Besluit van 8 april 2016, houdende voorschriften voor diverse experimenten op het terrein van flexibilisering van het hoger onderwijs, in het bijzonder van het deeltijdse en duale onderwijs, met het oog op verbetering van de kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid van het hoger onderwijs (Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs)
- BWB-id
- BWBR0037837
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2022-08-01 t/m 2024-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037837
- ELI
- /eli/nl/amvb/2016/besluit-experimenten-flexibel-hoger-onderwijs
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2016/besluit-experimenten-flexibel-hoger-onderwijs/2022-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037837&g=2022-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037837&z=2026-06-06&g=2022-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037837/2022-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2016/besluit-experimenten-flexibel-hoger-onderwijs
Artikel 1 — Artikel 1 Algemene begripsbepalingen experimenten#
Artikel 1 Algemene begripsbepalingen experimenten In dit besluit wordt verstaan onder: a. wet: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ; b. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; c. inspectie: Wet op het onderwijstoezicht de inspectie, bedoeld in de; d. instelling voor hoger onderwijs: wet instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de; e. bekostigde instelling voor hoger onderwijs: artikel 1.8 van de wet bekostigde instelling voor hoger onderwijs, bedoeld in; f. bestuur: artikel 1.1, onderdeel j, van de wet instellingsbestuur als bedoeld in; g. rechtspersoon voor hoger onderwijs: artikel 1.1, onderdeel aa, van de wet rechtspersoon als bedoeld in; h. hoger onderwijs: artikel 1.1, onderdeel d, van de wet onderwijs, bedoeld in; i. wetenschappelijk onderwijs: artikel 1.1, onderdeel c, van de wet hoger onderwijs, bedoeld in; j. hoger beroepsonderwijs: artikel 1.1, onderdeel d, van de wet hoger onderwijs, bedoeld in; k. bacheloropleiding: artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, van de wet bacheloropleiding als bedoeld in; l. masteropleiding: artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel b, van de wet; masteropleiding als bedoeld in m. deeltijds: artikel 7.7, eerste lid, van de wet deeltijds als bedoeld in; n. duaal: artikel 7.7, tweede lid, van de wet duaal als bedoeld in; o. Ad-opleiding: artikel 7.3a, tweede lid, onderdeel a, van de wet Ad-opleiding als bedoeld in; p. accreditatieorgaan: de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie bedoeld in artikel 1 van het op 3 september 2003 te Den Haag totstandgekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs (Trb. 2003, 167); q. accreditatie: keurmerk dat tot uitdrukking brengt dat de kwaliteit van een bachelor- of een masteropleiding door het accreditatieorgaan positief is beoordeeld; r. toets nieuwe opleiding: keurmerk dat tot uitdrukking brengt dat de kwaliteit van een voorgenomen bachelor- of masteropleiding door het accreditatieorgaan positief is beoordeeld; s. studiepunt: artikel 7.4, eerste lid, van de wet studiepunt als bedoeld in; t. studielast: artikel 7.4, van de wet studielast als bedoeld in; u. leeruitkomst: inhoud en niveau van kennis, inzicht en vaardigheden die zijn vereist om een bepaald aantal studiepunten te behalen; v. educatieve module: artikel 27 module wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in; w. certificaat educatieve module: door de examencommissie van een instelling voor hoger onderwijs afgegeven getuigschrift ten bewijze dat een educatieve module met goed gevolg is afgerond; x. examencommissie: artikel 7.12 van de wet examencommissie als bedoeld in; y. onderwijs- en examenregeling: artikel 7.13 van de wet onderwijs- en examenregeling als bedoeld in; z. experiment leeruitkomsten: artikel 7 experiment als bedoeld in; aa. experiment accreditatie onvolledige opleidingen: artikel 19 experiment als bedoeld in; bb. experiment educatieve module: artikel 27 experiment als bedoeld in; cc. experiment flexstuderen: artikel 17b experiment als bedoeld in; dd. studiejaar: tijdvak dat begint op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar. 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2 Informeren van studenten#
Artikel 2 Informeren van studenten Het bestuur van een instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan een experiment in de zin van dit besluit is verplicht a. tijdig zodanige informatie aan studenten en aanstaande studenten te verstrekken over de deelname aan en inrichting van het desbetreffende experiment dat het hen in staat stelt zich voorafgaand aan de inschrijving een goed oordeel te vormen over de gevolgen daarvan; en b. tijdig in de onderwijs- en examenregeling bekend te maken op welke opleidingen en op welke wijze dit besluit van toepassing is. 2018 174 19-06-2018 30-05-2018 2018 174 19-06-2018 30-05-2018 01-09-2018
Artikel 3 — Artikel 3 Zorgplicht voor studenten en medezeggenschap#
Artikel 3 Zorgplicht voor studenten en medezeggenschap 1 artikel 5.21 van de wet Onverminderd, zorgt het bestuur van een instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan een experiment in de zin van dit besluit ervoor dat in geval van beëindiging van het desbetreffende experiment de onderwijscontinuïteit voor de betrokken studenten is gewaarborgd. 2 Het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment leeruitkomsten of het experiment educatieve module stelt de medezeggenschapsraad in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het desbetreffende experiment. 3 artikel 10.16a, eerste lid, van de wet Wet op de ondernemingsraden hoofdstuk VIIB Indien het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment leeruitkomsten op grond vanheeft besloten dat demet uitzondering vanvan toepassing is, stelt het bestuur de gezamenlijke vergadering van de ondernemingsraad in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het experiment. 4 Het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment flexstuderen stelt de medezeggenschapsraad, of in geval van een universiteit, de universiteitsraad, in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het desbetreffende experiment. 5 artikelen 9.30, eerste lid 10.16a, eerste lid, van de wet Wet op de ondernemingsraden hoofdstuk VIIB Indien het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment flexstuderen, op grond van de, ofheeft besloten dat demet uitzondering vanvan toepassing is, stelt het bestuur het orgaan dat is ingesteld op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in de artikelen 9.30, derde lid, tweede volzin, of 10.16a, derde lid, tweede volzin, in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het experiment. 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 01-01-2021
Artikel 4 — Artikel 4 Evaluatie experimenten#
Artikel 4 Evaluatie experimenten 1 Onze Minister evalueert uiterlijk in 2023 het experiment leeruitkomsten, het experiment accreditatie onvolledige opleidingen en het experiment educatieve module. Onze Minister evalueert uiterlijk in 2022 het experiment flexstuderen. 2 Bij de evaluatie wordt in ieder geval onderzocht of de wijze waarop de experimenten op grond van dit besluit zijn vormgegeven, doelmatig is, mede in relatie tot de administratieve lasten. 3 Onze Minister kan zich in het kader van de evaluatie laten bijstaan door een van Onze Minister onafhankelijke deskundige. 4 artikel 1.7a, vijfde lid, van de wet Onze Minister stelt de inspectie en het accreditatieorgaan in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen naar aanleiding van een ontwerp van een verslag als bedoeld in. 2019 291 11-09-2019 30-08-2019 2019 291 11-09-2019 30-08-2019 12-09-2019 01-07-2019
Artikel 5 — Artikel 5 Beëindiging experimenten#
Artikel 5 Beëindiging experimenten 1 Onze Minister kan een experiment in de zin van dit besluit bij een instelling voor hoger onderwijs geheel of gedeeltelijk beëindigen, indien: a. de desbetreffende instelling voor hoger onderwijs de voorschriften van dit besluit niet naar behoren naleeft; of b. door het experiment afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit of toegankelijkheid van het hoger onderwijs. 2 Een experiment eindigt van rechtswege voortijdig indien dit experiment tot wet is verheven en in werking treedt. Onze Minister deelt de voortijdige beëindiging van een experiment mee aan de aan dit experiment deelnemende instellingen. 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 01-01-2021
Artikel 6 — Artikel 6 Experiment leeruitkomsten; bijzondere begripsbepaling#
Artikel 6 Experiment leeruitkomsten; bijzondere begripsbepaling In dit hoofdstuk wordt verstaan onder deelnemende instelling: instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment leeruitkomsten. 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 01-05-2016
Artikel 7 — Artikel 7 Experiment leeruitkomsten; inhoud en duur#
Artikel 7 Experiment leeruitkomsten; inhoud en duur 1 artikel 7.3 van de wet Instellingen voor hoger onderwijs kunnen deeltijdse en duale associate degree-opleidingen, deeltijdse en duale bacheloropleidingen of deeltijdse en duale masteropleidingen, aanbieden waarbij geen sprake hoeft te zijn van een samenhangend geheel van onderwijseenheden als bedoeld in, maar waarbij sprake kan zijn van een samenhangend geheel van eenheden van leeruitkomsten, op basis waarvan opleidingstrajecten kunnen worden ingericht en afgestemd op de uitgangspositie, werksituatie, kenmerken en behoeften van individuele studenten of groepen studenten. 2 Het experiment leeruitkomsten, bedoeld in het eerste lid, duurt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2022. 2018 174 19-06-2018 30-05-2018 2018 174 19-06-2018 30-05-2018 01-09-2018
Artikel 8 — Artikel 8 Experiment leeruitkomsten; doel#
Artikel 8 Experiment leeruitkomsten; doel artikel 7 Met het experiment leeruitkomsten wordt beoogd te onderzoeken of het verzorgen van hoger onderwijs als bedoeld inleidt tot: a. een grotere deelname van studenten aan deeltijdse en duale opleidingen; en b. artikelen 7.10a van de wet het verlenen van meer graden als bedoeld in de. 2018 174 19-06-2018 30-05-2018 2018 174 19-06-2018 30-05-2018 01-09-2018
Artikel 9 — Artikel 9 wet Experiment leeruitkomsten; afwijkingen van de#
Artikel 9 wet Experiment leeruitkomsten; afwijkingen van de artikelen 7.3, tweede lid 7.4 van de wet In verband met het experiment leeruitkomsten wordt afgeweken van de, en. 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 01-05-2016
Artikel 10 — Artikel 10 Experiment leeruitkomsten; evaluatiecriteria#
Artikel 10 Experiment leeruitkomsten; evaluatiecriteria Onze Minister evalueert het experiment leeruitkomsten op basis van de volgende criteria: a. artikel 7 artikelen 7.10a 7.10b van de wet de mate waarin het verzorgen van hoger onderwijs als bedoeld intot een grotere deelname door studenten aan deeltijdse en duale associate degree-opleidingen, deeltijdse en duale bacheloropleidingen of deeltijdse en duale masteropleidingen en tot het verlenen van meer graden als bedoeld in deenleidt; b. artikel 7 de mate waarin flexibiliteit van de inrichting en uitvoering van het hoger onderwijs, bedoeld in, leidt tot meer tevredenheid bij studenten en werkgevers; en c. de mate waarin de tijdens het experiment gehanteerde kaders ter borging van de onderwijskwaliteit effectief blijken te zijn. 2018 174 19-06-2018 30-05-2018 2018 174 19-06-2018 30-05-2018 01-09-2018
Artikel 11 — Artikel 11 Experiment leeruitkomsten; deelname#
Artikel 11 Experiment leeruitkomsten; deelname Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen Deelname aan het experiment leeruitkomsten staat open voor instellingen voor hoger onderwijs die een aanvraag hebben ingediend op grond van de. 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 10-02-2017
Artikel 12 — Artikel 12 Experiment leeruitkomsten; aanvraag om toestemming voor deelname#
Artikel 12 Experiment leeruitkomsten; aanvraag om toestemming voor deelname 1 Voor deelname aan het experiment leeruitkomsten is toestemming van Onze Minister vereist. 2 artikel 11 Een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld indie toestemming wenst te verkrijgen voor deelname aan het experiment leeruitkomsten, dient daartoe voor 1 mei 2016, voor 1 november 2016 of voor 1 mei 2017 bij Onze Minister een aanvraag in. 3 Het bestuur van een deelnemende instelling bepaalt welke opleidingen deelnemen aan het experiment. De deelnemende opleidingen hanteren een onderwijsconcept waarvoor Onze Minister toestemming heeft verleend. 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 09-10-2020 01-05-2017
Artikel 13 — Artikel 13 Experiment leeruitkomsten; toestemming voor deelname#
Artikel 13 Experiment leeruitkomsten; toestemming voor deelname Vervallen 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 01-01-2021
Artikel 14 — Artikel 14 Experiment leeruitkomsten; verplichtingen van het instellingsbestuur#
Artikel 14 Experiment leeruitkomsten; verplichtingen van het instellingsbestuur 1 Het bestuur van een deelnemende instelling stelt voor een aan het experiment leeruitkomsten deelnemende opleiding, de leeruitkomsten en de daaraan verbonden studiepunten vast. 2 Het bestuur van een deelnemende instelling stelt vast hoe de studiepunten, bedoeld in het eerste lid, zijn opgebouwd en op welke wijze zij met elkaar samenhangen. 3 De studielast van een eenheid van leeruitkomsten bedraagt niet meer dan 30 studiepunten. 4 Het bestuur van een deelnemende instelling maakt de vastgestelde leeruitkomsten, de daaraan verbonden studiepunten, alsmede de opbouw en samenhang daarvan tijdig bekend in de onderwijs- en examenregeling. 5 Het bestuur van een deelnemende instelling maakt in de onderwijs- en examenregeling voorts tijdig bekend: a. hoe het behalen door studenten van leeruitkomsten door de examencommissie wordt beoordeeld; b. artikel 7.10, tweede lid, van de wet wanneer het examen, bedoeld in, is afgelegd; en c. artikel 7.10a artikel 7.10b van de wet wanneer het afsluitend examen, bedoeld in, onderscheidenlijk het examen bedoeld in, met goed gevolg is afgelegd. 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 09-10-2020 01-05-2017
Artikel 15 — Artikel 15 Experiment leeruitkomsten; verplichtingen van de examencommissie#
Artikel 15 Experiment leeruitkomsten; verplichtingen van de examencommissie De examencommissie stelt vast: a. hoe het behalen door studenten van leeruitkomsten door de examencommissie wordt beoordeeld; b. artikel 7.10, tweede lid, van de wet wanneer het examen, bedoeld inis afgelegd; en c. artikel 7.10a artikel 7.10b van de wet wanneer het afsluitend examen, bedoeld in, onderscheidenlijk het examen, bedoeld in, met goed gevolg is afgelegd. 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 01-05-2016
Artikel 16 — Artikel 16 Experiment leeruitkomsten; onderwijsovereenkomst#
Artikel 16 Experiment leeruitkomsten; onderwijsovereenkomst 1 artikel 7 Het bestuur van een deelnemende instelling sluit met een student die zich wenst in te schrijven voor hoger onderwijs als bedoeld in, een onderwijsovereenkomst, waarin in ieder geval de duur van de overeenkomst en het onderwijsprogramma voor de betrokken student worden vastgelegd. 2 Het bestuur van een deelnemende instelling maakt in de onderwijs- en examenregeling bekend op welke wijze de onderwijsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt gesloten en welke wederzijdse rechten en verplichtingen daarin in ieder geval worden vastgelegd. 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 01-05-2016
Artikel 17 — Artikel 17 Experiment leeruitkomsten; andere verplichtingen voor deelnemende instellingen#
Artikel 17 Experiment leeruitkomsten; andere verplichtingen voor deelnemende instellingen 1 Van 2017 tot en met 2020 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling jaarlijks over de uitvoering van het experiment leeruitkomsten in het voorafgaande kalenderjaar. 2 Voor 1 mei 2021 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling over de uitvoering van het experiment leeruitkomsten in het tijdvak 2016 tot en met 2020. 3 artikel 2.9 van de wet artikel 1.12, derde lid, van de wet Het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs neemt de rapportages, bedoeld in het eerste en tweede lid, op in het verslag, bedoeld in. Het bestuur van een andere deelnemende instelling neemt de rapportages, bedoeld in het eerste en tweede lid, op in het verslag, bedoeld in. 4 Het bestuur van een deelnemende instelling verstrekt desgevraagd nadere informatie aan Onze Minister in verband met de deelname aan en monitoring, evaluatie en effectmeting van het experiment leeruitkomsten. 5 Onze Minister kan een deelnemende instelling in verband met het experiment leeruitkomsten andere, op de individuele instelling of op een categorie instellingen voor hoger onderwijs afgestemde, verplichtingen opleggen. 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 01-05-2016
Artikel 17a — Artikel 17a Experiment flexstuderen; bijzondere begripsbepaling#
Artikel 17a Experiment flexstuderen; bijzondere begripsbepaling onderdelen a en b van de bijlage behorende bij de wet In dit hoofdstuk wordt verstaan onder deelnemende instelling: een universiteit als bedoeld in de, of een hogeschool als bedoeld in onderdeel g van die bijlage, die deelneemt aan het experiment flexstuderen. 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 10-02-2017
Artikel 17b — Artikel 17b Experiment flexstuderen; inhoud#
Artikel 17b Experiment flexstuderen; inhoud 1 Een deelnemende instelling kan een student die is ingeschreven voor een opleiding de mogelijkheid bieden die opleiding, of een deel daarvan, flexibel te volgen, waarbij a. de hoogte van het collegegeld wordt bepaald door de omvang van het onderwijs dat de student van plan is te volgen, en b. de student uitsluitend het onderwijs volgt waarvoor hij collegegeld betaalt. 2 artikel 7.45a van de wet Aan het experiment flexstuderen kunnen uitsluitend studenten deelnemen die het wettelijk collegegeld verschuldigd zijn als bedoeld in. 3 Het collegegeldtarief voor het volgen van onderwijs, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor onderwijs met een studielast van één studiepunt, het bedrag van het wettelijk collegegeld, geldend voor het desbetreffende studiejaar van de desbetreffende opleiding, gedeeld door de studielast van die opleiding voor dat studiejaar en vermeerderd met maximaal 15 procent van dat breukdeel. 2021 643 23-12-2021 17-12-2021 2021 643 23-12-2021 17-12-2021 24-12-2021 01-01-2021
Artikel 17c — Artikel 17c Experiment flexstuderen; omvang#
Artikel 17c Experiment flexstuderen; omvang 1 Een deelnemende instelling laat in een studiejaar niet meer studenten toe tot het experiment flexstuderen dan 10 procent van het totaal aantal studenten dat in het daaraan voorafgaande studiejaar per 1 oktober was ingeschreven bij alle opleidingen van die instelling. 2 Per studiejaar laat een deelnemende instelling maximaal 1.000 nieuwe studenten toe tot het experiment flexstuderen. 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 01-01-2021
Artikel 17d — Artikel 17d Experiment flexstuderen; duur#
Artikel 17d Experiment flexstuderen; duur artikel 17h, tweede lid Het experiment flexstuderen duurt van 1 september 2017 tot 1 september 2023, tenzij Onze Minister een besluit neemt als bedoeld in. 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 10-02-2017
Artikel 17e — Artikel 17e Experiment flexstuderen; doel#
Artikel 17e Experiment flexstuderen; doel artikel 17b Met het experiment flexstuderen wordt beoogd te onderzoeken of het aanbieden van hoger onderwijs als bedoeld inleidt tot een toegankelijker aanbod van hoger onderwijs, dat beter aansluit bij de behoeften van studenten en daardoor leidt tot meer tevredenheid van en ontplooiingsmogelijkheden voor studenten en tot minder uitval. 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 01-01-2021
Artikel 17f — Artikel 17f wet Experiment flexstuderen; afwijkingen van de#
Artikel 17f wet Experiment flexstuderen; afwijkingen van de 1 artikelen 7.34, eerste lid, onderdelen a en b 7.43 7.48 van de wet In verband met het experiment flexstuderen wordt afgeweken van de,en. 2 artikelen 7.47 7.51 tot en met 7.51i van de wet Het bestuur van een deelnemende instelling kan in verband met het experiment flexstuderen ten aanzien van een deelnemende student afwijken van deen. 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 10-02-2017
Artikel 17g — Artikel 17g Experiment flexstuderen; evaluatiecriteria#
Artikel 17g Experiment flexstuderen; evaluatiecriteria artikel 17b Onze Minister evalueert het experiment flexstuderen op basis van de volgende criteria: de mate waarin het aanbieden van hoger onderwijs als bedoeld inpositief bijdraagt aan a. een toegankelijker aanbod van hoger onderwijs, dat b. beter aansluit bij de behoeften van studenten en daardoor leidt tot c. meer tevredenheid van studenten, d. meer ontplooiingsmogelijkheden voor studenten en e. tot minder uitval. 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 10-02-2017
Artikel 17h — Artikel 17h Experiment flexstuderen; tussentijds onderzoek#
Artikel 17h Experiment flexstuderen; tussentijds onderzoek 1 Onze Minister doet in het studiejaar 2018–2019 tussentijds een onderzoek naar het experiment flexstuderen. Daarbij wordt in het bijzonder onderzocht: a. of de belangstelling voor deelname aan het experiment flexstuderen bij studenten toereikend is met het oog op een betekenisvolle evaluatie; en b. of voortzetting van het experiment flexstuderen verantwoord is uit een oogpunt van financiële beheersbaarheid en organisatorische uitvoerbaarheid. 2 Indien de uitkomsten van de tussentijdse beoordeling, bedoeld in het eerste lid, negatief zijn, kan Onze Minister, na overleg met de deelnemende instellingen, het experiment met ingang van het studiejaar 2019–2020 beëindigen. 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 10-02-2017
Artikel 17i — Artikel 17i Experiment flexstuderen; deelname door instellingen#
Artikel 17i Experiment flexstuderen; deelname door instellingen onderdelen a en b van de bijlage behorende bij de wet Aan het experiment flexstuderen kan uitsluitend worden deelgenomen door universiteiten als bedoeld in de, en door hogescholen als bedoeld in onderdeel g van die bijlage. 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 10-02-2017
Artikel 17j — Artikel 17j Experiment flexstuderen; aanvraag om toestemming voor deelname#
Artikel 17j Experiment flexstuderen; aanvraag om toestemming voor deelname 1 Voor deelname aan het experiment flexstuderen is toestemming van Onze Minister vereist. 2 Een universiteit of een hogeschool die toestemming wenst te verkrijgen voor deelname aan het experiment flexstuderen, dient daartoe ofwel voor 1 maart 2017 ofwel in de periode van 1 januari 2019 tot 1 maart 2019 bij Onze Minister elektronisch een aanvraag in via het e-mailadres [email protected]. 3 In de aanvraag maakt de aanvrager inzichtelijk hoe het experiment bij de instelling zal worden vormgegeven. 4 Een universiteit of een hogeschool als bedoeld in het tweede lid die reeds van Onze Minister toestemming heeft verkregen voor deelname aan het experiment flexstuderen, neemt deel aan het experiment. 5 artikel 17i Een universiteit of hogeschool als bedoeld indie op 31 december 2020 nog niet deelnam aan het experiment flexstuderen, verkrijgt van rechtswege toestemming van Onze Minister om deel te nemen aan dit experiment, indien de universiteit of hogeschool: a. artikel 3, vierde en vijfde lid instemming heeft verkregen van het medezeggenschapsorgaan, bedoeld in, op het voornemen om deel te nemen aan het experiment flexstuderen; b. het voornemen om deel te nemen aan het experiment flexstuderen voor 1 september 2021 heeft gemeld aan Onze Minister; en c. in de melding inzichtelijk heeft gemaakt hoe het experiment flexstuderen bij deze universiteit of hogeschool zal worden vormgegeven. 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 01-01-2021
Artikel 17k — Artikel 17k Experiment flexstuderen; toestemming voor deelname#
Artikel 17k Experiment flexstuderen; toestemming voor deelname Vervallen 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 01-01-2021
Artikel 17l — Artikel 17l Experiment flexstuderen; voorwaarde voor uitvoering#
Artikel 17l Experiment flexstuderen; voorwaarde voor uitvoering Vervallen 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 01-01-2021
Artikel 17m — Artikel 17m Experiment flexstuderen; rechten en verplichtingen van de student#
Artikel 17m Experiment flexstuderen; rechten en verplichtingen van de student 1 Deelname aan het experiment flexstuderen geeft de student uitsluitend het recht: artikel 17b Artikel 7.48 van de wet deel te nemen aan het onderwijs waarvoor hij overeenkomstigbetaalt, tentamens af te leggen van de onderwijseenheden waarvoor hij overeenkomstig artikel 17b betaalt en in voorkomend geval examens af te leggen.is niet van toepassing. 2 De student die deelneemt aan het experiment flexstuderen, kan gedurende het studiejaar volgens door de instelling vastgestelde regels van procedurele aard alsnog kiezen voor het volgen van onderwijs tegen wettelijk collegegeld. In dat geval betaalt de student het resterende deel van het wettelijk collegegeld naar rato van de omvang van het resterende deel van het desbetreffende studiejaar. In een studiejaar betaalt de deelnemende student in totaal niet meer dan het bedrag van het wettelijk collegegeld, geldend voor het desbetreffende studiejaar vermeerderd met 15 procent van dat bedrag. 3 Een student die deelneemt aan het experiment flexstuderen verstrekt desgevraagd nadere informatie aan de deelnemende instelling waar hij is ingeschreven in verband met de deelname aan het experiment flexstuderen door de instelling en de monitoring, evaluatie en effectmeting van het experiment flexstuderen door Onze Minister. 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 01-01-2021
Artikel 17n — Artikel 17n Experiment flexstuderen; bevoegdheden van het instellingsbestuur#
Artikel 17n Experiment flexstuderen; bevoegdheden van het instellingsbestuur 1 Met inachtneming van dit besluit richt het bestuur van een deelnemende instelling het experiment flexstuderen naar eigen inzicht in. 2 artikelen 7.51 tot en met 7.51i van de wet Het bestuur van een deelnemende instelling kan in verband met de uitvoering van het experiment flexstuderen afwijken van de verplichting jegens een deelnemende student tot het bieden van financiële ondersteuning, bedoeld in de, indien die ondersteuning in verband met de deelname van de student aan het experiment flexstuderen niet nodig is. 3 artikel 17b, derde lid Het bestuur van een deelnemende instelling kan in verband met de uitvoering van het experiment flexstuderen de wijze van betalen van het collegegeld, bedoeld in, regelen. 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 10-02-2017
Artikel 17o — Artikel 17o Experiment flexstuderen; verplichtingen van het instellingsbestuur#
Artikel 17o Experiment flexstuderen; verplichtingen van het instellingsbestuur 1 artikel 17j, tweede lid Het bestuur van een deelnemende instelling voert het experiment flexstuderen overeenkomstig de aanvraag, bedoeld in, of de melding, bedoeld in artikel 17j, vijfde lid, uit. 2 Het bestuur van een deelnemende instelling neemt zodanige maatregelen dat studenten die deelnemen aan het experiment flexstuderen uitsluitend onderwijs kunnen volgen en uitsluitend tentamens en examens kunnen afleggen in de vakken van de opleiding waarvoor zij betalen. 3 Het bestuur van een deelnemende instelling maakt de inrichting van het experiment flexstuderen binnen de instelling tijdig bekend. De informatie, bedoeld in de eerste volzin, betreft in ieder geval de volgende onderwerpen: a. een vermelding van de opleidingen waarop het experiment flexstuderen betrekking heeft; b. de wijze van aanmelding door studenten voor het experiment flexstuderen; c. de maximaal tot het experiment flexstuderen toe te laten studenten en de in verband daarmee vastgestelde selectiecriteria en -procedure; d. een regeling voor het herkansen van tentamens en de geldigheidsduur van tentamenresultaten; e. het maximum aantal, al dan niet aaneengesloten, studiejaren, dat een student kan deelnemen aan het experiment flexstuderen; f. artikel 17m, tweede lid de wijze waarop het instellingsbestuur de overstap door studenten van deelname aan het experiment flexstuderen naar het volgen van regulier hoger onderwijs, bedoeld in, en omgekeerd in procedurele en financiële zin heeft geregeld; g. artikel 17n, tweede en derde lid de wijze waarop het bestuur gebruik maakt van de bevoegdheden, bedoeld in; h. het handhavingsbeleid van het bestuur in verband met de verplichting, bedoeld in het tweede lid; en i. artikel 17m, derde lid de inhoud van de informatieverplichting voor studenten, bedoeld in. 4 De aspecten, bedoeld in het derde lid, onderdelen a en d, worden vastgesteld in de onderwijs- en examenregeling. 5 artikel 2.9 van de wet Het bestuur van een deelnemende instelling rapporteert jaarlijks in het verslag, bedoeld in, aan Onze Minister over de uitvoering van het experiment flexstuderen in het voorafgaande kalenderjaar. 6 Het bestuur van een deelnemende instelling verstrekt desgevraagd nadere informatie aan Onze Minister in verband met de deelname aan en monitoring, evaluatie en effectmeting van het experiment flexstuderen. 7 Onze Minister kan een deelnemende instelling in verband met het experiment flexstuderen andere, op de individuele instelling of op een categorie instellingen voor hoger onderwijs afgestemde verplichtingen opleggen. 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 01-01-2021
Artikel 18 — Artikel 18 Experiment accreditatie onvolledige opleidingen; bijzondere begripsbepaling#
Artikel 18 Experiment accreditatie onvolledige opleidingen; bijzondere begripsbepaling In dit hoofdstuk wordt verstaan onder een deelnemende rechtspersoon voor hoger onderwijs: een rechtspersoon voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment accreditatie onvolledige opleidingen. 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 01-05-2016
Artikel 19 — Artikel 19 Experiment accreditatie onvolledige opleidingen; inhoud en duur#
Artikel 19 Experiment accreditatie onvolledige opleidingen; inhoud en duur 1 Het accreditatieorgaan kan accreditatie of toets nieuwe opleiding verlenen voor deeltijdse of duale bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs verzorgd door rechtspersonen voor hoger onderwijs: a. die deelnemen aan het experiment leeruitkomsten; b. waarbij het onderwijsaanbod beperkt is tot de afsluitende fase van de opleiding; en c. waarbij de studielast van het aangeboden onderwijs minder bedraagt dan 240 studiepunten. 2 Het experiment accreditatie onvolledige opleidingen duurt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2022. 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 01-05-2016
Artikel 20 — Artikel 20 Experiment accreditatie onvolledige opleidingen; doel#
Artikel 20 Experiment accreditatie onvolledige opleidingen; doel artikel 19 artikelen 7.10a 7.10b van de wet Met het experiment accreditatie onvolledige opleidingen wordt beoogd te onderzoeken of het verlenen van accreditatie of een toets nieuwe opleiding als bedoeld inleidt tot een groter aanbod niet bekostigde deeltijdse en duale bacheloropleidingen, een hogere deelname aan die opleidingen in het hoger beroepsonderwijs en tot het verlenen van meer graden als bedoeld in deen. 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 01-05-2016
Artikel 21 — Artikel 21 wet Experiment accreditatie onvolledige opleidingen; afwijkingen van de#
Artikel 21 wet Experiment accreditatie onvolledige opleidingen; afwijkingen van de artikelen 7.4b, eerste lid 7.8, tweede lid, van de wet In verband met het experiment accreditatie onvolledige opleidingen wordt afgeweken van de, en. 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 01-05-2016
Artikel 22 — Artikel 22 Experiment accreditatie onvolledige opleidingen; evaluatiecriteria#
Artikel 22 Experiment accreditatie onvolledige opleidingen; evaluatiecriteria 1 Onze Minister evalueert het experiment accreditatie onvolledige opleidingen op basis van de volgende criteria: a. artikel 19 artikelen 7.10a 7.10b van de wet de mate waarin het verlenen van accreditatie of toets nieuwe opleiding als bedoeld intot een groter privaat aanbod en een hogere deelname aan deeltijdse en duale bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs en tot het verlenen van meer graden als bedoeld in deenleidt; en b. de mate van effectiviteit van de kaders voor accreditatie of toets nieuwe opleiding die ten behoeve van het experiment accreditatie onvolledige opleidingen zijn gehanteerd. 2 Bij de evaluatie wordt in ieder geval onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de toelating van aspirant-studenten, van het verzorgde onderwijsaanbod en van het gerealiseerde eindniveau. 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 01-05-2016
Artikel 23 — Artikel 23 Experiment accreditatie onvolledige opleidingen; deelname#
Artikel 23 Experiment accreditatie onvolledige opleidingen; deelname 1 artikelen 5.6 5.11 van de wet Rechtspersonen voor hoger onderwijs die deeltijdse of duale bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs verzorgen, waarbij het onderwijsaanbod beperkt is tot de afsluitende fase van de opleiding en waarbij de studielast van het aangeboden onderwijs minder bedraagt dan 240 studiepunten, kunnen deelnemen aan het experiment accreditatie onvolledige opleidingen door het indienen van een aanvraag als bedoeld in deenbij het accreditatieorgaan. 2 Een aanvraag wordt voor 1 januari 2018 worden ingediend. 3 In de aanvraag geeft de aanvrager aan hoe het voor de desbetreffend onvolledige opleiding benodigde toelatingsniveau van aspirant-studenten wordt gewaarborgd. 4 Het accreditatieorgaan neemt de aanvraag niet in behandeling, indien de aanvrager niet deelneemt aan het experiment leeruitkomsten. 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 01-01-2021
Artikel 24 — Artikel 24 Experiment accreditatie onvolledige opleidingen; verplichtingen van het accreditatieorgaan#
Artikel 24 Experiment accreditatie onvolledige opleidingen; verplichtingen van het accreditatieorgaan 1 artikel 5.2 van de wet artikel 19 Het accreditatieorgaan legt voor 1 juli 2016 in het accreditatiekader, bedoeld in, vast op welke wijze en volgens welke criteria accreditatie of toets nieuwe opleiding wordt verleend aan de deeltijdse en duale bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs, bedoeld in. 2 Het accreditatieorgaan besteedt bij het vastleggen van de werkwijze en de beoordelingscriteria, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval aandacht aan de kwaliteit van de toetsing en beoordeling door de deelnemende rechtspersoon voor hoger onderwijs van het toelatingsniveau van aspirant-studenten op het niveau dat benodigd is voor deelname aan het onderwijs dat door de rechtspersoon voor hoger onderwijs wordt verzorgd in het kader van de desbetreffende opleiding. 3 artikel 23, vierde lid Het accreditatieorgaan geeft uitvoering aan de toets, bedoeld in. 4 artikel 23 Het accreditatieorgaan meldt aan Onze Minister de indiening van een aanvraag als bedoeld inen de uitkomst van de daarmee verband houdende toets, bedoeld in artikel 23, vierde lid. 5 artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Het accreditatieorgaan brengt jaarlijks verslag uit over de uitvoering van het experiment accreditatie onvolledige opleidingen in het jaarverslag, bedoeld in. 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 2020 372 08-10-2020 29-09-2020 01-01-2021
Artikel 25 — Artikel 25 Experiment accreditatie onvolledige opleidingen; verplichtingen deelnemende instellingen#
Artikel 25 Experiment accreditatie onvolledige opleidingen; verplichtingen deelnemende instellingen 1 artikel 1.12, derde lid, van de wet Van 2017 tot en met 2020 rapporteert het bestuur van een deelnemende rechtspersoon voor hoger onderwijs jaarlijks voor 1 juli in het verslag, bedoeld in, aan Onze Minister over de uitvoering van het experiment accreditatie onvolledige opleidingen in het voorafgaande kalenderjaar. 2 In 2021 rapporteert het bestuur van een deelnemende rechtspersoon voor hoger onderwijs aan Onze Minister over de uitvoering van het experiment accreditatie onvolledige opleidingen in het tijdvak 2016 tot en met 2020. 3 Het bestuur van een deelnemende rechtspersoon voor hoger onderwijs verstrekt desgevraagd nadere informatie aan Onze Minister of het accreditatieorgaan in verband met de deelname aan en monitoring, evaluatie en effectmeting van het experiment accreditatie onvolledige opleidingen. 4 Onze Minister kan in verband met het experiment accreditatie onvolledige opleidingen een deelnemende instelling andere, op een individuele instelling of op een categorie instellingen voor hoger onderwijs afgestemde, verplichtingen opleggen. 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 01-05-2016
Artikel 26 — Artikel 26 Experiment educatieve module; bijzondere begripsbepaling#
Artikel 26 Experiment educatieve module; bijzondere begripsbepaling artikel 26b In dit hoofdstuk wordt verstaan onder een deelnemende instelling: een instelling voor hoger onderwijs die op grond vangedurende één of beide fasen deelneemt aan het experiment educatieve module. 2019 291 11-09-2019 30-08-2019 2019 291 11-09-2019 30-08-2019 12-09-2019 01-07-2019
Artikel 26a — Artikel 26a Experiment educatieve module; duur#
Artikel 26a Experiment educatieve module; duur Het experiment educatieve module duurt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2022. Dit experiment bestaat uit twee fasen. De eerste fase duurt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2019 en de tweede fase duurt van 1 juli 2019 tot en met 30 juni 2022. 2019 291 11-09-2019 30-08-2019 2019 291 11-09-2019 30-08-2019 12-09-2019 01-07-2019
Artikel 26b — Artikel 26b Experiment educatieve module; deelname#
Artikel 26b Experiment educatieve module; deelname 1 artikel 2, tweede lid, van de Regeling verwantschapstabel educatieve minor Een instelling voor hoger onderwijs als genoemd in de bijlage behorend bij, kan deelnemen aan één of beide fasen van het experiment educatieve module. 2 Een instelling voor hoger onderwijs die het voornemen had deel te nemen aan het experiment educatieve module en dit voor 1 september 2016 aan Onze Minister heeft gemeld neemt deel aan de eerste en tweede fase van dit experiment. 3 Een instelling voor hoger onderwijs die heeft deelgenomen aan de eerste fase van het experiment educatieve module, maar niet wenst deel te nemen aan de tweede fase van dit experiment meldt dat voor 1 januari 2020 aan Onze Minister. 4 Een instelling voor hoger onderwijs, als bedoeld in het eerste lid, die niet heeft deelgenomen aan de eerste fase van het experiment educatieve module en die het voornemen heeft deel te nemen aan de tweede fase van dit experiment meldt dat voor 1 januari 2020 aan Onze Minister. 2019 291 11-09-2019 30-08-2019 2019 291 11-09-2019 30-08-2019 12-09-2019 01-07-2019
Artikel 27 — Artikel 27 Experiment educatieve module; inhoud#
Artikel 27 Experiment educatieve module; inhoud 1 Regeling verwantschapstabel educatieve minor Een deelnemende instelling kan, anders dan in het kader van een bacheloropleiding, een of meer modules wetenschappelijk onderwijs met een studielast van tenminste 30 studiepunten aanbieden op de opleidingsterreinen waarvoor deze instelling educatieve minoren kan verzorgen op grond van de. 2 artikel 7.11 van de wet Een student die beschikt over een getuigschrift als bedoeld inbetreffende een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs of een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs, kan zich bij een deelnemende instelling inschrijven voor een module als bedoeld in het eerste lid. 3 artikel 7.45a van de wet Voor inschrijving voor een module als bedoeld in het eerste lid is de aspirant-student de helft van het wettelijk collegegeld, bedoeld in, verschuldigd. 4 De examencommissie van de deelnemende instelling verstrekt aan een student een certificaat educatieve module, indien de student de module, bedoeld in het eerste lid, met goed gevolg heeft afgerond. 5 artikel 7.11 van de wet artikel 2, tweede lid, van de Regeling verwantschapstabel educatieve minor Wet voortgezet onderwijs 2020 Een student die beschikt over een getuigschrift als bedoeld inbetreffende een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs of een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs en tevens beschikt over een certificaat educatieve module, is met inachtneming van de verwantschapsvoorschriften, bedoeld in, bevoegd tot het geven van middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, het geven van onderwijs in de eerste drie leerjaren van het hoger algemeen voortgezet onderwijs of van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in dein een met zijn opleiding inhoudelijk overeenkomend vak in die leerjaren. 2021 522 05-11-2021 14-10-2021 2022 13 11-01-2022 17-12-2021 01-08-2022
Artikel 28 — Artikel 28 Experiment educatieve module; doel#
Artikel 28 Experiment educatieve module; doel Met het experiment educatieve module wordt beoogd te onderzoeken of door educatieve modules nieuwe doelgroepen kiezen voor het leraarschap in het voortgezet onderwijs en meer gediplomeerden in het wetenschappelijk onderwijs worden opgeleid tot leraar in het voortgezet onderwijs. 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 01-05-2016
Artikel 29 — Artikel 29 wet Experiment educatieve module; afwijkingen van de#
Artikel 29 wet Experiment educatieve module; afwijkingen van de artikel 7.12, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikelen 7.11 7.32, derde lid 7.45a van de wet In verband met het experiment educatieve module wordt afgeweken vanen de,, en. 2021 522 05-11-2021 14-10-2021 2022 13 11-01-2022 17-12-2021 01-08-2022
Artikel 30 — Artikel 30 Experiment educatieve module; evaluatiecriteria#
Artikel 30 Experiment educatieve module; evaluatiecriteria Onze Minister evalueert het experiment educatieve module op basis van de volgende criteria: a. de mate waarin meer gediplomeerden in het wetenschappelijk onderwijs zijn opgeleid voor leraar in het voortgezet onderwijs; en b. de mate waarin meer gediplomeerden op bachelorniveau in het wetenschappelijk onderwijs direct of indirect doorstromen naar een master lerarenopleiding op het niveau van wetenschappelijk onderwijs of naar het beroep leraar. 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 01-05-2016
Artikel 31 — Artikel 31 Experiment educatieve module; deelname#
Artikel 31 Experiment educatieve module; deelname Vervallen 2019 291 11-09-2019 30-08-2019 2019 291 11-09-2019 30-08-2019 12-09-2019 01-07-2019
Artikel 32 — Artikel 32 Experiment educatieve module; verplichtingen deelnemende instellingen#
Artikel 32 Experiment educatieve module; verplichtingen deelnemende instellingen 1 artikel 2.9 van de wet Van 2017 tot en met 2019 rapporteert het bestuur van een aan de eerste fase deelnemende instelling jaarlijks in het verslag, bedoeld in, over de uitvoering van het experiment educatieve module in het voorafgaande kalenderjaar. 2 artikel 2.9 van de wet Van 2020 tot en met 2023 rapporteert het bestuur van een aan de tweede fase deelnemende instelling jaarlijks in het verslag, bedoeld in, over de uitvoering van het experiment educatieve module in het voorafgaande kalenderjaar. 3 artikel 2.9 van de wet Voor 1 juli 2023 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling in het verslag, bedoeld inover de uitvoering van het experiment educatieve module gedurende de fase of fasen van dit experiment waaraan deze instelling heeft deelgenomen. 4 Het bestuur van een deelnemende instelling verstrekt desgevraagd nadere informatie aan Onze Minister of het accreditatieorgaan in verband met de deelname aan en monitoring, evaluatie en effectmeting van het experiment educatieve module. 5 artikel 7.12 van de wet Het bestuur van een deelnemende instelling bevordert dat de met goed gevolg afgeronde educatieve module een vrijstelling oplevert voor een universitaire lerarenopleiding onverminderd de verantwoordelijkheden van de examencommissie, bedoeld in. 6 Onze Minister kan in verband met het experiment educatieve module een deelnemende instelling andere, op een individuele instelling of op een categorie instellingen voor hoger onderwijs afgestemde, verplichtingen opleggen. 2019 291 11-09-2019 30-08-2019 2019 291 11-09-2019 30-08-2019 12-09-2019 01-07-2019
Artikel 32a — Artikel 32a Omhangbepaling#
Artikel 32a Omhangbepaling artikelen 9.1, eerste lid 9.2, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 Dit besluit berust mede op de, en. 2021 522 05-11-2021 14-10-2021 2022 13 11-01-2022 17-12-2021 01-08-2022
Artikel 33 — Artikel 33 Inwerkingtreding#
Artikel 33 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2016 en vervalt met ingang van 1 januari 2025. 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 10-02-2017
Artikel 34 — Artikel 34 Citeertitel#
Artikel 34 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 2016 145 22-04-2016 08-04-2016 01-05-2016