Besluit van 12 september 2012, houdende regels over de commissie die adviseert over het doen van een nader onderzoek als bedoeld in artikel 462, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Besluit adviescommissie afgesloten strafzaken)
- BWB-id
- BWBR0031994
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-02-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0031994
- ELI
- /eli/nl/amvb/2012/besluit-adviescommissie-afgesloten-strafzaken
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2012/besluit-adviescommissie-afgesloten-strafzaken/2023-02-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0031994&g=2023-02-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0031994&z=2026-06-06&g=2023-02-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0031994/2023-02-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2012/besluit-adviescommissie-afgesloten-strafzaken
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de commissie: artikel 2 de commissie, bedoeld in; b. de procureur-generaal: artikel 111 van de Wet op de rechterlijke organisatie de procureur-generaal bij de Hoge Raad, bedoeld in; c. de wet: Wetboek van Strafvordering het; d. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie. 2012 405 19-09-2012 12-09-2012 2012 404 19-09-2012 12-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet hervorming herziening ten voordele in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 461, eerste lid, van de wet Er is een commissie die tot taak heeft de procureur-generaal te adviseren over de wenselijkheid van een nader onderzoek als bedoeld in. 2012 405 19-09-2012 12-09-2012 2012 404 19-09-2012 12-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet hervorming herziening ten voordele in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 De leden van de commissie worden benoemd op grond van de deskundigheid die nodig is voor een goede vervulling van de inbedoelde taak alsmede op grond van hun brede maatschappelijke kennis en ervaring. 2 De commissie bestaat uit vijf leden: a. twee deskundigen op een voor het werk van de commissie relevant terrein van wetenschapsbeoefening, waarvan er een tevens voorzitter is; b. een deskundige op het terrein van de politiepraktijk; c. een advocaat; d. een lid van het openbaar ministerie. 3 Voor benoeming als lid van de commissie komen ambtenaren die werken onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister niet in aanmerking, met uitzondering van politieambtenaren en ambtenaren van het openbaar ministerie. 2023 1 06-01-2023 16-12-2022 2023 1 06-01-2023 16-12-2022 01-02-2023
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De commissie verricht haar taak op onpartijdige en onafhankelijke wijze. 2 Elk van de leden van de commissie kan zich verschonen indien zich naar zijn oordeel feiten of omstandigheden voordoen waardoor de onpartijdigheid of onafhankelijkheid schade zou kunnen lijden. 3 Indien het tweede lid toepassing heeft gevonden, vervult de commissie haar taak in een samenstelling waarvan het lid dat zich heeft verschoond geen deel meer uitmaakt. Het lid dat zich verschoont wordt vervangen door een plaatsvervangend lid. 2012 405 19-09-2012 12-09-2012 2012 404 19-09-2012 12-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet hervorming herziening ten voordele in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3, tweede lid, onder a De leden van de commissie worden door Onze Minister op voordracht van de procureur-generaal benoemd, geschorst en ontslagen. Een van de in, bedoelde leden wordt door Onze Minister op voordracht van de procureur-generaal tot voorzitter van de commissie benoemd. Onze Minister benoemt op voordracht van de procureur-generaal tevens zoveel plaatsvervangende leden van de in artikel 3, tweede lid, onderscheiden leden als voor een goede vervulling van de taak van de commissie nodig is. De eerste volzin en artikel 3, eerste en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangende leden. 2 De benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden van de commissie geschiedt voor een periode van ten minste vier en ten hoogste zes jaar. Zij kunnen eenmaal voor een gelijke periode worden herbenoemd. 3 Leden en plaatsvervangende leden kunnen voor een periode van ten minste vier en ten hoogste zes jaar worden benoemd tot plaatsvervangend lid respectievelijk lid. Zij kunnen eenmaal voor een gelijke periode worden herbenoemd. 4 Het lidmaatschap eindigt door: a. het aflopen van de periode van benoeming of herbenoeming; b. ontslag; of c. het bereiken van de leeftijd van zeventig jaar. 5 Schorsing en ontslag vinden slechts plaats wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid of wegens andere zwaarwegende in de persoon van het betrokken lid gelegen redenen. Ontslag vindt voorts plaats op eigen verzoek. 6 Wet vergoedingen adviescolleges en commissies De leden en plaatsvervangende leden van de commissie ontvangen een vergoeding overeenkomstig het bepaalde bij de. 2018 522 28-12-2018 20-12-2018 2018 522 28-12-2018 20-12-2018 01-01-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De commissie wordt bijgestaan door een secretaris. De secretaris is geen lid van de commissie. 2 De voorzitter geeft leiding aan de werkzaamheden van de secretaris. 3 De secretaris staat onder het gezag van de commissie en legt voor zijn werkzaamheden uitsluitend aan de commissie verantwoording af. 4 Onze Minister draagt, na overleg met de commissie, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de secretaris en van de commissie. 5 Onze Minister sluit, wijzigt en beëindigt arbeidsovereenkomsten met de secretaris op verzoek van de procureur-generaal. Alvorens het verzoek te doen hoort de procureur-generaal de voorzitter. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 2 De commissie bepaalt haar eigen werkwijze. Zij stelt een huishoudelijk reglement vast waarin in ieder geval regels zijn opgenomen over werkwijzen en procedures met het oog op een goede en zorgvuldige uitoefening van de inbedoelde taak. 2 De commissie kan zich door deskundigen die niet tot de commissie behoren tijdens het onderzoek doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van de taak van de commissie noodzakelijk is. 2012 405 19-09-2012 12-09-2012 2012 404 19-09-2012 12-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet hervorming herziening ten voordele in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De commissie is bevoegd kennis te nemen van alle in de afgesloten strafzaak gevoegde processtukken voor zover zij dit voor de uitoefening van haar taak relevant acht. Tevens is zij bevoegd om, in overeenstemming met de procureur-generaal, kennis te nemen van niet in die strafzaak gevoegde stukken voor zover die met de strafzaak in verband staan en de commissie kennisneming daarvan voor de uitoefening van haar taak relevant acht. 2 De commissie is bevoegd tot het horen van: a. opsporingsambtenaren; b. medewerkers van politie, van andere opsporingsdiensten, en van het openbaar ministerie; c. de rechter-commissaris of de raadsheer-commissaris die in de afgesloten strafzaak enig onderzoek heeft verricht; d. deskundigen. 3 De commissie is bevoegd een deskundige een opdracht te verstrekken. De deskundige brengt zijn rapport uit aan de commissie. 2012 405 19-09-2012 12-09-2012 2012 404 19-09-2012 12-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet hervorming herziening ten voordele in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikelen 7 8 Wet tarieven in strafzaken Deskundigen als bedoeld in deenontvangen uit ’s rijks kas een vergoeding overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de. 2012 405 19-09-2012 12-09-2012 2012 404 19-09-2012 12-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet hervorming herziening ten voordele in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 7, tweede lid artikel 8, derde lid De leden en de plaatsvervangende leden van de commissie, de secretaris, de personen die op grond van, bijstand verlenen aan de commissie en de deskundige die op grond van, een opdracht is verstrekt, zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover zij bij de uitoefening van hun taak de beschikking krijgen en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak van mededeling voortvloeit. 2012 405 19-09-2012 12-09-2012 2012 404 19-09-2012 12-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet hervorming herziening ten voordele in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Wet hervorming herziening ten voordele Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2012 405 19-09-2012 12-09-2012 2012 404 19-09-2012 12-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet hervorming herziening ten voordele in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit adviescommissie afgesloten strafzaken. 2012 405 19-09-2012 12-09-2012 2012 404 19-09-2012 12-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet hervorming herziening ten voordele in werking treedt.