Besluit van 29 augustus 2011 houdende vaststelling van voorschriften met betrekking tot het bouwen, gebruiken en slopen van bouwwerken (Bouwbesluit 2012)
- BWB-id
- BWBR0030461
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2023-09-07 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0030461
- ELI
- /eli/nl/amvb/2012/bouwbesluit-2012
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2012/bouwbesluit-2012/2023-09-07
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0030461&g=2023-09-07
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0030461&z=2026-06-06&g=2023-09-07
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0030461/2023-09-07
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2012/bouwbesluit-2012
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Begripsbepalingen#
Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1 Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wordt verstaan onder: aansluitafstand: afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt; aansluitend terrein: aan een bouwwerk grenzend onbebouwd gedeelte van een perceel of openbaar toegankelijk gebied; ADR-klasse: classificatie als bedoeld in de op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (Trb. 1959, 171); asbest: artikel 1, eerste lid, van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 asbest als bedoeld in; basisnetroute: Besluit externe veiligheid transportroutes basisnetroute als bedoeld in het; bedgebied: verblijfsgebied met een of meer bedruimten; bedieningscentrale: centrale met voorzieningen om voorvallen te detecteren, installaties te bedienen en met tunnelgebruikers en hulpverleningsdiensten te communiceren; bedruimte: verblijfsruimte bestemd voor een of meer bedden bestemd voor slapen of voor het verblijf van aan bed gebonden patiënten in die ruimte; belastingscombinatie: verzameling van belastingen die gelijktijdig kunnen optreden; beschermd subbrandcompartiment: gedeelte van een bouwwerk dat binnen de begrenzing van een subbrandcompartiment ligt of daarmee samenvalt, dat meer bescherming biedt tegen brand of rook dan een subbrandcompartiment; beschermde route: buiten het subbrandcompartiment waar de vluchtroute begint gelegen gedeelte van een vluchtroute; beschermde vluchtroute: buiten een subbrandcompartiment gelegen gedeelte van een vluchtroute die uitsluitend voert door een verkeersruimte; bevoegd gezag: Wabo bevoegd gezag als bedoeld in de; bezwijken: het overschrijden van een uiterste grenstoestand; bijna energieneutraal gebouw: gebouw met een zeer hoge energieprestatie, waarbij de dicht bij nul liggende of zeer lage hoeveelheid energie die is vereist in zeer aanzienlijke mate wordt geleverd uit hernieuwbare bronnen die deels ter plaatse of dichtbij wordt geproduceerd; bouwconstructie: onderdeel van een bouwwerk dat bestemd is om belasting te dragen; bouwschil: de geïntegreerde onderdelen die de binnenruimte van een gebouw scheiden van de buitenwereld; brandcompartiment: gedeelte van een of meer bouwwerken bestemd als maximaal uitbreidingsgebied van brand; brandgevaarlijke stof: vaste, vloeibare of gasvormige stof die brandbaar of brandbevorderend is, of bij brand gevaar oplevert, in de zin van de ADR-klassen twee tot en met vijf; brandklasse: Europese brandklasse als bedoeld in NEN-EN 13501-1, onderdeel Classification criteria for construction products; brandweerlift: lift die met een eenvoudige handeling ter beschikking van de brandweer kan worden gesteld voor het transport van materieel en manschappen; CE-markering: CE-markering als bedoeld in artikel 8 van de verordening bouwproducten; dagwaarde: artikel 11.1 van de Wet milieubeheer de waarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voor geluid tussen 07.00 tot 19.00 uur op de gevel van een geluidsgevoelig object als bedoeld in, vermeerderd met een eventuele toeslag voor geluid met een impulskarakter, bepaald volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, internetuitgave 2004; distributienet voor warmte: collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater; doorgang: toegang, uitgang of doorlaatopening voor personen van een bouwwerk of van een gedeelte daarvan; elektrisch voertuig: artikel 1 van het Besluit infrastructuur alternatieve brandstoffen elektrisch voertuig als bedoeld in; energieprestatiecontract: richtlijn 2012/27 Richtlijnen 2009/125/EG 2010/30 2004/8/EG 2006/32/EG energieprestatiecontract als bedoeld in artikel 2, onderdeel 27, van de/EU van het Europees parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie tot wijziging vanen/EU en houdende intrekking van de Richtlijnenen; erf: bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht erf als bedoeld in; extra beschermde vluchtroute: buiten een brandcompartiment gelegen gedeelte van een beschermde vluchtroute; functiegebied: gebruiksgebied of een gedeelte daarvan, waar de voor die gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten, niet zijnde het verblijven van personen, plaatsvinden; functieruimte: in een functiegebied gelegen ruimte; gebruiksfunctie: gedeelten van een of meer bouwwerken die dezelfde gebruiksbestemming hebben en die tezamen een gebruikseenheid vormen; gebruiksgebied: vrij indeelbaar gedeelte van een gebruiksfunctie waar voor de gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten plaatsvinden, dat bestaat uit een of meer op dezelfde bouwlaag gelegen ruimten gelegen in een brandcompartiment die niet door een dragende scheidingsconstructie van elkaar zijn gescheiden en die geen toiletruimte, badruimte, technische ruimte of verkeersruimte zijn, tenzij die ruimte zelf een functieruimte is; gebruiksoppervlakte: gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580; gecorrigeerde loopafstand: loopafstand waarbij constructieonderdelen die geen onderdeel uitmaken van de bouwconstructie buiten beschouwing worden gelaten, waarbij de loopafstand voor zover deze door een gebruiksgebied voert met 1,5 wordt vermenigvuldigd; geharmoniseerde norm: norm als bedoeld in artikel 2, elfde lid, van de verordening bouwproducten; geharmoniseerde technische specificatie: specificatie als bedoeld in artikel 2, tiende lid, van de verordening bouwproducten; herziene richtlijn energieprestatie gebouwen: richtlijn 2010/31 Richtlijn 2010/31 Richtlijn 2012/27 /EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking) (PbEU 2010, L 153/13), zoals gewijzigd door richtlijn (EU) 2018/844 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van de/EU betreffende de energieprestatie van gebouwen en/EU betreffende energie-efficiëntie (PbEU 2018, L 156/75); hoge spanning: nominale wisselspanning van meer dan 1.000 volt, hetzij een nominale gelijkspanning van meer dan 1.500 volt; installatie: voor het functioneren van een bouwwerk of een gedeelte daarvan noodzakelijke voorziening van niet-bouwkundige aard; integraal toegankelijke badruimte: badruimte in een toegankelijkheidssector; integraal toegankelijke toiletruimte: toiletruimte in een toegankelijkheidssector; inwendige scheidingsconstructie: constructie die de scheiding vormt tussen twee voor personen toegankelijke besloten ruimten van een gebouw, waaronder begrepen de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op het voldoen van die scheidingsconstructie aan een bij of krachtens dit besluit gegeven voorschrift; klimlijn: denkbeeldige, vloeiend verlopende lijn die de voorkanten van de treden van een trap met elkaar verbindt; koelsysteem: technisch bouwsysteem met als doel het koelen van een ruimte binnen een gebouw of gedeelte daarvan, door middel van het toevoeren van koude of het ontvochtigen van de lucht of een combinatie van beide; lage spanning: nominale wisselspanning van niet meer dan 1.000 volt, hetzij nominale gelijkspanning van niet meer dan 1.500 volt; LAVS: artikel 9.5.7 van de Wet milieubeheer landelijk asbestvolgsysteem, bedoeld in; leefzone: gedeelte van een verblijfsgebied waarbij de ruimte gelegen binnen 1 m van een uitwendige scheidingsconstructie, binnen 0,2 m van een inwendige scheidingsconstructie en hoger gelegen dan 1,8 m boven de vloer buiten beschouwing blijft; lift: artikel 1 van het Warenwetbesluit liften lift als bedoeld inbestemd voor personen; lifttoegang: doorgang van een liftschacht voor het bereiken van een kooi van een lift; loopafstand: afstand, gemeten langs een denkbeeldige, kortst realiseerbare lijn tussen twee punten, waarover op een afstand van ten minste 0,3 m van constructieonderdelen kan worden gelopen en waarbij de loopafstand over een trap samenvalt met de klimlijn; lozingstoestel: toestel met een mogelijkheid voor aansluiting op de afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater; meetniveau: hoogte van het aansluitende terrein, gemeten ter plaatse van de toegang van het gebouw; milieugevaarlijke stoffen: Activiteitenbesluit milieubeheer gevaarlijke stoffen als bedoeld in het; NEN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm; NEN-EN: door de Europese Commissie voor Normalisatie geharmoniseerde norm; nevenfunctie: gebruiksfunctie die ten dienste staat van een andere gebruiksfunctie; nominale belasting: maximale belasting van een verbrandingstoestel, bepaald op basis van de calorische bovenwaarde van de brandstof waarvoor dat toestel is ingericht; nooddeur: deur die uitsluitend is bestemd om te vluchten; NTA: door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven technische afspraak; NVN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven voornorm; onderdeel van een gebouw: technisch bouwsysteem of een onderdeel van de bouwschil; open erf: onbebouwd deel van een erf; oplaadpunt: artikel 1 van het Besluit infrastructuur alternatieve brandstoffen oplaadpunt als bedoeld in; permanente vuurbelasting: volgens NEN 6090 bepaalde vuurbelasting van de brandbare materialen in de constructieonderdelen van een bouwwerk of van een daarin gelegen ruimte, dan wel de constructieonderdelen die dat bouwwerk of die ruimte begrenzen; permanente vuurlast: product van de permanente vuurbelasting van een ruimte of een groep van ruimten en de volgens NEN 2580 bepaalde netto-vloeroppervlakte van het beschouwde gedeelte van het bouwwerk; plasbrandaandachtsgebied: Besluit externe veiligheid transportroutes gebied als bedoeld in het; prestatieverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de verordening bouwproducten; RAL: door het RAL Deutsches Institut für Gütesicherung und Kennzeichnung gestandaardiseerde kleurcode; rechtens verkregen niveau: niveau dat het gevolg is van de toepassing op enig moment van de relevante op dat moment van toepassing zijnde technische voorschriften en dat niet lager ligt dan het niveau van de desbetreffende voorschriften voor een bestaand bouwwerk en niet hoger dan het niveau van de desbetreffende voorschriften voor een te bouwen bouwwerk; richtlijn breedband: richtlijn 2014/61 /EU van het Europees parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van de kosten van de aanleg van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid (PbEU 2014, L155); rookklasse: Europese brandklasse als bedoeld in NEN-EN 13501-1, onderdeel Additional classifications for smoke production; rijbaan: artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 rijbaan als bedoeld in; stookplaats: opstelplaats voor een verbrandingstoestel dat bestemd is voor open verbranding van vaste brandstoffen; straatpeil: a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; subbrandcompartiment: gedeelte van een bouwwerk dat binnen de begrenzing van een brandcompartiment ligt of daarmee samenvalt, bestemd voor beperking van verspreiding van rook of verdere beperking van het uitbreidingsgebied van brand; systeem voor gebouwautomatisering en -controle: systeem als bedoeld in artikel 2, onderdeel 3 bis, van de herziene richtlijn energieprestatie van gebouwen; technisch bouwsysteem: gebouwgebonden samenstelling van alle bestanddelen van een installatie, waaronder de isolatiekenmerken daarvan, die is bedoeld voor ruimteverwarming, ruimtekoeling, ventilatie, het voorzien van warmtapwater, ingebouwde verlichting, gebouwautomatisering- en controle, elektriciteitsopwekking ter plaatse, of een combinatie daarvan, met inbegrip van systemen die gebruikmaken van energie uit hernieuwbare bronnen, van een gebouw of een gedeelte daarvan; technische ruimte: ruimte voor het plaatsen van de apparatuur, noodzakelijk voor het functioneren van het bouwwerk, waaronder in ieder geval begrepen een meterruimte, een liftmachineruimte en een stookruimte; terrein: bij een bouwwerk behorend onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, niet zijnde een erf; toegankelijkheidssector: voor personen met een fysieke functiebeperking zelfstandig bruikbaar en toegankelijk gedeelte van een gebouw; trappenhuis: verkeersruimte waarin een trap ligt; tunnelbuislengte: lengte van het omsloten gedeelte van een tunnelbuis; tunnellengte: lengte van de wegtunnelbuis met de grootste tunnelbuislengte; tijdelijk bouwwerk: bouwwerk dat bedoeld is om voor een periode van ten hoogste vijftien jaar op een bepaalde plaats aanwezig te zijn; uitgang van een gebruiksfunctie: uitgang tot het aansluitende terrein, een gemeenschappelijke verkeersruimte, een gemeenschappelijk verblijfsgebied of een ruimte van een andere gebruiksfunctie, ter plaatse waarvan een route eindigt die begint in een punt in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied en uitsluitend voert door niet-gemeenschappelijke ruimten van de gebruiksfunctie; uitwendige scheidingsconstructie: constructie die de scheiding vormt tussen een voor personen toegankelijke besloten ruimte van een gebouw en de buitenlucht, de grond of het water, waaronder begrepen de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op het voldoen van die scheidingsconstructie aan een bij of krachtens dit besluit gegeven voorschrift; V: door de Hoofdcommissie voor de Normalisatie uitgegeven leidraad; veiligheidsroute: gedeelte van een extra beschermde vluchtroute dat voert door een niet besloten ruimte en aansluitend daarop door een ruimte die in de vluchtrichting uitsluitend kan worden bereikt vanuit een niet besloten ruimte; veiligheidsvluchtroute: gedeelte van een extra beschermde vluchtroute dat voert door een niet besloten ruimte en aansluitend daarop door een ruimte die uitsluitend kan worden bereikt vanuit niet besloten ruimten; veiligheidszone: -6 gebied langs of binnen een basisnetroute waar het plaatsgebonden risico meer bedraagt of kan bedragen dan 10; ventilatiesysteem: technisch bouwsysteem, geen onderdeel uitmakend van een verwarmings- of koelsysteem, dat verse lucht toevoert of verontreinigde binnenlucht afvoert, of een combinatie daarvan; verblijfsgebied: gebruiksgebied of een gedeelte daarvan voor het verblijven van personen; verblijfsruimte: in een verblijfsgebied gelegen ruimte voor het verblijven van personen; vergunning voor brandveilig gebruik: artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo vergunning voor brandveilig gebruik als bedoeld in; vergunning voor het bouwen: artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in; verkeersroute: route die begint bij een doorgang van een ruimte, uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen en eindigt bij de doorgang van een andere ruimte; verkeersruimte: ruimte bestemd voor het bereiken van een andere ruimte, niet zijnde een ruimte in een verblijfsgebied of in een functiegebied, een toiletruimte, een badruimte of een technische ruimte; verordening bouwproducten: Richtlijn 89/106/EEG verordening van het Europees parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking vanvan de Raad (305/2011/EU, PbEU L88); verpakkingsgroep: verpakkingsgroep als bedoeld in de op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (Trb. 1959, 171); verwarmingssysteem: combinatie van de bestanddelen die nodig zijn voor een vorm van inpandige luchtbehandeling, waardoor de temperatuur wordt verhoogd; vluchtroute: route die begint in een voor personen bestemde ruimte, uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen en eindigt op een veilige plaats, zonder dat gebruik behoeft te worden gemaakt van een lift; voor personen bestemde vloer of ruimte: vloer of ruimte waarvan het kenmerkende gebruik verbonden is met de aanwezigheid van personen; vrije breedte: kleinste afstand tussen constructieonderdelen aan weerskanten van een doorgang; vrije hoogte: vrije hoogte als bedoeld in NEN 2580; vuurbelasting: hoeveelheid warmte die vrijkomt per eenheid vloeroppervlakte bij verbranding van alle in een gebouw of een daarin gelegen ruimte aanwezige brandbare materialen; Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ; warmtapwatersysteem: technisch bouwsysteem waarin warmtapwater wordt opgewekt, gedistribueerd of afgegeven of een combinatie daarvan; warmtegenerator: onderdeel van een verwarmingssysteem dat nuttige warmte genereert via een of meerdere van de volgende processen: a. verbranding van brandstof in een verbrandingstoestel; b. joule-effect in de verwarmingselementen van een verwarmingssysteem met elektrische weerstand; en c. opvangen van warmte uit de lucht, ventilatie afvoerlucht of een water- of aardwarmtebron met een warmtepomp; warmteplan: besluit van de gemeenteraad inzake de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen; weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag: kortste tijd die een brand nodig heeft om zich uit te breiden van een ruimte naar een andere ruimte; wegtunnel: artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wegenverkeerswet 1994 tunnel of tunnelvormig bouwwerk uitsluitend dan wel mede bestemd voor motorrijtuigen als bedoeld in; wegtunnelbuis: gedeelte van een wegtunnel voor een rijbaan; wet: Woningwet . 2 Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wordt voorts verstaan onder: bijeenkomstfunctie: gebruiksfunctie voor het samenkomen van personen voor kunst, cultuur, godsdienst, communicatie, kinderopvang, het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse of het aanschouwen van sport; bouwwerk geen gebouw zijnde: bouwwerk of gedeelte daarvan, voor zover dat geen gebouw of onderdeel daarvan is; celfunctie: gebruiksfunctie voor dwangverblijf van personen; gezondheidszorgfunctie: gebruiksfunctie voor medisch onderzoek, verpleging, verzorging of behandeling; industriefunctie: gebruiksfunctie voor het bedrijfsmatig bewerken of opslaan van materialen en goederen, of voor agrarische doeleinden; kantoorfunctie: gebruiksfunctie voor administratie; logiesfunctie: gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan personen; onderwijsfunctie: gebruiksfunctie voor het geven van onderwijs; overige gebruiksfunctie: niet in dit lid benoemde gebruiksfunctie voor activiteiten waarbij het verblijven van personen een ondergeschikte rol speelt; sportfunctie: gebruiksfunctie voor het beoefenen van sport; winkelfunctie: gebruiksfunctie voor het verhandelen van materialen, goederen of diensten; woonfunctie: gebruiksfunctie voor het wonen. 3 Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wordt voorts verstaan onder: bijeenkomstfunctie voor kinderopvang: Wet kinderopvang bijeenkomstfunctie voor het bedrijfsmatig opvangen, verzorgen, opvoeden en begeleiden van kinderen die het basisonderwijs nog niet hebben beëindigd, niet zijnde gastouderopvang als bedoeld in de; cel: voor een enkel persoon of een afzonderlijke groep personen bestemd gedeelte van een celfunctie; kantoorgebouw: gebouw of gedeelte daarvan met uitsluitend een of meer kantoorfuncties en nevenfuncties daarvan; lichte industriefunctie: industriefunctie waarin activiteiten plaatsvinden, waarbij het verblijven van personen een ondergeschikte rol speelt; lichte industriefunctie voor het bedrijfsmatig houden van dieren: bijlage II bij het Besluit houders van dieren lichte industriefunctie waarin dieren als bedoeld in, worden gehouden; logiesfunctie met 24-uurs bewaking: logiesfunctie waarbij 24 uur per dag een functionaris aanwezig is in het logiesgebouw, op het eigen perceel of op een loopafstand van ten hoogste 100 m vanaf de toegang van het logiesgebouw, mits die functionaris in geval van een calamiteit wordt gealarmeerd door de bij de logiesfunctie behorende ontruimingsalarminstallatie of rookmelders; logiesgebouw: gebouw of gedeelte van een gebouw, waarin meer dan een logiesverblijf ligt, dat is aangewezen op een gezamenlijke verkeersroute; logiesverblijf: voor een enkel persoon of een afzonderlijke groep personen bestemd gedeelte van een logiesfunctie; overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer: overige gebruiksfunctie die bestemd is voor aankomst of vertrek van vervoermiddelen ten behoeve van weg-, spoorweg-, water- of luchtverkeer van personen; wooneenheid: gedeelte van een woonfunctie voor kamergewijze verhuur dat bestemd is voor afzonderlijke bewoning; woonfunctie voor kamergewijze verhuur: niet-gemeenschappelijk deel van een woonfunctie waarin zich vijf of meer wooneenheden bevinden; woonfunctie voor particulier eigendom: artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening woonfunctie die wordt gebouwd in particulier opdrachtgeverschap als bedoeld inof die wordt bewoond door de eigenaar; woonfunctie voor studenten: artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek woonfunctie voor bewoners die zijn ingeschreven aan een instelling als bedoeld inof aan een universiteit of hogeschool als bedoeld in; woonfunctie voor zorg: woonfunctie waarbij aan de bewoners professionele zorg wordt verleend met een vanuit het zorgaanbod georganiseerde koppeling tussen wonen en zorg in een daarvoor bestemde en uitgeruste woonfunctie; woongebouw: gebouw of gedeelte daarvan met uitsluitend woonfuncties of nevenfuncties daarvan, waarin meer dan een woonfunctie ligt die is aangewezen op een gemeenschappelijke verkeersroute; woonwagen: woonfunctie op een perceel bestemd voor het plaatsen van een woonwagen. 4 Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wordt in een tabel verstaan onder: –: dit lid is niet van toepassing; *: : het hele artikel is van toepassing; ≤ : alle waarden kleiner dan of gelijk aan de achter dit teken aangegeven waarde; > : alle waarden groter dan de achter dit teken aangegeven waarde; ≥ : alle waarden groter dan of gelijk aan de achter dit teken aangegeven waarde; g.o.: gebruiksoppervlakte; wbdbo: weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag. 2022 184 18-05-2022 06-05-2022 2022 184 18-05-2022 06-05-2022 01-08-2022
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 Aantal personen#
Artikel 1.2 Aantal personen 1 In een bouwwerk of gedeelte daarvan zijn niet meer personen aanwezig dan het aantal personen waarvoor het bouwwerk of gedeelte daarvan overeenkomstig dit besluit is bestemd. 2 2 Bij een aanvraag om vergunning voor het bouwen wordt onverminderd het eerste lid uitgegaan van een bezetting in personen per mverblijfsgebied, die niet lager is dan de in tabel 1.2 aangegeven bezetting. Tabel 1.2 gebruiksfunctie 2 ten minste aan te houden aantal personen per mverblijfsgebied 1 Woonfunctie nvt 2 Bijeenkomstfunctie a voor het aanschouwen van sport 0,3 b andere gebruiksfunctie 0,125 3 Celfunctie a voor bezoekers 0,125 b andere celfunctie 0,05 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 0,125 b andere gezondheidszorgfunctie 0,05 5 Industriefunctie nvt 6 Kantoorfunctie 0,05 7 Logiesfunctie 0,05 8 Onderwijsfunctie 0,125 9 Sportfunctie nvt 10 Winkelfunctie nvt 11 Overige gebruiksfunctie nvt 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde nvt 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 1.3 — Artikel 1.3 Gelijkwaardigheidsbepaling#
Artikel 1.3 Gelijkwaardigheidsbepaling 1 hoofdstuk 2 tot en met 7 Aan een ingesteld voorschrift behoeft niet te worden voldaan indien het bouwwerk of het gebruik daarvan anders dan door toepassing van het desbetreffende voorschrift ten minste dezelfde mate van veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu biedt als is beoogd met de in die hoofdstukken gestelde voorschriften. 2 artikel 8.2, tweede lid Aan het in, gestelde voorschrift behoeft niet te worden voldaan indien de bouw- en sloopwerkzaamheden anders dan door toepassing van het desbetreffende voorschrift ten minste dezelfde mate van veiligheid en bescherming van de gezondheid bieden als is beoogd met het in dat lid gestelde voorschrift. 3 Een gelijkwaardige oplossing als bedoeld in het eerste lid wordt bij het gebruik van het bouwwerk in stand gehouden. 4 artikel 6.10, derde lid Een in het eerste lid bedoelde gelijkwaardige oplossing voor een aansluiting op het distributienet voor warmte als bedoeld in, heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu. 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 01-07-2020
Artikel 1.4 — Artikel 1.4 Gemeenschappelijk en gezamenlijk#
Artikel 1.4 Gemeenschappelijk en gezamenlijk 1 Voor de toepassing van voorschriften gesteld bij of krachtens dit besluit is een bouwwerk, een ruimte, een voorziening, of een gedeelte daarvan naar keuze een gemeenschappelijk of niet-gemeenschappelijk, tenzij anders is bepaald. 2 Voor de toepassing van voorschriften gesteld bij of krachtens dit besluit wordt een gedeelte van een bouwwerk, een ruimte of een voorziening die ten dienste staat van meer dan een gebruiksfunctie, aangemerkt als gemeenschappelijk. Een zodanig gedeelte, een zodanige ruimte of een zodanige voorziening maakt, met uitzondering van een nevenfunctie, voor de toepassing van dit besluit deel uit van alle daarop aangewezen gebruiksfuncties. 3 Voor de toepassing van voorschriften gesteld bij of krachtens dit besluit wordt een gedeelte van een woonfunctie, een celfunctie of een logiesfunctie of een ruimte of voorziening die ten dienste staat van die gebruiksfunctie, gebruikt door meer dan een wooneenheid, cel of logiesverblijf in die gebruiksfunctie, aangemerkt als gezamenlijk. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 1.5 — Artikel 1.5 Toepassing normen en certificatie- en inspectieschema’s#
Artikel 1.5 Toepassing normen en certificatie- en inspectieschema’s 1 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de toepassing van een in dit besluit genoemde norm. 2 Indien bij of krachtens dit besluit een NEN-EN is aangewezen waarvoor een nationale bijlage is vastgesteld, is bedoeld deze NEN-EN inclusief deze bijlage. 3 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de toepassing van een in dit besluit genoemd certificatie- of inspectieschema. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 1.6 — Artikel 1.6 In de handel brengen#
Artikel 1.6 In de handel brengen Het is verboden een bouwproduct in de handel te brengen waarvoor overeenkomstig de verordening bouwproducten een geharmoniseerde norm is vastgesteld en de co-existentieperiode met betrekking tot die norm is afgelopen, indien dat product niet is voorzien van de daarop betrekking hebbende CE-markering. 2013 462 21-11-2013 11-11-2013 2013 462 21-11-2013 11-11-2013 22-11-2013 01-07-2013
Artikel 1.7 — Artikel 1.7 CE-markeringen#
Artikel 1.7 CE-markeringen Vervallen 2013 462 21-11-2013 11-11-2013 2013 462 21-11-2013 11-11-2013 22-11-2013 01-07-2013
Artikel 1.8 — Artikel 1.8 Toepassing CE-markering en kwaliteitsverklaringen#
Artikel 1.8 Toepassing CE-markering en kwaliteitsverklaringen 1 Indien een bouwproduct, waarop een CE-markering is aangebracht, aan bepaalde prestaties moet voldoen zodat het bouwwerk waarin het wordt toegepast voldoet aan een bij of krachtens dit besluit gestelde eis, is aan die eis voldaan indien het bouwproduct is toegepast overeenkomstig een op die eis toegesneden prestatieverklaring. 2 Indien een bouwproduct aan bepaalde prestaties die niet onder een geharmoniseerde norm vallen moet voldoen zodat het bouwwerk waarin het wordt toegepast voldoet aan een bij of krachtens dit besluit gestelde eis, is aan die eis voldaan indien het bouwproduct is toegepast overeenkomstig een op die eis toegesneden kwaliteitsverklaring. 3 Indien een bouwproces aan bepaalde prestaties moet voldoen zodat het bouwwerk waarin het wordt uitgevoerd voldoet aan een bij of krachtens dit besluit gestelde eis, is aan die eis voldaan indien het bouwproces is toegepast overeenkomstig een op die eis toegesneden kwaliteitsverklaring. 4 Een prestatieverklaring wordt in de Nederlandse taal verstrekt. 2013 462 21-11-2013 11-11-2013 2013 462 21-11-2013 11-11-2013 22-11-2013 01-07-2013
Artikel 1.9 — Artikel 1.9 Certificatie- en inspectie-instellingen kwaliteitsverklaringen#
Artikel 1.9 Certificatie- en inspectie-instellingen kwaliteitsverklaringen 1 Onze Minister wijst technische beoordelingsinstanties als bedoeld in artikel 29 van de verordening bouwproducten aan. 2 Onze Minister wijst een aanmeldende autoriteit als bedoeld in artikel 40 van de verordening bouwproducten aan. 3 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in het eerste en tweede lid bepaalde. 2013 462 21-11-2013 11-11-2013 2013 462 21-11-2013 11-11-2013 22-11-2013 01-07-2013
Artikel 1.10 — Artikel 1.10 Verordening bouwproducten#
Artikel 1.10 Verordening bouwproducten 1 Handelen in strijd met de verplichtingen die voortvloeien uit de verordening bouwproducten is verboden. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de implementatie van de verordening bouwproducten. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 1.11 — Artikel 1.11 Erkenning kwaliteitsverklaringen#
Artikel 1.11 Erkenning kwaliteitsverklaringen 1 artikel 1, eerste lid, van de wet Kwaliteitsverklaringen als bedoeld inworden afgegeven op basis van een door Onze Minister erkend stelsel van kwaliteitsverklaringen voor de bouw. 2 Onze Minister stelt de voorwaarden vast waaronder kwaliteitsverklaringen voor de bouw worden afgegeven. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 1.11a — Artikel 1.11a Verordening (EU) 2019/1020#
Artikel 1.11a Verordening (EU) 2019/1020 1 verordening (EU) 2019/1020 Het is verboden een product waarop de verordening bouwproducten van toepassing is in de handel te brengen in strijd met artikel 4, eerste lid, van. 2 verordening (EU) 2019/1020 verordening (EU) 2019/2010 Het is een marktdeelnemer als bedoeld in artikel 4, tweede lid, vanverboden met betrekking tot een product waarop de verordening bouwproducten van toepassing is, te handelen in strijd met artikel 4, derde en vierde lid, van. 3 verordening (EU) 2019/1020 verordening (EU) 2019/1020 Het is een gemachtigde als bedoeld in artikel 3, onder 12, vanverboden met betrekking tot een product waarop de verordening bouwproducten van toepassing is, te handelen in strijd met artikel 5, tweede lid, tweede zin, van. 4 verordening (EU) 2019/1020 Het is een marktdeelnemer verboden met betrekking tot een product waarop de verordening bouwproducten van toepassing is, te handelen in strijd met artikel 7, eerste lid, van. 5 verordening (EU) 2019/1020 Het is een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij verboden met betrekking tot een product waarop de verordening bouwproducten van toepassing is, te handelen in strijd met artikel 7, tweede lid, van. 2023 88 22-03-2023 10-03-2023 2023 125 18-04-2023 03-04-2023 19-04-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.20, onder A,
van de Wet uitvoering markttoezichtverordening in werking treedt.
Artikel 1.12 — Artikel 1.12 Verbouw#
Artikel 1.12 Verbouw 1 hoofdstukken 2 tot en met 5 Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen, het veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de voorschriften voor een te bouwen bouwwerk uit devan toepassing, tenzij: a. in de afdeling van een voorschrift anders is bepaald; of b. artikel 13 van de wet uit een verplichting als bedoeld ineen andere eis volgt. 2 hoofdstuk 6 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een installatie is wat betrefthet rechtens verkregen niveau van toepassing. 3 hoofdstuk 6 Op het geheel vernieuwen van een installatie zijn wat betreftde voorschriften van een te bouwen bouwwerk van toepassing. 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 01-07-2020
Artikel 1.12a — Artikel 1.12a Uitzonderingen woonfunctie voor particulier eigendom#
Artikel 1.12a Uitzonderingen woonfunctie voor particulier eigendom afdelingen 4.3 4.4 4.5 4.6 artikel 9.2, 10e lid artikel 6.10 afdelingen 2.3 2.4 2.5 2.6 3.11 4.1 4.2 4.7 Op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom zijn de,,en, en onverminderd het bepaalde in,niet van toepassing. Wat betreft de,,,,,,enzijn de voorschriften voor een bestaand bouwwerk van toepassing. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 1.12b — Artikel 1.12b Uitzonderingen voor een drijvend bouwwerk#
Artikel 1.12b Uitzonderingen voor een drijvend bouwwerk 1 afdelingen 4.3 4.5 4.6 artikel 9.2, tiende lid artikel 6.10 afdelingen 2.3 2.4 2.5 3.11 4.1 4.2 4.7 artikel 2.107, achtste lid artikel 2.117, vierde lid Op het bouwen van een drijvend bouwwerk zijn de,enen onverminderd het bepaalde in,niet van toepassing. Wat betreft de,,,,,enzijn de voorschriften voor een bestaand bouwwerk van toepassing. Voor, wordt, gelezen. 2 afdelingen 2.6 4.4 In aanvulling op het eerste lid zijn op een drijvend bouwwerk zonder toegankelijkheidssector deenniet van toepassing. 3 Bij het bepalen van de afstand tot de perceelsgrens van een drijvend bouwwerk mag worden uitgegaan van een horizontaal gemeten afstand van 2,5 m vanuit de uitwendige scheidingsconstructie van het drijvende bouwwerk. 4 afdeling 2.12 Bij toepassing vanmag bij een drijvend bouwwerk voor het aansluitend terrein worden gelezen de steiger tussen het drijvende bouwwerk en de wal. 5 hoofdstukken 2 tot en met 7 Op een drijvend bouwwerk met een woonfunctie dat door functiewijziging van een schip is ontstaan zijn deniet van toepassing. 2017 494 20-12-2017 13-12-2017 2017 494 20-12-2017 13-12-2017 01-01-2018
Artikel 1.13 — Artikel 1.13 Monumenten#
Artikel 1.13 Monumenten artikel 2.1, eerste lid, onder f artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo Indien aan een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in, dan weleen voorschrift is verbonden dat afwijkt van een bij of krachtens dit besluit vastgesteld voorschrift voor het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk, is uitsluitend het aan die vergunning verbonden voorschrift van toepassing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 1.14 — Artikel 1.14 Tijdelijke bouw#
Artikel 1.14 Tijdelijke bouw 1 hoofdstukken 2 tot en met 6 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn wat betreft dede voorschriften voor een bestaand bouwwerk van toepassing, tenzij in de desbetreffende afdeling voor een voorschrift anders is aangegeven. 2 hoofdstukken 2 tot en met 6 Indien een als tijdelijk bouwwerk gebouwd bouwwerk als permanent bouwwerk aanwezig blijft, wordt dat bouwwerk wat betreft dein overeenstemming gebracht met de voorschriften van een te bouwen bouwwerk. 2014 333 24-09-2014 04-09-2014 2014 358 16-10-2014 03-10-2014 01-11-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 2.2.1,
onderdelen F tot en met J, 2.2.2, 2.2.3, onderdeel A, 2.2.4, 2.2.5,
onderdelen D en E, 3.1, derde lid, en 3.2 van de Wijzigingswet
Crisis- en herstelwet, enz. (Stb. 2013/144) in werking treden.
Artikel 1.15 — Artikel 1.15 Verplaatsing#
Artikel 1.15 Verplaatsing 1 Op een bestaand bouwwerk dat in ongewijzigde samenstelling wordt verplaatst is het rechtens verkregen niveau van toepassing. 2 Op een tijdelijk bouwwerk is het eerste lid alleen van toepassing, indien het bouwwerk na verplaatsing een tijdelijk bouwwerk is. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 1.15a — Artikel 1.15a Drank- en horeca-inrichting#
Artikel 1.15a Drank- en horeca-inrichting Alcoholwet Indien aan een activiteit op grond van hetgeen is bepaald krachtens deeen voorschrift is verbonden dat strenger is dan een bij of krachtens dit besluit gesteld voorschrift is uitsluitend het aan die activiteit verbonden voorschrift van toepassing. 2021 268 10-06-2021 03-06-2021 2021 268 10-06-2021 03-06-2021 01-07-2021
Artikel 1.15b — Artikel 1.15b (waterkerende bouwwerken)#
Artikel 1.15b (waterkerende bouwwerken) Afdeling 2.1 is niet van toepassing voor zover de eisen betrekking hebben op de mate van waterkerendheid van het bouwwerk of een onderdeel daarvan. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 1.16 — Artikel 1.16 Zorgplicht#
Artikel 1.16 Zorgplicht 1 hoofdstuk 6 Een bij of krachtens de wet aanwezige installatie als bedoeld invan dit besluit: a. functioneert overeenkomstig de op die installatie van toepassing zijnde voorschriften; b. wordt adequaat beheerd, onderhouden en gecontroleerd, en c. wordt zodanig gebruikt dat geen gevaar voor de gezondheid of de veiligheid ontstaat dan wel voortduurt. 2 Na het aanbrengen of wijzigen van een kabel-, leiding- of andere doorvoer in of door een scheidingsconstructie waarvoor op grond van dit besluit een eis met betrekking tot de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of rookdoorgang geldt, wordt de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of rookdoorgang op adequate wijze gecontroleerd. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 1.17 — Artikel 1.17 Beschikbaarheid gegevens en bescheiden#
Artikel 1.17 Beschikbaarheid gegevens en bescheiden afdelingen 2.2 2.8 2.9 Een constructieonderdeel waarvoor volgens de,ofeen eis geldt waaraan het constructieonderdeel uitsluitend met een aanvullende behandeling kan blijven voldoen, is voorzien van een geldig door het bevoegd gezag aanvaard document waaruit blijkt dat deze aanvullende behandeling adequaat is toegepast. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 1.18 — Artikel 1.18 Gebruiksmeldingplicht#
Artikel 1.18 Gebruiksmeldingplicht 1 Het is verboden om zonder of in afwijking van een gebruiksmelding: a. een bouwwerk in gebruik te nemen of te gebruiken indien: 1. daarin meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn, of 2. artikel 1.3 hoofdstuk 6 7 toepassing is gegeven aanin verband met een inofuit het oogpunt van brandveiligheid gegeven voorschrift, en b. een woonfunctie in gebruik te nemen of te gebruiken voor kamergewijze verhuur. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk waarvoor een vergunning voor brandveilig gebruik is vereist. 3 Het eerste lid, onderdeel a, onder 1, is niet van toepassing op het in gebruik nemen of gebruiken van: a. een één- of meergezinswoning; b. een wegtunnel. 4 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij het veranderen van een bouwwerk of van het gebruik daarvan, indien eerder een gebruiksmelding is gedaan en door het veranderen een afwijking ontstaat van de bij die melding verstrekte gegevens. 5 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder bouwwerk mede verstaan een gedeelte daarvan dat is bestemd om afzonderlijk te worden gebruikt. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 1.19 — Artikel 1.19 Indiening gebruiksmelding#
Artikel 1.19 Indiening gebruiksmelding 1 Een gebruiksmelding wordt ten minste vier weken voor de voorgenomen aanvang van het gebruik schriftelijk ingediend bij het bevoegd gezag. 2 artikel 7.6 van de Wabo artikel 4.3, eerste en tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht Een gebruiksmelding langs elektronische weg wordt gedaan met gebruikmaking van het elektronische formulier dat op de datum van indiening van de gebruiksmelding beschikbaar is via de landelijke voorziening, bedoeld in. Op die melding isvan overeenkomstige toepassing. 3 artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht Wabo Een gebruiksmelding anders dan langs elektronische weg wordt gedaan met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in. Indien de gebruiksmelding tegelijk met de indiening van een aanvraag om vergunning krachtens dewordt gedaan, wordt van de gebruiksmelding en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden hetzelfde aantal exemplaren ingediend als op grond van artikel 4.2, tweede en derde lid, van het Besluit omgevingsrecht van de aanvraag om vergunning en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden wordt ingediend. Indien de gebruiksmelding afzonderlijk wordt gedaan, worden deze en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden in drievoud ingediend. 4 artikel 1.18, eerste lid, onderdeel a, onder 2 Bij de gebruiksmelding, bedoeld in, verstrekt de melder voor zover dit naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig is gegevens en bescheiden waarmee de gelijkwaardigheid voldoende aannemelijk wordt gemaakt. 5 Bij de gebruiksmelding worden de volgende gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag verstrekt: a. naam, adres en woonplaats van de melder en indien van toepassing, van de gemachtigde om te melden; b. adres, kadastrale aanduiding dan wel ligging van het bouwwerk en de aard en omvang daarvan. 6 artikel 1.18, eerste lid, onderdelen a, onder 1, en b 2 Voor zover dit naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig is om aannemelijk te maken dat het gebruik voldoet aan de bij of krachtens de wet gegeven voorschriften verstrekt de melder bij de gebruiksmelding, bedoeld in, een situatieschets met noordpijl met een schaal die niet kleiner is dan 1:1.000, en per bouwlaag een plattegrondtekening met een schaal die niet kleiner is dan 1:100 bij een gebouw met een brutovloeroppervlakte van minder dan 10.000 men niet kleiner dan 1:200 bij een grotere brutovloeroppervlakte. Op de plattegrondtekening of een bijlage daarvan is aangegeven: De aanduidingen zijn conform NEN 1413 voor zover deze norm daarin voorziet. a. schaalaanduiding; b. per bouwlaag: 1°. hoogte van de vloer boven het meetniveau; 2°. gebruiksoppervlakte, en 3°. maximaal aantal personen; c. per ruimte: 1°. vloeroppervlakte; 2°. gebruiksbestemming; 3°. bij ruimten voor meer dan 25 personen, de hoogste bezetting van die ruimte, en 4°. opstelling van inventaris en van inrichtingselementen als bedoeld in dit besluit; d. met aanduidingen van de plaats van, voor zover deze aanwezig zijn: 1°. brand- en/of rookwerende scheidingsconstructies; 2°. vluchtroutes; 3°. draairichting van deuren; 4°. zelfsluitende deuren als bedoeld in dit besluit; 5°. artikel 6.25 7.12 sluitwerk van deuren als bedoeld inen; 6°. vluchtroute-aanduidingen; 7°. noodverlichting; 8°. artikel 6.5 oriëntatieverlichting als bedoeld in; 9°. brandmeldcentrale en brandmeldpaneel; 10°. brandslanghaspels; 11°. mobiele brandblusapparaten; 12°. droge blusleidingen; 13°. brandweeringang; 14°. sleutelkluis of -buis, en 15°. brandweerlift, en e. gegevens en bescheiden over de aard en de plaats van de brandveiligheidsinstallaties. 7 Bij een gebruiksmelding voor tijdelijk of seizoensgebonden gebruik van een bouwwerk wordt door de melder aangegeven voor welke periode of voor welke tijdvakken in een kalenderjaar het gebruik is beoogd. 8 Een gebruiksmelding kan betrekking hebben op meerdere bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar samenhangende terreinen. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 1.20 — Artikel 1.20 Afhandeling gebruiksmelding#
Artikel 1.20 Afhandeling gebruiksmelding De melder krijgt door of namens het bevoegd gezag een bewijs van ontvangst toegezonden of uitgereikt, waarin de datum van ontvangst is vermeld. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 1.21 — Artikel 1.21 Nadere voorwaarden na gebruiksmelding#
Artikel 1.21 Nadere voorwaarden na gebruiksmelding 1 artikel 1.18, eerste lid, onderdeel a, onder 1 Het bevoegd gezag kan na een melding van een gebruik als bedoeld in, nadere voorwaarden opleggen aan het gebruik indien deze noodzakelijk zijn voor het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, brandgevaar en ongevallen bij brand. 2 Het is verboden in strijd te handelen met de nadere voorwaarden, bedoeld in het eerste lid. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 1.22 — Artikel 1.22 Wijzigen nadere voorwaarden gebruiksmelding#
Artikel 1.22 Wijzigen nadere voorwaarden gebruiksmelding 1 artikel 1.21, eerste lid Het bevoegd gezag kan de nadere voorwaarden, bedoeld in, wijzigen: a. indien een verandering van inzichten of van omstandigheden gelegen buiten het bouwwerk die bij de beoordeling van de melding een rol hebben gespeeld dit noodzakelijk maakt, en b. op verzoek van de melder. 2 artikel 1.21, eerste lid Het bevoegd gezag gaat niet over tot wijziging van de nadere voorwaarden, bedoeld in, dan nadat het de melder in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 1.23 — Artikel 1.23 Aanwezigheid bescheiden#
Artikel 1.23 Aanwezigheid bescheiden Tijdens het bouwen zijn, voor zover van toepassing, de volgende bescheiden of een afschrift daarvan op het terrein aanwezig: a. vergunning voor het bouwen; b. artikel 8.7 veiligheidsplan als bedoeld in; c. artikel 13 13a 14 van de wet afschrift van een besluit ingevolge,, of, dan wel een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang dan wel last onder dwangsom, en d. overige voor het bouwen van belang zijnde vergunningen en documenten met nadere voorwaarden en ontheffingen. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 1.24 — Artikel 1.24 Het uitzetten van de bebouwingsgrenzen#
Artikel 1.24 Het uitzetten van de bebouwingsgrenzen Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor vergunning is verleend wordt, onverminderd de voorwaarden bij de vergunning, niet begonnen voordat voor zover nodig door of namens het bevoegd gezag: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet, en b. het straatpeil is uitgezet. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 1.25 — Artikel 1.25 Mededeling aanvang en beëindiging bouwwerkzaamheden#
Artikel 1.25 Mededeling aanvang en beëindiging bouwwerkzaamheden 1 Het bevoegd gezag wordt ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van bouwwerkzaamheden waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend door de houder van die vergunning schriftelijk van de aanvang van die werkzaamheden, met inbegrip van ontgravingswerkzaamheden, in kennis gesteld. 2 Het bevoegd gezag wordt uiterlijk op de eerste werkdag na de dag van beëindiging van de bouwwerkzaamheden waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend, door de houder van die vergunning schriftelijk van de beëindiging van die werkzaamheden in kennis gesteld. 3 Een bouwwerk voor het bouwen waarvan een vergunning voor het bouwen is verleend, wordt niet in gebruik gegeven of genomen indien niet voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 1.26 — Artikel 1.26 Sloopmelding#
Artikel 1.26 Sloopmelding 1 3 Het is verboden om zonder of in afwijking van een sloopmelding te slopen indien daarbij asbest wordt verwijderd of de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer dan 10 mzal bedragen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een voornemen tot slopen dat uitsluitend bestaat uit het in het kader van de uitoefening van een bedrijf geheel of gedeeltelijke verwijderen van asbesthoudende: a. geklemde vloerplaten onder verwarmingstoestellen; b. beglazingskit dat is verwerkt in de constructie van kassen; c. rem- en frictiematerialen; d. pakkingen uit verbrandingsmotoren, en e. pakkingen uit procesinstallaties onderscheidenlijk verwarmingstoestellen met een nominaal vermogen van ten hoogste 2.250 kW. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het slopen van een seizoensgebonden bouwwerk, en b. artikel 13 van de wet het slopen ingevolge een besluit op grond vandan wel een besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom. 4 Een sloopmelding wordt ten minste vier weken voor de voorgenomen aanvang van de sloopwerkzaamheden schriftelijk ingediend bij het bevoegd gezag. De in de eerste volzin bedoelde termijn is ten minste vijf werkdagen indien: a. die sloopwerkzaamheden in het kader van reparatie- of mutatieonderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd aan een asbesthoudende toepassing in een gebouw en handhaving van de termijn, bedoeld in het eerste lid, tot onnodige leegstand van het gebouw of gedeelte daarvan zou leiden of het gebruiksgenot daarvan ernstig zou belemmeren, of b. die sloopwerkzaamheden bestaan uit het anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, of van asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking, uit een woonfunctie of nevenfunctie daarvan, voor zover die woonfunctie of die nevenfunctie niet bedoeld zijn voor de uitoefening van een beroep of bedrijf en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen, vloerbedekking of vloertegels maximaal vijfendertig vierkante meter per kadastraal perceel bedraagt. 5 Indien dit naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig is, kan worden afgeweken van de in het vierde lid bedoelde termijnen. 6 Bij de sloopmelding worden de volgende gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag verstrekt: a. naam en adres van de eigenaar van het te slopen bouwwerk en indien van toepassing, van diegene die uit andere hoofde bevoegd is tot het slopen van het bouwwerk; b. naam en adres van diegene die de sloopwerkzaamheden zal uitvoeren, indien de uitvoerder een ander persoon is dan bedoeld onder a; c. adres, kadastrale aanduiding en aard van het te slopen bouwwerk of onderdeel daarvan; d. de data, de tijdstippen en een beschrijving van de wijze waarop het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden zal plaatsvinden; e. artikel 8.7 een veiligheidsplan als bedoeld in; f. een globale inventarisatie van de aard en de hoeveelheid van de afvalstoffen die naar verwachting zullen vrijkomen bij de sloopwerkzaamheden en een opgave van de voorgenomen afvoerbestemming van die stoffen g. Asbestverwijderingsbesluit 2005 artikel 1, eerste lid, onder b, van dat besluit artikel 9, eerste en tweede lid, van dat besluit indien op grond van heteen asbestinventarisatierapport is vereist, het rapport als bedoeld indan wel een eindbeoordeling als bedoeld in, en h. indien bij het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden steenachtig afval zal vrijkomen dat ter plaatse zal worden gebroken, de hoeveelheid, de naam en het adres van de eigenaar van het recyclinggranulaat. 7 In afwijking van het zesde lid worden de gegevens, bedoeld in onderdeel b van dat lid, ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden aan het bevoegd gezag verstrekt. 8 Indien tijdens het slopen asbest wordt ontdekt dat niet is opgenomen in het asbestinventarisatierapport als bedoeld in het zesde lid, onder g, wordt het bevoegd gezag daarvan onmiddellijk in kennis gesteld. 9 Een sloopmelding kan betrekking hebben op meerdere bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar samenhangende terreinen. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 1.27 — Artikel 1.27 Indieningswijze sloopmelding#
Artikel 1.27 Indieningswijze sloopmelding 1 artikel 7.6 van de Wabo artikel 4.3, eerste en tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht Een sloopmelding wordt langs elektronische weg gedaan met gebruikmaking van het elektronische formulier dat op de datum van indiening van de sloopmelding beschikbaar is via de landelijke voorziening, bedoeld in. Op die melding isvan overeenkomstige toepassing. 2 artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht Wabo Een sloopmelding anders dan langs elektronische weg wordt gedaan met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in. Indien de melding tegelijkertijd met de indiening van een aanvraag om vergunning krachtens dewordt gedaan, is het aantal exemplaren dat van de melding en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden wordt ingediend gelijk aan het aantal exemplaren dat van de aanvraag om vergunning en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden op grond van artikel 4.2, tweede en derde lid, van het Besluit omgevingsrecht wordt ingediend. Indien de sloopmelding afzonderlijk wordt gedaan, worden deze en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden in drievoud ingediend. 3 artikel 4.48 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit Een sloopmelding die betrekking heeft op slopen waarbij asbest wordt verwijderd dat is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A als bedoeld in, onderscheidenlijk, wordt uitsluitend langs elektronische weg gedaan. 2019 155 23-04-2019 29-03-2019 2019 178 16-05-2019 25-04-2019 01-07-2019
Artikel 1.28 — Artikel 1.28 Afhandeling sloopmelding#
Artikel 1.28 Afhandeling sloopmelding De melder krijgt door of namens het bevoegd gezag een bewijs van ontvangst toegezonden of uitgereikt, waarin de datum van ontvangst is vermeld. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 1.29 — Artikel 1.29 Nadere voorwaarden na sloopmelding#
Artikel 1.29 Nadere voorwaarden na sloopmelding 1 artikel 1.26 Het bevoegd gezag kan na een sloopmelding als bedoeld innadere voorwaarden opleggen aan het slopen indien deze noodzakelijk zijn voor het voorkomen of beperken van hinder of van een onveilige situatie tijdens het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden. 2 artikel 1.26 Het bevoegd gezag kan na een sloopmelding als bedoeld intevens nadere voorwaarden opleggen over: a. het scheiden van en het op de sloopplaats gescheiden houden van het sloopafval in fracties, en b. artikel 1.33, derde lid de wijze waarop de mededeling als bedoeld in, wordt gedaan. 3 Het is verboden in strijd te handelen met de nadere voorwaarden, bedoeld in het eerste en het tweede lid. 2019 155 23-04-2019 29-03-2019 2019 178 16-05-2019 25-04-2019 01-07-2019
Artikel 1.30 — Artikel 1.30 Wijzigen nadere voorwaarden sloopmelding#
Artikel 1.30 Wijzigen nadere voorwaarden sloopmelding 1 artikel 1.29, eerste en tweede lid Het bevoegd gezag kan de nadere voorwaarden, bedoeld in, wijzigen: a. indien een verandering van inzichten of van omstandigheden gelegen buiten de sloopwerkzaamheden die bij de beoordeling van de sloopmelding een rol hebben gespeeld dit noodzakelijk maakt, en b. op verzoek van de melder. 2 artikel 1.29 Het bevoegd gezag gaat niet over tot wijziging van de nadere voorwaarden, bedoeld in, dan nadat het de melder in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 1.31 — Artikel 1.31 Samenloop sloopmelding en omgevingsvergunning#
Artikel 1.31 Samenloop sloopmelding en omgevingsvergunning Vervallen 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 1.32 — Artikel 1.32 Aanwezigheid bescheiden#
Artikel 1.32 Aanwezigheid bescheiden Tijdens het slopen zijn, voor zover van toepassing, de volgende bescheiden of een afschrift daarvan op het terrein aanwezig: a. sloopmelding; b. artikel 8.7 veiligheidsplan als bedoeld in; c. artikel 13 13a 14 van de wet afschrift van een besluit ingevolge,, of, dan wel een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang dan wel last onder dwangsom; d. overige voor het slopen van belang zijnde vergunningen en documenten met nadere voorwaarden en ontheffingen, en e. Asbestverwijderingsbesluit 2005 artikel 1, eerste lid, onder b, van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 artikel 9, eerste en tweede lid, van dat besluit indien op grond van heteen asbestinventarisatierapport is vereist, een asbestinventarisatierapport als bedoeld indan wel een afschrift van de resultaten van de eindbeoordeling als bedoeld in. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 1.33 — Artikel 1.33 Mededeling aanvang en beëindiging sloopwerkzaamheden#
Artikel 1.33 Mededeling aanvang en beëindiging sloopwerkzaamheden 1 artikel 1.26 Het bevoegd gezag wordt ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van de sloopwerkzaamheden, bedoeld in, schriftelijk van de aanvang van die werkzaamheden in kennis gesteld door diegene die de sloopwerkzaamheden gaat uitvoeren. 2 artikel 4.48 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 1.26 Indien bij de sloopwerkzaamheden asbest wordt verwijderd dat is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A als bedoeld in, onderscheidenlijk, voert degene die de sloopwerkzaamheden gaat uitvoeren, in afwijking van het eerste lid, ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van de sloopwerkzaamheden, bedoeld in, de datum van aanvang in het LAVS in. 3 artikel 1.26 Het bevoegd gezag wordt uiterlijk op de eerste werkdag na de dag van beëindiging van de sloopwerkzaamheden, bedoeld invan de beëindiging van die werkzaamheden in kennis gesteld door degene die de werkzaamheden heeft uitgevoerd. 4 artikel 4.48 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 1.26 Indien bij de sloopwerkzaamheden asbest is verwijderd dat is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A als bedoeld in, onderscheidenlijk, voert degene die de sloopwerkzaamheden heeft uitgevoerd, in afwijking van het derde lid, uiterlijk de eerste werkdag na de beëindiging van de sloopwerkzaamheden, bedoeld in, de datum van beëindiging in het LAVS in. 5 artikel 1.26 Op verzoek van het bevoegd gezag overlegt degene die de sloopwerkzaamheden als bedoeld inheeft uitgevoerd, binnen een door het bevoegd gezag te bepalen termijn na beëindiging van de werkzaamheden, een opgave van de aard en de hoeveelheid van de bij de werkzaamheden vrijgekomen afvalstoffen en van de afvoerbestemming van die stoffen. 6 artikel 4.48 artikel 4.53a, van het Arbeidsomstandighedenbesluit Indien bij de sloopwerkzaamheden asbest is verwijderd dat is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A als bedoeld in, onderscheidenlijk, voert degene die de sloopwerkzaamheden heeft uitgevoerd, in afwijking van het vijfde lid binnen twee weken nadat de eindbeoordeling is verricht, in het LAVS een bewijs in van de afvoer van het asbestafval, onder opgave van het gewicht en van de afvoerbestemming van het asbestafval. 2019 155 23-04-2019 29-03-2019 2019 178 16-05-2019 25-04-2019 01-07-2019
Artikel 1.34 — Artikel 1.34 Definities#
Artikel 1.34 Definities Voor de toepassing van het bij of krachtens deze paragraaf bepaalde wordt verstaan onder: a. certificaathouder: artikel 1.35, eerste lid degene die beschikt over een certificaat als bedoeld in; b. certificatieschema: artikel 1.35, eerste lid schema als bedoeld in; c. certificerende instelling: artikel 1.36, eerste lid instelling als bedoeld in. 2020 348 25-09-2020 14-09-2020 2020 354 30-09-2020 23-09-2020 01-10-2020
Artikel 1.35 — Artikel 1.35 Werkzaamheden aan verbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen en rookgasafvoervoorzieningen#
Artikel 1.35 Werkzaamheden aan verbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen en rookgasafvoervoorzieningen 1 Het is verboden werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren aan een gebouwgebonden verbrandingstoestel, werkzaam op gas bestaande uit koolstofverbindingen, en bijbehorende voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas, zonder dat voor die werkzaamheden wordt beschikt over een certificaat, afgegeven door een instelling die door Onze Minister is aangewezen, waarmee kenbaar wordt gemaakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde natuurlijk personen of rechtspersonen de werkzaamheden uitvoeren volgens kwaliteitseisen die zijn opgenomen in een door Onze Minister aangewezen certificatieschema. 2 De in het eerste lid bedoelde werkzaamheden zijn: a. het installeren van gasverbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen of rookgasafvoervoorzieningen; b. het repareren van gasverbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen of rookgasafvoervoorzieningen; c. het onderhouden van gasverbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen of rookgasafvoervoorzieningen; of d. het in bedrijf stellen en het vrijgeven voor gebruik van een gasverbrandingstoestel na werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met c. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. artikel 3.10p van het Activiteitenbesluit milieubeheer een stookinstallatie die krachtensmoet voldoen aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen inzake keuring en onderhoud; of b. artikel 1.36, tweede lid werkzaamheden die worden uitgevoerd voor het verkrijgen van een certificaat als bedoeld in het eerste lid, of een accreditatie als bedoeld in. 4 Het eerste lid is tevens niet van toepassing op werkzaamheden die worden uitgevoerd met een certificaat dat is afgegeven door een certificerende instelling waarvan de aanwijzing is ingetrokken, gedurende zes maanden na de intrekking of, als het certificaat op het moment van intrekking van de aanwijzing een kortere geldigheidsduur heeft dan zes maanden, gedurende die geldigheidsduur. 5 Onze Minister kan een andere termijn stellen dan de termijn, genoemd in het vierde lid, of nadere voorwaarden verbinden aan het gebruik van het certificaat gedurende deze termijn. 2020 348 25-09-2020 14-09-2020 2020 354 30-09-2020 23-09-2020 01-04-2023 2021 555 22-11-2021 11-11-2021 2022 503 16-12-2022 06-12-2022 Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2020/354 gesteld op 1 april 2022. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2021/555 gesteld op 1 januari 2023.
Artikel 1.36 — Artikel 1.36 Certificerende instellingen#
Artikel 1.36 Certificerende instellingen 1 artikel 1.35 artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht Een instelling kan door Onze Minister op aanvraag worden aangewezen voor het afgeven van certificaten als bedoeld in. De minister beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag. Met toepassing vanisniet van toepassing op de beslissing op de aanvraag. 2 Onze Minister wijst een instelling slechts aan als deze beschikt over accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065. 3 Met accreditatie als bedoeld in het tweede lid, wordt gelijkgesteld accreditatie, afgegeven door een daartoe bevoegde onafhankelijke instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de toetsing aan de eisen in het tweede lid wordt geboden. 4 Bij de aanvraag tot aanwijzing als certificerende instelling toont de aanvrager aan dat deze: a. rechtspersoonlijkheid heeft; b. onafhankelijk is van de door haar beoordeelde organisaties, processen, diensten of producten; c. beschikt over voldoende kennis, deskundigheid en toerusting om de uitvoering van de taken naar behoren te vervullen; d. beschikt over een adequate administratie waarin de gegevens die betrekking hebben op de uitvoering van haar taken, op een systematische wijze zijn vastgelegd; e. verzekerd is tegen wettelijke aansprakelijkheid voor risico’s die voortvloeien uit de uitoefening van haar taken; f. beschikt over een adequate klachtenregeling; g. in staat is te beslissen op bezwaarschriften; en h. in staat is te voldoen aan rapportage- en informatieverplichtingen op grond van dit besluit. 5 De instelling is een vergoeding verschuldigd voor de behandeling van de aanvraag tot aanwijzing als certificerende instelling. 6 Onze Minister kan een aanwijzing van een certificerende instelling intrekken of schorsen indien de instelling: a. daarom verzoekt; b. in surseance van betaling verkeert of failliet is verklaard; of c. niet voldoet aan de voorschriften die zijn verbonden aan de aanwijzing of aan de regels, gesteld in of krachtens deze paragraaf. 7 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het indienen van een aanvraag voor een aanwijzing als certificerende instelling en de gegevens die bij een aanvraag dienen te worden verstrekt. 8 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de gronden waarop en de voorwaarden waaronder Onze Minister een aanwijzing kan verlenen, wijzigen, weigeren, schorsen of intrekken, de voorschriften die aan een aanwijzing kunnen worden verbonden en de termijn waarvoor een aanwijzing kan worden verleend of geschorst. 9 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de vergoeding die door een certificerende instelling in rekening gebracht kan worden voor de aanvraag van een certificaat. 2020 348 25-09-2020 14-09-2020 2020 354 30-09-2020 23-09-2020 01-01-2023 2021 555 22-11-2021 11-11-2021 2022 503 16-12-2022 06-12-2022 Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2020/354 gesteld op 1 april 2022.
Artikel 1.37 — Artikel 1.37 Aanwijzing certificatieschema’s#
Artikel 1.37 Aanwijzing certificatieschema’s 1 artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister kan op aanvraag certificatieschema’s aanwijzen. De minister beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Met toepassing vanisniet van toepassing op de beslissing op de aanvraag. 2 artikel 2, eerste lid, van de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie Een certificatieschema kan worden aangewezen als het certificatieschema door de nationale accreditatie-instantie, bedoeld inis geëvalueerd, het gericht is op het voorkomen van het vrijkomen van koolmonoxide en het in ieder geval eisen bevat over: a. de reikwijdte van de werkzaamheden waarop het certificatieschema betrekking heeft; b. artikel 1.35, tweede lid, onder a tot en met c het op adequate wijze uitvoeren van werkzaamheden als bedoeld in, voor zover van toepassing op de reikwijdte van de werkzaamheden; c. het op adequate wijze controleren van de gasverbrandingsinstallatie voordat deze in bedrijf wordt gesteld; d. artikel 1.35, tweede lid, onder d de vakbekwaamheid van personen die de werkzaamheden als bedoeld in, uitvoeren, het actueel houden van het hiervoor benodigde kennisniveau en de wijze waarop dit wordt beoordeeld; e. het melden van de inbedrijfstelling van gasverbrandingsinstallaties door de certificaathouder aan de certificerende instelling na afronding van werkzaamheden; f. de beschikbaarheid, het gebruik, onderhoud en beheer van bij de uit te voeren werkzaamheden noodzakelijke meetinstrumenten en andere hulpmiddelen; g. het buiten bedrijf stellen van toestellen als wordt vastgesteld dat bij het gebruik ervan koolmonoxide vrijkomt; en h. de wijze waarop medewerkers zich bij klanten dienen te legitimeren. 3 In het geval dat een certificatieschema slechts betrekking heeft op werkzaamheden aan rookgasafvoervoorzieningen of verbrandingsluchttoevoervoorzieningen zijn de eisen genoemd in het tweede lid, onderdelen d en e niet van toepassing en kan het schema, in afwijking van het tweede lid, onderdeel c, de eis bevatten dat alleen de rookgasafvoervoorzieningen of de verbrandingsluchttoevoervoorzieningen en de aansluiting daarvan op de andere onderdelen van de gasverbrandingsinstallatie worden gecontroleerd. 4 Om in aanmerking te komen voor aanwijzing bevat een certificatieschema tevens eisen over het toezicht door de certificerende instelling op het handelen overeenkomstig de in het tweede lid bedoelde eisen. Het certificatieschema bevat daartoe in ieder geval eisen over: a. de wijze waarop certificerende instellingen gegevens over en van certificaathouders verwerken; b. artikel 1.35, eerste lid de wijze, frequentie en omvang van de steekproefcontroles op de werkzaamheden als bedoeld in, door de certificerende instelling; c. de wijze, frequentie en omvang van audits bij de certificaathouder door de certificerende instelling ten behoeve van de toetsing van het administratieve kwaliteitssysteem; d. de wijze waarop wordt omgegaan met niet-naleving van de eisen door certificaathouders; en e. de gevallen waarin een aanvraag voor een certificaat wordt afgewezen of een certificaat wordt geschorst of ingetrokken, waaronder het geval waarin de aanvrager van het certificaat respectievelijk certificaathouder in surseance van betaling verkeert of failliet is verklaard. 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over: a. de aanwijzing en inhoud van certificatieschema’s; b. het indienen van een aanvraag voor een aanwijzing van een certificatieschema en de gegevens die bij een aanvraag dienen te worden verstrekt; en c. de gronden waarop en de voorwaarden waaronder Onze Minister een aanwijzing kan verlenen, wijzigen, weigeren, schorsen of intrekken, de voorschriften die aan een aanwijzing kunnen worden verbonden en de termijn waarvoor een aanwijzing kan worden verleend of geschorst. 2020 348 25-09-2020 14-09-2020 2020 354 30-09-2020 23-09-2020 01-10-2020
Artikel 1.38 — Artikel 1.38 Meldplicht van (bijna-)ongevallen#
Artikel 1.38 Meldplicht van (bijna-)ongevallen Indien een certificaathouder bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden constateert dat een gasverbrandingsinstallatie een hogere concentratie koolmonoxide produceert dan een bij ministeriële regeling vastgestelde concentratie en dat deze vrijkomt in een ruimte waar zich personen in kunnen bevinden, meldt hij dit terstond aan de bewoner of gebruiker en eigenaar van het gebouw, het bevoegd gezag en de certificerende instelling. 2020 348 25-09-2020 14-09-2020 2020 354 30-09-2020 23-09-2020 01-10-2020
Artikel 1.39 — Artikel 1.39 Informatieverstrekking#
Artikel 1.39 Informatieverstrekking 1 De certificerende instelling informeert Onze Minister onverwijld over zijn door de rechtbank uitgesproken faillissement of surseance van betaling. 2 artikel 1.40 De certificerende instelling verstrekt gegevens met betrekking tot certificaathouders aan Onze Minister ten behoeve van het register, bedoeld in. 3 De certificerende instelling verstrekt desgevraagd kosteloos aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taken benodigde inlichtingen. 4 artikel 1.38 De certificerende instelling zendt Onze Minister jaarlijks een verslag van de uitgevoerde werkzaamheden, de rechtmatigheid en doeltreffendheid van die werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar en meldingen als bedoeld in. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit verslag. 5 artikel 2, eerste lid, van de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie De nationale accreditatie-instantie, bedoeld inmeldt aan Onze Minister de intrekking of schorsing van een accreditatie van een certificerende instelling. 6 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de uitwisseling van informatie tussen certificerende instellingen onderling en met Onze Minister. 2020 348 25-09-2020 14-09-2020 2020 354 30-09-2020 23-09-2020 01-10-2020
Artikel 1.40 — Artikel 1.40 Openbaar register#
Artikel 1.40 Openbaar register 1 Onze Minister draagt zorg voor een openbaar register van aangewezen certificerende instellingen, certificatieschema’s en de door de certificerende instelling verstrekte gegevens over certificaathouders. 2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de gegevens die in het register worden opgenomen. 2020 348 25-09-2020 14-09-2020 2020 354 30-09-2020 23-09-2020 01-10-2020
Artikel 1.41 — Artikel 1.41 Beeldmerk#
Artikel 1.41 Beeldmerk 1 Certificaathouders voeren een door Onze Minister bij ministeriële regeling vastgesteld beeldmerk. 2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het gebruik van het beeldmerk. 2020 348 25-09-2020 14-09-2020 2020 354 30-09-2020 23-09-2020 01-10-2020
Artikel 1.42 — Artikel 1.42 Aanwijzing bouwwerken#
Artikel 1.42 Aanwijzing bouwwerken artikel 7ab, eerste lid, van de wet Categorieën bouwwerken als bedoeld inzijn bouwwerken: a. artikel 1.43 die vallen onder gevolgklasse 1 als bedoeld in; en b. ten aanzien waarvan een vergunning voor het bouwen is vereist. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 1.43 — Artikel 1.43 Gevolgklasse 1#
Artikel 1.43 Gevolgklasse 1 1 Een te bouwen bouwwerk valt onder gevolgklasse 1 als: a. artikel 1.1. van de Erfgoedwet artikel 9.1, eerste lid, onder b, van de Erfgoedwet het bouwwerk geen rijksmonument is als bedoeld inof geen monument of archeologisch monument is waaropvan toepassing is, dan wel geen krachtens een provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen monument of archeologisch monument is of een monument of archeologisch monument is waarop, voordat het is aangewezen, een zodanige verordening van overeenkomstige toepassing is; b. het bouwwerk alleen ten dienste staat van een gebruiksfunctie als bedoeld in het tweede lid; c. artikel 1.18, eerste lid voor het in gebruik nemen of gebruiken van het bouwwerk geen gebruiksmelding als bedoeld in, of een vergunning voor brandveilig gebruik is vereist; d. artikel 1.3 hoofdstuk 2 voor het bouwwerk geen toepassing wordt gegeven aanin verband met een inuit het oogpunt van constructieve veiligheid of brandveiligheid gegeven voorschrift; en e. artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo voor het in werking hebben van de inrichting of het mijnbouwwerk waartoe het bouwwerk behoort geen vergunning is vereist als bedoeld in. 2 De gebruiksfunctie, bedoeld in het eerste lid, onder b, is: a. een niet in een woongebouw gelegen grondgebonden woonfunctie, niet zijnde een woonfunctie voor zorg of een woonfunctie voor kamergewijze verhuur, en nevenfuncties daarvan; b. een woonfunctie en nevenfuncties daarvan, voor zover het bouwwerk een drijvend bouwwerk betreft; c. een niet in een logiesgebouw gelegen grondgebonden logiesfunctie; d. een industriefunctie en nevenfuncties daarvan, voor zover het bouwwerk uit niet meer dan twee bouwlagen bestaat; e. een industriefunctie als nevenfunctie bij een andere gebruiksfunctie, voor zover gelegen in een bijbehorend bouwwerk van niet meer dan twee bouwlagen; f. een bovengronds gelegen bouwwerk geen gebouw zijnde voor een infrastructurele voorziening bestemd voor langzaam verkeer, voor zover niet gelegen over een rijks- of provinciale weg en met een te overbruggen afstand van niet meer dan 20 meter; of g. een ander bovengronds gelegen bouwwerk geen gebouw zijnde dat niet hoger is dan 20 meter, met uitzondering van infrastructurele voorzieningen bestemd voor verkeer anders dan bedoeld onder f en bouwwerken met een waterkerende functie. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 1.44 — Artikel 1.44 Borgingsplan#
Artikel 1.44 Borgingsplan 1 hoofdstukken 2 tot en met 6 Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de kwaliteitsborger voor het begin van de bouwwerkzaamheden een borgingsplan vaststelt dat is gebaseerd op een beoordeling van de bouwtechnische risico’s met het oog op het voldoen aan de voorschriften, bedoeld in de. 2 hoofdstukken 2 tot en met 6 In het borgingsplan wordt vastgesteld welke maatregelen getroffen zijn om de in het eerste lid genoemde bouwtechnische risico’s te voorkomen of te beperken, op welke wijze het ontwerp van het bouwplan en de uitvoering van de bouwwerkzaamheden voldoen aan de voorschriften, bedoeld in de, en wordt vastgesteld op welke momenten de kwaliteitsborging wordt uitgevoerd. 3 Het borgingsplan beschrijft ten minste: a. de totstandkoming ervan; b. de aard en omvang van de uit te voeren kwaliteitsborging; c. de voor de kwaliteitsborging eindverantwoordelijke personen; d. de wijze waarop de verschillende onderdelen van het bouwplan in samenhang worden beoordeeld; e. hoofdstukken 2 tot en met 6 de wijze waarop integraal wordt beoordeeld of de bouwwerkzaamheden voldoen aan de voorschriften, bedoeld in de; f. in welke gevallen en op welke momenten het borgingsplan wordt geactualiseerd; g. artikel 1, eerste lid, van de Woningwet artikel 1.3 welke normen of kwaliteitsverklaringen als bedoeld in, dan wel gelijkwaardige oplossingen als bedoeld inbij de bouwwerkzaamheden worden toegepast; h. op welke specifieke bouwwerkzaamheden, rekening houdend met de bijzonder lokale omstandigheden, de beoordeling ten minste is gericht, en i. bij welke bouwwerkzaamheden rekening wordt gehouden met andere kwaliteitsborgingssystemen. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 1.45 — Artikel 1.45 Geen toestemming toepassing instrument#
Artikel 1.45 Geen toestemming toepassing instrument 1 Een instrument voor kwaliteitsborging beschrijft dat de instrumentaanbieder geen toestemming verleent het instrument toe te passen als de aanvrager failliet is of in surseance van betaling verkeert. 2 Een instrument voor kwaliteitsborging beschrijft dat een verleende toestemming het instrument toe te passen: a. wordt geschorst als de kwaliteitsborger in surseance van betaling verkeert; b. wordt ingetrokken als de kwaliteitsborger failliet wordt verklaard. 3 Een instrument voor kwaliteitsborging beschrijft dat een toestemming om het instrument voor kwaliteitsborging toe te passen, niet overdraagbaar is. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 1.46 — Artikel 1.46 Onafhankelijkheid kwaliteitsborger#
Artikel 1.46 Onafhankelijkheid kwaliteitsborger Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de kwaliteitsborging alleen uitgevoerd wordt door een kwaliteitsborger die niet organisatorisch, financieel of juridisch betrokken is bij het betreffende bouwproject, tenzij deze betrokkenheid alleen voortvloeit uit de overeenkomst tot het uitvoeren van de kwaliteitsborging. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 1.47 — Artikel 1.47 Opleiding, kennis en ervaring kwaliteitsborger#
Artikel 1.47 Opleiding, kennis en ervaring kwaliteitsborger 1 Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de personen die de kwaliteitsborging uitvoeren, voldoen aan de in het instrument gestelde eisen aan het benodigde kennis- en opleidingsniveau en aan de genoten ervaring over: a. hoofdstukken 2 tot en met 6 het opstellen van risicobeoordelingen op het terrein van de voorschriften, bedoeld in de; b. de algemene coördinatie bij de kwaliteitsborging; c. constructieve veiligheid; d. brandveiligheid; e. bouwfysica; f. installaties, en g. controle op de bouw. 2 Het instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat het kennis- en opleidingsniveau van degene die de kwaliteitsborging uitvoert, actueel gehouden wordt. 3 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het in het eerste en tweede lid bepaalde. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 1.48 — Artikel 1.48 Administratieve organisatie kwaliteitsborger#
Artikel 1.48 Administratieve organisatie kwaliteitsborger 1 Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor op welke wijze een kwaliteitsborger de eisen voor de toepassing ervan in zijn administratieve organisatie opneemt en ziet ten minste op: a. het vastleggen van de gegevens van de rechtspersoon of natuurlijk persoon die eindverantwoordelijk is voor de kwaliteitsborging; b. artikel 1.47 het vastleggen van de gegevens van de personen die de kwaliteitsborging feitelijk uitvoeren en de wijze waarop gewaarborgd wordt dat zij aan de krachtensgestelde kennis-, opleidings- en ervaringseisen voldoen; c. het vastleggen van de wijze waarop informatie over de kwaliteitsborging en de vermelding van de daarvoor verantwoordelijke personen actueel gehouden wordt; d. het bijhouden van een ordentelijke administratie van de gegevens en bescheiden met betrekking tot de kwaliteitsborging. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het in het eerste lid bepaalde. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 1.49 — Artikel 1.49 Informatieverstrekking kwaliteitsborger aan instrumentaanbieder#
Artikel 1.49 Informatieverstrekking kwaliteitsborger aan instrumentaanbieder 1 Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de kwaliteitsborger ten minste de volgende gegevens verstrekt aan de instrumentaanbieder: a. bedrijfsnaam en plaats van vestiging en het nummer waaronder de kwaliteitsborger geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel; b. artikelen 1.44 tot en met 1.48 gegevens waaruit blijkt dat de kwaliteitsborger voldoet aan de eisen, bedoeld in de; c. gegevens over de bouwprojecten waarvoor de kwaliteitsborger het instrument toepast; d. gegevens over de afronding van de kwaliteitsborging. 2 Het instrument voor kwaliteitsborging beschrijft op welke momenten de in het eerste lid bedoelde gegevens worden verstrekt. 3 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 1.50 — Artikel 1.50 Informatieverstrekking kwaliteitsborger aan bouwpartijen en bevoegd gezag#
Artikel 1.50 Informatieverstrekking kwaliteitsborger aan bouwpartijen en bevoegd gezag 1 hoofdstukken 2 tot en met 6 Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de kwaliteitsborger, voor zover van toepassing, zijn opdrachtgever en de andere bij de bouwwerkzaamheden betrokken partijen onverwijld informeert over bij de kwaliteitsborging geconstateerde afwijkingen van voorschriften als bedoeld in de, en dat hij ook het bevoegd gezag informeert als de afwijkingen het afgeven van een verklaring als bedoeld in het tweede lid in de weg staan. 2 Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de kwaliteitsborger na de afronding van de bouwwerkzaamheden aan zijn opdrachtgever een verklaring afgeeft, waarin hij, voor zover van toepassing, verklaart dat: a. hij toestemming heeft van de instrumentaanbieder het instrument toe te passen; b. hij de kwaliteitsborging heeft uitgevoerd overeenkomstig de in het instrument gestelde eisen; c. hoofdstukken 2 tot en met 6 er naar zijn oordeel een gerechtvaardigd vertrouwen is dat het dat het resultaat van de bouwactiviteit voldoet aan de voorschriften, bedoeld in de. 3 Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat een kopie van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, wordt verstrekt aan de andere bij de bouwwerkzaamheden betrokken partijen. 4 Voor de verklaring, bedoeld in het tweede lid, wordt bij ministeriële regeling een formulier vastgesteld. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 1.51 — Artikel 1.51 Maatregelen instrumentaanbieder#
Artikel 1.51 Maatregelen instrumentaanbieder 1 Een instrument voor kwaliteitsborging beschrijft de werkwijze van de instrumentaanbieder over: a. periodieke onderzoeken naar de toepassing van het instrument overeenkomstig de in het instrument gestelde eisen; b. de wijze waarop geschillen tussen de instrumentaanbieder en de kwaliteitsborger en tussen de kwaliteitsborger en zijn opdrachtgever worden behandeld; c. de behandeling van klachten over de toepassing van het instrument en het oplossen van fouten bij de toepassing ervan. 2 Het instrument voor kwaliteitsborging beschrijft in welke gevallen de kwaliteitsborger een waarschuwing wordt gegeven, de toestemming het instrument toe te passen wordt geschorst of ingetrokken, als uit de in het eerste lid bedoelde onderzoeken blijkt dat bij de kwaliteitsborging in strijd met de in het instrument gestelde eisen is gehandeld. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het bepaalde in het eerste en tweede lid. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 1.52 — Artikel 1.52 Indieningsvereisten#
Artikel 1.52 Indieningsvereisten 1 De aanvrager verstrekt bij de aanvraag om toelating van een instrument voor kwaliteitsborging tot het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen de bij ministeriële regeling aangewezen gegevens en bescheiden. 2 De in het eerste lid bedoelde gegevens en bescheiden hoeven niet te worden verstrekt voor zover de toelatingsorganisatie reeds over die gegevens of bescheiden beschikt. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 1.53 — Artikel 1.53 Beslistermijn#
Artikel 1.53 Beslistermijn 1 De toelatingsorganisatie beslist binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag om toelating van een instrument voor kwaliteitsborging. 2 artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht Met toepassing vanisniet van toepassing op de beslissing op de aanvraag. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 1.54 — Artikel 1.54 Beoordeling toelating#
Artikel 1.54 Beoordeling toelating 1 artikelen 1.44 tot en met 1.51 Een instrument voor kwaliteitsborging wordt alleen tot het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen toegelaten als het voldoet aan de. 2 artikelen 1.44 tot en met 1.51 Op aanvraag van de instrumentaanbieder kan de toelating van een instrument voor kwaliteitsborging worden gewijzigd. Dezijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraag tot wijziging van de toelating. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 1.55 — Artikel 1.55 Registratie instrumentaanbieders#
Artikel 1.55 Registratie instrumentaanbieders artikel 7ad 7ae 7af 7ag van de wet artikel 7ai, eerste lid, van de wet De toelatingsorganisatie neemt binnen twee werkdagen na de datum waarop een beschikking als bedoeld in,,ofis genomen in het register, bedoeld inop: a. de datum van de beschikking tot toelating van het instrument, de bedrijfsnaam en de plaats van vestiging van de instrumentaanbieder, en het nummer waaronder hij geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel; b. de naam van het toegelaten instrument, met vermelding van de gevolgklassen en de typen bouwwerken waarop het instrument is gericht; c. de datum van de aan de instrumentaanbieder gegeven waarschuwing, de datum en de termijn van de schorsing of intrekking van de toelating van een instrument met vermelding van de reden voor de waarschuwing, schorsing of intrekking. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 1.56 — Artikel 1.56 Registratie kwaliteitsborgers#
Artikel 1.56 Registratie kwaliteitsborgers 1 artikel 7ah, eerste lid, van de wet De toelatingsorganisatie neemt binnen twee werkdagen na ontvangst daarvan de gegevens, bedoeld inop in het register. 2 Bij het verstrekken van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aan de toelatingsorganisatie vermeldt de instrumentaanbieder: a. de bedrijfsnaam en de plaats van vestiging van de kwaliteitsborger en het nummer waaronder hij geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel; b. de gevolgklasse en de type bouwwerken waarop de toestemming is gericht; c. voor zover van toepassing: 1°. de reden voor de waarschuwing en de datum waarop de waarschuwing is gegeven; 2° de reden voor de schorsing, de datum en de termijn van de schorsing; 3° de reden voor de intrekking en de datum van de intrekking. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 1.57 — Artikel 1.57 Vergoeding behandeling aanvraag en register#
Artikel 1.57 Vergoeding behandeling aanvraag en register 1 artikel 7ai, eerste lid, onder a tot en met c, van de Woningwet De instrumentaanbieder betaalt een vergoeding aan de toelatingsorganisatie voor de kosten die samenhangen met het behandelen van een aanvraag om toelating van een instrument voor kwaliteitsboring tot het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen en het bijhouden van de gegevens in het register, bedoeld in. 2 De toelatingsorganisatie stelt jaarlijks tarieven vast, evenals de wijze van betaling daarvan, voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in het eerste lid. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 1.58 — Artikel 1.58 Verdeelsleutel en doorberekenen toezichtkosten#
Artikel 1.58 Verdeelsleutel en doorberekenen toezichtkosten 1 artikel 7an, tweede lid, van de wet Instrumentaanbieders dragen gezamenlijk voor een vierde deel bij aan de toezichtkosten van de toelatingsorganisatie, bedoeld in. 2 De toelatingsorganisatie stelt jaarlijks een tarief vast waarmee zij de individuele bijdrage van een instrumentaanbieder jaarlijks achteraf vaststelt aan de hand van de inzet van het instrument voor kwaliteitsborging geteld naar het aantal bouwprojecten en, in het geval van een woningbouwproject, geteld naar het aantal woningen. 3 Bij ministeriële regeling wordt een rekenmethodiek vastgesteld voor het bepalen van de individuele bijdrage, bedoeld in het tweede lid. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Aansturingsartikel#
Artikel 2.1 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk is voldoende bestand tegen de daarop werkende krachten. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.1 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 2.1 gebruiksfunctie leden van toepassing Fundamentele belastingscombinaties Buitengewone naties belastingscombinaties bepalingsmethode verbouw tijdelijke bouw aardbevingen drijvende bouwwerken artikel 2.2 2.3 2.4 2.5 2.5a 2.5b 2.5c lid * 1 2 1 2 3 * 1 2 * * 1 Woonfunctie * 1 2 1 2 3 * * * * * 7 Logiesfunctie * 1 2 1 2 3 * * * * * Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties * 1 2 1 2 – * * * * * 2017 494 20-12-2017 13-12-2017 2017 494 20-12-2017 13-12-2017 01-01-2018
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Fundamentele belastingscombinaties#
Artikel 2.2 Fundamentele belastingscombinaties Een bouwconstructie bezwijkt gedurende de in NEN-EN 1990 bedoelde ontwerplevensduur niet bij de fundamentele belastingscombinaties als bedoeld in NEN-EN 1990. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Buitengewone belastingscombinaties#
Artikel 2.3 Buitengewone belastingscombinaties 1 Een bouwconstructie bezwijkt gedurende de in NEN-EN 1990 bedoelde ontwerplevensduur niet bij de buitengewone belastingscombinaties als bedoeld in NEN-EN 1990, als dit leidt tot het bezwijken van een andere bouwconstructie die niet in de directe nabijheid ligt van die bouwconstructie. Daarbij wordt uitgegaan van de bekende buitengewone belastingen als bedoeld in NEN-EN 1991. 2 Een dak of een vloerafscheiding bezwijkt gedurende de in NEN-EN 1990 bedoelde ontwerplevensduur niet bij de buitengewone belastingscombinaties als bedoeld in NEN-EN 1990. Daarbij wordt uitgegaan van stootbelastingen als bedoeld in NEN-EN 1991. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 Bepalingsmethode#
Artikel 2.4 Bepalingsmethode 1 artikelen 2.2 2.3 Het niet bezwijken als bedoeld in deenwordt bepaald volgens: a. NEN-EN 1999 of NEN-EN 1993, indien de constructie is vervaardigd van metaal als bedoeld in die normen; b. NEN-EN 1992 of NEN-EN 1996, indien de constructie is vervaardigd van steenachtig materiaal als bedoeld in die normen; c. NEN-EN 1994, indien de constructie is vervaardigd van staal-beton als bedoeld in die norm; d. NEN-EN 1995, indien de constructie is vervaardigd van hout als bedoeld in die norm; e. NEN 2608, indien de constructie is vervaardigd van glas als bedoeld in die norm, of f. NEN 6707, indien de constructie van de bevestiging van de dakbedekking is vervaardigd van materiaal als bedoeld in die norm. 2 artikelen 2.2 2.3 Indien een ander materiaal of een andere bepalingsmethode is toegepast dan aangegeven in het eerste lid, wordt het niet bezwijken als bedoeld in deenbepaald volgens NEN-EN 1990. 3 artikelen 2.2 2.3 Bij een niet in een woongebouw of logiesgebouw gelegen gebruiksfunctie kan bij het bepalen van het niet bezwijken als bedoeld in deenrekening worden gehouden met de stabiliteitsvoorziening van een op een aangrenzend perceel gelegen gebruiksfunctie van dezelfde soort. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 Verbouw#
Artikel 2.5 Verbouw artikelen 2.2 tot en met 2.4 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het niveau zoals aangegeven in NEN 8700. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.5a — Artikel 2.5a Tijdelijke bouw#
Artikel 2.5a Tijdelijke bouw 1 artikelen 2.2 2.4 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk met een ontwerplevensduur van 5 jaar als bedoeld in NEN-EN 1990 zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 2 artikelen 2.2 tot en met 2.4 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk met een ontwerplevensduur van 15 jaar als bedoeld in NEN-EN 1990 zijn devan overeenkomstige toepassing. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 2.5b — Artikel 2.5b Aardbevingen#
Artikel 2.5b Aardbevingen artikelen 2.2 tot en met 2.5a In aanvulling op het bepaalde in dekunnen met betrekking tot de belastingen op bouwwerken door aardbevingen als gevolg van de gaswinning in de provincie Groningen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 2.5c — Artikel 2.5c Drijvende bouwwerken#
Artikel 2.5c Drijvende bouwwerken artikelen 2.2 tot en met 2.5a In aanvulling op het bepaalde in dekunnen met betrekking tot drijvende bouwwerken bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven. 2017 494 20-12-2017 13-12-2017 2017 494 20-12-2017 13-12-2017 01-01-2018
Artikel 2.6 — Artikel 2.6 Aansturingsartikel#
Artikel 2.6 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk is gedurende de restlevensduur voldoende bestand tegen de daarop werkende krachten. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.6 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 2.6 gebruiksfunctie leden van toepassing fundamentele belastingscombinaties bepalingsmethode artikel 2.7 2.8 lid * 1 2 1 Woonfunctie * 1 2 7 Logiesfunctie * 1 2 Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties * 1 – 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.7 — Artikel 2.7 Fundamentele belastingscombinaties#
Artikel 2.7 Fundamentele belastingscombinaties Een bouwconstructie bezwijkt niet gedurende de in NEN 8700 bedoelde restlevensduur bij de fundamentele belastingscombinaties als bedoeld in NEN 8700. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.8 — Artikel 2.8 Uiterste grenstoestand#
Artikel 2.8 Uiterste grenstoestand 1 artikel 2.7 Het niet bezwijken als bedoeld inwordt bepaald volgens NEN 8700. 2 artikel 2.7 Bij een niet in een woongebouw of logiesgebouw gelegen woonfunctie of logiesfunctie kan het bepalen van het niet bezwijken als bedoeld inrekening worden gehouden met de stabiliteitsvoorziening van een op een aangrenzend perceel gelegen gebruiksfunctie van dezelfde soort. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.9 — Artikel 2.9 Aansturingsartikel#
Artikel 2.9 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk kan bij brand gedurende redelijke tijd worden verlaten en doorzocht, zonder dat er gevaar voor instorting is. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.9 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 2.9 gebruiksfunctie leden van toepassing tijdsduur bezwijken bepalingsmethode verbouw artikel 2.10 2.11 2.12 lid 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 2 * 1 Woonfunctie 1 2 3 – – – – – – 1 2 * 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang met bedgebied 1 – – – 5 6 – – – 1 2 * b andere bijeenkomstfunctie 1 – – 4 – 6 – – – 1 2 * 3 Celfunctie 1 – – – 5 6 – – – 1 2 * 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 – – – 5 6 – – – 1 2 * b andere gezondheidszorgfunctie 1 – – 4 – 6 – – – 1 2 * 5 Industriefunctie 1 – – 4 – 6 – – – 1 2 * 6 Kantoorfunctie 1 – – 4 – 6 – – – 1 2 * 7 Logiesfunctie 1 – – – 5 6 7 – – 1 2 * 8 Onderwijsfunctie 1 – – 4 – 6 – – – 1 2 * 9 Sportfunctie 1 – – 4 – 6 – – – 1 2 * 10 Winkelfunctie 1 – – 4 – 6 – – – 1 2 * 11 Overige gebruiksfunctie a voor het personenvervoer 1 – – 4 – 6 – – – 1 2 * b voor het stallen van motorvoertuigen 1 – – 4 – 6 – – – 1 2 * c andere overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 – – – – – – 8 – 1 2 * b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – 9 1 2 * 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.10 — Artikel 2.10 Tijdsduur bezwijken#
Artikel 2.10 Tijdsduur bezwijken 1 Een vloer, trap of hellingbaan waarover of waaronder een vluchtroute voert, bezwijkt niet binnen 30 minuten bij brand in een subbrandcompartiment waarin die vluchtroute niet ligt. Dit geldt niet voor de vloer van een buitenruimte van een woonfunctie. 2 Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin die bouwconstructie niet ligt, niet binnen de in tabel 2.10.1 aangegeven tijdsduur door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan dat brandcompartiment. Voor zover dat brandcompartiment een woonfunctie is, geldt dit niet voor een bouwconstructie van een aan dat brandcompartiment grenzend subbrandcompartiment of grenzende buitenruimte. Tabel 2.10.1 woonfunctie tijdsduur van de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken in minuten Indien geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau 60 Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m en geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau 90 Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau 120 3 2 In afwijking van het tweede lid wordt de in tabel 2.10.1 aangegeven tijdsduur met 30 minuten bekort, indien geen vloer van een verblijfsgebied van de gebruiksfunctie hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau en de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m. 4 Een bouwconstructie van een gebruiksfunctie met een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 5 m boven het meetniveau of lager dan 5 m onder het meetniveau bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwconstructie niet ligt, niet binnen 90 minuten door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan het brandcompartiment. 5 Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwconstructie niet ligt, niet binnen de in tabel 2.10.2 aangegeven tijdsduur door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan het brandcompartiment. Tabel 2.10.2 gebruiksfunctie niet zijnde een woonfunctie tijdsduur van de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken in minuten Indien geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau 60 Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m en geen vloer van een gebruiksgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau 90 Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau 120 6 2 In afwijking van het vierde en vijfde lid, wordt de tijdsduur met 30 minuten bekort, indien de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m. 7 2 Het vijfde lid geldt niet voor een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 100 m. 8 Een bouwconstructie van een tunnel bezwijkt niet binnen 60 minuten en voor zover deze onder open water ligt niet binnen 120 minuten bij brand in de tunnel. 9 Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwconstructie niet ligt, niet binnen een tijdsduur die afhankelijk van de bestemming en inrichting van het bouwwerk redelijkerwijs nodig is om het bouwwerk bij brand te kunnen verlaten en te doorzoeken, door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan het brandcompartiment. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 2.11 — Artikel 2.11 Bepalingsmethode#
Artikel 2.11 Bepalingsmethode 1 artikel 2.10 Bij het bepalen van het bezwijken van een bouwconstructie, als bedoeld in, wordt uitgegaan van de buitengewone belastingscombinaties die volgens NEN-EN 1990 kunnen optreden bij brand. 2 artikel 2.10 De tijdsduur van het bezwijken als bedoeld inwordt afhankelijk van het materiaal van de bouwconstructie bepaald volgens: a. NEN-EN 1992; b. NEN-EN 1993; c. NEN-EN 1994; d. NEN-EN 1995; e. NEN-EN 1996; f. NEN-EN 1999, of g. NEN 6069. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.12 — Artikel 2.12 Verbouw#
Artikel 2.12 Verbouw artikelen 2.10 2.11 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn deenvan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in artikel 2.10 aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en waarbij, in afwijking van artikel 2.11, eerste lid, wordt uitgegaan van de buitengewone belastingscombinaties die volgens NEN 8700 kunnen optreden bij brand. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.13 — Artikel 2.13 Aansturingsartikel#
Artikel 2.13 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk kan bij brand gedurende enige tijd worden verlaten en doorzocht zonder dat er gevaar is voor instorting. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.13 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 2.13 gebruiksfunctie leden van toepassing tijdsduur bezwijken bepalingsmethode artikel 2.14 2.15 lid 1 2 3 4 5 6 7 1 2 1 Woonfunctie 1 2 – – – – – 1 2 2 Bijeenkomstfunctie 1 – 3 – – – – 1 2 3 Celfunctie 1 – – 4 – – – 1 2 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 – – 4 – – – 1 2 b andere gezondheidszorgfunctie 1 – 3 – – – – 1 2 5 Industriefunctie 1 – 3 – – – – 1 2 6 Kantoorfunctie 1 – 3 – – – – 1 2 7 Logiesfunctie 1 – – 4 5 – – 1 2 8 Onderwijsfunctie 1 – 3 – – – – 1 2 9 Sportfunctie 1 – 3 – – – – 1 2 10 Winkelfunctie 1 – 3 – – – – 1 2 11 Overige gebruiksfunctie a voor het personenvervoer 1 – 3 – – – – 1 2 b andere overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 – – – – 6 – 1 2 b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – 7 1 2 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.14 — Artikel 2.14 Tijdsduur bezwijken#
Artikel 2.14 Tijdsduur bezwijken 1 Een vloer, trap of hellingbaan, waarover of waaronder een beschermde route voert, bezwijkt niet binnen 20 minuten bij brand in een subbrandcompartiment waarin die beschermde route niet ligt. 2 Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin die bouwconstructie niet ligt, niet binnen de in tabel 2.14.1 aangegeven tijdsduur door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan dat brandcompartiment. Dit geldt dit niet voor een bouwconstructie van een aan dat brandcompartiment grenzend subbrandcompartiment of grenzende buitenruimte. Tabel 2.14.1 woonfunctie tijdsduur van de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken in minuten Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m en niet hoger dan 13 m boven het meetniveau 30 Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau 60 3 Een bouwconstructie van een gebruiksfunctie met een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 5 m boven het meetniveau bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwconstructie niet ligt, niet binnen 30 minuten door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan het brandcompartiment. 4 Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwconstructie niet ligt, niet binnen de in tabel 2.14.2 aangegeven tijdsduur door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan het brandcompartiment. Tabel 2.14.2 gebruiksfunctie tijdsduur van de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken in minuten Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m en niet hoger dan 13 m boven het meetniveau 30 Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau 60 5 2 Het vierde lid geldt niet voor een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 100 m. 6 Een bouwconstructie van een tunnel bezwijkt niet binnen 30 minuten en voor zover deze onder open water ligt niet binnen 60 minuten bij brand in de tunnel. 7 Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwconstructie niet ligt, niet binnen een tijdsduur die afhankelijk van de bestemming en inrichting van het bouwwerk redelijkerwijs nodig is om het bouwwerk bij brand te kunnen verlaten en te doorzoeken, door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan het brandcompartiment. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.15 — Artikel 2.15 Bepalingsmethode#
Artikel 2.15 Bepalingsmethode 1 artikel 2.14 Bij het bepalen van het bezwijken van een bouwconstructie als bedoeld inwordt uitgegaan van de buitengewone belastingscombinaties die volgens NEN 8700 kunnen optreden bij brand. 2 artikel 2.14 De tijdsduur van het bezwijken als bedoeld inwordt bepaald volgens NEN 6069. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.16 — Artikel 2.16 Aansturingsartikel#
Artikel 2.16 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk bevat voorzieningen waardoor het vallen van een vloer, een trap en een hellingbaan zo veel mogelijk wordt voorkomen. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.16 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 2.16 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarden Aanwezigheid Hoogte Openingen overklauterbaarheid verbouw Openingen artikel 2.17 2.18 2.19 2.20 2.21 2.19 lid 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 1 2 * 1 [m] 1 Woonfunctie 1 2 3 4 – 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 – 1 – * 0,2 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar 1 2 3 4 – 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 – 1 – * 0,1 b andere kinderopvang 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 – 1 – * 0,2 c andere bijeenkomstfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 – 1 2 3 4 5 1 2 * 0,5 3 Celfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 5 1 2 * 0,3 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 5 1 2 * 0,5 5 Industriefunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 – 3 4 – – – * 0,5 6 Kantoorfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 5 1 2 * 0,5 7 Logiesfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 5 1 2 * 0,5 8 Onderwijsfunctie a basisonderwijs 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 – 1 – * 0,2 b andere onderwijsfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 5 1 2 * 0,5 9 Sportfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 – 1 2 3 4 5 1 2 * 0,5 10 Winkelfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 5 1 2 * 0,5 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 5 1 2 * 0,5 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a. voor langzaam verkeer 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 6 1 – 3 4 – – – * 0,5 b. ander bouwwerk geen gebouw zijnde 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 – 1 – 3 4 – – – * 0,5 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 2.17 — Artikel 2.17 Aanwezigheid#
Artikel 2.17 Aanwezigheid 1 Een voor personen bestemde vloer heeft bij een rand een niet beweegbare afscheiding als die rand meer dan 1 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water. 2 artikel 2.27 Een trap als bedoeld inheeft, voor zover een zijkant van een tredevlak meer dan 1 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een niet beweegbare afscheiding. 3 artikel 2.27 Een hellingbaan als bedoeld inheeft, voor zover een zijkant van de vloer meer dan 1 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een niet beweegbare afscheiding. 4 Het eerste lid geldt niet ter plaatse van de aansluiting van de vloer aan: a. een trap, en b. een hellingbaan. 5 Onverminderd het vierde lid geldt het eerste lid niet voor: a. een rand van een podium; b. een rand van een vloer die aan een bassin grenst; c. een rand van een laadvloer; d. een rand van een perron, en e. een met een rand als bedoeld onder a tot en met d, gelijk te stellen rand van een vloer. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.18 — Artikel 2.18 Hoogte#
Artikel 2.18 Hoogte 1 artikel 2.17, eerste lid Een vloerafscheiding als bedoeld in, heeft een hoogte van ten minste 1 m, gemeten vanaf de vloer. 2 In afwijking van het eerste lid heeft een vloer die hoger ligt dan 13 m boven een aangrenzende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, een vloerafscheiding een hoogte van ten minste 1,2 m, gemeten vanaf de vloer. 3 artikel 2.17, eerste lid In afwijking van het eerste en tweede lid heeft een afscheiding als bedoeld in, ter plaatse van een al dan niet beweegbaar raam een hoogte van ten minste 0,85 m, gemeten vanaf de vloer. 4 In afwijking van het eerste lid, heeft een vloerafscheiding een vanaf de vloer gemeten hoogte van ten minste 0,7 m, indien de som van die hoogte en de breedte van de bovenregel ten minste 1,1 m is. 5 artikel 2.17, tweede of derde lid Een afscheiding als bedoeld in, heeft een hoogte van ten minste 0,85 m, gemeten vanaf de voorkant van de tredevlakken of vanaf de vloer van de hellingbaan. 6 artikel 2.17, eerste lid In afwijking van het eerste en tweede lid heeft een vloer waarvan een vloerafscheiding als bedoeld in, direct is gelegen naast een pad of strook bedoeld voor langzaam verkeer, een vloerafscheiding met een hoogte van ten minste 1,3 m, gemeten vanaf de vloer. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 2.19 — Artikel 2.19 Openingen#
Artikel 2.19 Openingen 1 artikel 2.17 tabel 2.16 Een afscheiding als bedoeld inheeft geen openingen waardoor een bol kan passeren met een doorsnede groter dan de inaangegeven diameter. 2 artikel 2.17 In afwijking van het eerste lid heeft een afscheiding als bedoeld intot een hoogte van 0,7 m boven een vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan geen openingen waardoor een bol kan passeren met een doorsnede groter dan 0,1 m. 3 artikel 2.17 De horizontaal gemeten afstand tussen een vloer, een trap of een hellingbaan en een afscheiding als bedoeld inis niet groter dan 0,05 m. 4 artikel 2.17 De bovenregel van een inbedoelde afscheiding heeft geen onderbreking van meer dan 0,1 m. 5 Het tweede lid is niet van toepassing op een vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan, of een gedeelte daarvan, niet bestemd voor kinderen jonger dan 12 jaar. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 2.20 — Artikel 2.20 Overklauterbaarheid#
Artikel 2.20 Overklauterbaarheid 1 artikel 2.17 Een afscheiding als bedoeld inof een constructieonderdeel dat, installatie die of onderdeel van een installatie dat aan of naast een dergelijke afscheiding is geplaatst, heeft, ter voorkoming van het overklauteren, geen opstapmogelijkheden tussen 0,2 m en 0,7 m boven een vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan, of een gedeelte daarvan, niet bestemd voor kinderen jonger dan 12 jaar. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 2.21 — Artikel 2.21 Verbouw#
Artikel 2.21 Verbouw 1 artikelen 2.17 tot en met 2.20 Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2 artikel 2.18, zesde lid Bij het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk geen gebouw zijnde, geldt in afwijking van het eerste lid het in, aangegeven niveau van eisen. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 2.22 — Artikel 2.22 Aansturingsartikel#
Artikel 2.22 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk bevat voorzieningen waardoor het vallen van een vloer, een trap of een hellingbaan redelijkerwijs wordt voorkomen. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.22 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 2.22 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarden aanwezigheid hoogte openingen openingen artikel 2.23 2.24 2.25 2.25 lid 1 2 3 4 5 1 2 3 4 1 2 1 [m] 1 Woonfunctie 1 2 3 4 – 1 2 3 4 1 2 0,2 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar 1 2 3 4 5 1 2 3 4 1 2 0,1 b andere bijeenkomstfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 4 – 2 – Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties 1 2 3 4 5 1 2 3 4 – 2 – 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.23 — Artikel 2.23 Aanwezigheid#
Artikel 2.23 Aanwezigheid 1 Een voor personen bestemde vloer heeft bij een rand een afscheiding als die rand meer dan 1,5 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water. 2 Een trap heeft, voor zover een zijkant van een tredevlak meer dan 1,5 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een niet beweegbare afscheiding. 3 Een hellingbaan heeft, indien een zijkant van de vloer meer dan 1,5 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een niet beweegbare afscheiding. 4 Het eerste lid geldt niet ter plaatse van de aansluiting van de vloer aan: a. een trap, of b. een hellingbaan. 5 Onverminderd het vierde lid geldt het eerste lid niet voor: a. een rand van een podium; b. een rand van een vloer die aan een bassin grenst; c. een rand van een laadvloer; d. een rand van een perron, en e. een met een rand als bedoeld onder a tot en met d, gelijk te stellen rand van een vloer. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.24 — Artikel 2.24 Hoogte#
Artikel 2.24 Hoogte 1 artikel 2.23, eerste lid Een vloerafscheiding als bedoeld in, heeft een hoogte van ten minste 0,9 m, gemeten vanaf de vloer. 2 artikel 2.23, eerste lid In afwijking van het eerste lid heeft een afscheiding als bedoeld in, ter plaatse van een al dan niet beweegbaar raam een hoogte van ten minste 0,6 m, gemeten vanaf de vloer. 3 In afwijking van het eerste lid, heeft een vloerafscheiding een vanaf de vloer gemeten hoogte van ten minste 0,6 m, indien de som van die hoogte en de breedte van de bovenregel ten minste 1 m is. 4 artikel 2.23, tweede en derde lid Een afscheiding als bedoeld in, heeft een hoogte van ten minste 0,6 m, gemeten vanaf de voorkant van de tredevlakken of vanaf de vloer van de hellingbaan. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.25 — Artikel 2.25 Openingen#
Artikel 2.25 Openingen 1 artikel 2.23 tabel 2.22 Een afscheiding als bedoeld inheeft tot een hoogte van 0,6 m boven een vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan, geen openingen waardoor een bol kan passeren met een doorsnede groter dan de inaangegeven diameter. 2 artikel 2.23 De horizontaal gemeten afstand tussen een vloer, een trap of een hellingbaan en een afscheiding als bedoeld in, is niet groter dan 0,1 m. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 2.26 — Artikel 2.26 Aansturingsartikel#
Artikel 2.26 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk heeft voorzieningen voor het veilig overbruggen van hoogteverschillen door personen. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze paragraaf. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.27 — Artikel 2.27 Voorziening bij hoogteverschil#
Artikel 2.27 Voorziening bij hoogteverschil 1 Een hoogteverschil van meer dan 0,21 m tussen vloeren waarover een vluchtroute voert en tussen vloeren van verblijfsgebieden, verblijfsruimten, toiletruimten, badruimten, of voor bezoekers bestemde vloeren, vloeren van een verkeersroute die deze ruimten met elkaar verbindt of tussen een van die vloeren en het aansluitende terrein wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan. 2 Voor zover de vluchtroute door een wegtunnelbuis voert, geldt in afwijking van het eerste lid een hoogteverschil van meer dan 0,3 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.28 — Artikel 2.28 Verbouw#
Artikel 2.28 Verbouw artikel 2.27 Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk isvan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.29 — Artikel 2.29 Tijdelijke bouw#
Artikel 2.29 Tijdelijke bouw artikel 2.27 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk isvan toepassing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.30 — Artikel 2.30 Aansturingsartikel#
Artikel 2.30 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk heeft in een vluchtroute voorzieningen voor het veilig overbruggen van hoogteverschillen door personen. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van het voorschrift in deze paragraaf. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.31 — Artikel 2.31 Voorziening bij hoogteverschil#
Artikel 2.31 Voorziening bij hoogteverschil 1 Een hoogteverschil van meer dan 0,22 m tussen vloeren waarover een vluchtroute voert, of tussen een van die vloeren en het aansluitende terrein, wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan. 2 Voor zover de vluchtroute door een wegtunnelbuis voert, geldt in afwijking van het eerste lid een hoogteverschil van meer dan 0,3 m. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 2.32 — Artikel 2.32 Aansturingsartikel#
Artikel 2.32 Aansturingsartikel 1 artikel 2.27 Een te bouwen trap die een hoogteverschil als bedoeld inoverbrugt, kan veilig worden gebruikt. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.32 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 2.32 gebruiksfunctie leden van toepassing afmetingen markering trap trapbordes leuning regenwerend verbouw artikel 2.33 2.33a 2.34 2.35 2.36 2.37 lid 1 2 * * 1 2 * * 1 Woonfunctie 1 2 – * 1 – * * 2 Bijeenkomstfunctie a. voor alcoholgebruik 1 2 * * 1 2 * * b. voor het aanschouwen van sport, voor film, voor muziek of voor theater 1 2 * * 1 2 * * c. overige bijeenkomstfunctie 1 2 – * 1 – – * 3 Celfunctie 1 2 – * 1 – – * 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 * * 1 2 – * 5 Industriefunctie 1 – – * 1 – – * 6 Kantoorfunctie 1 2 – * 1 – – * 7 Logiesfunctie 1 2 – * 1 – – * 8 Onderwijsfunctie 1 2 – * 1 – – * 9 Sportfunctie 1 2 – * 1 – – * 10 Winkelfunctie 1 2 * * 1 2 – * 11 Overige gebruiksfunctie 1 – – * 1 – – * 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde 1 – – * 1 – – * 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 2.33 — Artikel 2.33 Afmetingen trap#
Artikel 2.33 Afmetingen trap 1 artikel 2.27 Een trap als bedoeld in, heeft afmetingen die voldoen aan tabel 2.33. 2 Een trap overbrugt een hoogteverschil van niet meer dan 4 meter. Tabel 2.33 afmetingen van een trap reguliere trap trap uitsluitend voor ontvluchten woonfunctie andere gebruiksfunctie alle gebruiksfuncties Minimum breedte van de trap 0,8 m 0,8 m 0,8 m Minimum vrije hoogte boven de trap 2,3 m 2,1 m 2,1 m Minimum aantrede ter plaatse van de klimlijn, gemeten loodrecht op de voorkant van de trede 0,22 m 0,185 m 0,185 m Maximum hoogte van een optrede 0,188 m 0,21 m 0,21 m Minimum breedte van het tredevlak, gemeten loodrecht op de voorkant van dat vlak 0,05 m 0,05 m 0,05 m Minimum breedte van het tredevlak ter plaatse van de klimlijn, gemeten loodrecht op de voorkant van dat vlak 0,23 m 0,23 m 0,23 m Minimum afstand van de klimlijn tot de zijkanten van de trap 0,3 m 0,3 m 0,3 m 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.33a — Artikel 2.33a markering trap#
Artikel 2.33a markering trap artikel 2.27 Een trap als bedoeld in, is op de bovenste en onderste trederand over de volle breedte voorzien van een markering van ten minste 50 mm met een hoog contrast. De overige treden zijn aan beide zijkanten voorzien van markeringen van ten minste 50 mm met een hoog contrast. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 2.34 — Artikel 2.34 Trapbordes#
Artikel 2.34 Trapbordes artikel 2.27 Een trap als bedoeld in, sluit bij de bovenste trede, over de breedte van de trap, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,8 m x 0,8 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.35 — Artikel 2.35 Leuning#
Artikel 2.35 Leuning 1 artikel 2.27 Een trap als bedoeld invoor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1 m en met een helling ter plaatse van de klimlijn groter dan 2:3 heeft aan ten minste een zijkant een leuning. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,8 m en ten hoogste 1 m. 2 Een trap als bedoeld in het eerste lid heeft aan beide zijkanten een leuning die aan het begin en aan het einde van de trap ten minste 30 cm horizontaal doorloopt. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 2.36 — Artikel 2.36 Regenwerend#
Artikel 2.36 Regenwerend Een gemeenschappelijke verkeersruimte met een trap voor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1,5 m, is ter plaatse van die trap, bepaald volgens NEN 2778, regenwerend. Dit geldt niet voor een trap die uitsluitend bestemd is om het bouwwerk te ontvluchten. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.37 — Artikel 2.37 Verbouw#
Artikel 2.37 Verbouw artikelen 2.33 tot en met 2.36 Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.38 — Artikel 2.38 Aansturingsartikel#
Artikel 2.38 Aansturingsartikel 1 artikel 2.31 Een bestaande trap in een vluchtroute die een hoogteverschil als bedoeld inoverbrugt, kan veilig worden gebruikt. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze paragraaf. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.39 — Artikel 2.39 Afmetingen trap#
Artikel 2.39 Afmetingen trap artikel 2.31 Een trap als bedoeld in, heeft afmetingen die voldoen aan tabel 2.39. Tabel 2.39 afmetingen van een trap Minimum breedte van de trap 0,7 m Minimum vrije hoogte boven de trap 1,9 m Minimum aantrede ter plaatse van de klimlijn, gemeten loodrecht op de voorkant van de trede 0,13 m Maximum hoogte van een optrede 0,22 m Minimum afstand van de klimlijn tot de zijkanten van de trap 0,2 m 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.40 — Artikel 2.40 Trapbordes#
Artikel 2.40 Trapbordes artikel 2.31 Een trap als bedoeld in, sluit bij de bovenste trede, over de breedte van de trap, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.41 — Artikel 2.41 Leuning#
Artikel 2.41 Leuning artikel 2.31 Een trap als bedoeld inwaarvan de helling ter plaatse van de klimlijn groter is dan 2:3 heeft, voor zover een hoogteverschil is overbrugd van meer dan 1,5 m, aan ten minste een zijkant een leuning. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,6 m en ten hoogste 1 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.42 — Artikel 2.42 Aansturingsartikel#
Artikel 2.42 Aansturingsartikel 1 artikel 2.27 Een te bouwen hellingbaan die een hoogteverschil als bedoeld inoverbrugt, kan veilig worden gebruikt. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze paragraaf. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.43 — Artikel 2.43 Afmetingen hellingbaan#
Artikel 2.43 Afmetingen hellingbaan artikelen 2.27 6.49 Een hellingbaan als bedoeld in deen, heeft een breedte van ten minste 1,1 m, een hoogte van niet meer dan 1 m en een helling van ten hoogste: a. 1 : 12 indien het hoogteverschil niet groter is dan 0,25 m; b. 1 : 16 indien het hoogteverschil groter is dan 0,25 m, maar niet groter dan 0,5 m, en c. 1 : 20 indien het hoogteverschil groter is dan 0,5 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.44 — Artikel 2.44 Hellingbaanbordes#
Artikel 2.44 Hellingbaanbordes artikelen 2.27 6.49 Een hellingbaan als bedoeld in deen, sluit aan de bovenzijde, over de breedte van de hellingbaan, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 1,4 m x 1,4 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.45 — Artikel 2.45 Geleiderand#
Artikel 2.45 Geleiderand artikel 2.27 Een hellingbaan als bedoeld in, heeft aan de zijkant een aaneengesloten geleiderand, met een vanaf de vloer van de hellingbaan gemeten hoogte van ten minste 0,04 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.46 — Artikel 2.46 Verbouw#
Artikel 2.46 Verbouw artikelen 2.43 tot en met 2.45 Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.47 — Artikel 2.47 Aansturingsartikel#
Artikel 2.47 Aansturingsartikel 1 artikel 2.31 Een bestaande hellingbaan in een vluchtroute die een hoogteverschil als bedoeld inoverbrugt, kan veilig worden gebruikt. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze paragraaf. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.48 — Artikel 2.48 Afmetingen hellingbaan#
Artikel 2.48 Afmetingen hellingbaan artikel 2.31 Een hellingbaan als bedoeld inheeft een breedte van ten minste 0,7 m en een helling van ten hoogste 1:10. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.49 — Artikel 2.49 Hellingbaanbordes#
Artikel 2.49 Hellingbaanbordes artikel 2.31 Een hellingbaan als bedoeld insluit aan de bovenzijde, over de breedte van de hellingbaan, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.50 — Artikel 2.50 Aansturingsartikel#
Artikel 2.50 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige beweegbare constructieonderdelen dat deze geen hinder veroorzaken bij het vluchten door en bij het gebruik van een aangrenzende openbare ruimte. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze paragraaf. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.51 — Artikel 2.51 Hinder#
Artikel 2.51 Hinder 1 Een beweegbaar constructieonderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een voor motorvoertuigen openstaande weg of boven een strook van 0,6 m grenzend aan die weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 4,2 m boven die weg of strook. 2 Een beweegbaar constructieonderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een niet voor motorvoertuigen openstaande weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 2,2 m boven die weg. Dit voorschrift geldt niet voor een nooddeur. 3 Een beschermde vluchtroute die langs een beweegbaar constructieonderdeel voert, heeft met het constructieonderdeel in geopende stand, een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,6 m en een hoogte van ten minste 2,2 m. 4 2 Het eerste tot en met derde lid gelden niet voor een deur van een ruimte met een vloeroppervlakte van minder dan 0,5 m. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 2.52 — Artikel 2.52 Verbouw#
Artikel 2.52 Verbouw artikel 2.51, eerste lid Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk is, niet van toepassing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.53 — Artikel 2.53 Tijdelijke bouw#
Artikel 2.53 Tijdelijke bouw artikel 2.51, tweede tot en met vierde lid Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk is, van toepassing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.54 — Artikel 2.54 Aansturingsartikel#
Artikel 2.54 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk heeft zodanige beweegbare constructieonderdelen dat deze geen hinder veroorzaken bij het vluchten en bij het gebruik van een aangrenzende openbare ruimte. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van het voorschrift in deze paragraaf. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.55 — Artikel 2.55 Hinder#
Artikel 2.55 Hinder Een beweegbaar constructieonderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een voor motorvoertuigen openstaande weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 4,2 m boven die weg. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.56 — Artikel 2.56 Aansturingsartikel#
Artikel 2.56 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie voldoende wordt beperkt. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze paragraaf. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.57 — Artikel 2.57 Stookplaats#
Artikel 2.57 Stookplaats fl Materiaal ter plaatse van of nabij een stookplaats voldoet aan brandklasse A1 of voor zover het de bovenzijde van een vloer, een trap of een hellingbaan betreft aan brandklasse A1, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1, indien: a. 2 op het materiaal een intensiteit aan warmtestraling kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m, of b. in het materiaal een temperatuur kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 90 °C. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.58 — Artikel 2.58 Schacht, koker of kanaal#
Artikel 2.58 Schacht, koker of kanaal 1 2 Materiaal toegepast aan de binnenzijde van een schacht, een koker of een kanaal grenzend aan meer dan een brandcompartiment of subbrandcompartiment met een inwendige doorsnede groter dan 0,015 m, voldoet aan brandklasse A2, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. een schacht die uitsluitend is bestemd voor een of meer boven elkaar gelegen toiletruimten of badruimten en die niet door andere ruimten voert; b. ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de in dat lid bedoelde binnenzijde, en c. het materiaal van een constructie- of installatieonderdeel dat wordt omsloten door een in dat lid bedoelde schacht, koker of kanaal. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 2.59 — Artikel 2.59 Rookgasafvoer#
Artikel 2.59 Rookgasafvoer 1 Een afvoervoorziening voor rookgas is brandveilig, bepaald volgens NEN 6062. 2 De horizontale afstand tussen de uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas van een op vaste brandstof gestookt toestel en een brandgevaarlijk dak als bedoeld in NEN 6063, van een ander bouwwerk is ten minste 15 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.60 — Artikel 2.60 Opstelplaats open verbrandingstoestel#
Artikel 2.60 Opstelplaats open verbrandingstoestel Een opstelplaats voor een open verbrandingstoestel ligt niet in een toiletruimte, een badruimte, of een ruimte voor het stallen van motorvoertuigen. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.61 — Artikel 2.61 Tijdelijk bouwwerk#
Artikel 2.61 Tijdelijk bouwwerk 2.57 tot en met 2.59 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelenvan toepassing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.62 — Artikel 2.62 Aansturingsartikel#
Artikel 2.62 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk is zodanig dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie voldoende wordt beperkt. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze paragraaf. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.63 — Artikel 2.63 Stookplaats#
Artikel 2.63 Stookplaats 1 Materiaal ter plaatse van of nabij een stookplaats is onbrandbaar, bepaald volgens NEN 6064, indien: a. 2 op het materiaal een intensiteit aan warmtestraling kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m, of b. in het materiaal een temperatuur kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 90 °C. 2 fl Bij toepassing van het eerste lid kan in plaats van onbrandbaar, bepaald volgens NEN 6064 worden uitgegaan van brandklasse A1, of A1, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.64 — Artikel 2.64 Rookgasafvoer#
Artikel 2.64 Rookgasafvoer 1 Een afvoervoorziening voor rookgas is brandveilig. Of de afvoervoorziening brandveilig is kan worden bepaald volgens NEN 8062. 2 De horizontale afstand tussen de uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas van een op vaste brandstof gestookt toestel en een brandgevaarlijk dak als bedoeld in NEN 6063, van een ander bouwwerk is ten minste 15 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.65 — Artikel 2.65 Opstelplaats open verbrandingstoestel#
Artikel 2.65 Opstelplaats open verbrandingstoestel Een opstelplaats voor een open verbrandingstoestel ligt niet in een toiletruimte of een badruimte. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.66 — Artikel 2.66 Aansturingsartikel#
Artikel 2.66 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat brand en rook zich niet snel kunnen ontwikkelen. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.66 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. Tabel 2.66 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarden zijde grenzend aan de bovenzijde elektrische leidingen pijpisolatie binnenlucht buitenlucht binnenoppervlak buitenoppervlak beloopbaar vlak kabels en pijpisolatie vrijgesteld dakoppervlak constructieonderdeel verbouw tijdelijke bouw extra beschermde vluchtroute beschermde vluchtroute overig extra beschermde vluchtroute beschermde vluchtroute overig extra beschermde vluchtroute beschermde vluchtroute overig extra beschermde vluchtroute beschermde vluchtroute overige extra beschermde vluchtroute beschermde vluchtroute overige extra beschermde vluchtroute beschermde vluchtroute overige extra beschermde vluchtroute beschermde vluchtroute overige artikel 2.67 2.68 2.69 2.69a 2.70 2.71 2.72 2.73 2.74 2.67 2.68 2.69 2.69a 2.69a 2.69a 2.69a lid 1 2 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 3 1 2 * 1 2 * 1 en 2 1 1 en 2 1b 3 2b 4 [brandklasse] [brandklasse] [brandklasse] [brandklasse] [brandklasse] [brandklasse] [brandklasse] 1 Woonfunctie a in een woongebouw 1 – 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * 1 – * B B D C C D fl C fl C fl D ca B2 ca B2 ca D ca B2 ca C ca D l B l B l D l C l C l D b 2 voor zorg met een g.o. > 500 m 1 – 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 – – 1 – * 1 – * B B D C C D fl C fl C fl D ca B2 ca B2 ca D ca B2 ca B2 ca D l B l B l D l C l C l D c andere woonfunctie 1 – 1 2 – 4 5 1 2 1 2 – 4 1 2 – 1 – * 1 – * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar 1 – 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 – – 1 – * 1 – * B B D C C D fl C fl D fl D ca B2 ca B2 ca D ca B2 ca B2 ca D l B l B l D l C l C l D b andere bijeenkomstfunctie 1 – 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * 1 – * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 3 Celfunctie 1 – 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 – – 1 – * 1 – * B B C B B D fl C fl C fl C ca B2 ca B2 ca C ca B2 ca B2 ca D l B l B l C l B l B l D 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 – 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 – – 1 – * 1 – * B B D C C D fl C fl D fl D ca B2 ca B2 ca D ca B2 ca B2 ca D l B l B l D l C l C l D b andere gezondheidszorgfunctie 1 – 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * 1 – * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie voor bedrijfsmatig houden van dieren 1 – 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 – – 1 – * 1 2 * B B B C D D fl C fl D fl D ca B2 ca B2 ca B2 ca B2 ca D ca D l B l B l B l C l D l D b andere industriefunctie 1 – 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * 1 – * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 6 Kantoorfunctie 1 – 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * 1 – * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 7 Logiesfunctie 1 – 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * 1 – * B B D C C D fl C fl D fl D ca B2 ca B2 ca D ca B2 ca B2 ca D l B l B l D l C l C l D 8 Onderwijsfunctie 1 – 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * 1 – * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 9 Sportfunctie 1 – 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * 1 – * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 10 Winkelfunctie 1 – 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * 1 – * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 2 * 1 – * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer 1 – 1 2 – 4 5 1 2 1 2 3 4 – – 3 1 2 * 1 – * B B B C D D fl C fl D fl D ca B2 ca B2 ca B2 ca B2 ca D ca D l B l B l B l C l D l D b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – 1 2 – 4 5 1 2 1 2 3 4 – – 3 1 2 * 1 – * – – – C D D fl C fl D fl D – – – ca B2 ca D ca D – – – l C l D l D 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 01-07-2020
Artikel 2.67 — Artikel 2.67 Binnenoppervlak#
Artikel 2.67 Binnenoppervlak 1 tabel 2.66 Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht voldoet aan de inaangegeven brandklasse en aan rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2 In afwijking van het eerste lid, geldt de eis aan de rookklasse uitsluitend bij een beschermde vluchtroute. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.68 — Artikel 2.68 Buitenoppervlak#
Artikel 2.68 Buitenoppervlak 1 tabel 2.66 Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de buitenlucht voldoet aan de inaangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2 Het deel van een zijde van een constructieonderdeel dat grenst aan de buitenlucht en hoger ligt dan 13 m, voldoet aan brandklasse B, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 3 Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de buitenlucht, van een bouwwerk waarvan een voor personen bestemde vloer ten minste 5 m boven het meetniveau ligt, voldoet vanaf het aansluitende terrein tot een hoogte van ten minste 2,5 m aan brandklasse B, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 4 Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op de bovenzijde van een dak. 5 In afwijking van het eerste tot en met derde lid voldoet een deur, een raam, een kozijn en een daaraan gelijk te stellen constructieonderdeel aan brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.69 — Artikel 2.69 Beloopbaar vlak#
Artikel 2.69 Beloopbaar vlak 1 artikel 2.67 tabel 2.66 fl In afwijking vangeldt voor de bovenzijde van een vloer, een trap en een hellingbaan die grenst aan de binnenlucht rookklasse s1en de inaangegeven brandklasse, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2 artikel 2.68 tabel 2.66 In afwijking van degeldt voor een bovenzijde van een vloer, een trap en een hellingbaan die grenst aan de buitenlucht de inaangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 2.69a — Artikel 2.69a Elektrische leidingen en pijpisolatie#
Artikel 2.69a Elektrische leidingen en pijpisolatie 1 artikel 2.67 In afwijking vangeldt voor een elektrische leiding die grenst aan de binnenlucht: a. (ca) (ca) in extra beschermde vluchtroutes rookklasse s1en in overige ruimten rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-6; en b. tabel 2.66 de inaangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-6. 2 artikel 2.67 In afwijking vangeldt voor pijpisolatie die grenst aan de binnenlucht: a. (L) (L) in extra beschermde vluchtroutes rookklasse s1en in overige ruimten rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1; en b. tabel 2.66 de inaangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 3 artikel 2.68 tabel 2.66 In afwijking vangeldt voor een elektrische leiding die grenst aan de buitenlucht de inaangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-6. 4 artikel 2.68 tabel 2.66 In afwijking vangeldt voor pijpisolatie die grenst aan de buitenlucht de inaangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 01-07-2020
Artikel 2.70 — Artikel 2.70 Vrijgesteld#
Artikel 2.70 Vrijgesteld 1 artikelen 2.67 tot en met 2.69a Op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van elke afzonderlijke ruimte, waarvoor volgens deeen eis geldt, is die eis niet van toepassing. 2 artikelen 2.67 2.69a, eerste en tweede lid Onverminderd het eerste lid zijn op ten hoogste 10% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van elke afzonderlijke ruimte waardoor geen beschermde vluchtroute voert, deen, voor wat betreft rookklasse S2, niet van toepassing. 3 artikelen 2.67 tot en met 2.69a Voor bouwwerken geen gebouw zijnde is op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen, waarvoor volgens deeen eis geldt, die eis niet van toepassing. 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 01-07-2020
Artikel 2.71 — Artikel 2.71 Dakoppervlak#
Artikel 2.71 Dakoppervlak 1 De bovenzijde van een dak van een bouwwerk is, bepaald volgens NEN 6063, niet brandgevaarlijk. Dit geldt niet indien het bouwwerk geen voor personen bestemde vloer heeft die hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau, en de brandgevaarlijke delen van het dak ten minste 15 m vanaf de perceelsgrens liggen. Indien het perceel waarop het bouwwerk ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water, openbaar groen, of een perceel dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen of van brandbare niet milieugevaarlijke stoffen wordt die afstand aangehouden tot het hart van de weg, dat water, dat groen of dat perceel. 2 2 Het eerste lid geldt niet voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.72 — Artikel 2.72 Constructieonderdeel#
Artikel 2.72 Constructieonderdeel Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gesteld ter beperking van het ontwikkelen van brand en rook in een constructieonderdeel. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.73 — Artikel 2.73 Verbouw#
Artikel 2.73 Verbouw 1 artikelen 2.67 2.68, eerste, tweede, vierde en vijfde lid 2.69 269a 2.71 Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de,,,envan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2 artikelen 2.67, eerste lid 2.69a, eerste en tweede lid In afwijking van het eerste lid wordt bij het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of vergroten van een bouwwerk bij toepassing van de, en, niet uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 01-07-2020
Artikel 2.74 — Artikel 2.74 Tijdelijke bouw#
Artikel 2.74 Tijdelijke bouw artikelen 2.68, derde lid 2.71 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de, envan toepassing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.75 — Artikel 2.75 Aansturingsartikel#
Artikel 2.75 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk is zodanig dat brand en rook zich niet snel kunnen ontwikkelen. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.75 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 2.75 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarden zijde grenzend aan de binnenlucht buitenlucht binnenoppervlak buitenoppervlak beloopbaar vlak vrijgesteld Toepassing Euroklassen extra beschermde vluchtroute beschermde route overig extra beschermde vluchtroute beschermde route overig artikel 2.76 2.77 2.78 2.79 2.80 2.76 2.77 lid 1 2 3 4 1 2 3 1 2 3 1 2 * 1 1 [brandklasse] [brandklasse] 1 Woonfunctie a in een woongebouw 1 2 3 – 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 2 4 2 2 4 b andere woonfunctie 1 – 3 – 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 2 Bijeenkomstfunctie 1 – 3 – 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 3 Celfunctie 1 – 3 4 1 2 3 1 2 3 1 – * 1 1 4 1 1 4 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 2 3 – 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 2 4 2 4 4 b andere gezondheidszorgfunctie 1 – 3 – 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 5 Industriefunctie 1 – 3 – 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 6 Kantoorfunctie 1 – 3 – 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 2 3 – 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 2 4 2 4 4 b andere logiesfunctie 1 – 3 – 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 8 Onderwijsfunctie 1 – 3 – 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 9 Sportfunctie 1 – 3 – 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 10 Winkelfunctie 1 – 3 – 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a tunnel of tunnelvorming bouwwerk voor verkeer – – 3 – 1 2 3 1 2 3 – 2 * – – – 2 4 4 b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – 1 2 3 1 2 3 – 2 * – – – 2 4 4 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 2.76 — Artikel 2.76 Binnenoppervlak#
Artikel 2.76 Binnenoppervlak 1 tabel 2.75 -1 Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht heeft een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de inaangegeven brandklasse en een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 10 m. 2 -1 In afwijking van het eerste lid heeft een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een beschermde route voert een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m. 3 -1 In afwijking van het eerste lid heeft een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m. 4 -1 In afwijking van het eerste lid heeft een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht in een cel een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.77 — Artikel 2.77 Buitenoppervlak#
Artikel 2.77 Buitenoppervlak 1 tabel 2.75 Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de buitenlucht heeft een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de inaangegeven brandklasse. 2 In afwijking van het eerste lid hebben een deur, een raam, een kozijn of een daaraan gelijk te stellen constructieonderdeel een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting die voldoet aan klasse 4. 3 Het eerste lid geldt niet voor de bovenzijde van een dak. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.78 — Artikel 2.78 Beloopbaar vlak#
Artikel 2.78 Beloopbaar vlak 1 artikel 2.76 -1 In afwijking vangeldt voor de bovenzijde van een vloer, een trap of een hellingbaan, die grenst aan de binnenlucht een volgens NEN 1775 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting van klasse T3 en een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 10 m. 2 artikel 2.77 In afwijking vangeldt voor de bovenzijde van een vloer, trap of een hellingbaan, die grenst aan de buitenlucht een volgens NEN 1775 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting van klasse T3. 3 In afwijking van het eerste en tweede lid geldt voor de bovenzijde van een vloer, een trap of een hellingbaan, waarover een extra beschermde vluchtroute voert een volgens NEN 1775 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting van klasse T1. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 2.79 — Artikel 2.79 Vrijgesteld#
Artikel 2.79 Vrijgesteld 1 artikelen 2.76 tot en met 2.78 Op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van elke afzonderlijke ruimte, waarvoor volgens deeen eis geldt, is die eis niet van toepassing. 2 artikelen 2.76 tot en met 2.78 Voor bouwwerken geen gebouw zijnde is op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen, waarvoor volgens deeen eis geldt, die eis niet van toepassing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.80 — Artikel 2.80 Toepassing Euroklassen#
Artikel 2.80 Toepassing Euroklassen artikelen 2.76 tot en met 2.78 Bij toepassing van dekan in plaats van: a. brandklasse 1 en bepaald volgens NEN 6065 worden uitgegaan van brandklasse B bepaald volgens NEN-EN 13501-1; b. brandklasse 2 bepaald volgens NEN 6065 in een besloten ruimte worden uitgegaan van brandklasse B en in een niet besloten ruimte van brandklasse C beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1; c. brandklasse 3 bepaald volgens NEN 6065 worden uitgegaan van brandklasse C bepaald volgens NEN-EN 13501-1; d. brandklasse 4 bepaald volgens NEN 6065 worden uitgegaan van brandklasse D bepaald volgens NEN-EN 13501-1; e. fl brandklasse T1 bepaald volgens NEN 1775 worden uitgegaan van brandklasse C, bepaald volgens NEN-EN 13501-1; f. fl brandklasse T3 bepaald volgens NEN 1775 worden uitgegaan van brandklasse D, bepaald volgens volgens NEN-EN 13501-1, en g. -1 -1 een rookproductie met een rookdichtheid van ten hoogste 10 mof 5,4bepaald volgens NEN 6066 worden uitgegaan van rookklasse s2 bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.81 — Artikel 2.81 Aansturingsartikel#
Artikel 2.81 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat de kans op een snelle uitbreiding van brand voldoende wordt beperkt. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.81 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 2.81 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarden ligging omvang wbdbo verbouw tijdelijke bouw omvang artikel 2.82 2.83 2.84 2.85 2.86 2.83 lid 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 * * 1 1 Woonfunctie 2 [m] a woonwagen 1 – 3 4 – – – – – 2 – – – – – – – – – – – – – – – – 8 9 10 – – – – b andere woonfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – 5 6 7 – – – – 1 2 3 – – – 7 8 – – – * * 1.000 2 Bijeenkomstfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 8 – – – 1 – – 4 – – 7 8 – – – * * 1.000 3 Celfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 – 9 – – 1 – – – – – – 8 – – – * * 1.000 4 Gezondheidszorgfunctie – a met bedgebied 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – 10 – 1 – – – – – – 8 – – – * * 1.000 b andere gezondheidszorgfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – – – 1 – – 4 – – 7 8 – – – * * 1.000 5 Industriefunctie – a lichte industriefunctie 1 – 3 4 5 6 7 8 1 – 3 – – – 7 – – – – 1 – – 4 5 – 7 8 – – – * * 2.500 b lichte industriefunctie voor bedrijfsmatig houden van dieren 1 – – 4 5 6 7 8 1 – 3 – – – – – – – 11 1 – – 4 5 6 7 8 – – 11 * * 2.500 c andere industriefunctie 1 – 3 4 5 6 – – 1 – 3 – – – 7 – – – – 1 – – 4 5 – 7 8 – – – * * 2.500 6 Kantoorfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 8 – – – 1 – – 4 – – 7 8 – – – * * 1.000 7 Logiesfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – – – 1 – – 4 – – 7 8 – – – * * 500 8 Onderwijsfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 8 – – – 1 – – 4 – – 7 8 – – – * * 1.000 9 Sportfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – – – 1 – – 4 – – 7 8 – – – * * 1.000 10 Winkelfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 8 – – – 1 – – 4 – – 7 8 – – – * * 1.000 11 Overige gebruiksfunctie a voor het stallen van motorvoertuigen 1 – 3 4 5 – 7 – 1 – 3 – – – 7 8 – – – 1 – – 4 – – 7 8 – – – * * 1.000 b ander overige gebruiksfunctie 1 – 3 4 5 6 7 – 1 – 3 – – – 7 8 – – – 1 – – 4 – – 7 8 – – – * * 1.000 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a Wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 2 3 4 – – – – – – – 4 – – – – – – – 1 – – – – – – 8 – – – * – – b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 01-07-2020
Artikel 2.82 — Artikel 2.82 Ligging#
Artikel 2.82 Ligging 1 Een besloten ruimte ligt in een brandcompartiment. 2 Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m ligt in een brandcompartiment. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. een toiletruimte; b. een badruimte; c. een liftschacht, indien de constructieonderdelen aan de binnenzijde van de schacht voldoen aan brandklasse B en aan rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1, en d. 2 een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 mniet bestemd voor een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW. 4 In afwijking van het eerste lid voert een extra beschermde vluchtroute niet door een brandcompartiment. 5 Een niet besloten gebruiksgebied ligt in een brandcompartiment. 6 2 2 Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een of meer gebruiksfuncties van dezelfde soort met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 men een vuurbelasting niet groter dan 500 MJ/m, bepaald volgens NEN 6090. 7 2 2 Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m. Deze uitzondering geldt niet indien het bouwwerk aan een of meer andere bouwwerken grenst en de gezamenlijke gebruiksoppervlakte groter is dan 50 m. 8 2 Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een lichte industriefunctie uitsluitend bestemd voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting niet groter dan 150 MJ/m, bepaald volgens NEN 6090. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 2.83 — Artikel 2.83 Omvang#
Artikel 2.83 Omvang 1 tabel 2.81 Een brandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte die niet groter is dan de inaangegeven waarde. 2 2 In een brandcompartiment liggen ten hoogste vier woonwagens en nevenfuncties daarvan met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m. 3 Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een perceel. 4 Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een wegtunnelbuis. 5 In een brandcompartiment liggen ten hoogste een woonfunctie en nevenfuncties daarvan. 6 In afwijking van het vijfde lid is een gemeenschappelijk verblijfsgebied toegestaan, indien dat verblijfsgebied een afzonderlijk brandcompartiment is. 7 2 Een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 mof een technische ruimte waarin een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW worden opgesteld, is een afzonderlijk brandcompartiment. 8 2 2 Bij een brandcompartiment van een industriefunctie met een gebruiksoppervlakte van meer dan 1.000 mis het eerste lid niet van toepassing op een of meer in dat brandcompartiment gelegen nevenfuncties met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 m. 9 2 In afwijking van het eerste lid is de gebruiksoppervlakte van een brandcompartiment met een of meer cellen ten hoogste 500 men niet groter dan 77% van de gebruiksoppervlakte van het gebouw. 10 Een brandcompartiment met bedgebied voor bedgebonden patiënten is niet groter dan 77% van de gebruiksoppervlakte van de bouwlaag waarop dit brandcompartiment ligt. 11 Een technische ruimte is een afzonderlijk brandcompartiment. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 2.84 — Artikel 2.84 Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag#
Artikel 2.84 Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag 1 De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment, naar een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert, naar een niet besloten veiligheidsvluchtroute en naar een liftschacht van een brandweerlift is ten minste 60 minuten. 2 In afwijking van het eerste lid kan tussen een brandcompartiment en een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert worden volstaan met 30 minuten. 3 In afwijking van het eerste lid kan worden volstaan met 30 minuten indien: a. 2 de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m, en b. in het gebouw geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau. 4 In afwijking van het eerste lid kan worden volstaan met 30 minuten indien: a. de in het eerste lid bedoelde besloten ruimten op hetzelfde perceel liggen, en b. in het gebouw geen vloer van een gebruiksgebied hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau. 5 2 Het vierde lid is niet van toepassing op een brandcompartiment met een gebruiksoppervlakte van meer dan 1.000 m. 6 Het vierde lid is niet van toepassing op een technische ruimte. 7 Het tweede tot en met vierde lid gelden niet voor een ruimte waardoor een veiligheidsvluchtroute voert. 8 Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ruimte van een op een aangrenzend perceel gelegen gebouw wordt voor het op het andere perceel gelegen gebouw uitgegaan van een identiek maar spiegelsymmetrisch ten opzichte van de perceelsgrens gelegen gebouw. Indien het perceel grenst aan een openbare weg, openbaar water, openbaar groen, of een perceel dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen of van brandbare niet milieugevaarlijke stoffen vindt deze spiegeling plaats ten opzichte van het hart van die weg, dat water, dat groen of dat perceel. 9 De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een woonwagen naar een andere woonwagen is ten minste 30 minuten. Bij de bepaling van deze weerstand wordt uitgegaan van een identieke maar spiegelsymmetrisch op een afstand van 5 m geplaatste woonwagen. 10 De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment is ten minste 30 minuten of de afstand tussen een brandcompartiment en een ander brandcompartiment is ten minste 5 meter. 11 2 In afwijking van het eerste lid geldt geen weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 mniet bestemd voor een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 2.85 — Artikel 2.85 Verbouw#
Artikel 2.85 Verbouw artikelen 2.82 tot en met 2.84 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van ten minste 30 minuten. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.86 — Artikel 2.86 Tijdelijke bouw#
Artikel 2.86 Tijdelijke bouw artikelen 2.82 2.83 artikel 2.84 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn deenvan toepassing en isvan overeenkomstige toepassing waarbij de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag ten minste 30 minuten is. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.87 — Artikel 2.87 Aansturingsartikel#
Artikel 2.87 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk is zodanig dat de kans op een snelle uitbreiding van brand voldoende wordt beperkt. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.87 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 2.87 gebruiksfuctie leden van toepassing grenswaarden ligging omvang wbdbo omvang artikel 2.88 2.89 2.90 2.89 lid 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 1 2 [m] 1 Woonfunctie a woonwagen 1 – – – – – – – – 2 – – – – – – – – – 2 3 – b andere woonfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – 5 6 7 – – – 1 2 – 2.000 2 Bijeenkomstfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 8 – – 1 2 – 2.000 3 Celfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 – 9 – 1 2 – 2.000 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – 10 1 2 – 2.000 b andere gezondheidszorgfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – – 1 2 – 2.000 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie 1 – 3 4 5 6 7 8 1 – 3 – – – 7 – – – 1 2 – 3.000 b andere industriefunctie 1 – 3 4 5 6 – – 1 – 3 – – – 7 – – – 1 2 – 3.000 6 Kantoorfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 8 – – 1 2 – 2.000 7 Logiesfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – – 1 2 – 1.000 8 Onderwijsfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – – 1 2 – 3.000 9 Sportfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – – 1 2 – 3.000 10 Winkelfunctie 1 – 3 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 8 – – 1 2 – 2.000 11 Overige gebruiksfunctie 1 – 3 4 5 6 7 – 1 – 3 – – – 7 8 – – 1 2 – 3.000 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 2 3 4 – – – – – – – 4 – – – – – – 1 2 – – b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 2.88 — Artikel 2.88 Ligging#
Artikel 2.88 Ligging 1 Een besloten ruimte ligt in een brandcompartiment. 2 Een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m ligt in een brandcompartiment. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. een toiletruimte; b. een badruimte; c. -1 een liftschacht, indien de constructieonderdelen aan de binnenzijde van de schacht voldoen aan een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting die voldoet aan klasse 2 en een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m, of aan brandklasse B en rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN 13501-1, en d. 2 een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 mniet bestemd voor een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 160 kW. 4 In afwijking van het eerste lid voert een extra beschermde vluchtroute niet door een brandcompartiment. 5 Een niet besloten gebruiksgebied ligt in een brandcompartiment. 6 2 2 Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een of meer gebruiksfuncties van dezelfde soort met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 2.000 men een vuurbelasting niet groter dan 500 MJ/m, bepaald volgens NEN 6090. 7 2 Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een of meer gebruiksfuncties van dezelfde soort met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste100 m. 8 2 Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een lichte industriefunctie met een permanente vuurbelasting niet groter dan 200 MJ/m, bepaald volgens NEN 6090. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.89 — Artikel 2.89 Omvang#
Artikel 2.89 Omvang 1 tabel 2.87 Een brandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte die niet groter is dan de inaangegeven waarde. 2 2 In een brandcompartiment liggen ten hoogste vier woonwagens en nevenfuncties daarvan met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m. 3 Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een perceel. 4 Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een wegtunnelbuis. 5 In een brandcompartiment liggen ten hoogste een woonfunctie en nevenfuncties daarvan. 6 In afwijking van het vijfde lid is een gemeenschappelijk verblijfsgebied toegestaan, indien dat verblijfsgebied een afzonderlijk brandcompartiment is. 7 2 Een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van meer dan 100 mof een technische ruimte waarin een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 160 kW worden opgesteld, is een afzonderlijk brandcompartiment. 8 2 Bij een brandcompartiment van een industriefunctie met een gebruiksoppervlakte van meer dan 2.000 mis het eerste lid niet van toepassing op een of meer in dat brandcompartiment gelegen nevenfuncties. 9 2 In afwijking van het eerste lid is de gebruiksoppervlakte van een brandcompartiment met een of meer cellen ten hoogste 1.000 men niet groter dan 77% van de gebruiksoppervlakte van het gebouw. 10 Een brandcompartiment met bedgebied voor bedgebonden patiënten is niet groter dan 77% van de gebruiksoppervlakte van de bouwlaag waarop dit brandcompartiment ligt. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 2.90 — Artikel 2.90 Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag#
Artikel 2.90 Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag 1 De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment en een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert is ten minste 20 minuten. 2 Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ruimte van een op een aangrenzend perceel gelegen gebouw wordt voor het op het andere perceel gelegen gebouw uitgegaan van een identiek maar spiegelsymmetrisch ten opzichte van de perceelsgrens gelegen gebouw. Indien het perceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, of een perceel dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen vindt deze spiegeling plaats ten opzichte van het hart van die weg, dat water, dat groen of dat perceel. 3 De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment is ten minste 20 minuten of de afstand tussen een brandcompartiment en een ander brandcompartiment is ten minste 5 meter. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 2.91 — Artikel 2.91 Aansturingsartikel#
Artikel 2.91 Aansturingsartikel 1 paragraaf 2.10.1 Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat uitbreiding van brand in verdergaande mate wordt beperkt dan is beoogd meten dat veilig kan worden gevlucht. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.91 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. Tabel 2.91 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarden ligging omvang beschermd subbrandcompartiment wbdbo en rookdoorgang subbrandcompartiment weerstand tegen rookdoorgang beschermd subbrandcompartiment weerstand tegen rookdoorgang verbouw tijdelijke bouw omvang beschermd subbrandcompartiment artikel 2.92 2.93 2.94 2.94a 2.94b 2.95 2.96 2.93 lid 1 2 3 4 5 6 7 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 3 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 * 1 1 Woonfunctie a 2 voor zorg met een g.o. > 500 m 1 2 3 4 – – – 1 2 – – – – – – 1 2 3 1 2 3 4 1 2 – 4 1 – * 100 b woonwagen 1 2 – – – – – – – – – – – – – 1 – – 1 2 3 4 1 – – 4 1 – * – c andere woonfunctie 1 2 3 4 – – – 1 – – – – – – – 1 2 3 1 2 3 4 1 – 3 4 1 2 * 500 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang met bedgebied 1 2 3 – 5 – – 1 – 3 – – – – 8 1 2 3 1 2 3 4 1 – 3 4 1 – * 200 b andere bijeenkomstfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – – 1 – 3 1 2 3 4 1 – – 4 1 – * – 3 Celfunctie 1 2 3 – – 6 – 1 – – 4 – – – – 1 2 3 1 2 3 4 1 2 – 4 1 – * 500 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 2 3 – 5 – – – – – – 5 6 – – 1 2 3 1 2 3 4 1 2 – 4 1 – * – b andere gezondheidszorgfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – – 1 – 3 1 2 3 4 1 – – 4 1 – * – 5 Industriefunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – – 1 – 3 1 2 3 4 1 – – 4 1 – * – 6 Kantoorfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – – 1 – 3 1 2 3 4 1 – – 4 1 – * – 7 Logiesfunctie 1 2 3 – – – 7 1 – – – – – 7 8 1 2 3 1 2 3 4 1 – 3 4 1 – * 500 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – – 1 – 3 1 2 3 4 1 – – 4 1 – * – 9 Sportfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – – 1 – 3 1 2 3 4 1 – – 4 1 – * – 10 Winkelfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – – 1 – 3 1 2 3 4 1 – – 4 1 – * – 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – – 1 – 3 1 2 3 4 1 – – 4 1 – * – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 2 3 – – – – – – – – – – – – 1 – 3 1 2 4 4 1 – – 4 – – – – b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2021 658 29-12-2021 22-12-2021 2021 658 29-12-2021 22-12-2021 30-12-2021
Artikel 2.92 — Artikel 2.92 Ligging#
Artikel 2.92 Ligging 1 Een brandcompartiment is ingedeeld in een of meer subbrandcompartimenten of verkeersruimten waardoor een beschermde vluchtroute voert. 2 Een beschermde vluchtroute ligt niet in een subbrandcompartiment. 3 In afwijking van het eerste lid kan een verblijfsgebied voor bewaking buiten een subbrandcompartiment liggen indien: a. artikelen 2.67 2.69a, eerste en tweede lid constructieonderdelen in dat gebied voldoen aan de eisen die deenstelt aan constuctieonderdelen die grenzen aan de binnenlucht in een ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, en b. artikel 7.4 aankleding in dat gebied voldoet aan de eisen diestelt aan aankleding in een ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert. 4 Een verblijfsgebied ligt in een beschermd subbrandcompartiment. 5 Een bedgebied ligt in een beschermd subbrandcompartiment. 6 Een cel ligt in een beschermd subbrandcompartiment. 7 Een logiesverblijf ligt in een beschermd subbrandcompartiment. 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 01-07-2020
Artikel 2.93 — Artikel 2.93 Omvang#
Artikel 2.93 Omvang 1 tabel 2.91 Een beschermd subbrandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte van ten hoogste de inaangegeven waarde. 2 2 In afwijking van het eerste lid is een gezamenlijke verblijfsruimte een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 500 m. 3 Een beschermd subbrandcompartiment omvat niet meer dan een gebruiksfunctie en nevenfuncties van die gebruiksfunctie. 4 Een cel is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment. 5 2 Een beschermd subbrandcompartiment met bedgebied omvat uitsluitend een of meer bedruimten en ruimten die ten dienste staan van die bedruimten, en heeft een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 500 m. 6 2 2 Een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld in het vijfde lid, bestemd voor bedgebonden patiënten heeft, afhankelijk van het bewakingsniveau, een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 mzonder bewaking en ten hoogste 500 mbij permanente bewaking. 7 Een logiesverblijf is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment. 8 Een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment is een afzonderlijk subbrandcompartiment. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 2.94 — Artikel 2.94 Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag#
Artikel 2.94 Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag 1 De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag van een subbrandcompartiment naar een beschermd subbrandcompartiment, gelegen in een ander subbrandcompartiment, is ten minste 20 minuten, waarbij voor de bepaling van de brandwerendheid van de scheidende functie van een scheidingsconstructie alleen rekening wordt gehouden met het beoordelingscriterium vlamdichtheid van de afdichting. 2 De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een beschermd subbrandcompartiment naar een andere ruimte in het brandcompartiment is ten minste 30 minuten. 3 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de rookdoorgang van een subbrandcompartiment en van een beschermd subbrandcompartiment naar een andere ruimte. 2021 658 29-12-2021 22-12-2021 2021 658 29-12-2021 22-12-2021 30-12-2021
Artikel 2.94a — Artikel 2.94a Weerstand tegen rookdoorgang: subbrandcompartiment#
Artikel 2.94a Weerstand tegen rookdoorgang: subbrandcompartiment 1 De weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een ander subbrandcompartiment is Ra, bepaald volgens NEN 6075. 2 De weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, is Ra, bepaald volgens NEN 6075. 3 De weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een beschermd subbrandcompartiment, gelegen in een ander subbrandcompartiment, is R200, bepaald volgens NEN 6075. 4 artikel 2.84, eerste lid De weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert en naar een liftschacht als bedoeld in, is R200, bepaald volgens NEN 6075. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 2.94b — Artikel 2.94b Weerstand tegen rookdoorgang: beschermd subbrandcompartiment#
Artikel 2.94b Weerstand tegen rookdoorgang: beschermd subbrandcompartiment 1 De weerstand tegen rookdoorgang van een beschermd subbrandcompartiment naar een ander beschermd subbrandcompartiment is R200, bepaald volgens NEN 6075. 2 De weerstand tegen rookdoorgang van een beschermd subbrandcompartiment naar een subbrandcompartiment is R200, bepaald volgens NEN 6075. 3 De weerstand tegen rookdoorgang van een beschermd subbrandcompartiment naar een subbrandcompartiment is Ra, bepaald volgens NEN 6075. 4 De weerstand tegen rookdoorgang van een beschermd subbrandcompartiment naar een besloten ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute voert is R200, bepaald volgens NEN 6075. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 2.95 — Artikel 2.95 Verbouw#
Artikel 2.95 Verbouw 1 artikelen 2.92 tot en met 2.94b Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2 artikel 2.94b, vierde lid In afwijking van het eerste lid is op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk het niveau van eisen van toepassing zoals aangegeven in. Dit geldt ook voor een beschermde route. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 2.96 — Artikel 2.96 Tijdelijke bouw#
Artikel 2.96 Tijdelijke bouw artikelen 2.94, eerste en derde lid Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn devan toepassing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.97 — Artikel 2.97 Aansturingsartikel#
Artikel 2.97 Aansturingsartikel 1 paragraaf 2.10.2 Een bestaand bouwwerk is zodanig dat uitbreiding van brand in verdergaande mate wordt beperkt dan inen dat veilig kan worden gevlucht. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.97 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 2.97 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarden ligging omvang beschermd subbrandcompartiment wtrd en wbdbo omvang beschermd subbrandcompartiment artikel 2.98 2.99 2.100 2.99 lid 1 2 3 4 5 6 7 1 2 3 4 5 6 7 1 2 3 1 1 Woonfunctie a 2 voor zorg met een g.o. > 1.000 m 1 2 3 4 – – – 1 2 – – – – – 1 2 – 200 b woonwagen 1 2 – – – – – – – – – – – – 1 – – – c andere woonfunctie 1 2 3 4 – – – 1 – – – – – – 1 2 – 1.000 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – 1 – – – 3 Celfunctie 1 2 3 – – 6 – – – 3 – – – – 1 2 3 – 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 2 3 – 5 – – – – – 4 5 – – 1 2 3 – b andere gezondheidszorgfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – 1 – – – 5 Industriefunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – 1 – – – 6 Kantoorfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – 1 – – – 7 Logiesfunctie 1 2 3 – – – 7 1 – – – – 6 7 1 2 – 1.000 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – 1 – – – 9 Sportfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – 1 – – – 10 Winkelfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – 1 – – – 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – 1 – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 2 3 – – – – – – – – – – – 1 – – – b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 2.98 — Artikel 2.98 Ligging#
Artikel 2.98 Ligging 1 Een brandcompartiment is ingedeeld in een of meer subbrandcompartimenten of ruimten waardoor een beschermde route voert. 2 Een beschermde route ligt niet in het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint. 3 In afwijking van het eerste lid kan een verblijfsgebied voor bewaking buiten een subbrandcompartiment liggen indien: a. artikel 2.76 constructieonderdelen in dat gebied voldoen aan de eisen diestelt aan constructieonderdelen die grenzen aan de binnenlucht in een ruimte waardoor een beschermde route voert, en b. artikel 7.4 aankleding in dat gebied voldoet aan de eisen diestelt aan aankleding in een ruimte waardoor een beschermde route voert. 4 Een verblijfsruimte ligt in een beschermd subbrandcompartiment. 5 Een bedruimte ligt in een beschermd subbrandcompartiment. 6 Een cel ligt in een beschermd subbrandcompartiment. 7 Een logiesverblijf ligt in een beschermd subbrandcompartiment. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 2.99 — Artikel 2.99 Omvang#
Artikel 2.99 Omvang 1 tabel 2.97 Een beschermd subbrandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte van ten hoogste de inaangegeven waarde. 2 2 In afwijking van het eerste lid heeft een beschermd subbrandcompartiment met uitsluitend gezamenlijke ruimten een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m. 3 Een cel is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment. 4 2 Een beschermd subbrandcompartiment met bedgebied omvat uitsluitend een of meer bedruimten en ruimten die ten dienste staan van die bedruimten, en heeft een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m. 5 2 2 Een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld in het vierde lid, bestemd voor bedgebonden patiënten heeft, afhankelijk van het bewakingsniveau, een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 mzonder bewaking en ten hoogste 1000 mbij permanente bewaking. 6 Een logiesverblijf is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment. 7 Een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment is een afzonderlijk subbrandcompartiment. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 2.100 — Artikel 2.100 Weerstand tegen rookdoorgang of branddoorslag en brandoverslag#
Artikel 2.100 Weerstand tegen rookdoorgang of branddoorslag en brandoverslag 1 De volgens NEN 6075 bepaalde weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een besloten ruimte in het brandcompartiment is ten minste 20 minuten. 2 artikel 2.99 De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld innaar een andere ruimte in het brandcompartiment is ten minste 20 minuten. 3 2 Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag als bedoeld in het tweede lid blijft onder een deur een oppervlak van niet meer dan 0,02 mbij een hoogte van niet meer dan 0,05 m, gemeten vanaf de vloer, buiten beschouwing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 2.101 — Artikel 2.101 Aansturingsartikel#
Artikel 2.101 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige vluchtroutes dat bij brand een veilige plaats kan worden bereikt. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.101 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. Tabel 2.101 gebruiksfunctie leden van toepassing Grenswaarden vluchtroute beschermde vluchtroute extra beschermde vluchtroute veiligheidsvluchtroute tweede vluchtroute Inrichting vluchtroute Inrichting vluchtroute: weerstand tegen rookdoorgang doorstroomcapaciteit doorstroomcapaciteit bij opvangcapaciteit verbouw tijdelijke bouw vluchtroute extra beschermde vluchtroute Inrichting vluchtroute artikel 2.102 2.103 2.104 2.105 2.106 2.107 2.107a 2.108 2.108a 2.109 2.110 2.102 2.104 2.107 lid 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 1 2 3 1 2 3 4 5 6 7 1 2 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 5 * * 4 en 5 6 6 [m] [m] [m] 1 Woonfunctie a woonwagen 1 – – 4 – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 6 – – – 10 – – – – – – – – – – – – * * 30 – 2,1 b andere woonfunctie 1 2 – 4 – – – – – – – – – – – 1 2 3 4 – – 7 – – 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 6 – 8 – 10 1 2 3 4 5 – – – – – – – * * 30 – 2,3 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang met bedgebied 1 2 – 4 5 – – – 9 – – – – – – 1 – – – – 6 7 1 – 1 2 3 4 – 1 – 3 4 – 6 – – – 10 1 2 3 4 5 1 – 1 2 3 4 – * * 30 5 2,3 b andere bijeenkomstfunctie 1 2 – 4 5 – – – 9 10 – – – 2 3 – – – – 5 6 7 1 – 1 2 3 4 – 1 – 3 4 – 6 – – – 10 1 2 3 4 5 1 – 1 2 3 4 5 * * 30 30 2,3 3 Celfunctie – 2 – 4 5 6 – – 9 10 – 12 – – – 1 – – – – 6 7 1 – 1 2 3 4 – 1 – 3 4 – 6 – – – 10 1 2 3 4 5 1 – 1 2 3 4 – * * 22,5 22,5 2,3 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 2 – 4 5 6 – – 9 – – 12 – – – 1 – – – – 6 7 1 – 1 2 3 4 – 1 – 3 4 – 6 – – 9 10 1 2 3 4 5 1 – 1 2 3 4 – * * 30 20 2,3 b andere gezondheidszorgfunctie 1 2 – 4 5 6 – – 9 10 – – – 2 3 – – – – 5 6 7 1 – 1 2 3 4 – 1 – 3 4 – 6 – – – 10 1 2 3 4 5 1 – 1 2 3 4 – * * 30 30 2,3 5 Industriefunctie 1 2 – 4 5 6 7 – – 10 – – – 2 3 – – – – 5 6 7 1 – 1 2 3 4 – 1 – 3 4 – 6 – – – 10 1 2 3 4 5 1 – 1 2 3 4 – * * 30 30 2,3 6 Kantoorfunctie 1 2 – 4 5 6 – – 9 10 – – – 2 3 – – – – 5 6 7 1 – 1 2 3 4 – 1 – 3 4 – 6 – – – 10 1 2 3 4 5 1 – 1 2 3 4 – * * 30 30 2,3 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 2 – 4 5 – – – 9 10 – – – – – 1 – – – – 6 7 1 2 1 2 3 4 – 1 – 3 4 – 6 – – – 10 1 2 3 4 5 1 – 1 2 3 4 – * * 30 20 2,3 b andere logiesfunctie 1 2 – 4 5 – – – 9 10 – – – – – 1 – – – – 6 7 1 2 1 2 3 4 – 1 – 3 4 – 6 – – – 10 1 2 3 4 5 1 – 1 2 3 4 – * * 30 20 2,1 8 Onderwijsfunctie 1 2 – 4 5 – – – 9 10 – – – 2 3 – – – – 5 6 7 1 – 1 2 3 4 – 1 – 3 4 – 6 – – – 10 1 2 3 4 5 1 – 1 2 3 4 – * * 30 15 2,3 9 Sportfunctie 1 2 – 4 5 6 7 – 9 10 – – – 2 3 – – – – 5 6 7 1 – 1 2 3 4 – 1 – 3 4 – 6 – – – 10 1 2 3 4 5 1 – 1 2 3 4 – * * 30 30 2,3 10 Winkelfunctie 1 2 – 4 5 6 7 – 9 10 – – – 2 3 – – – – 5 6 7 1 – 1 2 3 4 – 1 – 3 4 – 6 – – – 10 1 2 3 4 5 1 – 1 2 3 4 – * * 30 30 2,3 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 – 4 5 6 7 – – 10 – – – 2 3 – – – – 5 6 7 1 – 1 2 3 4 – 1 – 3 4 – 6 – – – 10 1 2 3 4 5 1 – 1 2 3 4 – * * 30 30 2,1 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 – 3 – – – – 8 – – – – 1 – – – – – – – – – – – – – – – – – – 3 – – 6 7 – – 10 1 – – – – – 2 – – – – – * – – – 2,1 b ander bouwwerk geen gebouw zijnde 1 – – – – – – – – – 11 – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 10 – – – – – – 2 – – – – – * – – – – 2021 658 29-12-2021 22-12-2021 2021 658 29-12-2021 22-12-2021 30-12-2021
Artikel 2.102 — Artikel 2.102 Vluchtroute#
Artikel 2.102 Vluchtroute 1 Op elk punt van een voor personen bestemd gedeelte van een vloer begint een vluchtroute die leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de openbare weg. 2 Op elk punt van een voor personen bestemd gedeelte van een vloer van een celfunctie of van een nevenfunctie daarvan begint een vluchtroute die, al dan niet via een buitenruimte, leidt naar een ander brandcompartiment. 3 Op elk punt van een rijbaan begint een vluchtroute die leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de openbare weg. 4 tabel 2.101 De gecorrigeerde loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een uitgang van het subbrandcompartiment waarin dat gebruiksgebied ligt, is niet groter dan de inaangegeven waarde. 5 In afwijking van het vierde lid, wordt bij een niet nader in te delen gebruiksgebied en bij een verblijfsruimte in plaats van de gecorrigeerde loopafstand uitgegaan van de loopafstand die niet groter is dan de in tabel 2.101 aangegeven waarde. 6 2 In afwijking van het vierde en vijfde lid geldt bij een bezetting van minder dan 1 persoon per 12 mgebruiksoppervlakte van het subbrandcompartiment een waarde van ten hoogste 45 m. 7 2 In afwijking van het vierde en vijfde lid geldt bij een bezetting van minder dan 1 persoon per 30 mgebruiksoppervlakte van het subbrandcompartiment een waarde van ten hoogste 60 m. 8 De loopafstand tussen een punt op een rijbaanvloer en een uitgang van het subbrandcompartiment is ten hoogste 150 m. De afstand tussen twee uitgangen is ten hoogste 250 m, gemeten langs de tunnelwand. 9 Op elk punt van een voor personen bestemde vloer in een subbrandcompartiment begint ten minste een vluchtroute met een op die vluchtroute te overbruggen hoogteverschil naar een uitgang van het subbrandcompartiment van ten hoogste 4 m. 10 Een subbrandcompartiment of een daar in gelegen ruimte heeft, indien bestemd voor meer dan 150 personen, ten minste twee uitgangen waardoor een vluchtroute loopt. De onderlinge afstand tussen de uitgangen is ten minste 5 m. 11 Een bouwwerk geen gebouw zijnde heeft afhankelijk van zijn bestemming en grootte, voldoende en zodanig ingerichte vluchtroutes dat in geval van brand op doeltreffende en veilige wijze kan worden gevlucht. 12 artikel 2.93, vierde tot en met zevende lid Ten minste een uitgang van een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld in: a. is de uitgang van het subbrandcompartiment waarin het beschermde subbrandcompartiment ligt, of b. is een uitgang waarbij een vluchtroute begint die niet door een verblijfsruimte, een toiletruimte, een badruimte of een technische ruimte naar een uitgang van het subbrandcompartiment voert. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 2.103 — Artikel 2.103 Beschermde vluchtroute#
Artikel 2.103 Beschermde vluchtroute 1 Een vluchtroute is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een beschermde vluchtroute, tenzij die uitgang direct grenst aan het aansluitende terrein. Dit geldt niet voor zover de vluchtroute door een andere wegtunnelbuis voert dan de wegtunnelbuis waar de vluchtroute begint. 2 Een vluchtroute waarop ten hoogste 37 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een beschermde vluchtroute, tenzij die uitgang direct grenst aan het aansluitende terrein. 3 Een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert heeft vanaf de uitgang van een subbrandcompartiment tot de volgende uitgang op de vluchtroute een loopafstand niet groter dan 30 m. Dit geldt niet voor zover de vluchtroute door een trappenhuis voert. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 2.104 — Artikel 2.104 Extra beschermde vluchtroute#
Artikel 2.104 Extra beschermde vluchtroute 1 Een vluchtroute is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een extra beschermde vluchtroute, tenzij die uitgang direct grenst aan het aansluitende terrein. 2 De in het eerste lid bedoelde vluchtroute voert niet langs een beweegbaar constructieonderdeel van een andere woonfunctie dan de woonfunctie waarin de vluchtroute begint. Dit geldt niet bij de toegang van een woonfunctie die recht tegenover de toegang ligt van de woonfunctie waarin de vluchtroute begint. 3 De in het eerste lid bedoelde vluchtroute voert niet door een trappenhuis. 4 Het tweede en derde lid gelden niet indien de route door een trappenhuis voert, de uitgangen van de op die route aangewezen woonfuncties direct aan het trappenhuis grenzen, op die route uitsluitend woonfuncties en nevenfuncties daarvan zijn aangewezen, en de uitgang van het trappenhuis direct grenst aan het aansluitende terrein en: Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over een in dit lid bedoeld trappenhuis. a. er niet meer dan 6 woonfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan voor personen bereikbaar zijn door het trappenhuis en geen vloer van een verblijfsgebied van die woonfuncties hoger ligt dan 6 m boven het meetniveau, of b. 2 2 de totale gebruiksoppervlakte van de woonfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan die voor personen bereikbaar zijn door het trappenhuis ten hoogste 800 mbedraagt, geen vloer van een verblijfsgebied van die woonfuncties hoger ligt dan 12,5 m boven het meetniveau en geen van die woonfuncties een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 150 m. 5 Een vluchtroute waarop meer dan 37 en ten hoogste 150 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een extra beschermde vluchtroute, tenzij die uitgang direct grenst aan het aansluitende terrein. 6 tabel 2.101 In een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert is de loopafstand vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint tot het punt waar een tweede vluchtroute of een veiligheidsvluchtroute begint, of tot het aansluitende terrein niet groter dan de inaangegeven waarde. 7 Een vluchtroute in een trappenhuis waarin een hoogteverschil van meer dan 8 m wordt overbrugd, is een extra beschermde vluchtroute. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 2.105 — Artikel 2.105 Veiligheidsvluchtroute#
Artikel 2.105 Veiligheidsvluchtroute 1 Een vluchtroute waarop meer dan 150 personen zijn aangewezen is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een veiligheidsvluchtroute, tenzij die uitgang direct grenst aan het aansluitende terrein. 2 Een vluchtroute in een besloten trappenhuis waarin een hoogteverschil van meer dan 12,5 m wordt overbrugd, is een veiligheidsvluchtroute. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.106 — Artikel 2.106 Tweede vluchtroute#
Artikel 2.106 Tweede vluchtroute 1 artikelen 2.103 2.104, eerste tot en met zesde lid 2.105 Indien op een vluchtroute een tweede vluchtroute begint zijn de,, enniet van toepassing vanaf het punt dat de twee vluchtroutes door verschillende ruimten voeren. 2 Buiten het brandcompartiment waarin de in het eerste lid bedoelde tweede vluchtroute begint, voeren de twee vluchtroutes niet door eenzelfde brandcompartiment. 3 In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen de twee vluchtroutes vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de eerste vluchtroute begint door dezelfde ruimte voeren indien: a. die ruimte aan die uitgang van het subbrandcompartiment grenst; b. de vluchtroutes in die ruimte beschermde vluchtroutes en voor zover deze buiten een brandcompartiment liggen extra beschermde vluchtroutes zijn; c. de loopafstand in die ruimte gemeten over beide vluchtroutes ten hoogste 30 m is indien de ruimte besloten is, en d. de vluchtroutes in verschillende richtingen voeren. 4 In afwijking van het eerste lid kunnen de twee vluchtroutes door dezelfde ruimte voeren voor zover de vluchtroute een veiligheidsvluchtroute is. 5 De in het vierde lid bedoelde veiligheidsvluchtroute voert uitsluitend door een trappenhuis. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 2.107 — Artikel 2.107 Inrichting vluchtroute#
Artikel 2.107 Inrichting vluchtroute 1 artikel 2.106, eerste lid De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen de twee ruimten als bedoeld in, is ten minste 30 minuten. 2 artikel 2.104, vierde lid Per bouwlaag is de permanente vuurlast van een trappenhuis waardoor een beschermde of een extra beschermde vluchtroute voert, met inbegrip van de vanuit dat trappenhuis direct bereikbare besloten ruimten, ten hoogste 3.500 MJ. Bij de bepaling van de vuurlast blijft een besloten ruimte buiten beschouwing als de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen die ruimte en het trappenhuis ten minste 30 minuten is, bepaald volgens NEN 6068. Bij de in rekening te brengen vuurlast van de dakconstructie op de bovenste bouwlaag van het trappenhuis waardoor geen veiligheidsvluchtroute voert, wordt een reductie van 50% toegepast. Dit geldt niet voor een trappenhuis als bedoeld in. 3 Per bouwlaag is de permanente vuurlast van een besloten ruimte waardoor een veiligheidsvluchtroute voert, met inbegrip van de vanuit die ruimte direct bereikbare besloten ruimten, ten hoogste 3.500 MJ. Bij de bepaling van de vuurlast blijft een besloten ruimte buiten beschouwing als de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen die ruimte en de ruimte waardoor de veiligheidsvluchtroute voert ten minste 30 minuten is, bepaald volgens NEN 6068. 4 Een besloten trappenhuis, waarin een hoogteverschil van meer dan 20 m wordt overbrugd, wordt in de vluchtrichting uitsluitend bereikt door een afzonderlijke beschermde vluchtroute met een loopafstand van ten minste 2 m. 5 Een uitgang van een woonfunctie grenst niet aan een in het vierde lid bedoelde afzonderlijke vluchtroute. 6 Een vluchtroute heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,85 m en een hoogte van ten minste de in tabel 2.101 aangegeven waarde. Dit geldt niet voor zover de vluchtroute over een trap voert. 7 In afwijking van het zesde lid heeft een beschermde vluchtroute, voor zover deze niet door een uitgang of over een trap voert, een vrije doorgang met een breedte van ten minste 1,2 m. 8 2 Indien op een trap in totaal meer dan 600 mvloeroppervlakte aan verblijfsgebied is aangewezen, is de breedte van de trap ten minste 1,2 m. 9 artikel 2.83, tiende lid Een vluchtroute die voert vanuit een bedgebied voor bedgebonden patiënten naar een ander brandcompartiment als bedoeld in, heeft een vrije doorgang waardoor een blok met een lengte van 2,3 m, een hoogte van 1,2 m en een breedte van 1,1 m horizontaal kan worden voortbewogen. Deze route voert niet over een trap of via een liftkooi. 10 Een niet besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert heeft een zodanige capaciteit voor de afvoer van warmte en rook, en de toevoer van verse lucht dat die ruimte tijdens brand gedurende langere tijd kan worden gebruikt om te vluchten en voor het uitvoeren van reddings- en bluswerkzaamheden. 2021 658 29-12-2021 22-12-2021 2021 658 29-12-2021 22-12-2021 30-12-2021
Artikel 2.107a — Artikel 2.107a Inrichting vluchtroute: weerstand tegen rookdoorgang#
Artikel 2.107a Inrichting vluchtroute: weerstand tegen rookdoorgang 1 De weerstand tegen rookdoorgang van een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert naar een in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert is Ra, bepaald volgens NEN 6075. 2 De weerstand tegen rookdoorgang van een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert naar een in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert is R200, bepaald volgens NEN 6075. 3 De weerstand tegen rookdoorgang van een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert naar een in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute voert is Ra, bepaald volgens NEN 6075. 4 De weerstand tegen rookdoorgang van een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert naar een in de vluchtrichting aansluitend besloten trappenhuis waardoor een extra beschermde vluchtroute voert is R200, bepaald volgens NEN 6075. 5 artikel 2.106, eerste lid De weerstand tegen rookdoorgang tussen de twee ruimten, bedoeld in, is R200, bepaald volgens NEN 6075. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 2.108 — Artikel 2.108 Capaciteit van een vluchtroute#
Artikel 2.108 Capaciteit van een vluchtroute 1 De doorstroomcapaciteit van een gedeelte van een vluchtroute, uitgedrukt in personen, is ten minste het aantal personen dat op dat gedeelte is aangewezen. Bij de bepaling van de doorstroomcapaciteit wordt uitgegaan van: a. 45 personen per meter breedte van een trap voor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1 meter en 90 personen per meter vrije breedte bij een hoogteverschil van ten hoogste 1 meter, voor zover de aantrede van de trap ten minste 0,17 m bedraagt; b. 90 personen per meter vrije breedte van een ruimte; c. 90 personen per meter vrije breedte van een doorgang, indien zich in de doorgang een dubbele deur of vergelijkbaar beweegbaar constructieonderdeel bevindt met een met een maximale openingshoek van minder dan 135 graden; d. 110 personen per meter vrije breedte van een doorgang, indien zich in de doorgang een enkele deur of vergelijkbaar beweegbaar constructieonderdeel bevindt met een maximale openingshoek van minder dan 135 graden, en e. 135 personen per meter vrije breedte van een andere doorgang. 2 De doorstroomcapaciteit van een gedeelte van een vluchtroute is zodanig, dat de op dat gedeelte aangewezen personen veilig kunnen vluchten. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 2.108a — Artikel 2.108a Doorstroomcapaciteit bij opvangcapaciteit#
Artikel 2.108a Doorstroomcapaciteit bij opvangcapaciteit 1 artikel 2.108 Op een gedeelte van een vluchtroute, gelegen buiten het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint, kan vanworden afgeweken als de personen die zijn aangewezen op dat gedeelte en eventueel daarop volgende gedeelten van de vluchtroute het aansluitende terrein kunnen bereiken binnen: a. 30 minuten als dat gedeelte van de vluchtroute een veiligheidsvluchtroute is; b. 20 minuten als dat gedeelte van de vluchtroute een extra beschermde vluchtroute is die in de vluchtrichting alleen wordt bereikt door een afzonderlijke ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute voert met een lengte van ten minste 2 m; of c. 15 minuten als dat gedeelte van de vluchtroute een andere vluchtroute is. 2 De opvang- en doorstroomcapaciteit van de in het eerste lid bedoelde gedeelten van de vluchtroute is zodanig dat het bedreigde subbrandcompartiment waarin een vluchtroute begint binnen 1 minuut na aanvang van het vluchten kan worden verlaten. 3 De opvang- en doorstroomcapaciteit van de in het eerste lid bedoelde gedeelten van de vluchtroute is zodanig dat elke ruimte, maar geen trappenhuis, op dezelfde bouwlaag als het bedreigde subbrandcompartiment: a. binnen 3,5 minuten na aanvang van het vluchten kan worden verlaten; of b. binnen 6 minuten als: 1°. de volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag of brandoverslag naar deze ruimte vanuit het bedreigde subbrandcompartiment ten minste 30 minuten is; en 2°. de volgens NEN 6075 bepaalde weerstand tegen rookdoorgang naar deze ruimte vanuit het bedreigde subbrandcompartiment, of vanuit elke ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute voert die in de vluchtrichting uitkomt in deze ruimte, R200 is. 4 Bij toepassing van het eerste tot en met derde lid gelden de volgende uitgangspunten: a. berekeningen worden uitgevoerd in tijdstappen van 30 seconden; b. bij het begin van het vluchten wordt aangenomen dat alle personen in het subbrandcompartiment zich nabij de uitgangen van dat compartiment bevinden en tegelijkertijd beginnen te vluchten; c. vluchtroutes worden tijdens het vluchten alleen in een richting benut; d. door doorgangen en over trappen voeren de vluchtroutes niet in tegenovergestelde richting; e. bij samenkomende vluchtroutes wordt de beschikbare doorstroom- en opvangcapaciteit op de volgende wijze verdeeld: 1°. bij samenkomst in een trappenhuis wordt 50% van de beschikbare capaciteit toegedeeld aan het bovengelegen deel van het trappenhuis. De resterende 50% wordt verdeeld over de doorstroomcapaciteit van de toegangen op die bouwlaag tot het trappenhuis; 2°. bij samenkomst in een ruimte, maar geen trappenhuis, wordt de capaciteit evenredig verdeeld over de doorstroomcapaciteit van de toegangen tot die ruimte; en 3°. als de beschikbare opvang- en doorstroomcapaciteit van de ruimte vanuit een of meer toegangen van die ruimte of het bovengelegen deel van het trappenhuis niet volledig wordt benut, wordt de restcapaciteit op de onder 1° en 2° beschreven wijze verdeeld over de resterende toegangen en het bovengelegen deel van het trappenhuis; f. het hoogteverschil tussen bouwlagen in het trappenhuis is ten minste 2,1 m en ten hoogste 4 m; g. de daalsnelheid is 30 seconden per bouwlaag voor zover de vluchtroute over een trap of door een trappenhuis voert; h. de opvangcapaciteit van een trap is 0,5 persoon per trede, voor zover de breedte van de trap niet groter is dan 1,1 m; i. de opvangcapaciteit van een trap is 0,9 persoon per trede per m breedte van die trede, voor zover de breedte van de trap groter is dan 1,1 m en de breedte van het tredevlak groter is dan 0,17 m; j. 2 de opvangcapaciteit van een vloer of hellingbaan is ten hoogste vier personen per mvrije vloeroppervlakte; k. artikel 2.108 het gestelde in, waarbij voor «personen» wordt gelezen: personen per minuut; l. artikel 6.25, derde lid, het gestelde inwaarbij voor «37 personen» wordt gelezen: 37 personen per minuut; m. artikel 6.25, derde lid in afwijking van onderdeel l geldt het gestelde in, onverkort als in de ruimte voor de deur tijdens een tijdstap meer dan 37 personen aanwezig zijn; n. brand ontstaat niet op twee of meer plaatsen tegelijk; o. in ieder subbrandcompartiment kan brand ontstaan; en p. de opvang- en doorstroomcapaciteit van vluchtroutes die door het bedreigde subbrandcompartiment voeren blijven buiten beschouwing. 5 2 Bij toepassing van het vierde lid, onder j, geldt voor een bijeenkomstfunctie een opvangcapaciteit van ten hoogste twee personen per mvrije vloeroppervlakte als bij een tijdstap als bedoeld in het vierde lid, onder a, in een ruimte als bedoeld in het derde lid meer dan 200 personen aanwezig zijn en die ruimte niet door alle personen binnen 3,5 minuten kan worden verlaten. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 2.109 — Artikel 2.109 Verbouw#
Artikel 2.109 Verbouw artikelen 2.102 tot en met 2.108 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.110 — Artikel 2.110 Tijdelijke bouw#
Artikel 2.110 Tijdelijke bouw artikelen 2.102 tot en met 2.106 2.108 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn deenvan toepassing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.111 — Artikel 2.111 Aansturingsartikel#
Artikel 2.111 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk heeft zodanige vluchtroutes dat bij brand een veilige plaats kan worden bereikt. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.111 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. Tabel 2.111 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarden vluchtroute beschermde route extra beschermde vluchtroute veiligheidsroute tweede vluchtroute inrichting vluchtroute capaciteit van een vluchtroute vluchtroute breedte hoogte artikel 2.112 2.113 2.114 2.115 2.116 2.117 2.118 2.112 2.117 lid 1 2 3 4 5 6 7 1 2 1 2 3 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 * 4 4 [m] [m] [m] 1 Woonfunctie 1 – – 4 – – – 1 – 1 – – 1 – 1 2 3 1 2 3 4 – 6 – 45 0,5 1,7 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 – 4 – 6 – – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 1 2 3 4 – 6 * 60 0,5 1,7 3 Celfunctie – 2 – 4 – 6 – – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 1 2 3 4 – 6 * 75 0,5 1,7 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 2 – 4 – 6 – – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 * 75 0,5 1,7 b andere gezondheidszorgfunctie 1 2 – 4 – 6 – – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 1 2 3 4 – 6 * 75 0,5 1,7 5 Industriefunctie 1 2 – 4 – 6 – – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 1 2 3 4 – 6 * 75 0,5 1,7 6 Kantoorfunctie 1 2 – 4 – 6 – – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 1 2 3 4 – 6 * 75 0,5 1,7 7 Logiesfunctie 1 2 – 4 – 6 – – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 1 2 3 4 – 6 * 75 0,5 1,7 8 Onderwijsfunctie 1 2 – 4 – 6 – – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 1 2 3 4 – 6 * 60 0,5 1,7 9 Sportfunctie 1 2 – 4 – 6 – – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 1 2 3 4 – 6 * 75 0,5 1,7 10 Winkelfunctie 1 2 – 4 – 6 – – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 1 2 3 4 – 6 * 75 0,5 1,7 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 – 4 – 6 – – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 1 2 3 4 – 6 * 75 0,5 1,7 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 – 3 – 5 – – 1 – – – – – – – – – 1 – 3 4 – 6 – – 0,7 1,9 b ander bouwwerk geen gebouw zijnde 1 – – – – – 7 – – – – – – – – – – – – – – – 6 – – – – 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 2.112 — Artikel 2.112 Vluchtroute#
Artikel 2.112 Vluchtroute 1 Op elk punt van een voor personen bestemd gedeelte van een vloer begint een vluchtroute die leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de openbare weg. 2 Op elk punt van een voor personen bestemd gedeelte van een vloer van een celfunctie of van een nevenfunctie daarvan begint een vluchtroute die, al dan niet via een buitenruimte, leidt naar een ander brandcompartiment. 3 Op elk punt van een rijbaan begint een vluchtroute die leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de openbare weg. 4 tabel 2.111 De loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en een uitgang van het subbrandcompartiment waarin dat gebruiksgebied ligt, is niet groter dan de inaangegeven waarde. 5 De loopafstand tussen een punt op een rijbaanvloer en een uitgang van het subbrandcompartiment is ten hoogste 150 m. De afstand tussen twee uitgangen is ten hoogste 250 m, gemeten langs de tunnelwand. 6 Een subbrandcompartiment of een daar in gelegen ruimte heeft, indien bestemd voor meer dan 225 personen, ten minste twee uitgangen waardoor een vluchtroute loopt. 7 Een bouwwerk geen gebouw zijnde heeft afhankelijk van zijn bestemming en grootte, voldoende en zodanig ingerichte vluchtroutes dat in geval van brand op doeltreffende en veilige wijze kan worden gevlucht. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 2.113 — Artikel 2.113 Beschermde route#
Artikel 2.113 Beschermde route 1 Een vluchtroute is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een beschermde route, tenzij die uitgang direct grenst aan het aansluitende terrein. 2 Een vluchtroute waarop ten hoogste 60 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een beschermde route, tenzij die uitgang direct grenst aan het aansluitende terrein. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 2.114 — Artikel 2.114 Extra beschermde vluchtroute#
Artikel 2.114 Extra beschermde vluchtroute 1 2 Een vluchtroute die door een gemeenschappelijke verkeersruimte voert waarop een totale gebruiksoppervlakte van meer dan 500 maan woonfuncties is aangewezen, is een extra beschermde vluchtroute. 2 Een vluchtroute waarop meer dan 60 en ten hoogste 225 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een extra beschermde vluchtroute, tenzij dat compartiment direct grenst aan het aansluitende terrein. 3 Een vluchtroute die vanaf de uitgang van een subbrandcompartiment over een trap voert en een hoogteverschil van meer dan 12,5 m overbrugt, is een extra beschermde vluchtroute. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 2.115 — Artikel 2.115 Veiligheidsroute#
Artikel 2.115 Veiligheidsroute 1 2 Een vluchtroute die door een gemeenschappelijke verkeersruimte voert waarop een totale gebruiksoppervlakte van meer dan 1.500 maan woonfuncties is aangewezen, is een veiligheidsroute. 2 Een vluchtroute waarop meer dan 225 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een veiligheidsroute, tenzij dat compartiment direct grenst aan het aansluitende terrein. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 2.116 — Artikel 2.116 Tweede vluchtroute#
Artikel 2.116 Tweede vluchtroute 1 artikelen 2.113 2.114 eerste en tweede lid 2.115 Indien op een vluchtroute een tweede vluchtroute begint, zijn de,, enniet van toepassing vanaf het punt dat de twee vluchtroutes door verschillende ruimten voeren. 2 In afwijking van het eerste lid kunnen de twee vluchtroutes vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de eerste vluchtroute begint door dezelfde ruimte voeren indien: a. de ruimte grenst aan de uitgang van het subbrandcompartiment; b. de vluchtroutes in de ruimte naar verschillende uitgangen voeren, en c. de ruimte een besloten ruimte is, is de loopafstand in die ruimte gemeten over de vluchtroute ten hoogste 30 m en indien de route een beschermde route is ten hoogste 70 m. 3 In afwijking van het eerste lid kunnen de twee vluchtroutes vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de eerste vluchtroute begint door dezelfde ruimte voeren voor zover de vluchtroute een veiligheidsroute is. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 2.117 — Artikel 2.117 Inrichting vluchtroute#
Artikel 2.117 Inrichting vluchtroute 1 De volgens NEN 6075 bepaalde weerstand tegen rookdoorgang tussen een besloten ruimte waardoor een beschermde route of extra beschermde vluchtroute voert en de in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte is ten minste 20 minuten. 2 artikel 2.116, eerste lid De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen twee vluchtroutes als bedoeld in de, is ten minste 20 minuten. 3 Het product van de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting en de netto-vloeroppervlakte van een ruimte waardoor een veiligheidsvluchtroute voert is per bouwlaag ten hoogste 7.000 MJ. 4 tabel 2.111 Een vluchtroute heeft een vrije doorgang met ten minste de inaangegeven breedte en hoogte. 5 artikel 2.89, tiende lid Een vluchtroute die voert vanuit een bedgebied voor bedgebonden patiënten naar een ander brandcompartiment als bedoeld in, heeft een vrije doorgang waardoor een blok met een lengte van 2,3 m, een hoogte van 1,2 m en een breedte van 1,1 m horizontaal kan worden voortbewogen. Deze vluchtroute voert niet over een trap of via een liftkooi. 6 Een niet besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert heeft een zodanige capaciteit voor de afvoer van warmte en rook, en de toevoer van verse lucht dat die ruimte tijdens brand gedurende langere tijd kan worden gebruikt om te vluchten en voor het uitvoeren van reddings- en bluswerkzaamheden. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 2.118 — Artikel 2.118 Capaciteit van een vluchtroute#
Artikel 2.118 Capaciteit van een vluchtroute Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de capaciteit van een vluchtroute. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 2.119 — Artikel 2.119 Aansturingsartikel#
Artikel 2.119 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat hulpverlening binnen redelijke tijd personen kan redden en brand kan bestrijden. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.119 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 2.119 gebruiksfunctie leden van toepassing brandweerlift loopafstand hulppost verbouw tijdelijke bouw artikel 2.120 2.121 2.122 2.123 2.124 lid 1 2 1 2 * * * 1 Woonfunctie 1 2 1 2 – * * 2 Bijeenkomstfunctie 1 – 1 2 – * * 3 Celfunctie 1 – 1 2 – * * 4 Gezondheidszorgfunctie 1 – 1 2 – * * 5 Industriefunctie 1 – 1 2 – * * 6 Kantoorfunctie 1 – 1 2 – * * 7 Logiesfunctie 1 – 1 2 – * * 8 Onderwijsfunctie 1 – 1 2 – * * 9 Sportfunctie 1 – 1 2 – * * 10 Winkelfunctie 1 – 1 2 – * * 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a. wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m – – – – * – – b. ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.120 — Artikel 2.120 Brandweerlift#
Artikel 2.120 Brandweerlift 1 Vanaf een lifttoegang van een brandweerlift is vanaf een verdieping de lifttoegang op de verdieping daarboven bereikbaar via een extra beschermde vluchtroute. 2 Een uitgang van een woonfunctie grenst niet aan een in het eerste lid bedoelde extra beschermde vluchtroute voor zover die voert door een ruimte die direct grenst aan de lifttoegang. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.121 — Artikel 2.121 Loopafstand#
Artikel 2.121 Loopafstand 1 De loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een toegang van een trappenhuis is niet groter dan 75 m. 2 De loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een lifttoegang van een brandweerlift is niet groter dan 120 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.122 — Artikel 2.122 Hulppost#
Artikel 2.122 Hulppost Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft een zodanig aantal hulpposten dat de loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een hulppost niet groter is dan 75 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. De afstand tussen twee opeenvolgende hulpposten is ten hoogste 100 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.123 — Artikel 2.123 Verbouw#
Artikel 2.123 Verbouw artikelen 2.120 2.121 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn deenvan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.124 — Artikel 2.124 Tijdelijke bouw#
Artikel 2.124 Tijdelijke bouw artikelen 2.120 2.121 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn deenvan toepassing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.125 — Artikel 2.125 Aansturingsartikel#
Artikel 2.125 Aansturingsartikel 1 Een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is zodanig dat de hulpverlening binnen redelijke tijd personen kan redden en brand kan bestrijden. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van het voorschrift in deze paragraaf. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.126 — Artikel 2.126 Hulppost#
Artikel 2.126 Hulppost Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft een zodanig aantal hulpposten dat de loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een hulppost niet groter is dan 75 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. De afstand tussen twee opeenvolgende hulpposten is ten hoogste 100 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.127 — Artikel 2.127 Aansturingsartikel#
Artikel 2.127 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk waarin een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 70 m boven of lager dan 8 m onder het meetniveau ligt, is zodanig ingericht dat het bouwwerk brandveilig is. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.128 — Artikel 2.128 Inrichting#
Artikel 2.128 Inrichting 1 paragrafen 2.2.1 2.8.1 2.9.1 2.10.1 2.11.1 2.12.1 2.13.1 Een bouwwerk waarin een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 70 m boven het meetniveau ligt, is zo ingericht dat het bouwwerk een zelfde mate van brandveiligheid heeft als beoogd met de,,,,en. 2 paragrafen 2.2.1 2.8.1 2.9.1 2.10.1 2.11.1 2.12.1 2.13.1 Een bouwwerk waarin een vloer van een gebruiksgebied lager dan 8 m onder het meetniveau ligt, is zo ingericht dat het bouwwerk een zelfde mate van brandveiligheid heeft als beoogd met de,,,,,en. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.129 — Artikel 2.129 Aansturingsartikel#
Artikel 2.129 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen woonfunctie, niet zijnde een woonwagen, biedt weerstand tegen inbraak. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.130 — Artikel 2.130 Reikwijdte#
Artikel 2.130 Reikwijdte Deuren, ramen, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen in een scheidingsconstructie van een niet-gemeenschappelijke ruimte die volgens NEN 5087 bereikbaar zijn voor inbraak, hebben een volgens NEN 5096 bepaalde inbraakwerendheid die voldoet aan de in die norm aangegeven weerstandsklasse 2. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.131 — Artikel 2.131 Verbouw#
Artikel 2.131 Verbouw artikel 2.130 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een woonfunctieniet zijnde een woonwagen isvan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in dat artikel aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.132 — Artikel 2.132 Aansturingsartikel#
Artikel 2.132 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk in een veiligheidszone of plasbrandaandachtsgebied of boven de volle breedte van een basisnetroute indien de veiligheidszone slechts een deel van de breedte van die basisnetroute betreft is zodanig dat het risico dat voortvloeit uit het vervoer van gevaarlijke stoffen voor personen in het bouwwerk beperkt is. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van het voorschrift in deze afdeling en de krachtens die bepaling gegeven voorschriften. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 2.133 — Artikel 2.133 Veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied#
Artikel 2.133 Veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied Bij ministeriële regeling kunnen aan een bouwwerk in een veiligheidszone of een plasbrandaandachtsgebied of boven de volle breedte van een basisnetroute indien de veiligheidszone slechts een deel van de breedte van die basisnetroute betreft zodanige voorschriften worden gegeven dat personen beschermd zijn tegen gevolgen van een calamiteit op de weg, de spoorweg of het binnenwater waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 2.133a — Artikel 2.133a Verbouw#
Artikel 2.133a Verbouw artikel 2.133 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk isvan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in het krachtens dat artikel aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015 De wijziging is in werking getreden op 1 april 2012 (Stb. 2012/125).
Artikel 2.134 — Artikel 2.134 Aansturingsartikel#
Artikel 2.134 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is zodanig dat de veiligheid voor het wegverkeer is gewaarborgd. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze paragraaf. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.135 — Artikel 2.135 Verkeersveiligheid#
Artikel 2.135 Verkeersveiligheid 1 Een buiten de bebouwde kom gelegen wegtunnel voor twee rijrichtingen heeft ten minste twee wegtunnelbuizen. 2 Een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m heeft een rijbaanvloer met een helling van ten hoogste 1 : 20. 3 Een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m heeft, voor een doelmatige doorgang voor wegvoertuigen, een vloer met een breedte van ten minste 7 m en een hoogte boven die breedte van ten minste 4,2 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.136 — Artikel 2.136 Aansturingsartikel#
Artikel 2.136 Aansturingsartikel 1 Een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is zodanig dat de veiligheid voor het wegverkeer is gewaarborgd. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van het voorschrift in deze paragraaf. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 2.137 — Artikel 2.137 Verkeersveiligheid#
Artikel 2.137 Verkeersveiligheid Vervallen 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Aansturingsartikel#
Artikel 3.1 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk biedt in een verblijfsgebied bescherming tegen geluid van buiten. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.1 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.1 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 3.1 gebruiksfunctie leden van toepassing geluid van buiten industrie-, weg- of spoorweglawaai luchtvaartlawaai verbouw tijdelijke bouw artikel 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 lid * 1 2 3 4 5 1 2 3 4 * 1 2 1 Woonfunctie a woonwagen * – – – – – – – – – * – – b andere woonfunctie * 1 – 3 4 5 1 2 3 4 * 1 2 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang * 1 2 3 4 5 1 2 3 4 * 1 2 b andere bijeenkomstfunctie – – – – – – – – – – – – – 3 Celfunctie – – – – – – – – – – – – – 4 Gezondheidszorgfunctie * 1 2 3 4 5 1 2 3 4 * 1 2 5 Industriefunctie – – – – – – – – – – – – – 6 Kantoorfunctie – – – – – – – – – – – – – 7 Logiesfunctie – – – – – – – – – – – – – 8 Onderwijsfunctie * 1 – 3 4 5 1 2 3 4 * 1 2 9 Sportfunctie – – – – – – – – – – – – – 10 Winkelfunctie – – – – – – – – – – – – – 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 Geluid van buiten#
Artikel 3.2 Geluid van buiten Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering met een minimum van 20 dB. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 Industrie-, weg- of spoorweglawaai#
Artikel 3.3 Industrie-, weg- of spoorweglawaai 1 Wet geluidhinder Tracéwet Bij een krachtens deof devastgesteld hogere-waardenbesluit is de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied niet kleiner dan het verschil tussen de in dat besluit opgenomen hoogst toelaatbare geluidsbelasting voor industrie-, weg- of spoorweglawaai en 35 dB(A) bij industrielawaai, of 33 dB bij weg- of spoorweglawaai. 2 Wet geluidhinder Tracéwet Bij een krachtens deof devastgesteld hogere-waardenbesluit is de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een bedgebied niet kleiner dan het verschil tussen de in dat besluit opgenomen hoogst toelaatbare geluidsbelasting voor industrie-, weg- of spoorweglawaai en 30 dB(A) bij industrielawaai, of 28 dB bij weg- of spoorweglawaai. 3 artikel 110d van de Wet geluidhinder Indien dit leidt tot een lagere karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie dan bij toepassing van het eerste of tweede lid het geval is kan de in het eerste en tweede lid bedoelde geluidsbelasting worden bepaald volgens het reken- en meetvoorschrift, bedoeld in. 4 Op een inwendige scheidingsconstructie van een gebied als bedoeld in het eerste en tweede lid, die niet de scheiding vormt met een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie waarop het eerste en tweede lid van toepassing zijn, zijn deze leden van overeenkomstige toepassing. 5 Een scheidingsconstructie als bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid van een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die maximaal 2 dB of dB(A) lager is dan de karakteristieke geluidwering als bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid van het verblijfsgebied waarin de verblijfsruimte ligt. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 Luchtvaartlawaai#
Artikel 3.4 Luchtvaartlawaai 1 Luchtvaartwet Wet luchtvaart Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie in een krachtens deof devastgestelde Ke-geluidzone bij een militaire luchthaven, heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die niet kleiner is dan de waarde in tabel 3.4. Indien de geluidsbelasting ligt tussen de in de eerste kolom opgenomen Ke-waarden, wordt de te bereiken waarde van de geluidwering bepaald door middel van rechtevenredige interpolatie tussen de in de tweede kolom opgenomen dB-waarden. Tabel 3.4 geluidwering bij luchtvaartlawaai geluidsbelasting in Ke vereiste karakteristieke geluidwering in dB 36–40 30–33 41–45 33–36 46-50 36–40 meer dan 50 40 2 bijlage 3B, nummer 4, van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol Luchtvaartwet Wet luchtvaart den Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie in een voor de luchthaven Schiphol op de kaarten inaangewezen gebied of een krachtens de Wet luchtvaart vastgestelde 56 dB(A) Lbeperkingengebied of een vastgestelde 35 Ke-geluidzone bij een burgerluchthaven, heeft een zodanige volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering dat het karakteristiek geluidniveau in het verblijfsgebied ten hoogste 33 dB is. Daarbij wordt uitgegaan van de krachtens deof debepaalde geluidbelasting op de uitwendige scheidingsconstructie. 3 Op een inwendige scheidingsconstructie van een gebied als bedoeld in het eerste en tweede lid, die niet de scheiding vormt met een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie waarop het eerste en tweede lid van toepassing zijn, zijn deze leden van overeenkomstige toepassing. 4 Een scheidingsconstructie als bedoeld in het eerste tot en met derde lid van een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die maximaal 2 dB of dB(A) lager is dan de karakteristieke geluidwering als bedoeld in het eerste tot en met derde lid van het verblijfsgebied waarin de verblijfsruimte ligt. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 Verbouw#
Artikel 3.5 Verbouw artikelen 3.2 tot en met 3.4 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 Tijdelijke bouw#
Artikel 3.6 Tijdelijke bouw 1 artikelen 3.2 tot en met 3.4 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB of dB(A) lager is dan het in die artikelen aangegeven niveau. 2 artikel 3.4, derde lid In afwijking van het eerste lid wordt bij toepassing van, uitgegaan van een karakteristiek geluidniveau in het verblijfsgebied van ten hoogste 30 dB. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 Aansturingsartikel#
Artikel 3.7 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk biedt bescherming tegen geluid van installaties. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.7 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 3.7 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarden aangrenzend perceel zelfde perceel verbouw tijdelijke bouw zelfde perceel artikel 3.8 3.9 3.10 3.11 3.9 lid 1 2 1 2 3 * * 2 [dB] 1 Woonfunctie 1 2 1 2 3 * * 30 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang 1 – 1 2 – * * 35 b andere bijeenkomstfunctie 1 – 1 – – * * – 3 Celfunctie 1 – 1 – – * * – 4 Gezondheidszorgfunctie 1 – 1 – – * * – 5 Industriefunctie 1 – 1 – – * * – 6 Kantoorfunctie 1 – 1 – – * * – 7 Logiesfunctie 1 – 1 – – * * – 8 Onderwijsfunctie 1 – 1 2 – * * 35 9 Sportfunctie 1 – 1 – – * * – 10 Winkelfunctie 1 – 1 – – * * – 11 Overige gebruiksfunctie 1 – 1 – – * * – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde 1 – 1 – – – – – 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2021 12 15-01-2021 18-12-2020 01-04-2021
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 Aangrenzend perceel#
Artikel 3.8 Aangrenzend perceel 1 Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanisch ventilatiesysteem, een installatie voor warmte- of koudeopwekking, een installatie voor het verhogen van waterdruk of een lift veroorzaakt in een op een aangrenzend perceel gelegen verblijfsgebied een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste 30 dB. Dit geldt niet voor een op een aangrenzend perceel gelegen lichte industriefunctie of een overige gebruiksfunctie. 2 Een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, veroorzaakt op de perceelgrens met een perceel voor een andere woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB, bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai. 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2021 12 15-01-2021 18-12-2020 01-04-2021
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 Zelfde perceel#
Artikel 3.9 Zelfde perceel 1 Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanische voorziening voor luchtverversing, een installatie voor warmte- of koudeopwekking, een installatie voor verhoging van waterdruk of een lift veroorzaakt in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste 30 dB. 2 tabel 3.7 Een mechanische voorziening voor luchtverversing of warmterugwinning, of een installatie voor warmte- of koudeopwekking veroorzaakt in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van de gebruiksfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste de inaangegeven waarde. 3 Een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, veroorzaakt ter plaatse van een te openen raam of deur van een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB, bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai. 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2021 12 15-01-2021 18-12-2020 01-04-2021
Artikel 3.10 — Artikel 3.10 Verbouw#
Artikel 3.10 Verbouw artikelen 3.8, eerste lid 3.9, eerste en tweede lid Op gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de, envan overeenkomstige toepassing, waarbij wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan het in die artikelen aangegeven niveau. 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2021 12 15-01-2021 18-12-2020 01-04-2021
Artikel 3.11 — Artikel 3.11 Tijdelijke bouw#
Artikel 3.11 Tijdelijke bouw artikelen 3.8 3.9 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn deen, van overeenkomstige toepassing, waarbij wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan het in die artikelen aangegeven niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.12 — Artikel 3.12 Aansturingsartikel#
Artikel 3.12 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen woongebouw heeft in een gemeenschappelijke verkeersruimte een zodanige geluidsabsorptie, dat geluidhinder door galm wordt beperkt. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.13 — Artikel 3.13 Geluidsabsorptie#
Artikel 3.13 Geluidsabsorptie 2 3 Een besloten gemeenschappelijke verkeersruimte voor het ontsluiten van een woonfunctie die grenst aan een niet-gemeenschappelijke ruimte van een woonfunctie, heeft een volgens NEN-EN 12354-6 bepaalde totale geluidsabsorptie met een getalswaarde, uitgedrukt in m, die niet kleiner is dan 1/8 van de getalswaarde van de inhoud van die ruimte, uitgedrukt in m, in elk van de octaafbanden met middenfrequenties van 250, 500, 1.000 en 2.000 Hz. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 3.14 — Artikel 3.14 Verbouw#
Artikel 3.14 Verbouw artikel 3.13 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een woongebouw isvan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in dat artikel aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.15 — Artikel 3.15 Aansturingsartikel#
Artikel 3.15 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk biedt bescherming tegen geluidsoverlast tussen gebruiksfuncties en tussen ruimten in een woonfunctie voor zover in het bouwwerk een woonfunctie ligt. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.15 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.15 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 3.15 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarden ander perceel verschillende gebruiksfuncties op hetzelfde perceel verblijfsruimten van dezelfde woonfunctie verbouw tijdelijke bouw ander perceel verschillende gebruiksfuncties op hetzelfde perceel artikel 3.16 3.17 3.17a 3.18 3.19 3.16 3.17 lid 1 2 3 4 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 3 * * 3 4 3 4 [dB] [dB] 1 Woonfunctie a woonwagen – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – b in een woongebouw 1 2 3 4 1 2 3 4 – 6 7 – 1 2 3 * * 54 59 54 59 c voor studenten in een woongebouw 1 2 3 4 1 2 3 4 – 6 7 8 1 2 3 * * 54 59 54 59 d andere woonfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 – – – – 1 2 3 * * 54 59 54 59 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 – – – – – – – * * 59 64 59 64 3 Celfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 – – – – – – – * * 59 64 59 64 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 – – – – – – – * * 59 64 59 64 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – b andere industriefunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 – – – – – – – * * 59 64 59 64 6 Kantoorfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 5 – – – – – – * * 59 64 59 64 7 Logiesfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 5 – – – – – – * * 59 64 59 64 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 – – – – – – – * * 59 64 59 64 9 Sportfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 5 – – – – – – * * 59 64 59 64 10 Winkelfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 5 – – – – – – * * 59 64 59 64 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 5 – – – – – – * * 59 64 59 64 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 3.16 — Artikel 3.16 Ander perceel#
Artikel 3.16 Ander perceel 1 Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie op een ander perceel is niet kleiner dan 52 dB. 2 Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op een ander perceel is niet kleiner dan 47 dB. 3 tabel 3.15 Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie op een ander perceel is niet groter dan de inaangegeven waarde. 4 tabel 3.15 Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op een ander perceel is niet groter dan de inaangegeven waarde. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.17 — Artikel 3.17 Verschillende gebruiksfuncties op hetzelfde perceel#
Artikel 3.17 Verschillende gebruiksfuncties op hetzelfde perceel 1 Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde perceel is niet kleiner dan 52 dB. 2 Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde perceel is niet kleiner dan 47 dB. 3 Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde perceel is niet groter dan de in tabel 3.15 aangegeven waarde. 4 Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde perceel is niet groter dan de in tabel 3.15 aangegeven waarde. 5 Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op de geluidsoverdracht van een nevenfunctie van een woonfunctie naar die woonfunctie. 6 Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op de geluidsoverdracht van een gemeenschappelijke ruimte naar een aangrenzende gemeenschappelijke ruimte. 7 Het tweede en vierde lid zijn niet van toepassing op de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een gemeenschappelijk verkeersruimte of op de geluidsoverdracht van een gemeenschappelijke verkeersruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte. 8 Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op de geluidsoverdracht van een gemeenschappelijke verkeersruimte naar een aangrenzende woonfunctie. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 3.17a — Artikel 3.17a Verblijfsruimten van dezelfde woonfunctie#
Artikel 3.17a Verblijfsruimten van dezelfde woonfunctie 1 Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een verblijfsruimte naar een andere verblijfsruimte van dezelfde woonfunctie is niet kleiner dan 32 dB. 2 Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een verblijfsruimte naar een andere verblijfsruimte van dezelfde woonfunctie is niet groter dan 79 dB. 3 Het eerste en tweede lid gelden niet indien de verblijfsruimten met elkaar in open verbinding staan, of indien de ene verblijfsruimte vanuit de andere rechtstreeks bereikbaar is door een deuropening. 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 3.18 — Artikel 3.18 Verbouw#
Artikel 3.18 Verbouw artikelen 3.16 tot en met 3.17a Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 3.19 — Artikel 3.19 Tijdelijke bouw#
Artikel 3.19 Tijdelijke bouw artikelen 3.16 tot en met 3.17a Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan het in die artikelen aangegeven niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 3.20 — Artikel 3.20 Aansturingsartikel#
Artikel 3.20 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige scheidingsconstructies dat de vorming van allergenen door vocht in verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten voldoende wordt beperkt. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.20 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.20 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 3.20 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarden wering van vocht van buiten factor van de temperatuur wateropname verbouw factor van de temperatuur artikel 3.21 3.22 3.23 3.24 3.22 lid 1 2 3 4 1 2 1 2 * 1 1 Woonfunctie 1 2 3 4 1 2 1 2 * 0,65 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 3 4 1 2 1 2 * 0,5 3 Celfunctie 1 2 3 4 1 2 1 2 * 0,5 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 4 1 2 1 2 * 0,5 5 Industriefunctie – – – – 1 2 1 2 * 0,5 6 Kantoorfunctie 1 2 3 4 1 2 1 2 * 0,5 7 Logiesfunctie 1 2 3 4 1 2 1 2 * 0,5 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 4 1 2 1 2 * 0,5 9 Sportfunctie 1 2 3 4 1 2 1 2 * 0,5 10 Winkelfunctie 1 2 3 4 1 2 1 2 * 0,5 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.21 — Artikel 3.21 Wering van vocht van buiten#
Artikel 3.21 Wering van vocht van buiten 1 Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht. 2 Een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op het kunnen binnendringen van vocht in het verblijfsgebied, de toiletruimte of de badruimte, is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht. 3 Een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, voor zover die scheidingsconstructie niet grenst aan een ander verblijfsgebied, een andere toiletruimte of een andere badruimte, is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht. 4 -6 3 2 Een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de specifieke luchtvolumestroom naar het verblijfsgebied, de toiletruimte of de badruimte, heeft een volgens NEN 2690 bepaalde, specifieke luchtvolumestroom van ten hoogste 20.10m/(m.s). 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.22 — Artikel 3.22 Factor van de temperatuur#
Artikel 3.22 Factor van de temperatuur 1 artikel 5.3 tabel 3.20 Een scheidingsconstructie waarvoor een warmteweerstand als bedoeld ingeldt, heeft aan de zijde die grenst aan een verblijfsgebied een volgens NEN 2778 bepaalde factor van de temperatuur van de binnenoppervlakte, die niet kleiner is dan de inaangegeven waarde. 2 Het eerste lid geldt niet voor ramen, deuren, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.23 — Artikel 3.23 Wateropname#
Artikel 3.23 Wateropname 1 2 1/2 2 1/2 Een scheidingsconstructie van een toiletruimte of een badruimte heeft aan een zijde die grenst aan die ruimte, tot 1,2 m hoogte boven de vloer van die ruimte een volgens NEN 2778 bepaalde wateropname die gemiddeld niet groter is dan 0.01 kg/(m.s) en op geen enkele plaats groter dan 0,2 kg/(m.s). 2 Voor een badruimte geldt het in het eerste lid gestelde voorschrift ter plaatse van een bad of een douche over een lengte van ten minste 3 m, tot een hoogte van 2,1 m boven de vloer van die ruimte. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.24 — Artikel 3.24 Verbouw#
Artikel 3.24 Verbouw artikelen 3.21 tot en met 3.23 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 3.25 — Artikel 3.25 Aansturingsartikel#
Artikel 3.25 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk heeft zodanige scheidingsconstructies dat de vorming van allergenen door vocht in verblijfsruimten, toiletruimten en badruimten voldoende wordt beperkt. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.25 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.25 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 3.25 gebruiksfunctie leden van toepassing vocht van buiten wateropname artikel 3.26 3.27 lid 1 2 3 * 1 Woonfunctie 1 2 3 * 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 3 * 3 Celfunctie 1 2 3 * 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 * 5 Industriefunctie – – – * 6 Kantoorfunctie 1 2 3 * 7 Logiesfunctie 1 2 3 * 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 * 9 Sportfunctie 1 2 3 * 10 Winkelfunctie 1 2 3 * 11 Overige gebruiksfunctie – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.26 — Artikel 3.26 Vocht van buiten#
Artikel 3.26 Vocht van buiten 1 Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte, een toiletruimte of een badruimte is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht. 2 Een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsruimte, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op het kunnen binnendringen van vocht in de verblijfsruimte, de toiletruimte of de badruimte, is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht. 3 Een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte, een toiletruimte of een badruimte, voor zover die scheidingsconstructie niet grenst aan een andere verblijfsruimte, een andere toiletruimte of een andere badruimte, is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.27 — Artikel 3.27 Wateropname#
Artikel 3.27 Wateropname 2 1/2 2 1/2 Een scheidingsconstructie van een badruimte heeft aan een zijde die grenst aan die ruimte tot 1 m boven de vloer van die ruimte een volgens NEN 2778 bepaalde wateropname die gemiddeld niet groter is dan 0.01 kg/(m.s) en op geen enkele plaats groter dan 0,2 kg/(m.s). 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.28 — Artikel 3.28 Aansturingsartikel#
Artikel 3.28 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk heeft een zodanige voorziening voor luchtverversing dat het ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht wordt voorkomen. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.28 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 3.28 gebruiksfunctie leden van toepassing grens waarde capaciteit luchtverversing verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte thermisch comfort regelbaarheid luchtverversing overige ruimten plaats van de opening luchtkwaliteit verbouw tijdelijke bouw per persoon artikel 3.29 3.30 3.31 3.32 3.33 3.34 3.35 3.36 3.29 lid 1 2 3 4 5 6 7 * 1 2 3 1 2 3 4 5 6 7 1 2 3 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 2 * 3 3 [dm/s per persoon] 1 Woonfunctie 1 2 – 4 5 6 7 * 1 2 3 1 2 3 4 – – – 1 2 3 1 2 3 4 5 – 7 8 – 1 2 * – 2 Bijeenkomstfunctie a. voor kinderopvang – – 3 4 – 6 7 * 1 2 3 – 2 3 4 – – – 1 2 3 1 – – 4 5 – 7 8 – 1 2 * 6,5 b. andere bijeenkomstfunctie – – 3 4 – 6 7 * 1 2 3 – 2 3 4 – – – 1 2 3 1 – – 4 5 – 7 8 – 1 2 – 4 3 Celfunctie – – 3 4 – 6 7 * 1 2 3 – 2 3 4 – – – 1 2 3 1 – – 4 5 – 7 8 – 1 2 – a. cel 12 b. ander verblijfsgebied 6,5 4 Gezondheidszorgfunctie – – 3 4 – 6 7 * 1 2 3 – 2 3 4 – – – 1 2 3 1 – – 4 5 – 7 8 – 1 2 – a. bedgebied 12 b. ander verblijfsgebied 6,5 5 Industriefunctie – – 3 4 – 6 7 – – – – – 2 3 4 – – – 1 2 3 1 – – 4 5 – 7 8 – 1 2 – 6,5 6 Kantoorfunctie – – 3 4 – 6 7 * 1 2 3 – 2 3 4 – – – 1 2 3 1 – – 4 5 – 7 8 – 1 2 – 6,5 7 Logiesfunctie a. in een logiesgebouw – – 3 4 – 6 7 * 1 2 3 – 2 3 4 – – – 1 2 3 1 2 – 4 5 – 7 8 – 1 2 – 12 b. andere logiesfunctie – – 3 4 5 6 7 * 1 2 3 – 2 3 4 – – – 1 2 3 1 2 – 4 5 – 7 8 – 1 2 – 12 8 Onderwijsfunctie – – 3 4 – 6 7 * 1 2 3 – 2 3 4 – – – 1 2 3 1 – – 4 5 – 7 8 – 1 2 * 8,5 9 Sportfunctie – – 3 4 – 6 7 * 1 2 3 – 2 3 4 – – – 1 2 3 1 – – 4 5 – 7 8 – 1 2 – 6,5 10 Winkelfunctie – – 3 4 – 6 7 * 1 2 3 – 2 3 4 – – – 1 2 3 1 – – 4 5 – 7 8 – 1 2 – 4 11 Overige gebruiksfunctie a. voor het stallen van motorvoertuigen – – – – – 6 7 – – – – – 2 3 4 5 – – – – – – – – 4 5 – 7 8 9 1 2 – – b. andere overige gebruiksfunctie – – – – – 6 7 – – – – – 2 3 4 – – – – – – – – – 4 5 – 7 8 – 1 2 – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a. wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m – – – – – – – – – – – – 2 – 4 – 6 7 – – – – – – 4 – 6 – – – 1 2 – – b. andere tunnel of tunnelvormig bouwwerk – – – – – – – – – – – – 2 – 4 – 6 – – – – – – – 4 – – – – – 1 2 – – c. ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – 2 – 4 – – – – – – – – – 4 5 – – – – 1 2 – – 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 3.29 — Artikel 3.29 Luchtverversing verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte#
Artikel 3.29 Luchtverversing verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte 1 3 2 3 Een verblijfsgebied heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,9 dm/s per mvloeroppervlakte met een minimum van 7 dm/s. 2 3 2 3 Een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,7 dm/s per mvloeroppervlakte met een minimum van 7 dm/s. 3 tabel 3.28 Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste de inaangegeven capaciteit per persoon. 4 artikel 4.38 3 Onverminderd het eerste tot en met derde lid heeft een verblijfsgebied of een verblijfsruimte, met een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld ineen voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 21 dm/s. 5 Een voorziening voor luchtverversing voor meer dan een verblijfsgebied heeft een capaciteit die niet kleiner is dan de hoogste waarde die volgens het eerste en derde lid geldt voor elk afzonderlijk verblijfsgebied. In aanvulling daarop is de capaciteit niet kleiner dan 70% van de som van de waarden die volgens het eerste, derde en vierde lid gelden voor de op die voorziening aangewezen verblijfsgebieden. 6 3 Een toiletruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een capaciteit van ten minste 7 dm/s, bepaald volgens NEN 1087. 7 3 Een badruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een capaciteit van ten minste 14 dm/s, bepaald volgens NEN 1087. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 3.30 — Artikel 3.30 Thermisch comfort#
Artikel 3.30 Thermisch comfort De toevoer van verse lucht veroorzaakt in de leefzone van een verblijfsgebied een volgens NEN 1087 bepaalde luchtsnelheid die niet groter is dan 0,2 m/s. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.31 — Artikel 3.31 Regelbaarheid#
Artikel 3.31 Regelbaarheid 1 artikel 3.29 Een voorziening voor natuurlijke toevoer van verse lucht is regelbaar in het gebied van 0% tot 30% van de capaciteit als bedoeld inen heeft, bepaald volgens NEN 1087, naast een laagste stand van ten hoogste 10% van die capaciteit en een stand van 100% van die capaciteit, ten minste twee regelstanden in het regelgebied die onderling ten minste 10% in capaciteit verschillen. 2 artikel 3.29 Een voorziening voor mechanische toevoer van verse lucht heeft een dichtstand, is regelbaar in het gebied van 10% tot 100% van de capaciteit als bedoeld inen heeft naast een laagste stand van ten hoogste 10% van die capaciteit en een stand van 100% van die capaciteit ten minste een regelstand in het regelgebied. 3 Een voorziening voor toevoer van verse lucht als bedoeld in het eerste en tweede lid mag zelfregelend zijn in het regelgebied. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 3.32 — Artikel 3.32 Luchtverversing overige ruimten#
Artikel 3.32 Luchtverversing overige ruimten 1 3 2 Een gemeenschappelijke verkeersruimte heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,5 dm/s per mvloeroppervlakte van die ruimte. 2 3 2 3 Een ruimte met een opstelplaats voor een gasmeter heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 1 dm/s per mvloeroppervlakte van die ruimte, met een minimum van 2 dm/s. 3 3 2 Een schacht voor een lift heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 3,2 dm/s per mvloeroppervlakte van die liftschacht. 4 2 3 2 Een opslagruimte voor huishoudelijk afval met een vloeroppervlakte van meer dan 1,5 mheeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 10 dm/s per mvloeroppervlakte van die ruimte. 5 3 2 Een stallingruimte voor motorvoertuigen heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 3 dm/s per mvloeroppervlakte van die ruimte. 6 Een tunnel heeft afhankelijk van zijn bestemming en tunnellengte een voorziening voor luchtverversing met voldoende capaciteit. 7 Bij een tunnelbuislengte van meer dan 500 m is de in het zesde lid bedoelde voorziening voor luchtverversing mechanisch. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 3.33 — Artikel 3.33 Plaats van de opening#
Artikel 3.33 Plaats van de opening 1 artikel 3.29 De volgens NEN 1087 bepaalde verdunningsfactor van de uitstoot van een afvoervoorziening voor luchtverversing heeft ter plaatse van een instroomopening voor de toevoer van verse lucht voor een voorziening voor luchtverversing als bedoeld inten hoogste de in tabel 3.33 aangegeven waarde. Bij de bepaling van de verdunningsfactor blijven afvoervoorzieningen en belemmeringen die op een ander perceel liggen buiten beschouwing. 2 artikel 3.29 De volgens NEN 2757 bepaalde verdunningsfactor van de uitstoot van een afvoervoorziening voor rookgas heeft ter plaatse van een instroomopening voor de toevoer van verse lucht voor een voorziening voor luchtverversing als bedoeld inten hoogste de in tabel 3.33 aangegeven waarde. Bij de bepaling van de verdunningsfactor blijven afvoervoorzieningen en belemmeringen die op een ander perceel liggen buiten beschouwing. Tabel 3.33 Verdunningsfactoren voor verschillende soorten afvoeren. soort afvoer verdunningsfactor Luchtverversing 0,01 Afvoervoorziening voor rookgas bij gasgestookte toestellen 0,01 Afvoervoorziening voor rookgas bij toestellen met andere brandstoffen 0,0015 3 Een instroomopening en een uitmonding van een voorziening voor luchtverversing liggen op een afstand van ten minste 2 m van de perceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie. Dit geldt niet voor een in een dak gelegen instroomopening of uitmonding. Indien het perceel waarop de gebruiksfunctie ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt die afstand aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 3.34 — Artikel 3.34 Luchtkwaliteit#
Artikel 3.34 Luchtkwaliteit 1 artikel 3.29 De toevoer van de inbedoelde hoeveelheid verse lucht naar een verblijfsgebied vindt rechtstreeks van buiten plaats. 2 artikel 3.29 In afwijking van het eerste lid mag, bij de toevoer van verse lucht naar een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied, ten hoogste 50% van de inbedoelde hoeveelheid via een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied of niet-gemeenschappelijke verkeersruimte van dezelfde gebruiksfunctie worden aangevoerd. 3 De toevoer van verse lucht naar een gemeenschappelijke verkeersruimte vindt rechtstreeks van buiten plaats. Afvoer van binnenlucht uit een dergelijke ruimte vindt rechtstreeks naar buiten plaats. 4 De toevoer van verse lucht naar een schacht voor een lift vindt rechtstreeks van buiten plaats, of via de liftmachineruimte van buiten. Afvoer van binnenlucht uit een dergelijke ruimte vindt rechtstreeks naar buiten plaats, of via de liftmachineruimte naar buiten. 5 De toevoer van verse lucht naar een opslagruimte voor huishoudelijk afval vindt rechtstreeks van buiten plaats en de afvoer van binnenlucht rechtstreeks naar buiten. 6 Bij een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m vindt de toevoer van verse lucht rechtstreeks van buiten plaats en de afvoer van binnenlucht rechtstreeks naar buiten. 7 3 artikel 3.29, vierde lid Ten minste 21 dm/s van de capaciteit van de afvoer van binnenlucht uit een verblijfsgebied of een verblijfsruimte waarin zich een opstelplaats voor een kooktoestel, als bedoeld in, bevindt, wordt rechtstreeks naar buiten afgevoerd. 8 De afvoer van binnenlucht uit een toiletruimte of een badruimte vindt rechtstreeks naar buiten plaats. 9 De afvoer van binnenlucht uit een stallingruimte voor motorvoertuigen vindt rechtstreeks naar buiten plaats. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.35 — Artikel 3.35 Verbouw#
Artikel 3.35 Verbouw 1 artikelen 3.29 tot en met 3.34 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2 artikel 3.33, tweede lid In afwijking van het eerste lid mag bij het installeren van een afvoervoorziening voor rookgas bij toepassing van, niet worden uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 3.36 — Artikel 3.36 Tijdelijke bouw#
Artikel 3.36 Tijdelijke bouw artikelen 3.29 tot en met 3.34 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn devan toepassing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.37 — Artikel 3.37 Aansturingsartikel#
Artikel 3.37 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk heeft een zodanige voorziening voor luchtverversing dat het ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht wordt voorkomen. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.37 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 3.37 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarde luchtverversing verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte luchtverversing overige ruimten luchtkwaliteit capaciteit per persoon artikel 3.38 3.39 3.40 3.38 lid 1 2 3 4 5 6 7 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 2 3 [dm/s per persoon] 1 Woonfunctie 1 – 3 4 5 6 7 1 2 3 – – – 1 2 – 4 5 – 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang – 2 3 – – 6 7 1 2 3 – – – 1 2 – 4 5 3,44 b andere bijeenkomstfunctie – 2 3 – – 6 7 1 2 3 – – – 1 2 – 4 5 2,12 3 Celfunctie – 2 3 – – 6 7 1 2 3 – – – 1 2 – 4 5 1 cel 6,40 2 andere verblijfsruimte 3,44 4 Gezondheidszorgfunctie – 2 3 – – 6 7 1 2 3 – – – 1 2 – 4 5 3,44 5 Industriefunctie – 2 3 – – 6 7 1 2 3 – – – 1 2 – 4 5 3,44 6 Kantoorfunctie – 2 3 – – 6 7 1 2 3 – – – 1 2 – 4 5 3,44 7 Logiesfunctie – 2 3 4 – 6 7 1 2 3 – – – 1 2 – 4 5 6,40 8 Onderwijsfunctie – 2 3 – – 6 7 1 2 3 – – – 1 2 – 4 5 3,44 9 Sportfunctie – 2 3 – – 6 7 1 2 3 – – – 1 2 – 4 5 3,44 10 Winkelfunctie – 2 3 – – 6 7 1 2 3 – – – 1 2 – 4 5 2,12 11 Overige gebruiksfunctie a voor het stallen van motorvoertuigen – – – – – 6 7 1 2 – 4 – – 1 2 – 4 5 – b andere overige gebruiksfunctie – – – – – 6 7 1 2 3 – – – 1 2 – 4 5 – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m – – – – – – – 1 2 3 – – 6 1 – 3 – – – b andere tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer – – – – – – – 1 2 – – 5 – 1 – – – – – c ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – 1 2 3 – – – 1 – – – – – 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 3.38 — Artikel 3.38 Luchtverversing verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte#
Artikel 3.38 Luchtverversing verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte 1 3 2 3 Een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,7 dm/s per mvloeroppervlakte met een minimum van 7 dm/s. 2 Een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste de in tabel 3.37 aangegeven capaciteit per persoon. 3 artikel 4.42 3 Onverminderd het eerste en tweede lid heeft een verblijfsruimte met een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld inof met een opstelplaats voor een open verbrandingstoestel voor warmwater een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 21 dm/s. Een opstelplaats voor een kooktoestel of een warmwatertoestel met een nominale belasting van meer dan 15 kW, of voor een warmwatertoestel dat geen open verbrandingstoestel is, blijft hierbij buiten beschouwing. 4 Een voorziening voor luchtverversing voor meer dan een verblijfsruimte heeft een capaciteit die ten minste voldoet aan de hoogste waarde die volgens het eerste tot en met derde lid is bepaald voor een op die voorziening aangewezen verblijfsruimte. 5 Een voorziening voor luchtverversing voor een verblijfsgebied, dat bestaat uit meer dan één gemeenschappelijke verblijfsruimte heeft, in afwijking van het vierde lid, een capaciteit die ten minste voldoet aan de som van de waarden die volgens het eerste tot en met derde lid is bepaald voor de op die voorziening aangewezen verblijfsruimten. 6 3 Een toiletruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een capaciteit van ten minste 7 dm/s, bepaald volgens NEN 8087. 7 3 Een badruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een capaciteit van ten minste 14 dm/s, bepaald volgens NEN 8087. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 3.39 — Artikel 3.39 Luchtverversing overige ruimten#
Artikel 3.39 Luchtverversing overige ruimten 1 3 2 3 Een ruimte met een opstelplaats voor een gasmeter heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 1 dm/s per mvloeroppervlakte van die ruimte, met een minimum van 2 dm/s. 2 3 2 Een schacht voor een lift heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 3,2 dm/s per mvloeroppervlakte van die liftschacht. 3 2 3 2 3 Een opslagruimte voor huishoudelijk afval met vloeroppervlakte van meer dan 1,5 mheeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 10 dm/s per mvloeroppervlakte van die ruimte of een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste100 dm/s. 4 3 2 Een stallingruimte voor motorvoertuigen heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 3 dm/s per mvloeroppervlakte van die ruimte. 5 Een tunnel heeft afhankelijk van zijn bestemming en tunnellengte een voorziening voor luchtverversing met voldoende capaciteit. 6 Bij een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 500 m is de in het vijfde lid bedoelde voorziening voor luchtverversing mechanisch. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 3.40 — Artikel 3.40 Luchtkwaliteit#
Artikel 3.40 Luchtkwaliteit 1 De toevoer van verse lucht naar een liftschacht voor een brandweerlift vindt rechtstreeks van buiten plaats, of via de liftmachineruimte. Afvoer van binnenlucht uit een dergelijke ruimte vindt rechtstreeks naar buiten plaats, of via de liftmachineruimte. 2 De toevoer van verse lucht naar een opslagruimte voor huishoudelijk afval vindt rechtstreeks van buiten plaats. Afvoer van binnenlucht uit een dergelijke ruimte vindt rechtstreeks naar buiten plaats. 3 Bij een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m vindt de toevoer van verse lucht rechtstreeks van buiten plaats en de afvoer van binnenlucht rechtstreeks naar buiten. 4 3 artikel 3.38, derde lid Ten minste 21 dm/s van de capaciteit van de afvoer van binnenlucht uit een verblijfsruimte waarin zich een opstelplaats voor een kooktoestel, als bedoeld in, bevindt, wordt rechtstreeks naar buiten afgevoerd. 5 De afvoer van binnenlucht uit een toiletruimte of een badruimte vindt rechtstreeks naar buiten plaats. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.41 — Artikel 3.41 Aansturingsartikel#
Artikel 3.41 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk heeft een voorziening voor het zo nodig snel kunnen afvoeren van sterk verontreinigde binnenlucht. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.41 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.41 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 3.41 gebruiksfunctie leden van toepassing capaciteit plaats van de opening verbouw tijdelijke bouw artikel 3.42 3.43 3.44 3.45 lid 1 2 3 * * * 1 Woonfunctie 1 2 – * * * 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang 1 2 3 * * * b andere bijeenkomstfunctie – – – – – – 3 Celfunctie – – – – – – 4 Gezondheidszorgfunctie – – – – – – 5 Industriefunctie – – – – – – 6 Kantoorfunctie – – – – – – 7 Logiesfunctie – – – – – – 8 Onderwijsfunctie a voor basisonderwijs 1 2 – * * * b andere onderwijsfunctie – – – – – – 9 Sportfunctie – – – – – – 10 Winkelfunctie – – – – – – 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.42 — Artikel 3.42 Capaciteit#
Artikel 3.42 Capaciteit 1 3 2 Een verblijfsgebied heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 6 dm/s per mvloeroppervlakte van dat gebied. In een uitwendige scheidingsconstructie van dat gebied zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd. 2 3 2 Een verblijfsruimte heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 3 dm/s per mvloeroppervlakte van die ruimte. In een uitwendige scheidingsconstructie van die ruimte zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd. Ten minste een van die beweegbare constructieonderdelen is een beweegbaar raam. 3 artikel 3.29 In afwijking van het eerste en tweede lid kan de bedoelde capaciteit worden gerealiseerd met een inbedoelde voorziening voor luchtverversing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 3.43 — Artikel 3.43 Plaats van de opening#
Artikel 3.43 Plaats van de opening artikel 3.42, eerste lid Een opening van een spuivoorziening als bedoeld in, ligt op een afstand van ten minste 2 m van de perceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie. Indien het perceel waarop de gebruiksfunctie ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt die afstand aangehouden tot het hart van de weg, dat water of dat groen. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.44 — Artikel 3.44 Verbouw#
Artikel 3.44 Verbouw artikelen 3.42 3.43 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn deenvan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.45 — Artikel 3.45 Tijdelijke bouw#
Artikel 3.45 Tijdelijke bouw artikelen 3.42 3.43 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn deenvan toepassing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.46 — Artikel 3.46 Aansturingsartikel#
Artikel 3.46 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk heeft een voorziening voor het zo nodig snel kunnen afvoeren van sterk verontreinigde binnenlucht. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.46 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.46 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 3.46 gebruiksfunctie leden van toepassing capaciteit artikel 3.47 lid 1 2 3 1 Woonfunctie 1 2 3 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang 1 – 3 b andere bijeenkomstfunctie – – – Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties – – – 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.47 — Artikel 3.47 Capaciteit#
Artikel 3.47 Capaciteit 1 3 2 Een verblijfsruimte heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 3 dm/s per mvloeroppervlakte van die ruimte. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een gemeenschappelijke verblijfsruimte. 3 artikel 3.38 De in het eerste lid bedoelde capaciteit kan worden gerealiseerd met de inbedoelde voorziening voor luchtverversing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.48 — Artikel 3.48 Aansturingsartikel#
Artikel 3.48 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk met een opstelplaats voor een verbrandingstoestel heeft zodanige voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas, dat een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht wordt voorkomen. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.48 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.48 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 3.48 gebruiksfunctie leden van toepassing aanwezigheid capaciteit plaats van de opening thermisch comfort rookdoorlatendheid stromingsrichting verbouw tijdelijke bouw artikel 3.49 3.50 3.51 3.52 3.53 3.54 3.55 3.56 lid * 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 * * 1 2 1 2 3 * 1 Woonfunctie * 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 * * 1 2 1 2 3 * 2 Bijeenkomstfunctie * 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 * * 1 2 1 2 3 * 3 Celfunctie * 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 * * 1 2 1 2 3 * 4 Gezondheidszorgfunctie * 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 * * 1 2 1 2 3 * 5 Industriefunctie * 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 – * 1 2 1 2 3 * 6 Kantoorfunctie * 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 * * 1 2 1 2 3 * 7 Logiesfunctie * 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 * * 1 2 1 2 3 * 8 Onderwijsfunctie * 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 * * 1 2 1 2 3 * 9 Sportfunctie * 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 * * 1 2 1 2 3 * 10 Winkelfunctie * 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 * * 1 2 1 2 3 * 11 Overige gebruiksfunctie * – 2 3 4 5 6 – 2 3 4 5 – * 1 2 1 2 3 * 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 3.49 — Artikel 3.49 Aanwezigheid#
Artikel 3.49 Aanwezigheid Een ruimte met een opstelplaats voor een verbrandingstoestel heeft voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas. Een opstelplaats voor een kooktoestel met een nominale belasting van niet meer dan 15 kW, gelegen in een verblijfsruimte, blijft hierbij buiten beschouwing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.50 — Artikel 3.50 Capaciteit#
Artikel 3.50 Capaciteit 1 Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht voor een opstelplaats voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van meer dan 130 kW heeft een zodanige capaciteit, dat de verbranding doeltreffend kan plaatsvinden. 2 Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van niet meer dan 130 kW heeft ten minste de volgens tabel 3.50.1 benodigde capaciteit, bepaald volgens NEN 1087. Tabel 3.50.1 verbrandingstoestel benodigde capaciteit van de toevoer van verbrandingslucht per kW nominale belasting brandstof 3 [m/s] gesloten vuur met trekonderbreker aardgas/butaan/propaan -3 0,78 . 10 open vuur (blokkenvuurtoestel type II) aardgas -3 3,35 . 10 gesloten vuur, met ventilator, zonder trekonderbreker aardgas/butaan/propaan -3 0,38 . 10 gesloten vuur olie -3 0,32 . 10 gesloten vuur kolen -3 0,52 . 10 open vuur, vaste brandstof (open haard) vaste brandstof -3 2,8 . 10 3 Een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een opstelplaats voor een verbrandingstoestel heeft een volgens NEN 2757 bepaalde capaciteit die niet kleiner is dan de met formule 3.50 bepaalde normaalvolumestroom van het rookgas. Formule 3.50 vn -3 q= B × 0,27 × 10x n' waarin: vn q 3 is de normaalvolumestroom in m/s; B is de nominale belasting van het toestel, in kW; n' is de «rekenwaarde verdunningsfactor van rookgas» zoals aangegeven in tabel 3.50.2 Tabel 3.50.2 verbrandingstoestel rekenwaarde verdunningsfactor van rookgas (n') afvoer zonder ventilator afvoer met ventilator brandstof [–] [–] gesloten vuur, zonder ventilator, met trekonderbreker aardgas/butaan/propaan 3,0 5,0 open vuur, zonder ventilator (blokkenvuurtoestel type II) aardgas 12,5 12,5 gesloten vuur, zonder ventilator olie (HBO I) 1,3 2,6 gesloten vuur, zonder ventilator kolen, hout 2,0 4,0 open vuur, zonder ventilator vaste brandstof 10,0 10,0 4 In afwijking van het derde lid heeft een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een opstelplaats voor een open verbrandingstoestel met ventilator een volgens NEN 2757 bepaalde capaciteit die niet kleiner is dan de door de toestelventilator opgewekte volumestroom. 5 Een combinatie luchttoevoer- verbrandingsgasafvoersysteem heeft een volgens NEN 2757 bepaald positief drukverschil tussen het afvoerkanaal voor rookgas en het toevoerkanaal voor verbrandingslucht. 6 Een combinatie van een voorziening voor de afvoer van rookgas met een voorziening voor de afvoer van binnenlucht heeft een volgens NEN 2757 bepaalde capaciteit die gelijk is aan de hoogste waarde die geldt voor de afzonderlijke voorzieningen. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 3.51 — Artikel 3.51 Plaats van de opening#
Artikel 3.51 Plaats van de opening 1 tabel 3.33 Bij toevoer van verbrandingslucht via een verblijfsgebied, heeft de volgens NEN 1087 bepaalde verdunningsfactor van de uitstoot van een afvoervoorziening voor luchtverversing en van een afvoervoorziening voor rookgas, ter plaatse van een in de uitwendige scheidingsconstructie gelegen instroomopening voor verbrandingslucht, ten hoogste de inaangegeven waarde. Bij de bepaling van de verdunningsfactor blijven afvoervoorzieningen en belemmeringen die op een ander perceel liggen, buiten beschouwing. 2 Een instroomopening van een toevoervoorziening voor verbrandingslucht en een uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas, liggen op een afstand van ten minste 2 m van de perceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie. Dit geldt niet voor een in een dak gelegen instroomopening of uitmonding. Indien het perceel waarop de gebruiksfunctie ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt die afstand aangehouden tot het hart van de weg, dat water of dat groen. 3 Een uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas ligt, gemeten langszij aan een uitwendige scheidingsconstructie van een gebruiksfunctie, niet zijnde het dak, op een afstand van ten minste 1 m van de perceelsgrens. 4 Een instroomopening van een toevoervoorziening voor verbrandingslucht en een uitmonding van een afvoervoerziening voor rookgas, gelegen boven een constructieonderdeel of het aansluitende terrein, liggen, ter voorkoming van gehele of gedeeltelijke afsluiting van de opening door ophoping van vuil of sneeuw, ten minste 0,3 m boven de bovenzijde van dat constructieonderdeel of dat terrein. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 3.52 — Artikel 3.52 Thermisch comfort#
Artikel 3.52 Thermisch comfort De toevoer van verbrandingslucht veroorzaakt in de leefzone van een verblijfsgebied een volgens NEN 1087 bepaalde luchtsnelheid die niet groter is dan 0,2 m/s. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.53 — Artikel 3.53 Rookdoorlatendheid#
Artikel 3.53 Rookdoorlatendheid Het inwendig oppervlak van een afvoervoorziening voor rookgas heeft, ter voorkoming van verspreiding van voor de gezondheid schadelijke bestanddelen uit de rook, een volgens NEN 2757 bepaalde doorlatendheid die niet groter is dan in tabel 3.53 is aangegeven. Tabel 3.53 afvoervoorziening voor rook toegestane doorlatendheid Een overdrukvoorziening als bedoeld in NEN 2757 -3 3 2 0,006 x 10m/s per minwendig oppervlak, gemeten bij een drukverschil van 200 Pa Een onderdrukvoorziening als bedoeld in NEN 2757 -3 3 2 3 x 10m/s per minwendig oppervlak, gemeten bij een drukverschil van 40 Pa 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.54 — Artikel 3.54 Stromingsrichting#
Artikel 3.54 Stromingsrichting 1 De volgens NEN 1087 bepaalde richting van de luchtstroming voor de toevoer van verbrandingslucht gaat vanuit de voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht naar een opstelplaats van een verbrandingstoestel. Bij de bepaling van de stromingsrichting blijven bouwwerken en daarmee gelijk te stellen belemmeringen, die op een ander perceel liggen, buiten beschouwing. 2 Rookgas stroomt, bepaald volgens NEN 2757, vanaf de opstelplaats van een verbrandingstoestel naar de uitmonding van de voorziening voor de afvoer van rook. Bij de bepaling van de stromingsrichting blijven bouwwerken en andere daarmee gelijk te stellen belemmeringen op een ander perceel buiten beschouwing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.55 — Artikel 3.55 Verbouw#
Artikel 3.55 Verbouw 1 artikelen 3.51 tot en met 3.53 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2 artikelen 3.51 3.53 In afwijking van het eerste lid wordt bij het installeren van een afvoervoorziening voor rookgas bij toepassing van deenniet uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 3 artikel 3.51 In afwijking van het eerste lid wordt bij het installeren van een toevoervoorziening voor verbrandingslucht bij toepassing vanniet uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 3.56 — Artikel 3.56 Tijdelijke bouw#
Artikel 3.56 Tijdelijke bouw artikelen 3.49 tot en met 3.54 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn devan toepassing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.57 — Artikel 3.57 Aansturingsartikel#
Artikel 3.57 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk met een opstelplaats voor een verbrandingstoestel heeft zodanige voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas, dat een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht wordt voorkomen. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.57 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.57 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 3.57 gebruiksfunctie leden van toepassing aanwezigheid capaciteit rookdoorlatendheid stromingsrichting artikel 3.58 3.59 3.60 3.61 lid * 1 2 3 4 5 6 * 1 2 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties * 1 2 3 4 5 6 * 1 2 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.58 — Artikel 3.58 Aanwezigheid#
Artikel 3.58 Aanwezigheid Een ruimte met een opstelplaats voor een verbrandingstoestel heeft voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas. Een opstelplaats voor een kooktoestel of een warmwatertoestel met open verbranding met een nominale belasting van niet meer dan 15 kW, gelegen in een verblijfsruimte, blijft hierbij buiten beschouwing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 3.59 — Artikel 3.59 Capaciteit#
Artikel 3.59 Capaciteit 1 Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht en een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een opstelplaats voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van meer dan 130 kW hebben een zodanige capaciteit, dat de verbranding doeltreffend kan plaatsvinden. 2 tabel 3.50.1 Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van niet meer dan 130 kW heeft ten minste de volgensbenodigde capaciteit, bepaald volgens NEN 8087. 3 Een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een opstelplaats voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van niet meer dan 130 kW heeft een volgens NEN 8757 bepaalde capaciteit die niet kleiner is dan de met formule 3.50 bepaalde normaalvolumestroom van het rookgas. 4 In afwijking van het derde lid heeft een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een opstelplaats voor een open verbrandingstoestel met ventilator en een nominale belasting van niet meer dan 130 kW, een volgens NEN 8757 bepaalde capaciteit die niet kleiner is dan de door de toestelventilator opgewekte volumestroom. 5 Een combinatie luchttoevoer- verbrandingsgasafvoersysteem heeft een volgens NEN 8757 bepaald positief drukverschil tussen het afvoerkanaal voor rookgas en het toevoerkanaal voor verbrandingslucht. 6 Een combinatie van een voorziening voor de afvoer van rookgas met een voorziening voor de afvoer van binnenlucht heeft een volgens NEN 8757 bepaalde capaciteit die gelijk is aan de hoogste waarde die geldt voor de afzonderlijke voorzieningen. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.60 — Artikel 3.60 Rookdoorlatendheid#
Artikel 3.60 Rookdoorlatendheid -3 3 2 Het inwendig oppervlak van een overdrukvoorziening voor de afvoer van rookgas heeft, ter voorkoming van verspreiding van voor de gezondheid schadelijke bestanddelen uit de rook, een volgens NEN 8757 bepaalde doorlatendheid die bij een drukverschil van 200 Pa, niet groter is dan 0,006 x 10m/s per m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.61 — Artikel 3.61 Stromingsrichting#
Artikel 3.61 Stromingsrichting 1 De richting van de luchtstroming voor de toevoer van verbrandingslucht gaat vanuit de voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht naar een opstelplaats van een verbrandingstoestel. Bij de bepaling van de stromingsrichting blijven bouwwerken en daarmee gelijk te stellen belemmeringen, die op een ander perceel liggen, buiten beschouwing. 2 Rookgas stroomt, bepaald volgens NEN 8757, vanaf de opstelplaats van een verbrandingstoestel naar de uitmonding van de voorziening voor de afvoer van rook. Bij de bepaling van de stromingsrichting blijven bouwwerken en andere daarmee gelijk te stellen belemmeringen op een ander perceel buiten beschouwing. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 3.62 — Artikel 3.62 Aansturingsartikel#
Artikel 3.62 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat het ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht door de aanwezigheid van voor de gezondheid schadelijke stoffen en ioniserende straling beperkt is. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.62 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. Tabel 3.62 gebruiksfunctie leden van toepassing ministeriële regeling verbouw tijdelijke bouw artikel 3.63 3.64 3.65 lid 1 2 * * 11 Overige gebruiksfunctie 1 – * * 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde 1 – * * Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties 1 2 * * 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.63 — Artikel 3.63 Ministeriële regeling#
Artikel 3.63 Ministeriële regeling 1 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in een bouwwerk toepassen van materialen waaruit giftige of hinderlijke stoffen kunnen vrijkomen of waaruit ioniserende stralen kunnen ontstaan. 2 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven voor een uitwendige scheidingsconstructie, die de scheiding vormt met de grond of met de kruipruimte voor zover die scheidingsconstructie van invloed is op het ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht door de aanwezigheid van voor de gezondheid schadelijke stoffen en ioniserende straling. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.64 — Artikel 3.64 Verbouw#
Artikel 3.64 Verbouw artikel 3.63 Op het gedeeltelijk vernieuwen of het veranderen of het vergroten van een bouwwerk isvan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in dat artikel aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.65 — Artikel 3.65 Tijdelijke bouw#
Artikel 3.65 Tijdelijke bouw artikel 3.63 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk isvan toepassing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.66 — Artikel 3.66 Aansturingsartikel#
Artikel 3.66 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk is zodanig dat het ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht door de aanwezigheid van voor de gezondheid schadelijke stoffen beperkt is. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van het voorschrift in deze paragraaf en de krachtens die bepaling gegeven voorschriften. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.67 — Artikel 3.67 Ministeriële regeling#
Artikel 3.67 Ministeriële regeling Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in een bouwwerk aanwezig zijn van materialen waaruit giftige of hinderlijke stoffen kunnen vrijkomen. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.68 — Artikel 3.68 Aansturingsartikel#
Artikel 3.68 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat het binnendringen van ratten en muizen wordt tegengegaan. 2 Voor zover voor een gebruiksfuncties in tabel 3.68 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.68 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 3.68 gebruiksfunctie leden van toepassing openingen scherm verbouw artikel 3.69 3.70 3.71 lid 1 2 3 1 2 3 * 1 Woonfunctie a woonwagen 1 2 3 – – – – b andere woonfunctie 1 2 3 1 2 3 * 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 3 1 2 3 * 3 Celfunctie 1 2 3 1 2 3 * 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 1 2 3 * 5 Industriefunctie – – – – – – – 6 Kantoorfunctie 1 2 3 1 2 3 * 7 Logiesfunctie a in een logiesbouw 1 2 3 1 2 3 * b andere logiesfunctie 1 2 3 – – – – 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 1 2 3 * 9 Sportfunctie 1 2 3 1 2 3 * 10 Winkelfunctie 1 2 3 1 2 3 * 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.69 — Artikel 3.69 Openingen#
Artikel 3.69 Openingen 1 Een uitwendige scheidingsconstructie heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m. Dit geldt niet voor een afsluitbare opening en een uitmonding van: a. een afvoervoorziening voor luchtverversing; b. een afvoervoorziening voor rookgas, en c. een ont- en beluchting van een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater en hemelwater. 2 hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming In afwijking van het eerste lid is een grotere opening toegestaan voor een nest of een vaste rust- of verblijfplaats voor bij of krachtensbeschermde diersoorten. 3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt met een gebruiksfunctie waarop het eerste lid niet van toepassing is. 2016 383 28-10-2016 11-10-2016 2016 384 28-10-2016 11-10-2016 01-01-2017
Artikel 3.70 — Artikel 3.70 Scherm#
Artikel 3.70 Scherm 1 Een gebruiksfunctie heeft ter plaatse van een uitwendige scheidingsconstructie, een scherm tot een vanaf het aansluitende terrein gemeten diepte van ten minste 0,6 m. Het scherm heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt met een gebruiksfunctie waarop het eerste lid niet van toepassing is. 3 Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op een scheidingsconstructie van een technische ruimte, indien zich, ter plaatse van de inwendige scheidingsconstructies die de scheiding vormen tussen die ruimte en een andere ruimte van de gebruiksfunctie, een scherm als bedoeld in het eerste lid, bevindt. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.71 — Artikel 3.71 Verbouw#
Artikel 3.71 Verbouw artikel 3.70 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk isvan overeenkomstige toepassing waarbij in plaats van het in dat artikel aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.72 — Artikel 3.72 Aansturingsartikel#
Artikel 3.72 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk is zodanig dat het binnendringen van ratten en muizen wordt tegengegaan. 2 Voor zover voor een gebruiksfuncties in tabel 3.72 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.72 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 3.72 gebruiksfunctie leden van toepassing openingen artikel 3.73 lid 1 2 1 Woonfunctie 1 2 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 3 Celfunctie 1 2 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 5 Industriefunctie – – 6 Kantoorfunctie 1 2 7 Logiesfunctie 1 2 8 Onderwijsfunctie 1 2 9 Sportfunctie 1 2 10 Winkelfunctie 1 2 11 Overige gebruiksfunctie – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.73 — Artikel 3.73 Openingen#
Artikel 3.73 Openingen 1 Een uitwendige scheidingsconstructie heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m. Dit geldt niet voor een afsluitbare opening en een uitmonding van: a. een voorziening voor luchtverversing; b. een afvoervoorziening voor rookgas, en c. een ont- en beluchting van een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater en hemelwater. 2 hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming In afwijking van het eerste lid is een grotere opening toegestaan voor een nest of een vaste rust- of verblijfplaats voor bij of krachtensbeschermde diersoorten. 2016 383 28-10-2016 11-10-2016 2016 384 28-10-2016 11-10-2016 01-01-2017
Artikel 3.74 — Artikel 3.74 Aansturingsartikel#
Artikel 3.74 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat daglicht in voldoende mate kan toetreden. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.74 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.74 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 3.74 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarden daglichtoppervlakte verbouw daglichtoppervlakte artikel 3.75 3.76 3.75 lid 1 2 3 4 5 6 7 8 * 1 2 [%] 2 [m] 1 Woonfunctie 1 2 3 – – – – – * 10 0,5 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang 1 2 3 4 5 – – – * 5 0,5 b andere bijeenkomstfunctie – – – – – – – – – – – 3 Celfunctie 1 2 3 4 – 6 – – * 3 0,15 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 4 – – 7 – * 5 0,5 5 Industriefunctie – – – – – – – – – – – 6 Kantoorfunctie 1 2 3 4 – – – – * 2,5 0,5 7 Logiesfunctie – – – – – – – – – – – 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 4 – – – 8 * 5 0,5 9 Sportfunctie – – – – – – – – – – – 10 Winkelfunctie – – – – – – – – – – – 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.75 — Artikel 3.75 Daglichtoppervlakte#
Artikel 3.75 Daglichtoppervlakte 1 2 2 Een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte in mwaarvan de getalswaarde niet kleiner is dan de getalswaarde van het in tabel 3.74 aangegeven deel van de vloeroppervlakte in mvan dat verblijfsgebied. 2 Een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte die niet kleiner is dan de in tabel 3.74 gegeven oppervlakte. 3 Bij het bepalen van een equivalente daglichtoppervlakte als bedoeld in het eerste en tweede lid: a. blijven bouwwerken en daarmee gelijk te stellen belemmeringen, die op een ander perceel liggen, buiten beschouwing; b. blijven daglichtopeningen in een uitwendige scheidingsconstructie, die op een loodrecht op het projectievlak van die openingen gemeten afstand van minder dan 2 m vanaf de perceelsgrens liggen, buiten beschouwing, waarbij, indien het perceel waarop de gebruiksfunctie ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, de afstand wordt aangehouden tot het hart van de weg, het openbaar groen of het openbaar water, en c. is de in rekening te brengen belemmeringshoek α, bedoeld in NEN 2057 voor elk te onderscheiden segment niet kleiner dan 20°. 4 Het eerste en tweede lid gelden niet voor een bouwwerk of een gedeelte daarvan voor de landsverdediging of de bescherming van de bevolking. 5 Het eerste en tweede lid gelden niet voor een bedgebied dat niet mede bestemd is voor spelactiviteiten. 6 In afwijking van het eerste en tweede lid, kan in een cel of andere ruimte als bedoeld in de regeling politiecellencomplex worden volstaan met het waarneembaar zijn van de dag- en nachtcyclus. 7 Het eerste en tweede lid gelden uitsluitend voor een bedgebied. 8 2 Bij de bepaling van de in het eerste lid bedoelde vloeroppervlakte van een verblijfsgebied, blijft een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van meer dan 150 mbuiten beschouwing. Op een dergelijke verblijfsruimte is het tweede lid niet van toepassing. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 3.76 — Artikel 3.76 Verbouw#
Artikel 3.76 Verbouw artikel 3.75 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk isvan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in dat artikel aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 3.77 — Artikel 3.77 Aansturingsartikel#
Artikel 3.77 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk is zodanig dat daglicht in voldoende mate kan toetreden. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.77 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.77 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 3.77 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarden daglichtoppervlakte daglichtoppervlakte artikel 3.78 3.78 lid 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 [m] 1 Woonfunctie 1 2 – – – – – 8 0,5 2 Bijeenkomstfunctie a kinderopvang 1 2 3 4 – – – 8 0,5 b andere bijeenkomstfunctie – – – – – – – – – 3 Celfunctie 1 2 3 – 5 – – 8 0,15 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 – – 6 – 8 0,5 5 Industriefunctie – – – – – – – – – 6 Kantoorfunctie 1 2 3 – – – – 8 0,5 7 Logiesfunctie – – – – – – – – – 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 – – – 7 8 0,5 9 Sportfunctie – – – – – – – – – 10 Winkelfunctie – – – – – – – – – 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 3.78 — Artikel 3.78 Daglichtoppervlakte#
Artikel 3.78 Daglichtoppervlakte 1 tabel 3.77 Een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte die niet kleiner is dan de ingegeven oppervlakte. 2 Bij het bepalen van een equivalente daglichtoppervlakte als bedoeld in het eerste lid: a. blijven bouwwerken en daarmee gelijk te stellen belemmeringen, die op een ander perceel liggen, buiten beschouwing; b. blijven daglichtopeningen in een uitwendige scheidingsconstructie, die op een loodrecht op het projectievlak van die openingen gemeten afstand van minder dan 2 m vanaf de perceelsgrens liggen, buiten beschouwing, waarbij, indien het perceel waarop de gebruiksfunctie ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, de afstand wordt aangehouden tot het hart van de weg, het openbaar groen of het openbaar water, en c. is de in rekening te brengen belemmeringshoek α, bedoeld in NEN 2057 voor elk te onderscheiden segment niet kleiner dan 25°. 3 Het eerste lid geldt niet voor een bouwwerk of een gedeelte daarvan voor de landsverdediging of de bescherming van de bevolking. 4 Het eerste lid geldt niet voor een bedruimte. 5 In afwijking van het eerste en tweede lid, kan in een cel of andere ruimte als bedoeld in de regeling politiecellencomplex volstaan worden met het waarneembaar zijn van de dag- en nachtcyclus. 6 Het eerste lid geldt uitsluitend voor een bedruimte. 7 2 Het eerste lid geldt niet voor een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van meer dan 150 m. 8 artikel 3.75 Indien de op grond van het eerste tot en met zevende lid vereiste equivalente daglichtoppervlakte groter is dan de metvastgestelde ten minste aan te houden equivalente daglichtoppervlakte kan in plaats van het eerste tot en met de zevende lid artikel 3.75 worden toegepast. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 Aansturingsartikel#
Artikel 4.1 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk heeft een verblijfsgebied waarin de voor de gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten in een of meer verblijfsruimten kunnen plaatsvinden. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.1 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.1 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 4.1 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarden aanwezigheid afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte verbouw aanwezigheid afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte artikel 4.2 4.3 4.4 4.2 4.3 lid 1 2 1 2 3 4 5 6 * 1 1 2 6 2 [m] 2 [m] [m] [m] 1 Woonfunctie a woonwagen 1 2 1 2 3 4 – 6 * 18 5 1,8 2,2 b voor studenten 1 – 1 2 3 4 – 6 * 15 5 1,8 2,6 c andere woonfunctie 1 2 1 2 3 4 – 6 * 18 5 1,8 2,6 2 Bijeenkomstfunctie – 2 1 2 – – – 6 * – 5 1,8 2,6 3 Celfunctie – 2 1 2 – – – 6 * – 4 1,8 2,5 4 Gezondheidszorgfunctie – 2 1 2 – – – 6 * – 5 1,8 2,6 5 Industriefunctie – – – – – – – – – – – – – 6 Kantoorfunctie – 2 1 2 – – – 6 * – 5 1,8 2,6 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw – 2 1 2 – – 5 6 * – 4 1,5 2,6 b andere logiesfunctie – 2 1 2 – – 5 6 * – 4 1,5 2,1 8 Onderwijsfunctie – 2 1 2 – – – 6 * – 5 1,8 2,6 9 Sportfunctie – 2 1 2 – – – 6 * – 5 1,8 2,6 10 Winkelfunctie – 2 1 2 – – – 6 * – 5 1,8 2,6 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 Aanwezigheid#
Artikel 4.2 Aanwezigheid 1 tabel 4.1 Een woonfunctie heeft ten minste de inaangegeven vloeroppervlakte aan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied. 2 Ten minste 55% van de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie is verblijfsgebied. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 Afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte#
Artikel 4.3 Afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte 1 tabel 4.1 Een verblijfsgebied heeft ten minste de inaangegeven vloeroppervlakte. 2 tabel 4.1 Een verblijfsgebied heeft ten minste de inaangegeven breedte. 3 Een verblijfsruimte heeft een breedte van ten minste 1,8 m. 4 2 In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 11 mbij een breedte van ten minste 3 m. 5 2 In afwijking van het eerste en tweede lid heeft een verblijfsgebied in een toegankelijkheidssector een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 14 mbij een breedte van ten minste 3,2 m. 6 tabel 4.1 Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben ten minste de inaangegeven hoogte boven de vloer. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 Verbouw#
Artikel 4.4 Verbouw artikelen 4.2 4.3 Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn deenvan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen bij de breedte en de vloeroppervlakte wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en bij de hoogte van 2,1 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.5 — Artikel 4.5 Aansturingsartikel#
Artikel 4.5 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk heeft een verblijfsgebied waarin de voor de gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten in een of meer verblijfsruimten kunnen plaatsvinden. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.5 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.5 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 4.5 gebruiksfunctie leden van toepassing aanwezigheid afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte artikel 4.6 4.7 lid * 1 2 1 Woonfunctie * 1 2 2 Bijeenkomstfunctie – 1 – 3 Celfunctie – 1 – 4 Gezondheidszorgfunctie – 1 – 5 Industriefunctie – 1 – 6 Kantoorfunctie – 1 – 7 Logiesfunctie – 1 – 8 Onderwijsfunctie – 1 – 9 Sportfunctie – 1 – 10 Winkelfunctie – 1 – 11 Overige gebruiksfunctie – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.6 — Artikel 4.6 Aanwezigheid#
Artikel 4.6 Aanwezigheid 2 Een woonfunctie heeft een vloeroppervlakte van ten minste 10 maan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.7 — Artikel 4.7 Afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte#
Artikel 4.7 Afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte 1 Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben boven de vloer een hoogte van ten minste 2,1 m. 2 2 In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 7,5 men een breedte van ten minste 2,4 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.8 — Artikel 4.8 Aansturingsartikel#
Artikel 4.8 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk heeft voldoende toiletruimten. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.8 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.8 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 4.8 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 01-07-2017
Artikel 4.9 — Artikel 4.9 Aanwezigheid#
Artikel 4.9 Aanwezigheid 1 tabel 4.8 Een gebruiksfunctie heeft ten minste het inaangegeven aantal toiletruimten. 2 Op een toiletruimte zijn niet meer dan vijf woonfuncties aangewezen. Op een dergelijke toiletruimte zijn uitsluitend woonfuncties of een nevenfunctie daarvan aangewezen. 3 Op een toiletruimte zijn niet meer dan 30 personen aangewezen. 4 In afwijking van het eerste lid kan met een toiletruimte worden volstaan, indien op die toiletruimte niet meer dan 15 personen zijn aangewezen. 5 Op een toiletruimte zijn niet meer dan zes logiesverblijven aangewezen. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.10 — Artikel 4.10 Bereikbaarheid#
Artikel 4.10 Bereikbaarheid Vervallen 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 01-07-2017
Artikel 4.11 — Artikel 4.11 Afmetingen#
Artikel 4.11 Afmetingen 1 artikel 4.9 Een toiletruimte als bedoeld in, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,9 m x 1,2 m. 2 In afwijking van het eerste lid heeft een integraal toegankelijke toiletruimte een vloeroppervlakte van ten minste 1,65 m x 2,2 m. 3 tabel 4.8 Een vloeroppervlakte als bedoeld in het eerste en tweede lid heeft boven die vloer ten minste de inaangegeven hoogte. 4 Het eerste lid is niet van toepassing op een toiletruimte in een cel. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 4.12 — Artikel 4.12 Verbouw#
Artikel 4.12 Verbouw artikelen 4.9 tot en met 4.11 Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen bij de breedte en de vloeroppervlakte wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en bij de hoogte van 2 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.13 — Artikel 4.13 Aansturingsartikel#
Artikel 4.13 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk heeft voldoende toiletruimten. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.13 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.13 geen voorschrift is gegeven. Tabel 4.13 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 01-07-2017
Artikel 4.14 — Artikel 4.14 Aanwezigheid#
Artikel 4.14 Aanwezigheid 1 tabel 4.13 Een gebruiksfunctie heeft ten minste het inaangegeven aantal toiletruimten. 2 Op een toiletruimte zijn niet meer dan 9 logiesverblijven aangewezen. 3 Op een toiletruimte zijn niet meer dan 45 personen aangewezen. 4 In afwijking van het eerste lid, kan met een toiletruimte worden volstaan, indien op die toiletruimte niet meer dan 25 personen zijn aangewezen. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.15 — Artikel 4.15 Bereikbaarheid#
Artikel 4.15 Bereikbaarheid Vervallen 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 01-07-2017
Artikel 4.16 — Artikel 4.16 Afmetingen#
Artikel 4.16 Afmetingen 1 artikel 4.14 2 Een toiletruimte als bedoeld inheeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,64 m, met een breedte van tenminste 0,6 m en een hoogte boven de vloer van ten minste 2 m. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een toiletruimte in een cel. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.17 — Artikel 4.17 Aansturingsartikel#
Artikel 4.17 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk heeft voldoende badruimten. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.17 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.17 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 4.17 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarden aanwezigheid afmetingen verbouw afmetingen artikel 4.18 4.19 4.20 4.19 lid * 1 2 3 4 5 6 * 5 1 Woonfunctie [m] a woonwagen * 1 2 – – 5 – * 2,1 b 2 voor zorg met een g.o. > 500 m * 1 2 3 4 5 – * 2,3 c andere woonfunctie * 1 2 – – 5 – * 2,3 2 Bijeenkomstfunctie – – – – – – – – – 3 Celfunctie * 1 2 3 4 5 6 * 2,3 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied * – – 3 4 5 – * 2,3 b andere gezondheidszorgfunctie – – – – – – – – – 5 Industriefunctie – – – – – – – – – 6 Kantoorfunctie – – – – – – – – – 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw * – – 3 4 5 – * 2,3 b andere logiesfunctie * – – 3 4 5 – * 2,1 8 Onderwijsfunctie – – – – – – – – – 9 Sportfunctie – – – – – – – – – 10 Winkelfunctie – – – – – – – – – 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.18 — Artikel 4.18 Aanwezigheid#
Artikel 4.18 Aanwezigheid Een gebruiksfunctie heeft ten minste een badruimte. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.19 — Artikel 4.19 Afmetingen#
Artikel 4.19 Afmetingen 1 artikel 4.18 2 Een badruimte als bedoeld inheeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,6 men een breedte van ten minste 0,8 m. 2 artikel 4.18 2 Een badruimte als bedoeld indie is samengevoegd met een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.9 heeft een vloeroppervlakte van ten minste 2,2 men een breedte van ten minste 0,9 m. 3 Een integraal toegankelijke badruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,6 m x 1,8 m. 4 Een integraal toegankelijke badruimte die is samengevoegd met een toiletruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 2,2 m x 2,2 m. 5 tabel 4.17 Een vloeroppervlakte als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, heeft boven die vloer ten minste de inaangegeven hoogte. 6 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een badruimte in een cel. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.20 — Artikel 4.20 Verbouw#
Artikel 4.20 Verbouw artikelen 4.18 4.19 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn deenvan overeenkomstige toepassing waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen bij de breedte en de vloeroppervlakte wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en bij de hoogte van 2 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.21 — Artikel 4.21 Aansturingsartikel#
Artikel 4.21 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk heeft voldoende bereikbare en toegankelijke ruimten. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.21 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.21 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 4.21 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarden vrije doorgang vrije doorgang verkeersroute aanwezigheid toegankelijkheidssector integraal toegankelijke toilet- en badruimte bereikbaarheid toegankelijkheidssector hoogteverschillen afmetingen liftkooi verbouw vrije doorgang vrije doorgang verkeersroute toegankelijkheidssector integraal toegankelijke toilet- en badruimte artikel 4.22 4.23 4.24 4.25 4.26 4.27 4.28 4.29 4.22 4.23 en 4.24 4.25 lid 1 2 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 1 2 3 4 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * 1 3 4 2 1 Woonfunctie [m] [%] [n] a woonwagen 1 2 1 – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2,1 – – – b 2 voor zorg met een g.o. > 500 m 1 2 1 2 3 4 5 6 1 2 – – – – 1 – – 4 5 1 – 3 4 1 2 3 4 5 – 1 2 3 * 2,3 – – – c andere woonfunctie 1 2 1 2 3 4 5 6 1 – – – – – – – – – – 1 – 3 4 1 2 3 4 5 – 1 2 3 * 2,3 – – – 2 Bijeenkomstfunctie a voor alcoholgebruik 1 2 1 – – – – 6 – – – 4 – 6 1 – – – – 1 2 – – 1 – – – – 6 1 – – * 2,3 – 80 – b voor het aanschouwen van sport, voor film, voor muziek of voor theater 1 2 1 – – – – 6 – – – 4 5 – 1 – – – – 1 2 – – 1 – – – – 6 1 – – * 2,3 – 80 – c andere bijeenkomstfunctie 1 2 1 – – – – 6 – – – 4 5 – 1 – – – – 1 2 – – 1 – – – – – 1 – – * 2,3 – 80 – 3 Celfunctie 1 2 1 – – – – 6 – – 3 – – – 1 2 – 4 5 1 – – – 1 – – – – – 1 – – * 2,3 40 – 10 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 1 – – – – 6 – – – 4 – – 1 2 3 – 5 1 2 – – 1 – – – – 6 1 – – * 2,3 – 80 10 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – b andere industriefunctie 1 2 1 – – – – 6 – – 3 – – – 1 – – – – 1 – – – 1 – – – – – 1 – – * 2,3 40 – – 6 Kantoorfunctie 1 2 1 – – – – 6 – – 3 – – – 1 2 – – – 1 – – – 1 – – – – – 1 – – * 2,3 40 – 10 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 2 1 – – – – 6 – – – 4 – – 1 – – 4 5 1 – – – 1 – – – – – 1 – – * 2,3 – – – b andere logiesfunctie 1 2 1 – – – – 6 – – 3 – – – 1 – – 4 5 1 – – – 1 – – – – – 1 – – * 2,1 40 – – 8 Onderwijsfunctie 1 2 1 – – – – 6 – – 3 – – – 1 2 – – – 1 – – – 1 – – – – – 1 – – * 2,3 100 – 35 9 Sportfunctie 1 2 1 – – – – 6 – – 3 – – – 1 – – – – 1 – – – 1 – – – – – 1 – – * 2,3 40 – – 10 Winkelfunctie 1 2 1 – – – – 6 – – – 4 – – 1 – – – – 1 2 – – 1 – – – – 6 1 – – * 2,3 – 60 – 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 4.22 — Artikel 4.22 Vrije doorgang#
Artikel 4.22 Vrije doorgang 1 tabel 4.21 Een doorgang heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en ten minste de inaangegeven vrije hoogte. Dit geldt voor een doorgang naar: Dit geldt ook voor een doorgang op een route vanaf het aansluitende terrein naar een in dit lid bedoelde ruimte. a. een verblijfsgebied; b. een verblijfsruimte; c. artikelen 4.9 4.25 een toiletruimte als bedoeld in deen; d. 4.18 4.25 een badruimte als bedoeld in de artikelenen; e. artikel 4.31 een bergruimte als bedoeld in; f. artikel 4.35 een buitenruimte als bedoeld in, en g. een ruimte voor het bereiken van een lift. 2 Een lifttoegang heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en een tussen de onderdelen van de bouwconstructie gemeten hoogte van 2,3 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.23 — Artikel 4.23 Vrije doorgang verkeersroute#
Artikel 4.23 Vrije doorgang verkeersroute 1 artikel 4.22 tabel 4.21 Een verkeersroute die begint bij een doorgang als bedoeld in, loopt door een ruimte met een vrije breedte van ten minste 0,85 m en ten minste de inaangegeven vrije hoogte. Dit geldt niet voor zover de verkeersroute over een trap voert. 2 Indien de in het eerste lid bedoelde ruimte een gemeenschappelijke verkeersruimte is, is de vrije breedte ten minste 1,2 m. Dit geldt niet voor zover de verkeersroute over een trap voert. 3 artikel 4.27 Een toegang van een woongebouw als bedoeld inontsluit een gemeenschappelijke verkeersruimte die bij die toegang over een lengte van ten minste 1,5 m een vrije doorgang heeft met een breedte van ten minste 1,5 m. 4 Aan een doorgang van een liftschacht grenst een ruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 1,5 m x 1,5 m. 5 In aanvulling op het tweede lid, heeft een gemeenschappelijke verkeersruimte, over een lengte van 1,5 m een vrije doorgang met een breedte van ten minste 1,5 m. Dit geldt niet indien een rolstoelgebruiker vanuit die verkeersruimte zonder te keren het aansluitende terrein kan bereiken. 6 Indien de in het eerste lid bedoelde ruimte in een toegankelijkheidssector ligt, is de vrije breedte ten minste 1,2 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.24 — Artikel 4.24 Aanwezigheid toegankelijkheidssector#
Artikel 4.24 Aanwezigheid toegankelijkheidssector 1 Een woongebouw heeft een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector, indien: a. de vloer van een verblijfsgebied in het woongebouw hoger ligt dan 12,5 m boven het meetniveau, of b. 2 het woongebouw een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 3.500 mdie hoger ligt dan 1,5 m boven het meetniveau. 2 In een woonfunctie voor zorg ligt ten minste een verblijfsgebied in een toegankelijkheidssector. 3 2 tabel 4.21 Indien de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie, tezamen met de gebruiksoppervlakte van andere in hetzelfde gebouw gelegen gebruiksfuncties waarvoor dit voorschrift geldt, groter is dan 400 m, ligt het inaangegeven deel van de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied van de gebruiksfunctie in een toegankelijkheidssector. 4 2 tabel 4.21 Indien de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie, tezamen met de gebruiksoppervlakte van andere in hetzelfde gebouw gelegen gebruiksfuncties waarvoor dit voorschrift geldt, groter is dan 250 mligt het inaangegeven deel van de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied van de gebruiksfunctie in een toegankelijkheidssector en ligt 5% van de logiesverblijven, op een geheel getal naar boven afgerond in een toegankelijkheidssector. 5 Voor zover de in het vierde lid bedoelde gebruiksfunctie een bijeenkomstfunctie is voor het aanschouwen van sport, film, muziek of theater of een bijeenkomstfunctie die een nevenfunctie is van een kantoor- of industriefunctie, ligt 40% van de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied in een toegankelijkheidssector. 6 2 Een bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik met een gebruiksoppervlakte van meer dan 150 mheeft een toegankelijkheidssector. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 4.25 — Artikel 4.25 Integraal toegankelijke toilet- en badruimte#
Artikel 4.25 Integraal toegankelijke toilet- en badruimte 1 artikel 4.24 Een gebruiksfunctie met een toegankelijkheidssector als bedoeld inheeft ten minste een integraal toegankelijke toiletruimte. 2 artikel 4.24 artikel 4.9 tabel 4.21 Een gebruiksfunctie met een toegankelijkheidssector als bedoeld inheeft een aantal integraal toegankelijke toiletruimten van ten minste het aantal toiletruimten als bedoeld in, gedeeld door de inaangegeven waarde, op een geheel getal naar boven afgerond. 3 2 Een gezondheidszorgfunctie met een bedgebied heeft ten minste een integraal toegankelijke badruimte per 500 mvloeroppervlakte aan bedgebied, op een geheel getal naar boven afgerond. 4 artikel 4.24 Een gebruiksfunctie met een toegankelijkheidssector als bedoeld inheeft een aantal integraal toegankelijke badruimten van ten minste de getalswaarde van het aantal aanwezige badruimten gedeeld door 20, op een geheel getal naar boven afgerond. 5 Een integraal toegankelijke badruimte mag zijn samengevoegd met een integraal toegankelijke toiletruimte. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.26 — Artikel 4.26 Bereikbaarheid toegankelijkheidssector#
Artikel 4.26 Bereikbaarheid toegankelijkheidssector 1 Een ruimte die in een toegankelijkheidssector ligt, is rechtstreeks bereikbaar vanaf het aansluitende terrein of langs een verkeersroute die uitsluitend door een toegankelijkheidssector voert. 2 Ten minste een toegang van een toegankelijkheidssector die rechtstreeks bereikbaar is vanaf het aansluitend terrein is de hoofdtoegang van het gebouw. 3 Een verkeersroute als bedoeld in het eerste lid, voert niet door een niet-gemeenschappelijke ruimte van een andere gebruiksfunctie. 4 artikel 4.24, eerste lid De toegang van een woonfunctie gelegen in een woongebouw met een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector als bedoeld in, grenst aan een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 4.27 — Artikel 4.27 Hoogteverschillen#
Artikel 4.27 Hoogteverschillen 1 Op ten minste een route tussen een punt in een toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, overbrugd door een lift of een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen de op die route gelegen toegang van de toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m. 2 Op ten minste een route tussen de vloer ter plaatse van de toegang van een woongebouw zonder een toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m. 3 Bij alle toegangen van een woonfunctie is een hoogteverschil op de route tussen een niet-gemeenschappelijke vloer en de aangrenzende vloer van een gemeenschappelijke verkeersruimte of het aansluitende terrein groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein of de gemeenschappelijke verkeersruimte is niet groter dan 1 m. 4 artikel 4.35, tweede lid Op ten minste een route tussen ten minste een uitgang van een woonfunctie en een gemeenschappelijke buitenruimte als bedoeld in, is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, overbrugd door een lift of een hellingbaan. 5 Een woongebouw waarin de vloer ter plaatste van de toegang van een woonfunctie hoger ligt dan 3 m boven het meetniveau, heeft op elke bouwlaag een opstelplaats voor een lift, met een liftkooi van ten minste 1,05 m x 2,05 m. 6 Op ten minste een route tussen de vloer ter plaatse van de toegang van een gebouw zonder een toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 555 22-11-2021 11-11-2021 01-01-2022
Artikel 4.28 — Artikel 4.28 Afmetingen liftkooi#
Artikel 4.28 Afmetingen liftkooi 1 artikel 4.27, eerste lid De kooi van een lift als bedoeld in, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,05 m x 1,35 m. 2 In afwijking van het eerste lid heeft de kooi van een lift in een woongebouw met meer dan 6 woonfuncties een vloeroppervlakte van ten minste 1,05 m x 2,05 m. 3 De loopafstand tussen de toegang van een woonfunctie en de toegang van ten minste een lift als bedoeld in het eerste lid is ten hoogste 90 m. Indien het tweede lid van toepassing is, wordt de loopafstand bepaald tussen de toegang van de woonfunctie en de toegang van ten minste een in het tweede lid bedoelde lift. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.29 — Artikel 4.29 Verbouw#
Artikel 4.29 Verbouw artikelen 4.22 tot en met 4.28 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.30 — Artikel 4.30 Aansturingsartikel#
Artikel 4.30 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen woonfunctie, anders dan een woonfunctie waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden, heeft een afsluitbare bergruimte om fietsen of scootmobielen beschermd tegen weer en wind te kunnen opbergen. 2 Voor zover voor een woonfunctie in deze afdeling voorschriften zijn aangewezen wordt voor die woonfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 4.31 — Artikel 4.31 Aanwezigheid, bereikbaarheid en afmetingen#
Artikel 4.31 Aanwezigheid, bereikbaarheid en afmetingen 1 2 Een woonfunctie heeft als nevenfunctie een niet-gemeenschappelijke afsluitbare bergruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 5 mbij een breedte van ten minste 1,8 m en een hoogte daarboven van ten minste 2,3 m. 2 2 2 In afwijking van het eerste lid kan bij een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 mde bergruimte gemeenschappelijk zijn indien de vloeroppervlakte van de bergruimte ten minste 1,5 mper woonfunctie bedraagt. 3 Een bergruimte als bedoeld in dit artikel is vanaf de openbare weg rechtstreeks bereikbaar via het aansluitende terrein of een gemeenschappelijke verkeersruimte. 4 Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op een woonfunctie voor studenten en een woonfunctie voor zorg. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 4.32 — Artikel 4.32 Regenwerend#
Artikel 4.32 Regenwerend artikel 4.31 De uitwendige scheidingsconstructie van een bergruimte als bedoeld inis, bepaald volgens NEN 2778, regenwerend. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.33 — Artikel 4.33 Verbouw#
Artikel 4.33 Verbouw artikelen 4.31 4.32 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een woonfunctie zijn deenvan overeenkomstige toepassing waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.34 — Artikel 4.34 Aansturingsartikel#
Artikel 4.34 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen woonfunctie, anders dan een woonfunctie voor studenten of een woonfunctie voor zorg, heeft een rechtstreeks bereikbare buitenruimte. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 4.35 — Artikel 4.35 Aanwezigheid, afmetingen en bereikbaarheid#
Artikel 4.35 Aanwezigheid, afmetingen en bereikbaarheid 1 2 Een woonfunctie heeft een niet-gemeenschappelijke buitenruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 4 men een breedte van ten minste 1,5 m, die rechtstreeks bereikbaar is vanuit een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van die woonfunctie. 2 2 2 2 In afwijking van het eerste lid kan bij een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 mde buitenruimte gemeenschappelijk zijn indien de vloeroppervlakte aan buitenruimte ten minste 1 mper op die buitenruimte aangewezen woonfunctie bedraagt, met een minimum van 4 men een breedte van ten minste 1,3 m. De buitenruimte is rechtstreeks vanuit de woning bereikbaar of via gemeenschappelijke ruimten. 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een woonfunctie waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 4.36 — Artikel 4.36 Verbouw#
Artikel 4.36 Verbouw artikel 4.35 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een woonfunctie isvan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in dat artikel aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.37 — Artikel 4.37 Aansturingsartikel#
Artikel 4.37 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk heeft opstelplaatsen voor een aanrecht, een kooktoestel, een verwarmingstoestel en een warmwatertoestel. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.37 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.37 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 4.37 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 01-07-2017
Artikel 4.38 — Artikel 4.38 Aanwezigheid#
Artikel 4.38 Aanwezigheid 1 Een woonfunctie heeft in ten minste een verblijfsgebied een opstelplaats voor een aanrecht en een opstelplaats voor een kooktoestel. 2 Een gebruiksfunctie heeft een opstelplaats voor een verwarmingstoestel, waarvan de afmetingen zijn afgestemd op het te plaatsen toestel. Dit geldt niet indien de gebruiksfunctie wordt aangesloten op een publieke voorziening voor verwarming. 3 Een gebruiksfunctie heeft een opstelplaats voor een warmwatertoestel, waarvan de afmetingen zijn afgestemd op het te plaatsen toestel. Dit geldt niet indien de gebruiksfunctie wordt aangesloten op een publieke voorziening voor warm water. 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 01-07-2017
Artikel 4.39 — Artikel 4.39 Afmetingen#
Artikel 4.39 Afmetingen 1 artikel 4.38, eerste lid Een opstelplaats voor een aanrecht als bedoeld in, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,5 m x 0,6 m. 2 artikel 4.38, eerste lid Een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,6 m x 0,6 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.40 — Artikel 4.40 Verbouw#
Artikel 4.40 Verbouw artikelen 4.38 4.39 Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn deenvan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 4.41 — Artikel 4.41 Aansturingsartikel#
Artikel 4.41 Aansturingsartikel 1 Een bestaand bouwwerk heeft opstelplaatsen voor een aanrecht en voor een kooktoestel. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.41 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.41 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 4.41 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 01-07-2017
Artikel 4.42 — Artikel 4.42 Aanwezigheid#
Artikel 4.42 Aanwezigheid Een woonfunctie heeft een opstelplaats voor een aanrecht en een opstelplaats voor een kooktoestel die in een besloten ruimte liggen. 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 01-07-2017
Artikel 4.43 — Artikel 4.43 Afmetingen#
Artikel 4.43 Afmetingen 1 artikel 4.42, eerste lid Een opstelplaats voor een aanrecht als bedoeld in, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,4 m. 2 artikel 4.42, eerste lid Een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,4 m x 0,4 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 Aansturingsartikel#
Artikel 5.1 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk is bijna energieneutraal. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 5.1 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 5.1 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 5.1A gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarde bijna energieneutraal bijna energieneutraal artikel 5.2 5.2 lid 1 2 3 4 5 6 1 Energiebehoefte Primair fossiel energiegebruik Aandeel hernieuwbare energie 2 [kWh/m.jr] 2 [kWh/m.jr] [%] ls g (1) geldt als A/A≤ 1,83 (2) geldt als Als/Ag > 1,83 en ≤ 3,0 (3) geldt als Als/Ag > 3,0 ls g (4) geldt als A/A≤ 1,5 (5) geldt als Als/Ag > 1,5 en ≤ 3,0 ls g (6) geldt als A/A≤ 1,8 (7) geldt als Als/Ag > 1,8 1 Woonfunctie a woongebouw 1 – 3 4 5 6 (1) 65 50 40 ls g (2) 55 + 30 x (A/A- 1,5) ls g (3) 100 + 50 x (A/A- 3,0) b woonwagen 1 – – 4 – 6 ls g 100 + 30 x (A/A- 2,0) 60 50 c drijvend bouwwerk na 1 januari 2018 gerealiseerde ligplaats 1 – – 4 – 6 ls g 80 + 30 x (A/A- 1,5) 50 50 d drijvend bouwwerk andere ligplaats 1 – – 4 – 6 ls g 80 + 30 x (A/A- 1,5) 70 50 e andere woonfunctie 1 – – 4 5 6 (4) 55 30 50 ls g (5) 55 + 30 x (A/A- 1,5) ls g (3) 100 + 50 x (A/A- 3,0) 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang 1 2 – – – 6 (6) 160 70 40 ls g (7) 160 + 30 x (A/A- 1,8) b andere bijeenkomstfunctie 1 2 – – – 6 (6) 90 60 30 ls g (7) 90 + 30 x (A/A- 1,8) 3 Celfunctie 1 2 – – – 6 (6) 160 120 30 ls g (7) 160 + 35 x (A/A- 1,8) 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 2 – – – 6 350 130 30 b andere gezondheidszorgfunctie 1 2 – – – 6 (6) 90 50 40 ls g (7) 90 + 35 x (A/A- 1,8) 5 Industriefunctie – – – – – – – – – 6 Kantoorfunctie 1 2 – – – 6 (6) 90 40 30 ls g (7) 90 + 30 x (A/A- 1,8) 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 2 – – – 6 (6) 100 130 40 ls g (7) 100 + 35 x (A/A- 1,8) b andere logiesfunctie 1 2 – – 5 6 (4) 55 40 50 ls g (5) 55 + 30 x (A/A- 1,5) ls g (3) 100 + 50 x (A/A- 3,0) 8 Onderwijsfunctie 1 2 – – – 6 (6) 190 70 40 ls g (7) 190 + 30 x (A/A- 1,8) 9 Sportfunctie 1 2 – – – 6 (6) 40 90 30 ls g (7) 40 + 15 x (A/A- 1,8) 10 Winkelfunctie 1 2 – – – 6 (6) 70 60 30 ls g (7) 70 + 30 x (A/A- 1,8) 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – Tabel 5.1B gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarde thermische isolatie luchtvolumestroom gebruiksfunctie met een lage energievraag verbouw tijdelijk bouwwerk thermische isolatie artikel 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.3 lid 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 1 2 1 2 1 2 3 4 5 6 7 * 1 en 8 3 5 en 6 2 [m.K/W] 1 Woonfunctie a woonwagen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 – 12 1 2 – – 1 2 3 4 5 6 7 * 2,6 2,6 2,6 b andere woonfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 – 12 1 2 – – 1 2 3 4 5 6 7 * 4,7 6,3 3,7 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 – 12 1 2 1 2 1 2 – 4 5 6 7 * 4,7 6,3 3,7 3 Celfunctie a in een cellengebouw 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 – 12 1 2 – – 1 2 – 4 5 6 7 * 4,7 6,3 3,7 b andere celfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 – 12 1 2 – – 1 2 – 4 5 6 7 * 4,7 6,3 3,7 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 – 12 1 2 – – 1 2 – 4 5 6 7 * 4,7 6,3 3,7 b andere gezondheidszorgfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 – 12 1 2 – – 1 2 – 4 5 6 7 * 4,7 6,3 3,7 5 Industriefunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 1 2 1 2 1 2 – 4 – – 7 * 4,7 6,3 3,7 6 Kantoorfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 – 12 1 2 – – 1 2 – 4 5 6 7 * 4,7 6,3 3,7 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 – 12 1 2 – – 1 2 – 4 5 6 7 * 4,7 6,3 3,7 b andere logiesfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 – 12 1 2 1 2 1 2 – 4 5 6 7 * 4,7 6,3 3,7 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 – 12 1 2 – – 1 2 – 4 5 6 7 * 4,7 6,3 3,7 9 Sportfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 – 12 1 2 1 2 1 2 – 4 5 6 7 * 4,7 6,3 3,7 10 Winkelfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 – 12 1 2 1 2 1 2 – 4 5 6 7 * 4,7 6,3 3,7 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 1 2 1 2 1 2 – 4 – – 7 * 4,7 6,3 3,7 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2021 658 29-12-2021 22-12-2021 2021 658 29-12-2021 22-12-2021 01-02-2022
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 Bijna energieneutraal#
Artikel 5.2 Bijna energieneutraal 1 tabel 5.1 Een gebruiksfunctie heeft, bepaald volgens NTA 8800, de inaangegeven maximum waarden voor energiebehoefte en primair fossiel energiegebruik en minimum waarde voor het aandeel hernieuwbare energie. 2 tabel 5.1 In afwijking van het eerste lid heeft een gebouw of een gedeelte daarvan, dat op niet meer dan een perceel ligt, met meerdere gebruiksfuncties niet van dezelfde soort, waarvoor op grond van het eerste lid een eis geldt, bepaald volgens NTA 8800 naar gebruiksoppervlak gewogen maximum waarden voor energiebehoefte en primair fossiel energiegebruik en minimum waarde voor het aandeel hernieuwbare energie. Bij het bepalen van die waarden wordt per gebruiksfunctie uitgegaan van de inaangegeven waarden. 3 In afwijking van het eerste lid hoeft een woongebouw niet te voldoen aan de minimumwaarde voor het aandeel hernieuwbare energie, voor zover het als gevolg van locatiegebonden omstandigheden niet mogelijk is daaraan te voldoen. 4 Bij toepassing van dit artikel gelden voor een nevenfunctie van de woonfunctie de eisen aan de woonfunctie. 5 2 2 tabel 5.1 Bij toepassing van dit artikel op een gebruiksfunctie in een gebouw of een gedeelte daarvan, met een naar gebruiksoppervlak gewogen gemiddelde specifieke interne warmtecapaciteit van 180 kJ/mK of minder, bepaald volgens NTA 8800, worden de inaangegeven maximumwaarden voor energiebehoefte verhoogd met 5 kWh/m.jr. 6 Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over het in dit artikel bepaalde. 2019 501 24-12-2019 13-12-2019 2020 529 18-12-2020 08-12-2020 01-01-2021
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 Thermische isolatie#
Artikel 5.3 Thermische isolatie 1 tabel 5.1 Een verticale uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de ingegeven waarde. 2 2 In afwijking van het eerste lid heeft de uitwendige scheidingsconstructie van een drijvend bouwwerk op een op 1 januari 2018 bestaande ligplaatslocatie een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 3,7 m•K/W. 3 tabel 5.1 Een horizontale of schuine uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de ingegeven waarde. 4 2 In afwijking van het derde lid heeft de uitwendige scheidingsconstructie van een drijvend bouwwerk op een op 1 januari 2018 bestaande ligplaatslocatie een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 4,5 m•K/W. 5 tabel 5.1 Een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand, heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de ingegeven waarde. 6 tabel 5.1 Een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en de grond of het water, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand, heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de ingegeven waarde. 7 2 2 In afwijking van het eerste, tweede en zesde lid heeft de uitwendige scheidingsconstructie van het drijflichaam van een drijvend bouwwerk een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 3,7 m•K/W en bij een op 1 januari 2018 bestaande ligplaatslocatie een warmteweerstand van ten minste 2,6 m•K/W. 8 tabel 5.1 Een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, en een ruimte die niet wordt verwarmd of die wordt verwarmd voor uitsluitend een ander doel dan het verblijven van personen, heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de ingegeven waarde. 9 2 2 Ramen, deuren en kozijnen in een in het eerste tot en met achtste lid bedoelde scheidingsconstructie hebben een volgens NTA 8800 bepaalde warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 2,2 W/m•K. De gemiddelde warmtedoorgangscoëfficiënt van de ramen, deuren en kozijnen in de in het eerste tot en met achtste lid bedoelde scheidingsconstructies van een bouwwerk is, bepaald volgens een bij ministeriële regeling gegeven bepalingsmethode, ten hoogste 1,65 W/m•K. 10 2 Met ramen, deuren en kozijnen gelijk te stellen constructieonderdelen in een in het eerste tot en met achtste lid bedoelde scheidingsconstructie hebben een volgens NTA 8800 bepaalde warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 1,65 W/m•K. 11 Het eerste, derde, vijfde, zesde, en het achtste tot en met tiende lid, zijn van overeenkomstige toepassing op scheidingsconstructies van een functiegebied. 12 Het eerste tot en met het achtste lid zijn niet van toepassing op een oppervlakte aan scheidingsconstructies, waarvan de getalwaarde niet groter is dan 2% van de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie. 2019 501 24-12-2019 13-12-2019 2020 529 18-12-2020 08-12-2020 01-01-2021
Artikel 5.4 — Artikel 5.4 Luchtvolumestroom#
Artikel 5.4 Luchtvolumestroom 1 3 De volgens NEN 2686 bepaalde luchtvolumestroom van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten van een gebruiksfunctie is niet groter dan 0,2 m/s. 2 3 In afwijking van het eerste lid, heeft een gebouw of een gedeelte daarvan dat op niet meer dan een perceel ligt, met meerdere gebruiksfuncties waarvoor volgens het eerste lid een eis aan de luchtvolumestroom geldt, een volgens NEN 2686 bepaalde luchtvolumestroom van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten van de gebruiksfuncties die niet groter is dan 0,2 m/s. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 5.5 — Artikel 5.5 Gebruiksfunctie met een lage energievraag#
Artikel 5.5 Gebruiksfunctie met een lage energievraag 1 artikelen 5.2 tot en met 5.4 Op een gebruiksfunctie die niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld ten behoeve van personen zijn deniet van toepassing. 2 artikel 5.2, eerste lid artikelen 5.2 tot en met 5.4 Op een gebruiksfunctie waarbij de in, bedoelde waarde ten hoogste 1% bedraagt van de maximum waarde voor primair fossiel energiegebruik zijn deniet van toepassing. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2020 529 18-12-2020 08-12-2020 01-01-2021
Artikel 5.6 — Artikel 5.6 Verbouw#
Artikel 5.6 Verbouw 1 artikel 5.2 de artikelen 5.3, eerste tot en met tiende lid 5.4 2 Bij het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de voorschriften vanniet van toepassing en de voorschriften van, envan overeenkomstige toepassing, waarbij wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau voor zover dat niveau voor de warmteweerstand niet lager is dan 1,4 m•K/W. 2 2 2 2 2 In afwijking van het eerste lid geldt bij het vernieuwen of vervangen van isolatielagen een warmteweerstand van ten minste 2,6 m.K/W voor een vloer, 1,4 m.K/W voor een gevel en 2,1 m.K/W voor een dak, bepaald volgens NTA 8800 en bij het vernieuwen of vervangen van ramen, deuren en kozijnen een warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 2,2W/m.K, bepaald volgens NTA 8800. Indien het rechtens verkregen niveau een betere energieprestatie heeft, dan geldt het rechtens verkregen niveau. 3 bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht artikel 5.2 artikelen 5.3, eerste tot en met tiende lid 5.4 In afwijking van het eerste lid zijn op het geheel oprichten of geheel vernieuwen van een dakkapel of van een bijbehorend bouwwerk als bedoeld inde voorschriften vanniet van toepassing, en zijn de voorschriften van de, envan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in artikel 5.4 aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 4 artikel 5.2 artikelen 5.3, eerste tot en met zevende lid 5.4 In afwijking van het eerste lid zijn op een ingrijpende renovatie als bedoeld in artikel 2 van de herziene richtlijn energieprestatie gebouwen de voorschriften vanniet van toepassing en zijn de voorschriften van de, envan overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in artikel 5.4 aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. 5 roof g;tot roof g;tot 2 In aanvulling op het vierde lid voldoet bij een ingrijpende renovatie als bedoeld in artikel 2 van de herziene richtlijn energieprestatie gebouwen waarbij een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming of ruimtekoeling of een combinatie daarvan wordt geplaatst, gedeeltelijk vernieuwd, veranderd of vergroot, een gebruiksfunctie aan een minimumwaarde hernieuwbare energie van 30 x (A/ A) kWh/m.jr, bepaald volgens NTA 8800, waarbij A/ Aten hoogste 1,0 is. 6 Het vijfde lid is niet van toepassing op een bouwwerk: a. artikel 5.5 voor zovervan toepassing is; b. artikel 1 van de Warmtewet dat is aangesloten of aantoonbaar binnen drie jaar na de renovatie wordt aangesloten op een warmtenet als bedoeld in; c. voor zover het als gevolg van locatiegebonden omstandigheden of bouwtechnische belemmeringen niet mogelijk is aan de minimumwaarde voor hernieuwbare energie te voldoen; of d. waarbij de maatregelen die nodig zijn om aan de minimumwaarde voor hernieuwbare energie te voldoen een terugverdientijd hebben van meer dan 10 jaar, mits de maximale hoeveelheid hernieuwbare energie wordt gerealiseerd die mogelijk is met maatregelen die een terugverdientijd hebben van ten hoogste 10 jaar. 7 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in dit artikel bepaalde. 2021 658 29-12-2021 22-12-2021 2021 658 29-12-2021 22-12-2021 01-02-2022
Artikel 5.7 — Artikel 5.7 Tijdelijk bouwwerk#
Artikel 5.7 Tijdelijk bouwwerk artikel 5.3 2• 2• Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk dat bestemd is om te worden verwarmd isvan overeenkomstige toepassing, waarbij de warmteweerstand ten minste 1,3 mK/W en de warmtedoorgangscoëfficiënt ten hoogste 4,2 W/mK bedraagt. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 5.8 — Artikel 5.8 Aansturingsartikel#
Artikel 5.8 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat de belasting van het milieu door de in het bouwwerk toe te passen materialen wordt beperkt. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 5.8 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 5.8 geen voorschrift is aangewezen. Tabel 5.8 gebruiksfunctie leden van toepassing duurzaam bouwen verbouw artikel 5.9 5.10 lid 1 2 3 4 5 * 1 Woonfunctie a woonwagen – – – – – – b andere woonfunctie 1 – – – 5 * 6 Kantoorfunctie – 2 3 4 5 * Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties – – – – – – 2017 494 20-12-2017 13-12-2017 2017 494 20-12-2017 13-12-2017 01-01-2018
Artikel 5.9 — Artikel 5.9 Duurzaam bouwen#
Artikel 5.9 Duurzaam bouwen 1 Een gebruiksfunctie heeft een milieuprestatie van ten hoogste 0,8 bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken. 2 Een kantoorgebouw heeft een milieuprestatie van ten hoogste 1 bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken. 3 2 Het tweede lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw als de totale gebruiksoppervlakte aan kantoorfuncties en nevenfuncties daarvan in het kantoorgebouw of in het gebouw waarvan het kantoorgebouw deel uitmaakt kleiner is dan 100 m. 4 Het tweede lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw dat deel uitmaakt van een gebouw met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie of nevenfunctie daarvan. 5 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in het eerste en tweede lid bepaalde. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 5.10 — Artikel 5.10 Verbouw#
Artikel 5.10 Verbouw artikel 5.9 Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk isniet van toepassing. 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 256 14-06-2012 07-06-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop afdeling 5.2 van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416) in werking treedt.
Artikel 5.11 — Artikel 5.11 Labelverplichting kantoorgebouw#
Artikel 5.11 Labelverplichting kantoorgebouw 1 Besluit energieprestatie gebouwen 2 Het is vanaf 1 januari 2023 verboden om een kantoorgebouw in gebruik te nemen of te gebruiken zonder een geldig energielabel als bedoeld in hetmet een maximumwaarde voor primair fossiel energiegebruik van 225 kWh/m.jr, bepaald volgens NTA 8800, of met een in een letter of lettercombinatie uitgedrukte weergave van de energieprestatie van C of beter, die daarin op grond van bij ministeriële regeling gestelde regels is omgezet. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw met een gebruiksoppervlakte aan kantoorfuncties kleiner dan 50% van de totale gebruiksoppervlakte aan gebruiksfuncties van het gebouw waarvan het kantoorgebouw deel uitmaakt. 3 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw als de totale gebruiksoppervlakte aan kantoorfuncties en nevenfuncties daarvan in het kantoorgebouw of in het gebouw waarvan het kantoorgebouw deel uitmaakt kleiner is dan 100 m. 4 artikel 2.2 van het Besluit energieprestatie gebouwen Het eerste lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw dat behoort tot een categorie als bedoeld in. 5 Wanneer de maatregelen die nodig zijn om de in het eerste lid bedoelde energieprestatie te realiseren voor 1 januari 2023, een terugverdientijd hebben van meer dan 10 jaar worden maatregelen genomen die een terugverdientijd hebben tot en met 10 jaar. In die gevallen kan worden volstaan met de daarbij behorende energieprestatie. 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 16-09-2022
Artikel 5.14 — Artikel 5.14 Aansturingsartikel#
Artikel 5.14 Aansturingsartikel 1 Een bouwwerk heeft voldoende laadinfrastructuur ten behoeve van elektrische voertuigen. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 10-03-2020
Artikel 5.15 — Artikel 5.15 Oplaadpunten en leidingdoorvoeren#
Artikel 5.15 Oplaadpunten en leidingdoorvoeren 1 Een te bouwen woongebouw met een parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel, met meer dan tien parkeervakken, heeft leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor ieder parkeervak. 2 Een te bouwen gebouw, anders dan een woongebouw, met een parkeergelegenheid met meer dan tien parkeervakken in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel heeft ten minste een oplaadpunt en leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor ten minste een op de vijf parkeervakken. 3 Een bestaand gebouw, anders dan een woongebouw, met een parkeergelegenheid met meer dan 20 parkeervakken in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel heeft met ingang van 1 januari 2025 tenminste een oplaadpunt. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 10-03-2020
Artikel 5.16 — Artikel 5.16 Verbouw#
Artikel 5.16 Verbouw 1 artikel 5.15, eerste en tweede lid Bij ingrijpende renovatie als bedoeld in artikel 2 van de herziene richtlijn energieprestatie gebouwen zijn de voorschriften van, van overeenkomstige toepassing: a. in geval van een parkeergelegenheid in een gebouw, als de renovatie betrekking heeft op de parkeergelegenheid of de elektrische infrastructuur van het gebouw; of b. in geval van een parkeergelegenheid gelegen buiten het gebouw op hetzelfde perceel, als de renovatie betrekking heeft op de parkeergelegenheid of de elektrische infrastructuur van de parkeergelegenheid. 2 Het eerste lid is niet van toepassing als de kosten voor het aanleggen van de oplaadpunten en de leidingdoorvoeren meer dan 7% bedragen van de kosten van de ingrijpende renovatie. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 10-03-2020
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 Aansturingsartikel#
Artikel 6.1 Aansturingsartikel 1 Een bouwwerk heeft een zodanige verlichtingsinstallatie dat het bouwwerk veilig kan worden gebruikt en verlaten. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.1 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 6.1 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 01-07-2017
Artikel 6.2 — Artikel 6.2 Verlichting#
Artikel 6.2 Verlichting 1 Een verblijfsruimte heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. 2 Een onder het meetniveau gelegen functieruimte heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. 3 2 Een overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 mheeft in een boven het meetniveau gelegen functieruimte een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. 4 Een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute of beschermde route voert heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. 5 Een wegtunnelbuis heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. 6 Een te bouwen wegtunnelbuis heeft een voorziening die een uit oogpunt van verkeersveiligheid voldoende geleidelijke overgang van daglicht naar kunstlicht waarborgt. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 6.3 — Artikel 6.3 Noodverlichting#
Artikel 6.3 Noodverlichting 1 Een verblijfsruimte voor meer dan 75 personen en een besloten ruimte waardoor een vluchtroute uit die verblijfsruimte voert, hebben noodverlichting. 2 artikel 6.2, tweede lid Een onder het meetniveau gelegen functieruimte als bedoeld in, heeft noodverlichting. 3 artikel 6.2, vierde lid Een besloten ruimte als bedoeld in, heeft noodverlichting. 4 Een wegtunnelbuis heeft noodverlichting. 5 Noodverlichting als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid geeft binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte van ten minste 1 lux. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 6.4 — Artikel 6.4 Aansluiting op voorziening voor elektriciteit#
Artikel 6.4 Aansluiting op voorziening voor elektriciteit artikelen 6.2 6.3 artikel 6.8 Een verlichtingsinstallatie als bedoeld in deenis aangesloten op een voorziening voor elektriciteit als bedoeld in. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.5 — Artikel 6.5 Verduisterde ruimten#
Artikel 6.5 Verduisterde ruimten Een ruimte bestemd om te worden verduisterd tijdens het gebruik door meer dan 50 personen heeft zodanige voorzieningen dat tijdens de verduistering een redelijke oriëntatie mogelijk is. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.6 — Artikel 6.6 Tijdelijke bouw#
Artikel 6.6 Tijdelijke bouw Vervallen 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 01-07-2017
Artikel 6.7 — Artikel 6.7 Aansturingsartikel#
Artikel 6.7 Aansturingsartikel 1 Een bouwwerk met een voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie heeft een veilige voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.8 — Artikel 6.8 Voorziening voor elektriciteit#
Artikel 6.8 Voorziening voor elektriciteit 1 Een voorziening voor elektriciteit voldoet aan: a. NEN 1010 bij lage spanning, en b. NEN-EN-IEC 61936-1 en NEN-EN 50522, bij hoge spanning. 2 Bij een bestaand bouwwerk voldoet in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, de voorziening voor elektriciteit aan V 1041. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 6.9 — Artikel 6.9 Voorziening voor gas#
Artikel 6.9 Voorziening voor gas 1 Een te installeren voorziening voor gas voldoet aan: a. NEN 1078 bij een nominale werkdruk van ten hoogste 0,5 bar, en b. NEN-EN 15001-1 bij een nominale werkdruk hoger dan 0,5 bar en lager dan 40 bar. 2 Een bestaande voorziening voor gas voldoet aan: a. NEN 8078 bij een nominale werkdruk van ten hoogste 0,5 bar, en b. NEN 2078 bij een nominale werkdruk hoger dan 0,5 bar en lager dan 40 bar. 3 artikel 6.10 Een te bouwen bouwwerk met een inbedoelde aansluiting op het distributienet voor gas heeft, voor die aansluiting, leidingdoorvoeren en een mantelbuis die voldoen aan NEN 2768. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.10 — Artikel 6.10 Aansluiting op het distributienet voor elektriciteit, gas, en warmte#
Artikel 6.10 Aansluiting op het distributienet voor elektriciteit, gas, en warmte 1 artikel 6.8, eerste en tweede lid Een in, bedoelde voorziening voor elektriciteit is aangesloten op het distributienet voor elektriciteit indien: a. de aansluitafstand niet groter is dan 100 m, of b. de aansluitafstand groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m. 2 artikel 6.9, eerste en tweede lid artikel 10, zesde lid, onderdeel a of b, van de Gaswet Een in, bedoelde voorziening voor gas is aangesloten op het distributienet voor gas indienop de aansluiting van toepassing is, en de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of de aansluitafstand groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. 3 Een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden is aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte indien: a. het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op dat distributienet op het moment van het indienen van de aanvraag om vergunning voor het bouwen nog niet is bereikt, en b. de aansluitafstand: i. niet groter is dan 40 m, of ii. groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. 2018 197 28-06-2018 22-06-2018 2018 197 28-06-2018 22-06-2018 01-07-2018
Artikel 6.11 — Artikel 6.11 Aansturingsartikel#
Artikel 6.11 Aansturingsartikel 1 Een bouwwerk met een voorziening voor drinkwater of warmwater heeft een voorziening voor drinkwater of warmwater die de gezondheid niet nadelig beïnvloedt. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.12 — Artikel 6.12 Drinkwatervoorziening#
Artikel 6.12 Drinkwatervoorziening 1 Een voorziening voor drinkwater voldoet aan NEN 1006. 2 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in het eerste lid bepaalde. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 6.13 — Artikel 6.13 Warmwatervoorziening#
Artikel 6.13 Warmwatervoorziening 1 Een voorziening voor warmwater voldoet aan NEN 1006. 2 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in het eerste lid bepaalde. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 6.14 — Artikel 6.14 Aansluiting op het distributienet voor drinkwater#
Artikel 6.14 Aansluiting op het distributienet voor drinkwater artikel 6.12 Een inbedoelde watervoorziening is aangesloten op het openbare distributienet voor drinkwater, indien: a. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m, of b. de aansluitafstand groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.15 — Artikel 6.15 Aansturingsartikel#
Artikel 6.15 Aansturingsartikel 1 Een bouwwerk heeft een zodanige voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater of hemelwater dat het water zonder nadelige gevolgen voor de gezondheid kan worden afgevoerd. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.15 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 6.15 gebruiksfunctie leden van toepassing afvoer van huishoudelijk afvalwater afvoer van hemelwater aansluitleiding en buitenriolering artikel 6.16 6.17 6.18 lid 1 2 1 2 1 2 3 4 1 Woonfunctie 1 2 1 2 1 2 3 4 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 1 2 1 2 3 4 3 Celfunctie 1 2 1 2 1 2 3 4 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 1 2 1 2 3 4 5 Industriefunctie 1 2 – – 1 2 3 4 6 Kantoorfunctie 1 2 1 2 1 2 3 4 7 Logiesfunctie a. in een logiesgebouw 1 2 1 2 1 2 3 4 b. andere logiesfunctie 1 2 – – 1 2 3 4 8 Onderwijsfunctie 1 2 1 2 1 2 3 4 9 Sportfunctie 1 2 1 2 1 2 3 4 10 Winkelfunctie 1 2 1 2 1 2 3 4 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 – – 1 2 3 4 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde 1 2 – – 1 2 3 4 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 6.16 — Artikel 6.16 Afvoer van huishoudelijk afvalwater#
Artikel 6.16 Afvoer van huishoudelijk afvalwater 1 Een gebruiksfunctie met een toilet- of badruimte of met een andere opstelplaats voor een lozingstoestel heeft voor die opstelplaats een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater. 2 Een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater als bedoeld in het eerste lid heeft: a. bij een te bouwen bouwwerk: een capaciteit, een lucht- en waterdichtheid en een uitmonding en capaciteit van de ontspanningsleiding die voldoen aan NEN 3215; b. bij een bestaand bouwwerk: een zodanige capaciteit dat elk daarop aangesloten lozingstoestel binnen 5 minuten kan worden geleegd en een lucht- en waterdichtheid die voldoen aan NEN 3215. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.17 — Artikel 6.17 Afvoer van hemelwater#
Artikel 6.17 Afvoer van hemelwater 1 Een dak van een te bouwen bouwwerk heeft een voorziening voor de opvang en afvoer van hemelwater met een volgens NEN 3215 bepaalde capaciteit van ten minste de volgens die norm bepaalde belasting van die voorziening. 2 Een binnen een bouwwerk gelegen voorziening voor de opvang en afvoer van hemelwater is, bepaald volgens NEN 3215, lucht- en waterdicht. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.18 — Artikel 6.18 Terreinleiding#
Artikel 6.18 Terreinleiding 1 artikelen 6.16 6.17 Een ondergrondse doorvoer van een afvoervoorziening als bedoeld in deendoor een uitwendige scheidingconstructie van een bouwwerk ligt zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie. 2 artikelen 6.16 6.17 De gebouwaansluiting van een afvoervoorziening als bedoeld in deenop de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft. 3 Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn, en e. bevat geen beer- of rottingput. 4 Op aanwijzing van het bevoegd gezag wordt bepaald: a. artikel 10.33, tweede lid, van de Wet milieubeheer artikel 6.16 indien voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een systeem als bedoeld inaanwezig is waarop aangesloten kan worden: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een afvoervoorziening als bedoeld inop dat riool of dat systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk dan wel de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b. artikel 6.17 indien voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop aangesloten kan worden en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een afvoervoorziening als bedoeld inop dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk dan wel de grens van het erf of terrein wordt aangelegd, en c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 6.19 — Artikel 6.19 Aansturingsartikel#
Artikel 6.19 Aansturingsartikel 1 Een bouwwerk heeft zodanige voorzieningen dat brand tijdig kan worden ontdekt zodat veilig kan worden gevlucht. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.19 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 6.19 Gebruiksfunctie Leden van toepassing Brandmeldinstallatie rookmelders Artikel 6.20 6.21 lid 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 2 3 4 5 6 1 Woonfunctie a voor zorg 1 2 3 4 – 6 7 8 – 1 – – – – – b voor kamergewijze verhuur – – – – – – – – – – 2 3 – – – c andere woonfunctie – – – – – – – – – 1 – – – – 6 2 Bijeenkomstfunctie a voor het aanschouwen van sport – – – – 5 – – – – – – – – – – b voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar 1 2 3 – 5 6 7 8 9 – – – 4 – – c andere bijeenkomstfunctie 1 2 – – 5 6 7 8 – – – – – – – 3 Celfunctie 1 2 3 – 5 6 7 8 – – – – – – – 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 – 5 6 7 8 – – – – – – – 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie – – – – – – – – – – – – – – – b andere industriefunctie 1 2 – – 5 6 7 8 – – – – – – – 6 Kantoorfunctie 1 2 3 – 5 6 7 8 – – – – – – – 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 2 3 – 5 6 7 8 – – – – 4 – – b andere logiesfunctie – – – – – – – – – – – – 4 5 – 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 – 5 6 7 8 – – – – – – – 9 Sportfunctie 1 2 3 – 5 6 7 8 – – – – – – – 10 Winkelfunctie 1 2 3 – 5 6 7 8 – – – – – – – 11 Overige gebruiksfunctie a voor het stallen van motorvoertuigen 1 2 – – 5 6 7 8 – – – – – – – b voor het personenvervoer 1 2 – – 5 6 7 8 – – – – – – – c andere overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 6.20 — Artikel 6.20 Brandmeldinstallatie#
Artikel 6.20 Brandmeldinstallatie 1 bijlage I Een gebruiksfunctie heeft een brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535 met een omvang van de bewaking en een doormelding zoals aangegeven inbij dit besluit, indien: a. de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie of de totale gebruiksoppervlakte aan gebruiksfuncties van dezelfde soort in het gebouw voor zover die gebruiksfuncties op eenzelfde vluchtroute zijn aangewezen groter is dan de in deze bijlage aangegeven grenswaarde; b. de hoogste vloer van een verblijfsruimte van de gebruiksfunctie gemeten boven het meetniveau hoger is gelegen dan op de in deze bijlageaangegeven grenswaarde, of c. deze bijlage dit aanwijst zonder dat sprake is van een grenswaarde als hierboven bedoeld. 2 Een brandcompartiment waarin een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in het eerste lid ligt, heeft een brandmeldinstallatie met een zelfde omvang van de bewaking en doormelding als die gebruiksfunctie. 3 Een doormelding als bedoeld in het eerste lid vindt rechtstreeks plaats naar de regionale alarmcentrale van de brandweer. 4 Bij een woonfunctie voor zorg met zorg op afroep in een woongebouw of in een groepszorgwoning vindt rechtstreekse melding naar een zorgcentrale plaats. Bij 24-uurszorg in een woongebouw of in een groepszorgwoning vindt deze melding naar een zusterpost plaats. 5 Voor zover vanuit de uitgang van een verblijfsruimte slechts in één richting kan worden gevlucht, zijn de buiten die verblijfsruimte gelegen ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert alsmede aan die ruimten grenzende verblijfsruimten en ruimten met een verhoogd brandrisico voorzien van een brandmeldinstallatie met ruimtebewaking als bedoeld in NEN 2535, indien: a. de loopafstand tussen de uitgang van een verblijfsruimte en het punt van waaruit in meer dan één richting kan worden gevlucht meer dan 10 m is; b. 2 de totale vloeroppervlakte van de ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert alsmede van de daarop aangewezen verblijfsruimten meer dan 200 mis, of c. het aantal aan de enkele vluchtroute gelegen verblijfsruimten meer dan twee is. 6 bijlage I In de inbij dit besluit aangewezen gevallen heeft een bij of krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Brandmeldinstallaties. 7 Het onderhoud van een bij of krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie waarvoor geen certificaat als bedoeld in het zesde lid is vereist, voldoet aan NEN 2654-1. 8 Het beheer en de controle van een bij of krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie voldoen aan NEN 2654-1. 9 bijlage I Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien boven de inbedoelde hoogste vloer niet meer dan 6 opstelplaatsen voor bedden voor kinderen zijn. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 6.21 — Artikel 6.21 Rookmelders#
Artikel 6.21 Rookmelders 1 artikel 6.20 Bij een te bouwen woonfunctie en bij functiewijziging naar een woonfunctie heeft een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen als bedoeld in NEN 2555. Dit geldt niet voor een woonfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in. 2 artikel 6.20 Bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur heeft een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen als bedoeld in NEN 2555. Dit geldt niet voor een woonfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in. 3 Een verblijfsruimte heeft een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen als bedoeld in NEN 2555. Dit geldt niet voor een verblijfsruimte in een wooneenheid indien elke wooneenheid in de woonfunctie in een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment ligt met een volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag vanuit dat beschermd subbrandcompartiment naar een andere ruimte in het brandcompartiment van ten minste 30 minuten. 4 artikel 6.20 Een verblijfsruimte en een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van het gebouw hebben een of meer rookmelders die voldoen aan de primaire inrichtingseisen als bedoeld in NEN 2555. Dit geldt niet voor een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in. 5 Het vierde lid is niet van toepassing op een bestaande logiesfunctie. 6 Een bestaande woonfunctie heeft op iedere bouwlaag met een verblijfsruimte of met een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie een rookmelder die voldoet aan EN 14604. Deze eis is niet van toepassing tot 1 juli 2022. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 6.22 — Artikel 6.22 Aansturingsartikel#
Artikel 6.22 Aansturingsartikel 1 Een bouwwerk heeft zodanige voorzieningen dat het ontvluchten goed kan verlopen. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.22 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. Tabel 6.22 Gebruiksfunctie Leden van toepassing ontruimtingsalarminstallatie en ontruimingsplan vluchtorueteaanduidingen deuren in vluchtroutes zelfsluitende constructieonderdelen Artikel 6.23 6.24 6.25 6.26 lid 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 6 7 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 1 2 3 4 5 6 1 Woonfunctie a 2 voor zorg met een g.o. > 500 m 1 2 3 4 5 6 – – – – – – – 1 – – – – – 7 8 9 10 – 1 – – 4 – – b andere woonfunctie voor zorg 1 2 3 4 5 6 – – – – – – – 1 – – – – – 7 8 9 – – 1 – – 4 – – c voor kamergewijze verhuur – – – – – – – – – – – – – 1 2 – – – – – 8 9 – – 1 – – 4 – – d andere woonfunctie – – – – – – – – – – – – – 1 – – – – – – 8 9 – – 1 2 – – 5 6 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 3 4 5 6 1 – 3 4 5 – – – – 3 4 – 6 7 8 9 10 11 1 – – – – – 3 Celfunctie 1 2 3 4 5 6 1 – 3 4 5 – – – – 3 4 – 6 7 8 9 10 11 1 – 3 – – – 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 4 5 6 1 – 3 4 5 – – – – 3 4 – 6 7 8 9 10 11 1 – – – – – 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie – – – – – – – – – – – – – – – 3 4 – 6 7 8 9 10 11 1 – – – – – b andere industriefunctie 1 2 3 4 5 6 1 – 3 4 5 – – – – 3 4 – 6 7 8 9 10 11 1 – – – – – 6 Kantoorfunctie 1 2 3 4 5 6 1 – 3 4 5 – – – – 3 4 – 6 7 8 9 10 11 1 – – – – – 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 2 3 4 5 6 1 – 3 4 5 – – – – 3 4 – 6 7 8 9 10 11 1 – – – – – b andere logiesfunctie 1 2 3 4 5 6 – – – – – – – – – 3 4 – 6 7 8 9 10 11 1 – – – – – 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 4 5 6 1 – 3 4 5 – – – – 3 4 – 6 7 8 9 10 11 1 – – – – – 9 Sportfunctie 1 2 3 4 5 6 1 – 3 4 5 – – – – 3 4 – 6 7 8 9 10 11 1 – – – – – 10 Winkelfunctie 1 2 3 4 5 6 1 – 3 4 5 – – – – 3 4 – 6 7 8 9 10 11 1 – – – – – 11 Overige gebruiksfunctie a voor het stallen van motorvoertuigen 1 2 3 4 5 6 1 – 3 4 5 – – – – 3 4 – 6 7 8 9 10 11 1 – – – – – b voor het personenvervoer 1 2 3 4 5 6 1 – 3 4 5 – – – – 3 4 – 6 7 8 9 10 11 1 – – – – – c andere overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – – – – – – 3 4 – 6 7 8 9 10 11 1 – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m – – – – – – – 2 3 – – 6 7 – – – – 5 – – 8 9 10 – 1 – – – – – b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – 3 4 – 6 – 8 9 10 11 1 – – – – – 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 6.23 — Artikel 6.23 Ontruimingsalarminstallatie en ontruimingsplan#
Artikel 6.23 Ontruimingsalarminstallatie en ontruimingsplan 1 artikel 6.20, eerste, tweede en vijfde lid Een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in, heeft een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in NEN 2575. 2 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het ontruimingssignaal van de in het eerste lid bedoelde ontruimingsalarminstallatie. 3 Het beheer en de controle van een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in het eerste lid voldoen aan NEN 2654-2. 4 artikel 6.20, zesde lid Een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in het eerste lid, die behoort bij een brandmeldinstallatie waarop, van toepassing is, heeft een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Ontruimingsalarminstallaties. 5 artikel 6.20, zevende lid Het onderhoud van een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in het eerste lid, die behoort bij een brandmeldinstallatie waarop, van toepassing is, voldoet aan NEN 2654-2. 6 artikel 6.20 Een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld inheeft een ontruimingsplan. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 6.24 — Artikel 6.24 Vluchtrouteaanduidingen#
Artikel 6.24 Vluchtrouteaanduidingen 1 Een ruimte waardoor een verkeersroute voert en een ruimte voor meer dan 50 personen hebben een vluchtrouteaanduiding die voldoet bij een te bouwen bouwwerk aan NEN 3011 of bij een bestaand bouwwerk aan NEN 6088, en aan de zichtbaarheidseisen, bedoeld in de artikelen 5.2 tot en met 5.6 van NEN-EN 1838. 2 Een wegtunnel heeft een vluchtrouteaanduiding die voldoet aan NEN 6088 en aan de zichtbaarheidseisen, bedoeld in de artikelen 5.2 tot en met 5.6 van NEN-EN 1838. De vluchtrouteaanduiding is niet hoger dan 1,5 m boven de vloer aangebracht en de afstand tussen twee vluchtrouteaanduidingen is niet meer dan 25 meter, gemeten langs de tunnelwand. 3 Een vluchtrouteaanduiding als bedoeld in het eerste of tweede lid is aangebracht op een duidelijk waarneembare plaats. 4 Een vluchtrouteaanduiding als bedoeld in het eerste of tweede lid voldoet binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit, gedurende een periode van ten minste 60 minuten, aan de zichtbaarheidseisen bedoeld in de artikelen 5.2 tot en met 5.6 van NEN-EN 1838. 5 artikel 6.3 Op een vluchtrouteaanduiding als bedoeld in het eerste lid gelegen op een vluchtroute vanuit een ruimte met een verlichtingsinstallatie niet zijnde noodverlichting als bedoeld in, zijn bij het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit de in het eerste lid bedoelde zichtbaarheidseisen niet van toepassing. 6 afdeling 2.12 Een deur in een tunnel die toegang geeft tot een beschermde route als bedoeld inis uitgevoerd in de kleur groen, RAL 6024. 7 Bij een vluchtrouteaanduiding als bedoeld in het tweede lid is goed zichtbaar aangegeven de loopafstand in twee richtingen tot het einde van de tunnelbuis of, indien die loopafstand korter is, de loopafstand tot de meest nabije toegang als bedoeld in het zesde lid. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 6.25 — Artikel 6.25 Deuren in vluchtroutes#
Artikel 6.25 Deuren in vluchtroutes 1 Een deur op een gemeenschappelijke vluchtroute die toegang geeft tot een trappenhuis van een te bouwen woongebouw draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in. 2 Een deur op een vluchtroute vanaf de uitgang van een wooneenheid naar de uitgang van de woonfunctie voor kamergewijze verhuur kan in de vluchtrichting worden geopend: a. door een lichte druk tegen de deur, of b. met behulp van een ontsluitingsmechanisme dat voldoet aan NEN-EN 179 of aan NEN-EN 1125. 3 Een deur op een vluchtroute draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in indien bij een te bouwen bouwwerk meer dan 37 personen of bij een bestaand bouwwerk meer dan 60 personen op die uitgang zijn aangewezen. 4 Een nooddeur kan geen schuifdeur zijn. 5 Een deur op een vluchtroute draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in. 6 Een deur waarop bij het vluchten meer dan 100 personen zijn aangewezen kan worden geopend door: a. een lichte druk tegen de deur, of b. een lichte druk tegen een op circa 1 m boven de vloer over de volle breedte van de deur aangebrachte panieksluiting die voldoet aan NEN-EN 1125. 7 Een deur op een vluchtroute die begint in een ruimte voor het insluiten van personen, kan tijdens het vluchten met een sleutel worden geopend. 8 Een automatisch werkende deur en een voorziening voor toegangs- of uitgangscontrole in een vluchtroute mogen het vluchten niet belemmeren. 9 Een deur die toegang geeft tot een overdruktrappenhuis is voorzien van een aanduiding waaruit blijkt dat hard duwen noodzakelijk kan zijn. 10 Aan de aan de buitenlucht grenzende zijde van een nooddeur is het opschrift «nooddeur vrijhouden» of «nooduitgang» aangebracht. Dit opschrift voldoet aan de eisen voor aanvullende tekens in NEN 3011. 11 Bij ministeriële regeling kan worden afgeweken van het derde lid. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 6.26 — Artikel 6.26 Zelfsluitende deuren#
Artikel 6.26 Zelfsluitende deuren 1 Een beweegbaar constructieonderdeel in een inwendige scheidingsconstructie waarvoor een eis aan de weerstand tegen branddoorslag, weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of weerstand tegen rookdoorgang geldt, is zelfsluitend. 2 Het eerste lid geldt niet voor een deur in een niet-gemeenschappelijke doorgang in een bestaand woongebouw. 3 Het eerste lid geldt niet voor een deur van een cel. 4 Het eerste lid geldt niet voor een deur in een niet-gezamenlijke doorgang. 5 Een toegangsdeur van een woonfunctie is alleen zelfsluitend bij brand in de woonfunctie of het woongebouw waarin de woonfunctie is gelegen. 6 Het eerste en vijfde lid zijn ook van toepassing bij het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk of wijziging van de gebruiksfunctie van een bouwwerk of een gedeelte daarvan naar een woonfunctie. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 6.27 — Artikel 6.27 Aansturingsartikel#
Artikel 6.27 Aansturingsartikel 1 Een bouwwerk heeft zodanige voorzieningen voor de bestrijding van brand, dat brand binnen redelijke tijd kan worden bestreden. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.27 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. Tabel 6.27 gebruiksfunctie leden van toepassing grenswaarden brandslanghaspels droge blusleidingen bluswatervoorziening blustoestellen automatische brandblusinstallatie en rookbeheersingssysteem aanduiding blusmiddelen tijdelijke bouw brandslanghaspels artikel 6.28 6.29 6.30 6.31 6.32 6.33 6.34 6.28 lid 1 2 3 4 1 2 3 4 5 6 7 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 * * 2 1 Woonfunctie 2 [m] a 2 voor zorg met een g.o. > 500 m 1 – 3 4 1 2 – 4 5 6 7 1 – 3 4 1 – – 4 1 2 * * – b kamergewijze verhuur – – – – 1 2 – 4 5 6 7 1 – 3 4 1 2 – 4 1 2 * * – c andere woonfunctie – – – – 1 2 – 4 5 6 7 1 – 3 4 – – – – 1 2 – * – 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang 1 – 3 4 1 2 – 4 5 6 7 1 – 3 4 1 – – 4 1 2 * * – b andere bijeenkomstfunctie – 2 3 4 1 2 – 4 5 6 7 1 – 3 4 1 – – 4 1 2 * * 500 3 Celfunctie 1 – 3 4 1 2 – 4 5 6 7 1 – 3 4 1 – – 4 1 2 * * – 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 – 3 4 1 2 – 4 5 6 7 1 – 3 4 1 – – 4 1 2 * * – b ander gezondheidszorgfunctie – 2 3 4 1 2 – 4 5 6 7 1 – 3 4 1 – – 4 1 2 * * 500 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie – – – – 1 2 – 4 5 6 7 1 – 3 4 1 – – 4 1 2 * * – b andere industriefunctie – 2 3 4 1 2 – 4 5 6 7 1 – 3 4 1 – – 4 1 2 * * 1.000 6 Kantoorfunctie – 2 3 4 1 2 – 4 5 6 7 1 – 3 4 1 – – 4 1 2 * * 500 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 – 3 4 1 2 – 4 5 6 7 1 – 3 4 1 – – 4 1 2 * * – b andere logiesfunctie – 2 3 4 1 2 – 4 5 6 7 1 – 3 4 – – – – 1 2 – * 500 8 Onderwijsfunctie 1 – 3 4 1 2 – 4 5 6 7 1 – 3 4 1 – – 4 1 2 * * – 9 Sportfunctie – 2 3 4 1 2 – 4 5 6 7 1 – 3 4 1 – – 4 1 2 * * 500 10 Winkelfunctie – 2 3 4 1 2 – 4 5 6 7 1 – 3 4 1 – – 4 1 2 * * 500 11 Overige gebruiksfunctie – – – – 1 2 – 4 5 6 7 1 – 3 4 1 – – 4 1 2 * * – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m – – – – – – 3 – 5 6 7 – 2 – 4 – – 3 4 1 2 * * – b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – 1 – 3 4 – – – – 1 2 * * – 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 6.28 — Artikel 6.28 Brandslanghaspels#
Artikel 6.28 Brandslanghaspels 1 Een te bouwen gebruiksfunctie heeft ten minste een brandslanghaspel. 2 tabel 6.27 Een te bouwen gebruiksfunctie heeft ten minste een brandslanghaspel indien de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie of de totale gebruiksoppervlakte aan gebruiksfuncties van dezelfde soort in het gebouw groter is dan de grenswaarde vermeld in. 3 De gecorrigeerde loopafstand tussen een brandslanghaspel als bedoeld in het eerste en tweede lid en elk punt van de vloer van een gebruiksfunctie is niet groter dan de lengte van de brandslang, vermeerderd met 5 m. Dit geldt niet voor een niet in een functiegebied gelegen vloer die uitsluitend door niet besloten ruimten kan worden bereikt. 4 Een brandslanghaspel als bedoeld in het eerste en tweede lid: a. heeft een slang met een lengte van niet meer dan 30 m; b. artikel 6.12 3 is aangesloten op een voorziening voor drinkwater als bedoeld in, die bij het mondstuk een statische druk geeft van niet minder dan 100 kPa en een capaciteit heeft van 1,3 m/h bij gelijktijdig gebruik van twee brandslanghaspels, en c. ligt niet in een ruimte met een trap waarover een beschermde vluchtroute voert. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 6.29 — Artikel 6.29 Droge blusleiding#
Artikel 6.29 Droge blusleiding 1 Een gebruiksfunctie met een vloer van een verblijfsgebied hoger gelegen dan 20 m boven het meetniveau, heeft een droge blusleiding. 2 Bij ministeriële regeling kan een droge blusleiding in andere gevallen dan in het eerste lid bepaald worden voorgeschreven en kunnen voorschriften ter zake van droge blusleidingen worden gegeven. 3 afdeling 2.13 3 Een wegtunnelbuis heeft een op een in artikel 6.30 bedoelde bluswatervoorziening aangesloten droge blusleiding met in elke hulppost als bedoeld ineen brandslangaansluiting die bij brand een capaciteit van ten minste 120 m/h kan leveren. 4 De loopafstand tussen een brandslangaansluiting van een in het eerste lid bedoelde droge blusleiding en een punt in een op die aansluiting aangewezen gebruiksgebied is niet groter dan 60 m voor nieuwbouw en 110 m voor bestaande bouw. 5 Een te installeren droge blusleiding voldoet aan NEN 1594. 6 De inrichting van een bestaande droge blusleiding voldoet aan NEN 1594 voor: a. de drukbestendigheid; b. de onbrandbaarheid van het materiaal van de leiding; c. de soorten koppelingen voor de aansluiting van brandslangen; d. de aanduiding van de brandslangaansluitingen, en e. de aanduiding van de voedingsaansluitingen. 7 artikel 1.16, eerste lid Onverminderd het bepaalde in, worden een bij of krachtens de wet voorgeschreven droge blusleiding en een pompinstallatie bij oplevering en daarna eenmaal in de vijf jaar getest volgens NEN 1594. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 6.30 — Artikel 6.30 Bluswatervoorziening#
Artikel 6.30 Bluswatervoorziening 1 Een bouwwerk heeft een toereikende bluswatervoorziening. Dit geldt niet indien de aard, ligging of het gebruik van het bouwwerk dat naar het oordeel van het bevoegd gezag niet vereist. 2 3 Een wegtunnel heeft een bluswatervoorziening die bij brand gedurende ten minste 60 minuten een capaciteit van ten minste 120 m/h kan leveren. 3 artikel 6.36, eerste lid De afstand tussen een bluswatervoorziening als bedoeld in het eerste lid en een brandweeringang als bedoeld in, is ten hoogste 40 m. 4 Een bluswatervoorziening als bedoeld in het eerste en tweede lid is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 6.31 — Artikel 6.31 Blustoestellen#
Artikel 6.31 Blustoestellen 1 Voor zover daarin niet reeds voldoende door de aanwezigheid van brandslanghaspels is voorzien, is een gebouw voorzien van voldoende draagbare of verrijdbare blustoestellen om een beginnende brand zo snel mogelijk door in het gebouw aanwezige personen te laten bestrijden. 2 Bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur is aan het eerste lid voldaan met een toestel in een gezamenlijke keuken en ten minste een per bouwlaag in een ruimte waardoor een gezamenlijke vluchtroute voert. 3 artikel 2.122 Elke hulppost als bedoeld inheeft een draagbaar brandblusapparaat. 4 artikel 1.16, eerste lid Onverminderd het bepaalde in, wordt ten minste eenmaal per twee jaar overeenkomstig NEN 2559 op adequate wijze het nodige onderhoud aan een bij of krachtens de wet voorgeschreven draagbaar of verrijdbaar blustoestel verricht en de goede werking van dat blustoestel gecontroleerd. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.32 — Artikel 6.32 Automatische brandblusinstallatie en rookbeheersingssysteem#
Artikel 6.32 Automatische brandblusinstallatie en rookbeheersingssysteem 1 Een bij of krachtens de wet voorgeschreven automatische brandblusinstallatie is voorzien van een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Vastopgestelde Brandbeheersings- en Brandblussystemen. 2 Een bij of krachtens de wet voorgeschreven rookbeheersingsinstallatie is voorzien van een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Rookbeheersingsinstallaties. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 6.33 — Artikel 6.33 Aanduiding blusmiddelen#
Artikel 6.33 Aanduiding blusmiddelen artikelen 6.28 6.31 Een voorziening voor het bestrijden van brand als bedoeld in deenis duidelijk zichtbaar opgehangen of gemarkeerd met een pictogram als bedoeld in NEN 3011. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.34 — Artikel 6.34 Tijdelijke bouw#
Artikel 6.34 Tijdelijke bouw artikelen 6.28 6.29 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn deenvan toepassing. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 6.35 — Artikel 6.35 Aansturingsartikel#
Artikel 6.35 Aansturingsartikel 1 Een bouwwerk is zodanig bereikbaar voor hulpverleningsdiensten dat tijdig bluswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en hulpverlening kan worden geboden. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.35 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 6.35 gebruiksfunctie leden van toepassing brandweeringang bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten opstelplaatsen voor brandweervoertuigen brandweerlift mobiele radiocommunicatie artikel 6.36 6.37 6.38 6.39 6.40 lid 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 * 1 2 1 Woonfunctie 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 * – – 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 * 1 – 3 Celfunctie 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 * 1 – 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 * 1 – 5 Industriefunctie 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 * 1 – 6 Kantoorfunctie 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 * 1 – 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 * 1 – b andere logiesfunctie 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 * – – 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 * 1 – 9 Sportfunctie 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 * 1 – 10 Winkelfunctie 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 * 1 – 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 – 1 – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 – – 2 b ander bouwwerk geen gebouw zijnde 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 – 1 – 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 6.36 — Artikel 6.36 Brandweeringang#
Artikel 6.36 Brandweeringang 1 Een bouwwerk voor het verblijven van personen heeft een brandweeringang. Dit geldt niet indien de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat naar het oordeel van het bevoegd gezag niet vereist. 2 Indien een bouwwerk dat op grond van het eerste lid een brandweeringang moet hebben meerdere toegangen heeft, worden in overleg met de brandweer een of meer van die toegangen als brandweeringang aangewezen. 3 artikel 6.20, eerste lid In een bouwwerk met een brandmeldinstallatie met doormelding als bedoeld in, wordt een brandweeringang bij een brandmelding automatisch ontsloten of ontsloten met een systeem dat in overleg met de brandweer is bepaald. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.37 — Artikel 6.37 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten#
Artikel 6.37 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten 1 Tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een bouwwerk voor het verblijven van personen ligt een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten. 2 Het eerste lid is niet van toepassing: – 2 2 op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 men een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m, bepaald volgens NEN 6090; – 2 op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m; – 2 op een lichte industriefunctie uitsluitend voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m, bepaald volgens NEN 6090; – indien de toegang tot het bouwwerk op ten hoogste 10 meter van een openbare weg ligt, of – indien de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen verbindingsweg als bedoeld in het eerste lid vereist. 3 Tenzij het bestemmingsplan of een gemeentelijke verordening anderszins bepaalt heeft een verbindingsweg als bedoeld in het eerste lid: a. een breedte van ten minste 4,5 meter; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 meter, die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 meter, en d. een doeltreffende afwatering. 4 Een verbindingsweg als bedoeld in het eerste lid is over de in het derde lid voorgeschreven hoogte en breedte vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten. 5 Hekwerken die een verbindingsweg als bedoeld in het eerste lid afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met de brandweer is bepaald. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 6.38 — Artikel 6.38 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen#
Artikel 6.38 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen 1 Bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zijn zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd. 2 Het eerste lid is niet van toepassing: – 2 2 op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 men een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m, bepaald volgens NEN 6090; – 2 op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m; – 2 een lichte industriefunctie uitsluitend voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m, bepaald volgens NEN 6090, of – indien de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen opstelplaatsen als bedoeld in het eerste lid vereist. 3 artikel 6.36, eerste lid De afstand tussen een opstelplaats als bedoeld in het eerste lid en een brandweeringang als bedoeld in, is ten hoogste 40 m. 4 artikel 6.37, derde lid Een opstelplaats voor brandweervoertuigen als bedoeld in het eerste lid is over de voorgeschreven hoogte en breedte als bedoeld in, vrijgehouden voor brandweervoertuigen. 5 Hekwerken die een opstelplaats als bedoeld in het eerste lid afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met de brandweer is bepaald. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.39 — Artikel 6.39 Brandweerlift#
Artikel 6.39 Brandweerlift Een te bouwen gebouw waarvan een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 20 m boven het meetniveau heeft een brandweerlift. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.40 — Artikel 6.40 Mobiele radiocommunicatie hulpverleningsdiensten#
Artikel 6.40 Mobiele radiocommunicatie hulpverleningsdiensten 1 Een voor grote aantallen bezoekers bestemd bouwwerk waarbij het goed functioneren van hulpverleningsdiensten afhankelijk is van mobiele radiocommunicatie heeft indien dat voor die communicatie nodig is een door het bevoegd gezag goedgekeurde installatie voor mobiele radiocommunicatie tussen hulpverleningsdiensten binnen en buiten dat bouwwerk. 2 Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft een door het bevoegd gezag goedgekeurde installatie voor mobiele radiocommunicatie tussen hulpverleningsdiensten binnen en buiten die wegtunnel. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.41 — Artikel 6.41 Aansturingsartikel#
Artikel 6.41 Aansturingsartikel 1 Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft zodanige voorzieningen dat de veiligheid voor het wegverkeer is gewaarborgd. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.42 — Artikel 6.42 Uitrusting hulppost#
Artikel 6.42 Uitrusting hulppost artikel 2.122 Een hulppost als bedoeld inheeft een noodtelefoon en een wandcontactdoos met een elektrische spanning van 230 volt. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 6.43 — Artikel 6.43 Bedieningscentrale#
Artikel 6.43 Bedieningscentrale Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 500 m is aangesloten op een bedieningscentrale met een voorziening voor permanente videobewaking en automatische detectie van ongevallen en van brand. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.44 — Artikel 6.44 Afvoer van brandbare en giftige vloeistoffen#
Artikel 6.44 Afvoer van brandbare en giftige vloeistoffen 1 Een te bouwen wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft ter beperking van uitbreiding van brand door verspreiding van brandbare vloeistoffen en ter beperking van verspreiding van giftige vloeistoffen, in een rijbaanvloer ten minste iedere 20 m gemeten in de lengterichting van de tunnelbuis, een voorziening voor de afvoer van brandbare en giftige vloeistoffen. 2 Een bestaande wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft ter beperking van uitbreiding van brand door verspreiding van brandbare vloeistoffen en ter beperking van verspreiding van giftige vloeistoffen een voorziening voor de afvoer van brandbare en giftige vloeistoffen. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.45 — Artikel 6.45 Verkeerstechnische aspecten tunnelbuis#
Artikel 6.45 Verkeerstechnische aspecten tunnelbuis 1 Een op een wegtunnelbuis aansluitende rijbaan heeft een zelfde aantal rijstroken als de rijbaan in de wegtunnelbuis. Een eventuele wijziging van het aantal rijstroken buiten de tunnelbuis vindt op zodanige afstand van de tunnelbuis plaats dat geen onrustige verkeersbewegingen in de tunnelbuis door die wijziging kunnen optreden. 2 In een wegtunnelbuis is geen tweerichtingsverkeer toegestaan. 3 In afwijking van het tweede lid is tweerichtingsverkeer toegestaan indien is aangetoond dat eenrichtingsverkeer in verband met fysieke, geografische of verkeerstechnische omstandigheden niet mogelijk is en het tweerichtingsverkeer met voldoende veiligheidswaarborgen is omgeven. 4 Bij toepassing van het in het derde lid bedoelde tweerichtingsverkeer, is de wegtunnelbuis in ieder geval voorzien van een systeem voor permanent toezicht en een systeem voor de afsluiting van rijstroken en is de toegestane maximumsnelheid ten hoogste 70 km per uur. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.46 — Artikel 6.46 Communicatievoorzieningen#
Artikel 6.46 Communicatievoorzieningen 1 Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 500 m heeft een voorziening: a. waarmee door luidsprekers mededelingen kunnen worden gedaan aan personen op elke rijbaan en vluchtroute; b. voor heruitzending van radiosignalen in elke wegtunnelbuis, en c. om radio-uitzendingen te kunnen onderbreken om mededelingen te doen. 2 Mededelingen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, worden ten minste in het Nederlands en het Engels gedaan. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.47 — Artikel 6.47 Aansluiting op noodstroomvoorziening#
Artikel 6.47 Aansluiting op noodstroomvoorziening De voor een evacuatie noodzakelijke voorzieningen, systemen en installaties in een wegtunnel, die voor het functioneren zijn aangewezen op een voorziening voor elektriciteit, zijn aangesloten op een voorziening die binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten de werking van die voorzieningen, systemen en installaties zeker stelt. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.48 — Artikel 6.48 Aansturingsartikel#
Artikel 6.48 Aansturingsartikel 1 artikel 4.27, derde lid Een bouwwerk met een toegankelijkheidssector, een woongebouw zonder een toegankelijkheidssector als bedoeld in, en een gebouw zonder een toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.27, zesde lid, zijn vanaf de openbare weg toegankelijk voor personen met een functiebeperking. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 6.49 — Artikel 6.49 Bereikbaarheid van gebouwen voor personen met een functiebeperking#
Artikel 6.49 Bereikbaarheid van gebouwen voor personen met een functiebeperking 1 artikel 4.27, derde lid Ten minste een route tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een toegankelijkheidssector van een gebouw, een woongebouw zonder een toegankelijkheidssector als bedoeld in, of een gebouw zonder een toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.27, zesde lid, loopt over een weg, pad of steiger met: a. een breedte van ten minste 1,1 m, en b. afdeling 2.6 bij een te overbruggen hoogteverschil van meer dan 0,02 m, een hellingbaan als bedoeld in. 2 Een doorgang waardoor een in het eerste lid bedoelde route voert heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en een vrije hoogte van ten minste 2 m. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2021 211 29-04-2021 14-04-2021 01-07-2021
Artikel 6.50 — Artikel 6.50 Aansturingsartikel#
Artikel 6.50 Aansturingsartikel 1 Een woongebouw heeft zodanige voorzieningen dat veel voorkomende criminaliteit wordt voorkomen. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.51 — Artikel 6.51 Voorkomen van veel voorkomende criminaliteit in een woongebouw#
Artikel 6.51 Voorkomen van veel voorkomende criminaliteit in een woongebouw 1 Een toegang van een te bouwen woongebouw heeft een zelfsluitende deur die van buitenaf niet zonder sleutel kan worden geopend. 2 Ten minste een toegang van een te bouwen woongebouw: a. heeft aan de buitenkant een voorziening waarmee een signaal kan worden gegeven dat in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een op die toegang aangewezen woonfunctie waarneembaar is; b. heeft een spreekinstallatie die vanuit ten minste een niet-gemeenschappelijke ruimte van een op die toegang aangewezen woonfunctie kan worden bediend, en c. kan vanuit ten minste een niet-gemeenschappelijke ruimte van een op die toegang aangewezen woonfunctie worden geopend. 3 Een afsluitbare toegang van een bestaand woongebouw heeft een zelfsluitende deur die van buitenaf niet zonder sleutel kan worden geopend. 4 Indien een woonfunctie in een bestaand woongebouw uitsluitend bereikbaar is via een afsluitbare gemeenschappelijke verkeersruimte, heeft ten minste een toegang van het woongebouw aan de buitenkant een voorziening waarmee een signaal kan worden gegeven dat in een niet-gemeenschappelijke ruimte van die woonfunctie waarneembaar is. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.52 — Artikel 6.52 Aansturingsartikel#
Artikel 6.52 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen gebouw is zodanig dat onderhoud aan het gebouw veilig kan worden uitgevoerd. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 256 14-06-2012 07-06-2012 01-07-2012
Artikel 6.53 — Artikel 6.53 Veiligheidsvoorzieningen voor onderhoud#
Artikel 6.53 Veiligheidsvoorzieningen voor onderhoud 1 Indien onderhoud niet veilig kan worden uitgevoerd zonder gebouwgebonden veiligheidsvoorzieningen, heeft een te bouwen gebouw daarvoor voldoende gebouwgebonden veiligheidsvoorzieningen. 2 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in het eerste lid bepaalde. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 256 14-06-2012 07-06-2012 01-07-2012
Artikel 6.54 — Artikel 6.54 Aansturingsartikel#
Artikel 6.54 Aansturingsartikel 1 Een te bouwen bouwwerk heeft technische bouwsystemen die voldoen aan eisen ten behoeve van een optimaal energiegebruik. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door de toepassing van de voorschriften gesteld bij of krachtens deze afdeling. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 10-03-2020
Artikel 6.55 — Artikel 6.55 Systeemeisen#
Artikel 6.55 Systeemeisen 1 Een technisch bouwsysteem voldoet aan de in tabel 6.55 opgenomen waarde voor de energieprestatie. 2 Een technisch bouwsysteem, is adequaat gedimensioneerd, geïnstalleerd, ingeregeld en instelbaar. 3 Een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming of ruimtekoeling of een combinatie daarvan, is voorzien van zelfregulerende apparatuur waarmee de temperatuur per verblijfsgebied of verblijfsruimte kan worden gereguleerd. 4 Indien een technisch bouwsysteem bestaat uit een combinatie van de in tabel 6.55 opgenomen bouwsystemen, worden de in het eerste lid bedoelde eisen naar rato berekend op basis van de eisen die gelden voor de systemen die deel uitmaken van de combinatie. 5 Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven over het in dit artikel bepaalde. Tabel 6.55 Technisch bouwsysteem Waarde voor de energieprestatie woonfunctie Waarde voor de energieprestatie overig Ruimteverwarming ≤1,31 ≤1,31 Ruimtekoeling ≤1,33 ≤1,33 Ventilatie – 3 ≤3,8 kWh/(m/u) Warm tapwater ≤3,45 ≤3,45 Ingebouwde verlichting – 2 ≤75kWhprim/m 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 10-03-2020
Artikel 6.55a — Artikel 6.55a Verbouw#
Artikel 6.55a Verbouw 1 tabel 6.55 Bij het plaatsen of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een technisch bouwsysteem waarbij de energieprestatie wordt beïnvloed, voldoet dat technische bouwsysteem aan de inopgenomen waarde voor de energieprestatie. 2 Een technisch bouwsysteem is adequaat gedimensioneerd, geïnstalleerd, ingeregeld en instelbaar. 3 Een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming is na het vervangen van een warmtegenerator voorzien van zelfregulerende apparatuur waarmee de temperatuur per verblijfsgebied of verblijfsruimte kan worden gereguleerd. 4 Een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming in een bouwwerk dat is aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte is na het vervangen van de afleverset voor warmte per verblijfsgebied of verblijfsruimte zelfregulerend. 5 tabel 6.55 Indien een technisch bouwsysteem bestaat uit een combinatie van de inopgenomen bouwsystemen, worden de in het eerste lid bedoelde eisen naar rato berekend op basis van de eisen die gelden voor de systemen die deel uitmaken van de combinatie. 6 Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing als de kosten voor het aanbrengen van zelfregulerende apparatuur meer dan 20% bedragen van de kosten van het technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming. 7 Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven over het in dit artikel bepaalde. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 10-03-2020
Artikel 6.55b — Artikel 6.55b Verslaglegging#
Artikel 6.55b Verslaglegging 1 De energieprestatie van de in deze afdeling bedoelde technische bouwsystemen wordt beoordeeld en gedocumenteerd door de installateur en overhandigd aan de gebouweigenaar. 2 In afwijking van het eerste lid mag bij het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een technisch bouwsysteem worden volstaan met documentatie van de energieprestatie van de gewijzigde onderdelen. 3 Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven over het in dit artikel bepaalde. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 10-03-2020
Artikel 6.55c — Artikel 6.55c Onverwarmde en ongekoelde verblijfsruimte#
Artikel 6.55c Onverwarmde en ongekoelde verblijfsruimte artikelen 6.55, derde en vierde lid 6.55a, derde en vierde lid 6.55b Op een verblijfsruimte die niet bestemd is om te worden verwarmd of gekoeld, of waarbij de verwarming of koeling uitsluitend is bestemd voor een ander doel dan het verblijven van personen zijn de eisen aan ruimteverwarming en ruimtekoeling, bedoeld in de,, en, niet van toepassing. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 10-03-2020
Artikel 6.56 — Artikel 6.56 Aansturingsartikel#
Artikel 6.56 Aansturingsartikel 1 artikel 6.10, eerste lid Een te bouwen gebouw met een aansluiting op het distributienet voor elektriciteit als bedoeld in, heeft een voorziening voor de aansluiting op een openbaar elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de richtlijn breedband. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 22-06-2017
Artikel 6.57 — Artikel 6.57 Toegangspunt#
Artikel 6.57 Toegangspunt 1 Een gebruiksfunctie in een te bouwen gebouw heeft een toegangspunt voor de aansluiting op een openbaar elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de richtlijn breedband. 2 2 Het in het eerste lid bedoelde toegangspunt is gelegen in een toegankelijke niet-gemeenschappelijke ruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 0,75 x 0,31 men een hoogte boven die vloer van ten minste 2,1 m. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op een nevenfunctie van een gebruiksfunctie. 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 22-06-2017
Artikel 6.58 — Artikel 6.58 Fysieke binnenhuisinfrastructuur#
Artikel 6.58 Fysieke binnenhuisinfrastructuur 1 Een te bouwen gebouw heeft in de uitwendige scheidingsconstructie ten minste een invoerpunt voor de aansluitleiding van een openbaar elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de richtlijn breedband. 2 artikel 6.57, eerste lid Een gebruiksfunctie in een te bouwen gebouw heeft tussen een invoerpunt als bedoeld in het eerste lid en het toegangspunt, bedoeld in, een aaneengesloten ruimte met een diameter van ten minste 40 mm voor de aansluitleiding van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. 3 De doorvoer van een aansluitleiding van een openbaar elektronisch communicatienetwerk door een uitwendige scheidingsconstructie, een niet-toegankelijke ruimte en een kruipruimte, is uitgevoerd met een mantelbuis die voldoet aan NEN 2768. 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 22-06-2017
Artikel 6.59 — Artikel 6.59 Verbouw#
Artikel 6.59 Verbouw artikel 1.12 artikelen 6.57 6.58 In afwijking vanzijn op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk waarvoor een vergunning voor het bouwen is vereist, deenvan overeenkomstige toepassing. 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 22-06-2017
Artikel 6.60 — Artikel 6.60 Aansturingsartikel#
Artikel 6.60 Aansturingsartikel 1 Verwarmingssystemen, gecombineerde ruimteverwarmings- en ventilatiesystemen, airconditioningsystemen en gecombineerde airconditioning- en ventilatiesystemen worden regelmatig gekeurd. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften gesteld bij of krachtens deze afdeling. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 10-03-2020
Artikel 6.61 — Artikel 6.61 Keuring verwarmingssysteem#
Artikel 6.61 Keuring verwarmingssysteem 1 De toegankelijke delen van een verwarmingssysteem of gecombineerd ruimteverwarmings- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 70 kW worden ten minste eenmaal per vier jaar gekeurd. 2 De keuring: a. bevat een beoordeling van het rendement en de dimensionering van de warmtegenerator, gelet op de verwarmingsbehoeften van het gebouw; en b. houdt rekening met het vermogen van het verwarmingssysteem of het gecombineerd ruimteverwarmings- en ventilatiesysteem om de prestaties onder typische of gemiddelde werkingsomstandigheden te optimaliseren. 3 In afwijking van het tweede lid bevat de keuring geen beoordeling van de dimensionering van de warmtegenerator als er sinds de laatste keuring geen wijziging heeft plaatsgevonden van het verwarmingssysteem, het gecombineerd ruimteverwarmings- en ventilatiesysteem of de verwarmingsbehoeften van het gebouw. 4 De keuring wordt op onafhankelijke wijze uitgevoerd door een gekwalificeerde deskundige. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de kwaliteitseisen waar aan de keuring en de deskundige moeten voldoen. 5 Na de keuring wordt aan de eigenaar of huurder van het gebouw een keuringsverslag verstrekt dat ten minste het resultaat van de verrichte keuring alsmede aanbevelingen voor een kostenefficiënte verbetering van de energieprestatie van het gekeurde verwarmingssysteem of gecombineerd ruimteverwarmings- en ventilatiesysteem bevat. 6 Dit artikel is niet van toepassing op: a. een verwarmingssysteem of een gecombineerd verwarmings- en ventilatiesysteem: mits met de aanpak onder 1° of 2° hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de keuring, bedoeld in het eerste en tweede lid; of 1°. dat valt onder een overeengekomen energieprestatiecriterium of een contractuele regeling waarin een overeengekomen niveau van energie-efficiëntieverbetering is vermeld; of 2°. artikelen 1, onder ah, van de Gaswet 1, onder f, van de Elektriciteitswet 1998 1 van de Warmtewet dat wordt beheerd door een energieleverancier als bedoeld in de,enof een netbeheerder als bedoeld in de artikelen 1, onder e, van de Gaswet, 1, onder k, van de Elektriciteitswet 1998 en 1 van de Warmtewet; b. artikel 6.64 een verwarmingssysteem in een gebouw met een systeem voor gebouwautomatisering en -controle als bedoeld in. 2023 288 06-09-2023 30-08-2023 2023 288 06-09-2023 30-08-2023 07-09-2023
Artikel 6.62 — Artikel 6.62 Keuring airconditioningsysteem#
Artikel 6.62 Keuring airconditioningsysteem 1 De toegankelijke delen van een airconditioningsysteem of een gecombineerd airconditionings- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 70 kW worden ten minste eenmaal per vijf jaar gekeurd. 2 De keuring: a. bevat een beoordeling van het rendement en de dimensionering van het airconditioningsysteem, gelet op de koelingsbehoeften van het gebouw; en b. houdt rekening met het vermogen van het airconditioningsysteem of het gecombineerd airconditioning- en ventilatiesysteem om de prestaties onder typische of gemiddelde werkingsomstandigheden te optimaliseren. 3 In afwijking van het tweede lid bevat de keuring geen beoordeling van de dimensionering van het airconditioningsysteem als er sinds de laatste keuring geen wijziging heeft plaatsgevonden van het airconditioningsysteem, het gecombineerde airconditioning- en ventilatiesysteem of de koelingsbehoeften van het gebouw. 4 De keuring wordt op onafhankelijke wijze uitgevoerd door een gekwalificeerde deskundige. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de kwaliteitseisen waar aan de keuring en de deskundige moeten voldoen. 5 Na de keuring wordt aan de eigenaar of huurder van het gebouw een keuringsverslag verstrekt dat ten minste het resultaat van de verrichte keuring alsmede aanbevelingen voor een kostenefficiënte verbetering van de energieprestatie van het gekeurde airconditioningsysteem of gecombineerde airconditioning- en ventilatiesysteem bevat. 6 Dit artikel is niet van toepassing op: mits met de aanpak onder 1° of 2° hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de keuring, bedoeld in het eerste en tweede lid; of a. een airconditioningsysteem of een gecombineerd airconditioning- en ventilatiesysteem: 1°. dat valt onder een overeengekomen energieprestatiecriterium of een contractuele regeling waarin een overeengekomen niveau van energie-efficiëntieverbetering is vermeld; of 2°. artikelen 1, onder ah, van de Gaswet 1, onder f, van de Elektriciteitswet 1998 1 van de Warmtewet dat wordt beheerd door een energieleverancier als bedoeld in de,enof een netbeheerder als bedoeld in de artikelen 1, onder e, van de Gaswet, 1, onder k, van de Elektriciteitswet 1998 en 1 van de Warmtewet; b. artikel 6.64 een airconditioningsysteem in een gebouw met een systeem voor gebouwautomatisering en -controle als bedoeld in. 2023 288 06-09-2023 30-08-2023 2023 288 06-09-2023 30-08-2023 07-09-2023
Artikel 6.63 — Artikel 6.63 Aansturingsartikel#
Artikel 6.63 Aansturingsartikel 1 Een bouwwerk, anders dan een woonfunctie, met een verwarmingssysteem of gecombineerd ruimteverwarmings- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW of een airconditioningsysteem of gecombineerd airconditioning- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW heeft met ingang van 1 januari 2026 een systeem voor gebouwautomatisering en -controle. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften gesteld bij of krachtens deze afdeling. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 10-03-2020
Artikel 6.64 — Artikel 6.64 Systeem voor gebouwautomatisering en -controle#
Artikel 6.64 Systeem voor gebouwautomatisering en -controle 1 artikel 6.63, eerste lid Het systeem voor gebouwautomatisering en -controle als bedoeld in, is in staat: a. het energieverbruik permanent te controleren, bij te houden, te analyseren en de bijsturing ervan mogelijk te maken; b. de energie-efficiëntie van het gebouw te toetsen, rendementsverliezen van technische bouwsystemen op te sporen, en de beheerder van de voorzieningen of technische bouwsystemen te informeren over de mogelijkheden om de energie-efficiëntie te verbeteren; en c. communicatie met verbonden technische bouwsystemen en andere apparaten in het gebouw mogelijk te maken, en interoperabel te zijn met technische bouwsystemen van verschillende soorten eigendomstechnologieën, toestellen en fabrikanten. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over het in dit artikel bepaalde. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 10-03-2020
Artikel 7.1 — Artikel 7.1 Aansturingsartikel#
Artikel 7.1 Aansturingsartikel 1 Het gebruik van een bouwwerk is zodanig dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand wordt voorkomen. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 7.1 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. Tabel 7.1 gebruiksfunctie leden van toepassing verbod op roken en open vuur vastzetten zelfsluitend constructieonderdeel aankleding brandveiligheid inrichtingselementen brandgevaarlijke stoffen brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen opslag in stookruimte veilig gebruik verbrandingstoestel restrisico brandgevaar en ontwikkeling van brand artikel 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9 7.10 lid 1 2 * 1 2 3 4 5 6 7 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 * 1 2 * 1 Woonfunctie 1 – * 1 2 – 4 5 6 7 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 * 1 2 * 2 Industriefunctie a lichte industriefunctie voor bedrijfsmatig houden van dieren 1 2 * – – 3 4 5 – 7 1 2 – 1 2 3 4 5 1 2 3 * 1 2 * b andere industriefunctie 1 2 * 1 2 – 4 5 – 7 1 2 – 1 2 3 4 5 1 2 3 * 1 2 * 3 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 2 * 1 2 – 4 5 – 7 1 2 – 1 2 3 4 5 1 2 3 * 1 2 * b andere logiesfunctie 1 2 * 1 2 – 4 5 6 7 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 * 1 2 * Alle hier niet boven genoemde gebruiksfuncties 1 2 * 1 2 – 4 5 – 7 1 2 – 1 2 3 4 5 1 2 3 * 1 2 * 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 7.2 — Artikel 7.2 Verbod op roken en open vuur#
Artikel 7.2 Verbod op roken en open vuur 1 Het is verboden te roken of open vuur te hebben: a. in een ruimte die is bestemd voor de opslag van een brandgevaarlijke stof; b. bij het verrichten van een handeling die het uitstromen van een brandgevaarlijke stof kan veroorzaken, en c. bij het vullen van een brandstofreservoir met een brandgevaarlijke stof. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, wordt goed zichtbaar aangegeven door het aanbrengen van een gestandaardiseerd symbool overeenkomstig NEN 3011. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 7.3 — Artikel 7.3 Vastzetten zelfsluitend constructieonderdeel#
Artikel 7.3 Vastzetten zelfsluitend constructieonderdeel artikel 6.26, eerste lid Een zelfsluitend constructieonderdeel als bedoeld in, mag niet in geopende stand zijn vastgezet tenzij het constructieonderdeel bij brand en bij rook door brand automatisch wordt losgelaten. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 7.4 — Artikel 7.4 Aankleding#
Artikel 7.4 Aankleding 1 Aankleding in een besloten ruimte mag geen brandgevaar opleveren. Dit gevaar is niet aanwezig indien de aankleding: a. een ondergeschikte bijdrage aan het brandgevaar levert; b. onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064; c. voldoet aan brandklasse A1 als bedoeld in NEN-EN 13501-1; d. afdeling 2.9 voldoet aan de eisen voor constructieonderdelen als bedoeld in, of e. een navlamduur heeft van ten hoogste 15 seconden en een nagloeiduur van ten hoogste 60 seconden. 2 Bij een besloten ruimte voor het verblijven of vluchten van meer dan 50 personen is het eerste lid, onderdeel e, niet van toepassing, indien de aankleding: a. zich bevindt boven een gedeelte van de vloer waar zich personen kunnen bevinden; b. de verticale vrije ruimte tussen de vloer en de aankleding minder dan 2,5 m is, en c. niet direct op de vloer, trap of hellingbaan is aangebracht. 3 Aankleding in een besloten ruimte die niet direct op de vloer, trap of hellingbaan is aangebracht mag geen brandgevaar opleveren. Dit gevaar is niet aanwezig indien de aankleding: a. een ondergeschikte bijdrage aan het brandgevaar levert; b. onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064; c. voldoet aan brandklasse A1 als bedoeld in NEN-EN 13501-1 of d. afdeling 2.9 voldoet aan de eisen voor constructieonderdelen als bedoeld in. 4 Materiaal ter plaatse van of nabij apparatuur en installaties die warmte ontwikkelen voldoet aan brandklasse A1, als bedoeld in NEN-EN 13501-1 of is onbrandbaar, bepaald volgens NEN 6064, indien: a. 2 op het materiaal een intensiteit van de warmtestraling kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m, of b. in het materiaal een temperatuur kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 90 °C. 5 In een besloten ruimte zijn geen met brandbaar gas gevulde ballonnen aanwezig. 6 Het eerste tot en met vijfde lid gelden niet voor een niet-gemeenschappelijke ruimte. 7 Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de bijdrage aan brandgevaar van aankleding. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014 Artikel III van Stb. 2014/51 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7.5 — Artikel 7.5 Brandveiligheid inrichtingselementen#
Artikel 7.5 Brandveiligheid inrichtingselementen 1 In een voor publiek toegankelijke ruimte opgestelde stands, kramen, schappen, podia en daarmee vergelijkbare inrichtingselementen zijn brandveilig. 2 Aan het in het eerste lid gestelde is in ieder geval voldaan indien een naar de lucht gekeerd onderdeel van het inrichtingselement: a. onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064; b. voldoet aan brandklasse A1, als bedoeld in NEN-EN 13501-1; c. een dikte heeft van ten minste 3,5 mm, en voldoet aan brandklasse D, als bedoeld in NEN-EN 13501-1; d. een dikte heeft van ten minste 3,5 mm, en voldoet aan klasse 4 als bedoeld in NEN 6065, of e. een dikte heeft van minder dan 3,5 mm en over de volle oppervlakte is verlijmd met een onderdeel als bedoeld onder c of d. 3 Het eerste en tweede lid gelden niet voor een niet-gemeenschappelijke ruimte. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 7.6 — Artikel 7.6 Brandgevaarlijke stoffen#
Artikel 7.6 Brandgevaarlijke stoffen 1 In, op of nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 7.6 aanwezig. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien: a. de in tabel 7.6 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, met dien verstande dat de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij: 1°. de verpakking tegen normale behandeling bestand is; 2°. de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding, en 3°. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen, en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, een verwarmings- of een ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter, en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Wabo is toegestaan. 4 Bij het berekenen van een toegestane hoeveelheid als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend. 5 In afwijking van het derde lid, onderdeel e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een in dat onderdeel bedoelde oliesoort toegestaan indien de wijze van opslag en gebruik daarvan zodanig is dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende worden voorkomen. 1 bijlage I, onder C, bij het Besluit omgevingsrecht Eenheid bepaald overeenkomstig. Tabel 7.6 Brandgevaarlijke stoffen ADR-klasse omschrijving verpakkingsgroep 1 toegestane maximum hoeveelheidin kg of l 2 UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas Gassen zoals propaan, zuurstof, acyteleen, aerosolen (spuitbussen) n.v.t. 50 3 brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton II 25 3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten III 50 4.1, 4.2, 4.3 4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide II en III 50 5.1 brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide II en III 50 5.2 organische peroxiden zoals dicymyl peroxide en di-propionyl peroxide n.v.t. 1 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 7.7 — Artikel 7.7 Brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen#
Artikel 7.7 Brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen 1 hoofdstuk 2 Bedrijfsmatige opslag van brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen is zodanig dat bij brand geen onveilige situatie kan ontstaan voor een op een aangrenzend perceel gelegen of op dat perceel volgens het bestemmingsplan nog te realiseren gebouw dat op grond vaneen brandcompartiment of een gedeelte van een brandcompartiment is, of voor een speeltuin, kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen. 2 Aan het in het eerste lid gestelde is bij opslag van hout, anders dan in een gebouw, voldaan indien: a. 2 de opslag bij brand gedurende een periode van ten minste 60 minuten, gerekend vanaf het ontstaan van de brand, geen grotere stralingsbelasting veroorzaakt dan 15 kW/m; b. de bereikbaarheid van de opslag vanaf twee tegenover elkaar liggende zijden is gewaarborgd, waarbij in een derde zijde ook een toegangsmogelijkheid aanwezig is indien die zijde langer is dan 40 m, en c. 3 bij de opslag een bluswatervoorziening met gedurende ten minste vier uren een toevoercapaciteit van ten minste 90 mper uur aanwezig is. 3 De in het tweede lid bedoelde stralingsbelasting wordt gemeten op: a. de perceelsgrens, indien het aangrenzend perceel een kampeerterrein, een speeltuin of een opslag van brandgevaarlijke stoffen is, en b. enig punt van de uitwendige scheidingsconstructie van een op het aangrenzend perceel gelegen gebouw. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 7.8 — Artikel 7.8 Opslag in stookruimte#
Artikel 7.8 Opslag in stookruimte In een technische ruimte met een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW zijn geen brandbare goederen opgeslagen of opgesteld. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 7.9 — Artikel 7.9 Veilig gebruik verbrandingstoestel#
Artikel 7.9 Veilig gebruik verbrandingstoestel 1 Een verbrandingstoestel wordt uitsluitend gebruikt indien: a. de voorziening voor toevoer van verbrandingslucht en de voorziening voor afvoer van rookgas niet zijn afgesloten; b. de capaciteit van de voorziening voor toevoer van verbrandingslucht, van de voorziening voor afvoer van rookgas en van de daarop aangesloten aansluitleidingen, niet kleiner zijn dan de voor het adequaat functioneren van het verbrandingstoestel noodzakelijke capaciteit; c. de opstelling van het verbrandingstoestel met inbegrip van een aansluitleiding tussen het toestel en de voorziening voor de afvoer van rookgas brandveilig is; d. de voorziening voor afvoer van rookgas doeltreffend is gereinigd, en e. het verbrandingstoestel met een aansluitmogelijkheid op een voorziening voor afvoer van rookgas adequaat op de voorziening is aangesloten. 2 Van een brandveilige opstelling als bedoeld in het eerste lid, onder c, is in ieder geval sprake indien de opstelling brandveilig is, bepaald volgens NEN 3028. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 7.10 — Artikel 7.10 Restrisico brandgevaar en ontwikkeling van brand#
Artikel 7.10 Restrisico brandgevaar en ontwikkeling van brand Onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde is het verboden in, op, aan of nabij een bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken of anderszins belemmeringen op te werpen of hinder te veroorzaken waardoor: a. brandgevaar wordt veroorzaakt, of b. bij brand een gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 7.11 — Artikel 7.11 Aansturingsartikel#
Artikel 7.11 Aansturingsartikel 1 Het gebruik van een bouwwerk is zodanig dat bij brand veilig kan worden gevlucht. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 7.11 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 7.11 gebruiksfunctie leden van toepassing Hulp bij ontruiming bij brand deuren in vluchtroutes opstelling zitplaatsen en verdere inrcihting gangpaden beperking van gevaar voor letsel restrisico veilig vluchten bij brand artikel 7.11a 7.12 7.13 7.14 7.15 7.16 lid 1 2 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 6 1 2 1 2 3 4 5 * 1 Woonfunctie a woonfunctie voor zorg 1 2 1 2 – – – – – – – – – – – 1 2 3 4 – * b andere woonfunctie – – 1 – 3 – – – – – – – – – – 1 2 3 4 – * 2 Bijeenkomstfunctie 1 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 6 1 2 1 2 3 – – * 3 Celfunctie 1 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 6 1 2 1 2 3 – – * 4 Gezondheidszorgfunctie 1 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 6 1 2 1 2 3 – – * 5 Industriefunctie 1 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 6 1 2 1 2 3 – – * 6 Kantoorfunctie 1 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 6 1 2 1 2 3 – – * 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 – 1 2 – 4 – – – – – – – 1 2 1 2 3 – 5 * b andere logiesfunctie 1 – 1 2 – 4 – – – – – – – – – – – – – – * 8 Onderwijsfunctie 1 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 6 1 2 1 2 3 – – * 9 Sportfunctie 1 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 6 1 2 1 2 3 – – * 10 Winkelfunctie 1 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 6 1 2 1 2 3 – – * 11 Overige gebruiksfunctie – – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 6 1 2 1 2 3 – – * 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m – – 1 – – – 5 – – – – – – – – – – – – – * b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – 1 – – – – 1 2 3 4 5 6 1 2 1 2 3 – – * 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 7.11a — Artikel 7.11a Hulp bij ontruiming bij brand#
Artikel 7.11a Hulp bij ontruiming bij brand 1 artikel 6.20 artikel 1.18 In een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in, in een bouwwerk met een vergunning voor brandveilig gebruik en in een bouwwerk waarvoor een gebruiksmelding als bedoeld inis gedaan zijn voldoende personen aangewezen om de ontruiming bij brand voldoende snel te laten verlopen. 2 bijlage I Het eerste lid is niet van toepassing op een woonfunctie voor zorg met zorg op afspraak of met zorg op afroep, als bedoeld in. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 7.12 — Artikel 7.12 Deuren in vluchtroutes#
Artikel 7.12 Deuren in vluchtroutes 1 Een deur op een vluchtroute is bij aanwezigheid van personen in het bouwwerk uitsluitend gesloten indien die deur tijdens het vluchten, zonder gebruik te moeten maken van een sleutel onmiddellijk over de ten minste vereiste breedte kan worden geopend. 2 artikel 6.25, zevende lid artikel 7.11 In afwijking van het eerste lid kan een deur op een vluchtroute die begint in een ruimte voor het insluiten van personen als bedoeld in, tijdens het vluchten met een sleutel over de ten minste vereiste breedte worden geopend, mits de inrichting, het gebruik en de organisatie zodanig zijn dat het in het metbeoogde brandveiligheidsniveau is gewaarborgd. 3 Het eerste lid geldt niet voor een niet-gemeenschappelijke vluchtroute. 4 Het eerste lid geldt niet voor een vluchtroute in een logiesverblijf. 5 In afwijking van het eerste lid kan een deur op een vluchtroute in een tunnel worden ontgrendeld met een automatische ontgrendeling. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 7.13 — Artikel 7.13 Opstelling zitplaatsen en verdere inrichting#
Artikel 7.13 Opstelling zitplaatsen en verdere inrichting 1 De inrichting van een ruimte is zodanig dat: Bij de berekening van de per persoon beschikbare vloeroppervlakte wordt uitgegaan van de vloeroppervlakte aan verblijfsruimte na aftrek van de oppervlakte van de inventaris. a. 2 voor elke persoon zonder zitplaats ten minste 0,25 mvloeroppervlakte beschikbaar is; b. 2 voor elke persoon met zitplaats ten minste 0,3 mvloeroppervlakte beschikbaar is, indien geen inventaris kan verschuiven of omvallen als gevolg van gedrang; c. 2 voor elke persoon met zitplaats ten minste 0,5 mvloeroppervlakte beschikbaar is, indien inventaris kan verschuiven of omvallen als gevolg van gedrang. 2 In een ruimte met meer dan 100 zitplaatsen zijn de zitplaatsen gekoppeld of aan de vloer bevestigd, zodanig dat deze niet kunnen verschuiven of omvallen als gevolg van gedrang, voor zover die zitplaatsen in meer dan 4 rijen van meer dan 4 stoelen zijn opgesteld. 3 Bij in rijen opgestelde zitplaatsen is tussen de rijen een vrije ruimte aanwezig met een breedte van ten minste 0,4 m, gemeten tussen de loodlijnen op de elkaar dichtst naderende gedeelten van de rijen. 4 Indien in een rij als bedoeld in het derde lid tussen de zitplaatsen een tafel is geplaatst, bevindt deze zich niet in de vrije ruimte, bedoeld in dat lid. 5 Een rij zitplaatsen die slechts aan een einde op een gangpad of uitgang uitkomt, heeft niet meer dan 8 zitplaatsen. 6 Een rij zitplaatsen die aan beide einden op een gangpad of uitgang uitkomt, heeft ten hoogste: a. 16 zitplaatsen indien de vrije ruimte, bedoeld in het derde lid, niet groter is dan 0,45 m en de breedte van de vrije doorgang van het gangpad of van de uitgang ten minste 0,6 m is; b. 32 zitplaatsen indien de vrije ruimte, bedoeld in het derde lid, groter is dan 0,45 m en de breedte van de vrije doorgang van het gangpad of van de uitgang ten minste 0,6 m is; c. 50 zitplaatsen indien de vrije ruimte, bedoeld in het derde lid, groter is dan 0,45 m en de breedte van de vrije doorgang van het gangpad of van de uitgang ten minste 1,1 m is. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 7.14 — Artikel 7.14 Gangpaden#
Artikel 7.14 Gangpaden 1 Gangpaden tussen stands, kramen, schappen, podia en andere inrichtingselementen in een voor publiek toegankelijke ruimte zijn ten minste 1,1 m breed. 2 Voor een uitgang in een ruimte als bedoeld in het eerste lid is een vrije vloeroppervlakte met een lengte en een breedte van ten minste de breedte van deze uitgang. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 7.15 — Artikel 7.15 Beperking van gevaar voor letsel#
Artikel 7.15 Beperking van gevaar voor letsel 1 Tegen of onder het plafond aangebracht glas is veiligheidsglas of glas voorzien van een ingegoten kruiswapening met een maximale maaswijdte van 0,016 m. 2 Textiel, folie of papier in horizontale toepassing is onderspannen met metaaldraad op een onderlinge afstand van ten hoogste 0,35 m, of metaaldraad in twee richtingen met een maximale maaswijdte van 0,7 m. 3 Aankleding in een besloten ruimte mag bij brand geen druppelvorming geven boven een gedeelte van een vloer bestemd voor gebruik door personen. 4 Het eerste tot en met derde lid gelden niet voor een niet-gemeenschappelijke ruimte. 5 Het eerste tot en met derde lid gelden niet in een logiesverblijf. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 7.16 — Artikel 7.16 Restrisico veilig vluchten bij brand#
Artikel 7.16 Restrisico veilig vluchten bij brand Onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde is het verboden in, op, aan of nabij een bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken of anderszins belemmeringen te veroorzaken waardoor: a. melding van, alarmering bij of bestrijding van brand wordt belemmerd; b. het gebruik van vluchtmogelijkheden bij brand wordt belemmerd, of c. het redden van personen of dieren bij brand wordt belemmerd. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 7.17 — Artikel 7.17 Aansturingsartikel#
Artikel 7.17 Aansturingsartikel 1 Het gebruik van een bouwwerk, open erf en terrein is zodanig dat hinder, gezondheidsrisico’s en andere veiligheidsrisico’s dan brandveiligheidsrisico’s voor personen in voldoende mate worden beperkt. 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 7.17 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. Tabel 7.17 gebruiksfunctie leden van toepassing overbewoning asbestvezels en formaldehyde bouwvalligheid zindelijke staat restrisico kooldioxidemelder artikel 7.18 7.19 7.20 7.21 7.22 7.23 lid 1 2 3 1 2 * * * 1 2 1 Woonfunctie a woonwagen – 2 3 1 2 * * * – – b andere woonfunctie 1 – 3 1 2 * * * – – 8 Onderwijsfunctie – – – 1 2 * * * 1 2 Alle hier niet boven genoemde gebruiksfuncties – – – 1 2 * * * – – 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 7.18 — Artikel 7.18 Overbewoning#
Artikel 7.18 Overbewoning 1 2 Een woonfunctie wordt niet bewoond door meer dan één persoon per 12 mgebruiksoppervlakte. 2 2 Een woonwagen wordt niet bewoond door meer dan één persoon per 6 mgebruiksoppervlakte. 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een woonfunctie waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 7.19 — Artikel 7.19 Asbestvezels en formaldehyde#
Artikel 7.19 Asbestvezels en formaldehyde 1 3 De concentratie van asbestvezels in een voor personen toegankelijke ruimte van een bestaand bouwwerk is niet groter dan 2.000 vezels/ m, bepaald volgens NEN 2991. 2 3 De concentratie van formaldehyde in een voor personen toegankelijke ruimte van een bouwwerk is niet groter dan 120 μg/m, bepaald volgens NEN-EN-ISO 16.000-2. 2017 494 20-12-2017 13-12-2017 2017 494 20-12-2017 13-12-2017 01-01-2018
Artikel 7.20 — Artikel 7.20 Bouwvalligheid#
Artikel 7.20 Bouwvalligheid Een bouwwerk, open erf of terrein wordt niet gebruikt indien door of namens het bevoegd gezag is meegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 7.21 — Artikel 7.21 Zindelijke staat van bouwwerken, open erven en terreinen#
Artikel 7.21 Zindelijke staat van bouwwerken, open erven en terreinen Een bouwwerk, open erf en terrein bevindt zich in een zodanig zindelijke staat, dat dit geen hinder voor personen en geen gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van personen oplevert. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 7.22 — Artikel 7.22 Restrisico gebruik bouwwerken, open erven en terreinen#
Artikel 7.22 Restrisico gebruik bouwwerken, open erven en terreinen Wet milieubeheer Onverminderd het bij of krachtens dit besluit of debepaalde is het verboden in, op of aan een bouwwerk of op een open erf of terrein voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten of werktuigen te gebruiken, waardoor: a. op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm of stof wordt verspreid; b. overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van het bouwwerk, het open erf of terrein; c. op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof of vocht of irriterend materiaal wordt verspreid of overlast wordt veroorzaakt door geluid en trilling, elektrische trilling daaronder begrepen, of door schadelijk of hinderlijk gedierte, dan wel door verontreiniging van het bouwwerk, open erf of terrein, of d. instortings-, omval- of ander gevaar wordt veroorzaakt. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 7.23 — Artikel 7.23 Kooldioxidemeter#
Artikel 7.23 Kooldioxidemeter 1 Een verblijfsruimte in een onderwijsfunctie voor basisonderwijs heeft een kooldioxidemeter. 2 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in het eerste lid bepaalde. 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 2015 249 26-06-2015 15-06-2015 01-07-2015 Artikel II van Stb. 2015/249 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8.1 — Artikel 8.1 Aansturingsartikel#
Artikel 8.1 Aansturingsartikel 1 De uitvoering van bouw- en sloopwerkzaamheden is zodanig dat voor de omgeving een onveilige situatie of voor de gezondheid of bruikbaarheid nadelige hinder zoveel mogelijk wordt voorkomen. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 8.2 — Artikel 8.2 Veiligheid in de omgeving#
Artikel 8.2 Veiligheid in de omgeving 1 Bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen ter voorkoming van: a. letsel van personen op een aangrenzend perceel of een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen; b. letsel van personen die het bouw- of sloopterrein onbevoegd betreden, en c. beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere al dan niet roerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen. 2 Bij bouw- en sloopplaatsen van een te bouwen of te slopen gebouw wordt een veiligheidsafstand vrijgehouden bepaald volgens paragraaf 6.2 van de Landelijke richtlijn Bouw- en sloopveiligheid, versie 1.2 augustus 2018. 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 01-07-2020
Artikel 8.3 — Artikel 8.3 Geluidhinder#
Artikel 8.3 Geluidhinder 1 Bedrijfsmatige bouw- of sloopwerkzaamheden worden op werkdagen en op zaterdag tussen 7.00 uur en 19.00 uur uitgevoerd. 2 Bij het uitvoeren van de werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid worden de in tabel 8.3 aangegeven dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur niet overschreden. Tabel 8.3 Dagwaarde ≤60 dB(A) >60 dB(A) >65 dB(A) >70 dB(A) >75 dB(A) >80 dB(A) maximale blootstellingsduur onbeperkt 50 dagen 30 dagen 15 dagen 5 dagen 0 dagen 3 Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid. Onverkort het gestelde in de ontheffing, wordt bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden gebruik gemaakt van de best beschikbare stille technieken. 4 titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht Indien het bevoegd gezag met betrekking tot het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden beleidsregels als bedoeld inheeft vastgesteld, is in afwijking van het derde lid geen ontheffing vereist indien het uitvoeren van de werkzaamheden voldoet aan die beleidsregels en het bevoegd gezag ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van die werkzaamheden in kennis is gesteld van de aanvang van de werkzaamheden. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014
Artikel 8.4 — Artikel 8.4 Trillingshinder#
Artikel 8.4 Trillingshinder 1 artikel 1 van de Wet geluidhinder artikel 1.1, onderdeel d, van het Besluit geluidhinder Trillingen veroorzaakt door het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden bedragen in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld inen in verblijfsruimten als bedoeld inniet meer dan de trillingsterkte, genoemd in tabel 4 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B «Hinder voor personen in gebouwen» 2006. 2 Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van de trillingsterkte, bedoeld in het eerste lid. 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 2017 268 21-06-2017 13-06-2017 01-07-2017
Artikel 8.5 — Artikel 8.5 Stofhinder#
Artikel 8.5 Stofhinder Tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen om visueel waarneembare stofverspreiding buiten het bouw- of sloopterrein te voorkomen. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014 Voorheen art. 8.6.
Artikel 8.6 — Artikel 8.6 Grondwaterstand#
Artikel 8.6 Grondwaterstand Het bemalen van bouwputten, leidingsleuven en andere tijdelijke ontgravingen ten behoeve van bouwwerkzaamheden leidt niet tot een zodanige wijziging van de grondwaterstand dat gevaar kan ontstaan voor de veiligheid van belendingen. 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 2014 51 07-02-2014 21-01-2014 01-04-2014 Voorheen art. 8.7.
Artikel 8.7 — Artikel 8.7 Veiligheidsplan#
Artikel 8.7 Veiligheidsplan artikelen 8.2 tot en met 8.6 De op grond van dete treffen maatregelen worden op aanwijzing van het bevoegd gezag vastgelegd in een veiligheidsplan. Het plan bevat ter beoordeling door het bevoegd gezag: a. ten minste een tekening waaruit de bouw- of sloopplaatsinrichting blijkt met: 1° de toegang tot de bouw- of sloopplaats inclusief begrenzing, afscheiding en afsluiting van de bouw- of sloopplaats; 2° de ligging van het perceel waarop gebouwd of gesloopt wordt en de omliggende wegen en bouwwerken; 3° de situering van het te bouwen of te slopen bouwwerk; 4° de aan- en afvoerwegen; 5° de laad-, los- en hijszones; 6° de plaats van bouwketen; 7° de in of op de bodem van het perceel aanwezige leidingen; 8° de plaats van machines, werktuigen en ander hulpmaterieel en opslag van materialen; 9° de bereikbaarheid van bluswater- en andere veiligheidsvoorzieningen; b. gegevens en bescheiden over de toe te passen bouw- of sloopmethodiek en de toe te passen materialen, materieel, hulp- en beveiligingsmiddelen bij de bouw- of sloopwerkzaamheden; c. indien een bouwput wordt gemaakt: 1° de hoofdopzet van de verticale bouwputafscheiding en de bouwputbodem; 2° de uitgangspunten voor een bemalingsplan; 3° de uitgangspunten voor een monitoringsplan ter voorkoming van schade aan naburige bouwwerken; d. artikel 8.3, tweede en derde lid een rapport van een akoestisch onderzoek, indien aannemelijk is dat de dagwaarde vanwege het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden meer bedraagt of de maximale blootstellingsduur in dagen langer duurt dan de waarden, bedoeld in, of indien aannemelijk is dat niet wordt voldaan aan de beleidsregels als bedoeld in artikel 8.3, vierde lid; e. artikel 8.4, eerste lid een rapport van een trillingenonderzoek, indien aannemelijk is dat het uitvoeren van de bouw- of sloopwerkzaamheden een grotere trillingssterkte veroorzaakt dan de trillingssterkte bedoeld in; f. artikel 8.2 de naam en contactgegevens van diegene die het treffen van de maatregelen, bedoeld in, coördineert. 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 01-07-2020
Artikel 8.7a — Artikel 8.7a Veiligheidsmaatregelen aanbrengen gespoten PUR-schuim#
Artikel 8.7a Veiligheidsmaatregelen aanbrengen gespoten PUR-schuim Bij het aanbrengen van gespoten PUR-schuim in de kruipruimte van een woonfunctie: a. zijn tijdens het aanbrengen van het gespoten PUR-schuim en ten minste twee uur na afloop van de werkzaamheden in de woonfunctie geen andere personen aanwezig dan de personen die het gespoten PUR-schuim aanbrengen; en b. wordt tijdens het aanbrengen de kruipruimte geventileerd met ten minste een ventilatiecapaciteit van 30 keer het volume van de kruipruimte per uur. 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 01-07-2020
Artikel 8.8 — Artikel 8.8 Aansturingsartikel#
Artikel 8.8 Aansturingsartikel 1 Bouw- en sloopwerkzaamheden worden zodanig uitgevoerd dat tijdens de uitvoering vrijkomend bouw- en sloopafval deugdelijk wordt gescheiden. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 8.9 — Artikel 8.9 Scheiden bouw- en sloopafval#
Artikel 8.9 Scheiden bouw- en sloopafval Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de te scheiden categorieën bouw-en sloopafval en de opslag en afvoer daarvan op en van het terrein bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 9.1 — Artikel 9.1 Algemeen overgangsrecht#
Artikel 9.1 Algemeen overgangsrecht 1 Bouwbesluit 2003 Besluit brandveilig gebruik bouwwerken paragraaf 2 van het Besluit aanvullende regels veiligheid wegtunnels artikel 8, eerste lid, van de wet Op een aanvraag om vergunning voor het bouwen, ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, alsmede op enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een dergelijke aanvraag, blijven de voorschriften van het, het,, de bouwverordening, bedoeld inen de daarop berustende bepalingen van toepassing, zoals deze luidden op het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend. 2 Bouwbesluit 2003 Besluit brandveilig gebruik bouwwerken Op een aanvraag om vergunning voor brandveilig gebruik, ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, alsmede op enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een dergelijke aanvraag, blijven de voorschriften van het, heten de daarop berustende bepalingen van toepassing, zoals deze luidden op het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend. 3 artikel 2.2, eerste lid, onder a, van de Wabo artikel 8, eerste lid, van de wet artikel 1.26 Op een aanvraag om omgevingsvergunning voor het slopen als bedoeld in, ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, alsmede met betrekking tot enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een dergelijke aanvraag, blijven de voorschriften van de bouwverordening, bedoeld inen de daarop berustende bepalingen van toepassing, zoals deze luidden op het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend. Een dergelijke vergunning wordt aangemerkt als een sloopmelding als bedoeld in. 4 artikel 2.12.1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken Bouwbesluit 2003 Besluit brandveilig gebruik bouwwerken artikel 1.18 Op een gebruiksmelding als bedoeld in, gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, alsmede op enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een dergelijke melding, blijven de voorschriften van het, heten de daarop berustende bepalingen van toepassing, zoals deze luidden op het tijdstip waarop de melding werd gedaan. Een dergelijke melding wordt aangemerkt als een gebruiksmelding als bedoeld in. 5 artikel 8, eerste lid, van de wet artikel 1.26 Op een door de bouwverordening, bedoeld invereiste sloopmelding, gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, alsmede op enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een dergelijke melding, blijven de voorschriften van de bouwverordening en de daarop berustende bepalingen van toepassing, zoals deze luidden op het tijdstip waarop de melding werd gedaan. Een dergelijke melding wordt aangemerkt als een sloopmelding als bedoeld in. 6 Op een aanvraag om vergunning voor het bouwen of voor brandveilig gebruik, een gebruiksmelding of een sloopmelding, gedaan voor het tijdstip waarop een wijziging van dit besluit in werking treedt, alsmede met betrekking tot enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing omtrent een dergelijke aanvraag of melding, blijven de voorschriften van dit besluit en de daarop berustende bepalingen van toepassing, die golden op het tijdstip waarop de aanvraag of melding werd gedaan. 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 2013 75 28-02-2013 11-02-2013 01-03-2013
Artikel 9.2 — Artikel 9.2 Specifiek overgangsrecht#
Artikel 9.2 Specifiek overgangsrecht 1 artikelen 1.2, eerste lid hoofdstuk 2 6.25, derde lid Zolang het aantal personen dat in een bouwwerk of een gedeelte daarvan aanwezig is niet groter is dan het onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit toegestane aantal personen in dat bouwwerk of gedeelte daarvan blijven de, voor zover dit betrekking heeft op de bij of krachtensgestelde eisen, en, buiten toepassing. 2 artikel 6.3 artikelen 2.66 2.67 van het Bouwbesluit 2003 Zolang de indeling van een bouwwerk of een gedeelte daarvan niet verandert en het aantal personen in dat bouwwerk of gedeelte niet groter is dan het onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit toegestane aantal personen blijft op dat bouwwerk of gedeeltebuiten toepassing indien dat bouwwerk of dat gedeelte daarvan voldoet aan deenzoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit. 3 Voor wegtunnels met een tunnellengte van meer dan 250 m die zijn opengesteld voor 29 juni 2006 blijven de voorschriften van dit besluit en de daarop rustende bepalingen tot 1 mei 2019 buiten toepassing. 4 Afdeling 4.11 van het Bouwbesluit 2003 zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van dit besluit blijft tot 1 april 2022 van toepassing tenzij in het op het bouwen van toepassing zijnde bestemmingsplan voorschriften over stallingruimte voor fietsen zijn opgenomen. 5 artikel 2.1.7 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken artikel 1.17 Een voor het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt afgegeven document als bedoeld inzoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, geldt voor zover de geldigheidsduur van dit document niet is verstreken als een geldig document zoals bedoeld invan dit besluit. 6 artikelen 6.20, zesde lid 6.23, vierde lid artikel 2.2.1, negende lid, van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken Met een geldig certificaat als bedoeld in de, en, wordt gelijkgesteld een voor 1 januari 2015 afgegeven document als bedoeld inzoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan 1 april 2012, voor zover de geldigheidsduur van dat document niet is verstreken. 7 artikel 6.32, eerste en tweede lid artikelen 2.3.9 2.5.1 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken Met een geldig certificaat als bedoeld in, wordt gelijkgesteld een voor 1 januari 2015 afgegeven document als bedoeld in deenzoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan 1 april 2012, voor zover de geldigheidsduur van dat document niet is verstreken. 8 artikel 6.37 artikel 6.38 artikel 6.49 artikel 8, eerste lid, van de wet Op een verbindingsweg als bedoeld in, een opstelplaats voor brandweervoertuigen als bedoeld inen een route als bedoeld innaar of bij een bouwwerk voor de bouw waarvan voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, blijven de voorschriften van de bouwverordening, bedoeld in, en de daarop berustende bepalingen van toepassing, zoals deze luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit. 9 artikel 4.27, derde lid artikelen 6.48 6.49 Op een route vanaf de openbare weg naar een woongebouw zonder een toegankelijkheidssector als bedoeld in, die is aangelegd voor 1 januari 2022, en op een route vanaf de openbare weg naar een gebouw zonder een toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.27, zesde lid, die is aangelegd voor 1 juli 2021, of waarvoor voor de genoemde data een omgevingsvergunning voor het bouwen is aangevraagd, zijn deenniet van toepassing. 10 artikelen 6.48 6.49 Op een bouwwerk met een toegankelijkheidssector blijven deenvan toepassing zoals deze luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop artikel II, onderdeel AA, van het Besluit houdende aanpassing van het Bouwbesluit 2012 en het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met het regelen van de veiligheidscoördinator directe omgeving en enkele andere wijzigingen in werking treedt. 11 paragraaf 3.10.2 van het Bouwbesluit 2003 Op een op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit bestaande bijeenkomstfunctie voor kinderopvang blijftzoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, tot 1 april 2017 van toepassing. 12 artikel 8, eerste lid, van de wet Indien en voor zover in een gemeente onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit op grond van de bouwverordening, bedoeld in, en de daarop berustende bepalingen voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, dan blijft deze aansluitplicht voor dat gebied van toepassing. 13 artikel 6.61, eerste tot en met vijfde lid artikel 3.10p van het Activiteitenbesluit milieubeheer Met een keuring als bedoeld in, wordt tot en met 10 maart 2022 gelijkgesteld een keuring als bedoeld in, waarbij een keuring als bedoeld in dat besluit wordt toepast op systemen met een nominaal vermogen van meer dan 70 kW. 14 Artikel 1.35, eerste lid Besluit bouwwerken leefomgeving Besluit kwaliteit leefomgeving Omgevingsbesluit , is niet van toepassing op werkzaamheden die aangevangen zijn voor het tijdstip waarop artikel I van het Besluit van 14 september 2020 houdende wijziging van het Bouwbesluit 2012, het, heten hetin verband met de introductie van een stelsel van certificering voor werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties in werking is getreden. 15 artikel 6.62, eerste tot en met vijfde lid afdeling 3a.1 van het Besluit energieprestatie gebouwen Met een keuring als bedoeld in, wordt tot en met 10 maart 2022 gelijkgesteld een keuring als bedoeld inzoals dat gold op 9 maart 2020, waarbij de keuring als bedoeld in dat besluit slechts hoeft te worden toepast op systemen met een nominaal vermogen van meer dan 70 kW. 16 Artikel 5.11, eerste lid artikel 2.1 van het Besluit energieprestatie gebouwen , is niet van toepassing op een kantoorgebouw met een geldig energielabel als bedoeld inzoals dat gold op 31 december 2020, met een energie-index van 1,3 of beter. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2022 150 19-04-2022 13-04-2022 22-04-2022 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 9.3 — Artikel 9.3 Intrekking regelgeving#
Artikel 9.3 Intrekking regelgeving 1 Bouwbesluit 2003 afdeling 5.3 Besluit brandveilig gebruik bouwwerken paragraaf 2 van het Besluit aanvullende regels veiligheid wegtunnels Hetmet uitzondering van, hetenworden ingetrokken. 2 Afdeling 5.3 van het Bouwbesluit 2003 wordt ingetrokken op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 9.4 — Artikel 9.4 Inwerkingtreding#
Artikel 9.4 Inwerkingtreding 1 afdelingen 2.16 5.2 6.12 artikel 5.2 Dit besluit treedt, met uitzondering van de,enen, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2 afdelingen 2.16 5.2 6.12 artikel 5.2 De,enentreden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende afdelingen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 2011 676 30-12-2011 22-12-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012 Treedt in werking op het tijdstip bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011/416).
Artikel 9.5 — Artikel 9.5 Citeertitel#
Artikel 9.5 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als Bouwbesluit 2012. 2011 416 27-09-2011 29-08-2011 2012 125 27-03-2012 20-03-2012 01-04-2012
Artikel 6.20#
artikel 6.20, zesde lid