Besluit van 25 november 2013, houdende regels inzake de in het kader van de Kernenergiewet in rekening te brengen kosten (Besluit vergoedingen Kernenergiewet)
- BWB-id
- BWBR0034271
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0034271
- ELI
- /eli/nl/amvb/2014/besluit-vergoedingen-kernenergiewet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2014/besluit-vergoedingen-kernenergiewet/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0034271&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0034271&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0034271/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2014/besluit-vergoedingen-kernenergiewet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: – bedrag: artikel 74 van de wet bedrag als bedoeld in; – gecompliceerd besluit: een besluit dat betrekking heeft op: a. artikel 15, onderdeel b, van de wet de veiligheidsfuncties van een inrichting als bedoeld inof b. artikel 15, onderdeel b, van de wet meerdere technische of organisatorische processen van een inrichting als bedoeld in; – gecompliceerde vergunning: een vergunning die betrekking heeft op: a. artikel 15, onderdeel b, van de wet de veiligheidsfuncties van een inrichting als bedoeld inof b. artikel 15, onderdeel b, van de wet meerdere technische of organisatorische processen van een inrichting als bedoeld in; – wet: Kernenergiewet de. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 15, onderdeel a, van de wet bijlage I van de Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 4.760,– Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een vergunning als bedoeld invoor het vervoer van splijtstoffen, genoemd inbedraagt € 3.680. 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 01-01-2026
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 15, onderdeel b, van de wet Het bedrag dat verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een houder van een vergunning als bedoeld invoor de verlening van een vergunning voor het voorhanden hebben of zich ontdoen van splijtstoffen als bedoeld in artikel 15, onderdeel a, van de wet, bedraagt: a. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 8.568,– artikel 17, eerste lid, van de wet € 6.624indien bij de voorbereiding van de vergunning toepassing zal worden gegeven aan; b. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 4.760,– artikel 17, tweede lid, van de wet € 3.680indien bij de voorbereiding van de vergunning toepassing zal worden gegeven aan. 2 artikel 15, onderdeel b, van de wet Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een vergunning aan een houder van een vergunning als bedoeld invoor het voorhanden hebben of zich ontdoen van splijtstoffen als bedoeld in artikel 15, onderdeel a, van de wet bedraagt: a. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 21.896,– artikel 17, eerste lid, van de wet € 16.928indien bij de voorbereiding van de vergunning toepassing is gegeven aan; b. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 11.186,– artikel 17, tweede lid, van de wet € 8.648indien bij de voorbereiding van de vergunning toepassing is gegeven aan. 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 01-01-2026
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 15, onderdeel b, van de wet Het bedrag dat verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor de oprichting van een inrichting als bedoeld inbedraagt: a. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 972.000,– € 755.280indien het een inrichting betreft waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt om elektriciteit op te wekken; b. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 486.000,– € 377.640indien het een inrichting betreft waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt met een ander doel dan om elektriciteit op te wekken; c. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 324.000,– € 251.760indien het een andere inrichting betreft dan in onderdelen a en b genoemd. 2 artikel 15, onderdeel b, van de wet Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een vergunning voor de oprichting van een inrichting als bedoeld inbedraagt: a. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 4.860.000,– € 3.776.400indien het een inrichting betreft waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt om elektriciteit op te wekken; b. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 2.430.000,– € 1.888.200indien het een inrichting betreft waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt met een ander doel dan om elektriciteit op te wekken; c. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 1.296.000,– € 1.007.040indien het een andere inrichting betreft dan in onderdelen a en b genoemd. 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 01-01-2026
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 15, onderdeel b, van de wet Het bedrag dat verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor het in werking brengen of het in werking houden van een inrichting als bedoeld inbedraagt: a. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 324.000,– € 251.760indien het een inrichting betreft waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt om elektriciteit op te wekken; b. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 324.000,– € 251.760indien het een inrichting betreft waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt met een ander doel dan om elektriciteit op te wekken; c. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 162.000,– € 125.880indien het een andere inrichting betreft dan in onderdelen a en b genoemd. 2 artikel 15, onderdeel b, van de wet Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een vergunning voor het in werking brengen of het in werking houden van een inrichting als bedoeld inbedraagt: a. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 1.620.000,– € 1.258.800indien het een inrichting betreft waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt om elektriciteit op te wekken; b. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 972.000,– € 755.280indien het een inrichting betreft waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt met een ander doel dan om elektriciteit op te wekken; c. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 486.000,– € 377.640indien het een andere inrichting betreft dan in onderdelen a en b genoemd. 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 01-01-2026
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 15, onderdeel b Het bedrag dat verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor het buiten gebruik stellen of het ontmantelen van een inrichting als bedoeld in, van de wet bedraagt: a. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 162.000,– € 125.880indien het een inrichting betreft waarin kernenergie kan of kon worden vrijgemaakt om elektriciteit op te wekken; b. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 81.000,– € 62.940indien het een inrichting betreft waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt met een ander doel dan om elektriciteit op te wekken; c. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 40.500,– € 31.470indien het een andere inrichting betreft dan in onderdelen a en b genoemd. 2 artikel 15, onderdeel b, van de wet Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een vergunning voor het buiten gebruik stellen of ontmantelen van een inrichting als bedoeld inbedraagt: a. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 81.000,– € 62.940indien het een inrichting betreft waarin kernenergie kan of kon worden vrijgemaakt om elektriciteit op te wekken; b. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 40.500,– € 31.470indien het een inrichting betreft waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt met een ander doel dan om elektriciteit op te wekken; c. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 40.500,– € 31.470indien het een andere inrichting betreft dan in onderdelen a en b genoemd. 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 01-01-2026
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikelen 4, eerste lid 5, eerste lid 6, eerste lid Het bedrag dat verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een wijziging van een vergunning als bedoeld in de,, en, bedraagt: a. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 18.088,– artikel 17, eerste lid, van de wet € 13.984indien bij de voorbereiding van de vergunning toepassing zal worden gegeven aanen het niet een gecompliceerd besluit betreft; b. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 8.568,– artikel 17, vierde lid, van de wet € 6.624indien bij de voorbereiding van de vergunning toepassing zal worden gegeven aanen het niet een gecompliceerd besluit betreft; c. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 69.496,– € 53.728indien het een gecompliceerd besluit betreft. 2 artikelen 4, eerste lid 5, eerste lid 6, eerste lid Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een wijziging van een vergunning als bedoeld in de,, en, bedraagt: a. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 35.224,– artikel 17, eerste lid, van de wet € 27.232indien bij de voorbereiding van de vergunning toepassing is gegeven aanen het niet een gecompliceerd besluit betreft; b. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 18.564,– artikel 17, vierde lid, van de wet € 14.352indien bij de voorbereiding van de vergunning toepassing is gegeven aanen het niet een gecompliceerd besluit betreft; c. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 117.096,– € 90.528indien het een gecompliceerd besluit betreft. 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 01-01-2026
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 15, onderdeel b, van de wet Het bedrag dat jaarlijks verschuldigd is voor de periode vanaf het moment waarop een inrichting als bedoeld inin bedrijf is gegaan tot het moment waarop de vergunningen op grond van artikel 15, onderdeel b, zijn ingetrokken bedraagt: a. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 858.600,– € 668.932indien het een inrichting betreft waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt om elektriciteit op te wekken; b. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 48.600,– € 36.708indien het een inrichting betreft waarin kernenergie kon worden vrijgemaakt om elektriciteit op te wekken; c. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 307.800,– € 236.348indien het een inrichting betreft waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt met een ander doel dan om elektriciteit op te wekken; d. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 226.800,– € 178.204indien het een andere inrichting betreft dan in onderdelen a, b en c genoemd. 2 artikel 15, onder b, van de wet Het bedrag dat verschuldigd is voor de beoordeling van het document waarin de houder van een vergunning op grond vanten minste eens in de tien jaar aan de Autoriteit verslag doet inzake de nucleaire veiligheid van de onder zijn beheer zijnde kerninstallatie bedraagt: a. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 777.600,– € 600.944indien het een beoordeling betreft van een verslag ten behoeve van een inrichting waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt om elektriciteit op te wekken; b. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 405.000,– € 320.344indien het een beoordeling betreft van een verslag ten behoeve van een inrichting met een capaciteit van ten minste 10 megawatt waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt met een ander doel dan om elektriciteit op te wekken; c. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 243.000,– € 185.472indien het een beoordeling betreft van een verslag betreft ten behoeve van een andere inrichting dan in onderdelen a en b genoemd. 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 01-01-2026
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikelen 3, tweede lid 4, tweede lid 5, tweede lid 6, tweede lid 7, tweede lid van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 17.136,– Omgevingswet De bedragen bedoeld in de,,,, en, worden met € 13.248verhoogd indien een milieueffectrapport als bedoeld in demoet worden gemaakt. 2 artikelen 3, tweede lid 4, tweede lid 5, tweede lid 6, tweede lid 7, tweede lid van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 19.636,– Omgevingswet De bedragen bedoeld in de,,,, en, worden met € 14.784verhoogd indien daarbij de Commissie voor de milieueffectrapportage, bedoeld in de, een advies moet geven. 3 artikelen 4 5 6 7, eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdeel c 8, tweede lid Indien een extern advies wordt gevraagd worden de bedragen, bedoeld in de,,,, en, met de kosten van het externe advies verhoogd. 4 artikelen 3, tweede lid 4, tweede lid 5, tweede lid 6, tweede lid 7, tweede lid De bedragen, bedoeld in de,,,, en, worden verhoogd met: a. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 328,– artikel 17, tweede of vierde lid, van de wet € 250indien bij de voorbereiding van de vergunning toepassing is gegeven aan; b. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 26.563,– artikel 17, eerste lid, van de wet € 20.000indien bij de voorbereiding van de vergunning toepassing is gegeven aan; c. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 13.281,– € 10.000indien van het ontwerp van het te nemen en van het genomen besluit op basis van een wettelijk voorschrift kennis is gegeven in het buitenland; d. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 13.281,– Omgevingswet € 10.000indien op basis van een wettelijk voorschrift een milieueffectrapport als bedoeld in deis gemaakt en een kennisgeving hiervan in Nederland is geplaatst; e. van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 6.639,– Omgevingswet € 5.000indien op basis van een wettelijk voorschrift een milieueffectrapport als bedoeld in deis gemaakt en een kennisgeving hiervan in het buitenland is geplaatst. 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 01-01-2026
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 7.22, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 650,– Het bedrag dat verschuldigd is voor een inschrijving of de verlenging van een inschrijving in het register voor stralingsartsen als bedoeld inbedraagt € 500. 2 artikel 5.5, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 650,– Het bedrag dat verschuldigd is voor een inschrijving of de verlenging van een inschrijving in het register als bedoeld inbedraagt € 500. 3 artikel 5.11, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 1.991,– Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een erkenning van een instelling voor een opleiding op het gebied van stralingsbescherming als bedoeld inbedraagt € 1.500. 4 artikel 7.15, tweede lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027: € 6.639,– Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een erkenning als bedoeld inbedraagt € 5.000. 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 2025 44126 22-12-2025 ANVS-2025/17009 01-01-2026
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Indien voor het in behandeling nemen van een aanvraag op grond van dit besluit meer dan één bedrag verschuldigd is, is alleen het hoogste bedrag verschuldigd. 2 Indien bij eenzelfde besluit meer dan één vergunning is verleend waarvoor op grond van dit besluit meer dan één bedrag is verschuldigd, is alleen het hoogste bedrag verschuldigd. 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien een aanvraag of een besluit betrekking hebben op in ieder geval twee of meer gecompliceerde vergunningen. 2013 479 05-12-2013 25-11-2013 2013 479 05-12-2013 25-11-2013 01-01-2014
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De Autoriteit brengt de bedragen in rekening en verzendt een besluit daartoe: a. artikelen 3, eerste lid 4, eerste lid 5, eerste lid 6, eerste lid 7, eerste lid tegelijk met het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in de,,,, en; b. artikelen 3, tweede lid 4, tweede lid 5, tweede lid 6, tweede lid 7, tweede lid tegelijk met de bekendmaking van de vergunning als bedoeld in de,,,, en; c. artikel 8, eerste lid telkens voor 31 januari van het jaar waarop het verschuldigde bedrag betrekking heeft indien het een bedrag betreft verschuldigd op grond van; d. artikel 15, onder b, van de wet tegelijk met de toezending van de beoordeling van het document waarin de houder van een vergunning op grond vanten minste eens in de tien jaar aan de Autoriteit verslag doet inzake de nucleaire veiligheid van de onder zijn beheer zijnde kerninstallatie; e. artikel 10 tegelijk met de bekendmaking van de inschrijving, de verlenging van de inschrijving en de erkenning als bedoeld in. 2 artikel 3, eerste lid 4, eerste lid 5, eerste lid 6, eerste lid 7, eerste lid titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de inning van de bedragen, bedoeld in de,,,, en, isvan toepassing. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 bijlage De in dit besluit genoemde bedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast met het verschil tussen de in dit besluit gegeven bedragen en het bedrag van het in debij dit besluit aantal uren of fulltime equivalents maal het in dat jaar geldende tarief schaal 13 opgenomen in het Handboek Financiële Informatie en Administratie Rijksoverheid. Daarbij worden de bedragen rekenkundig afgerond op gehele euro’s. 2 artikelen 9, tweede en vierde lid 10 In afwijking van het eerste lid worden de in de, engenoemde bedragen jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex. Daarbij worden de bedragen rekenkundig afgerond op gehele euro’s. 3 Van de bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, doet de Autoriteit jaarlijks voor 1 januari mededeling in de Staatscourant. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2014. 2 Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 Hetblijft van toepassing op: a. de Lage Flux Reactor te Petten; b. artikel 15, onder b, van de wet een document waarin de houder van een vergunning op grond vanten minste eens in de tien jaar aan de Minister verslag doet inzake de nucleaire veiligheid van de onder zijn beheer zijnde kerninstallatie dat voor 1 januari 2014 door Onze Minister van Economische Zaken is ontvangen. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 Hetwordt ingetrokken. 2013 479 05-12-2013 25-11-2013 2013 479 05-12-2013 25-11-2013 01-01-2014
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vergoedingen Kernenergiewet. 2013 479 05-12-2013 25-11-2013 2013 479 05-12-2013 25-11-2013 01-01-2014
Artikel 13#
artikel 13, eerste lid
Artikel 2#
Artikel 2
Artikel 3#
Artikel 3, eerste lid, onderdeel a
Artikel 4#
Artikel 4, eerste lid, onderdeel a
Artikel 5#
Artikel 5, eerste lid, onderdeel a
Artikel 6#
Artikel 6, eerste lid, onderdeel a
Artikel 7#
Artikel 7, eerste lid, onderdeel a
Artikel 8#
Artikel 8, eerste lid, onderdeel a
Artikel 9#
Artikel 9, eerste lid