Besluit van 25 september 2012, tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige
- BWB-id
- BWBR0032034
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2014-03-21
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0032034
- ELI
- /eli/nl/amvb/2013/wijzigingsbesluit-besluit-inburgering-enz-versterking-eigen-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2013/wijzigingsbesluit-besluit-inburgering-enz-versterking-eigen-/2014-03-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0032034&g=2014-03-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0032034&z=2026-06-06&g=2014-03-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0032034/2014-03-21
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2013/wijzigingsbesluit-besluit-inburgering-enz-versterking-eigen-
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Wijzigt het Besluit inburgering. 2012 432 28-09-2012 25-09-2012 2012 519 30-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel II — Artikel II#
Artikel II Wijzigt het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid. 2012 432 28-09-2012 25-09-2012 2012 519 30-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel III — Artikel III#
Artikel III Wijzigt het Besluit participatiebudget. 2012 432 28-09-2012 25-09-2012 2012 519 30-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV Wijzigt het Vreemdelingenbesluit 2000. 2012 432 28-09-2012 25-09-2012 2012 519 30-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel V — Artikel V#
Artikel V 1 In het tweede tot en met zesde lid wordt verstaan onder: a. Besluit inburgering: Besluit inburgering artikel I zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding vanvan dit besluit; b. Wet inburgering: Wet inburgering artikel I van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige zoals deze luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van(Stb. 2012, 432). 2 artikel 1, onderdeel, b, van de Wet inburgering artikel 13, eerste lid, van die wet artikel 7, eerste lid 26 van die wet artikelen 2.1 tot en met 2.3 2.8 tot en met 2.11 hoofdstuk 4, afdelingen 1 2 hoofdstuk 5 hoofdstuk 6, afdeling 1, van het Besluit inburgering Op de inburgeringsplichtige, bedoeld in, voor wie de termijn voor het behalen van het examen, bedoeld inop grond van, ofis aangevangen, blijven de,,en,envan toepassing. 3 artikelen 4.23 4.27 van het Besluit inburgering artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 artikel I Onverminderd het tweede lid blijven deenvan toepassing op de inburgeringsplichtige die houder is van een verblijfsvergunning als bedoeld in, voor zover hij voor het tijdstip van inwerkingtreding vanvan dit besluit inburgeringsplichtig is geworden. 4 artikelen 4.23 4.24 4.27 van het Besluit inburgering artikel 1, onderdeel g, van de Wet inburgering artikel I Onverminderd het tweede lid blijven de,envan toepassing op de geestelijke bedienaar, bedoeld in, die geen oudkomer is als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van die wet, voor zover hij voor het tijdstip van inwerkingtreding vanvan dit besluit inburgeringsplichtig is geworden. 5 artikel 1, onderdeel c, van de Wet inburgering artikel 26 van de Wet inburgering hoofdstuk 4, afdeling 2, van het Besluit inburgering artikel 4.17, derde lid, van het Besluit inburgering Op de oudkomer, bedoeld in, voor wie voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit geen termijn op grond vanis aangevangen, blijftvan toepassing tot drie jaar na dat tijdstip. Aanwordt tevens toepassing gegeven indien de inburgeringsplichtige oudkomer slaagt voor het inburgeringsexamen. 6 Hoofdstuk 6, afdeling 1, van het Besluit inburgering artikel 1, onderdeel q, van de Wet inburgering titel 3 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek artikel 24d van de Wet inburgering blijft van toepassing op de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in, die met het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, waar de vrijwillige inburgeraar woonplaats heeft in de zin van, op grond vaneen overeenkomst heeft gesloten tot het volgen van een inburgeringsvoorziening. 7 hoofdstuk 3 van het Besluit inburgering artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige artikel 13, eerste lid, van de Wet inburgering artikel I van die wet Bij regeling van Onze Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wordt een termijn of worden termijnen vastgesteld, waarbinnenvan toepassing blijft op de in het tweede tot en met vierde lid bedoelde personen van wie in redelijkheid niet kan worden gevergd dat zij het examen, bedoeld inals gewijzigd door de(Stb. 2012, 430) kunnen afleggen, en waarbinnen deze personen het examen, bedoeld inzoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van, kunnen afleggen. 2014 122 20-03-2014 11-03-2014 2014 122 20-03-2014 11-03-2014 21-03-2014 01-01-2013
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2012 432 28-09-2012 25-09-2012 2012 519 30-10-2012 13-10-2012 01-01-2013