Besluit van 31 augustus 2012, houdende nadere regels over de werkwijze van de afdeling, bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet College voor de rechten van de mens (Besluit werkwijze onderzoek gelijke behandeling)
- BWB-id
- BWBR0031967
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0031967
- ELI
- /eli/nl/amvb/2012/besluit-werkwijze-onderzoek-gelijke-behandeling
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2012/besluit-werkwijze-onderzoek-gelijke-behandeling/2020-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0031967&g=2020-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0031967&z=2026-06-06&g=2020-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0031967/2020-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2012/besluit-werkwijze-onderzoek-gelijke-behandeling
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. betrokkene: artikel 10, derde lid, van de wet persoon als bedoeld in, die schriftelijk geen bedenkingen tegen zijn betrokkenheid in een onderzoek kenbaar heeft gemaakt; b. College: artikel 1 van de wet College voor de rechten van de mens, genoemd in; c. onderscheid: onderscheid als bedoeld in: 1°. Algemene wet gelijke behandeling de, 2°. artikel 47c van de Politiewet 2012 artikel 12p van de Wet ambtenaren defensie en, 3°. artikel 646 648 649 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek ,of, 4°. artikel 12 van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte , 5°. artikel 14 van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid , 6°. Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen de, 7°. artikel III, derde lid, van de Wet van 3 juli 1996, houdende wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Ambtenarenwet in verband met het verbod tot het maken van onderscheid tussen werknemers naar arbeidsduur (Stb. 1996, 391), of 8°. artikel II, derde lid, van de Wet van 7 november 2002 tot uitvoering van de richtlijn 1999/70/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (Stb. 2002, 560); d. verweerder: degene die onderscheid zou hebben gemaakt; e. verzoeker: indiener van een verzoekschrift; f. verzoekschrift: artikel 10, eerste lid, van de wet schriftelijk verzoek als bedoeld in; g. wet: Wet College voor de rechten van de mens . 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 9 van de wet De afdeling, bedoeld in, kan uit haar midden kamers vormen. 2 Dit besluit is van toepassing op de behandeling van een zaak zowel door een enkelvoudige als door een meervoudige kamer. 3 Een zaak kan tijdens het onderzoek worden verwezen van een enkelvoudige naar een meervoudige kamer of andersom. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Op verzoek van een partij dan wel van een betrokkene kan elk van de leden die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid als lid schade zou kunnen lijden. 2 Op dezelfde grond als bedoeld in het eerste lid kan elk van de leden die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen. 3 artikelen 8:16 tot en met 8:20 van de Algemene wet bestuursrecht Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het College is bevoegd afwijkingen van de in dit hoofdstuk bedoelde termijnen toe te staan, mits een redelijke termijn van afhandeling van het verzoek verzekerd blijft. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 12 van de wet Zodra het College het onderzoek beëindigt met toepassing van, vervalt de verplichting tot het verder toepassen van dit besluit. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een verzoekschrift bevat: a. de naam en het adres van de verzoeker; b. de naam en het adres van de eventuele verweerder; c. een omschrijving van het onderscheid dat zou zijn of zou worden gemaakt. 2 artikel 10, tweede lid, onder e, van de wet artikel 1, onder c Uit een verzoekschrift, ingediend door een verzoeker als bedoeld indient voorts te blijken dat verzoeker aangemerkt kan worden als een vereniging of stichting die in overeenstemming met haar statuten de belangen behartigt van degenen in wier bescherming een in, genoemd wettelijk voorschrift beoogt te voorzien. 3 Het College doet op het verzoekschrift de datum van ontvangst aantekenen en de verzoeker een ontvangstbevestiging toekomen. Deze datum geldt, behoudens tegenbewijs, als datum waarop het verzoek is ingediend. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6, eerste of tweede lid Indien niet is voldaan aan, kan het College besluiten geen onderzoek in te stellen, mits de indiener van het verzoekschrift de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. 2 artikel 12 van de wet Tenzij het eerste lid oftoepassing vindt, neemt het College het verzoek in behandeling. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 10, tweede lid, onder d of e, van de wet Indien het verzoekschrift is ingediend door een verzoeker als bedoeld inen het verzoekschrift personen noemt ten nadele van wie zou zijn gehandeld, doet het College aan die personen een afschrift van het verzoekschrift toekomen met de mededeling dat het College het voornemen heeft naar aanleiding van het verzoekschrift een onderzoek in te stellen, dat mede op hen betrekking zal hebben, en met de vraag of zij daartegen bedenkingen hebben. 2 Het College stelt een termijn voor het antwoord, gedurende welke termijn de in het eerste lid bedoelde personen niet in het onderzoek worden betrokken. 3 Indien een persoon binnen de door het College gestelde termijn schriftelijk bedenkingen kenbaar maakt tegen zijn betrokkenheid in het onderzoek, wordt hij niet in het onderzoek betrokken. Het College stelt de verzoeker en de verweerder daarvan op de hoogte. 4 Indien een persoon tijdens het onderzoek alsnog schriftelijk bedenkingen kenbaar maakt tegen zijn betrokkenheid, wordt hij verder buiten het onderzoek en het oordeel gelaten. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Het College stelt de verzoeker zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verzoekschrift op de hoogte van het feit dat het verzoek in behandeling wordt genomen. 2 artikel 6, eerste lid, van de wet De verweerder ontvangt een afschrift van het verzoekschrift. Daarbij kunnen vragen worden gesteld en kunnen bescheiden als bedoeld inworden gevorderd. 3 Verzoeker, verweerder en betrokkenen worden ingelicht over het verdere verloop van de procedure alsmede over de samenstelling van de kamer die de zaak behandelt. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Binnen vier weken na de datum waarop het verzoekschrift aan hem is verzonden, geeft de verweerder aan het College in een verweerschrift kennis van zijn zienswijze en de gronden waarop deze berust en verstrekt hij de antwoorden op de hem gestelde vragen en de gevraagde bescheiden. 2 De verzoeker ontvangt zo spoedig mogelijk een afschrift van het verweerschrift. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Het College kan partijen en anderen verzoeken binnen een daarbij te bepalen termijn nadere schriftelijke inlichtingen te geven en onder hen berustende bescheiden in te zenden. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Het College kan partijen en anderen oproepen om in persoon dan wel in persoon of bij gemachtigde te verschijnen om te worden gehoord, al dan niet voor het geven van inlichtingen. Indien niet alle partijen worden opgeroepen, worden de niet opgeroepen partijen in de gelegenheid gesteld het horen bij te wonen en een uiteenzetting over de zaak te geven. 2 Indien een partij niet voldoet aan een oproep, kan het College daaruit de gevolgtrekkingen maken die het geraden acht. Partijen worden hierop gewezen. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Het College kan een of meer deskundigen benoemen voor het instellen van een onderzoek en deze verzoeken binnen een daarbij te bepalen termijn rapport uit te brengen. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 12 artikel 7 van de wet Van het horen van personen, bedoeld in, en van de bevindingen van het onderzoek ter plaatse, bedoeld in, wordt een rapport opgemaakt. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Het College zendt de op de zaak betrekking hebbende stukken zo spoedig mogelijk aan partijen. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Na afloop van het vooronderzoek worden partijen ten minste drie weken tevoren opgeroepen of uitgenodigd om op een daarbij te vermelden plaats en tijdstip op een zitting van het College te verschijnen. 2 Indien een partij niet voldoet aan een oproep, kan het College daaruit de gevolgtrekkingen maken die het geraden acht. Partijen worden hierop gewezen. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Voor de zitting worden de op de zaak betrekking hebbende stukken gedurende ten minste een week op het secretariaat van het College ter inzage gelegd voor partijen en betrokkenen. 2 Van de terinzagelegging wordt mededeling gedaan bij de kennisgeving van de zitting. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De zittingen van het College zijn openbaar. 2 Het College is bevoegd uit eigen beweging dan wel op verzoek van een der partijen te besluiten tot een besloten zitting, indien dit om gewichtige redenen geboden is. 3 Deze redenen worden opgenomen in het verslag van de zitting. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Het College is bevoegd zich ter zitting te laten voorlichten door getuigen en deskundigen. Partijen worden van het voornemen hiertoe voor de zitting in kennis gesteld. 2 Het College kan tolken benoemen. 3 De bij de zaak betrokken partijen en betrokkenen zijn bevoegd ter zitting getuigen en deskundigen mee te brengen ten einde hen door het College te doen horen. 4 Indien partijen en betrokkenen van de in het derde lid genoemde bevoegdheid gebruik wensen te maken, is dit slechts toegelaten, indien zij ten minste een week voor de zitting de namen en hoedanigheid van de getuigen of deskundigen opgeven aan het College en de wederpartij. 5 Het College kan afzien van het horen van een getuige of deskundige als bedoeld in het vierde lid, indien het van oordeel is dat dit redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De zitting wordt door de voorzitter van de kamer geopend, geleid en gesloten. 2 De partijen kunnen elkaar door tussenkomst van de voorzitter vragen stellen. Zij kunnen zowel door de voorzitter als door de overige leden van de kamer worden ondervraagd. 3 Getuigen en deskundigen kunnen door de voorzitter en de overige leden van de kamer en door tussenkomst van de voorzitter, door partijen worden ondervraagd. 4 De kamer kan getuigen horen buiten tegenwoordigheid van andere getuigen die nog niet zijn gehoord. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Het College kan uit eigen beweging dan wel op verzoek van een der partijen om gewichtige redenen besluiten de partijen buiten elkaars tegenwoordigheid of getuigen buiten aanwezigheid van partijen te horen. 2 Deze redenen worden in het verslag van de zitting opgenomen. 3 De niet aanwezige partij wordt door het College op de hoogte gebracht van hetgeen buiten haar tegenwoordigheid is gesteld en wordt de gelegenheid gegeven hierop te reageren. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 § 3 van dit hoofdstuk artikel 7 van de wet Het College kan het onderzoek ter zitting schorsen. Het College kan daarbij bepalen dat het vooronderzoek, bedoeld in, of het onderzoek ter plaatse, bedoeld in, wordt hervat. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Van al hetgeen tijdens de zitting met betrekking tot de zaak voorvalt, wordt een verslag gemaakt. 2 Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de kamer. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Het College sluit het onderzoek ter zitting wanneer het van oordeel is dat het is voltooid. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De beraadslagingen van het College over de zaak zijn niet openbaar. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Het College kan tot heropening van het onderzoek besluiten. Het stelt partijen zo spoedig mogelijk na de beraadslaging op de hoogte van dat besluit. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Het College stelt binnen acht weken na de sluiting van het onderzoek een oordeel vast. 2 Het College oordeelt op de grondslag van het verzoekschrift, de overgelegde stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting. 3 Het oordeel vermeldt door welke Collegeleden het is vastgesteld. 4 Het oordeel wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de kamer. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Het oordeel van het College, eventueel vergezeld van aanbevelingen, is openbaar. Wanneer naar het oordeel van het College de bescherming van zwaarwegende belangen van partijen, betrokkenen of derden daartoe aanleiding geeft, kan worden volstaan met verstrekking van een geanonimiseerd afschrift van het oordeel. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Het College kan, indien de zaak spoedeisend is, bepalen dat deze met spoed wordt behandeld. 2 artikel 16 Indien het College bepaalt dat een zaak met spoed wordt behandeld, bepaalt het zo spoedig mogelijk het tijdstip waarop de zitting zal plaatsvinden en doet het hiervan onverwijld mededeling aan partijen. Het College kan hierbij afwijken van de ingenoemde termijn van drie weken. 3 Artikel 8 § 3 van dit hoofdstuk Het College zendt verweerder een afschrift van het verzoekschrift, met het verzoek binnen een daarbij te noemen termijn een verweerschrift in te dienen. Het College doet aan verzoeker een afschrift van het ontvangen verweerschrift toekomen.enzijn zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 4 Artikel 17 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat inzage mogelijk is gedurende een door het College te bepalen termijn. 5 Blijkt aan het College bij de behandeling dat de zaak niet voldoende spoedeisend is of dat de zaak een gewone behandeling vordert, dan bepaalt het dat de zaak op de gewone wijze wordt behandeld. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Indien op grond van het verzoekschrift of het vooronderzoek het vermoeden bestaat dat kennelijk onderscheid is gemaakt, kan het College besluiten om de zaak af te doen zonder zitting. 2 artikel 10 Het College oordeelt nadat de verweerder met toepassing vanin de gelegenheid is gesteld om op het verzoekschrift te reageren. 3 Blijkt aan het College op grond van het verweerschrift dat er reden is om te twijfelen aan de kennelijke aard van het onderscheid, dan bepaalt het dat de zaak op de gewone wijze wordt behandeld. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Indien op grond van het verzoekschrift of het vooronderzoek het vermoeden bestaat dat kennelijk geen onderscheid is gemaakt, kan het College de verzoeker mededelen dat het College het voornemen heeft om de zaak af te doen zonder zitting. Het College stelt de verzoeker in de gelegenheid om binnen een daarbij gestelde termijn op dat voornemen te reageren. 2 Na ontvangst van de reactie dan wel na afloop van de termijn besluit het College of het de zaak afdoet zonder zitting. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikel 10, eerste lid, tweede volzin, van de wet artikelen 8 tot en met 28 In geval van een onderzoek uit eigen beweging als bedoeld in, zijn devan overeenkomstige toepassing. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit werkwijze onderzoek gelijke behandeling. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 artikel 19 van de wet Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waaropin werking treedt. 2012 394 07-09-2012 31-08-2012 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 19 van de Wet College voor de rechten van de mens in werking treedt.