Besluit van 26 november 2014 tot uitvoering van de Wet op de dierproeven (Dierproevenbesluit 2014)
- BWB-id
- BWBR0035866
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-07-17
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0035866
- ELI
- /eli/nl/amvb/2014/dierproevenbesluit-2014
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2014/dierproevenbesluit-2014/2020-07-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0035866&g=2020-07-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0035866&z=2026-06-06&g=2020-07-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0035866/2020-07-17
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2014/dierproevenbesluit-2014
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Wet op de dierproeven In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder «wet»:. 2014 475 05-12-2014 26-11-2014 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 9 van de wet De persoon, bedoeld in, is wetenschappelijk opgeleid in een lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte in een richting die verband houdt met de te verrichten werkzaamheden, beschikt over soortspecifieke kennis en heeft een door Onze Minister erkende cursus proefdierkunde gevolgd. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de minimumeisen, bedoeld in het eerste lid. 3 In aanvulling op het eerste lid kunnen bij ministeriële regeling bekwaamheidseisen worden gesteld en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het verwerven, op peil houden en aantonen van de vereiste bekwaamheid. 4 artikel 9 van de wet Met de beroepseisen ter zake van de persoon, bedoeld in, worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie of Europese Economische Ruimte en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 5 artikel 9 van de wet Onze Minister kan op verzoek een ontheffing verlenen van het vereiste in het eerste lid, dat de daar bedoelde opleiding is gevolgd in een lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, indien kan worden aangetoond dat de persoon, bedoeld in, beschikt over een vergelijkbaar deskundigheids- en bekwaamheidsniveau. 2014 475 05-12-2014 26-11-2014 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Bij ministeriële regeling wordt bepaald op welke wijze de niet-technische samenvatting van een project waarvoor de centrale commissie dierproeven een projectvergunning heeft verleend, bekend wordt gemaakt. 2014 475 05-12-2014 26-11-2014 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 10a4 van de wet Bij ministeriële regeling kan een vereenvoudigde procedure als bedoeld inworden vastgesteld. 2014 475 05-12-2014 26-11-2014 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 10e, derde en vierde lid, van de wet Verordening (EG) nr. 338/97 Als bedreigde diersoorten als bedoeld inworden aangewezen de soorten, bedoeld in bijlage A bijvan de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantesoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer, die niet onder het toepassingsgebied van artikel 7, eerste lid, van die verordening vallen. 2014 475 05-12-2014 26-11-2014 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 11a van de wet artikelen 7 9, eerste lid 11 tot en met 13 artikelen 8 9, tweede lid 10 Om in aanmerking te komen voor een instellingsvergunning tot het fokken of afleveren van dieren met het oog op dierproeven als bedoeld in, dient de aanvrager aannemelijk te maken dat hij wat betreft de organisatie kan voldoen aan het bepaalde bij of krachtens de,, enalsmede, wat betreft het personeel, aan de,, en. 2014 475 05-12-2014 26-11-2014 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De fokker, de leverancier en de gebruiker zorgen ervoor dat: a. alle dieren beschikken over huisvesting, een omgeving, voedsel, water en verzorging die passend zijn voor hun gezondheid en welzijn en welke ten minste voldoet aan de in bijlage III van de richtlijn gestelde eisen met ingang van de in die bijlage bij die eisen genoemde data; b. iedere beperking van de mogelijkheid van de dieren om aan hun fysiologische en ethologische behoeften te voldoen, tot een minimum wordt beperkt; c. de dieren en de omstandigheden waarin de dieren worden gefokt, gehouden, of gebruikt, dagelijks worden gecontroleerd en de uitgevoerde controles en bevindingen worden geregistreerd; d. voorzieningen worden getroffen om een eventueel letsel of pijn, onnodig lijden, angst en blijvende schade die vermijdbaar zijn en die worden ontdekt, zo snel mogelijk te verhelpen, e. de dieren onder behoorlijke omstandigheden worden vervoerd, en f. er niet wordt gerookt in ruimten waarin zich dieren bevinden. 2 Voor knaagdieren en konijnen worden geen draadkooien of draadroosterbodems gebruikt. 3 De inrichtingen van de fokker, de leverancier en de gebruiker, beschikken over installaties en voorzieningen die geschikt zijn voor de daar gehuisveste diersoorten, en indien er dierproeven plaatsvinden, voor de uitvoering van die dierproeven. 4 Het ontwerp, de bouw en de werking van de in het derde lid bedoelde installaties en voorzieningen zijn zodanig dat dierproeven zo doelmatig mogelijk kunnen worden uitgevoerd en dat met zo weinig mogelijk dieren en een minimum aan pijn, lijden, angst of blijvende schade naar betrouwbare resultaten wordt gestreefd. 5 De in het derde lid bedoelde installaties en voorzieningen en het ontwerp, de bouw en de werking daarvan, bedoeld in het vierde lid, voldoen aan de in bijlage III bij de richtlijn aan installaties en voorzieningen en het ontwerp, de bouw en de werking daarvan, bedoeld in het vierde lid, gestelde voorschriften. 6 Van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, kan worden afgeweken: a. om redenen van dierenwelzijn of diergezondheid, of b. om wetenschappelijke redenen, mits dit noodzakelijk is voor de uitvoering van het projectvoorstel waarvoor een projectvergunning is verleend. 7 In aanvulling op het zesde lid kan Onze Minister om wetenschappelijke redenen of redenen van dierenwelzijn of diergezondheid op verzoek een ontheffing verlenen van de verplichtingen op grond van het eerste lid, aanhef en onder a. 2020 258 16-07-2020 02-07-2020 2020 258 16-07-2020 02-07-2020 17-07-2020
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Personen die de hierna genoemde werkzaamheden verrichten, hebben een opleiding afgerond die voldoet aan de bij ministeriële regeling vast te stellen minimumeisen: Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om de werkzaamheden, genoemd in de onderdelen a tot en met c, uit te voeren. a. het verrichten van dierproeven; b. het verzorgen van dieren; of c. het doden van dieren. 2 In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid kunnen bij ministeriële regeling bekwaamheidseisen worden gesteld ten aanzien van de personen, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het verwerven, op peil houden en aantonen van de vereiste bekwaamheid. 3 Totdat zij bewijs hebben geleverd van de vereiste bekwaamheid, staan de in het eerste lid bedoelde personen tijdens hun werk onder toezicht. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de eerste volzin. 4 Met de beroepseisen ter zake van personen als bedoeld in het eerste lid, worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie of Europese Economische Ruimte en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 2014 475 05-12-2014 26-11-2014 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 2 11a van de wet artikel 13f, derde en vierde lid, van de wet De houder van een instellingsvergunning als bedoeld inofdraagt ervoor zorg dat een ieder voor wiens handelen of nalaten hij als zodanig verantwoordelijk is, aan de inbedoelde personen alle medewerking verleent die nodig is voor de uitoefening van de bij hen belegde taken. 2 artikel 13f, derde en vierde lid, van de wet Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de inbedoelde personen. 2014 475 05-12-2014 26-11-2014 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 14 van de wet Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de deskundigheid en bekwaamheid van de persoon, bedoeld in. 2014 475 05-12-2014 26-11-2014 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 14a van de wet Bij ministeriële regeling kunnen categorieën van fokkers, leveranciers en gebruikers worden aangewezen die niet gehouden zijn een instantie voor dierenwelzijn als bedoeld inin te stellen. 2 artikel 14c van de wet artikel 13f, derde lid, onder a, van de wet Indien een fokker, leverancier, of gebruiker die valt onder de in het eerste lid bedoelde categorie geen instantie voor dierenwelzijn instelt, worden de bij of krachtensaan de instantie voor dierenwelzijn opgedragen taken verricht door de persoon, bedoeld in. 2014 475 05-12-2014 26-11-2014 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikelen 15 15a, eerste lid, van de wet Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het aantekening houden en bewaren van gegevens als bedoeld in deen, en het verstrekken van deze gegevens aan Onze Minister. 2 artikel 15a, tweede lid, van de wet Bij ministeriële regeling worden eisen gesteld aan het levensloopdossier als bedoeld in. 2014 475 05-12-2014 26-11-2014 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De fokker, leverancier en de gebruiker voorzien alle honden, katten en niet-menselijke primaten die zij houden uiterlijk op het moment dat deze dieren worden gespeend, op de minst pijnlijke wijze van een permanent individueel merkteken. Onze Minister kan nadere regels stellen over de wijze waarop het aanbrengen van merktekens plaats moet vinden. 2 Wanneer een hond, kat of niet-menselijke primaat vóór het spenen wordt overgebracht naar een andere fokker, leverancier of gebruiker en het niet mogelijk is het dier vooraf te merken, worden gegevens over het betrokken dier, met name de identiteit van de moeder, door de ontvangende fokker, leverancier of gebruiker bewaard totdat het dier is gemerkt. 3 Wanneer een fokker, leverancier of gebruiker een gespeende niet-gemerkte hond, kat of niet-menselijke primaat ontvangt, wordt het dier zo spoedig mogelijk op de minst pijnlijke wijze van een permanent merkteken voorzien. 2014 475 05-12-2014 26-11-2014 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dierproevenbesluit Hetwordt ingetrokken. 2014 475 05-12-2014 26-11-2014 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikelen 2, eerste lid artikel 9 van de wet richtlijn 2010/63 artikel 16 van de wet De in de, gestelde vereisten dat de persoon, bedoeld in, opgeleid moet zijn in een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte, respectievelijk een door Onze Minister erkende cursus proefdierkunde heeft gevolgd, geldt niet ten aanzien van personen ten aanzien waarvan vóór de inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Wet op de dierproeven in verband met implementatie van/EU op grond vaneen ontheffing van het verbod in artikel 9 van de wet is verleend, voor zover deze ontheffing betrekking heeft op deze vereisten. 2014 475 05-12-2014 26-11-2014 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Wijzigt het Besluit identificatie en registratie van dieren. 2014 475 05-12-2014 26-11-2014 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2014 475 05-12-2014 26-11-2014 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Dit besluit wordt aangehaald als: Dierproevenbesluit 2014. 2014 475 05-12-2014 26-11-2014 2014 476 05-12-2014 26-11-2014 18-12-2014