Besluit van 6 mei 2013, houdende regels ten aanzien van het landelijk parket en het functioneel parket, alsmede ten aanzien van het mandateren van bevoegdheden van de officier van justitie
- BWB-id
- BWBR0033385
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0033385
- ELI
- /eli/nl/amvb/2013/besluit-regels-landelijk-parket-en-functioneel-parket-alsmed
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2013/besluit-regels-landelijk-parket-en-functioneel-parket-alsmed/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0033385&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0033385&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0033385/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2013/besluit-regels-landelijk-parket-en-functioneel-parket-alsmed
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 De officier van justitie bij het landelijk parket is belast met de vervolging van: a. misdrijven die gezien hun ernst of frequentie dan wel het georganiseerd verband waarin deze worden gepleegd een ernstige inbreuk op de rechtsorde maken en voor de bestrijding waarvan een hoge mate van gespecialiseerde deskundigheid noodzakelijk is; b. misdrijven die in nationaal of internationaal verband worden gepleegd en waarvoor vervolging door het landelijk parket in aanmerking komt, gezien de taakverdeling tussen de regionale eenheden van de politie en een dienst van een landelijke eenheid van politie die tot taak heeft: 1°. het binnen vooraf door het bevoegd gezag vastgestelde aandachtsgebieden verrichten van onderzoeken naar zware en georganiseerde criminaliteit die naar aard of organisatie een landelijk of internationaal karakter hebben en die de rechtsstaat in ernstige mate bedreigen; 2°. het afhandelen van gecompliceerde internationale rechtshulpverzoeken op de door het bevoegd gezag aangewezen aandachtsgebieden van de betreffende dienst van een landelijke eenheid van politie en van gecompliceerde rechtshulpverzoeken die niet zijn terug te brengen op een specifieke regionale eenheid van politie of opsporingsinstantie; 3°. het verrichten van onderzoeken van nationaal belang zoals die door het bevoegd gezag als zodanig zijn aangewezen en die naar aard of methodiek aansluiten bij de betreffende dienst van een landelijke eenheid van politie. 2023 442 05-12-2023 04-12-2023 2023 442 05-12-2023 04-12-2023 01-01-2024
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De officier van justitie bij het functioneel parket is belast met de vervolging van de hierna te noemen misdrijven, voor zover deze, gezien hun ernst of frequentie dan wel het georganiseerde verband waarin deze worden gepleegd, een ernstige inbreuk op de rechtsorde maken en voor de bestrijding ervan een hoge mate van deskundigheid noodzakelijk is: a. artikel 3 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten artikel 1, onderdeel a, van die wet de misdrijven waarvan de strafrechtelijke handhaving en opsporing op grond vanis opgedragen aan een bijzondere opsporingsdienst als bedoeld in; en b. milieudelicten. 2013 170 16-05-2013 06-05-2013 2013 170 16-05-2013 06-05-2013 17-05-2013
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 De officier van justitie bij het parket centrale verwerking openbaar ministerie is belast met de vervolging van strafbare feiten waarvoor een strafbeschikking kan worden uitgevaardigd. 2 Hij is voorts belast met het bij de rechter aanbrengen en behandelen van strafzaken ingeval: a. tegen de in het eerste lid bedoelde strafbeschikking verzet is gedaan; b. de in het eerste lid bedoelde strafbeschikking niet of niet volledig ten uitvoer gelegd is kunnen worden. 2018 448 07-12-2018 20-11-2018 2018 502 27-12-2018 12-12-2018 01-01-2019
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De officier van justitie draagt de uitoefening van een bevoegdheid niet op aan een andere bij het parket werkzame ambtenaar indien de bevoegdheid betrekking heeft op: a. het uitvaardigen van een strafbeschikking waarin een taakstraf wordt opgelegd waarvan de duur honderdtwintig uren overstijgt; b. Titel IIB Titel VIA van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering Titel IIA Titel VIIIA van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht beslissingen tot vrijheidsontneming of tot voortzetting of beëindiging daarvan dan wel een vordering aan de rechter tot het nemen van een zodanige beslissing op grond vanen, alsmede op grond vanen; c. Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten artikel 28b van die wet Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg artikel 8:1, eerste, derde en vierde lid, van die wet beslissingen of vorderingen op grond van de, behoudens beslissingen ter zake van, en beslissingen of vorderingen op grond van de, behoudens beslissingen op grond van; d. artikelen 14, eerste, derde tot en met vijfde lid 15, eerste lid 21, eerste, derde en vierde lid 22, eerste lid 25, tweede lid 26, tweede lid 27, eerste lid 31, eerste lid 37 40, eerste en tweede lid 44, derde lid 45, tweede lid, van de Uitleveringswet beslissingen of vorderingen op grond van de,,,,,,,,,,, en; e. artikel 28 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de vordering tot gijzeling op grond van; f. artikelen 3, tweede lid 11, derde en vierde lid, van de Wet tot instelling van het Internationaal Tribunaal voor vervolging van personen aansprakelijk voor ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië 1991 beslissingen of vorderingen op grond van de, en; g. artikel 25 van de Wet militaire strafrechtspraak artikel 68, tweede lid, van die wet het bevel tot overbrenging op grond vanalsmede een vordering tot verlenging van het arrest op grond van; h. artikelen 9, eerste, derde tot en met vijfde lid 10, eerste lid 11 29, eerste en vierde lid 32 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen beslissingen of vorderingen op grond van de,,,, en; i. artikel 181, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering de vordering als bedoeld in; j. artikelen 404 446, eerste lid 6:6:15, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering de instelling van hoger beroep op grond van de,, en; k. artikelen 427, eerste lid 446, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering de instelling van cassatie op grond van de, en; l. artikelen 453, eerste lid 6:6:15, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering de intrekking van hoger beroep of cassatie op grond van de, en; m. artikelen 5, vierde lid 6, tweede lid, van de Gratiewet het doen van verslag en het geven van een advies inzake een verzoek om gratie op grond van de, en. 2 De advocaat-generaal draagt de uitoefening van een bevoegdheid niet op aan een andere bij het parket werkzame ambtenaar indien de bevoegdheid betrekking heeft op: a. artikel 12a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering het doen van schriftelijk verslag op grond van; b. artikelen 427, eerste lid 446, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering de instelling van cassatie op grond van de, en; c. artikel 453, eerste en tweede lid 6:6:15, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering de intrekking van hoger beroep of cassatie op grond van, en. 2019 506 24-12-2019 18-12-2019 2019 507 24-12-2019 18-12-2019 01-01-2020 Abusievelijk is voor het eerste lid, onderdeel j, een
wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. 2019 198 05-06-2019 16-05-2019 2019 437 29-11-2019 21-11-2019 01-01-2020
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Besluit reorganisatie openbaar ministerie en instelling landelijk parket Hetwordt ingetrokken. 2013 170 16-05-2013 06-05-2013 2013 170 16-05-2013 06-05-2013 17-05-2013
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. 2013 170 16-05-2013 06-05-2013 2013 170 16-05-2013 06-05-2013 17-05-2013