Besluit van 13 november 2015, houdende vaststelling van nadere regels ter uitvoering van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Uitvoeringsbesluit Wkkgz)
- BWB-id
- BWBR0037262
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037262
- ELI
- /eli/nl/amvb/2016/uitvoeringsbesluit-wkkgz
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2016/uitvoeringsbesluit-wkkgz/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037262&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037262&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037262/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2016/uitvoeringsbesluit-wkkgz
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: – acute zorg: zorg in verband met een ervaren of geobserveerde mogelijk ernstige of een op korte termijn levensbedreigende situatie als gevolg van een gezondheidsprobleem of letsel dat plotseling is ontstaan of plotseling verergert; – andere melding: artikel 11 van de wet andere melding dan bedoeld in; – apotheek: artikel 1, eerste lid, onderdeel oo, van de Geneesmiddelenwet apotheek als bedoeld in; – huisartsenpost: locatie waar huisartsen uit de regio de avond-, nacht- en weekenddiensten verrichten voor huisartsenzorg die niet kan wachten tot de volgende werkdag; – incident: een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg, en heeft geleid, had kunnen leiden of zou kunnen leiden tot schade bij de cliënt; – Inspectie: Inspectie gezondheidszorg en jeugd; – interne procedure melden incidenten: artikel 9, tweede lid, van de wet interne procedure als bedoeld in; – klachtenregeling: artikel 13, eerste lid, van de wet regeling inzake opvang en afhandeling van klachten als bedoeld in; – medische technologie: toepassing van georganiseerde kennis en vaardigheden in de vorm van apparaten, medicijnen, vaccins, procedures en systemen die ontwikkeld zijn om gezondheidsproblemen op te lossen en de kwaliteit van leven te verbeteren; – melder: degene die de melding gedaan heeft; – ontslag in verband met disfunctioneren: opzegging, ontbinding of niet-voortzetting van een overeenkomst tussen een zorgverlener en een zorgaanbieder op grond van het oordeel van de zorgaanbieder dat de zorgverlener ernstig is tekort geschoten in zijn functioneren; – product: Wet inzake bloedvoorziening Geneesmiddelenwet Wet op de medisch hulpmiddelen Wet veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal Opiumwet product of apparaat dat toepassing vindt in de zorg, daaronder begrepen een product in de zin van de, een geneesmiddel in de zin van de, een medisch hulpmiddel in de zin van de, lichaamsmateriaal in de zin van deen een middel in de zin van de; – regio: gebied waarbinnen een traumacentrum verantwoordelijk is voor het organiseren van traumazorg; – regionaal overleg acute zorgketen: artikel 8A.2, eerste lid overleg als bedoeld in; – Regionale Ambulancevoorziening: artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen Regionale Ambulancevoorziening als bedoeld in; – traumacentrum: artikel 8, tweede lid, van de Wet op bijzondere medische verrichtingen krachtensals traumacentrum aangewezen ziekenhuis; – veiligheidsregio: artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s openbaar lichaam als bedoeld in; – verklaring omtrent het gedrag: artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in; – verplichte melding: artikel 11 van de wet melding als bedoeld in; – wet: Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg ; – ziekenhuisbloedbank: ziekenhuisafdeling die bloed en bloedbestanddelen, alleen bestemd voor gebruik in ziekenhuizen, onder meer voor transfusieactiviteiten in een ziekenhuis, opslaat en distribueert, en daar compatibiliteitstests op mag uitvoeren; – zorgverzekeraar: artikel 1 van de Zorgverzekeringswet zorgverzekeraar als bedoeld in. 2021 291 18-06-2021 15-06-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 1.2 — Artikel 1.2#
Artikel 1.2 artikel 1, negende lid, van de wet Dit besluit berust mede op. 2021 120 11-03-2021 03-03-2021 2021 144 26-03-2021 18-03-2021 01-07-2021 05-07-2018
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 wet Deis niet van toepassing op: a. artikel 1, eerste lid, onderdelen t en u, van de Geneesmiddelenwet het ter hand stellen van een UAD-geneesmiddel of een AV-geneesmiddel als bedoeld in; b. artikel 2.9 van het Besluit zorgverzekering hulpmiddelenzorg als omschreven in; c. artikelen 2.5, eerste lid, onder e en f 2.14 2.15 van het Besluit zorgverzekering vervoer als omschreven in de,en. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 2.1a — Artikel 2.1a#
Artikel 2.1a 1 artikel 1, achtste lid, aanhef, van de wet Er is geen sprake van mogelijke substantiële financiële gevolgen als bedoeld in, als de tripartiete partijen gemotiveerd aangeven dat de voorgedragen kwaliteitsstandaard niet tot financiële gevolgen leidt. 2 artikel 1, achtste lid, aanhef, van de wet Er is geen sprake van mogelijke substantiële financiële gevolgen als bedoeld in, als deze financiële gevolgen de consequentie zijn van het niet voldoen door zorgaanbieders of zorgverleners aan het geldende onderdeel van de professionele standaard of de geldende kwaliteitsstandaard. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een voorgedragen aanpassing van een kwaliteitsstandaard. 2021 120 11-03-2021 03-03-2021 2021 144 26-03-2021 18-03-2021 01-07-2021 05-07-2018
Artikel 2.1b — Artikel 2.1b#
Artikel 2.1b 1 artikel 1, achtste lid, onder a, onder 1°, van de wet Er is in ieder geval geen sprake van een toename van het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners als bedoeld inten opzichte van het geldende onderdeel van de professionele standaard of de geldende kwaliteitsstandaard, als de toename 5% of minder is. 2 artikel 1, achtste lid, onder a, onder 1°, van de wet Er is in ieder geval geen sprake van een toename van het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners als bedoeld inof een verhoging van de kwalificaties van de in te zetten zorgverleners als bedoeld in artikel 1, achtste lid, onder a, onder 2°, van de wet ten opzichte van het geldende onderdeel van de professionele standaard of de geldende kwaliteitsstandaard, als de toename of de verhoging niet leidt tot structurele kosten. 3 artikel 1, achtste lid, onder a, onder 2°, van de wet Er is in ieder geval geen sprake van een verhoging van de kwalificaties van de in te zetten zorgverleners als bedoeld inten opzichte van het geldende onderdeel van de professionele standaard of de geldende kwaliteitsstandaard, als de toename of de verhoging niet een hoger opleidingsniveau, aanvullende kwalificaties of meer ervaring met hogere inschaling van de zorgverlener vereist. 4 Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een voorgedragen aanpassing van een kwaliteitsstandaard. 2021 120 11-03-2021 03-03-2021 2021 144 26-03-2021 18-03-2021 01-07-2021 05-07-2018
Artikel 2.1c — Artikel 2.1c#
Artikel 2.1c 1 artikel 1, achtste lid, onderdeel b, van de wet Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder breed toepasbaar: breed toepasbaar als bedoeld in. 2 Een onderdeel van de professionele standaard of een voorgedragen kwaliteitsstandaard is in ieder geval breed toepasbaar als het onderdeel of de standaard van toepassing is op zorg waarvoor naar verwachting jaarlijks in ieder geval 40.000 cliënten in aanmerking zullen komen. 3 Een onderdeel van de professionele standaard of een voorgedragen kwaliteitsstandaard is ook in ieder geval breed toepasbaar, als dat onderdeel of die standaard betrekking heeft op zorg waarvoor naar verwachting jaarlijks in ieder geval 5.000 cliënten in aanmerking zullen komen, voor zover: a. artikel 1, achtste lid, onder a, onder 3°, van de wet het onderdeel of de standaard leidt tot een nieuwe wijze van zorgverlening of een andere organisatie van het zorgproces als bedoeld in; en b. de financiële investering substantieel is. 4 Er is, in voorkomend geval in afwijking van het tweede of derde lid, in ieder geval geen sprake van brede toepasbaarheid, als de tripartiete partijen of de Adviescommissie Kwaliteit aangeven dat het overgrote deel van de zorgverleners en zorgaanbieders al voldoet aan de normen in de voorgedragen kwaliteitsstandaard, zonder dat dit verplicht was op grond van een onderdeel van de geldende professionele standaard of de geldende kwaliteitsstandaard. 5 Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een voorgedragen aanpassing van een kwaliteitsstandaard. 2021 120 11-03-2021 03-03-2021 2021 144 26-03-2021 18-03-2021 01-07-2021 05-07-2018
Artikel 3.1 — Artikel 3.1#
Artikel 3.1 1 De zorgaanbieder die een instelling is die Wlz-zorg verleent, is in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag voor de zorgverleners die zorg verlenen aan zijn cliënten en voor andere personen dan zorgverleners die beroepsmatig met zijn cliënten in contact kunnen komen, welke niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop betrokkene voor de zorgaanbieder ging werken. 2 De zorgaanbieder die een solistisch werkende zorgverlener is die Wlz-zorg verleent, is in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven op een tijdstip dat niet langer dan drie jaar is verstreken. 3 Besluit zorgverzekering Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de zorgaanbieder die een instelling is die geneeskundige geestelijke gezondheidszorg levert als bedoeld in hetwelke verblijf van de cliënt in een accommodatie gedurende het etmaal met zich brengt. 4 Het eerste lid en derde lid zijn niet van toepassing als de zorgverlener een huisarts betreft die in de avond, de nacht of het weekend binnen de instelling zorg verleent. 2021 120 11-03-2021 03-03-2021 2021 144 26-03-2021 18-03-2021 01-07-2021
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 1 artikel 1, onderdeel z, van de Zorgverzekeringswet De zorgaanbieder draagt zorg voor een veilige toepassing van medische technologie bij de zorgverlening in overeenstemming met de op zorgverleners rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard, waaronder begrepen de kwaliteitssstandaard, bedoeld in, en veldnormen. 2 De zorgaanbieder draagt voorts met betrekking tot het toepassen van medische technologie zorg voor schriftelijke vastlegging van: a. taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden en bekwaamheidseisen voor degenen die daarbij betrokken zijn; b. de gegevens waaruit blijkt dat aan de bekwaamheidseisen wordt voldaan. 3 Bij regeling van Onze Minister kunnen, indien dat noodzakelijk is om de veilige toepassing van medische technologie te waarborgen, nadere eisen worden gesteld aan bepaalde categorieën van zorgaanbieders. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 4.2 — Artikel 4.2#
Artikel 4.2 artikel 30a, eerste en tweede lid, van de wet bijlage 1 De gegevens, bedoeld in, zijn de gegevens, bedoeld in, voor zover deze betrekking hebben op verslavingszorg die de zorgaanbieder aan diens cliënt verleent of verleende en de zorgaanbieder over deze gegevens beschikt. 2022 258 28-06-2022 22-06-2022 2022 258 28-06-2022 22-06-2022 01-07-2022
Artikel 4.3 — Artikel 4.3#
Artikel 4.3 1 bijlage 1 De gegevens, bedoeld in, onderdeel A, worden door Onze Minister maximaal 20 jaar bewaard. 2 bijlage 1 De gegevens, bedoeld in, onderdeel B, worden door Onze Minister maximaal 60 jaar bewaard. 2022 258 28-06-2022 22-06-2022 2022 258 28-06-2022 22-06-2022 01-07-2022
Artikel 4.4 — Artikel 4.4#
Artikel 4.4 Bij ministeriële regeling wordt bepaald: a. artikel 30a van de wet op welke wijze de verstrekking als bedoeld in het eerste en tweede lid vanen verwerking als bedoeld in het tweede lid van dat artikel plaatsvindt; en b. op welke wijze deze gegevens door passende technische en organisatorische maatregelen worden beveiligd tegen verlies of onrechtmatige verwerking. 2022 258 28-06-2022 22-06-2022 2022 258 28-06-2022 22-06-2022 01-07-2022
Artikel 4.5 — Artikel 4.5#
Artikel 4.5 De op grond van artikel 30b, eerste lid, van de wet aangewezen zorgaanbieders zijn: a. ziekenhuizen die een afdeling voor spoedeisende hulp hebben; en b. Regionale Ambulancevoorzieningen. 2022 258 28-06-2022 22-06-2022 2022 258 28-06-2022 22-06-2022 01-07-2022
Artikel 4.6 — Artikel 4.6#
Artikel 4.6 artikel 30b, eerste lid, van de wet bijlage 2 De gegevens, bedoeld in, zijn de gegevens, bedoeld in, voor zover deze betrekking hebben op acute zorg die de zorgaanbieder aan diens cliënt verleent of verleende en de zorgaanbieder over deze gegevens beschikt. 2022 258 28-06-2022 22-06-2022 2022 258 28-06-2022 22-06-2022 01-07-2022
Artikel 4.7 — Artikel 4.7#
Artikel 4.7 bijlage 2 De gegevens, bedoeld inworden door traumacentra maximaal 20 jaar bewaard. 2022 258 28-06-2022 22-06-2022 2022 258 28-06-2022 22-06-2022 01-07-2022
Artikel 4.8 — Artikel 4.8#
Artikel 4.8 Bij ministeriële regeling wordt bepaald: a. artikel 30b van de wet op welke wijze de verstrekking als bedoeld in het eerste lid vanen verwerking als bedoeld in het tweede en derde lid van dat artikel plaatsvindt; en b. op welke wijze deze gegevens door passende technische en organisatorische maatregelen worden beveiligd tegen verlies of onrechtmatige verwerking. 2022 258 28-06-2022 22-06-2022 2022 258 28-06-2022 22-06-2022 01-07-2022
Artikel 5.1 — Artikel 5.1#
Artikel 5.1 1 Het personeel van een ziekenhuisbloedbank dat rechtstreeks betrokken is bij het opslaan, testen en distribueren van bloed en bloedbestanddelen van menselijke oorsprong, beschikt over de nodige kwalificaties om die taken uit te voeren en krijgt tijdig een geschikte opleiding en regelmatige bijscholing. 2 De zorgaanbieder voert voor een ziekenhuisbloedbank een kwaliteitszorgsysteem in en past dit toe op basis van de beginselen van goede praktijken. 3 Wet inzake bloedvoorziening De zorgaanbieder die de ziekenhuisbloedbank in stand houdt, meldt aan de ambtenaren van de Inspectie en aan de Bloedvoorzieningsorganisatie, bedoeld in de, ernstige ongewenste voorvallen in verband met het opslaan, testen en distribueren van bloed en bloedbestanddelen die de kwaliteit en de veiligheid ervan kunnen beïnvloeden, alsmede ernstige ongewenste bijwerkingen die tijdens of na een transfusie worden geconstateerd en die kunnen worden toegeschreven aan de kwaliteit en de veiligheid van het bloed en de bloedbestanddelen. 4 De zorgaanbieder die de ziekenhuisbloedbank in stand houdt, zorgt ervoor dat de bij het opslaan, testen en distribueren van bloed en bloedbestanddelen verzamelde gegevens die door derden kunnen worden geraadpleegd, met inbegrip van genetische informatie, geanonimiseerd zijn zodat de donor niet meer te identificeren is. Daartoe: – treft hij maatregelen met het oog op de gegevensbeveiliging en schept hij garanties tegen ongeoorloofde toevoeging, schrapping of wijziging in bestanden van donoren of uitsluitingen, alsmede tegen overdracht van informatie; – legt hij procedures vast om discrepanties tussen gegevens op te heffen; – voorkomt hij ongeoorloofde bekendmaking van dergelijke informatie, waarbij de donaties echter wel traceerbaar moeten blijven. 5 De zorgaanbieder die de ziekenhuisbloedbank in stand houdt, neemt voorts bij het uitoefenen van zijn taken de bij regeling van Onze Minister gestelde regels ter uitvoering van besluiten van de Europese Unie en andere besluiten van volkenrechtelijke organisaties in acht. 2018 190 26-06-2018 15-06-2018 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet op het
terrein van de volksgezondheid inzake fusie van de Inspectie voor de
Gezondheidszorg en de Inspectie Jeugdzorg tot Inspectie
gezondheidszorg en jeugd (Stb. 2018/94) in werking treedt.
Artikel 6.1 — Artikel 6.1#
Artikel 6.1 1 De interne procedure melden incidenten bevat in elk geval regels inzake de wijze waarop binnen de organisatie: a. incidenten in kaart worden gebracht en ten behoeve van het uitvoeren van een analyse worden gemeld; b. incidenten, met inschakeling van de daarbij betrokken zorgverlener, collega’s en andere deskundigen, worden onderzocht; c. zo snel mogelijk wordt besloten over de op basis van het onderzoek van een melding te nemen maatregelen ter waarborging van de kwaliteit van de zorg; d. de betrokken zorgverlener en het betrokken organisatieonderdeel worden ingelicht over de uitkomsten en conclusies van de analyse. 2 De interne procedure incidenten bevat voorts: a. de aanwijzing van een of meer functionarissen bij wie incidenten worden gemeld; b. de toedeling van verantwoordelijkheden aan de onder a bedoelde en andere functionarissen; c. uitgangspunten inzake de onafhankelijke oordeelsvorming, de deskundigheid en de bij- en nascholing van de onder a bedoelde functionarissen; d. waarborgen voor de bescherming van persoonsgegevens, waaronder in elk geval het voorkomen van bovenmatige gegevensverwerking, het zo spoedig mogelijk anonimiseren van gegevens en de beveiliging van het meldingssysteem; e. waarborgen voor de melder en de onder a bedoelde functionarissen tegen gevolgen van het naleven van de interne procedure. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-07-2016
Artikel 7.1 — Artikel 7.1#
Artikel 7.1 artikel 15, eerste lid, van de wet De klachtenregeling van een zorgaanbieder waarborgt dat een persoon als bedoeld in: a. niet is betrokken bij de aangelegenheid waarop de klacht betrekking heeft; b. zich bij het verrichten van zijn werkzaamheden richt op het bereiken van een zo bevredigend mogelijke oplossing voor de klacht; c. wet de vrijheid heeft zijn werkzaamheden te verrichten overeenkomstig de, de voor hem geldende beroepsnormen en taakomschrijving en zonder inmenging door de zorgaanbieder. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 7.2 — Artikel 7.2#
Artikel 7.2 artikel 17, eerste lid, van de wet De klachtenregeling waarborgt dat in behandeling zijnde klachten, indien de afhandeling namens de zorgaanbieder plaatsvindt door een of meer personen in dienst van de zorgaanbieder of door een of meer daartoe door hem aangewezen derden, ter kennis van de zorgaanbieder worden gebracht, en dat de zorgaanbieder afschrift ontvangt van de schriftelijke mededeling, bedoeld in. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 7.3 — Artikel 7.3#
Artikel 7.3 1 De klachtenregeling waarborgt dat de behandeling van een klacht die betrekking heeft op het handelen van een ander, op zorgvuldige wijze wordt overgedragen aan degene, op wiens handelen de klacht betrekking heeft, tenzij de klager daarvoor geen toestemming heeft gegeven. 2 De klachtenregeling waarborgt een gecombineerde behandeling van klachten, indien een klacht betrekking heeft op zorg die wordt verleend in samenhang met zorg, ondersteuning of hulp die een ander verleent en de klager heeft doen weten dat hij ook bij die ander een klacht heeft ingediend, tenzij de klager daarvoor geen toestemming heeft gegeven. 3 De klachtenregeling waarborgt dat de afhandeling van een klacht als bedoeld in het tweede lid plaatsvindt door of namens de betrokken zorgaanbieder en de betrokken ander gezamenlijk dan wel op een wijze die inhoudelijk recht doet aan de samenhang tussen de zorg, ondersteuning of hulp die zij verlenen. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 8.1 — Artikel 8.1#
Artikel 8.1 1 Een verplichte melding geschiedt elektronisch of schriftelijk bij de Inspectie. 2 Een verplichte melding bevat: a. artikel 9, onder a artikel 11, eerste lid, onder a, van de Handelsregisterwet 2007 de naam en contactgegevens van de zorgaanbieder die de melding doet, de in, enbedoelde unieke nummers, alsmede de naam en de functie van de melder; b. de dagtekening van de melding; c. indien bij een melding een product betrokken is, de naam van het product en de naam en de contactgegevens van het bij het product betrokken bedrijf; d. de vermelding of het gaat om een calamiteit, geweld in de zorgrelatie of ontslag in verband met disfunctioneren; e. artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg de vermelding of het gaat om een zorgverlener die is ingeschreven in een register als bedoeld in; f. in voorkomend geval de naam, de contactgegevens en de geboortedatum van de betrokken cliёnt. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 8.2 — Artikel 8.2#
Artikel 8.2 De verplichte melding van een calamiteit bevat voorts: a. een feitelijke omschrijving van de calamiteit en de datum waarop deze heeft plaatsgehad; b. een beknopte omschrijving van de acties die door of namens de betrokken zorgaanbieder zijn en zullen worden ondernomen, en de termijn waarbinnen een en ander zal plaatsvinden: 1°. om de calamiteit te onderzoeken; 2°. ter beperking of tot bevordering van herstel van de gevolgen van de calamiteit; 3°. om de cliënt, diens wettelijke vertegenwoordiger of diens nabestaanden in te lichten over de calamiteit, de maatregelen die de zorgaanbieder naar aanleiding van de calamiteit neemt of zal nemen en over de bij de zorgaanbieder aanwezige klachtbehandeling; c. of de calamiteit in verband met een redelijk vermoeden van het plegen van een strafbaar feit ter kennis is of zal worden gebracht van het openbaar ministerie. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 8.3 — Artikel 8.3#
Artikel 8.3 De verplichte melding van geweld in de zorgrelatie bevat voorts: a. een feitelijke omschrijving van het geweld en de datum waarop dit heeft plaatsgehad; b. de naam, de contactgegevens en de functie van de personen, anders dan de cliënt, jegens wie het geweld is gepleegd, die bij het geweld waren betrokken; c. een beknopte omschrijving van de acties die door of namens de betrokken zorgaanbieder zijn en zullen worden ondernomen, en de termijn waarbinnen een en ander zal plaatsvinden: 1°. om het geweld in de zorgrelatie te onderzoeken; 2°. ter beperking of tot bevordering van herstel van de gevolgen van het geweld; 3°. om de cliënt jegens wie het geweld is gepleegd of diens wettelijke vertegenwoordiger in te lichten over het geweld, de maatregelen die de zorgaanbieder naar aanleiding daarvan neemt of zal nemen, en over de bij de zorgaanbieder aanwezige klachtbehandeling; d. of het geweld in verband met een redelijk vermoeden van het plegen van een strafbaar feit ter kennis is of zal worden gebracht van het openbaar ministerie. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 8.4 — Artikel 8.4#
Artikel 8.4 De verplichte melding van ontslag in verband met disfunctioneren bevat voorts: a. een feitelijke omschrijving van het ernstig tekortschieten van een zorgverlener dat tot ontslag in verband met disfunctioneren door de zorgaanbieder heeft geleid of de zorgverlener kennelijk aanleiding heeft gegeven de overeenkomst niet voort te zetten; b. artikel 3, tweede lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg de naam, de contactgegevens en de functie van de betrokken zorgverlener, alsmede in voorkomend geval het nummer, bedoeld in, waaronder betrokkene is ingeschreven in het register; c. een beknopte omschrijving van de acties die door of namens de betrokken zorgaanbieder zijn ondernomen om: 1°. het functioneren van de zorgverlener met deze te bespreken; 2°. diens functioneren te verbeteren; 3°. in voorkomend geval, de mededeling dat een zaak bij het bevoegde regionale tuchtcollege aanhangig is of zal worden gemaakt. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 8.5 — Artikel 8.5#
Artikel 8.5 1 De Inspectie bevestigt de ontvangst van een verplichte melding zo spoedig mogelijk schriftelijk of elektronisch aan de melder, onder vermelding van de contactgegevens van de Inspectie. 2 De Inspectie doet in de bevestiging, bedoeld in het eerste lid, of uiterlijk binnen vier weken na de datum van de ontvangstbevestiging aan de melder een beknopte omschrijving toekomen van de acties die de Inspectie zal ondernemen en doet daarbij mededeling van de termijn waarbinnen een en ander zal plaatsvinden. 3 artikelen 8.1 tot en met 8.4 Indien niet voldaan is aan de, stelt de Inspectie de betrokken zorgaanbieder schriftelijk of elektronisch in de gelegenheid binnen een termijn van twee weken de melding aan te vullen. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 8.6 — Artikel 8.6#
Artikel 8.6 1 De betrokken zorgaanbieder en de betrokken zorgverleners verstrekken na een verplichte melding desgevraagd aan de Inspectie alle gegevens die voor het onderzoeken van de melding noodzakelijk zijn. 2 Tot de gegevens, bedoeld in het eerste lid, behoren persoonsgegevens en, indien de Inspectie zulks onder opgave van redenen verzoekt, gegevens over gezondheid, gegevens van strafrechtelijke aard en andere bijzondere categorieën van persoonsgegevens van de bij de gemelde feiten betrokken cliёnt of cliënten en de betrokken zorgverleners. 2018 249 27-07-2018 11-07-2018 2018 250 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 8.7 — Artikel 8.7#
Artikel 8.7 1 artikel 25, eerste lid, van de wet Met betrekking tot een verplichte melding van een calamiteit of geweld in de zorgrelatie vergaart de Inspectie de kennis over de relevante feiten en de af te wegen belangen die nodig is om te kunnen vaststellen of sprake is van een situatie als bedoeld in. 2 De Inspectie stelt met het oog op haar in het eerste lid bedoelde taak de betrokken zorgaanbieder of het betrokken bedrijf in de gelegenheid om met inachtneming van door de Inspectie aan te geven eisen binnen een termijn van acht weken zelf onderzoek te doen naar de relevante feiten. De Inspectie kan de termijn op verzoek van de betrokken zorgaanbieder of het betrokken bedrijf verlengen. 3 De eisen, bedoeld in het tweede lid, hebben in ieder geval betrekking op de wijze waarop de betrokken cliënt, dan wel diens vertegenwoordiger of diens nabestaande wordt geïnformeerd over de calamiteit of het geweld, betrokken wordt bij het onderzoek en wordt geïnformeerd over de resultaten daarvan. 4 De Inspectie beoordeelt het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, met het oog op de vaststelling, bedoeld in het eerste lid. Deze beoordeling kan verschillen in verschillende situaties. 5 De Inspectie doet van de beëindiging van het onderzoek schriftelijk of elektronisch mededeling aan de melder en de zorgaanbieder of het betrokken bedrijf. 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 01-01-2025
Artikel 8.8 — Artikel 8.8#
Artikel 8.8 1 artikel 8.7, tweede lid De Inspectie verricht, in afwijking van, het onderzoek zelf, indien zij daar aanleiding toe ziet. 2 artikel 8.7, tweede lid De Inspectie verricht, nadat de betrokken zorgaanbieder of het betrokken bedrijf in de gelegenheid is gesteld om onderzoek als bedoeld in, te doen zelf het nodige onderzoek indien zij vaststelt dat: a. de betrokken zorgaanbieder of het betrokken bedrijf zelf het gevraagde onderzoek niet of onvoldoende doet; of b. er andere redenen zijn om zelf onderzoek te verrichten. 3 Indien de Inspectie zelf het nodige onderzoek doet: a. deelt zij schriftelijk of elektronisch aan de betrokken zorgaanbieder of het betrokken bedrijf mede binnen welke termijn het onderzoek zal plaatsvinden; b. hoort zij de betrokken zorgaanbieder of het betrokken bedrijf, de betrokken cliënt, dan wel diens vertegenwoordiger of diens nabestaande en, indien dit naar haar oordeel relevant is voor het onderzoek, zo mogelijk, andere personen die direct zijn betrokken bij de feiten waarop de melding betrekking heeft; c. wint zij het schriftelijke of elektronische advies in van een of meer deskundigen, indien dat naar haar oordeel van belang is voor het onderzoek. 4 Van het horen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt voorgelegd aan degenen met wie is gesproken. Zij krijgen de gelegenheid om binnen twee weken schriftelijk of elektronisch te reageren op eventuele feitelijke onjuistheden in het verslag. De ontvangen correcties worden in het verslag verwerkt dan wel gemotiveerd terzijde gelegd. 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 01-01-2025
Artikel 8.9 — Artikel 8.9#
Artikel 8.9 Vervallen 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 01-01-2025
Artikel 8.10 — Artikel 8.10#
Artikel 8.10 1 artikel 8.8, eerste lid De Inspectie legt, indien het onderzoek, bedoeld in, hier aanleiding toe geeft, de relevante feiten vast in een conceptrapport. 2 Een conceptrapport wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de melder, de zorgaanbieder of het betrokken bedrijf en natuurlijke personen die gehoord zijn tijdens het onderzoek. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over gevallen waarin het niet noodzakelijk of niet wenselijk is om het rapport geheel of gedeeltelijk ter kennis te brengen. 3 Degenen aan wie het conceptrapport geheel of gedeeltelijk ter kennis is gebracht, krijgen de gelegenheid binnen vier weken schriftelijk of elektronisch te reageren op feitelijke onjuistheden in het deel van het conceptrapport dat hen ter kennis is gebracht. 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 01-01-2025
Artikel 8.11 — Artikel 8.11#
Artikel 8.11 1 artikel 8.10, derde lid Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de reacties, bedoeld in, doch in ieder geval binnen vier weken na de in dat lid genoemde termijn, stelt de Inspectie een rapport vast over het onderzoek van de melding. Het rapport bevat de relevante feiten, de conclusies van de Inspectie en de te nemen maatregelen. 2 artikel 8.10, derde lid Bij de vaststelling van het rapport betrekt de Inspectie de reacties, bedoeld in. Indien degenen aan wie het conceptrapport of een deel daarvan op grond van artikel 8.10 ter kennis is gebracht, wezenlijk met de Inspectie van mening verschillen over de relevante feiten, zoals vastgelegd in het conceptrapport, en de Inspectie een reactie niet of niet geheel overneemt, deelt zij dit schriftelijk of elektronisch gemotiveerd aan de betrokkene mede en neemt zij een toelichting hierover op in het vast te stellen rapport. 3 artikel 25, eerste lid, van de wet Indien tot de conclusies van het rapport behoort dat ten aanzien van een zorgverlener sprake is of is geweest van een situatie als bedoeld in, geschiedt de vaststelling van het rapport in afwijking van het eerste lid niet dan nadat de betrokken zorgverlener in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze terzake naar voren te brengen. 4 De Inspectie stuurt het rapport zo spoedig mogelijk schriftelijk of elektronisch aan de melder, de betrokken zorgaanbieder of het betrokken bedrijf en de bij het onderzoek betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen. 5 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over gevallen waarin het niet noodzakelijk of niet wenselijk is om het rapport geheel of gedeeltelijk aan bij het onderzoek betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen toe te sturen. 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 01-01-2025
Artikel 8.12 — Artikel 8.12#
Artikel 8.12 1 Met betrekking tot een verplichte melding van een ontslag in verband met disfunctioneren beoordeelt de Inspectie binnen een termijn van vier weken na de datum waarop de melding in behandeling is genomen of er aanleiding bestaat voor nader onderzoek en doet hiervan schriftelijk of elektronisch mededeling aan de betrokken zorgverlener. De Inspectie kan deze termijn met twee weken verlengen. 2 Indien de Inspectie heeft geoordeeld dat er aanleiding is de melding nader te onderzoeken, gaat de mededeling vergezeld van een beknopte omschrijving van de acties die de Inspectie zal ondernemen en de termijn waarbinnen deze plaats zullen vinden. 3 artikel 25, eerste lid, van de wet In een nader onderzoek vergaart de Inspectie de kennis, relevante feiten en de af te wegen belangen, die nodig zijn om te kunnen vaststellen of sprake is van een situatie als bedoeld in. 4 In het kader van het nader onderzoek kan de Inspectie de betrokken zorgverlener en andere personen uitnodigen voor een gesprek binnen een door de Inspectie te stellen redelijke termijn. 5 Van het gesprek wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt voorgelegd aan degenen met wie gesproken is. Zij krijgen de gelegenheid om binnen twee weken schriftelijk of elektronisch te reageren op eventuele feitelijke onjuistheden in het verslag. De Inspectie verwerkt ontvangen correcties in het verslag of legt deze gemotiveerd terzijde. De Inspectie stuurt het definitieve verslag aan degenen met wie is gesproken. 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 01-01-2025
Artikel 8.13 — Artikel 8.13#
Artikel 8.13 1 Na beëindiging van het nader onderzoek legt de Inspectie de relevante feiten in een conceptrapport vast indien het onderzoek hier aanleiding toe geeft. 2 Een conceptrapport wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de betrokken zorgverlener. 3 De betrokken zorgverlener krijgt de gelegenheid binnen vier weken schriftelijk of elektronisch te reageren op feitelijke onjuistheden in het conceptrapport. 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 01-01-2025
Artikel 8.14 — Artikel 8.14#
Artikel 8.14 1 artikel 8.13, derde lid Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de reactie, bedoeld in, doch in ieder geval binnen vier weken na de in dat lid genoemde termijn, stelt de Inspectie een rapport vast over het onderzoek van de melding. Het rapport bevat de relevante feiten, de conclusies van de Inspectie en de te nemen maatregelen. 2 artikel 8.13, derde lid Bij de vaststelling van het rapport betrekt de Inspectie de reactie, bedoeld in. Indien de betrokken zorgverlener wezenlijk met de Inspectie van mening verschilt over de relevante feiten, zoals vastgelegd in het conceptrapport, en de Inspectie een reactie niet of niet geheel overneemt, deelt zij dit schriftelijk of elektronisch gemotiveerd aan de betrokkene mede en neemt zij een toelichting hierover op in het vast te stellen rapport. 3 artikel 25, eerste lid, van de wet Indien tot de conclusies van het rapport behoort dat ten aanzien van de zorgverlener sprake is of is geweest van een situatie als bedoeld in, geschiedt de vaststelling van het rapport in afwijking van het eerste lid niet dan nadat de betrokken zorgverlener in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze terzake naar voren te brengen. 4 De Inspectie stuurt het rapport zo spoedig mogelijk schriftelijk of elektronisch aan de betrokken zorgverlener. 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 01-01-2025
Artikel 8.15 — Artikel 8.15#
Artikel 8.15 1 Een andere melding geschiedt elektronisch of schriftelijk bij de Inspectie. 2 Een andere melding bevat: a. de naam en de contactgegevens van de melder en de hoedanigheid waarin hij de melding doet; b. de dagtekening van de melding; c. de naam en, zo mogelijk, contactgegevens van de zorgaanbieder op wie de melding betrekking heeft; d. indien bij een melding een product betrokken is, de naam van het product en de naam en de contactgegevens van het bij het product betrokken bedrijf; e. de situatie waarop de melding betrekking heeft en de datum waarop deze situatie heeft plaatsgehad. 3 Een andere melding bevat, zo mogelijk, de vermelding of de melding betrekking heeft op: a. het functioneren van de zorg of de kwaliteitsborging van de zorgaanbieder; b. het professioneel functioneren van een zorgverlener; c. een product of het handelen van een bij een product betrokken bedrijf; d. hoofdstuk X van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg handelingen waaropvan toepassing is; e. Wet op het bevolkingsonderzoek Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen een bevolkingsonderzoek in de zin van deof een wetenschappelijk onderzoek in de zin van de; f. artikelen 13 15 18, eerste en vijfde lid 23 van de wet het niet of niet geheel voldoen door een zorgaanbieder aan de,,, en. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 8.16 — Artikel 8.16#
Artikel 8.16 1 De Inspectie bevestigt de ontvangst van een andere melding zo spoedig mogelijk schriftelijk of elektronisch aan de melder, onder vermelding van de datum waarop de melding in behandeling is genomen en contactgegevens van de Inspectie. 2 artikel 8.15 Indien niet voldaan is aan, stelt de Inspectie de melder schriftelijk of elektronisch in de gelegenheid binnen een termijn van twee weken de melding aan te vullen, tenzij de melder niet bekend is. 3 Indien de in het tweede lid bedoelde termijn is verstreken zonder dat de melding is aangevuld of de melder bij de Inspectie niet bekend is en onderzoek van de melding daardoor niet mogelijk is, kan de Inspectie de melding buiten verdere behandeling laten. De Inspectie doet hiervan, zo mogelijk, mededeling aan de melder. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 8.17 — Artikel 8.17#
Artikel 8.17 Indien de melder bij een andere melding heeft aangegeven anoniem te willen blijven voor anderen die bij de behandeling van de melding betrokken zijn dan de Inspectie, treft de Inspectie waarborgen om herleidbaarheid naar de melder te voorkomen. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 8.18 — Artikel 8.18#
Artikel 8.18 1 De Inspectie beoordeelt binnen een termijn van vier weken na de datum waarop de melding in behandeling is genomen of er aanleiding bestaat voor nader onderzoek en doet hiervan schriftelijk of elektronisch mededeling aan de melder. De Inspectie kan deze termijn met twee weken verlengen. 2 Indien de Inspectie heeft vastgesteld dat er geen aanleiding is de andere melding nader te onderzoeken, gaat de mededeling, bedoeld in het tweede lid, vergezeld van informatie over andere mogelijkheden tot het verkrijgen van een oordeel over de gemelde situatie. 3 Indien de Inspectie heeft vastgesteld dat er aanleiding is de andere melding nader te onderzoeken, gaat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, vergezeld van een beknopte omschrijving van de acties die de Inspectie zal ondernemen en de termijn waarbinnen een en ander zal plaatsvinden. 4 In het geval, bedoeld in het derde lid, doet de Inspectie van haar vaststelling voorts schriftelijk of elektronisch mededeling aan de betrokken zorgaanbieder of het betrokken bedrijf, dan wel degene die het bevolkingsonderzoek of het wetenschappelijk onderzoek verricht, indien deze niet de melder zijn. 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 01-01-2025
Artikel 8.19 — Artikel 8.19#
Artikel 8.19 1 De betrokken zorgaanbieder en de betrokken zorgverleners verstrekken desgevraagd aan de Inspectie alle gegevens die voor het onderzoeken van de andere melding noodzakelijk zijn. 2 Tot de gegevens, bedoeld in het eerste lid, behoren persoonsgegevens van de bij de gemelde feiten betrokken cliёnt of cliënten en de betrokken zorgverleners. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 8.20 — Artikel 8.20#
Artikel 8.20 1 De Inspectie onderzoekt een andere melding nader, indien deze naar het oordeel van de Inspectie: a. artikel 25, eerste lid, van de wet wijst of kan wijzen op een situatie als bedoeld in, b. artikelen 13 15 18, eerste en vijfde lid 23 van de wet betrekking heeft op het niet of niet geheel voldoen door een zorgaanbieder aan de,,, en. 2 Een andere melding wordt niet nader onderzocht, indien: a. andere, wettelijke of krachtens internationale verplichtingen voorgeschreven procedures gehanteerd moeten worden, b. de melding al voorwerp van onderzoek door de Inspectie is geweest, of c. de melding betrekking heeft op een gebeurtenis die zich langer dan twee jaar geleden heeft voorgedaan, tenzij de inhoud van de melding naar het oordeel van de Inspectie nader onderzoek noodzakelijk maakt. 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 01-01-2025
Artikel 8.21 — Artikel 8.21#
Artikel 8.21 1 artikel 25, eerste lid, van de wet artikelen 13 15 18, eerste en vijfde lid 23 van de wet Indien de Inspectie heeft vastgesteld dat er aanleiding is een andere melding nader te onderzoeken, vergaart de Inspectie binnen een termijn van vier maanden, welke eenmaal met ten hoogste vier maanden kan worden verlengd, de nadere kennis over de relevante feiten en de af te wegen belangen die nodig is om te kunnen vaststellen of sprake is van een situatie als bedoeld indan wel of een zorgaanbieder heeft gehandeld in strijd met de,,, en. 2 De Inspectie stelt met het oog op haar in het eerste lid bedoelde taak de betrokken zorgaanbieder of het betrokken bedrijf, dan wel degene die het bevolkingsonderzoek of het wetenschappelijk onderzoek verricht, in de gelegenheid om met inachtneming van door de Inspectie aan te geven eisen binnen een termijn van acht weken zelf nader onderzoek te doen naar de relevante feiten. De Inspectie kan de termijn op verzoek van de betrokken zorgaanbieder of het betrokken bedrijf, dan wel degene die het bevolkingsonderzoek of het wetenschappelijk onderzoek verricht, verlengen. 3 De eisen, bedoeld in het tweede lid, hebben in ieder geval betrekking op de wijze waarop de melder dan wel de betrokken cliënt, indien deze niet de melder is, dan wel diens vertegenwoordiger of diens nabestaande betrokken wordt bij het onderzoek. 4 De Inspectie beoordeelt het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, met het oog op de vaststelling, bedoeld in het eerste lid. Deze beoordeling kan verschillen in verschillende situaties. 5 De Inspectie doet van de beëindiging van het onderzoek schriftelijk of elektronisch en mededeling aan de melder en de zorgaanbieder of het betrokken bedrijf. 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 01-01-2025
Artikel 8.22 — Artikel 8.22#
Artikel 8.22 1 artikel 8.21, tweede lid De Inspectie verricht het nader onderzoek, als bedoeld in, zelf indien zij daar aanleiding toe ziet. 2 artikel 8.21, tweede lid De Inspectie verricht zelf het nader onderzoek, nadat de betrokken zorgaanbieder dan wel het betrokken bedrijf, dan wel degene die het bevolkingsonderzoek of het wetenschappelijk onderzoek verricht in de gelegenheid is gesteld om onderzoek als bedoeld in, te doen indien zij vaststelt dat: a. de betrokken zorgaanbieder of het betrokken bedrijf, dan wel degene die het bevolkingsonderzoek of het wetenschappelijk onderzoek verricht, niet zelf het gevraagde onderzoek voldoende doet; of b. er andere redenen zijn om zelf onderzoek te verrichten. 3 Indien de Inspectie zelf het nodige onderzoek doet: a. deelt zij schriftelijk of elektronisch aan de melder mede binnen welke termijn het onderzoek zal plaatsvinden; b. hoort zij de melder, tenzij deze daarop geen prijs stelt; c. hoort zij de betrokken zorgaanbieder of het betrokken bedrijf, dan wel degene die het bevolkingsonderzoek of het wetenschappelijk onderzoek verricht, en de betrokken cliënt, indien deze niet de melder is, dan wel diens vertegenwoordiger of diens nabestaande en, indien dit naar haar oordeel relevant is voor het onderzoek, zo mogelijk, andere personen die direct zijn betrokken bij de feiten waarop de melding betrekking heeft; d. wint zij het schriftelijke of elektronische advies in van een of meer deskundigen, indien dat naar haar oordeel van belang is voor het onderzoek. 4 Van het horen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b en c, wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt voorgelegd aan degenen met wie gesproken is. Zij krijgen de gelegenheid om binnen twee weken schriftelijk of elektronisch te reageren op eventuele feitelijke onjuistheden in het verslag. De ontvangen correcties worden in het verslag verwerkt dan wel gemotiveerd terzijde gelegd. 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 01-01-2025
Artikel 8.23 — Artikel 8.23#
Artikel 8.23 Vervallen 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 01-01-2025
Artikel 8.24 — Artikel 8.24#
Artikel 8.24 1 artikel 8.22, eerste lid artikel 8.21, vijfde lid Na beëindiging van het onderzoek, bedoeld in, anders dan met toepassing van, legt de Inspectie indien het onderzoek hier aanleiding toe geeft de relevante feiten vast in een conceptrapport. 2 Een conceptrapport wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de melder, de zorgaanbieder of het betrokken bedrijf, dan wel degene die het bevolkingsonderzoek of het wetenschappelijk onderzoek verricht, de betrokken cliënt, indien deze niet de melder is, en de natuurlijke personen of rechtspersonen die gehoord zijn tijdens het onderzoek. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over gevallen waarin het niet noodzakelijk of niet wenselijk is om het rapport geheel of gedeeltelijk ter kennis te brengen. 3 Degenen aan wie het conceptrapport geheel of gedeeltelijk ter kennis is gebracht, krijgen de gelegenheid binnen een termijn van vier weken schriftelijk of elektronisch te reageren op feitelijke onjuistheden in het deel van het conceptrapport dat hen ter kennis is gebracht. 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 01-01-2025
Artikel 8.25 — Artikel 8.25#
Artikel 8.25 1 artikel 8.24, derde lid Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de reacties, bedoeld in, doch in ieder geval binnen vier weken na de in dat lid genoemde termijn, stelt de Inspectie een rapport vast over het onderzoek van de melding. Het rapport bevat de relevante feiten, de conclusies van de Inspectie en de te nemen maatregelen. 2 artikel 8.24, derde lid Bij de vaststelling van het rapport betrekt de Inspectie de reacties, bedoeld in. Indien degenen aan wie het conceptrapport of een deel daarvan op grond van artikel 8.24 ter kennis is gebracht, wezenlijk met de Inspectie van mening verschillen over de relevante feiten, zoals vastgelegd in het conceptrapport, en de Inspectie een reactie niet of niet geheel overneemt, deelt zij dit schriftelijk of elektronisch gemotiveerd aan de betrokkene mede en neemt zij een toelichting hierop op in het vast te stellen rapport. 3 artikel 25, eerste lid, van de wet Indien tot de conclusies van het rapport behoort dat ten aanzien van een zorgverlener sprake is of is geweest van een situatie als bedoeld in, geschiedt de vaststelling van het rapport in afwijking van het eerste lid niet dan nadat de betrokken zorgverlener in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze terzake naar voren te brengen. 4 De Inspectie stuurt het rapport zo spoedig mogelijk aan de melder, de zorgaanbieder of het betrokken bedrijf, dan wel degene die het bevolkingsonderzoek of het wetenschappelijk onderzoek verricht, de betrokken cliënt, indien deze niet de melder is, en de natuurlijke personen of rechtspersonen die gehoord zijn tijdens het onderzoek. 5 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over gevallen waarin het niet noodzakelijk of niet wenselijk is om het rapport geheel of gedeeltelijk aan bij het onderzoek betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen toe te sturen. 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 01-01-2025
Artikel 8.26 — Artikel 8.26#
Artikel 8.26 1 artikel 72, eerste lid, onder c 74, tweede lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg Dit besluit blijft buiten toepassing ten aanzien van het afschrift van de beslissing van het regionale tuchtcollege onderscheidenlijk het centrale tuchtcollege dat ingevolge, onderscheidenlijkwordt gezonden aan de inspecteur van de Inspectie. 2 artikelen 8.18, tweede lid 8.22, tweede lid 8.24, tweede lid 8.25, vierde lid artikel 3 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding De,,, en, blijven buiten toepassing ten aanzien van de melder indien het openbaar ministerie of een regionale toetsingscommissie als bedoeld inde melder is. 3 artikel 3 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding artikel 8.25 Indien het openbaar ministerie of een regionale toetsingscommissie als bedoeld inde melder is, zendt de Inspectie het openbaar ministerie onderscheidenlijk de commissie na de vaststelling van het rapport, bedoeld in, een bericht waarin gemotiveerd is aangegeven welke maatregelen naar aanleiding van het onderzoek zullen worden genomen. 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 01-01-2025
Artikel 8.27 — Artikel 8.27#
Artikel 8.27 artikelen 8.1 tot en met 8.25 Indien de Inspectie van oordeel is dat het onverwijld nemen van maatregelen noodzakelijk is met het oog op de veiligheid van cliënten of de zorg, is de Inspectie bevoegd af te wijken van de. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 8.28 — Artikel 8.28#
Artikel 8.28 1 artikel 25, derde lid, onderdeel c, van de wet artikel 8.11 8.14 8.25 De Inspectie houdt ten behoeve van het verstrekken van informatie als bedoeld inaan zorgaanbieders die een instelling zijn, aantekening van het feit dat ten aanzien van een zorgverlener in een rapport als bedoeld in,ofis vastgesteld dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet. 2 De aantekening omvat, naast identificerende gegevens van de zorgverlener, slechts de datum waarop het in het eerste lid bedoelde rapport is vastgesteld. De aantekening wordt uit het bestand verwijderd, indien sinds de vaststelling vijf jaren zijn verstreken. 3 artikel 4, eerste lid, van de wet artikel 25, derde lid, onderdeel c, van de wet Indien een zorgaanbieder die een instelling is, ter voldoening aan de verplichting, bedoeld inaan de Inspectie verzoekt om ten aanzien van een zorgverlener informatie te verstrekken als bedoeld in, deelt de Inspectie hem zo spoedig mogelijk mede of ten aanzien van de zorgverlener een aantekening als bedoeld in het eerste lid bestaat, onder vermelding, in voorkomend geval, van de daarbij vermelde datum. 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 2024 343 15-11-2024 06-11-2024 01-01-2025
Artikel 8a.1 — Artikel 8a.1#
Artikel 8a.1 artikel 3a van de wet Op grond vanworden de volgende categorieën van zorgaanbieders aangewezen: a. traumacentra; b. aanbieders van medisch-specialistische zorg die acute zorg verlenen, anders dan traumacentra; c. Regionale Ambulancevoorzieningen; d. aanbieders van huisartsenzorg in huisartsenposten; e. artikel 14 van de Wet publieke gezondheid gemeentelijke gezondheidsdiensten als bedoeld in; f. aanbieders van geestelijke gezondheidszorg die acute zorg verlenen; g. apotheken die in de avond, de nacht en op zondag farmaceutische zorg aanbieden; h. aanbieders van huisartsenzorg, anders dan in huisartsenposten; i. aanbieders van geestelijke gezondheidszorg, die geen acute zorg verlenen; j. aanbieders van medisch-specialistische zorg, anders dan bedoeld in de onderdelen a en b; k. apotheken, anders dan bedoeld in onderdeel g; l. aanbieders van verloskundige zorg; m. aanbieders van wijkverpleging; n. aanbieders van eerstelijnsverblijf; o. aanbieders van Wlz-zorg; p. aanbieders van geriatrische revalidatiezorg. 2021 291 18-06-2021 15-06-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 8a.2 — Artikel 8a.2#
Artikel 8a.2 1 artikel 8A.1 Een traumacentrum organiseert een regionaal overleg dat tot doel heeft te bewerkstelligen dat zorgaanbieders die behoren tot de inaangewezen categorieën afspraken maken met betrekking tot de beschikbaarheid en bereikbaarheid van de acute zorg in hun regio alsmede de voorbereiding op het verlenen van die zorg. De afspraken bevorderen op doelmatige wijze dat een persoon die binnen die regio acute zorg nodig heeft, die zorg tijdig ontvangt van een zorgaanbieder die daarvoor voldoende is toegerust en over de voor die zorg noodzakelijke deskundigheid beschikt. 2 artikel 8A.1 Zorgaanbieders die behoren tot de inaangewezen categorieën maken afspraken als bedoeld in het eerste lid en komen de door hen gemaakte afspraken na. 3 Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld over de uitvoering van het eerste lid. De regels hebben in ieder geval betrekking op: a. de afspraken, bedoeld in het eerste lid; b. artikel 8A.1 de verplichting van het traumacentrum om zorgaanbieders die behoren tot een of meer van de inaangewezen categorieën dan wel andere organisaties of personen uit te nodigen voor een vergadering van het regionaal overleg acute zorgketen; c. artikel 8A.1 de verplichting van zorgaanbieders die behoren tot een of meer van de inaangewezen categorieën om deel te nemen aan een vergadering van het regionaal overleg acute zorgketen; d. de verplichting van het traumacentrum om desgevraagd onderwerpen voor een vergadering van het regionaal overleg acute zorgketen te agenderen; e. artikel 8A.4, eerste lid, onderdeel b de verplichting van het traumacentrum om op een zo kort mogelijke termijn na het ontvangen van de in, bedoelde informatie een regionaal overleg acute zorgketen plaats te laten vinden; en f. het door het traumacentrum op te stellen verslag van een vergadering van het regionaal overleg acute zorgketen. 2021 291 18-06-2021 15-06-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 8a.3 — Artikel 8a.3#
Artikel 8a.3 Het traumacentrum informeert de Inspectie en bij ministeriële regeling aan te wijzen zorgverzekeraars over knelpunten in de beschikbaarheid of bereikbaarheid van de acute zorg in de betrokken regio die binnen het regionaal overleg acute zorgketen niet worden opgelost, voor zover die knelpunten van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de taken van deze organisaties. 2021 291 18-06-2021 15-06-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 8a.4 — Artikel 8a.4#
Artikel 8a.4 1 artikel 8A.1, onderdelen a, b, d, f of g Een zorgaanbieder die behoort tot een categorie als bedoeld in, kan het aanbieden van acute zorg op een bepaalde locatie slechts geheel of gedeeltelijk beëindigen of opschorten als hij een zorgvuldige besluitvormingsprocedure heeft gevolgd waarbij de belangen van cliënten, inwoners, andere zorgaanbieders, gemeenten en veiligheidsregio worden meegewogen. Een zorgvuldige besluitvormingsprocedure houdt in ieder geval in dat de zorgaanbieder: a. de Inspectie tevoren schriftelijk of elektronisch heeft geïnformeerd over de mogelijke beëindiging of opschorting; b. het traumacentrum dat belast is, dan wel de traumacentra die belast zijn, met het organiseren van een regionaal overleg acute zorgketen voor de regio, onderscheidenlijk regio’s, waarin de zorgaanbieder zorg verleent, tevoren schriftelijk of elektronisch heeft geïnformeerd over de mogelijke beëindiging of opschorting; c. artikel 8A.1 over de beëindiging of opschorting tevoren heeft overlegd met de zorgverzekeraar waarmee hij ter zake een overeenkomst heeft gesloten alsmede met de zorgaanbieders die behoren tot een categorie als bedoeld in, voor wie de beëindiging of opschorting gevolgen kan hebben; d. de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de omgeving tevoren heeft betrokken; e. artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s artikel 6 van de Wet publieke gezondheid de voorzitter van de veiligheidsregio waar de zorgaanbieder acute zorg verleent tevoren heeft betrokken, indien de zorgaanbieder een taak heeft in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, bedoeld in, of de bestrijding van een infectieziekte behorend tot groep A, bedoeld in; f. zich tevoren aantoonbaar inspant om onzekerheid te voorkomen bij de inwoners uit de omgeving die belang hebben bij de door de zorgaanbieder geboden acute zorg; g. Wet op het RIVM in bij regeling van Onze Minister te omschrijven situaties bij het RIVM, bedoeld in de, tevoren een bereikbaarheidsanalyse heeft aangevraagd waarin het RIVM beoordeelt of door het geheel of gedeeltelijk beëindigen of opschorten van de acute zorg op een bepaalde locatie de bij regeling van Onze Minister omschreven normen inzake de bereikbaarheid van acute zorg in gevaar komen, of andere zorgaanbieders gevoelig worden voor die normen en berekent wat de effecten zijn op de rijtijden voor patiënten per ambulance naar de dichtstbijzijnde locatie waar de betreffende acute zorg wordt aangeboden; h. een plan heeft opgesteld waarin wordt omschreven hoe, gezien de concrete omstandigheden en de bereikbaarheidsanalyse, bedoeld in onderdeel g, wordt gestreefd naar het borgen van de continuïteit van zorg voor cliënten, en een ontwerp van dat plan tevoren heeft toegezonden aan de Inspectie, de zorgverzekeraars, de zorgaanbieders, bedoeld in onderdeel c, en het traumacentrum, onderscheidenlijk de traumacentra, bedoeld in onderdeel b, en deze organisaties in de gelegenheid heeft gesteld daarop te reageren; en i. de Inspectie, zorgaanbieders als bedoeld in onderdeel c, het traumacentrum onderscheidenlijk de traumacentra, bedoeld in onderdeel b, alle zorgverzekeraars, colleges van burgemeester en wethouders als bedoeld in onderdeel d, de voorzitter van de veiligheidsregio, bedoeld in onderdeel e, en inwoners als bedoeld in onderdeel f, tevoren heeft geïnformeerd over de daadwerkelijke beëindiging of opschorting, waarbij de inwoners worden geïnformeerd over waar zij tijdens de opschorting of na de beëindiging terecht kunnen met hun vraag naar acute zorg. 2 artikel 8A.1 artikel 11 van de Zorgverzekeringswet Indien door het beëindigen of opschorten van de acute zorg op een bepaalde locatie de krachtens het eerste lid, onderdeel g, omschreven normen in gevaar komen, verleent een zorgaanbieder die behoort tot een categorie als bedoeld in, op verzoek van een zorgverzekeraar de medewerking die redelijkerwijs kan worden gevergd en noodzakelijk is voor het door de zorgverzekeraar voldoen aan de zorgplicht, bedoeld in, voor zover deze de bereikbaarheid van de betrokken acute zorg betreft. 3 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de uitvoering van het eerste lid. 4 Het eerste lid, aanhef en onderdelen b tot en met i, en het bepaalde krachtens het derde lid, is niet van toepassing voor zover vanwege een onmiddellijke dreiging van de veiligheid van de cliënten of de zorg, het toepassing geven aan die onderdelen niet kan worden afgewacht. Indien toepassing wordt gegeven aan de eerste volzin, informeert de zorgaanbieder zo spoedig mogelijk achteraf de Inspectie omtrent de borging van de continuïteit van de zorg. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat indien toepassing wordt gegeven aan de eerste volzin alsnog overeenkomstig een of meer van de in het eerste lid, onderdelen b tot en met i, bedoelde voorwaarden dient te worden gehandeld. 2021 291 18-06-2021 15-06-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 8a.5 — Artikel 8a.5#
Artikel 8a.5 1 artikel 8A.1, onderdelen a tot en met g Een zorgaanbieder die behoort tot een categorie als bedoeld in, beschikt over een crisisplan. 2 In een crisisplan worden in ieder geval beschreven: a. de handelwijzen van de zorgaanbieder in geval van crisissituaties die gevolgen kunnen hebben voor de eigen organisatie en een risico kunnen vormen voor de continuïteit of goede uitvoering van de acute zorg; b. artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s artikel 33, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s indien de zorgaanbieder een taak heeft in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, bedoeld in: hoe de zorgaanbieder uitvoering geeft aan de inbedoelde afspraken over de inzet van de zorgaanbieder bij die taak; c. de noodzakelijke voorbereiding voor de in onderdeel a bedoelde handelwijzen en de in onderdeel b bedoelde uitvoering van afspraken. 3 De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde voorbereidende activiteiten worden uitgevoerd. 4 artikel 14, derde lid, van de Wet publieke gezondheid De zorgaanbieder stuurt het crisisplan aan de directeur publieke gezondheid, bedoeld in, van de regio of regio’s, waar de zorgaanbieder zorg verleent. 2021 291 18-06-2021 15-06-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 9.1 — Artikel 9.1#
Artikel 9.1 Artikel 3.1, eerste lid , geldt niet ten aanzien van zorgverleners en andere personen als in dat lid bedoeld die op het tijdstip van inwerkingtreden van dat lid werkzaam zijn voor de zorgaanbieder of voor een rechtspersoon die in opdracht van de zorgaanbieder zorg verleent. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 9.2 — Artikel 9.2#
Artikel 9.2 Vervallen 2021 291 18-06-2021 15-06-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 9.3 — Artikel 9.3#
Artikel 9.3 Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling artikel 8, derde lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg Hetberust mede op. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 9.4 — Artikel 9.4#
Artikel 9.4 Vervallen 2021 291 18-06-2021 15-06-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 9.5 — Artikel 9.5#
Artikel 9.5 Vervallen 2021 291 18-06-2021 15-06-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 9.6 — Artikel 9.6#
Artikel 9.6 Vervallen 2021 291 18-06-2021 15-06-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 10.1 — Artikel 10.1#
Artikel 10.1 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen verschillend kan worden vastgesteld. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 10.2 — Artikel 10.2#
Artikel 10.2 Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Wkkgz. 2015 447 01-12-2015 13-11-2015 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 4.2#
artikel 4.2
Artikel 4.6#
artikel 4.6
Artikel 4.7#
artikel 4.7