Besluit van 3 mei 2011, houdende vaststelling van voorschriften met betrekking tot de bekwaamheid en geschiktheid van spoorwegpersoneel met een veiligheidsfunctie (Besluit spoorwegpersoneel 2011)
- BWB-id
- BWBR0030006
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-12-17
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0030006
- ELI
- /eli/nl/amvb/2011/besluit-spoorwegpersoneel-2011
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2011/besluit-spoorwegpersoneel-2011/2021-12-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0030006&g=2021-12-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0030006&z=2026-06-06&g=2021-12-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0030006/2021-12-17
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2011/besluit-spoorwegpersoneel-2011
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Aanbeveling 2011/766/EU: Aanbeveling 2011/766/EU van de Commissie van 22 november 2011 betreffende de procedure voor de erkenning van opleidingscentra en examinatoren voor treinbestuurders overeenkomstig Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2011, L 314/41); Besluit 2011/765/EU: Besluit 2011/765/EU van de Commissie van 22 november 2011 inzake criteria voor de erkenning van examinatoren van treinbestuurders en inzake criteria voor de organisatie van examens overeenkomstig Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2011, L 314/36); categorie A: rangeerlocomotieven, werktreinen, onderhoudsspoorwagens en alle andere locomotieven die gebruikt worden voor het rangeren; categorie B: vervoer van reizigers, vervoer van goederen; locomotief: spoorvoertuig met eigen voortbewegingsinrichting, hoofdzakelijk bestemd en ingericht om andere spoorvoertuigen voort te bewegen; treinstel: artikel 1 van het Besluit spoorverkeer treinstel als bedoeld in; TSI Exploitatie en verkeersleiding: verordening (EU) 2019/773 Uitvoeringsvan de Commissie van 16 mei 2019 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2012/757/EU (PbEU 2019, L 139I); wet: Spoorwegwet . 2021 613 16-12-2021 14-12-2021 2021 613 16-12-2021 14-12-2021 17-12-2021
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Als veiligheidsfuncties binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem worden aangewezen de functies van: a. machinist met volledige bevoegdheid; b. machinist met beperkte bevoegdheid; c. rangeerder; d. wagencontroleur; e. treindienstleider met volledige bevoegdheid; f. treindienstleider met minimale bevoegdheid. 2011 240 24-05-2011 03-05-2011 2011 518 14-11-2011 27-10-2011 15-11-2011
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De machinist met volledige bevoegdheid is bevoegd tot het op hoofdspoorwegen besturen en begeleiden van alle typen spoorvoertuigen van categorie A en B. 2 De machinist met beperkte bevoegdheid is bevoegd tot het op hoofdspoorwegen besturen en begeleiden van een of meerdere typen spoorvoertuigen van categorie A. 3 De machinist met volledige bevoegdheid of de machinist met beperkte bevoegdheid is tevens bevoegd tot het koppelen en ontkoppelen van locomotieven en treinstellen voor zover hij voor die handelingen is opgeleid. 4 De rangeerder is bevoegd tot het samenstellen en begeleiden van treinen en het begeleiden van spoorvoertuigen op hoofdspoorwegen met een maximumsnelheid van 40 km per uur. 5 De wagencontroleur is bevoegd tot het controleren op kenbare gebreken van goederenwagens en de belading daarvan. 6 De treindienstleider met volledige bevoegdheid is bevoegd tot: a. het ter beschikking stellen van veilige rijwegen; en b. het treffen van veiligheidsmaatregelen bij storingen en werkzaamheden aan hoofdspoorwegen of in de nabijheid daarvan. 7 De treindienstleider met minimale bevoegdheid is bevoegd tot: a. het ter beschikking stellen van veilige rijwegen op emplacementen of gedeelten daarvan, die niet zijn voorzien van een technische beveiliging; b. het treffen van veiligheidsmaatregelen bij storingen en bij werkzaamheden aan of in de nabijheid van hoofdspoorwegen, op emplacementen of gedeelten daarvan, die niet zijn voorzien van een technische beveiliging. 2021 613 16-12-2021 14-12-2021 2021 613 16-12-2021 14-12-2021 17-12-2021
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2, onderdelen a en b Een persoon die uitsluitend tot taak heeft het besturen van als gereedschap dienende spoorvoertuigen tijdens het gebruik daarvan bij werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg ten behoeve van de hoofdspoorweginfrastructuur, op hoofdspoorwegen die buiten dienst zijn gesteld, is geen machinist als bedoeld in. 2 artikel 2, onderdeel c Een persoon die uitsluitend tot taak heeft het samenstellen en begeleiden van treinen en het begeleiden van spoorvoertuigen op hoofdspoorwegen die buiten dienst zijn gesteld, is geen rangeerder als bedoeld in. 2015 267 03-07-2015 25-06-2015 2015 267 03-07-2015 25-06-2015 04-07-2015
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De persoon die een veiligheidsfunctie uitoefent is ten minste 18 jaar oud. 2 De persoon die een veiligheidsfunctie uitoefent beheerst de Nederlandse taal of een door de beheerder voorgeschreven taal zodanig dat hij de voor de uitoefening van de betrokken functie gebruikelijke procescommunicatie kan voeren en begrijpen. 3 richtlijn 2007/59/EG In afwijking van het tweede lid kunnen bij regeling van Onze Minister baanvakken voor grensoverschrijdende treindiensten worden aangewezen waar, op aanvraag van een spoorwegonderneming en met inachtneming van de in punt 8, derde lid, van bijlage VI bijgenoemde procedure, machinisten door de beheerder kunnen worden vrijgesteld van de taaleis, bedoeld in punt 8, eerste en tweede lid, van die bijlage. 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 50, tweede lid, onder a, van de wet richtlijn 2007/59/EG Onze Minister stelt ten behoeve van een beoordeling als bedoeld in, een examenprogramma vast dat voldoet aan de in bijlage IV vangestelde eisen inzake algemene kennis en vaardigheden. 2 artikel 51a, vierde lid, onder b, van de wet richtlijn 2007/59/EG Degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid wordt uitgeoefend, stelt ten behoeve van de beoordeling, bedoeld in, een examenprogramma vast dat voldoet aan de in bijlage V en VI vangestelde eisen inzake specifieke vakkennis inzake spoorvoertuigen en hoofdspoorweginfrastructuur. 3 Onze Minister stelt voor de veiligheidsfunctie van rangeerder, wagencontroleur, treindienstleider met volledige bevoegdheid en treindienstleider met minimale bevoegdheid een examenprogramma vast dat voldoet aan de geldende paragrafen en aanhangsels van de TSI Exploitatie en verkeersleiding inzake algemene kennis, bekwaamheid en ervaring. 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 50, eerste lid, onder a, en tweede lid, onder a, van de wet artikel 6, eerste en derde lid Onze Minister geeft een beoordeling als bedoeld in, aan degene die bij een door Onze Minister afgenomen onderzoek voldoet aan de voor de betrokken veiligheidsfunctie krachtens, in het examenprogramma vastgestelde eisen. 2 artikel 51a, vierde lid, onder b, van de wet artikel 6, tweede lid Degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid wordt uitgeoefend geeft een beoordeling als bedoeld in, aan degene die bij een door hem afgenomen onderzoek voldoet aan de voor de betrokken veiligheidsfunctie krachtens, in het examenprogramma vastgestelde eisen. 3 artikel 51b, eerste lid, van de wet Een persoon wordt ten aanzien van de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of machinist met beperkte bevoegdheid toegelaten tot de onderzoeken, bedoeld in het eerste en tweede lid, indien hij een opleiding voor de betrokken veiligheidsfunctie heeft gevolgd bij een krachtens, door Onze Minister erkend opleidingsinstituut. 4 artikel 50, tweede lid, onder a, van de wet Het onderzoek ten behoeve van een beoordeling, bedoeld in, omvat een theoriegedeelte en een gedeelte waarbij gebruik wordt gemaakt van een simulator. 5 artikel 50, eerste lid, onder a artikel 51a, vierde lid, onder b, van de wet Het onderzoek ten behoeve van een beoordeling, bedoeld in, en, omvat een theoriegedeelte en een praktijkgedeelte en kan tevens onderzoeken omvatten waarbij gebruik wordt gemaakt van een simulator. 6 Bij de beoordelingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt gebruik gemaakt van door Onze Minister erkende examinatoren. 7 De beoordelingen bevatten ten minste de volgende gegevens: a. datum van het onderzoek; b. naam en geboortedatum van de onderzochte persoon; c. de veiligheidsfunctie waarop de beoordeling betrekking heeft, en d. de examenuitslag, uitgedrukt in voldoende dan wel onvoldoende. 8 De beoordelingen zijn voor onbepaalde tijd geldig. 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 Onze Minister erkent een persoon als examinator indien deze persoon: a. in het bezit is van een beoordeling waaruit blijkt dat de kandidaat voldoet aan het bepaalde in hoofdstuk 3 van het Besluit 2011/765/EU; of b. artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties in het bezit is van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in. 2 Bij de aanvraag, verlening, schorsing of intrekking van een erkenning, alsmede de registratie van examinatoren, wordt gehandeld overeenkomstig de aanbevelingen 26 tot en met 39 en 41 tot en met 48 van Aanbeveling 2011/766/EU. 3 Bij regeling van Onze Minister kunnen aanvullende eisen worden gesteld als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van Besluit 2011/765/EU. 4 Onze Minister houdt een register van examinatoren bij. Gegevens van examinatoren als bedoeld in aanwijzing 38 van Aanbeveling 2011/766/EU worden op verzoek verstrekt aan personen die hier redelijkerwijs belang bij hebben. 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 51a, vierde lid, onderdeel c, van de wet De voor de machinist met volledige bevoegdheid of machinist met beperkte bevoegdheid vereiste bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid, bedoeld in, betreft de kennis van de bedrijfsorganisatie en het veiligheidsbeheersysteem van de betrokken spoorwegonderneming. 2 artikel 51, eerste lid, van de wet De voor de veiligheidsfunctie van rangeerder vereiste specifieke, taakgebonden en bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid, bedoeld in, betreft: a. wegbekendheid op de locatie waarop hij als rangeerder wordt ingezet; b. kennis van lokale voorschriften; c. kennis van de spoorvoertuigen die hij begeleidt; d. kennis van de bedrijfsorganisatie en het veiligheidsbeheersysteem van de betrokken spoorwegonderneming. 3 artikel 51, eerste lid, van de wet De voor de veiligheidsfunctie van wagencontroleur vereiste specifieke, taakgebonden en bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid, bedoeld in, betreft: a. kennis van wagentypen en beladingen die hij controleert; b. kennis van de bedrijfsorganisatie en het veiligheidsbeheersysteem van de betrokken spoorwegonderneming. 4 artikel 51, eerste lid, van de wet De voor de veiligheidsfunctie van treindienstleider met volledige bevoegdheid of treindienstleider met minimale bevoegdheid vereiste specifieke, taakgebonden en bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid, bedoeld in, betreft: a. kennis van de inrichting van de gedeelten van het hoofdspoorwegnet waarvoor hij als treindienstleider dienst doet; b. kennis van lokale voorschriften; c. kennis van de bedrijfsorganisatie en het veiligheidsbeheersysteem; d. kennis van de schriftelijke, digitale en mondelinge communicatie als bedoeld in de geldende paragrafen en aanhangsels van de TSI Exploitatie en verkeersleiding. 5 artikel 15, tweede lid De beoordeling van de kennis en bekwaamheid, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, geschiedt door een vakinhoudelijk leidinggevende als bedoeld in. 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 richtlijn 2007/59/EG Bij regeling van Onze Minister worden met inachtneming van bijlage II vande eisen vastgesteld inzake medische en psychologische geschiktheid voor de machinist met volledige bevoegdheid en de machinist met beperkte bevoegdheid. 2 Bij regeling van Onze Minister worden met inachtneming van de geldende paragrafen en aanhangsels van de TSI Exploitatie en verkeersleiding de eisen vastgesteld inzake medische en psychologische geschiktheid voor de rangeerder, de treindienstleider met volledige bevoegdheid en de treindienstleider met minimale bevoegdheid. 3 artikel 50, eerste lid, onderdeel a, van de wet Het vereiste om te beschikken over een geldige verklaring van medische geschiktheid en een geldige verklaring van psychologische geschiktheid als bedoeld in, geldt niet voor: a. een persoon die de veiligheidsfunctie van wagencontroleur uitoefent; b. een persoon die de veiligheidsfunctie van rangeerder uitoefent, in dienst van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming, die zijn standplaats heeft in het buitenland, mits hij voldoet aan de in het land van zijn standplaats voor de uitoefening van zijn functie in overeenstemming met de geldende paragrafen en aanhangsels van de TSI Exploitatie en verkeersleiding geldende medische en psychologische eisen. 2015 267 03-07-2015 25-06-2015 2015 267 03-07-2015 25-06-2015 04-07-2015
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 50, eerste en tweede lid, van de wet Het keuringsinstituut, bedoeld in, geeft de verklaring van medische geschiktheid respectievelijk van psychologische geschiktheid af indien de keuring: a. heeft plaatsgevonden volgens een door Onze Minister goedgekeurd keuringsreglement, en b. artikel 9 doet blijken dat de aanvrager voldoet aan de krachtensvoor de betrokken veiligheidsfunctie vastgestelde eisen inzake medische en psychologische geschiktheid. 2 Het keuringsreglement, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voorziet in de mogelijkheid van een herkeuring indien de aanvrager bezwaar heeft tegen de uitslag van de keuring in eerste instantie. 3 Bij regeling van Onze Minister kunnen eisen worden gesteld aan de inhoud van de verklaring van medische geschiktheid respectievelijk van psychologische geschiktheid. 2011 240 24-05-2011 03-05-2011 2011 518 14-11-2011 27-10-2011 15-11-2011
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De verklaring van medische geschiktheid, afgegeven aan een machinist met volledige bevoegdheid of machinist met beperkte bevoegdheid, die de leeftijd van: a. 55 jaar nog niet heeft bereikt, is geldig voor de duur van drie jaar, gerekend vanaf de datum van afgifte; b. 55 jaar heeft bereikt, is geldig voor de duur van een jaar, gerekend vanaf de datum van afgifte. 2 De verklaring van medische geschiktheid, afgegeven aan een rangeerder, een treindienstleider met volledige bevoegdheid of treindienstleider met minimale bevoegdheid, die de leeftijd van: a. 40 jaar nog niet heeft bereikt, is geldig voor de duur van vijf jaar, gerekend vanaf de datum van afgifte; b. 40 jaar doch nog niet de leeftijd van 63 jaar heeft bereikt, is geldig voor de duur van drie jaar, gerekend vanaf de datum van afgifte; c. 63 jaar heeft bereikt, is geldig voor de duur van een jaar, gerekend vanaf de datum van afgifte. 3 De verklaring van psychologische geschiktheid is geldig voor de duur van: a. vijf jaar gerekend vanaf de datum van uitgifte indien die is afgegeven aan een machinist met volledige bevoegdheid of machinist met beperkte bevoegdheid; b. onbepaalde tijd indien die is afgegeven aan een rangeerder, een treindienstleider met volledige bevoegdheid of treindienstleider met minimale bevoegdheid. 4 artikel 50, vierde lid, van de wet artikel 9 De verklaring van medische geschiktheid respectievelijk van psychologische geschiktheid verliest haar geldigheid indien bij een tussentijdse keuring door een keuringsinstituut als bedoeld in, blijkt dat de betrokkene niet langer voldoet aan de krachtensvoor de uitoefening van de betrokken veiligheidsfunctie vastgestelde eisen inzake medische geschiktheid respectievelijk psychologische geschiktheid. 5 artikel 69, eerste lid, van de wet Een tussentijdse keuring als bedoeld in het vierde lid vindt plaats indien bij degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend of bij de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen, bedoeld in, het vermoeden bestaat dat de betrokkene niet langer voldoet aan de voor de uitoefening van die veiligheidsfunctie vastgestelde eisen inzake medische geschiktheid respectievelijk psychologische geschiktheid. 2011 240 24-05-2011 03-05-2011 2011 518 14-11-2011 27-10-2011 15-11-2011
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Een aanvraag tot verlening, wijziging of verlenging van een machinistenvergunning wordt ingediend bij Onze Minister en gaat vergezeld van de bij regeling van Onze Minister vast te stellen documenten. 2 Onze Minister besluit op een aanvraag binnen één maand nadat voldaan is aan het bepaalde in het eerste lid en de vergoeding voor het in behandeling nemen van de aanvraag is voldaan. 3 richtlijn 2007/59/EG De machinistenvergunning voldoet aan de daaromtrent bij of krachtens artikel 4 en bijlage I vangestelde regels. 4 De machinistenvergunning is geldig voor de duur van tien jaar gerekend vanaf de datum van afgifte. 5 artikel 11 Onze Minister verlengt een machinistenvergunning slechts indien de aanvrager beschikt over een geldige verklaring van medische geschiktheid en een geldige verklaring van psychologische geschiktheid als bedoeld in. 6 Een machinistenvergunning door Onze Minister verleend aan een persoon met de leeftijd van 18 of 19 jaar is slechts geldig voor het besturen en begeleiden van spoorvoertuigen op hoofdspoorwegen in Nederland. 7 Onze Minister kan op aanvraag van de houder een duplicaat afgeven van de machinistenvergunning. 2021 613 16-12-2021 14-12-2021 2021 613 16-12-2021 14-12-2021 17-12-2021
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 51a, vierde lid, van de wet richtlijn 2007/59/EG Het bevoegdheidsbewijs, bedoeld in, voldoet aan de daaromtrent bij of krachtens artikel 4 en bijlage I vangestelde regels. 2 Het bevoegdheidsbewijs vermeldt de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur waarop het betrekking heeft. 3 artikel 51a, vierde lid, onderdeel b, van de wet Het bevoegdheidsbewijs vermeldt slechts de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur ten aanzien waarvan de machinist met volledige bevoegdheid of de machinist met beperkte bevoegdheid beschikt over een geldige beoordeling als bedoeld in. 4 Het bevoegdheidsbewijs voor de machinist met beperkte bevoegdheid vermeldt de beperking tot het besturen en begeleiden van spoorvoertuigen met een maximumsnelheid van 40 km per uur. 5 De bevoegdheid als rangeerder of wagencontroleur kan bij machinisten met volledige of beperkte bevoegdheid worden aangetekend op het bevoegdheidsbewijs. 6 artikel 5, derde lid Indien een vrijstelling als bedoeld in, is verleend, wordt dit vermeld op het bevoegdheidsbewijs. 7 Het bevoegdheidsbewijs is voor onbepaalde tijd geldig. 8 Het bevoegdheidsbewijs verliest zijn geldigheid indien betrokkene de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of machinist met beperkte bevoegdheid niet meer uitoefent onder het gezag van degene die het bevoegdheidsbewijs heeft verstrekt of door schorsing of intrekking van het bevoegdheidsbewijs door degene die het bevoegdheidsbewijs heeft verstrekt. 9 Degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid wordt uitgeoefend, verstrekt bij de beëindiging van het dienstverband aan de betrokken machinist een gewaarmerkte kopie van alle documenten waaruit zijn opleiding, zijn kwalificaties, zijn ervaring en zijn vakbekwaamheden blijken. 10 richtlijn 2007/59/EG Degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid wordt uitgeoefend, voorziet in een geschillenregeling omtrent de verstrekking, schorsing en intrekking van een bevoegdheidsbewijs, overeenkomstig artikel 15 van. 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 51, eerste lid, van de wet Het bezit van een bedrijfspas als bedoeld inis niet vereist voor: a. de treindienstleider met volledige bevoegdheid en treindienstleider met minimale bevoegdheid; b. rangeerders en wagencontroleurs, in dienst van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming, die hun standplaats hebben in het buitenland en die slechts dienst doen op een nabij de rijksgrens gelegen station vanwege het rijden naar de rijksgrens, mits zij voldoen aan de in het land van hun standplaats geldende eisen betreffende de voor uitoefening van hun functie vereiste bevoegdheid. 2 De bedrijfspas bevat ten minste de volgende gegevens: a. naam en geboortedatum van de houder; b. aanduiding van de veiligheidsfunctie of veiligheidsfuncties waarop de bedrijfspas betrekking heeft; c. datum van afgifte; d. eventuele beperkingen of voorwaarden ten aanzien van de medische en psychologische geschiktheid en e. naam van degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie waarvoor de bedrijfspas is afgegeven, wordt uitgeoefend. 3 Een bedrijfspas is voor onbepaalde tijd geldig. 4 Een bedrijfspas verliest zijn geldigheid: a. door schorsing of intrekking van de bedrijfspas door degene die de bedrijfspas heeft verstrekt; b. gedurende de tijd dat de houder niet beschikt over een geldige verklaring van medische geschiktheid en een geldige verklaring van psychologische geschiktheid; c. bij wijziging van de op de bedrijfspas vermelde gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b, d en e; d. indien de houder de veiligheidsfunctie niet meer uitoefent onder het gezag van degene die de bedrijfspas heeft verstrekt. 5 In de gevallen, bedoeld in het vierde lid, neemt degene die de bedrijfspas heeft afgegeven, de pas in. 2011 240 24-05-2011 03-05-2011 2011 518 14-11-2011 27-10-2011 15-11-2011
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Degene onder wiens gezag een veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend, draagt zorg voor vakinhoudelijke leiding over de persoon door wie die functie wordt uitgeoefend. 2 Een vakinhoudelijk leidinggevende dient te beschikken over zodanige kennis van en inzicht in de uitoefening van de betrokken veiligheidsfunctie en zodanige kennis van de processen en de techniek binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem, dat hij personen die de betrokken veiligheidsfunctie uitoefenen kan instrueren, beoordelen en corrigeren ten aanzien van de goede uitoefening van die functie. 2011 240 24-05-2011 03-05-2011 2011 518 14-11-2011 27-10-2011 15-11-2011
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Degene onder wiens gezag een veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend, draagt er zorg voor dat de persoon door wie die functie wordt uitgeoefend periodiek een herinstructie volgt ten aanzien van de juiste uitvoering van de functie. 2 artikel 51a, zesde lid, van de wet richtlijn 2007/59/EG Het periodieke onderzoek van de machinist met volledige bevoegdheid en de machinist met beperkte bevoegdheid, bedoeld in, vindt plaats met inachtneming van het bepaalde in bijlage VII van. 2011 240 24-05-2011 03-05-2011 2011 518 14-11-2011 27-10-2011 15-11-2011
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 51a, derde lid, van de wet Richtlijn 2007/59/EG Het register van machinistenvergunningen, bedoeld in, voldoet aan het daaromtrent bepaalde in de beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 29 oktober 2009 tot vaststelling van de basisparameters voor registers van machinistenvergunningen en aanvullende bevoegdheidsbewijzen als bedoeld invan het Europees Parlement en de Raad (2010/17/EG; PbEU L 8/17). 2 artikel 51a, vijfde lid, van de wet Richtlijn 2007/59/EG Het register van bevoegdheidsbewijzen, bedoeld in, voldoet aan het daaromtrent bepaalde in de beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 29 oktober 2009 tot vaststelling van de basisparameters voor registers van machinistenvergunningen en aanvullende bevoegdheidsbewijzen als bedoeld invan het Europees Parlement en de Raad (2010/17/EG; PbEU L 8/17). 2018 249 27-07-2018 11-07-2018 2018 250 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 50, eerste en tweede lid, van de wet Onze Minister erkent op aanvraag een keuringsinstituut voor de afgifte van een verklaring van medische geschiktheid respectievelijk psychologische geschiktheid als bedoeld in, indien het beschikt over de voor de keuring van personeel met een veiligheidsfunctie vereiste onafhankelijke organisatie en expertise. 2 Onze Minister kan aan een erkenning als bedoeld in het eerste lid voorschriften en beperkingen verbinden. 3 Onze Minister kan een erkenning schorsen of intrekken indien het keuringsinstituut niet meer voldoet aan de voor de erkenning gestelde eisen. 4 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere eisen worden gesteld met betrekking tot de onafhankelijke organisatie en expertise van een keuringsinstituut. 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 51b, eerste lid, van de wet Onze Minster erkent op aanvraag een opleidingsinstituut als bedoeld in, overeenkomstig het bepaalde in de hoofdstukken 1 en 2 van het Besluit 2011/765/EU en de artikelen 2 tot en met 25 van de Aanbeveling 2011/766/EU. Van de erkenningen wordt door Onze Minister een register bijgehouden. 2 Onze Minister kan aan een erkenning als bedoeld in het eerste lid voorschriften en beperkingen verbinden. 3 Onze Minister kan een erkenning schorsen of intrekken indien het opleidingsinstituut niet meer voldoet aan de voor de erkenning gestelde eisen. 2012 653 20-12-2012 11-12-2012 2012 654 20-12-2012 11-12-2012 01-01-2013
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Besluit spoorwegpersoneel Verklaringen van medische geschiktheid, verklaringen van psychologische geschiktheid en certificaten van bekwaamheid die op basis van hetaan een machinist met volledige bevoegdheid of een machinist met beperkte bevoegdheid zijn afgegeven, blijven geldig voor de duur dat deze zijn afgegeven. 2 Besluit spoorwegpersoneel artikel 49, eerste lid, van de wet Certificaten van bekwaamheid die op basis van hetaan een rangeerder met volledige bevoegdheid, wagencontroleur, treindienstleider met volledige bevoegdheid of treindienstleider met minimale bevoegdheid zijn afgegeven, worden gelijkgesteld met beoordelingen van Onze Minister waaruit blijkt dat de rangeerder, wagencontroleur, treindienstleider met volledige bevoegdheid of treindienstleider met minimale bevoegdheid voldoet aan de krachtens, vastgestelde eisen inzake algemene kennis, bekwaamheid en ervaring. 3 Besluit spoorwegpersoneel Verklaringen van medische geschiktheid en verklaringen van psychologische geschiktheid die op basis van hetaan een rangeerder met volledige bevoegdheid, treindienstleider met volledige bevoegdheid of treindienstleider met minimale bevoegdheid zijn afgegeven: a. worden gelijkgesteld met verklaringen van medische geschiktheid en verklaringen van psychologische geschiktheid afgegeven aan een rangeerder, treindienstleider met volledige bevoegdheid of treindienstleider met minimale bevoegdheid op basis van dit besluit; b. blijven geldig voor de duur waarvoor deze zijn afgegeven. 4 Besluit spoorwegpersoneel Een bedrijfspas die op basis van hetaan een rangeerder met volledige bevoegdheid of een wagencontroleur is afgegeven, wordt gelijkgesteld met een bedrijfspas afgegeven aan een rangeerder of wagencontroleur op basis van dit besluit. 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 2019 104 08-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 28, tweede lid, van het Besluit spoorwegpersoneel artikel 19 Aanwijzingen als keuringsinstituut als bedoeld in, worden gelijkgesteld met erkenningen als keuringsinstituut als bedoeld invan dit besluit. 2011 240 24-05-2011 03-05-2011 2011 518 14-11-2011 27-10-2011 15-11-2011
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Een wijziging van de TSI Exploitatie en verkeersleiding, het Besluit 2011/765/EU of de Aanbeveling 2011/766/EU gaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven. 2015 267 03-07-2015 25-06-2015 2015 267 03-07-2015 25-06-2015 04-07-2015
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Wijzigt het Besluit spoorverkeer. 2011 240 24-05-2011 03-05-2011 2012 112 22-03-2012 09-03-2012 01-04-2012
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Besluit spoorwegpersoneel Hetwordt ingetrokken. 2011 240 24-05-2011 03-05-2011 2011 518 14-11-2011 27-10-2011 15-11-2011
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Besluit keuring spoorvoertuigen Hetwordt ingetrokken. 2 Wijzigt het Besluit spoorweginfrastructuur. 2011 240 24-05-2011 03-05-2011 2012 112 22-03-2012 09-03-2012 01-04-2012
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2011 240 24-05-2011 03-05-2011 2011 518 14-11-2011 27-10-2011 15-11-2011
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit spoorwegpersoneel 2011. 2011 240 24-05-2011 03-05-2011 2011 518 14-11-2011 27-10-2011 15-11-2011