Besluit van 14 december 2016, houdende regels over de voorlopige onderzoeken en de vervolgonderzoeken die ter vaststelling van het gebruik van alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer kunnen worden ingezet en aanwijzing van de drugs waarvoor grenswaarden gelden en aanwijzing van de grenswaarden voor enkelvoudig en gecombineerd gebruik van drugs en van drugs en alcohol of geneesmiddelen (Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer)
- BWB-id
- BWBR0038936
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0038936
- ELI
- /eli/nl/amvb/2017/besluit-alcohol-drugs-en-geneesmiddelen-in-het-verkeer
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2017/besluit-alcohol-drugs-en-geneesmiddelen-in-het-verkeer/2022-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0038936&g=2022-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0038936&z=2026-06-06&g=2022-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0038936/2022-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2017/besluit-alcohol-drugs-en-geneesmiddelen-in-het-verkeer
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: a. opsporingsambtenaar: artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering artikel 159, eerste lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 86, eerste en tweede lid, van de Spoorwegwet artikel 45, eerste en tweede lid, van de Wet lokaal spoor artikel 11.3, eerste lid, van de Wet luchtvaart een opsporingsambtenaar als bedoeld inen een buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in,,en; b. bloedonderzoek: artikel 8, tweede lid, onder b, derde lid, onder b, of vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 27, tweede lid, onder b, van de Scheepvaartverkeerswet artikel 4, tweede lid, onder b, van de Spoorwegwet artikel 41, tweede lid, onder b, van de Wet lokaal spoor artikel 2.12, derde lid, onder b, van de Wet luchtvaart artikel 2 een onderzoek als bedoeld in,,,ofdat betrekking heeft op het gebruik van alcohol of een of meer van de inaangewezen stoffen; c. aanvullend bloedonderzoek: een onderzoek dat betrekking heeft op het gebruik van andere stoffen dan de in onderdeel b bedoelde stoffen. 2016 529 22-12-2016 14-12-2016 2017 234 13-06-2017 18-05-2017 01-07-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september
2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het
verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs
(Stb. 2014/353) in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 Als stoffen als bedoeld inworden aangewezen: amfetamine, methamfetamine, cocaïne, MDMA, MDEA, MDA, cannabis, heroïne, morfine, GHB, gamma butyrolacton en 1,4-butaandiol. 2016 529 22-12-2016 14-12-2016 2017 234 13-06-2017 18-05-2017 01-07-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september
2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het
verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs
(Stb. 2014/353) in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 De grenswaarden voor de inaangewezen stoffen zijn, indien zij enkelvoudig zijn gebruikt en gemeten in geval van: a. amfetamine, methamfetamine, MDMA, MDEA en MDA: 50 microgram amfetamine, methamfetamine, MDMA, MDEA of MDA per liter bloed of 50 microgram per liter bloed voor de som van deze stoffen indien een van deze stoffen met een of meer van deze stoffen is gebruikt en gemeten; b. cannabis: 3,0 microgram tetrahydrocannabinol per liter bloed; c. cocaïne: 50 microgram cocaïne per liter bloed; d. heroïne en morfine: 20 microgram morfine per liter bloed; e. GHB, gamma butyrolacton of 1,4-butaandiol: 10 milligram GHB per liter bloed. 2 artikel 2 artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 Indien een van de inaangewezen stoffen is gebruikt en gemeten in combinatie met een of meer andere van deze stoffen, alcohol of met een andere stof als bedoeld in, is de grenswaarde voor iedere in het eerste lid genoemde stof en alcohol in geval van: a. amfetamine, methamfetamine, MDMA, MDEA of MDA: 25 microgram amfetamine, methamfetamine, MDMA, MDEA of MDA per liter bloed; b. cannabis: 1,0 microgram tetrahydrocannabinol per liter bloed; c. cocaïne, heroïne en morfine: 10 microgram cocaïne of morfine per liter bloed; d. GHB, gamma butyrolacton of 1,4-butaandiol: 5,0 milligram GHB per liter bloed; e. alcohol: 0,2 milligram ethanol per milliliter bloed of 88 microgram ethanol per liter uitgeademde lucht. 2022 77 18-02-2022 15-02-2022 2022 142 06-04-2022 30-03-2022 01-07-2022
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 160, vijfde lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 Een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties als bedoeld inis gericht op het vaststellen van de bij ministeriële regeling aangewezen uiterlijke kenmerken. 2 Het onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties wordt verricht door een opsporingsambtenaar. 3 Indien het onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties niet heeft geleid tot een geldig resultaat, kan de opsporingsambtenaar het onderzoek met toepassing van het eerste lid eenmaal opnieuw verrichten. 2016 529 22-12-2016 14-12-2016 2017 234 13-06-2017 18-05-2017 01-07-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september
2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het
verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs
(Stb. 2014/353) in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Indien het onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties indiceert dat een of meer drugs of geneesmiddelen of alcohol is gebruikt, vermeldt de opsporingsambtenaar het resultaat van het onderzoek in het proces-verbaal. 2 De opsporingsambtenaar deelt het resultaat van het onderzoek direct mede aan degene bij wie het onderzoek is verricht. 2016 529 22-12-2016 14-12-2016 2017 234 13-06-2017 18-05-2017 01-07-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september
2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het
verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs
(Stb. 2014/353) in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 160, vijfde lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 28, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet artikel 4, vierde lid, van de Spoorwegwet artikel 41, vierde lid, van de Wet lokaal spoor artikel 11.4, tweede lid, van de Wet luchtvaart Een voorlopig ademonderzoek als bedoeld in,,,engeschiedt door degene bij wie het onderzoek wordt verricht, in een voor het onderzoek bestemde ademtester die bij ministeriële regeling is aangewezen, ademlucht te laten blazen en het resultaat daarvan af te lezen. 2 Het voorlopig ademonderzoek wordt verricht door een opsporingsambtenaar. 3 Indien het voorlopig ademonderzoek niet heeft geleid tot een geldig resultaat, kan de opsporingsambtenaar het onderzoek met toepassing van het eerste lid eenmaal opnieuw verrichten. 2016 529 22-12-2016 14-12-2016 2017 234 13-06-2017 18-05-2017 01-07-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september
2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het
verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs
(Stb. 2014/353) in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 8, tweede lid, onder a, of derde lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 27, tweede lid, onder a, van de Scheepvaartverkeerswet artikel 4, tweede lid, onder a, van de Spoorwegwet artikel 41, tweede lid, onder a, van de Wet lokaal spoor artikel 2.12, derde lid, onder a, van de Wet luchtvaart Indien het voorlopig ademonderzoek indiceert dat het alcoholgehalte in de adem van de verdachte hoger is dan op grond van,,,ofis toegestaan, vermeldt de opsporingsambtenaar het resultaat van het onderzoek in het proces-verbaal. 2 De opsporingsambtenaar deelt het resultaat van het voorlopig ademonderzoek direct mede aan degene bij wie het onderzoek is verricht. 2016 529 22-12-2016 14-12-2016 2017 234 13-06-2017 18-05-2017 01-07-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september
2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het
verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs
(Stb. 2014/353) in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 160, vijfde lid, onder c, van de Wegenverkeerswet 1994 Een onderzoek van speeksel als bedoeld ingeschiedt door met een voor het onderzoek bestemde speekseltester die bij ministeriële regeling is aangewezen, in de mondholte van degene bij wie het onderzoek wordt verricht, speeksel af te nemen en het resultaat daarvan af te lezen of door een bij de speekseltester behorend apparaat uit te lezen. 2 Het onderzoek van speeksel wordt verricht door een opsporingsambtenaar. 3 Indien het onderzoek van speeksel niet heeft geleid tot een geldig resultaat, kan de opsporingsambtenaar het onderzoek met toepassing van het eerste lid eenmaal opnieuw verrichten. 2016 529 22-12-2016 14-12-2016 2017 234 13-06-2017 18-05-2017 01-07-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september
2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het
verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs
(Stb. 2014/353) in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Indien het onderzoek van speeksel indiceert dat een of meer drugs of geneesmiddelen is gebruikt, vermeldt de opsporingsambtenaar het resultaat van het onderzoek in het proces-verbaal. 2 De opsporingsambtenaar deelt het resultaat van het onderzoek van speeksel direct mede aan degene bij wie het onderzoek is verricht. 2016 529 22-12-2016 14-12-2016 2017 234 13-06-2017 18-05-2017 01-07-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september
2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het
verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs
(Stb. 2014/353) in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 8, tweede lid, onder a, of derde lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 27, tweede lid, onder a, van de Scheepvaartverkeerswet artikel 4, tweede lid, onder a, van de Spoorwegwet artikel 41, tweede lid, onder a, van de Wet lokaal spoor artikel 2.12, derde lid, onder a, van de Wet luchtvaart Een ademonderzoek als bedoeld in,,,ofgeschiedt door de verdachte, zo nodig viermaal, ademlucht in een voor het onderzoek bestemd ademanalyseapparaat dat bij ministeriële regeling is aangewezen, te laten blazen en het resultaat daarvan af te lezen. Het blazen kan worden beëindigd, zodra het onderzoek twee meetresultaten heeft opgeleverd. 2 Het ademonderzoek wordt niet eerder verricht dan twintig minuten nadat de verdachte is gevorderd zijn medewerking te verlenen aan het voorlopig ademonderzoek of, indien die vordering niet is gedaan, binnen twintig minuten na het eerste contact tussen de opsporingsambtenaar en de verdachte dat aanleiding was om de verdachte te bevelen zijn medewerking te verlenen aan het ademonderzoek. 3 Het ademonderzoek wordt verricht door een opsporingsambtenaar. 4 Het alcoholgehalte van de twee meetresultaten, bedoeld in het eerste lid, wordt op een bij ministeriële regeling voorgeschreven wijze vastgesteld. 5 Indien het ademonderzoek niet heeft geleid tot een geldig resultaat, kan de opsporingsambtenaar het onderzoek met toepassing van het eerste, tweede en vierde lid eenmaal opnieuw verrichten. 2016 529 22-12-2016 14-12-2016 2017 234 13-06-2017 18-05-2017 01-07-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september
2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het
verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs
(Stb. 2014/353) in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 8, tweede lid, onder a, of derde lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 27, tweede lid, onder a, van de Scheepvaartverkeerswet artikel 4, tweede lid, onder a, van de Spoorwegwet artikel 41, tweede lid, onder a, van de Wet lokaal spoor artikel 2.12, derde lid, onder a, van de Wet luchtvaart Indien het ademonderzoek het vermoeden bevestigt dat het alcoholgehalte in de adem van de verdachte hoger is dan op grond van,,,ofis toegestaan, vermeldt de opsporingsambtenaar het resultaat van het onderzoek in het proces-verbaal. 2 artikel 8, eerste, tweede, derde of vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 27, eerste of tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet artikel 4, eerste of tweede lid, van de Spoorwegwet artikel 41, eerste of tweede lid, van de Wet lokaal spoor artikel 2.12, eerste of derde lid, van de Wet luchtvaart De opsporingsambtenaar deelt het resultaat van het ademonderzoek direct aan de verdachte mede en wijst hem, indien het ademonderzoek het vermoeden bevestigt dat het alcoholgehalte in zijn adem hoger is dan op grond van,,,ofis toegestaan, erop dat hij het recht op tegenonderzoek heeft. 3 artikelen 12 tot en met 16 19, derde tot en met vijfde lid Het tegenonderzoek geschiedt door middel van een bloedonderzoek. Deen, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. de verdachte direct nadat hij op het recht op tegenonderzoek is gewezen aan de opsporingsambtenaar kenbaar dient te maken dat hij van dat recht gebruikmaakt, en het bloed van de verdachte direct daarna wordt afgenomen, en b. de bloedafname voor rekening van de verdachte geschiedt en niet wordt gedaan dan nadat daarvoor een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag is betaald. 2022 77 18-02-2022 15-02-2022 2022 142 06-04-2022 30-03-2022 01-07-2022
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Ten behoeve van het bloedonderzoek neemt een arts of verpleegkundige door middel van een venapunctie twee buisjes bloed van de verdachte af of, indien een venapunctie vanuit medisch oogpunt niet verantwoord is, door middel van een infuus. In afwijking van de eerste volzin mag de arts of verpleegkundige ook een buisje bloed van de verdachte afnemen indien het vanuit medisch oogpunt niet verantwoord is, twee buisjes bloed van hem af te nemen. De hoeveelheid bloed dat ieder buisje dient te bevatten, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. 2 De bloedafname geschiedt met de hulpmiddelen die bij ministeriële regeling zijn voorgeschreven. 3 artikel 4 8 De bloedafname geschiedt uiterlijk binnen anderhalf uur nadat de verdachte is gevorderd zijn medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek als bedoeld inofof, indien die vordering niet is gedaan, binnen anderhalf uur na het eerste contact tussen de opsporingsambtenaar en de verdachte dat aanleiding was om de verdachte te vragen zijn medewerking te verlenen aan het bloedonderzoek. Van die termijn kan alleen vanwege bijzondere omstandigheden worden afgeweken. De vorige volzinnen zijn niet van toepassing indien het bloedonderzoek is gericht op de vaststelling van het gebruik van alcohol. 4 De arts of verpleegkundige ontvangt voor de bloedafname een vergoeding van de organisatie waarbij de opsporingsambtenaar werkzaam is en die voor de bloedafname zorgdraagt. 2022 77 18-02-2022 15-02-2022 2022 142 06-04-2022 30-03-2022 01-07-2022
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 12, eerste lid Bij de bloedafname, bedoeld in, is een opsporingsambtenaar aanwezig, die: a. van de bloedafname een proces-verbaal opmaakt dat hij voorziet van een sporenidentificatienummer en de naam, het geslacht, de geboortedatum en -plaats en het geboorteland en het burgerservicenummer van de verdachte van wie het bloed is afgenomen, of, indien deze gegevens van de verdachte onbekend zijn, andere gegevens waarmee zijn identiteit kan worden vastgesteld, b. een eventueel door de arts of verpleegkundige afgelegde schriftelijke verklaring over de door hem gedane waarnemingen ten aanzien van de verdachte als bijlage bij het proces-verbaal, bedoeld onder a, voegt, c. ervoor zorgt dat ieder buisje met bloed voorzien is van een sporenidentificatienummer, en d. artikel 14, tweede lid ervoor zorgt dat de buisjes of het buisje met bloed binnen vier weken in een bij ministeriële regeling voorgeschreven verpakking die hij van een of meer fraudebestendige sluitzegels of een fraudebestendige afsluiting heeft voorzien, worden of wordt bezorgd bij het laboratorium, bedoeld in. 2 artikel 16, tweede lid artikel 8, tweede, derde of vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 27, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet artikel 4, tweede lid, van de Spoorwegwet artikel 41, tweede lid, van de Wet lokaal artikel 2.12, derde lid, van de Wet luchtvaart De opsporingsambtenaar wijst de verdachte bij de bloedafname erop dat hij het recht op tegenonderzoek heeft, indien het verslag van het bloedonderzoek, bedoeld in, het vermoeden bevestigt dat hij,,,spoor ofheeft overtreden, tenzij de bloedafname in het kader van een tegenonderzoek geschiedt. 3 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de omstandigheden waaronder de buisjes of het buisje met bloed worden bewaard en vervoerd. 2022 77 18-02-2022 15-02-2022 2022 142 06-04-2022 30-03-2022 01-07-2022
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De opsporingsambtenaar formuleert de opdracht voor de onderzoeker die het bloedonderzoek verricht. 2 De onderzoeker is verbonden aan een laboratorium. Als laboratorium komt alleen in aanmerking: a. een laboratorium dat door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd aan de hand van de algemene criteria voor het functioneren van beproevingslaboratoria, genoemd in de NEN-EN ISO/IEC 17025 of van criteria die daarmee vergelijkbaar zijn, en deskundig is op het terrein van de bio-analyse, dan wel b. een laboratorium dat in het buitenland is gevestigd en door een met de Raad voor Accreditatie vergelijkbare instantie is geaccrediteerd aan de hand van criteria die vergelijkbaar zijn met de criteria, genoemd in de NEN-EN ISO/IEC 17025, en deskundig is op het terrein van de bio-analyse. 3 artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht Met toepassing vanisniet van toepassing op de aanvraag om accreditatie, bedoeld in het tweede lid, onder a. 4 Indien de accreditatie van een laboratorium, bedoeld in het tweede lid, is ingetrokken of geschorst of na haar vervaldatum niet is verlengd, kan in dat laboratorium geen bloedonderzoek meer worden verricht. 2016 529 22-12-2016 14-12-2016 2017 234 13-06-2017 18-05-2017 01-07-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september
2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het
verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs
(Stb. 2014/353) in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 14, eerste lid Het laboratorium waaraan de onderzoeker, bedoeld in, is verbonden, legt na ontvangst van de buisjes of het buisje met bloed de volgende gegevens in een bestand vast: a. de datum van ontvangst van de buisjes of het buisje, b. artikel 13, eerste lid, onder a en c de sporenidentificatienummers, bedoeld in, c. de naam, het geslacht, de geboortedatum en het burgerservicenummer van de verdachte wiens het bloed het betreft, en d. de naam van de opdrachtgever van het bloedonderzoek. 2016 529 22-12-2016 14-12-2016 2017 234 13-06-2017 18-05-2017 01-07-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september
2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het
verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs
(Stb. 2014/353) in werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 14, eerste lid artikel 164, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 De onderzoeker, bedoeld in, verricht het bloedonderzoek binnen vier weken na ontvangst van de buisjes of het buisje met bloed. Indien toepassing is gegeven aan, verricht de onderzoeker het bloedonderzoek binnen een week na ontvangst van de buisjes of het buisje met bloed voor zover het bloedonderzoek betrekking heeft op het gebruik van alcohol. De methode die hij voor het bloedonderzoek hanteert, voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen. 2 De onderzoeker stelt een in de Nederlandse taal gesteld schriftelijk verslag van het resultaat van het bloedonderzoek op en ondertekent dat verslag. 3 artikel 14, tweede lid, onder b In afwijking van het tweede lid mag het verslag in de Engelse taal zijn gesteld, indien de onderzoeker die het verslag opstelt, verbonden is aan een laboratorium als bedoeld in. 4 Het verslag bevat in ieder geval: a. de naam, het geslacht, de geboortedatum en het burgerservicenummer van de verdachte met behulp van wiens bloed het onderzoek is verricht, b. het sporenidentificatienummer van het buisje met bloed met behulp waarvan het bloedonderzoek is verricht, c. de methode met behulp waarvan het bloedonderzoek is verricht, en d. het resultaat van het bloedonderzoek. 5 De onderzoeker stuurt het verslag binnen de op grond van het eerste lid geldende termijn aan de opdrachtgever van het bloedonderzoek. 2022 77 18-02-2022 15-02-2022 2022 142 06-04-2022 30-03-2022 01-07-2022
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 16, tweede lid De opsporingsambtenaar stelt de verdachte binnen een week na ontvangst van het verslag, bedoeld in, schriftelijk in kennis van het resultaat van het bloedonderzoek en van het recht op tegenonderzoek en vermeldt daarbij het sporenidentificatienummer, bedoeld in artikel 16, vierde lid, onder b. 2016 529 22-12-2016 14-12-2016 2017 234 13-06-2017 18-05-2017 01-07-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september
2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het
verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs
(Stb. 2014/353) in werking treedt.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 In geval van een aanvullend bloedonderzoek stelt het laboratorium waaraan de onderzoeker is verbonden die het bloedonderzoek heeft verricht, het voor dat onderzoek bestemde buisje met bloed ter beschikking aan de onderzoeker. 2 artikelen 12 tot en met 17 Op het aanvullend bloedonderzoek zijn devan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat a. artikel 16, eerste lid, tweede volzin de termijn waarbinnen het aanvullend bloedonderzoek dient te zijn verricht, acht weken bedraagt na ontvangst van het buisje met bloed, onverminderd het bepaalde in; b. artikel 14, eerste lid de hulpofficier van justitie belast is met de in, genoemde taak, en c. artikel 17 de opsporingsambtenaar belast is met de ingenoemde taak. 2022 77 18-02-2022 15-02-2022 2022 142 06-04-2022 30-03-2022 01-07-2022
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 In geval van een tegenonderzoek stelt het laboratorium waaraan de onderzoeker is verbonden die het bloedonderzoek of het aanvullend bloedonderzoek heeft verricht, het voor dat onderzoek bestemde buisje met bloed ter beschikking aan het laboratorium waaraan de onderzoeker is verbonden die het tegenonderzoek verricht. 2 artikelen 13, eerste lid, onder d 14, tweede tot en met vierde lid 15 16 18 De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 17 Tegenonderzoek geschiedt op initiatief van en voor rekening van de verdachte en wordt niet verricht dan nadat de verdachte het laboratorium waaraan de onderzoeker is verbonden die het tegenonderzoek verricht, het daarvoor verschuldigde bedrag heeft betaald. In dat bedrag zijn de verzendkosten van het voor het tegenonderzoek bestemde buisje met bloed door het laboratorium waaraan de onderzoeker is verbonden die het bloedonderzoek of het aanvullend bloedonderzoek heeft verricht, inbegrepen. De hoogte van die verzendkosten worden bij ministeriële regeling vastgesteld. Het bedrag voor de verzendkosten verrekent het laboratorium, bedoeld in de eerste volzin, met het laboratorium, bedoeld in de tweede volzin. De verdachte is verplicht in zijn aanvraag tot het verrichten van een tegenonderzoek zijn naam, geslacht, geboortedatum en burgerservicenummer te vermelden, alsmede het sporenidentificatienummer dat op de kennisgeving, bedoeld in, is vermeld. 4 artikel 17 Indien de verdachte de kosten van het tegenonderzoek niet binnen vier weken na de datum van dagtekening van de kennisgeving, bedoeld in, heeft betaald, vervalt het recht op dat onderzoek. 5 artikel 8, eerste, tweede, derde of vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 27, eerste of tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet artikel 4, eerste of tweede lid, van de Spoorwegwet artikel 41, eerste of tweede lid, van de Wet lokaal spoor artikel 2.12, eerste of derde lid, van de Wet luchtvaart De verdachte ontvangt het bedrag, bedoeld in het derde lid, uit ’s Rijks kas terug indien het resultaat van het tegenonderzoek het vermoeden niet bevestigt dat hij,,,ofheeft overtreden. 2022 77 18-02-2022 15-02-2022 2022 142 06-04-2022 30-03-2022 01-07-2022
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 16, tweede lid Het laboratorium waaraan de onderzoeker is verbonden dat het bloedonderzoek, aanvullend bloedonderzoek of tegenonderzoek heeft verricht, vernietigt het bloed dat na dat onderzoek resteert, een half jaar na de datum van dagtekening van het verslag, bedoeld in. Is het recht op tegenonderzoek vervallen, dan vernietigt het laboratorium dat het tegenonderzoek zou verrichten het bloed een half jaar na de ontvangst. 2 artikel 8, eerste, tweede, derde of vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 27, eerste of tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet artikel 4, eerste of tweede lid, van de Spoorwegwet artikel 41, eerste of tweede lid, van de Wet lokaal spoor artikel 2.12, eerste of derde lid, van de Wet luchtvaart artikel 16, tweede lid artikel 15 Indien het resultaat van het bloedonderzoek, het aanvullend bloedonderzoek of het tegenonderzoek het vermoeden niet bevestigt dat de verdachte,,,ofheeft overtreden, vernietigt het laboratorium, bedoeld in het eerste lid, het afschrift van het verslag, bedoeld in, en de daarbij behorende gegevens, bedoeld in, een half jaar na de datum van dagtekening van dat verslag. 3 artikel 16, tweede lid artikel 15 Indien het resultaat van het bloedonderzoek, het aanvullend bloedonderzoek of het tegenonderzoek het vermoeden bevestigt dat de verdachte een van de in het tweede lid genoemde artikelleden heeft overtreden, vernietigt het laboratorium, bedoeld in het eerste lid, het afschrift van het verslag, bedoeld in, en de daarbij behorende gegevens, bedoeld in, vijf jaar na de datum van dagtekening van dat verslag. 4 Het laboratorium, bedoeld in het eerste lid, houdt aantekening van iedere vernietiging op grond van het eerste tot en met derde lid. 2022 77 18-02-2022 15-02-2022 2022 142 06-04-2022 30-03-2022 01-07-2022
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 16, tweede lid artikel 15 artikel 14, tweede lid Indien een ander laboratorium dan het laboratorium van het Nederlands Forensisch Instituut voornemens is zijn werkzaamheden op het terrein van het bloedonderzoek of het aanvullend bloedonderzoek te beëindigen, zorgt dat laboratorium ervoor dat het bloed, de afschriften van de verslagen, bedoeld in, die bij dat laboratorium worden bewaard, en de daarbij behorende gegevens, bedoeld in, voor de beëindiging van die werkzaamheden aan dat instituut worden overgedragen, tenzij het laboratorium fuseert met een ander laboratorium als bedoeld in. In het laatste geval worden het bloed, de afschriften van de verslagen en de daarbij behorende gegevens in dat andere laboratorium bewaard. 2016 529 22-12-2016 14-12-2016 2017 234 13-06-2017 18-05-2017 01-07-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september
2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het
verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs
(Stb. 2014/353) in werking treedt.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 8, eerste, tweede of derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 27, eerste of tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet artikel 4, eerste of tweede lid, van de Spoorwegwet artikel 41, eerste of tweede lid, van de Wet lokaal spoor artikel 2.12, eerste of derde lid, van de Wet luchtvaart Een onderzoek dat ter vaststelling van een overtreding op grond van,,,ofvoor de inwerkingtreding van dit besluit is of wordt uitgevoerd, wordt overeenkomstig de regels die daarop voor de inwerkingtreding van dit besluit van toepassing waren, afgehandeld. 2016 529 22-12-2016 14-12-2016 2017 234 13-06-2017 18-05-2017 01-07-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september
2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het
verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs
(Stb. 2014/353) in werking treedt.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Besluit alcoholonderzoeken Hetwordt ingetrokken. 2016 529 22-12-2016 14-12-2016 2017 234 13-06-2017 18-05-2017 01-07-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september
2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het
verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs
(Stb. 2014/353) in werking treedt.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september 2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs (Stb. 2014, 353) in werking treedt. 2016 529 22-12-2016 14-12-2016 2017 234 13-06-2017 18-05-2017 01-07-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september
2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het
verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs
(Stb. 2014/353) in werking treedt.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. 2016 529 22-12-2016 14-12-2016 2017 234 13-06-2017 18-05-2017 01-07-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september
2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het
verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs
(Stb. 2014/353) in werking treedt.