Besluit van 13 juli 2016, houdende regels betreffende de digitale rechtsgang in het burgerlijk en bestuursrecht (Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht)
- BWB-id
- BWBR0038338
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2018-08-01 t/m 2020-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0038338
- ELI
- /eli/nl/amvb/2017/besluit-digitalisering-burgerlijk-procesrecht-en-bestuurspro
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2017/besluit-digitalisering-burgerlijk-procesrecht-en-bestuurspro/2018-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0038338&g=2018-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0038338&z=2026-06-06&g=2018-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0038338/2018-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2017/besluit-digitalisering-burgerlijk-procesrecht-en-bestuurspro
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit worden onder rechterlijke instanties verstaan: a. artikel 2 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie de gerechten zoals bedoeld in; b. de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; c. het College van Beroep voor het bedrijfsleven; d. de Centrale Raad van Beroep. 2016 292 21-07-2016 13-07-2016 2017 16 31-01-2017 25-01-2017 01-03-2017 Treedt voor zover het betreft vorderingsprocedures bij de Hoge
Raad in werking op 1 maart 2017. Treedt voor het beroep in eerste aanleg bij de rechtbank voor
zover het betreft zaken als bedoeld in de artikelen 79, 93, 94 en 96
van de Vreemdelingenwet 2000, en zaken waarin beroep is ingesteld
tegen besluiten als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de
Vreemdelingenwet 2000 in werking op 12 juni 2017 (Stb. 2017/174). Treedt voor zover het betreft vorderingsprocedures bij de
rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland, waarin partijen niet in
persoon kunnen procederen en met uitzondering van procedures die
worden ingesteld op grond van de artikelen 254, 438, tweede tot en
met vijfde lid, 486, eerste lid, 613, 642q, 771 van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 27 van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek, artikel 122 van de Faillissementswet en de
Onteigeningswet, in werking op 1 september 2017 (Stb. 2017/174). Treedt voor het beroep in cassatie bij de Hoge Raad waarop
afdeling 4 van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen van toepassing of van overeenkomstige toepassing
is, in werking op 15 april 2020 (Stb. 2020/99).
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De rechterlijke instanties stellen een digitaal systeem voor gegevensverwerking ter beschikking. Dit systeem voldoet aan de volgende eisen: a. de gebruiker van het systeem wordt geïdentificeerd; b. na te gaan is wie wordt beschouwd als verzender van een bericht; c. na te gaan is of een bericht is gewijzigd na het moment van verzending; d. na te gaan is op welk tijdstip een bericht is ontvangen respectievelijk ter beschikking is gesteld in het systeem; e. na te gaan is wanneer zich een storing in het systeem voordoet en heeft voorgedaan; en f. de stukken in het digitale dossier zijn in het systeem uitsluitend toegankelijk voor personen die daarvoor zijn geautoriseerd. 2 Het digitale systeem, genoemd in het eerste lid, is ingericht volgens nationale en internationale standaarden voor informatiebeveiliging. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald aan welke standaarden dit digitale systeem in ieder geval voldoet. 2016 292 21-07-2016 13-07-2016 2017 16 31-01-2017 25-01-2017 01-03-2017 Treedt voor zover het betreft vorderingsprocedures bij de Hoge
Raad in werking op 1 maart 2017. Treedt voor het beroep in eerste aanleg bij de rechtbank voor
zover het betreft zaken als bedoeld in de artikelen 79, 93, 94 en 96
van de Vreemdelingenwet 2000, en zaken waarin beroep is ingesteld
tegen besluiten als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de
Vreemdelingenwet 2000 in werking op 12 juni 2017 (Stb. 2017/174). Treedt voor zover het betreft vorderingsprocedures bij de
rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland, waarin partijen niet in
persoon kunnen procederen en met uitzondering van procedures die
worden ingesteld op grond van de artikelen 254, 438, tweede tot en
met vijfde lid, 486, eerste lid, 613, 642q, 771 van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 27 van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek, artikel 122 van de Faillissementswet en de
Onteigeningswet, in werking op 1 september 2017 (Stb. 2017/174). Treedt voor het beroep in cassatie bij de Hoge Raad waarop
afdeling 4 van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen van toepassing of van overeenkomstige toepassing
is, in werking op 15 april 2020 (Stb. 2020/99).
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Authenticatie om toegang te krijgen tot een digitaal systeem voor gegevensverwerking van de rechterlijke instanties, vindt plaats met een middel dat voldoet aan de volgende eisen: a. het is uitgegeven door de overheid of een onder toezicht van de overheid staande organisatie; b. het gaat uit van een tweefactorauthenticatie; en c. het is aangewezen door de rechterlijke instanties. 2016 292 21-07-2016 13-07-2016 2017 16 31-01-2017 25-01-2017 01-03-2017 Treedt voor zover het betreft vorderingsprocedures bij de Hoge
Raad in werking op 1 maart 2017. Treedt voor het beroep in eerste aanleg bij de rechtbank voor
zover het betreft zaken als bedoeld in de artikelen 79, 93, 94 en 96
van de Vreemdelingenwet 2000, en zaken waarin beroep is ingesteld
tegen besluiten als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de
Vreemdelingenwet 2000 in werking op 12 juni 2017 (Stb. 2017/174). Treedt voor zover het betreft vorderingsprocedures bij de
rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland, waarin partijen niet in
persoon kunnen procederen en met uitzondering van procedures die
worden ingesteld op grond van de artikelen 254, 438, tweede tot en
met vijfde lid, 486, eerste lid, 613, 642q, 771 van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 27 van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek, artikel 122 van de Faillissementswet en de
Onteigeningswet, in werking op 1 september 2017 (Stb. 2017/174). Treedt voor het beroep in cassatie bij de Hoge Raad waarop
afdeling 4 van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen van toepassing of van overeenkomstige toepassing
is, in werking op 15 april 2020 (Stb. 2020/99).
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 30c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 8:36a van de Algemene wet bestuursrecht Degene die een gerechtelijke procedure start of daarbij is betrokken en gebruik maakt of dient te maken van stukkenwisseling langs elektronische weg als bedoeld inen, gebruikt voor het elektronisch indienen en ophalen van berichten een door de rechterlijke instanties aangewezen digitaal systeem voor gegevensverwerking. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de wijze waarop berichten worden ingediend langs de weg als bedoeld in het eerste lid. Tevens kunnen nadere regels worden gesteld die betrekking hebben op de eisen waaraan een bericht dient te voldoen dat langs deze weg wordt ingediend. 3 artikelen 112 113 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld die betrekking hebben op de eisen waaraan het door een gerechtsdeurwaarder te betekenen oproepingsbericht, bedoeld in deen, moet voldoen. 2016 292 21-07-2016 13-07-2016 2017 16 31-01-2017 25-01-2017 01-03-2017 Treedt voor zover het betreft vorderingsprocedures bij de Hoge
Raad in werking op 1 maart 2017. Treedt voor het beroep in eerste aanleg bij de rechtbank voor
zover het betreft zaken als bedoeld in de artikelen 79, 93, 94 en 96
van de Vreemdelingenwet 2000, en zaken waarin beroep is ingesteld
tegen besluiten als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de
Vreemdelingenwet 2000 in werking op 12 juni 2017 (Stb. 2017/174). Treedt voor zover het betreft vorderingsprocedures bij de
rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland, waarin partijen niet in
persoon kunnen procederen en met uitzondering van procedures die
worden ingesteld op grond van de artikelen 254, 438, tweede tot en
met vijfde lid, 486, eerste lid, 613, 642q, 771 van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 27 van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek, artikel 122 van de Faillissementswet en de
Onteigeningswet, in werking op 1 september 2017 (Stb. 2017/174). Treedt voor het beroep in cassatie bij de Hoge Raad waarop
afdeling 4 van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen van toepassing of van overeenkomstige toepassing
is, in werking op 15 april 2020 (Stb. 2020/99).
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 30c, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 8:36d, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De elektronische handtekening, bedoeld inen, voldoet aan de volgende eisen: a. artikel 3 de ondertekenaar heeft zich geauthentiseerd met een middel dat voldoet aan de eisen gesteld invan dit besluit; en b. zij is op zodanige wijze verbonden aan het elektronische bestand waarop zij betrekking heeft, dat de identiteit van de ondertekenaar, het moment van ondertekening en elke wijziging na ondertekening van het document kunnen worden achterhaald. 2 In afwijking van het eerste lid, onder a, voldoet de handtekening die handmatig op een elektronische gegevensdrager wordt geschreven aan de volgende eisen: a. zij heeft plaatsgevonden in het bijzijn van een rechter of griffier of is gezet door een rechter of griffier; en b. zij is op zodanige wijze verbonden aan het elektronische bestand waarop zij betrekking heeft, dat de identiteit van de ondertekenaar, het moment van ondertekening en elke wijziging na ondertekening van het document kunnen worden achterhaald. 2018 246 31-07-2018 11-07-2018 2018 246 31-07-2018 11-07-2018 01-08-2018
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Indien een natuurlijk persoon over een burgerservicenummer beschikt, is bevoegd om dit nummer van de persoon die hij vertegenwoordigt of in wiens opdracht hij handelt te verwerken tijdens een procedure. a. degene die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, b. de gerechtsdeurwaarder, of c. een andere gemachtigde in zaken waarin partijen in persoon kunnen procederen, 2 De gerechtsdeurwaarder is tevens bevoegd om bij het indienen van de procesinleiding en het exploot van betekening het burgerservicenummer van de verweerder te verwerken, indien deze een natuurlijke persoon is die hierover beschikt. 2016 292 21-07-2016 13-07-2016 2017 16 31-01-2017 25-01-2017 01-03-2017 Treedt voor zover het betreft vorderingsprocedures bij de Hoge
Raad in werking op 1 maart 2017. Treedt voor het beroep in eerste aanleg bij de rechtbank voor
zover het betreft zaken als bedoeld in de artikelen 79, 93, 94 en 96
van de Vreemdelingenwet 2000, en zaken waarin beroep is ingesteld
tegen besluiten als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de
Vreemdelingenwet 2000 in werking op 12 juni 2017 (Stb. 2017/174). Treedt voor zover het betreft vorderingsprocedures bij de
rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland, waarin partijen niet in
persoon kunnen procederen en met uitzondering van procedures die
worden ingesteld op grond van de artikelen 254, 438, tweede tot en
met vijfde lid, 486, eerste lid, 613, 642q, 771 van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 27 van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek, artikel 122 van de Faillissementswet en de
Onteigeningswet, in werking op 1 september 2017 (Stb. 2017/174). Treedt voor het beroep in cassatie bij de Hoge Raad waarop
afdeling 4 van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen van toepassing of van overeenkomstige toepassing
is, in werking op 15 april 2020 (Stb. 2020/99).
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 30c, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 8:36b, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 5 artikel 6 Handelsregisterwet In aanvulling opengeldt de verplichting tot procederen langs elektronische weg niet voor een onderneming of rechtspersoon die niet op grond vanofis ingeschreven in het handelsregister, tenzij deze wordt vertegenwoordigd door een derde die in Nederland verplicht is tot digitaal procederen. 2 Het indienen en ontvangen van stukken en mededelingen langs elektronische weg is uitgesloten voor: a. natuurlijke personen die niet beschikken over een burgerservicenummer, en b. artikel 5 6 Handelsregisterwet ondernemingen of rechtspersonen die niet op grond vanofzijn ingeschreven in het handelsregister. 2018 246 31-07-2018 11-07-2018 2018 246 31-07-2018 11-07-2018 01-08-2018
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Artikel 1, eerste lid, van de Algemene termijnenwet Indien op de laatste dag van een voor de indiener geldende termijn voor indiening van een bericht een niet aan hem toerekenbare verstoring plaatsvindt van de toegang tot een digitaal systeem voor gegevensverwerking van de rechterlijke instanties, is een daardoor veroorzaakte overschrijding van die termijn verschoonbaar indien het bericht uiterlijk wordt ingediend op de eerstvolgende dag na de dag waarop de indiener ermee bekend had kunnen zijn dat de verstoring is verholpen.is van overeenkomstige toepassing op deze eerstvolgende dag. 2016 292 21-07-2016 13-07-2016 2017 16 31-01-2017 25-01-2017 01-03-2017 Treedt voor zover het betreft vorderingsprocedures bij de Hoge
Raad in werking op 1 maart 2017. Treedt voor het beroep in eerste aanleg bij de rechtbank voor
zover het betreft zaken als bedoeld in de artikelen 79, 93, 94 en 96
van de Vreemdelingenwet 2000, en zaken waarin beroep is ingesteld
tegen besluiten als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de
Vreemdelingenwet 2000 in werking op 12 juni 2017 (Stb. 2017/174). Treedt voor zover het betreft vorderingsprocedures bij de
rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland, waarin partijen niet in
persoon kunnen procederen en met uitzondering van procedures die
worden ingesteld op grond van de artikelen 254, 438, tweede tot en
met vijfde lid, 486, eerste lid, 613, 642q, 771 van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 27 van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek, artikel 122 van de Faillissementswet en de
Onteigeningswet, in werking op 1 september 2017 (Stb. 2017/174). Treedt voor het beroep in cassatie bij de Hoge Raad waarop
afdeling 4 van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen van toepassing of van overeenkomstige toepassing
is, in werking op 15 april 2020 (Stb. 2020/99).
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2016 292 21-07-2016 13-07-2016 2017 16 31-01-2017 25-01-2017 01-03-2017 Treedt voor zover het betreft vorderingsprocedures bij de Hoge
Raad in werking op 1 maart 2017. Treedt voor het beroep in eerste aanleg bij de rechtbank voor
zover het betreft zaken als bedoeld in de artikelen 79, 93, 94 en 96
van de Vreemdelingenwet 2000, en zaken waarin beroep is ingesteld
tegen besluiten als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de
Vreemdelingenwet 2000 in werking op 12 juni 2017 (Stb. 2017/174). Treedt voor zover het betreft vorderingsprocedures bij de
rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland, waarin partijen niet in
persoon kunnen procederen en met uitzondering van procedures die
worden ingesteld op grond van de artikelen 254, 438, tweede tot en
met vijfde lid, 486, eerste lid, 613, 642q, 771 van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 27 van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek, artikel 122 van de Faillissementswet en de
Onteigeningswet, in werking op 1 september 2017 (Stb. 2017/174). Treedt voor het beroep in cassatie bij de Hoge Raad waarop
afdeling 4 van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen van toepassing of van overeenkomstige toepassing
is, in werking op 15 april 2020 (Stb. 2020/99).
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 46, tweede lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming Dit besluit berust mede op. 2 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht. 2018 249 27-07-2018 11-07-2018 2018 250 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018