Besluit van 5 november 2014, houdende regels ter uitvoering van de Jeugdwet (Besluit Jeugdwet)
- BWB-id
- BWBR0035779
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0035779
- ELI
- /eli/nl/amvb/2014/besluit-jeugdwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2014/besluit-jeugdwet/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0035779&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0035779&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0035779/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2014/besluit-jeugdwet
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: – beroepsregister: register waarin beoefenaren van beroepen in het jeugddomein worden ingeschreven en dat tot doel heeft de kwaliteit van de beroepsbeoefening te bevorderen en te handhaven; – geregistreerde jeugdprofessional: beroepsbeoefenaar die is ingeschreven in het kwaliteitsregister jeugd; – geregistreerde professional: artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg geregistreerde jeugdprofessional of beroepsbeoefenaar die als arts, verpleegkundige, gezondheidszorgpsycholoog, orthopedagoog-generalist of psychotherapeut is ingeschreven in een register als bedoeld in; – gezinsvoogdijwerker: artikel 255 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek artikel van 257 Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek medewerker van een gecertificeerde instelling, belast met het uitvoeren van de ondertoezichtstelling, bedoeld inen de voorlopige ondertoezichtstelling, bedoeld in; – interne toezichthouder: artikel 4.4.1, eerste lid, onderdeel a, van de wet interne toezichthouder als bedoeld in; – jeugddomein: terrein waarop aanbieders van jeugdhulp, uitvoerders van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, Veilig Thuis-organisaties, colleges voor zover het betreft de toeleiding naar, advisering over en de bepaling van de aangewezen voorziening, justitiële jeugdinrichtingen, Halt-bureaus en de raad voor de kinderbescherming, werkzaam zijn; – jeugdreclasseringswerker: medewerker van een gecertificeerde instelling, belast met het uitvoeren van jeugdreclassering; – klacht: artikel 6.5.1, eerste lid, van de wet klacht als bedoeld in; – klachtencommissie: artikel 4.2.1, tweede lid, van de wet artikel 6.5.1, eerste lid, van de wet klachtencommissie, bedoeld in, voor zover deze klachten behandelt over een beslissing als bedoeld in; – klager: artikel 6.5.1, eerste lid, van de wet degene die een klacht als bedoeld inindient; – kwaliteitsregister jeugd: artikel 5.2.1, eerste lid door Onze Ministers op grond van, erkend register; – multidisciplinaire jeugdhulp: het gezamenlijk en in onderlinge samenhang verlenen van jeugdhulp door jeugdhulpverleners van verschillende disciplines dan wel het gezamenlijk en in onderlinge samenhang verlenen van jeugdhulp en zorg door jeugdhulpverleners en zorgverleners; – registerstichting: artikel 5.2.1, tweede lid stichting, bedoeld in; – SBV-Z: artikel 11 van het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg sectorale berichtenvoorziening in de zorg als bedoeld in; – voogdijwerker: Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek medewerker van een gecertificeerde instelling, belast met het uitvoeren van de voogdij en de voorlopige voogdij op grond van; – vreemdeling: Vreemdelingenwet 2000 vreemdeling als bedoeld in de; – wet: Jeugdwet . 2025 357 14-11-2025 05-11-2025 2025 358 14-11-2025 05-11-2025 01-01-2026
Artikel 1.2 — Artikel 1.2#
Artikel 1.2 1 artikel 1.3, tweede lid, van de wet De verantwoordelijkheid van het college, bedoeld ingeldt tevens ten aanzien van vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt. 2 Indien ten aanzien van een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid een voorziening inhoudende jeugdhulp met verblijf aangewezen is, treft het college slechts een voorziening inhoudende verblijf bij een pleegouder, indien dit noodzakelijk is in het belang van de ontwikkeling van die vreemdeling. Indien het college voor een vreemdeling verblijf bij een pleegouder geboden acht, geeft hij aan waarom hij verblijf in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder niet aangewezen acht. 3 De duur van de voorziening voor een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid, is in overeenstemming met de verwachte duur van het verblijf in Nederland en is ten hoogste een half jaar. 4 artikel 2.3, eerste lid, van de wet artikel 3.5, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 Indien het college een voorziening als bedoeld intreft ten behoeve van een vreemdeling, is de duur van die voorziening ten hoogste een half jaar, indien de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, die is verleend onder de beperking die verband houdt met tijdelijke humanitaire gronden als bedoeld in. 2016 408 02-11-2016 13-10-2016 2016 408 02-11-2016 13-10-2016 29-11-2016
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 artikel 2.14, eerste lid, van de wet Ter uitvoering van de taken, bedoeld in, draagt het college zorg voor de beschikbaarheid van relevante deskundigheid met betrekking tot: a. opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, b. opvoedingssituaties waardoor jeugdigen mogelijk in hun ontwikkeling worden bedreigd, c. taal- en leerproblemen, d. somatische aandoeningen, e. lichamelijke of verstandelijke beperkingen, en f. kindermishandeling en huiselijk geweld. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 2.2 — Artikel 2.2#
Artikel 2.2 artikel 11aa, eerste lid, van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens Het college draagt er zorg voor dat de ambtenaar of de functionaris, bedoeld in, in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in, die niet ouder is dan twee jaar. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 2.3 — Artikel 2.3#
Artikel 2.3 1 artikel 2.11, tweede lid, van de wet Bij verordening als bedoeld inwordt aandacht besteed aan de wijze waarop tariefdifferentiatie wordt bevorderd en wordt geregeld dat de prijs voor een dienst ten minste wordt gebaseerd op de volgende kostprijselementen: a. kosten van beroepskrachten (cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden); b. cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten; c. overheadkosten, en d. kosten voor indexering. 2 Bij ministeriële regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld over de indexering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d. 3 artikel 2.11, tweede lid, van de wet Een verordening als bedoeld inverplicht het college om bij door hem gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen te bedingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden indien zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen, bedoeld in het eerste lid. 4 Het eerste tot en met derde lid gelden voor een subsidie slechts voor zover zij wordt verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouders en met de subsidie wordt beoogd de te subsidiëren diensten volledig te bekostigen. 2024 69 27-03-2024 11-03-2024 2024 70 27-03-2024 11-03-2024 01-07-2024 Artikel IV van Stb. 2024/69 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2.2.1 — Artikel 2.2.1#
Artikel 2.2.1 In de regiovisie wordt in ieder geval opgenomen: a. artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a de wijze waarop de gemeenten in de regio samen met jeugdhulpaanbieders en professionals in algemene zin afstemmen over schaarste van de vormen van jeugdhulp bedoeld in; b. de aanpak van wachttijden en de wijze waarop de gemeenten in de regio samen met jeugdhulpaanbieders maximaal aanvaardbare wachttijden formuleren; c. een voorziening waarmee inspraak mogelijk wordt gemaakt voor jeugdigen en diens wettelijk vertegenwoordigers; d. artikel 2.19, eerste lid, onderdeel c, van de wet de wijze waarop de afstemming, bedoeld inplaatsvindt; e. artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, van de wet de wijze waarop de afstemming en verbinding wordt geborgd tussen de op grond vangecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulp en gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en 1°. de vormen van jeugdhulp die zijn gecontracteerd door een door alle gemeenten gezamenlijk in stand gehouden landelijk werkende organisatie en waarbij alle gemeenten in de regio uitsluitend gebruikmaken van dat landelijk gecontracteerde aanbod; 2°. de vormen van jeugdhulp die door de colleges worden gecontracteerd of gesubsidieerd; f. artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, van de wet de wijze waarop de verbinding wordt geborgd tussen de op grond vangecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulp en gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en 1°. Wet publieke gezondheid jeugdgezondheidszorg als bedoeld in de; 2°. Wet langdurige zorg Zorgverzekeringswet zorg of diensten als omschreven bij of krachtens deen de; 3°. artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in; 4°. Wet op het primair onderwijs Wet voortgezet onderwijs 2020 Wet op de expertisecentra ondersteuning als bedoeld in de, deof de; g. de wijze waarop wordt voorzien in regionale expertteams. 2025 357 14-11-2025 05-11-2025 2025 358 14-11-2025 05-11-2025 01-01-2027
Artikel 2.2.2 — Artikel 2.2.2#
Artikel 2.2.2 1 artikel 2.17 van de wet De regio’s, bedoeld in, zijn: – Achterhoek; – Alkmaar; – Amsterdam-Amstelland; – Centraal Gelderland; – Drenthe; – Eemland; – Een 10 voor de jeugd; – Flevoland; – Friesland; – Gooi- en Vechtstreek; – Groningen; – Haaglanden; – Haarlemmermeer; – Hart van Brabant; – Holland-Rijnland; – IJsselland; – JeugdFV; – Kop van Noord-Holland; – Lekstroom; – Midden-Holland; – Midden IJssel/Oost Veluwe; – Midden-Limburg; – Noord Limburg; – Noord Veluwe; – Noordoost Brabant; – Rijk van Nijmegen; – Rijnmond; – Rivierenland; – Samen voor Jeugd; – Twente; – Utrecht Stad; – Utrecht West; – West Brabant Oost; – West Brabant West; – West Friesland; – Zaanstreek-Waterland; – Zeeland; – Zuid Holland Zuid; – Zuid-Kennemerland IJmond; – Zuid Limburg; en – Zuidoost-Utrecht. 2 bijlage In debehorende bij dit besluit is opgenomen welke gemeenten tot welke regio behoren. 2025 357 14-11-2025 05-11-2025 2025 358 14-11-2025 05-11-2025 01-01-2027
Artikel 2.2.3 — Artikel 2.2.3#
Artikel 2.2.3 artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet De vormen van jeugdhulp, bedoeld inzijn: a. jeugdhulp met verblijf; b. artikel 1.1 van de wet pleegzorg als bedoeld in; c. multidisciplinaire specialistische jeugdhulp in verband met meervoudige of complexe problemen, waarbij: 1°. de jeugdige als gevolg van de betreffende problemen aanzienlijke beperkingen in het dagelijks functioneren ervaart; 2°. sprake is van: – een hoog risico voor de jeugdige of diens omgeving; – ernstige ontwikkelingsproblemen; – ernstige opvoedproblemen; of – crimineel gedrag dan wel een vermoeden daarvan; en 3°. in het geval van multidisciplinaire specialistische jeugdhulp mede bestaande uit geestelijke gezondheidszorg tevens: – sprake is van een psychische aandoening of een vermoeden daarvan; en – onvoldoende resultaat wordt verwacht of is gebleken van jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of monodisciplinaire specialistische geestelijke gezondheidszorg; d. artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht jeugdhulp die wordt verleend door een forensische jeugdhulpaanbieder, mede is gericht op het voorkomen van recidive en is gesteld als bijzondere voorwaarde als bedoeld inof wordt verleend ter uitvoering van jeugdreclassering; e. jeugdhulp in verband met een zintuiglijke beperking; f. jeugdhulp bestaande uit crisishulp die gezien de ernst van de problemen 7 x 24 uur beschikbaar is; g. multidisciplinaire jeugdhulp bestaande uit dagbehandeling in groepsverband aan jeugdigen met een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking, ernstige psychische problemen, opvoedproblemen dan wel een vermoeden daarvan of ernstige gedragsproblemen; h. jeugdhulp bestaande uit hoogspecialistische geestelijke gezondheidszorg aan jeugdigen die onvoldoende baat hebben gehad of naar verwachting zullen hebben bij jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of specialistische geestelijke gezondheidszorg en waarbij sprake is van één of meer ernstige, complexe of zeldzame aandoeningen dan wel van een voorspelbaar ernstig beloop van klachten; i. specialistische jeugdhulp in verband met seksueel misbruik, geweld in afhankelijkheidsrelaties of eergerelateerd geweld; j. jeugdhulp in verband met ernstige problemen op het gebied van onzindelijkheid. 2025 357 14-11-2025 05-11-2025 2025 358 14-11-2025 05-11-2025 01-01-2027
Artikel 2.2.3a — Artikel 2.2.3a#
Artikel 2.2.3a 1 artikel 10.3, eerste lid, onderdeel a, van de wet De vormen van jeugdhulp, bedoeld in, zijn: a. jeugdhulp met verblijf; b. artikel 1.1 van de wet pleegzorg als bedoeld in; c. multidisciplinaire specialistische jeugdhulp in verband met meervoudige of complexe problemen, waarbij: 1°. de jeugdige als gevolg van de betreffende problemen aanzienlijke beperkingen in het dagelijks functioneren ervaart; 2°. sprake is van: – een hoog risico voor de jeugdige of diens omgeving; – ernstige ontwikkelingsproblemen; – ernstige opvoedproblemen; of – crimineel gedrag dan wel een vermoeden daarvan; en 3°. in het geval van multidisciplinaire specialistische jeugdhulp mede bestaande uit geestelijke gezondheidszorg tevens: – sprake is van een psychische aandoening of een vermoeden daarvan; en – onvoldoende resultaat wordt verwacht of is gebleken van jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of monodisciplinaire specialistische geestelijke gezondheidszorg; d. artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht jeugdhulp die wordt verleend door een forensische jeugdhulpaanbieder, mede is gericht op het voorkomen van recidive en is gesteld als bijzondere voorwaarde als bedoeld inof wordt verleend ter uitvoering van jeugdreclassering; e. jeugdhulp in verband met een zintuiglijke beperking; f. jeugdhulp bestaande uit crisishulp die gezien de ernst van de problemen 7 x 24 uur beschikbaar is; g. multidisciplinaire jeugdhulp bestaande uit dagbehandeling in groepsverband aan jeugdigen met een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking, ernstige psychische problemen, opvoedproblemen dan wel een vermoeden daarvan of ernstige gedragsproblemen; h. jeugdhulp bestaande uit hoogspecialistische geestelijke gezondheidszorg aan jeugdigen die onvoldoende baat hebben gehad of naar verwachting zullen hebben bij jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of specialistische geestelijke gezondheidszorg en waarbij sprake is van één of meer ernstige, complexe of zeldzame aandoeningen dan wel van een voorspelbaar ernstig beloop van klachten; i. specialistische jeugdhulp in verband met seksueel misbruik, geweld in afhankelijkheidsrelaties of eergerelateerd geweld; j. jeugdhulp in verband met ernstige problemen op het gebied van onzindelijkheid. 2 Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2025 357 14-11-2025 05-11-2025 2025 358 14-11-2025 05-11-2025 01-01-2026
Artikel 2.2.4 — Artikel 2.2.4#
Artikel 2.2.4 artikel 2.19, eerste lid, onderdeel c, onder 1°, van de wet De vormen van jeugdhulp, bedoeld inzijn: a. jeugdhulp met verblijf voor zover: 1°. artikel 1.1 van de wet sprake is van gesloten jeugdhulp als bedoeld in; of 2°. deze jeugdhulp mede is gericht op de drie milieus wonen, onderwijs en vrije tijd; b. jeugdhulp die wordt verleend door een forensische jeugdhulpaanbieder, mede is gericht op het voorkomen van recidive en: 1°. artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht is gesteld als bijzondere voorwaarde als bedoeld inof wordt verleend ter uitvoering van jeugdreclassering; en 2°. geen sprake is van jeugdhulp met verblijf; c. jeugdhulp bestaande uit crisishulp die gezien de ernst van de problematiek 7 x 24 uur beschikbaar is; d. multidisciplinaire specialistische jeugdhulp bestaande uit geestelijke gezondheidszorg in verband met complexe verslavingsproblematiek. 2025 357 14-11-2025 05-11-2025 2025 358 14-11-2025 05-11-2025 01-01-2027
Artikel 3.1.1 — Artikel 3.1.1#
Artikel 3.1.1 1 Als certificerende instelling wordt aangewezen een instelling die: a. rechtspersoonlijkheid heeft, b. onafhankelijk is, c. haar zetel of vestiging in Nederland heeft, d. beschikt over voldoende deskundigheid en toerusting om de uitvoering van de taken naar behoren te vervullen, e. beschikt over een behoorlijke administratie waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op de uitvoering van haar taken, op een systematische wijze zijn vastgelegd, en f. verzekerd is tegen wettelijke aansprakelijkheid voor risico’s die voortvloeien uit de uitoefening van haar taken. 2 De aanwijzing geschiedt voor een periode van vijf jaar. 3 Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie kunnen nadere regels gesteld worden met betrekking tot het eerste lid. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 3.1.2 — Artikel 3.1.2#
Artikel 3.1.2 wet Onze Minister van Veiligheid en Justitie ziet toe op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering van het bepaalde bij of krachtens dedoor de certificerende instelling. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 3.1.3 — Artikel 3.1.3#
Artikel 3.1.3 1 De certificerende instelling verstrekt desgevraagd kosteloos aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. 2 De certificerende instelling zendt Onze Minister van Veiligheid en Justitie jaarlijks een verslag van de uitgevoerde werkzaamheden, de rechtmatigheid en doeltreffendheid van die werkzaamheden en de werkwijze in het afgelopen jaar. Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit verslag. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 3.1.4 — Artikel 3.1.4#
Artikel 3.1.4 1 Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan de certificerende instelling algemene aanwijzingen geven met betrekking tot de uitoefening van haar taak. 2 De certificerende instelling is gehouden overeenkomstig de aanwijzingen te handelen. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 3.1.5 — Artikel 3.1.5#
Artikel 3.1.5 1 artikel 3.1.1 Indien naar het oordeel van Onze Minister van Veiligheid en Justitie de certificerende instelling haar taak niet naar behoren vervult, kan Onze Minister van Veiligheid en Justitie de aanwijzing, bedoeld inintrekken. 2 De aanwijzing wordt niet eerder ingetrokken dan nadat de certificerende instelling in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister van Veiligheid en Justitie te stellen termijn alsnog haar taken naar behoren uit te voeren. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 3.1.6 — Artikel 3.1.6#
Artikel 3.1.6 wet Gedurende de looptijd van de aanwijzing als certificerende instelling stelt Onze Minister van Veiligheid en Justitie vast of de instelling nog steeds voldoet aan de bij of krachtens degestelde voorschriften. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 3.2.1 — Artikel 3.2.1#
Artikel 3.2.1 1 De aanvraag voor een certificaat of een voorlopig certificaat wordt ingediend bij de certificerende instelling. 2 De certificerende instelling beslist binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag. 3 De vergoeding voor de behandeling van de aanvraag van een certificaat of een voorlopig certificaat is de aanvrager verschuldigd aan de gecertificeerde instelling. 4 Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan voor de uitvoering van de in het eerste en tweede lid bedoelde werkzaamheden maximumtarieven vaststellen. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 22-11-2014
Artikel 3.2.2 — Artikel 3.2.2#
Artikel 3.2.2 Een certificaat of een voorlopig certificaat wordt geschorst of ingetrokken door de certificerende instelling: a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan de certificerende instelling bij de afgifte van het certificaat redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de certificerende instelling het certificaat niet zou hebben afgegeven; b. op grond van door de gecertificeerde instelling verstrekte onjuiste inlichtingen over feiten of omstandigheden, mits de onjuistheid daarvan aan de gecertificeerde instelling bekend was of kon zijn; c. artikel 3.4, vierde lid, van de wet indien de gecertificeerde instelling niet meer voldoet aan het normenkader, bedoeld in, of d. indien de gecertificeerde instelling haar wettelijke verplichtingen niet meer naar behoren nakomt of de taken waarvoor zij is gecertificeerd niet meer naar behoren uitvoert. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 3.2.3 — Artikel 3.2.3#
Artikel 3.2.3 1 artikel 3.4, vierde lid, van de wet Gedurende de looptijd van het certificaat stelt de certificerende instelling jaarlijks vast of de gecertificeerde instelling nog voldoet aan het normenkader, bedoeld in. 2 De kosten van de controle, bedoeld in het eerste lid, zijn voor rekening van de gecertificeerde instelling. 3 De gecertificeerde instelling verstrekt de certificerende instelling desgevraagd kosteloos alle informatie die nodig is voor de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens dit artikel. 4 Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de controle, bedoeld in het eerste lid. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 4.0.1 — Artikel 4.0.1#
Artikel 4.0.1 artikel 4.0.1, eerste lid, van de wet De meldplicht, bedoeld in, is niet van toepassing op de volgende categorieën van jeugdhulpaanbieders: a. artikel 2.3, tweede lid, van de wet jeugdhulpaanbieders die uitsluitend jeugdhulp leveren die bestaat uit het vervoer van een jeugdige, bedoeld in; en b. gemeenten. 2021 159 31-03-2021 17-03-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 4.0.a1 — Artikel 4.0.a1#
Artikel 4.0.a1 Artikel 4.4.1 van de wet is niet van toepassing op de volgende categorieën van jeugdhulpaanbieders: a. artikel 2.3, tweede lid, van de wet jeugdhulpaanbieders die uitsluitend jeugdhulp leveren die bestaat uit het vervoer van een jeugdige, bedoeld in; en b. gemeenten. 2025 357 14-11-2025 05-11-2025 2025 358 14-11-2025 05-11-2025 01-01-2026
Artikel 4.0.a2 — Artikel 4.0.a2#
Artikel 4.0.a2 1 De interne toezichthouder bestaat uit ten minste drie natuurlijke personen. 2 Een persoon wordt voor ten hoogste vier jaar aangesteld als lid van de interne toezichthouder van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling. Deze periode kan eenmaal met ten hoogste vier jaar worden verlengd. De al dan niet aaneengesloten totale periode waarin een persoon lid is van de interne toezichthouder van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling is ten hoogste acht jaar. 2025 357 14-11-2025 05-11-2025 2025 358 14-11-2025 05-11-2025 01-01-2026
Artikel 4.0.a3 — Artikel 4.0.a3#
Artikel 4.0.a3 1 De jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling borgt de onafhankelijke taakvervulling door de interne toezichthouder. Dit betekent in ieder geval dat: a. een lid van de interne toezichthouder geen andere financiële vergoeding van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling ontvangt dan een passende vergoeding voor de als lid van de interne toezichthouder verrichte werkzaamheden; b. een lid van de interne toezichthouder, diens echtgenoot of andere levensgezel, pleegkind of bloed- of aanverwant tot in de tweede graad: 1°. tijdens dan wel in de periode van drie jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder geen lid is van de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling; 2°. in de periode van een jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder niet tijdelijk heeft voorzien in de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling bij belet of ontstentenis van een of meer leden van de dagelijkse of algemene leiding; 3°. tijdens dan wel in de periode van drie jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder geen werknemer van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling is dan wel krachtens een overeenkomst van opdracht werkzaamheden voor de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling heeft verricht; 4°. tijdens dan wel in de periode van drie jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder geen zakelijke relatie onderhoudt met de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling die de onafhankelijkheid van het lid van de interne toezichthouder dan wel het vertrouwen in die onafhankelijkheid in gevaar brengt; 5°. geen lid is van de dagelijkse of algemene leiding van een andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling indien een lid van de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde lid is van de interne toezichthouder van die andere jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling; 6°. geen aandelen in de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling houdt; 7°. geen lid is van de dagelijkse of algemene leiding van een rechtspersoon die aandelen in de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling houdt dan wel van een andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling die binnen het verzorgingsgebied van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling geheel of gedeeltelijk dezelfde werkzaamheden verricht; 8°. artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek geen lid is van de interne toezichthouder van een andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling die binnen het verzorgingsgebied van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling geheel of gedeeltelijk dezelfde werkzaamheden verricht, tenzij die andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling een dochtermaatschappij van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling is als bedoeld inof die andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling met de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling is verbonden in een groep als bedoeld in; 9°. artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek geen lid is van de interne toezichthouder van een rechtspersoon die aandelen in de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling houdt, tenzij die rechtspersoon met de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling is verbonden in een groep als bedoeld in. 2 artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Met jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt gelijkgesteld een dochtermaatschappij van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling als bedoeld inalsmede met de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling in een groep verbonden rechtspersonen of vennootschappen als bedoeld in. 3 Onder lid van de dagelijkse of algemene leiding als bedoeld in de subonderdelen 1°, 5° en 7° van onderdeel b van het eerste lid, wordt mede verstaan de natuurlijke persoon die het beleid van de instelling heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij lid van de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling. 2025 357 14-11-2025 05-11-2025 2025 358 14-11-2025 05-11-2025 01-01-2026
Artikel 4.0.a4 — Artikel 4.0.a4#
Artikel 4.0.a4 1 De interne toezichthouder richt zich bij de vervulling van zijn taak naar het belang van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling, het te behartigen maatschappelijke belang en het belang van de betrokken belanghebbenden. 2 De interne toezichthouder stelt een profielschets op voor de leden van de interne toezichthouder rekening houdend met de aard van de instelling, diens activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van de interne toezichthouder. 2025 357 14-11-2025 05-11-2025 2025 358 14-11-2025 05-11-2025 01-01-2026
Artikel 4.0.a5 — Artikel 4.0.a5#
Artikel 4.0.a5 1 De jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling verschaft de interne toezichthouder tijdig, en desgevraagd schriftelijk, de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke gegevens. 2 De jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde stelt de interne toezichthouder voorts ten minste eenmaal per jaar schriftelijk op de hoogte van in ieder geval: a. de hoofdlijnen van het strategisch beleid; b. de algemene en financiële risico’s; en c. het beheers- en controlesysteem. 2025 357 14-11-2025 05-11-2025 2025 358 14-11-2025 05-11-2025 01-01-2026
Artikel 4.1.1 — Artikel 4.1.1#
Artikel 4.1.1 De informatie die het college, de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling aan jeugdigen, ouders en pleegouders verstrekken over de mogelijkheid gebruik te maken van de diensten van een vertrouwenspersoon, bestaat in ieder geval uit informatie over: a. de onafhankelijke rol van de vertrouwenspersoon; b. de aard van de ondersteuning door een vertrouwenspersoon; c. de vertrouwelijkheid van die ondersteuning; d. het feit dat de ondersteuning kosteloos is, en e. de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de vertrouwenspersoon. 2019 272 26-07-2019 18-07-2019 2019 272 26-07-2019 18-07-2019 01-08-2019
Artikel 4.1.2 — Artikel 4.1.2#
Artikel 4.1.2 De vertrouwenspersoon behoeft geen toestemming van derden om met een jeugdige, ouder of pleegouder te spreken. 2019 272 26-07-2019 18-07-2019 2019 272 26-07-2019 18-07-2019 01-08-2019
Artikel 4.1.3 — Artikel 4.1.3#
Artikel 4.1.3 Het college, de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling, verschaffen aan de vertrouwenspersoon de faciliteiten die deze voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft. 2019 272 26-07-2019 18-07-2019 2019 272 26-07-2019 18-07-2019 01-08-2019
Artikel 4.1.4 — Artikel 4.1.4#
Artikel 4.1.4 De vertrouwenspersoon heeft vrije toegang tot de gebouwen van de gemeente voor zover deze gebruikt worden voor de toeleiding naar, advisering over, de bepaling en het inzetten van de aangewezen voorziening, en tot de gebouwen, terreinen en ruimten van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen waar jeugdigen zich kunnen bevinden, een en ander voor zover dit voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig is. 2019 272 26-07-2019 18-07-2019 2019 272 26-07-2019 18-07-2019 01-08-2019
Artikel 4.1.5 — Artikel 4.1.5#
Artikel 4.1.5 wet Onverminderd het bij of krachtens debepaalde verschaffen het college, de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling aan de vertrouwenspersoon alle inlichtingen en tonen zij alle bescheiden die deze voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 4.1.6 — Artikel 4.1.6#
Artikel 4.1.6 Vervallen 2019 272 26-07-2019 18-07-2019 2019 272 26-07-2019 18-07-2019 01-08-2019
Artikel 4.2.1 — Artikel 4.2.1#
Artikel 4.2.1 1 Binnen vijf werkdagen nadat de voogdij aan de gecertificeerde instelling is opgedragen en zij hiervan in kennis is gesteld, wijst de gecertificeerde instelling een voogdijwerker aan en vindt het eerste contact plaats tussen de voogdijwerker en de minderjarige en zijn ouders. 2 De voogdijwerker informeert de minderjarige en diens ouders over de medewerker die de voogdijwerker bij zijn afwezigheid vervangt. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 4.2.2 — Artikel 4.2.2#
Artikel 4.2.2 1 Binnen vijf werkdagen nadat de gecertificeerde instelling is belast met de uitvoering van de ondertoezichtstelling en zij hiervan in kennis is gesteld, wijst de gecertificeerde instelling een gezinsvoogdijwerker aan en vindt het eerste contact plaats tussen de gezinsvoogdijwerker en de minderjarige en de met het gezag belaste ouder of voogd. 2 De gezinsvoogdijwerker doet mededeling aan de minderjarige en de met het gezag belaste ouder of voogd over: a. de medewerker die de gezinsvoogdijwerker bij zijn afwezigheid vervangt, en b. artikel 264, eerste lid artikel 265, eerste lid artikel 265d, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek de wijze waarop een verzoek als bedoeld in,, enmoet worden gedaan. 3 De gecertificeerde instelling kan, al dan niet op verzoek van de minderjarige, de met het gezag belaste ouder of voogd, een andere medewerker als gezinsvoogdijwerker aanwijzen. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 4.2.3 — Artikel 4.2.3#
Artikel 4.2.3 1 Binnen vijf werkdagen nadat de gecertificeerde instelling is belast met de uitvoering van de jeugdreclassering en zij hiervan in kennis is gesteld, wijst de gecertificeerde instelling een jeugdreclasseringswerker aan en vindt het eerste contact plaats tussen de jeugdreclasseringswerker en de jeugdige en zijn ouders of zijn voogd. 2 De jeugdreclasseringswerker doet mededeling aan de jeugdige en zijn ouders of zijn voogd over: a. de medewerker die de jeugdreclasseringswerker bij zijn afwezigheid vervangt, en b. de verplichtingen die voortvloeien uit de strafrechtelijke beslissing. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 4.2.4 — Artikel 4.2.4#
Artikel 4.2.4 artikel 4.1.3 van de wet De gecertificeerde instelling beziet zo vaak als noodzakelijk, doch ten minste eenmaal per jaar, in hoeverre het plan van aanpak, bedoeld in, bijstelling behoeft. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 4.2.5 — Artikel 4.2.5#
Artikel 4.2.5 1 Onverminderd de aan de raad voor de kinderbescherming toekomende taken en bevoegdheden, voldoet de gecertificeerde instelling aan verzoeken van de rechter, het openbaar ministerie of de directeur van de justitiële jeugdinrichting om advies omtrent een jeugdige die wordt verdacht van een strafbaar feit of die op grond daarvan is veroordeeld. 2 De gecertificeerde instelling brengt geregeld, doch ten minste eenmaal per zes maanden, verslag uit aan het openbaar ministerie dat is belast met het toezicht op de naleving van de voorwaarden in het kader van de uitvoering van jeugdreclassering, over de wijze waarop de jeugdige zich houdt aan de voorwaarden die de rechter of het openbaar ministerie heeft opgelegd. 3 Indien de jeugdige een opgelegde voorwaarde in het kader van de uitvoering van jeugdreclassering niet of niet geheel nakomt, meldt de gecertificeerde instelling dit onverwijld aan het openbaar ministerie of aan de directeur van de justitiële jeugdinrichting in het kader van een scholings- en trainingprogramma. 4 artikel 77hh van het Wetboek van Strafrecht De gecertificeerde instelling zendt de raad voor de kinderbescherming een afschrift van het verslag, bedoeld in het tweede lid, en van de melding, bedoeld in het derde lid, voortvloeiend uit de toezichthoudende taak van de raad voor de kinderbescherming, bedoeld in. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 5.1.1 — Artikel 5.1.1#
Artikel 5.1.1 1 artikel 5.2.1, eerste lid Indien toepassing is gegeven aan, dragen de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling en het college, voor zover het betreft de toeleiding naar, advisering over, de bepaling en het inzetten van de aangewezen voorziening, er zorg voor dat de taken worden uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde professional. De jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling en het college delen de taken toe met inachtneming van de specifieke kennis en vaardigheden van de geregistreerde professional. 2 In afwijking van het eerste lid kan de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling of het college anderen dan geregistreerde professionals met de uitvoering van taken belasten indien hij of zij aannemelijk kan maken dat de kwaliteit van de uit te voeren taak daardoor niet nadelig wordt beïnvloed. In afwijking van het eerste lid belast de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling of het college anderen met die taken, indien dit noodzakelijk is voor de kwaliteit van uit te voeren taak. 3 De jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling en het college dragen er zorg voor dat geregistreerde professionals hun taken kunnen verrichten met inachtneming van de voor hen geldende professionele standaarden. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 5.1.2 — Artikel 5.1.2#
Artikel 5.1.2 artikel 5.1.1 Indien de mogelijkheid tot registratie in het kwaliteitsregister jeugd wordt uitgebreid naar nieuwe categorieën van beoefenaren van beroepen in het jeugddomein, blijftgedurende een termijn van een jaar buiten toepassing op werktoedelingen waarvan het college voor zover het betreft de toeleiding naar, de advisering over, de bepaling en het inzetten van de aangewezen voorziening, de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling aannemelijk kan maken dat die toedeling plaatsvindt aan een niet tot die categorie behorende beroepsbeoefenaar, indien die beroepsbeoefenaar reeds bij de aanvang van die periode binnen de betreffende organisatie werkzaam was. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 5.1.3 — Artikel 5.1.3#
Artikel 5.1.3 artikel 5.4.2, eerste lid, aanhef en onder c Indien de mogelijkheid tot registratie in het kwaliteitsregister jeugd wordt uitgebreid naar nieuwe categorieën van beoefenaren van beroepen in het jeugddomein, kan gedurende een termijn van vijf jaar en drie maanden vanaf het tijdstip van aanvang van die termijn in afwijking van, een tot die categorie behorende beroepsbeoefenaar in het kwaliteitsregister jeugd zijn ingeschreven indien: a. die beroepsbeoefenaar op het tijdstip waarop de termijn aanvangt werkzaam is voor het college voor zover het betreft de toeleiding naar, de advisering over, de bepaling en het inzetten van de aangewezen voorziening, voor de jeugdhulpaanbieder of voor de gecertificeerde instelling in een functie waarvoor scholing is vereist op het niveau van een hogere beroepsopleiding; b. de aan de registratie van de beroepsbeoefenaar ten grondslag liggende aanvraag is ingediend binnen drie maanden na het tijdstip waarop de termijn is aangevangen; c. de beroepsbeoefenaar deelneemt aan een scholingstraject dat erop gericht is uiterlijk bij de eerste herregistratie de scholing op het niveau van hoger beroepsonderwijs te voltooien, en d. artikel 5.4.4 de registerstichting bij de uitvoering vanervoor zorg draagt dat voor een ieder kenbaar is dat de registratie van de beroepsbeoefenaar valt onder de werking van dit artikel. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 5.1.4 — Artikel 5.1.4#
Artikel 5.1.4 1 artikelen 5.1.2 5.1.3 De aanvang van de termijnen, bedoeld in deen, wordt bij besluit van Onze Ministers vastgesteld. 2 artikelen 5.1.2 5.1.3 De termijnen, bedoeld in deen, kunnen bij besluit van Onze Ministers worden gewijzigd, indien het in het belang van de continuïteit van de werktoedeling noodzakelijk is. 3 De besluiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden bekend gemaakt in de Staatscourant. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 5.2.1 — Artikel 5.2.1#
Artikel 5.2.1 1 Onze Ministers kunnen op aanvraag van de beheerder van een beroepsregister dat register als enig kwaliteitsregister jeugd erkennen. 2 artikel 285, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De beheerder van het kwaliteitsregister jeugd is een stichting als bedoeld in. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 5.2.2 — Artikel 5.2.2#
Artikel 5.2.2 artikel 5.2.1, eerste lid artikelen 5.3.1 tot en met 5.4.4 De erkenning, bedoeld in, vindt slechts plaats indien het beroepsregister onderscheidenlijk de registerstichting voldoet aan de in degestelde voorwaarden. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 5.2.3 — Artikel 5.2.3#
Artikel 5.2.3 1 artikel 5.2.1, eerste lid Onze Ministers kunnen een erkenning als bedoeld in, intrekken: a. indien de registerstichting handelt in strijd met de in dit hoofdstuk neergelegde erkenningsvoorwaarden; b. indien de registerstichting anderszins niet of niet langer voldoet aan de bij dit besluit gestelde eisen; c. indien de registerstichting niet naar behoren functioneert, of d. op verzoek van de registerstichting. 2 Onze Ministers kunnen in het belang van de jeugdhulp een termijn vaststellen waarop de intrekking zal plaatsvinden. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 5.3.1 — Artikel 5.3.1#
Artikel 5.3.1 1 De statuten van de registerstichting regelen dat het intern toezicht op de registerstichting wordt uitgeoefend door een raad van toezicht bestaande uit vijf leden. 2 Een van de leden van de raad van toezicht van de registerstichting wordt benoemd op voordracht van beroepsverenigingen waarbij beroepsbeoefenaren zijn aangesloten die van relevant belang zijn voor de beroepsuitoefening in het jeugddomein. 3 De statuten van de registerstichting regelen de mogelijkheid tot aanwijzing van andere beroepsverenigingen van relevant belang voor de beroepsuitoefening in het jeugddomein, die gerechtigd zijn tot een voordracht van een van de leden van de raad van toezicht. 2024 151 11-06-2024 29-05-2024 2024 151 11-06-2024 29-05-2024 01-07-2024 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 5.3.2 — Artikel 5.3.2#
Artikel 5.3.2 De statuten van de registerstichting regelen op afdoende wijze dat de leden van het bestuur, de leden van de raad van toezicht, dan wel leden van andere organen van de registerstichting geen functies vervullen die onverenigbaar, strijdig zijn of strijdig kunnen zijn met de belangen of doelstellingen van de registerstichting. 2024 151 11-06-2024 29-05-2024 2024 151 11-06-2024 29-05-2024 01-07-2024
Artikel 5.3.3 — Artikel 5.3.3#
Artikel 5.3.3 1 De statuten van de registerstichting voorzien in een raad van advies, bestaande uit leden die in ieder geval organisaties van werkgevers en cliënten vertegenwoordigen. 2 De raad van advies heeft in ieder geval het recht advies uit te brengen over: a. de voorwaarden voor registratie en herregistratie; b. artikel 5.3.1, derde lid een aanwijzing als bedoeld in; c. de samenstelling van de raad van advies. 3 De statuten voorzien erin dat van een door de raad van advies uitgebracht advies slechts schriftelijk en gemotiveerd kan worden afgeweken nadat over het advies een op overeenstemming gericht overleg heeft plaatsgevonden. 2024 151 11-06-2024 29-05-2024 2024 151 11-06-2024 29-05-2024 01-07-2024
Artikel 5.4.1 — Artikel 5.4.1#
Artikel 5.4.1 1 De registerstichting regelt de wijze van registratie en herregistratie van beroepsbeoefenaren en zorgt ervoor dat: a. registratie en herregistratie op zorgvuldige wijze plaatsvinden; b. de registratie een geldigheid heeft van een door de registerstichting vast te stellen periode, en c. herregistratie plaatsvindt op voorwaarde dat de betrokkene in de periode, bedoeld onder b, heeft voldaan aan door de registerstichting te stellen eisen van werkervaring en van na- en bijscholing. 2 artikel 5.3.1, tweede lid De registerstichting regelt voorts dat voorafgaand aan de wijziging van de eisen van registratie overleg wordt gevoerd met de beroepsverenigingen, bedoeld in. 2024 151 11-06-2024 29-05-2024 2024 151 11-06-2024 29-05-2024 01-07-2024
Artikel 5.4.2 — Artikel 5.4.2#
Artikel 5.4.2 1 De registerstichting: a. regelt dat het kwaliteitsregister jeugd slechts opengesteld wordt voor registratie voor beroepsbeoefenaren die behoren tot bij een van de voordragende beroepsverenigingen aangesloten categorieën van beroepsbeoefenaren; b. hanteert niet het vereiste van lidmaatschap van een beroepsvereniging voor opname in het kwaliteitsregister jeugd; c. stelt het register open voor de registratie van beroepsbeoefenaren die minimaal op het niveau van een hogere beroepsopleiding scholing hebben afgerond, die is gericht op het vervullen van een beroep in het jeugddomein. 2 De door de registerstichting in rekening te brengen kosten voor registratie in het beroepsregister worden zodanig vastgesteld dat de baten niet uitgaan boven de kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de registerstichting. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 5.4.3 — Artikel 5.4.3#
Artikel 5.4.3 1 De registerstichting waarborgt dat de in het kwaliteitsregister jeugd opgenomen beroepsbeoefenaren dienen te handelen volgens voor hen geldende professionele standaarden. 2 De statuten van de registerstichting voorzien in de binding van de geregistreerde beroepsbeoefenaren aan een adequaat systeem van normhandhaving op grond waarvan passende maatregelen kunnen worden genomen tegen beroepsbeoefenaren die niet voldoen aan de voor hen geldende professionele standaarden. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 5.4.4 — Artikel 5.4.4#
Artikel 5.4.4 artikel 5.4.3, tweede lid De registerstichting regelt dat het beroepsregister voor een ieder kosteloos raadpleegbaar is. Zij regelt voorts dat de maatregelen bedoeld in, gedurende een door haar vast te stellen periode voor het publiek kenbaar zijn. Zij houdt daarbij rekening met de aard van de maatregelen, de verwijtbaarheid van het handelen en het belang van degenen die daarvan kennis kunnen nemen. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 5.5.1 — Artikel 5.5.1#
Artikel 5.5.1 Na de beëindiging van de erkenning verleent de registerstichting alle medewerking die noodzakelijk is voor de overdracht van taken aan een andere, door Onze Ministers aan te wijzen organisatie. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 5.5.2 — Artikel 5.5.2#
Artikel 5.5.2 1 artikel 5.4.3, tweede lid De registerstichting verstrekt aan Onze Ministers kosteloos op verzoek alle in haar bezit zijnde, op het functioneren van de registerstichting of het kwaliteitsregister jeugd betrekking hebbende informatie die redelijkerwijs noodzakelijk is om te beoordelen of de registerstichting of het kwaliteitsregister jeugd op enig moment voldoet aan de bij dit besluit gestelde eisen, dan wel de informatie die redelijkerwijs noodzakelijk is om ten minste inzicht te krijgen in de aantallen registraties, de aard van de registraties en de ontwikkelingen rond het systeem van normhandhaving, bedoeld in. 2 De registerstichting meldt voorgenomen wijzingen van haar statuten aan Onze Ministers. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 5.5.3 — Artikel 5.5.3#
Artikel 5.5.3 1 De registerstichting stelt over ieder kalenderjaar een verslag op met betrekking tot de uitvoering van de met dit besluit samenhangende werkzaamheden. 2 Het jaarverslag bevat in ieder geval een beschrijving van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, en geeft inzicht in: a. de voorbereiding en uitvoering van de werkzaamheden; b. de kwaliteit van de daarbij gevolgde procedures; c. de behandeling van personen en instellingen die met de registerstichting in aanraking komen, en d. artikel 5.4.3, tweede lid de werkzaamheden, samenhangend met. 3 Het jaarverslag geeft tevens cijfermatig inzicht in de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder a, c en d. 4 artikel 5.3.1, tweede lid De registerstichting zendt het jaarverslag voor 1 mei, volgend op het verslagjaar, aan Onze Ministers en de beroepsverenigingen, bedoeld in. 5 artikel 36, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties Het jaarverslag gaat vergezeld van een verklaring van een accountant die is ingeschreven in het register, bedoeld in. De verklaring: a. doet mededeling omtrent de getrouwheid van het jaarverslag; en b. geeft er blijk van dat de accountant heeft onderzocht of de registerstichting, onderscheidenlijk het kwaliteitsregister, heeft voldaan aan de bij dit besluit gestelde verplichtingen en wat daarvan de bevindingen zijn. 2024 151 11-06-2024 29-05-2024 2024 151 11-06-2024 29-05-2024 01-07-2024
Artikel 5.5.4 — Artikel 5.5.4#
Artikel 5.5.4 artikel 5.2.1, eerste lid artikel 5.2.3, eerste lid Van de erkenning, bedoeld in, en de intrekking van de erkenning, bedoeld in, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 6.1.1 — Artikel 6.1.1#
Artikel 6.1.1 1 Een gesloten accommodatie is geschikt om te voorkomen dat daar geplaatste jeugdigen zich onttrekken of onttrokken worden aan de jeugdhulp die nodig is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen. 2 Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van het eerste lid. 2023 415 21-11-2023 14-11-2023 2023 421 22-11-2023 18-11-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet rechtspositie
gesloten jeugdhulp in werking treedt.
Artikel 6.1.2 — Artikel 6.1.2#
Artikel 6.1.2 1 De jeugdhulpaanbieder draagt er zorg voor dat een gesloten accommodatie voor de daar verblijvende jeugdigen en werkzame jeugdhulpverleners een veilige en beschermde omgeving is die voldoende privacy biedt. 2 De jeugdhulpaanbieder stelt voor een gesloten accommodatie een veiligheidsplan vast dat gericht is op het borgen van de fysieke en sociale veiligheid en wijst een veiligheidscoördinator aan die zorgdraagt voor de uitvoering van het veiligheidsplan. 2023 415 21-11-2023 14-11-2023 2023 421 22-11-2023 18-11-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet rechtspositie
gesloten jeugdhulp in werking treedt.
Artikel 6.2.1 — Artikel 6.2.1#
Artikel 6.2.1 1 artikel 6.3.2.1 van de wet Toezicht op een jeugdige als bedoeld in, kan bestaan uit persoonlijk toezicht of cameratoezicht. De jeugdhulpaanbieder draagt er zorg voor dat toezicht zoveel mogelijk bestaat uit persoonlijk toezicht. 2 Indien cameratoezicht plaatsvindt, draagt de jeugdhulpverantwoordelijke er zorg voor dat de jeugdige en diens bezoekers daarover worden geïnformeerd. 3 artikel 6.2.6, tweede lid, van de wet artikel 6.3.2.2, eerste lid, onderdeel f, van de wet Cameratoezicht in de kamer van de jeugdige, in een afzonderlijke en veilige ruimte als bedoeld in, of tijdens een insluiting als bedoeld in, is niet toegestaan, tenzij de jeugdhulpverantwoordelijke een gegronde zorg heeft dat de jeugdige zichzelf tijdens het verblijf in die ruimte ernstig letsel toebrengt. 4 Cameratoezicht is niet toegestaan in sanitaire ruimten. 2023 415 21-11-2023 14-11-2023 2023 421 22-11-2023 18-11-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet rechtspositie
gesloten jeugdhulp in werking treedt.
Artikel 6.2.2 — Artikel 6.2.2#
Artikel 6.2.2 1 De jeugdhulpaanbieder draagt er zorg voor dat personen die niet betrokken zijn bij de verlening van jeugdhulp aan een jeugdige geen toegang hebben tot camerabeelden van die jeugdige. 2 De jeugdhulpaanbieder draagt er zorg voor dat camerabeelden niet langer dan vier weken bewaard worden. 3 In afwijking van het tweede lid draagt de jeugdhulpaanbieder er zorg voor dat in geval van een incident of calamiteit de camerabeelden van dat incident of die calamiteit bewaard worden tot het moment waarop het onderzoek naar en de afwikkeling van dat incident of die calamiteit is afgerond. 2023 415 21-11-2023 14-11-2023 2023 421 22-11-2023 18-11-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet rechtspositie
gesloten jeugdhulp in werking treedt.
Artikel 6.2.3 — Artikel 6.2.3#
Artikel 6.2.3 1 artikel 6.3.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de wet De jeugdhulpaanbieder draagt er zorg voor dat vastpakken of vastpakken en vasthouden als bedoeld in, op proportionele en verantwoorde wijze wordt toegepast. 2 Vastpakken en vasthouden wordt uitsluitend toegepast indien er sprake is van gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de jeugdige of anderen als gevolg van het gedrag van een jeugdige. 3 Zodra er niet langer sprake is van gevaar voor de gezondheid of veiligheid wordt het vastpakken en vasthouden beëindigd. 4 Vastpakken en vasthouden wordt uitsluitend toegepast door personen die opgeleid zijn in het proportioneel en op verantwoorde wijze toepassen ervan. 2023 415 21-11-2023 14-11-2023 2023 421 22-11-2023 18-11-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet rechtspositie
gesloten jeugdhulp in werking treedt.
Artikel 6.2.4 — Artikel 6.2.4#
Artikel 6.2.4 1 artikel 6.3.2.2, eerste lid, onderdeel f, van de wet Indien een jeugdige is ingesloten als bedoeld in, beoordeelt een gekwalificeerde gedragswetenschapper binnen drie uur of de insluiting noodzakelijk en geschikt is om de noodsituatie af te wenden. 2 De jeugdhulpverantwoordelijke draagt er zorg voor dat een jeugdhulpverlener gedurende een insluiting ten minste eenmaal per kwartier de toestand van de jeugdige controleert en, indien de jeugdige dat wenst, rechtstreeks contact heeft met de jeugdige. 3 De gekwalificeerde gedragswetenschapper en de jeugdhulpverantwoordelijke stellen zich regelmatig op de hoogte van de toestand van de jeugdige gedurende een insluiting. 2023 415 21-11-2023 14-11-2023 2023 421 22-11-2023 18-11-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet rechtspositie
gesloten jeugdhulp in werking treedt.
Artikel 6.2.5 — Artikel 6.2.5#
Artikel 6.2.5 1 artikelen 6.2.6, tweede lid 6.3.2.2, eerste lid, onderdeel f, van de wet De verblijfsruimte, bedoeld in de, en, is voorzien van goede daglichttoetreding, verlichting, een temperatuurregelaar, een ventilatiesysteem en een klok. 2 De jeugdige die in de verblijfsruimte verblijft, kan de daglichttoetreding, de verlichting, de temperatuur en de ventilatie in de verblijfsruimte reguleren en kan gebruikmaken van in die ruimte aanwezige media. 3 De wanden, deuren, vloer en het meubilair in de verblijfsruimte zijn letselvoorkomend. 4 De jeugdige wordt in de gelegenheid gesteld persoonlijke eigendommen bij zich te hebben in de verblijfsruimte, tenzij deze een gevaar kunnen vormen voor de gezondheid of de veiligheid van de jeugdige. 2023 415 21-11-2023 14-11-2023 2023 421 22-11-2023 18-11-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet rechtspositie
gesloten jeugdhulp in werking treedt.
Artikel 6.2.6 — Artikel 6.2.6#
Artikel 6.2.6 1 artikelen 6.2.6, tweede lid 6.3.2.2, eerste lid, onderdeel f, van de wet De jeugdige die in de verblijfsruimte, bedoeld in de, en, verblijft, kan rechtstreeks contact hebben met een jeugdhulpverlener op elk moment dat de jeugdige dat wenst. 2 Vanuit de verblijfsruimte kan de jeugdige een sanitaire gelegenheid betreden zonder tussenkomst van medewerkers van de jeugdhulpaanbieder. 2023 415 21-11-2023 14-11-2023 2023 421 22-11-2023 18-11-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet rechtspositie
gesloten jeugdhulp in werking treedt.
Artikel 6.2.7 — Artikel 6.2.7#
Artikel 6.2.7 1 artikel 6.3.2.4, eerste lid, onderdeel a, van de wet Een beperking van het brief- en telefoonverkeer of van het gebruik van andere communicatiemiddelen als bedoeld in, kan uitsluitend bestaan uit: a. het verbod om gedurende een in het hulpverleningsplan opgenomen periode contact op te nemen met bepaalde, in het hulpverleningsplan genoemde personen; of b. het verbod om gebruik te maken van bepaalde communicatiemiddelen op in het hulpverleningsplan opgenomen tijdstippen of gedurende een in het hulpverleningsplan opgenomen periode. 2 De tijdstippen en perioden, bedoeld in het eerste lid, worden gemotiveerd in het hulpverleningsplan van de jeugdige. 3 artikel 6.3.2.4, eerste lid, onderdeel c, van de wet Toezicht op telefoongesprekken als bedoeld in, bestaat uitsluitend uit het meeluisteren met het telefoongesprek in de ruimte waar het gesprek plaatsvindt. 4 artikel 6.3.2.4, eerste lid, onderdeel c, van de wet Toezicht op het gebruik van andere communicatiemiddelen als bedoeld in, bestaat uitsluitend uit het meekijken tijdens het gebruik van die communicatiemiddelen of het door de jeugdige laten tonen van de gecommuniceerde berichten nadat de jeugdige deze communicatiemiddelen heeft gebruikt. 2023 415 21-11-2023 14-11-2023 2023 421 22-11-2023 18-11-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet rechtspositie
gesloten jeugdhulp in werking treedt.
Artikel 6.2.8 — Artikel 6.2.8#
Artikel 6.2.8 1 Het onderzoek aan het lichaam, de kleding of van urine wordt uitgevoerd door de jeugdhulpverantwoordelijke samen met een andere jeugdhulpverlener of door twee jeugdhulpverleners. 2 Het onderzoek vindt plaats in een besloten ruimte die gedurende het onderzoek niet toegankelijk is voor anderen dan de betrokken jeugdige en de personen die het onderzoek uitvoeren. 3 Het onderzoek wordt uitsluitend uitgevoerd door personen die opgeleid zijn in het proportioneel en op verantwoorde wijze uitvoeren ervan. 2023 415 21-11-2023 14-11-2023 2023 421 22-11-2023 18-11-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet rechtspositie
gesloten jeugdhulp in werking treedt.
Artikel 6.2.9 — Artikel 6.2.9#
Artikel 6.2.9 1 Bij het onderzoek aan het lichaam en de kleding kan de jeugdige worden verzocht kledingstukken uit te trekken met uitzondering van ondergoed indien dat noodzakelijk is voor de uitvoering van het onderzoek. 2 Indien gedragsbeïnvloedende middelen of voorwerpen die de jeugdige niet in bezit mag hebben, worden aangetroffen bij het onderzoek aan het lichaam of van de kleding wordt de jeugdige de gelegenheid geboden die middelen of voorwerpen te overhandigen. 3 Ingeval de jeugdige de gedragsbeïnvloedende middelen of niet toegestane voorwerpen weigert te overhandigen, worden die middelen of voorwerpen verwijderd. 2023 415 21-11-2023 14-11-2023 2023 421 22-11-2023 18-11-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet rechtspositie
gesloten jeugdhulp in werking treedt.
Artikel 6.2.10 — Artikel 6.2.10#
Artikel 6.2.10 1 Bij een onderzoek van urine wordt de urine in het bijzijn van de jeugdige over twee daartoe bestemde goed af te sluiten urinehouders verdeeld, waarna een registratienummer wordt aangebracht op de twee urinehouders. 2 De jeugdhulpverantwoordelijke draagt er zorg voor dat één urinehouder ten behoeve van een onderzoek op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen naar een laboratorium wordt gezonden. 3 De jeugdhulpverantwoordelijke verzoekt het laboratorium het onderzoek binnen tien dagen uit te voeren. 4 De tweede urinehouder wordt in een voor onbevoegden niet toegankelijke diepvries of koelkast bewaard dan wel naar een laboratorium verstuurd waar de urinehouder in een voor onbevoegden niet toegankelijke diepvries of koelkast wordt bewaard. 2023 415 21-11-2023 14-11-2023 2023 421 22-11-2023 18-11-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet rechtspositie
gesloten jeugdhulp in werking treedt.
Artikel 6.2.11 — Artikel 6.2.11#
Artikel 6.2.11 1 De jeugdhulpverantwoordelijke draagt er zorg voor dat de jeugdige wiens urine is onderzocht op de kortst mogelijke termijn nadat de uitslag van het onderzoek bekend is over de uitslag wordt geïnformeerd. 2 Indien de uitslag van het onderzoek op mogelijk gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen duidt, bespreekt de jeugdhulpverantwoordelijke de uitslag met de jeugdige en kan de jeugdige binnen uiterlijk achtenveertig uur na kennisneming van de uitslag verzoeken dat het onderzoek wordt herhaald. 3 artikel 6.2.10, vierde lid Een herhalingsonderzoek als bedoeld in het tweede lid wordt uitgevoerd op de eerder bewaarde urine, bedoeld in. Het eerste lid en artikel 6.2.10, tweede en derde lid, zijn van toepassing. 4 Indien geen herhalingsonderzoek plaatsvindt, draagt de jeugdhulpaanbieder er zorg voor dat de eerder bewaarde urine wordt vernietigd. 2023 415 21-11-2023 14-11-2023 2023 421 22-11-2023 18-11-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet rechtspositie
gesloten jeugdhulp in werking treedt.
Artikel 6.3.1 — Artikel 6.3.1#
Artikel 6.3.1 Een klager kan bij de klachtencommissie een verzoek om bemiddeling doen. De klachtencommissie kan de mogelijkheid van bemiddeling ook ambtshalve voorstellen. 2023 415 21-11-2023 14-11-2023 2023 421 22-11-2023 18-11-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet rechtspositie
gesloten jeugdhulp in werking treedt.
Artikel 6.3.2 — Artikel 6.3.2#
Artikel 6.3.2 Van de klachtencommissie maken in ieder geval deel uit: a. een jurist; b. een gekwalificeerde gedragswetenschapper; en c. artikel 6.3.2.3, onderdeel b, van de wet een arts, indien het een klacht betreft tegen een geneeskundige behandelingsmethode als bedoeld in, niet zijnde een behandeling van een psychische stoornis; of d. artikel 6.3.2.3, onderdeel b, van de wet een psychiater, indien het een klacht betreft tegen een geneeskundige behandelingsmethode als bedoeld in, indien het gaat om een behandeling van een psychische stoornis. 2023 415 21-11-2023 14-11-2023 2023 421 22-11-2023 18-11-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet rechtspositie
gesloten jeugdhulp in werking treedt.
Artikel 7.1.1 — Artikel 7.1.1#
Artikel 7.1.1 artikel 7.1.1.2, eerste lid, onder a, van de wet Als categorieën van instanties als bedoeld inin het domein jeugdhulp worden aangewezen: a. gemeenten voor zover het betreft de toeleiding naar, advisering over, de bepaling en het inzetten van de aangewezen voorziening; b. Veilig Thuis-organisaties; c. jeugdhulpaanbieders; d. gecertificeerde instellingen. 2020 321 09-09-2020 31-08-2020 2020 321 09-09-2020 31-08-2020 01-10-2020
Artikel 7.1.2 — Artikel 7.1.2#
Artikel 7.1.2 artikel 7.1.1.2, eerste lid, onder a, van de wet artikel 5, tweede lid, van de Wet publieke gezondheid Als categorieën van instanties als bedoeld inin het domein jeugdgezondheidszorg worden aangewezen instanties die de ingenoemde werkzaamheden in opdracht van het college uitvoeren. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.1.3 — Artikel 7.1.3#
Artikel 7.1.3 1 artikel 7.1.1.2, eerste lid, onder a, van de wet Als categorieën van instanties als bedoeld inin het domein gezondheidszorg worden aangewezen: a. artikel 35 van de Wet marktordening gezondheidszorg instanties voor verslavingszorg voor wie het op grond vanniet verboden is een tarief in rekening te brengen; b. Zorgverzekeringswet Wet langdurige zorg instanties voor gehandicaptenzorg die zorg verlenen waarop aanspraak bestaat op grond van deof de; c. Wet langdurige zorg artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet aanbieders van geestelijke gezondheidszorg waarop ingevolge dedan wel ingevolge een zorgverzekering als bedoeld inaanspraak bestaat, d. instanties die integrale eerstelijns geneeskundige zorg aanbieden, zoals huisartsen die plegen aan te beiden; e. artikel 1, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders ziekenhuizen die beschikken over een toelatingsvergunning als bedoeld in, voor zover het spoedeisende hulp betreft. 2 artikel 7.1.1.2, tweede lid, onder a, van de wet Als categorie van functionarissen als bedoeld inin het domein gezondheidszorg worden huisartsen aangewezen. 2021 158 31-03-2021 17-03-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 7.1.4 — Artikel 7.1.4#
Artikel 7.1.4 1 artikel 7.1.1.2, eerste lid, onder a, van de wet Als categorieën van instanties als bedoeld inin het domein onderwijs worden aangewezen: a. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs scholen als bedoeld in; b. artikel 1 van de Wet op de expertisecentra scholen als bedoeld in; c. artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 scholen als bedoeld in; d. artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs instellingen als bedoeld in; e. artikel 1.2, onder a of b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek instellingen voor hoger onderwijs als bedoeld in; f. artikel 9.2.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 9.2.5 van die wet contactgemeenten als bedoeld inten behoeve van de taak, bedoeld in. 2 artikel 7.1.1.2, tweede lid, onder a, van de wet artikel 16 van de Leerplichtwet 1969 Als categorie van functionarissen als bedoeld inin het domein onderwijs worden aangewezen ambtenaren als bedoeld in. 2025 430 11-12-2025 04-12-2025 2025 430 11-12-2025 04-12-2025 01-01-2026
Artikel 7.1.5 — Artikel 7.1.5#
Artikel 7.1.5 artikel 7.1.1.2, eerste lid, onder a, van de wet Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Als categorieën van instanties als bedoeld inin het domein maatschappelijke ondersteuning worden aangewezen de aanbieders in de zin van de, niet zijnde aanbieders van hulpmiddelen of woningaanpassingen. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.1.6 — Artikel 7.1.6#
Artikel 7.1.6 artikel 7.1.1.2, eerste lid, onder a, van de wet artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht Als categorieën van instanties als bedoeld inin het domein werk en inkomen worden aangewezen de gemeentelijke kredietbanken, bedoeld in. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.1.7 — Artikel 7.1.7#
Artikel 7.1.7 artikel 7.1.1.2, eerste lid, onder a, van de wet Als categorieën van instanties als bedoeld inin het domein politie en justitie worden aangewezen: a. artikel 25, eerste lid, onder a, van de Politiewet 2012 de regionale eenheden van het landelijke politiekorps, genoemd in; b. Halt-bureaus door Onze Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen; c. artikel 2 van het Organisatiebesluit raad voor de kinderbescherming 2006 de regionale locaties van de raad voor de kinderbescherming, bedoeld in. 2022 180 13-05-2022 21-04-2022 2022 260 28-06-2022 22-06-2022 01-07-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Kaderwet overige
JenV-subsidies in werking treedt.
Artikel 7.2.1 — Artikel 7.2.1#
Artikel 7.2.1 1 Indien voor een melding aan de verwijsindex gebruik wordt gemaakt van een gemeentelijk signaleringssysteem, draagt het college zorg voor een zorgvuldige en veilige aansluiting daarvan op de verwijsindex. 2 Indien voor een melding aan de verwijsindex gebruik wordt gemaakt van een ander digitaal systeem dan een gemeentelijk signaleringssysteem, draagt de daarvoor verantwoordelijke zorg voor een zorgvuldige en veilige aansluiting daarvan op de verwijsindex. 3 Een aansluiting als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt vermoed voldoende zorgvuldig en veilig te zijn als het voldoet aan de eisen zoals deze zijn uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut in de NTA 8023, Maatschappelijke zorg – Informatiearchitectuur in de jeugdsector – Deel 1 : Landelijke verwijsindex risicojongeren. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.2.2 — Artikel 7.2.2#
Artikel 7.2.2 1 artikelen 7.1.1 tot en met 7.1.7 artikel 7.1.3, tweede lid 7.1.4, tweede lid Een instantie die behoort tot een van de categorieën, bedoeld in deof een functionaris die behoort tot een van de categorieën, bedoeld in, of, draagt zorg voor een zorgvuldig en veilig gebruik van de verwijsindex. 2 Een instantie of een functionaris wordt vermoed te voldoen aan het bepaalde in het eerste lid als deze voldoet aan de eisen zoals deze zijn uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut in de NEN 7510, Medische informatica – Informatiebeveiliging in de zorg – Algemeen. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.2.3 — Artikel 7.2.3#
Artikel 7.2.3 7.2.1, derde lid artikel 7.2.2, tweede lid Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport doet van een wijziging van een norm als bedoeld in, of, mededeling in de Staatscourant. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.3.1 — Artikel 7.3.1#
Artikel 7.3.1 1 Indien een meldingsbevoegde een jeugdige die niet beschikt over een burgerservicenummer meldt aan de verwijsindex, biedt hij daartoe de volgende gegevens van de jeugdige aan in de verwijsindex: a. de familienaam; b. de geboortedatum; c. het geslacht. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden in de verwijsindex omgezet in een verwijsindexservicenummer, dat vervolgens gebruikt wordt voor de melding in de verwijsindex. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.4.1.1 — Artikel 7.4.1.1#
Artikel 7.4.1.1 1 artikel 7.2.7 van de wet De aanvraag tot opneming in de autorisatielijst, bedoeld in, wordt uitsluitend gedaan door een jeugdhulpaanbieder. 2 Bij regeling van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt bepaald welke gegevens en bescheiden worden verstrekt bij de aanvraag. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.4.1.2 — Artikel 7.4.1.2#
Artikel 7.4.1.2 wet artikel 7.4.1.1 Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt, voor zover mogelijk aan de hand van bij of krachtens degestelde vereisten voor de hoedanigheid van de jeugdhulpaanbieder, vast of de aanvraag, bedoeld in, is gedaan door een jeugdhulpaanbieder. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.4.1.3 — Artikel 7.4.1.3#
Artikel 7.4.1.3 1 In de autorisatielijst van jeugdhulpaanbieders wordt per inschrijving opgenomen: a. indien de geautoriseerde een natuurlijk persoon is: 1°. de familienaam en voornamen; 2°. de geboortedatum en geboorteplaats; 3°. Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg de titel in de zin van de; b. indien de geautoriseerde een rechtspersoon is: naam van de rechtspersoon; 2 In de autorisatielijst wordt voorts per inschrijving opgenomen: a. de aard van de gegevens en bescheiden aan de hand waarvan is vastgesteld dat de geautoriseerde een jeugdhulpaanbieder is; b. de datum van opname in het register; c. het adres van vestiging; d. de gegevens met betrekking tot verstrekte en ingetrokken toegangsmiddelen. 3 Bij regeling van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen nadere regels worden gesteld over de opname en verwerking van gegevens in de autorisatielijst. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.4.1.4 — Artikel 7.4.1.4#
Artikel 7.4.1.4 De geautoriseerde stelt Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport onmiddellijk op de hoogte van een wijziging van de in de autorisatielijst opgenomen gegevens en van andere omstandigheden die van belang kunnen zijn voor het schorsen of doorhalen van de opname. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.4.1.5 — Artikel 7.4.1.5#
Artikel 7.4.1.5 artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg Zolang de inschrijving van een jeugdhulpaanbieder in het register, bedoeld in, is geschorst, is zijn opname in de autorisatielijst van jeugdhulpaanbieders geschorst. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.4.1.6 — Artikel 7.4.1.6#
Artikel 7.4.1.6 Verwijdering van de autorisatielijst kan plaatsvinden: a. op verzoek van de geautoriseerde; b. indien de geautoriseerde geen jeugdhulpaanbieder meer is; c. indien de in de autorisatielijst opgenomen gegevens afwijken van de gegevens die zijn opgenomen in het register van de Kamer van Koophandel; of d. artikel 9, eerste tot en met vierde lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg indien ten aanzien van een ingeschreven natuurlijk persoon een aantekening als bedoeld inin het daar genoemde register is geplaatst, waaruit blijkt dat die persoon tijdelijk of blijvend, het betreffende beroep in zijn geheel niet langer mag uitoefenen. 2024 350 22-11-2024 18-11-2024 2024 350 22-11-2024 18-11-2024 23-11-2024
Artikel 7.4.1.7 — Artikel 7.4.1.7#
Artikel 7.4.1.7 1 Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport deelt aan een ieder die daarom verzoekt mee of: a. een jeugdhulpaanbieder is opgenomen op de autorisatielijst; b. een aan een geautoriseerde verstrekt toegangsmiddel geldig is. 2 artikel 3, eerste lid, onder d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer Indien het verzoek wordt gedaan door de beheerder van het nummerregister of van een voorziening, bedoeld in, wordt de mededeling, bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk gedaan. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.4.2.1 — Artikel 7.4.2.1#
Artikel 7.4.2.1 artikel 3, eerste lid, onder c en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer Jeugdhulpaanbieders kunnen uitsluitend door tussenkomst van de SBV-Z gebruik maken van de voorzieningen, bedoeld in. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.4.2.2 — Artikel 7.4.2.2#
Artikel 7.4.2.2 De jeugdhulpaanbieder die is aangesloten op de SBV-Z draagt zorg dat de verbinding van zijn geautomatiseerde systeem met de SBV-Z en de uitwisseling van gegevens tussen zijn geautomatiseerde systeem en de SBV-Z functioneren op een wijze die overeenstemt met hetgeen daarover in de systeembeschrijving is vastgelegd. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.4.2.3 — Artikel 7.4.2.3#
Artikel 7.4.2.3 artikelen 18 tot en met 25 33 van het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan op aanvraag middelen verschaffen waarmee de geautoriseerde toegang kan verkrijgen tot de SBV-Z. Deenzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daarbij onder «geregistreerde» verstaan wordt: geautoriseerde. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.5.1 — Artikel 7.5.1#
Artikel 7.5.1 1 artikelen 7.4.2 7.4.3 van de wet De structurele verstrekking van gegevens, bedoeld in deen, vindt plaats op elektronische wijze aan het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2 artikel 7.4.1 van de wet Onze Ministers en het college vragen geen gegevens uit ten behoeve van de doelen bedoeld in, indien zij zelf of het Centraal Bureau voor de Statistiek reeds over deze gegevens beschikken en deze gegevens gebruikt kunnen worden ten behoeve van deze doelen. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.5.2 — Artikel 7.5.2#
Artikel 7.5.2 1 artikel 7.4.2 van de wet De structurele verstrekking van gegevens bedoeld inbetreft gegevens over de door het college gefinancierde jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. 2 artikel 7.4.2 van de wet Een incidentele verstrekking van gegevens uit hoofde vanbetreft geen persoonsgegevens. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 7.5.3 — Artikel 7.5.3#
Artikel 7.5.3 1 artikel 7.4.3 van de wet De structurele verstrekking door jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen van gegevens, bedoeld in, betreft: a. het burgerservicenummer, de geboortedatum en het geslacht van de jeugdige; b. artikel 1.1 van de wet de adresgegevens van de jeugdige, de gezaghebbende ouders, voogd of pleegoudervoogd, in het bijzonder ter aanduiding van de woonplaats als bedoeld in; c. de gegevens over de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling; d. de datum van de aanvang van de jeugdhulp, de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregel of de jeugdreclassering; e. de einddatum van de jeugdhulp, de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregel of de jeugdreclassering; f. het type ingezette jeugdhulp; g. een aanduiding van de verwijzer naar jeugdhulp; h. de reden van beëindiging van de jeugdhulp; i. het type kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering; j. de datum van het eerste contact van de gecertificeerde instelling met de jeugdige bij de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregel of de jeugdreclassering; k. de reden van de beëindiging van de kinderbeschermingsmaatregel of de jeugdreclassering; l. de vraag of er al dan niet sprake is van de inzet van een erkende interventie bij jeugdreclassering; m. gegevens over de outcome van: 1°. artikel 1.1, onderdeel 1°, van de Jeugdwet de jeugdhulp die is verleend door een jeugdhulpaanbieder als bedoeld in, voor zover de gemeente en die jeugdhulpaanbieder hebben afgesproken dat de jeugdhulpaanbieder deze gegevens registreert of in subsidievoorwaarden is opgenomen dat de jeugdhulpaanbieder dit zal registreren, of 2°. gecertificeerde instellingen. 2 artikel 7.4.3 van de wet Een incidentele verstrekking van gegevens als bedoeld indoor jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen betreft geen persoonsgegevens. 2018 192 26-06-2018 15-06-2018 2018 192 26-06-2018 15-06-2018 01-07-2018
Artikel 7.5.4 — Artikel 7.5.4#
Artikel 7.5.4 1 artikel 7.5.1 artikelen 7.5.2 7.5.3 Bij regeling van Onze Ministers wordt voor het structureel verstrekken van de gegevens, genoemd in, door de instanties genoemd in deen, bepaald: a. artikel 7.5.3, eerste lid welke gegevens genoemd in, worden verstrekt alsmede, voor zover nodig, een nadere omschrijving van deze gegevens; b. de wijze waarop de gegevens worden verstrekt; c. de tijdvakken waarop de gegevens die worden verstrekt betrekking hebben; d. de termijnen waarbinnen of de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt. 2 De regeling, bedoeld in het eerste lid, bevat een informatieprotocol. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 8.1.1 — Artikel 8.1.1#
Artikel 8.1.1 Vervallen 2017 64 27-02-2017 21-12-2016 34614 2017 64 27-02-2017 21-12-2016 34614 28-02-2017 01-01-2016 Op over het jaar 2015 verschuldigde ouderbijdragen blijft het
recht van toepassing zoals dat op 31 december 2015 gold, met dien
verstande dat: a.de vaststelling, bedoeld in artikel 8.1.7, eerste lid, van het
Besluit Jeugdwet, uiterlijk drie maanden na de dag waarop deze
wet in werking treedt wordt gedaan;b.artikel 8.1.7, tweede lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is;c.een kennisgeving van een omstandigheid die aanleiding kan
geven tot een herziening van de ouderbijdrage als bedoeld in
artikel 8.1.8, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet uiterlijk
zes weken na de vaststelling dient te worden ingediend, waarna
de herziening uiterlijk zes weken daarna plaatsvindt;d.artikel 8.1.8, derde lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is.
Artikel 8.1.2 — Artikel 8.1.2#
Artikel 8.1.2 Vervallen 2017 64 27-02-2017 21-12-2016 34614 2017 64 27-02-2017 21-12-2016 34614 28-02-2017 01-01-2016 Op over het jaar 2015 verschuldigde ouderbijdragen blijft het
recht van toepassing zoals dat op 31 december 2015 gold, met dien
verstande dat: a.de vaststelling, bedoeld in artikel 8.1.7, eerste lid, van het
Besluit Jeugdwet, uiterlijk drie maanden na de dag waarop deze
wet in werking treedt wordt gedaan;b.artikel 8.1.7, tweede lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is;c.een kennisgeving van een omstandigheid die aanleiding kan
geven tot een herziening van de ouderbijdrage als bedoeld in
artikel 8.1.8, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet uiterlijk
zes weken na de vaststelling dient te worden ingediend, waarna
de herziening uiterlijk zes weken daarna plaatsvindt;d.artikel 8.1.8, derde lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is.
Artikel 8.1.3 — Artikel 8.1.3#
Artikel 8.1.3 Vervallen 2017 64 27-02-2017 21-12-2016 34614 2017 64 27-02-2017 21-12-2016 34614 28-02-2017 01-01-2016 Op over het jaar 2015 verschuldigde ouderbijdragen blijft het
recht van toepassing zoals dat op 31 december 2015 gold, met dien
verstande dat: a.de vaststelling, bedoeld in artikel 8.1.7, eerste lid, van het
Besluit Jeugdwet, uiterlijk drie maanden na de dag waarop deze
wet in werking treedt wordt gedaan;b.artikel 8.1.7, tweede lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is;c.een kennisgeving van een omstandigheid die aanleiding kan
geven tot een herziening van de ouderbijdrage als bedoeld in
artikel 8.1.8, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet uiterlijk
zes weken na de vaststelling dient te worden ingediend, waarna
de herziening uiterlijk zes weken daarna plaatsvindt;d.artikel 8.1.8, derde lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is.
Artikel 8.1.4 — Artikel 8.1.4#
Artikel 8.1.4 Vervallen 2017 64 27-02-2017 21-12-2016 34614 2017 64 27-02-2017 21-12-2016 34614 28-02-2017 01-01-2016 Op over het jaar 2015 verschuldigde ouderbijdragen blijft het
recht van toepassing zoals dat op 31 december 2015 gold, met dien
verstande dat: a.de vaststelling, bedoeld in artikel 8.1.7, eerste lid, van het
Besluit Jeugdwet, uiterlijk drie maanden na de dag waarop deze
wet in werking treedt wordt gedaan;b.artikel 8.1.7, tweede lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is;c.een kennisgeving van een omstandigheid die aanleiding kan
geven tot een herziening van de ouderbijdrage als bedoeld in
artikel 8.1.8, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet uiterlijk
zes weken na de vaststelling dient te worden ingediend, waarna
de herziening uiterlijk zes weken daarna plaatsvindt;d.artikel 8.1.8, derde lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is.
Artikel 8.1.5 — Artikel 8.1.5#
Artikel 8.1.5 Vervallen 2017 64 27-02-2017 21-12-2016 34614 2017 64 27-02-2017 21-12-2016 34614 28-02-2017 01-01-2016 Op over het jaar 2015 verschuldigde ouderbijdragen blijft het
recht van toepassing zoals dat op 31 december 2015 gold, met dien
verstande dat: a.de vaststelling, bedoeld in artikel 8.1.7, eerste lid, van het
Besluit Jeugdwet, uiterlijk drie maanden na de dag waarop deze
wet in werking treedt wordt gedaan;b.artikel 8.1.7, tweede lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is;c.een kennisgeving van een omstandigheid die aanleiding kan
geven tot een herziening van de ouderbijdrage als bedoeld in
artikel 8.1.8, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet uiterlijk
zes weken na de vaststelling dient te worden ingediend, waarna
de herziening uiterlijk zes weken daarna plaatsvindt;d.artikel 8.1.8, derde lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is.
Artikel 8.1.6 — Artikel 8.1.6#
Artikel 8.1.6 Vervallen 2017 64 27-02-2017 21-12-2016 34614 2017 64 27-02-2017 21-12-2016 34614 28-02-2017 01-01-2016 Op over het jaar 2015 verschuldigde ouderbijdragen blijft het
recht van toepassing zoals dat op 31 december 2015 gold, met dien
verstande dat: a.de vaststelling, bedoeld in artikel 8.1.7, eerste lid, van het
Besluit Jeugdwet, uiterlijk drie maanden na de dag waarop deze
wet in werking treedt wordt gedaan;b.artikel 8.1.7, tweede lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is;c.een kennisgeving van een omstandigheid die aanleiding kan
geven tot een herziening van de ouderbijdrage als bedoeld in
artikel 8.1.8, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet uiterlijk
zes weken na de vaststelling dient te worden ingediend, waarna
de herziening uiterlijk zes weken daarna plaatsvindt;d.artikel 8.1.8, derde lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is.
Artikel 8.1.7 — Artikel 8.1.7#
Artikel 8.1.7 Vervallen 2017 64 27-02-2017 21-12-2016 34614 2017 64 27-02-2017 21-12-2016 34614 28-02-2017 01-01-2016 Op over het jaar 2015 verschuldigde ouderbijdragen blijft het
recht van toepassing zoals dat op 31 december 2015 gold, met dien
verstande dat: a.de vaststelling, bedoeld in artikel 8.1.7, eerste lid, van het
Besluit Jeugdwet, uiterlijk drie maanden na de dag waarop deze
wet in werking treedt wordt gedaan;b.artikel 8.1.7, tweede lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is;c.een kennisgeving van een omstandigheid die aanleiding kan
geven tot een herziening van de ouderbijdrage als bedoeld in
artikel 8.1.8, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet uiterlijk
zes weken na de vaststelling dient te worden ingediend, waarna
de herziening uiterlijk zes weken daarna plaatsvindt;d.artikel 8.1.8, derde lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is.
Artikel 8.1.8 — Artikel 8.1.8#
Artikel 8.1.8 Vervallen 2017 64 27-02-2017 21-12-2016 34614 2017 64 27-02-2017 21-12-2016 34614 28-02-2017 01-01-2016 Op over het jaar 2015 verschuldigde ouderbijdragen blijft het
recht van toepassing zoals dat op 31 december 2015 gold, met dien
verstande dat: a.de vaststelling, bedoeld in artikel 8.1.7, eerste lid, van het
Besluit Jeugdwet, uiterlijk drie maanden na de dag waarop deze
wet in werking treedt wordt gedaan;b.artikel 8.1.7, tweede lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is;c.een kennisgeving van een omstandigheid die aanleiding kan
geven tot een herziening van de ouderbijdrage als bedoeld in
artikel 8.1.8, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet uiterlijk
zes weken na de vaststelling dient te worden ingediend, waarna
de herziening uiterlijk zes weken daarna plaatsvindt;d.artikel 8.1.8, derde lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is.
Artikel 8.2.1 — Artikel 8.2.1#
Artikel 8.2.1 artikel 8.3.2 van de wet Deze paragraaf wordt verstaan onder «gegevens»: de inbedoelde gegevens betreffende de exploitatie van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 8.2.2 — Artikel 8.2.2#
Artikel 8.2.2 1 Onze Ministers geven per categorie van jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen en per categorie van personen die bij de exploitatie van een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling betrokken zijn, aan, welke gegevens jaarlijks dienen te worden verstrekt. 2 Onze Ministers kunnen voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen gelegen binnen een door hen aan te wijzen gebied en voor personen die bij de exploitatie van die jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen betrokken zijn, aangeven welke gegevens op hun desbetreffend verzoek dienen te worden verstrekt. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 8.2.3 — Artikel 8.2.3#
Artikel 8.2.3 1 artikel 8.2.2, eerste lid De gegevens, bedoeld in, worden jaarlijks uiterlijk vijf maanden na het verstrijken van het jaar waarop zij betrekking hebben verstrekt. 2 artikel 8.2.2, tweede lid De gegevens, bedoeld in, worden verstrekt telkens uiterlijk zes maanden na een desbetreffend verzoek van elk van Onze Ministers. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 8.2.4 — Artikel 8.2.4#
Artikel 8.2.4 1 Onze Ministers wijzen instanties aan die de te verstrekken gegevens verzamelen en verwerken. 2 Bij regeling van Onze Ministers worden voorschriften gegeven: a. over de wijze waarop en de vorm waarin de gegevens dienen te worden verstrekt; b. over de wijze van vergoeding van de kosten, verbonden aan de verstrekking van de gegevens; c. wet over wijze waarop gegevens ter beschikking worden gesteld van de organen genoemd in of betrokken bij de uitvoering van de; d. die door die instanties, bedoeld in het eerste lid, in acht worden genomen. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 8.3 — Artikel 8.3#
Artikel 8.3 artikel 8.1.8, eerste lid, van de wet artikel 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van de taak, bedoeld indoor de Sociale verzekeringsbank, genoemd in. 2014 520 18-12-2014 09-12-2014 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 9.1 — Artikel 9.1#
Artikel 9.1 Wijzigt het Algemeen Rijksambtenarenreglement. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.2 — Artikel 9.2#
Artikel 9.2 Wijzigt het Ambtenarenreglement Staten-Generaal. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.3 — Artikel 9.3#
Artikel 9.3 Wijzigt het Arbeidstijdenbesluit. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.4 — Artikel 9.4#
Artikel 9.4 Wijzigt het Besluit algemene rechtspositie politie. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.5 — Artikel 9.5#
Artikel 9.5 Wijzigt het Besluit basisregistratie personen. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.6 — Artikel 9.6#
Artikel 9.6 Wijzigt het Besluit beperking verkoop en gebruik tabaksprodukten. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.7 — Artikel 9.7#
Artikel 9.7 Wijzigt het Besluit externe klachtencommissie raad voor de kinderbescherming. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.8 — Artikel 9.8#
Artikel 9.8 Wijzigt het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.9 — Artikel 9.9#
Artikel 9.9 Wijzigt het Besluit gebruik sofi-nummer Wbp. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.10 — Artikel 9.10#
Artikel 9.10 Wijzigt het Besluit geslachtsnaamswijziging. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Boek 1
van het Burgerlijk Wetboek, enz. (herziening maatregelen
kinderbescherming) in werking treedt.
Artikel 9.11 — Artikel 9.11#
Artikel 9.11 Wijzigt het Besluit gezagsregisters. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Boek 1
van het Burgerlijk Wetboek, enz. (herziening maatregelen
kinderbescherming) in werking treedt.
Artikel 9.12 — Artikel 9.12#
Artikel 9.12 Wijzigt het Besluit gezondheidszorgpsycholoog. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.13 — Artikel 9.13#
Artikel 9.13 Wijzigt het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.14 — Artikel 9.14#
Artikel 9.14 Wijzigt het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.15 — Artikel 9.15#
Artikel 9.15 Wijzigt het Besluit politiegegevens. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.16 — Artikel 9.16#
Artikel 9.16 Wijzigt het Besluit studiefinanciering 2000. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Boek 1
van het Burgerlijk Wetboek, enz. (herziening maatregelen
kinderbescherming) in werking treedt.
Artikel 9.17 — Artikel 9.17#
Artikel 9.17 Wijzigt het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.18 — Artikel 9.18#
Artikel 9.18 Wijzigt het Besluit tenuitvoerlegging jeugdstrafrecht 1994. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.19 — Artikel 9.19#
Artikel 9.19 Wijzigt het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.20 — Artikel 9.20#
Artikel 9.20 Wijzigt het Besluit zorgaanspraken AWBZ. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.21 — Artikel 9.21#
Artikel 9.21 Wijzigt de Reclasseringsregeling 1995. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.22 — Artikel 9.22#
Artikel 9.22 Wijzigt het Reglement justitiële jeugdinrichtingen. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.23 — Artikel 9.23#
Artikel 9.23 Wijzigt het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.24 — Artikel 9.24#
Artikel 9.24 1 Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg Hetwordt ingetrokken. 2 Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg Hetblijft van toepassing op de financiële verantwoording, vaststelling, inning of uitbetaling van op grond van dat besluit verleende subsidies en uitkeringen en bijdragen in de kosten voor jeugdzorg. 3 Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg In wettelijke procedures en rechtsgedingen tegen besluiten die op grond van hetzijn genomen, dan wel op tegen deze besluiten in te stellen of ingestelde beroepen, blijven, zowel in eerste aanleg als in verdere instantie, de regels van toepassing, die golden voor de intrekking van dat besluit. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 9.25 — Artikel 9.25#
Artikel 9.25 Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 10.1 — Artikel 10.1#
Artikel 10.1 Artikel 10.0, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op de volgende categorieën van jeugdhulpaanbieders: a. artikel 4.0.1 jeugdhulpaanbieders als bedoeld in; b. artikel 10.0 van de wet artikel 8.3.1 van de wet jeugdhulpaanbieders die binnen de termijn, bedoeld in, de gegevens, bedoeld in, over het jaar 2021 op de krachtens laatstgenoemd artikel bepaalde wijze hebben openbaar gemaakt; en c. artikel 8.3.1 van de wet jeugdhulpaanbieders die overeenkomstig het bepaalde krachtensuitstel hebben verzocht van de in onderdeel b bedoelde openbaarmaking over het jaar 2021. 2021 159 31-03-2021 17-03-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 10.2 — Artikel 10.2#
Artikel 10.2 1 artikel 6.1.2, tweede lid Wet rechtspositie gesloten jeugdhulp Een jeugdhulpaanbieder stelt het veiligheidsplan, bedoeld in, vast binnen zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van de. 2 Wet rechtspositie gesloten jeugdhulp artikelen 6.2.5, eerste en derde lid 6.2.6, tweede lid Een jeugdhulpaanbieder voldoet zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deaan de, en. 2023 415 21-11-2023 14-11-2023 2023 421 22-11-2023 18-11-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet rechtspositie
gesloten jeugdhulp in werking treedt.
Artikel 10.3 — Artikel 10.3#
Artikel 10.3 Vervallen 2020 321 09-09-2020 31-08-2020 2020 321 09-09-2020 31-08-2020 01-10-2020
Artikel 10.4 — Artikel 10.4#
Artikel 10.4 artikel 68a, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg artikel 5.2.1, eerste lid Een erkenning van een beroepsregister als enig kwaliteitsregister jeugd door Onze Ministers op grond van, geldt als erkenning op grond van, van dit besluit. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 10.5 — Artikel 10.5#
Artikel 10.5 Vervallen 2020 321 09-09-2020 31-08-2020 2020 321 09-09-2020 31-08-2020 01-10-2020
Artikel 10.5a — Artikel 10.5a#
Artikel 10.5a artikel 46, tweede lid, van de Uitvoeringswet algemene verordening gegevensbescherming Dit besluit berust mede op. 2018 249 27-07-2018 11-07-2018 2018 250 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 10.6 — Artikel 10.6#
Artikel 10.6 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Jeugdwet. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 22-11-2014