Besluit van 28 november 2013, houdende regels ter uitvoering van de Wet basisregistratie personen (Besluit basisregistratie personen)
- BWB-id
- BWBR0034306
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-12-06
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0034306
- ELI
- /eli/nl/amvb/2014/besluit-basisregistratie-personen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2014/besluit-basisregistratie-personen/2025-12-06
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0034306&g=2025-12-06
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0034306&z=2026-06-06&g=2025-12-06
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0034306/2025-12-06
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2014/besluit-basisregistratie-personen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: een autorisatiebesluit: artikel 3.2 artikel 3.3 van de wet een besluit als bedoeld inof; de systeembeschrijving: artikel 4 de beschrijving, bedoeld in; de wet: Wet basisregistratie personen de. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1.6 van de wet bijlage 1 Authentieke gegevens als bedoeld inzijn de gegevens over ingezetenen die als zodanig zijn aangeduid in de tabel die alsbij dit besluit is gevoegd en, met uitzondering van de gegevens over de burgerlijke staat van ingezetenen, als actuele gegevens zijn opgenomen. 2017 315 24-07-2017 06-07-2017 2017 315 24-07-2017 06-07-2017 01-09-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Onze Minister stelt een systeembeschrijving vast. 2 artikel 4.15, eerste lid, van de wet De systeembeschrijving kan een onderdeel bevatten dat is toegesneden op gemeenten die gebruikmaken van een oude gemeentelijke voorziening als bedoeld in, en een onderdeel dat is toegesneden op gemeenten die gebruikmaken van een nieuwe gemeentelijke voorziening als bedoeld in dat lid. 3 Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens Voor het onderdeel dat is toegesneden op gemeenten die gebruikmaken van een oude voorziening kan verwezen worden naar de systeembeschrijving zoals deze laatstelijk werd gehanteerd onder de. 4 artikel 4.16 van de wet Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de uitwisseling van berichten met een overheidsorgaan waaraan of een derde aan wie systematisch gegevens worden verstrekt, met dien verstande dat het betreft de inbedoelde oude en nieuwe berichtuitwisseling. 2021 439 28-09-2021 18-09-2021 2021 483 20-10-2021 13-10-2021 01-01-2022
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 bijlage 2 De systeembeschrijving geeft een beschrijving van de aspecten die zijn aangeduid in de tabel die alsbij dit besluit is gevoegd. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 wet bijlage 3 Een college van burgemeester en wethouders, Onze Minister, een aangewezen bestuursorgaan, een overheidsorgaan en een derde dragen er zorg voor dat zij uitvoering geven aan deop een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving. De uitvoering voor zover die op hen betrekking heeft, is aangeduid in de tabel die alsbij dit besluit is gevoegd. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Het college van burgemeester en wethouders treft ten aanzien van de gemeentelijke voorziening passende technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging van de in de basisregistratie opgenomen gegevens tegen verlies of aantasting van deze gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking van deze gegevens. 2 Onze Minister treft ten aanzien van de centrale voorzieningen passende technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging van de in de basisregistratie opgenomen gegevens tegen verlies of aantasting van deze gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking van deze gegevens. 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde maatregelen omvatten ten minste: a. maatregelen gericht op personen die werkzaam zijn voor de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisregistratie; b. maatregelen gericht op de toegang tot gebouwen en ruimten waar in de basisregistratie opgenomen gegevens aanwezig zijn; c. maatregelen gericht op een deugdelijke werking en beveiliging van de apparatuur en programmatuur; d. maatregelen voor het geval de geheimhouding of integriteit van in de basisregistratie opgenomen gegevens is geschaad; e. maatregelen bij calamiteiten. 4 Onze Minister kan regels stellen omtrent de bewaring van geschriften en andere bescheiden, ongeacht hun vorm, die de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisregistratie gebruikt of heeft gebruikt in verband met de verwerking van gegevens in de basisregistratie. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2018 249 27-07-2018 11-07-2018 2018 250 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2018 249 27-07-2018 11-07-2018 2018 250 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2018 249 27-07-2018 11-07-2018 2018 250 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 51 In deze paragraaf,en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. de betrokkene: artikel 1.14, eerste lid, van de wet de betrokkene, bedoeld in; b. de bijdrage: artikel 1.14, eerste lid, van de wet de bijdrage van de betrokkene in de kosten in verband met de uitvoering van de wet, bedoeld in; c. een bericht: een logische eenheid van gegevens die wordt verzonden of verstrekt: 1° artikel 1.9, vierde lid, van de wet via het stelsel van berichtuitwisseling, bedoeld in; 2° met behulp van alternatieve media, of 3° op schriftelijke wijze; d. een jaar: een kalenderjaar. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Berichten tussen een gemeente en de centrale voorziening komen ten laste van de gemeente, waarbij een bericht dat door een gemeente via de centrale voorziening wordt verzonden aan een andere gemeente, ten laste komt van de gemeente die het bericht verzendt. 2 artikel 3.2 3.3 3.13 van de wet Berichten aan of van een overheidsorgaan, anders dan organen van een gemeente, waaraan of een derde aan wie op grond van,ofgegevens worden verstrekt, komen ten laste van dat overheidsorgaan of die derde. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. berichten aan of van de centrale voorziening in verband met de bijhouding van gegevens; b. berichten in verband met de verstrekking van gegevens door een college van burgemeester en wethouders; c. synchronisatieberichten; d. artikel 2.34 van de wet berichten in verband met; e. artikelen 2.37d, eerste lid 2.37e, eerste lid, van de wet berichten als bedoeld in de, en. 4 Het tweede lid is niet van toepassing op berichten in verband met: a. hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 4 paragraaf 4a, van de wet en; b. steekproeven; c. synchronisatie; d. wijziging in de gemeentelijke indeling; en e. conversie bij de invoering van een wijziging in de systeembeschrijving. 2023 145 28-04-2023 20-04-2023 2023 146 28-04-2023 20-04-2023 15-05-2023
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 1.14, tweede lid, van de wet Categorieën van kosten als bedoeld in, zijn de kosten in verband met: a. het beheer en het gebruik van de centrale voorzieningen; b. de verzending en ontvangst van berichten, waaronder begrepen de kosten in verband met het stelsel van berichtuitwisseling. 2 De bijdrage van een betrokkene in de in het eerste lid bedoelde kosten wordt vastgesteld op basis van het aantal berichten dat ten laste van de betrokkene komt. 2021 439 28-09-2021 18-09-2021 2021 483 20-10-2021 13-10-2021 01-01-2022
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Onze Minister stelt elk jaar de abonnementsstructuur vast die hij in het volgende jaar zal hanteren. De abonnementsstructuur bestaat uit verschillende abonnementsklassen met daarbij behorende bandbreedten van aantallen berichten en het daarbij behorende tarief in euro’s. 2 Onze Minister bepaalt de abonnementsstructuur, gelet op: a. artikel 12 de voor het volgende jaar te verwachten kosten als bedoeld in, verminderd met het saldo over het vorige jaar; b. het voor het volgende jaar te verwachten aantal berichten dat ten laste van de betrokkenen komt. 3 artikel 14, eerste tot en met derde lid artikel 12 Het saldo over het vorige jaar wordt gevonden door de in, bedoelde bijdragen over dat jaar te verminderen met de kosten, bedoeld in, in dat jaar. 4 Onze Minister deelt de abonnementsstructuur in september van elk jaar mede aan de betrokkenen. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 12, tweede lid De bijdrage van een betrokkene, bedoeld in, bestaat uit een jaarlijkse betaling. Hiertoe brengt Onze Minister het abonnementstarief voor het lopende jaar in rekening dat behoort bij de abonnementsklasse waarin de betrokkene valt, gelet op het aantal berichten dat in het voorafgaande jaar ten laste van hem kwam. 2 Indien het aantal berichten over het lopende jaar dat ten laste van de betrokkene komt, in een hogere abonnementsklasse valt dan de in het eerste lid bedoelde klasse, brengt Onze Minister, in afwijking van het eerste lid, het abonnementstarief voor het lopende jaar in rekening dat behoort bij die hogere klasse. 3 Onze Minister stelt het jaarlijks in rekening te brengen bedrag voor een betrokkene op nul vast, voor zover een voorziening is getroffen in de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken die in de plaats treedt van de bijdrage van de betrokkene. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 1.14, tweede lid, van de wet Categorieën van kosten als bedoeld in, zijn tevens de kosten in verband met de afstemming van gegevens van een betrokkene op de gegevens in de basisregistratie. 2 Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke berichten voor de toepassing van dit artikel worden aangemerkt als afstemmingsberichten. 3 Als afstemmingsbericht wordt slechts aangemerkt een bericht: a. dat nodig is voor de systematische verstrekking van gegevens ter afstemming van de gegevens van een overheidsorgaan of derde op de gegevens in de basisregistratie; b. artikel 4 waarvan de verzending en ontvangst geschiedt op een wijze die op grond vanis beschreven in de systeembeschrijving, en c. dat als doel heeft de in het vijfde lid bedoelde verstrekking van gegevens mogelijk te maken. 4 artikelen 12, tweede lid 13 14 Voor afstemmingsberichten brengt Onze Minister, in afwijking van de,en, bij de overheidsorganen en derden een tarief per geregistreerde persoon in rekening. 5 artikel 37, eerste lid, onderdeel a Onder geregistreerde persoon als bedoeld in het vierde lid wordt verstaan de persoon over wie het overheidsorgaan of de derde verzoekt gegevens verstrekt te krijgen op de wijze die is beschreven in. 6 De kosten in verband met de afstemming bestaan uit de kosten die naar verwachting zijn verbonden aan de verzending en ontvangst van afstemmingsberichten over het stelsel van berichtuitwisseling of met behulp van alternatieve media. 7 Het tarief wordt vastgesteld bij regeling van Onze Minister. Het tarief wordt op een zodanige wijze vastgesteld dat door het totaal van de in rekening te brengen tarieven de kosten, bedoeld in het zesde lid, worden gedekt. 8 Het autorisatiebesluit bepaalt met betrekking tot het overheidsorgaan of de derde het aantal geregistreerde personen als bedoeld in het vijfde lid en het aantal afstemmingsberichten dat door het overheidsorgaan of de derde over het stelstel van berichtuitwisseling wordt verzonden en ontvangen. 9 Onze Minister stelt een raming vast van de verwachte kosten, alsmede van het verwachte aantal afstemmingsberichten. 2021 439 28-09-2021 18-09-2021 2021 483 20-10-2021 13-10-2021 01-01-2022
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 1.14, tweede lid, van de wet artikel 15 Categorieën van kosten als bedoeld in, zijn tevens de kosten in verband met de verzending van berichten met behulp van alternatieve media, tenzij deze kosten vallen onderof de verzending verband houdt met een infrastructurele wijziging ten aanzien van een gemeente. 2 artikelen 12, tweede lid 13 14 Onze Minister kan bij de betrokkene aan wie de berichten worden verzonden in verband met de kosten, bedoeld in het eerste lid, een bijdrage in rekening brengen. Deze bijdrage kan in rekening worden gebracht naast de bijdrage die op grond van de,envoor de betrokkene wordt vastgesteld. 3 Bij regeling van Onze Minister wordt vastgesteld welke bijdragen ten hoogste in rekening kunnen worden gebracht. 2021 439 28-09-2021 18-09-2021 2021 483 20-10-2021 13-10-2021 01-01-2022
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 1.14, tweede lid, van de wet Categorieën van kosten als bedoeld in, zijn tevens de kosten in verband met de schriftelijke verstrekking van gegevens. 2 artikelen 12, tweede lid 13 14 Een college van burgemeester en wethouders dat schriftelijk gegevens verstrekt, kan bij de betrokkene aan wie de gegevens worden verstrekt in verband met de kosten, bedoeld in het eerste lid, een bijdrage in rekening brengen. Voor zover de verstrekking geschiedt door Onze Minister, kan deze bijdrage in rekening worden gebracht naast de bijdrage die op grond van de,envoor de betrokkene wordt vastgesteld. 3 Bij regeling van Onze Minister wordt vastgesteld welke bijdragen ten hoogste in rekening kunnen worden gebracht. 2021 439 28-09-2021 18-09-2021 2021 483 20-10-2021 13-10-2021 01-01-2022
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 1.14, tweede lid, van de wet Categorieën van kosten als bedoeld in, zijn tevens de kosten in verband met: a. artikel 3.13 van de wet de verstrekking van gegevens op grond van; b. artikel 37, eerste lid, onderdeel c de verstrekking van gegevens, bedoeld in. 2 artikelen 12, tweede lid 13 14 De bijdrage van een betrokkene in de in het eerste lid bedoelde kosten wordt vastgesteld op basis van de kosten van de verstrekking, met uitzondering van de kosten waartoe door de betrokkene al wordt bijgedragen op grond van de,en. 3 artikelen 12, tweede lid 13 14 De bijdrage kan door Onze Minister of door een college van burgemeester en wethouders in rekening worden gebracht. Voor zover de verstrekking geschiedt door Onze Minister, kan deze bijdrage in rekening worden gebracht naast de bijdrage die op grond van de,envoor de betrokkene wordt vastgesteld. 2021 439 28-09-2021 18-09-2021 2021 483 20-10-2021 13-10-2021 01-01-2022
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 1.14, tweede lid, van de wet artikel 3.14 van de wet Categorieën van kosten als bedoeld in, zijn tevens de kosten in verband met het ter beschikking stellen van informatie op grond van. 2 artikelen 12, tweede lid 13 14 De bijdrage van een betrokkene in de in het eerste lid bedoelde kosten wordt, in afwijking van de,en, vastgesteld op basis van de kosten van de terbeschikkingstelling. 2021 439 28-09-2021 18-09-2021 2021 483 20-10-2021 13-10-2021 01-01-2022
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de vaststelling en de betaling van de bijdragen. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Voor inschrijving als ingezetene komen niet in aanmerking: a. de personen die door Onze Minister van Buitenlandse Zaken zijn aangewezen in verband met hun bijzondere verblijfsrechtelijke status; b. de in Nederland hun dienst uitoefenende militairen behorend tot de krijgsmacht van een vreemde mogendheid, aangesloten bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie; c. de in Nederland hun dienst uitoefenende leden van het burgerpersoneel, die in dienst zijn bij de krijgsmacht van een vreemde mogendheid als bedoeld in onderdeel b, of die in dienst zijn van een hoofdkwartier als bedoeld in artikel 3 van het op 28 augustus 1952 te Parijs tot stand gekomen Protocol bij het op 19 juni 1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag – nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten – nopens de rechtspositie van internationale militaire hoofdkwartieren, ingesteld uit hoofde van het Noord-Atlantisch Verdrag (Trb. 1953, 11) en beschikken over een door het hoofdkwartier afgegeven identiteitsbewijs; d. de echtgenoten of geregistreerde partners van personen als bedoeld in onderdeel b of c; e. de inwonende minderjarige kinderen van personen als bedoeld in onderdeel b, c of d; f. vreemdelingen die geen toelating hebben tot Nederland en verblijven in een door het Rijk beschikbaar gestelde accommodatie die uitsluitend bestemd is voor het bieden van tijdelijke opvang aan vreemdelingen, gedurende de eerste zes maanden van het verblijf in Nederland. 2 Het eerste lid, aanhef en onderdelen b, c, d en e, is niet van toepassing op aldaar bedoelde personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten. 3 Het eerste lid, aanhef en onderdelen c, d, en e, is niet van toepassing op: a. aldaar bedoelde personen die reeds gedurende een jaar als ingezetene zijn ingeschreven; b. aldaar bedoelde personen die geen onderdaan zijn van een staat die is aangesloten bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie; c. aldaar bedoelde personen die staatloos zijn. 4 Het eerste lid, aanhef en onderdeel f, is niet van toepassing op de aldaar bedoelde personen: a. artikel 24a omtrent wie een mededeling is gedaan als bedoeld in; b. van wie het verblijf in Nederland aanvangt door geboorte en omtrent wie door een ambtenaar van de burgerlijke stand in Nederland een geboorteakte is opgemaakt. 2023 256 12-07-2023 10-07-2023 2023 258 12-07-2023 10-07-2023 15-07-2023
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 21, eerste lid, onderdeel a Een persoon kan door Onze Minister van Buitenlandse Zaken worden aangewezen als persoon bedoeld in, indien hij geen Nederlander is en behoort tot een van de volgende categorieën van personen: a. de leden van diplomatieke zendingen en van consulaire posten; b. de leden van het administratieve en technische personeel van diplomatieke zendingen en van consulaire posten; c. de inwonende gezinsleden van de in onderdeel a en b bedoelde personen; d. andere personen die krachtens internationaal recht een bijzondere verblijfsrechtelijke status hebben. 2 Een persoon ten aanzien van wie een aanwijzing van kracht wordt, terwijl hij reeds als ingezetene is ingeschreven, wordt aangemerkt als een ingeschrevene die wegens zijn vertrek uit Nederland niet als ingezetene is ingeschreven. 3 artikel 25 Een aanwijzing wordt niet van kracht of beëindigd voordat het college van burgemeester en wethouders de inbedoelde mededeling heeft ontvangen. 4 artikel 21, eerste lid, aanhef en onderdeel c, d of e Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een persoon die nog niet gedurende een jaar als ingezetene is ingeschreven en op wie, van toepassing wordt. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, van de wet bijlage 1 De inbedoelde algemene gegevens over ingezetenen zijn als zodanig nader bepaald in de tabel die alsbij dit besluit is gevoegd. 2 bijlage 1 artikel 2.7, eerste lid, onderdeel b, van de wet De in de tabel inbij dit besluit bedoelde gegevens in verband met het verblijfsrecht van de vreemdeling en de ingenoemde administratieve gegevens worden nader bepaald bij regeling van Onze Minister. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 2.10, tweede lid, van de wet Vreemdelingenwet 2000 Het college van burgemeester en wethouders zendt een afschrift van een beslissing om op grond vangegevens over een huwelijk, een geregistreerd partnerschap, een erkenning, of de geboortedatum van de betrokken persoon niet in de basisregistratie op te nemen, aan de korpschef als bedoeld in de. 2 Vreemdelingenwet 2000 Het eerste lid is slechts van toepassing indien de in dat lid bedoelde gegevens betrekking hebben op een vreemdeling als bedoeld in de. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 24a — Artikel 24a#
Artikel 24a 1 artikel 2.6 van de wet artikel 21, eerste lid, onder f Onze Minister van Justitie en Veiligheid doet een mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente inzake het niet van toepassing zijn van, als hij de identiteit van een vreemdeling als bedoeld in, deugdelijk heeft vastgesteld, de vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft en naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in Nederland verblijf zal houden. 2 artikelen 30 30a, eerste lid, onder a 30b, eerste lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 In afwijking van het eerste lid doet Onze Minister van Justitie en Veiligheid geen mededeling als bedoeld in het vorige lid omtrent de vreemdelingen, bedoeld in de,, of. 2019 293 13-09-2019 30-08-2019 2019 293 13-09-2019 30-08-2019 14-09-2019
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 21, eerste lid, onderdeel a Onze Minister van Buitenlandse Zaken doet van een aanwijzing als bedoeld in, of van de beëindiging daarvan mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente. 2 Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de mededelingen worden gedaan. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 4 paragraaf 4a, van de wet Bij het voldoen aan de verplichtingen, bedoeld inen, wordt door een overheidsorgaan, indien bekend, het burgerservicenummer vermeld van de persoon of personen ten aanzien van wie gegevens, bescheiden of inlichtingen worden verstrekt of met betrekking tot wie mededelingen worden gedaan. 2023 145 28-04-2023 20-04-2023 2023 146 28-04-2023 20-04-2023 15-05-2023
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 2.34, eerste lid, van de wet Een bestuursorgaan als bedoeld in, alsmede een bestuursorgaan dat op grond van artikel 2.34, tweede of vierde lid, van de wet is aangewezen, doet mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van door hem geconstateerde afwijkingen tussen enerzijds gegevens die hij verstrekt heeft gekregen uit de basisregistratie of waarvan de verstrekking achterwege is gebleven en anderzijds gegevens waarvan hij op andere wijze kennis heeft gekregen, alsmede van de grond van zijn gerede twijfel. 2 Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de gevallen waarin en regels over de wijze waarop de mededeling wordt gedaan. 2023 145 28-04-2023 20-04-2023 2023 146 28-04-2023 20-04-2023 15-05-2023
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 2.34 van de wet artikel 2.26 van de wet Het college van burgemeester en wethouders stelt het bestuursorgaan dat een mededeling als bedoeld inheeft gedaan, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vijf werkdagen na de ontvangst van de mededeling ervan in kennis of deze mededeling aanleiding is geweest voor verbetering, aanvulling of verwijdering van gegevens in de basisregistratie, dan wel dat bij het gegeven een aantekening als bedoeld inis geplaatst in verband met het doen van een onderzoek naar de onjuistheid van het gegeven. 2 artikel 2.26 van de wet Indien het college van burgemeester en wethouders besluit een aantekening als bedoeld inte plaatsen, stelt het college het bestuursorgaan dat de mededeling heeft gedaan na afloop van het onderzoek ervan in kennis of naar aanleiding van de mededeling gegevens in de basisregistratie zijn verbeterd, aangevuld of verwijderd. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 28a — Artikel 28a#
Artikel 28a artikel 2.37c, vierde lid, van de wet De analysemethoden, bedoeld inzien op: a. artikel 2.37b, eerste lid, van de wet de analyse van mededelingen als bedoeld in; b. de analyse aan de hand van profielen; c. een onderzoek naar patronen. 2023 145 28-04-2023 20-04-2023 2023 146 28-04-2023 20-04-2023 15-05-2023
Artikel 28b — Artikel 28b#
Artikel 28b 1 artikel 2.37b, eerste lid, van de wet Een bestuursorgaan als bedoeld inalsmede een derde als bedoeld in artikel 2.37b, derde lid, van de wet doet mededeling aan Onze Minister van door hem geconstateerde afwijkingen tussen enerzijds gegevens die hij verstrekt heeft gekregen uit de basisregistratie of waarvan de verstrekking achterwege is gebleven en anderzijds gegevens waarvan hij op andere wijze kennis heeft gekregen, alsmede de grond van zijn gerede twijfel. 2 De bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid, kunnen aan Onze Minister de volgende andere categorieën gegevens verstrekken: a. administratieve gegevens; b. gegevens over de samenstelling van de bewoning op een adres; c. gegevens over de gezamenlijke huishouding op een adres; d. gegevens over de rechtmatigheid van de bewoning op een adres. 3 Bij regeling van Onze Minister worden de gegevens, bedoeld in het tweede lid, nader bepaald. 4 Onze Minister kan nadere regels stellen over de wijze waarop de mededeling wordt gedaan. 2023 145 28-04-2023 20-04-2023 2023 146 28-04-2023 20-04-2023 15-05-2023
Artikel 28c — Artikel 28c#
Artikel 28c 1 artikel 2.37c, tweede lid, van de wet artikel 2.37d, eerste lid, van de wet Een profiel als bedoeld inbestaat uit een of meerdere selectiefactoren waarmee door Onze Minister uit de gegevens, bedoeld in artikel 2.37c, eerste lid, van de wet, gegevens betreffende het adres van een persoon worden geselecteerd voor een mededeling als bedoeld in. 2 De selectiefactoren, bedoeld in het eerste lid, geven in onderlinge samenhang aanleiding tot gerede twijfel bij Onze Minister over de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een persoon. 3 Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke selectiefactoren een profiel vormen. 2023 145 28-04-2023 20-04-2023 2023 146 28-04-2023 20-04-2023 15-05-2023
Artikel 28d — Artikel 28d#
Artikel 28d 1 artikel 2.37c, tweede lid, van de wet artikel 2.37d, eerste lid, van de wet artikel 28c Een onderzoek naar patronen als bedoeld indraagt bij aan de totstandkoming van een profiel als bedoeld in. Het onderzoek leidt niet tot een mededeling als bedoeld in. 2 artikel 2.37b, eerste lid, van de wet Een onderzoek als bedoeld in het eerste lid wordt niet gestart dan nadat daarover door Onze Minister overleg is gepleegd met representatieve vertegenwoordigingen van de gemeenten en de krachtensaangewezen bestuursorganen, waarbij Onze Minister in ieder geval inzicht geeft in het beoogde doel van het onderzoek en de daarbij te verwerken categorieën gegevens. 2023 145 28-04-2023 20-04-2023 2023 146 28-04-2023 20-04-2023 15-05-2023
Artikel 28e — Artikel 28e#
Artikel 28e 1 artikel 28b, eerste lid artikel 28c, eerste lid artikel 28d, eerste lid Onze minister verwerkt bij de analyse van de mededeling als bedoeld in, bij de toepassing van profielen als bedoeld inen het onderzoek naar patronen als bedoeld in, de volgende categorieën gegevens: a. artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a artikel 2.69, eerste lid, onderdeel a artikel 2.84, eerste lid, onderdeel a, van de wet Algemene gegevens als bedoeld in,, of: 1° gegevens over de burgerlijke staat; 2° gegevens over de bijhoudingsgemeente en het adres in die gemeente alsmede over het verblijf in Nederland en het vertrek uit Nederland; 3° artikel 1, eerste lid, onderdeel n, en tweede lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES gegevens over het woonadres van de niet-ingezetene of het adres bedoeld in; 4° gegevens over het tijdelijk verblijfsadres; 5° gegevens over het burgerservicenummer van de ingeschrevene; 6° gegevens over de burgerservicenummers van de ouders, de echtgenoot dan wel de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoten of eerdere geregistreerde partners en de kinderen; 7° gegevens over het gebruik door de ingeschrevene van de geslachtsnaam van de echtgenoot, de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoot of de eerdere geregistreerde partner. b. artikel 2.7, eerste lid, onderdeel b artikel 2.69, eerste lid, onderdeel b artikel 2.84, eerste lid, onderdeel b, van de wet Administratieve gegevens als bedoeld in,, en. c. artikel 2.37c, eerste lid, onderdeel c, van de wet Andere gegevens als bedoeld: 1° gegevens over de samenstelling van de bewoning op een adres; 2° gegevens over de gezamenlijke huishouding op een adres; 3° gegevens over de rechtmatigheid van de bewoning op een adres; 4° gegevens over het water- en energieverbruik op een adres; 5° gegevens over de resultaten van adresonderzoek; 6° gegevens over het gebruik en de bestemming van een pand of verblijfsobject; 7° kadastrale gegevens als bedoeld in artikel 48, tweede lid, Kadasterwet. 2 Bij regeling van Onze Minister worden de algemene gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de administratieve gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en de andere gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, nader bepaald. 2025 406 05-12-2025 19-11-2025 2025 406 05-12-2025 19-11-2025 06-12-2025 11-11-2025
Artikel 28f — Artikel 28f#
Artikel 28f artikel 2.37d, eerste lid, van de wet Een mededeling als bedoeld inbevat de volgende categorieën gegevens van alle personen die zijn ingeschreven op het adres waar de mededeling op ziet: a. gegevens over de bijhoudingsgemeente en het adres in die gemeente; b. gegevens over de burgerlijke staat waar het betreft de naam; en c. gegevens over het burgerservicenummer van de ingeschrevene. 2023 145 28-04-2023 20-04-2023 2023 146 28-04-2023 20-04-2023 15-05-2023
Artikel 28g — Artikel 28g#
Artikel 28g 1 artikel 2.37e, eerste lid, eerste volzin, van de wet De termijn, bedoeld inis vier weken. 2 artikel 2.37e, eerste lid, tweede volzin, van de wet De termijn, bedoeld inis zes maanden. 3 artikel 2.37e, eerste lid, tweede volzin, van de wet Een kennisgeving van de resultaten als bedoeld inbevat de volgende categorieën gegevens van alle personen die ingeschreven zijn op het adres waar de kennisgeving op ziet: a. gegevens over de bijhoudingsgemeente en het adres in die gemeente; b. gegevens over de burgerlijke staat waar het betreft de naam; c. gegevens over het burgerservicenummer van de ingeschrevene; en d. artikel 2.37a, eerste lid, van de wet gegevens over het resultaat van het onderzoek, bedoeld in. 4 2.37d 2.37e van de wet Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld omtrent de wijze waarop de verstrekking van gegevens, bedoeld in de artikelenen, plaatsvindt. 2023 145 28-04-2023 20-04-2023 2023 146 28-04-2023 20-04-2023 15-05-2023
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Niet verplicht tot het doen van aangifte van vertrek is de ingezetene die vanaf het tijdstip van het vertrek uit Nederland naar redelijke verwachting niet langer dan twee jaar buiten Nederland verblijft en die gedurende zijn verblijf buiten Nederland beroepshalve vaart aan boord van een schip dat in Nederland de thuishaven heeft. 2 Het eerste lid is alleen van toepassing indien de betrokkene gedurende zijn verblijf buiten Nederland beschikt over een adres in Nederland. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 2.38 van de wet artikel 2.49, eerste lid, van de wet De gevallen waarin de verplichtingen, vermeld in, kunnen worden vervuld door de inbedoelde personen zijn de gevallen waarin de betrokkene zelf niet in staat is om in persoon te verschijnen vanwege: a. de toestand van zijn gezondheid, zo nodig onder overlegging van een schriftelijke verklaring ter zake van een behandelend arts, of b. verblijf in een penitentiaire instelling. 2 artikel 2.38, eerste lid, van de wet In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, is de betrokkene, in afwijking van, niet verplicht zich in persoon te melden bij het college van burgemeester en wethouders. 3 Artikel 2.49, tweede lid, van de wet , is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde gevallen. 4 artikel 2.49, vierde lid, van de wet De gevallen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, zijn tevens de inbedoelde gevallen. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 5 artikel 2.43, vijfde lid, van de wet De gevallen, bedoeld in het eerste lid, zijn tevens de inbedoelde gevallen, voor zover het betreft het vierde lid van dat artikel. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 2021 439 28-09-2021 18-09-2021 2021 483 20-10-2021 13-10-2021 01-01-2022
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 2.68, eerste lid, van de wet artikel 2.70, derde lid, onderdeel a, van de wet De volgende bestuursorganen zijn wat betreft de genoemde taken bevoegd om Onze Minister een verzoek als bedoeld inof een opgave als bedoeld inte doen: a. de volgende organen binnen de Belastingdienst: 1°. artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet de directeur, de inspecteur en de ontvanger, bedoeld in,en, wat betreft: – Algemene wet inzake rijksbelastingen de heffing van rijksbelastingen op grond van deen van andere heffingen, premies of bijdragen van het Rijk voor zover bij of krachtens de wet opgedragen; – Invorderingswet 1990 de invordering van belastingen, andere heffingen van het Rijk en tegemoetkomingen op grond van de; – Algemene douanewet de heffing en invordering van invoerrechten en accijnzen op grond van de; – Algemene douanewet artikel 1:1 van de Algemene douanewet de toepassing van demet betrekking tot de taken, voortvloeiende uit het bepaalde in; 2°. artikel 11, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen de Belastingdienst/Toeslagen, bedoeld inen de ontvanger, bedoeld in, wat betreft de uitkering en terugvordering van tegemoetkomingen op grond van de; b. hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 35 van die wet de Sociale Verzekeringsbank wat betreft de taken op grond vanmet uitzondering van de taken op grond vanten aanzien van verzekerden en bij de verzekerden behorende personen in de verzekerdenadministratie; c. hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 33 van die wet het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wat betreft de taken op grond vanmet uitzondering van de taken op grond van; d. artikel 69 van de Zorgverzekeringswet het CAK wat betreft de taken op grond van; e. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; f. Onze Minister van Buitenlandse Zaken wat betreft: 1°. de taken omtrent personen die in Nederland voorrechten en immuniteiten genieten op grond van het op 18 april 1961 te Wenen tot stand gekomen Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer met twee protocollen (Trb. 1962, 101), het op 24 april 1963 te Wenen tot stand gekomen Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen, met twee protocollen (Trb. 1965, 40), zetelovereenkomsten met in Nederland gevestigde internationale organisaties, Europese regelgeving of volkenrechtelijk gebruik; en 2°. artikelen 26 40 42 van de Paspoortwet de taken betreffende de aanvraag, verstrekking en uitreiking van nationale paspoorten, nooddocumenten, tweede paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten op grond van onderscheidenlijk de,en; g. artikel 14, eerste tot en met vierde lid artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdelen d en e, van de Rijkswet op het Nederlanderschap Onze Minister van Justitie en Veiligheid wat betreft de taken op grond van, en; h. artikel 3.19 van de Wet studiefinanciering 2000 Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wat betreft de taken op grond van. 2023 256 12-07-2023 10-07-2023 2024 39 27-02-2024 20-02-2024 01-04-2024
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 2.69, eerste lid, onderdeel a, van de wet bijlage 1 De inbedoelde algemene gegevens over niet-ingezetenen zijn als zodanig nader bepaald in de tabel die alsbij dit besluit is gevoegd. 2 bijlage 1 artikel 2.69, eerste lid, onderdeel b, van de wet De in de tabel inbij dit besluit bedoelde gegevens in verband met het verblijfsrecht van de vreemdeling en de ingenoemde administratieve gegevens worden nader bepaald bij regeling van Onze Minister. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 2.67 van de wet Onze Minister neemt bij een inschrijving als bedoeld inten minste de volgende gegevens over de betrokkene op: a. over de burgerlijke staat: de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum, de geboorteplaats, het geboorteland of -gebied en het geslacht; b. over de nationaliteit: de nationaliteit of nationaliteiten, dan wel een aanduiding dat de betrokkene geen nationaliteit bezit, of een aanduiding dat de nationaliteit van de betrokkene niet kan worden vastgesteld. 2 Onze Minister neemt daarnaast de data ingang en beëindiging rechtsgeldigheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens op voor zover deze bij de inschrijving kunnen worden vastgesteld. 3 Onze Minister neemt daarnaast andere algemene gegevens op voor zover de betrokkene daarom verzoekt en de gegevens bij de inschrijving kunnen worden vastgesteld. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 33a — Artikel 33a#
Artikel 33a artikel 2.67, derde lid, van de wet De gevallen, bedoeld in, zijn de gevallen waarin de betrokkene niet in staat is om in persoon te verschijnen vanwege de toestand van zijn gezondheid. Zo nodig kan de overlegging worden verlangd van een schriftelijke verklaring ter zake van een behandelend arts. 2023 256 12-07-2023 10-07-2023 2023 258 12-07-2023 10-07-2023 15-07-2023
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 2.68 van de wet Een aangewezen bestuursorgaan legt bij een verzoek om inschrijving als bedoeld inten minste een opgave over van de volgende gegevens over de burgerlijke staat van de betrokkene: de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum en het geslacht. 2 Het aangewezen bestuursorgaan legt daarnaast een opgave over van de data ingang en beëindiging rechtsgeldigheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens voor zover deze bij het verzoek om inschrijving kunnen worden vastgesteld. 3 Het aangewezen bestuursorgaan kan daarnaast een opgave overleggen van andere algemene gegevens voor zover de gegevens bij het verzoek om inschrijving kunnen worden vastgesteld. 4 artikel 2.70, derde lid, van de wet Een aangewezen bestuursorgaan legt bij een opgave als bedoeld in, in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, ten minste de volgende gegevens over de betrokkene over: het burgerservicenummer en de gegevens die voor bijhouding in aanmerking komen. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 2.79 van de wet Degene die in persoon verschijnt in verband met een verzoek als bedoeld in, legt daarbij ten minste over: a. artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in, of b. een buitenlands paspoort of ander reisdocument dan wel een buitenlandse nationale identiteitskaart. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 35a — Artikel 35a#
Artikel 35a artikel 2.25 van de wet Het college van burgemeester en wethouders van de voormalige bijhoudingsgemeente neemt met betrekking tot een ingeschrevene die geen ingezetene meer is binnen vier weken na diens schriftelijk verzoek daartoe kosteloos op de persoonslijst van de ingeschrevene de gegevens op als bedoeld inwaaruit blijkt dat deze geen gebruik maakt van de geslachtsnaam van de echtgenoot, de eerdere echtgenoot, de geregistreerde partner of de eerdere geregistreerde partner. 2017 315 24-07-2017 06-07-2017 2017 315 24-07-2017 06-07-2017 01-09-2017
Artikel 35b — Artikel 35b#
Artikel 35b 1 Artikel 2.56a van de wet artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet is van overeenkomstige toepassing op de ingeschrevene die geen ingezetene meer is, ouder is van een kind als bedoeld inen op het moment van de geboorte van het kind als ingezetene was ingeschreven in het persoonsregister, bedoeld in het Besluit bevolkingsboekhouding. 2 artikel 2.56a van de wet Het college van burgemeester en wethouders van de voormalige bijhoudingsgemeente is verantwoordelijk voor de bijhouding van de gegevens over het kind op de persoonslijst van de ouder, bedoeld in het eerste lid, op grond van het verzoek, bedoeld in. 2019 24 01-02-2019 21-01-2019 2019 32 01-02-2019 28-01-2019 03-02-2019
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikel 2.81, derde lid, van de wet artikel 2.55 van de wet artikel 229 van de Gemeentewet Een persoon die, in het kader van een aan Onze Minister gericht verzoek als bedoeld inin samenhang met, vraagt om verstrekking van een kopie van de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de verordening, waarvoor kosten in rekening kunnen worden gebracht op grond van de verordening, is een recht verschuldigd dat gelijk is aan het recht dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de inschrijfvoorziening is ondergebracht heft op grond vanvoor het uitvoeren van eenzelfde verzoek dat aan het college is gericht op grond van artikel 2.81, vierde lid, van de wet. 2018 249 27-07-2018 11-07-2018 2018 250 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 36a — Artikel 36a#
Artikel 36a 1 artikel 2.84, eerste lid, onderdeel a, van de wet bijlage 1 De inbedoelde algemene gegevens over ingezetenen van een openbaar lichaam zijn als zodanig nader bepaald in de tabel die alsbij dit besluit is gevoegd. 2 artikel 2.84, eerste lid, onderdeel b, van de wet De ingenoemde administratieve gegevens worden nader bepaald bij regeling van Onze Minister. 2025 406 05-12-2025 19-11-2025 2025 406 05-12-2025 19-11-2025 06-12-2025 11-11-2025
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 3.1, tweede lid, van de wet De inbedoelde systematische verstrekking van gegevens aan overheidsorganen betreft de volgende wijzen van verstrekking overeenkomstig de systeembeschrijving: a. spontane verstrekking, zijnde de eenmalige verstrekking van de in een autorisatiebesluit vermelde gegevens over de door het overheidsorgaan aangegeven personen die deel uitmaken van de in het autorisatiebesluit aangegeven categorie van personen, of over personen over wie de in de basisregistratie opgenomen gegevens voldoen aan de in het autorisatiebesluit genoemde voorwaarden, gevolgd door de verstrekking van de wijzigingen die zich voordoen in deze gegevens; b. selectie- en conditionele verstrekking, zijnde de eenmalige of periodieke verstrekking van de in een autorisatiebesluit opgenomen gegevens over personen over wie de in de basisregistratie vermelde gegevens voldoen aan de in het autorisatiebesluit genoemde voorwaarden; c. verstrekking op basis van een zoekvraag, zijnde een verstrekking op verzoek van het overheidsorgaan, van gegevens die deel uitmaken van de in een autorisatiebesluit vermelde gegevens over, per verzoek, een in het autorisatiebesluit gemaximeerd aantal personen die deel uitmaken van de in het autorisatiebesluit bepaalde categorie van personen en over wie de gegevens voldoen aan de gegevens die in het verzoek van het overheidsorgaan zijn vermeld. 2 artikel 3.3 van de wet Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de systematische verstrekking van gegevens aan derden als bedoeld in. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Bij de indiening van een verzoek tot het nemen van een autorisatiebesluit maakt een overheidsorgaan of een derde gebruik van een door Onze Minister vastgesteld aanvraagformulier. 2023 256 12-07-2023 10-07-2023 2023 258 12-07-2023 10-07-2023 15-07-2023
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 artikel 3.3 van de wet artikel 3.21 van de wet bijlage 4 De door derden verrichte werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang, bedoeld in, de categorieën van derden die in verband met die werkzaamheden in aanmerking komen voor de systematische verstrekking van gegevens, de beperkingen ten aanzien van de gegevens die kunnen worden verstrekt en de bepaling ofop de verstrekking van toepassing is, zijn aangeduid in de tabel die alsbij dit besluit is gevoegd. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 artikel 3.5 artikel 3.6 van de wet Het college van burgemeester en wethouders weigert een verzoek tot verstrekking van gegevens als bedoeld inof, indien het aantal verstrekkingen per jaar aan het overheidsorgaan of de derde naar redelijke verwachting van het college meer zal zijn dan vijfduizend verstrekkingen. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 artikel 3.6 van de wet artikel 3.21 van de wet bijlage 5 De door derden verrichte werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang, bedoeld in, de categorieën van derden die in verband met die werkzaamheden in aanmerking komen voor de verstrekking van gegevens, de beperkingen ten aanzien van de gegevens die kunnen worden verstrekt en de bepaling ofop de verstrekking van toepassing is, zijn aangeduid in de tabel die alsbij dit besluit is gevoegd. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 artikel 3.11 van de wet Ter uitvoering vanwordt van systematische verstrekking van gegevens geen aantekening gehouden voor zover de verstrekking noodzakelijk is voor: a. artikel 8, tweede lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 artikel 91 van die wet de uitvoering van de taken van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst op grond van, met inbegrip van werkzaamheden die ten behoeve van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst worden verricht op grond van; b. artikel 10, tweede lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 artikel 92 van die wet de uitvoering van de taken van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst op grond van, met inbegrip van werkzaamheden die ten behoeve van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst worden verricht op grond van; c. artikel 3 van de Politiewet 2012 artikel 4 van die wet de uitvoering van taken door de politie op grond vanof door de Koninklijke marechaussee op grond van, die verband houden met de bestrijding van zware of georganiseerde criminaliteit; d. artikel 49 van de Politiewet 2012 de uitvoering van taken door de rijksrecherche op grond vandie verband houden met onderzoeken in opdracht van het College van Procureurs-Generaal. 2018 117 26-04-2018 18-04-2018 2018 119 26-04-2018 18-04-2018 01-05-2018
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 bijlage 6 Indien door een ingezetene aangifte is gedaan van vertrek naar Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen, verstrekt Onze Minister de gegevens over de betrokkene die daartoe zijn aangewezen in de tabel die alsbij dit besluit is gevoegd aan de desbetreffende verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of het desbetreffende openbaar lichaam. 2 bijlage 6 Onze Minister verstrekt op verzoek van een verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een openbaar lichaam aan deze gegevens, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn in verband met de bijhouding van de basisadministratie van de verantwoordelijke. De verstrekking kan uitsluitend betrekking hebben op de gegevens over de betrokkene die daartoe zijn aangewezen in de tabel die alsbij dit besluit is gevoegd. 3 bijlage 6 Onze Minister kan op verzoek van een verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen aan hem gegevens verstrekken, ter bevordering van de afstemming van de basisadministratie van de verantwoordelijke op de basisregistratie. De verstrekking kan uitsluitend betrekking hebben op de gegevens over de betrokkene die daartoe zijn aangewezen in de tabel die alsbij dit besluit is gevoegd. 2017 315 24-07-2017 06-07-2017 2017 315 24-07-2017 06-07-2017 01-09-2017
Artikel 43a — Artikel 43a#
Artikel 43a 1 bijlage 7 Onze Minister verstrekt op verzoek van een inbij dit besluit aangewezen autoriteit in een van de openbare lichamen, Aruba, Curaçao of Sint Maarten aan deze gegevens uit de basisregistratie, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in bijlage 7 bij dit besluit aangewezen bij of krachtens een rijkswet aan de desbetreffende autoriteit opgedragen taak. 2 bijlage 7 Onze Minister verstrekt op verzoek van autoriteiten in een van de openbare lichamen, Aruba, Curaçao of Sint Maarten aan deze gegevens uit de basisregistratie, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de inbij dit besluit aangewezen andere taken dan bedoeld in het eerste lid waarmee zij op grond van de voor hen geldende wetgeving zijn belast. 3 Hoofdstuk 1, paragraaf 4 Verstrekking als bedoeld in het eerste en tweede lid betreft systematische verstrekking van gegevens., is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van de kosten in verband met die verstrekking en de wijze waarop deze kosten worden vergoed. 2021 439 28-09-2021 18-09-2021 2021 483 20-10-2021 13-10-2021 01-01-2022
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 Artikel 3.13 van de wet is van toepassing op een verstrekking uit de basisregistratie voor zover: a. artikel 1.2 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek het verzoek daartoe is gedaan door een instelling als bedoeld in, een onderzoeksafdeling van een overheidsorgaan of een onderzoeksbureau; b. het onderzoek een algemeen belang dient; c. de verwerking voor het betreffende onderzoek noodzakelijk is; d. de verzoeker heeft aangetoond dat de nodige voorzieningen zijn getroffen teneinde te verzekeren dat de verdere verwerking van de verstrekte gegevens uitsluitend geschiedt ten behoeve van het onderzoek en dat ook overigens is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad, en e. de gegevens slechts in geanonimiseerde vorm aan anderen beschikbaar worden gesteld, tenzij de ingeschrevene uitdrukkelijk met de voorgenomen openbaarmaking van de hem betreffende gegevens heeft ingestemd. 2 De verstrekking geschiedt door Onze Minister of door een college van burgemeester en wethouders. 3 artikel 3.2, achtste lid, van de wet Verstrekking door Onze Minister geschiedt overeenkomstig hetgeen bij of krachtens de wet is bepaald ten aanzien van systematische verstrekkingen, met uitzondering van. 4 Onze Minister maakt slechts gebruik van zijn bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, voor zover: a. artikelen 3.1 3.2 van de wet de verzoeker heeft aangetoond dat het voor een goede uitvoering van het onderzoek noodzakelijk is dat verstrekking plaatsvindt overeenkomstig hetgeen krachtens deenis bepaald; b. aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, is voldaan, en c. de Autoriteit persoonsgegevens over het verzoek is gehoord. 2021 439 28-09-2021 18-09-2021 2021 483 20-10-2021 13-10-2021 01-01-2022
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 Een overheidsorgaan of een derde die Onze Minister een verzoek doet om informatie ter beschikking te stellen die is verkregen door bewerking van gegevens uit de basisregistratie, verschaft bij dat verzoek: a. inlichtingen over het doel waarvoor de informatie wordt gevraagd; b. een precieze beschrijving van de informatie die wordt gevraagd; c. een aanduiding van het tijdstip waarop de informatie nodig is en de reden waarom de informatie op dat tijdstip nodig is. 2 Het overheidsorgaan of de derde geeft aan waarom de informatie niet of niet tijdig op een andere manier kan worden verkregen. 3 Onze Minister kan een verzoek in ieder geval weigeren voor zover: a. de verstrekking overwegend commercieel gebruik tot doel heeft; b. de behandeling van het verzoek of de verstrekking zodanig is dat het regulier beheer in de knel komt; c. de informatie niet tijdig ter beschikking kan worden gesteld, of d. de informatie tijdig op een andere manier kan worden verkregen. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 artikelen 3.22, eerste lid 3.22a, eerste lid 3.23, derde lid, van de wet Het college van burgemeester en wethouders of Onze Minister voldoet in ieder geval niet aan een verzoek van een betrokkene als bedoeld in de,, en, voor zover de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie heeft plaatsgevonden voor de uitvoering van de hieronder bedoelde taken en voor zover het overheidsorgaan waaraan of de derde aan wie de gegevens ter uitvoering van die taken zijn verstrekt, heeft aangegeven dat aan het verzoek van de betrokkene niet kan worden voldaan: a. artikelen 3 4 49 van de Politiewet 2012 taken op grond van de,endie worden uitgevoerd in het belang van de veiligheid van de staat of de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten; b. artikel 3 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten taken op grond van; c. artikel 36, eerste lid, onderdeel b, van de Gezondheidswet taken op grond van; d. artikel 13, aanhef en onderdeel a, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme taken op grond van; e. artikel 110, eerste lid, van de Wet op het notarisambt artikel 30 van de Gerechtsdeurwaarderswet artikel 1d, eerste lid, onderdeel c, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme taken op grond van,of; f. artikel 4.1.1, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 de taken, bedoeld in. 2023 256 12-07-2023 10-07-2023 2023 258 12-07-2023 10-07-2023 15-07-2023
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikel 4.3 van de wet De onderzoeken, bedoeld in, geschieden jaarlijks, uiterlijk op een door Onze Minister vast te stellen tijdstip. 2 De uitvoering van deze onderzoeken geschiedt met behulp van een door Onze Minister beschikbaar gesteld evaluatie-instrument. 3 Onze Minister verstrekt ten behoeve van het onderzoek door een college van burgemeester en wethouders aan het college een op de ingezetenen van de gemeente betrekking hebbend overzicht van aandachtspunten. 4 artikel 4.3 van de wet De uittreksels, bedoeld in, bevatten de geaggregeerde resultaten van het onderzoek. Bij regeling van Onze Minister wordt voor de verschillende typen uittreksels het aggregatieniveau bepaald. 5 De uittreksels worden jaarlijks uiterlijk op een door Onze Minister vast te stellen tijdstip verzonden. 6 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de uitvoering van de onderzoeken en de inhoud van de uittreksels. 2021 439 28-09-2021 18-09-2021 2021 483 20-10-2021 13-10-2021 01-01-2022
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikel 4.6 van de wet De op grond vanaan het college van burgemeester en wethouders verstrekte gegevens worden toegevoegd aan het persoonsregister. 2 Onze Minister kan regels stellen omtrent de zorg voor het persoonsregister, het persoonskaartenarchief en het schakelregister. Daarbij kan worden bepaald dat het persoonsregister op een andere wijze dan in de vorm van persoonskaarten, bedoeld in het Besluit bevolkingsboekhouding, kan worden aangehouden en kan de vernietiging van persoonskaarten worden geregeld. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Onze Minister stelt regels omtrent heffingen in verband met de verstrekking van gegevens uit: a. het persoonskaartenarchief, bedoeld in het Besluit bevolkingsboekhouding; b. het schakelregister, bedoeld in het Besluit bevolkingsboekhouding; c. het centraal archief van overledenen, bestaande uit de persoonskaarten, bedoeld in artikel 69, tweede lid, van het Besluit bevolkingsboekhouding. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikelen 4.15 4.16 van de wet Onze Minister raadpleegt de desbetreffende gemeenten, overheidsorganen waaraan en derden aan wie systematisch gegevens worden verstrekt, inzake de overgang, bedoeld in deen. 2 Onze Minister stelt een schema vast waarin voor een betrokkene of groep van betrokkenen een tijdstip wordt vastgesteld voor de overgang van de oude naar de nieuwe voorzieningen of berichtuitwisseling. 3 Onze Minister kan verschillende tijdstippen vaststellen voor verschillende delen van de organisatie van de gemeente, het overheidsorgaan of de derde, of voor verschillende wijzen van verstrekking van gegevens. 4 wet De betrokkenen dragen er zorg voor dat zij op het desbetreffende tijdstip gereed zijn om uitvoering te geven aan demet behulp van de nieuwe voorzieningen of de nieuwe berichtuitwisseling. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 artikel 12 Onze Minister stelt in september van ieder kalenderjaar een korting vast voor het volgende jaar in verband met de toename van de kosten, bedoeld in, die gedurende dat jaar in verband met de overgang van de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens naar de basisregistratie personen plaatsvindt. 2 artikel 13 De ingevolge het eerste lid vastgestelde korting wordt in mindering gebracht op de kosten in verband met dat kalenderjaar bij de vaststelling van de abonnementsstructuur op grond van. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikel 26 Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald in welke gevallenniet van toepassing is in verband met de overgang van de oude naar de nieuwe voorzieningen of de overgang van de oude naar de nieuwe berichtuitwisseling. 2 hoofdstukken 2 3 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld in verband met de overgang, waarbij kan worden afgeweken van deenvan dit besluit, voor zover de afwijking noodzakelijk is in verband met een goede bijhouding en verstrekking van gegevens in de basisregistratie gedurende de overgang van de oude naar de nieuwe voorzieningen of de overgang van de oude naar de nieuwe berichtuitwisseling. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 artikel 13 artikel 6 van het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens In afwijking vangeldt voor het jaar 2014 de abonnementsstructuur die Onze Minister voor dat jaar heeft vastgesteld op grond vanzoals dat luidde op de laatste dag voor de intrekking van de. 2 artikel 13, derde lid artikel 4 van het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens Voor de toepassing van, wordt wat betreft het vaststellen van de abonnementsstructuur voor het jaar 2015, uitgegaan van vermindering van de bijdragen met de kosten, bedoeld inzoals dat luidde op de laatste dag voor de intrekking van de. 3 artikel 14 Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens Voor de toepassing vanwordt wat betreft het bij een betrokkene in rekening te brengen abonnementstarief voor het jaar 2014 gelet op het aantal netwerkberichten dat in het jaar 2013 ten laste van hem kwam op grond van hetzoals dat gold op de laatste dag voor de intrekking van de. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 artikel 31 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bij koninklijk besluit kunnen andere tijdstippen worden vastgesteld waarop de onderdelen vanin werking treden. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit basisregistratie personen. 2013 493 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 2#
artikelen 2
Artikel 23#
23
Artikel 32#
32
Artikel 36a#
36a
Artikel 4#
artikel 4
Artikel 37#
artikel 37
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 39#
artikel 39
Artikel 41#
artikel 41
Artikel 43#
artikel 43
Artikel 43#
artikel 43
Artikel 43a#
artikel 43a
Artikel 43a#
artikel 43a