Besluit van 24 juni 2010, houdende regels inzake de organisatie en de taken van de veiligheidsregio’s en de gemeentelijke brandweer, alsmede de financiële bijdrage van het Rijk (Besluit veiligheidsregio’s)
- BWB-id
- BWBR0027844
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027844
- ELI
- /eli/nl/amvb/2010/besluit-veiligheidsregio-s
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2010/besluit-veiligheidsregio-s/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027844&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027844&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027844/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2010/besluit-veiligheidsregio-s
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 In dit besluit wordt verstaan onder: commando plaats incident: artikel 2.1.2 commando plaats incident als bedoeld in; gemeentelijk beleidsteam: artikel 2.1.5 gemeentelijk beleidsteam als bedoeld in; grootschalige alarmering: artikel 2.1.1, onderdelen b tot en met d het bij een ramp of crisis onverwijld en volledig alarmeren van de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, bedoeld in; hogedrempelinrichting: bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving hogedrempelinrichting als bedoeld in; hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing: artikel 2.1.1 hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing als bedoeld in; meldkamer: artikel 35, eerste lid, van de wet gemeenschappelijke meldkamer, bedoeld in; omgevingsvergunning: artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Omgevingswet omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in; opkomsttijd: de tijd tussen aanname van de melding door de meldkamer en de aankomst van de eerste brandweereenheid op de plaats van het incident; rapport: artikel 7.2, eerste lid rapport inzake de bedrijfsbrandweer, bedoeld in; regionaal beleidsteam: artikel 39, tweede lid, van de wet regionaal beleidsteam als bedoeld in; regionaal operationeel team: artikel 2.1.4 regionaal operationeel team als bedoeld in; risicoprofiel: artikel 15 van de wet risicoprofiel als bedoeld in; Seveso-inrichting: bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving Seveso-inrichting als bedoeld in; Seveso-richtlijn: Richtlijn 2012/18 Richtlijn 96/82/EG /EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking vanvan de Raad (PbEU 2012, L 197); team bevolkingszorg: artikel 2.1.3 team bevolkingszorg als bedoeld in; veiligheidsrapport: artikel 4.14 van het Besluit activiteiten leefomgeving rapport als bedoeld in; wet: Wet veiligheidsregio’s . 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 1.2 — Artikel 1.2#
Artikel 1.2 Een wijziging van de Seveso-richtlijn geldt voor de toepassing van dit besluit met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.1.1 — Artikel 2.1.1#
Artikel 2.1.1 Het bestuur van de veiligheidsregio draagt zorg voor de inrichting van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, die bestaat uit de volgende onderdelen: a. de meldkamer; b. een of meer commando’s plaats incident, afhankelijk van de aard van de ramp of crisis en de wijze waarop deze zich ontwikkelt; c. een of meer teams bevolkingszorg, afhankelijk van de aard van de ramp of crisis en de wijze waarop deze zich ontwikkelt; d. een regionaal operationeel team, en e. een gemeentelijk beleidsteam of, bij een bovenlokale ramp of crisis, een regionaal beleidsteam. 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 01-01-2016
Artikel 2.1.2 — Artikel 2.1.2#
Artikel 2.1.2 1 Een commando plaats incident bestaat ten minste uit: a. een leider commando plaats incident; b. een officier van dienst van de brandweer; c. een officier van dienst geneeskundig; d. een officier van dienst van de politie of van de Koninklijke marechaussee; e. een informatiemanager commando plaats incident, en f. een functionaris crisiscommunicatie commando plaats incident. 2 artikel 16, tweede lid, van de wet Een commando plaats incident is belast met de operationele leiding ter plaatse, de afstemming met andere betrokken partijen als bedoeld in, en het adviseren van het regionaal operationeel team. 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 01-01-2016
Artikel 2.1.3 — Artikel 2.1.3#
Artikel 2.1.3 1 Een team bevolkingszorg bestaat ten minste uit de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen functionarissen, van wie één functionaris is belast met de leiding van het team, één functionaris met het informatiemanagement, en één functionaris met de coördinatie van de crisiscommunicatie. 2 Een team bevolkingszorg zorgt dat de volgende taken worden uitgevoerd: a. het verzorgen van de crisiscommunicatie; b. het voorzien in opvang en verzorging van de bevolking; c. het verzorgen van nazorg voor de bevolking; d. het registreren van de slachtoffers, e. het registreren van schadegevallen, en f. het adviseren van het regionaal operationeel team. 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 01-01-2016
Artikel 2.1.4 — Artikel 2.1.4#
Artikel 2.1.4 1 Een regionaal operationeel team bestaat ten minste uit: a. een regionaal operationeel leider; b. een sectie brandweer; c. een sectie GHOR; d. een sectie politie; e. een sectie bevolkingszorg; f. een sectie informatiemanagement, en g. een functionaris crisiscommunicatie regionaal operationeel team. 2 Een regionaal operationeel team is belast met de operationele leiding, de afstemming met andere bij de ramp of crisis betrokken partijen en het adviseren van het gemeentelijk of regionaal beleidsteam. 3 Indien er meer commando’s plaats incident zijn, is het regionaal operationeel team belast met de coördinatie daarvan. 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 01-01-2016
Artikel 2.1.5 — Artikel 2.1.5#
Artikel 2.1.5 1 Een gemeentelijk beleidsteam bestaat bij opkomst ten minste uit leidinggevenden van de brandweer, de GHOR, de politie en de bevolkingszorg. 2 Een gemeentelijk beleidsteam ondersteunt de burgemeester bij de rampenbestrijding en crisisbeheersing. 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 01-12-2017
Artikel 2.2.1 — Artikel 2.2.1#
Artikel 2.2.1 Het bestuur van de veiligheidsregio stelt criteria vast voor de situaties waarin de meldkamer tot grootschalige alarmering overgaat. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 2.2.2 — Artikel 2.2.2#
Artikel 2.2.2 1 Zodra is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering wordt de meldkamer door één leidinggevende aangestuurd. 2 Het bestuur van de veiligheidsregio stemt met de korpschef af op welke wijze de meldingen die geen verband houden met een ramp of crisis worden afgehandeld. 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 01-01-2013
Artikel 2.2.3 — Artikel 2.2.3#
Artikel 2.2.3 1 artikel 2.1.1, onderdelen b tot en met d artikel 39 van de wet Binnen twee minuten nadat is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering, begint de meldkamer met de alarmering van de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, bedoeld in, en wordt de burgemeester of in het gevalvan toepassing is, de voorzitter van de veiligheidsregio en de betrokken burgemeesters geïnformeerd. 2 Afhankelijk van de aard en omstandigheden van de ramp of crisis, alarmeert de meldkamer andere functionarissen en eenheden die nodig zijn voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing. 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 01-12-2017
Artikel 2.2.4 — Artikel 2.2.4#
Artikel 2.2.4 artikel 2.2.3, tweede lid Binnen vijf minuten nadat is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering geeft de meldkamer, op grond van de beschikbare gegevens, een zo volledig mogelijke beschrijving van het incident aan de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en aan andere functionarissen of eenheden als bedoeld in. 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 01-01-2016
Artikel 2.2.5 — Artikel 2.2.5#
Artikel 2.2.5 Het bestuur van de veiligheidsregio draagt zorg voor een voorziening waardoor in het geval dat de meldkamer uitvalt, de functie en taken van de meldkamer worden gecontinueerd. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 2.3.1 — Artikel 2.3.1#
Artikel 2.3.1 1 De besturen van de veiligheidsregio’s hanteren een uniforme opschalingsprocedure. 2 Onze Minister kan nadere regels geven over de opschalingsprocedure. 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 01-01-2016
Artikel 2.3.2 — Artikel 2.3.2#
Artikel 2.3.2 1 artikel 2.2.1 Vanaf het moment dat is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria, bedoeld inbeginnen de volgende onderdelen of functionarissen binnen de gestelde tijd met de uitvoering van hun taken: a. een eerste commando plaats incident binnen dertig minuten; b. de leidinggevenden binnen een regionaal operationeel team binnen vijfenveertig minuten, met uitzondering van de leidinggevende van de sectie informatiemanagement, die binnen dertig minuten begint; c. functionaris crisiscommunicatie regionaal operationeel team binnen dertig minuten; d. de sectie informatiemanagement van een regionaal operationeel team binnen veertig minuten; e. de overige secties van een regionaal operationeel team binnen zestig minuten; f. een team bevolkingszorg binnen negentig minuten met uitzondering van de functionaris die met de coördinatie van de crisiscommunicatie is belast, die binnen dertig minuten begint, en g. een gemeentelijk beleidsteam binnen zestig minuten vanaf het moment dat de burgemeester het beleidsteam bijeen heeft geroepen. 2 Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing in staat is gedurende een ramp of crisis onafgebroken te functioneren. 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 01-01-2016
Artikel 2.4.1 — Artikel 2.4.1#
Artikel 2.4.1 1 Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat binnen de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing tijdens een ramp of crisis een totaalbeeld wordt bijgehouden. 2 Het totaalbeeld is opgebouwd uit ten minste de beschikbare gegevens over het incident, over de hulpverlening, over de prognose en de aanpak en over de getroffen maatregelen en de resultaten ervan. 3 Het totaalbeeld wordt langs geautomatiseerde weg zo spoedig mogelijk en voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is geverifieerd, beschikbaar gesteld aan: a. de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing; b. andere bij de ramp of crisis betrokken partijen, voor zover zij deze gegevens nodig hebben voor de uitvoering van hun taken en bevoegdheden, en c. Onze Minister. 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 01-01-2016
Artikel 2.4.2 — Artikel 2.4.2#
Artikel 2.4.2 1 artikel 2.1.1, onderdelen a tot en met d De onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, bedoeld in, houden bij de rampenbestrijding en crisisbeheersing een eigen beeld bij. 2 Het eigen beeld bestaat uit de beschikbare gegevens over de ontwikkeling en effecten van een incident, de risico’s voor de veiligheid van de hulpverleners en de personen in het getroffen gebied, de aanpak van het incident en de daarvoor benodigde mensen en middelen. 3 De gegevens worden nadat zij beschikbaar zijn binnen tien minuten verwerkt in het eigen beeld en voor zover mogelijk geverifieerd. 4 De gegevens worden langs geautomatiseerde weg beschikbaar gesteld aan: a. de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing; b. andere de bij de ramp of crisis betrokken partijen die deze gegevens nodig hebben voor de uitvoering van hun taken en bevoegdheden, en c. het onderdeel dat het totaalbeeld bijhoudt. 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 01-12-2017
Artikel 2.4.3 — Artikel 2.4.3#
Artikel 2.4.3 Een advies of opdracht van een onderdeel van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing is gebaseerd op het actuele eigen beeld van dat onderdeel en op het actuele totaalbeeld. 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 01-01-2016
Artikel 2.4.4 — Artikel 2.4.4#
Artikel 2.4.4 artikel 2.4.3 In het geval dat een advies of een opdracht niet of niet volledig is opgevolgd of uitgevoerd, wordt het onderdeel van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing dat dit advies of deze opdracht heeft gegeven, daarvan op de hoogte gesteld. De opdracht wordt vervolgens in overeenstemming metopnieuw geformuleerd. 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 01-01-2016
Artikel 2.5.1 — Artikel 2.5.1#
Artikel 2.5.1 Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing jaarlijks gezamenlijk een oefening houden met een fictieve ramp of crisis. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 3.1.1 — Artikel 3.1.1#
Artikel 3.1.1 artikel 25, eerste lid, onderdelen a en b Ten behoeve van de uitvoering van de taken, genoemd in, van de wet, draagt het bestuur van de veiligheidsregio er zorg voor dat de brandweer basisbrandweereenheden, ondersteuningseenheden voor redden en blussen op hoogte en ondersteuningseenheden voor hulpverlening heeft. 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 01-12-2017
Artikel 3.1.2 — Artikel 3.1.2#
Artikel 3.1.2 1 Een basisbrandweereenheid bestaat uit: a. een bevelvoerder, b. een chauffeur, tevens voertuigbediener, en c. twee ploegen van twee manschappen. 2 De eenheid is belast met: a. brandbestrijding en redding; b. technische hulpverlening; c. basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen; d. ondersteuning bij waterongevallen. 3 De eenheid beschikt over een tankautospuit met uitrusting. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 3.1.3 — Artikel 3.1.3#
Artikel 3.1.3 1 Een ondersteuningseenheid voor redden en blussen op hoogte bestaat uit: a. een bevelvoerder of een manschap, en b. een chauffeur, tevens voertuigbediener. 2 De eenheid is belast met: a. het redden van mensen en dieren op hoogte; b. ondersteuning van basisbrandweereenheden bij het blussen op hoogte, en c. het verlenen van hulp op hoogte. 3 De eenheid beschikt over een redvoertuig met uitrusting. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 3.1.4 — Artikel 3.1.4#
Artikel 3.1.4 1 Een ondersteuningseenheid voor hulpverlening bestaat uit: a. een bevelvoerder of een manschap, en b. een chauffeur, tevens voertuigbediener. 2 De eenheid is belast met: a. ondersteuning bij het bevrijden van beknelde en ingesloten mensen en dieren; b. ondersteuning van basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen; c. ondersteuning bij waterongevallen. 3 De eenheid beschikt over een hulpverleningsvoertuig met uitrusting. 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 01-12-2017
Artikel 3.1.5 — Artikel 3.1.5#
Artikel 3.1.5 1 artikel 3.1.2, eerste lid In afwijking van, kan het bestuur van de veiligheidsregio besluiten tot een andere samenstelling van basisbrandweereenheden, mits daarmee wordt voorzien in een gelijkwaardig niveau van brandweerzorg en geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en gezondheid van het brandweerpersoneel. 2 artikel 51, vijfde lid, van de wet Toepassing van het eerste lid doet geen afbreuk aan de afspraken, bedoeld in. 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 01-12-2017
Artikel 3.2.1 — Artikel 3.2.1#
Artikel 3.2.1 1 Het bestuur van de veiligheidsregio hanteert bij het vaststellen van de opkomsttijden van een basisbrandweereenheid de volgende tijdnormen: a. vijf minuten bij gebouwen met een winkelfunctie met een gesloten constructie, gebouwen met een woonfunctie boven een gebouw met een winkelfunctie of gebouwen met een celfunctie; b. zes minuten bij portiekwoningen, portiekflats of gebouwen met een woonfunctie voor verminderd zelfredzamen; c. acht minuten bij gebouwen met een andere woonfunctie dan bedoeld onder a en b, of met een winkelfunctie, gezondheidszorgfunctie, onderwijsfunctie of logiesfunctie, en d. tien minuten bij gebouwen met een kantoorfunctie, industriefunctie, sportfunctie, bijeenkomstfunctie of een overige gebruiksfunctie. 2 Indien het bestuur van de veiligheidsregio voor bepaalde locaties opkomsttijden vaststelt die afwijken van de tijdnormen, motiveert het de keuze van de locatie en de mate van de afwijking. 3 Het bestuur van de veiligheidsregio stelt geen opkomsttijd vast die hoger is dan achttien minuten. 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 2015 381 30-10-2015 15-10-2015 01-01-2016
Artikel 3.2.2 — Artikel 3.2.2#
Artikel 3.2.2 Het bestuur van de veiligheidsregio stelt vast voor welke objecten de inzet van een ondersteuningseenheid voor redden en blussen op hoogte altijd noodzakelijk is. Het bestuur stelt bij deze objecten voor de ondersteuningseenheden dezelfde opkomsttijden vast als voor de basisbrandweereenheden. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 3.2.3 — Artikel 3.2.3#
Artikel 3.2.3 Het bestuur van de veiligheidsregio draagt zorg voor een sluitende registratie van de gerealiseerde opkomsttijden. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 3.3.1 — Artikel 3.3.1#
Artikel 3.3.1 Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van de standaardisatie en uitwisselbaarheid eisen worden gesteld aan het materieel en de uitrusting van de basisbrandweereenheden, de ondersteuningseenheden voor hulpverlening en de ondersteuningseenheden voor redden en blussen op hoogte. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 4.1.1 — Artikel 4.1.1#
Artikel 4.1.1 artikel 25, eerste lid, onderdelen b, c en d, van de wet Ten behoeve van de taak, bedoeld indraagt het bestuur van de veiligheidsregio er zorg voor dat de brandweer een eenheid voor het verkennen van gevaarlijke stoffen en een eenheid voor de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen heeft en beschikt over een adviseur gevaarlijke stoffen. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 4.1.2 — Artikel 4.1.2#
Artikel 4.1.2 1 Een eenheid voor het verkennen van gevaarlijke stoffen bestaat uit: a. een meetplanleider, en b. ten minste vier meetploegen die elk bestaan uit twee verkenners gevaarlijke stoffen. 2 Een meetploeg is belast met het verkennen en meten van gevaarlijke stoffen. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 4.1.3 — Artikel 4.1.3#
Artikel 4.1.3 1 Een eenheid bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen bestaat ten minste uit: a. een officier van dienst, b. twee bevelvoerders, c. acht gaspakdragers, d. zes manschappen, en e. twee chauffeurs. 2 Een eenheid bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen is belast met: a. het redden van mensen en dieren uit een met gevaarlijke stoffen besmet gebied; b. het bestrijden van de bron van het ongeval met gevaarlijke stoffen, en c. het ontsmetten van hulpverleners en burgers. 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 01-12-2017
Artikel 4.1.4 — Artikel 4.1.4#
Artikel 4.1.4 Vervallen 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 01-12-2017
Artikel 4.1.5 — Artikel 4.1.5#
Artikel 4.1.5 1 artikel 33, eerste lid, van de wet In geval van bedreiging van de gezondheid van de bevolking werken een eenheid voor het verkennen van gevaarlijke stoffen, een eenheid bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen en een adviseur gevaarlijke stoffen samen met de in de regio werkzame instellingen, zorgaanbieders, ambulancevervoerders en gezondheidsdiensten, bedoeld in. 2 artikel 3.1.1 Een eenheid voor de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen en een adviseur gevaarlijke stoffen treden op in aanvulling op de basisbrandweereenheden, bedoeld in. 3 Voor de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen beschikt de regionale brandweer over beschreven procedures voor: a. de aanpak van de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen; b. het verkennen en meten van gevaarlijke stoffen, en c. het waarschuwen en informeren van de bevolking. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 4.1.6 — Artikel 4.1.6#
Artikel 4.1.6 1 bijlage 1 De veiligheidsregio’s, genoemd inbij dit besluit, hebben mede ten behoeve van de genoemde omliggende veiligheidsregio’s, een ontsmettingseenheid voor grootschalige chemische, biologische, radiologische en nucleaire incidenten. 2 Een ontsmettingseenheid voor grootschalige chemische, biologische, radiologische en nucleaire incidenten bestaat uit: a. een leider ontsmettingseenheid, zijnde een officier van dienst; b ten minste twee bevelvoerders; c. ten minste veertien manschappen; d. twee chauffeurs, en e. een adviseur gevaarlijke stoffen. 3 Een ontsmettingseenheid voor grootschalige chemische, biologische, radiologische en nucleaire incidenten is belast met: a. het leveren van middelen en kennis ten behoeve van de bestrijding van chemische, biologische, radiologische en nucleaire incidenten; b. het leveren van ondersteuning aan een eenheid bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen bij het redden van mensen en dieren, en c. voor zover het grootschalige chemische, biologische, radiologische en nucleaire incidenten betreft, het ontsmetten van besmette personen. 4 artikel 33, eerste lid, van de wet In geval van bedreiging van de gezondheid van de bevolking werkt een ontsmettingseenheid voor grootschalige chemische, biologische, radiologische en nucleaire incidenten samen met de in de regio werkzame instellingen, zorgaanbieders, ambulancevervoerders en gezondheidsdiensten, bedoeld in. 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 01-12-2017
Artikel 4.2.1 — Artikel 4.2.1#
Artikel 4.2.1 1 Een meetplanleider begint direct na alarmering met de uitvoering van zijn taken en is binnen dertig minuten na alarmering bij de meldkamer of het regionaal operationeel team. 2 Eén en afhankelijk van de aard van het ongeval een tweede, meetploeg begint binnen dertig minuten na alarmering met de uitvoering van zijn taken op de aangegeven meetlocatie. 3 Afhankelijk van de aard van het ongeval begint een derde of een vierde meetploeg binnen zestig minuten na alarmering met de uitvoering van zijn taken op de aangegeven meetlocatie. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 4.2.2 — Artikel 4.2.2#
Artikel 4.2.2 1 Een eenheid bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen begint binnen dertig minuten na alarmering met de uitvoering van haar taken op de plaats van het incident. 2 Een adviseur gevaarlijke stoffen begint afhankelijk van het regionaal vastgestelde risicoprofiel binnen dertig of zestig minuten na alarmering met de uitvoering van zijn taken op de plaats van het incident. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 4.2.3 — Artikel 4.2.3#
Artikel 4.2.3 1 Een ontsmettingseenheid voor grootschalige chemische, biologische, radiologische en nucleaire incidenten is binnen dertig minuten na alarmering gereed voor vertrek. 2 De ontsmettingseenheid kan minimaal acht uur lang dienst doen. 3 De ontsmettingseenheid kan minimaal vijftig personen per uur ontsmetten. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 4.3.1 — Artikel 4.3.1#
Artikel 4.3.1 Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van de standaardisatie en uitwisselbaarheid eisen worden gesteld aan het materieel en de uitrusting van de eenheden voor het verkennen van gevaarlijke stoffen, de eenheden voor de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen, de adviseur gevaarlijke stoffen en de ontsmettingseenheden voor grootschalige chemische, biologische, radiologische en nucleaire incidenten. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 5.1 — Artikel 5.1#
Artikel 5.1 artikel 33, eerste lid, van de wet De schriftelijke afspraken over de geneeskundige hulpverlening tussen het bestuur van de veiligheidsregio en de in die veiligheidsregio werkzame instellingen, zorgaanbieders, ambulancevervoerders en gezondheidsdiensten, bedoeld in, betreffen: a. de procedures die gevolgd worden bij een ramp of crisis, waarbij het in ieder geval gaat over grootschalige alarmering, opschaling, coördinatie, informatiemanagement en evaluatie; b. de wijze waarop en de mate waarin personeel en materieel worden ingezet; c. de bereikbaarheid en beschikbaarheid van personeel, ruimte en materieel; d. de wijze van trainen en oefenen met het oog op het gezamenlijk optreden bij de rampenbestrijding en crisisbeheersing en de frequentie waarin getraind en geoefend wordt; e. de samenwerking met: 1°. de functionarissen van de GHOR, 2°. andere instellingen, en 3°. andere hulpverleningsinstanties, en f. het onderhoud en beheer van materieel voor de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen dat eigendom is van de veiligheidsregio of het Rijk. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 6.1.1 — Artikel 6.1.1#
Artikel 6.1.1 1 Het bestuur van de veiligheidsregio stelt een rampbestrijdingsplan vast voor locaties waarop hogedrempelinrichtingen worden geëxploiteerd. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een calamiteit op locaties waarop hogedrempelinrichtingen worden geëxploiteerd die in een andere staat zijn gelegen, welke calamiteit tot een ramp in Nederland kan leiden. De artikelen in deze paragraaf worden daarbij voor zover mogelijk toegepast. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.1.2 — Artikel 6.1.2#
Artikel 6.1.2 artikel 6.1.7, tweede lid Onverminderd, worden het rampbestrijdingsplan of wijzigingen daarvan vastgesteld uiterlijk een jaar na het tijdstip waarop het bestuur van de veiligheidsregio de delen van het veiligheidsrapport waarvan een aanvraag om een omgevingsvergunning vergezeld gaat, heeft ontvangen van het bestuursorgaan dat bevoegd is te beslissen op de aanvraag om een omgevingsvergunning. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.1.3 — Artikel 6.1.3#
Artikel 6.1.3 Het rampbestrijdingsplan bevat in ieder geval: a. de naam of functie van de aan de hogedrempelinrichting verbonden personen die bevoegd zijn om procedures van alarmering binnen en buiten de hogedrempelinrichting en van inwerkingstelling van bestrijdingsacties binnen de hogedrempelinrichting in werking te doen treden; b. de naam of functie van de personen die belast zijn met de operationele leiding van het geheel van de bestrijdingsacties; c. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen opdat degene die is belast met het opperbevel en de hulpverleningsdiensten snel worden geïnformeerd en de bij de bestrijding betrokken personen snel worden opgeroepen; d. het schema met betrekking tot de leiding over en de gecoördineerde inzet van diensten en organisaties die bij de bestrijding kunnen worden betrokken; e. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen met het oog op de bestrijding op en buiten de locatie waarop een hogedrempelinrichting wordt geëxploiteerd; f. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen om de bevolking te informeren over de ramp of de dreiging van een ramp en over de door haar te volgen gedragslijn; g. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen om de hulpverleningsdiensten van een andere staat te informeren, indien de bevolking of het milieu van die staat door de ramp kunnen worden getroffen of dreigen te worden getroffen. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.1.4 — Artikel 6.1.4#
Artikel 6.1.4 1 Afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van het rampbestrijdingsplan. 2 artikel 19.3 van de Wet milieubeheer Indien met betrekking tot de hogedrempelinrichting met toepassing vanvan een document een tweede tekst is overgelegd waaruit vertrouwelijke gegevens als in dat artikel bedoeld zijn weggelaten, wordt alleen deze tekst ter inzage gelegd. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.1.5 — Artikel 6.1.5#
Artikel 6.1.5 Indien de bevolking van een andere staat kan worden getroffen door de gevolgen van een ramp op een locatie waarop een hogedrempelinrichting wordt geëxploiteerd waarop het rampbestrijdingsplan betrekking heeft, verzoekt het bestuur van de veiligheidsregio waarin die locatie geheel of gedeeltelijk is gelegen de bevoegde autoriteit van de andere staat de bevolking te informeren over de mogelijkheid haar zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.1.6 — Artikel 6.1.6#
Artikel 6.1.6 Het bestuur van de veiligheidsregio verleent op verzoek van de bevoegde autoriteit van een andere staat medewerking aan de terinzagelegging van documenten die in de andere staat zijn opgesteld in het kader van de voorbereiding van een met een rampbestrijdingsplan gelijk te stellen plan voor een in die staat gelegen hogedrempelinrichting. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.1.7 — Artikel 6.1.7#
Artikel 6.1.7 Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat met passende tussenpozen doch ten minste éénmaal per drie jaar het rampbestrijdingsplan opnieuw wordt bezien, beproefd en zo nodig bijgewerkt. Bij de herziening wordt rekening gehouden met veranderingen die zich op de betrokken locaties waarop hogedrempelinrichtingen worden geëxploiteerd en bij de betrokken veiligheidsregio hebben voorgedaan, met nieuwe technische kennis en met inzichten omtrent de bij rampen te nemen maatregelen. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.1.8 — Artikel 6.1.8#
Artikel 6.1.8 1 Indien het bestuur van de veiligheidsregio besluit dat voor een locatie waarop een hogedrempelinrichting wordt geëxploiteerd geen rampbestrijdingsplan behoeft te worden vastgesteld, zendt het een afschrift van zijn besluit aan: a. degene die de hogedrempelinrichting exploiteert; b. de burgemeester van de gemeente waarin de hogedrempelinrichting is gelegen; c. het bestuursorgaan dat bevoegd is voor het exploiteren van de hogedrempelinrichting een omgevingsvergunning te verlenen; d. artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, bedoeld in, en e. Onze Minister. 2 Indien het besluit van het bestuur van de veiligheidsregio een hogedrempelinrichting betreft die geheel of gedeeltelijk is gelegen in een aan een andere staat grenzende gemeente, zendt Onze Minister een afschrift van het besluit aan de andere staat. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.2.1 — Artikel 6.2.1#
Artikel 6.2.1 1 Het bestuur van de veiligheidsregio stelt, na overleg met de exploitant van een burgerluchthaven, respectievelijk de basiscommandant van een militaire luchthaven, een rampbestrijdingsplan vast voor een vliegtuigongeval op een luchthaven binnen de veiligheidsregio, dat op grond van onderdeel 9.2.5. en tabel 9-1 in bijlage 14, volume 1 van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109) is ingedeeld in brandrisicoklasse 3 of hoger, of in geval van een militaire luchthaven, het terrein dat in overleg met Onze Minister van Defensie is aangewezen. 2 Het rampbestrijdingsplan ziet mede op de onmiddellijke omgeving van een luchthaven. Het bestuur van de veiligheidsregio stelt in overleg met de exploitant van een burgerluchthaven, respectievelijk de basiscommandant van een militaire luchthaven vast welk gebied tot de onmiddellijke omgeving wordt gerekend. 3 Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van het rampbestrijdingsplan. 4 Het bestuur van de veiligheidsregio zendt het rampbestrijdingsplan aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 01-01-2013
Artikel 6.2.2 — Artikel 6.2.2#
Artikel 6.2.2 Het rampbestrijdingsplan bevat in ieder geval: a. de functies van de aan de luchthaven verbonden personen die bevoegd zijn om procedures van alarmering binnen en buiten de luchthaven en van bestrijdingsacties op de luchthaven in werking te doen treden; b. de functies van de personen die belast zijn met de operationele leiding van het geheel van de bestrijdingsacties; c. de maatregelen en de voorzieningen die zijn getroffen opdat degene die is belast met de operationele leiding, en de hulpverleningsdiensten snel worden geïnformeerd en de bij de bestrijding betrokken personen snel worden opgeroepen; d. het schema met betrekking tot de leiding over en de gecoördineerde inzet van diensten en organisaties die bij de bestrijding kunnen worden betrokken; e. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen met het oog op de bestrijding van op en in de onmiddellijke omgeving van de luchthaven; f. een plan in hoofdlijnen met betrekking tot de geneeskundige organisatie, waaronder een plan op hoofdlijnen met betrekking tot de opvang en verzorging van de slachtoffers; g. de wijze waarop de bevolking wordt geïnformeerd en over de door haar te volgen gedragslijn; h. de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de hulpverleningsdiensten van een andere staat te informeren, indien de bevolking of het milieu van die staat door het vliegtuigongeval worden getroffen of dreigen te worden getroffen; i. de wijze waarop slachtoffers, verwanten van slachtoffers, reizigers, medewerkers van de luchthaven en van vliegtuigmaatschappijen, binnen- en buitenlandse overheden en de media worden geïnformeerd, en j. een overzichtskaart van de indeling van de luchthaven en de onmiddellijke omgeving daarvan. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 6.2.3 — Artikel 6.2.3#
Artikel 6.2.3 1 Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat gezamenlijk met de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing met passende tussenpozen een oefening wordt gehouden waarbij het rampbestrijdingsplan op juistheid, volledigheid en bruikbaarheid wordt getoetst. 2 In ieder geval vindt één maal per twee jaar een multidisciplinaire stafoefening en één maal per vier jaar een multidisciplinaire oefening van staf en operationele eenheden plaats. 3 Bij de oefeningen, bedoeld in het tweede lid, wordt het calamiteitenplan van de luchthaven mede geoefend. 4 artikel 6.2.1 Het bestuur van de veiligheidsregio draagt zorg voor de evaluatie van de oefeningen, bedoeld in het tweede lid. Bij de uitvoering van de evaluatie worden de exploitant van een burgerluchthaven en de basiscommandant, bedoeld in, betrokken. 5 Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat het rampbestrijdingsplan één maal per vier jaar wordt geactualiseerd. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 6.3.1 — Artikel 6.3.1#
Artikel 6.3.1 1 artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer Het bestuur van de veiligheidsregio stelt een rampbestrijdingsplan vast voor locaties waarop winningsafvalvoorzieningen categorie A als bedoeld inworden geëxploiteerd. 2 Artikel 6.1.3 is van overeenkomstige toepassing op het rampbestrijdingsplan, bedoeld in het eerste lid. 3 Een rampbestrijdingsplan, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld uiterlijk een jaar na het tijdstip waarop het bevoegd gezag een afschrift van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een winningsafvalvoorziening categorie A heeft ontvangen. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.3.2 — Artikel 6.3.2#
Artikel 6.3.2 artikel 6.3.1, derde lid Degene die de winningsafvalvoorziening categorie A exploiteert, verstrekt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van die afvalvoorziening of op enig ander tijdstip aan het bevoegd gezag, bedoeld in, en het bestuur van de veiligheidsregio de gegevens die nodig zijn opdat zij hun taken in het kader van de voorbereiding van bestrijding van een ramp naar behoren kunnen uitvoeren. Dit geldt niet voor zover deze gegevens reeds op grond van andere voorschriften zijn verschaft of kunnen worden verkregen. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.3.3 — Artikel 6.3.3#
Artikel 6.3.3 artikel 6.3.1 artikel 6.1.4 Op de vaststelling van een rampbestrijdingsplan als bedoeld inof van belangrijke wijzigingen daarvan isvan overeenkomstige toepassing. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 7.1 — Artikel 7.1#
Artikel 7.1 1 Het bestuur van de veiligheidsregio kan als bedrijfsbrandweerplichtig aanwijzen een locatie waarop een of meer van de volgende milieubelastende activiteiten worden verricht: a. artikel 3.50, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving het exploiteren van een Seveso-inrichting, bedoeld in; b. artikel 3.27, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving het opslaan van gevaarlijke stoffen, bedoeld in, voor zover het gaat om het opslaan in een opslagplaats voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger van: 1°. 10.000 kg of meer gevaarlijke stoffen, als het geheel of gedeeltelijk gaat om brandbare gevaarlijke stoffen met fluor-, chloor-, broom-, stikstof- of zwavelhoudende verbindingen, of zowel brandbare gevaarlijke stoffen als gevaarlijke stoffen met die verbindingen; 2°. meer dan 1.500 l giftige of bijtende gassen van ADR-klasse 2 in gasflessen; of 3°. meer dan 1.500 l tot vloeistof verdichte gassen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, in gasflessen; c. artikel 3.285 van het Besluit activiteiten leefomgeving het voor het vervoer van stoffen of goederen opslaan van stoffen of goederen, bedoeld in, voor zover het gaat om het opslaan voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger van: 1°. vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik; 2°. ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1 door een ander dan de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht; 3°. gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, in een hoeveelheid van ten minste de drempelwaarde, genoemd in bijlage I, deel 1, kolom 2, of deel 2, kolom 2, bij de Seveso-richtlijn, met inachtneming van de aantekeningen bij die bijlage; of 4°. artikel 3.27, eerste lid, onder a, b, of c, van het Besluit activiteiten leefomgeving gevaarlijke stoffen als bedoeld inin een container; d. artikel 3.285 van het Besluit activiteiten leefomgeving het voor het vervoer van stoffen of goederen opstellen van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen, bedoeld in, voor zover het gaat om: 1°. artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c, van het Besluit activiteiten leefomgeving het voor meer dan 24 uur opstellen van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen als bedoeld in; of 2°. artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c, van het Besluit activiteiten leefomgeving het opstellen van meer dan drie voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen als bedoeld in; en e. artikel 3.295a van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage VII, onder E, onder 13, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving het exploiteren van een spoorwegemplacement, bedoeld invoor zover het gaat om een spoorwegemplacement als bedoeld. 2 artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet artikel 44 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen Het bestuur van de veiligheidsregio kan ook als bedrijfsbrandweerplichtig aanwijzen een inrichting als bedoeld in, met uitzondering van een inrichting waaropvan toepassing is. 2025 356 14-11-2025 06-11-2025 2025 356 14-11-2025 06-11-2025 01-01-2026 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 7.2 — Artikel 7.2#
Artikel 7.2 1 artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet Alvorens tot aanwijzing over te gaan, verzoekt het bestuur van de veiligheidsregio degene die de milieubelastende activiteit op de locatie verricht of de exploitant van de inrichting, bedoeld in, waarvan het bestuur redelijkerwijs kan vermoeden dat deze in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar voor de openbare veiligheid kan opleveren, binnen een door het bestuur te stellen termijn een rapport inzake de bedrijfsbrandweer over te leggen, dat de volgende gegevens bevat: a. een aanduiding van de begrenzing van de locatie en een algemene beschrijving van: 1°. artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet de locatie waarop een of meer milieubelastende activiteiten worden verricht of de inrichting, bedoeld in; 2°. de milieubelastende activiteiten die worden verricht op de locatie en andere milieubelastende activiteiten die de milieubelastende activiteiten op de locatie functioneel ondersteunen; 3°. artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet de op de locatie of in de inrichting, bedoeld in, voorkomende stoffen; en 4°. de eigenschappen van deze stoffen; b. artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet een algemene beschrijving van de processen die op de locatie waarop de milieubelastende activiteiten worden verricht of in de inrichting, bedoeld in, plaatsvinden; c. artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet een beschrijving van de aard, de omvang, het verloop in de tijd en de bestrijding of de beheersing van een brand of een ongeval op de locatie waarop de milieubelastende activiteiten worden verricht of op het terrein van de inrichting, bedoeld in: 1°. artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet die gegeven de aard van een installatie of de milieubelastende activiteiten die op de locatie worden verricht of gegeven de aard van de inrichting, bedoeld in, rekening houdend met de daarin aangebrachte preventieve voorzieningen, als reëel en typerend wordt geacht; 2°. artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet waarbij schade aan gebouwen of personen in de omgeving van de locatie waarop de milieubelastende activiteiten worden verricht of in de omgeving van de inrichting, bedoeld in, kan ontstaan, en 3°. waarbij van preventieve of repressieve maatregelen duidelijk effect verwacht mag worden, waardoor escalatie daarvan wordt voorkomen; d. de maatgevende incidentscenario’s dat wil zeggen de geloofwaardige incidentscenario’s, bedoeld in onderdeel c, die bepalend zijn voor de omvang en de uitrusting van de bedrijfsbrandweer; e. een beschrijving van de organisatie van de nodig geachte bedrijfsbrandweer, waaronder de omvang van het personeel en het materieel. 2 artikel 7.1, eerste lid artikel 4.33 van het Omgevingsbesluit Als voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in, een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend, wordt het verzoek, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk gedaan nadat het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid is gesteld advies als bedoeld inuit te brengen. 3 Indien gegevens als bedoeld in het eerste lid reeds zijn opgenomen in een veiligheidsrapport, kan in het rapport worden volstaan met een verwijzing naar de desbetreffende gegevens. 4 Het bestuur van de veiligheidsregio zendt een exemplaar van het rapport aan: a. artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet de toezichthouder, bedoeld in; b. artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de locatie of de inrichting, bedoeld in, is gelegen; c. artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet het bestuursorgaan dat beslist op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of op een aanvraag om een vergunning voor de inrichting, bedoeld in; en d. artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, indien de locatie of inrichting, bedoeld in, is gelegen op of deel uitmaakt van, een luchthaven als bedoeld in. 5 artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet Het bestuur van de veiligheidsregio kan degene die de milieubelastende activiteiten op de locatie verricht of de exploitant van de inrichting, bedoeld in, verzoeken om aan het bestuur aanvullende gegevens te verschaffen. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.3 — Artikel 7.3#
Artikel 7.3 1 artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet Indien het bestuur van de veiligheidsregio van oordeel is dat de locatie, waarop een of meer milieubelastende activiteiten worden verricht of de inrichting, bedoeld in, in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar kan opleveren voor de openbare veiligheid, wijst het bestuur die locatie of inrichting aan als bedrijfsbrandweerplichtig. Het bestuur bepaalt daarbij de termijn waarbinnen over een bedrijfsbrandweer dient te worden beschikt. 2 artikel 7.1, eerste lid Als voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in, een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vindt de aanwijzing bedoeld in het eerste lid, plaats binnen 26 weken na ontvangst van het rapport inzake de bedrijfsbrandweer. Als op het moment van het verstrijken van die termijn de omgevingsvergunning nog niet onherroepelijk is, vindt de aanwijzing in afwijking van de eerste zin plaats binnen 8 weken na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning. 3 In de aanwijzing stelt het bestuur van de veiligheidsregio de begrenzing vast van de locatie of de inrichting waarop de aanwijzing van toepassing is. 4 artikel 7.2, vierde lid Het bestuur van de veiligheidsregio gaat niet over tot het aanwijzen dan nadat de bestuursorganen, bedoeld in, door het bestuur in de gelegenheid zijn gesteld advies ter zake uit te brengen. 5 Het bestuur van de veiligheidsregio kan locaties of inrichtingen aanwijzen waarvoor degenen die de milieubelastende activiteiten verrichten op die locaties respectievelijk de exploitanten van die inrichtingen gezamenlijk dienen te beschikken over een bedrijfsbrandweer. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing. 6 artikel 7.2, vierde lid Het bestuur van de veiligheidsregio stuurt een afschrift van de aanwijzing aan de bestuursorganen, bedoeld in. 7 Het bestuur van de veiligheidsregio kan in de aanwijzing, bedoeld in het eerste en vijfde lid, slechts eisen stellen aan: a. Besluit personeel veiligheidsregio’s de geoefendheid en de samenstelling van de bedrijfsbrandweer waarbij de functies genoemd in het, kunnen worden aangewezen; b. de voorzieningen inzake bluswater, melding, alarmering en verbindingen; c. het blusmaterieel; d. de beschermende middelen; e. de alarmering van en samenwerking met de brandweer en andere hulpverleningsorganisaties; en f. de omvang van het personeel en het materieel van de bedrijfsbrandweer. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.4 — Artikel 7.4#
Artikel 7.4 1 artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet Na wijziging of uitbreiding van een aangewezen locatie, van een milieubelastende activiteit op een aangewezen locatie of van een inrichting, bedoeld in, dan wel verandering van de gebezigde processen die in betekenende mate consequenties hebben voor de inhoud van het rapport, verstrekt degene die de milieubelastende activiteit verricht of de exploitant van de inrichting zo spoedig mogelijk een dienovereenkomstig gewijzigd rapport aan het bestuur van de veiligheidsregio. Als voor de wijziging, uitbreiding of verandering een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend wordt het gewijzigd rapport gelijktijdig met die aanvraag verstrekt aan het bestuur van de veiligheidsregio. 2 Artikel 7.2, derde tot en met vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 3 Indien het gewijzigde rapport, het veiligheidsrapport of de wijziging daarvan daartoe aanleiding geven, kan het bestuur van de veiligheidsregio de aanwijzing intrekken dan wel de bij de aanwijzing gestelde eisen wijzigen. 4 Het bestuur van de veiligheidsregio bepaalt bij het vaststellen van gewijzigde eisen, bedoeld in het derde lid, een termijn waarbinnen aan die eisen moet zijn voldaan. 5 Artikel 7.3, vierde en zesde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.5 — Artikel 7.5#
Artikel 7.5 1 artikel 7.2, eerste lid, onderdeel c en d Na wijziging van de omgeving van een aangewezen locatie of inrichting die in betekenende mate consequenties heeft voor gegevens over de geloofwaardige en maatgevende incidentscenario’s, bedoeld in, kan het bestuur van de veiligheidsregio de aanwijzing intrekken dan wel de bij de aanwijzing gestelde eisen wijzigen. 2 Het bestuur van de veiligheidsregio bepaalt bij het vaststellen van gewijzigde eisen, bedoeld in het eerste lid, een termijn waarbinnen aan die eisen moet zijn voldaan. 3 Artikel 7.3, vierde en zesde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.6 — Artikel 7.6#
Artikel 7.6 1 artikelen 7.1 tot en met 7.5 Op een aanwijzing die Onze Minister geeft ten aanzien van een locatie of inrichting die is gelegen op of deel uitmaakt van een bij de krijgsmacht in gebruik zijnd terrein, zijn devan overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister tevens een exemplaar van het rapport zendt aan de Minister van Defensie en het bestuur van de veiligheidsregio. 2 Onze Minister zendt een rapport aan het bestuur van de veiligheidsregio nadat hij het rapport zodanig heeft bewerkt dat de gegevens waarvoor geheimhouding geboden is, daarin niet voorkomen of daaruit niet kunnen worden afgeleid. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.1 — Artikel 8.1#
Artikel 8.1 1 artikel 8.2 bijlage 2 Onze Minister stelt, onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, jaarlijks vóór 1 juli voor het eerstvolgende jaar de bijdrage voor de doeluitkering aan de veiligheidsregio’s vast. Het voor de doeluitkering beschikbare totaalbedrag, bestaat uit de bedragen, bedoeld inen uit een vast en een variabel deel. Het vaste en variabele deel worden verdeeld volgens het verdeelsysteem inbij dit besluit. 2 Onze Minister kan de jaarlijkse bijdrage bijstellen in verband met loon- en prijsmutaties die tot wijziging van het voor de doeluitkering beschikbare bedrag leiden. 3 Onze Minister kan de jaarlijkse bijdrage bijstellen in verband met andere dan in het tweede lid bedoelde wijzigingen van het voor de doeluitkering beschikbare bedrag. 4 Onze Minister stelt het bestuur van de veiligheidsregio zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit tot bijstelling als bedoeld in het tweede en derde lid. 5 Verrekening van bijstellingen in de jaarlijkse bijdrage vindt uiterlijk plaats op 1 december van het jaar waarop de jaarlijkse bijdrage betrekking heeft. 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 01-01-2013
Artikel 8.2 — Artikel 8.2#
Artikel 8.2 1 In verband met extra voorzieningen voor de Waddeneilanden ontvangt de veiligheidsregio Fryslân jaarlijks een bedrag van € 150.000,– en de veiligheidsregio Noord-Holland-Noord jaarlijks een bedrag van € 28.000,–. 2 In verband met extra voorzieningen voor de luchthaven Schiphol ontvangt de veiligheidsregio Kennemerland jaarlijks een bedrag van € 5.000.000,–. 3 Voor de interregionale versterking van de veiligheidsregio’s Amsterdam-Amstelland en Kennemerland in verband met de luchthaven Schiphol ontvangt de veiligheidsregio Kennemerland jaarlijks een bedrag van € 2.500.000,–. 4 artikel 4.1.6 bijlage 1 Voor de uitvoering van de taak, bedoeld in, ontvangen de veiligheidsregio’s, genoemd inbij dit besluit, elk jaarlijks een bedrag van € 175.000,–. Indien twee veiligheidsregio’s gezamenlijk zijn aangewezen voor de uitvoering van die taak, wordt dit bedrag in gelijke delen over deze veiligheidsregio’s verdeeld. 2025 356 14-11-2025 06-11-2025 2025 356 14-11-2025 06-11-2025 01-01-2026
Artikel 8.3 — Artikel 8.3#
Artikel 8.3 1 Onze Minister kan aan een veiligheidsregio een incidentele bijdrage verstrekken. 2 Een incidentele bijdrage kan onder voorwaarden worden verleend. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 8.4 — Artikel 8.4#
Artikel 8.4 artikelen 8.1 8.2 De betaling van de ingevolge deentoegekende bijdragen vindt plaats in vier gelijke termijnen, op de eerste werkdag na de 14e van de eerste maand van ieder kwartaal. 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 2017 454 30-11-2017 21-11-2017 01-12-2017
Artikel 8.5 — Artikel 8.5#
Artikel 8.5 artikel 10 van de wet Het bestuur van de veiligheidsregio besteedt de bijdrage voor de doeluitkering aan de uitvoering van taken die aan het bestuur op grond vanzijn toegekend. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 8.6 — Artikel 8.6#
Artikel 8.6 Indien de accountant een afkeurende verklaring of een verklaring met beperking of oordeelsonthouding heeft gegeven, kan Onze Minister de jaarlijkse bijdrage voor de doeluitkering voor een volgend jaar verminderen. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 9.1 — Artikel 9.1#
Artikel 9.1 1 Besluit rampbestrijdingsplannen inrichtingen artikel 6.1.7, tweede lid De rampbestrijdingsplannen die op grond van hetzijn vastgesteld door de burgemeester, blijven van kracht. Onverminderd het bepaalde in, worden zij door het bestuur van de veiligheidsregio opnieuw vastgesteld indien deze dit nodig oordeelt. 2 Besluit rampbestrijdingsplannen luchtvaartterreinen De rampbestrijdingsplannen die op grond van hetzijn vastgesteld door de burgemeester, blijven van kracht. Zij worden door het bestuur van de veiligheidsregio opnieuw vastgesteld indien deze dit nodig oordeelt. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 9.2 — Artikel 9.2#
Artikel 9.2 artikel 4 van het Besluit bedrijfsbrandweren artikelen 7.4 tot en met 7.6 Een aanwijzing, vastgesteld op grond van, blijft van kracht met dien verstande dat de aanwijzing kan worden ingetrokken of de bij de aanwijzing gestelde eisen kunnen worden gewijzigd met toepassing van de. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 9.3 — Artikel 9.3#
Artikel 9.3 Wet veiligheidsregio’s Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 9.4 — Artikel 9.4#
Artikel 9.4 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit veiligheidsregio’s. 2010 255 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 4.1.6#
artikel 4.1.6, eerste lid
Artikel 8.1#
artikel 8.1, eerste lid
Artikel 8.2#
artikel 8.2