Besluit van 18 december 2013, houdende nadere regels over het toepassingsbereik van de vermindering van de verhuurderheffing op grond van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II en een aanpassing van de inkomensgrenzen (Besluit vermindering verhuurderheffing 2014)
- BWB-id
- BWBR0034554
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2021-01-01 t/m 2022-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0034554
- ELI
- /eli/nl/amvb/2014/besluit-vermindering-verhuurderheffing-2014
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2014/besluit-vermindering-verhuurderheffing-2014/2021-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0034554&g=2021-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0034554&z=2026-06-06&g=2021-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0034554/2021-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2014/besluit-vermindering-verhuurderheffing-2014
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: energielabelklasse: artikel 2.1, achtste lid, van het Besluit energieprestatie gebouwen energielabelklasse als bedoeld in; Wet: Wet maatregelen woningmarkt 2014 II . 2020 454 17-11-2020 04-11-2020 2020 529 18-12-2020 08-12-2020 01-01-2021
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 artikel 1.6, zevende lid, van de wet De aanvraag, bedoeld inwordt uiterlijk op 1 juli van het jaar volgend op het jaar van verwerving in eigendom respectievelijk realisatie van de huurwoning ingediend, om de betreffende woning voor vrijstelling in dat heffingsjaar in aanmerking te laten komen. 2 artikel 1.6, zevende lid, van de wet Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke gegevens moeten worden verstrekt bij de aanvraag, bedoeld in. 2019 498 23-12-2019 09-12-2019 2019 510 27-12-2019 18-12-2019 35302 01-01-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XIV van het
Belastingplan 2020 in werking treedt.
Artikel 1b — Artikel 1b#
Artikel 1b artikel 1.4 van de wet Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de bewijsstukken die de belastingplichtige, bedoeld in, moet overleggen om in aanmerking te komen voor de heffingsvermindering. 2019 12 25-01-2019 14-01-2019 2019 11 25-01-2019 14-01-2019 01-02-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XI van de Fiscale
vergroeningsmaatregelen 2019 in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1.11, eerste lid, onderdeel e, van de wet Onder grootschalige verbouw van huurwoningen als bedoeld inworden de volgende werkzaamheden of combinaties van werkzaamheden verstaan voor zover de investeringskosten voor die werkzaamheden of die combinaties per huurwoning meer bedragen dan € 62.500: a. het herstel van funderingen; b. het herstel of de vervanging van wanden, gevels, buitenkozijnen, buitenramen en buitendeuren; c. een wijziging van de woningplattegrond binnen een bestaand casco; d. het herstel of de vervanging van vloerconstructies, trappen, balkons en galerijen; e. het aanbrengen van liftconstructies; f. artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met o een combinatie van de werkzaamheden, genoemd in de onderdelen a tot en met e, al dan niet in combinatie met de werkzaamheden, genoemd in, of g. werkzaamheden die noodzakelijkerwijs voortvloeien uit of samenhangen met de werkzaamheden of de combinatie van werkzaamheden, genoemd in de onderdelen a tot en met f. 2 artikel 1.11, eerste lid, onderdeel e, van de wet artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met o Onder grootschalige verbouw van huurwoningen als bedoeld inwordt tevens verstaan een combinatie van de werkzaamheden, genoemd in, voor zover de investeringskosten van die combinatie per huurwoning meer bedragen dan € 62.500. 2017 61 24-02-2017 10-02-2017 2017 88 15-03-2017 06-03-2017 01-04-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 1.11, eerste lid, onderdeel h, van de wet Onder kleinschalige verbouw van huurwoningen als bedoeld inworden de volgende werkzaamheden of combinaties van werkzaamheden verstaan voor zover de investeringskosten voor die werkzaamheden of die combinaties per huurwoning meer bedragen dan € 25.000, doch minder bedragen dan of gelijk zijn aan € 62.500: a. het opheffen van optrekkend of doorslaand vocht en van overmatig condensvocht inclusief zwambestrijding; b. het herstel of de vervanging van dakconstructies, dakbedekkingen, goten en hemelwaterafvoer; c. het herstel of de vervanging van rook- of ventilatiekanalen binnen- en buitendaks; d. het herstel of de vervanging van de binnenhuisriolering tot de aansluiting op het gemeenteriool; e. het herstel of de vervanging van sanitair en keukenblokken, inclusief de aansluiting hiervan op de riolering; f. het herstel of de vervanging van gas- en waterleidingen, waaronder mede begrepen het vervangen van loden drinkwaterleidingen, inclusief de vervanging van kranen; g. het herstel of de vervanging van de elektrische installaties in de bestaande omgeving; h. het herstel of de vervanging van gaskachels en CV-ketels; i. het herstel of de vervanging van entrees van portieken, het dichtzetten van portieken, het aanbrengen van elektrische deuren en deuropeners, het aanbrengen of verplaatsen van briefkasten, het aanbrengen van videofoons, het vervangen van hang- en sluitwerk; j. het aanbrengen of vervangen van bergingen, het aanbrengen van toegangsdeuren, verlichting en afsluiting; k. het herstel of de verbetering van afsluiting binnenterreinen en achterpaden behorende bij de huurwoning, inclusief de inrichting en de verlichting; l. het herstel of de vervanging van trespa of gelijkwaardig materiaal, gevelbekleding, aluminium- of kunststof kozijnen; m. het herstel van historische gevels; n. een combinatie van de werkzaamheden, genoemd in de onderdelen a tot en met m, of o. werkzaamheden die noodzakelijkerwijs voortvloeien uit of samenhangen met de werkzaamheden of de combinatie van werkzaamheden, genoemd in de onderdelen a tot en met n. 2 artikel 1.11, eerste lid, onderdeel h, van de wet artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met g Onder kleinschalige verbouw van huurwoningen als bedoeld inwordt tevens verstaan de werkzaamheden of een combinatie van de werkzaamheden, genoemd in, al dan niet in combinatie met de werkzaamheden, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met o, voor zover de investeringskosten voor die werkzaamheden of die combinaties per huurwoning minder bedragen dan of gelijk zijn aan € 62.500. 2017 61 24-02-2017 10-02-2017 2017 88 15-03-2017 06-03-2017 01-04-2017
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a Vervallen 2019 12 25-01-2019 14-01-2019 2019 11 25-01-2019 14-01-2019 01-02-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XI van de Fiscale
vergroeningsmaatregelen 2019 in werking treedt.
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b artikel 1.11, vierde lid, van de wet artikelen 2, eerste en tweede lid 3, eerste en tweede lid Indien toepassing wordt gegeven aan, kunnen bij ministeriële regeling de in de, en, genoemde bedragen worden gewijzigd. 2017 61 24-02-2017 10-02-2017 2017 88 15-03-2017 06-03-2017 01-04-2017
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 1.11, eerste lid, onderdeel k, van de wet Een verduurzaming van categorie 1 als bedoeld in, is de verduurzaming van de huurwoning met een energielabelklasse G naar een energielabelklasse beter dan A++. 2 artikel 1.11, eerste lid, onderdeel l, van de wet Een verduurzaming van categorie 2 als bedoeld in, is de verduurzaming van de huurwoning: a. met een energielabelklasse G naar een energielabelklasse A+ of beter; b. met een energielabelklasse F naar een energielabelklasse A++ of beter; of c. met een energielabelklasse E of F naar een energielabelklasse beter dan A++. 3 artikel 1.11, eerste lid, onderdeel m, van de wet Een verduurzaming van categorie 3 als bedoeld in, is de verduurzaming van de huurwoning: a. met een energielabelklasse G naar een energielabelklasse B of beter; b. met een energielabelklasse F naar een energielabelklasse A of beter; c. met een energielabelklasse E of F naar een energielabelklasse A+ of beter; d. met een energielabelklasse D of E naar een energielabelklasse A++ of beter; of e. met een energielabelklasse C of D naar een energielabelklasse beter dan A++. 4 artikel 1.11, eerste lid, onderdeel n, van de wet Een verduurzaming van categorie 4 als bedoeld in, is een verduurzaming van de huurwoning: a. met een energielabelklasse E of F naar een energielabelklasse B of beter; b. met een energielabelklasse D of E naar een energielabelklasse A of beter; c. met een energielabelklasse C of D naar een energielabelklasse A+ of beter; d. met een energielabelklasse B of C naar een energielabelklasse A++ of beter; of e. met energielabelklasse A naar een energielabelklasse beter dan A++. 2020 454 17-11-2020 04-11-2020 2020 529 18-12-2020 08-12-2020 01-01-2021
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a artikel 1.11, eerste lid, onderdelen k, l, m of n, van de wet artikel 4 Een verduurzaming als bedoeld in, waarvoor een voorlopige investeringsverklaring is afgegeven voor 1 januari 2020, wordt beoordeeld overeenkomstigzoals dat luidde op 31 december 2020. 2020 454 17-11-2020 04-11-2020 2020 529 18-12-2020 08-12-2020 01-01-2021
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2014. 2013 584 24-12-2013 18-12-2013 2013 584 24-12-2013 18-12-2013 01-01-2014
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vermindering verhuurderheffing 2014. 2013 584 24-12-2013 18-12-2013 2013 584 24-12-2013 18-12-2013 01-01-2014