplan worden afgeweken van: a. Wet ruimtelijke ordening 3.1, eerste lid 3.7, vierde lid 6.12, eerste lid de volgende artikelen van de:, voor zover het daarbij gaat om het verplicht aanwijzen van bestemmingen,, en; b. Besluit ruimtelijke ordening de volgende artikelen van het: 1°. 1.2.1, tweede lid 1.2.1a, onderdeel a , en, onder de voorwaarde dat het ontwerp van het bestemmingplan of het vastgestelde bestemmingsplan elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze beschikbaar wordt gesteld en blijft op een door de raad te bepalen internetadres. In dat geval bevat de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, een verwijzing naar dit internetadres; 2°. 3.1.6, eerste lid, onder f, en vijfde lid, onder c ; c. artikel 1.2.6 van het Besluit ruimtelijke ordening de bij de ministeriële regeling, bedoeld in, gestelde regels of nadere regels. 2 Voor de in het experiment betrokken bestemmingsplannen geldt dat indien daarin onbenutte bouw- of gebruiksmogelijkheden worden wegbestemd, de planschade in ieder geval als voorzienbaar in de zin van artikel 6.3, aanhef en onder a, wordt aangemerkt, indien: a. deze herziening ten minste drie jaar voor de vaststelling van het bestemmingsplan is aangekondigd; b. van de voorgenomen herziening kennis is gegeven aan de eigenaren in het gebied, en c. gedurende deze termijn de mogelijkheid bestond de bouw- of gebruiksmogelijkheden te realiseren. 3 artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening In afwijking vanwordt de bestemming van gronden, met inbegrip van de met het oog daarop gestelde regels, binnen een periode van twintig jaar opnieuw vastgesteld. 4 artikel 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening In afwijking vangeldt een voorlopige bestemming voor een termijn van ten hoogste tien jaar. 5 Omgevingswet Dit artikel is van toepassing op de volgende bestemmingsplangebieden, voor zover deze bestemmingsplannen worden vastgesteld voor 1 januari 2026 en het ontwerp van deze plannen ter inzage is gelegd voor de inwerkingtreding van de: a. bijlage 28 het voormalige bedrijventerrein Cruquiusgebied in de gemeente Amsterdam zoals aangegeven op de kaart in; b. bijlage 30 Nieuw Den Helder in de gemeente Den Helder zoals aangegeven op de kaart in; c. bijlage 31 het voormalige NAVO-terrein in de gemeente Maastricht zoals aangegeven op de kaart in; d. bijlage 32 de kernen Zetten en Hemmen in de gemeente Overbetuwe zoals aangegeven op de kaart in; e. bijlage 33 «De Bronnen» in de gemeente Tynaarloo zoals aangegeven op de kaart in. 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 16-09-2022
Artikel 7b — Artikel 7b#
Artikel 7b Vervallen 2020 75 27-02-2020 13-02-2020 2020 75 27-02-2020 13-02-2020 28-02-2020
Artikel 7c — Artikel 7c#
Artikel 7c 1 artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening In aanvulling opkunnen in het bestemmingsplan ook regels worden gesteld, die strekken ten behoeve van het: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. 2 artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening In afwijking vanwordt de bestemming van gronden, met inbegrip van de met het oog daarop gestelde regels, binnen een periode van twintig jaar opnieuw vastgesteld. Artikel 3.1, derde tot en met vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening is niet van toepassing. 3 artikel 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening In afwijking vangeldt een voorlopige bestemming voor een termijn van ten hoogste tien jaar. 4 artikel 108 van de Gemeentewet Het bestemmingsplan kan de door het gemeentebestuur gestelde regels als bedoeld inbevatten die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. 5 De regels in het bestemmingsplan kunnen voorts inhouden een verbod om zonder voorafgaande melding aan burgemeester en wethouders een daarbij aangewezen activiteit te verrichten. 6 In het bestemmingsplan kunnen tevens regels worden gesteld waarvan de uitleg bij de uitoefening van een bij die regels aan te geven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Daarbij kan worden bepaald dat de beleidsregels worden vastgesteld door de raad of door burgemeester en wethouders. 7 artikel 12b van de Woningwet Als de regels, bedoeld in het zesde lid, betrekking hebben op het uiterlijk van bouwwerken en bij de toepassing een interpretatie behoeven, stelt de raad de criteria vast die worden toegepast bij de beoordeling van het uiterlijk van een bouwwerk waarop de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit betrekking heeft. Deze criteria zijn zoveel mogelijk toegesneden op de onderscheiden bouwwerken. In afwijking vanwordt het advies van de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester slechts op die criteria gebaseerd. 8 artikel 6.3, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening Voor de in het experiment betrokken bestemmingsplannen geldt dat indien daarin onbenutte bouw- of gebruiksmogelijkheden worden wegbestemd, de planschade in ieder geval als voorzienbaar in de zin vanwordt aangemerkt, indien: a. deze herziening ten minste drie jaar voor de vaststelling van het bestemmingsplan is aangekondigd; b. van de voorgenomen herziening kennis is gegeven aan de eigenaren in het gebied, en c. gedurende deze termijn de mogelijkheid bestond de bouw- of gebruiksmogelijkheden te realiseren. 9 Bij de voorbereiding, vormgeving, inrichting en beschikbaarstelling van het bestemmingsplan kan worden afgeweken van: a. Besluit ruimtelijke ordening de volgende artikelen van het: 1°. 1.2.1, tweede lid 1.2.1a, onderdeel a , en, onder de voorwaarde dat het ontwerp van het bestemmingplan of het vastgestelde bestemmingsplan elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze beschikbaar wordt gesteld en blijft op een door de raad te bepalen internetadres. In dat geval bevat de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, een verwijzing naar dit internetadres; 2°. 3.1.6, eerste lid, onder f, en vijfde lid, onder c ; b. artikel 1.2.6 van het Besluit ruimtelijke ordening de bij de ministeriële regeling, bedoeld in, gestelde regels of nadere regels. c. hoofdstuk VIIIa van de Wet geluidhinder , met dien verstande dat: 1°. afdeling 1 van dat hoofdstuk artikel 110a van die wet in afwijking vaneen besluit als bedoeld indeel kan uitmaken van het bestemmingsplan, en dat 2°. afdeling 2 van dat hoofdstuk in afwijking vande mate van detail van de ten behoeve van de vaststelling van de geluidbelasting te verrichten akoestische onderzoeken kan worden afgestemd op het detailniveau en de fase van voorbereiding van het bestemmingsplan; d. artikel 5.4 van het Besluit geluidhinder , met dien verstande dat: 1°. artikel 110a van de Wet geluidhinder een besluit als bedoeld indeel kan uitmaken van het bestemmingsplan en 2°. de mate van detail van de ten behoeve van de vaststelling van de geluidbelasting te verrichten akoestische onderzoeken kan worden afgestemd op het detailniveau en de fase van voorbereiding van het bestemmingsplan. 10 artikel 6.12, eerste en derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening Bij de vaststelling van het bestemmingsplan kan de raad besluiten af te wijken van, met dien verstande dat een exploitatieplan door burgemeester en wethouders kan worden vastgesteld bij een omgevingsvergunning voor het bouwen. 11 Indien toepassing wordt gegeven aan het tiende lid, geldt dat: a. artikel 6.12, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is op de omgevingsvergunning voor het bouwen; b. artikel 6.14, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht in afwijking van,niet van toepassing is op de voorbereiding van het exploitatieplan; c. daarvoor in het bestemmingsplan een of meer exploitatiegebieden worden aangewezen; d. artikel 2.10, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 6.13, eerste lid, onder c, van de Wet ruimtelijke ordening in aanvulling opde omgevingsvergunning voor het bouwen kan worden geweigerd als de exploitatieopzet als bedoeld in, een tekort bevat, dat niet is gedekt; e. als de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt geweigerd, de exploitatieopzet als bedoeld in onderdeel d, deel uitmaakt van dat besluit. 12 Artikel 8.42b van de Wet milieubeheer artikel 2.19 van het Activiteitenbesluit milieubeheer enzijn op het bestemmingsplan van overeenkomstige toepassing. 13 De raad kan de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het bestemmingsplan delegeren aan burgemeester en wethouders. 14 artikel 3.6, eerste lid, onder c, van de Wet ruimtelijke ordening Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, onder c, van die wet In aanvulling opkan bij het bestemmingsplan worden bepaald dat het met het oog op de regels bedoeld in het eerste lid verboden is zonder omgevingsvergunning, gronden of bouwwerken te gebruiken voor een daarbij aangegeven activiteit, als de activiteit niet in strijd is met het bestemmingsplan. Voor toepassing van deze bepaling in dewordt deze vergunning aangemerkt als een vergunning als bedoeld in. De vergunning wordt verleend als wordt voldaan aan de daartoe in het bestemmingsplan gestelde voorwaarden. 15 artikel 2.8, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 3.2, aanhef en onderdeel b, van de Regeling omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van die wet In afwijking vanjunctoverstrekt de aanvrager in of bij de aanvraag om een vergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken, bedoeld in, gegevens en bescheiden over de gevolgen van het beoogde gebruik voor de fysieke leefomgeving. 16 artikel 2.12, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, onder c, van die wet In afwijking vankan een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld inworden verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels, bedoeld in het eerste lid. 17 Dit artikel is van toepassing op de volgende plangebieden: a. bijlage 37 Oosterwold in de gemeenten Almere en Zeewolde, zoals aangegeven op de kaart in; b. bijlage 38 Weerwater in de gemeente Almere, zoals aangegeven op de kaart in; c. bijlage 39 Toeristisch, recreatieve zone (inclusief het TT-circuit) in de gemeente Assen, zoals aangegeven op de kaart in; d. bijlage 40 Spoorzone in de gemeente Culemborg, zoals aangegeven op de kaart in; e. bijlage 41 Binckhorst in de gemeente Den Haag, zoals aangegeven op de kaart in; f. bijlage 42 luchthaven Twente in de gemeente Enschede, zoals aangegeven op de kaart in; g. bijlage 43 Bloemendalerpolder in de gemeenten Muiden en Weesp, zoals aangegeven op de kaart in; h. bijlage 44 Hembrugterrein in de gemeente Zaandstad, zoals aangegeven op de kaart in; i. bijlage 47 Havenkwartier, gemeente Assen, zoals aangegeven op de kaart in; j. bijlage 51 Spoorzone, gemeente Delft, zoals aangegeven op de kaart in; k. bijlage 59 De Scheg, gemeente Amstelveen, zoals aangegeven op de kaart in; l. bijlage 60 Bedrijventerrein Rijnhaven-Oost, gemeente Alphen aan den Rijn, zoals aangegeven op de kaart in; m. bijlage 29 het gebied Laan 1945, gemeente Beuningen, zoals aangegeven op de kaart in; n. bijlage 61 Binnensingelgebied, gemeente Enschede, zoals aangegeven op de kaart in; o. bijlage 62 Brainport Park, gemeente Eindhoven, zoals aangegeven op de kaart in; p. bijlage 63 Automotive Campus, gemeente Helmond, zoals aangegeven op de kaart in; q. bijlage 64 Buitengebied Leudal, gemeente Leudal, zoals aangegeven op de kaart in; r. bijlage 19 CHV-terrein, gemeente Veghel, zoals aangegeven op de kaart in; s. bijlage 65 Bergwijkpark, gemeente Diemen, zoals aangegeven op de kaart in; t. bijlage 66 Binnenstad Apeldoorn, gemeente Apeldoorn, zoals aangegeven op de kaart in; u. bijlage 67 Buitengebied Boekel, gemeente Boekel, zoals aangegeven op de kaart in; v. bijlage 68 Brandevoort-Noord, gemeente Helmond, zoals aangegeven op de kaart in; w. bijlage 69 Buitengebied Rijssen-Holten, gemeente Rijssen-Holten, zoals aangegeven op de kaart in; x. bijlage 70 Buitengebied Steenwijkerland, gemeente Steenwijkerland, zoals aangegeven op de kaart in; y. bijlage 71 Locatieontwikkeling De Bulders, gemeente Heeze-Leende, zoals aangegeven op de kaart in; z. bijlage 72 Centrum Sneek, gemeente Súdwest-Fryslân, zoals aangegeven op de kaart in; aa. bijlage 73 Buitengebied Borsele, gemeente Borsele, zoals aangegeven op de kaart in; bb. bijlage 74 Business Centre Treeport, gemeente Zundert, zoals aangegeven op de kaart in; cc. bijlage 75 Binnenstad Oudewater, gemeente Oudewater, zoals aangegeven op de kaart in; dd. bijlage 76 Landschapspark Bergse Heide, gemeente Bergen op Zoom, zoals aangegeven op de kaart in; ee. bijlage 79 Groene Delta van Nijmegen, gemeente Nijmegen, zoals aangegeven op de kaart in; ff. bijlage 80 Bedrijventerrein Betonson, gemeente Giessenlanden, zoals aangegeven op de kaart in; gg. bijlage 49 Transformatiegebied Noordelijke Stadsentree, gemeente Meppel, zoals aangegeven op de kaart in; hh. bijlage 81 Transformatie ENCI-terrein en de mergelgroeve, gemeente Maastricht, zoals aangegeven op de kaart in; ii. bijlage 82 Agriport, gemeente Hollands Kroon, zoals aangegeven op de kaart in; jj. bijlage 83 Bedrijventerrein Donkersloot, gemeente Ridderkerk, zoals aangegeven op de kaart in; kk. bijlage 84 Landelijk gebied Zoeterwoude, gemeente Zoeterwoude, zoals aangegeven op de kaart in; ll. bijlage 85 Hoge Akker, Speelheide en De Leeuwerik, gemeente Best, zoals aangegeven op de kaart in; mm. bijlage 86 Buitengebied in balans, gemeente Nederweert, zoals aangegeven op de kaart in; nn. bijlage 87 Lange Weeren, gemeente Edam-Volendam, zoals aangegeven op de kaart in; oo. bijlage 88 Binnenstad Wageningen, gemeente Wageningen, zoals aangegeven op de kaart in; pp. bijlage 89 The Green Village, gemeente Delft, zoals aangegeven op de kaart in; qq. bijlage 90 Bedrijventerrein Groote Haar, gemeente Gorinchem, zoals aangegeven op de kaart in; rr. bijlage 91 Aardbevingsbestendig bestemmingsplan, gemeente Appingedam, zoals aangegeven op de kaart in; ss. bijlage 93 Haven-Stad, gemeente Amsterdam, zoals aangegeven op de kaart in; tt. bijlage 99 Brainport Park, gemeente Best, zoals aangegeven op de kaart in; uu. bijlage 100 Dorp Wijk aan Zee, gemeente Beverwijk, zoals aangegeven op de kaart in; vv. bijlage 101 Buitengebied, gemeente Brielle, zoals aangegeven op de kaart in; ww. bijlage 102 Buitengebied, gemeente Westvoorne, zoals aangegeven op de kaart in; xx. bijlage 35 Projectlocatie Valkenburg, gemeente Katwijk, zoals aangegeven op de kaart in; yy. bijlage 103 Hoefweg-Zuid 2016, gemeente Lansingerland, zoals aangegeven op de kaart in; zz. bijlage 104 Bedrijventerrein De Kade, gemeente Maassluis, zoals aangegeven op de kaart in; aaa. bijlage 105 Rijnhuizen, gemeente Nieuwegein, zoals aangegeven op de kaart in; bbb. bijlage 106 Campusterrein Nijmegen-Radboud, gemeente Nijmegen, zoals aangegeven op de kaart in; ccc. bijlage 107 Bavo-terrein, gemeente Noordwijkerhout, zoals aangegeven op de kaart in; ddd. bijlage 108 De Pas, gemeente Overbetuwe, zoals aangegeven op de kaart in; eee. bijlage 109 Havenkanaal, gemeente Wassenaar, zoals aangegeven op de kaart in; fff. bijlage 110 Landelijk gebied, gemeente Zutphen, zoals aangegeven op de kaart in; ggg. bijlage 112 World Food Center, gemeente Ede, zoals aangegeven op de kaart in; hhh. bijlage113 Bebouwde kom Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, zoals aangegeven op de kaart in; iii. bijlage 114 Modern werklandschap Wijkevoort, gemeente Tilburg, zoals aangegeven op de kaart in; jjj. bijlage 115 Bedrijventerrein Dordtse Kil IV, gemeente Dordrecht, zoals aangegeven op de kaart in; kkk. bijlage 116 Park 21, gemeente Haarlemmermeer, zoals aangegeven op de kaart in; lll. bijlage 117 Buitengebied Hattem, gemeente Hattem, zoals aangegeven op de kaart in; mmm. bijlage 118 Buitengebied Gilze en Rijen, gemeente Gilze en Rijen, zoals aangegeven op de kaart in; nnn. bijlage 119 Buitengebied Baarle-Nassau, gemeente Baarle-Nassau, zoals aangegeven op de kaart in; ooo. bijlage 120 Retailpark Belvédère, gemeente Maastricht, zoals aangegeven op de kaart in; ppp. bijlage 121 Mijnkintbuurt Fase 1, gemeente Rotterdam, zoals aangegeven op de kaart in; qqq. bijlage 122 Buitengebied Boarnsterhim, gemeente Leeuwarden, zoals aangegeven op de kaart in; rrr. bijlage 123 Sciencepark Technopolis, gemeente Delft, zoals aangegeven op de kaart in; sss. bijlage 124 Maasvlakte 2, gemeente Rotterdam, zoals aangegeven op de kaart in; ttt. bijlage 125 Binnenstad Schoonhoven, gemeente Krimpenerwaard, zoals aangegeven op de kaart in; uuu. bijlage 126 Buitengebied Hillegom, gemeente Hillegom, zoals aangegeven op de kaart in; vvv. bijlage 132 Waubach, gemeente Landgraaf, zoals aangegeven op de kaart in; www. bijlage 133 Gravenrode, gemeente Landgraaf, zoals aangegeven op de kaart in; xxx. bijlage 134 Bad Nieuweschans, gemeente Oldambt, zoals aangegeven op de kaart in; yyy. bijlage 135 Goudasfalt, gemeente Gouda, zoals aangegeven op de kaart in; zzz. bijlage 136 Postcodegebied 1012, gemeente Amsterdam, zoals aangegeven op de kaart in; aaaa. bijlage 137 Klein Plaspoelpolder, gemeente Leidschendam-Voorburg, zoals aangegeven op de kaart in; bbbb. bijlage 128 Schieoevers Noord, gemeente Delft, zoals aangegeven op de kaart in; cccc. bijlage 138 Strijp-S en Strijp-T, gemeente Eindhoven, zoals aangegeven op de kaart in; dddd. bijlage 139 Buitengebied Woerden, gemeente Woerden, zoals aangegeven op de kaart in; eeee. bijlage 140 Buitengebied Gaasterlân-Sleat, gemeente Fryske Marren, zoals aangegeven op de kaart in; ffff. bijlage 141 Nuenen West, gemeente Nuenen, Gerwen, Nederwetten, zoals aangegeven op de kaart in; gggg. bijlage 142 Buitengebied Bernheze, gemeente Bernheze, zoals aangegeven op de kaart in; hhhh. bijlage 143 Dorp Norg, gemeente Noordenveld, zoals aangegeven op de kaart in; iiii. bijlage 144 Dukenburg, gemeente Nijmegen, zoals aangegeven op de kaart in; jjjj. bijlage 145 Lint-Zuid, gemeente Lansingerland, zoals aangegeven op de kaart in; kkkk. bijlage 146 Broekgraaf, gemeente Leerdam, zoals aangegeven op de kaart in; llll. bijlage 147 Kernen Rijssen en Holten, gemeente Rijssen-Holten, zoals aangegeven op de kaart in; mmmm. bijlage 148 Kernen Koggenland, gemeente Koggenland, zoals aangegeven op de kaart in; nnnn. bijlage 149 Koers 2025, Buiksloterham en Zuid as, gemeente Amsterdam, zoals aangegeven op de kaart in; oooo. bijlage 150 Meilust, gemeente Bergen op Zoom, zoals aangegeven op de kaart in; pppp. bijlage 151 Buitengebied, gemeente Bladel, zoals aangegeven op de kaart in; qqqq. bijlage 152 De Groote Wielen, gemeente Den Bosch, zoals aangegeven op de kaart in; rrrr. bijlage 153 Doornspijk, gemeente Elburg, zoals aangegeven op de kaart in; ssss. bijlage 154 Bedrijventerrein Dombosch, gemeente Geertruidenberg, zoals aangegeven op de kaart in; tttt. bijlage 155 Fokmast Regte Heide, gemeente Goirle, zoals aangegeven op de kaart in; uuuu. bijlage 156 Zandzoom, gemeente Heiloo, zoals aangegeven op de kaart in; vvvv. bijlage 157 Buitengebied Noord Oost en Rimburg, gemeente Landgraaf, zoals aangegeven op de kaart in; wwww. bijlage 158 Leiden Noord, gemeente Leiden, zoals aangegeven op de kaart in; xxxx. bijlage 159 Buytewech-Noord, gemeente Nieuwkoop, zoals aangegeven op de kaart in; yyyy. bijlage 160 De Binnentuinen Rucphen, gemeente Rucphen, zoals aangegeven op de kaart in; zzzz. bijlage 161 Centrum Venray, gemeente Venray, zoals aangegeven op de kaart in; aaaaa. bijlage 162 Oosterseveld, gemeente Vlieland, zoals aangegeven op de kaart in; bbbbb. bijlage 163 Haven 8, gemeente Waalwijk, zoals aangegeven op de kaart in; ccccc. bijlage 164 Poeldijk Centrum, gemeente Westland, zoals aangegeven op de kaart in; ddddd. bijlage 165 Woongebied Tussen de Gasten, gemeente Zuidhorn, zoals aangegeven op de kaart in; eeeee. bijlage 170 Sloterdijk II, III en IV (Sloterdijk West), gemeente Amsterdam, zoals aangegeven op de kaart in; fffff. bijlage 168 Blekersveld, gemeente Bloemendaal, zoals aangegeven op de kaart in; ggggg. bijlage 171 GreenTech Park Brabant, gemeente Boxtel, zoals aangegeven op de kaart in; hhhhh. bijlage 172 Logistiek Ecopark IJsselvallei Doesburg, gemeente Doesburg, zoals aangegeven op de kaart in; iiiii. bijlage 173 Proeftuin VAB Elsendorp, gemeente Gemert-Bakel, zoals aangegeven op de kaart in; jjjjj. bijlage 169 Crailo, gemeenten Gooise Meren, Laren en Hilversum, zoals aangegeven op de kaart in; kkkkk. bijlage 174 Buitengebied Landerd, gemeente Landerd, zoals aangegeven op de kaart in; lllll. bijlage 167 Rooseveltstraat, gemeente Leiden, zoals aangegeven op de kaart in; mmmmm. bijlage 175 Boezembocht-Veilingterrein, gemeente Rotterdam, zoals aangegeven op de kaart in; nnnnn. bijlage 176 Gebiedsontwikkeling Feyenoord City, gemeente Rotterdam, zoals aangegeven op de kaart in; ooooo. bijlage 177 Laar – Nieuw Laar Berlicum, gemeente Sint-Michielsgestel, zoals aangegeven op de kaart in; ppppp. bijlage 178 Sciencepark Ekkersrijt, gemeente Son en Breugel, zoals aangegeven op de kaart in; qqqqq. bijlage 179 Bedrijventerrein De Run, gemeente Veldhoven, zoals aangegeven op de kaart in; rrrrr. bijlage 180 Polstraat, gemeente Woudrichem, zoals aangegeven op de kaart in; sssss. bijlage 181 Engewormer, gemeente Wormerland, zoals aangegeven op de kaart in; ttttt. bijlage 182 Strand van Zandvoort, gemeente Zandvoort, zoals aangegeven op de kaart in. 18 Omgevingswet Van de in dit artikel bedoelde bevoegdheid tot het vaststellen van bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte kan tot 1 januari 2026 gebruik worden gemaakt mits het ontwerp van deze plannen ter inzage is gelegd voor de inwerkingtreding van de. 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 16-09-2022
Artikel 7d — Artikel 7d#
Artikel 7d 1 Bij het vaststellen van een bestemmingsplan kan de raad besluiten tot afwijking gedurende een periode van maximaal tien jaar van: a. artikel 45, eerste lid, van de Wet geluidhinder artikel 44 van die wet , met dien verstande dat de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidbelasting, bedoeld in, voor woningen in stedelijk gebied niet hoger mag worden vastgesteld dan 65 dB(A); b. artikel 83, eerste lid, van de Wet geluidhinder met dien verstande dat: 1°. artikel 11.19 van de Wet milieubeheer niet afgeweken kan worden van de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidbelasting voor woningen, die gelegen zijn in zones langs wegen waarvoor geluidproductieplafonds als bedoeld ingelden, en 2°. artikel 82, eerste lid, van die wet de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidbelasting, bedoeld inniet hoger mag worden vastgesteld dan 63 dB; c. artikel 3.2, eerste lid, onder b, van het Besluit geluidhinder , met dien verstande dat: 1°. artikel 11.19 van de Wet milieubeheer niet afgeweken kan worden van de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidbelasting voor andere geluidgevoelige objecten in zones langs wegen waarvoor geluidproductieplafonds als bedoeld ingelden en 2°. de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting niet hoger mag worden vastgesteld dan 68 dB. 2 Dit artikel is van toepassing op de volgende plangebieden: a. bijlage 41 Binckhorst in de gemeente Den Haag, zoals aangegeven op de kaart in; b. bijlage 44 Hembrugterrein in de gemeente Zaanstad, zoals aangegeven op de kaart in; c. bijlage 65 Bergwijkpark in de gemeente Diemen, zoals aangegeven op de kaart in. 3 Van de in dit artikel bedoelde afwijkingsbevoegdheid kan gebruik worden gemaakt: a. voor de in het tweede lid, onderdelen a en b, genoemde plangebieden: tot 15 mei 2019; b. voor het in het tweede lid, onderdeel c, genoemde plangebied: tot 9 september 2020. 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 05-07-2016 15-05-2014
Artikel 7e — Artikel 7e#
Artikel 7e A en B bijlage 45 artikel 6.3, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening Indien binnen de op de kaarten inaangegeven gebieden Amstel III en Teleport in de gemeente Amsterdam bij een herziening van een bestemmingsplan onbenutte bouwmogelijkheden worden wegbestemd, wordt de planschade aangemerkt als voorzienbaar in de zin vanindien: a. deze herziening ten minste drie jaar voor de vaststelling van het bestemmingsplan, doch uiterlijk vóór 15 mei 2019, is aangekondigd; b. van de voorgenomen herziening kennis is gegeven aan de eigenaren in het gebied, en c. gedurende deze termijn de mogelijkheid bestond de bouw- of gebruiksmogelijkheden te realiseren. 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 05-07-2016 15-05-2014
Artikel 7f — Artikel 7f#
Artikel 7f 1 artikel 7a Onverminderdgeldt voor het bestemmingsplangebied voor het voormalige bedrijventerrein Cruquiusgebied in de gemeente Amsterdam, bedoeld in artikel 7a, vijfde lid, onder a, dat gedurende een periode van maximaal tien jaar: a. artikel 7c, negende lid, onderdelen c en d artikel 7d , envan overeenkomstige toepassing zijn; b. artikel 2.2, onderdeel c, van het Besluit geluidhinder in afwijking vande hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van het industrieterrein op ligplaatsen voor woonschepen die reeds aanwezig waren op 1 juli 2012 niet hoger mag worden vastgesteld dan 60 dB(A); c. artikel 2.4 van het Besluit geluidhinder artikel 2.20, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer in afwijking vanofvoor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen die reeds aanwezig waren op 1 juli 2012 niet voldaan hoeft te worden aan de in die artikelen opgenomen binnenwaarden zolang binnen de geluidsgevoelige ruimten respectievelijk verblijfsruimten een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd; d. artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer in afwijking vande in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus worden verhoogd met maximaal 5 dB(A). 2 Dit artikel is van toepassing op het in het eerste lid bedoelde bestemmingsplan, voor zover dit bestemmingsplan wordt vastgesteld vóór 1 juli 2018. 2017 275 26-06-2017 13-06-2017 2017 275 26-06-2017 13-06-2017 27-06-2017
Artikel 7g — Artikel 7g#
Artikel 7g 1 De voor het grondgebied van een gemeente vastgestelde bestemmingsplannen gelden als één bestemmingsplan. 2 Artikel 7c is op een gehele of gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing. 3 Een bestemmingsplan voor een gedeelte van het grondgebied van een gemeente dat na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit onherroepelijk wordt, maakt vanaf het tijdstip waarop dit bestemmingsplan onherroepelijk is geworden deel uit van het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid. 4 Dit artikel is van toepassing op de gemeenten: a. Breda; b. Bussum; c. Deventer; d. Oldenzaal; e. Soest; f. Venlo; g. Meerssen; h. Stadskanaal; i. Veere; j. Kampen; k. Lopik; l. Peel en Maas; m. Berg en dal; n. Dalfsen; o. Heerlen; p. Utrecht; q. Urk; r. Zeist; s. Amersfoort; t. Nunspeet; u. Leusden; v. Harderwijk; w. Schouwen-Duiveland. 5 Omgevingswet Van de in dit artikel bedoelde bevoegdheid tot het vaststellen van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kan tot 1 januari 2026 gebruik worden gemaakt mits het ontwerp van deze plannen ter inzage is gelegd voor de inwerkingtreding van de. 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 16-09-2022
Artikel 7h — Artikel 7h#
Artikel 7h 1 artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening In aanvulling opkan de raad van de gemeente Meerssen uiterlijk op 20 september 2019 een structuurvisie vaststellen waarin zijn vastgelegd de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid met het oog op: a. het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. 2 Bij de voorbereiding, vormgeving, inrichting en beschikbaarstelling van de structuurvisie kan worden afgeweken van: a. Besluit ruimtelijke ordening de volgende artikelen van het: 1°. 1.2.1, tweede lid 1.2.1a, onderdeel a , en, onder de voorwaarde dat het ontwerp van de structuurvisie of de vastgestelde structuurvisie elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze beschikbaar wordt gesteld en blijft op een door de raad te bepalen internetadres. In dat geval bevat de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening een verwijzing naar dit internetadres; 2°. 3.1.6, eerste lid, onder f, en vijfde lid, onder c ; b. artikel 1.2.6 van het Besluit ruimtelijke ordening de bij de ministeriële regeling, bedoeld in, gestelde regels of nadere regels. 2017 275 26-06-2017 13-06-2017 2017 275 26-06-2017 13-06-2017 27-06-2017
Artikel 7i — Artikel 7i#
Artikel 7i 1 artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening In afwijking vanwordt de bestemming van gronden, met inbegrip van de met het oog daarop gestelde regels, binnen een periode van vijftien jaar opnieuw vastgesteld. 2 artikel 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening In afwijking vangeldt een voorlopige bestemming voor een termijn van ten hoogste vijftien jaar. 3 bijlage 48 Dit artikel is van toepassing op het bestemmingsplangebied Galecopperzoom in de gemeente Nieuwegein, zoals aangegeven op de kaart in, voor zover het bestemmingsplan voor dit gebied wordt vastgesteld vóór 20 september 2019. 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 05-07-2016 20-09-2014
Artikel 7j — Artikel 7j#
Artikel 7j 1 Dit artikel is van toepassing op door de raad bij bestemmingsplan aan te wijzen locaties binnen de gemeenten: a. Heerhugowaard; b. Hoorn; c. Koggenland; d. Leeuwarden; e. Ooststellingwerf; f. Weststellingwerf; g. Peel en Maas. 2 Bijlage II, van het Besluit omgevingsrecht In aanvulling op artikel 3, vanis binnen de bij bestemmingsplan aangewezen locaties gedurende een periode van dertig jaar na inwerkingtreding van dat plan geen omgevingsvergunning vereist voor een activiteit, die betrekking heeft op een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking op de grond of op een op de grond staand bouwwerk, mits het bouwwerk, waarop de collectoren of panelen worden geplaatst, voldoet aan de volgende eisen: 1°. de bouwhoogte van het bouwwerk niet hoger is dan vijf meter; 2°. het bouwwerk niet voorzien is van een niet op de grond gelegen buitenruimte. 3 artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening hoofdstuk II, afdeling 3, van de Woningwet artikel 12b van de Woningwet In aanvulling opkunnen voor die aan te wijzen locaties in het bestemmingsplan regels worden gesteld met betrekking tot het uiterlijk van de in het eerste lid bedoelde bouwwerken en beleidsregels worden opgenomen die betrekking hebben op redelijke eisen van welstand als bedoeld in. In afwijking vanwordt het advies van de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester mede gebaseerd op de criteria, die zijn opgenomen in het bestemmingsplan. 4 artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening In afwijking vanwordt de bestemming van gronden voor de aan te wijzen locaties, met inbegrip van de met het oog daarop gestelde regels, binnen een periode van dertig jaar opnieuw vastgesteld. 5 artikel 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening In afwijking vangeldt een voorlopige bestemming voor de aan te wijzen locaties voor de duur van ten hoogste dertig jaar. 6 Omgevingswet Van de in dit artikel bedoelde bevoegdheid tot het bij bestemmingsplan aanwijzen van locaties kan tot 1 januari 2026 gebruik worden gemaakt mits het ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage is gelegd voor de inwerkingtreding van de. 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 16-09-2022
Artikel 7k — Artikel 7k#
Artikel 7k 1 artikel 3.26 artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening bijlage no. 52 In aanvulling opjunctokunnen provinciale staten van Noord-Brabant uiterlijk op 18 maart 2020 in een inpassingsplan voor het plangebied «Logistiek Park Moerdijk» in de gemeente Moerdijk, zoals aangegeven op de kaart in, regels stellen die strekken ten behoeve van: a. het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. 2 artikel 3.26 artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening In afwijking vanjunctoworden de in het inpassingsplan gestelde regels binnen een periode van twintig jaar opnieuw vastgesteld. 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 05-07-2016 18-03-2015
Artikel 7l — Artikel 7l#
Artikel 7l 1 artikel 4.1 artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening In aanvulling opjunctokunnen provinciale staten van Noord-Brabant uiterlijk op 18 maart 2018 in de provinciale verordening ruimte regels stellen omtrent de inhoud van bestemmingsplannen, die strekken ten behoeve van het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving, een goede omgevingskwaliteit, mede met inachtneming van het belang om private inspanningen gericht op een duurzame en zorgvuldige veehouderij te bevorderen. 2 artikelen 2 6 van de Wet geurhinder en veehouderij Hiertoe kunnen behoren regels waarbij in afwijking van deenvoorschriften worden gesteld over de cumulatieve geurhinder veroorzaakt door veehouderijen. 3 Besluit emissiearme huisvesting paragraaf 3.5.8 van het Activiteitenbesluit milieubeheer 10 Onverminderd hetenkunnen burgemeester en wethouders bij een beschikking maatregelen voorschrijven die de emissie van geur of van zwevende deeltjes (PM) vanuit binnen een door burgemeester en wethouders aangewezen gebied gelegen dierenverblijven, waarin landbouwhuisdieren worden gehouden, verminderen, als blijkt dat de nadelige gevolgen van deze emissie voor het milieu, gezien de ontwikkeling van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu of gezien de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu, verder kunnen onderscheidenlijk moeten worden beperkt. 4 Het vorige lid is alleen van toepassing op door burgemeester en wethouders vóór 18 maart 2020 aangewezen gebieden, waarvoor door de raad vóór 18 maart 2022 een verbeterplan is vastgesteld. Een aangewezen gebied geldt voor een termijn van tien jaar. 2018 438 28-11-2018 20-11-2018 2018 438 28-11-2018 20-11-2018 29-11-2018
Artikel 7m — Artikel 7m#
Artikel 7m artikel 2.3.1, eerste lid, van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Voor het project stedelijke ontwikkelingen Cadzand-Bad in de gemeente Sluis wordt in aanvulling optot uiterlijk 9 september 2025 onder «stedelijk gebied» mede verstaan de in de Ontwikkelingsvisie Cadzand-Bad 2006 en de Schilvisie Cadzand-Bad 2011 aangewezen ruimte voor stedenbouwkundige ontwikkelingen. 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 2016 252 04-07-2016 22-06-2016 05-07-2016 09-09-2015
Artikel 7n — Artikel 7n#
Artikel 7n 1 artikel 4, vierde lid, van het Stortbesluit bodembescherming Bij het ten behoeve van het experiment Solarpark Eerbeek wijzigen van de omgevingsvergunning voor de stortplaats Doonweg te Eerbeek kan het bevoegd gezag in afwijking vande einddatum van de termijn, waarop de in dat artikel bedoelde bovenafdichting moet worden aangebracht of de in dat artikel bedoeld maatregelen moeten worden getroffen, vaststellen op 31 december 2040. 2 artikel 4, vierde lid, van het Stortbesluit bodembescherming Het bevoegd gezag brengt uiterlijk vijf jaar na inwerkingtreding van dit besluit het betreffende vergunningsvoorschrift weer in overeenstemming metals uit een onderzoek naar de doeltreffendheid en effecten van dit experiment blijkt dat de grondwaterkwaliteit verslechtert doordat de bovenafdichting met zonnefolie onvoldoende tegengaat dat water in de gestorte afvalstoffen infiltreert. 2015 323 08-09-2015 14-08-2015 2015 323 08-09-2015 14-08-2015 09-09-2015
Artikel 7o — Artikel 7o#
Artikel 7o 1 artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening artikel 3.26 artikel 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening Dit artikel is van toepassing op bestemmingsplannen als bedoeld inen inpassingsplannen als bedoeld inrespectievelijkvoor de door provinciale staten van de provincie Groningen aangewezen concentratiegebieden voor de realisering van windturbineparken en voor Windpark Fryslân en Windpark De Drentse Monden en Oostermoer. In deze gebieden kunnen aan gronden voorlopige bestemmingen voor het bouwen en in werking hebben van een windturbine voor een termijn van tussen de vijfentwintig en dertig jaar worden toegekend aan de exacte locaties van de windturbines, mits deze worden vastgesteld voor 15 juli 2021. 2 artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening artikel 3.26 artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998 artikel 3.28 artikel 9b van de Elektriciteitswet 1998 In afwijking van, respectievelijkjuncto artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening in verbinding met, respectievelijkjuncto artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening in verbinding met, wordt de bestemming van gronden waaraan tevens een voorlopige bestemming voor een windturbine is toegekend, met inbegrip van de met het oog op de toegekende bestemmingen gestelde regels, binnen een periode van vijfendertig jaar opnieuw vastgesteld. Artikel 3.1, derde tot en met vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening is niet van toepassing. 3 artikel 3.2 artikel 3.26 artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998 artikel 3.28 artikel 9b van de Elektriciteitswet 1998 In afwijking van, respectievelijkjuncto artikel 3.2, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening in verbinding metrespectievelijkjuncto artikel 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening in verbinding met, geldt de voorlopige bestemming voor een termijn van tussen de vijfentwintig en dertig jaar. 4 artikel 3.26, vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998 artikel 3.28, vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening artikel 9b van de Elektriciteitswet 1998 In afwijking vanenrespectievelijkenis de raad voor de duur van de in het tweede lid bedoelde termijn niet bevoegd de voor de exacte locaties van de windturbines in een inpassingsplan opgenomen bestemming en voorlopige bestemming te wijzigen. 5 Artikel 3.1, derde tot en met vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening In afwijking van het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid kan de raad van Delfzijl in het bestemmingsplan voor het bedrijventerrein Oosterhorn voorlopige bestemmingen voor het bouwen en in werking hebben van een windturbine voor een termijn van tussen de vijfentwintig en tweeëndertig jaar toekennen, mits de voorlopige bestemming wordt toegekend aan de concrete mastposities van de windturbines. De bestemming van deze gronden wordt binnen een periode van zevenendertig jaar opnieuw vastgesteld.is gedurende deze periode niet van toepassing. 2016 337 23-09-2016 14-09-2016 2016 337 23-09-2016 14-09-2016 24-09-2016
Artikel 7p — Artikel 7p#
Artikel 7p 1 artikel 2.7, eerste lid, eerste volzin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.5 van die wet artikel 2.1, eerste lid, onder a, van die wet In afwijking vanen onverminderdkunnen, als een project dat bestaat uit het bouwen van een bouwwerk tevens is aan te merken als een project dat bestaat uit het oprichten van een inrichting, de aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld inen voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van die wet, los van elkaar worden ingediend. 2 Dit artikel is: a. tot 15 juli 2031 van toepassing in de gemeente Bergen op Zoom; b. in die gemeente tot die datum van overeenkomstige toepassing op aanvragen om wijziging van de voorschriften van een omgevingsvergunning. 2016 337 23-09-2016 14-09-2016 2016 337 23-09-2016 14-09-2016 24-09-2016
Artikel 7q — Artikel 7q#
Artikel 7q Besluit emissiearme huisvesting paragraaf 3.5.8 van het Activiteitenbesluit milieubeheer 10 Onverminderd hetenkan het college van burgemeester en wethouders van Nederweert tot 24 september 2031 bij een beschikking maatregelen voorschrijven die de emissie van geur of van zwevende deeltjes (PM) vanuit dierenverblijven, waarin landbouwhuisdieren worden gehouden, verminderen, als blijkt dat de nadelige gevolgen van deze emissie voor het milieu, gezien de ontwikkeling van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu of gezien de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu, verder kunnen onderscheidenlijk moeten worden beperkt. 2016 381 27-10-2016 12-10-2016 2016 381 27-10-2016 12-10-2016 28-10-2016
Artikel 7r — Artikel 7r#
Artikel 7r 1 In dit artikel wordt verstaan onder: a. afvalwater: afvalwater, dat gewasbeschermingsmiddelen bevat en afkomstig is van het telen of kweken van gewassen in een kas; b. overig afvalwater: artikel 3.63, eerste lid, onder a tot en met i, van het Activiteitenbesluit milieubeheer afvalwater als bedoeld in, voor zover dit andere afvalwaterstromen bevat dan bedoeld onder a. 2 artikel 10.32a, eerste lid, van de Wet milieubeheer In aanvulling opkunnen de gemeenteraden van Zaltbommel en Maasdriel ten behoeve van de collectieve zuivering van afvalwater bij verordening bepalen dat in aangewezen gebieden bij het brengen van afvalwater wordt voldaan aan de in die verordening gestelde regels. 3 artikel 10.32a, tweede lid, van de Wet milieubeheer In aanvulling opmaken de gemeenteraden van Zaltbommel en Maasdriel geen gebruik van de mogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, onder b, van dat artikel, als van degene bij wie afvalwater vrijkomt redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van dat water kan worden gevergd. 4 artikel 3.63, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer In aanvulling opis het in de door de gemeenteraden van Maasdriel en Zaltbommel aangewezen gebieden in een oppervlaktewaterlichaam lozen van afvalwater en overig afvalwater toegestaan, als ten minste: a. het perceel waar het afvalwater en overig afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, waarop geloosd kan worden, en de afstand tot de dichtstbijzijnde voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, waarop kan worden geloosd, meer dan 40 meter bedraagt, of b. het lozen van afvalwater en overig afvalwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater waarop het perceel waar het afvalwater vrijkomt is aangesloten, gelet op de capaciteit van dat riool niet volledig mogelijk is. 5 Van de in dit artikel opgenomen bevoegdheden kan tot 1 januari 2027 gebruik worden gemaakt. 2016 337 23-09-2016 14-09-2016 2016 337 23-09-2016 14-09-2016 24-09-2016
Artikel 7s — Artikel 7s#
Artikel 7s 1 bijlage 127 artikel 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening In het gebied Windpark Elzenburg-De Geer, zoals aangegeven op de kaart in, kan in afwijking van, in een bestemmingsplan aan gronden een voorlopige bestemming voor het bouwen en in werking hebben van een windturbine voor een termijn van maximaal vijfentwintig jaar worden toegekend aan de exacte locaties van de windturbines, mits dit bestemmingsplan wordt vastgesteld voor 27 juni 2022. 2 artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening Artikel 3.1, derde tot en met vijfde lid, van de Wet ruimtelijk ordening In afwijking vanwordt de bestemming van gronden waaraan tevens een voorlopige bestemming voor een windturbine is toegekend, met inbegrip van de met het oog op de toegekende bestemmingen gestelde regels, binnen een periode van dertig jaar opnieuw vastgesteld.is gedurende deze periode niet van toepassing. 2018 438 28-11-2018 20-11-2018 2018 438 28-11-2018 20-11-2018 29-11-2018
Artikel 7t — Artikel 7t#
Artikel 7t 1 artikel 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening In de provincie Groningen kunnen in afwijking van, in een bestemmingsplan aan gronden voorlopige bestemmingen voor het bouwen en in werking hebben van een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking voor een termijn van maximaal dertig jaar worden toegekend aan de exacte locaties van deze collectoren of panelen, mits dit bestemmingsplan wordt vastgesteld voor 29 november 2023. 2 artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening In afwijking vanwordt de bestemming van gronden waaraan tevens een voorlopige bestemming voor een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking is toegekend, met het oog op de toegekende bestemmingen gestelde regels, binnen een periode van vijfendertig jaar opnieuw vastgesteld. Artikel 3.1, derde tot en met vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening is gedurende deze periode niet van toepassing. 2019 53 15-02-2019 25-01-2019 2019 53 15-02-2019 25-01-2019 16-02-2019
Artikel 7u — Artikel 7u#
Artikel 7u 1 artikel 3.10d van het Activiteitenbesluit milieubeheer Dit artikel is van toepassing op de transitie naar een duurzame energievoorziening en de elektrificatie van het mijnbouwplatform Ameland Westgat. Daarbij wordt overeenkomstig het bepaalde in dit artikel afgeweken van. 2 Ter bevordering van de elektrificatie, bedoeld in het eerste lid, onderzoekt degene die het voornoemde mijnbouwplatform drijft, tot 1 januari 2019 of de gasturbine die zorg draagt voor de energievoorziening van dit mijnbouwplatform kan worden vervangen door een elektrische installatie. Uiterlijk op 1 januari 2019 dient deze drijver bij onze Minister een projectplan in waarbij de keuze wordt gemaakt voor: a. het overgaan op een elektrische installatie zonder dat een nieuwe elektriciteitskabel tussen Ameland en het elektriciteitsnetwerk op het vaste land wordt aangelegd en waarbij de huidige gasturbine tot uiterlijk 1 januari 2022 in bedrijf zal zijn, of b. artikel 3.10d van het Activiteitenbesluit milieubeheer het aanpassen van de in de aanhef genoemde gasturbine indien niet wordt overgegaan op een elektrische installatie, zodat uiterlijk per 31 december 2019 aan de emissiegrenswaarden, genoemd inwordt voldaan. 3 artikel 3.10d van het Activiteitenbesluit milieubeheer Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer B Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A Afhankelijk van de in het tweede lid bedoelde keuze voldoet het rookgas van de gasturbine genoemd in dat lid in afwijking vantot de in het tweede lid, onder a, respectievelijk onder b, genoemde datum aan de emissiegrenswaarden die op 31 maart 2010 voor die installatie golden ingevolge hetof het, dan wel aan de daarvan afwijkende emissiegrenswaarden, die voor die stookinstallatie golden op grond van een daarvoor verleende omgevingsvergunning. 4 Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, onder a, rapporteert de drijver jaarlijks uiterlijk per 1 januari tot aan de in die bepaling genoemde datum aan Onze Minister over de vordering van het project en overlegt hij het projectplan voor de resterende periode. 5 artikel 3.10d van het Activiteitenbesluit milieubeheer Indien naar het oordeel van Onze Minister uit het projectplan, bedoeld in het tweede lid, of het projectplan voor de resterende periode, bedoeld in het vierde lid, onvoldoende blijkt dat daadwerkelijk overgegaan kan worden op een elektrische installatie voor 1 januari 2022, kan bij algemene maatregel van bestuur de afwijking vanop een daarbij te bepalen tijdstip voortijdig worden beëindigd. 6 artikel 3.10d van het Activiteitenbesluit milieubeheer Indien toepassing wordt gegeven aan het vijfde lid wordt een overgangstermijn van twaalf maanden bepaald, gedurende welke het rookgas van de gasturbine van het mijnbouwplatform de emissiegrenswaarden genoemd inmogen overschrijden tot maximaal de emissiegrenswaarden als bedoeld in het tweede lid. 2018 438 28-11-2018 20-11-2018 2018 438 28-11-2018 20-11-2018 29-11-2018
Artikel 7v — Artikel 7v#
Artikel 7v 1 afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tiende en elfde lid van artikel 7c In afwijking vanen hetkan de raad op grond van dit artikel regels voor kostenverhaal opnemen in het bestemmingsplan of voorschriften daaromtrent aan de omgevingsvergunning, als bedoeld inverbinden. 2 Het bevoegd gezag verhaalt de kosten verbonden aan de in het twintigste lid bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen op diegene die de in het negentiende lid genoemde activiteiten verricht. 3 Kosten worden slechts verhaald voor zover die worden gedragen door de waardestijging die de locatie als gevolg van de activiteit heeft of zal hebben. 4 De kosten worden verhaald voor zover de werken, werkzaamheden en maatregelen als bedoeld in het twintigste lid toerekenbaar zijn aan de gebieden, of een deel daarvan, als bedoeld in het tiende lid, en voor zover de kosten proportioneel zijn in verhouding tot het profijt dat de gebieden, of een deel daarvan, van de werken, werkzaamheden of maatregelen ondervinden. 5 In afwijking van het tweede lid kan het bevoegd gezag beslissen om geheel of gedeeltelijk af te zien van het verhalen van de kosten: a. indien het totaal aan te verhalen kosten minder bedraagt dan 10.000 euro; b. indien er geen verhaalbare kosten zijn voor werken, werkzaamheden en maatregelen als bedoeld in het twintigste lid, onder a, of; c. indien de verhaalbare kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen, bedoeld in het twintigste lid, onder a, uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen. 6 Het is verboden om te beginnen met een activiteit als bedoeld in het negentiende lid als de verschuldigde geldsom, bedoeld in het negende lid, niet is betaald en a. artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de omgevingsvergunning, bedoeld in, nog niet onherroepelijk is; of b. het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, nog niet onherroepelijk is. 7 In afwijking van het zesde lid kan bij de beschikking, bedoeld in het negende lid, worden bepaald dat de betaling geheel of gedeeltelijk na aanvang van de activiteit plaatsvindt, mits aan de beschikking voorschriften worden verbonden over het stellen van aanvullende zekerheden voor betaling van de verschuldigde geldsom. 8 De rechtspersoon waartoe het bevoegd gezag behoort, kan een overeenkomst aangaan waarin het kostenverhaal wordt verzekerd. 9 artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Als er geen overeenkomst is aangegaan, wordt de verschuldigde geldsom overeenkomstig de regels in het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, of de voorschriften bij de vergunning, als bedoeld inbij beschikking vastgesteld. 10 artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, en de omgevingsvergunning als bedoeld inworden een of meer gebieden aangewezen waarbinnen de in het tweede lid bedoelde kosten worden verhaald. 11 artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht De kosten worden in of op grond van het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, of de omgevingsvergunning, bedoeld in, verdeeld over de activiteiten of over samenhangende activiteiten. 12 artikel 7c, zesde lid Als de regels, bedoeld in, betrekking hebben op kostenverhaal en bij de toepassing een interpretatie behoeven, stelt de raad deze regels vast. 13 artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, of de omgevingsvergunning, bedoeld in, kan een indexeringsregeling voor de kosten als bedoeld in het tweede lid worden opgenomen. 14 Artikel 6.2.10 van het Besluit ruimtelijke ordening Regeling plankosten exploitatieplan en dezijn van overeenkomstige toepassing 15 artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, of de vergunning als bedoeld inwordt een regeling voor de eindafrekening opgenomen. 16 artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Bij de eindafrekening op basis van een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid worden verleende omgevingsvergunningen, als bedoeld inbetrokken. 17 De eindafrekening leidt er niet toe dat een aanvullende geldsom is verschuldigd. 18 Als de eindafrekening ertoe leidt dat het bevoegd gezag gehouden is een deel van de betaalde geldsom terug te betalen, gebeurt dit binnen vier weken na vaststelling van de afrekening met dien verstande dat als de herberekende verschuldigde geldsom meer dan vijf procent lager is dan de betaalde verschuldigde geldsom, het bevoegd gezag alleen gehouden is het bedrag met rente terug te betalen aan degene aan wie de beschikking als bedoeld in het negende lid is opgelegd of diens rechtsopvolger voor zover het bedrag groter is dan vijf procent. 19 Activiteiten als bedoeld in het tweede lid, zijn: a. de bouw van een of meer woningen, b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen, c. 2 de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 mbruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen, d. 2 de bouw van een gebouw, dat geen hoofdgebouw is, met ten minste 1.000 mbruto-vloeroppervlakte, e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste tien woningen worden gerealiseerd, f. 2 de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe gebruiksvormen ten minste 1.500 mbruto-vloeroppervlakte bedraagt, g. de wijziging van het gebruik van een locatie, voor zover dat in het bestemmingsplan is bepaald. 20 Werken, werkzaamheden en maatregelen als bedoeld in het tweede lid, zijn: a. het aanleggen van voorzieningen, waaronder: 1. nutsvoorzieningen met bijbehorende werken en bouwwerken, 2. riolering met inbegrip van bijbehorende werken en bouwwerken, 3. wegen, ongebouwde openbare parkeergelegenheden, pleinen, voet- en rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, voorzieningen voor de waterhuishouding, bruggen, tunnels, duikers, kades, steigers, en andere rechtstreeks met de aanleg van deze voorzieningen verband houdende werken en bouwwerken, 4. infrastructuur voor openbaar vervoervoorzieningen met bijbehorende werken en bouwwerken, 5. groenvoorzieningen, waaronder begrepen openbare parken, plantsoenen, speelplaatsen, trapvelden en speelweiden, natuurvoorzieningen en openbare niet-commerciële sportvoorzieningen, 6. openbare verlichting en brandkranen met aansluitingen, 7. straatmeubilair, speeltoestellen, sierende elementen, kunstobjecten en afrasteringen in de openbare ruimte, 8. openbare gebouwde parkeervoorzieningen, b. het verwerven van percelen ten behoeve van de voorzieningen, c. het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen, d. het uitvoeren van werkzaamheden, waaronder het dempen van oppervlaktewateren, verrichten van grondwerken, met inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven, e. voorbereiding en toezicht op de uitvoering vanwege de aanleg van de voorzieningen en werken, inclusief het daartoe benodigde onderzoek, f. tijdelijk beheer van de door of vanwege de overheid verworven percelen, verminderd met de uit het tijdelijk beheer te verwachten opbrengsten, g. het vrijmaken van de locatie van persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit of beperkt recht en zakelijke lasten, h. het vaststellen van een bestemmingsplan, inclusief het daartoe benodigde onderzoek, i. vanwege het belang van de fysieke leefomgeving noodzakelijke maatregelen, j. afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening de betaling van planschade, bedoeld in, niet-terugvorderbare BTW, niet-gecompenseerde compensabele BTW, of andere niet-terugvorderbare belastingen, over de kostenelementen, genoemd onder a tot en met i, rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd met renteopbrengsten. 21 De kosten voor de werken, werkzaamheden en maatregelen genoemd in het twintigste lid zijn in elk geval verrekenbaar voor zover het betreft: a. de werken, werkzaamheden en maatregelen genoemd onder a, c en d; b. de werken, werkzaamheden en maatregelen genoemd onder b, f en g; c. de werken, werkzaamheden en maatregelen genoemd onder e en h. 22 artikel 7c, zeventiende lid, onderdelen e, l, xx, aaa, kkk, rrr en uuu artikel 7g, vierde lid, onderdeel s bijlage 166 artikel 7g, vijfde lid, onderdeel f artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Dit artikel is van toepassing op de ingenoemde plangebieden voor zover het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, of de omgevingsvergunning, bedoeld in, voor die gebieden voor de in artikel 7c, achttiende lid, bedoelde datum wordt vastgesteld en op de in, genoemde gemeente voor zover het betreft de gebieden «Wagenwerkplaats» en «De Hoef-West», zoals aangegeven op de kaart in, en voor zover de bestemmingsplannen, bedoeld in het eerste lid, of de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor die gebieden voor de in, genoemde datum worden vastgesteld. 2020 528 17-12-2020 09-12-2020 2020 528 17-12-2020 09-12-2020 18-12-2020
Artikel 7w — Artikel 7w#
Artikel 7w 1 bijlage 126 artikel 7c, veertiende lid artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 6.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening Voor het plangebied «Buitengebied Hillegom» van de gemeente Hillegom, zoals aangegeven op de kaart in, geldt dat als voor een activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld inof een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit als bedoeld in, van dit besluit, is vereist, in zoverre in afwijking van, alleen deze omgevingsvergunningen als oorzaak als bedoeld in die bepaling gelden. 2 artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening Het eerste lid is niet van toepassing op schade in de vorm van een vermindering van de waarde van een onroerende zaak als de schade het rechtstreekse gevolg is van de wijziging van de bestemming van de tot de onroerende zaak behorende grond of van de op onroerende zaak betrekking hebbende regels als bedoeld in. 3 De aanvrager heeft het risico op het ontstaan van schade in ieder geval niet aanvaard als: a. artikel 2, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 7c, zeventiende lid, onder uuu de aanvrager overeenkomstigtot koop is overgegaan van een tot woning bestemde onroerende zaak na de vaststelling of wijziging van het bestemmingsplan, bedoeld in, en b. de schade bestaat uit waardevermindering van de onroerende zaak. 4 De schade die bestaat uit waardevermindering van de onroerende zaak wordt bepaald aan de hand van een vergelijking van de waarde van de onroerende zaak onmiddellijk voor en na het tijdstip waarop het bevoegd gezag mededeling heeft gedaan van het besluit tot het verlenen of wijzigen van de omgevingsvergunning. 2019 53 15-02-2019 25-01-2019 2019 53 15-02-2019 25-01-2019 16-02-2019
Artikel 7x — Artikel 7x#
Artikel 7x bijlage 37 artikel 7c, zeventiende lid, onder a artikel 3.12 van de Activiteitenregeling milieubeheer artikel 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer In het gebied Oosterwold in de gemeenten Almere en Zeewolde, zoals aangegeven op de kaart in, kan het bevoegd gezag, in afwijking van, in het bestemmingsplan als bedoeld in, van dit besluit, regels opnemen ter voorkoming of beperking van slagschaduw en lichtschittering ter plaatse van gevoelige objecten, als bedoeld in. 2019 53 15-02-2019 25-01-2019 2019 53 15-02-2019 25-01-2019 16-02-2019
Artikel 7y — Artikel 7y#
Artikel 7y 1 bijlage 183 Dit artikel geldt voor de duur van vijf jaar, te rekenen vanaf een bij koninklijk besluit te bepalen datum, voor het gebied «De negen straatjes» in Amsterdam, zoals aangegeven op de kaart in. 2 artikel 1.1 van de Wet milieubeheer In aanvulling opwordt onder huishoudelijke afvalstoffen ook begrepen bedrijfsafvalstoffen. 2020 75 27-02-2020 13-02-2020 2020 75 27-02-2020 13-02-2020 28-02-2020 De datum bedoeld in het eerste lid is door Stb. 2020/371 gesteld
op 1 januari 2021.
Artikel 7z — Artikel 7z#
Artikel 7z 1 10 bijlage 2 bij de Wet milieubeheer Dit artikel is tot 1 januari 2031 van toepassing in de gemeenten Nederweert en Someren ten behoeve van het wegnemen van overschrijdingen van de grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM) zoals opgenomen in, door veehouderijen. Daartoe kunnen de in dit artikel opgenomen bevoegdheden worden uitgeoefend. 2 artikel 5.16, eerste lid, onder b, van de Wet milieubeheer Burgemeester en wethouders kunnenbuiten toepassing laten. 3 artikel 5.13a van het Besluit omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In afwijking vankunnen aan een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld invoorschriften worden verbonden. 4 artikel 2.31, tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, of i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bijlage 2 bij de Wet milieubeheer Artikel 2.31a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 10 In aanvulling opkunnen burgemeester en wethouders de voorschriften van een omgevingsvergunning wijzigen als deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld inen de grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM) zoals opgenomen inworden overschreden.is van overeenkomstige toepassing. 5 artikel 2.33, tweede lid, aanhef en onderdelen d en f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, of i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bijlage 2 bij de Wet milieubeheer 10 In aanvulling opkunnen burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken als deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld inen de grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM) zoals opgenomen inworden overschreden. 6 artikel 7 van het Besluit emissiearme huisvesting bijlage 2 bij het Besluit emissiearme huisvesting 10 10 In aanvulling opkunnen burgemeester en wethouders bij besluit voorschrijven dat in dierenverblijven die zijn opgericht voor, op of na 1 juli 2015 huisvestingssystemen voor landbouwhuisdieren worden toegepast met een emissiefactor voor zwevende deeltjes (PM) die lager is dan de maximale emissiewaarde voor zwevende deeltjes (PM) die voor de betreffende diercategorie is vermeld in. 7 artikel 2, aanhef en onder b, van het Besluit emissiearme huisvesting In afwijking vanis het bepaalde in het zesde lid ook van toepassing op huisvestingssystemen voor landbouwhuisdieren die worden gehouden overeenkomstig de biologische productiemethode. 2020 75 27-02-2020 13-02-2020 2020 75 27-02-2020 13-02-2020 28-02-2020
Artikel 7aa — Artikel 7aa#
Artikel 7aa 1 Omgevingswet Dit artikel is tot de inwerkingtreding van devan toepassing binnen de provincies Gelderland, Limburg, Noord-Brabant en Overijssel. 2 artikel 2, zesde lid bijlage I bij de Regeling geurhinder en veehouderij In aanvulling openkan het bestuursorgaan dat bevoegd zou zijn of is om een omgevingsvergunning voor de betrokken inrichting te verlenen voor een huisvestingssysteem dat niet in bijlage 1 van deze regeling is opgenomen op aanvraag een bijzondere geuremissiefactor vaststellen die bij de berekening van het aantal odour units per seconde per dier van een diercategorie als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van deze regeling wordt toegepast. 3 Het bestuursorgaan dat bevoegd zou zijn of is om een omgevingsvergunning voor de betrokken inrichting te verlenen kan een bijzondere geuremissiefactor vaststellen indien naar zijn oordeel: a. toepassing van het huisvestingssysteem voldoende bijdraagt aan de ontwikkeling van innovatieve stalsystemen voor de reductie van geur; b. bijlage 1 bij de Regeling geurhinder en veehouderij de verwachte emissie van het huisvestingssysteem minimaal 10% lager is dan de geuremissiefactor die is opgenomen voor overige huisvesting voor die diercategorie in; c. het huisvestingssysteem zich leent voor toepassing in de praktijk; d. de controleerbaarheid van de werking van het huisvestingssysteem voldoende is gewaarborgd; en e. voldoende is gewaarborgd dat de geuremissie overeenkomstig het Protocol voor meting van geuremissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij 2010 of een gelijkwaardige methode wordt gemeten en dat over de wijze van meten en de resultaten van de metingen aan hem wordt gerapporteerd. 4 artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In aanvulling opwordt aangewezen als categorie activiteiten als bedoeld in, voor zover deze plaatsvindt binnen een inrichting als bedoeld in, niet zijnde een inrichting als bedoeld inhet oprichten of wijzigen van een dierenverblijf met een huisvestingssysteem waarvoor een bijzondere geuremissiefactor als bedoeld in het tweede lid is vastgesteld. 5 artikel 5.13b van het Besluit omgevingsrecht In aanvulling opkan een omgevingsvergunning voor de categorie activiteiten als bedoeld in het vierde lid worden geweigerd in het belang van bescherming van de leefomgeving tegen geurhinder. 6 artikel 5.13a van het Besluit omgevingsrecht In afwijking vankunnen aan een omgevingsvergunning voor de categorie activiteiten, bedoeld in het vierde lid, voorschriften worden verbonden in het belang van de bescherming van de fysieke leefomgeving tegen geurhinder. 7 artikel 2.31, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van die wet In aanvulling opwijzigt het bevoegd gezag de voorschriften van een omgevingsvergunning als deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld inof de categorie activiteiten, bedoeld in het vierde lid, indien: Artikel 2.31a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is van overeenkomstige toepassing. a. uit metingen blijkt dat de geuremissie in odour units per seconde per dier hoger is dan de op grond van het tweede lid vastgestelde bijzondere geuremissiefactor; b. niet binnen twee jaar nadat het huisvestingssysteem is opgericht, metingen zijn uitgevoerd; of c. aanvullende maatregelen nodig zijn voor een goede werking van het huisvestingssysteem. 8 artikel 2.33, tweede lid, aanhef en onder d en f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van die wet In aanvulling opkan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken als deze betrekking heeft op een activiteit, bedoeld inof de categorie activiteiten, bedoeld in het vierde lid, indien: a. uit metingen blijkt dat de geuremissie in odour units per seconde per dier hoger is dan de op grond van het tweede lid vastgestelde bijzondere geuremissiefactor; of b. niet binnen twee jaar nadat het huisvestingssysteem is opgericht, metingen zijn uitgevoerd. 9 Indien toepassing wordt gegeven aan het achtste lid wordt het besluit bedoeld in tweede lid ingetrokken. 10 artikel 6.19 van het Besluit omgevingsrecht artikel 3.9, derde lid, tweede volzin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In aanvulling opwordt als categorie van gevallen als bedoeld inaangewezen de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in het vierde lid. 2020 75 27-02-2020 13-02-2020 2020 75 27-02-2020 13-02-2020 28-02-2020
Artikel 7ab — Artikel 7ab#
Artikel 7ab 1 Dit artikel is van toepassing op de gebieden: Omgevingswet voor zover de bestemmingsplannen voor deze gebieden worden vastgesteld voor 1 januari 2026 en het ontwerp van deze plannen ter inzage is gelegd voor de inwerkingtreding van de. a. bijlage 184 Haven 8 en Oostelijke Insteekhaven in Waalwijk, zoals aangegeven op de kaart in, en b. bijlage 186 en Heesch-West in ’s-Hertogenbosch en Bernheze, zoals aangegeven op de kaart in, 2 artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer artikel 1, onder b, onder g, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen In afwijking vangeldt voor bedrijfsgebouwen als bedoeld inwaarbinnen een logistieke functie wordt uitgeoefend gecombineerd met een kantoorfunctie, als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, onder c, aanhef en onder 1°, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen dat dit kwetsbare objecten zijn, uitsluitend voor zover het gaat om die kantoorfunctie. 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 16-09-2022
Artikel 7ad — Artikel 7ad#
Artikel 7ad 1 artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder e, van het Besluit ruimtelijke ordening In afwijking vangeldt voor een sociale koopwoning de kostengrens, zoals vastgesteld in de Voorwaarden en Normen Nationale Hypotheekgarantie, als de ten hoogste koopprijs. 2 artikel 3.1.2, vierde lid, van het Besluit ruimtelijke ordening In afwijking vankan de gemeenteraad, indien een bestemmingsplan regels bevat ten aanzien van sociale koopwoningen, na regionale afstemming een lagere koopprijs vaststellen dan de ten hoogste koopprijs, bedoeld in het eerste lid. 3 Omgevingswet Dit artikel is, voor zover de bestemmingsplannen, waarin toepassing is gegeven aan het eerste of tweede lid, worden vastgesteld voor 1 januari 2026 en het ontwerp van deze plannen ter inzage is gelegd voor de inwerkingtreding van de, van toepassing op de gemeenten: a. Aalsmeer; b. Albrandswaard; c. Almere; d. Amstelveen; e. Amsterdam, f. Arnhem; g. Barendrecht; h. Beemster; i. Berg en Dal; j. Best; k. Beuningen; l. Beverwijk; m. Blaricum; n. Bloemendaal; o. Brielle; p. Bunnik; q. Capelle aan den IJssel; r. Delft; s. De Bilt; t. Diemen; u. Den Haag; v. De Ronde Venen; w. Doesburg; x. Dordrecht; y. Druten; z. Duiven; aa. Edam-Volendam; ab. Eindhoven; ac. Geldrop-Mierlo; ad. Gooise Meren; ae. Groningen; af. Haarlem; ag. Haarlemmermeer; ah. Heemskerk; ai. Heemstede; aj. Hellevoetsluis; ak. Helmond; al. Heumen; am. Hilversum; an. Houten; ao. Huizen; ap. IJsselstein; aq. Katwijk; ar. Krimpen aan den IJssel; as. Landsmeer; at. Lansingerland; au. Laren; av. Leiden; aw. Leidschendam-Voorburg; ax. Lelystad; ay. Lingewaard; az. Lopik; ba. Maassluis; bb. Midden-Delfland; bc. Montferland; bd. Montfoort; be. Mook en Middelaar; bf. Nieuwegein; bg. Nijmegen; bh. Nissewaard; bi. Nuenen; bj. Oirschot; bk. Oostzaan; bl. Ouder-Amstel; bm. Oudewater; bn. Overbetuwe; bo. Pijnacker-Nootdorp; bp. Purmerend; bq. Renkum; br. Rheden; bs. Ridderkerk; bt. Rijswijk; bu. Rotterdam; bv. Rozendaal; bw. Schiedam; bx. Son en Breugel; by. Stichtse Vecht; bz. Uitgeest; ca. Uithoorn; cb. Utrecht; cc. Utrechtse Heuvelrug; cd. Veldhoven; ce. Velsen; cf. Vijfheerenlanden; cg. Vlaardingen; ch. Waalre; ci. Wassenaar; cj. Waterland; ck. Weesp; cl. Westervoort; cm. Westland; cn. Westvoorne; co. Wijchen; cp. Wijdemeren; cq. Wijk bij Duurstede; cr. Woerden; cs. Wormerland; ct. Zaanstad; cu. Zandvoort; cv. Zeist; cw. Zevenaar; cx. Zoetermeer; cy. Zwijndrecht. 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 16-09-2022
Artikel 7ae — Artikel 7ae#
Artikel 7ae 1 Dit artikel is tot 1 januari 2025 van toepassing binnen de provincies Gelderland, Limburg, Noord-Brabant en Overijssel. 2 Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd zou zijn of is om een omgevingsvergunning voor de betrokken inrichting te verlenen. 3 artikel 2, eerste lid, van de Regeling ammoniak en veehouderij bijlage 1 bij die regeling artikel 3 4 5 van het Besluit emissiearme huisvesting artikel 7, eerste lid, onder a en b, van de Wet ammoniak en veehouderij artikel 3.114, eerste lid, onder a en b, van het Activiteitenbesluit milieubeheer In afwijking vankan het bevoegd gezag voor een huisvestingssysteem dat of een additionele techniek die niet inis opgenomen op aanvraag bij besluit bepalen dat in plaats van emissiefactoren gebruik wordt gemaakt van meetsensoren die de feitelijke emissies meten voor het beoordelen of wordt voldaan aan,ofen hetzij, hetzij. 4 artikel 6, eerste lid, van het Besluit emissiearme huisvesting artikel 1, tweede lid, van de Wet ammoniak en veehouderij artikel 3.112 van het Activiteitenbesluit milieubeheer Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid, zijn,enniet van toepassing. 5 artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Indien het bevoegd gezag een besluit neemt als bedoeld in het derde lid, wordt in de omgevingsvergunning, bedoeld inof het tiende lid, opgenomen: a. het emissieplafond en de wijze waarop wordt aangetoond dat hieraan wordt voldaan; b. dat de emissies worden gemeten overeenkomstig het Protocol voor meting met sensoren van ammoniakemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij of een gelijkwaardige methode. 6 artikel 3 van de Regeling ammoniak en veehouderij bijlage 1 bij die regeling Onverminderdkan het bevoegd gezag voor een huisvestingssysteem dat of een additionele techniek die niet inis opgenomen, op aanvraag bij besluit een bijzondere ammoniakemissiefactor of een emissiereductiepercentage vaststellen die bij de berekening van de ammoniakemissie worden toegepast. 7 artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Indien het bevoegd gezag een besluit neemt als bedoeld in het zesde lid, wordt in de omgevingsvergunning, bedoeld inof het tiende lid, opgenomen dat de emissies binnen twee jaar vanaf het in gebruik nemen van het huisvestingssysteem of de additionele techniek worden gemeten overeenkomstig het Protocol voor meting van ammoniakemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij, versie 2013a, of een gelijkwaardige methode, tenzij is aangetoond dat al voldoende metingen op andere locaties worden uitgevoerd. 8 artikel 67, eerste en derde lid, van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 artikel 66, onder i, van die regeling Onverminderdkan het bevoegd gezag op aanvraag bij besluit andere gegevens gebruiken en goedkeuren dan de gegevens, bedoeld in. 9 artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Indien het bevoegd gezag een besluit neemt als bedoeld in het achtste lid, wordt in de omgevingsvergunning, bedoeld inof het tiende lid, opgenomen dat de emissies binnen twee jaar vanaf het in gebruik nemen van het huisvestingssysteem of de additionele techniek worden gemeten overeenkomstig het Protocol voor meting van fijnstofemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij, versie 2010, of een gelijkwaardige methode, tenzij is aangetoond dat al voldoende relevante metingen op andere locaties worden uitgevoerd. 10 artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer In aanvulling opwordt aangewezen als categorie activiteiten als bedoeld inhet oprichten of wijzigen van een dierenverblijf waarbij toepassing is gegeven aan het derde, zesde of achtste lid, voor zover deze activiteit plaatsvindt binnen een inrichting type B zoals omschreven in. 11 artikel 5.13a van het Besluit omgevingsrecht In afwijking vankunnen aan een omgevingsvergunning als deze betrekking heeft op de categorie activiteiten, bedoeld in het tiende lid, voorschriften worden verbonden als toepassing is gegeven aan het derde, zesde of achtste lid. 12 artikel 5.13b van het Besluit omgevingsrecht In aanvulling opkan een omgevingsvergunning als deze betrekking heeft op de categorie activiteiten, bedoeld in het tiende lid, worden geweigerd vanwege de aard of locatie van de activiteit. 13 artikel 2.31, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van die wet In aanvulling opkan het bevoegd gezag de voorschriften van een omgevingsvergunning als bedoeld inof als deze betrekking heeft op de categorie activiteiten, bedoeld het tiende lid, wijzigen, indien: a. uit metingen blijkt dat de ammoniakemissie in kg per dierplaats per jaar hoger is dan de op grond van het zesde lid vastgestelde bijzondere ammoniakemissiefactor of het op grond van dat lid vastgestelde emissiereductiepercentage; b. 10 uit metingen blijkt dat de emissie van zwevende deeltjes (PM) in kg per dier per jaar hoger is dan de op grond van het achtste lid vastgestelde bijzondere emissiefactor of het op grond van dat lid vastgestelde emissiereductiepercentage; c. aanvullende maatregelen nodig zijn voor een goede werking van het huisvestingssysteem; of d. aanvullende eisen nodig zijn voor het meten met sensoren. 14 artikel 2.31a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Indien toepassing wordt gegeven aan het dertiende lid, isvan overeenkomstige toepassing. 15 artikel 2.33, tweede lid, aanhef en onder d en f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van die wet In aanvulling opkan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning als bedoeld inof het tiende lid geheel of gedeeltelijk intrekken, indien: a. uit metingen blijkt dat de ammoniakemissie hoger is dan de op grond van het zesde lid vastgestelde bijzondere ammoniakemissiefactor of het op grond van dat lid vastgestelde emissiereductiepercentage; b. 10 uit metingen blijkt dat de emissie van zwevende deeltjes (PM) in kg per dier per jaar hoger is dan de op grond van het achtste lid vastgestelde bijzondere emissiefactor of het op grond van dat lid vastgestelde emissiereductiepercentage; of c. niet binnen twee jaar nadat het huisvestingssysteem is opgericht, metingen zijn uitgevoerd. 16 Indien toepassing wordt gegeven aan het vijftiende lid, wordt het besluit, bedoeld in zesde en achtste lid, ingetrokken. 2021 193 22-04-2021 08-04-2021 2021 193 22-04-2021 08-04-2021 23-04-2021
Artikel 7af — Artikel 7af#
Artikel 7af 1 Dit artikel is tot 1 januari 2025 van toepassing binnen de provincies Gelderland, Limburg en Noord-Brabant. 2 Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd zou zijn of is om een omgevingsvergunning voor de betrokken inrichting te verlenen. 3 Besluit emissiearme huisvesting artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer 10 Onverminderd hetkan het bevoegd gezag in de omgevingsvergunning, bedoeld in, en voor een inrichting type B, bedoeld in, bij besluit maatregelen voorschrijven die de emissie van geur, ammoniak of zwevende deeltjes (PM) verminderen, als blijkt dat de nadelige gevolgen van deze emissies voor het milieu verder kunnen onderscheidenlijk moeten worden beperkt, vanwege: a. de ontwikkeling van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu; b. de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu; c. 10 de cumulatieve gevolgen van de emissie van geur, ammoniak of zwevende deeltjes (PM) door veehouderijen; d. door het bevoegd gezag vastgesteld beleid voor verbetering van de luchtkwaliteit; of e. onaanvaardbare geurhinder als bedoeld in het twaalfde lid. 4 artikel 5, tweede lid, van het Besluit emissiearme huisvesting Indien voor dierenverblijven die zijn opgericht voor 1 januari 2007 toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het bevoegd gezag afwijken van. 5 artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer artikelen 3.113 tot en met 3.119a van het Activiteitenbesluit milieubeheer Indien voor een inrichting type B als bedoeld intoepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het bevoegd gezag afwijken van de. 6 artikel 2.31, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van die wet In aanvulling opkan het bevoegd gezag de voorschriften van een omgevingsvergunning als bedoeld inwijzigen, vanwege: a. 10 de cumulatieve gevolgen van de emissie van geur, ammoniak of zwevende deeltjes (PM) door veehouderijen; b. door het bevoegd gezag vastgesteld beleid voor verbetering van de luchtkwaliteit; of c. onaanvaardbare geurhinder als bedoeld in het twaalfde lid. 7 Besluit emissiearme huisvesting Bij het wijzigen van de voorschriften van een omgevingsvergunning als bedoeld in het zesde lid kan het bevoegd gezag afwijken van het. 8 artikel 2.31a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Indien toepassing wordt gegeven aan het zesde lid, isvan overeenkomstige toepassing. 9 artikel 3, derde lid, laatste volzin, van de Wet ammoniak en veehouderij Voor het voorschrijven van maatregelen, bedoeld in het derde lid, isook van toepassing op een veehouderij waartoe geen IPPC-installatie behoort. 10 artikel 3, derde lid, tweede volzin, van de Wet ammoniak en veehouderij In afwijking vankunnen ook voorschriften worden gesteld over huisvestingssystemen die op 1 januari 2007 al aanwezig waren. 11 artikel 2.33, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van die wet In aanvulling opkan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken als deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld inals sprake is van onaanvaardbare geurhinder als bedoeld in het twaalfde lid. 12 Bij het bepalen of sprake is van onaanvaardbare geurhinder wordt ten minste rekening gehouden met de volgende aspecten: a. lokaal geurbeleid; b. de individuele en cumulatieve geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten; c. de aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt; d. de historie van de betreffende inrichting en het klachtenpatroon met betrekking tot geurhinder; e. de bestaande en verwachte geurhinder van de betreffende inrichting; en f. de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels in de inrichting. 13 artikel 3 van de Wet geurhinder en veehouderij artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In aanvulling opwordt een omgevingsvergunning als bedoeld ingeweigerd indien niet kan worden voldaan aan voorschriften die vanwege de technische kenmerken en de geografische ligging van de veehouderij of vanwege de plaatselijke milieuomstandigheden moeten worden gesteld. 14 artikel 3, vierde lid, van de Wet geurhinder en veehouderij In afwijking vankan het bevoegd gezag bepalen dat: a. de toename van de geurbelasting ten gevolge van die wijziging minder bedraagt dan de helft van de vermindering van de geurbelasting die het gevolg zou zijn van de toegepaste geurbelastingreducerende maatregel bij het eerder vergunde veebestand; of b. de totale geurbelasting na die wijziging minder bedraagt dan het gemiddelde van de in de verordening vastgelegde waarde en de geurbelasting die de inrichting voorafgaand aan het toepassen van de maatregel veroorzaakte. 15 artikelen 3.115, tweede lid, aanhef en onder b 3.118, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer In afwijking van de, enkan het bevoegd gezag bij uitbreiding van een dierenverblijf bij maatwerkvoorschrift bepalen dat de geurbelasting, bedoeld in artikel 3.115, tweede lid, onder b, van dat besluit, minder bedraagt dan het in dat lid bedoelde gemiddelde. 16 artikel 7c artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij Op welke wijze invulling wordt gegeven aan de bevoegdheid, bedoeld in het veertiende en vijftiende lid, wordt vastgelegd in beleidsregels, in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte als bedoeld inof in de verordening, bedoeld in. 17 Het bevoegd gezag kent degene tot wie een besluit is gericht krachtens of met toepassing van het derde, zesde, elfde of dertiende tot en met vijftiende lid en die ten gevolge daarvan kosten maakt of schade lijdt die redelijkerwijs niet of niet geheel voor zijn rekening behoren te komen op zijn verzoek of uit eigen beweging een naar billijkheid te bepalen vergoeding toe, voor zover niet op een andere wijze in een redelijke vergoeding is of kan worden voorzien. 18 artikel 4.2, tweede en derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Indien toepassing wordt gegeven aan het zeventiende lid, isvan overeenkomstige toepassing. 2021 193 22-04-2021 08-04-2021 2021 193 22-04-2021 08-04-2021 23-04-2021
Artikel 7ag — Artikel 7ag#
Artikel 7ag 1 artikel 1, eerste lid, onder m, van de Gaswet artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet In dit artikel wordt verstaan onder kookgasaansluiting: aansluiting als bedoeld inwaarbij de onroerende zaak ook een aansluiting heeft op een warmtenet als bedoeld indat kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte. 2 artikel 62 van de Gaswet artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening In afwijking vanen in aanvulling opkunnen in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte gebieden worden aangewezen waarbinnen het verboden is te beschikken over een kookgasaansluiting vanaf een in dat bestemmingsplan gestelde datum. 3 Op de dag volgend op de in het bestemmingsplan gestelde datum, bedoeld in het tweede lid, wordt degene die over een kookgasaansluiting beschikt geacht de netbeheerder te hebben verzocht om beëindiging van die aansluiting. 4 Het tweede lid kan uitsluitend worden toegepast, indien: a. de bestaande gastransportleidingen om veiligheidsredenen aan vervanging toe zijn; b. artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet de onroerende zaken zijn aangesloten op een warmtenet als bedoeld indat kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte; en c. artikel 10, zevende lid, onder b, van de Gaswet het college van burgemeester en wethouders het gebied, bedoeld in het tweede lid, heeft aangewezen als een gebied in de zin van. 5 Artikel 7c, negende lid, onder a, onder 2° , is niet van toepassing. 6 artikelen 3.2.1 3.2.2 3.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening Indien gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, zijn de,enniet van toepassing. 7 bijlage 185 Dit artikel is van toepassing op het plangebied Overvecht-Noord in de gemeente Utrecht, zoals aangegeven op de kaart in. 2021 600 09-12-2021 01-12-2021 2021 600 09-12-2021 01-12-2021 10-12-2021
Artikel 7ah — Artikel 7ah#
Artikel 7ah 1 afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening artikel 7c, tiende en elfde lid In afwijking vanen, kan de raad op grond van dit artikel regels voor kostenverhaal opnemen in het bestemmingsplan. 2 Als een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid voorziet in het toelaten van bouwactiviteiten als bedoeld in het vijftiende lid, verhaalt het bestuursorgaan op degene die die bouwactiviteiten verricht de kosten die het vanwege de in het zestiende lid bedoelde kostensoorten maakt, voor zover: a. de kostensoorten toerekenbaar zijn aan het kostenverhaalsgebied; en b. de kosten proportioneel zijn in verhouding tot het profijt dat het kostenverhaalsgebied van de kostensoorten heeft. 3 In afwijking van het tweede lid kan het bestuursorgaan beslissen kosten niet te verhalen als: a. het totaal van de verschuldigde geldsommen dat op grond van het tiende lid kan worden verhaald, minder bedraagt dan € 10.000,–; b. er geen verhaalbare kosten als bedoeld in de zestiende lid, onder c tot en met i, zijn; of c. de verhaalbare kosten alleen de aansluiting van een locatie op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen. 4 Het is verboden een activiteit als bedoeld in het vijftiende lid te verrichten, voordat de op grond van dit artikel verschuldigde kosten zijn betaald. 5 De gemeente waarvan het bestuursorgaan een orgaan is, kan met degene die kosten is verschuldigd een overeenkomst aangaan over kostenverhaal. Bij de overeenkomst kan, in afwijking van het vierde lid, worden bepaald dat de betaling geheel of gedeeltelijk na aanvang van de activiteit plaatsvindt, mits aan de overeenkomst voorwaarden worden verbonden over het stellen van aanvullende zekerheden voor de betaling. 6 Als het verhalen van kosten, bedoeld het tweede lid, is verzekerd vanwege een overeenkomst als bedoeld in het vijfde lid, zijn het zevende tot en met veertiende en zeventiende tot en met eenentwintigste lid niet van toepassing. 7 In het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid: a. worden kostenverhaalsgebieden aangewezen waarvoor de kosten, bedoeld in het tweede lid, worden gemaakt; b. wordt per kostenverhaalsgebied bepaald welke kostensoorten waarvan het gebied ten dele profijt heeft, naar evenredigheid aan dat kostenverhaalsgebied worden toegerekend; c. wordt per kostenverhaalsgebied een raming van de kosten opgenomen, met dien verstande dat ook alleen het maximum van de globaal te verhalen kosten als geheel per kostenverhaalsgebied kan worden opgenomen; en d. worden per kostenverhaalsgebied regels gesteld over: 1°. de verdeling van de kosten over de bouwactiviteiten, waarbij ook het maximum van de te verhalen kosten per activiteit wordt opgenomen; en 2°. de eindafrekening van de kosten. 8 De kosten worden verhaald tot ten hoogste het bedrag van de waardevermeerdering van de locatie waar de activiteit wordt verricht, die optreedt of zal optreden als gevolg van de bouwactiviteit. 9 De verschuldigde geldsom wordt berekend door de kosten over de bouwactiviteiten te verdelen naar rato van de opbrengsten van de gronden. 10 Als er geen overeenkomst is aangegaan, wordt de verschuldigde geldsom door het college van burgemeester en wethouders bij beschikking vastgesteld volgens hetgeen daarover is bepaald in dit artikel en in het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid. Voordat het bestuursorgaan de beschikking geeft, stelt het de aanvrager in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen. 11 De beslissing op een aanvraag om een beschikking als bedoeld in het tiende lid wordt aangehouden als voor de in de aanvraag bedoelde te verrichten activiteit het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk is, tenzij: a. een ingesteld beroep tegen het bestemmingsplan geen gevolgen kan hebben voor de beoordeling van de activiteit; of b. deze gevolgen volgens het bestuursorgaan niet opwegen tegen het belang dat met het geven van de beschikking is gediend. 12 De beschikking bevat een raming van de kosten en van de waardevermeerdering waarop de verschuldigde geldsom is gebaseerd. Bij de beschikking kan, in afwijking van het vierde lid, worden bepaald dat de betaling geheel of gedeeltelijk na aanvang van de activiteit plaatsvindt, mits aan de beschikking voorschriften worden verbonden over het stellen van aanvullende zekerheden voor de betaling van de verschuldigde geldsom. 13 De regeling voor de eindafrekening, bedoeld in het zevende lid, onder d, onder 2°, leidt er niet toe dat er een aanvullende geldsom is verschuldigd. 14 Als een opnieuw berekende geldsom: a. meer dan vijf procent lager is dan de op grond van de beschikking betaalde geldsom, betaalt het bestuursorgaan binnen vier weken na de eindafrekening het verschil, voor zover het groter is dan vijf procent, naar evenredigheid terug met rente; en b. is gebaseerd op andere kosten dan de kosten waarop de op grond van het tiende lid bij beschikking vastgestelde verschuldigde geldsom is gebaseerd, vindt geen terugbetaling plaats voor zover: 1°. de kosten vanwege de in het zestiende lid bedoelde kostensoorten zijn gemaakt; en 2°. het maximum, bedoeld in het zevende lid, onder c, niet wordt overschreden. 15 Bouwactiviteiten waarvan kosten worden verhaald als bedoeld in het tweede lid, aanhef, zijn: a. de bouw van een of meer woningen; b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c. 2 de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 mbruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; d. 2 de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 mbruto-vloeroppervlakte; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste tien woningen worden gerealiseerd; of f. 2 de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 mbruto-vloeroppervlakte bedraagt. 16 De kostensoorten, bedoeld in het tweede lid, aanhef, zijn: a. artikel 2.1, eerste lid, onder a of c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de kosten van het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek; b. de waarde van de gronden die worden gebruikt voor de uitvoering van de onder h en i bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief de waarde van de te slopen opstallen, geraamd overeenkomstig het eenentwintigste lid; c. de kosten van het vrijmaken van de gronden, bedoeld onder b, van persoonlijke rechten en lasten, eigendom en bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten; d. het tijdelijk beheer van de door of vanwege de gemeente verworven percelen, verminderd met de uit het tijdelijk beheer te verwachten opbrengsten; e. de kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden, bedoeld onder b; f. de kosten van bodemsanering, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden, bedoeld onder b; g. de kosten van de noodzakelijke compensatie van in het kostenverhaalsgebied verloren gegane natuurwaarden, groenvoorzieningen en watervoorzieningen; h. de kosten van de volgende werken: 1°. wegen, gebouwde en ongebouwde openbare parkeergelegenheden, pleinen, voet- en rijwielpaden, gebouwde openbare fietsenstallingen, faciliteiten voor ondergrondse afvalinzameling, waterpartijen, watergangen, voorzieningen voor de waterhuishouding, bruggen, tunnels, duikers, kades, steigers en andere rechtstreeks met de aanleg daarvan verband houdende werken en bouwwerken; 2°. infrastructuur voor openbaar-vervoervoorzieningen met bijbehorende werken en bouwwerken; 3°. groenvoorzieningen, natuurvoorzieningen en openbare niet-commerciële sportvoorzieningen; 4°. openbare verlichting en brandkranen met aansluitingen; 5°. straatmeubilair, speeltoestellen, sierende elementen, kunstobjecten en afrasteringen in de openbare ruimte; 6°. distributienetwerken voor elektriciteit, warmte, gas en water, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken; 7°. riolering, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken; i. de kosten van werken, werkzaamheden en maatregelen die noodzakelijk zijn voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; j. de kosten van voorbereiding en toezicht op de uitvoering van de onder c, e, f, h en i bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek; k. artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening tegemoetkoming van schade als bedoeld in; l. niet-terugvorderbare BTW, niet-gecompenseerde compensabele BTW of andere niet-terugvorderbare belastingen, over de kostenelementen, genoemd onder a en c tot en met j; m. de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd met renteopbrengsten; en n. de kosten van andere door of in opdracht van het bevoegd gezag te verrichten werkzaamheden, voor zover die werkzaamheden rechtstreeks verband houden met de in dit lid bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen. 17 Als het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, voor de aangewezen kostenverhaalsgebieden een raming van de opbrengsten voor alle daarin gelegen gronden bevat, wordt bij die raming uitgegaan van de opbrengst van de locatie waar een bouwactiviteit wordt verricht in het jaar waarin de beschikking, bedoeld in het tiende lid, zal worden gegeven. 18 De waardevermeerdering, bedoeld in het achtste en twaalfde lid, en de opbrengsten, bedoeld in het zeventiende lid, worden geraamd op basis van objectief bepaalbare maatstaven. 19 De raming van de waardevermeerdering, bedoeld in het twaalfde lid, wordt vastgesteld door de geraamde opbrengst van de locatie waar de activiteit wordt verricht te verminderen met de raming van de inbrengwaarde van die locatie, waarbij tot de inbrengwaarde worden gerekend: a. de waarde van de grond en de te slopen opstallen in de toestand voorafgaand aan het vaststellen van het bestemmingsplan; b. de kosten van het vrijmaken van de grond van persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten; c. de kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen; en d. de kosten van bodemsaneringswerkzaamheden, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken. 20 Tot de kosten, bedoeld in het negentiende lid, onder b, c en d, worden ook gerekend de kosten die voorafgaand aan het vaststellen van het bestemmingsplan zijn gemaakt en direct verband houden met de te verrichten bouwactiviteiten. 21 De raming van de inbrengwaarde, bedoeld in het negentiende lid, aanhef, wordt vastgesteld: a. artikelen 40b tot en met 40f van de onteigeningswet wet met overeenkomstige toepassing van de, met dien verstande dat voor gronden die zijn onteigend of waarvoor een onteigeningsbeschikking is gegeven of die op onteigeningsbasis zijn of worden verworven, de inbrengwaarde gelijk is aan de schadeloosstelling ingevolge die, of b. artikel 22, eerste lid, van de Wet waardering onroerende zaken overeenkomstig de waarde die bij beschikking op grond vanis vastgesteld voor het kalenderjaar waarin de raming wordt vastgesteld. 22 Over de hoogte en de begrenzing van de kostensoorten, bedoeld in het zevende lid, onder a, c, j en n, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar het type locatie en de aard en omvang van de activiteit. 23 Dit artikel is van toepassing op de bij ministeriële regeling aangewezen plangebieden. 2021 193 22-04-2021 08-04-2021 2021 193 22-04-2021 08-04-2021 23-04-2021
Artikel 7ai — Artikel 7ai#
Artikel 7ai 1 In dit artikel wordt verstaan onder: a. geconcentreerd afvalwater: afvalwater, dat afvalstoffen bevat bestaande uit uitwerpselen afkomstig van vacuümtoiletten of voedselresten als bedoeld onder b; b. voedselresten: afvalstoffen afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen en daarmee samenhangende activiteiten. 2 artikel 10.32a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet milieubeheer artikel 6 van het Besluit lozing afvalwater huishoudens artikel 3.131, derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer In aanvulling opkan de gemeenteraad bij verordening bepalen dat bij het brengen van afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen en daarmee samenhangende activiteiten in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, wordt voldaan aan de in die verordening gestelde regels. In de verordening kan worden afgeweken vanen. 3 artikelen 6.15, tweede lid 6.16, tweede lid, onder a en b, van het Bouwbesluit 2012 Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, geldt voor een afvoervoorziening voor afvalwater afkomstig van een opstelplaats voor een watercloset en van een opstelplaats voor een keukengootsteenbak voorzien van apparatuur voor het vermalen van voedselresten, in afwijking van de, en, het volgende: a. de afvoervoorziening is aangesloten op een vacuümleiding; b. gebouwgebonden vacuümleidingen hebben een diameter van ten minste 50 mm, waarbij niet wordt voorzien in een ontluchtingsleiding; c. vacuümleidingen voeren uitsluitend geconcentreerd afvalwater af; en d. vacuümleidingen worden aangesloten op het vacuümriool. 4 Dit artikel is tot 1 januari 2040 van toepassing op de volgende gebieden: a. bijlage 188 Buiksloterham in de gemeente Amsterdam, zoals aangegeven op de kaart in; b. bijlage 189 Strandeiland en Buiteneiland in de gemeente Amsterdam, zoals aangegeven op de kaart in. 2021 600 09-12-2021 01-12-2021 2021 600 09-12-2021 01-12-2021 10-12-2021
Artikel 7aj — Artikel 7aj#
Artikel 7aj 1 bijlage 190 Dit artikel geldt tot 1 januari 2036 voor de Sluisbuurt in de gemeente Amsterdam, zoals aangegeven op de kaart in. 2 titels 10.4 10.6 van de Wet milieubeheer artikel 1.1 van die wet In deenwordt, in aanvulling op, onder huishoudelijke afvalstoffen ook begrepen bedrijfsafvalstoffen voor zover deze de volgende fracties bevatten: a. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur; b. bioafval; c. drankenkartons; d. glas; e. kunststof; f. metaal; g. papier; h. restafval; of i. textiel. 3 Indien de fracties, bedoeld in het tweede lid, door de oorspronkelijke leverancier als retourvracht kunnen worden meegenomen, is het tweede lid niet van toepassing. 2021 600 09-12-2021 01-12-2021 2021 600 09-12-2021 01-12-2021 10-12-2021
Artikel 7ak — Artikel 7ak#
Artikel 7ak 1 artikel 10.32a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet milieubeheer In aanvulling opkan de gemeenteraad bij verordening bepalen dat bij in die verordening aangegeven gevallen van het telen of het kweken van gewassen in een kas wordt voldaan aan de in die verordening gestelde regels bij het in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater brengen van: a. drainwater; b. drainagewater afkomstig van een teelt waarbij gewassen op een bodem groeien die in verbinding staat met de ondergrond; c. spoelwater van filters van een waterdoseringsinstallatie; of d. ander afvalwater, dat gewasbeschermingsmiddelen bevat. 2 artikel 3.64a, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer In de verordening, bedoeld in het eerste lid, kan worden afgeweken van. 3 artikel 3.63, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, is, in afwijking van, het in een oppervlaktelichaam lozen van spoelwater van filters van een waterdoseringsinstallatie, drainwater en drainagewater afkomstig van een teelt waarbij gewassen op een bodem groeien die in verbinding staat met de ondergrond verboden. 4 In de verordening, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval regels opgenomen die ertoe strekken dat de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen, die met het bedrijfsafvalwater in het openbaar vuilwaterriool wordt gebracht, zoveel mogelijk wordt beperkt. 5 Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, geldt voor degene die het zuiveringtechnisch werk exploiteert, waarin het afvalwater, bedoeld in het eerste lid, wordt gebracht, in ieder geval het volgende: a. een aanvullende zuiveringsstap voor het verwijderen van nutriënten uit het afvalwater wordt ingevoerd; b. iedere zes maanden wordt aan burgemeester en wethouders gerapporteerd over de voortgang van het hergebruiken van het gezuiverde water; en c. ieder kwartaal wordt aan burgemeester en wethouders bericht over de planning voor de oplevering van de zuiveringstechnologie en over de inspanningen die worden gepleegd om de opleveringsdatum te verkorten. 6 Dit artikel is tot 1 januari 2024 van toepassing op glastuinbouwbedrijven in de gemeente Westland, die kunnen aantonen dat zij hun afvalwater via de nog te realiseren collectieve zuiveringsvoorziening bij de Nieuwe Waterweg zullen laten zuiveren. 2021 600 09-12-2021 01-12-2021 2021 600 09-12-2021 01-12-2021 10-12-2021
Artikel 7al — Artikel 7al#
Artikel 7al 1 artikel 4.1 artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening In aanvulling opjunctokunnen provinciale staten bij verordening regels stellen omtrent de inhoud van bestemmingsplannen, die strekken tot het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur; en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. 2 artikel 4.1a, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening In afwijking vankan bij de verordening worden bepaald dat gedeputeerde staten, op verzoek van een bestuursorgaan van de gemeente, ontheffing kunnen verlenen van de krachtens het eerste lid vastgestelde regels, voor zover de uitoefening van de taak of bevoegdheid waarvoor ontheffing wordt gevraagd onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot het belang dat wordt gediend met de regel waarvan ontheffing is gevraagd. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. In de ontheffing kan worden bepaald dat deze geldt voor een daarbij gestelde termijn. 3 Omgevingswet Van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan gebruik worden gemaakt tot de inwerkingtreding van de. Bestemmingsplannen kunnen met inachtneming van de verordening, bedoeld in het eerste lid, worden vastgesteld tot 1 januari 2026, mits het ontwerp van deze plannen ter inzage is gelegd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 4 Dit artikel is van toepassing op de provincies: a. Flevoland; b. Gelderland; c. Utrecht. 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 16-09-2022
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 2.9, eerste lid, onderdeel b, van de wet Als categorieën andere projecten van maatschappelijke betekenis als bedoeld inworden aangewezen: a. onderwijsgebouwen; b. ziekenhuizen en verpleeghuizen; c. verzorgingstehuizen; d. psychiatrische inrichtingen; e. medische centra; f. poliklinieken; g. medische kleuterdagverblijven; en h. bijlage I, onder 1, bij de wet artikelen 9b, eerste lid, aanhef en onder a en b 9e, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 opwekking van duurzame energie als bedoeld in, onverminderd de bevoegdheden van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat op grond van de, en. 2 Indien een project als bedoeld in het eerste lid tevens voorziet in een beperkte mate van woningbouw, doet dat geen afbreuk aan de kwalificatie van het project als project van maatschappelijke betekenis als bedoeld in dat lid. 2020 528 17-12-2020 09-12-2020 2020 528 17-12-2020 09-12-2020 18-12-2020
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 2.18 artikel 2.19 van de wet Als lokaal project met nationale betekenis als bedoeld injunctoworden aangewezen: a. e bijlage 5 FlorijnAs te Assen, omvattende de gebieden Stadsboulevard, het Stadsbedrijvenpark, het Havenkwartier, de Blauwe As 2fase, het Stationsgebied, Assen-Zuid en het Nationaal landschap Drentsche Aa ten oosten van de stad zoals aangegeven op de kaart in; b. bijlage 6 Rotterdam Central District omvattende de projecten Schiekadeblok, Weenapoint, Kruispleingarage, Delftseplein, OV Terminal, Conradstraat, Calypso zoals aangegeven op de kaart in, en c. bijlage 7 Stationsgebied Utrecht omvattende gebied 1 (Vredenburg-Catharijnesingel, Smakkelaarsveld/Nieuwe Stationsstraat, OV-terminal, Knoopkazerne, Van Sijpesteijnkwartier, Kop Jaarbeursterrein) en gebied 2 (Jaarbeurskwartier inclusief parkeerterrein en parkeergarage overzijde Merwedekanaal, Lombokplein en Paardenveld) zoals aangegeven op de kaart in. 2010 289 16-07-2010 13-07-2010 2010 289 16-07-2010 13-07-2010 17-07-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 1.1, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet Onder besluiten als bedoeld inworden in ieder geval niet verstaan besluiten omtrent planschade en nadeelcompensatie. 2010 289 16-07-2010 13-07-2010 2010 289 16-07-2010 13-07-2010 17-07-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de wet Indienop een besluit van toepassing is, wordt dit bij het besluit en bij de bekendmaking of mededeling van het besluit vermeld. 2 Indien tegen het besluit beroep openstaat, wordt bij het besluit en bij de bekendmaking van het besluit voorts vermeld dat: a. de beroepsgronden in het beroepschrift worden opgenomen; b. het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien binnen de beroepstermijn geen gronden zijn ingediend, en c. deze na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld. 2013 77 05-03-2013 05-02-2013 2013 77 05-03-2013 05-02-2013 06-03-2013
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de wet Indienvan toepassing is op het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank, wordt dit in de uitspraak vermeld. 2 De uitspraak vermeldt voorts dat: a. de beroepsgronden in het beroepschrift worden opgenomen; b. het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien binnen de beroepstermijn geen gronden zijn ingediend, en c. deze na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld. 2013 77 05-03-2013 05-02-2013 2013 77 05-03-2013 05-02-2013 06-03-2013
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Wijzigt de Crisis- en herstelwet. 2010 289 16-07-2010 13-07-2010 2010 289 16-07-2010 13-07-2010 17-07-2010
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Wijzigt het Besluit geluidhinder. 2010 289 16-07-2010 13-07-2010 2010 289 16-07-2010 13-07-2010 17-07-2010
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. 2010 289 16-07-2010 13-07-2010 2010 289 16-07-2010 13-07-2010 17-07-2010
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. 2010 289 16-07-2010 13-07-2010 2010 289 16-07-2010 13-07-2010 17-07-2010