Besluit van 21 november 2015, houdende regels met betrekking tot de vergoeding minimumtoegangspakket en de toegang tot dienstvoorzieningen en de levering van diensten op het gebied van spoor en houdende wijziging van enkele algemene maatregelen van bestuur ter implementatie van richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PbEU 2012, L 343/32) (Besluit implementatie richtlijn 2012/34/EU tot instelling van één Europese spoorwegruimte)
- BWB-id
- BWBR0037315
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037315
- ELI
- /eli/nl/amvb/2015/besluit-implementatie-richtlijn-2012-34-eu-tot-instelling-va
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2015/besluit-implementatie-richtlijn-2012-34-eu-tot-instelling-va/2022-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037315&g=2022-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037315&z=2026-06-06&g=2022-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037315/2022-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2015/besluit-implementatie-richtlijn-2012-34-eu-tot-instelling-va
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit en de daarop rustende bepalingen, wordt verstaan onder: alternatief traject: richtlijn 2012/34 alternatief traject als bedoeld in artikel 3, onderdeel 9, van/EU; dienstregelingsjaar: richtlijn 2012/34 de periode gelegen tussen het moment, bedoeld in bijlage VII, onderdeel 2, eerste volzin, van/EU, waarop de wijziging van de dienstregeling plaatsvindt en het daarop volgende moment waarop wijziging van de dienstregeling plaatsvindt; levensvatbaar alternatief: richtlijn 2012/34 levensvatbaar alternatief als bedoeld in artikel 3, onderdeel 10, van/EU; methode voor toerekening: artikel 63, eerste lid, van de wet methode voor de toerekening van de kosten aan het aan spoorwegondernemingen aangeboden minimumtoegangspakket als bedoeld in; redelijke winst: richtlijn 2012/34 redelijke winst als bedoeld in artikel 3, onderdeel 17, van/EU; uitvoeringsverordening (EU) 2015/429: uitvoeringsverordening (EU) 2015/429 van de Europese Commissie van 13 maart 2015 tot vaststelling van de modaliteiten voor het opleggen van heffingen voor de kosten van geluidshinder (PbEU 2015, L 70/36); uitvoeringsverordening (EU) 2015/909: uitvoeringsverordening (EU) 2015/909 van de Europese Commissie van 12 juni 2015 betreffende de modaliteiten voor de berekening van de kosten die rechtstreeks uit de exploitatie van de treindienst voortvloeien (PbEU 2015, L 148); wet: Spoorwegwet . 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 17-02-2018
Artikel 2 — Artikel 2 Toepassing en reikwijdte#
Artikel 2 Toepassing en reikwijdte 1 De beheerder hanteert voor het berekenen van de vergoeding voor het minimumtoegangspakket de methode voor toerekening overeenkomstig deze paragraaf en overeenkomstig de voorschriften in uitvoeringsverordening (EU) 2015/909. 2 De beheerder hanteert de methode voor toerekening voor de gehele hoofdspoorweginfrastructuur op eenzelfde wijze. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 3 — Artikel 3 Totale kosten#
Artikel 3 Totale kosten 1 richtlijn 2012/34 Uit de totale begrote kosten van de beheerder wordt een kostenbasis afgeleid, die bestaat uit de kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de exploitatie van de treindienst, bedoeld in artikel 31, derde lid, van/EU en die dient tot het bepalen van de vergoeding voor het minimumtoegangspakket. 2 De totale begrote kosten mogen gebaseerd zijn op de gemiddelde totale begrote kosten gedurende een periode van ten hoogste tien jaren. 3 De beheerder kan in de methode voor toerekening een correctiemechanisme opnemen waarbij een correctie wordt toegepast voor zover er een verschil bestaat tussen de begrote kosten voor toerekening en de kosten die zijn weergegeven in de jaarrekening of jaarrekeningen van de periode waar de begrote kosten voor de vorige methode voor toerekening betrekking op hebben. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 4 — Artikel 4 Toerekening van kosten#
Artikel 4 Toerekening van kosten artikel 3, eerste lid In de methode voor toerekening worden kosten als volgt toegerekend aan de kostenbasis, bedoeld in: a. kosten die in hun geheel rechtstreeks voortvloeien uit de exploitatie van de treindienst, worden volledig toegerekend aan de kostenbasis; b. kosten die voor een deel rechtstreeks voortvloeien uit de exploitatie van de treindienst, worden naar rato toegerekend aan de kostenbasis; c. kosten die niet rechtstreeks voortvloeien uit de exploitatie van de treindienst, worden niet toegerekend aan de kostenbasis. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 5 — Artikel 5 Wijze en beschrijving van de toerekening van kosten#
Artikel 5 Wijze en beschrijving van de toerekening van kosten 1 De beheerder bepaalt op basis van: artikel 4, onderdeel b artikel 3, eerste lid welke kosten als bedoeld in, worden toegerekend aan de kostenbasis, bedoeld in. a. empirische gegevens, of b. de opinies van experts, indien de beheerder niet de beschikking heeft en in redelijkheid ook niet kan hebben over empirische gegevens, 2 De methode voor toerekening bevat een beschrijving van de wijze waarop kosten aan de kostenbasis worden toegerekend. 3 De beschrijving, bedoeld in het tweede lid, maakt het oorzakelijk verband tussen kosten en de toerekening aan de kostenbasis aannemelijk. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 6 — Artikel 6 Diensten en gebruiksklassen#
Artikel 6 Diensten en gebruiksklassen 1 De beheerder kan binnen het minimumtoegangspakket verschillende diensten onderscheiden en voor ieder van deze diensten een aparte vergoeding hanteren. 2 De beheerder kan binnen de onderscheiden diensten verschillende gebruiksklassen hanteren en voor deze gebruiksklassen verschillende vergoedingen hanteren, voor zover de totale vergoedingen binnen de dienst gelijk blijven aan de kostenbasis van deze dienst. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de binnen het minimumtoegangspakket te hanteren diensten en de gebruiksklassen. 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 17-02-2018
Artikel 7 — Artikel 7 Bepalen van de vergoeding#
Artikel 7 Bepalen van de vergoeding 1 artikel 3, eerste lid De beheerder bepaalt de vergoedingen voor het minimumtoegangspakket door de kostenbasis, bedoeld in, te delen door de corresponderende begrote gebruiksomvang van het minimumtoegangspakket. 2 Indien de beheerder kan aantonen dat de waarden, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van uitvoeringsverordening (EU) 2015/909 voor verschillende delen van de hoofdspoorweginfrastructuur sterk uiteenlopen, kan de beheerder de vergoeding voor het minimumtoegangspakket ook voor delen van de hoofdspoorweginfrastructuur apart bepalen door, na opdeling van de hoofdspoorweginfrastructuur, voor elk deel de kostenbasis te delen door de begrote gebruiksomvang van het minimumtoegangspakket van dat deel van de hoofdspoorweginfrastructuur. 3 artikel 6, eerste lid Voor zover toepassing is gegeven aan, bepaalt de beheerder de vergoedingen voor de onderscheiden diensten door de kostenbasis van deze diensten te delen door de begrote gebruiksomvang van de desbetreffende dienst. 4 artikel 6, tweede lid Voor zover toepassing is gegeven aan, bepaalt de beheerder de vergoedingen voor de onderscheiden gebruiksklassen door de kostenbasis van deze gebruiksklassen te delen door de begrote gebruiksomvang van de desbetreffende gebruiksklasse. 5 De beheerder kan in de methode voor toerekening een correctiemechanisme opnemen waarbij een correctie wordt toegepast voor zover er een verschil bestaat tussen de begrote gebruiksomvang voor toerekening en de gerealiseerde gebruiksomvang die is weergegeven in het jaarverslag of de jaarverslagen van de periode waar de begrote gebruiksomvang voor toerekening betrekking op heeft. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 8 — Artikel 8 Correctie vanwege wijziging van de methode voor toerekening#
Artikel 8 Correctie vanwege wijziging van de methode voor toerekening De beheerder kan op de vergoedingen correcties aanbrengen indien in enig dienstregelingsjaar een vergoeding is gehanteerd op basis van een methode voor toerekening die de Autoriteit Consument en Markt heeft goedgekeurd en nadien gewijzigd is op basis van een: voor zover de vergoeding die in rekening is gebracht afwijkt van de vergoeding die in rekening zou zijn gebracht door middel van de nadien gewijzigde methode voor toerekening. a. rechterlijke uitspraak, of b. besluit van de Autoriteit Consument en Markt, 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 17-02-2018
Artikel 9 — Artikel 9 Toezenden aan de Autoriteit Consument en Markt#
Artikel 9 Toezenden aan de Autoriteit Consument en Markt 1 De beheerder zendt de aanvraag voor goedkeuring voor de methode voor toerekening ten minste negen maanden voorafgaand aan de datum van publicatie van de netverklaring van het dienstregelingsjaar waarop de volgende methode voor toerekening van toepassing is aan de Autoriteit Consument en Markt. 2 De beheerder zendt de eerste methode voor toerekening uiterlijk op 31 maart 2017 ter goedkeuring aan de Autoriteit Consument en Markt. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 10 — Artikel 10 Goedkeuring van de methode voor toerekening#
Artikel 10 Goedkeuring van de methode voor toerekening 1 artikelen 2 tot en met 8 artikel 20, tweede lid, onderdelen b en c richtlijn 2012/34 De Autoriteit Consument en Markt keurt de methode voor toerekening goed indien voldaan is aan de eisen gesteld op grond van de, de eisen gesteld in de uitvoeringshandelingen, bedoeld in artikel 31, derde lid, van/EU en de eisen gesteld krachtens. 2 In afwijking van het eerste lid, kan de Autoriteit Consument en Markt goedkeuring verlenen na een vereenvoudigde toets als bedoeld in artikel 7 van uitvoeringsverordening (EU) 2015/909, indien de kosten voor het minimumtoegangspakket minder bedragen dan de in artikel 7 van die uitvoeringsverordening genoemde waarden. 3 De Autoriteit Consument en Markt kan voorwaarden verbinden aan de goedkeuring van de methode voor toerekening. 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de goedkeuring van de methode voor toerekening door de Autoriteit Consument en Markt, waarbij de in het tweede lid vermelde waarden kunnen worden opgehoogd tot maximaal tweemaal de in uitvoeringsverordening (EU) 2015/909 genoemde waarden. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 11 — Artikel 11 Termijn van de goedkeuring#
Artikel 11 Termijn van de goedkeuring 1 De Autoriteit Consument en Markt keurt de methode voor toerekening goed voor een periode van ten hoogste vijf dienstregelingsjaren. 2 Indien de methode voor toerekening niet of niet tijdig wordt goedgekeurd door de Autoriteit Consument en Markt, wordt de geldigheid van de meest recent goedgekeurde methode voor toerekening verlengd tot het moment dat de Autoriteit Consument en Markt een nieuwe methode voor toerekening heeft goedgekeurd. 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 17-02-2018
Artikel 11a — Artikel 11a Schaarsteheffing#
Artikel 11a Schaarsteheffing 1 artikel 1 van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur artikel 62, zesde lid, onderdeel a, van de wet Indien tijdens de coördinatie, bedoeld ingeen overeenstemming kan worden bereikt ten aanzien van concurrerende capaciteitsaanvragen die betrekking hebben op vervoer, kan de beheerder een schaarsteheffing vaststellen als bedoeld in. 2 De beheerder stelt de hoogte van de heffing vast. 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 17-02-2018
Artikel 11b — Artikel 11b Bonus en malus voor luchtkwaliteit#
Artikel 11b Bonus en malus voor luchtkwaliteit Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 11c — Artikel 11c Bonus en malus voor geluidsreductie#
Artikel 11c Bonus en malus voor geluidsreductie Vervallen 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 01-01-2022
Artikel 11d — Artikel 11d Extra heffing aanvullende dekking kosten beheer, onderhoud en vervanging hoofdspoorweginfrastructuur#
Artikel 11d Extra heffing aanvullende dekking kosten beheer, onderhoud en vervanging hoofdspoorweginfrastructuur 1 artikel 62, zesde lid, onderdeel c, van de wet richtlijn 2012/34 De beheerder legt aan een spoorwegonderneming een extra heffing op als bedoeld invoor het gebruik van de hoofdspoorweginfrastructuur ter aanvullende dekking van de door de beheerder gemaakte kosten als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van/EU. 2 artikel 3 De door de beheerder gemaakte kosten voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur die door de extra heffing bij spoorvervoerders in rekening worden gebracht, bedragen ten hoogste de som van de totale begrote kosten, bedoeld in, verminderd met: a. artikel 7 de totale begrote kosten die worden toegerekend aan de diensten voor het minimumtoegangspakket overeenkomstig; b. artikel 13 de totale opbrengsten van de beheerder in verband met het verlenen van toegang tot dienstvoorzieningen en diensten als bedoeld in, en c. de overige inkomsten met betrekking tot het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. 3 artikel 11f, eerste lid Onverminderd het tweede lid bedraagt de heffing niet meer dan de kosten die het betreffende marktsegment kan dragen als bepaald bij de evaluatie, bedoeld in. 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 17-02-2018 Artikel II van Stb. 2018/33 bevat overgangsrecht.
Artikel 11e — Artikel 11e Totale hoogte extra heffing#
Artikel 11e Totale hoogte extra heffing artikel 11d, tweede lid Onze Minister bepaalt na overleg met de beheerder ten minste eenmaal per vijf jaar welk deel van het restant van de som, bedoeld in, jaarlijks wordt toegerekend aan de extra heffing. 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 17-02-2018
Artikel 11f — Artikel 11f Hoogte extra heffing per marktsegment en tarief extra heffing#
Artikel 11f Hoogte extra heffing per marktsegment en tarief extra heffing 1 richtlijn 2012/34 In opdracht van Onze Minister voert de beheerder, na overleg met de desbetreffende spoorwegondernemingen, de evaluatie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van/EU ten minste eenmaal per vijf jaar uit ten behoeve van het bepalen van de relevantie van extra heffingen voor bepaalde marktsegmenten. Hierbij maakt de beheerder in elk geval onderscheid tussen de marktsegmenten: a. goederenvervoersdiensten; b. passagiersvervoersdiensten in het kader van een openbaredienstcontract, en c. overige passagiersvervoersdiensten. 2 artikel 11e De beheerder stelt de marktsegmenten vast en op basis van het door Onze Minister bepaalde deel van het restant van de som dat jaarlijks aan de extra heffing toegerekend wordt, bedoeld in, de hoogte van de extra heffing die het betreffende marktsegment kan dragen. 3 richtlijn 2012/34 De beheerder kan de marktsegmenten, genoemd in het eerste lid, nader onderverdelen overeenkomstig artikel 32, eerste lid, en bijlage VI van/EU. 4 De beheerder bepaalt ten minste eenmaal per vijf jaar de lijst van marktsegmenten en het door Onze Minister, rekening houdend met de resultaten van de evaluatie, bepaalde deel van het restant van de som dat de betreffende marktsegmenten kunnen dragen, bedoeld in het tweede lid. 5 De beheerder stelt een methode van toerekening vast waarmee op basis van het eerste, tweede en derde lid het tarief voor de extra heffing bepaald wordt. 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 17-02-2018
Artikel 11g — Artikel 11g Goedkeuring evaluatie relevantie extra heffingen#
Artikel 11g Goedkeuring evaluatie relevantie extra heffingen 1 artikel 11f, eerste lid afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht De lijst van marktsegmenten, de evaluatie, bedoeld in, en de methode van toerekening, bedoeld in artikel 11f, vijfde lid, behoeven de goedkeuring van de Autoriteit Consument en Markt. Op de voorbereiding van een goedkeuringsbesluit isvan toepassing. 2 Alvorens de beheerder het tarief voor de extra heffing per marktsegment bekend maakt in de netverklaring, zendt deze een aanvraag ter goedkeuring aan de Autoriteit Consument en Markt. De aanvraag gaat vergezeld van een lijst van marktsegmenten, de evaluatie, de methode van toerekening en de documenten die daarop betrekking hebben. 3 artikel 11f, eerste lid richtlijn 2012/34 De Autoriteit Consument en Markt keurt de lijst van marktsegmenten, de evaluatie, bedoeld in, en de methode van toerekening, bedoeld in artikel 11f, vijfde lid, goed, indien is voldaan aan de vereisten, gesteld in de artikelen 29, tweede en derde lid, 32, eerste lid, en bijlage VI, punt 1, van/EU. 4 De Autoriteit Consument en Markt kan voorwaarden verbinden aan de goedkeuring. 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de goedkeuring en de daartoe te volgen procedure. 6 De goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, geldt voor een periode van ten hoogste vijf jaar. 7 Na goedkeuring als bedoeld in het eerste lid stelt de beheerder de extra heffing per marktsegment vast en maakt het tarief voor die extra heffing bekend in de netverklaring. 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 17-02-2018
Artikel 11h — Artikel 11h Correcties vanwege wijziging marktsegmenten of hoogte extra heffing#
Artikel 11h Correcties vanwege wijziging marktsegmenten of hoogte extra heffing 1 artikel 11f, tweede lid De beheerder brengt ten aanzien van de vastgestelde marktsegmenten, of ten aanzien van de hoogte van de extra heffing die het betreffende marktsegment kan dragen, bedoeld in, of ten aanzien van de methode van toerekening, bedoeld in artikel 11f, vijfde lid, correcties aan indien de verdeling of het relatieve deel in enig dienstregelingsjaar is gewijzigd op basis van een: a. rechterlijke uitspraak, of b. besluit van de Autoriteit Consument en Markt. 2 Indien de correctie, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op meer dan één dienstregelingsjaar, verdeelt de beheerder de correctie evenredig over hetzelfde aantal dienstregelingsjaren. 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 17-02-2018
Artikel 11i — Artikel 11i Prestatieregeling#
Artikel 11i Prestatieregeling 1 artikel 62, zesde lid, onderdeel f, van de wet richtlijn 2012/34 Overeenkomstigen artikel 35 en bijlage VI, punt twee, van/EU stelt de beheerder een regeling vast die de spoorwegondernemingen en de beheerder er toe aanzet om de verstoringen zo gering mogelijk te houden en de prestaties van en op de hoofdspoorweginfrastructuur te verbeteren. 2 artikel 16, eerste lid, van de wet artikel 19 van de Wet personenvervoer 2000 De prestatieregeling, bedoeld in het eerste lid, kan een bijtelling dan wel aftrek inhouden waarbij geldt dat de regeling, uitgaande van de concessie, bedoeld in, de concessie, bedoeld inen de daarmee verband houdende regelgeving, een zodanig toegevoegde waarde heeft dat deze: a. tot een betere punctualiteit en benutting van de capaciteit op het spoor leidt; b. tot het gebruik van minder belastend materieel voor de spoorweginfrastructuur leidt, of c. het gebruik van de Betuweroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen stimuleert. 3 De beheerder stelt, in overeenstemming met de spoorwegondernemingen, de belangrijkste parameters van de regeling en het tarief vast en maakt deze bekend in de netverklaring. 4 Op basis van de belangrijkste parameters maakt de beheerder eenmaal per jaar het gemiddelde jaarlijkse prestatieniveau van de betreffende spoorwegondernemingen bekend. 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 17-02-2018
Artikel 11j — Artikel 11j Heffing bij niet-gebruik toegewezen capaciteit#
Artikel 11j Heffing bij niet-gebruik toegewezen capaciteit 1 artikel 62, zesde lid, onderdeel g, van de wet artikel 1 van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur Na overleg met de betreffende gerechtigde legt de beheerder aan die gerechtigde een heffing op als bedoeld inindien die gerechtigde de aan haar toegewezen capaciteit voor paden als bedoeld inof voor het opstellen van treinmaterieel annuleert, of bij herhaling geheel of gedeeltelijk niet gebruikt. 2 De heffing kan gedifferentieerd worden al naar gelang het moment van annuleren, of de duur of frequentie van het geheel of gedeeltelijk niet gebruiken van de toegewezen capaciteit. 3 De beheerder stelt in het belang van een efficiënt capaciteitsgebruik criteria vast voor de toepassing van de heffing en het vaststellen van de hoogte van de heffing. 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 17-02-2018
Artikel 12 — Artikel 12 Reikwijdte#
Artikel 12 Reikwijdte Dit hoofdstuk is niet van toepassing op: a. artikel 2, eerste lid, van de Wet lokaal spoor lokale spoorwegen als bedoeld in, en b. artikel 2 van de wet bijzondere spoorwegen als bedoeld invoor zover in particulier bezit en uitsluitend gebruikt door de eigenaar voor diens goederenvervoer. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 13 — Artikel 13 Toegang tot dienstvoorzieningen#
Artikel 13 Toegang tot dienstvoorzieningen richtlijn 2012/34 Een exploitant van een dienstvoorziening verleent aan een spoorwegonderneming op een niet-discriminerende wijze toegang, inclusief toegang via het spoor, tot de dienstvoorzieningen, bedoeld in bijlage II, punt 2, van/EU, en de diensten die in deze voorzieningen worden geleverd. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 14 — Artikel 14 Transparante en niet-discriminerende toegang#
Artikel 14 Transparante en niet-discriminerende toegang 1 richtlijn 2012/34 Indien een exploitant van een dienstvoorziening als bedoeld in bijlage II, punt 2, onder a, b, c, d, g en i, van/EU onder de directe of indirecte zeggenschap staat van een instantie of onderneming die ook actief is en een machtspositie heeft op de nationale markten voor spoorvervoerdiensten waarvoor de dienstvoorziening wordt gebruikt, is deze exploitant, ter waarborging van een volledig transparante en niet-discriminerende toegang tot de dienstvoorziening en de daarin te leveren diensten, zodanig georganiseerd dat deze ten aanzien van organisatie en besluitvorming onafhankelijk is van deze instantie of onderneming. 2 richtlijn 2012/34 De exploitant en de instantie of onderneming, bedoeld in het eerste lid, voeren gescheiden boekhoudingen voor alle dienstvoorzieningen als bedoeld in bijlage II, punt 2, van/EU. 3 richtlijn 2012/34 richtlijn 2012/34 Indien een dienstvoorziening als bedoeld in bijlage II, punt 2, onder a, b, c, d, g en i, van/EU door de beheerder wordt geëxploiteerd of de exploitant ervan onder de directe of indirecte zeggenschap staat van de beheerder, wordt aan de onafhankelijkheid, bedoeld in het eerste lid, voldaan indien wordt voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 7 van/EU. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 15 — Artikel 15 Procedure verzoek om toegang#
Artikel 15 Procedure verzoek om toegang 1 richtlijn 2012/34 artikel 70, derde lid, van de wet Een exploitant van een dienstvoorziening beantwoordt een verzoek van een spoorwegonderneming om toegang tot en levering van diensten in een dienstvoorziening als bedoeld in bijlage II, punt 2, van/EU binnen de daarvoor krachtensvastgestelde redelijke termijn. 2 Het verzoek wordt slechts afgewezen indien er een levensvatbaar alternatief is dat de spoorwegonderneming in staat stelt de betrokken goederen- of passagiersvervoerdienst op hetzelfde traject of op een alternatief traject onder economisch aanvaardbare voorwaarden te exploiteren. 3 artikel 14, eerste lid Onverminderd het tweede lid motiveert een exploitant als bedoeld in, een afwijzing van een verzoek schriftelijk, waarbij tevens wordt aangegeven welke levensvatbare alternatieven er zijn in andere dienstvoorzieningen. 4 Onverminderd het tweede lid is een exploitant van een dienstvoorziening niet verplicht om te investeren in middelen of voorzieningen teneinde aan alle verzoeken van spoorwegondernemingen tegemoet te kunnen komen. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 16 — Artikel 16 Toegang tot aanvullende diensten#
Artikel 16 Toegang tot aanvullende diensten richtlijn 2012/34 Indien een exploitant van een dienstvoorziening voorziet in een aanvullende dienst als bedoeld in bijlage II, punt 3, van/EU, biedt hij deze op verzoek en op niet-discriminerende wijze aan een spoorwegonderneming aan. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 17 — Artikel 17 Toegang tot ondersteunende diensten#
Artikel 17 Toegang tot ondersteunende diensten 1 richtlijn 2012/34 Een spoorwegonderneming mag een exploitant van een dienstvoorziening om een bijkomende reeks in bijlage II, punt 4, van/EU bedoelde ondersteunende diensten verzoeken. 2 De exploitant, bedoeld in het eerste lid, is niet verplicht een dienst als bedoeld in het eerste lid te verlenen. 3 Wanneer de exploitant van een dienstvoorziening een of meer ondersteunende diensten als bedoeld in het eerste lid aan een of meer spoorwegondernemingen aanbiedt, biedt hij deze op verzoek en op niet-discriminerende wijze aan alle spoorwegondernemingen aan. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 18 — Artikel 18 Stationsportfolio#
Artikel 18 Stationsportfolio richtlijn 2012/34 richtlijn 2012/34 Een exploitant van een passagiersstation als bedoeld in bijlage II, punt 2, onder a, van/EU, maakt jaarlijks kenbaar welke diensten als bedoeld in bijlage II, punt 2, onder a, van/EU de exploitant levert op dat station, en onder welke voorwaarden en tegen welke vergoeding hiertoe toegang wordt verleend, op zodanige wijze dat een spoorwegonderneming zich per dienst of dienstvoorziening op basis van een redelijk aanbod in ieder geval een getrouw beeld kan vormen van: a. de betreffende dienst of dienstvoorziening; b. de geldende, economisch aanvaardbare, voorwaarden en vergoedingen; c. de procedure voor het afnemen van de dienst of dienstvoorziening; d. de standaardelementen in de gebruiksovereenkomst; e. de van toepassing zijnde geschillenbeslechtingsprocedure. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 19 — Artikel 19 Kosten plus redelijke winst#
Artikel 19 Kosten plus redelijke winst richtlijn 2012/34 richtlijn 2012/34 Een vergoeding bedraagt niet meer dan de kosten die nodig zijn om een dienst te verrichten, vermeerderd met een redelijke winst, indien deze dienst betrekking heeft op het verlenen van toegang via het spoor binnen een dienstvoorziening als bedoeld in bijlage II, punt 2, van/EU ten behoeve van het verlenen van een desbetreffende dienst in die voorziening of op het verlenen van een dienst als bedoeld in bijlage II, punt 3 of 4, van/EU die slechts door één exploitant van een dienstvoorziening wordt aangeboden. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 20 — Artikel 20 Nadere regels#
Artikel 20 Nadere regels 1 In het belang van een goede uitvoering van dit besluit kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld met betrekking tot: a. richtlijn 2012/34 het omschrijven van dienstvoorzieningen als bedoeld in bijlage II, punt 2, van/EU; b. artikel 18 het vaststellen van voorwaarden en de wijze van jaarlijks kenbaar maken, bedoeld in; c. artikel 19 de wijze waarop kosten kunnen worden vastgesteld en toegerekend, benodigd om een dienst te verrichten, vermeerderd met een redelijke winst als bedoeld in; d. artikel 68a van de wet . 2 Bij ministeriële regeling kunnen tevens nadere regels worden gesteld met betrekking tot: a. richtlijn 2012/34 de te volgen procedure en criteria voor toegang tot dienstvoorzieningen, die onder andere noodzakelijk kunnen zijn voor de goede uitvoering van de uitvoeringshandelingen, bedoeld in artikel 13, negende lid, van/EU; b. richtlijn 2012/34 de toerekening van kosten aan het minimumtoegangspakket, die onder andere noodzakelijk kunnen zijn voor de goede uitvoering van de uitvoeringshandelingen op grond van artikel 31, derde lid, van/EU; c. richtlijn 2012/34 de eisen aan de methode voor toerekening, die onder andere noodzakelijk kunnen zijn voor de goede uitvoering van de uitvoeringshandelingen op grond van artikel 31, derde lid, van/EU. 3 In het belang van een goede uitvoering van dit besluit kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld met betrekking tot: a. artikel 11a de schaarsteheffing, bedoeld in; b. artikel 11b de bonus en malus voor luchtkwaliteit, bedoeld in; c. artikel 11c de bonus en malus voor geluidsreductie, bedoeld in; d. artikel 11d, eerste lid de extra heffing, bedoeld in; e. artikel 11i, eerste lid de prestatieregeling, bedoeld in; f. artikel 11j, eerste lid de heffing, bedoeld in. 2018 135 17-05-2018 26-04-2018 2018 135 17-05-2018 26-04-2018 01-07-2018
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Wijzigt het Besluit bedrijfsvergunning en veiligheidscertificaat hoofdspoorwegen. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Wijzigt het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 23 — Artikel 23 Overgangsbepaling#
Artikel 23 Overgangsbepaling artikel 10 Tot de datum waarop de Autoriteit Consument en Markt voor het eerst goedkeuring heeft gegeven aan de methode voor toerekening, bedoeld in, hanteert de beheerder voor het berekenen van de vergoeding voor het minimumtoegangspakket de methode van toerekening die wordt toegepast voor het dienstregelingsjaar 2016 en die is opgenomen in de netverklaring voor het dienstregelingsjaar 2016, alsmede in de daarop volgende jaren. 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 2018 33 16-02-2018 31-01-2018 17-02-2018
Artikel 24 — Artikel 24 Omhangbepaling#
Artikel 24 Omhangbepaling Besluit HSL-heffing 2015 artikel 62, zesde lid, onderdeel d, en zevende lid, van de Spoorwegwet Hetberust op. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 25 — Artikel 25 Inwerkingtreding#
Artikel 25 Inwerkingtreding De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 26 — Artikel 26 Citeertitel#
Artikel 26 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit implementatie richtlijn 2012/34/EU tot instelling van één Europese spoorwegruimte. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015