Besluit van 15 december 2017, houdende bepalingen voor een experiment met instellingsaccreditatie met lichtere opleidingsaccreditatie gericht op onder meer een vermindering van de lasten die gepaard gaan met de accreditatie in het hoger onderwijs (Besluit experiment instellingsaccreditatie met lichtere opleidingsaccreditatie)
- BWB-id
- BWBR0040407
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2019-02-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0040407
- ELI
- /eli/nl/amvb/2017/besluit-experiment-instellingsaccreditatie-met-lichtere-ople
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2017/besluit-experiment-instellingsaccreditatie-met-lichtere-ople/2019-02-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0040407&g=2019-02-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0040407&z=2026-06-06&g=2019-02-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0040407/2019-02-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2017/besluit-experiment-instellingsaccreditatie-met-lichtere-ople
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: accreditatiekader: artikel 1.1 van de wet accreditatiekader als bedoeld in; deelnemende instelling: artikel 10 instelling voor hoger onderwijs die op grond vanis geselecteerd voor deelname aan het experiment; erkenning ITK: artikel 1.1 van de wet erkenning ITK als bedoeld in; instelling voor hoger onderwijs: artikel 1.1 van de wet instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in; instellingsaccreditatie: artikel 11 instellingsaccreditatie, verleend op grond van; instellingsbestuur: artikel 1.1 van de wet instellingsbestuur als bedoeld in; kwaliteitsaspecten I: a. het beoogde eindniveau van de opleiding, gelet op hetgeen internationaal gewenst en gangbaar is; en b. het gerealiseerde eindniveau van de opleiding, gelet op hetgeen internationaal gewenst en gangbaar is; kwaliteitsaspecten II: a. voor zover het een deelnemende instelling betreft waaraan een erkenning ITK is verleend: 1°. de inhoud en opzet van het onderwijsprogramma; 2°. de kwaliteit van het docententeam; en 3°. de deugdelijkheid van de beoordeling, toetsing en examinering van de studenten; b. voor zover het een deelnemende instelling betreft waaraan geen erkenning ITK is verleend: 1°. de inhoud en opzet van het onderwijsprogramma; 2°. de kwaliteit van het docententeam; 3°. de opleidingsspecifieke voorzieningen alsmede de instellingsbrede voorzieningen die van invloed zijn op de kwaliteit van de opleiding, daaronder mede begrepen voldoende studiebegeleiding en voorzieningen die de toegankelijkheid en studeerbaarheid voor studenten met een functiebeperking bevorderen; 4°. de vormgeving en effectiviteit van de interne kwaliteitszorg gericht op de systematische verbetering van de opleiding; en 5°. de deugdelijkheid van beoordeling, toetsing en examinering van de studenten; medezeggenschapsraad: artikel 9.30a 10.16b 11.13 van de wet artikel 9.31 artikel 10.17 van de wet gezamenlijke vergadering als bedoeld in,, of, universiteitsraad als bedoeld inof 11.13 van de wet, of medezeggenschapsraad als bedoeld in; NVAO: artikel 5.2, eerste lid, van de wet accreditatieorgaan als bedoeld in; Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; wet: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek . 2019 1 18-01-2019 18-12-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 2 — Artikel 2 Doel van het experiment#
Artikel 2 Doel van het experiment Het doel van het experiment is te onderzoeken of de introductie van instellingsaccreditatie met lichtere opleidingsaccreditatie voor de deelnemende instellingen voor hoger onderwijs leidt tot: a. het versterken van de kwaliteitscultuur binnen de instelling voor hoger onderwijs; b. meer eigenaarschap voor studenten en docenten; c. een doelmatiger accreditatiestelsel, met minder ervaren lasten, minder administratieve lasten en hogere baten. 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 23-12-2017
Artikel 3 — Artikel 3 Start en duur van het experiment#
Artikel 3 Start en duur van het experiment artikel 10, vijfde lid Onverminderd, vangt het experiment aan op 1 september 2018 en eindigt op 30 september 2024. 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 23-12-2017
Artikel 4 — Artikel 4 wet Afwijking van de; visitatiepanel en visitatiegroep#
Artikel 4 wet Afwijking van de; visitatiepanel en visitatiegroep artikel 5.2, tweede lid, onderdelen c en d artikel 5.14 van de wet artikel 13 In afwijking van, en, isvan toepassing. 2019 1 18-01-2019 18-12-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 5 — Artikel 5 wet Afwijking van de; accreditatiekader#
Artikel 5 wet Afwijking van de; accreditatiekader 1 artikel 5.3 van de wet bijlage 1 Het accreditatieorgaan werkt in afwijking vanvoor de verlening van de accreditatie in het kader van dit experiment volgens de wijze beschreven in de bijlage bij dit besluit. Voor zover in, behorende bij dit besluit, geen afwijking is beschreven, is het accreditatiekader, bedoeld in artikel 5.3 van de wet, van toepassing. 2 artikel 5.3 van de wet bijlage 2 Voor de beoordeling van de kwaliteitsaspecten II wordt in afwijking vanten minste voldaan aan de voorschriften die zijn opgenomen in, behorende bij dit besluit. 2019 1 18-01-2019 18-12-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 6 — Artikel 6 wet Afwijking van de; lichte opleidingsaccreditatie#
Artikel 6 wet Afwijking van de; lichte opleidingsaccreditatie artikelen 5.11 tot en met 5.19 5.25 van de wet paragraaf 2.5 Indien aan een instellingsbestuur instellingsaccreditatie is verleend worden de opleidingen aan die instelling, in afwijking van deen, bij accreditatie beoordeeld op grond van. 2019 1 18-01-2019 18-12-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 7 — Artikel 7 wet Afwijking van de; medezeggenschap#
Artikel 7 wet Afwijking van de; medezeggenschap artikelen 9.30a, tweede lid 9.33, eerste lid 10.16b, tweede lid 10.20, eerste lid 11.13, eerste lid, van de wet artikelen 9, eerste lid, onder a 12, tweede lid In afwijking van de,,,, respectievelijk, zijn op de deelname aan het experiment de, en, van toepassing. 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 23-12-2017
Artikel 8 — Artikel 8 Aanvraag tot deelname aan het experiment#
Artikel 8 Aanvraag tot deelname aan het experiment 1 Een aanvraag tot deelname aan het experiment wordt uiterlijk 8 weken na de datum van inwerkingtreding van dit besluit door het instellingsbestuur ingediend bij Onze Minister. 2 Een aanvraag die na deze datum wordt ingediend, kan uitsluitend door Onze Minister worden gehonoreerd indien minder dan zes instellingen voor hoger onderwijs zijn toegelaten tot deelname aan het experiment en indien niet meer dan een jaar is verstreken na 1 september 2018. Volledige aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 23-12-2017
Artikel 9 — Artikel 9 Vereisten voor deelname aan het experiment#
Artikel 9 Vereisten voor deelname aan het experiment 1 Onze Minister kan op aanvraag van een instellingsbestuur toestemming verlenen voor deelname aan het experiment, indien: a. het instellingsbestuur: 1°. van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs, instemming van de medezeggenschapsraad heeft verkregen voor deelname aan het experiment met bepaalde opleidingen, of 2°. van een niet-bekostigde instelling voor hoger onderwijs, voldoende draagvlak voor deelname aan het experiment met bepaalde opleidingen aantoont onder studenten en docenten; b. artikel 5.11 van de wet aan de opleidingen waarmee het instellingsbestuur wenst deel te nemen aan het experiment, accreditatie bestaande opleiding als bedoeld inis verleend; c. het instellingsbestuur beschrijft op welke wijze de met dit besluit geboden innovatieruimte ten aanzien van de kwaliteitsaspecten II wordt benut; d. artikel 5.17, tweede lid, van de wet artikel 3.11, eerste lid, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 artikel 5.16, eerste lid, van de wet voor zover aan een opleiding van het instellingsbestuur in de periode van zes jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag tot deelname aan het experiment accreditatie bestaande opleiding onder voorwaarden is verleend als bedoeld, na afloop van de termijn voor herbeoordeling, bedoeld in, in alle gevallen accreditatie bestaande opleiding is verleend als bedoeld inof indien het visitatierapport niet is overgelegd op de datum, bedoeld in artikel 5.16, tweede lid, van de wet, dan wel de datum, bedoeld in artikel 5.16, vierde lid, van de wet, indien Onze Minister daaraan toepassing heeft gegeven; en e. artikel 5a.12a, eerste lid, van de wet Wet accreditatie op maat voor zover aan een opleiding van het instellingsbestuur in de periode van zes jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag tot deelname aan het experiment een herstelperiode is verleend op grond vanzoals deze luidde voor de inwerkingtreding van de, en na afloop van die herstelperiode in alle gevallen opnieuw accreditatie is verleend, of de aanvraag tot het verlenen van accreditatie is ingetrokken. 2 Een instelling voor hoger onderwijs waaraan geen erkenning ITK is verleend, kan slechts deelnemen aan het experiment, indien de instelling voor hoger onderwijs in de periode van zes jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag tot deelname aan het experiment, voor alle opleidingen aan die instelling: a. Wet accreditatie op maat artikel 5a.8, eerste lid, onderdeel d, van de wet die voor de inwerkingtreding van dezijn geaccrediteerd, het oordeel goed of excellent, bedoeld in, zoals deze luidde voor de Wet accreditatie op maat heeft verkregen voor het kwaliteitsaspect, bedoeld in artikel 5a.8, tweede lid, onderdeel g, van de wet; b. Wet accreditatie op maat artikel 5.15, zesde lid, van de wet artikel 5.12, onder e, van de wet die na inwerkingtreding van dezijn geaccrediteerd het oordeel voldoende, bedoeld in, heeft verkregen voor het kwaliteitsaspect, bedoeld in. 3 artikel 5.27, tweede lid, van de wet Een instelling voor hoger onderwijs waaraan een erkenning ITK is verleend kan slechts deelnemen aan het experiment indien de erkenning ITK niet onder voorwaarden is verleend of verlengd als bedoeld in. 2019 1 18-01-2019 18-12-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 10 — Artikel 10 Advies NVAO en selectie deelnemende instellingen#
Artikel 10 Advies NVAO en selectie deelnemende instellingen 1 artikel 9, eerste lid Onze Minister vraagt advies aan de NVAO alvorens op de aanvraag, bedoeld in, te beslissen. 2 artikel 9 De NVAO toetst of aan de voorwaarden, bedoeld in, is voldaan. Ten aanzien van de voorwaarde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, wordt uitsluitend getoetst of de beschrijving aanwezig is. 3 Aan het experiment nemen ten hoogste zes instellingen voor hoger onderwijs deel. 4 Indien meer dan zes aanvragen tot deelname aan het experiment kunnen worden goedgekeurd, weegt de NVAO de diversiteit van instellingen voor hoger onderwijs mee in het advies en indien nodig de resterende looptijd van de verleende erkenning ITK. 5 Onze Minister kan besluiten af te zien van de aanvang van het experiment indien er onvoldoende aanvragen zijn ingediend of de aanvragen onvoldoende divers zijn om de doeltreffendheid en de effecten van het experiment te meten. 2019 1 18-01-2019 18-12-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 11 — Artikel 11 Verlening instellingsaccreditatie met lichtere opleidingsaccreditatie aan geselecteerde instelling#
Artikel 11 Verlening instellingsaccreditatie met lichtere opleidingsaccreditatie aan geselecteerde instelling 1 Aan een instelling voor hoger onderwijs die is toegelaten tot deelname aan het experiment wordt van rechtswege een instellingsaccreditatie verleend. 2 De instellingsaccreditatie vervalt met ingang van 1 oktober 2024. De instellingsaccreditatie blijft van toepassing voor een aanvraag tot verlening van accreditatie die bij de NVAO is ingediend indien de visitaties zijn gestart op een tijdstip voor de vervaldatum, genoemd in de eerste volzin. 3 Artikel 5.15, vijfde lid, van de wet paragraaf 2.5 is van overeenkomstige toepassing op de verlening van accreditatie op grond van. 2019 1 18-01-2019 18-12-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 12 — Artikel 12 Deelnemende opleidingen#
Artikel 12 Deelnemende opleidingen 1 Het instellingsbestuur deelt binnen een redelijke termijn na het verkrijgen van instellingsaccreditatie aan de NVAO mede met welke opleidingen zij deelneemt aan het experiment. 2 artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder 1° Het instellingsbestuur besluit niet tot deelname van andere opleidingen dan de opleidingen waarvoor instemming van de medezeggenschapsraad als bedoeld in, is verkregen of waarvoor draagvlak is aangetoond als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, voordat het instellingsbestuur: a. van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs, instemming van de medezeggenschapsraad heeft verkregen voor de wijziging, of b. van een niet-bekostigde instelling voor hoger onderwijs, voldoende draagvlak onder studenten en docenten heeft aangetoond voor de wijziging. 3 Een wijziging van de deelnemende opleidingen wordt onverwijld medegedeeld aan de NVAO. 2019 1 18-01-2019 18-12-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 13 — Artikel 13 Visitatiegroep en visitatiepanel#
Artikel 13 Visitatiegroep en visitatiepanel 1 Het instellingsbestuur van een deelnemende instelling kan een commissie van deskundigen samenstellen ter beoordeling van een opleiding op de kwaliteitsaspecten II. 2 artikel 5.2, tweede lid, onder c artikel 5.14, van de wet artikel 5 bijlage 1 Het instellingsbestuur kan besluiten de commissie, bedoeld in het eerste lid, ook de kwaliteitsaspecten I te laten beoordelen. In dat geval is, envan toepassing op die beoordeling en is in afwijking van,, onder 1 en 2, niet van toepassing. 3 artikel 5.2, tweede lid, onder a Het instellingsbestuur kan besluiten de opleidingen waarmee de instelling deelneemt aan dit experiment, in afwijking van, niet door de NVAO in te laten delen in visitatiegroepen. Indien het instellingsbestuur dat besluit, geeft de deelnemende instelling op andere wijze vorm aan de beoordeling van de vergelijkbaarheid van de opleidingen voor de kwaliteitsaspecten I. 2019 1 18-01-2019 18-12-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 14 — Artikel 14 Beoordeling opleidingen met lichtere opleidingsaccreditatie#
Artikel 14 Beoordeling opleidingen met lichtere opleidingsaccreditatie 1 artikel 5.16 van de wet Een opleiding van een deelnemende opleiding wordt in het kader van behoud van accreditatie bestaande opleiding als bedoeld in, uitsluitend herbeoordeeld op de kwaliteitsaspecten I. 2 bijlage 2 De kwaliteitsaspecten II worden op een door de instelling te bepalen wijze beoordeeld overeenkomstigbehorende bij dit besluit. 3 artikel 5.16, tweede lid, van de wet Gedurende de experimenteerperiode worden de deelnemende opleidingen ten minste eenmaal beoordeeld op de kwaliteitsaspecten II overeenkomstig de voorschriften van dit besluit. De beoordeling geschiedt uiterlijk twee jaar na de datum van overlegging van het visitatierapport, bedoeld in, dan wel uiterlijk een jaar na de datum van overlegging van het visitatierapport, bedoeld in artikel 5.16, vierde lid, van de wet, indien Onze Minister daaraan toepassing heeft gegeven. 2019 1 18-01-2019 18-12-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 15 — Artikel 15 Zorgplicht gereglementeerde opleidingen en beroepen#
Artikel 15 Zorgplicht gereglementeerde opleidingen en beroepen artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Indien een instellingsbestuur met een gereglementeerde opleiding als bedoeld inof een opleiding die opleidt tot een gereglementeerd beroep als bedoeld in artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties deelneemt aan het experiment, draagt het instellingsbestuur er zorg voor dat bij de beoordeling van de opleiding de conformiteit met de wettelijke beroepsvereisten wordt beoordeeld. 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 23-12-2017
Artikel 16 — Artikel 16 Rapport visitatiepanel lichtere opleidingsaccreditatie en transparantie#
Artikel 16 Rapport visitatiepanel lichtere opleidingsaccreditatie en transparantie 1 artikel 13, eerste lid De aanbevelingen uit het rapport van de commissie van deskundigen, bedoeld in, worden binnen zeven dagen na vaststelling van dat rapport bekendgemaakt binnen de onderwijsgemeenschap. 2 Het rapport wordt binnen redelijke termijn na de vaststelling, respectievelijk na de beoordeling van de kwaliteitsaspecten I door de NVAO, op een algemeen toegankelijke wijze bekend gemaakt. 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 23-12-2017
Artikel 17 — Artikel 17 Norm behoud accreditatie bestaande opleiding#
Artikel 17 Norm behoud accreditatie bestaande opleiding artikel 5.16 van de wet Een deelnemende opleiding behoudt accreditatie bestaande opleiding als bedoeld in, tenzij: a. artikelen 13 14 niet wordt voldaan aan de voorschriften, bedoeld in deen; b. de opleiding op het kwaliteitsaspect «het beoogde eindniveau van de opleiding, gelet op hetgeen internationaal gewenst en gangbaar is» het oordeel onvoldoende verkrijgt; of c. de opleiding op het kwaliteitsaspect «het gerealiseerde eindniveau van de opleiding, gelet op hetgeen internationaal gewenst en gangbaar is» tekortkomingen bevat die naar het oordeel van de NVAO niet binnen afzienbare tijd kunnen worden weggenomen. 2019 1 18-01-2019 18-12-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 18 — Artikel 18 Verplichtingen verbonden aan de deelname aan het experiment#
Artikel 18 Verplichtingen verbonden aan de deelname aan het experiment De deelnemende instelling voldoet aan de volgende verplichtingen: a. artikel 24, derde lid het ten behoeve van de evaluatie leveren van de daartoe benodigde gegevens aan Onze Minister of aan de onafhankelijke deskundige bedoeld in. b. het desgevraagd aan Onze Minister verstrekken van nadere informatie over de deelname aan het experiment; c. het verlenen van medewerking aan de monitoring van het experiment, waaronder deelname aan de studiedag die wordt georganiseerd drie jaar na de aanvang van de experimenteerperiode. 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 23-12-2017
Artikel 19 — Artikel 19 Geen lichtere opleidingsaccreditatie bij onvoldoende voor gerealiseerd eindniveau#
Artikel 19 Geen lichtere opleidingsaccreditatie bij onvoldoende voor gerealiseerd eindniveau 1 artikel 5a.13f, eerste lid, onder c artikel 5.12, tweede lid, onderdeel b, van de wet paragraaf 2.5 Indien een opleiding van een deelnemende instelling als onvoldoende wordt beoordeeld op het kwaliteitsaspect, bedoeld in, onderscheidenlijk, isniet langer van toepassing op deze opleiding. 2 De opleiding, bedoeld in het eerste lid, wordt door de NVAO beoordeeld op de kwaliteitsaspecten II. 3 artikel 5.2, tweede lid, van de wet De beoordeling, bedoeld in het tweede lid vindt plaats binnen een redelijke termijn en voor deze beoordeling is een indeling in een visitatiegroep, in afwijking van, niet verplicht. 4 artikel 3.11, eerste lid, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 De herbeoordeling, bedoeld in, ziet enkel op de kwaliteitsaspecten die als onvoldoende zijn beoordeeld. 2019 1 18-01-2019 18-12-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 20 — Artikel 20 Intrekken instellingsaccreditatie in belang van kwaliteit van onderwijs#
Artikel 20 Intrekken instellingsaccreditatie in belang van kwaliteit van onderwijs Onze Minister kan de instellingsaccreditatie, na advies van de Inspectie van het onderwijs, intrekken in het belang van de kwaliteit van het onderwijs. 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 23-12-2017
Artikel 21 — Artikel 21 Intrekken instellingsaccreditatie op verzoek medezeggenschapsraad#
Artikel 21 Intrekken instellingsaccreditatie op verzoek medezeggenschapsraad artikel 20 Een aanvraag tot het intrekken van instellingsaccreditatie, bedoeld in, kan worden ingediend bij Onze Minister door: a. artikel 9.39, eerste lid artikel 10.26, eerste lid artikel 11.16, eerste lid, van de wet de medezeggenschapsraad van een bekostigde deelnemende instelling nadat de geschillencommissie, bedoeld in,, onderscheidenlijk, uitspraak heeft gedaan over een geschil met betrekking tot het experiment; of b. een representatieve vertegenwoordiging van de onderwijsgemeenschap van een niet-bekostigde deelnemende instelling. 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 23-12-2017
Artikel 22 — Artikel 22 Intrekken instellingsaccreditatie bij niet opnieuw of onder voorwaarden verleende instellingstoets kwaliteitszorg#
Artikel 22 Intrekken instellingsaccreditatie bij niet opnieuw of onder voorwaarden verleende instellingstoets kwaliteitszorg artikel 3 artikel 5.27, eerste lid, van de wet De instellingsaccreditatie wordt door Onze Minister ingetrokken indien aan een deelnemende instelling gedurende de experimenteerperiode, bedoeld in, de verlenging van de erkenning ITK wordt geweigerd op grond vanof de verlenging van de erkenning ITK onder voorwaarden wordt verleend op grond van artikel 5.27, tweede lid, van de wet. 2019 1 18-01-2019 18-12-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 23 — Artikel 23 Afwikkeling lopende accreditatieprocedures bij intrekking instellingsaccreditatie#
Artikel 23 Afwikkeling lopende accreditatieprocedures bij intrekking instellingsaccreditatie 1 artikel 20 21 22 Een opleiding wordt beoordeeld op grond van dit besluit indien de visitaties zijn gestart op een tijdstip voordat de instellingsaccreditatie op grond van,ofwordt ingetrokken. 2 In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister in het belang van de kwaliteit van het onderwijs besluiten dat de opleiding niet langer op grond van dit besluit wordt beoordeeld. 2019 1 18-01-2019 18-12-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 24 — Artikel 24 Evaluatiewijze#
Artikel 24 Evaluatiewijze 1 Onze Minister evalueert uiterlijk in 2022 het experiment. 2 Bij de evaluatie wordt in ieder geval onderzocht of de wijze waarop instellingsaccreditatie is vormgegeven doelmatig is, mede in relatie tot de administratieve lasten die het gevolg zijn van de deelname aan het experiment. 3 Onze Minister kan zich in het kader van de evaluatie laten bijstaan door een van Onze Minister onafhankelijke deskundige. 4 Onze Minister betrekt de Inspectie van het onderwijs en de NVAO bij de evaluatie van het experiment. 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 23-12-2017
Artikel 25 — Artikel 25 Evaluatiecriteria#
Artikel 25 Evaluatiecriteria Onze Minister evalueert het experiment in ieder geval op basis van de volgende aspecten: a. de kwaliteitscultuur binnen de deelnemende instelling, waarbij in ieder geval wordt onderzocht op welke wijze; 1°. de geboden experimenteerruimte ten aanzien van de invulling van de kwaliteitsaspecten II van invloed is geweest op het interne kwaliteitszorgsysteem en op het accreditatieproces; 2°. de geboden experimenteerruimte om verschillende panels in te richten voor de kwaliteitsaspecten I en de kwaliteitsaspecten II van invloed is geweest op het accreditatieproces; 3°. de deelnemende instellingen uitwerking hebben gegeven aan onderlinge vergelijkbaarheid van de kwaliteitsaspecten I; 4°. artikel 16 de deelnemende instellingen vorm hebben geven aan openbaarmaking van het rapport, bedoeld in; 5°. door de deelnemende instellingen uitwerking is gegeven aan de overige ruimte die het experiment biedt om het accreditatieproces in te richten; b. het eigenaarschap van studenten en docenten, waarbij in ieder geval wordt onderzocht op welke wijze de geboden experimenteerruimte van invloed is geweest op de rol en het vertrouwen van studenten en docenten in het accreditatieproces; c. de doelmatigheid van instellingsaccreditatie met lichtere opleidingsaccreditatie, waarbij in ieder geval wordt onderzocht welk effect de instellingsaccreditatie heeft op; 1°. de administratieve lasten in het accreditatieproces; 2°. de lasten en de ervaren lasten van studenten en docenten in het accreditatieproces; 3°. de baten van het accreditatieproces. 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 23-12-2017
Artikel 26 — Artikel 26 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 26 Inwerkingtreding en vervaldatum Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 oktober 2024, met dien verstande dat dit besluit van toepassing blijft op een op grond van dit besluit verleende accreditatie. 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 2017 500 22-12-2017 15-12-2017 23-12-2017
Artikel 5#
artikel 5, eerste lid
Artikel 5#
artikel 5, tweede lid