Besluit van 23 december 2015, houdende bepalingen voor een experiment met het oog op verbetering van de toegankelijkheid en de doelmatigheid van het hoger onderwijs door invoering van promotieonderwijs (Besluit experiment promotieonderwijs)
- BWB-id
- BWBR0037507
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2019-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037507
- ELI
- /eli/nl/amvb/2016/besluit-experiment-promotieonderwijs
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2016/besluit-experiment-promotieonderwijs/2019-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037507&g=2019-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037507&z=2026-06-06&g=2019-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037507/2019-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2016/besluit-experiment-promotieonderwijs
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: a. wet: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ; b. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; c. promotieonderwijs: onderwijs, in het kader van dit experiment, dat niet in de vorm van een opleiding wordt verzorgd en dat is gericht op onderzoeksvaardigheden en generieke vaardigheden van een promovendus ten behoeve van zijn promotie en zijn positie op de arbeidsmarkt; d. universiteit: artikel 1.2, onderdeel a, van de wet universiteit, levensbeschouwelijke universiteit of de Open Universiteit, als bedoeld in; e. instellingsbestuur: college van bestuur van een universiteit; f. decaan: artikel 9.12, eerste lid, van de wet decaan, bedoeld in; g. promotiestudent: promovendus die start met een promotietraject na de inwerkingtreding van dit besluit en tot het promotieonderwijs is toegelaten; h. profileringsfonds: paragraaf 2a van titel 3 van hoofdstuk 7 van de wet profileringsfonds, bedoeld in; i. onderwijsgebied: artikel 6.13, derde lid, van de wet één van de gebieden van onderwijs: onderwijs, landbouw en natuurlijke omgeving, techniek, recht, taal en cultuur, en gezondheidszorg genoemd in. 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2 Doel van het experiment#
Artikel 2 Doel van het experiment Het doel van het experiment is te onderzoeken of met een nieuw promotietraject als derde cyclus in het bachelor-mastersysteem, zoals dat in de Bologna-verklaring wordt beschreven, het aantal gepromoveerden aan universiteiten wordt vergroot, de mogelijkheid voor promovendi om eigen onderzoeksvoorstellen in te dienen en te realiseren toeneemt en de positie van gepromoveerden op de arbeidsmarkt wordt verbeterd en daarmee de kennissamenleving verder kan worden ontwikkeld. 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 09-01-2016
Artikel 3 — Artikel 3 Afwijkingen van de wet#
Artikel 3 Afwijkingen van de wet artikelen 7.3 7.45a 7.51 7.51c 7.51f 7.51g 9.38 11.13 van de wet Met dit besluit wordt afgeweken van de,,,,,,en. 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 09-01-2016
Artikel 4 — Artikel 4 Duur van het experiment#
Artikel 4 Duur van het experiment Het experiment duurt van 1 september 2016 tot en met 31 augustus 2024. 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 09-01-2016
Artikel 5 — Artikel 5 Inhoud en omvang van het experiment#
Artikel 5 Inhoud en omvang van het experiment 1 Onze Minister kan aan een universiteit op aanvraag toestemming verlenen voor het verzorgen van promotieonderwijs en het financieel ondersteunen van de promotiestudent uit het profileringsfonds. 2 Universiteiten kunnen deelnemen aan het experiment voor zover het totaal aantal promotiestudenten dat onder de werking van dit besluit valt niet meer bedraagt dan 2000. 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 09-01-2016
Artikel 6 — Artikel 6 Aanvraag deelname aan het experiment#
Artikel 6 Aanvraag deelname aan het experiment 1 Een instellingsbestuur dient een aanvraag tot deelname aan het experiment uiterlijk 15 maart 2016 in. 2 Onze Minister kan besluiten een tweede en een derde aanvraagperiode vast te stellen. 3 De aanvraag biedt inzicht in: a. de onderwijsgebieden en de wetenschapsgebieden waarop het promotieonderwijs betrekking zal hebben; b. het beoogde aantal promotiestudenten dat aan het promotieonderwijs bij de universiteit kan deelnemen; c. het verschil tussen het experimentele promotietraject en bestaande promotietrajecten binnen de universiteit; d. artikel 12, eerste lid, onderdelen c en f de wijze waarop de uitvoering van het experiment zal worden gevolgd ten behoeve van het jaarverslag en het eindverslag, bedoeld in. 4 Bij de aanvraag overlegt het instellingsbestuur tevens: a. de regels voor promotieonderwijs en de regels voor financiële ondersteuning van de promotiestudent; en b. artikel 11 een verklaring van de medezeggenschaporganen, bedoeld in, dat zij instemmen met deze regels. 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 09-01-2016
Artikel 7 — Artikel 7 Beslissing op de aanvraag#
Artikel 7 Beslissing op de aanvraag 1 Onze Minister besluit binnen zes weken na afloop van de uiterste aanvraagdatum. 2 artikel 9 Onze Minister verleent toestemming voor deelname aan het experiment wanneer de regels voor promotieonderwijs en voor financiële ondersteuning voldoen aan voorwaarden genoemd in. 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 09-01-2016
Artikel 8 — Artikel 8 Rechten en plichten ten aanzien van de in- en uitstroom van promotiestudenten#
Artikel 8 Rechten en plichten ten aanzien van de in- en uitstroom van promotiestudenten 1 artikel 6, derde lid Bij de beschikking waarbij toestemming voor deelname aan het experiment wordt verleend stelt Onze Minister het aantal promovendi vast dat ten hoogste tot het promotieonderwijs bij de universiteit kan worden toegelaten. Dat aantal kan lager zijn dan het door het instellingsbestuur in het in, bedoelde aanvraag genoemde aantal. 2 Het merendeel van de bij een universiteit toe te laten promotiestudenten start uiterlijk in 2018 met het promotieonderwijs. 3 De deelnemende universiteit stelt de door hem toegelaten promotiestudent, die op het moment van al dan niet voortijdige beëindiging van het experiment nog geen toegang heeft tot de promotie, in de gelegenheid om het promotietraject af te ronden als werknemer van de universiteit. 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 09-01-2016
Artikel 9 — Artikel 9 Rechten en plichten vormgeving promotieonderwijs en financiële ondersteuning#
Artikel 9 Rechten en plichten vormgeving promotieonderwijs en financiële ondersteuning 1 Het instellingsbestuur stelt regels voor promotieonderwijs. Tot die regels behoren in ieder geval: a. de voorwaarden voor toelating tot het promotieonderwijs; b. de inrichting van het promotieonderwijs waarbij wordt aangegeven hoe de voorbereiding op de arbeidsmarkt wordt vormgegeven; c. de wijze van toetsing van het onderwijs aan de promotiestudent; d. de criteria op grond waarvan de deelname van een promotiestudent aan het promotieonderwijs kan worden beëindigd. 2 artikel 7.45, eerste lid, van de wet Artikel 7.48, eerste lid, van de wet Het instellingsbestuur int van de promotiestudent collegegeld dat overeenkomt met het volledige wettelijk collegegeld, bedoeld in., is van overeenkomstige toepassing. Het instellingsbestuur kan het collegegeld geheel of gedeeltelijk kwijtschelden. 3 Artikel 7.51i van de wet Het instellingsbestuur treft voorzieningen voor de financiële ondersteuning van promotiestudenten uit het profileringsfonds. Het instellingsbestuur stelt daartoe regels vast, waartoe in ieder geval behoren regels over de aanvraag, de duur en de hoogte van de financiële ondersteuning. Bij die regels wordt vastgelegd in welke gevallen gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van het collegegeld plaatsvindt.is van overeenkomstige toepassing. Tevens wordt geborgd dat deze ondersteuning geen nadelige effecten heeft op de ondersteuning van reguliere studenten uit het profileringsfonds. 4 Wet op de studiefinanciering 2000 Financiële ondersteuning uit het profileringsfonds kan niet worden verstrekt, indien de promotiestudent tegelijk met het promotieonderwijs een opleiding volgt waarvoor hij recht heeft op studiefinanciering op grond van de. 5 artikel 7.51, eerste en tweede lid, van de wet De bijzondere omstandigheden, genoemd inzijn van overeenkomstige toepassing op de promotiestudent ingeval zijn promotie vertraging oploopt of naar verwachting zal oplopen. 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 09-01-2016
Artikel 10 — Artikel 10 Rechten promotiestudent#
Artikel 10 Rechten promotiestudent Op de promotiestudent zijn van overeenkomstige toepassing: a. artikel 7.34, eerste lid, onderdelen c tot en met e, van de wet ; b. hoofdstuk 7, titel 4, van de wet ; en c. de titels 2 3 van hoofdstuk 9 artikel 11.13 van de wet enen, voor zover betrekking hebbende op medezeggenschap en voor de toepassing waarvan de promotiestudent wordt beschouwd als een student, ingeschreven voor een opleiding. 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 09-01-2016
Artikel 11 — Artikel 11 Medezeggenschap#
Artikel 11 Medezeggenschap 1 artikel 9.37, van de wet artikel 9, eerste lid Het instellingsbestuur behoeft voorafgaande instemming van de faculteitsraad, bedoeld in, voor elk door hem te nemen besluit tot het vaststellen van de regels, bedoeld in. 2 Wet op de ondernemingsraden hoofdstuk VII B artikel 9, eerste en derde lid Het instellingsbestuur behoeft de voorafgaande instemming van de universiteitsraad dan wel, indien het college van bestuur heeft besloten dat demet uitzondering vanvan toepassing is, de gezamenlijke vergadering van de ondernemingsraad respectievelijk het orgaan, dat op grond van een door het instellingsbestuur vastgestelde medezeggenschapsregeling ten behoeve van de studenten van de Open Universiteit is ingesteld, voor elk door hem te nemen besluit met betrekking tot het vaststellen van de regels, bedoeld in. 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 09-01-2016
Artikel 12 — Artikel 12 Overige verplichtingen voor de deelnemende universiteit#
Artikel 12 Overige verplichtingen voor de deelnemende universiteit 1 artikel 5 Aan de toestemming, bedoeld in, zijn voor de universiteit voorts de volgende verplichtingen verbonden: a. het tijdig verstrekken van zodanige informatie aan promotiestudenten en aanstaande promotiestudenten over de deelname aan en inrichting van het experiment dat het die personen in staat stelt zich een goed oordeel te vormen over de gevolgen daarvan; b. artikel 2.9 van de wet het jaarlijks rapporteren over de deelname aan het experiment in het verslag, bedoeld in, waaronder het totaal aantal promotiestudenten dat is verbonden aan de universiteit, alsmede het totaal aantal promovendi dat is gestart en gestopt met promotieonderwijs; c. het ten behoeve van de evaluatie bij de eerste jaarlijkse rapportage leveren van gegevens waaronder in ieder geval: 1. het totaal aantal promovendi aan de universiteit op 1 januari 2016, onderverdeeld in werknemer-promovendi en internationale beurspromovendi; 2. het aantal gepromoveerden dat in de periode tussen 1 januari 2010 en 1 januari 2016 bij de universiteit een promotietraject heeft afgerond, onderverdeeld naar onderwijsgebied; d. het desgevraagd verstrekken aan Onze Minister van nadere informatie over de deelname aan het experiment; e. het verlenen van medewerking aan de monitoring en evaluatie van het experiment; f. artikel 13, tweede en derde lid het uitbrengen aan Onze Minister van een eindverslag over de deelname aan het experiment voor 1 januari 2021, waarin in ieder geval wordt ingegaan op hetgeen is vermeld in; 2 Onze Minister kan aan de toestemming andere, op de individuele universiteit afgestemde, voorwaarden verbinden. 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 09-01-2016
Artikel 13 — Artikel 13 Evaluatie#
Artikel 13 Evaluatie 1 artikel 12 Onze Minister evalueert eind 2021 het experiment, mede op basis van de jaarverslagen, het eindverslag en de overige informatie, bedoeld in. 2 Onze Minister onderzoekt bij de evaluatie in ieder geval: a. of de universiteiten meer gepromoveerden hebben afgeleverd ten opzichte van de periode tussen 2010 en 2016 en zo ja of dit verschilt per onderwijsgebied; b. of het aantal gepromoveerden en het aantal promovendi ten opzichte van de situatie op 1 januari 2016 verschilt wat betreft type, land van herkomst en onderwijsgebied; c. of de kwaliteit van de proefschriften van promotiestudenten afwijkt van de proefschriften van andere promovendi; d. de mate waarin het promotieonderwijs van invloed is geweest op het aantal gepromoveerden; e. of promotieonderwijs effect heeft gehad op de verdeling van doceertaken bij de universiteit; en f. het effect van het experiment op de werking van het profileringsfonds. 3 artikel 11 Bij de evaluatie worden de opvattingen van het college voor promoties, promotoren, docenten, promotiestudenten, andere promovendi, de medezeggenschapsorganen, bedoeld in, en de belangenorganisaties betrokken, waarbij in het bijzonder wordt gewogen: a. de opvatting van al dan niet gepromoveerde promotiestudenten over de mogelijkheid om zelf een promotieonderwerp te kiezen; b. de opvatting van gepromoveerde promotiestudenten, werknemer-promovendi en de universiteiten over de aansluiting op de arbeidsmarkt; en c. hoe de verschillende soorten gepromoveerden hun status binnen de universiteit en de financiële positie hebben ervaren. 4 Onze Minister voert twee jaar na inwerkingtreding van dit besluit een tussentijdse evaluatie uit. 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 09-01-2016
Artikel 14 — Artikel 14 Handhaving en beëindiging#
Artikel 14 Handhaving en beëindiging 1 artikel 5, eerste lid Onze Minister kan de toestemming, bedoeld in, intrekken, indien een universiteit de voorschriften van dit besluit of de beschikking niet naar behoren naleeft. 2 Onze Minister kan besluiten dat het experiment geheel of gedeeltelijk wordt beëindigd, indien het experiment ernstige nadelige effecten op het onderzoeksklimaat bij een of meer universiteiten tot gevolg heeft. 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 09-01-2016
Artikel 15 — Artikel 15 Citeertitel#
Artikel 15 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit experiment promotieonderwijs. 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 09-01-2016
Artikel 16 — Artikel 16 Inwerkingtreding#
Artikel 16 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt gepubliceerd en vervalt met ingang van 1 september 2024. 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 2016 3 08-01-2016 23-12-2015 09-01-2016