Besluit van 8 februari 2013, houdende regels betreffende toewijzing en gebruik van frequentieruimte (Frequentiebesluit 2013)
- BWB-id
- BWBR0032895
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-03-02
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0032895
- ELI
- /eli/nl/amvb/2013/frequentiebesluit-2013
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2013/frequentiebesluit-2013/2022-03-02
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0032895&g=2022-03-02
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0032895&z=2026-06-06&g=2022-03-02
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0032895/2022-03-02
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2013/frequentiebesluit-2013
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. wet: Telecommunicatiewet ; b. vergunning: artikel 3.13, eerste lid, van de wet vergunning als bedoeld in; c. antenneregister: artikel 3.23, eerste lid, van de wet openbaar antenneregister als bedoeld in; d. geharmoniseerde frequentieruimte: frequentieruimte waarvoor door middel van technische uitvoeringsmaatregelen op grond van Beschikking nr. 676/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 (PbEG 2002, L 108) of een andere vergelijkbare maatregel gebaseerd op artikel 114 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, geharmoniseerde voorwaarden zijn vastgesteld. 2022 95 01-03-2022 24-02-2022 2022 95 01-03-2022 24-02-2022 02-03-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Bij ministeriële regeling kunnen categorieën radioapparaten worden aangewezen ten aanzien waarvan voor het gebruik van frequentieruimte geen vergunning is vereist en geen meldingsplicht geldt. 2 De aanwijzing van categorieën radioapparaten, bedoeld in het eerste lid, kan uitsluitend geschieden voor zover het radioapparaten betreft, die geen of vrijwel geen storing of belemmering veroorzaken in elektrische of elektronische apparaten. 3 artikel 10.15, tweede lid, onderdelen c en d, van de wet Met betrekking tot het gebruik als bedoeld in het eerste lid enkunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld: a. inzake de doelmatigheid van het gebruik; b. inzake de aard van de radioapparaten en de daarbij behorende antenne-inrichtingen alsmede het vermogen waarmee mag worden uitgezonden; c. ter uitvoering van verplichtingen die voorvloeien uit verdragen of uit bindende besluiten van volkenrechtelijk organisaties aangaande het gebruik van frequentieruimte. 2019 258 17-07-2019 05-07-2019 2019 258 17-07-2019 05-07-2019 01-01-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Bij ministeriële regeling kunnen categorieën radioapparaten worden aangewezen ten aanzien waarvan voor het gebruik van frequentieruimte, behoudens een meldingsplicht, geen vergunning is vereist. 2 Met betrekking tot het gebruik als bedoeld in het eerste lid kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld inzake: a. het door de gebruiker beschikbaar houden van bescheiden; b. het veroorzaken van belemmeringen in radioapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen door het gewenste signaal van een radioapparaat. 3 Artikel 2, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2016 525 21-12-2016 12-12-2016 2016 535 27-12-2016 19-12-2016 28-12-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Telecommunicatiewet (implementatie van richtlijn 2014/30/EU en
richtlijn 2014/53/EU) (Stb. 2016/58) in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3, eerste lid Bij ministeriële regeling kunnen eisen worden gesteld waaraan een natuurlijke persoon moet voldoen voor het gebruik van frequentieruimte als bedoeld in. Deze eisen kunnen slechts inhouden dat: a. de gebruiker een bepaalde leeftijd heeft bereikt; b. de gebruiker met goed gevolg een voor het gebruik van de gevraagde frequentieruimte, in samenhang met het doel waarvoor die frequentieruimte wordt gebruikt, vereist examen heeft afgelegd, of c. de gebruiker in het bezit is van een certificaat van bediening. 2 Ten aanzien van het verkrijgen van een certificaat van bediening en het examen, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld die betrekking hebben op: a. het afleggen en het afnemen van het examen; b. de eisen van het examen; c. de ontheffing van het examen; d. de wijze waarop de vergoeding voor een examen dan wel een ontheffing moet worden voldaan; e. het verkrijgen van een certificaat van bediening. 3 artikel 3, eerste lid Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor het gebruik door rechtspersonen van frequentieruimte als bedoeld in. 4 Voor de toepassing van dit artikel wordt een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid gelijk gesteld met een rechtspersoon. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3, eerste lid Degene die voornemens is frequentieruimte waarvoor geen vergunning is vereist te gebruiken als bedoeld in, doet hiervan melding aan Onze Minister. 2 Onze Minister registreert het in de melding bedoelde frequentiegebruik tenzij niet wordt voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels. 3 De frequentieruimte voor het gebruik waarvan geen vergunning is vereist, wordt slechts gebruikt indien het gebruik is geregistreerd overeenkomstig het tweede lid. 4 Met het oog op de identificatie van het radioapparaat kent Onze Minister in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen aan degene die de melding heeft gedaan een combinatie van letters of cijfers toe. 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter zake van de melding, de registratie en de toekenning van de combinatie van letters of cijfers. 2016 525 21-12-2016 12-12-2016 2016 535 27-12-2016 19-12-2016 28-12-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Telecommunicatiewet (implementatie van richtlijn 2014/30/EU en
richtlijn 2014/53/EU) (Stb. 2016/58) in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 3.10, eerste lid, van de wet Ingeval van een procedure voor de verlening van een vergunning als bedoeld inkan bij ministeriële regeling frequentieruimte voor een categorie van aanvragers worden gereserveerd. Daarbij kan een maximale hoeveelheid gereserveerde frequentieruimte worden vastgesteld die een aanvrager in de procedure kan verwerven. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a wet artikel 6.23 van de Mediawet 2008 Een vergunning wordt geweigerd voor zover verlening daarvan in strijd zou zijn met de bij of krachtens de, dan wel bij of krachtensgestelde regels. 2019 457 05-12-2019 28-11-2019 2020 71 26-02-2020 17-02-2020 01-03-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 14 maart
2018, tot wijziging van de Telecommunicatiewet en van de Mediawet
2008 (gebruiksbeperking frequentieruimte en digitale radio-omroep)
(Stb.2018, 87) in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 3.10, derde lid, van de wet Uiterlijk zeven dagen nadat het besluit, bedoeld in, in werking is getreden, maakt Onze Minister bekend: a. artikelen 8 9, eerste lid 10, eerste lid de regels, bedoeld in de,en; b. artikel 3.15, eerste lid, van de wet de regels, bedoeld in. 2 Onze Minister stelt eenieder gedurende een periode van ten minste vier weken in de gelegenheid zijn zienswijze te geven over een ontwerp van de regels, bedoeld in het eerste lid. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de indiening van de aanvraag om een vergunning en omtrent de inhoud van de aanvraag en de daarbij te overleggen gegevens. Deze regels kunnen per vergunning verschillen. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Tot de veiling en de vergelijkende toets worden slechts toegelaten aanvragers die voldoen aan bij ministeriële regeling te stellen eisen. Deze eisen kunnen per vergunning verschillen. 2 De in het eerste lid bedoelde eisen kunnen slechts betrekking hebben op de: a. rechtsvorm van de aanvrager; b. financiële positie van de aanvrager; c. kennis en ervaring van de aanvrager; d. technische middelen waarover de aanvrager kan beschikken; e. hoedanigheid van de aanvrager als commerciële omroep; f. door de aanvrager te leveren bijdrage aan de overgang van analoge naar digitale techniek. 3 Indien een te verlenen vergunning betrekking heeft op het gebruik van frequentieruimte die is bestemd voor commerciële omroep, kunnen de in het eerste lid bedoelde eisen tevens betrekking hebben op het waarborgen van democratische, sociale, taalkundige en culturele belangen die een rol spelen bij het gebruik van frequentieruimte, waarbij rekening kan worden gehouden met pluralisme in de media. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de toepassing en uitvoering van de veiling of de vergelijkende toets. Deze regels kunnen per vergunning verschillen. 2 In het geval van een veiling hebben de in het eerste lid bedoelde regels in elk geval betrekking op: a. de wijze waarop een bod wordt uitgebracht; b. de eisen die aan een geldig bod worden gesteld; c. de zekerheidstelling dat een bod gestand wordt gedaan of kosten en schade kunnen worden verhaald; d. maatregelen ten behoeve van een ongestoord en eerlijk verloop van de veiling, waaronder de gevallen waarin, de termijn waarbinnen en de voorwaarden waaronder de veiling tijdelijk kan worden opgeschort, biedingen ongeldig kunnen worden verklaard en biedrondes opnieuw kunnen worden gehouden; e. de bij veiling toe te passen methode ter vaststelling van het bod waarvan de uitbrenger in aanmerking komt voor verlening van de vergunning; f. de eisen die gesteld worden met betrekking tot de wijze van betaling en het tijdstip waarop degene aan wie de vergunning wordt verleend deze betaling moet hebben verricht. 3 In het geval van een vergelijkende toets hebben de in het eerste lid bedoelde regels in elk geval betrekking op de criteria waarmee de kwaliteit van de aanvraag of de kwaliteit van de aanvrager wordt bepaald. 4 In het geval van een vergelijkende toets met inbegrip van een financieel bod, kunnen de in het eerste lid bedoelde regels eveneens betrekking hebben op: a. de gevallen waarin een financieel bod wordt uitgebracht alsmede de wijze waarop dat bod wordt uitgebracht; b. de eisen die aan een geldig financieel bod worden gesteld; c. de zekerheidstelling dat een financieel bod gestand wordt gedaan of kosten en schade kunnen worden verhaald; d. de eisen die gesteld worden met betrekking tot de wijze van betaling van het financieel bod en het tijdstip waarop degene aan wie de vergunning wordt verleend deze betaling moet hebben verricht. 5 artikel 1.3, eerste lid, van de wet In het geval van een vergelijkende toets houdt Onze Minister bij het opstellen van de criteria rekening met de doelstellingen, bedoeld in. 6 artikel 3.16, tweede lid, onderdeel b, van de wet Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld als bedoeld in. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Bij ministeriële regeling kunnen eisen worden gesteld waaraan de aanvrager moet voldoen om in aanmerking te komen voor een vergunning. Deze eisen kunnen slechts inhouden dat: a. de aanvrager een bepaalde leeftijd heeft bereikt; b. de aanvrager met goed gevolg een voor het gebruik van de gevraagde frequentieruimte, in samenhang met het doel waarvoor die frequentieruimte wordt gebruikt, vereist examen heeft afgelegd; c. de aanvrager in het bezit is van een certificaat van bediening; d. de aanvrager een redelijk belang heeft bij het voorgenomen gebruik van de gevraagde frequentieruimte. 2 Artikel 4, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 9, tweede en derde lid Voor zover de aard, de omvang of het maatschappelijk belang van de vergunning daartoe naar het oordeel van Onze Minister aanleiding geeft, kunnen naast de eisen genoemd in het eerste lid bij ministeriële regeling tevens de eisen worden gesteld bedoeld in, en kunnen voorts regels worden gesteld in het belang van een evenwichtige verdeling dan wel een doelmatig gebruik van frequentieruimte. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de indiening van de aanvraag om een vergunning en omtrent de inhoud van de aanvraag en de daarbij te overleggen gegevens. Deze regels kunnen per te verlenen vergunning verschillen. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 In het geval de verlening van een vergunning betrekking heeft op frequentieruimte die is bestemd voor het aanbieden van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten beslist Onze Minister op een aanvraag om verlening van de vergunning binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag. 2 Van de termijn, genoemd in het eerste lid, kan worden afgeweken indien internationale frequentie- en satellietcoördinatie op grond van het Internationale Telecommunicatieverdrag daartoe noopt. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent: a. artikel 3.10, eerste lid, onderdeel b, van de wet de indiening van een aanvraag om verlening van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte als bedoeld in; b. de inhoud van de aanvraag en de daarbij te overleggen gegevens; c. de eisen waaraan de aanvrager moet voldoen. 2 De in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde eisen kunnen slechts betrekking hebben op de: a. rechtsvorm van de aanvrager; b. financiële positie van de aanvrager; c. kennis en ervaring van de aanvrager; d. technische middelen waarover de aanvrager kan beschikken; e. hoedanigheid van de aanvrager als commerciële omroep; f. door de aanvrager te leveren bijdrage aan de overgang van analoge naar digitale techniek. 3 artikel 3.10, eerste lid, onderdeel b, van de wet Voor zover dat op dat moment reeds mogelijk is, stelt Onze Minister bij het besluit om vergunningen in een bepaalde frequentieband te verlenen met toepassing van de procedure bedoeld in, tevens de voorschriften en beperkingen vast die aan de vergunning zullen worden verbonden. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 14, eerste lid Uiterlijk negen weken na ontvangst van een aanvraag die voldoet aan het bepaalde op grond van, maakt Onze Minister in de Staatscourant bekend: a. de ontvangst van de aanvraag en de frequentieband waarop deze aanvraag betrekking heeft; b. de aanvang van de termijn van zes weken voor het indienen van aanvragen om verlening van een vergunning voor het gebruik van dezelfde frequentieband; c. voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, de voorschriften en beperkingen die aan een vergunning voor het gebruik van de betreffende frequentieband zullen worden verbonden. 2 artikel 14 Het op grond vanbepaalde is mede van toepassing op aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 15, eerste lid, onderdeel b Uiterlijk negen weken na de uiterste ontvangstdatum, bedoeld in, neemt Onze Minister: a. een besluit omtrent de verlening van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte indien de totale omvang van de aangevraagde frequentieruimte kleiner is dan of gelijk is aan de beschikbare frequentieruimte binnen het betreffende frequentie- en geografische bereik of b. het besluit dat de vergunning wordt verleend door middel van een veiling indien de totale omvang van de aangevraagde frequentieruimte groter is dan de beschikbare frequentieruimte binnen het frequentie- en geografische bereik. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de verlening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en de veiling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, plaatsvindt. 3 In geval van verlening van een vergunning door middel van een veiling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, maakt Onze Minister uiterlijk twee weken na het besluit, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, bekend: a. het tijdstip van de aanvang van de veiling; b. de vergunningen die door middel van een veiling zullen worden verleend; c. voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, de voorschriften en beperkingen die aan het gebruik van de betreffende frequentieruimte zullen worden verbonden. 4 artikel 15, eerste lid, onderdeel b In geval van verlening van een vergunning door middel van een veiling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, neemt Onze Minister uiterlijk 25 weken na de uiterste ontvangstdatum, bedoeld in, een besluit omtrent de verlening van een vergunning. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De aan een vergunning te verbinden voorschriften en beperkingen kunnen slechts betrekking hebben op: a. het doelmatig gebruik van de toegewezen frequentieruimte; b. de aard van de radioapparaten en de daarbij behorende antenne-inrichtingen alsmede het vermogen waarmee mag worden uitgezonden; c. bescheiden die de vergunninghouder ter beschikking moet houden; d. verplichtingen die voortvloeien uit de toezeggingen die de vergunninghouder in het kader van een vergelijkende toets of een veiling heeft gedaan, ook indien slechts één aanvrager aan de bij of krachtens de wet gestelde eisen voldoet; e. het veroorzaken van belemmeringen in radioapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen door het gewenste signaal van een radioapparaat; f. artikel 9, derde lid het waarborgen van de in, bedoelde belangen; g. de diensten die moeten worden aangeboden, het soort elektronisch communicatienetwerk dat moet worden aangeboden of de technologie die moet worden gebruikt; h. de naleving van verplichtingen die voortvloeien uit verdragen of uit bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties betreffende het gebruik van radiofrequenties of posities in de ruimte; i. de identificatie van het zendapparaat door middel van een daartoe bij de vergunningverlening toe te kennen combinatie van letters of cijfers; j. artikel 18a, tweede lid algemene criteria voor verlenging als bedoeld in. 2 De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde voorschriften en beperkingen kunnen onder meer betrekking hebben op de termijn waarop en het geografisch gebied waarbinnen de in het eerste lid, onderdeel g, bedoelde diensten moeten worden aangeboden. 3 Indien samenwerking tussen vergunninghouders noodzakelijk is om gewijzigde of nieuw toegekende frequentieruimte in gebruik te kunnen nemen met behoud van continuïteit van dienstverlening, kunnen de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde voorschriften en beperkingen onder meer bestaan uit een verplichting voor deze vergunninghouders om binnen een bepaalde termijn een overeenkomst te sluiten over deze samenwerking. 4 Onze Minister kan op verzoek van een van de houders van een vergunning bedoeld in het derde lid of uit eigen beweging, voorschriften geven met betrekking tot de wijze waarop de overeenkomst tot stand moet komen. De vergunninghouders houden zich aan de door Onze Minister gegeven voorschriften. 5 Indien op een of meer onderdelen van de overeenkomst bedoeld in het derde lid geen overeenstemming van alle bij dat onderdeel of die onderdelen betrokken vergunninghouders dreigt te worden bereikt, kan Onze Minister op verzoek of uit eigen beweging een dwingende aanwijzing geven. De vergunninghouders zijn bij het sluiten van de overeenkomst gebonden aan de aanwijzing. 2022 95 01-03-2022 24-02-2022 2022 95 01-03-2022 24-02-2022 02-03-2022
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a, van de wet Vergunningen die geen betrekking hebben op geharmoniseerde frequentieruimte en die zijn verleend met toepassing van de procedure, bedoeld in, worden van rechtswege telkens met een periode van vijf jaar verlengd. 2 artikel 3.10, eerste lid, onderdelen b tot en met f, van de wet Vergunningen die geen betrekking hebben op geharmoniseerde frequentieruimte en die zijn verleend met toepassing van een van de procedures, bedoeld inworden niet verlengd, tenzij Onze Minister besluit dat een vergunning geheel of gedeeltelijk verlengbaar is omdat hij van oordeel is dat: a. een verlenging het algemeen maatschappelijk, cultureel of economisch belang dient, of b. verlenging van belang is voor de bevordering van de overgang van analoge naar digitale techniek. 3 richtlijn (EU) 2018/1972 Voor vergunningen voor geharmoniseerde frequentieruimte voor ander gebruik dan gebruik voor draadlozebreedbanddiensten als bedoeld in artikel 49, tweede lid, van, die zijn verleend met toepassing van een van de procedures, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de wet, besluit Onze Minister over de verlengbaarheid ervan, rekening houdend met in elk geval: a. richtlijn (EU) 2018/1972 de mate waarin naar het oordeel van Onze Minister verlenging bijdraagt aan het verwezenlijken van de doelstellingen van artikel 3, artikel 45, tweede lid, en artikel 48, tweede lid, vanen de mate waarin verlenging het algemeen maatschappelijk, cultureel of economisch belang dient; b. geharmoniseerde voorwaarden die zijn vastgesteld met technische uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig artikel 4 van Beschikking nr. 676/2002/EG; c. het belang van daadwerkelijke mededinging; d. het belang van doelmatig frequentiegebruik en e. de noodzaak om ernstige verstoring van de dienstverlening te voorkomen. 4 Het derde lid is niet van toepassing op vergunningen die niet verlengbaar zijn op grond van bij of krachtens deze wet gestelde regels dan wel aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen. 5 artikel 1.1 van de Mediawet 2008 Onze Minister neemt het besluit, bedoeld in het tweede, onderscheidenlijk het derde lid, in de periode tussen vijf en twee jaar voor afloop van de vergunning, met dien verstande dat bij het gebruik van frequentieruimte door of ten behoeve van commerciële media-instellingen als bedoeld indeze periode tussen vijf en één jaar voor afloop van de vergunning bedraagt. 6 Op de voorbereiding van het besluit, bedoeld in het tweede onderscheidenlijk het derde lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 7 Onze Minister maakt het besluit, bedoeld in het tweede onderscheidenlijk het derde lid, bekend in de Staatscourant, alsmede de verlengingsperiode en, voor zover dit op dat moment reeds mogelijk is, de voorschriften en beperkingen die bij verlenging zullen worden gewijzigd of aan de vergunning zullen worden verbonden. 8 Een aanvraag om verlenging wordt ingediend binnen een bij ministeriële regeling te bepalen periode. 9 artikel 3.15, eerste lid, van de wet Voorafgaand aan de aanvraagperiode, bedoeld in het achtste lid, maakt Onze Minister in voorkomend geval de regels, bedoeld inbekend. 10 artikel 3.19 van de wet Een aanvraag om verlenging kan worden afgewezen met overeenkomstige toepassing van. 11 artikel 3.15, eerste lid, van de wet Indien de continuïteit van dienstverlening naar het oordeel van Onze Minister in het geding is, kan hij, in afwijking van het vijfde lid, vanaf twee jaar voor afloop van de vergunning een vergunning ambtshalve verlengen voor een door hem te bepalen termijn. Onze Minister maakt tevens met het besluit, bedoeld in de eerste volzin, de regels, bedoeld in, de verlengingsperiode en de voorschriften en beperkingen die bij verlenging zullen worden gewijzigd of aan de vergunning zullen worden verbonden, bekend. Indien bij de verlenging, bedoeld in de eerste volzin toepassing gegeven wordt aan het veertiende lid, kunnen de wijzigingen en toevoegingen bedoeld in dat lid ingaan op een eerdere datum dan die waarop de looptijd van de te verlengen vergunning verstrijkt. 12 artikelen 3.19a 3.20 van de wet Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vergunning die op grond van deofis verkregen. 13 artikel 3.6, eerste lid, van de wet Vergunningen die zijn verleend met toepassing van de procedure, bedoeld in, worden op aanvraag verlengd, tenzij een doelmatige ordening van het frequentiespectrum zich daartegen verzet. 14 In het geval een vergunning wordt verlengd kunnen de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen worden gewijzigd en kunnen nieuwe voorschriften en beperkingen aan de vergunning worden toegevoegd. 15 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent de verlenging van vergunningen. Deze regels kunnen per te verlenen vergunning verschillen. 2022 95 01-03-2022 24-02-2022 2022 95 01-03-2022 24-02-2022 02-03-2022
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a 1 richtlijn (EU) 2018/1972 Vergunningen die betrekking hebben op geharmoniseerde frequentieruimte voor het gebruik voor draadlozebreedbanddiensten als bedoeld in artikel 49, tweede lid, van, worden verleend voor een termijn van ten minste vijftien jaar. 2 Indien de looptijd van de in het eerste lid bedoelde vergunningen minder dan twintig jaar bedraagt, zijn het derde tot en met het zesde lid van toepassing. 3 artikel 3.10, vierde lid, van de wet artikel 3:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Bij het besluit, bedoeld in, worden algemene criteria vastgesteld voor de verlenging ervan tot ten minste een totale looptijd van twintig jaar. De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen over het ontwerp van de algemene criteria bedraagt in afwijking vandrie maanden. 4 De in het derde lid bedoelde algemene criteria hebben betrekking op een doelmatig gebruik van frequentieruimte, het bevorderen van breedbanddekking, van de dekking van transportroutes en van technologische ontwikkeling betreffende draadloze communicatie, de waarborging van de veiligheid van het leven, de openbare orde, de openbare veiligheid, de defensie of de waarborging van ongestoorde mededinging. 5 Artikel 18, negende, elfde en twaalfde lid Uiterlijk twee jaar voor afloop van een vergunning verlengt Onze Minister op aanvraag die vergunning indien uit een beoordeling volgt dat voldaan wordt aan de algemene criteria, tenzij de oplegging van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete aan de vergunninghouder of het voornemen daartoe vanwege een overtreding van de bij of krachtens de wet dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen zich naar het oordeel van Onze Minister daar tegen verzet., zijn van overeenkomstige toepassing. 6 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van een besluit tot verlenging als bedoeld in het vijfde lid isvan toepassing, met dien verstande dat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen in afwijking vandrie maanden bedraagt. 7 Van het eerste tot en met het zesde lid kan worden afgeweken indien een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend: a. richtlijn (EU) 2018/1972 voor het aanbieden van diensten in een geografisch gebied waar de toegang tot netwerken met hoge snelheid zeer gebrekkig is en voor zover noodzakelijk voor het bereiken van de doelstellingen van artikel 45, tweede lid, van;; c. voor frequentiegebruik dat kan samengaan met het gebruik voor de in het eerste lid bedoelde draadlozebreedbanddiensten; d. voor een ander gebruik dan voor de in het eerste lid bedoelde draadlozebreedbanddiensten vanwege het ontbreken van vraag naar de frequentieruimte. 8 Om te bewerkstelligen dat de looptijd van vergunningen, bedoeld in het eerste lid, gelijktijdig verstrijkt met de looptijd van andere vergunningen, kan worden afgeweken van het eerste lid tot en met het zesde lid. 9 artikel 18, derde tot en met elfde lid en veertiende lid Bij besluit van Onze Minister kan ten aanzien van vergunningen als bedoeld in het eerste lid waarop het derde tot en met het zesde lid niet van toepassing zijn dan wel in gevallen waarin toepassing is gegeven aan het zevende lid of het achtste lid, kan, van overeenkomstige toepassing worden verklaard. 10 In het geval een vergunning wordt verlengd overeenkomstig het vijfde lid kunnen de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen worden gewijzigd en kunnen nieuwe voorschriften en beperkingen aan de vergunning worden toegevoegd voor zover dit betrekking heeft op de algemene criteria. 11 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent de verlenging van vergunningen op grond van dit artikel. Deze regels kunnen per te verlenen vergunning verschillen. 2022 95 01-03-2022 24-02-2022 2022 95 01-03-2022 24-02-2022 02-03-2022
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Onze Minister publiceert in de Staatscourant een besluit als bedoeld in: a. artikel 3.19a, eerste lid, van de wet houdende dat de houder van een vergunning wordt verplicht om die vergunning geheel of gedeeltelijk over te dragen, b. artikel 3.19a, tweede lid, van de wet houdende dat Onze Minister de procedure tot overdracht ter hand neemt. 2 Uiterlijk zeven dagen nadat het besluit, bedoeld in het eerste lid, onder a of b, is gepubliceerd, maakt Onze Minister bekend: a. artikel 3.19a, eerste lid, van de wet de termijn, bedoeld in; b. artikel 3.19a, vijfde lid, van de wet de periode, bedoeld in. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent: Deze regels kunnen per vergunning verschillen. a. de indiening van de aanvraag om toestemming of overdracht, b. de eisen die ter verkrijging van toestemming of ter overdracht van de vergunning worden gesteld aan de aanvrager, c. de inhoud van de aanvraag en de daarbij te overleggen gegevens. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 3.19a, eerste en tweede lid, van de wet Tot een procedure ter verkrijging van toestemming en een procedure tot overdracht als bedoeld inworden slechts toegelaten aanvragers die voldoen aan bij ministeriële regeling te stellen eisen. Deze eisen kunnen per vergunning verschillen. 2 De in het eerste lid bedoelde eisen kunnen slechts betrekking hebben op de: a. rechtsvorm van de aanvrager; b. financiële positie van de aanvrager; c. kennis en ervaring van de aanvrager; d. technische middelen waarover de aanvrager kan beschikken; e. hoedanigheid van de aanvrager als commerciële omroep; f. door de aanvrager te leveren bijdrage aan de overgang van analoge naar digitale techniek. 3 Artikel 9, derde lid , is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid bedoelde eisen. 4 Voor zover de aard, de omvang of het maatschappelijk belang van de vergunning daartoe naar het oordeel van Onze Minister aanleiding geeft, kunnen naast de eisen genoemd in het tweede en derde lid bij ministeriële regeling tevens regels worden gesteld in het belang van een evenwichtige verdeling dan wel een doelmatig gebruik van frequentieruimte. 5 Toestemming wordt in ieder geval geweigerd indien: a. de aanvrager de latende vergunninghouder is, b. de aanvrager op de latende vergunninghouder of de latende vergunninghouder op de aanvrager zodanige zeggenschap of feitelijke invloed heeft dat deze in belangrijke mate het beleid van de aanvrager of de latende vergunninghouder kan bepalen of aanmerkelijke invloed heeft op de inhoud van dat beleid, of c. een natuurlijke persoon of groep van natuurlijke personen direct of indirect een zodanige zeggenschap of feitelijke invloed heeft in zowel de aanvrager als de latende vergunninghouder dat deze in belangrijke mate het beleid van beiden kan bepalen of aanmerkelijke invloed heeft op de inhoud van het beleid van beiden. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de procedure ter verkrijging van toestemming en de procedure om te bepalen aan welke natuurlijke of rechtspersoon de vergunning wordt overgedragen plaatsvindt. Deze regeling kan per vergunning verschillen. 2 De in het eerste lid bedoelde regels hebben in elk geval betrekking op: a. de door de aanvrager en de latende vergunninghouder in acht te nemen geheimhouding; b. de wijze waarop een prijs voor de vergunning wordt geboden; c. de wijze om te bepalen wie de hoogste prijs heeft geboden; d. de eisen die aan een geldig bod worden gesteld; e. artikelen 3.10 3.15 van de wet de zekerheidstelling dat een bij of krachtens deofopgelegde financiële verplichting gestand wordt gedaan; f. de maatregelen ten behoeve van een ongestoord verloop van de in het eerste lid bedoelde procedure; g. de door de vergunninghouder toe te passen methode ter vaststelling van het bod waarvan de uitbrenger in aanmerking komt voor verlening van de vergunning; h. de eisen die worden gesteld met betrekking tot de wijze van betaling van de in onderdeel e bedoelde financiële verplichtingen, en het tijdstip waarop degene aan wie de vergunning wordt overgedragen deze betaling moet hebben verricht. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a artikel 3.20, eerste lid, van de wet artikel 3.20a, eerste lid, van de wet De overdracht of verhuur van een vergunning als bedoeld in, respectievelijk, is niet mogelijk voor vergunningen voor commerciële omroep, voor zover de overdracht of verhuur betrekking heeft op a. een gedeelte van een vergunning die betrekking heeft op de frequentieband 87.5 MHz tot 104.9 MHz, en; b. een vergunning voor gebruik van frequentieruimte die ingevolge het Nationaal Frequentieplan slechts tegelijkertijd met een vergunning voor gekoppelde frequentieruimte kan worden gebruikt, tenzij de overdracht of verhuur beide vergunningen betreft. 2022 95 01-03-2022 24-02-2022 2022 95 01-03-2022 24-02-2022 02-03-2022
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 In het antenneregister worden gegevens opgenomen van: a. antennes die zijn geplaatst op een vaste locatie met het doel met een zendvermogen van meer dan 10 dB watt Effective Radiated Power (ERP) uit te gaan zenden; b. antennes die zijn geplaatst op een vaste locatie en die tot een netwerk behoren, indien meer dan de helft van het aantal antennes van het netwerk een zendvermogen van meer dan 10 dB watt ERP heeft; c. antennes van radiozendamateurs die zijn geregistreerd als gebruiker van frequentieruimte; d. richtlijn (EU) 2018/1972 antennes waarop bij of krachtens artikel 57, tweede lid, vangestelde regels van toepassing zijn. 2 Van het eerste lid zijn uitgezonderd de gegevens van antennes in gebruik bij overheidsorganen die een taak uitoefenen op het terrein van politie, justitie of veiligheid. 2022 95 01-03-2022 24-02-2022 2022 95 01-03-2022 24-02-2022 02-03-2022
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 23, eerste lid, onderdelen a, b en d In het antenneregister worden voor de antennes, bedoeld in, de volgende gegevens opgenomen: a. de toepassing van de antenne; b. de hoogte gemeten vanaf het maaiveld tot het geometrische midden van de antenne; c. de frequentie van de gebruikte toepassing; d. de hoofdstraalrichting van de antenne; e. het zendvermogen van de antenne in de hoofdstraalrichting aangeduid in dB watt ERP; f. de datum van ingebruikname van de antenne; g. de locatie van de antenne-installatie, onder vermelding van de geografische positie in graden, minuten, seconden volgens het Europees Terrestrisch Referentiesysteem 89 of het World Geodetic System 1984, in ieder geval met een nauwkeurigheid van 15 meter; h. richtlijn (EU) 2018/1972 artikel 23, eerste lid, onderdeel d de verklaring dat de antenne voldoet aan de eisen van de krachtens artikel 57, tweede lid, vangestelde regels, indien het een antenne als bedoeld in, betreft. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden aan Onze Minister verstrekt door diegene die de frequentie gebruikt of wil gebruiken. 2022 95 01-03-2022 24-02-2022 2022 95 01-03-2022 24-02-2022 02-03-2022
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 23, eerste lid, onderdeel c In het antenneregister worden voor de antennes als bedoeld in, de volgende gegevens opgenomen: a. de locatie van de antenne-installatie, met een nauwkeurigheid van 15 meter, aangeduid met toepassing van het World Geodetic System 1984; b. het type registratie. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden aan Onze Minister verstrekt door de radiozendamateur die zich voor het gebruik van frequentieruimte heeft geregistreerd. 3 Onze Minister kan gegevens die door radiozendamateurs worden verstrekt in het kader van de registratie opnemen in het antenneregister. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot: a. de inrichting van het antenneregister; b. het tijdstip waarop de gegevens worden aangeleverd; c. de wijze waarop en de vorm waarin de gegevens aangeleverd worden; d. de wijze waarop van de gegevens kennis wordt genomen. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 5a.3, tweede lid, van de wet Bij ministeriële regeling wordt frequentieruimte als bedoeld in, aangewezen. 2 artikel 5a.14, eerste lid 5a.15 van de wet Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld als bedoeld in, en. 2018 91 30-03-2018 21-03-2018 2018 90 30-03-2018 21-03-2018 31-03-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en
netwerken in werking treedt.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Wijzigt het Besluit medegebruik omroepzendernetwerken. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Wijzigt het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Wijzigt het Besluit bijzondere vergaring nummergegevens telecommunicatie. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Wijzigt het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Wijzigt het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Wijzigt het Besluit zeevisvaartbemanning. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Wijzigt het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Wijzigt het Besluit overgangsrecht Telecommunicatiewet. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Wijzigt het Besluit randapparaten en radioapparaten 2007. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Artikel 9 van het Frequentiebesluit zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van het Besluit van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 18 februari 2011, houdende wijziging van het Frequentiebesluit in verband met het digitaliseringsbeleid voor commerciële radio (Stb. 2011, 88), blijft van toepassing op aanvragen om verlenging die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van dat besluit. 2 De volgende regelingen blijven van toepassing ten aanzien van vergunningen die zijn verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit: a. Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 2,6 GHz de; b. Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2007 de; c. Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen kavels A7 en A8 in de FM-band en aanvraag vergunningen voor frequentieruimte in band III de; d. Regeling aanvraag vergunning en uitvoering vergelijkende toets DVB-T de; e. Regeling aanvraag vergunning voor IMT-2000 de; f. Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrecht frequentieruimte voor PAMR de; g. Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrecht frequentieruimte voor WLL de; h. Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrecht frequentieruimte voor WLL 26 GHz de; i. Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrechten frequentieruimte voor digitale omroep alsmede vaststelling van een maximum aan te verwerven digitale omroepfrequentieruimte de; j. Regeling verlenging en digitalisering commerciële radio-omroep (middengolf en niet-landelijke FM) de, en k. Regeling verlenging en digitalisering landelijke commerciële radio-omroep de. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Na de inwerkingtreding van dit besluit berust: a. Examenregeling frequentiegebruik 2008 artikelen 5 6 van het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet artikelen 4, tweede lid 11, tweede lid, van dit besluit deop de, enen deen; b. Regeling aanvraag en toelating vergunningen voor het gebruik van frequentiegebruik artikelen 11, eerste lid 12 deop de, 11, tweede lid, juncto 4, tweede lid, envan dit besluit; c. Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2003 artikel 3.10, eerste lid, van de Telecommunicatiewet artikelen 8 9 10 deopen de,envan dit besluit d. Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 800, 900 en 1800 MHz artikelen 6 8 9 10 deop de,,envan dit besluit; e. Regeling openbaar antenneregister artikel 26 deopvan dit besluit; f. Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008 artikelen 2, derde lid 3, eerste en tweede lid 4 5, tweede, vierde en vijfde lid deop de,,, en, van dit besluit, en g. Regeling vervolg verdeling frequenties commerciële radio-omroep 2003 artikel 3.10, eerste lid, van de Telecommunicatiewet artikelen 8 9 10 deopen de,envan dit besluit. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 De volgende besluiten worden ingetrokken: a. Besluit aanvraagprocedure nummers het, b. Besluit aanwijzing categorieën zendinrichtingen en vaststelling toelatingscriteria het, c. Besluit draadomroep- en kabelinrichtingen het, d. Besluit kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur het, e. Frequentiebesluit het, f. Wijzigingsbesluit Besluit alternatieve verdeling nummers enz. het, g. Wijzigingsbesluit Besluit vergunningen mobiele telecommunicatie (DCS 1800) het, h. Wijzigingsbesluit Besluit mobiele telecommunicatie GSM in verband met de invoering van het systeem voor een openbare paneuropese semafoondienst te land (ERMES) het, en i. Wijzigingsbesluit Besluit ONP huurlijnen en telefonie (leveringsplicht en goedkeuring voorgenomen tariefwijzigingen) het. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 De Wet van 10 mei 2012 houdende wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de Nota frequentiebeleid 2005 (Staatsblad 2013, 48) treedt in werking met ingang van een maand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. 2 Artikel XXXVII, onderdeel K, van de Wet van 22 december 2011 tot aanpassing van een aantal wetten op het terrein van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie naar aanleiding van de departementale herindeling en het herstel van enkele wetstechnische gebreken en leemten (Staatsblad 2012, 19) treedt in werking op het in het eerste lid bedoelde tijdstip, direct na inwerkingtreding van de wet, bedoeld in het eerste lid. 3 Artikel I, onderdelen C, D, E tot en met H artikel V, eerste lid artikel VIa van de Wet van 10 mei 2012 tot wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen ,entreedt in werking op het in het eerste lid bedoelde tijdstip, direct na inwerkingtreding van de wet, bedoeld in het eerste lid. 4 Dit besluit treedt in werking op het in het derde lid bedoelde tijdstip. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Dit besluit wordt aangehaald als: Frequentiebesluit 2013. 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 2013 49 15-02-2013 08-02-2013 15-03-2013