Besluit van 4 februari 2010 tot vaststelling van de rechtspositie van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters van de huurcommissie (Rechtspositiebesluit voorzitters huurcommissie 2010)
- BWB-id
- BWBR0027218
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2010-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027218
- ELI
- /eli/nl/amvb/2010/rechtspositiebesluit-voorzitters-huurcommissie-2010
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2010/rechtspositiebesluit-voorzitters-huurcommissie-2010/2010-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027218&g=2010-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027218&z=2026-06-06&g=2010-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027218/2010-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2010/rechtspositiebesluit-voorzitters-huurcommissie-2010
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. ambt: voorzitterschap, plaatsvervangend voorzitterschap of zittingsvoorzitterschap van de huurcommissie; b. huurcommissie: artikel 3a van de wet commissie, genoemd in; c. Onze Minister: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie; d. plaatsvervangend voorzitter: artikel 3a, tweede lid, van de wet plaatsvervangend voorzitter van de huurcommissie als bedoeld in; e. voorzitter: artikel 3a, tweede lid, van de wet voorzitter van de huurcommissie als bedoeld in; f. wet: Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte ; g. zittingsvoorzitter: artikel 3a, tweede lid, van de wet zittingsvoorzitter van de huurcommissie als bedoeld in. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 In het kader van de selectie en de benoeming van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter kan een psychologisch onderzoek deel uitmaken van de procedure. 2 Artikel 11 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is van overeenkomstige toepassing op het psychologisch onderzoek, bedoeld in het eerste lid. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Onze Minister verstrekt aan de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter het besluit tot zijn benoeming, waarin in ieder geval worden vermeld: a. de naam, voornamen en de geboortedatum van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter, en b. de datum met ingang waarvan hij wordt benoemd. 2 Voor zover deze gegevens op hem betrekking hebben en niet reeds in het benoemingsbesluit zijn vermeld, worden aan de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter zo spoedig mogelijk schriftelijk medegedeeld: a. het salaris dat hem is toegekend, zomede, het salarisnummer en het tijdstip waarop het salaris voor de eerste maal periodiek zal worden verhoogd; b. andere hem mogelijk toegekende voordelen, onder verwijzing naar de desbetreffende kortingsregeling; c. de standplaats, en d. de arbeidsduur waarvoor hij is aangesteld. 3 Artikel 12c van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in dat artikel voor «aanstelling» wordt gelezen: benoeming. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Bij zijn benoeming legt de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter de eed of de belofte af met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bijlage bij dit besluit. 2 De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter legt de eed of de belofte af ten overstaan van Onze Minister. 3 Het formulier, bedoeld in het eerste lid, wordt na het afleggen van de eed of de belofte ondertekend door de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter en Onze Minister. 4 Het eerste lid is niet van toepassing op de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter die wordt herbenoemd. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Uiterlijk negen maanden voor het verstrijken van de benoemingstermijn verzoekt Onze Minister de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter schriftelijk aan te geven of hij voor herbenoeming in aanmerking wil komen. 2 Uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de benoemingstermijn deelt Onze Minister de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter schriftelijk mede of hij voor herbenoeming in aanmerking komt. 3 Indien de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter schriftelijk heeft aangegeven voor herbenoeming in aanmerking te willen komen en Onze Minister voornemens is hem niet te herbenoemen, stelt hij hem in de gelegenheid zienswijzen in te dienen. 4 Indien de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter niet wordt herbenoemd, wordt het ontslag geacht eervol te zijn verleend zodra zijn benoemingstermijn is verstreken. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Bij benoeming in voltijd van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter bedraagt de arbeidsduur gemiddeld ten hoogste 36 uur per week. 2 De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter kan Onze Minister verzoeken de arbeidsduur te wijzigen, met dien verstande dat de arbeidsduur gemiddeld ten hoogste veertig uur per week bedraagt. 3 artikelen 21 artikel 21a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement De, met uitzondering van het eerste lid en het tweede lid, eerste, derde en vierde volzin, enzijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitter. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De voorzitter maakt zo spoedig mogelijk melding van de verhindering, anders dan wegens ziekte, bij Onze Minister, onder opgave van redenen. De plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitter maken van de in de eerste volzin bedoelde verhindering melding bij de voorzitter. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter ontvangt over de tijd, gedurende welke hij in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat zijn ambt te vervullen, geen bezoldiging. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikelen 22, tweede tot en met zeventiende lid 23 tot en met 26 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitter hebben jaarlijks aanspraak op vakantie met behoud van hun volle bezoldiging. De,zijn van overeenkomstige toepassing. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikelen 33 tot en met 34f van het Algemeen Rijksambtenarenreglement De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitter hebben aanspraak op buitengewoon verlof van korte dan wel van lange duur overeenkomstig de. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Levensloopregeling rijkspersoneel Spaarloonregeling rijkspersoneel Deen dezijn van overeenkomstige toepassing op het sparen voor en het opnemen van levensloopverlof dan wel spaarloon door de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitter. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Hoofdstuk VI van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is van overeenkomstige toepassing op de bedrijfsgeneeskundige begeleiding, rechten en verplichtingen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitter. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 36, derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement De melding van de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, bedoeld in, wordt gedaan: a. door de voorzitter aan Onze Minister; b. door de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitter aan de voorzitter. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikelen 59 60 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Deenvan zijn van overeenkomstige toepassing op scholing in het dienstbelang of in het persoonlijk belang van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitter, met dien verstande dat in artikel 60, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement voor «belang van de Rijksdienst» wordt gelezen: belang van de huurcommissie. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter hebben eenmaal per jaar een voortgangsgesprek met Onze Minister. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De voorzitter houdt eenmaal per jaar een functioneringsgesprek met de zittingsvoorzitter, waarbij de onafhankelijkheid van de zittingsvoorzitter in acht wordt genomen. 2 In het functioneringsgesprek wordt aandacht besteed aan het functioneren van de zittingsvoorzitter en de voortzetting van zijn loopbaan, waarbij aandacht kan worden besteed aan zijn persoonlijke ontwikkeling. 3 In het kader van zijn persoonlijke ontwikkeling kan de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter die het ambt ten minste drie jaar heeft vervuld op kosten van Onze Minister een loopbaanscan laten maken. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De voorzitter kan uit eigen beweging of op verzoek van de zittingsvoorzitter, met inachtneming van diens onafhankelijkheid, een beoordeling van het functioneren van die zittingsvoorzitter maken. 2 Beoordelingsvoorschrift Burgerlijk Rijkspersoneel 1985 Hetis van overeenkomstige toepassing. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Artikel 92 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is van overeenkomstige toepassing op de schorsing van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 12, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Het ontslag op eigen verzoek, bedoeld in, wordt niet eerder verleend dan een maand en niet later dan drie maanden na de dag waarop het verzoek om ontslag is ingekomen. 2 Van het eerste lid kan worden afgeweken: a. indien het belang van de huurcommissie dat naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk maakt, met dien verstande dat de termijn van drie maanden, genoemd in het eerste lid, tot ten hoogste zes maanden kan worden verlengd en dat bij de verlenging in redelijkheid met het belang van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter rekening wordt gehouden; b. ingevolge een daartoe strekkend verzoek aan Onze Minister van de betrokken voorzitter, plaatsvervangend voorzitter of zittingsvoorzitter. 3 artikel 3e van de wet Het ontslag op verzoek van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter, het ontslag wegens ongeschiktheid tot het vervullen van het ambt wegens ziekte, het ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken en het ontslag wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, wordt eervol verleend. 4 Artikel 98, derde tot en met twaalfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is van overeenkomstige toepassing op het ontslag van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter wegens ongeschiktheid tot het vervullen van het ambt wegens ziekte. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk Hetis van overeenkomstige toepassing in geval van werkloosheid van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Wijzigt het Algemeen Rijksambtenarenreglement. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Rechtspositiebesluit voorzitters huurcommissies Hetwordt ingetrokken. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit voorzitters huurcommissie 2010. 2010 41 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010