Besluit van 23 december 2010, houdende regels omtrent het verstrekken van subsidie aan particuliere justitiële jeugdinrichtingen (Subsidiebesluit particuliere justitiële jeugdinrichtingen)
- BWB-id
- BWBR0029403
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-03-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0029403
- ELI
- /eli/nl/amvb/2011/subsidiebesluit-particuliere-justiti-le-jeugdinrichtingen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2011/subsidiebesluit-particuliere-justiti-le-jeugdinrichtingen/2013-03-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0029403&g=2013-03-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0029403&z=2026-06-06&g=2013-03-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0029403/2013-03-20
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2011/subsidiebesluit-particuliere-justiti-le-jeugdinrichtingen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. de wet: Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen de; b. operationele capaciteit: artikel 8 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen het deel van de capaciteit waar jeugdigen geplaatst worden en waar – afhankelijk van de bestemming van– alle activiteiten plaatsvinden; c. reservecapaciteit: het deel van de capaciteit waar in principe geen jeugdigen worden geplaatst en dat operationeel gemaakt wordt indien de reeds vastgestelde operationele capaciteit tijdens een subsidiejaar onvoldoende blijkt te zijn; d. buitengebruikstelling: het deel van de capaciteit dat er toe strekt om een gebouw in stand te houden voor een eventueel later hergebruik. 2013 98 19-03-2013 08-03-2013 2013 98 19-03-2013 08-03-2013 20-03-2013 01-01-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Onze Minister verstrekt de particuliere inrichting een subsidie voor de kosten van de exploitatie van de inrichting. 2 afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht De exploitatiesubsidie wordt per boekjaar verstrekt;is van toepassing. 3 Op de exploitatiesubsidie worden voorschotten verleend. 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 12-01-2011 01-01-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 8, tweede lid, van de wet De exploitatiesubsidie wordt bepaald door de door Onze Minister per plaats vastgestelde normprijzen te vermenigvuldigen met de door Onze Minister vast te stellen operationele capaciteit, vermeerderd met een subsidie voor reservecapaciteit, vermeerderd met een subsidie voor tijdelijk buiten gebruik gestelde locaties of afdelingen van een particuliere inrichting. Bij de vaststelling van de normprijzen per plaats wordt de bestemming van de particuliere inrichting, zoals omschreven in, in aanmerking genomen. Onder de bestemming van de inrichting kan worden begrepen het met die bestemming verband houdende open of gesloten karakter van de inrichting. Op het aldus bepaalde bedrag kunnen toeslagen worden verstrekt. 2 Een procentuele verlaging van het bedrag van de exploitatiesubsidie vindt plaats, indien de gemiddelde jaarbezetting uitgedrukt in verblijfdagen minder bedraagt dan 90% van de voor de particuliere inrichting vastgestelde operationele capaciteit. De procentuele verlaging wordt bepaald met behulp van de volgende formule: Voor particuliere inrichtingen met een vastgestelde operationele capaciteit tot 100 plaatsen: voor particuliere inrichtingen met een vastgestelde operationele capaciteit vanaf 100 plaatsen: (90% – gerealiseerde bezettingsgraad) x vastgestelde operationele capaciteit x 50% ——————— 100 (90% – gerealiseerde bezetingsgraad) x 50% 3 Onze Minister kan de uitkomst van het tweede lid matigen, voor zover toepassing van het tweede lid, gelet op het belang van de continuïteit van de inrichting en daarmee de kwaliteit van de uitvoering van haar wettelijke taken, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2013 98 19-03-2013 08-03-2013 2013 98 19-03-2013 08-03-2013 20-03-2013 01-01-2013
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Bij de verlening van een exploitatiesubsidie kan Onze Minister bepalen dat het subsidiebedrag door hem wordt bijgesteld, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil of de ontwikkeling in de kosten van de arbeidsvoorwaarden. 2 Met het oog op de toepassing van het eerste lid kan Onze Minister bij de verlening van de subsidie tevens bepalen welk deel van het subsidiebedrag in aanmerking zal worden genomen voor een bijstelling in verband met de ontwikkeling van het prijspeil, onderscheidenlijk van de kosten van de arbeidsvoorwaarden. 3 Indien een subsidie met toepassing van het eerste lid wordt bijgesteld, kan de bevoorschotting overeenkomstig worden gewijzigd. 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 12-01-2011 01-01-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Naast de subsidie in de exploitatiekosten kan Onze Minister een particuliere inrichting subsidie verstrekken voor: a. bouwprojecten; b. bijzondere projecten of doeleinden. 2 De subsidie bedraagt een door Onze Minister te bepalen bedrag. 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 12-01-2011 01-01-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Onze Minister beslist binnen dertien weken op de aanvraag tot verlening van de exploitatiesubsidie. 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 12-01-2011 01-01-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De particuliere inrichting dient binnen 13 weken na afloop van het boekjaar een aanvraag tot vaststelling van de exploitatiesubsidie in. 2 Onze Minister beslist binnen 22 weken op de aanvraag tot vaststelling van de exploitatiesubsidie. 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 12-01-2011 01-01-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Een subsidie voor een bouwproject wordt tijdig voor de aanbesteding bij Onze Minister aangevraagd door indiening van een voorlopige begroting met toelichting, vergezeld van schets- en situatietekeningen, de nodige kadastrale gegevens en een opgave omtrent de bestemming van de inrichting. 2 Nadat Onze Minister met de voorlopige begroting en het ontwerp heeft ingestemd, worden de bestektekeningen en de uitgewerkte begroting ingediend. De begroting geeft inzicht in de aard, omvang, baten en lasten in verband met het bouwproject. 3 Paragraaf 4.2.8.5 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 10 enzijn van toepassing op de subsidie voor een bouwproject. 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 12-01-2011 01-01-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De particuliere inrichting verstrekt Onze Minister maandelijks inzicht in de capaciteitsbenutting op basis van plaatsingstitel, leeftijd en geslacht. 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 12-01-2011 01-01-2005
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 4:78 van de Algemene wet bestuursrecht Bij het onderzoek, bedoeld in, onderzoekt de accountant tevens de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 2 artikel 4:79, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister stelt een aanwijzing over de reikwijdte en de intensiteit van de controle, als bedoeld in, vast. 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 12-01-2011 01-01-2005
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De particuliere inrichting vormt een egalisatiereserve van niet meer dan tien procent van de in dat jaar verstrekte exploitatiesubsidie. 2 De jaarlijkse toevoeging aan de egalisatiereserve bedraagt niet meer dan vijf procent van de in dat jaar verstrekte exploitatiesubsidie. 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 12-01-2011 01-01-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De particuliere inrichting verzekert haar burgerrechtelijke aansprakelijkheid tegenover derden in voldoende mate. 2 De particuliere inrichting verzekert haar burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor in de inrichting geplaatste jeugdigen, indien deze aansprakelijkheid niet reeds verzekerd is. 3 De particuliere inrichting verzekert haar onroerende zaken tegen brandschade naar herbouwwaarde en haar roerende zaken tegen brandschade, waterschade en diefstal. 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 12-01-2011 01-01-2005
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Indien de particuliere inrichting zaken ter beschikking stelt aan of diensten verricht voor derden, behoudens indien het natuurlijke personen betreft waarvoor de activiteiten bestemd zijn, brengt zij een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is. 2 Indien aan de particuliere inrichting zaken ter beschikking worden gesteld door een rechtspersoon die de ondersteuning van de inrichting ten doel heeft, betaalt zij aan deze rechtspersoon geen hogere vergoeding dan het bedrag dat ter zake op grond van de historische kostprijs en rekening houdende met de voor de inrichting geldende afschrijvingspercentages in redelijkheid in rekening kan worden gebracht. 3 Indien een rechtspersoon, die de ondersteuning van de particuliere inrichting ten doel heeft, voor deze inrichting diensten verricht welke in het algemeen door de inrichting in eigen beheer worden verricht, betaalt de inrichting aan de rechtspersoon geen hogere vergoeding dan het bedrag dat het verrichten van de diensten in eigen beheer zou hebben gekost. 4 De particuliere inrichting verstrekt aan Onze Minister een beschrijving van de tussen de inrichting en andere rechtspersonen bestaande organisatorische dan wel financiële banden alsmede, van zodanig nog in het leven te roepen of te wijzigen banden, voor zover deze banden van invloed kunnen zijn op de bepaling van de vergoedingen, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid. 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 12-01-2011 01-01-2005
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 4:71, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 374 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De particuliere inrichting behoeft de toestemming van Onze Minister voor de handelingen, bedoeld in, alsmede voor de vorming van voorzieningen in de zin van. 2013 98 19-03-2013 08-03-2013 2013 98 19-03-2013 08-03-2013 20-03-2013 01-01-2005
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht In de gevallen, bedoeld in, is de particuliere inrichting aan Onze Minister een door hem te bepalen vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd. 2 Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding worden de activa gewaardeerd op hun actuele waarde. De waardebepaling van een onroerende zaak geschiedt door drie deskundigen. Onze Minister onderscheidenlijk de particuliere inrichting wijzen elk een deskundige aan, die in onderling overleg een derde deskundige aanwijzen. 3 Het eerste lid is niet van toepassing, indien de activiteiten van de particuliere inrichting door een derde worden voortgezet en de activa en passiva met toestemming van Onze Minister tegen boekwaarde aan die derde worden overgedragen. 4 Indien een subsidie voor een bouwproject wordt verstrekt, verleent de particuliere inrichting ten behoeve van de Staat tot het bedrag van de subsidie een hypotheek op de desbetreffende onroerende zaak, tot zekerheid van de betaling van een ingevolge het eerste lid verschuldigde vergoeding. 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 12-01-2011 01-01-2005
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2005. 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 12-01-2011 01-01-2005
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidiebesluit particuliere justitiële jeugdinrichtingen. 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 2011 1 11-01-2011 23-12-2010 12-01-2011 01-01-2005