Besluit van 13 oktober 2012, houdende regels over de bewapening, de uitrusting en de kleding van de politie en de bijzondere bijstandseenheden alsmede regels over de taakuitvoering door de politie en de eisen aan de bekwaamheid van de ambtenaren van politie en van de bijzondere bijstandseenheden (Besluit bewapening en uitrusting politie)
- BWB-id
- BWBR0032136
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0032136
- ELI
- /eli/nl/amvb/2013/besluit-bewapening-en-uitrusting-politie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2013/besluit-bewapening-en-uitrusting-politie/2025-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0032136&g=2025-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0032136&z=2026-06-06&g=2025-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0032136/2025-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2013/besluit-bewapening-en-uitrusting-politie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. ambtenaar: artikel 2, onderdeel a of c, van de Politiewet 2012 artikel 1, onderdelen a tot en met h, van het Besluit rangen politie de ambtenaar van politie, bedoeld in, met een rang als bedoeld in; b. pistool: semi-automatisch pistool, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter; c. semi-automatisch schoudervuurwapen: semi-automatisch schoudervuurwapen, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter; d. automatisch schoudervuurwapen: automatisch schoudervuurwapen, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter; e. granaatwerper: een granaatwerper, kaliber 40mm; f. repeteervuurwapen: een repeteervuurwapen, kaliber 12; g. pepperspray: spuitbus met Oleoresin Capsicum (OC) of Pelargonylvanillylamide (PAVA); h. aanhoudings- en ondersteuningsteam: artikel 12, onder a, van het Besluit beheer politie een aanhoudings- en ondersteuningsteam als bedoeld in; i. aspirant: artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie de aspirant en vrijwilliger-aspirant, bedoeld in; j. surveillant van politie: artikel 2, onderdelen a of c, van de Politiewet 2012 artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit rangen politie de ambtenaar van politie, bedoeld in, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met de rang, bedoeld in; k. stroomstootwapen: een apparaat dat door het afgeven van een elektrische stroomstoot een persoon weerloos maakt als gevolg van het tijdelijk verstoren van het motorisch- en zintuiglijk zenuwsysteem. 2 artikel 1, vierde lid, onder k, van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren In dit hoofdstuk wordt onder munitie mede verstaan niet-penetrerende projectielen als bedoeld in. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De bewapening van de ambtenaar bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit: a. een korte wapenstok; b. pepperspray; c. het pistool. 2 De korpschef kan bepalen dat de bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede bestaat uit een lange wapenstok. 3 De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit: a. handboeien; b. een koppel; c. een veiligheidsvest; d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray; e. mondafscherming. 4 Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden. 5 De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit: a. een tactisch vest; b. een kogelwerende helm; c. een gasmasker; d. een schild; e. hulpmiddelen jegens ingeslotenen, bestaande uit: 1°. een gecapitonneerde helm, al dan niet met geïntegreerde bijt- of spuugvoorziening; 2°. gecapitonneerde handschoenen; 3°. mondafscherming; 4°. polsbanden; 5°. enkelbanden met tussenstuk. 2021 46 05-02-2021 26-01-2021 2022 194 25-05-2022 13-05-2022 01-07-2022
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De bewapening van de ambtenaar van de rijksrecherche die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit: a. een korte wapenstok; b. pepperspray; c. het pistool. 2 Het College van procureurs-generaal kan bepalen dat de bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede bestaat uit een lange wapenstok. 3 De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit: a. handboeien; b. een koppel; c. een veiligheidsvest; d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray. 4 Indien het College van procureurs-generaal dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden. 5 De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit: a. een tactisch vest; b. een kogelwerende helm; c. een gasmasker; d. een schild. 2021 46 05-02-2021 26-01-2021 2022 194 25-05-2022 13-05-2022 01-07-2022
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De bewapening van de surveillant van politie bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit: a. een korte wapenstok; b. pepperspray. 2 De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat mede uit het pistool: a. artikel 1, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van de Politiewet 2012 tijdens de uitoefening van de taken ten dienste van de justitie, genoemd in; b. artikel 6:1:5, van het Wetboek van Strafvordering tijdens de uitvoering van een last voor de tenuitvoerlegging van beslissingen als bedoeld in; c. artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie artikel 7.2.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 7.10a artikel 7.10b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek tijdens de uitoefening van zijn dienst in de beroepspraktijkvorming, bedoeld in, indien hij een opleiding volgt op een niveau dat overeenkomt met niveau 3 of hoger als bedoeld inof op een niveau dat op grond vanofrecht geeft op het voeren van de graad Associate degree, Bachelor of Master. 3 In andere gevallen dan bedoeld in het tweede lid, is het bewapenen van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid met het pistool alleen toegestaan indien Onze Minister daarvoor, op verzoek van de korpschef, toestemming heeft verleend. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. 4 De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit: a. handboeien; b. een koppel; c. een veiligheidsvest; d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray. 5 Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden. 6 De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit: a. een tactisch vest; b. een kogelwerende helm; c. een gasmasker; d. een schild. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie De bewapening van de aspirant bestaat tijdens de uitoefening van de dienst in de beroepspraktijkvorming, bedoeld inuit: a. een korte wapenstok; b. pepperspray. 2 artikel 7.2.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 7.10a artikel 7.10b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die een opleiding volgt op een niveau dat overeenkomt met niveau 3 of hoger als bedoeld inof op een niveau dat op grond vanofrecht geeft op het voeren van de graad Associate degree, Bachelor of Master, bestaat tijdens de uitoefening van de dienst in de beroepspraktijkvorming, bedoeld inmede uit het pistool. 3 De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit: a. handboeien; b. een koppel; c. een veiligheidsvest; d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray. 4 Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden. 5 De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit: a. een tactisch vest; b. een kogelwerende helm; c. een gasmasker; d. een schild. 6 artikel 2c, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie Het eerste tot en met vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar in opleiding en de ambtenaar die enkel een krachtensaangewezen politieopleiding heeft voltooid, tijdens de uitoefening van de dienst gedurende de beroepspraktijkvorming, bedoeld in. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012 artikel 7, negende lid, van die wet De bewapening van de ambtenaar van politie, bedoeld indie op grond vande bevoegdheid heeft geweld te gebruiken, bestaat, indien Onze Minister daarvoor toestemming heeft gegeven, tijdens de uitoefening van de dienst uit: a. een korte wapenstok; b. pepperspray; c. het pistool. 2 artikel 12 De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die belast is met persoonsbeveiliging, bestaat tevens uit de ingenoemde wapens. 3 artikel 13, eerste lid De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam, bestaat tevens uit de in, genoemde wapens. 4 Het verzoek voor het bewapenen wordt gedaan door de korpschef. 5 Aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden worden verbonden. 6 De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit: a. handboeien; b. een koppel; c. een veiligheidsvest; d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray. 7 Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden. 8 De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit: a. een tactisch vest; b. een kogelwerende helm; c. een gasmasker; d. een schild. 2021 46 05-02-2021 26-01-2021 2022 194 25-05-2022 13-05-2022 01-07-2022
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De bewapening van de ambtenaar en de surveillant van politie, die dienst doen met een surveillancehond, bestaat mede uit: a. een elektrische wapenstok; b. een lange wapenstok. 2021 46 05-02-2021 26-01-2021 2022 194 25-05-2022 13-05-2022 01-07-2022
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De bewapening van de ambtenaar die behoort tot een bereden onderdeel, kan mede bestaan uit: a. een lange wapenstok; b. een ceremonieel ruitersabel. 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De bewapening van de ambtenaar die is belast met de bewakings- en beveiligingstaak, kan mede bestaan uit het semi-automatisch schoudervuurwapen. 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 26 van het Besluit beheer politie De bewapening van de ambtenaar die behoort tot de mobiele eenheid, bedoeld in, kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit: a. een lange wapenstok; b. de granaatwerper en traangasgranaten; c. een waterwerper. 2021 46 05-02-2021 26-01-2021 2022 194 25-05-2022 13-05-2022 01-07-2022
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De bewapening van de ambtenaar die is belast met persoonsbeveiliging kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit: a. de granaatwerper en traangasgranaten; b. rook- en lawaaigranaten; c. het semi-automatisch schoudervuurwapen; d. het automatisch schoudervuurwapen. 2021 46 05-02-2021 26-01-2021 2022 194 25-05-2022 13-05-2022 01-07-2022
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De bewapening van de ambtenaar die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam, kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit: a. rook- en lawaaigranaten; b. een elektrische wapenstok; c. de granaatwerper en traangasgranaten; d. het semi-automatisch schoudervuurwapen; e. het automatisch schoudervuurwapen; f. het repeteervuurwapen; g. het stroomstootwapen; h. explosieven. 2 De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat mede uit middelen om een persoon te blinddoeken. 2021 46 05-02-2021 26-01-2021 2022 194 25-05-2022 13-05-2022 01-07-2022
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikelen 2 tot en met 13 Onverminderd dekan Onze Minister aan door hem aangewezen ambtenaren andere dan de in dit besluit genoemde wapens en munitie toekennen. 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikelen 2 tot en met 14 Onze Minister bepaalt voor de wapens, bedoeld in de, en de daarbij behorende munitie, het merk en type. 2 artikelen 2 tot en met 14 Onze Minister kan voor de wapens, bedoeld in de, het merk en type van het draagmiddel bepalen. 3 artikelen 2, derde lid, onderdeel d 3, derde lid, onderdeel d 4, vierde lid, onderdeel d 5, derde lid, onderdeel d 6, zesde lid, onderdeel d 7, vierde lid, onderdeel d Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de technische specificaties waaraan de nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray, bedoeld in de,,,,, en, voldoen. 2021 46 05-02-2021 26-01-2021 2021 578 01-12-2021 24-11-2021 2022 194 25-05-2022 13-05-2022 01-07-2022
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikelen 2, derde, vierde en vijfde lid 3, derde, vierde en vijfde lid 4, vierde, vijfde en zesde lid 5, derde, vierde en vijfde lid 6, zesde, zevende en achtste lid 7, vierde, vijfde en zesde lid 17, derde, vierde en vijfde lid Onze Minister kan het merk en type van de uitrusting, bedoeld in de,,,,,, en, aanwijzen. 2 Onze Minister kan regels stellen omtrent de uitrusting, bedoeld in het eerste lid. 3 Onverminderd het eerste lid kunnen de korpschef en het College van procureurs-generaal aan de onder hen ressorterende ambtenaren andere dan de in het eerste lid bedoelde uitrusting toekennen. 2021 46 05-02-2021 26-01-2021 2022 194 25-05-2022 13-05-2022 01-07-2022
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De bewapening van de ambtenaar en van ambtenaren van de Koninklijke marechaussee en andere delen van de krijgsmacht, die behoren tot een bijzondere bijstandseenheid, bestaat uit: a. artikelen 2 tot en met 14 de wapens, bedoeld in de; b. artikel 2 van de Wet wapens en munitie andere wapens van de categorieën I, II, III en IV en munitie van de categorieën II en III, zoals bedoeld in. 2 Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, bepaalt het merk en type van de wapens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en de daarbij behorende munitie. 3 De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit: a. handboeien; b. een koppel; c. een veiligheidsvest; d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray; e. middelen om een persoon te blinddoeken. 4 Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden. 5 De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit: a. een tactisch vest; b. een kogelwerende helm; c. een gasmasker; d. een schild. 2021 46 05-02-2021 26-01-2021 2022 194 25-05-2022 13-05-2022 01-07-2022
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, kan toestemming geven tot beproeving van wapens en munitie door het personeel van een bijzondere bijstandseenheid. Aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikelen 2 tot en met 14 Onze Minister kan de korpschef toestemming geven tot beproeving van andere wapens en munitie, dan bedoeld in de. Aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. 2 Ten behoeve van de opleiding en beroepsvaardigheidstrainingen mag de ambtenaar, naast de in dit besluit bedoelde bewapening en munitie, gebruik maken van trainingswapens en trainingsmunitie van een door Onze Minister aangewezen merk en type. 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikelen 2 tot en met 19 De wapens en de munitie, bedoeld in de, worden door het Politiedienstencentrum aangeschaft en afgevoerd, met uitzondering van de afvoer van de pepperspray, de verdekte pepperspray en de munitie, voor zover deze na gebruik geen werkzame bestanddelen meer bevatten. 2 Onze Minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid. Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaren van de krijgsmacht die behoren tot de unit interventie mariniers van de bijzondere bijstandeenheid Dienst speciale interventies. 3 Onze Minister kan aanwijzingen geven over de wijze waarop de wapens en de munitie worden afgevoerd. 2021 46 05-02-2021 26-01-2021 2022 194 25-05-2022 13-05-2022 01-07-2022
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a artikelen 2 3 4 5, zesde lid 8 tot en met 14 17 24 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat in afwijking van de,,,,,enniet bewapend zijn: a. artikel 2c, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak of een vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die enkel een krachtensaangewezen politieopleiding heeft voltooid, in een van de door Onze Minister aangewezen functies, en b. een ambtenaar in opleiding of een vrijwillige ambtenaar in opleiding die na het voltooien van een politieopleiding als bedoeld onder a wordt geplaatst in een functie als bedoeld onder a. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikelen 2 tot en met 14 19 artikel 2 van de Politiewet 2012 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het dragen, het onderhoud en het in een inbraakvrije ruimte bewaren van de wapens en de munitie, bedoeld in deen, door de ambtenaren van politie, bedoeld in. 2 artikelen 17 18 Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, worden regels gesteld omtrent het dragen, het onderhoud en het in inbraakvrije ruimte bewaren van de wapens en munitie, bedoeld in deen, door het personeel van een bijzondere bijstandseenheid. 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent meetmiddelen waarvoor voor het gebruik ervan een verklaring van een in deze regeling aangewezen instantie vereist is, alsmede omtrent meetmiddelen die daarmee gelijkgesteld worden. 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. surveillancehond: artikel 26 van het Besluit beheer politie hond die uitsluitend wordt ingezet bij de surveillancedienst of het optreden van de mobiele eenheid, bedoeld in; b. AOT-hond: hond die uitsluitend wordt ingezet bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningsteam of van een bijzondere bijstandseenheid; c. politiespeurhond: artikel 24, derde lid hond die uitsluitend wordt ingezet voor bij regeling, bedoeld in, vastgestelde taken. 2021 46 05-02-2021 26-01-2021 2022 194 25-05-2022 13-05-2022 01-07-2022
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 De surveillancehond en de AOT-hond maken onderdeel uit van de bewapening. 2 De surveillancehond, de AOT-hond en de politiespeurhond staan onder toezicht van: a. artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012 een ambtenaar van politie als bedoeld in; b. artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012 artikel 7, negende lid, van die wet een ambtenaar van politie als bedoeld in, die op grond vande bevoegdheid heeft geweld te gebruiken, of c. artikel 2, onderdeel c, van die wet de ambtenaar van politie als bedoeld in, die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. 3 De ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, beschikt over de hond uitsluitend na toestemming van de korpschef. 4 De ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, beschikt over een certificaat als bedoeld in het vijfde lid, onder a. 5 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent: a. een certificaat waaruit blijkt dat de combinatie van hond en de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen; b. de keuring en de herkeuring binnen twee jaar; c. de instelling van commissies die zijn belast met de keuring, certificering en herkeuring; d. het toezicht op de kwaliteit en de objectiviteit van de keuring en herkeuring. 2021 46 05-02-2021 26-01-2021 2021 578 01-12-2021 24-11-2021 2022 194 25-05-2022 13-05-2022 01-07-2022
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 56 van het Besluit algemene rechtspositie politie Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de kleding van de ambtenaren van politie, bedoeld in. 2 De korpschef draagt er zorg voor dat de aan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, verstrekte kleding niet in handen van onbevoegden terecht komt. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 25a — Artikel 25a#
Artikel 25a 1 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de kleding van de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger. 2 De directeur van de Politieacademie draagt er zorg voor dat de aan de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, verstrekte kleding niet in handen van onbevoegden terecht komt. 2017 269 22-06-2017 15-06-2017 2017 269 22-06-2017 15-06-2017 23-06-2017 01-01-2017
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De korpschef draagt er zorg voor dat de volgende ambtenaren van politie slechts over bewapening beschikken indien zij voldoen aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen van bekwaamheid: a. artikel 2, onderdelen a en c, van de Politiewet 2012 de ambtenaar van politie, bedoeld in, die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak; b. artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012 artikel 7, negende lid, van die wet de ambtenaar van politie, bedoeld in, die op grond vande bevoegdheid heeft geweld te gebruiken. 2 Het College van procureurs-generaal draagt er zorg voor dat de ambtenaar van de rijksrecherche die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak slechts over bewapening beschikt indien hij voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen van bekwaamheid. 3 De regeling, bedoeld in het eerste en tweede lid, bevat in ieder geval regels over de jaarlijkse toetsing terzake van geweldsbeheersing, aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden en schietvaardigheid. 2018 157 05-06-2018 03-05-2018 2018 143 05-06-2018 22-05-2018 01-07-2018
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 2, onderdelen a tot en met c, van de Politiewet 2012 De korpschef stelt de ambtenaar van politie, bedoeld in, in de gelegenheid de noodzakelijke training, opleiding en toetsing te volgen. 2 artikel 2, onderdeel d, van de Politiewet 2012 Het College van procureurs-generaal stelt de ambtenaar van politie, bedoeld in, in de gelegenheid de noodzakelijke training, opleiding en toetsing te volgen. 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de goede taakuitvoering door de politie en de eisen die worden gesteld aan de bekwaamheid van de ambtenaren van politie en van het personeel van de bijzondere bijstandseenheden. 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Na inwerkingtreding van dit besluit berusten de volgende besluiten onderscheidenlijk regelingen op de volgende artikelen van dit besluit: a. artikel 4, eerste lid, van de Regeling Dienst speciale interventies artikel 17, tweede lid de krachtensgegeven besluiten inzake de goedkeuring van het merk en type wapens en munitie op; b. Regeling meetmiddelen politie artikel 22 deop; c. Regeling politiehonden artikel 24, derde lid deop; d. Kledingregeling voor de politie artikel 25, eerste lid deop; e. Regeling toetsing geweldsbeheersing politie artikel 26, eerste en tweede lid deop; f. Regeling mobiele eenheid 2007 Regeling infiltratieteams artikel 48a van de Politiewet 1993 Regeling aanhoudings- en ondersteuningseenheid en samenwerking speciale eenheden artikel 60, tweede lid, van de Politiewet 1993 artikel 28 deen de, voor zover deze berustten op, en de, voor zover deze berustte op, op. 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a artikelen 21 22 59, zesde lid 81, vijfde lid, van de Politiewet 2012 Dit besluit berust op de,,, en. 2022 457 24-11-2022 21-11-2022 2022 478 30-11-2022 25-11-2022 01-01-2023
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bewapening en uitrusting politie. 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 2012 511 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013