Besluit van 27 mei 2011, houdende vaststelling van regels omtrent de taak, de goedkeuring van statuten en de gevolgen van intrekking van de aanwijzing van het Vervangingsfonds en het Participatiefonds (Besluit Vervangingsfonds en Participatiefonds)
- BWB-id
- BWBR0030106
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0030106
- ELI
- /eli/nl/amvb/2012/besluit-vervangingsfonds-2022
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2012/besluit-vervangingsfonds-2022/2024-01-31
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0030106&g=2024-01-31
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0030106&z=2026-06-06&g=2024-01-31
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0030106/2024-01-31
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2012/besluit-vervangingsfonds-2022
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: bestuur: bestuur van het vervangingsfonds; bevoegd gezag: artikel 188, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs artikel 167, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra een bij het vervangingsfonds, op grond vanof, aangesloten bevoegd gezag van een school of instelling of bestuur van een samenwerkingsverband; Onze Minister: Onze Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs en Media; vervangingsfonds: artikel 188, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs artikel 167, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra de rechtspersoon, bedoeld inen. 2024 14 30-01-2024 24-01-2024 2024 14 30-01-2024 24-01-2024 31-01-2024
Artikel 2 — Artikel 2 Taak Vervangingsfonds en Participatiefonds#
Artikel 2 Taak Vervangingsfonds en Participatiefonds Vervallen 2022 191 24-05-2022 03-05-2022 2022 284 06-07-2022 24-06-2022 01-08-2022
Artikel 3 — Artikel 3 Instemming statuten#
Artikel 3 Instemming statuten 1 artikel 194, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs artikel 173, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra Onze Minister stemt in met de statuten alsmede de wijziging daarvan, bedoeld inen, indien de statuten ten minste de volgende bepalingen bevatten: a. artikel 188, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs artikel 167, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra dat het vervangingsfonds zich ten doel stelt de waarborgen te bieden, bedoeld inen; b. de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag door het vervangingsfonds van de leden en plaatsvervangend leden van het bestuur; c. het aantal leden en plaatsvervangend leden van het bestuur dat wordt benoemd, met dien verstande dat het bestuur ten minste drie en ten hoogste negen leden heeft, waarvan één voorzitter; d. dat de leden en plaatsvervangend leden, met uitzondering van de voorzitter, voor de ene helft worden benoemd op bindende voordracht van de daarvoor in aanmerking komende personeelsorganisaties in het onderwijs en voor de andere helft worden benoemd op bindende voordracht van de centrale werkgeversorganisatie primair onderwijs; e. dat het vervangingsfonds ten minste eenmaal per jaar overleg voert met Onze Minister of een door Onze Minister aan te wijzen vertegenwoordiger; f. artikel 188, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs artikel 167, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra dat het bestuur in het kader van zijn taakuitoefening, bedoeld inen, het bevoegd gezag bij reglement of anderszins verplichtingen van administratieve aard oplegt ten behoeve van: 1°. de controle van de rechtmatigheid van de uitgaven van het vervangingsfonds; 2°. het verkrijgen door het vervangingsfonds van betrouwbare gegevens met betrekking tot ziekteverzuim, andere vormen van afwezigheid en vervanging; 3°. de doelmatige uitvoering van de werkzaamheden door het vervangingsfonds; 4°. het voldoen aan verplichtingen van het vervangingsfonds uit hoofde van de wet of dit besluit, en 5°. het vaststellen van de bijdrage die het bevoegd gezag aan het vervangingsfonds moet voldoen; g. dat bij ontbinding of beëindiging van de werkzaamheden van het vervangingsfonds de bestemming van het bij liquidatie aanwezige vermogen door het bestuur wordt vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister; en h. dat het vervangingsfonds een van het bestuur onafhankelijke commissie instelt die is belast met het interne toezicht en waarvan de taken zijn vastgelegd in de statuten. 2 artikel 21 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Onze Minister stemt in ieder geval niet in met een door het Vervangingsfonds voorgestelde wijziging van de statuten, indien een dergelijk besluit in strijd is met de wet of met dit besluit, dan wel in strijd is met het algemeen belang of met een op grond vandoor Onze Minister vastgestelde beleidsregel, dan wel niet is te verenigen met de waarborgen welke het Vervangingsfonds zich ten doel stelt te bieden. 2024 14 30-01-2024 24-01-2024 2024 14 30-01-2024 24-01-2024 31-01-2024
Artikel 4 — Artikel 4 Gevolgen intrekking van de aanwijzing#
Artikel 4 Gevolgen intrekking van de aanwijzing artikel 188, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs artikel 167, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra Bij de intrekking van de aanwijzing van de rechtspersoon, bedoeld inen: a. artikel 188, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs artikel 167, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra wendt het vervangingsfonds de onder zijn beheer staande middelen, bestemd voor het verschaffen van de waarborgen, bedoeld inen, aan voor het doel waartoe die middelen aan het vervangingsfonds ter beschikking zijn gesteld; of b. draagt het vervangingsfonds de in onderdeel a bedoelde middelen over aan een andere, door Onze Minister op grond van de in de aanhef genoemde artikelen, aan te wijzen rechtspersoon. 2022 191 24-05-2022 03-05-2022 2022 284 06-07-2022 24-06-2022 01-08-2022
Artikel 5 — Artikel 5 Besluit SUWI Wijziging#
Artikel 5 Besluit SUWI Wijziging Vervallen 2022 191 24-05-2022 03-05-2022 2022 284 06-07-2022 24-06-2022 01-08-2022
Artikel 6 — Artikel 6 Intrekking Besluiten#
Artikel 6 Intrekking Besluiten Vervallen 2022 191 24-05-2022 03-05-2022 2022 284 06-07-2022 24-06-2022 01-08-2022
Artikel 7 — Artikel 7 Inwerkingtreding#
Artikel 7 Inwerkingtreding Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en vervalt op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel E, en artikel II, onderdeel D, van de Wet van 11 oktober 2021 tot wijziging van deen dein verband met beëindiging van de verplichte aansluiting bij een rechtspersoon in verband met kosten van vervanging en in verband met wijziging van de wijze waarop de werkloosheidsuitkeringen worden verevend (beëindiging vervangingsfonds en modernisering participatiefonds) (Stb. 2021, 538) in werking treden. 2022 191 24-05-2022 03-05-2022 2022 284 06-07-2022 24-06-2022 01-08-2022
Artikel 8 — Artikel 8 Citeertitel#
Artikel 8 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vervangingsfonds, met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin het zal worden geplaatst. 2022 191 24-05-2022 03-05-2022 2022 284 06-07-2022 24-06-2022 01-08-2022