Besluit van 28 januari 2014 tot aanwijzing van de gevallen waarin verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties tot het vestigen van rechtsmacht verplichten (Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht)
- BWB-id
- BWBR0034775
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0034775
- ELI
- /eli/nl/amvb/2014/besluit-internationale-verplichtingen-extraterritoriale-rech
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2014/besluit-internationale-verplichtingen-extraterritoriale-rech/2024-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0034775&g=2024-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0034775&z=2026-06-06&g=2024-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0034775/2024-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2014/besluit-internationale-verplichtingen-extraterritoriale-rech
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de wet: Wetboek van Strafrecht het; b. een terroristisch misdrijf: artikel 83 van de wet een misdrijf als bedoeld in; c. een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf: artikel 83b van de wet een misdrijf als bedoeld in. 2014 47 05-02-2014 28-01-2014 2014 103 14-03-2014 06-03-2014 01-07-2014
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich buiten Nederland schuldig maakt: a. 1°. artikel 168 van de wet aan het misdrijf omschreven in, begaan tegen een luchtvaartuig in bedrijf, indien dit een Nederlands luchtvaartuig is of wanneer de verdachte zich in Nederland bevindt; 2°. artikel 385a van de wet aan het misdrijf omschreven in, begaan aan boord van een luchtvaartuig in vlucht, wanneer de verdachte zich in Nederland bevindt; 3°. artikel 385b van de wet aan het misdrijf omschreven in, indien het daar bedoelde luchtvaartuig een Nederlands luchtvaartuig is of wanneer de verdachte zich in Nederland bevindt; 4°. artikel 385c van de wet aan het misdrijf omschreven in, wanneer het is begaan, hetzij tegen een Nederlands luchtvaartuig, hetzij aan boord van een luchtvaartuig dat vervolgens in Nederland landt met de verdachte aan boord; 5°. artikelen 162 162a 166 385d van de wet aan een van de misdrijven omschreven in de,,en, wanneer de verdachte zich in Nederland bevindt; 6°. artikelen 134a 140 140a 161quater 162 162a 163 166 168 173a 189 191 285 287 288 288a 289 300 tot en met 303 350 352 354 381 385a 385b 385c 385d van de wet artikelen 79 80 van de Kernenergiewet artikelen 3 10 17, eerste lid 33b van de Wet explosieven voor civiel gebruik artikel 1 van de Wet op de economische delicten artikelen 2 3, eerste lid 4 van de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens artikelen 3 4 van de Uitvoeringswet verdrag biologische wapens aan een van de misdrijven omschreven in de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, in deen, in de,,, enin samenhang met, in de,, ofin samenhang met artikel 1 van de Wet op de economische delicten, in deof, in samenhang met artikel 1 van de Wet op de economische delicten, voor zover het feit valt onder de omschrijving van artikel 1 van het op 10 september 2010 te Beijing tot stand gekomen Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen betreffende de burgerluchtvaart of van artikel II van het op 10 september 2010 te Beijing tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen en hetzij het feit is gepleegd tegen een Nederlander, hetzij de verdachte zich in Nederland bevindt; 7°. aan enig strafbaar feit waardoor de veiligheid van een luchtvaartuig, de veiligheid van personen of goederen aan boord of de goede orde en discipline aan boord in gevaar wordt gebracht, indien het strafbare feit is begaan aan boord van een luchtvaartuig waarvan het laatste punt van opstijgen of het volgende beoogde landingspunt zich in Nederland bevindt en dat luchtvaartuig vervolgens in Nederland landt met de verdachte nog aan boord; b. 1°. artikelen 140 157 161quater 166 168 173a 189 285 287 288 289 302 303 350 352 354 385a, vierde lid 385b, tweede lid 385c 413 van de wet artikelen 79 80 van de Kernenergiewet 2, eerste en derde lid 3 4 van de Uitvoeringswet verdrag biologische wapens in samenhang artikel 1 van de Wet op de economische delicten artikelen 2 3, eerste lid, van de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens aan een van de misdrijven omschreven in de,,,,,,,,,,,,,,,,,,en, in deen, in de artikelen,enmet, en in deenin samenhang met artikel 1 van de Wet op de economische delicten, indien het feit is begaan tegen een Nederlands zeegaand vaartuig, hetzij tegen of aan boord van enig ander zeegaand vaartuig en de verdachte zich in Nederland bevindt; 2°. artikelen 161quater 173a 285 287 288 289 302 303 350 352 354 385a, vierde lid 385b, tweede lid, van de wet aan een van de misdrijven omschreven in de,,,,,,,,,,,, en, begaan op of tegen een installatie ter zee, wanneer de verdachte zich in Nederland bevindt; c. artikel 282a van de wet aan het misdrijf omschreven in, wanneer hetzij het feit is begaan met het oogmerk een Nederlandse overheid te dwingen een handeling te verrichten of zich te onthouden van het verrichten daarvan, hetzij de verdachte zich in Nederland bevindt; d. 1°. artikelen 117 117a 117b 285 van de wet artikel 87b, eerste lid, van de wet aan een van de misdrijven omschreven in de,,en, voor zover het feit is begaan tegen een in Nederlandse dienst zijnde, of tot zijn gezin behorende, internationaal beschermd persoon als bedoeld inof tegen diens beschermde goederen; 2°. artikelen 117 117a 117b 282a 285 van de wet artikel 87b, tweede lid, van de wet aan een van de misdrijven omschreven in de,,,en, voor zover het feit is begaan tegen een internationaal beschermd persoon als bedoeld indie Nederlander is, of tegen diens beschermde goederen; 3°. artikelen 117 117a 117b 285 van de wet artikel 87b, eerste of tweede lid, van de wet aan een van de misdrijven omschreven in de,,en, voor zover het feit is begaan tegen een internationaal beschermd persoon als bedoeld inof tegen diens beschermde goederen, wanneer de verdachte zich in Nederland bevindt; e. artikelen 115 117 117b 121 tot en met 123 157 161 161bis 161quater 161sexies 162 162a 164 166 168 170 172 173a 285 287 288 289 350 350a 351 352 354 385b 385d van de wet aan een terroristisch misdrijf dan wel een van de misdrijven omschreven in de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 2 van het op 15 december 1997 te New York totstandgekomen Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslagen en hetzij het feit is begaan tegen een Nederlander, hetzij de verdachte zich in Nederland bevindt; f. artikel 421 van de wet aan het misdrijf omschreven inen het feit is gericht tegen een Nederlander, dan wel de verdachte zich in Nederland bevindt; g. artikelen 157 161quater 284, eerste lid 284a 285 310 tot en met 312 317 318 321 322 326 van de wet artikelen 79 80 van de Kernenergiewet aan een van de misdrijven omschreven in de,,,,,,,,,en, en in deen, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 7 van het op 3 maart 1980 te Wenen/New York totstandgekomen Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal, wanneer de verdachte zich in Nederland bevindt; h. artikelen 161quater 173a 284, eerste lid 284a 285 310 tot en met 312 317 318 van de wet artikelen 15 21 29, eerste lid 32, eerste lid 34, eerste lid 67, eerste lid 73 76, derde lid 76a van de Kernenergiewet artikel 1a van de Wet op de economische delicten artikelen 79 80 van de Kernenergiewet aan een van de misdrijven omschreven in de,,,,,,en, en in de,,,,,,,, enjuncto, en in deen, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 2 van het op 13 april 2005 te New York totstandgekomen Internationaal Verdrag ter bestrijding van daden van nucleair terrorisme en hetzij het feit is begaan tegen een Nederlander, hetzij de verdachte zich in Nederland bevindt. 2 artikel 273f van de wet De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de misdrijven omschreven in, voor zover het feit is begaan tegen een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt. 3 bijlage Devan dit besluit vermeldt de verdragen die tot het vestigen van rechtsmacht als bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met d, f, en het tweede lid verplichten. 2020 530 18-12-2020 08-12-2020 2020 531 18-12-2020 08-12-2020 01-01-2021
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich buiten Nederland schuldig maakt: a. artikel 273f van de wet artikelen 231 321 350 416 tot en met 417bis van de wet aan een van de misdrijven omschreven in, en in de,,en, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 20 van het op 16 mei 2005 te Warschau totstandgekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel, indien het feit is begaan tegen een Nederlander; b. artikelen 241 243 245 tot en met 250 251 tot en met 253 273f van de wet aan een van de misdrijven omschreven in de,enenen, indien het feit is begaan tegen een Nederlander of een vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft welke Nederlander of vreemdeling de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt; c. artikelen 151d 151e 241 243 245 tot en met 250 251 252 266 273f 284 285 285b 285c 296 300 tot en met 304 van de wet aan een van de misdrijven omschreven in de,,,,,en,,,,,,,en, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 33 tot en met 40 van het op 11 mei 2011 te Istanboel tot stand gekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, indien het feit is begaan tegen een Nederlander of een vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft. 2 artikelen 138ab 138b 139c 139d 161sexies 225 226 227 151e 252 326 326c 350 350a 351 van de wet artikelen 137c tot en met 137e 261 262 266 284 285 De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de misdrijven omschreven in de,,,,,,,,,,,,,en, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 2 tot en met 10 van het op 23 november 2001 te Budapest totstandgekomen Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken en een van de misdrijven omschreven in de,,,,en, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 3 tot en met 6 van het op 28 januari 2003 te Straatsburg totstandgekomen Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken, betreffende de strafbaarstelling van handelingen van racistische en xenofobische aard verricht via computersystemen. 3 artikel 273f van de wet artikelen 231 321 350 416 tot en met 417bis van de wet De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander of de vreemdeling die een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de misdrijven omschreven in, voor zover het feit is begaan tegen een persoon die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, en in de,,en, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 20 van het op 16 mei 2005 te Warschau totstandgekomen Verdrag inzake bestrijding van mensenhandel, indien het feit is begaan buiten de rechtsmacht van enige staat. 4 artikelen 131 132 134a 140a 205 van de wet De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de misdrijven omschreven in de,,,en, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 5, 6, 7 en 9 van het op 16 mei 2005 te Warschau tot stand gekomen Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2006, 34). 5 artikelen 151d 151e 241 243 245 tot en met 250 251 252 266 273f 284 285 285b 285c 296 300 tot en met 304 van de wet De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander of de vreemdeling die een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de misdrijven omschreven in de,,,,,en,,,,,,,en, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 33 tot en met 40 van het op 11 mei 2011 te Istanboel tot stand gekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. 6 artikelen 134a 140a 421 van de wet De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de misdrijven omschreven in de,en, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 2 tot en met 6 van het op 22 oktober 2015 te Riga tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2016, 180). 7 In de gevallen, bedoeld in het derde lid, kan de vervolging ook plaatshebben, indien de verdachte eerst na het begaan van het feit een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft gekregen. 8 bijlage Devan dit besluit vermeldt het verdrag dat tot het vestigen van rechtsmacht als bedoeld in het eerste lid, onder b, verplicht. 2024 60 27-03-2024 25-03-2024 2024 61 27-03-2024 25-03-2024 01-07-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet seksuele
misdrijven in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich buiten Nederland schuldig maakt: a. artikel 177 van de wet Aan het misdrijf omschreven in, voor zover het feit is begaan tegen een Nederlander of een Nederlandse ambtenaar en daarop door de wet van het land waar het is begaan, straf is gesteld; b. artikelen 177 225 227b 323a van de wet aan een van de misdrijven omschreven in de,,en, voor zover het feit is begaan door een Nederlandse ambtenaar of door een persoon in de openbare dienst van een in Nederland gevestigde volkenrechtelijke organisatie en daarop door de wet van het land waar het is begaan, straf is gesteld; c. aan een terroristisch misdrijf, indien het misdrijf is begaan met het oogmerk de bevolking of een deel der bevolking van Nederland vrees aan te jagen, een Nederlandse overheid of een in Nederland gevestigde instelling of organisatie van de Europese Unie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, of de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van Nederland of een in Nederland gevestigde instelling of organisatie van de Europese Unie ernstig te ontwrichten of te vernietigen; d. aan een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, indien het misdrijf is begaan met het oogmerk een terroristisch misdrijf als in onderdeel c omschreven voor te bereiden of gemakkelijk te maken. 2 artikelen 131, tweede lid 132, derde lid 134a 205, derde lid 225, derde lid 311, eerste lid, onder 6° 312, tweede lid, onder 5° 317, derde lid 421 van de wet. De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander of de vreemdeling die een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een terroristisch misdrijf dan wel een van de misdrijven omschreven in de,,,,,,,, jo. 312, tweede lid, onder 5°, en 3 artikelen 363 tot en met 364a van de wet De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de persoon in de openbare dienst van een in Nederland gevestigde volkenrechtelijke organisatie die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de misdrijven omschreven in de. 4 artikel 273f van de wet De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander of de vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft, die zich buiten Nederland schuldig maakt aan het misdrijf omschreven in. 5 artikel 273f van de wet De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich buiten Nederland schuldig maakt aan het misdrijf omschreven in, indien het feit is gepleegd tegen een Nederlander of een vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft. 6 artikelen 177 178 225, eerste en tweede lid 227a 227b 323a 326 363 364 420bis tot en met 420ter van de wet artikelen 69 69a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander of de vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft, die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de misdrijven omschreven in de,,,,,,,,enen deen, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 3, 4 en 5 van de richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PbEU 2017, L 198). 7 artikelen 420bis tot en met 420ter van de wet De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander of de vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft, die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de misdrijven omschreven in de, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 3 en 4 van richtlijn (EU) 2018/1673 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 inzake de strafrechtelijke bestrijding van het witwassen van geld (PbEU 2018, L 284). 8 artikelen 138ab 138b 138c 139c 139d 225 232 234 310 312, tweede lid, onder 3° 317 321 326 350a 350c 350d, onderdeel a, van de wet richtlijn (EU) 2019/713 De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander of de vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft, die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de misdrijven omschreven in de,,,,,,,,,,,,,,,, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 3 tot en met 8 van devan het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de bestrijding van fraude met en vervalsing van niet contante betaalmiddelen en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/413/JBZ van de Raad (PbEU 2019, L123); 9 In de gevallen, bedoeld in tweede en het vierde lid, kan de vervolging ook plaatshebben, indien de verdachte eerst na het begaan van het feit een vaste woon- of verblijfplaats heeft gekregen. 10 bijlage Devan dit besluit vermeldt de verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties die tot het vestigen van rechtsmacht als bedoeld in het eerste tot en met vijfde lid verplichten. 2021 315 30-06-2021 29-06-2021 2021 315 30-06-2021 29-06-2021 01-07-2021
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2014 47 05-02-2014 28-01-2014 2014 103 14-03-2014 06-03-2014 01-07-2014
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht. 2014 47 05-02-2014 28-01-2014 2014 103 14-03-2014 06-03-2014 01-07-2014
Artikel 2#
Artikel 2, eerste lid, onder a
Artikel 2#
Artikel 2, eerste lid, onder b
Artikel 2#
Artikel 2, eerste lid, onder c
Artikel 2#
Artikel 2, eerste lid, onder d
Artikel 2#
Artikel 2, eerste lid, onder f
Artikel 2#
Artikel 2, tweede lid
Artikel 3#
Artikel 3, eerste lid, onder b
Artikel 4#
Artikel 4, eerste lid, onder a en b, en derde lid
Artikel 4#
Artikel 4, eerste lid, onder c en d, en tweede lid
Artikel 4#
Artikel 4, vierde en vijfde lid